Kuitert sterft

Harry Kuitert sterft op 92-jarige leeftijd. Dagblad Trouw schrijft: “Met afstand is hij de meest invloedrijke theoloog die Nederland de afgelopen eeuw voortbracht. Hartstochtelijk wilde hij het christelijk geloof aannemelijk maken voor de moderne mens.”

Advertenties

‘GKN ondergegaan in PKN’

De Gereformeerde Kerken in Nederland zijn in 2004 niet alleen ópgegaan in de Protestantse Kerk in Nederland, maar, zo concludeert prof. dr. G. Dekker tien jaar later, daarin ook óndergegaan. De emeritus hoogleraar godsdienstsociologie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam schrijft dit in het Historisch Tijdschrift GKN.

‘Er is nauwelijks nog iets zichtbaar van de Gereformeerde Kerken’, stelt prof. Dekker. ‘Als men bedenkt dat de hervormde modaliteiten in de PKN hun plaats hebben behouden en dat de Luthersen hun synode nog hebben, maar de Gereformeerde Kerken alles hebben moeten opgeven, dan kan de conclusie moeilijk anders luiden dan dat de Gereformeerde Kerken niet alleen zijn opgegaan, maar ook zijn ondergegaan in de Protestantse Kerk in Nederland.’

Prof. Dekker publiceerde in 1992 de studie De stille revolutie, waarin hij de ontwikkelingen in de GKN analyseert.

Kuitert: kerk is ontwenningskliniek

Kuitert schrijft het boek ‘Alles behalve kennis. Afkicken van de godgeleerdheid en opnieuw beginnen’. Theologie heeft volgens hem “allesbehalve” te maken met kennis. Ze onderzoekt slechts geloofsvoorstellingen van mensen die weer het product van eigen verbeelding zijn. Er is geen gezaghebbende instantie die zegt dat Godskennis kennis is. De christelijke leer over God stamt van mensen af, is dus geen kennis maar ontwerp van verbeelding, afkomstig van verre voorouders.

De kerk moet daarom radicaal van functie veranderen, aldus Kuitert, ze moet een “ontwenningskliniek” worden waar mensen kunnen leren hoe te leven met wat geen kennis bleek te zijn.

Harry Kuitert alles behalve kennis

Theologie verdwijnt uit Kampen

Een typische 1 aprilgrap, zo dachten velen. Maar het was echt waar: de Protestantse Kerk maakt wereldkundig dat de Protestantse Theologische Universiteit (PThU) haar vestiging in Kampen (en ook in Leiden en Utrecht) gaat sluiten. Met ingang van september 2012 zou de verhuizing klaar zijn.

In 1854 werd in Kampen de Theologische School gesticht. In 1939 werd de naam veranderd in Theologische Hogeschool. Vanaf 1988 werd het Universiteit. Na bijna 160 jaar kwam dus aan deze geschiedenis een einde.

Foto: een gebrandschilderd raam met de spreuk Fides Quaerit Intellectum (geloof zoekt inzicht), naar het gelijknamige Kamper studentencorps. Bron: http://www.flickr.com

Kampen universiteit

Weemoed

Eind 2001 verschijnt het boek ‘De gereformeerden’ van Trouw-journaliste Agnes Amelink. Het boek riep veel herkenning op. Het boek biedt naast de geschiedenis van de Gereformeerde Kerken in Nederland ook informatie over de manier waarop de mensen in de loop der tijd hun geloof hebben beleefd. Ze doet dit aan de hand van een familiegeschiedenis. Het boek werd een bestseller. Uit reacties op haar boek proefde Amelink ‘een stuk weemoed’.

Rond de eeuwwisseling verschenen vergelijkbare boeken. In 1996 was ‘Hoe God verdween uit Jorwerd’ van Geert Mak verschenen, een biografie van een dorp tussen 1945 en 1995 – ook de teloorgang van de boer. Dit boek werd een enorm succes, het beleefde meer dan 40 herdrukken. Van dezelfde auteur verscheen in 1999 ‘De eeuw van mijn vader’, ook een synthese van verhalende genealogie en geschiedschrijving. Ook dit boek was een enorme bestseller.

Geert Mak is zoon van een gereformeerd predikant in Friesland. In laatstgenoemd boek haalt hij een herinnering aan: ‘In die [=Friese] dorpen werd veel en hard gezongen (…) De enorme Koepelkerk (…) kon prachtig galmen. “Heer, ai maak mij Uwe wegen”, en de ruiten rinkelden. Daar hadden de hervormden niet van terug.’

Er blijft weinig meer staan bij Kuitert

Het boek ‘Over religie. Aan de liefhebbers onder haar beoefenaars’ verschijnt. Kuitert rekent af met de voorstelling van God als een persoon, als een wezen dat voor Zichzelf en op Zichzelf bestaat en inzetbaar is op wens of gebed. Hij verzet zich tegen een historische verklaarbare voorstelling van God en vervangt die door een ‘zich aangesproken voelen’, vooral in de ontmoetingen met de behoeftige naaste, daarin wordt God openbaar.

Kuitert blijkt ook op een ander punt van gedachten te zijn veranderd: de notie van een eeuwig leven bij God. De hoop op de eeuwige vriendschap met God als de Schepper is nu bij Kuitert vervangen door iets anders: ‘Alles zal er nog net zo zijn als ik dood ben, de lente komt weer, de rivier stroomt nog, de straat waardoor ik loop staat opnieuw in bloei: een grote troost’.

Pedofilie-affaire

Op zaterdag 10 januari 1998 verschijnt in dagblad Trouw een brief van de gereformeerde kerkrechtdeskundige L.C. van Drimmelen waarin hij bekent pedofiel te zijn. Reeds om even na acht uur ‘s morgens is de gereformeerde synodepreses ds. R.S.E. Vissinga voor de radio te horen. Hij zegt veel begrip voor zijn collega te hebben en vindt de actie ‘moedig en dapper’. Hij meende dat ook pedofielen predikant zouden kunnen zijn. In een tv-programma de volgende dag brengen progressieve kerkleiders begrip op voor pedofielen.

De publieke opinie lijkt zich echter tegen de predikanten te keren, vooral omdat slachtoffers verontwaardigd aan de bel trekken. De indruk was ontstaan dat pedofiele praktijken werden goedgepraat.

Van Drimmelen verklaart op maandag geen pedofiel te zijn en zegt dit voorgewend te hebben.

Prof. K. Runia, vertolker van behoudende opvattingen binnen de GKN, stelt dat deze pedofilie-affaire niet als een op zichzelf staand incident moet worden beschouwd. De crisis zou volgens hem alles te maken hebben met de pluriformiteit van de GKN, waar op leerstellig en ethisch gebied steeds meer mogelijk was geworden. Algemeen secretaris van de Gereformeerde Bond, dr. ir. J. van der Graaf, zet de crisis ook in een breder verband: ‘Ik zie de huidige crisis in de Gereformeerde Kerken als het sluitstuk van een ontwikkeling’.

In een gebeds- en verootmoedigingssamenkomst van het Confessioneel Gereformeerd Beraad in februari zijn zinnen te horen als: ‘Ik schaam me dat ik nog gereformeerd ben’ en ‘Je kunt het zo gek niet bedenken of het komt in de Gereformeerde Kerken voor’.

Het voltallige moderamen van de synode trad als gevolg van deze affaire af.

Kuitert over de Heere Jezus

Kuiterts boek ‘Jezus. Nalatenschap van het christendom’ verschijnt. Hij zegt hierin dat Jezus niet over Zichzelf heeft gedacht zoals de kerk over Hem is gaan spreken. Maar Kuitert blijft bij zijn standpunt dat voor de christen de verzoening met God via het offer van Christus geschiedt, en God is voor hem nog steeds persoonachtig. Hij bezigt het historische argument dat Jezus als een Jood Zich tegen iedere vergoddelijking van een mens zou hebben gekeerd.

Den Heyer over verzoening

Hoogleraar Nieuwe Testament te Kampen C.J. den Heyer publiceert in 1997 het boek ‘Verzoening, bijbelse notities bij een omstreden thema’. Hij laat de verzoeningsgedachte ‘Eén voor allen’ los. Het lijden en sterven van de Heere Jezus is slechts een voorbeeld. De oude, vertrouwde geloofswaarheden kunnen Den Heyer niet meer ‘ontroeren of inspireren’.

Niet minder dan 92 gereformeerde predikanten, vooral uit de hoek van het Confessioneel Gereformeerd Beraad, hebben tevergeefs van de Synode geëist dat zij Den Heyer zal ontslaan. Het applaus aan het einde van de synodezitting waarin de kwestie-Den Heyer behandeld werd, riep veel op.

Prof. dr. W. van ’t Spijker schrijft: ‘De synode van de Gereformeerde Kerken in Nederland heeft definitief een streep gezet onder haar eigen verleden. Zij heeft ook de band met de gereformeerde traditie, zoals deze in de geschiedenis ingebed is, losgemaakt. Zij heeft een standpunt gekozen inzake de meest centrale belijdenis van de kerk van Christus, dat niet anders dan als puur vrijzinnig moet worden aangemerkt. Zij heeft de mensen die terecht verzet aantekenden tegen de opvattingen van de betreffende hoogleraar, laten vallen.’

den heyer

‘Wij weten het beter dan Paulus’

De Kamper hoogleraar C.J. den Heyer zegt in 1994 dat de GKN voorgoed afscheid hebben genomen van de idealen van hun ‘vaderen’ uit Afscheiding en Doleantie. Met de publicatie van het rapport ‘God met ons’ (1980) was naar zijn zeggen van een typisch gereformeerde exegese van de Bijbel geen sprake meer. Den Heyer: “Het rapport markeert het moment waarop de leden van de Gereformeerde Kerken in Nederland zich met vreugde of met schrik bewust werden van het feit dat zij definitief afscheid hadden genomen van een bijbelopvatting die vele decennia kenmerkend was geweest voor gereformeerde theologie.”

Met de publicatie van ‘De betrouwbaarheid van de evangeliën’ (1967) van Tj. Baarda ging voorgoed een wissel om. In zijn boek bepleitte Baarda een vrijere ruimte voor bijbeluitleg. Ook maakte hij zijn lezers attent op zijns inziens ‘niet te miskennen verschillen’ tussen de vier evangeliën. Na Baarda waren het de gereformeerde theologen Kuitert en Wiersinga die ieder op zijn wijze voor ‘opwinding’ zorgden.

Den Heyer: “Het klinkt eigenwijs, maar het is wel waar. Op tal van terreinen weten wij het beter dan Paulus. In actuele ethische kwesties zoals homofilie, abortus en euthanasie is de Bijbel niet in staat pasklare antwoorden te geven op moderne vragen.”

Kuitert: Het algemeen betwijfeld christelijk geloof

Kuitert trekt de aandacht met het boek ‘Het algemeen betwijfeld christelijk geloof. Een herziening’. Hij neemt de traditie onder de loep en gaat na wat hiervan in de moderne tijd nog wel en wat niet langer houdbaar is. Wat in zijn ogen niet houdbaar is, dat schrapt hij, maar hij komt met klem op voor wat hij beschouwt als behorend tot het wezen van het christelijk geloof.

Kuitert laat voor een modern theoloog die hij wil zijn opmerkelijk veel staan: hij is van mening dat God op zijn minst persoonachtig moet zijn. De zure appel van het christendom is iets waar we doorheen moeten: de verzoening tussen God en de mensen wordt door de zoendood van Christus – niet als godmens maar wel als ‘zondebok’ – tot stand gebracht. Na de dood wenkt ons Gods eeuwige vriendschap. In een laatste oordeel worden nog openstaande rekeningen vereffend; mensen die dat verdiend hebben worden gestraft voordat zij in de eeuwige dood verdwijnen.

Kuitert verwerpt leerstellingen als de drie-eenheid, de twee naturen van Christus en de opstanding, en dat bezorgt hem bij orthodoxen de naam van een ketter.

Rapport ‘In liefde trouw zijn’

Het ongehuwd samenwonen wordt door de synode aanvaard. Twintig jaar eerder werd seksualiteit voor het huwelijk nog als ‘strijdig met Gods Woord veroordeeld’. In de jaren ’70 werd de zinsnede uit het huwelijksformulier ‘tot de dood u zal scheiden’ al tussen haken gezet, wat betekent dat het de huwenden vrijstaat elkaar al of niet levenslange trouw te beloven.

Revolutionaire doopdienst

In Rotterdam-Delfshaven was een kind van twee vrouwen per kunstmatige inseminatie verwekt en dat moest gedoopt worden. Maar kon dit wel? Ja, het ging door. Ondanks alle tegenstand, wilde de kerkenraad de doop boven alles door laten gaan. De anders zo schaars gevulde kerk was op desbetreffende zondag 22 augustus 1982 tot de laatste plaats bezet. Het grootste deel van de eigen gemeente was echter thuisgebleven. Velen waren gekomen voor sensatie.

De eerste psalm was een heuse wraakpsalm voor allen die tegen deze doop waren geweest: Ps. 70:1. ‘Haast U om mij te redden, God! / O Heer’, doe uw verlossing dagen / Maak hen beschaamd, die mij belagen / Drijf met de spotters zelf de spot / Verlos, o Heer’, mij uit de handen / Van wie mij naar het leven staan / Doe Gij het lachen hun vergaan / Dan vluchten zij voor eigen schande’. Een verslaggever van Het Parool schreef: ‘Het ging er tegen aan!’ Met volle borst en veel enthousiasme werd dit lied gezongen. Na de doop gaf één van de twee moeders de dominee ‘twee stevige zoenen’.

doopdienst rotterdam delfshaven

Rapport ‘God met ons’

Het rapport ‘God met ons’ verschijnt. Het rapport gaat over de aard van het Schriftgezag en beschrijft de kentering die zich in de periode na 1950 aftekent. Men houdt het gezag en de betrouwbaarheid van de Schrift staande, maar voerden niet langer een pleidooi voor onfeilbaarheid in de zin van foutloosheid. De Bijbel is in de visie van de GKN een ‘menselijker’ boek geworden.

VU vrijzinnig?

Student Bram Krol onderneemt in 1972 een ludieke actie als hij zijn kandidaatsexamen aan de Vrije Universiteit aflegt in zijn pyjama en met een bord op de rug waarop geschreven stond: ‘Hier slaapt de kerk’, en: ‘Sst, niet storen’. De faculteit was volgens Krol ‘zonder slag of stoot bezig te vallen voor de aanval van de vrijzinnigheid.’

Op 20 oktober 1880 had Abraham Kuyper zijn inwijdingsrede van de Vrije Universiteit afgesloten met de volgende woorden: ‘En Gij die ons de nieren proeft, o Rechter ook van onze natie en Oordeelaar ook van de scholen der wetenschap, breek zelf de muren dezer Stichting af, en delg ze uit van voor Uw aangezicht, indien ze ooit iets anders bedoelen, ooit iets anders willen zou, dan te roemen in die souvereine, die vrijmachtige genade, die er is in het kruis van den Zoon Uwer teederste liefde!’

De Vrije Universiteit begon goed gereformeerd, met als grondslag de Drie Formulieren van Enigheid. Na een flinke crisis in de jaren zestig en zeventig, waarbij Schrift en belijdenis op de helling gingen, keerde het tij rond het jaar 2000.

‘Verweesde kinderen heroriënteren zich’, zo luidde de kop van een artikel over 125 jaar Vrije Universiteit in het Reformatorisch Dagblad van 20-10-2005, met als ondertitel: ‘Theologische faculteit VU krabbelt omhoog na tumultueuze periode van Kuitert’. De theologische faculteit is nu een centrum waaraan veel denominaties van de protestants-christelijke traditie zich hebben verbonden met behoud van de eigen identiteit. Foto: http://www.flickr.com

Vrije Universiteit

Zwakte oecumenische kerk

De Amerikaan Dean M. Kelley schrijft het boek ‘Why Conservative Churches Are Growing’. Sociaal gezien zijn volgens hem de ‘oecumenische’ kerken de zwakke groeperingen en de ‘conservatieve’ kerken de sterke groeperingen. Hij zet zes kenmerken tegenover elkaar: absolutisme en relativisme, toewijding/verbintenis en lauwheid/onverschilligheid, conformiteit en diversiteit, discipline en individualisme, fanatisme en gereserveerdheid, missionaire ijver en dialoog.

Wiersinga veroordeeld

Herman Wiersinga promoveert op het onderwerp ‘De verzoening in de theologische discussie’. Wiersinga heeft bezwaren tegen de traditionele gereformeerde verzoeningsleer. Hij vroeg meer aandacht voor de mens en de menselijke activiteit in het verzoeningsproces. De synode zou in de jaren daarna dit proefschrift veroordelen: ‘Door te ontkennen dat Christus in onze plaats het gericht van God gedragen heeft, tast dr. Wiersinga een essentieel bestanddeel aan van de verzoeningsleer van de confessie en doet hij tekort aan de rechte prediking van het evangelie’. Toch ging Wiersinga vrijuit.

H. Wiersinga (midden) in gesprek met H.M. Kuitert en G.Th. Rothuizen

H. Wiersinga (midden) in gesprek met H.M. Kuitert en G.Th. Rothuizen

Binding aan de belijdenis

De synode van 1969 stelde vast ‘dat bedenkingen tegen een wijze van inkleding of tegen de betoogtrant van de 3 formulieren van enigheid geen bezwaar behoeven te zijn om toch de volledige instemming (…) te betuigen’. Het resultaat was dat de ondertekeningsformulieren werden herzien, soepeler geformuleerd. Men gebruikt in dit verband vaak de uitdrukking ‘dynamische binding’ aan de belijdenis, door anderen spottend ‘elastiek’ genoemd.

Historiciteit zondeval

In 1969 werd Kuiterts ontkenning van de historiciteit van de zondeval afgekeurd, maar de synode voegt daar direct aan toe ‘dat het intussen gebleken is, dat dr. Kuitert ook op de synode in zijn gevoelen niet alleen staat’ en ‘dat zij daarom van oordeel is, dat de eenheid van het kerkelijk belijden niet op een zodanige wijze in geding moet worden geacht, dat daarover thans nadere beslissingen zouden moeten worden genomen’. Op de synode van Sneek (1970-1971) verklaarde Kuitert met zeker tien medestanders dat Adam nooit had bestaan en dat er van een zondeval, zoals ons die in Genesis 3 wordt beschreven, nooit sprake was geweest. De synode wist dat de Vrije Universiteit geen conflict rondom de persoon van Kuitert zouden dulden. Kuitert had verder onder de intellectuele elite binnen de kerk een behoorlijke aanhang. Daarbij kwam dat weinig mensen bereid waren een herhaling van 1944 te riskeren. Er was een moeheid om leertucht te oefenen. De synode heeft het hoofd gebogen en de leertucht nagelaten.

Kuitert (links vooraan) op de synode van 1969

Kuitert (links vooraan) op de synode van 1969

Waar blijven we?

De VU-bioloog J. Lever publiceert het boek ‘Waar blijven we?’ Hij geeft zonder enige moeite toe dat de eerste hoofdstukken van het boek Genesis geen historie vermelden en verwijt ook nog dat het christendom altijd krampachtig vast heeft gehouden aan een verouderd wereldbeeld en vergroeid is geweest met de gevestigde orde en misstanden heeft gesanctioneerd. Zijn boodschap: we moeten ons minder in de prehistorie verdiepen en actiever worden in het heden (sociale bewogenheid, naastenliefde, vredelievendheid).

Evolutietheorie

‘Het gaat om gegevens. Wij bewijzen er God geen dienst mee die te verdonkermanen. (…) Aanvankelijk wilde ik deze weg ook niet op. Ik schrok ervoor terug, maar ik moest! Nu verblijd ik mij erin’. Er pleit volgens Kuitert veel voor de evolutietheorie. Hoewel de wetenschap volgens Kuitert nooit het laatste woord mag hebben, moet je haar eigen inspraak wel erkennen. Toch kan hij blijven zeggen: ‘Denk niet dat ik de bijbel verwerp. Integendeel. Door haar geloof ik ook in God, als de Schepper’. Voor Kuitert zijn het bestaan van de verschillende scheppingsverhalen ‘even zo veel meer reden om des te meer God te vertrouwen’. ‘Het speurwerk aan de Heilige Schrift verheugt mij intellectueel veel, maar geestelijk nog meer! Een innerlijke vreugde!’ Kuitert aarzelt nooit of hij op de goede weg is, hij bidt nooit om correctie als het hierover gaat. Davids bede of er bij hem een schadelijke weg is bidt Kuitert niet: ‘Daarvoor is mij deze weg te evident. Het is geen schadelijke weg om gegevens onder ogen te zien’.

De betrouwbaarheid van de evangeliën

In 1967 publiceert Tj. Baarda in de serie ‘Cahiers voor de gemeente’ het deeltje: De betrouwbaarheid van de evangeliën. Professor Herman Ridderbos wijdt er een kritische bespreking aan. Als de eerste gemeente de traditie betreffende de historische Jezus helemaal overgeschilderd heeft met de kleuren van de Opgestane Heer, wat blijft er dan over van het gezag van de apostolische overlevering?

‘Ik gevoel mij wat gefrustreerd de lofzang mee te zingen op deze ontwikkeling van de gereformeerde theologie. (…) Er moet ruimte zijn – zo is thans de leus – voor het theologisch experiment.’ Ridderbos trekt hierna de volgende conclusie: ‘Zonder de principiële historische betrouwbaarheid van de evangeliën is het, naar mijn overtuiging, bij alle overblijvende spiritualiteit, met het christelijk geloof gedaan’.

Openheid als bewuste houding

Trouw-hoofdredacteur J.A.H.J.S. Bruins Slot (1906-1972) zegt kritischer tegenover zijn gereformeerde achtergrond te staan dan vroeger; met name de oorlog ‘schudde je ook zo allerverschrikkelijkst door elkaar’. Bruins Slot wil openheid als bewuste houding. Trouw wil een ‘modern christelijke’ krant zijn: een product dat alles bevat wat een modern mens aan eisen aan een krant stelt. De krant moet je de wereld doen kennen. De secularisatie hebben we ‘als feit te accepteren, en daar moet je vooral niet alleen maar over janken!’ Het accepteren van de wereld als feitelijk gegeven is goed; een gereformeerde mag overal komen.

Met de stroom mee

Volgens C. Rijnsdorp (1894-1982) hebben de kerken zelf niets in beweging gebracht, maar zijn ze ‘terecht gekomen in de algemene stroomversnelling die voor onze dagen karakteristiek is. Laat niemand menen dat hij schuift: we wórden geschoven. (…) De vraag is hoogstens: ben je bereid en in staat om bij te sturen?’

Arntzen: crisis in de GKN

Dr. M.J. Arntzen (1912) publiceert de brochure ‘De crisis in de Gereformeerde Kerken’. Daarin zegt hij o.a.: ‘De meest centrale waarheden van het gereformeerd belijden worden aangetast. En dat niet door enkele onbekenden, maar door zeer bekwame en geliefde leidende figuren. (…) En dat mag men niet lijdelijk toelaten. (…) Het gaat stap voor stap. Maar we zijn nu al gevaarlijk dicht bij de afgrond genaderd’. Arntzen verliet de GKN in 1971.

In de jaren zestig verschenen meer soortgelijke boeken:
S.U. Zuidema, Op de tweesprong. De Gereformeerde Kerken en de Wereldraad van Kerken, Franeker 1964
E.G. van Teylingen, Tussentijdse balans van het heroriëntatieproces in de gereformeerde kerken, Kampen 1964
H. van der Laan, Spanningen in de Gereformeerde Kerken, Amsterdam 1965
K. Dijk, Koerswijziging in onze kerken?, Kampen 1965
G. Puchinger, Is de gereformeerde wereld veranderd?, Delft 1966
P.J. Huijser, Het verwordingsproces in de Gereformeerde Kerken, Amsterdam 1969-1970
A.M. Lindeboom, In de maalstroom van verwarring, Amsterdam 1968
H. van Riessen, Verschuivingen in het gereformeerde leven, Amsterdam 1969

Kerkverlating

In het jaaroverzicht van 1965 wordt voor het eerst vrij uitgebreid stilgestaan bij het fenomeen van kerkverlating.

Door ontkerkelijking en de trek uit de steden kwamen kerkgebouwen leeg te staan. Hier de Gereformeerde Kerk aan de Albert Cuyplaan in Amsterdam, die plaatsmaakte voor een supermarkt.

Door ontkerkelijking en de trek uit de steden kwamen kerkgebouwen leeg te staan. Hier de Gereformeerde Kerk aan de Albert Cuyplaan in Amsterdam, die plaatsmaakte voor een supermarkt.

Oecumene

De gereformeerde synode constateerde in 1949 nog ‘met droefheid’ dat men niet tot de Wereldraad kon toetreden. In 1963 echter zag ze dat er ‘geen doorslaggevende verhindering’ was om zich bij de Wereldraad aan te sluiten. In 1970 gaat de synode ertoe over het lidmaatschap van de Wereldraad van Kerken aan te vragen.

Politieke ommezwaai

Dr. J.A.H.J.S. Bruins Slot (1906-1972), hoofdredacteur van Trouw en fractieleider van de ARP in de Tweede Kamer, maakte op 3 oktober een ommezwaai in de kwestie Nieuw-Guinea. Met een beroep op de antirevolutionaire beginselen hield Bruins Slot lang vol dat het behoud van Nieuw-Guinea van Godswege verplicht was. Maar op die 3e oktober 1961 gaf hij dit standpunt op. Veel ARP-ers spraken van verraad en Trouw verloor duizenden abonnees.

bruins slot

De Achttien

Achttien predikanten (negen hervormde, negen gereformeerde) spraken uit dat de gescheidenheid van de hervormde en gereformeerde kerken niet langer geduld kon worden. De synode van 1961/1962 reageert hier ‘vrij gunstig’ op en geeft ruimte voor het houden van gemeenschappelijke diensten. Op de synode van 1959/1960 werd nog gezegd: ‘…Tussen u en ons, – en wij constateren dit met droefheid – [zijn] nog ingrijpende verschillen overgebleven, die het kerkelijk gescheiden zijn noodzakelijk maken’. Er is dus sprake van een snelle koerswijziging.

Dr. Geelkerken overlijdt

Dr. Johannes Gerardus (Jan) Geelkerken overlijdt op 80-jarige leeftijd. Als gereformeerd predikant werd hij door de Synode van Assen in 1926 afgezet omdat hij vragen had bij de historiciteit van Genesis 3. Zijn gemeente (Amsterdam-Zuid) ging samen met enkele andere gemeenten die het niet eens waren met het synodebesluit verder als Gereformeerde Kerken in Hersteld Verband. In 1946 voegde deze groepering zich bij de Nederlandse Hervormde Kerk.

Dr. J.G. Geelkerken

Dr. J.G. Geelkerken

Stand van het geestelijk leven

Op de synode van 1959/1960 bespreekt men het onderzoek naar de stand van het geestelijk leven, het zogenaamde ‘verschralingsrapport’. Aanleiding hiervoor waren de klachten over geestelijke ingezonkenheid en slapheid en kerkelijke desinteresse. We krijgen een dwarsdoorsnede van het gereformeerde leven te zien: het bijbellezen na de maaltijden scoort heel hoog, het persoonlijk bijbellezen zeer laag.

Verschuivende ethiek

Het boek ‘De gereformeerde zede’ van dr. R. Schippers betekende een ware aardverschuiving, omdat hij vond dat volwassen mensen inzicht dienden te hebben in het feit van de verschuiving van de normativiteit. Hij nam die verschuiving zo serieus dat hij afzag van een derde druk, die zijns inziens een complete herschrijving zou hebben betekend! De zede verandert volgens Schippers zo ongeveer iedere vijf jaar. Zijn visie kwam in de gereformeerde wereld van kort na de oorlog hard aan. Schippers brak een zekerheid radicaal af; hij problematiseerde het beroep op de Bijbel. ‘De geboden 1 en 10 zijn vast; de andere acht behoren tot de verschuivende normativiteit’.

K. Schilder overlijdt

Klaas Schilder, voorman van de Vrijmaking, overlijdt op 61-jarige leeftijd. Van hem is bekend dat hij wekelijks een hele nacht oversloeg en doorwerkte. Ruim een maand later zou een andere hoogleraar van de Theologische Hogeschool van Kampen (Broederweg) plotseling overlijden: Benne Holwerda. Hij was slechts 42 jaar oud. Een grote slag voor het jonge kerkverband.

Schilder

Vrijetijdsbesteding

Op de synode van 1952/1953 ligt een rapport over de vrijetijdsbesteding op tafel. Hoe te staan tegenover bioscoop- en toneelbezoek, de moderne paardans en de toenemende sportbeoefening? Uit de besprekingen blijkt dat men zich wars toonde van allerlei wettisch getinte geboden en verboden. Maar toch durft de synode wel concrete uitspraken te doen: bioscoopbezoek moest buiten de gezichtskring blijven, de christelijke viering van de zondag mag niet verwaarloosd worden, de paardans wordt onomwonden afgewezen.

Ook wees de synode erop dat ‘bij een verantwoorde opvatting van de levensroeping [er] voor een Christen slechts een geringe tijd voor vrije-tijdsbesteding over[blijft]’. Gepleit werd verder voor ‘een echt christelijke levensstijl’, geen ‘wettische gebondenheid’ maar ook geen ‘normloze vrijheidsdrang’.

Prediking

Professor K. Dijk schrijft kritisch over de roep om verandering in de prediking. Hij hekelde de neiging van predikanten om met persoonlijke verhaaltjes indruk te maken. Een preek moet volgens hem bovenal bediening van het Woord zijn. De dienaar des Woords die zijn roeping serieus neemt, huivert volgens Dijk: ‘Hij is de enige mens, die in deze leugenachtige wereld met goede grond kan zeggen: zó is het’.