Amish

n.a.v. Ton Vingerhoets, Amish (serie Wij Willen Weten), Arnhem 2003

Inleiding
Nederigheid, eenvoud en hard werken. Gehoorzaamheid, gemeenschapszin en jezelf wegcijferen: kernbegrippen bij de Amish. De vrouwen hebben een luifelhoedje op, dat hun gezichten van opzij bekeken helemaal verbergt, ze doen niet mee in het leger of aan verkiezingen, ze spreken een Duits dialect en noemen alle niet-Amish the English. In 22 staten van de Verenigde Staten zijn ze te vinden en ook in de staat Ontario in Canada. De oudste groep woont in Lancaster County en omgeving. Er zijn veel verschillende stromingen binnen de Amish-gemeenschap. De Amish bemoeien zich niet met de buitenwereld. Volgens hen bestaan er geen ware gelovigen dan zijzelf. Ze hebben een heel simpel geloof. De Bijbel is hun richtsnoer en daarnaast is er de Ordnung (ongeschreven regels). Elk moment van de dag en de nacht is de Bijbel hun handboek voor het leven van alledag. De Amish worden ook wel Pennsylvania Dutch of Sauerkraut Yankees genoemd.


Geschiedenis
Menno Simons
Waar liggen de wortels van de Amish? Het waren de wederdopers in de tijd van de Reformatie, die vonden dat de kerk buiten de samenleving moest blijven en alleen plaats moest bieden aan ware gelovigen. Menno Simons, een Friese wederdoper, was een voorman van hen, daarom werden veel wederdopers mennonieten genoemd. In Nederland vormden de wederdopers een echte volksbeweging, terwijl in andere landen er alleen maar kleine gemeenschappen bestonden. De beweging begon in Zwitserland.

Jacob Hutter
De wederdopers dwongen veel respect af, maar kregen toch veel ellende over zich heen. Telkens werden hun leefgemeenschappen met de grond gelijkgemaakt en werden wederdopers vermoord. Steeds weer moesten ze op de vlucht slaan, op zoek naar afgelegen gebieden waar ze met rust zouden worden gelaten. Zo vluchtten de wederdopers heel Europa door, tot ze uiteindelijk in Oost-Europa uitkwamen. Twee groepen wederdopers ontmoetten elkaar aan de Oostzee en sloten zich bij elkaar aan en emigreerden naar Amerika. De leider van deze groep was Jacob Hutter. Omdat de Hutterieten weigeren in militaire dienst gaan (pacifisme) kregen ze het zwaar te verduren in Amerika tijdens de Eerste Wereldoorlog, zodat ze opnieuw moesten vluchten. Ditmaal kwamen ze in Canada terecht.

Jacob Ammann
Andere wederdopers uit Zwitserland trokken naar Duitsland. Omdat de wederdopers streng in de geloofsleer waren, is het niet verwonderlijk dat er verschillen van mening ontstonden. Dit gebeurde ook bij de mennonieten in Duitsland. Aanleiding was het optreden van de Zwitserse bisschop Jacob Ammann. Hij was voorman in de Elzas. Hij wilde dat er in plaats van eenmaal, tweemaal per jaar het Heilig Avondmaal zou worden bediend (sacramenten waren niet zo populair bij de wederdopers), ook wilde hij dat gemeenteleden die een zonde hadden begaan aan de Meidung moesten worden onderworpen. Dat betekende dat zo iemand radicaal werd buitengesloten en geen contact meer mocht hebben met de groep. Ook verbood Ammann het bijknippen van de baard en wilde hij niet dat kleding werd voorzien van moderne knopen (de ouderwetse haken en ogen waren goed genoeg).


Häftler en Knöpfler
Omdat men in Zwitserland ruimer van opvatting was dan Ammann, en hij geen duimbreed wilde toegeven, scheidde hij zich af. Van de 69 voorgangers kozen er 27 voor Ammann. De Amish van tegenwoordig zijn de afstammelingen van de aanhangers van Jacob Ammann; hun naam getuigt ervan. De Ammann-mennonieten kregen het zwaar te verduren in de Elzas. Ze werden Häftler (haften = hechten, blijven zitten) genoemd, omdat ze hun kleding met haken en ogen sloten, in tegenstelling tot de andere mennonieten, de knopendragers of Knöpfler (Knopf = knoop).

Vrijheid in het tolerante Nederland
De Zwitserse regering wilde de wederdopers graag uit de Elzas weg hebben en probeerde dat door ze met schepen over de Rijn naar Nederland te sturen om vandaaruit naar Amerika te gaan. Echter, daar zat de Nederlandse Republiek niet op te wachten. De Nederlanders boden echter wel aan om de wederdopers in staat te stellen zich te vestigen in Nederland om in alle vrijheid een woonplaats te zoeken. Zo zijn er enkele gemeenten in Nederland gesticht. In de loop van de tijd gingen die gemeenten op in de Doopsgezinde Kerk.

Naar Amerika
Een moeilijk punt voor de Amish was dat ze in een gebied woonden waar voortdurend kleinere en grotere oorlogen woedden. Behalve het feit dat ze pacifisten waren, bedreigden die oorlogen natuurlijk ook hun bestaan. Zo vertrokken er in die tijd 500 Amish vanuit de Duitse gebieden naar de staat Pennsylvania in Amerika, waar ze in het district Lancaster een veilig huis vonden. Al de groeperingen bij elkaar worden door de Amerikanen Pennsylvania Dutch genoemd, wat eigenlijk fout is, want Dutch betekend Nederlands; het is een Engelse verbastering van Deutsch. De Amish op hun beurt noemden alle niet-Amish the English, wat natuurlijk ook niet klopt. In de 19e eeuw emigreerden opnieuw duizenden Amish naar Amerika en Canada. Hun gemeenschappen beschouwden ze als Gods ware kerk op aarde.


Kerkelijk leven
Kerkdistrict
Het kerkdistrict van de Amish bestaat uit zo’n 90 personen, doorgaans niet meer, omdat ze immers geen moderne vervoersmiddelen hebben waarmee ze naar de kerk kunnen. Vrouwen hebben geen kerkelijke ambt, maar wel stemrecht. De ambtsdragers hebben geen theologische scholing, maar worden door het lot aangewezen. Als er een nieuwe voorganger nodig is, lopen de leden van de geloofsgemeenschap langs een open raam, waarachter de ambtsdragers zitten. Men fluistert dan de naam van wie zij het beste vinden voor dit ambt. Uit de namen die genoemd zijn wordt er één door het lot aangewezen. Deze methode geeft overigens wel problemen, omdat velen dezelfde naam hebben. De naam Stoltzfus is bijvoorbeeld een erg veel voorkomende naam, evenals Miller, Beiler, Reihl en Fischer. Zo is het wel eens gebeurt dat op een Amish-school alle leerlingen en ook de juf Stoltzfus heetten en toch geen familie van elkaar waren.

Geen kerkgebouw
Behang of gordijnen hebbend de Amish niet. Ook kerkgebouwen zul je tevergeefs aantreffen. Dit laatste gronden ze op wat er in de Bijbel staat dat God in een huis woont ‘niet met handen gemaakt’. Voortgezet onderwijs verwerpen ze ook. Eenmaal per twee weken houden ze een kerkdienst in een huis van een gemeentelid. De kerkdiensten beginnen 9 uur ’s ochtends. De gelovigen zitten op ruwe houten banken zonder rugleuning, getrouwden vooraan, daarna de ongetrouwde mannen en vervolgens de ongetrouwde vrouwen (zo kunnen jongens niet naar meisjes kijken!).

De kerkdienst
Muziekinstrumenten zijn verboden. De Psalmen worden gezongen in het Deitch, een soort oud-Duits (dat weer verschilt van het Duitse dialect dat ze onderling spreken!). Eerst vindt er een korte preek plaats, daarna de lange preek (beide in het Deitch). De predikanten en de bisschop moeten uit het hoofd preken. Een kerkdienst duurt gauw drie uur. De diaken heeft als taak uit de Bijbel voor te lezen. De bisschop sluit huwelijken en leidt begrafenissen. Na de kerkdienst wordt er gezamenlijk geluncht. Die lunches zijn altijd op dezelfde wijze samengesteld, zodat de vrouw des huizes haar hoofd niet hoeft te breken over wat ze moet klaarmaken.


Alledaagse leven
Soberheid, hard werken, lezen uit martelarenboek
De Amish wonen vaak in een ruime boerderij, dat aan een landelijk laantje ligt, in of bij een van de dorpjes. De soberheid vind je overal terug: de vloer is doorgaans kaal, er hangt meestal niets aan de muren. Het huis wordt verwarmd door één grote kachel, die in de keuken staat. Omdat de Amish vroeg opstaan, al bij het aanbreken van de dag aan het werk gaan en ’s avonds vroeg naar bed gaan, hebben ze weinig tijd om in een koude kamer te zitten; de voorkamer is dan ook alleen maar voor speciale gelegenheden bedoeld en wordt zelden gebruikt. ’s Avonds wordt er gezamenlijk gelezen, uit de Bijbel of de Martyrs Mirror. Ook wordt de weekkrant The Budget gelezen.

Geen tehuizen voor de ouden van dagen
De keuken is vaak het grootste vertrek van het huis en het middelpunt van het gezinsleven van de Amish. Daar worden uitgebreide maaltijden klaargemaakt, komt het gezin bij elkaar, ouders, kinderen en grootouders. Verpleeg- of verzorgingshuizen kennen ze niet. De moeder naait, bakt, haakt kleden of bakt. Ze bakt veel pasteien, omdat bij elke maaltijd zo’n pastei wordt opgediend. De bovenverdieping van het huis kan, door de deuren open te zetten, tot één grote ruimte worden omgetoverd. Dat is bedoeld voor de kerkdiensten die beurtelings in elk Amish-huis worden gehouden.


Quilting
De man is het hoofd van het gezin. De vrouw heeft een dagtaak aan de verzorging van haar gezin. Vaak zijn het grote gezinnen (gemiddeld 7 kinderen). Er blijft dus weinig vrije tijd over. De oudere kinderen helpen al jong mee om de moeder te verlichten. Waar de vrouwen zich bij ontspannen is quilting (boven). Een quilt is een prachtig gemaakt lappendeken, met warme kleuren, vaak uit oude stoffen samengesteld, en met abstracte patronen (de Amish mogen geen realistische beelden gebruiken). Vroeger werd met opzet in elke quilt een heel klein foutje aangebracht, met als achtergrond de gedachte dat alleen God geen fouten maakt. Tijdens een quilting worden alle weetjes uitgewisseld; het is kortom een gezellig samenzijn tussen vrouwen.

Barn raising
De hele gemeenschap komt in actie bij de barn raising. Dit is een typisch voorbeeld van het christendom op de dingen van alledag toepassen. Bij het aanbreken van de dag arriveren de buggies bij de boerderij waar een schuur moet worden gebouwd. Honderden mannen tegelijk werken hieraan. Vaak is al vóór de middag het geraamte en de wandbekleding klaar. Tijdens de middag wordt dan het dak erop gezet en aan het inde van de dag staat de enorme schuur er. Natuurlijk is er veel voorbereiding aan vooraf gegaan, maar de schuur wordt in één dag opgetrokken. De Amish zijn trots op hun barn raisings en het is een uitje voor ze. De vrouwen maken gedurende de ochtend een uitgebreide maaltijd klaar. De mannen en vrouwen doen alles gratis en hun beloning bestaat uit een lekkere maaltijd en goede onderlinge contacten. Het is een feestelijk gebeuren.


Veilingen en begrafenissen
Twee andere gebeurtenissen die van belang zijn, zijn de veilingen en de begrafenissen. Een openbare verkoping is een uitje, een sociale bezigheid, of je wat koopt of niet. Bij begrafenissen zie je lange rijen door het landschap trekken, want iedereen komt de laatste eer aan de dode bewijzen. Op de begrafenis (onder een begraafplaats) zijn geen bloemen en geen versierde grafstenen. Het is allemaal sober, met een ruwhouten kist zonder voering. Wel is er een begrafenismaal na de begrafenis, dat door buren en vrienden wordt klaargemaakt.

Geen moderne gemakken
In 1919 is besloten dat elektriciteit niet in het belang van de Amish was, en werd het gezien als iets dat de Amish met de wereld verbond. Daarom werd het verboden. Gemakken konden leiden tot verleidingen en afbrokkeling van het kerkelijke en gezinsleven. De Amish zijn niet tegen moderne gemakken, alleen keizen ze ervoor om een sober en ingetogen leven te leiden en daar passen elektrische apparaten niet in.

Overige
– Dieren zijn erg belangrijk voor ze, omdat die hun buggies trekken en landbouwvoertuigen voortbewegen. Ze zijn meesters in het hanteren van de dieren.
– Er zijn zo hier en daar elektrische koeltanks voor melk.
– Ze hebben soms koelkasten die op gasflessen werken (een gasleiding mag niet).
– Ook zie je veel windmolens om energie mee op te wekken of een waterrad. Dit zijn ingenieuze bouwsels die door stromend water worden aangedreven en bijvoorbeeld een pomp kunnen aandrijven.
– Er zijn modernere stromingen onder de Amish waar de tandarts in zijn kelder een dieselmotor heeft staan, die zijn tandartsenboor aandrijft.
– In Minnesota zijn er speciale rijstroken voor buggies.


Gebruiken
Mannenkleding
De Amish gebruiken de overlevering Das alt Gebrauch, of de Ordnung. Regels zijn meestal niet opgeschreven, ze kennen die gewoon. Wat meteen opvalt aan de Amish is hun kleding. Mannen en jongens zijn in het donker gekleed. Hun broeken worden opgehouden door bretels en ze hebben vaak vesten, overhemden en eenvoudige, zwarte jasjes aan, soms zonder, soms met revers. De Old Order Amish sluiten hun kleding met haken en ogen. ’s Winters dragen ze breedgerande, zwarte hoeden, ’s zomers strohoeden. Als mannen eenmaal getrouwd zijn laten ze hun baarden staan, maar ze mogen geen snorren hebben (een snor is immers een versiering die door militairen wordt gedragen en alles wat daar naar riekt is absoluut taboe).

Vrouwenkleding en -haardracht
De vrouwen en meisjes dragen altijd een kapje, lange, donkere kousen en lange rokken. De kapjes zijn vaak wit, evenals de schorten, zeker zolang ze ongetrouwd zijn. Later wordt de kleding donker. Als ze buiten de deur komen, dragen ze allemaal donkere kleding en luifelhoedjes met een grote, vooruitstekende rand die hun gezichten gedeeltelijk verbergt. Hun haren mogen ze niet laten knippen en ze zijn allemaal hetzelfde gekapt: de scheiding in het midden, het haar bij het voorhoofd lichtjes links en recht van het gezicht weggerold en achter in een knotje opgestoken, dat onder het kapje valt. De vrouwen gebruiken geen cosmetica of sieraden.


Verkering en huwelijk
Op de zondagavonden ontmoeten de jongeren elkaar, na de kerkdienst, de lunch en eventueel het spel (zoals hoekbal). Ze zingen dan samen geestelijke liederen en praten met elkaar. Rond zijn 16e krijgt een jongen zijn eigen vrijgezellenbuggy, een open tweezits karretje. Dat is de tijd van het Rumspringa, de periode waarin de jeugd in de gelegenheid wordt gesteld om in betrekkelijke vrijheid te leven. Die buggy speelt een belangrijke rol in het ‘hofmaken’: de jongen brengt het meisje dat hij aardig vindt op zo’n zondagavond in die buggy naar huis. Er kan bij de Amish geen sprake zijn van zoenen voor het huwelijk, behalve dan in het geheim. Huwelijken worden meestal in november gesloten, omdat dan de drukke oogsttijd van de herfst voorbij is. De dinsdag en donderdag zijn de minst drukken dagen, dus dat zijn bij uitstek dagen om te trouwen. De bruiloft wordt twee weken van tevoren aangekondigd. De trouwdienst wordt bij de bruid aan huis gehouden. De preek en de ceremonie kunnen wel 4 uur in beslag nemen. Dit alles zonder bloemen, ringen of fotograaf. Ook zul je het bruidspaar niet zien kussen. Na de trouwdienst is er een gezellig feest, dat vaak door meer dan 200 mensen wordt bijgewoond.

De Meidung
De ergste straf is de Meidung of shunning. Elk contact met de gemeenschap wordt dan geweigerd. De zondaar wordt volledig uit de gemeenschap verstoten totdat hij zich bekeert. Het is een ingrijpende maatregel. Je moet je dus eerst twee keer bedenken voordat je met andersdenkenden omgaat, je dronken wordt, je naar een kerkdienst van modernere Amish gaat of, je centrale verwarming in je huis hebt laten aanleggen! De Meidung houdt in dat je geen contact meer mag hebben met je familie, niet meer samen met gelovigen mag eten, niemand nog goederen of diensten van je mag aannemen, je mag geen vrienden meer ontvangen en zelf wordt je ook nergens meer toegelaten.


De buitenwereld
Sociale voorzieningen niet nodig
Iedereen is verplicht de ander te helpen als die in moeilijkheden zit. Dit vervangt de voorzieningen die de buitenwereld biedt, die in het algemeen zijn verboden (dus ook sociale voorzieningen en verzekeren wijzen ze af). Een werkloosheidsvoorziening hoeft ook niet, want bij de Amish is niemand werkloos. Ze zijn immers boeren en er is altijd wel werk te doen. De Amish zijn over het algemeen voortreffelijke boeren. Dat waren ze al in Europa, toen ze op de slechtste gronden moesten werken. Daardoor deden ze enorm veel vakkennis op. De zorg voor de grond, de dieren en het gewas is erg belangrijk, want God is er de Eigenaar van. De opbrengst van hun arbeid is ook niet zo belangrijk. Ze willen alleen van hun arbeid kunnen leven en dat leven mag beslist niet overvloedig zijn. Rijk worden, het steeds beter krijgen, speelt niet voor de Amish.

Onderwijs
Vroeger gingen de Amish nog gewoon naar de staatsschool. Het waren vaak kleine schooltjes, waar onderwijs gegeven werd waar de ouders het nog mee eens konden zijn. Dit veranderde toen de leerplicht werd uitgebreid, de scholen groter werden en verder uit elkaar kwamen te liggen. De buitenwereld werd bedreigend. Zo begonnen ze dus eigen scholen te bouwen. Er verrezen zo kleine schooltjes met slechts één klaslokaal (onder een schoolgebouw). Ze houden zich aan het bijbelse woord: ‘De wijsheid der wereld is dwaasheid voor God’. De kinderen krijgen alleen basisonderwijs. Ze moeten de voor het dagelijkse leven noodzakelijke vaardigheden weten, zoals de kennis van de Bijbel, de leefwijze van de Amish en de kennis van het Deitch. Op de scholen wordt in het Engels lesgegeven.


Uitspraak Hooggerechtshof
Dit alles bracht ze in conflict met de overheid, die regelmatig politie op de Amish afstuurde omdat ze niet voldeden aan de leerplichtwet. Maar de Amish bleven er ijskoud onder, ze bleven vriendelijk, hun eigen gang gaan. Pas in 1972 besloot het Hooggerechtshof dat de staat de Amish niet mocht dwingen hun kinderen naar een openbare school te sturen. Allen door zichzelf te blijven en kalm de dingen te blijven weigeren die ze niet met hun overtuiging in overeenstemming kunnen brengen, bereikten ze vaak hun doel.

Het ideaal is niet altijd meer bereikbaar
Het ideaal is dus om de buitenwereld buiten te houden. Toch kan het niet altijd (meer). Ook de Amish moeten grond kopen, of naar een ziekenhuis toe. Hiervoor is geld nodig. Niet iedere Amish kan zodoende meer een eigen boerderij betalen. Dan worden ze gedwongen eerst wat geld te sparen als handwerksman of gaan ze werken in een zuivelfabriek. Het komt steeds vaker voor dat ze voor the English moeten werken, om in elk geval voor een eigen boerderij te kunnen sparen.


Toekomst?
Sterke groei
Elke twintig jaar verdubbelen de Amish zich. Met gemiddeld 7 kinderen per gezin en een percentage van 80 procent van de jongeren dat zich laat dopen lijken ze uitstekend te gedijen. Nergens zijn de familieband en het warme nest van gezin, ouders, familie, vrienden en bekenden sterker vertegenwoordigd dan bij de Amish. Ook wanneer iemand aan de Meidung is onderworpen, keren de meesten uit eigen beweging terug.

Toeristisch
Vanaf 1985 werden de Amish een ware rage. Dit kwam door een film dat toen uitkwam: The Witness. Sindsdien zijn de Amish een toeristische attractie geworden. Zo kan het gebeuren dat je een buggy ziet rijden met daar achter een stoet auto’s en bussen met allemaal fototoestellen buiten het raam. In de Amish-dorpen lopen horden toeristen om souvenirs te kopen en de bewoners aangapen. Elk jaar trekken zo’n 5 miljoen dagjesmensen er heen. Dat mag: Amish-land is immers geen reservaat. Het toerisme doet de saamhorigheid van de Amish afbrokkelen.

Prijsstijgingen en welvaartsgevaar
Er is voor de Amish steeds minder grond beschikbaar en de prijzen stijgen snel, ook al doordat steeds meer mensen uit de grote steden aan de Amerikaanse oostkust in dit landelijke gebied gaan wonen. De Amish zijn daardoor gedwongen ook de opbrengsten van hun land te verkopen en te werken bij bedrijven van the English. Één van de bisschoppen zei recentelijk: ‘Voor het eerst in 250 jaar wordt onze manier van leven verstoord. Alleen Amish met grote, winstgevende bedrijven zullen hier kunnen blijven. Na verloop van tijd zullen zij de kerk verlaten. Welvaart is vaak fataal gebleken voor het christendom.’


Landbouw niet meer voor iedereen
Van de landbouw alleen kunnen niet alle Amish meer leven. Waar vroeger nog bijna iedereen op de boerderij werkte, is dat nu nog maar minder dan de helft! Oorzaken: hoge kosten en de groei van de bevolking. Veel Amish zijn handwerksman geworden. Ze maken schitterend houten tuinmeubilair en kinderspeelgoed. Ook is er een levendige handel in quilts. Veel Amish verhuren zich; ze zijn zeer gewild als arbeidskracht, omdat ze goedkoop zijn en snel, nauwkeurig en netjes werken. In financieel opzicht gaat het dus goed met de Amish. Ze zijn steeds vaker gedwongen zich met de buitenwereld te bemoeien, zodat computer, fax en telefoon langzamerhand hun intrede doen. Jongeren komen in hun Rumpsringa in aanraking met drank, roken, drugs en autorijden. Sommige Amish hebben trouwens een auto, maar dan wel zwart gespoten, zodat de wagen er ingetogener uitziet.

Inteelt als bedreiging
In 1900 waren er 5.000 Amish, in 2000 100.000: het twintigvoudige! Velen zijn (in ieder geval in de verte) familie van elkaar. Inteelt is een probleem: als voortplanting binnen een groep van aan-elkaar-verwanten plaatsvindt, zullen lichamelijke en geestelijke afwijkingen van hun kinderen een gevolg kunnen zijn. In Lancaster County maakt de naam Stoltzfus 25 procent van de totale bevolking uit! En slechts 6 familienamen komen voor bij driekwart van de bevolking!

Frans Verhagen over de Amish
Frans Verhagen geeft een goede en treffende typering van de Amish: ‘De Amish wegen af wat ze wel en niet willen, alles met maar één doel: afscheiding van de rest van de samenleving en concentratie op wat werkelijk belangrijk is: het dienen van God. Daarmee vinden ze een balans die menig kosmopolitisch buitenstaander jaloers maakt. De Amish verwerpen vooruitgang op zich niet, maar ze waarderen hun tradities en – daarin ligt misschien wel het grootste verschil met onze samenleving – ze gaan er niet vanuit dat elke vooruitgang goed is. Amish zijn conservatief in de meest fundamentele zin: ze waarderen overgeleverde gebruiken en tradities juist omdat ze al zo lang meegaan. De Amish vormen een hechte gemeenschap, met een benijdenswaardige groepszin, volstrekte duidelijkheid en een innerlijke logica die het leven misschien niet gemakkelijk maar wel aanvaardbaar maakt. De prijs die het gemeenschapslied betaalt is totale loyaliteit en gehoorzaamheid aan de groep, strikte religieuze discipline en conformiteit zonder vragen. In ruil daarvoor krijgt de gelovige een levenslange identiteit, het gevoel bij een duidelijk te onderscheiden groep te horen, een diepe waardering van sociale wortels en een onvoorwaardelijke emotionele geborgenheid.’


Gepubliceerd in mei 2007