After Secularization?

n.a.v. Philip S. Gorski en Ates Altinordu, ‘After Secularization?’, in: Annual Review of Sociology 34 (2008)

De studie naar secularisatie zit in een nieuwe fase. Steeds meer zien we dat het om complexe materie gaat, die een eendimensionale blik te boven gaat. Waar liggen de problemen? Veertig jaar geleden schreef Anthony F. Wallace: ‘Belief in supernatural powers is doomed to die out, all over the world’. Dit was toen al zwaar overdreven, en blijkt het nu helemaal te zijn. Waar we wel mee kunnen instemmen is het argument dat moderniteit toch wel op een of andere manier de maatschappelijke betekenis van religie ondermijnt.

Stark ging in de aanval vanaf midden jaren tachtig. Hij verwierp de secularisatietheorie. Maar om welke theorie ging het dan? Want er zijn er meerdere. Mede door Stark en de zijnen heeft de sociologische studie naar religie weer een impuls gekregen. En het debat over de secularisatiethese kwam goed op gang. Het was niet zomaar dat juist in deze tijd de secularisatiethese betwijfeld werd: de opkomst van de Moral Majority in Amerika, de Iraanse Revolutie, de ineenstorting van het communisme als seculiere religie, de snelle verspreiding van de pinkstergemeenten op het Zuidelijke Halfrond, enzovoorts. Stark poneerde dat secularisatie nooit had plaatsgevonden en pleitte ervoor deze term te verwijderen uit het sociologische lexicon.

Peter Berger, één van de architecten van de secularisatietheorie, zag ook wel in dat behalve op de campussen van Amerikaanse universiteiten en in West-Europa religie helemaal niet achteruitging. Daarom kwam hij met een nieuwe vraagstelling: de vraag was niet meer waarom religie niet was verdwenen in de meeste delen van de wereld, maar waarom het was vervallen in bovengenoemde milieus.

Maar ook in West-Europa werd religie herontdekt: de Duitse filosoof Jürgen Habermas, lang een icoon van seculier nationalisme, deed de uitspraak dat de wereld een ‘postsecular age’ was binnengegaan. Het zou een eeuw worden waarin religieuze en seculiere wereldvisies naast elkaar bestaan en in dialoog gaan met elkaar.

Vooral als gevolg van het presidentschap van George W. Bush en zijn oorlogen werden verscheidene natuurwetenschappers fanatiek in het opstellen van seculiere manifestaties waarin ze ongeloof verdedigden en religie aanvielen (Dawkins bijvoorbeeld). Zij beargumenteerden dat secularisatie bleef staan als bruikbaar concept, én werkelijk proces.

Eens overheersend, liberale seculiere filosofieën en sociologische theorieën over secularisatie worden tegenwoordig heftig verworpen door velen buiten het Westen. Maar ook in Noord-Amerika zijn ze in het defensief gedrongen en zelfs in West-Europa liggen ze onder vuur.

Er is geen eenduidige en door iedereen geaccepteerde definitie van secularisatie. Er zijn ook meerdere niveaus.
De aanbodzijde of het religieus-economisch model: secularisatie wordt gedefinieerd als verval in individueel geloof en praktijk. Sommigen beweren dat Europa niet echt geseculariseerd is. Als de graad van religieuze consumptie laag is, betekent dit nog niet dat de religieuze vraag verminderd is, maar het religieuze aanbod komt tekort. Dit komt in Europa door haar religieuze markten, die een hoge mate van staatsregulatie en zelfs religieuze monopolies hebben; dit leidt tot prullerige en slechte aanbod van religieuze producten.
– Secularisatie als multidimensionaal en variabel proces: Stark misverstaat en oversimplificeert de centrale claims van de secularisatietheorie. Chaves zegt dat secularisatie het best gedijt als de religieuze autoriteiten vervallen. Hij legt dus de nadruk op de macht van kerkelijke elites en instituties.
– Anderen geven meer aandacht aan de culturele en symbolische structuren als het om secularisatie gaat. Gauchet sprak over de ‘Axial Age’. Hij ziet secularisatie als een verlies van deze constitutionele of wereldvormende macht, een proces dat begon met de Verlichting. Voor Gauchet is de notie van individuele religiositeit een onmogelijkheid; religie is religie in zover het succes heeft in de structuren van het hele maatschappelijke leven.
– Dobbelaere wil onderscheiden tussen macro, meso en micro analyseniveaus. Casanova fundeert de secularisatietheorie op drie hypothesen: differentiatie, privatisering en verval.
– Bruce ziet een sterke link tussen modernisatie en secularisatie (maar hij herkent ook de historische en transnationale verscheidenheid van deze beide processen). Religie wordt ondermijnd door de toename van individualisme, pluralisme, egalitarisme en rationalisme in de moderne wereld. Religie overleeft alleen als het werk vindt om te doen anders dan de mens en het hogere verbinden.

De term ‘secularisatie’ heeft een lange geschiedenis. Het komt van het latijnse woord saeculum, wat tijdperk of eeuw betekent. Augustinus zag het ook als zodanig. In de Middeleeuwen werd het woord gebruikt wanneer een monnik zijn kloosterorde vaarwel zei en weer terugkeerde naar de wereld. De Reformatie gaf twee politieke betekenissen aan secularisatie: onrechtvaardige onteigening en illegale overweldiging van kerkelijke goederen (negatief) en toename van rationalisatie en efficiëntie. De vierde en tot dusver laatste betekenis is die van bevrijding van maatschappelijke instituties van klerikale of kerkelijke invloed en controle.

Is secularisatie een gevolg of een effect, een oorzaak of een proces? Dat is in verschillende omstandigheden anders.

Sommige wetenschappers komen tot de conclusie dat de secularisatietheorie niets anders dan een mythe of ideologie is. Maar door zo te denken overdrijf je nogal.

Er is een gevaar dat de secularisatietheorie een instrument voor seculiere politici wordt waarin religie wordt gerelateerd aan traditie, bijgeloof en bovennatuurlijke dingen terwijl seculariteit wordt gerelateerd aan moderniteit, rationaliteit en wetenschap. Als het zo opgevat wordt komt het tot een doorslaand vonnis over de toekomst van religie.

Er is ook nog een pastoraal perspectief. Hiermee bedoelen we dat religie noodzakelijkerwijs kerkelijke religie is. Wij moeten echter de mogelijkheid beseffen dat religie en religiositeit misschien een verandering met de tijd meemaken en dat het als een cyclus later weer even hard terugkomt. Voor ons moeten pastorale definities van religie een analyseobject zijn, niet een analysecategorie, een stukje van de data, niet de basis voor dataverzameling.

Discussies gaan vaak over de werkelijkheid van secularisatie en de toekomst van religie. Drie dingen moeten we zeggen: (1) de cijfers van christelijke naleving en geloof is in West-Europa veel lager dan het ooit geweest is, (2) de cijfers van verval variëren van land tot land, en (3) kerkelijke organisaties en elites in het Westen voeren minder sociale functies uit dan gebruikelijk was.

Er zijn drie basisbronnen om ontwikkelingen bij te houden: onderzoek door sociologen, officiële statistieken en informatie van kerkelijke ambtsdragers. Ook al kan er veel data zijn, het interpreteren ervan is vaak moeilijk. Er is altijd een gat tussen passief geloof en actief lidmaatschap. ‘Believing without belonging’: geloven zonder ergens bij te horen, is groeiende.

In Brierley’s visie is de secularisatie van Groot-Brittannië niet een gradueel proces, begonnen in de 19e eeuw, maar een revolutionair proces, begonnen met de tegenculturele experimenten van de jaren 1960.

Als je secularisatie echt goed wilt onderzoeken, moet je de verschillende wereldreligies met elkaar gaan vergelijken. Maar zulke studies zijn zeldzaam. Het is wel actueel: conflicten over de religieuze claims van islamitische immigranten in Europese landen krijgt veel aandacht in recente studies over burgerschap en integratie van immigranten. Veel Europese publicisten poneren de islam als een fundamentalistische religie die onverenigbaar is met seculariteit, moderniteit en democratie. Men ziet het te vaak als slechts culturele verschillen, terwijl men de specifieke implicaties van deze botsingen voor het secularisme niet door heeft. In elk (seculier) land is de integratie van moslims weer anders gegaan. Er zijn dus significante verschillen tussen de landen wat betreft structuren en verstandhouding van seculariteit in Europa: Frankrijk met zijn laïcité, Duitsland met zijn nauwe coöperatie van kerk en staat, evenals Engeland, en Nederland met zijn sterk multiculturele politiek en het zuilmodel. Ook in het omgaan met religieuze scholen is er veel verschil tussen seculiere westerse landen.

Ook binnen de islam kunnen we verschillende groepen onderscheiden. Zo zien piëtistische bewegingen als belangrijkste doel de impact van de islamitische godsdienst in het gedrag van elke dag van de moslim te vergroten (re-Islamization from below), terwijl politieke bewegingen de islam als een islamitische ideologie zien en de controle over staatsmacht zoeken (re-Islamization from above).

Dat secularisme het antwoord is op de vraag naar een vreedzaam naast elkaar bestaan van religies is wordt betwist. Leerzaam is in ieder geval hoe het bijvoorbeeld in Amerika is. Wetenschappers van kerk en politiek daar stemmen daarin overeen dat pluralisme, secularisme en democratie hand in hand gaan. Sektarisme, opwekkingsbewegingen en immigratie heeft van de Verenigde Staten de meest religieus diverse staat van het Westen gemaakt. Religieuze verscheidenheid ondermijnde de macht van gevestigde kerken en leidde tot een grotere tolerantie van religieuze minderheden en tot een uitzonderlijk hoge mate van religieuze vrijheid. Ook in India gold sinds haar onafhankelijkheid een secularisme, in tegenstelling tot Pakistan, die meteen tot een islamitische staat werd uitgeroepen. Wel wordt het bekritiseerd door Indische intellectuelen, die betogen dat secularisme, als product van de Reformatie, niet past in Zuid-Azië. Ook is men bang dat secularisme fundamentalisme versterkt.

Stark wil het secularisatiedogma naar de prullenbak verwijzen na drie eeuwen mislukte voorspellingen en misinterpretaties van verleden en heden. Het is een falende theorie gebleken, volgens hem. Wij verwerpen Starks verkeerde aanbeveling, hoewel we zijn frustraties begrijpen.

Zijn we dan een postseculiere eeuw binnengegaan, zoals Habermas en anderen suggereren? Buiten West-Europa floreert de georganiseerde religie en neemt zelfs toe. De oude politieke religies (nationalisme, fascisme, communisme) faalden, en transcendente religie is een belangrijkste splijtzwam in binnen- en buitenland geworden. De pro-Verlichtingspartij is dramatisch achteruitgegaan, en niet alleen in het Westen.

Gepubliceerd in juni 2009

Advertenties