Charles Haddon Spurgeon

n.a.v. G. van Wijk, Charles Haddon Spurgeon. Zijn leven in beeld, Houten 2002

Kerkelijke situatie
Spurgeon is op één lijn te stellen met George Whitefield en John Wesley; hij had het organisatietalent van Wesley en het oratietalent van Whitefield. Spurgeon leefde in het 19e-eeuwse Engeland. Wat was dat voor een tijd? Er was sprake van grote verschuivingen op politiek, godsdienstig en wetenschappelijk gebied. In 1832 werd de Reform Bill van kracht waardoor ook niet-Angelicanen een overheidsambt konden bekleden. Een tegenbeweging was het gevolg: de Oxford Movement. Zij legden de nadruk op het instituut met een apostolische successie. Dit is één van de redenenen dat Spurgeon zich zo tegen de staatskerk keerde. Verder was er de Broad Church Movement, dat liberaal van karakter was. Binnen de Engelse kerk werd de hoofdstroom echter bepaald door de evangelicals. Vanaf 1875 hielden zij de jaarlijkse Keswick Conventions, die ook door evangelicale dissenters bezocht werden. J.C. Ryle, bisschop van Liverpool, was een prominent vertegenwoordiger van de evangelicals. Er waren vijf denominaties in Engeland: presbyterianen, congregationalisten, baptisten, quakers en methodisten. Verder waren er binnen het baptisme de General Baptists en de Particular Baptists. Laatstgenoemde, waar Spurgeon toe behoorde, had een calvinistische inslag. De ander was arminiaans.

Ontwikkelingen op maatschappelijk en theologisch gebied
De industriële revolutie was in alle hevigheid losgebarst. Stoommachine, massaproductie, erbarmelijke omstandigheden, wetenschappelijke kennis: dit waren de kenmerken van deze tijd. Sir Charles Lyell was een geoloog die een theorie over aardlagen ontwikkelde, waardoor de aarde miljoenen jaren oud moest zijn geweest. Charles Darwin schreef in 1859 On the Origin of Species, by Means of Natural Selection en in 1871 Descent of Man. Het evolutiedenken dat hiermeer opkwam botste met de Bijbel. Echter, er kwam ook steeds meer aandacht voor tekstkritiek op, waardoor men de Bijbel ging zien als een lange geschiedenis hebbend van redactie en actualisering. Deze New Theology zou desastreuze gevolgen hebben, en Spurgeon zag dat goed in. Toch was de 19e eeuw nog uitermate religieus van aard. De ontwikkelingen op theologisch gebied waren van invloed op de geloofsvoorstellingen van de gewone man rond 1890. Die wetenschappelijke invloed werd in Engeland pas merkbaar toen de discussie meer publiekelijk werd gevoerd in de vele tijdschriften en dagbladen. Één van die publieke discussies ging de geschiedenis in als de Downgrade Controversy. De ontwikkelingen na de dood van Spurgeon hebben bewezen dat hij terecht voor de toekomst vreesde.

Spurgeon en zijn opa
Spurgeon werd geboren op 19 juni 1834 in het kleine plaatsje Kelvedon in het Engelse graafschap Essex. Vanwege de armoede van zijn ouders werd hij na 14 maanden overgebracht naar zijn grootouders in Stambourne. Spurgeon was eerste kind en er zouden er nog 16 volgen. Zowel zijn vader als zijn grootvader waren congregationalistische predikanten. De ontwikkeling van Spurgeon ging snel. Zijn leesvaardigheid was opvallend. Zijn intonatie en goede uitspraak van de woorden deed menigeen versteld staan. Spurgeon las graag het boek De Christenreis naar de eeuwigheid van John Bunyan. Uren heeft Spurgeon in de verduisterde bibliotheek van zijn vader doorgebracht (verduisterd omdat in die tijd de gehate raambelasting van kracht was; hoe meer ramen een huis bezat, des te meer belasting moest worden afgedragen). Toen Spurgeon eens merkte dat zijn opa veel verdriet had vanwege het oppervlakkige en ergerlijke leven van één van zijn gemeenteleden, liet de kleine Spurgeon het er niet bij zitten. Regelrecht liep hij naar het café waar deze steevast te vinden was en zei met opgeheven vinger: ‘Wat maakt gij hier, Elia? Zitten met de goddelozen; u als kerkmens, u breekt het hart van uw dominee. Ik schaam me voor u…’ Een belangrijk moment was toen zijn opa hem op zijn knie nam en zei dat deze ooit het Evangelie zou gaan prediken. Hij liet de kleine Spurgeon beloven om dan te laten zingen in de kerk God moves in Mysterious Ways. In de loop van de tijd trok Spurgeon weer bij zijn ouders in huis.

Autodidact
Op school zaten de beste leerlingen op de voorste rij, maar dat betekende dat men het verst van de kachel verwijderd was. Daarom ging Spurgeon steeds minder zijn best doen om maar dichtbij de kachel te kunnen zitten. Regel werd toen de meester hierachter kwam: de beste van de klas mag het dichtst bij de kachel zitten. Charles deed in zijn schooljaren niets anders dan studeren. Boeken, dat was zijn leven. Alles las hij met een geheugen ‘zo sterk als een bankschroef en zo ruim als een schuur’. Spurgeon was een snelle en gevatte leerling. Zijn meester gaf hem een boek mee in liet het aan hemzelf over wat hij ermee deed. Zo ontwikkelde hij zich tot autodidact. Door zijn studie van het Griekse Nieuwe Testament kwam Spurgeon langzamerhand tot een baptistische visie van de doop. In 1849 werd Spurgeon hulponderwijzer op een middelbare school. Hier kwam hij in contact met een vrouw, Mary King, die van de Strict Baptists was en uren met Spurgeon sprak over het genadeverbond, de uitverkiezing, de vereniging met Christus, de volharding en de ware godsvrucht. Toen Spurgeon later hoorde dat ze geldzorgen had, heeft hij haar tot haar dood toe financieel ondersteund.

Bekering in een kleine kerkje
Hoewel Spurgeon veel theologische kennis bezat kon hij zichzelf nog niet als christen beschouwen. Hij wist dat hij bekeerd moest worden, maar hoe? Spurgeon zei later: ‘Een pond persoonlijke getuigenis heeft meer kracht dan duizend kilo theologie.’ Later zou Spurgeon in elke jaargang van zijn preken minimaal één persoonlijke getuigenis geven van zijn bekering. Spurgeon kende een zondebesef. Hij zocht het zondepak kwijt te raken, maar welke kerk hij ook bezocht, welk boek hij ook las, het lukte maar niet. Hij kreeg overvloedig te horen dát hij bekeerd moest worden en niet hóé hij bekeerd moest worden. Hij nam zich voor om alle kerken in Colchester te bezoeken. Zo werd het 6 januari 1850. Een zware sneeuwval dwong Spurgeon en zijstraat in te gaan en zijn toevlucht te nemen bij een klein kerkje waar nog geen 15 mensen zaten. Het bleek een gemeente te zijn van de Primitive Methodists. De predikant kwam niet opdagen. Toen moest er een ouderling spreken. Hij was volgens Spurgeon ‘werkelijk dom. Hij was niet eens in staat de woorden goed uit te spreken’. De tekst waarover hij mediteerde was: ‘Look unto Me, and be ye saved, all the ends of the earth…’ Op een gegeven moment keek hij Spurgeon strak aan en zei: ‘Jongeman, je ziet er diep ongelukkig uit…’ Vervolgens schreeuwde hij, zoals ze dat alleen bij de Primitive Baptists kunnen: ‘Jongeman, zie op Jezus Christus, Zie! Zie! Zie!’ Het werd een dag om nooit te vergeten.


Exeter Hall

Overgang tot de baptisten
Spurgeon kwam door zijn lange zoektocht er wel achter hoe predikers tekort kunnen schieten in het beantwoorden van de meest wezenlijke vraag. Dit is de reden waarom hij tijdens zijn gehele ambtsbediening de vraag hoe een mens gered kan worden in zijn prediking zo prominent aan de orde heeft gesteld. Niet minder dan drie personen hebben zich later aangediend, die beweerden de bewuste preek te hebben gehouden. Bij één van hen staat het zelfs op zijn grafsteen vermeldt, terwijl zijn betrokkenheid nog het minst waarschijnlijk is. Gezien het spreekwoord ‘succes heeft duizend vaders’ valt het nog mee dat er slechts drie zich hebben aangediend. Spurgeon kwam in deze periode ook tot zijn beslissing voor het baptisme. Hij vroeg zijn vader en moeder toestemming om zich te laten (over)dopen. Zijn moeder was er niet al te gelukkig mee, want ze zei: ‘Jongen, ik heb altijd gebeden of je een christen mocht worden, maar…’, waarop Spurgeon antwoordde: ‘Moeder, uw gebed is verhoord, en de Heere heeft u meer gegeven dan u gevraagd hebt…’ Spurgeon heeft zijn gewijzigd theologisch inzicht nooit op de spits gedreven. Later zou hij zelfs niet-baptistische studenten aan zijn College toelaten en zou hij een niet-baptist als rector van het College benoemen.

Eerste preek
Spurgeon zette zich in voor het zondagsschoolwerk, en dat ging hem goed af. Dat was James Vinter ook opgevallen. Deze man gaf leiding aan een bond voor lekenpredikers, die ten doel had jonge mannen in de omgeving uit te zenden om het Woord te bedienen. Zo konden de vele kleine gemeenten toch een preek horen, daar ze geen eigen predikant konden betalen. Deze Vinter vroeg aan de 16-jarige Spurgeon om een andere jongeman te begeleiden die ergens moest preken. Eenmaal onderweg bleek dat de ander hetzelfde van Spurgeon dacht. Er zat niets anders op: Spurgeon moest zijn eerste preek houden. Hij koos voor de tekst: ‘U dan, die gelooft, is Hij dierbaar’ (1 Petrus 2:7). Nog voordat de preek ten einde was vroeg een oudere vrouw: ‘Lieve jongen, hoe oud ben je?’ Het duurde niet lang of Spurgeon was avond aan avond bezig het Woord te bedienen in omliggende plaatsen.

Boy-preacher
In 1851 werd Spurgeon, terwijl hij 17 was, predikant te Waterbeach. Het was een kleine gemeente met 40 leden. Maar honderden mensen kwamen op deze boy-preacher af, omdat hij een heldere boodschap had, recht op de man af was en de taal van de gewone taal sprak, wat voor die tijd heel bijzonder was. Spurgeon had een hekel aan welsprekendheid. ‘Hoogvliegend taalgebruik lijkt mij een slechte zaak als tegelijkertijd mensenzielen verloren gaan.’ In zijn latere leven bekritiseerde Spurgeon vaak voorgangers die wel op een vurige wijze God vroegen om de werking en de leiding van de Heilige Geest, om dan vervolgens op de kansel een manuscript voor te lezen. Spurgeon had een bijzondere stem. Zelfs slechthorenden konden hem goed verstaan. Spurgeon was pastoraal bewogen. Hij sprak met mensen op straat, hij kende iedereen bij name. Spurgeons vader vond het beter dat zijn zoon zich zou inschrijven aan het baptistencollege. Spurgeon voelde daar maar weinig voor. Hij was bang dat hij geperst zou worden in het keurslijf van de gemiddelde student. Was Spurgeon anti-intellectualistisch? Nee! Altijd was Spurgeon aan het studeren. Hij was goed op de hoogte van de wetenschappelijke discussie van zijn dagen. Hij verslond boeken van allerlei soort. Ook stichtte hij later een eigen opleiding voor predikanten: het Pastors’ College.


Surrey Gardens Music Hall

New Park Street Londen: illustere voorganger John Gill
Na twee jaar Waterbeach diende zich een tweede gemeente aan: New Park Street te Londen. De gemeente was al jaren vacant en was ingezonken en verlopen. Spurgeon kon bijna niet geloven dat deze gemeente hem wilde hebben. Waarom zou een metropoolgemeente een dorpsjongen willen hebben? De gemeente had illustere voorgangers gehad, zoals John Gill, die een respectabele commentarenreeks op zijn naam had staan en die de gemeente ruim vijftig jaar had gediend. Wanneer Gill een tekst verklaarde, stelde hij eerst vast wat de tekst níet betekende. Spurgeon noemt hem een hypercalvinist, toch heeft hij veel waardering voor deze grote uitlegger van de Schrift. Spurgeon verhaalt over een geschilderd portret van Gill, dat volgens de overlevering was gemaakt na een gesprek van Gill met een arminiaan. Gill haalt op dat portret zijn neus op, alsof, zo schrijft Spurgeon, ‘hij zelfs de lucht van de vrije wil niet kon verdragen.’ Spurgeon had nog steeds geen enkele pastorale opleiding genoten, droeg eenvoudige kleding, zijn uitspraak was niet zoals het zou moeten, zijn haar was slecht geknipt, hij had ‘plattelandsmanieren’: velen vonden Spurgeons komst naar het beschaafde Londen ongepast. De gemeente was dus sterk verlopen: van de 1200 zitplaatsen was nog slechts 1/6 deel bezet. Op de morgen dat Spurgeon op beroep kwam preken waren er slechts 80 kerkgangers. ‘Ik beef als ik eraan denk te moeten preken in Londen. Ik kan niet begrijpen hoe dit tot stand gekomen is…’

Populariteit stijgt, spot neemt ook toe
Met de komst van Spurgeon floreerde de gemeente in zeer korte tijd. Nu zaten er 1500 mensen opeengepakt in de kerk. Het was zo benauwd in de kerk dat Spurgeon eigenhandig de ramen bovenin het gebouw stuksloeg. De pers ging Spurgeons prediking rapporteren, eerst zeer negatief, wat zijn populariteit alleen deed toenemen. Er werd al snel besloten om de kerk uit te breiden. Ondertussen week men uit naar de Exeter Hall, met 4000 zit- en 1000 staanplaatsen. De pers hielp een handje: dat het hem aan scholing ontbrak, werd breed uitgemeten. Zijn preekstijl was platvoers, hij had eeb slechte smaak, hij was theatraal, ja, godslasterlijk zelfs. De populaire preekstijl werd door het establishment niet gewaardeerd. Er kwamen ook veel verhaaltjes in de wereld: zo zou hij zich langs de trapleuning vanaf de kansel naar beneden hebben laten glijden om aanschouwelijk te maken hoe snel een mens geneigd is van de waarheid af te wijken: in de New Park Street Chapel was niet eens een trapleuning aanwezig…

Verschrikkelijke ramp
De verbouwing van de kerk leek tevergeefs geweest: de bezoekers van Exeter Hall kwamen nu ook naar New Park Street, dus het kerkgebouw was veel te klein. Uiteindelijk week men uit naar een immense concertzaal: de Surrey Gardens Music Hall. Het gebouw had drie galerijen, maar er was één nadeel: het kon meer dan tweemaal zoveel mensen bevatten dan Exeter Hall (meer dan 10.000). De critici schreeuwden in de pers om het hardst dat Spurgeon niet in staat zou zijn het gebouw ook maar voor de helft te vullen. Maar de eerste dienst was het enorme gebouw overvol, er waren 12.000 mensen en duizenden moesten buiten blijven. Maar deze gedenkwaardige dienst werd een grote ramp. Opeens riep iemand: ‘Brand!’ Door het gedrang vonden 7 mensen de dood en 28 zwaargewond. Spurgeon was een zenuwinzinking nabij. Was er opzet in het spel? Spurgeon zag het als een frontale aanval van de duivel zelf. Men heeft Spurgeon de krantenberichten over deze gebeurtenissen angstvallig verborgen gehouden, zo grof waren de berichten vaak. Na acht dagen van grote neerslachtigheid vond hij weer kracht om te preken. Hij preekte over Filippenzen 2:9 (‘Daarom heeft God Hem ook uitermate verhoogd, en heeft Hem een Naam gegeven, welke boven alle naam is’).


Crystal Palace

Zie het Lam Gods!
Zondag aan zondag werden de diensten gehouden op de rampplek. Tot in 1859 de leiding van deze hal besloot het gebouw op zondagavond voor concerten open te stellen. Spurgeon wilde daarom geen gebruik meer maken van de hal, en hij moest terugkeren naar de veel ‘kleinere’ Exeter Hall. De onderneming van Surrey Grandens Music Hall ging niet lang daarna failliet… Toch werd de massaliteit van laatstgenoemde hal nog een keer overtroffen. In 1857 mocht Spurgeon preken in Crystal Palace, een hypermodern tentoonstellingscomplex, 550 meter lang en 120 meter breed. Er waren ruim 23.000 mensen aanwezig. Twee dagen van te voren ging Spurgeon kijken waar de kansel moest komen te staan, om iedereen te kunnen bereiken. Om de akoestiek van het gebouw uit te proberen, riep hij met grote stem: ‘Ziet het Lam Gods, Dat de zonden der wereld wegneemt!’ Een bouwvakker werd erdoor getroffen en dat betekende zijn bekering. De bijeenkomst zelf vergde zoveel van Spurgeons krachten, dat hij twee nachten en een dag aan één stuk door sliep.

Huwelijk
Spurgeon kreeg ondertussen verkering met de twee jaar oudere Susannah Thompson. Het huwelijk met haar zou een gelukkig huwelijk worden. Een tweeling kregen ze: Charles en Thomas. Zijn vrouw is na de bevalling nooit meer helemaal de oude geworden. De terughoudendheid, waardoor we weinig weten over deze kwestie, paste in het Victoriaanse Tijdperk, toen men over zulke dingen niet sprak. Het gebeurde een keer dat Spurgeon wilde preken over Psalm 110:3 (‘Uw volk zal zeer gewillig zijn op de dag Uwer heirkracht’), maar hij kon er maar geen vat op krijgen. Totaal uitgeput ging hij slapen, om de volgende ochtend, de zondag, vroeg op te staan. Zijn vrouw hoorde hem in zijn slaap echter deze tekst uitleggen en zij luisterde aandacht en gaf Spurgeon deze uitleg de volgende morgen.

Publicaties (1)
Een vriend van Spurgeon ontraadde hem om te gaan schrijven. Volgens hem kunnen maar enkele mensen uit de wereldgeschiedenis zowel slagen in het preken als in het schrijven. Spurgeon behoorde tot die weinigen. Spurgeon zou in totaal 153 boeken schrijven en 28 redigeren. De meeste boeken werden constant herdrukt, tot de dag van vandaag. Spurgeon was zorgvuldig; hij schaafde en beitelde lang voordat hij tevreden was. In 1855 verscheen The Saint and his Saviour. Door slechte ervaringen met de uitgever zou Spurgeon in het vervolg zijn boeken laten verschijnen bij steeds dezelfde uitgever: Passmore & Alabaster. Vanaf 1855 werd begonnen met de wekelijkse publicatie van één van de zondagse preken, onder de titel New Park Street Pulpit, zes jaar later aangepast in Metropolitan Tabernacle Pulpit. In 1869 publiceerde Spurgeon zijn meest verkochte werk: John Ploughman’s Talk. John Ploughman of Jan Ploeger was een eenvoudige landarbeider die met zijn boerenwijsheden en zijn boerenslimheid voortdurend de spijker op de kop sloeg en stof tot nadenken gaf, een wijsbegeerte van de straat dus.

Publicaties (2)
Verder was er nog het maandblad The Sword and the Trowel. De titel is ontleend aan het boek Nehemia, waar staat dat ze in de ene hand een geweer hadden en met de andere hand werkten aan de herbouw van stad en tempel. Spurgeon wilde bouwen met de troffel, maar tegelijkertijd wist hij dat het nodig was om Gods zaak te verdedigen met het zwaard. Spurgeon leverde altijd een aanzienlijke redactionele bijdrage. Onderwerpen waarvan hij vond dat ze op de kansel niet thuishoorden, kon hij hierin toch onder de aandacht brengen. Zo verschenen verhandelingen over de schriftleer, het kerkbestuur, de opvoeding, over actuele onderwerpen binnen het kerkelijke en politieke leven en talrijke boekrecensies. The Treasury of David was Spurgeons opus magnus. In Ann All-Round Ministry beschreef Spurgeon de principes van een uitgebalanceerde ambtsbediening. Een ander werk was The Soul Winner. Bekend zijn geworden zijn Lectures to my Students, waarin hij onderwerpen aansneed als stemgebruik, tekstkeuze en voordracht. Zijn vrouw (rechts) vond dit boek zo interessant, dat ze zei dat elke Engelse predikant dit boek zou moeten bezitten. Hierop zei Spurgeon: ‘Waarom doe je dat dan niet?’ Op dat moment werd het Mrs. Spurgeon’s Bookfund geboren.

Publicaties (3)
Spurgeon schreef in 1876 Commenting and Commentaries, om studenten te helpen met de opbouw van hun bibliotheek. Hij besprak 1437 afzonderlijke boeken en probeerde van elk werk de praktische en theologische waarde onder woorden te brengen. Van Duitse auteurs moet hij niet veel hebben. Duitsland is op dat moment Engeland een paar passen voor met haar schriftkritiek. Naast Memories of Stambourne is vooral zijn omvangrijke Autobiography bekend geworden. Hij schreef het in Menton, aan de Franse Rivièra, waar hij in de wintermaanden om gezondheidsredenen verbleef . De meest omvangrijke publicatie was de Metropolitan Tabernacle Pulpit. Tot zijn dood kwam vanaf 1855 elke week een preek van hem uit en toen hij in 1892 stierf, was er nog een overvloed aan niet gepubliceerde preken, zodat men nog tot 1917 wekelijks kon blijven draaien! Papierschaarste maakte hier een einde aan. Nu telt het 63 delen: 3561 preken in totaal.

Publicaties (4)
De preken waren uitgewerkt door een stenograaf die het in hoog tempo tijdens de preek opschreef. Op maandagmorgen kreeg Spurgeon het manuscript te zien en corrigeerde waar nodig. Soms werd er plagiaat gepleegd met Spurgeons preken. Zo zei eens een predikant van een klein dorpje in het vuur van zijn rede: ‘En nu richt ik het woord tot u, gij honderden op de galerijen…’ Ook hoorde Spurgeon een keer een preek van hemzelf, hetgeen hem zeer vertrooste. God had hem willen voeden met voedsel dat hij voor anderen bereid had. Ook was er eens een predikant, Thomas Medhurst, die Spurgeons eerste student was, waarnaar iemand eens verwees toen hij een preek van Spurgeon had gehoord: ‘Wel goed, die preek van Spurgeon, alleen jammer dat hij onze grote vriend Medhurst imiteert…’ Spurgeons preken werden per telegraaf doorgeseind naar Amerika, waar ze in de krant gepubliceerd werden. In Australië en Nieuw-Zeeland verschenen ze als advertenties in de krant. Van de ontdekkingsreiziger David Livingstone is bekend dat hij één van de delen van de Metropolitan Tabernacle Pulpit in zijn bezit had. De verkoop in Amerika stagneerde toen Spurgeon in een preek de slavernij verwerpelijk had genoemd. De Metropolitican Tabernacle, Spurgeons nieuwe kerk, zou gefinancierd worden uit de inkomsten van zijn gepubliceerde preken.


De in Griekse bouwstijl opgetrokken Metropolitan Tabernacle; duidelijk is te zien dat op de vier hoeken eigenlijk torens moeten staan

De bouw van de Metropolitan Tabernacle
Was het bouwen van de Metropolitan Tabernacle niet een te groot risico? Het was wel eens voorgekomen dat een voorganger die grote opgang maakte een grote kerk liet bouwen, maar dat hij spoedig daarna vertrok en de gemeente met een lege kerk en een torenhoge schuld achterliet. Spurgeon was resoluut: of er zou gebouwd worden, of hij zou vertrekken. Spurgeon kon niet leven met de gedachte dat er vele mensen niet in de kerk pasten en onverrichterzake naar huis moesten. Hier kwam Spurgeons organisatorisch talent naar voren. Hij was een echte leider. Als hij van iemand hoorde dat hij fundamenteel van mening verschilde over de leer, stelde hij diegene onomwonden voor zich terug te trekken uit de kerk. Hij was beminnelijk, maar soms ook voortvarend en resoluut. ‘Ik ben de kapitein van het schip. Als hier een Jona aan boord is, zal ik hem zo vakkundig mogelijk overboord zetten.’ ‘Ik hoor dat sommigen van u vol twijfel zijn. Als dat zo is, verdwijn dan door die deur en blijf daar.’ De onderneming was zo groot, dat de minste twijfel alle krachten en inspanningen zou ondermijnen. De locatie voor de nieuwbouw was snel gevonden: Zuid-Londen, in Newington Butts. Juist op die plaats waren in het verleden drie anabaptisten terechtgesteld en als ketters verbrand. En juist op die plaats kwamen vele hoofdwegen van Londen samen. Tegenwoordig ligt de Metropolitan Tabernacle aan een druk verkeersplein in de wijk Elephant and Castle. De bouwstijl moest Grieks zijn, want die was de taal van het Nieuwe Testament, zo vond Spurgeon. Ruim 250 architecten dongen mee voor het ontwerp. De 62 die overbleven werden in stemming gebracht. Men liet de architecten onderling stemmen; zij hadden immers kennis van zaken. Het ontwerp van W.W. Pocock won.

Geen kansel, geen orgel
Maar Spurgeon wijzigde zijn plan: de torens op de vier hoeken moesten verdwijnen. De torens zouden ongeveer duizend pond per stuk hebben gekost en dat vond Spurgeon zonde van het geld. De echte schoonheid zat niet aan de buitenkant, maar aan de binnenkant, zo vond hij. De kosten van de bouw bedroegen 13.000 pond, maar in werkelijkheid zouden de kosten veel hoger uitvallen (ruim 31.000 pond). Spurgeon was ervan overtuigd dat het niet betaamde in een gebouw te preken zolang er nog één penny schuld op rustte. De financiering was zo goed geregeld dat het gebouw kon worden geopend, geheel vrij van schuld. Uit eigen middelen droeg hij ook flink bij. Op 18 maart 1861 werd het gebouw geopend. Het grote gebouw telde 3600 vaste zitplaatsen, verdeeld over de begane grond en twee galerijen boven elkaar. Door gebruik te maken van de flap-seats kon aan de capaciteit nog 1000 zitplaatsen worden toegevoegd. Ook waren er nog 1000 staanplaatsen. Een kansel ontbrak. Spurgeon stond op een platform ter hoogte van de eerste galerij. Over de eisen die gesteld moesten worden aan het preekgestoelte had hij een uitgesproken mening. Hij wilde bewegingsvrijheid. Onder het platform bevond zich het baptisterium. Het gebouw telde voldoende nooddeuren en een eigen trappenhuis. Een orgel ontbrak. Spurgeon was bang dat de muziek te veel zou afleiden van het Woord. De menselijke stem was volgens hem superieur aan wat door lucht en tractuur wordt voortgebracht. Met deze opvatting stond Spurgeon in een puriteinse traditie. Er werd a capella gezongen onder leiding van een precenter, een voorzanger. Deze bepaalde de toonhoogte met behulp van een stemvork.


Een volle Metropolitan Tabernacle

Diakenen, ouderlingen, bijbelklassen, christelijk dienstbetoon
De Tabernacle was voorzien van vele vergaderruimten en klaslokalen. Deze waren in basement te vinden: een kelder die zich half onder het grondoppervlak bevond. Dit verklaart de traptreden voor het gebouw, die toegang verschaften tot de ‘begane grond’. Op het platform achter Spurgeon zaten de diakenen. De diakenen hadden een grotere invloed dan de ouderlingen. Zij waren namelijk voor het leven gekozen en belast met de stoffelijke zaken. De ouderlingen werden voor een jaar gekozen. Zij behartigden de geestelijke belangen en bepaalden of iemand een ‘ticket’ kreeg om met de predikant te spreken. Soms constateerde men een gebrek aan bijbelkennis. Dan volgde een doorverwijzing naar één van de vele bijbelklassen. Maandelijks werden tientallen gemeenteleden toegevoegd aan het ledental van 1250 bij de opening van de Tabernacle. Na vier jaar was het aantal leden verdubbeld tot 2881 en waren er 47 jongemannen predikant geworden. Als men lid wilde worden, kreeg men de vraag: ‘Stel dat u lid wordt van deze kerk, in welk christelijk dienstbetoon zou u dan werkzaam willen zijn?’ Spurgeon hield niet van passagiers op het schip, allen zouden tot de bemanning moeten behoren.

Geen collecten, de kosters en de nieuwkomers, lawaai en stilte
Tijdens de dienst werden er geen collecten gehouden. Er was wel plaatsengeld. Vijf minuten voor aanvang werden alle plekken vrijgegeven en stroomde het kerkgebouw vol. Op gezette tijden vroeg Spurgeon zijn gemeente weg te blijven en elders te kerken om buitenstaanders de gelegenheid te geven de Metropolitan Tabernacle te bezoeken. Spurgeons organisatievermogen blijkt uit de opdracht die hij de vele kosters gaf. Ze moesten van hem in het bijzonder letten op nieuwkomers. Voor zulke mensen waren plaatsen gereserveerd, opzettelijk naast geoefende en godvrezende leden van de gemeente. Het gebouw telde vijftien toegangsdeuren en voor aanvang van de dienst was het een lawaai: mensen spraken met ongedempte stemmen en lachten zelfs. Het leek erop dat de eerbied ver te zoeken was. Maar toen de voorganger eenmaal het gebouw had betreden, vulde het gebouw zich met een heilige stilte. De articulatie van Spurgeon was fenomenaal. Het zingen van de gemeente was imposant. Er kwamen speciaal voorgangers uit Amerika naar Spurgeons diensten om hem te horen. In Londen werd de Metropolitan Tabernacle als één van de vele attracties gezien. Spurgeon preekte eens over de blinde Bartimeüs. Hij imiteerde zijn roepstem: ‘Jezus, Gij Zoon van David, ontferm U mijner.’ En nog een keer herhaalde hij dit, iets luider. Maar toen de derde keer: ‘Jezus… Gij Zoon van David, O-N-T-F-E-R-M U mijner!’ Bij deze laatste keer leek het, aldus een Amerikaanse gast, alsof de poorten van de hemel in beweging kwamen. Het is opmerkelijk dat Spurgeon met zijn boodschap tot zelfs zijn laatste levensjaren de mensen gevangenhield, ondanks het feit dat zij hem zo’n lange tijd hadden gehoord en hem door en door kenden.

Verdere geschiedenis van de Tabernacle
In 1898 brandde de Tabernacle af. Het nieuwe gebouw ging aanzienlijk minder zitplaatsen tellen. Bij de opening van de tweede Tabernacle op 22 september 1900 zong Ira Sankey, de metgezel van Dwight Moody, een lied. De voorgevel bleef tijdens de brand bewaard. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd Londen zwaar getroffen door Duitse bombardementen. Het gebouw kreeg een voltreffer, maar ook ditmaal werd de voorgevel gespaard. Opnieuw werd de capaciteit teruggebracht, tot 1500.

Sociale roeping en de predikantenopleiding
Spurgeon voelde ook een sociale roeping. Er waren in de 19e eeuw vele sociale misstanden. Het Victoriaanse Tijdperk kenmerkte zich niet alleen door sociale nood, maar ook door vele christelijke handreikingen in een poging het leed enigszins te verzachten. Spurgeon doorzag dat onderwijs in belangrijke mate kon bijdragen aan de oplossing van de sociale problematiek. Er waren bijbelklassen en colleges waar jongemannen gratis onderwijs ontvingen, niet alleen uit de Schrift, maar ook in algemeen vormende vakken. De zondagsschool was gericht op jonge kinderen. Twee organisaties kwamen van de grond: Pastors’ College en het Stockwell Orphanage: een predikantenopleiding en een weeshuis. George Rogers werd als rector aangesteld van deze predikantenopleiding. Hij verwierp de volwassendoop, toch was er plaats voor hem. Op andere dogmatische punten stemde hij helemaal overeen met Spurgeon. Dit college steunde helemaal op de giften van vrijwilligers. In 1861 telde ze 20 studenten, in 1863 al 66. Al snel kwam het aantal boven de 100 uit. Achter de Tabernacle werd daarom een nieuwbouw gerealiseerd. Er was ook een Colportage Association. Dit was een vereniging van colporteurs die huis aan huis geestelijke tractaatjes tegen een geringe prijs aan de man probeerden te brengen.

Spurgeon als president
Uiteindelijk was het Spurgeon die besliste of een student werd toegelaten. Een voorwaarde was dat hij minstens twee jaar in het pastoraat en de prediking werkzaam geweest moest zijn. Het college was vooral ervoor bedoeld om al bestaande predikanten verder te helpen om meer vrucht op hun prediking te krijgen. Ook was het zo dat als er sprake was van een spraakgebrek of een te laag stemvolume, hij meteen werd afgewezen, zo streng was Spurgeon. Het college had niet als doel mensen tot wetenschapper op te leiden, maar om ze te trainen in de prediking van het Woord. Spurgeon had niet zoveel met de wetenschapsbeoefening van zijn dagen: ‘De bijbelwetenschap beijvert zich voortdurend om mogelijke gebreken in de Bijbel te vinden, maar de Bijbel is geschreven om ónze gebreken aan het licht te brengen.’ De titel D.D. hield volgens hem niet in Doctor of Divinity, maar Doubly Doubtful: dubbel twijfelachtig. Op de vrijdagmiddag verzorgde de president zelf het college. Dit werd door menigeen beschouwd als het hoogtepunt van de week. Aangezien Spurgeon wist dat aan het eind van de week de studenten vermoeid waren, zorgde hij in zijn lezing voor een onderhoudende en geestige toon. Ook gaf Spurgeon algemene lezingen voor zijn gemeenteleden met algemene onderwerpen als ‘de gorilla’, waarbij hij dia’s liet zien.


Het interieur van de Metropolitan Tabernacle

Prayer-meetings en het belang van het gebed
Elke maandagavond was er een prayer-meeting. Spurgeon bereidde deze met opzet niet voor. Het gaf hem oefening en vaardigheid om geïmproviseerd te spreken. Tijdens deze bijeenkomsten waren zo’n 2000 mensen aanwezig. Hij vond dit aan de magere kant. Hij zag de opkomst als een graadmeter voor het geestelijk gehalte van de gemeente. Tijdens de zondagse diensten waren er tien tot twintig personen in gebed bijeen in de kelder van de Tabernacle. Spurgeon zei eens: ‘Ten behoeve van deze prediking heb ik tweemaal zoveel woorden tot God gesproken in het gebed dan ik nu tot u spreek.’ De gebeden die Spurgeon in de Tabernacle uitsprak maakten zoveel indruk dat sommigen ertoe overgingen deze te notuleren. Spurgeon verbood dit streng. Later verschenen er wel uitgaven van zijn preken inclusief zijn gebeden. Men heeft Spurgeons wens blijkbaar niet gerespecteerd.

Een jongensweeshuis
Op een dag ontving Spurgeon een bericht van een weduwe van een welgesteld Anglicaans geestelijke die maar liefst 20.000 pond over had om een jongensweeshuis op te richten. Spurgeon ging bij haar op bezoek: ‘Wij willen graag spreken over de tweehonderd pond die u in uw brief noemde.’ Spurgeon kreeg te horen dat het toch echt 20.000 was. Spurgeon informeerde uitgebreid of er geen familieleden waren die aanspraak konden maken op dat bedrag. Toen dat niet het geval was, heeft Spurgeon het bedrag met blijdschap ontvangen. Het weeshuis dat er kwam, heette het Stockwell Orphanage. De kinderen droegen geen uniform, om te voorkomen dat ze zichzelf gingen zien als voorwerp van liefdadigheid. In die zin was Spurgeon zijn tijd vooruit. Spurgeon kwam regelmatig bij de kinderen, sprak met hen, vermaande hen en was werkelijk geïnteresseerd in hen. De kinderen waren afkomstig uit verschillende denominaties. Spurgeon hanteerde geen criterium voor toelating. Het merkwaardige was dat de meeste kinderen afkomstig waren uit de Anglicaanse kerk.

Hij gaf niet om geld
Spurgeon gaf niet om geld. Hij verdiende veel door zijn pennenvruchten, maar hield alleen het nodige voor zichzelf. Zijn motto werd verwoord door John Ploughman: ‘Earn all you can, save all you can, and then give all you can.’ Verder zei Spurgeon: ‘Bezuinig nooit op hetgeen je ter ere van God kunt doen. Wie aan God geeft, verliest niet, maar plaatst zijn geld op de beste bank.’ Spurgeon legde een verband tussen het wederom geboren zijn en de wil om zich voor de Koning van de Kerk in te zetten. Hoewel de vrijgevigheid van Spurgeon legendarisch was, waren er toch boze tongen die beweerden dat hij een al te loyaal leven leidde en als een vorst zou leven. Spurgeon kreeg een keer een aanbod om een tournee te maken door Amerika, waarvoor hij het onvoorstelbare bedrag van 10.000 pond zou krijgen. Hij weigerde, want hij wilde zijn gemeente niet in de steek laten. Eens moest Spurgeon ergens preken waarbij zijn hoed diende als collectezak. Er werd weinig opgehaald, de gemeente was niet erg vrijgevig. Spurgeon bad daarop: ‘Heere, ik dank U dat deze gierigaards mij in ieder geval mijn hoed nog hebben teruggegeven.’


Westwood

Naar Westwood
Door de veel kolengestookte kachels nam in Londen de luchtvervuiling sterk toe. Een hoger huis zou een uitkomst kunnen zijn. Spurgeon kreeg last van aanvallen van reumatische jicht. Door een samenloop van omstandigheden kon hij een nieuw huis gaan betrekken, wat eigenlijk veel te deftig voor hem was: Westwood. De woonkamer werd de bibliotheek en de biljartkamer de studeerkamer. Het huis had een tuin van 200 bij 200 meter. De pers kwam met opgeklopte verhalen dat Spurgeon als een vorst zou leven. Niets was minder waar. ’s Zondags maakte Spurgeon gebruik van de koets om naar de Tabernacle te gaan, de reis duurde zo’n driekwartier. Toen Spurgeon hierover werd aangesproken, zei hij: ‘Maakt u zich geen zorgen over mijn twee paarden. Het zijn Joden, ze zijn nog onder de wet en houden strikt de sabbat.’ Spurgeon kreeg hulp van secretarissen om brieven te beantwoorden en de administratie te voeren. Brieven waarin financiële steun toegezegd werd, werden door Spurgeon van een snel dankwoord voorzien. Bemoedigende brieven werden expres in het zicht van Spurgeon gelegd. Negatieve brieven die anoniem of grof waren, kwamen hem niet onder ogen. Een keer wilde een predikant hem spreken. Hij kwam met de mededeling: ‘Zeg tot Spurgeon: een dienstknecht van Christus vraagt een moment van Spurgeons kostbare tijd.’ Waarop Spurgeon liet antwoorden: ‘Spurgeon vroeg mij u te zeggen dat hij bezig is met het werk van uw Meester.’

Preekvoorbereiding
Zodra Spurgeon wist waarover hij zou preken (meestal vroeg in de week), legden zijn secretarissen commentaren en andere theologische werken bij elkaar, opengeslagen op een grote tafel. Toen Spurgeon meer wilde weten over de olijfboom ging een vragenbriefje naar het Natural History Department of the British Museum. Ze waren daar zo enthousiast met de brief, dat ze de moeite namen vier pagina’s vol te schrijven over de eigenschappen van de boom. Spurgeon kende een nauwgezette preekvoorbereiding. ‘Ik ben altijd preken aan het voorbereiden, voortdurend ben ik aan het lezen en denken.’ Volgens eigen zeggen heeft hij meer preekschetsen gemaakt die in de prullenbak terechtkwamen dan die tot een preek zijn uitgegroeid. Spurgeon werkte met pakkende thema’s, drie hoofdgedachten en uitgewerkt in onderverdelingen. ‘Niemand kan een preek uit zijn mouw schudden, op de manier zoals een boom zijn bladeren laat vallen in de herfst. Woorden zonder doordenking zijn in geen enkel opzicht beter dan onkruid.’

Spurgeon in Nederland
Nederland kende veel bewonderaars van Spurgeon, vooral binnen de kringen van het Reveil. Spurgeon bezocht Nederland in 1863, een week lang. Hij preekte in de Willemskerk in Den Haag en in de Pieterskerk te Leiden, waar Spurgeon geen blad voor de mond nam om de aanwezige professoren te waarschuwen tegen de moderne theologie. Verder ging hij viermaal voor in Amsterdam. Ook preekte hij in de Utrechts Domkerk. Spurgeon maakte meestal geen gebruik van een tolk, maar paste alleen zijn spreektempo aan. Spurgeon was met de Nederlandse kerkelijke situatie niet helemaal vertrouwd. Spurgeon kon naar eigen zeggen met grote kracht Gods Woord op de Nederlandse kansels kwijt. Koningin Sophie wilde hem spreken, wat een grote eer voor hem was. Er waren gewoonten in Nederland die hij niet begreep. Een Nederlander stuurde hem een brief waarin hij de afkeuring uitsprak over het feit dat Spurgeon een baard droeg en een snor had. Toen Spurgeon van verontruste Nederlanders hoorde dat Christus’ opstanding uit de doden werd geloochend op menig kansel, zei hij: ‘Nederland is Engeland op dit punt vijftig jaar vooruit.’

De Downgrade Controversy
Er was geestelijk verval in de kerk. Spurgeon leidde dit af uit het feit dat in steeds meer kerken de gebedsdiensten werden afgeschaft. Hij zag ook dat sommige predikanten zich meer en meer met eigen speculatieve bedenksels bezighielden dan met het Evangelie. De uitwerking van de nieuwe ideeën waren: lege banken. ‘In veel gevallen heeft hun mooie, nieuwe theologie de gemeenten uit elkaar geslagen. De plaatsen die eens door het Evangelie gevuld zijn, zijn door de “nieuwe onzin” leeggemaakt.’ Ook binnen zijn eigen baptistische denominatie zag Spurgeon verschuivingen optreden. Spurgeon vroeg The Baptist Union om maatregelen te treffen, hij eiste dat ze een geloofsbelijdenis zou aannemen waarin onomwonden de Schrift als onfeilbaar Woord van God zou worden beleden. De Unie weigerde. Daarom onttrok Spurgeon zich van de Unie op 28 oktober 1887. Dit bracht een schok teweeg in kerkelijk Engeland. De geschiedenis heeft Spurgeon in het gelijk gesteld. Spoedig zouden de symptonen van het geestelijk verval zichtbaar worden in een desastreuze daling van het kerkbezoek.

Zijn einde
Spurgeons gezondheid werd niet zo goed als ze gehoopt hadden. Daarom moest hij ’s winters vaak uitwijken naar Frankrijk om in een gunstiger klimaat zijn reumatische aandoening te laten genezen. In die tijd waren zulke ondernemingen slechts voor een enkeling weggelegd. Door de pijnen die hij kreeg te verduren was hij soms ten einde raad. ‘Ik zou het niet kunnen verdragen, mijn kind zo te zien lijden zoals U mij laat lijden’, zo bad hij eens. Dit kinderlijk eenvoudig gebed is kenmerkend voor Spurgeon geweest. Spurgeon was soms te ziek om te kunnen reizen. Het dilemma verwoordde hij eens zo: ‘Ik kan niet beter worden, zolang ik niet daar ben. Ik kan daar niet komen, zolang ik niet beter ben.’ De reizen werden bekostigd uit het zelfstandig inkomen van Spurgeon. De reizen naar Menton hebben een vermogen gekost, maar het was de enige mogelijkheid om fysiek op de been te blijven. Eens stond Spurgeon op het perron te wachten op de trein, toen een collega tegen hem zei: ‘Wel, ik begeef mij nu naar de derde klas. Daarmee ontzien wij het collectegeld dat aan de Heere toebehoort.’ Spurgeon antwoordde: ‘Wel, ik ga nu naar de eerste klas. Daarmee ontzien wij de dienstknecht die aan de Heere toebehoort.’ Op 31 januari 1892, om 23.05 uur, overlijdt Spurgeon tijdens zijn verblijf in Frankrijk. In Londen werd hij begraven. Op de kist lag de Bijbel opengeslagen bij Jesaja 45:22, de tekst die hem als 15-jarige jongen zo diep getroffen had. Men gaf geen gehoor aan Spurgeons wens met betrekking tot zijn graf. Hij zei: ‘Denk eraan, een steen met CHS, meer niet.’ Het werd een groot grafmonument.

Gepubliceerd in juli 2007

Advertenties