Vrijetijdsbesteding

Op de synode van 1952/1953 ligt een rapport over de vrijetijdsbesteding op tafel. Hoe te staan tegenover bioscoop- en toneelbezoek, de moderne paardans en de toenemende sportbeoefening? Uit de besprekingen blijkt dat men zich wars toonde van allerlei wettisch getinte geboden en verboden. Maar toch durft de synode wel concrete uitspraken te doen: bioscoopbezoek moest buiten de gezichtskring blijven, de christelijke viering van de zondag mag niet verwaarloosd worden, de paardans wordt onomwonden afgewezen.

Ook wees de synode erop dat ‘bij een verantwoorde opvatting van de levensroeping [er] voor een Christen slechts een geringe tijd voor vrije-tijdsbesteding over[blijft]’. Gepleit werd verder voor ‘een echt christelijke levensstijl’, geen ‘wettische gebondenheid’ maar ook geen ‘normloze vrijheidsdrang’.

Advertenties