De eeuw van mijn vader

n.a.v. Geert Mak, De eeuw van mijn vader, Amsterdam 2005

1900-1914
Situatie 1900
Rond 1900 was Nederland leeg, en de wereld was vol zekerheden. Vijf miljoen inwoners. 3/4 woonde op het land (in Europa was dat zelfs 9/10). Er was een klinkerweg van Amsterdam naar Haarlem, waar een enkele maal per dag een auto overheen reed (4 meter breed). Tram en fiets waren nog geen gemeengoed. De bouw van de steden en de structuur van het platteland waren op loopafstanden ingesteld. Elke streek had tot 1909 zelfs zijn eigen tijd: er lag zeker een kwartier tijdsverschil tussen het oosten en het westen van Nederland (het tijdsverschil met Duitsland bedroeg maar liefst 40 minuten. Pas de Duitse bezetters zouden aan dit tijdsisolement een einde maken). Er waren 12.000 telefoons in Nederland. De tsaar regeerde over Rusland, de keizer over Duitsland en Abraham de Geweldige over het kleine Nederland. In Europa reed een trein met 93 kilometer per uur: het snelste vervoermiddel voor die tijd.

Cultuur en mentaliteit
Veel steden waren in die jaren nog doortrokken van het omliggende platteland. Niemand in de buurt ging anders dan in grauw of bruinig goed gekleed. Voor lichte, heldere kleuren moest je immers veel en vaak kunnen wassen, en die mogelijkheid bestond er meestal niet. Regelmatig rees verzet tegen nieuwe, snelle verkeersverbindingen. Wachtplaatsen waren plekken waar kleine reparaties werden verricht, waar ervaringen werden uitgewisseld en verhalen werden verteld. Er was dus een cultuur van stagnatie. Er is een verhaal bekend van een zeilmaker die een nieuw zeil voor een schip gemaakt had, tot tevredenheid van de klant. Echter, toen hij na een tijdje zag dat er een kleine bolling was, vroeg hij of hij de boot even naar de werkplaats mocht meenemen. Iedereen werd aan het werk gezet om alle banen van het zeil los te maken en enkele millimeters verder weer vast te naaien: de eer van de zeilmakerij was gered!

Strijd tegen het water
Veel Hollandse stadjes lagen in een web van kanalen, wateringen, poldersloten en alles wat verder naar de rivier stroomde. Het water was voor veel Nederlanders volksvijand nummer één. De dijken waren vaak smal en overal kon de zee binnenstromen via open inhammen. Het leven in veel polders was winter na winter een opeenvolging van narrow escapes en kleine rampen. De enige bescherming bestond uit de vloedplanken die bij alle huizen voor de ramen en de deuren werden geschoven.

Opkomende wereldmachten
In Parijs werd een revolutionaire Wereldtentoonstelling gehouden, met tientallen nieuw vindingen. Wat opviel was de opmerkelijke kwaliteit van de inzendingen uit de Verenigde Staten, Duitsland en Japan. Dat was meer dan toeval. De mogendheden begonnen zich steeds meer op elkaar te richten. Ze sloten de ene alliantie na de andere, ze wedijverden in het veroveren van almaar nieuw koloniën, ze bewapenden zich opnieuw, rivaliteit zette de toon. In die situatie begonnen de drie nieuwkomers (ook Duitsland was nog maar dertig jaar een natie) zich langzaam te profileren als nieuwe grootmachten. De Russisch-Japanse oorlog van 1904-1905 was bijzonder omdat voor het eerst een vermoeide Europese mogendheid werd verslagen door de dynamiek van een niet-Europees land dat zich met succes de westerse techniek had eigen gemaakt.

Nederlandse koningshuis
In Nederland speelde de angst dat koningin Wilhelmina kinderloos zou sterven. Vorstenhuizen speelden nog een centrale rol in de internationale politiek, en zoiets kan grote politieke gevolgen hebben, vooral als de kroon terecht zou komen bij een of andere verre Duitse erfgenaam. In 1902 zweefde Wilhelmina door een tyfusinfectie maandenlang tussen leven en dood. Toch kwam ze er bovenop.

Periode van zekerheid en vooruitgang
De periode tussen 1900 en 1914 was ‘een gouden eeuw van zekerheid. (…) Iedereen wist hoeveel hij bezat of hoeveel hem toekwam, wat toegestaan en wat verboden was. Alles had zijn norm, zijn vastgestelde maat en gewicht.’ Nederland leefde in rustige welstand, wetend dat rampen slechts ver van hun bed plaatsvonden en dat het oorlogsgeweld sinds mensenheugenis aan dit land voorbij was gegaan. ‘Het is misschien moeilijk, voor de generatie van vandaag, die opgegroeid is te midden van rampen, ineenstorting en crises (…) het optimisme en het vertrouwen in de wereld te beschrijven die ons jonge mensen van het begin van de eeuw af bezielden.’ De techniek had het leven vleugels gegeven, de wetenschappelijke ontdekkingen maakten de mensen trots en zelfbewust. Bijna alle steden maakten tussen 1880 en 1914 een stormachtige ontwikkeling door. De mensen werden gezonder, er was meer comfort, er kwam meer vrije tijd en betere voeding en hygiëne. Een telegram kon binnen enkele seconden naar de andere kant van de wereld gezonden worden. Op de morgen van 17 december 1903 maakten op de Kill Devil Hill in North Carolina de rijwielfabrikanten Wilbur en Orville Wright de eerste vluchten met een zelfgemaakte vliegmachine. De langste vlucht was een afstand van 255 meter. Rond 1900 kondigden sommige medici het ‘voorzienbaar einde’ aan van alle menselijke ziekten, en enkelen hoopten zelfs dat het na de uitvinding van de röntgenstralen in 1895 mogelijk zou worden om de menselijke ziel te fotograferen…

Godsdienstige toestand
De periode tussen 1900 en 1914 werd dus beheerst door een ongekende dynamiek, die werd afgedekt door een schijn van rust en eerbiedwaardigheid. De aanleg van elektriciteit was ook volop aan de gang. De dood was in deze jaren nog ‘jong en actief, snel en onverwacht en overal toeslaand.’ De kindersterfte was hoog. Over het algemeen beleefde men de godsdienst nog zoals in de 19e eeuw, toen het leven van alledag nog doortrokken was van de christelijke leerregels, de kerk als een vanzelfsprekend instituut werd beschouwd en vrijwel iedere Nederlander in God geloofde, of hij nu een moderne, orthodoxe of helemaal geen richting beleed. In 1899 kwam slechts 2 procent van de Nederlanders er openlijk voor uit niet tot enige kerk te behoren. Het ambtelijk gebed, waarmee openbare vergaderingen dikwijls werden geopend, werd iedereen geacht probleemloos uit te spreken. Toen koningin Wilhelmina in 1908 eindelijk zwanger bleek te zijn, werd de kerken van staatswege verzocht om massaal te bidden voor een geslaagde afloop. Het geloof was, kortom, voor de meeste mensen geen theologische constructie maar een dagelijkse, vanzelfsprekende realiteit.

Nationalisme
In Frankrijk werd geroepen dat de Franse natie en de katholieke kerk één en ondeelbaar waren, in Groot-Brittannië was de enige ware Brit een Engelsman, in Duitsland begon de term ‘bloed en bodem’ rond te zingen, in Rusland kon een echte Rus alleen maar lid zijn van de Russisch-Orthodoxe Kerk, in het Habsburgse rijk werd hier en daar gesproken over het deporteren van minderheden, en bijna overal hoorden de joden er niet bij.

De kleine luyden worden groot
Het succes van Abraham Kuyper was, paradoxaal genoeg, mede te danken aan diezelfde tijdgeest die bestreden moest worden. Door de nieuwe vormen van massavervoer was hij in staat ongekende menigten op één plaats bijeen te brengen. Overigens raakten de katholieken, socialisten en andere groepen ook al snel verslaafd aan dergelijke toog- of landdagen. De aanhangers van Kuyper telden zo’n 7 procent van de bevolking rond 1900. In 1901 kon hij, na een verkiezingsoverwinning, samen met de katholieken gaan regeren.

Militair vertoon
Het militaire element was sterk aanwezig in het Europa van begin 20e eeuw. Parades, manoeuvres en andere militaire spektakelstukken waren aan de orde van de dag. Als er op zomeravonden langs de boulevards werd geflaneerd, klonk uit de muziekkoepels vooral marsmuziek. ‘Oorlog is een deel van Gods orde,’ zo zei een Duitse veldmaarschalk. ‘Zonder oorlog zou de wereld stagneren en opgaan in materialisme. In de oorlog komen de meest edele deugden van de mensheid tot uiting: moed, toewijding en plicht, het wegcijferen van zichzelf, bereidheid om het leven zelf te offeren.’

Misstanden m.b.t. werk
In het Nederland van de belle époque overleed iedere drie kwartier iemand aan tuberculose. Meer dan een kwart van de woningen bestond uit slechts één kamer. Het overgrote deel van de bevolking haalde nauwelijks de 50 jaar en slechts één op de achttien Nederlanders werd ouder dan 65. Een dertiger begon zich zorgen te maken over ouderdom, een veertiger was versleten en afgeleefd! In de havens, waar dagelijks zo’n tienduizend arbeiders werkten, was het slagveld van de arbeid bloedig. Per jaar waren er gemiddeld 2800 doden en gewonden te betreuren, met uitschieters van boven de 4000. Werktijden van 72 uur waren schering en inslag. Iedere ochtend stonden de arbeiders in regen en wind voor de aanneemkantoren te wachten. Wie ook meer iets van zijn geschiktheid tot zwaar werk verloor, bleef achter in de moordende concurrentiestrijd. De kleine luyden hadden (nog) geen enkele sympathie voor het grootkapitaal, ‘de onrechtvaardige mammon’, zoals ze het noemden. De eerste sociale wetgeving was mede van hun hand: een volksverzekering tegen arbeidsongevallen. Maar het was Kuyper die als minister-president in 1903 met zijn ‘worgwetten’ de spoorwegstaking brak (het eerste massale arbeidersprotest dat Nederland kende). De socialisten zouden de confessionelen deze dubbelhartigheid nooit vergeven.

Titanic: keerpunt
De ramp met de Titanic, het grootste schip ter wereld, in 1912 (14 april) betekende het einde van het optimistisch tijdperk. Het was een merkteken van de tijd. Sören Kierkegaard had al decennia eerder de Europeanen vergeleken met de passagiers van een immens schip, die dromend door de nacht voeren terwijl ze afstevenden op een ijsberg van verdoemenis. Nu was het werkelijkheid geworden! Het was een gebeurtenis vol van symboliek. Alle zekerheden en angsten van de ‘mooie tijd’ waren in de Titanic samengebald: het onzinkbare schip, het zorgeloze leven aan boord, de weelderigheid (maar ook de armoede benedendeks). Het scheepsorkest speelde, terwijl het zeewater naderde, het lied ‘Nearer my God to Thee’. Zelfs al zou de helft van de verhalen verzonnen zijn, dan nog geeft de ramp on seen blik op een wereld van eer, stand en discipline die nu vrijwel ondenkbaar is, en die voorgoed ten onder ging in de loopgraven van Noord-Frankrijk (Eerste Wereldoorlog).

Nearer, my God, to Thee, nearer to Thee!
E’en though it be a cross that raiseth me,
Still all my song shall be, nearer, my God, to Thee.

(Refrein)
Nearer, my God, to Thee,
Nearer to Thee!

Enorme bevolkingstoename
De bevolking nam aan het eind van de 19e eeuw opeens sterk toe, door een beginnend besef van hygiëne, een betere zuigelingenzorg en de eerste inentingen tegen besmettelijke ziekten. De overheden groeiden als kool. De mens werd door de elektriciteit bevrijd van onvoorstelbaar veel lichamelijke arbeid. De kracht van deze ontwikkelingen was zo groot dat die ook de ijzeren gordijnen tussen standen en naties bedreigde.

Gevolgen van bevolkingsdruk
Iemand betitelde in deze jaren kindersterfte en werkloosheid als twee nuttige en normale verschijnselen, ‘de kanalen waarlangs het overtollige afvloeit.’ Een ander fantaseerde: ‘Als ik de kans kreeg, zou ik een gaskamer bouwen, zo groot als het Chrystal Palace, waar een militaire band zachtjes zou pelen, en een bioscoopprojector helder zou draaien; dan zou ik uitgaan in de achterbuurten en de hoofdstraten en hen binnenleiden, al de zieken, de kreupelen, de verminkten; ik zou hen zacht naar binnen leiden, en ze zouden vermoeid en dankbaar glimlachen.’

Overige
In Zuid-Afrika woedden de Boerenoorlogen, waardoor veel Nederlanders zo anti-Engels werden dat ze decennialang pro-Duits bleven. Tussen 1880 en 1910 vertienvoudigde het vervoer per trein of tram. Heel Nederland werd opengelegd met een net van regionale trams en lokale spoorwegen (na de jaren 20 toen de autobus opkwam, werden ze overigens weer even snel afgebroken). Ongemerkt begon er iets van een wereldeconomie te ontstaan. Tussen de elite en de rest van de bevolking leek een ijzeren gordijn te hangen. In de treinen gold een strikte indeling in drie klassen. In 1850 werkte nog de helft van de Nederlandse bevolking op een of andere manier zelfstandig. In 1899 was dat slechts 1/5. De algemene kleding voor kleine kinderen was een rokje, of het nu een jongen of een meisje was. Henry Ford besloot in 1908 om slechts één model auto te produceren, en dat massaal. Het werd een groot succes.

Eerste Wereldoorlog
Duitsland wordt een keizerrijk
De Eerste Wereldoorlog maakte een eind aan de vier belangrijkste monarchieën van Europa en aan twee grote imperia, het Oostenrijks-Hongaarse en het Turkse. Pas na de Tweede Wereldoorlog, na tientallen geruïneerde levens, kwam er weer iets van een balans. Bijna elke oorlog is een vervolg op de vorige, en dat gold ook voor de Eerste Wereldoorlog: de Frans-Duitse oorlog van 1870-1871. Duitsland had na de overwinning het zelfvertrouwen van de natie zo versterkt dat in Versailles het Duitse keizerrijk was uitgeroepen. In een ongekend tempo veranderde het land van kleine vorstendommetjes, boeren, dichters en denkers in een moderne, geïndustrialiseerde grootmacht die al snel Engeland, Rusland en Frankrijk naar de kroon stak.

Legers op de been
Na 1900 werden er legers op de been gebracht en wapenarsenaal aangeld zoals men in volle vredestijd nog niet eerder had gezien. Er ontstonden langzamerhand twee blokken: Duitsland en Oostenrijk enerzijds en Frankrijk en Rusland (met later Engeland) anderzijds. Tegen 1914 waren er op het Europese continent meer dan 25 miljoen getrainde soldaten beschikbaar. Er waren tientallen aanvaringen en bijna-oorlogen tussen de mogendheden. Met name op de Balkan kwamen allerlei nationalistische krachten vrij, en Rusland zag in dit troebele water tal van mogelijkheden om zijn invloed over Europa uit te breiden.

Aanslag op Frans Ferdinand
Op 28 juni 1914 bracht de Oostenrijkse troonopvolger Frans Ferdinand een bezoek aan de Bosnische hoofdstad Sarajevo. Hij had alle waarschuwingen uit de wind geslagen. Hij werd vermoord. De eerste weken na de aanslag geven echter een rustig beeld. Het was een mooie zomer. Het ontstaan van de oorlog was allerminst een onvermijdelijke gebeurtenis die er later van is gemaakt, de reeks voetzoekers die onontkoombaar achter elkaar afknalden. Duitsland had bijvoorbeeld geen enkele verplichting om Oostenrijk militaire hulp te bieden; alleen bij een directe aanval zou dat moeten. En moest Rusland Servië voetstoots te hulp schieten? En moest daarom Frankrijk weer Rusland steunen, en zo indirect in oorlog komen met Oostenrijk en helemaal indirect met Duitsland? De Duitse minister van Buitenlandse Zaken was verbijsterd toen Engeland opeens besloot om zich ook in de strijd te mengen.

Zin in oorlog
‘Bijna alle sleutelbeslissingen werden gerechtvaardigd in termen van “eer” of “vriendschap” of “angst” of “opportuniteit”, en niet op basis van verdragen.’ Hier was hetzelfde ‘herensysteem’ als op de Titanic aan het werk, alleen ditmaal met catastrofale gevolgen voor half Europa. De Eerste Wereldoorlog werd dus geen wereldoorlog op die dramatische dag in Sarajevo, maar pas tijdens de weken die daarop volgden, in de conferentiekamers van Berlijn, Wenen, Londen, Parijs en Sint-Petersburg. Bovendien was er ‘de immense, zij het ongerichte, drang tot actie bij de bevolking.’ Men had zin in een oorlog!

Reacties op uitbreken oorlog
‘Toen werd in ernst gesproken over nationale “eer”, toen werd geweend in parlementen, toen droeg men nog hoeden die men in de lucht kon gooien en had men een vlag op zolder die men kon uithangen. Het leven had nog iets theatraals.’ Op veel plaatsen meldde zich de complete mannelijke dorpsjeugd, en iedereen stond aan de kant, ‘juichend, roepend, zingend, zwaaiend’. Gezamenlijk werden de jonge mannen ingedeeld, gezamenlijk zouden ze later vaak bij één aanval sneuvelen, in één klap weg, het halve dorp! In Engeland zong men: ‘Here we are, here we are, here we are again. Let the war come’. In Parijs stapten duizenden militairen opgewekt in de trein, ‘zoals ze naar een picknick zouden gaan.’ In Berlijn: ‘Ieder gezicht lijkt gelukkig. We hebben oorlog!’ Gezamenlijk werd het ‘Nun danket allen Gott’ aangeheven. Een generatie vol idealen, met een overschot aan energie, zou bedrogen worden door het gevoel dat het meest dierbaar was: het gemeenschappelijk optimisme.

Nun danket alle Gott
Mit Herzen, Mund und Händen,
Der grosse Dinge tut
An uns und allen Enden;
Der uns von Muterleib
Und Kindesbeinen an
Unzählig viel zu gut
Bis hierher hat getan.

Der ewigreiche Gott
Woll uns bei unserm Leben
Ein Immer fröhlich Herz
Und edlen Frieden geben,
Und uns in seiner Gnad
Erhalten fort und fort
Und uns aus aller Not
Erlösen hier und dort.

Lob, Ehr und Preis sei Gott,
Dem Vater und dem Sohne
Und Gott dem Heilgen Geist
Im höchsten Himmelsthrone,
Ihm, dem dreiein’gen Gott,
Wie es im Anfang war
Und ist und bleiben wird
So jetzt und immerdar.

Nederland neutraal
Nederland probeerde angstvallig neutraal te blijven, en met succes. Nederland was een klein, zwak land, dat teerde op een enorm koloniaal rijk. Maar het land was allang niet meer in staat om de verbindingen tussen Indië en het moederland te verdedigen! Binnen Europa stelde Nederland militair helemaal niets voor. Maar zowel Engeland als Duitsland had belang bij het voortbestaan van een neutrale staat aan de monding van de grote West-Europese rivieren. Bovendien werd Duitsland ervan weerhouden Nederland binnen te vallen, omdat Engeland dan een voorwendsel had om onmiddellijk de rijke Nederlandse koloniën over te nemen. Op deze wankele machtsbasis was de klassieke neutraliteit van Nederland gebaseerd, en op weinig anders. Na de nederlaag van de geestverwante Boeren in Zuid-Afrika konden men name de kleine luyden geen Engelsman meer zien. Kuyper zag zelfs de kans om de Duitse overval op België op theologische gronden goed te praten. Honderdduizenden Belgische vluchtelingen hadden, opgejaagd door de Duitse troepen, de wijk genomen naar Nederland.

Voor de generaals telde geen mensenleven
De generaals hadden nauwelijks oog voor de menselijke gevolgen van hun strategieën en bevelen. Bij de grote veldslagen bij Ieper, Verdun en aan de Somme lieten binnen enkele dagen honderdduizenden soldaten het leven (10.000 per uur), soms tientallen per vierkante meter veroverd, terugveroverd en weer heroverd gebied! Alleen rondom Verdun vielen zo’n 800.000 doden, totdat de grond in de wijde omgeving veranderd was in ‘een koude pap van modder, stenen en menselijke resten’. De Duitsers zaten diep ingegraven, de Franse soldaten hadden geen schijn van kans, maar hun generaals wisten van geen ophouden. Hier stortte de 19e eeuw van standen en zekerheden definitief ineen. In 1917 vond er een soldatenopstand onder de Fransen plaats. De Duitse generaals hadden echter geen idee hoe ernstig de toestand bij de Fransen was, want anders hadden ze daar zeker gebruik van gemaakt. Het Franse leger is deze muiterij nooit helemaal te boven gekomen.

De verwoestende Spaanse griep
Tijdens de eerste oorlogsjaren maakten industrie, landbouw en scheepvaart in Nederland grote winsten. Het nationale inkomen in Nederland nam met bijna de helft toe. Tegen het einde van de oorlog begon de riante Nederlandse voedselvoorziening spaak te lopen. Bovendien brak er in Europa een enorme epidemie uit: met de Amerikaanse troepen kwam een onbekend griepvirus naar Europa: de Spaanse griep. Het was de laatste massale plaag in de westerse geschiedenis, maar ook de hevigste. Aan het eind van de oorlog stierven binnen een paar maanden miljoenen Europeanen, niet op het slagveld, maar in hun bed. Men schat het aantal slachtoffers wereldwijd op 40 miljoen! Met de Eerste Wereldoorlog verloor Europa zijn levensvreugde en vooral zijn onschuld. Een groot deel van de jeugd was afgeslacht: aan de kant van de geallieerden ruim 5 miljoen, aan Duits-Oostenrijkse zijde ruim 3 miljoen.

Einde van de oorlog
Tussen 1914 en 1918 waren vooral in Frankrijk de verliezen zwaar: een derde tot de helft van alle jonge mannen kwamen om. Ieder Frans dorp heeft een monument dat dit verlies vertelt. Het einde van de oorlog kwam even onverwacht als het begin. In Rusland bleek het oude machtssysteem van tsaren en vorsten volkomen te falen; Lenin kwam aan de macht. Duitsland verwachtte net als in 1870 Frankrijk binnen een paar weken te verslaan en dan alle aandacht te richten op het Russische front. Het Westelijke front liep echter vast. In de zomer van 1918 sloeg het tij om, toen de Engelsen voor het eerst massaal een nieuw wapen inzetten: de tank. Vooral waren het de troepen zelf die de vrede in eigen hand namen. Overal werden soldatenraden opgezet. Men begon massaal te deserteren, vooral in het Oostenrijkse leger. In het Duitse leger was er zo’n anti-Wilhelm stemming dat sommige regimenten alleen voor de keizer mochten paraderen als hun geweren eerste ontdaan waren van kogels en bajonetten! (Wilhelm II vluchtte naar Nederland waar hij de rest van zijn leven op Kasteel Amerongen en Huis Doorn versleet; Nederland wilde hem om wille van de neutraliteitspolitiek niet uitleveren aan de geallieerden; hij stierf in 1941 en werd in Doorn begraven; overeenkomstig zijn wens wordt zijn lichaam pas naar Duitsland gebracht als dit land weer een monarchie is!) Militair gezien had Duitsland de oorlog niet verloren, maar het vredesverdrag van Versailles was één grote vernedering: het land verloor alle koloniën en een zevende van zijn grondgebied, een oppervlakte zo groot als de helft van Engeland. Bovendien moesten ze herstelbetalingen betalen dat een normale economische ontwikkeling bijna onmogelijk maakte (hieronder zou Nederland ook lijden). Duitsland werd buitengesloten in het vredesstelsel op lange termijn, en dit was zeer onverstandig!

1918-crisisjaren
Jong en oud
In de eerste helft van de 20e eeuw veranderden mensen haast niet. ‘Hun huid zou gaan rimpelen, hun haar grijs worden, maar hun pakken, hun hoeden, hun schoenen, hun manier van lopen, zitten en staan zouden allemaal hetzelfde blijven.’ Zoals later, in tijden van grote veranderingen, ‘jong en flitsend’, de norm werd, zo was dat in die jaren ‘oud en degelijk’. Als er voor een product al reclame werd gemaakt, dan gold ‘nieuw’ niet als aanbeveling, maar juist het feit dat de maker ‘van ouds bekend’ was. Het wantrouwen, dat iedereen die jong was ‘niet echt betrouwbaar was’, bestond in alle kringen. Jeugd werd voor elke carrière een belemmering, ouder zijn een voordeel! Zeventig jaar was in die tijd stokoud.

Zedelijkheid
Bij een meisje wist men alle jeugd aan het oog te onttrekken. Zelfs een 17-jarige kon zich weinig anders bewegen dan een vrouw van middelbare leeftijd. Voor jonge meisjes was onwetendheid een onmisbaar onderdeel van de maagdelijkheid, maar ook de speciale voorlichtingslectuur voor getrouwde echtparen bevatte enkel bedekte termen. Seksualiteit was zover weggestopt dat er zelfs geen gebruikstaal voor bestond. Op het platteland en bij de lagere standen waren de opvattingen vaak wat ruimer. Aan zee kon slechts worden voortgeploeterd in zware badkostuums die het lichaam van hals tot hiel bedekten. Er ontstond een hevige rel toen een danseres op het toneel haar naakte voeten liet zien. ‘Het beste voor een jonge vrouw was om te vergeten dat ze onder haar hals nog iets als een lichaam had.’

Opkomst sport en gevolgen oorlog
De opkomst van sport, en het nieuwe gevoel van lichamelijkheid dat daarbij hoorde, is ongetwijfeld van grote invloed geweest op het doorbreken van het Victoriaanse kuisheidsideaal. Tijdens de wereldoorlog hadden talloze Europese vrouwen het werk van de mannen moeten overnemen, en toen de soldaten terugkwamen van het front, vonden ze vrouwen die steviger, vrijer en zelfbewuster waren dan ze ooit hadden meegemaakt. Tot 1918 konden ‘alle vrouwen van Europa het haar tot op de heupen uitrollen’, na 1918 was dat voorbij. Tot 1918 was het voor een meisje uit de betere stand alleen geoorloofd om feestjes en andere gelegenheden te bezoeken onder begeleiding van een oudere vrouw.

VU
De Vrije Universiteit was een kleinschalig instituut. Aan de VU werden relatienetwerken gesmeed die de protestants-christelijke wereld decennialang zouden beheersen. Sommige groeiden zelfs uit tot kleine dynastieën van hoogleraren, ARP-kamerleden, advocaten en kerkvorsten. Namen als Berkouwer, Grosheide, Bavinck, Donner, Geesink, Sikkel, Woltjer, Meynen, Aalders, De Gaay Fortman, Diepenhorst, Holtrop, Gerbrandy klonken in de gereformeerd oren als een klok. Er begon zo via de universiteit van de kleine luyden een onderscheid te ontstaan tussen voetvolk en officieren, iets ongekends in gereformeerde kringen. In deze tijd kwam de NCSV op, de Nederlandsche Christen-Studentenvereeniging. Tot ergernis van de leidslieden werden hier ook gereformeerden lid van. J.J. Buskes zegt hierover: ‘De NCSV deed in die tijd wat de kerk had moeten doen, maar niet deed: ons eenvoudig met de problemen van onze tijd confronteren.’ Zoals Buskes waren er meer in die jaren, jonge zoekers, gevoelig voor de verwarring van de tijd, er diep van overtuigd dat een herhaling van de miljoenenslachting van ‘14-‘18 nooit meer mocht voorkomen.

De kleine luyden winnen op alle fronten
In 1920 ging bijna de helft van de Nederlandse kinderen naar een christelijke school, in 1940 7/10. De kleine luyden hadden op alle fronten gewonnen. Ze speelden een belangrijke rol in de politiek en de samenleving, ze zaten in de regering en op andere centrale posten. ‘De groep werd zelf het doel. De mannenbroeders gaan paraderen, ze gaan massabetogingen houden, ze gaan vaandels koesteren, ze gaan veteranen eren en grote slagen uit het verleden herdenken. En extra scherp gaat men letten op elkaars leer en leven. Want de keurtroep mag niet uiteenvallen.’ ‘De zomers waren vol toogdagen en meetings, de lucht trilde van de massakoren, muziekkoren en gierende harmoniums. ’s Winters vergaderde men, men las de eigen bladen, men zwoegde op preken en inleidingen.’

Radio
Een belangrijk vraagstuk werd de snelle opkomst van de radio. Boeken kon men weren uit winkels en bibliotheken, theater, bioscoop, dans, socialisme en andere vreselijkheden konden met het wapen van de sociale controle worden bestreden, maar naar de radio kon men stiekem luisteren. Colijn was de eerste bewindsman die voor de radio toespraken ging houden voor het volk. Het was aanvankelijk wat vreemd voor hem, om zonder kansel maar voor een klein microfoontje te spreken. Maar gaandeweg vond hij de juiste houding: staande, met zijn linkerbeen op een stoel, de duimen achter vestgaten, de buik met horlogeketting vooruit. In november 1924 werd de NCRV opgericht. De gereformeerden kozen voor een doorbraak van hun culturele isolement. Anderen spraken over ‘het kastje van de duivel’. Rond de kerst klonk voor het eerst het gezang Daar ruist langs de wolken door de radio:

Daar ruist langs de wolken een lieflijke naam
die hemel en aarde verenigt tezaam.
Geen naam is er zoeter en beter voor ’t hart,
hij balsemt de wonden en heelt alle smart.
Kent gij, kent gij die naam nog niet,
die naam draagt mijn Heiland, mijn lust en mijn lied.

Nederland mist de ervaring van de oorlog
Er was één immens verschil tussen Nederland en de rest van Europa: ze hebben de oorlog niet meegemaakt. Toen in 1929 het boek Im Westen nichts Neues uitkwam, werden er binnen een jaar 1,5 miljoen exemplaren verkocht, en alle Europese jongeren die in de loopgraven hadden gelegen, zeiden: ‘Ja, zo is het geweest.’ Alleen in Nederland wist men het beter. ‘Leest dit boek niet’, riep het Gereformeerd Jongelingsblad. Doordat de Eerste Wereldoorlog aan Nederland voorbij was gegaan, miste ons land ‘een cruciale wissel van de moderne geschiedenis van ons continent’. Het gevolg was dat allerlei lijnen van de 19e eeuw in de rest van Europa rigoureus waren afgebroken, maar in Nederland ononderbroken doorliepen.

Troelstra
Toen in 1918 de Duitse keizer naar Nederland vluchtte en er een geest van revolutie door Europa waaide, achtte Pieter Jelles Troelstra de tijd rijp voor een revolutie in Nederland (10 november). De coup-poging was volledig op de Duitse pogingen geïnspireerd, en niet op de Russische. De katholieke en protestantse zuil organiseerden inderhaast burgerwachten en brachten hulde aan het koningshuis. Nog decennialang zou deze mislukte revolutiepoging van de socialisten de verhouding met de andere gezindten vergiftigen. Wel kwam de Tweede Kamer tegemoet aan hun eisen: de achturige werkdag. Na de stemming zong de SDAP-fractie triomfantelijk de Achturenmars. De rest van de Kamer wist van schrik niets anders te doen dan het Wilhelmus aan te heffen!

Mentaliteit Engeland, Frankrijk en Duitsland
In Engeland kreeg het nationalisme na 1918 een andere inhoud. Het was niet meer expansief, niet meer imperiaal, het leek eerder naar binnen te klappen, te verkneuteren. De Engelsen leken zich terug te trekken in hun schulp, in de geborgenheid van familie, gezin, huis en tuin. De wereldomspannende ambities van het imperium maakten plaats voor bijna provinciale idealen. Bij de Fransen kwam het accent te liggen op de liefde, de romantiek en het brave burgerleven. Pas in de jaren 30 begon de politiek daar het leven weer te domineren. Voor Duitsland lagen de zaken anders. Het land had niet alleen een fors deel van de jeugd verloren, ook een zevende van haar grondgebied en zeven miljoen burgers als gevolg daarvan! Daarnaast de herstelbetalingen, economische chaos en de gezagscrisis.

Positie van de vrouw
Abraham Kuyper zei over de vrouw: ‘Van nature is de vrouw kuiser en verlegener dan de man, maar als ze een keer over dien slagboom is heengesprongen ziet gij haar bijna altoos nog vreselijker uitspatten dan de man. Nog redeloozer, nog meer speelbal van blinde passie.’ Men moest ‘bloedgisting’ (=oplopen van emoties) voor het huwelijk vermijden. Geert Mak zegt: ‘Al was het leven binnen de zuilen in onze ogen vaak neerdrukkend, voor velen in die tijd was het een veilige wereld, vol geluk en vertrouwen.’ Het Christelijk Vrouwenboek sprak over de ‘heerlijke gereformeerde vrouwenziel’. Als de vrouw het gezin niet meer als hoogste ideaal zou zien, dan zouden er gevaren dreigen! Het Nederlandsche Gezinsboek schrijft: ‘Wanneer de bruidegom zijn bruid de echtelijke woning binnenleidt, zingt en jubelt het in zijn ziel. Het blozende bruidje weet en zwijgt. Beiden gaan zij het mysterie tegemoet.’ Vooral de eerste bevalling bleef een riskante gebeurtenis. Ondertussen werd de rok steeds korter en in Parijs worden korte kapsels geknipt voor vrouwen. Vanuit Amerika ging men met dit doel speciaal hier naartoe.

Het werk van de gereformeerde predikant
In de Gereformeerde Kerken was het zo dat elk gezin door een nieuwe predikant samen met een ouderling werd bezocht. Alles vaak per fiets, ongeacht regen, wind en modderwegen. Ondertussen maakte de ouderling de dominee wegwijs in de gemeente: waar de gevoeligheden lagen, wie ruzie had met wie en waarom. Vele verenigingen waren er waar de predikant ook zijn bijdrage moest leveren: voor de jongelingsvereniging, de jongedochtersvereniging, de knapenvereniging, de jongemannenvereniging, de catechisaties, de kerkenraad met haar diverse commissies, de mannen- en vrouwenverenigingen, de zendingsactie en de naaikrans. Op zondagochtend was de dominee verplicht met hoge hoed en al stijf als een plank naar de kerk te schrijden. Tussen gemeenten was vaak veel verschil; het maakte wat uit of de gemeente uit de Afscheiding of uit de Doleantie was voortgekomen. ‘In kerk A smolten ze als een predikant dierbaar sprak over de goede Herder, in kerk B zaten ze dan op hun stoel te wippen van verveling.’

De ondergang van het avondland
In 1918 verscheen in Duitsland het eerste deel van een opvallend boek: Der Untergang des Abendlandes. De auteur was de jonge leraar Oswald Sprengler. Hij voorzag dat het met de westerse cultuur zou gaan als andere grote culturen: opgaan, blinken en verzinken. In zijn visie naderde de periode van ‘individualiteit, humaniteit, intellectuele vrijheid en scepsis’ zijn einde. Er was een nieuwe fase op komst, gekarakteriseerd door ‘restricties op individuele vrijheid, een opleving van het geloof en een toename van geweldsgebruik.’ Iemand anders zei: ‘Het komt erop neer dat Europa geen moraal meer heeft.’ In Duitsland waren er zorgen over de ontworteling van de jeugd. In Berlijn werd verschillende drugs op grote schaal afgezet.

Vermindering sociale controle
Moderne bedrijven ontstonden en Philips, Unilever, AKZO en De Koninklijke/Shell groeiden uit tot grote concerns. De lopende band werd geïntroduceerd. Een groot gedeelte van de jeugd van Europa werkte in grote fabrieken en kantoren, waar het patriarchale toezicht van het vroegere kleinbedrijf vrijwel niet meer bestond. Er was een groot gat geslagen in het oude net van sociale controle. Maar vooral het ‘losslaan’ van de jongeren heeft te maken met de toegenomen welvaart. Voor de jeugd gold: meer geld, meer vrije tijd, meer pret, café- en bioscoopbezoek. Vooral dit laatste gaf aanleiding tot heftige polemieken. Zo waarschuwde een socialistische (!) voorman: ‘Hoe leeg en arm is het leven van de jonge arbeiders of arbeidsters, wier geestelijke voedsel bestaat uit filmmoorden, detectieve romans, voetbalopwinding en dergelijke, wier ontspanningsbehoeften niet verder reiken dan een pot bier, een doos sigaretten (…).’

Scheuring in de Gereformeerde Kerken
In 1926 vond er een scheuring plaats in de Gereformeerde Kerken, over het spreken van de slang (Geelkerken). Een nieuwe kerk ontstond: ‘het Hersteld Verband’. ‘Hellend Vlak’ noemden anderen het, of ook wel ‘Villa Ruimzicht’. De invloed van dit kleine kerkverband (26 predikanten, 6000 leden) is betrekkelijk groot geweest: op allerlei terreinen liepen ze voorop: nieuwe psalmberijming, de oecumene, vroeg verzet tegen het fascisme, de naoorlogse doorbraak. In 1946 keerden ze terug naar de Ned.Herv.Kerk.

Veel veranderingen
Nederland veranderde in ras tempo: de Afsluitdijk was gereedgekomen, het aantal auto’s verdrievoudigde in de jaren 30, oude klinkerwegen werden vervangen door asfalt, de eerste autowegen tussen de grote steden kwamen tot stand, de pontveren over de rivieren werden vervangen door grote verkeersbruggen. Er kwamen steeds meer wijken met comfortabele nieuwbouwwoningen. Verschijnselen als vrije tijd en recreatie kwamen op (door de rest van de natie neerbuigend betiteld als ‘dagjesmensen’). In 1931 werd in Amsterdam de eerste ‘radio-film’ (=televisie) vertoond. Toen de honderdste verjaardag van de Afscheiding en de vijftigste van de Doleantie werd gevierd, hing de gereformeerde garderobe vol bontjassen en wemelde het van de ministers, kamerleden, burgemeesters en andere hoogwaardigheidsbekleders van eigen teelt.

Crisisjaren
Op 24 oktober 1929, op Zwarte Donderdag, vond de beurskrach op Wallstreet plaats. Wereldwijd kwamen 30 miljoen mensen zonder werk te zitten. Opeens werd duidelijk hoezeer de economieën over de hele aardbol met elkaar vervlochten waren, en hoe enorm de invloed van Amerika toen al was. In Nederland kwamen er op een bevolking van 8 miljoen 300.000 werklozen. Doordat de regering weigerde in te grijpen, duurde de crisis in Nederland aanmerkelijk langer dan elders. Daarbij speelde het misverstand over de positie van Nederland in Europa een cruciale rol. Men bleef het land beschouwen als een unieke, min of meer geïsoleerde burcht van orde, degelijkheid en christendom. Colijn en zijn ministers bekeken de nationale economie in wezen op dezelfde wijze als het huishoudboekje van hun vrouw. Slechts weinigen bedachten dat al die zuinigheid op haar beurt weer nieuwe werkloosheid opriep. Colijn had angst voor inflatie. Hij klampte vast aan de ‘gouden standaard’. Het is opvallend hoe lijdzaam de Nederlandse bevolking de catastrofe onderging, in tegenstelling tot Franse en Duitse arbeiders. Behalve het zomeroproer in de Amsterdams Jordaan in 1934 bleef het rustig.

Overige
Kuyper: ‘Het rijkst ontwikkeld, het schitterendst uitgebroken, tot nationaliteit in vollen zin gerijpt, was alleen het “Christelijk-puriteinsche” type.’ Iedereen leefde vredig naast elkaar heen. De nieuwe polders werden keurig ingericht met een evenwichtige vertegenwoordiging uit alle zuilen. Een kerkbode meende dat een jood nu eenmaal nooit ‘de ontzettende tragiek der tegenstelling tussen Saul en David kan gevoelen.’ ‘Want iedereen kende Saul en David natuurlijk als echte gereformeerde jongens.’ Alles werd vastgebeiteld op ‘de wil Gods’ of ‘de beginselen’; alles werd teruggebracht op de normen ‘goed’ of ‘fout’. De dochter van Kuyper schreef dat de vrouw die ‘vleeschkleurige kousen’ droeg, met beide benen ‘in het erf van de vijand’ stond. Binnen eigen kring waren allerlei spelletjes en grappen gebaseerd op bijbelteksten.

Jaren 30
Opkomst van een schreeuwerige man: Adolf Hitler!
Nederland voelde zich thuis in de Europese diplomatie, die toen gekenmerkt werd door een algehele afschuw van oorlog en alles wat daarop leek. ‘Nooit meer zo’n wereldoorlog!’ was het motto. Er werd een Volkenbond opgericht. In Duitsland waren in 1933 Adolf Hitler en zijn nazi’s aan de macht gekomen. Deze schreeuwende figuur uit München werd door de meesten niet serieus genomen. Eind 1932 was ook in Duitsland zijn ster aan het dalen. Zijn alles-of-niets strategie (weigering met andere partijen samen te werken) leidde ook bij zijn eigen mensen tot onvrede. Maar Hitler had veel geluk. In Duitsland was een sterke voedingsbodem voor zijn ideeën. De meeste Duitsers hadden na de wereldoorlog alles verloren waarop ze vroeger hun status op bouwden: afkomst, geld en zelfs arbeid. Vandaar dat voor velen het nationaal-socialisme als geroepen kwam. Het schiep immers in één klap een nieuw systeem van status, rangen en standen, en een vijand bovendien in de vorm van de joden.

Hitlers opkomst verklaard vanuit de tijdsomstandigheden
Hitlers opkomst was onmogelijk geweest zonder de bescherming en de financiële steun van grote industriëlen. En niet door verkiezingen of een grote volksbeweging kwam hij aan de macht, maar enkel dankzij de hulp van een aantal conservatieve politici, die hij vervolgens met grote behendigheid buiten spel zette. Duitsland was in de voorafgaande jaren van de ene straatrel naar de andere regeringscrisis gestrompeld. Om daar voor eens en altijd een eind aan te maken trad de conservatief-nationale ex-rijkskanselier Franz von Papen begin januari 1933 in overleg met Hitler en zijn nazi’s. Voor Hitler was die uitnodiging een lot uit de loterij. Von Papen bedacht een nieuwe coalitie tussen ultrarechts en de nazi’s, waarbij Hitler rijkskanselier zou worden, ultrarechts 8 ministers zou leveren en de nazi’s 4. Hij dacht dat hij met die meerderheid de nazi’s zou kunnen gebruiken tegen het ‘rode gevaar’. Maar in werkelijkheid gebruikten de nazi’s hém! Nog geen maand na Hitlers machtsovername en een week voor de nieuwe verkiezingen stak een Nederlandse anarchist, Marinus van der Lubbe, de Rijksdag in brand: een geschenk uit de hemel voor de nazi’s. Bij de volgende verkiezingen kregen de nazi’s 44 procent van de stemmen, vervolgens werd er een wet goedgekeurd waarbij de rijkskanselier voor vier jaar dictatoriale macht kreeg, men stapte uit de Volkenbond. Toen Hindenburg in de zomer van 1934 overleed, organiseerde Hitler een referendum om zichzelf tot de nieuwgeschapen positie van Führer und Reichskanzler te verheffen (90 procent stemde hiermee in). Hitlers populariteit steeg tot grote hoogte, helemaal door zijn omvangrijke werkgelegenheidsprogramma’s, de daaraan gekoppelde herbewapening en de herovering van Saarland en Rijnland (respectievelijk 1935 en 1936).

Nederlandse reacties op Hitler: Telegraaf, Het Volk, aartsbisschop
Het toenemende anti-semitisme stoorde slechts weinigen, zolang het bij woorden bleef. Neerzien op joden was in het toenmalige Nederland een vrij algemeen verschijnsel. De Telegraaf prees Hitler omdat hij het rode gevaar had vernietigd. Alleen het sociaal-democratische dagblad Het Volk zag in het Derde Rijk ‘eindelooze noodlottige perspectieven’! Binnen de katholieke zuil waren de opvattingen over Hitler verdeeld. Aartsbisschop van Utrecht Johannes de Jong had zo’n principiële afkeer van het fascisme en ‘de Duitsche goddeloosheid’ dat hij al in 1934 weigerde om nog langer via Duitsland naar en van Rome te reizen.

Partijblad ARP, Johannes de Heer
Het partijblad van de Antirevolutionairen sprak over Mein Kampf als ‘een boek van betekenis, een vaak zeer diepgaand boek, hier en daar ook een mooi boek.’ De recensent vond Mein Kampf principieel onaanvaardbaar, maar ‘rein-menschelijk’ kon hij een heel eind met hem meegaan. Zeker huwelijken ‘met individuen van een lichamelijk lager staand ras’ moesten vermeden worden. Johannes de Heer waarschuwde in 1919 al (!) tegen het hakenkruis als ‘het merkteken der Anti-Semieten’.

Liberalen, Hersteld Verbanders, gereformeerde hoogleraren
Bij de liberalen reageerde men zelfs redelijk positief op de roep om ‘een sterke man’. De Hersteld Verbanders betoonden al in vroeg stadium hun solidariteit met de Duitse Belijdende Kerk. De hoogleraren Klaas Schilder, Anne Nanema en V.H. Ruthers namen al in begin jaren 30 overtuigend stelling tegen het fascisme. De oudste zoon van Abraham Kuyper, H.H. Kuyper, professor in Amsterdam,stak zijn waardering voor Hitler en Mussolini niet onder stoelen of banken!

De Standaard
De Standaard zei: ‘De republiek van Weimar gaf veel te veel vrijheden, naaktgymnastiek en goddeloosheid namen toe en van de vrijheid werd niets dan misbruik gemaakt.’ De Standaard wees het antichristelijke en racistische karakter van het nationaal-socialisme fundamenteel af. Over de praktijk van de nazi’s in Duitsland was men echter opvallend mild. De Reichskristallnacht (9-10 november 1938) werd door De Standaard als ‘een luguber dieptepunt’, ‘een middeleeuwsche pogrom’ en een ‘schandvlek in de geschiedenis’ genoemd. Maar de krant kon het niet laten om ook te wijzen op ‘de eigenaardigheid van de Jood’ die er met ‘zijn onuitroeibare zucht tot handigheid in financieele overheersching’ zelf aanleiding toe had gegeven.

De Internationale
Vanaf oktober 1933 mocht de VARA niet langer de Internationale laten klinken. ‘Dag aan dag vergiftigen de sociaal-democraten de menschen door in de harten te zaaien het zaad der ontevredenheid.’

Ontwaakt, verworpenen der aarde!
Ontwaakt, verdoemde in hongers sfeer!
Reed’lijk willen stroomt over de aarde
En die stroom rijst al meer en meer.
Sterft, gij oude vormen en gedachten!
Slaafgeboor’nen,ontwaakt,ontwaakt!
De wereld steunt op nieuwe krachten,
Begeerte heeft ons aangeraakt!

(Refrein)
Makkers, ten laatste male,
Tot den strijd ons geschaard,
en d’Internationale
Zal morgen heersen op aard. (2x)

De staat verdrukt, de wet is logen,
De rijkaard leeft zelfzuchtig voort;
Tot ‘t merg en been wordt d’ arme uitgezogen
En zijn recht is een ijdel woord
Wij zijn het moe naar and’rer wil te leven;
Broeders hoort hoe gelijkheid spreekt:
Geen recht, waar plicht is opgeheven,
Geen plicht, leert zij, waar recht ontbreekt.

De heerschers door duivelse listen
Bedwelmen ons met bloed’gen damp.
Broeders, strijdt niet meer voor and’rer twisten,
Breekt de rijen! Hier is uw kamp!
Gij die ons tot helden wilt maken,
O, barbaren, denkt wat ge doet;
Wij hebben waap’nen hen te raken,
Die dorstig schijnen naar ons bloed.

Nederland blijft conservatief
Hoewel Colijn nog geen zesde deel van de kiezers vertegenwoordigde, wist hij als geen ander macht, rust en stabiliteit uit te stralen (‘een man die haast te groot is voor ons kleine landje’). Hij was een symbool en symptoom tegelijk. De verzuilde samenleving leek in een algemene verstarring terecht te zijn gekomen. Er heerste een vrij sterke anti-democratische onderstroom in de politiek, een reactie op de tamelijk snelle democratisering in die jaren. Colijn was een typische anti-vernieuwer. Het is verbazend hoe conservatief ons Nederlandse volk bleef, ondanks de werkloosheid en de grote sociale en economische problemen! Dit in tegenstelling tot de rest van Europa. Colijns beleid werd gekenmerkt door het toepassen van 19e-eeuwse methoden op 20e-eeuwse problemen. Hij miste de intuïtie voor de moderne tijd die bij Kuyper wel sterk aanwezig was. Toch was Colijn bij zijn ARP-aanhangers geliefder dan Kuyper toentertijd.

Mussolini: niet Engeland, maar Duitsland als bondgenoot
In 1935 viel Benito Mussolini Abessinië (Ethiopië) binnen; hij droomde van een Italiaans imperium rond de Middellandse Zee. Mussolini ging er in deze tijd nog vanuit dat hij binnen een paar jaar de wapens tegen Duitsland zou moeten opnemen. Tot ver in de jaren 30 waren de verhoudingen tussen Duitsland en Italië allesbehalve innig. In Engeland en de Verenigde Staten bestond in brede kring bewondering voor Mussolini, zelfs bij Winston Churchill. Mussolini vond Hitlers jodenhaat ‘ronduit krankzinnig’! Mussolini dacht nog duidelijk in de klassieke Europese verhoudingen uit de Eerste Wereldoorlog: Italië, met steun van Engeland en Frankrijk, tegenover Oostenrijk en Duitsland. Hij was dan ook oprecht verbaasd toen de Engelsen zich in deze oorlog tegen Italië keerden. Hij moest toen wel voor steun bij Hitler aankloppen! In Afrika sneuvelden 800.000 Abessijnen en 120.000 Italianen. Tevergeefs bepleitte de keizer, Haile Selassi, voor de Volkenbond de zaak van zijn land: ‘Als er geen hulp komt,’ zo voorspelde hij zonder bitterheid, ‘zal ook het Westen zijn ondergang kennen.’

De Spaanse burgeroorlog
In 1936 begon generaal Francisco Franco vanuit Marokko een ‘kruistocht tegen het marxisme’. Uit bijna ieder land kwamen socialisten, communisten en anarcho-syndicalisten de republiek te hulp. Er vochten zo’n 40.000 man voor de Internationale Brigades. De westerse democratieën besloten om zich strikt afzijdig te houden. Het land bleef bijna 40 jaar in de ijzeren greep van Franco. De vrijwilligers uit Nederland die terugkeerden, raakten hun Nederlandschap kwijt.

Het succes van Hitler
Hitler-biograaf Joachim Fest uitte de veronderstelling dat als Hitler eind 1938 bij een aanslag zou zijn gedood, hij vermoedelijk als een van de grootste Duitse staatslieden de geschiedenis in zou zijn gegaan. Hitler was uitgesproken lui. Hij was geen echte leider, hij was eerder iemand die allang sluimerende krachten binnen de Duitse samenleving losmaakte en verder aanjoeg. Als katalysator en symbool was hij een figuur zonder weerga. Hij hielp Duitsland uit de armoede. Binnen drie jaar had hij 6 miljoen werklozen weer aan het werk. In vergelijking hiermee waren de prestaties van de democratische landen mager. Bij veel mensen in de jaren 30 had het begrip ‘democratie’ dan ook een slechte naam: men associeerde het met partijgekonkel, besluiteloosheid, malaise en werkloosheid.

Gelijkenissen gereformeerden en NSB’ers
De gereformeerden waren een zelfde soort kleine luyden als de NSB’ers. Veel hadden ze gemeen: de hang naar een autoritair leiderschap. Het denken in nationalistische termen. De twijfel aan de democratie. Het verlangen naar orde en tucht. De sympathie voor het vrome Duitsland. De afkeer van het perfide Engeland en het decadente Frankrijk. Het latente ant-semitisme

Joodse vluchtelingen in Nederland: Westerbork
De meeste Nederlanders hadden een grote afkeer van Hitlers jodenvervolging, maar zagen het in de eerste plaats als een probleem van de joodse gemeenschap zelf. De Nederlandse regering liet jaarlijks niet meer dan 7000 joodse vluchtelingen toe! Nederland, met nog geen tien miljoen inwoners, zou anders ‘te vol worden’, zo verklaarde premier Colijn! Voor de vluchtelingen werd een kamp gebouwd. Eerst was Ermelo de bedoeling, maar de ANWB wilde dit gebied graag behouden als vakantiebestemming. Bovendien zag koningin Wilhelmina niet graag zo’n kamp verschijnen vlak bij haar zomerverblijf. Uiteindelijk werd achter Drenthe een plaats gevonden, ver van de grote bevolkingscentra, niet ver van de oostgrens: Westerbork.

Opleving Ned.Herv.Kerk
Binnen de kerken begonnen sommigen met een nieuwe zoektocht: deels vanuit de toenemende geloofscrisis, deels ook uit verzet tegen het totalitaire denken. Albert Schweitzer had zich om deze redenen van het Westen afgewend. De Ned.Herv.Kerk was altijd minder stevig georganiseerd geweest als de Gereformeerde Kerken, maar in de jaren 30 begon er bij de hervormden een verrassende opleving.

Oorlog aanstaande
In 1931 viel Japan Mantsjoerije binnen. Sinds 1937 was men in oorlog met China en vanaf 1938 ook tegen de Sovjet-Unie. Duitsland was in 1936 tegen alle verdragen in het Rijnland ingetrokken, en bewerkstelligde de Anschluss van Oostenrijk. Ook begon hij herrie te maken over de Duitse volksgenoten in het Tsjecho-Slowaakse Sudetenland. Het meest tragische beeld van de 20e eeuw is wellicht Chamberlain, die uit het vliegtuig komt en met een velletje papier zwaaide, ‘Peace in our time’, na de conferentie in München. (De Franse premier Daladier walgde toen hij door een Parijse menigte werd toegejuicht; hij verwachtte eerder dat ze hem zouden uitjouwen! ‘Die mensen zijn gek’, zei hij daarop!) Chamberlain is altijd geassocieerd met slapte en verraad. Hij durfde echter niet tegen zijn kiezers in te gaan. Geen enkele Engelsman had in 1938 zin om een oorlog te beginnen. Churchill sprak echter van de keuze ‘tussen schande of oorlog’. ‘We kozen voor de schande, en we zullen de oorlog krijgen!’ zo zei hij. Binnen zes maanden waren de troepen van Hitler niet alleen Sudetenland binnengetrokken, maar ook Praag.

Overige
Het vliegtuig was bij uitstek het symbool van de nieuwe tijd. In oktober 1934 werd in dat kader de luchtrace Londen-Melbourne georganiseerd. De Uiver, een Douglas van de KLM, won de race namens Nederland. ‘Wij kennen de Joden niet anders dan als een volk van handelaars, advocaten en scharrelaars. Wie in Palestina kwam, vroeg zich verwonderd af: zijn dat de Joden? Zo was dat volk veranderd (=landbouwers geworden).’ De aanwezigheid van de joodse bevolkingsgroep, die eeuwenlang voor iedereen als een vanzelfsprekendheid was beleefd, werd in de jaren 30 voorwerp van het publieke debat, ook in Nederland. De gereformeerden besloten in 1936 het lidmaatschap van de NSB te straffen met wering van het Avondmaal.

Tweede Wereldoorlog
Nederland met schellen voor de ogen
De Nederlandse regering was niet helemaal onvoorbereid: er waren eerder serieuze aanwijzingen geweest voor een mogelijke aanval en die avond kwamen vanaf alle grensgebieden berichten binnen over ongekende activiteiten aan de Duitse kant. De ministers van Buitenlandse Zaken en van Defensie bleven met een aantal ambtenaren tot diep in de nacht op. En toen begon de telefoon te rinkelen: de vliegvelden Waalhaven en Bergen werden zwaar gebombardeerd. In Nederland was er over het algemeen een overweldigende drang naar normaliteit en een blindheid voor dreigende catastrofes. Een Amsterdamse joodse advocaat, die in 1938 rustig zijn zaken afwikkelde en met zijn familie naar Amerika emigreerde, werd door iedereen voor gek verklaard. Nog altijd teerde men op de schijnvrede van München. Oorlog en Nederland: het bleef voor de meerderheid van de bevolking een ondenkbare combinatie. De gemiddelde Nederlander had al eeuwenlang geen enkele ervaring met het verschijnsel.

Monsterverbond Hitler en Stalin
De Engelsen maakten een politieke ommezwaai. Ze waren nu vastbesloten om Duitsland te stoppen. Tot verrassing van Hitler stelden ze zich garant voor Polen’s onafhankelijkheid. Hitler besefte als eerste dat de kracht van een modern, mobiel leger op het land lag en niet meer op de zee. Als Hitler en Stalin hun krachten zouden bundelen, en Amerika zou zich afzijdig houden, dan zou het Westen nergens zijn. Dat was dan ook precies de kille rekensom achter een van de meest onverwachte bondgenootschappen in die periode: het Molotov-von Ribbentrobpact (augustus 1939), de plotselinge deal tussen de twee gezworen vijanden Hitler en Stalin. (Toen Hitler in juni 1941 de aanval op de Sovjet-Unie opende, was Stalin zo verbijsterd dat hij dagenlang wachtte met een verklaring. Als het verdrag dus al aan iemand een adempauze had gegeven, dan was dat aan Hitler, en niet aan Stalin.) Voor beide partijen was het een unieke mogelijkheid. Stalins leger hoefde zich nu niet voor te bereiden op een verdedigingsoorlog, maar kon alle energie steken in de ‘revolutionaire aanval’ en op de verovering van Finland, Polen en de kleine Oostzeestaten (Stalin zou 6 landen binnenvallen, Hitler 8).

Polen als eerste slachtoffer
Hitler eiste dat de Vrijstad Danzig zou terugkeren tot het Duitse rijk. Een aanvaring met Polen was onvermijdelijk. Engeland en Frankrijk stonden garant voor dat land. De nazi’s zetten de aanleiding tot de oorlog vakkundig in scène (september 1939). De Polen hadden geen enkele kans. Hitler beschouwde de Polen als een lager ras, ‘meer dieren dan menselijke wezens’. Het westelijke stuk van Polen werd ‘verduitst’: een etnische zuivering vond plaats zoals die in Europa sinds eeuwen niet meer vertoond was. De rest van Polen werd een soort Gestapo-land, waar de SS kon doen en laten wat ze wilde. Instellingen voor bejaarden en gehandicapten werden leeggehaald, intellectuelen en priesters werden bij duizenden vermoord, joden werden in getto’s geconcentreerd. In totaal zouden tussen de 6 en 7 miljoen Polen de oorlog niet overleven, waarvan 3 miljoen Joden.

Oorlog begonnen
De Tweede Wereldoorlog was begonnen. De maanden die nu volgen waren de maanden van de phoney war, het dreigende wachten tussen de formele oorlogsverklaring in september 1939 en het feitelijk begin van de vijandelijkheden in mei 1940. De Tweede Wereldoorlog was een gevolg van de zelfvernietiging die in 1914 begonnen was. Versailles 1919 had de Europese machtsbalans zo fundamenteel uit evenwicht gebracht dat een oorlog onvermijdelijk was. De tegenstellingen in de Tweede Wereldoorlog waren veel meer ideologisch getint. Het was meer dan 1914-1918 een strijd tussen het ‘goede’ en het ‘kwade’.

Datum Nederlandse inval negentien maal verplaatst
Negentien maal is de definitieve aanvalsdatum op Nederland vastgesteld en achttien maal opgeschoven. Tot 10 mei 1940. De eerste datum was op zondag 12 november 1939, maar in verband met mist en regen werd de oorlog over de winter heen getild. In Nederland werden op 11 november alle militaire verloven plotseling ingetrokken en Zuid-Beveland, de Grebbe- en Betuwelinie ontruimd en onder water gezet. Echter, de aanval bleef nog uit. Ondertussen was er een mislukte aanslag op Hitler gepleegd, door de dappere meubelmaker Johann Georg Elser. De Standaard sprak van een ‘laffe moordaanslag’ en koningin Wilhelmina stuurde Hitler een gelukstelegram! Minister-president Dirk-Jan de Geer houdt een radiotoespraak waarin hij het volgende gedicht citeert:

Een mens lijdt dikwijls het meest
Door ’t lijden dat hij vreest,
Doch dat nooit op zal dagen.
Zo heeft hij meer te dragen
Dan God te dragen geeft.

Hitler maakt gebruik van zwakte tegenstanders
Hitler had niet zozeer succes vanwege zijn kracht, maar eerder vanwege zijn zevende zintuig voor zwakke tegenstanders. Altijd gooide hij om wat al viel, vermoordde hij alleen wat al stervende was. In dit rijtje paste ook Nederland. Nederland was een typisch koopmansland, de affiniteit met het leger was gering en een militaire traditie bestond er, in tegenstelling tot Duitsland, Engeland en Frankrijk, helemaal niet. Kenmerkend voor het moreel van de Nederlandse troepen is de bijna klassieke zin uit een gevechtsbericht tijdens de meidagen van 1940: ‘Toen werd het levensgevaarlijk en trokken wij terug’!

De feiten van de Nederlandse verdediging
Het Nederlandse leger bezat geen enkele tank. De kannonen werden nog bijna allemaal door paarden getrokken. Het uniform was zwaar en goedkoop en beperkte de beweeglijkheid. De gemiddelde soldaat was uitgerust met een zwaar Oostenrijks geweer van een halve eeuw oud. Samenwerking met de Britse luchtmacht bleek onmogelijk omdat de benzineleidingen op Nederlandse vliegvelden niet gekoppeld konden worden aan de Britse vliegtuigtanks. De belangrijkste telefoonverbinding tussen de territoriale bevelhebber van het noorden en het algemeen hoofdkwartier liep over de IJsselbrug bij Zwolle. Bij een Duitse inval moest die brug evenwel direct worden opgeblazen, waarmee deze vitale verbinding bij het begin van een oorlog dus direct verloren zou gaan.

Spion weggehoond
De grote Nederlandse bedrijven hielden al rekening met een oorlog. De Nederlandsche Bank had vanaf 1938 in alle rust het grootste gedeelte van de goudvoorraad naar Londen en New York verscheept. Er was ook een topspion in Duitsland, Hans Oster, die Nederland via G.J. Sas inlichtte over de Duitse plannen. Hij zag met Hitler een rampspoed over Europa komen. Den Haag had echter geen belangstelling. Toen hij doorgaf dat de Duitsers sterke eenheden parachutisten en luchtlandingstroepen zouden inzetten, lachten ze hem in Den Haag vierkant uit: ‘Die vangen we wel met hooivorken op!’ Slechts enkelen, waaronder koningin Wilhelmina, geloofden zijn alarmverhalen.

Colijn in de Tweede Wereldoorlog
De eerste oorlogsmaanden in Nederland zouden historici later aanduiden als de periode van accommodatie, de maanden waarin de gemiddelde Nederlander zich zo goed mogelijk in de nieuwe omstandigheden had proberen te redden. Er was vrijwel direct al sprake van verzet en van kleine illegale blaadjes, maar het aantal illegale werkers was, zeker in het begin, minimaal. Het hart van de Nederlanders lag ergens anders: bij een braaf en rustig leven. Veel kleine luyden waren diep teleurgesteld in hun Oranjevorstin, die, toen de nood aan de man kwam, als eerste de benen had genomen. Colijn sprak over ‘de smaadelijke vlucht van de Regeering.’ Colijn was pessimistisch: ‘Tenzij er werkelijk wonderen gebeuren zal het vasteland van Europa in de toekomst geleid worden door Duitschland.’ Hij verwachtte wel dat Nederland zijn ‘nationale volksbestaan’ bij een vredesverdrag ‘ongerept zou terugkrijgen’. Colijn hield nog geen rekening met de mogelijkheid dat Amerika weleens in de strijd zou kunnen stappen. De grootste vergissing van Colijn was dat hij Hitler als een normale staatsman bleef zien.

Hitler laat unieke kans schieten vanwege zijn mythe van Lebensraum
Hitler liet in de zomer van 1940 een unieke kans schieten. Hij deed geen enkele moeite om zijn nieuwe imperium te consolideren tot een ‘nieuwe orde’, hij sloot geen vrede met de door hem bezette landen. Hij richtte zich slechts op één ding: de mythe van de Lebensraum die Duitsland nodig had, en die Lebensraum lag in het Oosten.

Hitler buigt een zekere winst om in een zeker verlies
Vanaf november 1942 leden de As-mogendheden eigenlijk alleen nog maar nederlagen, onderbroken door een enkele wanhoopsoffensief. Toen de Amerikaanse oorlogsindustrie eenmaal draaide, waren de geallieerden aan de winnende hand. Hitler zelf faalde enorm; met een paar fatale beslissingen en misrekeningen wist hij tussen het voorjaar van 1940 en het najaar van 1941 een vrijwel volledige overwinning om te zetten in een vrijwel zekere nederlaag! Hitler had zijn oog laten vallen op de olievelden van de Kaukasus. Met dit brandstof zouden leger en bedrijfsleven voorgoed van alle brandstofproblemen bevrijd zijn. Hitler zorgde niet voor een goede winteruitrusting van de troepen. In de herfst zou de strijd al beslist moeten zijn.

De cruciale winter van 1941/1942
Eind juni 1941 begon de veldtocht tegen Rusland. Dat terwijl ze alle troepen in het Westen nodig hadden, voor een te verwachten tegenaanval. En wat moest Duitsland met zo’n onmetelijk land? Dat was toch nooit te besturen? Bovendien kon de bevoorrading door zo’n grote afstand niet goed geschieden. Het Duitse leger leek dan wel ordelijk en gedisciplineerd, maar Hitlers besluitvorming was chaotisch en impulsief.

Vergelijking Napoleon en Hitler
Als we Napoleon en Hitler vergelijken, valt ons op dat de eerste onnoemelijk veel heeft nagelaten: zijn wetgeving, onderwijssysteem en strakke staatsopbouw met departementen en prefecten. Hitler daarentegen heeft niets nagelaten. Alles van hem was kortstondig en catastrofaal. Niets wat hij deed was op bestendigheid gericht. Hitler was niet in staat over de grenzen van zijn eigen leven te kijken. Hij zorgde niet voor opvolgers, hij maakte zijn politieke tijdschema ondergeschikt aan zijn levensverwachting, en zelfs maakte hij het vermogen van de Duitse staat om normaal te functioneren bewust kapot, ten gunste van zijn persoonlijke almacht en onvervangbaarheid.

6 en 7 december 1941
De waterscheiding van de oorlog lag niet op D-day, maar in het weekend van 6 en 7 december 1941. De Duitse soldaten konden het Kremlin in Moskou door hun verrekijkers zien. Op zaterdag 6 december werden de Duitsers voor het eerst door Siberische troepen teruggeslagen. Deze troepen zaten in het verre oosten, wachtend op een aanval van de Japanners. Maar toen Stalin erachter kwam dat Japan eerst de Pacific en Amerika wilde aanvallen, kon hij deze legers vrijmaken! De volgende dag, 7 december, werd Amerika in de oorlog betrokken door de Japanse aanval op Pearl Harbor. De donderdag daarop maakte Duitsland een fout die fataal zou zijn: Hitler verklaarde de oorlog aan de Verenigde Staten. Voor president Roosevelt kwam de oorlogsverklaring als een geschenk uit de hemel. Nu had hij de publieke opinie met zich mee. Dit was de meest onbegrijpelijke van al Hitlers beslissingen. Duitsland was Japan helemaal niets verplicht. Bovendien: wat moest Duitsland met een vijand die het zelfs niet kon bereiken? Hitler wist heel goed wat hij deed; hij was vanaf zijn vroegste jeugd namelijk gefascineerd door de Verenigde Staten en hij was uitstekend op de hoogte van de Amerikaanse politiek. Een Duitse generaal zei: ‘Eerder dan wie ook ter wereld voelde en wist Hitler dat de oorlog verloren was.’

Endlösung der Jugendfrage
Hitler reageerde woedend op de verliezen. Hij weigerde akkoord te gaan met iedere vorm van terugtrekking, benoemde zichzelf tot opperbevelhebber en zette zijn generaals min of meer buitenspel. Over Hitler kwam een pathologische vernielingsdrift. Hij had nog een ander doel: de totale uitroeiing van de joden en de zigeuners (het aantal vermoordde zigeuners in Oost-Europa is waarschijnlijk zo’n 500.000. Deze kant van Hitlers terreur is tamelijk onbekend). Daarvoor zette hij nu al zijn krachten in. Ruim een maand na de Moskouse nederlaag werd in een villa aan de Wannsee bij Berlijn de beslissing genomen tot de ‘Endlösung der Judenfrage’, ofwel het op modern-industriële wijze vermoorden van mensen op een wijze en op een schaal die de geschiedenis nog nimmer had gekend. De massamoord op de joden en zigeuners moet voor Hitler mogelijk nog belangrijker zijn geweest dan de oorlog zelf. Tot het laatst toe werden meerdere divisies van de hardste SS’ers ervoor vrijgemaakt, de vele deportatietreinen ontnamen het leger broodnodige vervoerscapaciteit en bovendien werd, toen de systematische moordpartijen uitlekten, iedere kans op een fatsoenlijke vrede onmogelijk. Zo’n duivelse tegenstander diende op leven en dood bevochten worden, tot de onvoorwaardelijke capitulatie.

Zelfvernietiging
Steeds meer leek het erop dat hij in zijn val de rest van Europa wilde meenemen, en vooral Duitsland zelf (hoe zou het geweest zijn als Hitler al beschikking had over een atoombom?). Rond Kerst 1944 organiseerde hij een laatste uitbraakpoging in de Ardennen, een slag, die zijn troepen alleen maar verder afzwakte. Veel Duitse steden werden nu stelselmatig door de geallieerden in puin gelegd. Tegelijkertijd drongen de Russische troepen met grote sprongen uit het Oosten op. Het eerste Duitse dorp dat het sovjetleger veroverde werd uitgemoord! De opmars van het Russische leger was ongekend gruwelijk, vol plundering, moord en verkrachting, alleen geëvenaard door de veldtocht van de Duitsers in Polen en in Rusland zelf. In de laatste oorlogsmaanden gaf Hitler bevel om ook Duitsland zelf te herscheppen tot dorre aarde, fabrieken te verwoesten en honderdduizenden Duitsers van huis en haard te ‘evacueren’. Deze laatste order, die niets wilde weten van een leven na de oorlog, ging zelfs de meeste nazi-leiders te ver. Ze legden het bevel naast zich neer.

Tussen D-day en V-day was er de hongerwinter
Zo werd de oorlog in Europa door de waanzin van Hitler nog bijna driekwart jaar nodeloos gerekt. Na Dolle Dinsdag vluchtte Anton Mussert uit Nederland, maar de bevrijding liet nog op zich wachten, alleen het Zuiden van Nederland was bevrijd. Het land werd de daaropvolgende maanden ongegeneerd leeggeroofd. Economisch was de randstad nagenoeg dood. Met name in het Westen van ons land holde de voedselvoorziening achteruit. Terwijl het grootste deel van de oorlogsjaren in Nederland geen honger is geleden. Door de strenge winter was alle aanvoer per schip ook lamgelegd. Het leven in de grote steden werd totaal ontregeld, trams reden niet meer, gas en licht waren uitgevallen, brandstof was schaars of afwezig. En toen opeens was het voorbij. Hitler pleegde zelfmoord. Het Duitse leger capituleerde. Er kwamen voedseldroppings. Bij het zien van Duitse krijgsgevangenen zei iemand: ‘Ik voelde me niet triomfantelijk, helemaal niet, ik vond het vooral tragisch. We hadden toen nog niet van Bergen-Belsen gehoord.’

De oorlog in het Verre Oosten
Het werd ook duidelijk dat Japan de oorlog verliezen zou, het was alleen de vraag hoe lang nog en ten koste van hoeveel verliezen. Eiland na eiland moest veroverd worden, vaak in lange en bloedige gevechten, honderden D-days in het klein! In de zeeslag bij Midway vochten Japanse jachtvliegers die wisten dat ze nooit meer terug zouden keren, omdat ze in hun tanks alleen voldoende brandstof hadden voor de heenreis en het gevecht! Steden als Tokio werden op een gruwelijke manier geteisterd door bommen en vuurstormen, waarbij honderdduizenden Japanse burgers om het leven kwamen. Sommige regeringsmannen stonden het motto ‘honderd miljoen sterven gezamenlijk’ voor. In het voorjaar van 1945 was de Japanse economie verwoest. De vloot was tot zinken gebracht. De luchtmacht kon niet meer vliegen wegens brandstofgebrek.

Massale vernietiging om nóg massalere vernietiging tegen te gaan: de atoombommen op Japan
Uiteindelijk waren er twee atoombommen nodig om Japan op de knieën te krijgen. Gelukkig…, de Amerikanen waren de nazi’s voor geweest in het maken van deze bom. Dit kwam mede door de vele verjaagde joodse geleerden, die hun kostbare kennis uit Duitsland hadden meegenomen met hun immigratie naar Amerika. Bovendien bestond er onder de Duitse geleerden een zekere onwil om voor Hitler een superbom te maken! Niemand heeft zich daarna ooit op zijn gemak gevoeld over deze twee bommen. En nog altijd zijn er discussies over de vraag of Japan zich zonder deze bommen niet binnen enkele weken zou hebben overgegeven.

Overige
Iedere ploert, idioot, antisemiet of bureaucraat die de zegen van de Führer had, kon in vergaande mate zijn eigen gang gaan. De Tweede Wereldoorlog kostte een 280.000 Nederlanders het leven, waaronder 104.000 joden, 30.000 tewerkgestelden, 20.400 burgerslachtoffers en 18.000 verhongerden. Na de oorlog werden drie miljoen Sudeten-Duitsers door de Russen uit Tsjecho-Slowakijke verdreven.

Verzet en holocaust
Klaas Schilder en Hendrik Algra
De Duitse overheid is nu onze wettige overheid, schreef De Standaard keer op keer. Maar Klaas Schilder schreef in De Reformatie week na week over ‘de kruiperige mentaliteit’ die ‘ons volk vergiftigt, zijn kracht ondermijnt en vriend en vijand doet meesmuilen over zooveel machteloosheid. (…) Gevaarlijk? Och ja, maar als ’t nu eens van God geboden is?’ Hij eindigde een keer een artikel met deze woorden: ‘Kom, Heere Oogster, ja kom haastiglijk, kom over het Kanaal en over de Brennerpas, kom via Malta en Japan, ja, kom van de einden der aarde, en breng Uw snoeimes mee en wees genadig aan Uw volk.’ Hij werd opgepakt. De Reformatie werd verboden. Hendrik Algra schrijft in het Friesch Dagblad dat de hel allereerst brandt voor bangeriken. Dit dagblad hief zichzelf op omdat ze niet wilde meewerken aan de perscensuur. Koningin Wilhelmina speelde een uiterst belangrijke rol bij het hooghouden van de verzetsgeest van de Nederlanders. Daarom is het verbazingwekkend dat ze nauwelijks aandacht schonk aan het lot van de joden. En dat terwijl de Nederlandse illegale pers week na week waarschuwde en opriep tot hulp en verzet. In Dénemarken reed de koning met een jodenster door de straten.

Verzet en verraad
Eind oktober werd in de meeste kerken een protest voorgelezen tegen het benoemingsverbod voor joodse ambtenaren, een sensatie onder het gezagsgetrouwe kerkvolk, maar toen de overheid van alle Nederlanders in het onderwijs en in overheidsdienst een ariërverklaring eiste, zodat men precies kon zien wie jood was en wie niet, adviseerden de christelijke onderwijsorganisaties om gewoon te tekenen. J. Koopmans van de NCSV was woedend: ‘Bijna te laat’. Juist nu moesten we volgens hem als één man achter de joden staan, maar nu was het te laat. Een groepje antirevolutionaire jongeren begon een blaadje: Vrij Nederland. Zo ontstond er langzamerhand een klein wonder: juist bij de kleine luyden kwam er veel verzet.

Geplunder
Nederland werd nu door Duitsland geëxploiteerd als een puur wingewest. Twee miljoen fietsen werden door de Duitsers gestolen, talloze fabrieksinstallaties weggevoerd. Telefooncentrales, complete stukken spoorweg, en ook arbeiders werden in oostelijke richting verplaatst. Op den duur was geen volwassen man meer veilig voor de Duitse razzia’s. Nederland werd op den duur één groot plundergebied. De terreur nam toe.

Harde cijfers
De cijfers van het totaal aantal vermoorde joden zijn verbijsterend voor Nederland.
België: 60.000 (40 procent). Frankrijk: 80.000 (25 procent). Italië: 7500 (16 procent). Noorwegen: 800 (40 procent). Denemarken: 100 (2 procent). Nederland: 100.000 (75 procent). Vanwaar zoveel doden in Nederland? Historici duiden dit aan als ‘de Nederlandse paradox’. Er zijn verschillende verklaringen.

Mogelijke verklaringen
(1) Geen grenzen waarover men snel en veilig kon wegkomen. (2) Gezagsgetrouwheid: als er één land is dat de betekenis van het woord ‘verzet’ opnieuw heeft moeten leren, dan was het Nederland. Het fundamentele wantrouwen van de Italiaan, Spanjaard en Rus tegenover de staat kende de Nederlander niet. Het land werd eeuwenlang bestuurd door bedaagde, redelijk professionele regenten met een typische burgermentaliteit. Binnen enkele maanden waren in dit land, zonder veel protest, alle joden geregistreerd. Ook veel joodse Nederlanders waren aanvankelijk tamelijk argeloos. Algemeen was de houding: ‘Ik heb niets gedaan, dus waarom zou ik onderduiken?’ De rest van de bevolking kreeg alle mogelijkheden om de andere kant op te kijken. Wie niet wilde weten, hoefde ook niet te weten. En toen de periode van accommodatie eindelijk voorbij was en de verzetsgeest wakker werd, waren de meeste joden al weggevoerd en vermoord. (3) De aard van de Duitse bezetting; Nederland kreeg als Germaans broedervolk, net als Noorwegen, een burgerlijk in plaats van militair bestuur. In Nederland kregen fanatieke organisaties als de SS (=Schutzstaffel, beschermafdeling, paramilitaire organisatie) en de Gestapo (=Geheime Staatspolizei) daarentegen alle ruimte.

Geen antisemitisme in Nederland
Zou de starre scheiding van mensen en geesten in het verzuilde Nederland ook een rol hebben gespeeld? De factor antisemitisme speelde in ieder geval geen rol in Nederland, stond in elk geval in geen verhouding met de moorddadige Oost-Europese jodenhaat. Toen Mussert een partijprogramma schreef, nam hij die van de Duitse zusterpartij over, behalve de antisemitische passages! In zijn weekblad sprak Mussert zelfs nog een woord van bemoediging ‘tot onze Joodsche leden’: de NSB was ‘principieel niet antisemitisch’. Één van de vroegste Nederlandse fascisten, Jan Baars, stuurde in 1933 aan Hitler zelfs een protesttelegram vanwege de jodenvervolgingen. Een andere fascist, Bertus Smit, schrok zich lam toen hij in 1936 van een communistische vluchteling hoorde wat er werkelijk gaande was in Duitsland. Toen hij een brochure uitgaf, werd hij opgepakt door de Haagse politie wegens belediging van een bevriend staatshoofd! Niet dus door openlijk antisemitisme, maar wel door een passief antisemitisme, gemakzucht en angst voor het vreemde zijn de Nederlandse joden zo massaal omgekomen.

Holocaust
Was de holocaust een lang tevoren opgezet plan? Veel hedendaagse historici hebben dat idee langzamerhand losgelaten. Ze zien de holocaust als een opeenstapeling van losse initiatieven van ambitieuze partijbazen en ambtelijke apparaten die in de gunst van Hitler wilden blijven. Maar tegelijk, en dat maakt deze miljoenenmoord zo moeilijk te vatten, was de holocaust ook een product van een staatsbureaucratie. De Italianen, ook de meeste fascisten, vonden de jodenvervolging immoreel en saboteerden die waar ze konden, op hun eigen, niet-bureaucratische wijze. Zonder een goed functionerende bureaucratie (zoals Nederland!) ging het duidelijk niet. De geschiedenis van de holocaust zit onder de vingerafdrukken van de moderniteit, van de maakbare maatschappij, van de perfecte bureaucratie. Alleen een 20e-eeuws bureaucratisch apparaat kon een enorme logistieke operatie als de Endlösung aan.

Bureaucratie in Nederland helpt mee
Terwijl in Frankrijk en België de streefgetallen dankzij een onwillige bureaucratie al snel moesten worden teruggebracht, verliepen in Nederland de transporten zo vlekkeloos dat het, in de woorden van oppervervolger Adolf Eichmann, ‘een lust was om naar te kijken’. De bevolkingsadministratie was perfect, het Nederlandse persoonsbewijs was het beste van alle bezette landen, het was bijna niet te vervalsen, het trotse vakwerk van een al even trotse Nederlandse ambtenaar. Toen de Duitsers in een joodse getto met wrede razzia’s begon, sloeg de vlam in de pan, mede aangeblazen door de illegale communistische partij. Binnen een dag lag het Amsterdamse openbare leven grotendeels plat. Deze staking markeerde het einde aan een vreedzame verhouding tussen de Duitse bezetter en het Nederlandse volk. Er werden vanaf nu steeds meer verboden uitgevaardigd.

Verzet vooral onder de gereformeerden
Er waren tallozen die aan de goede kant stonden, als een muur om de illegaliteit heen, die veel wisten en veel zagen, die niets verrieden en die vaak kleine hand- en spandiensten verrichtten. In de meeste dorpen wist men bijvoorbeeld precies wie onderduikers had, en toch zijn de meesten niet verraden. Eigenlijk was het merkwaardig: degenen die het meeste durfden, die de meeste onderduikers hielpen en het meeste presteerden, waren de communisten en de gereformeerden, uiterst links en uiterst rechts dus. Een Gestapo-chef betitelde de Gereformeerde Kerken als de grootste illegale organisatie van Nederland: wat een compliment! Hoewel de gereformeerden maar 7 procent van de bevolking uitmaakten, hebben ze een kwart van alle joodse onderduikers geherbergd. Zowel Vrij Nederland als Trouw kwamen uit deze hoek. Een verzetsman in nood kon vrijwel altijd veilig aanbellen bij een gereformeerde pastorie. Zelfs de stijve Colijn liet zijn afstandelijke en berustende houding los en riep op tot verzet en zou uiteindelijk in ballingschap overlijden.

Mogelijke oorzaken
Hoe kon het zijn dat de nazi’s in de gereformeerden een tegenstander hadden, terwijl toch op het eerste gezicht dit niet zou hoeven te zijn? (1) De gereformeerden waren ook een nátionalistische beweging. (2) De beste plaatsen om onder te duiken waren gebieden waar veel gereformeerden woonden. (3) De gereformeerden waren allergisch voor staatsbemoeienis en ingrijpen van hogerhand. (4) IJver om de ondergedoken joden te bekeren tot het christendom. (5) Predikanten hadden altijd een alibi om te reizen.

Illegaliteit
De meeste Nederlanders waren na drie jaar bezetting al een stuk minder gezagsgetrouw. Het aantal onderduikers zou op den duur uitgroeien tot ruim 300.000, en voor hun voeding en onderdak moesten grote illegale organisaties in het leven worden geroepen, met vele duizenden medewerkers. Dit alles prikkelde de Duitsers tot nieuwe repressie, en zo escaleerde alles verder, totdat de samenleving in het laatste bezettingsjaar compleet ontregeld was.

Wat wisten de mensen van het lot van de joden?
Wat wisten de Nederlanders van het uiteindelijke lot van de joden? Men dacht: ze worden weggevoerd om te werken. J. Koopmans schreef in november 1940 al: ‘Ze gaan eruit en ze gaan eraan.’ Anne Frank schreef in oktober 1942 in haar dagboek: ‘We nemen aan dat de meesten vermoord worden. De Engelse radio spreekt van vergassing. Misschien is dat wel de vlugste sterfmethode.’ Een joodse hoogleraar noteerde in diezelfde tijd dat Auschwitz ‘een snel werkend slachthuis schijnt te zijn’. Een historicus vertelde: ‘Na 1943 wisten de meeste Duitsers genoeg om zeker te weten dat ze niets meer wilden weten.’

Engelse inlichtingendienst
De Engelse inlichtingendienst, die de Duitse codeberichten had weten te ontcijferen, wist vrijwel vanaf het begin exact van de aard, omvang en doel van de massatransporten. Slechts een kleine groep ingewijden werd op de hoogte gesteld: niemand mocht weten dat de Engelsen de sleutel voor de Duitse codes in handen hadden. Bovendien ontbrak de wil om in te grijpen. In bombardementen van de gaskamers zag de Britse luchtmacht niets. Luchtfoto’s van Auschwitz, waarop duidelijk gaskamers en gevangenen zichtbaar waren, werden pas dertig jaar later ontwikkeld: de toenmalige militairen hadden alleen oog gehad voor de chemische installaties enkele kilometers verderop.

Ongeloofwaardig
We dienen bij het beoordelen van dit alles permanent voor ogen te houden dat deze massale, industriële uitroeiing uniek is in het bestaan van de mensheid. Voor veel journalisten in die dagen waren de eerste berichten over de vernietigingskampen zo ongeloofwaardig dat ze die beschouwden als wat al te grove oorlogspropaganda. Al in de meidagen van 1940 echter pleegden tientallen joden zelfmoord omdat ze voelden wat er ging gebeuren.

Nederlands-Indië
Veel veranderd sinds de 17e eeuw
Indië was in wezen een nieuwe kolonie. Vanaf de 17e eeuw hadden de Hollanders er al steden, forten en plantages, maar ze waren altijd aan de rand gebleven. Ze hadden zich beperkt tot Java en de kustgebieden van sommige eilanden. Pas aan het einde van de 19e eeuw hadden ze hun gezag uitgebreid over de hele archipel. Het ging niet altijd zonder slag of stoot. De jonge Hendrik Colijn deed in 1894 mee aan de veldtocht tegen Lombok. Hij schreef hierover aan zijn vrouw: ‘Ik heb negen vrouwen en drie kinderen, die genade vroegen, op een hoop moeten zetten en ze zo dood laten schieten. Het was onaangenaam werk, maar het kon niet anders. De soldaten regen ze met genot aan hun bajonetten.’

Zekerheden en onzekerheden
Het bezit van Indië hoorde in alle opzichten bij de zekerheden van de toenmalige wereld. In het laatste ‘normale’ koloniale jaar, 1938, kwam naar schatting 1/7 van het nationale inkomen direct of indirect uit Indië. Maar daaronder lag een diepe, voortdurende onzekerheid, een angst voor het onbekende, een angst ook voor het land zelf. De Nederlandse marine was bijvoorbeeld al lang niet meer in staat om de verbinding tussen Indië en het moederland daadwerkelijk te verdedigen. En hoe kon ooit het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger (KNIL), in totaal 35.000 man sterk, die miljoenen Indiërs onder de duim houden als het er werkelijk op aankwam. Op een totale bevolking van ruim 60 miljoen waren er niet meer dan 100.000 Europeanen. Let op: Indië strekte van achter in Turkije tot voorbij Ierland!

Kuypers mening en het ethische denken
Abraham Kuyper zag in 1914 al dat de Indonesiërs een vrij volk zouden moeten worden; hij vond het maar een gekunstelde constructie dat Nederland en de koloniën één rijk vormden. De enige reden waarom we er zaten, zo meende hij, was om ‘het volk op te voeden tot zelfstandigheid’. Kuyper zette hiermee de toon voor de ethische richting. Het meest vernieuwende van deze denkwijze was de erkenning van de tijdelijkheid van het koloniebezit.

De macht van de planters
De planter was in Indië almachtig. Tot de Eerste Wereldoorlog was er nauwelijks een geregeld bestuur, zodat de planters zoveel eigen rechter konden spelen als ze wilden. Geselingen en andere lijfstraffen waren niet ongebruikelijk. In de kranten stonden in 1900 advertenties die in het Amerikaanse Zuiden allang verboden waren. Men moet wel bedenken dat het bestaan van de arbeider in Europa in die jaren ook vaak het allerjammerlijkst was.

Verbindingen tussen Nederland en Indië
Wie uit Indië een brief stuurde, kon op zijn vroegst na zo’n zeven weken een antwoord verwachten. Aan het einde van de jaren 20 werd de verbinding aanmerkelijk verbeterd. De KLM, de eerste burgerluchtvaartmaatschappij ter wereld, was in 1920 gaan vliegen met een Fokker F2 met plaats voor vier passagiers. In 1930 kwam er een tweewekelijkse lijndienst van Amsterdam naar Bandoeng, met tussenstops in Athene en Calcutta. Heen in 12 dagen, terug in 10. Telefoneren kon met sinds 1929 ook al met Holland, via een sterke zender in Kootwijk. Toen de verbindingen met Europa verbeterden, groeiden de bevolkingsgroepen snel uit elkaar. Het aantal blanke vrouwen nam toe, de Europeanen gingen in aparte stadswijken wonen.

Muiterij hard aangepakt
Op 4 februari 1933 vond er muiterij plaats op het pantserschip Hr Ms De Zeven Provinciën. Ruim 250 Indische bemanningsleden kwamen in opstand tegen de salarisverlaging. Verder zat er niets achter; het was geen politieke opstand. Maar de regering zag er veel meer in dan er in zat. Er vielen 23 slachtoffers toen de overheid ingreep.

Nationalisme komt op
De nationalistische beweging die was ontstaan, vond in toenemende mate steun bij de bevolking, maar werd door de blanken volkomen genegeerd. Men zou nog zeker 300 jaar werk hebben in Indië. Het werden er amper tien. Een nieuwe impuls kwam van de jeugd, en met name van de studenten. De studiemogelijkheden voor Indische jongeren werden verruimd, waardoor permanent honderden Indische studenten in Nederland zaten. Dit was belangrijk in het bewustwordingsproces van Indië, het nationalisme werd hierdoor bevorderd! De blanken wilden het niet zien, wellicht omdat de consequenties te groot waren. In Nederland werd Soekarno gezien als een schreeuwlelijk. Dat de nationalistische beweging een typische emancipatiebeweging was, waar hard geploeterd en gestudeerd werd, is nooit erkend. Soekarno maakte bijvoorbeeld al in vroeg stadium aan Amerika duidelijk dat hij geen communistische revolutie wilde, en verwierf zo hun steun. Binnen de Nederlandse politiek bevond zich in de jaren 30 nauwelijks een voorstander van een vrij Indië. Nederland wees het verzoek af om aan Indië een soort Britse ‘dominion-status’ te geven.

Japanse overheersing
Op zondagochtend 7 december 1941 viel Japan Pearl Harbor aan. Vijf uur later verklaarde Nederlands-Indië aan Japan de oorlog. Maar het was een makkelijke prooi voor Japan. Een Nederlandse planter zei: ‘Nu zijn we onze vrijheid kwijt’. Zijn slaaf zei: ‘Die hebben wij nooit gehad.’ Er kwamen interneringskampen. Volgens naoorlogse schattingen zou, als de internering nog een halfjaar langer geduurd had, vrijwel iedereen boven de 50 jaar gestorven zijn, en de helft van degenen onder die leeftijd. In Nederland werd na de oorlog een hevige discussie gevoerd over hoe gruwelijk de Japanse kampen waren. Maar een vergelijking met de Duitse vernietigingskampen gaat in alle opzichten mank. Na het einde van de oorlog werden de rollen omgekeerd: de Japanners beschermden de Nederlanders in plaats van ze te bewaken.

De Birmalijn: voor elke twee bielzen een dode
De Birmalijn is vermoedelijk de vlugst aangelegde en weer afgebroken spoorlijn uit de wereldgeschiedenis. Europeanen werden tewerkgesteld. Velen daarvan hadden een kantoorbestaan gehad en konden dus totaal niet tegen dit werk. Ze hadden geen enkele conditie. Velen overleden snel. De artsen werkten met oude methoden, gezien de primitieve omstandigheden. Soms was er geen andere verdoving dan de patiënt buiten westen te slaan, en dan was het vasthouden, been afzagen en het gebrul van de patiënt dempen met een flinke prop katoen. Bij sommigen groeiden kleine wondjes uit tot de ellendigste tropenzweren; het bedervende vlees lieten ze, al badend in de rivier, opeten door vleesetende visjes! Van de ongeveer 60.000 krijgsgevangenen aan de Birmaspoorweg zijn ruim 15.000 omgekomen. Hiervan bezweken ruim 300 Nederlanders (dit lage aantal wordt wel toegeschreven aan de kwaliteit van de Nederlandse artsen). Het grootste aantal slachtoffers viel onder de Aziatische arbeiders. Uiteindelijk heeft de bouw van deze spoorlijn 200.000 mensenlevens gekost, letterlijk voor elke twee bielzen een dode! Het is nu een toeristische attractie…: ‘Board the original Death Railway Train, for a one hour journey to Nam Tok. Don’t hesitate! Join our Death Railway Tour!’

Vrije Indonesische republiek uitgeroepen
Na de oorlog heerste er in Nederlands-Indië een machtsvacuüm. De vrije Indonesische republiek werd uitgeroepen, twee dagen na de Japanse capitulatie. In Nederland werd de Indische rebellie beschouwd als een tijdelijke kwestie, een overgangssituatie die na een paar maanden wel weer zou zijn overgewaaid. Soekarno had met de bezetter samengewerkt en was dus een soort Indische Mussert in Nederlandse ogen. Op de Hoge Veluwe vonden onderhandelingen plaats. Nederland weigerde echter de realiteit in te zien en wilde geen Engelse commonwealth-constructie.

Soevereiniteit overgedragen
In gereformeerde kringen overheerste het simpele standpunt dat de kolonie koste wat het kost behouden moest worden. Want die 14 procent dat Indië bijdroeg aan de economie, was voor de kleine man net dat beetje wat het leven aangenaam maakt. Echter, Amerika, die altijd al grote sympathie had voor iedere anti-koloniale beweging, bracht de beslissing. Ook al steunden ze Nederland en de rest van Europa, als tegenwicht tegen de Sovjet-Unie, toen de Indonesische republiek met succes een communistische opstand onderdrukte, steeg het prestige van Indonesië met grote sprongen. Ook het gedrag van Nederlandse troepen liep steeds meer uit de hand. Op 27 december 1949 werd uiteindelijk in het Paleis op de Dam de soevereiniteit overgedragen. ‘In feite heeft Amerika Nederland uit het Indonesische moeras gered.’ Een goede werkrelatie, zoals tussen Engeland en India, is er nooit gegroeid. Een enorme hoeveelheid aan ervaring, kapitaal en kennis werd daarmee vernietigd.

Nieuw-Guinea
Nederland dacht dat haar politiek de volledige steun van Amerika had. In het voorjaar van 1962 stond Nederland op het punt een laatste koloniale oorlog te beginnen, om een stuk wildernis aan de andere kant van de wereld. Nederland had geen enkel belang, maar het ging puur om principes. Amerika echter weigerde de Nederlandse vloot alle Amerikaanse havenfaciliteiten. In de zomer van 1962 accepteerde Den Haag met tegenzin een Amerikaans vredesplan. Op 31 december 1962, om 12 uur ’s nachts, ging de Nederlandse vlag voorgoed neer in het Oosten.

Overige
Een dienstmeisje mocht niet aan de familietafel mee-eten. Oriëntalisme: het Oosten en het Westen zijn fundamenteel anders. De rationele blanke en de mysterieuze, intuïtieve oosterling, van het mannelijke en ondernemende Westen en het passieve, genotzuchtige Oosten. Een miljoenenstad als Jakarta werkt nog altijd met het drinkwatersysteem dat de Nederlanders ooit aanlegden voor het kleine Batavia. Opvallend was dat bij de Engelsen en Australiërs de christelijke traditie veel sterker bleek dan bij de Nederlanders. In hun hospitalen werd het Onze Vader en de Apostolische Geloofsbelijdenis door vrijwel iedereen hardop meegepreveld. Van de krijgsgevangenen in Japanse handen zijn ongeveer een kwart overleden. Voor Nederland waren dat 13.000 van de 100.000 geïnterneerden. Bijna alle literatuur over het voormalige Nederlands-Indië is geschreven in de nostalgische sfeer, de ‘goede oude koloniale tijd’. Dat dit een vertekening van de werkelijkheid is, behoeft geen betoog.

1945-1960
Na de oorlog
De binnenstad van Rotterdam was nog altijd een ruïne. Het geldwezen werd dankzij een eenmalige, ingrijpende operatie redelijk gesaneerd. Iedere Nederlander kreeg een nieuw tientje. Alle bedragen die op bankrekeningen stonden moest men eerst verantwoorden voordat ze werden vrijgegeven. Amerika en de Sovjet-Unie hadden de wereldleiding van Europa overgenomen. Een kwart tot een derde van de Nederlanders overwoog te emigreren. Wel voelden de meeste mensen zich gelukkig en hadden ze plezier in hun werk. Nederland, altijd geprobeerd neutraal te blijven, ging nu overtuigd meedoen met de Europese eenwording en het Atlantische bondgenootschap. Een andere draai was dat Nederland niet meer gericht was op Duitsland, maar op Amerika. Innerlijk bleef Nederland het kleine, conservatieve land dat het altijd geweest was. De industrialisatie kwam relatief traag op gang. In kringen rond koningin Wilhelmina en prins Bernard dacht men aan een strak, autoritair geregeerd Nederland, waarbij de invloed van de oude politieke partijen zou worden teruggedrongen.

De doorbraakgedachte
Anderen hoopten het vroegere zuilenpatroon te doorbreken met een nieuwe politiek. De ‘doorbraakgedachte’ leidde tot de opvolger van de SDAP: de ‘progressieve’ PvdA. Ook binnen de nieuwe liberale Partij van de Vrijheid (de latere VVD) speelde dit denken een zekere rol. De eerst groep die de macht van de oude orde weer voelde, was de jeugd. Al snel na de bevrijding ontstond onder de ouderen een regelrechte morele paniek. Gereformeerden maakten zich zorgen over de VU; jongelui die thuis ‘niets mochten’ werden losgelaten, en onder de naam van ‘artistiek’ mocht ineens alles. Na de oorlog vond er een geboortegolf in Nederland plaats. De normen en waarden verschoven geleidelijk aan. Het aantal echtscheidingen verdubbelde van 16/1000 in 1940 naar 30/1000 in 1950. Deze piek zou pas weer in de ‘wilde’ jaren 60 opnieuw bereikt worden. Zo bleef Nederland tot in de jaren 60 verzuild en verdeeld, net zoals dat voor de oorlog geweest was. Het oude leven zette zich gewoon voort.

De Vrijmaking
Tekenend voor het opnieuw in zichzelf verzinken van de zuilen was de nieuwe kerkscheuring bij de gereformeerden. De ruzie draaide in wezen om een oud probleem dat nooit helemaal was opgelost. Er waren twee groepen onder de ‘vrijgemaakten’: zij die het niet eens waren met de verbondsvisie die de synode oplegde en zij die de synode het recht ontzegden om besluiten dwingend op te leggen. Voorman Klaas Schilder was een typische (zij het rechtse) vernieuwer. Talloze drama’s werden binnenskamers uitgevochten. Zo’n 60.000 gereformeerden scheidden zich af, samen met ongeveer 118 predikanten. Schilder nam het merendeel van zijn studenten mee: 70 om 50.

Geert Mak over het predikantschap van zijn vader:
‘In Friesland werd bij een begrafenis drie maal om de kerk gelopen, een oud gebruik.’ ‘Rond de kerst was er altijd “de tiendaagse veldtocht”, een vreselijke periode.’ ‘Vooral rond de jaarwisseling was een enkel stichtelijk woord over de “dierbare overledenen” vaak voldoende om bij veel kerkgangers de zakdoek tevoorschijn te krijgen. Maar dit gold in de predikantenkring als een goedkoop en smakeloos succesje.’ ‘Andere mensen vermaande hij om niet slaaf te worden van hun werk. Dominees vielen daar blijkbaar buiten.’

Watersnoodramp
In de nacht van zaterdag op zondag 1 februari 1953 vond de vreselijke ramp in Zeeland plaats. Friesland ontsnapte ternauwernood van de ramp. Het lage Zuid-Holland werd enkel gered doordat een schipper zijn schuit opofferde: met de zwaai van zijn leven draaide hij het schip precies voor het gat in de dijk van de Hollandse IJssel en stopte zo de vloed. Het probleem deze nacht was dat het water niet terug liep, hoewel het eb was. Door het springtij bleef het hoog. Wel had Den Bilt gewaarschuwd voor ‘gevaarlijk hoogwater’, maar niemand hield rekening met een ramp van zo’n omvang. Vrijwel niemand had enige voorzorgsmaatregel getroffen. In Leeuwarden, waar Geert Mak toen woonde, woei het tegen de avond zo hard dat hij op een brug van de fiets werd geblazen. Zondagochtend vroeg wist nog niemand iets van de omvang van de ramp. Dat veranderde pas toen Zeeuwse burgemeesters en politiemensen de ANP gingen bellen, de enige inlichtingeninstantie die op zondagochtend bereikbaar was. ’s Maandags stond er in de kranten: ‘Waarschijnlijk meer dan 300 slachtoffers’. Dat werden er 1835! Een ongekende solidariteit golfde over het land. In 1953 moesten de hulpbehoevenden het nog in de eerste plaats van elkaar hebben, en niet van de overheid. Er werden overal collectes gehouden, dit alles was indrukwekkend.

Falen van oude structuren
Veel autoriteiten hadden het laten afweten tijdens de rampnacht. Waarschuwingen van sluismeesters, dijkwerkers en ander ondergeschikt volk werden in de wind geslagen. Op deze regel was één grote uitzondering: de burgemeesters die hun post te danken hadden aan hun activiteiten tijdens het verzet. De watersnoodramp onthulde, behalve de zwakke dijken, voor het eerst ook een ander sluimerend probleem in het naoorlogse Nederland: autoriteiten die hun positie te danken hadden aan hun club en hun geloof, maar niet aan hun kwaliteiten, machthebbers die geen gezag meer hadden, structuren die, als het erop aankwam, niet meer functioneerden. Voorlopig bloeiden de zuilen echter nog.

Nieuwe vijand: het communisme
Er verscheen een nieuwe vijand: de Rus, de communist. Deze vijand was voor velen een reden om te emigreren. Sommige rijke Nederlanders hadden permanent een schip klaar liggen voor het geval de Russen zouden komen. De ontwikkelingen in China, de zelfstandigheid van Indonesië, de dekolonisatie in Afrika, de revoluties in Zuid-Amerika en Azië: alles werd in het schema van westers-communistisch geduwd, ook al ging het om heel andere achtergronden. De verhalen over de terreur en de grote zuiveringen van Stalin werden lange tijd (vooral door het linkse kamp) overdreven geacht. Toen in de jaren 80 de archieven opengingen, bleek de werkelijkheid (17 miljoen Goelag-slachtoffers, 37 miljoen slachtoffers van hongersnoden en andere vervolgingen) veel erger te zijn dan zelfs de grootste communistenvreters uit de Koude Oorlog ooit hadden durven verkondigen! Rechts kreeg gelijk. Aan het einde van de jaren 50 bezaten beide partijen genoeg kernwapens en transportmiddelen om elkaars belangrijkste steden te bereiken en te vernietigen. De Cuba-crisis betekende een bijna-oorlog, met eventueel catastrofale gevolgen. Uiteindelijk leidde de Koude Oorlog tot een riskante maar tegelijk comfortabele status-quo.

Juliana en de constitutionele crisis waar niemand van wist
Juliana zorgde voor veel kopzorgen. Niet alleen de kwestie Hofmans, maar ook blokkeerde ze enkele burgemeestersbenoemingen en weigerde ze nog langer mee te werken aan de doodvonnissen van oorlogsmisdadigers. Er dreigde een ernstige constitutionele crisis, zonder dat de bevolking er iets van wist. Het Duitse weekblad Der Spiegel kwam met het verhaal. De minister van Buitenlandse Zaken riep de hoofdredacteuren van de Nederlandse kranten bijeen en verzocht hen niets te publiceren over dit onderwerp. Dat deden ze braaf. Der Spiegel werd in Nederland niet verkocht. De hele wereld wist ervan, maar Nederland kon nog éénmaal een afgesloten eiland zijn.

Verzorgingsstaat wordt opgebouwd
Vruchten als bananen waren zeldzame symbolen van de nieuwe tijden die zouden komen. Limonade werd alleen bij speciale gelegenheden gedronken, chips en borrelhapjes bestonden niet, koek was iets voor de zondag, snoep was een gebeurtenis op zich. Er hing in de jaren 50 een sfeer van stille tevredenheid. Het ging beter, het ging zelfs snel beter, en bijna niemand had zin in revolutie of haastige veranderingen. Wie de baas was, mocht nog wel even baas blijven. Er waren pioniers van de verzorgingsstaat: ze wilden degelijke, maar sobere sociale regelingen: een werkloosheidsuitkering, een oudedagsvoorziening, een bijstandswet, een arbeidsongeschiktheidswet. Hier gold voor het eerst dat een uitkering een recht was en geen gunst! ‘We dachten dat als dit allemaal gerealiseerd zou worden, dat we dan een sociaal paradijs zouden hebben.’ Willem Drees, minister van Sociale Zaken, was de held van menig bejaarde. ‘Hij trekt van Drees’ werd er gezegd. Sommigen verkeerden in de veronderstelling dat het geld inderdaad op een of andere manier van ‘vadertje Drees’ persoonlijk afkomstig was. Een enkel socialistisch echtpaar stuurde hem zelfs een paar gulden terug: die hadden ze niet nodig gehad. De gereformeerden discussieerden over de vraag of oma wel geld mocht aannemen van deze ‘rode’ meneer.

Jaren 50: uiterlijk mooi, maar een stille afvalligheid is gaande
De bromfiets was hét vervoersmiddel van de jaren 50. De landbouw moderniseerde in hoog tempo, hele stadswijken werden in minder dan geen tijd uit de grond gestampt, het land leefde op het ritme van dreunende heipalen. Op eerste pinksterdag 1955 ontstond de eerste file, bij ’s lands enige verkeersknooppunt: Oudenrijn. De snelheid van leven nam toe, sterker nog, snelheid begon een onmisbaar onderdeel te vormen van het bestaan. ‘Onze tijd is bezeten door een enorme haast,’ zo schreef iemand in 1955! Uiterlijk leek het Nederland van de jaren 50 nog vroom en gezagsgetrouw, maar achter de schermen was er een stille afvalligheid gaande. Er was nog nauwelijks televisie, maar veel mensen hadden wel radio. De communicatie verliep nog via massale toogdagen, toespraken en volle zalen. Er kwam meer vrije tijd. Met name de jongeren begonnen de georganiseerde verbanden van de zuilen te verlaten, en hun eigen weg te zoeken. Aanvankelijk werd de ‘losheid’ van de jeugd door de gereformeerden vooral als een probleem gezien van de roden (logisch met hun godloosheid) en roomsen (die dansten en waren enigszins slap van zeden).

Onderhuidse veranderingen bij de gereformeerde jongeren
De zalen waarin de gereformeerden bijeenkwamen werden ondertussen steeds groter. Bij de gereformeerden deed men, om de jongeren binnenboord te houden, voor het eerst concessies aan de moderne tijd. Dansen was nog altijd taboe, maar volksdansen werd wel oogluikend toegelaten, net als ‘ritmische gymnastiek’. Waar eerst nog samenspraken werden gehouden, sloeg het hek van de dam in de jaren 50: de samenspraken werden vervangen door echt toneel, en daaraan werd ook nog muziek toegevoegd. Voor de nieuwe problemen hadden de gereformeerde voorlieden nauwelijks oog. Ze reageerden er slechts losjes op, ze gingen er bijna nooit op in, ze zagen absoluut niet dat deze kwesties de toekomst van hun hele beweging raakten. Het gevolg was dat er vooral bij de jeugd een zwijgend non-respect ontstond voor degenen die de leiding hadden. ‘De leidslieden zelf gingen er vanzelfsprekend van uit dat wij tegen hen opzagen, maar wij zagen helemaal niet meer tegen hen op. Alleen zweeg onze generatie nog. Pas de volgende generatie zou overgaan tot openlijk protest.’

Het bewogen jaar 1956: Hongaarse opstand
1956 was het jaar van het emotionele hoogtepunt van de Koude Oorlog. In Midden- en Oost-Europa was de Sovjet-macht allesoverheersend. Toch hadden de satellietstaten een zekere vrijheid om een ‘eigen weg naar het socialisme’ te vinden, passend bij de aard van het land. In Polen had men zo geruisloos een aantal vrijheden ingevoerd. Stalins opvolger was Chroesjtsjov. Voor het 20e congres van de partij hield hij een historische redevoering, waarin hij een boekje open deed over de gruwelen van het regime van Stalin. De communistische partijen in Oost-Europa raakten hierdoor in rep en roer. Daar had Stalin namelijk veel mensen laten vermoorden. In Hongarije kwam de bevolking in opstand tegen het bewind. Duizenden doden waren het gevolg. Zo’n 200.000 mensen ontvluchtten het land. Het Westen keek machteloos toe… Het wilde geen kernoorlog riskeren. Drieduizend kwamen naar Nederland. Asielzoekerscentra bestonden nog niet, het was allemaal privé-opvang en persoonlijke hulp, en dat ging uitstekend.

Het bewogen jaar 1956: rondom het Suezkanaal
Een paar dagen later wilde de Egyptische regering het Suezkanaal nationaliseren. Israël reageerde met een militaire actie tegen Egypte. Direct daarop volgde een snelle, harde militaire interventie van de Britten en de Fransen, zogenaamd alleen om de doorvaart veilig te stellen. In werkelijkheid was de hele actie een ordinaire 19e-eeuwse koloniale strafexpeditie. Amerika en Rusland riepen de landen tot de orde: wat een afgang! Nog geen tien jaar later had de techniek het Suezprobleem opgelost: via mammoettankers en tankleidingen kon de olie buiten het Suezkanaal om worden getransporteerd.

Overige
Veteranen, in andere landen in hoge mate geëerd, werden hier al snel aan hun lot overgelaten. De eerste winter was meteen de koudste van de eeuw. Dankzij de uitvinding van de penicilline waren longontstekingen en andere infecties niet meer levensbedreigend. In de jaren 60 kwam de nierdialyse. In de jaren 70 kwamen de eerste orgaantransplantaties. Na de oorlog leefden er twee soorten jongeren langs elkaar heen: degenen die te veel hadden meegemaakt in de oorlog, en degenen die bijna niets hadden beleefd. Een tussenvorm was er niet. In sommige Friese dorpen vertrok de halve dorpsjeugd, in een koorts van pessimisme over hier en optimisme over daar. In 1952 verscheen voor het eerst Donald Duck in Nederland. Ongehoorde brutaliteiten, een vaag bekende wereld vol auto’s, ijskasten en televisies, een wereld die niet gereformeerd of katholiek was; het was ongekend. In 1952 kwam het verschijnsel ‘Hi-fi’ op: een ongehoord betere geluidskwaliteit.

1960-1980
Nozems
Er heerste bij veel jongeren een zwaarmoedig, onbestemd levensgevoel. Als het ging tussen materialisme of idealisme kozen ze zonder hoofdbrekens voor het laatste. Enkele jongeren kozen voor openbare rebellie: de schrijvers W.F. Hermans en Gerard van het Reve zijn hier voorbeelden van. In Amsterdam begonnen jongeren zich te onderscheiden in taal en kleding. Men had de gewoonte overgenomen uit de jazzwereld om niet stijf zittend naar muziek te luisteren. Met verbazing en een zekere afschuw werd dit allemaal gadegeslagen. In 1956 kwam daar een Elvis Presley: de ouderen gruwden.

Televisie negatief gewaardeerd
Over de gevaren van de televisie werd hevig gespeculeerd. Cals begon de eerste uitzending op de Nederlandse televisie als volgt: ‘Na de massa-arbeid is het de massarecreatie die de menselijke persoonlijkheid belaagt (…), die elke eigen inspanning op geestelijk en cultureel gebied dreigt te doen plaatsmaken voor passiviteit en grauwe vervlakking.’ Alle toekomstvoorspellers van toen hadden absoluut geen oog voor de elektronische revolutie. In 1964 kwamen enorme machines van 3 miljoen gulden, en die een fractie van het vermogen van een hedendaagse laptop bezaten. In 1964 schreef een Canadese mediafilosoof dat de mens aan het begin van een nieuwe tijdperk stond, zoals in de 16e eeuw met de komst van de boekdrukkunst. In 1958 waren er 500.000 televisietoestellen in Nederland, tien jaar later stond er in 80 procent van de huizen een televisie. De snelle toename van het aantal toestellen zorgde voor een kleine revolutie binnenkamers. Vrijwel overal stond de tafel nog pontificaal in het midden. Er was wel een zithoek (waar banken ontbraken), maar het gezinsleven bleef zich afspelen rondom de tafel en die ene lamp daarboven. Hoewel het technisch simpel was om in een kamer meer lichtpunten aan te brengen, bleef dit stug doorgaan. Totdat de televisie de huiskamers veroverde…

Centrale punt huiskamer van tafel naar televisie
Televisiekijken was eerst een gebeurtenis waarbij eerst met meubels moest worden geschoven. In de jaren 60 begon de televisie in steeds meer interieurs het centrale punt te worden. De centrale kamertafel werd definitief aan de kant geschoven. Bij oude mensen bleef het leven doorgaan zonder dat de televisie veel tijd in beslag nam; men had immers jarenlang zonder geleefd. Zij bleven hun avonden meestal nog lezend doorbrengen. Ze zochten van te voren op welke programma’s ze wilden bekijken. De jonge generatie ging er echter anders mee om.

Beginnende welvaart
In 1960 kreeg Nederland een geweldige meevaller: onder Groningen werd een van de grootste aardgasvelden ter wereld aangetroffen. Later werd nog meer gevonden onder de Noordzee. Jarenlang zouden van deze aardgasbaten allerlei extra’s gefinancierd kunnen worden. Voor de Nederlanders kwam er steeds meer geld en vrije tijd. Vanaf 1961 hoefde er meestal niet meer op zaterdag gewerkt te worden. De auto kwam, de centrifuge, de stofzuiger, ijskasten, wasmachines. Het was de tijd waarin Nederland in ijltempo werd volgebouwd met hectares van glas en beton, flatwijken die in alles op elkaar leken, een massabouw die gekenmerkt werd door zuinigheid en hoge nood. Er was een groot tekort aan woningen. Wie in een flat woonde, was modern. Het traditionele tijdstip van de warme maaltijd werd verplaatst van half één naar zes uur. De telefoon ging van de hal naar de woonkamer.

Zes bewegingen
In de jaren 60 waren er minstens zes bewegingen tegelijk aan de gang: politieke rebellen (Nieuw Links binnen de PvdA en de PPR uit de ARP), politieke vernieuwers (D66), provo’s (zich afzetten tegen de burgerlijke eenheidscultuur van de jaren 50), marxisten (zij reageerden op de ideologische en religieuze leegte die na de ontzuiling was ontstaan), de Dolle Mina’s (baas in eigen buik, tweede feministische golf, abortus, de pil in het ziekenfondspakket, crèches) en de hippiebeweging (een ‘leef-nu’-ethiek die haaks stond op het waardepatroon van de jaren 50).

Kleine beweging, grote invloed
Wat de ‘babyboomers’ samenbond, was een afkeer van autoriteiten en een walgen van wat Amerika aanrichtte in Vietnam en de leugens waarmee dat voortdurend werd goedgepraat. Overal zwierven talloze avonturiers rond. De verbeelding had even de macht. De provo’s hadden opvallend veel succes. Een klein clubje jongeren kon het land behoorlijk op stelten zetten. De groep heeft maar twee jaar bestaan (Amsterdam). Sommige studentenactievoerders wilden in 1969 de universiteiten ombouwen tot centra van revolutie en structurele verandering. Ze grepen terug op Marx. Met name ex-gereformeerden en ex-katholieken omarmden dat als een nieuw geloof. Hun drijfveer was: een samenleving waar gerechtigheid is. Maar de oude geest van de arbeidersrevolutie was er niet meer. De meeste werkers genoten een ongekende welvaart, zaten tevreden achter hun nieuwe televisietoestellen. De roerige jaren 60 werd door iemand betiteld als ‘één lange golfstroom van romantisch levensgevoel’. We leefden in die jaren vaak in een roes, een lichte hoogmoedswaanzin. Het ging allemaal net iets te gemakkelijk, het ‘omverhalen van gevestigde structuren’, zoals dat toen heette.

Snel veranderende meningen
In 1950 moest 9/10 van de vrouwen niets hebben van geslachtsgemeenschap voor het huwelijk. In 1965 was dat nog maar 1/4. In 1965 vond ruim 41 procent van de Nederlanders dat een meisje als maagd het huwelijk in hoorde te gaan. In 1970 was dat nog maar 17 procent. In 1964 kwam de anticonceptiepil. Voor het eerst in de geschiedenis konden seksualiteit en voortplanting volledig van elkaar losgekoppeld worden. In 1965 had 82 procent bezwaar tegen het buitenshuis werken van moeders met kinderen. In 1970 was dat percentage gehalveerd. In 1965 was de meerderheid van de Nederlanders er nog tegen dat kinderen hun ouders met ‘jij’ aanspraken. In 1970 was dat minder dan een derde. Het aantal echtscheidingen vloog omhoog.

Wissel om
Tussen 1956 en 1973 werd een wissel omgezet. De jaren 60 waren onmiskenbaar een periode van groot historisch belang, waarin de rollen van gezinnen, gezagsdragers, geloof, geld en goed sterk veranderden. In de jaren 50 werden de mensen nog geacht zich volledig aan te passen aan de maatschappij. In de jaren 60 werd alles op de kop gezet: jongeren eisten dat de maatschappij zich aan hen aanpaste, en gedeeltelijk gebeurde dat ook, al werd veel daarvan in de jaren 70 en 80 weer teruggedraaid. De innerlijke normen van godsdienst, geweten en traditie werden langzaam aan vervangen door de normen van de groep, de samenleving, de televisie, de heersende mode.

Veranderingen bij de gereformeerden
In 1964 begon het te rommelen binnen de VU. De gereformeerde jeugd begon massaal te deserteren. Gereformeerde theologen en andere wetenschapsmensen zijn voorzichtige mannen geworden die voorzichtige dingen schrijven in voorzichtige kranten. Veel jongere gereformeerden schamen zich diep over Assen 1926. Het synodebesluit wordt 40 jaar na dato teruggedraaid; de oude Buskes gaat voor in een verzoeningsdienst.

Verzorgingsstaat en consumentisme
Voor het eerst in de geschiedenis hoefde de gemiddelde burger niet meer te vrezen voor de financiële gevolgen van ziekte, ouderdom en andere levensrisico’s: de verzorgingsstaat was in alle West-Europese landen ontstaan. Dit in tegenstelling tot de Verenigde Staten. De tijd van het ‘consumentisme’ brak aan. De politiek dreigde ‘te reduceren tot een debat over de voorziening van goederen, en het leerde de jeugd dat bezittingen alleen voldoende waren voor een goede levensvervulling.’ De welvaart in het Westen was de beste propaganda die er maar kon zijn; hier kon het Oostblok niet tegenop.

Elders in Europa
Volgens de meeste historici kwam er overal ter wereld rond 1973 een einde aan de culturele revolutie van de jaren 60. De Fransen spreken over ‘les trente glorieuses’ (1944-1974), de Engelsen spreken van ‘The Golden Age’ (1945-1973). In 1972 deed de ‘Club van Rome’ van zich spreken: het kwam met een alarmerende analyse over de toenemende vervuiling van het milieu, de exploderende groei van de wereldbevolking en het snel opraken van de hulpbronnen op aarde.

Progressief kabinet, maar tot hier toe en niet verder
In 1973 was het progressieve kabinet van de PvdA-voorman Joop den Uyl ontstaan, een ongekende coalitie van PvdA, D66, PPR en een paar hervormingsgezinden uit de KVP en ARP. De premier kwam in de moeilijkheden toen er oorlog uitbrak tussen Israël en Egypte; er kwam een oliecrisis en de eens zo optimistische Den Uyl sprak ‘dat het nooit meer zo zou worden als het was’. Dan was er nog de kwestie-Dennendal. Den Uyl besloot om met geweld in te grijpen. Het was een traumatische ervaring voor de vernieuwingsbeweging: voor het eerst werd met harde hand een streep getrokken: tot hier en niet verder.

Overige
In geschriften krioelde het van verwijzingen naar de Tweede Wereldoorlog, knuppelende agenten werden regelmatig begroet met ‘Sieg Heil’ en iets waarmee we het oneens waren, heette al snel ‘fascistisch’. De Vietnamoorlog werd de eerste oorlog die in alle gruwelijkheid over de hele wereld door de televisie werd gevolgd. Mr. G.B.J. Hiltermann besprak voor de radio jarenlang de toestand der wereld. ‘Waar we heen gaan, Jelle zal wel zien, Jelle zal wel zien’ zo werd er in 1966 gezongen over premier Jelle Zijlstra. Geert Mak over kerkdiensten in Friesland: ‘In die dorpen werd veel en hard gezongen (…) De enorme Koepelkerk (…) kon prachtig galmen. “Heer, ai maak mij Uwe wegen”, en de ruiten rinkelden. Daar hadden de hervormden niet van terug.’ Dankzij het beurzenstelsel was het aantal studenten in de jaren 60 explosief toegenomen. Vanaf 1970 functioneerden overal in het land abortusklinieken, maar voortdurend werden ze bedreigd met sluiting. Pas in 1981 werd de bestaande liberale abortuspraktijk gelegaliseerd.

1980-2000
Het CDA en Aantjes
In 1980 fuseerden de KVP, CHU en ARP tot CDA. De antirevolutionairen hadden de meeste invloed op het programma, maar de katholieken hadden de meeste invloed op het machtscentrum en wonnen de strijd dus. Willem Aantjes, de ‘Bergredenaar’, fractievoorzitter van het CDA, bleek zijn oorlogsverleden verzwegen te hebben. Toen hij zich uitsprak tegen een nieuwe fase in de wapenwedloop, de invoering van de neutronenbom, werd naar buiten gebracht dat hij in de oorlog lid van de Germaansche SS was geweest (iets tamelijk onschuldigs). De kwestie-Aantjes was een coup en karaktermoord ineen, ongekend in de Nederlandse verhoudingen.

De verzorgingsstaat barst uit haar voegen: het kan niet langer zo
De eerste scheuren in de Nederlandse verzorgingsstaat werden zichtbaar. Het stelsel van sociale voorzieningen was bedacht met de samenleving uit de jaren 50 voor ogen. het was een stelsel dat gebaseerd was op een economie waarin de arbeid centraal stond, op gezinnen met de man als kostwinner en de vrouw thuis, en op mensen met vaste banen, een ordelijke levensloop en een afscheidsreceptie plus pensioen op hun 65e. Met alle echtscheidingen nam het aantal gezinnen zonder kostwinner echter toe, het regelmatig wisselen van baan werd echter regel in plaats van uitzondering. De sociale voorzieningen, ooit opgezet om de gevolgen van ongevallen, tijdelijke werkloosheid en soortgelijke calamiteiten op te vangen, werden nu opeens gebruikt om de sociale gevolgen van de echtscheidings- en automatiseringsgolf af te kopen. Hoewel de Nederlanders rijker en gezonder waren dan ooit, deden ze bij honderdduizenden een beroep op de uitkeringen van de Bijstandswet en de WAO. En niet tijdelijk, maar permanent.

Het poldermodel als oplossing
Omstreeks 1980 keerde uiteindelijk de wal het schip. Het Koninkrijk der Nederlanden stond aan de rand van een faillissement, de economie aan de rand van de afgrond. Elke maand kwamen er tien tot vijftienduizend werklozen bij. Met harde hand werd in de jaren 80 het poldermodel tot stand gebracht. De ene bezuinigingsronde volgde op de andere, de uitkeringen werden verlaagd, de drempels werden verhoogd, de oude pioniers van de sociale zekerheid zaten soms met tranen bij de ambtelijke vergaderingen die dit moesten beslissen. De publieke opinie wees twee zondebokken aan: de buitenlanders en de uitkeringsgerechtigden. Er werd gesproken over ‘fraude’, ‘profiteurs’ en ‘harde maatregelen’. Toen premier Ruud Lubbers in het najaar van 1990 zijn eigen land voor ‘ziek’ verklaarde, werd hij weggehoond als moralist. Toch had hij in letterlijke zin geen ongelijk. Ondanks maatregelen in de jaren 80 liep het aantal invaliditeitsuitkeringen op dat moment naar het miljoen. Op iedere werkende Nederlander was er nu bijna één uitkeringstrekker!

Het ongelijk van de antibewapeningsbeweging
In het begin van de jaren 80 heerste er een merkwaardige schemering in het land, van doemdenken dat slechts kortdurend was, maar wel hevig. In Amsterdam woedde een stadsoorlog tussen de politie en enkele duizenden jongeren van kraakpanden. In het najaar van 1981 demonstreerden een half miljoen Nederlanders op het Amsterdamse Museumplein tegen de plaatsing van kruisraketten op Nederlands grondgebied. Echter, deze beweging kreeg ongelijk toen de Russische archieven opengingen! Er bleek aan die zijde weinig ruimte voor ‘zachte krachten’: het was keihard doorstoten door de Duitse laagvlakte naar de Noordzee, zo snel mogelijk, met gebruik van alle middelen, inclusief kleine kernwapens in alle soorten en maten. De theorie van de demonstranten was dat de Oostblokleiders zouden ‘verzachten’ als het Westen zich milder zou opstellen. Achteraf bleken de leiders van wie men op dit moment de grootste verwachtingen had, waaronder de Roemeen Ceausescu, de grootste tirannen en haviken te zijn.

Gezin
Slechts een minderheid van de gezinnen bestaat nog uit man, vrouw en kinderen. Het ‘vreemdgaan’ werd in 1970 nog door 60 procent van de Nederlanders door de vingers gezien. Dertig jaar later was dat nog minder dan een kwart. In dit opzicht is er dus een kentering. Geert Mak zegt: ‘De aids-epidemie heeft veel vrolijke vrijheid overschaduwd’. De gezinsbanden zijn losser geworden. In een willekeurige schoolklas heeft de meerderheid van de kinderen op zijn 12e al een echtscheiding doorstaan; in de jaren 50 waren dat nog buitenbeentjes. Opgelegd wordt er aan opgroeiende kinderen niet meer, er wordt onderhandeld.

Overige
Met het ouder worden van de mens is er een nieuwe levensfase bijgekomen. De nadruk is komen te liggen van produceren naar consumeren. Hoewel Nederland rijker is dan ooit, maakten in 1995 bijna twee maal zoveel Nederlanders zich zorgen over geld en gezin als in 1958. De meeste scholen uit de grote steden zijn na eindeloze fusies en reorganisaties opgeheven en vervangen door anonieme massa-instituten, met geüniformeerde portiers, plastic pasjes en metaaldetectoren tegen ongewenst wapenbezit. Rondom de drugs zijn in de jaren 80 talloze criminele en zwarte circuits ontstaan, een verschijnsel waaraan het relatief brave Nederland nog altijd niet gewend is. Probleembuurten tobben met jeugdcriminaliteit. ‘Bouw scholen en u kunt uw gevangenissen sluiten’ is nu bijna omgekeerd het geval.

Slotbeschouwingen
Drie grote veranderingen
De levensloop van iemand die een groot deel van de 20e eeuw heeft meegemaakt is die van drie grote processen van maatschappelijke verandering: (1) De democratisering van de samenleving in welvaart, kennis en ontplooiingsmogelijkheden. (2) Het verdwijnen van de standenmaatschappij en de daarbij horende hokjes en vakjes (inclusief de positie van de vrouw). (3) Het langzaam oplossen van waarden als discipline en ascese van de burgerlijke preutsheid.

Bloedige eeuw, rol van Duitland, mislukking socialime
De Balkanoorlogen vormden een passend eind van de bloedige 20e eeuw. In totaal zijn er zo’n 115 Europeanen door politiek geweld omgekomen, 13,5 in de Eerste, 41,3 in de Tweede Wereldoorlog.Verder 57 miljoen in de Sovjet-Unie tijdens de vervolgingen en hongersnoden tussen 1917 en 1953. Daarbij komen nog eens vele miljoenen die van huis en haard verdreven werden bij de deporaties en etnische zuiveringen. Het Duitse rijk was in het begin van de eeuw nog geen drie decennia oud; de opkomst van deze grootmacht leidde tot twee grote oorlogen en, tot tweemaal toe, grootscheeps ingrijpen van de Verenigde Staten (laten we daar dit land nog steeds dankbaar voor zijn!). De val van de Sovjet-Unie in 1989 deed in veel opzichten denken aan de val van het tsarenrijk en het keizerlijke Duitsland in 1917 en 1918. De mislukking van het socialistische experiment was een gigantisch drama; het was het einde van de hoop op een meer rechtvaardige wereld, waarvoor tallozen zich deze eeuw met hart en ziel hadden ingezet. Overal ter wereld kwam nu een nieuw conservatisme tot bloei.

Vier immigratiegolven
Eerste: tussen 1946 en 1966 belandden zo’n 300.000 Indiërs in Nederland. Tweede: midden jaren 50, uit Griekenland, Italië, Joegoslavië en Spanje, later ook uit Marokko en Turkije. Honderdduizenden laagopgeleide mannen werden geworven voor handwerk waar de Noordwest-Europeanen te hooggeschoold voor waren geworden. Derde: midden jaren 70, zo’n 200.000 Surinamers kwamen over, vlak voor de onafhankelijkheidsverklaring van deze kolonie. Vierde: door vervolging, hongersnoden en oorlogsgeweld in Afrika, het Midden-Oosten en het voormalige Joegoslavië. Dankzij de intensivering van het vliegverkeerd belanden ze nu met hun problemen rechtstreeks op de stoep van het veilige en welvarende Nederland. Pas in het najaar van 1998 erkende de regering dat Nederland de facto een immigratieland was, met alle nadelen en voordelen. Ondertussen waren 20 jaren verspild met struisvogelpolitiek.

Het jaar 2000
Bij de opening van de Parijse wereldtentoonstelling van 1900 werd de bezoekers gevraagd hoe zij hun stad zagen in het jaar 2000. De beelden beperkten zich meestal tot grote ijzeren viaducten, zweeftreinen met handige luchttaxi’s, bevolkt door dames met parasols en heren met hoge hoeden. Één inzender viel op door praktische zin: in zijn visie waren de straten van de toekomst voorzien van fantastische veegmachines voor het wegruimen van de tonnen paardenmest die dan dagelijks zouden worden geproduceerd!

Overige
Geert Mak: ‘De betere mens, dat zijn wij niet geworden’. De Amerikaan Samuel Huntington ontwikkelde de opvatting dat de ‘botsing van religieuze beschavingen’ in de komende eeuw de belangrijkste drijfkrachten achter de wereldpolitiek zullen zijn.

Gepubliceerd in januari 2007

Advertenties