Billy Graham

n.a.v. Billy Graham, Just as I am. Zijn autobiografie, Apeldoorn 1997

Jeugd
‘We zongen alleen maar psalmen, tijdens de dienst op de Sabbat (we waren te streng om Zondag te zeggen).’ (30) ‘…Niet omdat het leuk werk was, maar omdat er voldoening schuilde in hard werken.’ (35) Graham’s vader was van huis uit methodist, ‘eentje van de oude stempel’. Zijn moeder kwam uit de presbyteriaanse kerk. Zijn ouders werden lid van de Associate Reformed Presbyterian Church in Charlotte; dat was een compromis tussen de twee kerken. Deze kerk was voortgekomen uit ‘een strenge groepering vanuit de Schotse kerk uit de 18e eeuw.’ (37-39) Graham voelde zich niet erg aangetrokken door het geloof van zijn ouders. (518)

Schriftgezag
Graham worstelde met de autoriteit van de Schrift. Uiteindelijk moest hij zich gewonnen geven: ‘Vader, ik wil accepteren dat dit boek Uw Woord is – door het gewoon te geloven! Mijn geloof zal mijn verstandelijke vragen en twijfels te boven gaan. Ik zal geloven dat dit woord het door U geïnspireerde Woord is.’ (151)

Overige
Na de aanval op Pearl Harbor, 7 december 1941: ‘Ik had geen flauw idee waar Pearl Harbor lag – ik had er nog nooit van gehoord.’ (81) Graham’s vrouw, een dochter van zendelingen, bezocht een school in Pyongyang, Korea. (85) De uitspraak ‘Christus in je hart toelaten’ komt veel voor bij Graham. (o.a. 101) Over de Wereldraad van Kerken: ‘Zoals zovelen baarde het mij zorgen dat een aantal extreem liberale theologen – figuren die bij een aantal punten van de Apostolische Geloofsbelijdenis hun twijfels hadden – een belangrijke plaats in de Raad in bleken te nemen.’ (137)

Regels voor evangelisatie
Graham stelde 4 punten op om op te letten bij evangelisatie: (1) Als je afhankelijk bent van geld van je toehoorders, is het gevaar groot om geld los te peuteren van het publiek. Hierdoor kan het gevaar ontstaan dat evangelisten gezien worden als mensen die uit zijn op geld. (2) Het gevaar van seksuele immoraliteiten. Er zijn evangelisten geweest die op dit punt zich bezondigden. ‘Vanaf die dag lette ik erop dat ik nooit in mijn eentje met een andere vrouw dan Ruth omging.’ (3) Veel evangelisten doen hun werk los van de plaatselijke kerk en uiten zelfs kritiek op die kerk. Zo moet het niet. (4) Veel evangelisten overdreven hun succes en aantal aanwezigen. De pers werd dan zo wantrouwig dat ze niet meer erover schreef. (140, 141)

Evangelisatiecampagne Los Angeles 1949
‘Journalisten vergeleken me met Billy Sunday; kerkelijke leiders zeiden in interviews dat de campagne de grootste revival in de geschiedenis van zuidelijk California teweegbracht.’ Een krantenkop luidde: ‘Los Angeles in de ban van old-time religion’. (162) Een rechter had een paar criminelen veroordeeld tot het bijwonen van de bijeenkomst van Graham; deze rechter dacht dat dit de criminelen beter zou doen dan een nachtje in de gevangenis! (165) Het voorbereiden van preken (ook van evangelisatiepreken) kostte Graham 6 tot 8 uur. (165)

1950
‘In veler ogen was ik iemand die de wereld terug wilde hebben naar de puriteinse tijd.’ (172) ‘Op de avond (…) was ik erg gespannen. Ik had namelijk al gezegd dat ik over het godsoordeel zou preken (…) Hoe langer ik erover nadacht, hoe zekerder ik ervan werd dat dit onderwerp mij door de Heilige Geest was ingegeven, ongeacht wie er in de zaal zat.’ (174) Graham had een glas warm water bij zich als hij preekte; van koud water gaan de spieren in de keel namelijk samentrekken. (175) Tijdens de campagne in Boston, 1950, luisterden op de slotdag 50.000 mensen naar Graham. (178) In 1950 startte Graham met het radioprogramma The Hour of Decision, en stichtte hij de Billy Graham Evangelistic Association. Om drie uur op zondagmiddag werd het programma uitgezonden. ‘In sommige steden, zo werd ons verteld, werd er sindsdien op dat tijdstip zo traag gereden dat de politie zei: Ze zullen wel weer naar Billy Graham zitten luisteren.’ (199) Graham besloot dat hij zichzelf een salaris gaf die net zo hoog was als een doorsnee dominee in een grote stad. (201) ‘Dit jaar was als een wervelwind voorbij gegaan. In totaal waren er anderhalf miljoen mensen bij de bijeenkomsten geweest en hadden (…) 50.000 zich tot Jezus Christus bekeerd.’ (202)


De crusade/evangelisatiecampagne te Londen

Londen 1954
Graham noemt Martyn Lloyd-Jones. (224) Graham’s vrouw Ruth ‘bleef erop hameren dat het studeerwerk dat ik deed voornamelijk tot doel moest hebben mijn geest bij te tanken. Net als ik geloofde zij, dat God mij zou ingeven wat ik moest zeggen en mij tijdens het preken in herinnering zou brengen wat ik daarvoor had bestudeerd (…) Dus zocht ik zorgvuldig een onderwerp uit, las mezelf vol, schreef mezelf leeg en las mezelf weer vol.’ (228) ‘De kerkgang onder de Engelsen was al jarenlang op een dieptepunt en er waren weinig tekenen van de opleving die zich in de Verenigde Staten begon te manifesteren.’ (229) Graham logeerde in Londen in het kleinste en goedkoopste hotel. ‘We hadden het expres zo gedaan, omdat we kritiek konden verwachten als het erop leek dat we geld over de balk smeten.’ (233) ‘…Alhoewel niet alle anglicanen achter onze evangelisatiemethode konden staan.’ (242) ‘Na de preek zei de één tegen de ander: Ik ga naar voren. De ander zei: Ik ook, en hier heb je je portefeuille terug; ik heb namelijk net je zakken gerold.’ (245) ‘…Van hem kreeg ik een boekje van een oude puriteinse predikant, dr. Watson, met preken over de tien geboden. Deze preken paste ik aan en voegde er mijn eigen voorbeelden en evangelicale inbreng aan toe. Vervolgens kon ik er tien avonden achter elkaar over preken.’ (247) ‘De laatste bijeenkomst was gepland (…) in het Wembley Stadion, waar 100.000 zitplaatsen waren.’ (247)

Bezoek aan Churchill
Graham werd uitgenodigd om bij Churchill (links) op bezoek te komen aan de Downing Street 10. ‘Veel later hoorde ik van de secretaris dat Churchill zelf ook nerveus was voor de ontmoeting. De premier had door de kamer lopen ijsberen en zich afgevraagd waarover je eigenlijk met een evangelist moet praten!’ (250) ‘Vroeger werd de bijbelse boodschap nog wel in dit land verkondigd, maar men is van het Woord afgedwaald. “Ja”, zuchtte hij, “er is veel veranderd. Kijk eens naar al die kranten – niets dan moord en oorlog en alarmerende berichten over de communisten. Weet u, er kan een dag komen dat het communisme de wereld regeert.”’ (250) ‘Ik had gehoord dat Mr. Churchill als journalist in Zuid-Afrika een boek had geschreven, waarin hij zei dat hij geloofde dat de Bijbel door God was geïnspireerd.’ (250) ‘Plotseling keek de premier me recht aan. “Ik heb geen hoop meer,” zei hij somber. “Hebt u nog hoop?” Het kon zijn dat hij het politiek bedoelde, maar dit klonk mij als een persoonlijke smeekbede in de oren. Uit de aantekeningen die ik na de ontmoeting had gemaakt, bleek dat hij het maar liefst negen keer over gebrek aan hoop had gehad. Nu weet iedereen dat hij bij tijd en wijle depressief was, maar toen was ik me daarvan nog niet bewust. “Bent u de hoop op verlossing kwijt?” “Eerlijk gezegd denk ik daar vaak over na,” antwoordde hij. (…) Ook vertelde ik hem van Gods plannen voor de toekomst en de terugkeer van Christus. Bij dat vooruitzicht klaarde zijn gezicht op. Om half één precies klopte Churchills secretaris aan. “Sir Winston, de hertog van Windsor is hier voor de lunch,” zei hij. “Laat hem maar even wachten,” gromde Churchill. Toen wendde hij zich weer tot mij. “Ga maar verder.” Ik ging nog een kwartier door en vroeg toen of ik mocht bidden. “Maar natuurlijk,” zei hij, terwijl hij opstond, “graag zelfs.”’ (251)

1954-1955
‘Zelf vond ik de passieve houding die ik bij veel predikanten in Europa had ontdekt erg frusterend.’ (256) In het Olympisch Stadion van Berlijn sprak Graham tien jaar nadat ‘Hilter zijn toehoorders masaal onder hypnose had weten te brengen.’ (259) ‘Helaas stond het stadionreglement het niet toe, mensen naar voren te laten komen.’ (260) ‘Veel van die mensen (…) bleken niet precies te weten wat er nu precies met “bekering” werd bedoeld. Het idee om een persoonlijke beslissing te nemen om Jezus Christus te volgen was de meeste lutheranen vreemd.’ (260) In Schotland werd zijn preek rechtstreeks op televisie uitgezonden; de kijkcijfers waren nog nooit zo hoog geweest sinds de kroning van koningin Elizabeth. (266) ‘Ik had moeite met de kwetsende kritiek van fundamentalisten (…) Als iemand gelooft dat Jezus Christus de Zoon van God is en Hem zo goed mogelijk probeert te dienen, dan wil ik met die persoon een broeder in het geloof zijn. Maar als dat extreme fundamentalisme van God afkomstig was geweest, zou er allang een revival zijn gekomen. Maar nee, het enige wat we hebben gekregen is onenigheid, verdeeldheid, ruzie en levenloze kerken.’ (266) In Darmstadt had Graham ‘de grote eer dominee en verzetsheld Martin Niemöller te mogen ontmoeten.’ (269)

Bezoek aan Amsterdam, 1954
‘Het viel me op dat Nederland in tegenstelling tot andere Europese landen nog een redelijk actief kerkelijk leen had.’ In de pers werd ook geschreven over Graham. ‘De levendige discussies gaven blijk van de verdeeldheid binnen de kerken op theologisch gebied.’ (257) Alle 40.000 zitplaatsen in het Olympische Stadion waren bezet. ‘Er waren miljoenen mensen in Europa die met gemak “verstokte secularisten” konden worden genoemd, hoewel er op de achtergrond wel degelijk kennis van God en de Bijbel aanwezig was. En toch leefde er een diep verlangen naar het kennen van het evangelie en stonden de mensen ervoor open met heel hun hart.’ (257)

1956-1962
In India zei Graham ‘He is alive’, maar een tolk dacht dat Graham zei: ‘He is a liar’ (leugenaar). Hij had moeite met Graham’s zuidelijke accent. (281) ‘In Bombay waren we bij de crematie van een oude man. Toen de vlammen waren uitgedoofd, pakte de zoon een stok waarmee hij een gat in de schedel sloeg, zodat de ziel eruit kon.’ (282) ‘Mijn ervaring, is dat men in landen waar het katholicisme overheerst weinig respect heeft voor protestanten die alleen maar willen discussiëren over hun onderlinge verschillen in plaats van zich bij het Kruis met anderen te verzoenen.’ (287) Over Iran: ‘Ik wist niet precies hoe het in Iran met de godsdienst zat, maar ik wist wel dat er naast de islamieten nog een aantal nestorianen in het land aanwezig waren, een oude vorm van het christelijk geloof die door de eeuwen heen had stand gehouden.’ (294)


Graham’s vrouw

Christianity Today
‘Ik wist dat God al een heel nieuwe generatie wetenschappers aan het opleiden was die bereid was zich met hart en ziel voor Jezus Christus en Zijn Woord in te zetten.’ (300) Over het uitgeven van Christianity Today: ‘Voor ons was leiden en liefhebben belangrijk, niet kwaadspreken, bekritiseren en kastijden. Met die laatste benadering was het de conservatieve christenen ook niet gelukt, dus werd het nu tijd een wat vriendelijker toon aan te slaan.’ (304) In de eerste uitgave stond een bijdrage van ‘de bekende Nederlandse theoloog G.C. Berkouwer’. Hij schreef ‘een bijdrage getiteld Het veranderende klimaat in de theologie in Europa.’ (305)

New York 1957
‘Een van de uitdagingen die New York bood was dat de stad zo’n zestig grote etnische groeperingen huisvestte – meer Italianen dan in Rome, meer Ieren dan in Dublin, meer Duitsers dan in Berlijn (…), minstens één op de tien Joden woonde in New York. Protestanten vormden er met 7,5 procent van de totale bevolking een kleine minderheid. En veel van hen waren niet eens actief in het geloof.’ In New York waren overigens toch nog 1700 protestantse kerken. (312) Het tijdschrift Time: de boodschap die Graham overbracht was ‘zeer duidelijk wel oprecht, maar sowieso te simpel en al helemaal in een tijdperk als het onze met zijn enorme morele complexiteiten. Graham geeft de minst gecompliceerde antwoorden die ooit bij christelijke evangelisatie zijn gebruikt.’ (314) ‘Het pijnlijkst was echter de oppositie van een aantal belangrijke fundamentalisten.’ (315) Één van hen was Bob Jones, die zei dat Graham’s werk ‘niet van God’ was. (316) ‘Mijn oecumenische instelling werd bekritiseerd.’ (316) ‘…Bleek uit voorbeelden uit de geschiedenis dat dit alle niet nieuw was; alle evangelisten – van Whitefield en Wesley tot Moody en Sunday – hadden met dergelijke kritiek te kampen gehad, zowel uit de rechtse als uit de linkse hoek.’ (316) ‘Ik voelde me soms net als Nehemia, die toen hij de muren van Jeruzalem stond op te bouwen door zijn tegenstanders werd geroepen om naar beneden te komen, zodat erover kon worden gepraat. Hij antwoordde dat hij het te druk had met het opbouwen van de muren.’ (317) Een artikel in een krant zei: ‘Voor Billy Graham is de hemel een bestaande plaats, net zoiets als Chicago. Hij kan het niet op de kaart aanwijzen, maar hij weet dat de hemel poorten van parels heeft en gouden straten. Hij stevent erop af met de zekerheid van iemand die de enkele reis al in zijn zak heeft.’


Graham preekt in een baseballstadion te New York City

Kissinger, King, Peale, Nixon
(319) ‘Iemand met wie we in die eerste dagen te maken hadden was een mooie Indiase journaliste die Ruth vroeg, waarom ik niet in het Zuiden van het land bleef om daar iets aan het rassenprobleem te doen (…) Ruth (…) moest bijna haar tong afbijten om niet te vragen waarom zij niet in India bleef om iets aan het kastesysteem te doen.’ (322) ‘Ik ben me ervan bewust dat diezelfde pers die ons bekend heeft gemaakt ons in één keer kan vernietigen.’ (322) ‘…Een jonge, uit Duitsland afkomstige geleerde, Henry Kissinger (rechtsboven), die later nog meer bijeenkomsten meemaakte.’ (324) ‘Op een avond hield de mensenrechtenactivist (…) Martin Luther King (…) een prachtig openingsgebed.’ ‘Ook lunchten we een keertje met dr. Norman Vincent Peale en zijn vrouw Ruth. Dr. Peale is beroemd geworden door zijn Kracht van positief denken.’ (327) ‘…Vice-president Nixon kwam bij ons op het podium zitten en bracht het publiek de groeten van president Eisenhower over. Dit was de eerste keer dat een Amerikaans politiek leider van zo’n kaliber bij onze campagne aanwezig was.’ (330) ‘De krant Wall Street Journal meldde dat de verkoop van Bijbels tijdens de campagne enorm was gestegen. Ook stond er dat een bareigenaar vlakbij Madison Square Garden vier medewerkers vervroegd met vakantie had gestuurd omdat de klandizie was gekelderd.’ (333) Toen een vrouw christen was geworden, kwam ze huilend naar een nazorgmedewerker toe en zei dat ze bang was dat haar zoon haar zou slaan nu ze christen geworden was; hij dronk namelijk veel. Voordat ze klaar was met praten, klonk er een stem van nabij: ‘Het is al in orde, mam. Ik ben ook hier.’ (333) ‘Ik was volkomen leeg toen we vertrokken (…) tien kilo afgevallen (…) Hierna zouden we nooit meer zoiets groots en langdurigs opzetten.’ (335) ‘Volgens een arts, die ook evangelist was, was een evangelische preek houden het zwaarste werk dat er bestond.’ (335)

1959-1962
In Nieuw-Zeeland sprak Graham over de hel. ‘Voor mij stond een student. En hij was erg kwaad.’ (342). ‘Alles bij elkaar genomen heeft één vijfde van de bevolking een bijeenkomst bijgewoond.’ (343) Na een bezoek aan Afrikaanse landen: ‘Mijn besluit stond vast: vanaf nu wilde ik alles doen wat in mijn macht lag om de twijfelachtige erfenis van rassenhaat in mijn land te bestrijden.’ (362) ‘Tijdens mijn bezoek aan Afrika was ik getroffen door het feit dat alle zendelingen die ik had ontmoet blank waren. Ondanks het goede werken dat zij verrichtten, vroeg ik me steeds weer af: waar zijn de zendelingen uit de enthousiaste, zwarte gemeenten in de Verenigde Staten?’ (362) In Chicago waren satanaanbidders op de been om de campagne te verstoren. Echter, zij werden overmeesterd door het Woord. De volgende dag stond in de krant: ‘Hellehonden verslagen door kracht van Jezus.’ (379) In Paraguay hield Graham een bijeenkomst en dat was de eerste protestantse bijeenkomst in de vijfhonderd jaar dat dat land bestond. (383)



Jaren 60 en 70
‘Het woord “tegencultuur” drong de woordenschat van het Amerikaanse volk binnen. Een hele generatie trok de normen en waarden van haar ouders in twijfel en zocht vaak oplossingen in bizarre richtingen of gaf de zoektocht maar gewoon op.’ (426) Over het rassenvraagstuk: ‘Achteraf is het onmogelijk één bepaalde gebeurtenis aan te wijzen waardoor ik op het gebied van gelijkheid tussen rassen van gedachte ben veranderd. Ik kwam van het platteland in het zuiden van de Verenigde Staten en had de ideeën van dat gebied vrij kritiekloos overgenomen.’ (430) Toen Graham in 1973 een bezoek bracht aan Zuid-Afrika bestond de televisie nog niet in Zuid-Afrika. Alles werd op de radio uitgezonden. Na een allesverwoestende vloedgolf in India in 1977 gaf Graham’s organisatie financieel steun; een dorpje werd, ondanks Graham’s protesten, ‘Billy Graham Nagar’ (dorp) genoemd. (442)

Bezoek aan Oostbloklanden
‘In het begin van de jaren 70 leek het erop dat er nooit een einde zou komen aan de Koude Oorlog.’ (475) In Boedapest hoorde Graham tijdens de dienst overal klikgeluiden. Wat bleek? Vele mensen hadden cassetterecorders meegenomen! (478) Over Polen: ‘Het land was volkomen vlak, zonder enige natuurlijke barrière. Geen wonder dat de tanks van Hitler binnen een paar dagen het hele land waren doorgestormd.’ (480) Toen Graham bij de Doodsmuur in Auschwitz stond: ‘Dit was één van de weinige keren dat ik van alle emoties bijna niet kon praten.’ (484) Voordat Graham naar Moskou ging was er heel wat getouwtrek: kon dit wel en werd hij niet een speelbal van de communistische propaganda? De regering zei het niet expliciet, maar wilde liever dat hij niet ging. Maar president Reagan zei tegen Graham: ‘Je weet wat er in de kranten staat. Ik geloof dat Gods wegen ondoorgrondelijk zijn. Ik zal de hele tijd voor je bidden.’ Het was een vredesconferentie, georganiseerd door de Russisch-orthodoxe kerk. ‘Tijdens een bijzonder beledigende toespraak tegen de Verenigde Staten zette ik demonstratief mijn koptelefoon voor de vertaling af.’ (497-503)

Was Gorbatsjov een christen?
Na dit bezoek ging hij naar het Kremlin, waar waarschijnlijk nog nooit een buitenlandse geestelijke of überhaupt een Amerikaan een stap had gezet. (503) In Leningrad bezocht Graham het oorlogsmonument, waar 400.000 slachtoffers aan het negenhonderd dagen durend beleg in gegooid waren. (514) In een Berlijnse krant stond Graham tijdens een bezoek aan Oost-Duitsland in een cartoon met in de ene hand een Bijbel en de andere een atoombom. (507) Ergens in Oost-Duitsland was een enorme televisietoren gebouwd met daarboven een enorme bol met onder andere een restaurant. Na de bouw kwam men erachter dat het zonlicht altijd in de vorm van een kruis tegen de bol weerkaatste! Men had alles geprobeerd om dit te doen verdwijnen, maar het lukte niet. (510) In Roemenië werkten de luidsprekers niet; de vele mensen konden daarom weinig van Graham horen. Waarschijnlijk hadden de autoriteiten (president Ceausescu) de bedrading doorgeknipt. Graham zou ook een gesprek met de president hebben, maar die zegde af, geschrokken van de populariteit van Graham. (532) Gorbatsjov zei op een bepaald moment: ‘Moge God ons bijstaan.’ Graham: ‘We kunnen daar echter niet zomaar uit op maken dat hij christen zou zijn. Maar vaak leek het alsof hij een vaag verlangen naar het koninkrijk van God kende. Veel zinsneden die hij gebruikte voor de toekomst van de Sovjet-Unie door glasnost en perestrojka klonken bijna bijbels.’ (534)

Atheïsme op de proef gesteld
Bij een toespraak in de kathedraal bleek er te weinig elektriciteitsvoorziening te zijn voor de televisielampen en geluidsapparatuur. Het Rode Leger werd daarom ingeschakeld en kwamen met een enorme generator op de proppen. (536) Over Boris Jeltsin: ‘…Dat hij zelfs nog meer dan Gorbatsjov in de religieuze kant van zaken was geïnteresseerd. Hij vertelde mij zonder omwegen dat hij geen communist meer was.’ Een paar weken na Graham’s vertrek deed een groep hardelijns communisten een poging tot een staatsgreep. Terwijl de wereld gespannen toekeek werd er op 21 augustus met een minimum aan bloedvergieten een einde aan de staatsgreep gemaakt. Drie dagen daarna ontbond minister-president Gorbatsjov op aandringen van Jeltsin het Centraal Comité van de Communistische Partij van de Sovjet-Unie, waarmee hij niet alleen een einde maakte aan zijn eigen leiderschap, maar ook aan een zeventig jaar lang Marxistisch bewind. (539, 540) ‘In mijn vier bezoeken aan Hongarije binnen twaalf jaar ben ik ervan overtuigd geraakt dat de Heilige Geest een kracht in Oost-Europa heeft losgemaakt, waardoor de atheïstische filosofieën ernstig op de proef werden gesteld.’ (537)

Lausanne 1974
Reden van organisatie was de definiëring van de Wereldraad van evangelisatie: ‘het herstructureren van de samenleving’ in plaats van het oproepen tot berouw en geloof in Christus. In Bangkok 1973 heerste het idee dat Christus door Zijn dood de hele mensheid al had gered (universalisme). Het thema van de tegenbeweging in Lausanne 1974 was: ‘Laat de aarde Zijn stem horen’. Er waren 2473 afgevaardigden uit 150 landen en 1300 waarnemers, gasten en adviseurs. Verder waren er een paar honderd journalisten. (551-553) Het belangrijkste gevolg van Lausanne ’74 was de slotverklaring, het Verdrag van Lausanne. Dit wordt gezien als een klassieke verklaring over evangelisatie. ‘Tijdens mijn hele ambt heb ik uit principe altijd geweigerd manifesten of petities te ondertekenen, omdat die vaak een bron van misverstanden kunnen zijn. De enige uitzondering was echter het Verdrag van Lausanne.

Amsterdam 1983
De Amsterdamse RAI was één van de weinige plaatsen waarin zoveel mensen pasten. Ook het feit dat Nederland weinig douanebeperkingen kende droeg bij aan onze beslissing. ‘Vóór de opening van de conferentie ging ik naar Den Haag, waar ik door koningin Beatrix werd verwelkomt (…) Zelden heb ik mij kleiner gevoeld als op dat moment op het podium van de Zuidhal van de RAI op 12 juli 1983, de openingsdag. Ik zag de 133 vlaggen van de deelnemende landen en stond voor een publiek van vierduizend evangelisten en twaalfhonderd gasten en waarnemers. De meesten zaten via een koptelefoon naar de vertaling van de toespraken te luisteren (…) De keukens van de KLM verstrekten voorverpakte maaltijden die twee keer per dag naar de RAI werden vervoerd. Één van de evangelisten spaarde zoveel mogelijk weggegooide dienbladen op om thuis als dakpannen te gebruiken.’ (557-559) Iemand uit India zei: ‘Als de Bijbel ten tijde van de profeet Mohammed ook in het Arabisch beschikbaar was geweest dan had de wereldgeschiedenis er heel anders uitgezien.’ (560)

Amsterdam 1986
Niemand op deze conferentie was er drie jaar geleden bij geweest. (561) Men werd in 85 hotels ondergebracht. Daarnaast werd de Jaarbeurs in Utrecht omgetoverd tot een gigantische slaapzaal met plaats voor vierduizend afgevaardigden. De begroting bedroeg 21 miljoen dollar. (561) Net als bij de eerste conferentie gingen de afgevaardigden op een zondagmiddag naar parken, stranden en andere openbare plaatsen om van Christus te getuigen. ‘Op een dag stak ik mij in mijn favoriete vermomming – baseballpet, zonnebril en vrijetijdskleding – en liep naar het Vondelpark.’ (563-564) ‘Samen met duizenden anderen stonden Ruth en ik in één van de enorme hallen van de RAI in Amsterdam.’ Het was op de Internationale Conferentie voor rondreizende evangelisten. Een wens was uitgekomen: ‘Het samenbrengen van evangelisten uit de hele wereld voor het ontvangen van bijscholing en het opdoen van inspiratie.’ (543) Graham zet zich af tegen de Wereldraad van Kerken: ‘Ik had het gevoel dat men in bepaalde kringen meer bezig was met eenheid dan met evangelisatie en een bijbelse theologie.’ (545)

Noord-Korea 1992, 1994, rooms-katholieke kerk en charismatischen
‘Pyongyang, dat werd beschouwd als de meest christelijke stad van Azië, werd ook wel “het Jeruzalem van het Oosten” genoemd. Maar na het ingaan van de wapenstilstand in 1953 waren er nog maar weinig christenen in Noord-Korea.’ (585) Graham herinnerde president Kim aan zijn moeder, die christin was geweest. (595) In 1978 bezocht Graham paus Johannes Paulus II. (488) Charismatische gelovigen werden niet uitgesloten, maar ook niet bemoedigd om te komen naar de campagnes. ‘De soms nogal extatische uiting van hun geloof lag erg gevoelig binnen de grotere christelijke gemeenschap.’ (547)

Televisie
‘Natuurlijk wordt er altijd gewezen op de tekortkomingen van televisie. Televisie wordt ook gebruikt om levenswijzen en meningen over te brengen die niets te maken hebben met wat de Bijbel ons leert. Vaak heb ik me afgevraagd of we niet het stadium hebben bereikt waar de profeet Jeremia het over had: “Zij worden te schande, omdat zij gruwel bedreven hebben; toch schamen zij zich in het minst niet”. Toch moet televisie als een machtig middel worden gezien om het karakter van mensen te vormen – zowel ten goede als ten kwade. Zoals zoveel technologieën is televisie als zodanig ‘neutraal’ van aard. Juist door wat we er mee doen drukken wij er ons stempel op.’ (436) De organisatie van Graham ging ook films maken. De meest succesvolle was The Hiding Place, het verhaal van Corrie ten Boom en haar familie.

Technische veranderingen
Tijdens een campagne in Puerto Rico werd een bijeenkomst rechtstreeks in 185 landen uitgezonden via de satelliet. Er was een duizelingwekkend arsenaal van technisch instrumentarium. Een medewerker van een groot satellietbedrijf zei dat ons project nog meer omhelsde dan de uitzendingen die hij het jaar daarvoor (1994) van de Olympische Winterspelen in Noorwegen had gemaakt. (601) ‘Eeuwenlang was de grootte van het publiek van de evangelist afhankelijk van zijn stemvolume; en het bereik van een stem kan slechts in tientallen meters worden gemeten. Nu is het bereik echter onbeperkt geworden.’ (602) Over een EO-jongerendag-soortige dag: ‘Ik moet toegeven dat het niet mijn favoriete muziekstijl was. Bovendien was dit niet de normale gang van zaken van ons werk. Maar de tijden veranderen. Zolang de basis van het evangelie niet wordt aangetast moeten we alle mogelijkheden aangrijpen (…) Ik bedacht dat de ouderen in het publiek zich wel zouden afvragen wat ik hier te zoeken had.’ (603)

Wat Graham leerde van wereldleiders
Graham heeft vijf dingen geleerd van de contacten met mensen die een leidende positie in de wereld hebben: (1) Leiderschap heeft zijn eigen lasten en moeilijkheden; het lijkt zo mooi maar is het vaak niet; bijna zonder uitzondering zijn ze pessimistisch over de toekomst van de wereld en ervaren ze hun verantwoordelijkheid als een zware last. (2) Leiderschap is vaak een eenzame taak. (3) Er wordt vaak misbruik van invloedrijke mensen gemaakt; daarom leren ze op hun hoede te zijn. (4) Hen wordt vaak een voorbeeldfunctie toegedacht, ook al willen ze dat zelf niet. (5) Leidinggevenden hebben vaak weinig oog voor God. (616-620)

Adenauer, Thatcher en Elizabeth II
Konrad Adenauer, Duits bondskanselier zei: ‘Als Jezus Christus niet uit de dood is opgestaan, dan is er geen hoop voor de mensheid. Als ik gepensioneerd ben, ga ik de opstanding van Jezus Christus bestuderen en er boeken over schrijven. Dat is namelijk de belangrijkste gebeurtenis in de geschiedenis van de mensheid.’ (620) Vanaf 1954 heeft Graham bijna alle Engelse premiers ontmoet. ‘Margareth Thatcher ontving mij op Downing Street 10. Haar ouders waren toegewijde leden van de methodistische gemeente, en zelf had zij belangstelling voor ons werk.’ (620) ‘Maar het allervriendelijkst ben ik ontvangen door Hare Majesteit Koningin Elizabeth II (…) Uit respect voor haar en haar gezin, zal ik daar verder niets over zeggen.’ (620) ‘Één van de oorzaken van het warme hart dat de koningin het geloof toedraagt is het geloof van haar moeder, Hare Majesteit Koningin Elizabeth de Koningin-moeder.’ (621)

Barth en Brunner
‘Ook herinner ik mij een zomer in Zwitserland, toen ik de bekende theoloog Karl Barth en zijn zoon Markus ontmoette (…) “In grote lijnen was ik het wel met uw preek eens,” zei hij later, “maar ik hou niet van het woordje moet. Ik wou dat je dat kon veranderen.” “Maar het staat in de Bijbel, nietwaar?” Dat moest hij toegeven. Maar toch vond hij dat je mensen na de preek niet moest vragen zich te bekeren; het enige wat je moest doen was te zeggen dat God al had gehandeld. Ik luisterde naar wat hij te zeggen had en antwoordde vervolgens dat ik me hield aan wat de Bijbel zei. Ondanks onze verschillende opvattingen bleven we goede vrienden. Toen ik Emil Brunner (linksboven) sprak, die theologisch gezien ongeveer op dezelfde lijn als Barth zat, reageerde hij warm, vriendelijk en begrijpend. Hij was het niet met Barth eens. “Luister maar niet naar hem”, zei hij, “dat woordje moet hoort er gewoon bij. Je moet opnieuw geboren worden”. Ook vond hij het naar voren komen na de preek een goede zaak.’ (624)

Tot slot
Graham’s vrouw Ruth had een presbyteriaanse achtergrond. Toen haar zoon, net als Graham zelf, eerst gedoopt moest worden door onderdompeling (tweede doop dus, na ook als kind te zijn gedoopt) om predikant te kunnen worden in de baptistische kerk, schreef ze een brief met de letters PTL onderaan. Die staan normaalgesproken voor ‘Praise the Lord’, maar, zo zei ze, nu stonden ze voor ‘Presbyterians That Last’ (eens een presbyteriaan, altijd een presbyteriaan). Graham kreeg vijf kinderen en negentien kleinkinderen. Graham kreeg op latere leeftijd de ziekte van Parkinson. Hij heeft een trage vorm en kan dankzij medicijnen nog goed zijn werk doen.



Gepubliceerd in augustus 2006