C.S. Lewis

n.a.v. George Sayer, C.S. Lewis. Biografie, Kampen 1996

Ouderlijk huis
Belfast
Op 29 november 1898 werd Clive Staples Lewis geboren in het Ierse Belfast, dat verscheurd was door de tegenstelling rooms-katholiek en anglicaans. In huize Lewis waren opvallend genoeg twee rooms-katholieke helpsters. Daarom kregen ze een keer een briefje in de brievenbus met de tekst ‘Stuur die vuile papen terug naar de duivel, waar ze thuishoren’. Belfast was een kunstmatige stad, aangelegd door volksplantingen vanuit het protestantse Engeland. Engelsen dachten over Ieren zoals Amerikanen over Indianen. Eerst waren er nog niet zoveel Ieren in Belfast, maar doordat voor het zware handwerk deze mensen nodig waren, groeide het rooms-katholieke deel in de stad, wat nog voor veel ellende zou gaan zorgen.

Lewis moet binnen blijven
Belfast was een stad van kerken en kerkgangers; iedereen ging naar de kerk, maar nooit naar die van een ander. De arbeiders woonden dicht bij hun kerk, zodat stadsdelen geheel katholiek of protestants waren. Belfast was geen gezonde stad; het centrum was ernstig overbevolkt, een slechte riolering en een tekort aan goed water. Er ontstonden veel ziekten en de levensverwachting was heel laag. Uit vrees hiervoor verhuisden veel ouders van de middenklasse naar de hoger gelegen en veel gezondere buitenwijken. De zorgzame ouders van Lewis waren van oordeel dat hij een ‘zwakke borst’ had. Die vrees had grote gevolgen: hij moest in huis blijven als het buiten koud en vochtig was. De noodgedwongen binnenhuisactiviteit versnelde Lewis’ verstandelijke ontwikkeling. Op z’n derde gaf hij te kennen ‘Jacksie’ te heten, wat afgekort ‘Jack’ is gaan heten voor zijn goede vrienden.

De zolder, fantasie, ervaringen van God
De zolder van hun huis werd het middelpunt van hun leven (Lewis en zijn broer Warren). Het ene verhaal na het andere en de ene tekening na de andere maakte hij. Fantasie nam een grote plaats in; hij ondernam de geschiedschrijving van complete (niet-bestaande) volken. Lewis begon al te schrijven op z’n tiende, waarbij hij ook meteen zijn werk illustreerde. In zijn jeugd had Lewis mystieke ervaringen van de aanwezigheid van God. Hij sloeg deze vreugde-ervaringen hoger aan dan alles wat hij verder wist of kende, en zoals iedereen die ze gehad heeft verlangde hij ernaar die ervaringen steeds opnieuw te hebben. Deze mystieke inslag was wat hem van andere jongens onderscheidde. Hij bleef er de rest van zijn leven op jacht. Lewis noemde dit joy (vreugde), om deze ervaringen aan te duiden.

Moeder sterft
Lewis’ moeder, met wie hij een heel goede relatie had, stierf op 23 augustus 1908. Zij sprak een paar dagen daarvoor op haar sterfbed over de goedheid van God, en zei: ‘Wat hebben wij voor Hem gedaan?’ Nu brak er een donkere tijd voor Lewis aan: het gevoelige jongetje, dat behalve met zijn moeder, nog nooit van huis was geweest. Hij werd van de zolder weggerukt om onder het toezicht te komen van een hardvochtige en waarschijnlijk krankzinnige tiran van een schoolhoofd. Binnen zeer korte tijd schreven beide broers jammerbrieven naar huis met de smeekbede om van deze school af te mogen.

Overige
– Een opa van Lewis was predikant en stond vaak op de preekstoel te huilen, buitengewoon heftige aanvallen doende op de rooms-katholieken; hij was een buitengewoon mens. Hij had het eerst geprobeerd in het marineleven, maar daar was hij totaal ongeschikt voor, omdat hij vloeken als doodzonde zag.
– De Anglo-Ierse bovenlaag had een losse, ongedwongen, wanordelijke levenswijze. Zo ook bij huize Lewis. Alleen de studeerkamer van vader was altijd schoon en opgeruimd.
– Lewis hield zijn hele leven van treinreizen.
– Lewis hield zijn hele leven enorm van zwemmen in iedere toevallig aanwezige watermassa.
– Broer Warren was niet alleen zijn enige broer maar ook zijn beste vriend.
– Lewis’ vader had een hekel aan alle soort van verandering. Hij was diep ongelukkig wanneer hij ook maar één nacht van huis moest zijn.
– Lewis bleef zijn leven lang een slechte relatie met zijn vader hebben. ‘Het is moeilijk voor een man om zijn vader recht te doen,’ zo zegt de auteur.
– Er waren veel boeken in huis.

Op kostscholen
Wynyard
Lewis paste totaal niet in het verstikkende milieu van zijn kostscholen. Duistere schoolherinneringen bleven hem zijn leven lang achtervolgen. Hij werd in 1908 met broer Warren naar de Wynyard-school gestuurd wegens de ontregelde toestand thuis. Het was een public school: in feite een privé-instelling, een onafhankelijke school voor jongens van 13 tot 18 jaar, die er meestal in de kost waren en niet als dagleerling. Het public school-systeem werd door Lewis zijn leven lang verfoeid. Toch waren de meeste studenten op universiteiten afgekomen van zulke scholen.

Campell College
Het was een buitengewoon vervelende tijd. Wynyard was een verschrikkelijk somber huis, er was maar één slaapzaal, als je het eten niet opat of opschoot, dan kreeg je strenge straffen. Dit is misschien de reden dat Lewis zijn verdere leven schrokte aan tafel. Het onderwijs op Wynyard was er één van terreur en intellectuele afstomping. Lewis zegt er niets te hebben geleerd. Lewis schreef de ene brief na de andere met smeekbeden of hij van deze school af mocht. Uiteindelijk koos vader een andere school uit: Campbell College (1910). Hoewel hij hier ook een kostleerling werd en een gebrek had aan privacy, was dit na Wynyard wel een hele verbetering.

Leerzaam
Toch heeft de Wynyard-periode Lewis gevormd: hij leerde er samen met andere jongens het hoofd te bieden aan onderdrukking, over serieuze onderwerpen praten en debatteren, de Bijbel te lezen en te bidden, om de realiteit van de zonde te zien.

Aanname christelijk geloof
Tijdens zijn Wynyard-periode had Lewis trouwens ook een moment dat hij het christelijke geloof aannam. Lewis had een grote hekel aan de formuliergebeden en het ‘walgelijke oord van roomse huichelaars waar de mensen een kruis slaan en buigen voor wat ze in hun ijdelheid een altaar noemen’. Maar voor het eerste hoorde hij in preken geen algemene stichting, maar de wezenlijke leerstukken van het christendom, gebracht door mensen die er werkelijk in geloofden. Hij ging serieus bidden, naar zijn geweten luisteren, in de Bijbel lezen. Hij praatte met anderen ‘op een volkomen gezonde en nuttige manier’ over de godsdienst. Lewis praatte ook graag over metafysica. Later zou zijn werkelijke bekering tot het christelijke geloof ten dele van filosofische aard zijn.

Puberteit
Lewis kreeg last van puberteitsproblemen. Bidden deed Lewis hierom, en omdat zijn gebeden niet verhoord werden raakte hij al gauw zijn geloof kwijt. Om tot een psychisch evenwicht te komen, moest hij zijn sterke schuldgevoelens onderdrukken, en hij slaagde hierin door het christendom en de christelijke moraal te verwerpen. Hij gaf zich over aan grootspraak, godslastering en vuile taal; het verraste en schokte zelfs de jongens die hem het best kenden. Het had voor iedere goede leraar duidelijk moeten zijn wat er met hem aan de hand was, maar er werd niets ondernomen om hem te helpen.

Verloren paradijs
Zijn verlangen om een verloren paradijs te herwinnen en in een eenvoudige, kinderlijke wereld te leven wijst op gevoelens van onzekerheid, op ongenoegen met het hier en nu, en op de noodzaak van ontsnapping daaraan.

Malvern College
Van 1913 tot 1914 studeerde Lewis aan het Malvern College. De dagindeling was als volgt: een les voor het ontbijt, daarna nog vier lessen en een verplichte godsdienstoefening in de kapel. Op maandag, woensdag en vrijdag waren er ’s middags ook lessen. Op iedere avond werd er ongeveer twee uur gestudeerd. Lewis moest zijn studeerkamer delen met anderen. ’s Middags, als er geen les was, werden de studenten geacht te sporten. Verder moesten jongere studenten klusjes doen voor ouderen. Zo bleef er weinig tijd over om lange aaneengesloten stukken tijd te lezen. Lewis ging zichzelf nu als atheïst beschouwen. Hij voelde zich ook niet prettig op deze school, terwijl zijn oudere broer Warren het heel anders zag. Toen hij zijn vader dreigde zichzelf dood te schieten als hij niet naar een andere school mocht, nam vader het serieus. Het speet zijn vader: hij had gehoopt dat een public school zou helpen tegen de ‘perverse hang naar isolatie en afzondering’ die Lewis van zijn vader geërfd had. Lewis kon slecht tegen eenzaamheid en verlangde vaak naar geestverwant gezelschap. In 1914 begon Lewis de studie aan Kirkpatrick te Great Bookham.

Kirkpatrick
Tijdens zijn tijd op Kirkpatrick (geen kostschool, maar nadruk op de individualiteit) kon hij meer zijn eigen gang gaan; het waren dan ook gelukkige jaren. Hij stond half acht op, wandelde een paar minuten in de tuin en ontbijtte. Om elf uur was er thee, om één uur lunch en ’s middags was hij vrij ‘om te lezen, te schrijven, of door de goudgetinte bossen en valleien van deze streek te dolen.’ Tussen vijf en zeven uur en na het avondeten (er werd laat gegeten) werd er weer gestudeerd en na negenen was hij vrij en kon hij wat schrijven. Het ging goed met Lewis aan Kirkpatrick. Hij ontdekte zijn aanleg voor talen.

Volstrekt atheïstisch
Hoe dacht Lewis in deze periode over het christelijke geloof? Hij valt het christendom en alle andere godsdiensten aan met de gebruikelijke rationele en antropologische argumenten. Hij schrijft dat hij in geen enkele godsdienst gelooft, omdat er niet één met bewijzen komt en dat men religies eigenlijk mythologieën zou moeten noemen. Het zijn menselijke bedenksels. Religieuze denkbeelden hebben natuurlijk ‘op onze moraal geen enkele invloed’; als wij ‘eerlijk, kuis, waarachtig, enz.’ zijn, is dat aan onze menselijkheid te danken. Lewis is geheel bereid te leven zonder geloof in een ‘boeman die mij tot in eeuwigheid gaat martelen’ als zijn leven beneden de maat van ‘een bijna onmogelijk ideaal’ zou blijven. De christelijke god is ‘wreder en barbaarser dan enig mens.’

Eerste Wereldoorlog
Lewis moest in militaire dienst, met het oog op de Eerste Wereldoorlog. Hij had dit kunnen ontlopen door naar een Ierse universiteit te gaan, maar Oxford had zijn voorkeur. Het was een prestigieuze universiteit. Hij schreef naar zijn vader brieven waarin hij de indruk gaf dat hij een goede, praktiserende christen was en ieder zondag naar de kerk ging. Dit liegen zou hij nog heel lang volhouden. Dat hij in de loopgraven aan het front belande, was ook iets dat hij niet zei tegen zijn vader. Lewis kreeg de loopgravenkoorts en kwam in een ziekenhuis terecht. Dit was een eenzame periode voor hem. Hij leed diep onder het gevoel van eenzaamheid en neerslachtigheid, en dat zou heel zijn leven op de loer liggen. Lewis smeekte zijn vader in een brief om hem op te komen zoeken, want hij was zo eenzaam en ellendig. Zijn vader kwam niet: dit zou Lewis niet snel meer vergeten.

Overige
– Lewis werd een gretige lezer van historische romans over de oudheid. Ook hield hij van sciencefictionboeken.
– Lewis begon op zijn 12e te roken en bleef dit heel zijn leven doen.
– In deze tijd kon hij al heel vermakelijke verhalen vertellen.
– Lewis ontwikkelde ook een ontvankelijkheid en gevoeligheid voor schoonheid en dit bleef zijn hele leven bestaan; later moest hij stoppen met onderwijs geven aan een studente omdat hij haar zo mooi vond dat hij in haar bijzijn geen woord kon uitbrengen.
– Bij zijn vader kwam niemand in huis die niet exact dezelfde politieke opvattingen had – waaruit volgde dat er tussen gast en gastheer nooit sprake was van iets wat met enig recht een discussie kon heten, maar alleen een soort wedstrijd wie het meest vernietigend over ‘die vuile liberalen’ kon spreken.
– Doordat zijn vader alleen over politiek kon praten, begon Lewis dit woord walgelijk te vinden.
– Lewis kreeg een voorliefde voor ‘noorderlijkheid’, dit houdt in dat hij houdt van alles wat noorderlijk ligt. Zo hield hij van de Noorse mythologie: ‘Haar voornaamste thema is de eeuwigdurende strijd tussen de heilzame machten der natuur tegen de schadelijke machten, en is daarom niet bevallig en idyllisch van karakter, zoals de religies van het zonnige zuiden.’
– Lewis toonde nooit interesse voor sportwedstrijden.
– Lewis vond praten over koetjes en kalfjes iets minderwaardigs; feestjes meed hij zijn leven lang.
– Lewis zag mensen met ‘de akelige trekken van een ex-puritein: iemand die met een scherpe antithese tussen Natuur en Genade is grootgebracht en zodra hij de Genade loslaat dan ook meteen onthutsend natuurlijk wordt.’
– Lewis was buiten zichzelf van verrukking over sommige boeken die hij ontdekte.
– Hij bleef zijn leven lang boeken kopen. Hij wist dat als hij een boek werkelijk goed vond, hij het opnieuw zou willen lezen en er dan op nieuwe manieren van zou genieten. Maar dan moest hij het ook zelf in bezit hebben.
– Lewis werd geprikkeld door wrede taferelen in de boeken die hij las.
– Lewis las ook The Pilgrim’s Progress van Bunyan en kreeg daar een ‘ontzettende opkikker’ van (hij las het natuurlijk als verhaal en was waarschijnlijk niet in de boodschap geïnteresseerd).
– Zijn leven lang was Lewis niet in staat eenvoudige klusjes in huis te doen, en ondanks vele pogingen leerde hij nooit autorijden.
– In Ierland leefde hun eigen conflict veel sterker dan de Eerste Wereldoorlog; het land was namelijk in 1914 op het randje van een burgeroorlog.
– Hoewel Lewis een groot liefhebber van de natuur was, wist hij nooit de namen van planten en bomen.
– Lewis was slecht in wiskunde; hij zakte dan ook voor dit examen en heeft het nooit meer gehaald; hij mocht na de Eerste Wereldoorlog aan de universiteit van Oxford komen studeren omdat hij in dienst was geweest, en die kregen vrijstelling. Dus zonder deze universitaire ruimhartigheid was Lewis misschien nooit zover gekomen!

Studerend in Oxford
Conservatief
In Oxford zag men de terugkeer van de soldaten met vrees tegemoet. Alom werd verwacht dat zij losbandig, dronken en ongezeglijk zouden zijn en veranderingen zouden eisen. Echter, de mannen die van het front weerkwamen waren conservatief geworden. Ook Lewis had uitgesproken conservatieve, reactionaire opvattingen.

Eerste boek
In 1919 verscheen Lewis’ eerste boek: Spirits in Bondage. Hij geloofde in geen enkele god en al helemaal niet in één die hem ‘voor de lusten van het vlees’ zou straffen; maar wel geloofde hij dat hij een geest in zich had en ‘aangezien alle vreugdevolle dingen geestelijk en niet-materieel zijn,’ moest hij ervoor zorgen ‘de materie (=natuur=satan) niet te veel greep op mij te laten krijgen en de ene vonk die ik heb te laten doven.’ Spirits in Bondage is geen werk van een atheïst, maar van een manicheeër, een dualist die zich verscheurd voelt tussen twee goden, een goede en een kwade.

Nog steeds zijn vader misleidend
Lewis, die altijd zijn vader misleidde over zijn godsdienstige opvattingen, moest nu dit boek openbaar kwam wel in de verdediging komen. Hij zei tegen zijn vader: ‘U weet wie de door mij gelasterde God is en dat dit niet de God is die u of ik of enig ander christen dient.’ Hij stelde zijn vader gerust door te melden dat hij geregeld schriftlezingen deed in de kapel en bij de maaltijden in de eetzaal het dankgebed uitsprak. Waarschijnlijk wist zijn vader niet dat dit een verplicht onderdeel van het College-leven was!

De Mrs Moore-affaire
Mrs Moore was oud genoeg om de moeder van Lewis te zijn. Lewis was te onzeker om alleen te wonen, daarom was hij vaak bij deze vrouw te vinden. Om ruzie met zijn vader te voorkomen hield hij dit verborgen. Mrs Moore wijdde zich aan de zorg voor deze arme jongen die geen moeder meer had. Het was vrij normaal dat een vrouw (velen dachten dat ze een weduwe was, maar ze was gescheiden) een thuis bood aan een jonge vrijgezel. Maar als het een onschuldige relatie was, waarom was Lewis er dan zo zwijgzaam over?

Godloochenaar
In 1921 won Lewis een universitaire essay-prijsvraag. Als onderwerp was opgegeven: ‘Optimisme’. Hij ontkende in dit essay het bestaan van God. ‘De moeilijkheid met God is dat hij lijkt op iemand die nooit de ontvangst van je brieven bevestigt, en zo kom je op den duur tot de conclusie ofwel dat hij niet bestaat of dat je fout geadresseerd hebt.’

Heavy Lewis
Toen Lewis uit het leger ging was hij een slanke jongeman, maar vijf jaar later was hij zo zwaar geworden dat hij genoemd werd Heavy Lewis. Hij was ‘een tamelijk grote, onatletisch uitziende man, wel zwaar maar niet lang, met een rond, blozend en al gauw transpirerend gezicht (…) een donkere haardos en nog zwaar omwalde ogen; die gaven leven aan dit gelaat, het waren grote bruine, uitzonderlijk expressieve ogen.’

Armoede en docentschap
Hoewel Lewis goed door de studie heenging, leefde hij in nijpende armoede en leek een geschikte baan nog niet veel dichterbij te zijn gekomen. In 1924 kreeg hij een docentschap aan het University College (waar hij ook studeerde) te Oxford aangeboden (filosofie) voor een jaar, om een naar Amerika gaande docent te vervangen. Hij koos als onderwerp voor de colleges ‘Het moreel goede te midden van de waarden’. Een fellow gaf hem het advies: ‘Je eerste college is natuurlijk inleidend’, waarop hij wilde antwoorden: ‘Dat is natuurlijk de reden waarom ik nooit naar uw colleges ging!’ Lewis besloot zijn voordrachten niet helemaal uit te schrijven, want voorgelezen colleges vond hij slaapverwekkend. Gedurende dit jaar zocht hij naar een definitieve aanstelling. Het werd uiteindelijk Magdalen College in Oxford (1925). Hij zou zowel Engels als filosofie geven. Hij kreeg beschikking over kamers in het college en recht op deelname aan de maaltijden. Hier zou hij 35 jaar van zijn leven wonen.

Populair onder de studenten
De auteur zegt over Lewis’ docentschap: ‘De breedte van zijn kennis werd algemeen erkend. Hij had zeer veel gelezen en had een opmerkelijk geheugen, waardoor hij iedere schrijver die hem interesseerde en zelfs een paar die hem niet interesseerden uitgebreid kon citeren. Niet één van zijn studenten zal ooit vergeten hoe hij de poëzie waarvan hij hield voordroeg. Het stemgeluid was vol, de voordracht ritmisch met volledige aandacht voor het metrum van de versregels. Er kwam een lichtje in zijn ogen en een intens gelukkige uitdrukking op zijn gezicht. Zijn vreugde was aanstekelijk (…) Er kwam geen einde aan de stroom van spitsvondigheden, humor en sappige verhalen die hij met zijn diepe, volle stem vertelde. Hij was eveneens een goede luisteraar, en men was er zeker van dat hij iets wat in vertrouwen werd meegedeeld nooit zou doorvertellen. Hij was een man van zijn woord, een integer man, een man van eer.’

Overige
– Lewis gaf zijn leven lang de voorkeur aan wandelen in een klein gebied in plaats van rijden met de auto.
– Lewis begon vaak een dagboek, maar hield het nooit lang bij.
– Een meisje wilde graag met Lewis trouwen, maar hij zag daar niets in. Lewis liet zich wel eens negatief uit over het andere geslacht: ‘Zij ziet er leuker uit dan ooit, maar die wetenschap bederft haar snel. Haar belangstelling gaat nu hoofdzakelijk uit naar kleding en zij heeft (misschien in onnozele onwetendheid) al die provocerende hebbelijkheidjes aangeleerd die nog eens onderstrepen dat de blinde natuur haar voor maar één doel gemaakt heeft.’
– Toen Lewis klaar was met filosofie, ging hij de eenjarige studie Engelse taal- en letterkunde doen.
– Zijn leven lang had hij depressieve periodes.
– Lewis beschouwde vriendschap als een band voor het leven. Hij werd altijd diep ongelukkig van ernstige onenigheid met zijn vrienden of van dwaasheden of moreel verval aan hun kant.
– Toen Lewis christen was geworden zag hij het lijden van dieren meestal als gevolg van de zondeval.
– Lewis schijnt nooit een horloge of een goede vulpen te hebben gehad.
– De vele duizenden ponden die hij in latere jaren zou verdienen aan zijn boeken, zou hij bijna altijd uitgeven aan mensen in geldnood.

Bekering
Langzaam maar zeker
Lewis’ bekering vond plaats tussen 1926 (toen hij in een vaag soort macht buiten zichzelf begon te geloven) en 1931 (toen hij in Christus ging geloven). Het was geen plotselinge sprong naar een nieuw leven, maar meer een langzaam-maar-zekere genezing van een oude diepgewortelde geestelijke malaise, zo zegt zijn broer Warren. De negatieve houding tegenover het christendom kreeg Lewis doordat hij alleen ‘de droge omhulsels van het christendom’ zag en dat de kerkgang alleen ‘een wekelijkse demonstratie’ was ‘van het feit dat zij niet rooms waren.’ Bovendien werd in de kerkdiensten de rooms-katholieke kerk voortdurend aangevallen. Hij kreeg zo een hekel aan kerkdiensten. Toen Lewis atheïst was, werd hij zelfs godslasterlijk. Om zijn vader een plezier te doen liet Lewis het zelfs komen tot confirmation (bevestiging als lidmaat): een staaltje van huichelachtigheid waar hij zich later in zijn leven diep voor schaamde.

Historiciteit evangelieverhaal
Lewis zei eens dat hij van mening is ‘dat het christendom heel zinnig was, afgezien van het christelijke ervan.’ Kort daarop beleefde hij echter iets waardoor hij het evangelieverhaal serieus ging nemen. Een collega, T.D. Weldon, zei eens tegen Lewis dat er goede redenen waren om in de historiciteit van de evangeliën te geloven. Lewis kon zijn oren niet geloven. Het sloeg in als een bom. Hij onderzocht zelf de bronnen en moest erkennen dat de bewijzen verbazend goed waren. Van deze tijd af voelde hij zich onder druk staan om te geloven. Redeneringen als die van Chesterton, dat Christus àxb2f een oplichter was àxb2f de waarheid sprak, lieten hem niet meer los. Lewis herlas de evangeliën en ging meer en meer inzien dat dit helemaal geen mythen of verzonnen verhalen waren, daarvoor waren de schrijvers gewoon te ongekunsteld en fantasieloos.

Sterfte vader
Hoewel hij nog steeds een hekel aan kerkdiensten had, vooral aan de kerkliederen, begon hij in 1929 regelmatig de zondagse diensten te bezoeken. Hij wilde iedereen laten zien dat hij (weer) in God geloofde. Een belangrijk moment was een nachtelijk gesprek met Hugo Dyson en J.R.R. Tolkien (later ook heel beroemd geworden als schrijver, linksboven). Ook de dood van zijn vader was een belangrijk keerpunt: in 1929 stierf zijn vader na een ernstige ziekte. Hij kon zich niet langer afzetten tegen de politieke kerkgang die een deel van het leven van zijn vader was. Hij schaamde zich diep voor de manier waarop hij zijn vader in het verleden bedrogen en vernederd had, en nam het vaste besluit om die zwakke plekken in zijn karakter uit te roeien. Vooral van belang was zijn sterke gevoel dat zijn vader op de één of andere manier nog leefde en hem ter zijde stond. Lewis werd ook beïnvloed door zijn broer Warren die inmiddels ook christen bleek te zijn geworden. Beiden kwamen langzaam en schoorvoetend tot de conclusie dat het evangelieverhaal waar was. Zij dachten beiden dat de ander geholpen zou zijn met het aanvaarden van dit geloof. Broer Warren zou misschien zijn luiheid en alcoholisme overwinnen, Lewis zelf zou misschien de vaste basis vinden die hij essentieel achtte voor het realiseren van zijn mogelijkheden als schrijver en als docent.

Lewis begrijpt nog niet alles
Lewis kon maar moeilijk het nut inzien van een volledig gepraktiseerd kerklidmaatschap. Hoewel hij het bestaan van God, de historiciteit van de evangeliën, en waarschijnlijk ook Jezus als Zoon van God erkende, had hij moeite met andere christelijke voorstellingen. Hij begreep niets van het sacramentenstelsel en zag de betekenis niet van voorstellingen die ook wel in heidense mythen worden aangetroffen, zoals het offer, verzoening, het plengen van bloed, communie en verlossing.

Jezus Christus is de Zoon van God
Tolkien legde Lewis uit dat het christelijke verhaal een mythe was die door een werkelijk bestaande God bedacht is, een God Wiens sterven degenen die in hem geloofden kon transformeren. Zijn hoofdpunt was dat het christendom wérkt voor gelovigen. De gelovige krijgt vrede en wordt van zijn zonden bevrijd. Hij ontvangt hulp bij het overwinnen van zijn fouten en kan een nieuw persoon worden. Kort na deze avond schrijft Lewis: ‘Ik ben zojuist overgegaan van geloof in God op een beslist geloof in Christus.’ De bekering vond plaats op 22 september 1931, terwijl Lewis in de zijspan van de motorfiets van zijn broer zat. ‘Toen we vertrokken geloofde ik niet dat Jezus Christus de Zoon van God is,’ maar toen ze op de bestemming aangekomen waren geloofde hij het wel. Het was geen emotionele gebeurtenis en evenmin had hij bewust zitten redeneren. ‘Het was meer zoals wanneer je na een lange slaap nog bewegingsloos in bed ligt en dan tot het besef komt dat je wakker bent.’

The Pilgrim’s Regress
Lewis’s derde poging om zijn bekeringsverhaal op te schrijven had tot resultaat The Pilgrim’s Regress (de pelgrimsterugreis). Hoewel het een serieus boek is (in de eerste plaats een scherpe kritiek op schijngenoegens, drogleringen en fysieke en geestelijke verleidingen), is het van een innemende frisheid. Niet één van zijn overige boeken is zo licht van toon, en weinig zijn er zo vaak geestig en diepzinnig. Inhoud: John stelt zich ten doel de smalle weg der deugd te betreden die over de Beek des Doods naar Moeder Kerk leidt. Hij leeft van haar voedsel maar om bij haar te komen moet hij eerst zorgen dat hij niet in de val van het denken en het voelen loopt. Het denken wordt vertegenwoordigd door de noordelingen, waartoe mensen met grote leerstelsels behoren (de marxisten, de humanisten, de anglo-katholieken). Het gevoel wordt vertegenwoordigd door de zuiderlingen (occultisten, vrijzinnigen). Zij blijken allemaal ongelijk te hebben, niet omdat zij zich tegen het orthodoxe christendom keren maar omdat zij irrationeel zijn of het romantische ontkennen. In het slotgedeelte wordt John christen, en krijgt hij de opdracht op zijn schreden terug te keren. Hij komt nogmaals door alle landen van de geest waar hij vóór zijn bekering doorheen getrokken was. Hij ziet ze nu zeer duidelijk als de akelige of irrationele waanvoorstellingen die ze zijn. Ten slotte komt hij bij het huisje van zijn ouders in het land van zijn jeugd, Puritana geheten, waar hij zijn laatste rustplaats en zijn diepe vreugde vindt.

Een ander mens, vaste grond
Door zijn bekering werd Lewis een ander mens. Zijn zoektocht naar een overtuiging was voorbij; hij had vaste grond om op te staan. Hij was niet langer een introvert jongmens en kreeg als tutor veel meer zelfvertrouwen. Hij legde zich toe op ontwikkeling en versterking van zijn geloof, en bijna vanaf het jaar van zijn bekering wilde hij een verkondiger van het christelijk geloof worden. De weg lag open voor zijn grote loopbaan als christelijk schrijver en volkstheoloog. Maar allereerst zou hij, geleerde intellectueel als hij was, moeten leren eenvoudig te schrijven en het zijn lezers gemakkelijk maken.

Overige
Aanvankelijk ging Lewis alleen bij de grote feestdagen aan het avondmaal, maar eens per maand leek een beter ‘compromis tussen lauwheid en fanatisme’. Waarschijnlijk ging hij de laatste vijftien jaar van zijn leven iedere week aan het avondmaal.

Tweede Wereldoorlog
Impliciet christelijke boeken
In 1935 verscheen zijn boek The Allegory of Love, wat goed viel. In 1937 verscheen Out of the Silent Planet, een sciencefictionboek, een ruimtevaartverhaal. Slechts enkele recensenten bleken de christelijk-theologische kanten van het boek te zien. Lewis kwam erachter dat hij in staat was tot evangelisatie door het schrijven van populaire boeken die slechts impliciet christelijk waren. Hij wees erop dat de moeiten van een christelijke schrijver of spreker voortkwamen uit het feit dat de cultuur helemaal niet christelijk was. Dit hield in dat de invloed van een christelijke voordracht of publicatie al gauw ontkracht werd door de invloed van films, kranten en romans waarin een tegengesteld uitgangspunt vanzelfsprekend was. Dit maakte wijdverbreid succes onmogelijk voor een christelijke schrijver. Nodig waren nu niet meer ‘boekjes over het christelijk geloof’, maar boeken van christenen over andere onderwerpen, boeken waarin het christelijke element latent aanwezig was. Lewis wilde dat de morele en geestelijke zin van zijn werken onbewust zou worden ervaren.

Geweten en liefde met betrekking tot de oorlog
Toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak, was Lewis een man van veertig, nog ongetrouwd. Hij had zeven boeken gepubliceerd; de meesten daarvan waren een succes. Maar niemand kon bevroeden dat binnen enkele jaren zijn naam een begrip zou zijn. Lewis vond de oorlogsverklaring van Engeland aan Duitsland afschuwelijk, maar hij twijfelde er niet aan dat het een juiste stap was. Hij was een christen, maar geen pacifist, en was ervan overtuigd dat Engeland geen alternatief had. Lewis meent dat het geweten altijd moet worden gehoorzaamd, maar alleen na grondig onderzoek van de gegevens waarop het geweten zich baseert – dat wil zeggen: ervaringen, de feiten, een aantal direct morele basisinzichten en goddelijk en menselijk gezag. Liefde is goed en haat is slecht; mensen helpen is goed en hun kwaad doen slecht – dit zijn directe, fundamentele inzichten. Maar iedereen helpen kunnen we niet; we moeten de één meer of eerder helpen dan de ander.

Gelukkige periode
Mannen tussen de 18 en 41 waren dienstplichtig. Daar viel Lewis dus nog net onder. Hij was ook bereid om wat voor zijn land te doen. Toen er sprake van was dat de universiteitsgebouwen gebruikt zouden worden voor de oorlog, was Lewis drie dagen bezig zijn boeken te verhuizen naar de kelder. Toen het toch niet doorging was hij evenzoveel dagen bezig om het weer allemaal op zijn plaats te brengen. Lewis beleefde een gelukkige periode tijdens de oorlog en was altijd opgewekt. Hij hielp waar hij kon: hij stelde zijn huis open voor geëvacueerde kinderen uit Londen. Dat er minder auto’s reden in verband met rantsoenering van de brandstof, vond Lewis niet erg: nu kon je des te beter wandelen. Ook het feit dat ’s avonds alles geblindeerd moest zijn vond hij mooi: hij kon daardoor Oxford bij maanlicht zien.

Antichristelijke krachten
Naarmate de oorlog vorderde kreeg Lewis steeds meer het gevoel in een door vijanden bezet gebied te verkeren. De vijand was volgens hem niet beperkt tot de Duitsers, maar omvatte alle hevig antichristelijke krachten die het hem bekende en geliefde Europa dreigden te vernietigen. ‘De democratieën hebben grote zonden op hun geweten, maar de totalitaire landen zeer waarschijnlijk nog grotere.’

The Problem of Pain
Lewis schreef tijdens de eerste winter van de oorlog The Problem of Pain, een deel in de populaire reeks ‘Christian Challenger’. Het boekje handelde over lijden en pijn. Het is één van zijn populairste boeken. Het is een briljante weergave van het christelijk geloof als een redelijk en humaan stelsel. Het was zijn overtuiging ‘dat wanneer er pijn verdragen moet worden, een beetje moed meer helpt dan veel kennis, een beetje menselijk meeleven meer dan veel moed, en het kleinste vleugje liefde van God meer dan dat alles.’

Lewis’ stijl
‘Iedere dwaas kan geleerde taal schrijven. Het komt aan op de gewone spreektaal. Als je je geloof daar niet in kunt verwoorden, begrijp je het niet of geloof je het niet.’ Dit is Lewis’ grondhouding. Hij begint met de fundamentele religieuze ervaring, met één van zijn vele prachtige analogieën. De combinatie van zijn talent voor analogieën, zijn logische aanpak, en zijn eenvoudige stijl waarin ieder woord nauwkeurig gebruikt wordt, maakt al zijn religieuze geschriften doeltreffend. Toch stelt hij de zaken zelden te simpel voor. Hij presenteert een ‘christendom dat altijd recht doet aan de complexiteit van de werkelijkheid.’

Hel en pijn bij dieren
De hoofdstukken over de hel en over pijn bij dieren bevatten oorspronkelijke gedachten van hem. De hel is iets dat wij vrijelijk onszelf kunnen aandoen door Gods wens om ons bij zich te hebben beslist en totaal af te wijzen. De hel is het logische eindpunt van de vrijheid die God de mens gegeven heeft – de vrijheid om Hem af te wijzen. Als de hel inwoners heeft, zijn zij slaven van zichzelf. Over dieren zegt hij puur speculatief te schrijven.

The Screwtape Letters
In 1941 schreef Lewis The Screwtape Letters (Nederlandse vertaling: Brieven uit de hel). Het was een boek waarin een oudere duivel raad gaf aan een jongere die juist met zijn eerste ‘patiënt’ aan de slag was gegaan. Allereerst diende hij zijn geloof in het gebed te ondermijnen. Dit moest niet moeilijk zijn; het gebeurde meestal vanzelf als het gebed niet verhoord werd. Bij dit ondermijningswerk diende de jonge duivel het gebruik van argumenten te vermijden. Het gaat erom bij de patient het ‘onberedeneerde gevoel’ te stimuleren dat de christelijke leerstukken het soort dingen zijn die toch niet echt waar kunnen zijn. Het waren 31 brieven die wekelijks in The Guardian geplaatst werden, een weekblad van de Anglicaanse kerk (het enige tijdschrift waarop hij ooit geabonneerd was). Later werd het gebundeld. Het boek was een groot succes, ook in Amerika. In totaal zouden er twee miljoen exemplaren van verkocht worden. Het geld dat dit boek opbracht besloot hij te geven aan liefdadige instellingen; dit zou hij zijn leven lang aanhouden, ook als hij krap bij kas zat.

Inhoud
Screwtape is een briljante combinatie van geestelijke diepgang en een buitengewoon psychologisch inzicht. Onderwerpen waar het over gaat: de vrije wil, het gebed, de duivel houdt van ware genietingen en positieve daden af, ware en valse nederigheid, heden en toekomst, ondeugden, liefde, begeerte, huwelijk, mensen die op zoek zijn naar dominees die hun bevallen en dominees die het geloof ontkrachten en haat en nijd stoken.

Weinig plezier
Lewis had weinig plezier beleefd met het schrijven van dit boek; hij had het zelfs met weerzin geschreven. Hij vond het slecht voor zijn eigen karakter om zichzelf als een duivel voor te stellen en te bedenken hoe hij mensen in zijn omgeving zou kunnen verleiden en bederven.

Radioprogramma’s
De BBC vroeg Lewis om een religieus radioprogramma te maken. Hoewel hij een hekel had aan de radio, zoals hij later ook een hekel zou hebben aan de televisie, bewilligde hij, want hierdoor kon hij een groot publiek bereiken. Hij wilde gaan spreken over de ‘natuurwet’, de objectieve regel voor goed en kwaad, omdat het Nieuwe Testament ervan uitgaat dat mensen in een natuurwet geloven en weten dat zij die hebben overtreden, wat in het moderne Engeland niet meer klopt. De eerste stap was dan ook het herwinnen van een schuldgevoel. Het ging heten Right and Wrong: A Clue to the Meaning of the Universe. Het werd een groot succes. Zijn volle stemgeluid, beschaafd en toch recht voor z’n raap, kwam perfect over. Hij ontving steeds meer brieven. Zo kreeg hij een enorme correspondentie de rest van zijn leven.

Mere Christianity
Het waren vijf uitzendingen, maar de BBC vroeg of hij een nieuwe serie wilde maken. Deze serie kreeg de titel What Christians Believe. Kenmerkend was het rationele karakter. In het gangbare denken werd het christelijk geloof veelal gezien als iets emotioneels en irrationeels. Daarna kwam de serie Christian Behaviour: over christelijke deugden, zoals geloof, hoop, liefde en vergeving. Lewis zegt dat we elke dag een tijdje moeten stilstaan bij een paar van de voornaamste leerstukken. De laatste serie heette Beyond Personality: The Christian View of God. Daarin zei hij onder andere: ‘Geef jezelf op en je zult je ware ik vinden (…) Zoek Christus en je zult Hem vinden, en met Hem al het overige op de koop toe.’ Al deze series werden in boekvorm gepubliceerd onder de titel Mere Christianity (=louter christendom). Een recensent zei: ‘Zijn helderheid van denken en eenvoud van taal hebben iets betoverends waardoor de meest duistere problemen van theologische speculatie duidelijk worden.’ Maar er waren ook vijandige reacties, zoals de bewering dat Lewis puriteins was in zijn visie op huwelijk en seksualiteit.

De juiste man op de juiste plaats in de juiste tijd
‘De oorlog, het hele leven, men zag er vaak de zin niet meer van. Velen hadden een sleutel nodig tot de betekenis van het heelal. En dat was precies wat Lewis te bieden had. Mooier nog, hij gaf ons het oude, traditionele geloof terug zodat wij dat met een nieuw vertrouwen konden aannemen, met iets als zekerheid.’ Lewis heeft een grote bijdrage geleverd aan de zogenoemde oorlogsinspanning. Daarom kreeg hij na de oorlog van Churchill een hoge onderscheiding.

Voorzitter van atheïsten
Van 1942 tot 1954 was Lewis voorzitter van de Oxford Socratic Club, waar gediscussieerd werd over de christelijke godsdienst door christenen en atheïsten. Op iedere bijeenkomst was er een lezing van een christen of van een atheïst. Daarop antwoordde een spreker uit het andere kamp. De bijdrage van Lewis was altijd het hoogtepunt van de avond.

Overige
– Zonder zijn vermogen om zich de kinderwereld weer voor de geest te halen had Lewis nooit zo’n groot schrijver van kinderverhalen kunnen worden.
– Lewis leerde nooit autorijden en liet zich graag rijden.
– Tijdens de onderwijsperiodes verbleef Lewis in de regel in het Magdalen College, behalve in het weekeinde. Zijn scout wekte hem iedere morgen om kwart over zeven met thee. Lewis studeerde vooral in de vakanties. Hij hield dan dezelfde uren aan als tijdens de werkperiodes. Lewis’ colleges waren levendige voordrachten. Het onderwerp zou bij iedere andere lector saai zijn geweest.
– Lewis beleefde altijd veel plezier aan lange wandelingen. De weinige vakantiedagen die hij zich per jaar permitteerde besteedde hij aan wandeltochten door dorpjes en vrije natuur. Lewis had een in wezen mystieke visie op de natuur. Hij zag er vaak ‘de signatuur aller dingen’ in.
– Gewoonlijk ging Lewis naar de Communion-dienst van 8.00 uur, want hij had een hekel aan bijna alle kerkmuziek en in deze dienst werd maar weinig gezongen.
– Lewis had nooit leren typen en schreef al zijn boeken met de hand; zijn broer Warren typte de eindversie. Daarna vernietigde Lewis de oorspronkelijke handgeschreven versie gewoonlijk, omdat hij niet de ruimte had om die op te bergen!
– Massa’s post kwam op Lewis af nadat hij steeds bekender werd. Zijn broer hielp hem met het verwerken.

Schrijver
Tegen antichristelijke krachten
Lewis zette na de Tweede Wereldoorlog een aanhoudende tegenaanval op de antichristelijke krachten om zich heen in. Boeken, artikelen, brieven en radio-uitzendingen werden hiervoor gebruikt. Lewis was ‘ontzaglijk productief’. In That Hideous Strength (1945) beschrijft hij een psychische en kosmische ervaring van het kwaad.

The Great Divorce (1945)
The Great Divorce is gebaseerd op de opvatting van sommige kerkvaders dat de verdoemden wel eeuwig gestraft worden, maar met tussenpozen. Lewis schrijft over een ‘dagtochtje naar het paradijs’ of ‘vakantie van de hel’. Mocht blijken dat de hemel hun voorkeur heeft boven de hel, dan staat het hun vrij er te blijven, maar daartoe moeten zij wel iets prijsgeven, een slechte eigenschap die hun de weg naar de ware vreugde verspert. ‘Er zijn uiteindelijk maar twee soorten mensen: degenen die tegen God zeggen: “Uw wil geschiede” en degenen tot wie God zegt: “uw wil geschiede”’. De hel is volgens Lewis geen straf; het is een plaats waar de Almachtige probeert vrije schepselen, die zich halsstarrig vastklampen aan de ellendigheid van het demonische Ik, te bekeren tot het leven van vreugde. Één succes krijgen we te zien van een man die zijn wellust vaarwel zegt en zich overgeeft aan Christus waardoor hij ogenblikkelijk van gedaante veranderd wordt. Met dit verhaal kon hij in één verhaal het paradijs en de hel schilderen. Dit was misschien wel zijn diepzinnigste en het meest de volmaaktheid benaderende werk van Lewis.

Miracles
In 1947 verscheen Miracles. Een belangrijk boek, omdat veel mensen hem verteld hadden dat zij de evangeliën niet konden geloven door het grote aantal wonderen dat erin opgetekend staat. Wat hen betrof waren wonderen een belemmering om te geloven. Miracles werd het meest filosofische boek van Lewis. Met zijn argument voor het bestaan van God kwam hij echter in de problemen. Een atheïst won een debat daarover, en daar baalde Lewis enorm van: dit leek hem een ernstige zaak, want een bewijs dat een argument voor het bestaan van God niet deugt zou door eenvoudige lieden gemakkelijk kunnen worden gezien als bewijs dat God niet bestaat. Het was wel een les voor Lewis: hij moest niet meer zo prat gaan op zijn logische redeneervermogen.

Narnia
Lewis’ bekendste en meest geliefde boeken zijn de kinderverhalen die samen onder de noemer Narnia vallen. Zijn methode van verhalen schrijven was: de beelden die bij hem opkwamen verzamelen. Lewis bracht zo diverse mythologieën bijeen. Het ging over Aslan, de fauns, de Witte Heks, de kerstman, de nimfen en de Bevers. De uitgever was eerst voorzichtig over deze verhalen: ze vreesden dat Lewis’ reputatie er onder zou lijden. Van 1950 tot 1956 verscheen er elk jaar een Narnia-boek: The Lion, the Witch and the Wardrobe, Prince Caspian, The Voyage of the Dawn Treader, The Horse and his Boy, The Silver Chair, The Magician’s Nephew en The Last Battle. Deze boeken laten meer van Lewis’ persoonlijke religiositeit zien dan zijn theologische boeken, want hij schreef ze meer vanuit zijn hart dan vanuit zijn hoofd.

Realisme gangbaar
In de tijd waarin de boeken verschenen was het ‘uit het leven gegrepen’ kinderverhaal (realisme) in de mode. De gangbare opvatting was dat een verhaal een kind moest helpen het leven te begrijpen en daarin zijn plaats te vinden, en hem niet moest stimuleren om zich aan fantasieën over te geven, en dat sprookjes, als die al goed voor kinderen waren, alleen voor de allerkleinsten waren. Lewis’ boeken waren dus geheel vernieuwend. In de Narnia-boeken was de christelijke strekking duidelijk aanwezig. Veel kinderen lazen het zonder zich daarvan bewust te zijn.

Theologische diepgang
Moderne kinderen worden vaak voorgesteld als opstandig en anarchistisch, maar degenen die de Narnia-verhalen lezen, aanvaarden toch zonder tegenstand een hiërarchische maatschappij. Aslan gelooft niet in gelijkheid en staat boven iedereen. De Narnia-verhalen laten een volledige aanvaarding zien van de conventionele en traditionele moraal. Menselijkheid, moed, trouw, eerlijkheid, vriendelijkheid en onzelfzuchtigheid zijn deugden. Kinderen die er misschien tegen in opstand zouden komen wanneer deze moraal hun in de kerk of op school geleerd werd, nemen hem gemakkelijk en natuurlijkerwijze over wanneer ze hem in praktijk gebracht zien door de mensen van wie zij houden. Uit de Narnia-verhalen zou men een theologisch stelsel kunnen halen dat heel veel op het christelijke lijkt. Het scheppingsverhaal, de zondeval, dood, oordeel, hel en hemel komen er in voor. Lewis stelde zich voor dat hij het voor de kinderen gemakkelijker maakte het christendom aan te nemen wanneer zij er in hun latere leven mee in aanraking zouden komen.

Puriteinen en Calvijn
Lewis vond dat de hedendaagse visie op de puriteinen niet deugde. De protestantse leer van behoud uit genade is niet somber of angstaanjagend, maar vreugdevol. De puriteinen zongen de lof van het huwelijksbed; het waren de katholieken ie maagdelijkheid verheerlijkten. Calvijn was ‘een imponerende figuur, een geboren idool voor revolutionaire intellectuelen.’

De impact van de machine
Het tutor-werk werd al maar zwaarder; er kwamen steeds meer studenten. Daarom probeerde Lewis een professoraat te krijgen, maar dit ging moeilijk gezien zijn uitgesproken christelijke opvattingen. Uiteindelijk in 1954 kreeg Lewis een leerstoel in Cambridge (Magdalene College) aangeboden (middeleeuwse en renaissance-letterkunde). Ondanks zijn natuurlijke afkeer van verandering, nam hij het aan. In zijn inaugurele rede betoogde hij dat er een grote breuk in cultuur en beschaving had plaatsgevonden. Leiders kwamen in plaats van regeerders, door het verval van het christelijk geloof verloren de mensen hun band met het verleden. Maar de allergrootste verandering was gekomen door de komst van de machine, die de mens een andere ‘plaats in de natuur’ en een nieuwe mythe verschaft: de voorstelling dat het nieuwe altijd beter is.

Overlijden Mrs Moore
Mrs Moore overleed op 12 januari 1951: nu kreeg Lewis veel meer tijd voor andere dingen. Zo kreeg hij ook meer tijd voor wandelingen met zijn broer Warren. Die verliepen altijd hetzelfde: één van beiden een rugzak om, een half uur lopen, vervolgens even rusten en roken, dan de ander de rugzak en zo ging het steeds door; men ging eten bij een pub, maar daar mocht geen muziek aanstaan.

Joy Davidman
Na de dood van Mrs Moore kwam Lewis in contact met de uit New York afkomstige Joy Davidman (17 jaar jonger dan hem), een gescheiden vrouw met kinderen. Zij was communist geweest maar was tot bekering gekomen. Haar man was ontrouw en wilde van haar af. Ze had anti-Amerikaanse ideeën. Het sloot aan bij Lewis’ eigen vooroordeel tegen Amerika. Eigenlijk wilde ze helemaal niet scheiden, om godsdienstige redenen. Maar haar man had een andere vrouw, en toen werd de echtscheiding definitief.

Vreemde handelswijze van Lewis
Joy kwam vaak bij Lewis op bezoek met haar twee zonen. Zij vreesde steeds dat ze weer terug moest naar Amerika, en dat wilde ze absoluut niet. Ze vond Engeland veel beter dan Amerika. Lewis dacht eraan om met haar te trouwen, alleen voor de wet, zodat ze permanent in Engeland kon blijven wonen. Hij zag het niet als een ‘echt’ huwelijk. Zo werd het april 1956 en kwam er een eind aan de verblijfsvergunning van Joy. Zo besloot Lewis een burgerlijk huwelijk met haar aan te gaan. Het huwelijk zou nooit iets anders dan een formaliteit zijn, zei hij, en het moest geheim blijven. Lewis verdedigde zich door te zeggen dat Joy’s vorige huwelijk geen christelijk huwelijk was en daarom niet geldig. Maar voorlopig zijn het alleen de gevoelens van Joy voor Lewis, en niet andersom; Lewis is niet verliefd op haar.

Volkomen huwelijk
Joy wordt echter niet lang daarna ernstig ziek. Door haar ziekte kreeg Lewis genegenheid voor haar. Zo werd in het ziekenhuis het huwelijk kerkelijk bevestigd, omdat het volgens Lewis dan pas een echt huwelijk was. Tegelijkertijd baden ze om genezing. Drie jaar en vier maanden zou het huwelijk duren. Niet alleen Joy, maar ook Lewis zelf kreeg lichamelijk kwalen; er werd verzwakking van de botten door een sterke afname van hun kalkgehalte geconstateerd, zodat hij veel pijn leed en moeilijk kon lopen. Lewis was zeer gelukkig met het huwelijk. ‘Hij vond het iets geweldigs, verliefd te zijn op iemand die je zonder reserves kon bewonderen.’ Op 11 juli 1959 stierf Joy aan de ernstige ziekte waar ze bijna vanaf het begin van hun huwelijk aan leed. Lewis voelde dat hij slechts door het huwelijk tot een volkomen rijpheid en mannelijkheid was gekomen. Om het verdriet te verwerken schreef hij een er een boekje over, anoniem, zodat hij niet een ondraaglijke hoeveelheid post zou krijgen.

The Four Loves
In 1957 werd Lewis door een Amerikaanse omroeporganisatie uitgenodigd om bandopnamen te maken voor een aantal uitzendingen. Lewis koos als onderwerp The Four Loves. Deze vier liefdes waren: storge, philia, eros en agape. Echter, de inhoud werd afgekeurd, omdat luisteraars erdoor geschokt zouden kunnen worden, gezien Lewis’ openheid over deze zaken. Het feit dat God liefde is, en dat ware gevende liefde waarschijnlijk vooral gevonden wordt bij mannen en vrouwen die dicht bij Hem zijn, is een van de hoofdthema’s. Een ander thema is dat liefde ‘een duivel wordt zodra zij een god begint te worden.’ Een opvallend feit is dat paus Johannes Paulus II regelmatig citeerde uit dit (later uitgegeven) boek.

Vriendschap
Vriendschap is volgens Lewis ‘het soort liefde dat men zich tussen engelen kan voorstellen.’ Het voortbestaan van het christendom is hieraan te danken. ‘De kleine groepjes vroege christenen overleefden doordat zij uitsluitend de liefde van “de broeders” van belang vonden (…) Christus kan tegen iedere groep christenvrienden naar waarheid zeggen: “Jullie hebben elkaar niet uitgekozen, maar ik heb jullie voor elkaar uitgekozen” (…) Het is een instrument waarmee God ons de schoonheden van alle anderen laat zien.’ Lewis beschouwde vriendschappen als zijnde voor het leven.

Reflections on the Psalms
In 1958 verscheen Reflections on the Psalms, sinds Miracles in 1947 het eerste theologische boek. Het gaat over de passages waardoor moderne lezers worden afgestoten: het uitzien naar de dag des oordeels, de veelvuldige vervloekingen en het genoegen in de afslachting van Israëls vijanden, de totale afwezigheid van geloof in leven na de dood, de zelfgenoegzaamheid. Verder schrijft hij: ‘Het waardevolste in de psalmen is voor mij dat zij uitdrukking geven aan dezelfde vreugde in God waarvan David ging dansen.’ Het plezier dat zij geven stelt hij tegenover ‘de puur plichtmatige “kerkgang” en het “gebeden doen” waartoe de meeste mensen, God zij dank niet altijd, maar wel vaak, vervallen.’ Hij houdt van het enthousiasme van de psalmisten voor God.

22 november 1963: overlijden
In de zomer van 1961 werd Lewis ziek; hij kreeg last van zijn prostaat, ontstoken nieren en als gevolg daar van bloedvergiftiging. Hierna kwam wel weer een opleving, maar uiteindelijk werd dit zijn einde. Op 22 november 1963, dezelfde dag als toen president John F. Kennedy te Dallas werd vermoord, overleed Lewis op 64-jarige leeftijd. Dit verklaart ook waarom er zo weinig belangstelling voor Lewis’ dood en begrafenis was.

Overige
– Lewis was zijn leven lang geïnteresseerd in kleuren en hun symboliek.
– De roman Perelandra is voor christenen waarschijnlijk het meest de moeite waard gezien de mate waarin de christelijke boodschap aan de orde komt.
– In 1955 verscheen zijn Surprised by Joy: The Shape of My Early Life. Hij spreekt met geen woord over zijn verhouding met Mrs Moore. De ellende op school vult een derde deel van zijn boek.
– Lewis had de vaste overtuiging dat de kwaliteiten van een goed boek bij eerste lezing niet ten volle genoten konden worden. Je moest herlezen.
– Lewis was overtuigd van de waarde van het hardop lezen.
– Lewis gaf zijn leven lang weinig geld uit (behalve aan de goede doelen). Zo kocht hij nooit nieuwe meubels, want als ze niet kapot waren hoefde dat niet.
– Lewis schreef ook gedichten die gepubliceerd werden in tijdschriften. Dit deed hij meestal op verloren momenten, zoals in de trein of tijdens saaie vergaderingen.
– Lewis ging graag om met zijn vrienden, maar kwam er niet vaak thuis omdat hij liever hun echtgenotes niet ontmoette.
– Roken deed Lewis altijd, want als hij dat niet deed ‘weet ik dat ik volkomen ongenietbaar zou worden.’ Zijn leven lang bleef Lewis helaas verslaafd aan thee en tabak.
– Lewis raakte zijn gevoel voor humor nooit kwijt. Hoe slechter het met hem ging, hoe meer hij die eigenschap als een van de grootste gaven van God waardeerde.
– Lewis verzette zich tegen het idee dat het privé-leven van een schrijver het bestuderen waard is. Toch doen we het nu.
– Lewis voelde zich vaak eenzaam als hij lang alleen was. Hij ging graag in de natuur wandelen en achtte een bijna dagelijkse middagwandeling belangrijk voor zijn gezondheid.
– Toen Lewis gevraagd werd waarom hij geen lid van de rooms-katholieke kerk werd, zei hij dat hij geen verleiding voelde om ‘jullie ketterijen’ te delen. Hij noemde twee ketterijen: de plaats van de Maria en de leer van de onfeilbaarheid van de paus. Maar hij weigerde hierover in discussie te gaan.

Gepubliceerd in augustus 2006

Advertenties