Veronderstelde wedergeboorte

Grote bekendheid kreeg de zinsnede uit de synode van Utrecht 1905, dat ‘volgens de Belijdenis onzer kerken het zaad des Verbonds krachtens de belofte Gods te houden is voor wedergeborenen en in Christus geheiligd, totdat bij het opwassen uit hun wandel of leer het tegendeel blijkt’. Wat was de voorgeschiedenis van deze uitspraak?

Uit de afgescheiden richting oefende men vrij stevige kritiek op Kuypers theologie uit. De kritiek had betrekking op bepaalde speculatieve momenten in het denken van Kuyper en betrof vooral de manier, waarop hij sprak over verbond, wedergeboorte en doop in hun onderlinge samenhang. Daarbij speelt steeds mee de sterke geneigdheid van Kuyper om al deze zaken vanuit het perspectief van Gods eeuwige raad en predestinatie te beschouwen.

Er waren nogal wat klachten over de predikers, die zich door de kuyperiaanse gedachten lieten leiden. Men klaagt, ‘dat het bij de tegenwoordige bediening des Woords haast schijnt, alsof er geen onwedergeborenen in de kerk meer zijn en alsof iemand toch nog voor wedergeboren moet gehouden worden, al leeft hij jaren lang in onbekeerden toestand voort. (…) Er wordt niet onderscheidenlijk meer gepredikt’.

Op de synode van Utrecht in 1905 werd uitgesproken dat het in de bewuste geschillen niet gaat om een wezenlijk punt van onze belijdenis. Het verschil van inzicht, dat aan de leergeschillen ten grondslag ligt, vindt zijn oorzaak immers in de beperktheid van ons menselijk kenvermogen.

Opmerkelijk is het te zien, dat de synode de legitimiteit van het kuyperiaanse gevoelen verdedigt, zich van de toegespitste presentaties ervan voorzichtig distantieert en daarbij in positieve zin verwijst naar gezichtspunten die de mensen van A na aan het hart lagen, zoals de noodzaak van een ontdekkende prediking, die oproept tot geloof en bekering. Het geheel van de besluitvorming van 1905 (pacificatie) getuigt van de wil van alle betrokkenen eenzijdigheden te vermijden en met elkaar samen op weg te gaan. Het is veelzeggend, dat de besluiten tenslotte eenstemmig konden worden genomen.

De pacificatie van 1905 heeft enkele decennia zegenrijk gewerkt. Er bleven vragen onopgelost, die later in een andere context opnieuw zouden opvlammen. Maar voorlopig was er op dit veld vrede en rust.

Lucas Lindeboom (1845-1933), hoogleraar te Kampen, toonde zich een onbevreesd criticus van Abraham Kuyper. Hij nam geen blad voor de mond. In een brochure schreef hij dat ‘God ons en onze kinderen genadig mocht zijn en dr. Kuyper terug zou brengen tot de eenvoudigheid, die in Christus is’. Zijn kritiek betrof vooral de speculatieve manier waarop Kuyper theologiseerde en hoe hij van daaruit dacht over verbond, wedergeboorte en doop. Lindeboom had moeite met de sterke geneigdheid van Kuyper om al deze zaken vanuit het perspectief van Gods eeuwige raad en predestinatie te beschouwen. Kuypers zoon, A. Kuyper jr., dreef de leer van de sluimerende wedergeboorte zo op de spits dat hij stelde dat Paulus al wedergeboren zou zijn toen hij de gemeente Gods nog vervolgde! Hij werd hierom aangeklaagd door Lindeboom.

Lucas Lindeboom (1845-1933), hoogleraar te Kampen, toonde zich een onbevreesd criticus van Abraham Kuyper. Hij nam geen blad voor de mond. In een brochure schreef hij dat ‘God ons en onze kinderen genadig mocht zijn en dr. Kuyper terug zou brengen tot de eenvoudigheid, die in Christus is’. Zijn kritiek betrof vooral de speculatieve manier waarop Kuyper theologiseerde en hoe hij van daaruit dacht over verbond, wedergeboorte en doop. Lindeboom had moeite met de sterke geneigdheid van Kuyper om al deze zaken vanuit het perspectief van Gods eeuwige raad en predestinatie te beschouwen. Kuypers zoon, A. Kuyper jr., dreef de leer van de sluimerende wedergeboorte zo op de spits dat hij stelde dat Paulus al wedergeboren zou zijn toen hij de gemeente Gods nog vervolgde! Hij werd hierom aangeklaagd door Lindeboom.

Advertenties