Er blijft weinig meer staan bij Kuitert

Het boek ‘Over religie. Aan de liefhebbers onder haar beoefenaars’ verschijnt. Kuitert rekent af met de voorstelling van God als een persoon, als een wezen dat voor Zichzelf en op Zichzelf bestaat en inzetbaar is op wens of gebed. Hij verzet zich tegen een historische verklaarbare voorstelling van God en vervangt die door een ‘zich aangesproken voelen’, vooral in de ontmoetingen met de behoeftige naaste, daarin wordt God openbaar.

Kuitert blijkt ook op een ander punt van gedachten te zijn veranderd: de notie van een eeuwig leven bij God. De hoop op de eeuwige vriendschap met God als de Schepper is nu bij Kuitert vervangen door iets anders: ‘Alles zal er nog net zo zijn als ik dood ben, de lente komt weer, de rivier stroomt nog, de straat waardoor ik loop staat opnieuw in bloei: een grote troost’.

Advertenties