Afgescheiden en wedergekeerd

n.a.v. Jan Peter Verhave, Afgescheiden en wedergekeerd. Het leven van J.A. Wormser en zijn gezin, Heerenveen 2000

De situatie van de Wormsers
Het huis met de G
Dit boek beschrijft het leven van de Amsterdamse deurwaarder J.A. Wormser en zijn gezin, die halverwege de 19e eeuw vocht tegen lakse, liberale en buigzame dominees, maar ook tegen strakke rechtzinnigen. Dit alles wordt verteld vanuit het perspectief van zijn oudste dochter Jansje. Op de deurposten van de huizen van alle afgescheidenen werd een grote G geschreven (=gereformeerd), zodat ouderlingen die ‘s avonds op huisbezoek gingen langs de onverlichte grachten waardoor er kans was om mis te stappen, de weg konden vinden. Het grootste deel van het leven leefde het gezin Wormser aan de Voorburgwal bij de Pijlsteeg. Nu bestaat dat huis niet meer. De buurt tussen de Voorburgwal en de Dam heette sinds mensheugenis de Bierkaai. Daar werd veel bier gebrouwen en verkocht. Hier komt de Amsterdamse uitdrukking ‘vechten tegen de bierkaai’ vandaan: vooral rond de verjaardag van de koning werd hier veel gedronken wat de vechtlust bevorderde. De buurt was zeer Oranjegezind. Als je rond die tijd door deze buurt liep zonder oranje strik liep je groot kans in de gracht gegooid te worden.

Gezinsleven
Als de grachten dicht lagen was het altijd een gezellige sfeer op het ijs. Er kwam drinkwaterleiding: uit de duinen bij Haarlem. Cholera was iets bedreigends. De meeste slachtoffers waren te vinden in de achterbuurten, waar de mensen hun drinkwater uit de smerige grachten putten; de vele jenever mocht niet baten, maar maakte het nog veel erger. Als het regende was de melkboer blij, maar de kopers mopperden dan dat de melk te dun was. De melkboer noemde de regen daarentegen ‘de begunstiging des hemels’. Om 16 uur werd er warm gegeten. Als er kermis was werd de blik angstvallig daarvan af gehouden, zo erg was dat. De schouwburg was taboe. De Wormsers waren niet zo rijk als de Piersons. Met de oudste zoon van Pierson ging het verkeerd: Allard heeft de kerk de rug toegekeerd. De sprookjes van Andersen uit Denemarken werden gelezen in het huis van Wormser. Één schrijver was absoluut verboden: Douwes Dekker, die zich Multatuli noemde. Hij was een revolutionair en spotter, een gokker die de ordinaire taal van de straat gebruikte. Je moest heel voorzichtig zijn met vuur, want brand in huis was iets verschrikkelijks. Het gezin leerde de Nederlandse Geloofsbelijdenis uit hun hoofd. Meisjes gingen in die tijd nog niet alleen over straat. Bij het gezin Wormser mochten de dochters binnenshuis al modern blootshoofds gaan. De rechtzinnige hervormde dominee had er geen bezwaar tegen dat meisjes schaatsten.

Afgescheiden
Duits en Luthers, aanraking met de conventikels
Wormsers vader kwam uit Duitsland en was luthers, maar zocht zijn heil in Amsterdam waar Johan Adam op 4 juni 1807 geboren werd. Op 15-jarige leeftijd werd hij aangenomen in de Lutherse kerk. In deze kerk heerste een sfeer van meegaan met de tijd. Het was een roerige tijd. Houvast was er niet en de bezwaren tegen de geest van die tijd, gepubliceerd door Da Costa, bracht enorme beroering teweeg in het denken van veel eenvoudige gelovigen. Wormser kwam in aanraking met een oude werkster die hem de Redelijke Godsdienst gaf. Hier begon hij in te lezen. Hier las hij wat hij miste in zijn burgerlijke Lutherkerk met haar strakke vormen en koude liturgische statigheid. Ook nam deze vrouw hem mee naar een conventikel of gezelschap. Conventikels werden overal in de stad gehouden. Daar werden de Psalmen van Datheen gezongen, als protest tegen de moderne gezangen die er in de Ned.Herv.Kerk gezongen werden.

Getrouwd, Afscheiding in Amsterdam
Op 7 mei 1834 is hij getrouwd met een dochter van Coenraad Deteleff, ook van Duitse afkomst en voorganger van het gezelschap. Deze eenvoudige man wilde nog wel eens wat over de schreef gaan, bijvoorbeeld toen hij preekte uit Hooglied voor een steeds onrustig wordend gehoor! Dominee Toll bevestigde hun huwelijk. Ze waren gelukkig met elkaar, en wisten nog niet van beproevingen zoals het leven met God vaak werd voorgesteld. Er groeide een band met andere Duitsers, zoals Höveker, die later ook koos voor de Afscheiding en boekhandelaar was. De arme Da Costa werd nog steeds gemeden, alsof hij een melaatse was. In die tijd begon de Afscheiding in Ulrum: deze rechtlijnigheid was ook aantrekkelijk voor de Amsterdamse conventikelgangers. Ds. H.P. Scholte, Amsterdammer van geboorte, kwam naar Amsterdam toe om een gemeente te afgescheiden gemeente te stichten. Ook ds. Budding uit Zeeland was hierbij betrokken. De De Clercqs en Da Costa waren niet blij met deze afscheiding, maar toen de vervolgingen begonnen op grond van een oud Napoleonitisch wetsartikel, werden ze milder.

Beslissing, schuilkerk
Wormser ging hier aanvankelijk niet in mee. Zijn oudste dochter werd in de Westerkerk nog gedoopt bij ds. Wolterbeek. Maar in 1836 kwam de beslissing: op 27 juli gingen ze over tot de afgescheidenen. Scholtianen werden ze genoemd. Arbeiders verloren soms hun baan en winkeliers raakten klanten kwijt. Wormser had hier geen last van. Het blad De Reformatie werd opgericht, en Wormser schreef hier veel artikelen in. De Afgescheiden gemeente was bij het aantreden van de Wormsers ongeveer 350 zielen groot. Ze hadden toestemming gekregen om een schuilkerk te betrekken, aan de Bloemgracht 42. Er werd een groot gat in het plafond gemaakt waardoor een groot galerij ontstond. Alle afgescheiden predikanten preekten er. Soms duurde een dienst wel drie uur lang. Scholte, die voor de vuist weg preekte, had zelfs een keer bijna 600 kerkgangers onder zijn gehoor. Er waren trouwens 27 hervormde predikanten in Amsterdam!

Vervolging
De vrijheid in hun schuilkerk duurde niet lang: de politie was er vaak en men moest van tevoren opgehaalde toegangsbewijzen tonen. Ook bleek dat ze géén sacramenten mochten bedienen. Dit moest dus strikt in het geheim bij iemand thuis gaan gebeuren. Hierop volgden boetes. Na elke boete werd er een speciale rondgang gemaakt langs alle huizen met een G en iedereen tastte dan maar weer diep in de beurs. Soms werden de diensten wreed verstoord doordat er stenen werden gegooid. Er raakten ook dikwijls kerkgangers gewond, zonder dat de politie er iets aan deed. Er werd zelfs een keer een afgescheiden meisje ontkleed. Ook werden meisjes door ingekwartierde soldaten onteerd en werden zwanger en kregen een ‘soldatenkind’. Dat die armen stil en beslist durven te protesteren tegen het deftige kerkbestuur en de dominees, dat wekt de spotlust op bij het volk.

Groen van Prinsterer
Niemand nam het op voor de afgescheidenen, behalve Groen van Prinsterer. In 1837 verscheen zijn brochure De maatregelen tegen de afgescheidenen aan het staatsrecht getoetst. Hij schreef daarin het volgende: de Ned.Herv.Kerk is door het Reglement van 1816 in recht en leer niet meer de oude gereformeerde kerk, omdat iedere predikant mag zeggen wat hij wil. De zogenaamde vooruitgang maakte de afgescheidenen tot ‘domperlingen’, achterblijvers en rustverstoorders. Rust was voor de overheid het sleutelwoord. Maar Groen wees op een goede kant: een godsdienstige opleving bij mensen die loyale staatsburgers waren. De afgescheidenen hebben recht op vrije godsdienstoefening, dwang verbittert en overtuigt niet. De artikelen in de grondwet, waarop de overheid haar gewelddadig ingrijpen in de inkwartieringen baseerde, zijn niet geldig en toepasbaar op de afgescheidenen, want zij vertegenwoordigden de gereformeerde gezindte bij uitstek. Dit was een hart onder de riem, maar het duurde nog geruime tijd voor het overheidsoptreden versoepeld werd.

Catechiseermeester
Jordaners scholden en tierden tegen de afgescheidenen: ‘Psalmenbalkers, fijne beschuiten!’ In deze spannende tijd met groot tekort aan voorgangers, werd Wormser tot catechiseermeester benoemd, wat een kolfje naar zijn hand was, want de onwetendheid was groot onder de afgescheidenen. Er kwam een heuse lectuur-commissie, die een soort censuur op bepaalde (hervormde) boeken zette. Voor boekhandelaar Höveker was dit moeilijk te verteren. Zo moest hij het boekje De bekering van Dr. A. Capadose laten schieten, omdat hij niet met de Afscheiding was meegegaan, maar gelukkig voor hem werd het besluit teruggedraaid en kwamen er alleen aanbevelingen voor bepaalde boeken.

Begin van conflicten
De afgescheidenen waren geen eenheid: predikanten beschuldigden elkaar van huichelarij en ketterij, velen hadden eigenzinnige meningen, er was geen koers en er was geen samenbindende kracht: men kwam uit allerlei conventikels waar ze aan hun eigen inzicht overgelaten waren geweest. Wormser probeerde de gemeente uit de discussies rondom verbond en doop te houden. Ook met betrekking tot de herziening van de kerkorde wilde hij zich neutraal opstellen, maar dat was tegen het zere been van ds. Van Velzen, die Wormser vergeleek met Korach, Dathan en Abiram, die tegen het leiderschap van Mozes opstonden. Wormser kon hier wel om lachen. Maar het kwaad van partijschap en onenigheid vrat steeds dieper.

De Amsterdamse twisten
Botsende personen
De hoofdrolspelers in de Amsterdamse Twisten waren ds. Hendrik Pieter Scholte en ds. Simon van Velzen (rechtsonder). Het waren tegenpolen van elkaar. Van Velzen droeg nog een preekrok met bef, kuitbroek en steek. De drie-kante steek wees op de goddelijke drie-eenheid, vond hij. Er was niet alleen onenigheid over de ambtskleding, ook over de doop en de kerkorde. Scholte wilde niet terug naar de Dordtse kerkorde. Van Velzen daarentegen wilde als een paus zoveel hij kon van bovenaf geregeld krijgen. Hij sprak dan ook over hogere en lagere vergaderingen. Wormser was het grondig oneens met Van Velzen: ‘ik ben niet afgescheiden en ouderling geworden en heb tijd, huiselijk genoegen en bestaan er niet voor over om me aan oude menselijke vormen te onderwerpen. De kerkorde, de kerkorde, ik wil er niets meer van horen!’

‘Dat beetje vlees’
Grote beroering kwam er door een preek van Scholte in Amsterdam waarin hij zei: ‘Godsvolk van Amsterdam, ge weet niet hoe rijk ge zijt! Van uw oude natuur zult gij als ware gelovigen niet veel last hebben: dat beetje vlees kan het werk Gods niet teniet doen.’ Wat dacht hij wel? Een ‘beetje vlees’? Wij zijn totaal vleselijk, ook Gods kinderen blijven dat! Alle afgescheiden dominees bemoeiden zich ermee, vooral Van Velzen, wat Wormser een pure inmenging vond in de autonomie van de gemeente. Er kwam een scheuring, onder leiding van ouderling Middel. Van scheuring komt scheuring… In 1842 keerden ze overigens terug.

Van Velzen komt naar Amsterdam
Het volgende probleem diende zich aan: men wilde ds. Scholte beroepen, maar deze vond het aantal op hem uitgebrachte stemmen te weinig. Daarom werd er een nieuwe stemming gedaan. En wat blijkt? Van Velzen krijgt de meerderheid! Hij was predikant van meerdere gemeenten in Friesland. Amsterdam stelde, net zoals ze dat aan Scholte had gedaan, de voorwaarde dat hij alleen predikant van Amsterdam zou worden, en geen banden meer zou hebben met andere gemeenten. Toen Van Velzen op beroep kwam preken, deelde hij mee: ‘Ik heb het beroep aangenomen.’ Het bleek op zijn éígen voorwaarden en dat was tegen de zin van veel kerkenraadsleden. Hij wilde zijn gemeenten in Friesland blijven dienen.

Wormser ontevreden over Van Velzen
Wormser, een belezen man, had altijd gedurig gepleit en gediscussieerd met zijn ambtsbroeders, die minder belezen waren dan hij en vaak ook heel anders dachten. Zo vonden ze ds. Brummelkamp te ruim, terwijl Wormser hem erg graag hoorden en zijn preken een verademing vond. Toen Van Velzen voorzitter van de kerkenraad was geworden, begonnen de vergaderingen martelend vervelend te worden. Van Velzen hield zich te veel met andere gemeenten bezig, terwijl Wormser vond dat hij vooral zijn eigen gemeente Amsterdam moest dienen en aandacht geven aan pastoraat en catechese.

Wormsers breuk met Van Velzen
Scholte vertelde dat hij de klacht had gehoord dat Van Velzen een ‘dode rechtzinnigheid preekte’. Het gonsde van ongenoegen dat je bij Van Velzen alleen maar kon horen ‘hoe de zondaar niet zalig wordt’. Diaken Höveker zei: ‘Zijn preken waren doortrokken van een matheid, die alles met een doodfloers overtrok.’ Van Velzen noemde de Utrechtse broeders (waaronder Scholte) lasteraars en verbrak het contact. Hier waren vier kerkenraadsleden het niet mee eens, waaronder Wormser. Van Velzen liet deze minderheid zonder meer schorsen en censureren. Wormser is toen onmiddellijk begonnen om apart te vergaderen als wettige kerkenraad en gemeente. Ds. Scholte preekte voor hun en bediende de sacramenten. Brummelkamp stelde teleur: hij wilde de band met Van Velzen niet verbreken en de Dordtse kerkorde werd weer ingevoerd. De kerkvergadering te Amsterdam, waar dit beslist werd, was een weinig verheffende gebeurtenis; de galerijen zaten vol schreeuwende en tierende mannen, die Scholte de meest grove verwensingen toeriepen. Bij een andere synodevergadering werd Scholte zonder wederhoor geschorst. Hij trok zich er trouwens niets van aan. Van Velzen, met Dordt en Datheen gewapend, haalde Scholte als leider van de afgescheidenen onderuit!

Preek van Scholte, terugkeer Höveker, Da Costa’s bekrompenheid
Scholte was ook niet vrij van schuld. Zo preekte hij in Utrecht over 3 Johannes: 9,10. ‘Ik heb aan de Gemeente geschreven; maar Diotrefes (ds. Van Velzen), die onder hen zoekt de eerste te zijn, neemt ons niet aan. Daarom, indien ik (te Amsterdam) kom, zo zal ik in gedachtenis brengen zijn werken, die hij doet, met boze woorden snaterende tegen ons.’ Tussen haakjes wat ieder las wat er niet stond. Höveker was zo teleurgesteld door de onchristelijke en onbroederlijke sfeer, dat hij terugkeerde naar de Hervormde Kerk! Wormser en de zijnen belegden voortaan aparte diensten. Hij was begin dertig, hoopte op rust en stichting voor zijn jonge gezin en voor de vrienden met wie hij samenkwam. Hij bad dat de Heere hen zou bewaren in een zachtmoedige gestalte. Wormser was naarstig op zoek naar onderwijzers voor de scholen met den Bijbel. Er was een meisje met onderwijstalent die eerst echt gereformeerd was geweest maar geleidelijk aan er vanaf schoof. Toen Wormser eens een pleidooi voor haar hield bij Da Costa, zei hij: ‘Ze is niet meer één van ons, niet zuiver in de leer. Wij kunnen haar niet gebruiken!’ Op zo’n moment kon de hervormde Da Costa zo bekrompen zijn als een volgeling van Van Velzen.

Wedergekeerd
De samenkomsten
Wormser en de zijnen kwamen samen in een huis aan de Nieuwezijds Achterburgwal 139. Een vreemde kerk was het, een ‘Vereniging van Gelovigen’ zonder naam, zonder gebouw, zonder organisatie, niet bedacht maar gewoon ontstaan door het opvolgen van Gods Woord. Wormser was ouderling en leidde de diensten. Er was verder geen kerkenraad. Gelukkig deed de overheid niet moeilijk. De diensten werden goed bezocht. Men stond zelfs op het punt de kerk van de Quakers te kopen, maar die bleek niet goed gefundeerd te zijn. Het was een fijne groep, vooral het zingen was een lust. Hier was niet meer de donkere sfeer op de Bloemgracht en het droge gepreek van Van Velzen.

Scholte wil emigreren
De kinderen van ds. Scholte kwamen na het overlijden van zijn vrouw nog wel eens bij de Wormsers. Echte wildebrassen waren het; kinderen van de dominee nota bene! Scholte was druk met het voorbereiden van zijn emigratie naar Amerika. Zijn artikelen in De Reformatie bevielen Wormser steeds minder. Scholte riep voortdurend spanningen op onder de afgescheidenen met zijn vitterijen op de gereformeerde kerkleer. Eigenlijk was hij alsmaar bezig met de toekomst, het duizendjarige rijk uit het boek Openbaring. Als redacteur deed hij zijn werk ook niet goed. Als hij goede zin had schreef hij een dik nummer vol, en als hij dan een volgende maand in de put zat, was er geen kopij! Overigens erkenden de afgescheidenen ‘De Reformatie’ eigenlijk allang niet meer als hun officiële blad. Scholte was door al die tegenslagen verzuurd geraakt en wilde weg uit het bekrompen Nederland!

De Gelderse richting, de crisis der jeugd
Eigenlijk gingen er in de gemeente van Wormser en de zijnen alleen afgescheiden predikanten van de Gelderse richting voor. Tot hen behoorde bijvoorbeeld Brummelkamp, de ‘vriendelijke krullenbol’. Van Velzen was trouwens een zwager van hem. Eigenlijk vormden de Geldersen een aparte kerk. Bij de afgescheidenen in het hele land ging het er in die tijd allerbedroevendst aan toe. Op een synode in Amsterdam vertrokken alle predikanten behalve Van Velzen. Het werd een ‘roverssynode’. Er werd gebakkeleid over Scholte, de Dordtse kerkorde en over het ouderwetse ambtsgewaad. Brummelkamp droeg bijvoorbeeld niet de ouderwetse kleren van Van Velzen. De gemeente van Wormser en de zijnen was daarentegen gericht op een stil en godzalig leven, opvoeding van de kinderen en hun licht schijnen in deze boze wereld en in eigen kring.

Emigratiegolf
Tot tweemaal toe zijn er plannen geweest om een dominee te gaan beroepen. De eerste was op ds. Zonne uit Genderen die zo teleurgesteld was geraakt in de Afscheiding dat hij de predikdienst wilde verlaten. Hij bedankte en nam aan naar een andere gemeente. Intussen was een ware emigratiegolf naar Amerika op gang gekomen. Velen uit de gemeente emigreerden, door een brief uit Amerika zagen Wormser en anderen er van af. Wormser hielp de landverhuizers waar hij kon. Hij was immers bekend met reglementen en hoe je geldelijke transacties kon doen. Er bleven van de gemeente slechts 30 man over. Veel mensen van stand bleven er niet over. Er sloten zich wel enkele nieuwe mensen van de Bloemgracht bij hen aan.

Wormser maakt een ontwikkeling door in zijn denken
Wormser had ondertussen een ontwikkeling doorgemaakt in zijn denken over de Afscheiding. Hij was minder stellig geworden op het punt van de noodzaak van de afscheiding. Vooral de geregelde correspondentie met Groen van Prinsterer heeft meegewerkt aan een andere visie. Hij werd behoorlijk heen en weer geslingerd en het heeft hem nogal tijd en energie gekost om een nieuwe evenwicht in zijn gedachtewereld te vormen. Capadose beknorde Wormser over de tegenstrijdige meningen die hij begon te krijgen. Langzamerhand zag Wormser steeds meer gereformeerde krachten binnen de NHK en vond dat die gelovigen dan maar afzonderlijk moesten samenkomen, zónder zich af te scheiden.

Misstanden bij de afgescheidenen
De contacten met Groen, Heldring en Da Costa leerde hem oog te krijgen voor de goede kanten van de oude kerk. Wormser zag bij de afgescheidenen misvorming van de waarheden, die altijd koud en hard voorgesteld werden, zodat de zielen uitsluitend in de besluiten van God worden opgehouden en niet genoeg bepaald werden bij de geopenbaarde wil des Heeren. Het deed veel kwaad en gaf aanleiding tot een slordige, ergerlijke levenswandel bij velen. Er waren in Amsterdam wel zo’n twintig samenkomsten van hen die in de kleurloosheid van de Ned.Herv.Kerk geen heil meer zagen. Het oprichten van kerkjes was nu bijna dagelijks werk. Tot Wormsers verdriet gingen de afgescheidenen steeds meer als concurrerende kerk optreden, waarbij ze tegen de Ned.Herv.Kerk streden, in plaats van tegen de verkéérdheid in die kerk.

Tegen ‘onkerkelijke’ activiteiten
Ook kreeg Wormser steeds meer afkeer van ‘onkerkelijke’ activiteiten. Daarmee bedoelde hij activiteiten die individueel ontsproten waren en niet uitgingen van de kerk. Bijvoorbeeld het overigens goede werk dat ds. Jan de Liefde deed in de Amsterdamse achterbuurten. Er was ook een groep die genaamd was ‘Vereeniging tot Verbreiding der Waarheid’. Het bestond uit hervormden die toch niet geheel wilden breken met die kerk. Ze vatten taken op die de kerkenraad liet liggen: evangelisatie onder armen, bibliotheek voor het gewone volk, brei- en naaischolen voor arme meisjes en een zondagsschool. Even was er sprake dat er samensmelting zou komen tussen deze groep en Wormser. Maar verrassend genoeg vond Wormser deze groep te weinig kerkelijk (alsof hij dat wel was!). Hier kwam nog bij dat de gemeente van Wormser een ander pand moest betrekken omdat de huur was opgezegd. Nu kwamen ze in een heel wat kleiner gebouw terecht.

Climax
En dan komt nu de ontknoping: Wormser was druk bezig met een seminarie voor de opleiding van predikanten in Amsterdam. Ds. Brummelkamp werd gevraagd als professor. En dan kon hij meteen predikant bij de gemeente van Wormser worden! Brummelkamp preekte afscheid, pakte zijn koffers in en…hij pakte zijn koffers weer uit: hij bleef liever bij de afgescheidenen, dan een experiment met hervormden aan te gaan. Wormsers wereldje stortte in. Wormser had geen kracht en moed meer om opnieuw te beginnen en hij heeft het gezelschap ontbonden. Hij zocht zijn heil bij de nieuwe hervormde predikant Hasebroek, die bekend stond als rechtzinnig en evangelisch. Echt lid worden, dat wilden de Wormsers nog niet. Maar dankzij de vriendschap met ds. Hasebroek en de voortdurende steun van Groen van Prinsterer ging het gezin Wormser een nieuwe fase in. Wormser zei: ‘De Heere regeert!’

De ‘christelijke vrienden’
Vaccinatiekwestie
De inenting tegen pokken was een heikel punt: het afgescheiden volk was tegen vaccinatie. Hierin waren ze eensgezind. Abraham Capadose, een hervormde arts, was ook tegen. En dit bracht veel ouders in gewetensnood! Da Costa had in 1838 een zoontje aan de pokken verloren en ook hijzelf was erdoor getekend: hij had een pokdalig gezicht. Langzamerhand werd hij het hartgrondig oneens met zijn vriend Capadose op dit punt. De Wormsers gingen regelmatig naar de zondagavond-bijbellezingen die Da Costa voor een grote kring van kennissen hield. De Da Costa’s, de De Clercq’s en de Wormsers lieten hun kinderen uiteindelijk vaccineren. Wat de briljante en krachtige Da Costa niet durfde vanwege het precaire onderwerp en de goede vriendschap met Capadose, heeft Wormser wel gedaan: hij schreef er een artikel over. Toen was ook net een uitbraak van de pokken-epidemie onder de afgescheidenen op het eiland Urk. Dwang door de overheid vond Wormser verfoeilijk, maar klakkeloos navolgen van voorgangers evenzeer. Ze waren een hardleers volkje.

Voor eenheid, Isaäc da Costa
Juist omdat Wormser de broederschap bij de afgescheidenen zo had gemist, voelde hij dat veréniging van gelovigen beter was dan afscheiden. Daarom stond hij heel positief tegenover het initiatief van Heldring om als ‘Christelijke Vrienden’ samen te komen. Wormser nodigde ook Brummelkamp uit. Zo waren ook de afgescheidenen aanwezig tussen al die vogels van divers pluimage. Zijn bijbellezingen op de Rozengracht waren stof voor Wormser, die nog altijd voorging in zijn gezelschap. De oudste dochter van Wormser herinnert zich Da Costa nog: ‘Ik herinner met Da Costa met zijn tintelende, vurige ogen. Als hij je een hand gaf, dan voelde je dat als een echt contact. Hij kéék je aan! En als hij zijn voordracht hield, was hij één en al beweeglijkheid, liep heen en weer, stampvoette geestdriftig op de grond en z’n stem schoot van de sonore donkerste naar de snerpend hoogste tonen. Ook zijn gebed was altijd een feest om te horen: hij sprak met Jezus als zijn bloedsbroeder, eerbiedig en vriendschappelijk tegelijk. Wat mij erg aansprak was zijn manier om de deftige taal van de Dordtse Bijbel om te zetten in gewoon en mooi Nederlands met een Amsterdams-joodse tongval. Zo klonk de blijde boodschap fris en dichtbij. Sommige gelovigen vonden dat minder gepast; Da Costa zei dan vaak: behoud, maar ga vooruit, ga vooruit, maar behoud!’ Een aandachtig luisteraar, Schimsheimer, bleek na Da Costa’s dood wekelijks alle bijbellezingen thuis te hebben uitgewerkt en gaf ze dan ook uit in vier banden. Dit was voor iedereen een verrassing.

Afstand en openheid
Hoewel Wormser goed contact met Da Costa had, en ze bij elkaar op bezoek gingen, waren ze toch verschillend; Da Costa kon zich bijvoorbeeld ergeren aan de ‘anti-wetenschappelijke’ houding van Wormser. Bij alle overeenstemming voelde Da Costa een grote afstand. Ook dat had te maken met het verschil van stand en afkomst. Over zijn tekortkomingen was Da Costa heel open, zelfs als de kinderen van Wormser er bij waren. ‘Ze mogen wel horen dat ik een ellendig zondaar ben’, zei hij weleens, maar daarna vertelde hij over een grappig voorval om de kinderen te plezieren. Dankzij ds. Hasebroek zijn alle gedichten van Da Costa verzameld en uitgegeven.

Groen van Prinsterer en Van der Brugghen
‘Die deftige, slanke man met zijn jongensachtige gezicht en de eeuwige, ouderwets-grote strik eronder’. Toen hij een keer op bezoek was bij de Wormsers vroeg Groen aan zoon Johan: hoe heet je? Johan Adam. Hoe oud ben je? Drie. Drie jaar, of maanden of weken? Drie jaren. Toen kwam moeder tussenbeide: m’n jongen, kun je niet eerbiediger spreken en met twee woorden praten? Johan vond: die man praat ook zóó raar… Deze Johan Adam heeft later als uitgever heel wat van Groen uitgegeven en hij werd zelfs zijn executeur-testamentair! De kinderen van Wormser logeerden wel eens op Groen’s buitenverblijf ‘Oud-Wassenaar’. Groen had zelf geen kinderen. Zijn vrouw zegt hierover: ‘Ik weet niet of het hebben van kinderen het geluk des levens vermeerdert; Gods liefde is mij genoeg. Maar als het bezit van kinderen werkelijk zo’n groot geluk is, dan wens ik het me toch niet toe, want ik heb al zo veel. Bovendien is te groot geluk vaak een zeer grote verzoeking!’ Op de vergadering van de ‘Christelijke Vrienden’ was Groen liever stil, ook al was hij voorzitter. Hij liet het praten graag aan anderen over. Bij deze bijeenkomsten, die officieel niet toegestaan waren vanwege de wet die een vergadering van meer dan 20 personen verbood, was ook Van der Brugghen aanwezig. Hij was zo’n bangerik dat hij altijd bij de deur ging zitten zodat hij snel weg zou kunnen komen als de politie zou komen!

Ds. O.G. Heldring
Wormser vond dat Heldring te druk was met al zijn activiteiten. Hij behoorde z’n handen vol te hebben aan catechese en pastoraat. Wormser sprak langzaam en had een achterhoeks accent. Hij probeerde God te dienen niet door zich af te scheiden, maar door dingen te doen die de hervormden en afgescheidenen lieten liggen. Hij trok zich het lot van armen aan: waterputten, ontginningen, scholen, nieuwe polders, drankmisbruikbestrijding en tehuizen. Helding had het niet zo op de afgescheidenen, omdat ze hem van veel ergs beschuldigden. Des te verwonderlijker is het dat Heldring lovend praattte over de zendringsdrang van de afgescheidenen: ‘Die hebben de geloofskracht en het vermogen om te lijden’. Heldring was vaak ‘onkerkelijk’, dat wil zeggen: hij deed veel dingen buiten de kerk om, omdat hij eenvoudigweg geen steun van die kant kreeg. Ook was hij actief om vernieuwingen in de Ned.Herv.Kerk door te voeren: bijvoorbeeld een gekozen in plaats van benoemde kerkenraad. Ook wilde hij de kerkelijke tucht weer terug. Maar Heldring besteedde steeds meer aandacht aan zijn tehuizen dan aan kerkelijke regels. Wormser vond het allemaal te weinig vanuit de kerkelijke gemeenschap en te zweverig. Hierin zag Wormser het niet altijd goed. Wormser leefde voor het principe, Heldring voor de praktijk. Heldring zag alles minder zwart-wit en had een optimistischer kijk en verwachtte een grote oogst.

Boekhandelaar Henricus Höveker
Hij ging eerste mee met de Afscheiding, maar na zijn schorsing als diaken en 1840 keerde hij terug naar de hervormde kerk. Hij zag dat de meeste vromen in de Afscheiding hun vroegere mildheid verloren en hatelijke haarklovers werden en verwoesters van elkaars geluk. Het lijdelijk christendom van Van Velzen en de te onafhankelijke Scholte. Door zijn terugkeer naar de NHK werd het contact met Wormser ook minder, maar toen ze elkaar tijdens een zondagmiddagse wandeling tegenkwamen werd het contact weer iets beter en praatten ze over de mogelijkheid van een goedkope uitgave van Groen’s Handboek der Geschiedenis van het Vaderland, zodat ook het gewone volk dit belangrijke boek kon kopen. Het werd een groot succes! Een dochter van Höveker trouwde met J.A. Wormser Jr., en deze zoon van Wormser werd medewerker bij de uitgeverij van zijn schoonvader. In 1886 gingen ze uit elkaar: Höveker wilde niet nog eens afscheiden, Wormser Jr. ging met de Doleantie van zijn ‘grote man’ Abraham Kuyper mee.

Ds. J.P. Hasebroek
Door Wormsers activiteiten rondom het seminarie werd deze rechtzinnige predikant beroepen naar Amsterdam, terwijl de kerkenraad zo liberaal was als maar kon! Dit was een predikant die nog durfde te zeggen dat rampen vingerwijzingen Gods zijn. Bij de intrededienst was het al meteen raak: zijn collega’s waren kwaad over zijn optreden en berispten hem op de eerstvolgende vergadering. Ze spraken over hem als ‘die kerel’. De Wormsers gingen na het opheffen van hun gezelschap bij deze predikant naar de kerk. De kerk zat bij hem zo vol dat er een gezegde ontstond: ‘Je lijkt wel een Hasebroeker’, als je drong of je elleboog gebruikte! De Wormsers gingen al twee uur vòòr het begin van de dienst naar de kerk. Ze hadden dan zoals vele anderen boeken bij zich om nog rustig wat te kunnen lezen. Het was wel vreemd voor het gezin: de omschakeling van een klein gezelschap naar de volle, grote kerken waar je bijna niemand kende. Wormsers kinderen werden lid van de Ned.Herv.Kerk, hij en zijn vrouw nog niet. Hasebroek was ook schrijver en dichter. Hij voldeed niet altijd aan de verwachtingen van Wormser: soms durfde hij, ondanks zijn beloften, niet consequent te zijn ten opzichte van de vrijzinnige predikanten. Hij was gematigd en was ook lid van ‘Ernst en Vrede’. In augustus 1862 werden man en vrouw Wormser na bemiddeling van ds. Hasebroek weer lid van de NHK.

Ds. Jan de Liefde
Deze dominee was wel de meest vreemde vogel in de kring van de Christelijke Vrienden. Hij was eerst doopsgezind, maar ontwikkelde zich als een zelfstandig predikant. Hij kon met zijn goedlachsheid en prachtige, muzikale stem alle zwartkijkers en verbeten vechters een vrolijke noot laten horen. Wat niemand in zijn hoofd haalde, deed hij. Daar ging hij, de achterbuurten van de Jordaan in om er bijbellezingen te houden. Wormser werd nogal heen en weer getrokken in zijn gevoelens over De Liefde. Wormser vond dat De Liefde te veel buiten de kerk om deed. Dit was wel een beetje inconsequent van Wormser, omdat hij zelf een gezelschap had gehad, ook buiten de kerk. De Liefde’s Vereeniging tot Heil des Volks en zijn Vrije Evangelische kerk zijn tot op deze dag springlevend. De Liefde bleef dopers en wilde de kinderdoop hoogstens erkennen als een kerkelijke instelling.

Conflict met Chantepie de la Saussaye
Toen Chantepie de la Saussaye sprak op een vergadering van de Christelijke Vrienden, protesteerde De Liefde tegen diens al te voorzichtige christendom. Hij nam zo scherp stelling tegen Saussaye dat hij zich beledigd voelde en het hoog speelde: ik weg of hij! Met een oorverdovend voetgetrappel gaf de vergadering te kennen dat De Liefde kon vertrekken. Groen, als altijd beheerst in zijn spreken, op een rustige toon en met een gezicht, waarop geen emotie was af te lezen, keurde de toon van De Liefde af. Hij trok zijn conclusie en ging… Wormser had niet meegetrappeld. Hij had echter geen moed om te protesteren tegen dit onwaardige gedrag. Da Costa heeft nog een lijmpoging ondernomen, maar het mocht niet meer baten. Hoewel de persoonlijke relaties goed bleven, was het lot van de Christelijke Vrienden bezegeld: het viel uiteen, temeer omdat Heldring al ‘Ernst en Vrede’ had opgericht, een hervormde vereniging.

Wat De Liefde verder deed en vrouwen
De Liefde trok in zijn zondagse diensten ook uit de deftigste standen veel gehoor; hij was heel populair en tegelijk begaafd als dichter. Zijn werk werd dus gezegend, ook al was het buiten de officiële kerk. Hij sprak ook tot de jeugd. In de grote kerken hielden de predikanten meestal geen rekening met de kinderscharen onder hun gehoor. Verzen van hem: ‘Er gaat door alle landen, een trouwe Kindervriend’ en ‘Klokje klinkt, vogel zingt, iedereen op zijne wijs’. Zijn maandblad Volksmagazijn voor Burger en Boer kreeg de goedkeuring van Wormser: dit blad schreef De Liefde vol met allerlei verhalen en liedjes, die moesten dienen om de lagere standen wat meer beschaving bij te brengen. Vrouwen hebben een onvergetelijke rol gespeeld in de christelijke filantropie. Ze mochten echter niet aanwezig zijn bij de vergaderingen, hoewel Brummelkamp, Heldring en Wormser er een lans voor braken. Betsy Groen, Hanna da Costa, Ida Pierson en Janke Wormser waren ‘moeders in Israël’.

Van alles en nog wat
Lievelingspsalm, pleziertrein, kantoor
Wormsers lievelingspsalm was Psalm 93. Wormser wond zich op over de ‘pleziertreinen’ op zondag. Wormser had zijn kantoor onder zijn huis, hij had een bloeiende zaak als deurwaarder bij de Arrondissementsrechtbank. Wormser probeerde het aantal vergaderingen en verplichtingen buitenshuis zoveel mogelijk te beperken; hij had zoveel voorbeelden gezien dat zulke ijver ten koste ging van de huiselijke vrede en regelmaat. Bouwen aan kerk en school, dat was voor Wormser een levensdrang.

Positie, artikelen, tolk van Groen van Prinsterer, dubbeltjespreken
Het was pijnlijk dat Wormsers maatschappelijke positie te gering was om de nodige invloed uit te oefenen en zijn afgescheiden vrienden in de goede, gereformeerde richting te houden. Wormser schreef veel artikelen in het dagblad ‘De Nederlander’. In die tijd kon de gewone man weinig bereiken. Groen was niet zo handig in de omgang met eenvoudige mensen en hij schreef te moeilijk, te deftig. Daarom wilde Wormser zijn tolk en propagandist zijn. Wormser wilde namelijk dat de mensen goede boeken zouden lezen. Want de ‘dubbeltjes-preken’, die als een stroom op de gewone man opkwam, waardoor men alsmaar hetzelfde las en niet voorruit kwam, vond Wormser niet goed.

Ootmoed, tegen vragenboekjes
Wormser hanteerde een keer onterecht de lat bij één van zijn kinderen; het maakte indruk dat hij zijn ongelijk inzag en zijn zoon om vergeving vroeg voor het onrecht. Wormser hield niet zo van al die eenvoudige vragenboekjes voor de jeugd en hij geloofde niet in de zogenaamde bevattelijkheid, waarbij eerst eenvoudige en later moeilijker stof werd gebruikt. Het geloofsgoed voor kinderen versimpelen was voor hem een pedagogische fout van de eerste orde. Flauwe aftreksels, vond hij, want de waarheid is niet kinderachtig.

Armenbibliotheek, onderwijs
Wormser vond een ‘armenbibliotheek’ heel belangrijk; daardoor ontstond er in de kring van eenvoudige gelovigen een zuivere en grondige kennis van de waarheid. Wormser was een warm pleitbezorger van het lager onderwijs. Wormser had een gloeiende hekel aan de slappe, onprincipiële houding van Van der Brugghen. Iedereen was verontwaardigd over zijn nieuwe schoolwet die zo slap en vrijblijvend was. Groen trad hierop af als kamerlid. In april 1861 werd de Vereeniging voor Christelijk Nationaal Schoolonderwijs (CNS) opgericht. Groen en Wormser behoorden tot de juridische richting, Van der Brugghen, Heldring en Da Costa waren meer van de medische richting.

Theologieopleiding
Wormser heeft zich altijd sterk gemaakt voor een goede theologische opleiding voor predikanten. De dienst werd bij de afgescheidenen volgens hem uitgemaakt door ‘een dagelijks groter wordende zwerm ruw-orthodoxe predikers, die grote scharen volk trekken, maar alles behalve goed gereformeerd zijn’. Er waren plannen voor een Christelijk Gereformeerd Seminarie, maar op het allerlaatste moment ging dit tot teleurstelling van Wormser niet door. Deze activiteiten waren trouwens voor de hervormde gemeente aanleiding om een rechtzinnige predikant te beroepen: ds. Hasebroek! Groen twijfelde overigens aan de haalbaarheid van dit plan; hij kreeg gelijk. Een conflict tussen de toekomstige docenten Da Costa en Brummelkamp was het einde van dit mooie plan. Wormser voelde zich verslagen. In plaats van hun seminarie kwam in het al aangekochte gebouw het opleidingscentrum voor evangelisten en zendelingen van de Vrije Schotse Kerk. Hier heeft Da Costa negen jaar lang zijn krachten aan gegeven.

Over Scholte, Van Velzen en Brummelkamp, Ernst en Vrede
In 1854 verzoenden Brummelkamp en Van Velzen zich met elkaar en werden beiden benoemd tot docenten aan de Theologische School te Kampen. Wormser klaagt over de onbesuisdheid van Scholte, de bekrompenheid van Van Velzen en het weifelen van Brummelkamp. De mannen van ‘Ernst en Vrede’ vonden vrede en rust zo belangrijk, dat ze de strijd steeds probeerden te ontwijken en daardoor leek het alsof ze het met de waarheid niet zo nauw namen. Wormser verontschuldigde zich eens ‘dat de pen bestuurd werd door een hoofd en een hand, gewoon aan het dagelijks ontwerpen en behandelen van dagvaardingen en dwangbevelen, waardoor mijn schrijven veelal meerdere hardheid erlangt, dan mij aangenaam is’.

De emigratie naar Amerika
Begin
In 1845 begon Scholte te werken aan zijn idee om naar Amerika te gaan. Ook Wormser raakte hiervoor geïnteresseerd. Hij maakte een ontwerp-reglement hiervoor. De onrustig geworden afgescheidenen voorzagen de ondergang van ons land, waar godsdienstvrijheid geen vanzelfsprekend recht meer was. Vooral Scholte was somber over Nederland. Bovendien heerste er armoede, honger en ziekten. Ook voorzagen velen oproer; dat gebeurde dan ook twee jaar later met de revolutiegeest in Europa. Ds. A.C. van Raalte vertrok als één van de eersten, in 1846 en schreef een enthousiaste brief naar Nederland. Het gezin Budde, trouwe vrienden van de Wormsers, ging ook weg. Dit was een pijnlijk verlies. In het revolutiejaar 1848 was iedereen bang dat de Fransen ons land opnieuw zouden bezetten. Dit stimuleerde de emigratie naar Amerika.

De Wormsers gingen niet
Wat een overgang: van de stad naar het nieuwe land. Men maakte in Nederland de voorstelling dat het een soort paradijs was waar ze op blote voeten en in rafelige kleren zich vermaakten. Bij de Wormsers begonnen ze met Engelse lessen. Maar mevrouw Wormser was zwanger en daarom was er nog geen sprake van emigratie. Ze voelden zich als een eenzame mus op het dak, want vele vrienden vertrokken, ook van hun gezelschap. Toen er echt serieus sprake was om te gaan, kwamen de eerste brieven binnen van de familie: deze sloeg hen de schrik om het hart. Het bleek namelijk een zware overtocht te zijn geweest waar twee kinderen overleden. De brieven werden steeds somberder over de Amerikaanse toestanden. Deze familieleden kwamen weer terug naar Nederland!

Pella
De naam Pella klonk heel opwekkend en meer romantisch in de oren dan het Holland van ds. Van Raalte. Maar het bleek toch niet zo mooi te zijn: er stonden in het begin slechts vier huizen, waarvan één van Scholte, en verder woonde iedereen in blokhutten en zelfs plaggehutten. Iemand klaagde zelfs over ‘Kwella’ en de ‘ijzeren’ Scholte die hij een ‘grote schelm’ vond. Ds. Scholte had zich nauwelijks gevestigd in zijn nieuwe land, of hij stond al onder censuur van zijn kerkenraad. Hij nam openbare ambten aan, zoals notaris en advocaat, en wilde geen dominee meer zijn, alleen ouderling met preekbevoegdheid. Iemand zei zelfs: ‘Waar Scholte kwam, was de gemeente in de war’. Bij de Wormsers was ‘Amerika’ het gesprek van de dag: er ging geen dag voorbij zonder dat er daarover gesproken werd. Wormser sloot bij elke brief die hij naar Amerika stuurde de nodige boeken, prekenbundels en eigen brochures in.

Amerikaanse Burgeroorlog
In 1861 brak de vreselijke burgeroorlog uit in Amerika. De Wormsers volgden het treurige oorlogsnieuws in de kranten en hoopten dat de vrienden er geen last van zouden ondervinden. In 1865 ging er een schok door de wereld: president Lincoln was vermoord. Budde maakte zich zorgen over het zielenheil van de president: dat het nu juist in een schouwburg was gebeurd! Het rouwbeklag in hun dorp was naar hun zeggen indrukwekkend. Wormser had jaren daarvoor trouwens een lovende kritiek geschreven in ‘De Nederlander’ over het boek De negerhut van oom Tom. De Wormsers zetten zich in voor de afschaffing van de slavernij. Budde zei op zijn sterfbed in het verre Amerika: ‘het strenge sectarisme moet wegvallen en we moeten terugkomen tot het eenvoudige gemeenzame tezamen leven als Gods kinderen, gedrongen door de liefde van Christus tot wederliefde.’

Wormsers levensavond
Wormser leed aan een vorm van reumatiek, wat vroeger podagra heette; het is een soort jicht. Hij kreeg steeds terugkerende aanvallen van reumatiek. Hij vond zelf dat hij met zijn gesloopte lichaam ‘tot de afgaande mannen in Israël’ was gaan behoren (1 Sam. 17:12). Hij moest langzamerhand uit het actieve leven terugtreden, om plaats te maken voor anderen. Wormser heeft een lang sterfbed gehad. Tweemaal is Groen van Prinsterer bij zijn sterfbed geweest. Toen Wormser zijn dood zag aankomen, riep hij zijn kinderen bij zich en zegende hen. Op zaterdag 1 november 1862 tegen kwart over zeven stierf hij. Aan een lange lijdensweg was een einde gekomen. Hij werd slechts 55 jaar oud. De begrafenis was naar eigen wens heel sober. Hij wilde volstrekt niet in de kerk begraven worden, ‘want Gods huis is geen knekelhuis en het is onvoegzaam in het bedehuis te brengen wat men in zijn eigen huis niet houden kan.’ De plek waar Wormser begraven werd, het Anthoniskerkhof, is allang opgeruimd; nu ligt op die plaats het Hortusplantsoen.

Grote veranderingen
Artikelen
Mevrouw Wormser bleef achter: ‘Mag ik niet treuren als ik verdriet voel? En als je zo’n grote schat verliest, is je verdriet nog groter.’ Groen schreef in De Heraut een voortreffelijke artikel over Wormser, geen persoonsverheerlijking, maar echte waardering voor de gaven die God hem verleend had. Groen gaf Wormsers artikelen over De onkerkelijke richting uit en hij voorzag de herdruk van De Kinderdoop (Wormsers beste werk) met een voorwoord. Als iemand de geschriften van Wormser had begrepen, dan was Groen het. Brummelkamp schreef vanuit Kampen een vriendelijke bespreking van De Kinderdoop, wat hem op boze reacties uit eigen kring kwam te staan. Mevrouw Wormser stierf op 23 februari 1872, op 62-jarige leeftijd.

Evangelische Alliantie, moderne nederlaag
In 1867 was er een bijeenkomst van de Evangelische Alliantie in Amsterdam, met sprekers als Heldring en Brummelkamp. Wat een verschil met vroeger! Toen werden de rechtzinnigen vervolgd, nu kwamen ze met honderden samen! In de NHK traden ook grote veranderingen op. Kerkenraden zorgden nu niet meer voor hun eigen aanvulling; de synode had in 1867 bepaald dat de belijdende mansleden mede de ambtsdragers mochten kiezen. Er werden in de grote plaatsen kiescolleges ingesteld. Daardoor kregen de rechtzinnigen de overhand in Amsterdam. Modernen werden niet meer benoemd. J.A. Wormser Jr. werd diaken. Abraham Kuyper werd beroepen. Hij zei ‘de voetstappen te drukken van de grote Wormser, de uitnemende volksleider en auteur’. De oudste dochter van Wormser, Jansje, bleef hervormd, maar Johan Adam Jr. ging in 1886 met de Doleantie mee.

Gepubliceerd in februari 2006