De Franse Revolutie

n.a.v. Jaap ter Haar, De Franse Revolutie, Kampen 2004

Frankrijk in 1770, een opgedeeld land
Frankrijk was in 1770 met 25 miljoen inwoners het machtigste land van Europa. Rijk aan natuurlijke hulpbronnen, grote industrieën, opkomende handel. Lodewijk XIV had de absolute monarchie gevestigd om de burgeroorlogen voorgoed de kop in te drukken. Doordat hij alle macht naar zich toetrok, was de adel haar taak kwijt en hield zich voortaan bezig met…niets. Jacht, spel, intriges, gunsten winnen via hofdames moesten inhoud geven aan hun leven. De macht van de koning was de hoge adel een doorn in het oog. De adel was de eerste stand, de geestelijkheid de tweede. De derde stand was de klasse van de gegoede burgerij. Als laatste is er de grote groep van kleine boeren, arbeiders en armen. In veel streken was 70 procent van de bevolking nog analfabeet. 85 procent van de bevolking leefde op het platteland.

Het volk op drift
De boeren hebben het zwaar te verduren. Het lot van de massa in de steden is nog zwaarder. Het volk, gedreven door honger, loopt soms te hoop; wanhopige moeders vullen de straten. Veel kinderen worden te vondeling gelegd. Het volk dat altijd gehoorzaam was, begint een eigen mening te uiten. Dit kwam allemaal door de Verlichting. Filosofen zoeken naar nieuwe wegen (Diderot, Voltaire en Rousseau). Het menselijk denken raakt op drift. De macht van de koning gaat haar vanzelfsprekendheid verliezen. In cafés worden vooruitstrevende theorieën door filosofen gelanceerd. In de salons van de rijken wordt over politiek, kunst en wetenschap gediscussieerd. Niet meer het geloof, maar termen als menselijke deugden, eendracht, vrijheid, recht op menswaardig bestaan worden genoemd. Het gezag van de (rooms-katholieke) kerk raakt ondermijnd.

Leegheid
Frankrijk, een alleenheersende koning, ontevreden adel, corrupte kerk, een burgerij die mee wil praten: een voedingsbodem voor veranderingen! Adel en geestelijkheid zijn vrijgesteld van belasting; het gewone volk moet alle lasten dragen. De koning brengt blanco bevelschriften uit, de gevreesde lettres de cachet, waardoor men zich naar eigen willekeur van zijn vijand kon ontdoen. Het etiquette aan het prachtige hof van Lodewijk XV zou norm worden in Europa. Maar bij al deze wellevendheid is de heersende klasse verworden tot een pronkerige zedeloosheid, een leegte van hart en ziel. De voortdurende oorlogen met Engeland putten de schatkist uit. Alom bloeit het culturele leven ondertussen. In de literaire salons, de talloze clubs, filosoferen en praten ze over alle mogelijke onderwerpen.

Grote welvaart, maar oneerlijk verdeeld
Lodewijk XVI kent zijn eigen land niet. Slechts twee keer heeft hij een reis door het land gemaakt. Onder hem wordt Turgot minister van Financiën. Hij voert hervormingen door: een sociale revolutie. De vrijhandel lijkt mooi, maar toen er een misoogst kwam, was de honger groot. ‘Op naar Versailles!’, klinkt het in het land. Hoewel de welvaart onder Lodewijk XVI tot grote hoogte steeg, profiteerde het gewone volk er niet van. Het verschil tussen arm en rijk werd groter. Het wordt onrustig rondom het kasteel van Versailles. De koning moet er zelfs aan te pas komen om ze tot rust te manen. Met vage beloften worden de hongerige magen naar huis gestuurd. Turgot wil ondertussen de lasten van het rijk gelijkelijk over allen verdelen. Dat de adel en geestelijkheid een deel van haar privileges moeten prijsgeven, blijkt onvermijdelijk. In de aristocratische parlementen laait een storm van protesten op.

Voltaire en Rousseau sterven beiden in 1778
In Amerika vindt vanaf 1774 een revolutie plaats. De woorden van de Onafhankelijkheidsverklaring maken diepe indruk in Frankrijk. Er komt een warme geestdrift los. Benjamin Franklin maakt zich populair in Frankrijk. Hij probeert de Amerikaanse zaak in Frankrijk te behartigen. Gaat Frankrijk de onafhankelijk van Amerika erkennen? Turgot valt intussen; zijn hervormingsplannen zijn in rook opgegaan. De filosofen vonden zijn aftocht jammer. Frankrijk erkent Amerika, de oorlog met Engeland is onvermijdelijk geworden. De invloed van Rousseau doet zich gelden: het menselijk geluk ligt in een terug naar de natuur. Voltaire duwt op zijn sterfbed de pater weg. ‘Laat die man toch zwijgen. Laat mij toch rustig sterven.’ Hij krijgt geen christelijke begrafenis. Rousseau wilde een nieuwe wereld van vrije burgers; een republiek waarin slechts de burgerdeugd een plaats zou vinden. De twee bovengenoemde grote denkers sterven allebei in 1778. De onrust die ze hebben gezaaid in de menselijke geest, dringt zich nu echter langzaam naar het licht.

Het parlement van Parijs als teken van hoop
Verhalen komen naar buiten van mensen die op de Bastille gevangen hebben gezeten. Het moet er verschrikkelijk zijn geweest. Het aantal mensen die de oude opvattingen afzweren en nieuwe levensbeschouwingen aan gaan hangen, wordt groter; het zijn advocaten, artsen, leraren. Één van hen is Robespierre. Lodewijk XVI, die sloten maakte als hobby, is een dankbaar mikpunt van spot. In 1787 komen 144 notabelen bijeen: prinsen, geestelijken, presidenten van parlementen, burgemeesters van de grote steden, machtige edelen: zij worden door de koning ontboden. Ze willen natuurlijk niet dat hun positie wordt aangetast door welk hervormingsplan ook. Maar in Frankrijk gaat het fout: opstootjes, onrust, beroeringen. Het parlement is nooit populair geweest bij het volk: de edellieden dienden vooral hun eigen belangen daar. Het parlement van Parijs begint een hoge toon aan te slaan, ze verwacht geen goeds meer van de koning: de machtsstrijd breekt los. Uit heel het land komen steunbetuigingen voor dit optreden. De koning verbant de parlementsleden naar buiten Parijs, zodat ze minder kwaad kunnen. De parlementen in de provincies gaan zich nu ook roeren, naar het voorbeeld van Parijs. Men keert zich tegen het despotisme van de monarchie.

Veel ellende en rampspoed
Zo is de adel in opstand gekomen tegen het koninklijke gezag. Er groeit in Frankrijk een Nationale Partij (de patriotten). Op 13 juli 1788 kwam er noodweer in Frankrijk. De oogst leek verloren. Dreigender dan ooit hangt de honger boven Frankrijk. Het volk hoopte dat de adel van de parlementen hun welzijn konden bevorderen. Steeds meer wordt duidelijk dat de koning machteloos is geworden. Maar de adel en de geestelijkheid hebben een weinig realistisch begrip van hoe het dan wel moet. De Staten-Generaal zullen bijeenkomen. De derde stand zal een dubbele afvaardiging krijgen en net zoveel stemmen krijgen als adel en geestelijkheid samen. Frankrijk kan zich opmaken voor verkiezingen. De winter van 1788-1789 is de strengste winter in jaren. Hagelbuien vernietigden de oogst. Het aantal armen in Parijs verdriedubbelt. Tallozen sterven. In heel Frankrijk komen mensenmassa’s in beweging: ze eisen eten! Kloosters worden leeggehaald, complete rooftochten worden ondernomen.

De hoedenkwestie
Een symbolisch verschijnsel vindt plaats als de koning een volksvertegenwoordiging toespreekt. Na zijn praatje gaat hij zitten en zet zijn hoed op, evenals de adel. Maar de derde stand zet ook de hoed op, geheel tegen het etiquette in. De adel protesteert. De koning ziet tot zijn teleurstelling dat er een kloof is tussen de tweede en derde stand. Onder het voorwendsel dat hij het warm heeft, neemt de koning snel zijn hoed weer in de hand. Het schijnt de enige mogelijkheid om aan de hoedenonrust een eind te maken. Drie uur lang blijft hij zo op zijn troon zitten met de hoed in de hand.

Assemblée Nationale opgericht
Op 17 juni 1789 wordt de Assemblée Nationale opgericht. De afgevaardigden zouden zonder onderscheid van stand zitting nemen. Men besluit de staatsschuld onder bescherming van de vergadering te stellen en belastingen slechts geldig te verklaren zolang deze vergadering bijeen is. De regering lijkt hiermee schaakmat gezet. 600 mannen zetten hun handtekening onder de eed van trouw en worden lid van de vergadering. De koning weigert de vergadering te erkennen. De koning doet wel een vergaande uitspraak: gelijke verdeling van de belastingen moesten er komen, mits de adel en geestelijkheid zich hiermee eens verklaren. De koning belooft de lettres de cachet af te schaffen en wil vrijheid van drukpers garanderen. Maar deze beloften komen veel te laat. De Nationale Vergadering laat zich niet meer wegsturen. Een grote crisis is het gevolg. De derde stand heeft de teerling geworpen.

Koning door de knieën, de derde stand wint
Duizenden mensen zwerven voor Versailles. Moet de koning hard ingrijpen? Soldaten worden ingewonnen voor het volk. Burgeroorlog dreigt. De koning doet het voorzichtig aan. De koning is door de knieën gegaan. De derde stand heeft de overwinning behaald. De Staten-Generaal hebben opgehouden te bestaan. De Nationale Vergadering neemt het over. De adel en geestelijkheid doet haar intrede in deze vergadering. De grote omwenteling heeft plaatsgevonden. De drie standen maken zich op om een grondwet samen te stellen: de basis voor een nieuw Frankrijk.

Onrust rondom Versailles
Versailles: een schitterende wereld, maar zo leeg als een zeepbel in de zon. Instituut van willekeur, dat het volk altijd verdroeg door haar vertrouwen op God. Maar de filosofen hebben het volk deze toeverlaat ontnomen. Ze hebben de rede opgeworpen, alsof het leven redelijk kan zijn, en hebben idealen rondgestrooid, alsof die realiseerbaar zouden zijn. Er is veel angst aan het hof. De koning gaf de Nationale Vergadering slechts haar zin uit vrees voor opstand. Maar nog dagelijks is het onrustig rondom Versailles. De koning laat zes regimenten naar Versailles komen. Maar steeds openlijker kiezen ook de gardesoldaten partij voor de patriotten. Op 1 juli 1789 roept Lodewijk XVI nog eens tien nieuwe regimenten naar Parijs. Dit veroorzaakt onrust: wat is de koning van plan? Het kookpunt werd bereikt toen de koning Necker ontsloeg; hij was een volksvriend. Broglie wordt minister van Oorlog; hij is een ijzervreter. Foulon, die ooit gezegd had dat het hongerige volk maar gras moest eten, werd opvolger van de populaire Necker. ‘Te wapen!’ zo klinkt het. ‘Wapens, we moeten wapens!’ zo wordt overal gehoord. Wapenwinkels worden geplunderd, belastingkantoren worden in brand gestoken. Er heerste anarchie. Mensen werden zonder vorm van proces opgehangen die hun slag dachten te slaan en zich vergrepen aan eigendommen van anderen. Revolutie en burgerlijk fatsoen gingen nog even hand in hand.

De val van de Bastille
En toen werd het dinsdag 14 juli. ‘Op naar de Bastille!’ Deze gevangenisburcht was een teken van de macht en onderdrukking van de koning. De koning is op jacht, dus is niet bereikbaar. Het Bastille wordt onder vuur genomen, de menigte zwelt steeds verder aan. Tienduizenden zetten de aanval in. De Bastille valt. Er vallen vele doden. Nieuwsgierig en vol afgrijzen worden de onderaardse kerkers bekeken, ziet men de folterkamers. Het gehate bolwerk wordt afgebroken. Er worden 7 gevangen aangetroffen in de Bastille. Ze zijn verbaasd. De eerste hoofden van adellieden worden van het lichaam gescheiden. Alle remmen gaan los, er heerst een waanzinnig gewoel, maar nergens wordt geplunderd. De koning heeft niet door wat er zich allemaal afspeelt. In zijn dagboek noteert hij bij 14 juli: ‘Niets’. Er was dus niets bijzonders gebeurd die dag… Maar een hertog maakt hem attent: ‘Het is een revolutie!’ De koning bleek zeer zwak en kon geen weerstand bieden. Het volk heeft de overwinning behaald en zal die niet meer uit handen geven.

SAMENVATTEND – Scheefgroei in de 17e eeuw
De Franse Revolutie verving de monarchie door een republiek. Als beginpunt geldt juni 1789 als na meer dan 175 jaar voor het eerst de Staten-Generaal weer wordt bijeengeroepen. De Revolutie zou Europa nog meer dan 20 jaar beroeren. De macht van de adel en geestelijkheid werd teruggedrongen, de koning wordt afgeschaft. Wat waren de oorzaken van de Franse Revolutie? Het Ancient Régime had zich in de 18e eeuw steeds verder uitgehold en implodeerde na te late pogingen tot hervormingen. De voornaamste grieven van de verschillende standen waren: (1) De klassentegenstellingen verscherpten zich: de bourgeoisie verwierp de vele privileges van de adel en geestelijkheid, de boeren verzetten zich tegen feodale rechten, tegen de tienden en andere heffingen ten voordele van de grootgrondbezitters. (2) Ondanks de economische groei bleven voedselprijzen stijgen. (3) Een nieuwe geestesstroming veroverde Frankrijk midden 18e eeuw: de Verlichting met haar rationaliteit tegenover autoriteit en traditie. (4) De bankroet van de staat vanaf 1787. De ministers kwamen niet verder dan krampachtige oplossingen. Bekwame staatslieden als Necker en Calonne waren machteloos. De fiscale hervormingen werden onrealiseerbaar geacht (de adel en geestelijkheid zou hiermee fors achteruit gaan).

Directe aanleidingen tot de Revolutie
De directe aanleidingen voor de Revolutie waren: (a) De begroting die niet goed werd uitgevoerd. Grote schulden, hongersnood was het gevolg. (b) Veel mensen waren het niet eens met het absolutisme van de koning. De volksvertegenwoordiging moest meer macht krijgen. (c) Veel mensen vonden dat de standen moesten verdwijnen. Ieder mens moest gelijk zijn. Men vond het oneerlijk dat alleen de derde stand belasting moest betalen. Ook moest de derde stand tienden geven aan de kerk. Ze moesten betalen, maar hadden geen rechten. (d) Het koninklijke gezin zorgde ook voor scheve ogen. Ze gaven zoveel uit aan allerlei mooie dingen, alsof er niets aan de hand was (hongersnood!). Toen men de koningin Marie Antoinette zei dat het volk geen brood meer had, zei ze: ‘Geen brood? Waarom eten ze dan geen cake?’

Het uitbreken van de revolutie
In juni 1789 roept de derde stand zich uit tot de Assemblée Nationale. Lodewijk XVI laat de vergaderzaal sluiten. Daarop vertrekken ze naar een kaatsbaan, waar ze de vergadering voortzetten. Hier wordt de eed gezworen. Adel en geestelijkheid sluiten zich bij hun aan. Er is wantrouwen van het volk voor de koning en de aristocratie. Helemaal als de koning allemaal versterkingen naar Parijs laat komen. Als de populaire minister Necker wordt ontslagen, breken er rellen uit. Op 14 juli 1789 wordt zo de Bastille bestormd. De opstand breidt zich uit naar het platteland waar de bevolking de eigendommen van de aristocratie aanvalt. De val van de Bastille heeft in de mensen de beste kanten naar voren gebracht; tegelijk nemen echter ook de laagste instincten hier en daar de overhand.

Die 15e juli
Het is een nieuw Frankrijk dat op de 15e juli ontwaakt; de zon die opkomt na een bange nacht vol onzekerheid, koestert warm de hoop van de natie. De koning maakt zijn opwachting in de Nationale Vergadering, ’s morgens om 8 uur. Hij wordt luid toegejuicht. Hij geeft de vergadering zijn volste vertrouwen. De burgerwacht in Parijs wordt erkend. Een omwenteling heeft plaatsgevonden; de koning heeft het geaccepteerd. ‘Leve de koning!’ zo klinkt het alom, behalve bij de adel. De bestaande orde is ondersteboven gekeerd. Een groot aantal edelen trekt de juiste conclusie: hun spel is uitgespeeld, hun rest slechts de aftocht. De koning wil Parijs gaan bezoeken, het onrustige en gevaarlijke Parijs. Hij laat van te voren de sacramenten aan hem toedienen voor het geval hij er niet levend uit komt…

Wandaden
Adellieden worden onthoofd en aan lantaarnpalen opgehangen. Ze zijn niet meer veilig. Soms wordt zelfs het hart uitgesneden; het sadistische volk wil bloed zien. Deze wandaden zijn moeilijk te stoppen. Hele dorpen lopen leeg, om beschutting te zoeken voor vele leeglopers en bandieten. In de Elzas keert men zich tegen de Joden. De laatste dagen van juli verlopen in chaos en onrust, in angst en onzekerheid. Honger en anarchie heerst er. Er moet iets gebeuren. Maar door wie? Waar? Wat?

Wat heeft een hongerige maag aan mensenrechten?
De koning weigert zijn toestemming te geven aan de feitelijk nog begrensde sociale hervormingen. De teleurstelling is groot. In de grote Salle des Menus te Versailles wordt een verklaring opgesteld: de Rechten van de Mens. Op 27 augustus wordt deze verklaring aanvaard. Vanaf de tribune klinkt het: ‘Nu hebben we rechten, maar: waar blijft het brood?’ Graanschuren worden geplunderd, wijnkelders leeggestolen. Kortom: de rechten van de mens worden met de voeten getreden… Steeds luider wordt de kritiek op de Nationale Vergadering. In de talloze districten, waarin Frankrijk nu verdeeld is, voeren comités van kiesmannen, die zichzelf in het zadel hielpen, een vrijwel persoonlijk bewind, zij passen zich aan bij de volkswil, uit angst voor de dreigende lantaarnpalen.

Vrouwen op weg naar Versailles, de koning naar Parijs
‘Brood, we willen brood!’ Duizenden vrouwen hebben zich verzameld en marcheren verbitterd naar het stadhuis. ‘Op naar Versailles!’ Daar gaan ze, duizenden vrouwen uit Parijs op weg naar Versailles om brood te eisen en om de koning te bewegen zich in Parijs te vestigden, weg van al zijn slechte raadgevers. De troepen bij Versailles hebben de mededeling gekregen onder geen beding het vuur te openen. De koning spreekt met enkele woordvoersters. Hij belooft levensmiddelen naar Parijs te zenden. De vrouwen zijn dankbaar. Maar buiten is men boos; ze geloven niets van deze toezeggingen. Ze willen deze vrouwen, die met de koning gesproken hebben, als verraadsters ophangen aan lantaarnpalen! De wachtposten kunnen het ternauwernood voorkomen. Hoezo mensenrechten… De daaropvolgende nacht wordt overal afgevraagd wat de volgende morgen zal gaan brengen. De volgende morgen klinken schoten. Er vloeit bloed, het volk is tot razernij gebracht. De koningin moet vluchten. Leden van de lijfgarde worden van hun hoofd ontdaan, die vervolgens op een piek worden geschoven. De koning maakt bekend: ‘Ik zal naar Parijs gaan!’ Nu is er geen terugkeer meer mogelijk. Gejuich stijgt op. De haat van het volk richt zich op de koningin, die ze verantwoordelijk stellen voor alle ellende.

Het koningshuis wordt nog ontzien, ja is nog populair
De koning, eenmaal in Parijs, maakt iedere dag, zonder geleide, zijn wandeling in de Champs-Elysées en deelt aalmoezen uit onder de armen. In de tuin zat de kroonprins (de dauphin) gewoon te spelen, onder toeziend oog van omstanders. De revolutie had zich nog niet tegen de koning gekeerd. Nog niet… Sommigen hebben wijze woorden: ‘Het is niet moeilijk een revolutie op gang te brengen, maar de grote moeilijkheid is deze tot staan te brengen’. Wat te doen als een omwenteling maar wentelt en wentelt en wentelt? Gehate belastingen worden afgeschaft, het Edict van Nantes wordt opgeheven, waardoor de miljoen Franse protestanten weer in vrijheid hun godsdienst kunnen belijden. Er komt een roep om de doodstraf af te schaffen. Maar dit wil de vergadering niet. Tijdens de hevige discussies staat een Parijse afgevaardigde op: ‘Ik heb een machine uitgevonden die in een ogenblik uw hoofd van uw romp kan verwijderen, zonder dat u er iets van voelt!’ Deze meneer heette Guillotine. Naar hem werd dit wapen genoemd. De Nationale Vergadering nam telkens nieuwe namen aan. Tussen 1789 en 1792 wel vijf verschillende namen.

Jacobijnen, Feuillants en Gordeliers
De Bretonse club, een club van vrienden van de constitutie, vergaderen in de zaal van het klooster van de Jacobijnen, waardoor ze Jacobijnen zouden gaan heten. De meningen lopen uiteen. Hoe moet het nieuwe Frankrijk eruit zien? Een groep die de Jacobijnen te fel vinden scheiden zich af en vormden de Feuillants. La Fayette wordt één van hun voormannen. Ook zijn er die de Jacobijnen te lauw vinden; zij scheiden zich af onder aanvoering van Danton en Camille Desmoulins: de Gordeliers. Clubs! Een nieuwe rage in Frankrijk. Overal zijn ze er. Overal komen ze bijeen om te…praten, praten, praten!

Oplossing: staatskas gevuld met kerkelijk geld
Ondanks alle woorden blijft de schatkist leeg. Het is tenslotte een bisschop die een middel weet om de kas te spekken. Deze man heette De Talleyrand, en is een briljant en verdorven persoonlijkheid. Hij is een zeer wereldse bisschop. Hij begeeft zich op het gladde ijs van de revolutie. De miljarden van de kerk moeten de staatschuld gaan lenigen. De geestelijkheid zou voortaan betaald worden door het rijk en door het volk worden gekozen! Hevig is het protest. Maar men moet iets doen om de armoede een halt toe te roepen. Zo gaat de regering aan de slag om het kerkelijk bezit in geld om te zetten. Men besluit assignaten uit te geven: waardepapieren. Maar dit werkt een gigantische misstand in de hand: ze worden niet één keer verkocht, maar soms wel vijf keer. Zo verliezen ze hun waarde. De kleine man moet eronder lijden. Het verschil tussen middenklasse en het gewone volk wordt groter.

Nog tegenkrachten
De koning, een ‘vroom gelovige’, is diep geraakt door de aantasting van de kerk. Hij heeft zijn smederij naar Parijs laten komen en is vaak ingespannen bezig een ingewikkeld slot te smeden: zijn grootste hobby. Ondertussen vraagt hij zich af: hoe gaat dit aflopen? Complotten doen de ronde: men wil de koning ontvoeren en belangrijke voormannen vermoorden. Opschudding alom: er zijn dus nog steeds krachten die zich tegen de revolutie keren. Zo komt er steeds meer wantrouwen, ook naar het hof toe. Markies de Favras, betrokken in het complot moet hangen. Echter eerst worden uit zijn mond de namen van de anderen die in zijn complot betrokken zijn gehaald, door… de pijnbank, die kort geleden was afgeschaft.

Geestelijken in gewetensnood
De confiscatie van het kerkbezit heeft talloze problemen opgeleverd. Men gaat er nu zelfs toe over de gehele hiërarchie van de kerk op de helling te zetten. Ook wil men de kloosterordes afschaffen. Zij die weigeren de eed te zweren, worden afgezet. De geestelijkheid wordt geconfronteerd met zeer moeilijke vragen. Wat te doen? Kerken worden mikpunt van geweld. Kloosters worden opengebroken, kerken geplunderd, nonnen wordt opgedragen zich werelds te kleden. Protestanten schaarden zich achter de revolutie: zij kregen immers hun vrijheid terug! De koning moet een wet bekrachtigen over de geestelijkheid. Hij komt in een geweldige gewetensnood. Als trouw zoon van de rooms-katholieke kerk kan hij dit niet accepteren. Maar het moet. De geschokte geestelijkheid weigert over het algemeen de eed op de natie en constitutie af te leggen. Ze zoeken biddend voor de moeilijkheden een uitweg die het geweten bevredigt.

Trieste balans
Bij het jaarfeest van de inneming van de Bastille, La Fête de la Fédération, besluit men de adellijke titels af te schaffen. Ook in het leger ontstaat onrust. Ze zijn een belangrijke factor en kunnen hun eigen positie bepalen. De discipline raakt ernstig ondermijnd. Bij het bloedbad van Nancy vallen er 3000 doden bij een muiterij. Dit schudt het land wakker: had generaal Bouillé het recht dit te doen? De koning schrijft hem een dankbrief. Op de Nationale Vergadering heerst ook wanorde. Er wordt zelfs geduelleerd. Op 4 januari moet de geestelijkheid hun eed afleggen. Slechts enkele bisschoppen zijn bereid. De Grondwetgevende Vergadering heeft zich in een moeilijk parket gebracht: mag zij, in naam van vrijheid, de geloofsovertuiging van gewetensvolle mensen aantasten? De paus keurt het ook af. Dit betekende een breuk tussen Rome en de kerk van Frankrijk. De toestand van Frankrijk is bloedlink: een verdeelde geestelijkheid, een verdeelde vergadering, een koning die niet weet wat hij wil, verbittering die toeneemt, wantrouwen, adel die over de grens vlucht, politieke clubs die steeds feller tegenover elkaar komen te staan. De glorierijke revolutie heeft nog steeds geen vrede, brood of rust gebracht!

SAMENVATTEND – Problemen stapelen zich op
De privileges worden afgeschaft, er komt een nieuwe wereldbeschouwing. In de Vergadering ontstaat een opsplitsing van fracties. Aristocraten verdedigen de belangen van de geprivilegieerden (rechts, conservatief). De democraten of Jacobijnen eisen algemeen stemrecht voor mannen (links, progressief). De grootste groep bevindt zich in het centrum: de monarchisten. Zij aanvaarden de afschaffing van de privileges maar zijn koningsgezind. De tekorten worden ondertussen alsmaar erger. Op 2 november 1789 wordt bij wet beslag gelegd op de kerkelijke goederen. De geestelijken worden ambtenaren en moeten een eed van trouw afleggen. De kloostergeloften worden afgeschaft.

De vlucht van de koning
Maribeau, die van grote betekenis was voor de revolutie, stierf op 2 april 1791. Het volk weent, zijn lichaam wordt in de kerk St. Genoveva, die nu als Pantheon de groten van het vaderland tot laatste rustplaats zal dienen, bijgezet. Echter, drie jaar later komt met erachter dat hij een geheime afspraak met het hof heeft gehad. Zijn overblijfselen worden uit het Pantheon gehaald en overgebracht naar de armenbegraafplaats. Grote onrust is er onder de geestelijken. Priesters duiken onder. Met felheid worden ze aangevallen door de patriotten. De koning voelt zich ongelukkig. Hij besluit te gaan vluchten. In het grootste geheim worden de voorbereidingen getroffen. Alles lijkt beter dan een gedwongen verblijf in Parijs. Op 21 juni 1791 vlucht hij. Het dorp waar hij heenvlucht heeft hem al snel door. Hij probeert duidelijk te maken waarom hij Parijs heeft verlaten. Hij heeft geen privacy meer, iedereen loopt bij hem binnen.

Gedwongen terug naar Parijs
De bevolking van Parijs is woedend als het lege huis van het koninklijke gezin wordt ontdekt. Ze denken dat de koning naar het buitenland is gevlucht om van daaruit de revolutie tegen te gaan. Alom wordt het gedrag van de koning afgekeurd, ook als bekend wordt dat hij nog in het land zelf is. Een aantal conservatieve edelen ruiken hun kans. Het is nu wachten op legers uit het buitenland… De koning wordt ondertussen gedwongen terug te keren naar Parijs. Voor de koninklijke familie begint nu een afgrijselijke nachtmerrie. De koning en koningin tonen zich vriendelijke en welwillende mensen maar zien de bui al hangen.

Koningschap bekrachtigd, maar tegenstemmen
Intussen werden de stoffelijke resten van Voltaire overgebracht naar het Pantheon. Echter, wat zou Voltaire hebben gevonden van de huidige toestand in Frankrijk? Het antwoord laat zich raden. In de kringen van de Gordeliers en Jacobijnen wil men de koning afzetten. Op 15 juli 1791 valt de beslissing: met grote meerderheid beslist de Vergadering dat de koning geen schuld treft voor zijn vlucht. Het koningschap wordt onschendbaar verklaard! De Jacobijnen en de Gordeliers leggen zich hier niet bij neer. Niet goedschiks, dan maar kwaadschiks. Overeenkomstig de ideeën van Jean Jacques Rousseau eisen ze afzetting van de koning en invoering van de volkssoevereiniteit. Er komt een petitie, die men kan ondertekenen op het Camps de Mars, het Altaar des Vaderlands.

Het bloedbad van Champs de Mars; de radicalen naar de achtergrond
Maar dan ontdekt men twee mannen onder de houten vloer. Ze hebben gereedschap bij zich. Ze geven geen reden van hun doen. Zouden het monarchisten zijn? Het gevolg is een bloedbad, op deze zomerse zondag (50 doden). De uitwerking is groot. De radicalen hebben een nederlaag geleden. Het gezag heeft eindelijk zijn tanden laten zien. De gematigden krijgen de macht; de patriottische pers wordt de mond gesnoerd, de voormannen worden vervolgd. Robespierre trekt zich terug uit het openbare leven. Anderen verbergen zich in de onderaardse riolen of in kelders. Dit bloedbad heeft een onoverbrugbare wig gedreven tussen Feuillants en Jacobijnen. Verzoening lijkt uitgesloten. Het koningschap wordt weer opgericht. Hij moet het hebben van de steun van de Feuillants, die hij wantrouwt.

Frankrijks geïsoleerde positie in Europa
Het oude Europa en het vernieuwde Frankrijk kunnen niet naast elkaar bestaan. Buiten Frankrijks grenzen trachtten de geëmigreerde edelen de Europese vorsten voor hun zaak te winnen. Koning Gustaaf III van Zweden bijvoorbeeld, vindt het niet belangrijk welke koning er in Frankrijk is, als er maar een koning is. Het is van belang voor alle Europese vorsten dat Frankrijk een monarchie blijft, ja het aloude koningschap moet weer hersteld worden in Frankrijk. De koningin verwacht haar heil van interventie uit het buitenland. De linkse groepen, waaronder Robespierre, Pétion en Marat zijn dan wel naar de achtergrond verdrongen, zij vertolken wel de wil van het volk.

Grote afgang voor de koning
Ondertussen komt de constitutie klaar. Bijna 29 maanden is er aan gewerkt. Een herboren Frankrijk moet er nu zijn. De koning accepteert het maar. In de vergaderzaal is er geen troon meer voor hem, maar een gewone leunstoel links naast de zetel van de president: een grote vernedering! Het is een wankele positie. De koning voelt zich gekwetst en droevig verslagen. Terug in zijn eigen vertrekken laat hij zich op een stoel vallen, slaat snikkend de handen voor zijn gezicht. Parijs viert feest. Er is vuurwerk, men danst rondom de vrijheidsbomen. Op 30 september komt de Grondwetgevende Vergadering voor het laatst bijeen.

Onervarenheid vergadering, gevaarlijk spel koningin
Nu komt de Wetgevende Vergadering in zitting bijeen. 745 leden telt het. Ruim 400 zijn advocaat, zestig zijn nog geen 26 jaar oud! Vrijwel allen zijn onervaren; vrijwel allen bezield met een goede wil. Geen aristocraten, slechts patriotten zijn het! Iemand zegt: ‘Acht eeuwen leven in twee jaar tijd veranderen kan niet anders dan met gruwelijke schokken gepaard gaan.’ De onervarenheid blijkt uit veel dingen. Zo besluit men op een goede dag de titel Sire af te schaffen. Een dag later komt men echter op dit stoere besluit terug, want men meent dat dit toch wat overhaast genomen is. Koningin Marie Antoinette speelt een gevaarlijk spel, door de linkse groepen te steunen. Ze hoopt hiermee de revolutie schade te berokkenen en het buitenland te provoceren tot aanval over te gaan! Ze heeft haar hoop gevestigd op Oostenrijk en Pruisen.

De constitutie geeft geen rust
Op het Franse eiland St. Domingo komen negers in opstand. Alles wat blank en Frans is wordt afgeslacht. Frankrijk kon voortaan fluiten naar de suiker die van daaruit werd geïmporteerd. De constitutie is aanvaard, maar er is nog geen voorspoed, eenheid en blijdschap. Steeds duidelijker wordt dat Frankrijk feitelijk geen centraal gezag meer heeft. Overal is een meer of mindere vorm van anarchie. In november neemt de vergadering een wet aan dat de priesters die de eed weigeren verwijderd moeten worden uit hun woonplaats. De koning gebruikt ondertussen zijn veto’s, onder andere om dit laatste besluit ongedaan te maken, maar weet niet wat hij wil. Hij weet wel wat hij niet wil. De constitutie blijkt niet te vlotten. Het blijft onrustig in Frankrijk.

Oorlog met Europa mislukt, donkere wolken
Steeds heftiger worden de stemmen die op oorlog aandringen. De Girondijnen willen de revolutie verder planten in andere landen. Ook de Feuillants zijn voor oorlog. Echter, Robespierre houdt een indrukwekkend pleidooi voor de vrede. Echter, een belangrijk deel van de Jacobijnen wil ook oorlog. Ook de koningin wil het. Men verklaart de oorlog aan Hongarije en Bohemen. Overal klinkt het àx87a ira!, het zal wel gaan. Hooggestemde vaderlandsliefde zet de patriotten in vuur. Het eerste treffen loopt uit op een nederlaag. Ze proberen door België op te rukken naar de Lage Landen, maar ze worden teruggedreven. Het leger bleek dus niet zo sterk als men dacht. Frankrijk is nu verre van eensgezind, vol achterdocht en onrust, maar ook vervuld van vaderlandsliefde. In de vergadering wordt veel gepraat, veel besluiten genomen, maar tot eensgezindheid komt men niet. De koning laat ondertussen de mis bedienen door priesters die de eed hadden geweigerd! Kan dit? De veto’s van de koning brengen onrust bij de Girondijnen en Jacobijnen. Zij zinnen op revanche. Een jonge officier slaat met verachting het opgeruide volk gade. Zijn naam: Napolione Buonaparte (zijn oorspronkelijke Italiaanse naam, hij is namelijk geboren op Corsica). Donkere wolken pakken zich samen boven Frankrijk.

Monarchisten aan de kant gezet
De hertog van Brunswijk, die op het punt staat Frankrijk binnen te trekken dreigt elke stad die zich verzet in brand te steken. Ook zou Parijs worden weggevaagd als de koning ook maar iets zou overkomen. Heel Europa spreekt schande van deze overmoed. Zijn bedreiging heeft in Frankrijk een averechtse werking. Waarschuwingen om te vluchten slaat de koning in de wind. Parijs is in onrust. Veel bloed vloeit. Het parlement schorst de koning; plakkaten worden aangeplakt in de hoop dat het woelige Parijs hierdoor tot rust zal komen. Een nieuw ministerie wordt benoemd: de Jacobijnen en Girondijnen krijgen de teugels in handen. Danton wordt minister van Justitie, Robespierre en Marat zijn invloedrijker dan ooit. Zij willen een nieuwe orde invoeren. Het volk van Parijs heeft de macht in handen gekregen en haar voormannen zullen volgens haar wil regeren. Overal in de stad worden de standbeelden van de Franse koningen omvergetrokken. De koning wordt in gijzeling gehouden: ‘Leve de natie!’

Totale anarchie in Parijs: de septembermoorden
Nu komt ook de leuze Vrijheid, gelijkheid en broederschap op. Het Franse koningschap is niet meer. De koning zit opgesloten in de Temple. Zijn veto’s zijn ongedaan gemaakt. De hertog van Brunswijk rukt op naar Parijs. Het land is in gevaar! Nu is Frankrijk in rep en roer. Lafheid, weergaloze moed, menselijke hartstochten die worden wakker geroepen, haat, liefde, wraakzucht, vergevingsgezindheid, angst, vertrouwen: het zijn chaotische dagen. De gemeenteraad van Parijs legt onder aanvoering van Robespierre een gefrustreerd parlement zijn wil op. Koppen rollen nu, door de guillotine. De Parijse gemeenteraad gaat zich verantwoordelijk voelen voor heel Frankrijk. Koningsgezinden worden massaal een kopje kleiner gemaakt. Het bloed stroomt over de straten van Parijs. Totale anarchie heerst er. Parijs ligt vijf dagen in de greep van terreur en bloed. Vijf dagen lang spreken geïmproviseerde gerechtshoven vonnissen uit over hun stadgenoten en laten hen slachten door medeburgers, wier laagste instincten zich ongeremd botvieren. Het culturele leven gaat gewoon door; schouwburgen en restaurants draaien niet minder goed als anders. Vruchteloos probeert het gemeentebestuur in te grijpen.

Een nieuw tijdperk
Veel leiders laten de volksterreur toe. Dit is immers een probaat middel om zich van de macht te verzekeren? Deze septembermoorden hebben de revolutie van haar gruwelijkste kant laten zien. De hertog van Brunswijk, die dacht dat het optrekken naar Parijs een wandeling zou zijn, krijgt te maken met slecht weer en onverwachte tegenstand. Dit is een keerpunt in de strijd: Frankrijk bevindt zich niet langer in dodelijk gevaar en de revolutie kan ongehinderd haar loop vervolgen. Een nieuw tijdperk is aangebroken. Eensgezind blijkt de Conventie nu bereid het koningschap af te schaffen. ‘Vive la république!’ De aanspreektitel is geworden ‘burger’ of ‘burgeres’. Vrijheid, gelijkheid en broederschap zijn de idealen. Er moet weer een nieuwe constitutie opgesteld worden, zo vindt men.

Wat moet er met de koning gebeuren?
In de conventie staan nu 35 procent Girondijnen tegenover 39 procent Jacobijnen. De koningsgezinde middenpartij profiteert hiervan. Het zal strijd worden op leven en dood. De conventie sleept zich maanden achtereen voort. Van het front komen goede berichten: De Oostenrijkse Nederlanden worden veroverd, Brussel wordt ingenomen. De Nationale Coventie verklaarde ‘uit naam van de Franse natie dat zij broederschap aanbiedt en hulp wil geven aan alle volkeren die vrijheid nastreven.’ Iedereen houdt zich bezig met de vraag: wat moet er met de koning gebeuren? De koning en zijn vrouw vinden kracht in hun geloof. Ze bidden veel en voelen zich hierdoor gesteund en getroost. Op Marie Antoinette drukt de eenzaamheid zwaarder: haar sterke geest staat geen berusting toe; haar trots en temperament kunnen zich niet schikken in willoos afwachten. Haar grootste zorg betreft haar kinderen: zullen die gered kunnen worden uit de klauwen van de patriotten?

Kleine afstand tussen troon en schavot
Lodewijk weet dat de afstand tussen troon en schavot klein is (Karel II van Engeland!). De koning wacht intussen af, hij heeft geen haat, verzet zich niet. Het enige wat hij altijd wilde was het goede voor het volk. Hij staat elke morgen vroeg op, bidt een uur, ontbijt, leest en houdt de besluiten van de conventie in de gaten. Het hongerige Franse volk dat de schuld van een lege maag op een zondebok wil afwentelen, begint steeds harder te roepen om zijn bloed. In stilte bereid hij zich voor op een wisse dood. De conventie heeft drie dagen nodig om tot een beslissing te komen. Een levende koning, al is hij afgezet, zal altijd een middelpunt blijven dat onrust en opstand zaait, zo vindt men. Sommigen, waaronder de Amerikaanse gezant Thomas Jefferson, doen er alles aan de koning naar Amerika te laten vluchten.

Moedig de dood tegemoet
Intussen komen er brieven boven water waaruit blijkt dat het hof dubbel spel heeft gespeeld. Als gevolg hiervan worden Mirabeau’s beenderen, nu een verrader, herbegraven. Men vindt dat ook de koningin, die in deze zaak betrokken was, verraad heeft gepleegd. Dit helpt de conventie aan een beslissing. Met een eerlijke, indrukwekkende redevoering maakt Robespierre een eind aan het geharrewar of de koning berecht zal moeten of mogen worden. De burger Louis Capet, ooit koning, wordt uit de Temple gehaald en verschijnt voor de Conventie. Hij ondergaat alles gelaten. Vlak voor de executie wordt gevraagd wat de koning nog wil. ‘Brood’, zegt hij. Wat een vernedering! De koning wacht een droevig lot. Hij mag zelfs zijn eigen familie niet meer zien. Diepbedroefd kijkt de koning de commissaris aan, die hem dit meedeelde; nu wellen tranen in zijn ogen op. Hij wordt nu opeens een tiran en verrader genoemd. Hij is een zondebok geworden van alle ellende. Hij neemt afscheid van de wereld, vraagt vergeving voor wie hij verkeerd behandeld heeft, schenkt zijn vijanden vergiffenis, legt getuigenis af van zijn geloof. Hij vraag zijn vrouw en kinderen nooit te wreken. Hij schrijft zijn testament in eenvoudige en zachtmoedige woorden.

Onschuldig ter dood gebracht
Lodewijk had op 24-jarige leeftijd de troon bestegen, had altijd een voorbeeld gegeven in levenswandel, maakte zich niet schuldig aan hartstochten, was een oprechte vriend van het volk, bewerkstelligde hervormingen, gaf vrijheid. De meerderheid (van zes stemmen) is voor de doodstraf. De drie dagen durende vergadering vindt plaats in verhitte stemming. Toch mag hij zijn familie weerzien, om afscheid van ze te nemen. Anderhalf uur neemt hij hiervoor de tijd. Omhelzingen, tranen, hakkelende woorden. Op het schavot wordt zijn haar geknipt en zijn handen op de rug gebonden. Hij sprak: ‘Fransen, ik sterf onschuldig. Van het schavot af en op het punt voor God te verschijnen zeg ik u dit. Ik vergeef mijn vijanden. Ik hoop dat mijn bloed Frankrijk nooit zal…’ Hij kan de zin niet afmaken. Hij wordt op de guillotine gelegd; het mes suist neer: ‘Klak!’ en zijn leven is ten einde. Slechts een enkeling beseft de verstrekkende gevolgen van deze terechtstelling. Aan vijf eeuwen koningschap was een einde gekomen.

SAMENVATTEND – Het koningschap beetje bij beetje afgepeld
De vlucht van de koninklijke familie mislukt; hij wordt ontdekt in Varennes. Hij wordt teruggebracht naar Parijs en de meerderheid van de vergadering blijft hem trouw. Op 3 september 1791 wordt de nieuwe grondwet goedgekeurd. De koning krijgt de uitvoerende macht, gedekt door de ministers. De wetgevende macht krijgt de vergadering, die het nieuwe machtscentrum van de nieuwe maatschappij gaat vormen. Talloze compromissen moeten gesloten worden. Er is een diepe kloof tussen de vergadering en de publieke opinie. Er ontstaat een buitenparlementaire oppositie. Op 20 april 1792 verklaart de Assemblee de oorlog aan Oostenrijk en haar bondgenoten. Het nieuws van een ongelukkige afloop doet het revolutionaire enthousiasme opnieuw ontwaken. In augustus 1792 besluit de vergadering haar ontbinding en de verkiezing van een Nationale Conventie. Één van haar eerste daden is de afschaffing van het koningschap (21 september 1792). Dit wordt het jaar 1 van de republiek (er wordt namelijk een nieuwe jaartelling ingevoerd). De maanden krijgen andere namen. De radicalen worden de Montagnards genoemd, de gematigden de Girondijnen. Daartussenin is een grote groep onafhankelijken. Op 14 januari 1793 veroordelen 387 tegen 334 afgevaardigden de koning tot de doodstraf. Op 21 januari valt zijn hoofd in de mand.

Weinig succes in Europa
Engeland wijst het Franse gezantschap uit. Oorlog met Engeland is onvermijdelijk geworden. De Girondijnen zijn aan de macht gekomen, maar hun prachtige volzinnen kunnen de hongerige magen nog niet vullen! Er heerst verbittering in de harten, en geen broederschap. De Jacobijnen weten dat ze gesteund worden door het Parijse volk en worden steeds feller. Aan de grenzen staat heel Europa klaar om af te rekenen met het revolutionaire Frankrijk. Maar Frankrijk is sterk. Breda wordt veroverd, Dordrecht dreigt eraan te gaan. De patriotten in de Lage Landen lijken een goed instrument om de Franse macht te vestigen. Maar, alles loopt anders. Bij Aken worden de Franse troepen teruggedreven. De oorlog krijgt voor Frankrijk een ongelukkige wending. Mainz wordt bedreigd, de Rijnstreek wordt verlaten door de legers. Mensen die willen emigreren worden gezien als verraders en het wordt hen bijna onmogelijk gemaakt. Slagen ze er toch in, dan worden al hun bezittingen verbeurd verklaard. Veel aristocraten bereiken na hachelijke avonturen het buitenland. De guillotine suisde ondertussen ongenaakbaar door. Tot barstens toe vol raken de gevangenissen.

De Jacobijnen op het hoogtepunt van hun macht
De Girondijnen beginnen op 11 april 1793 een strijd om de macht. Maar Robespierre houdt vol. Hij probeert het volk achter zich te houden door gunstige maatregelen. Robespierre laat in de vergadering luid zijn beschuldigingen horen, laakt het gedrag van de Girondijnen. ‘Dood aan de Girondijnen! Leve de Republiek!’ klinkt het even later. De Girondijnen worden gearresteerd. Maar elders in het land komen hun aanhangers in verzet tegen deze dictatuur van de hoofdstad. In Parijs gaat men zingend over de straten. De republiek is gered, en dat dankzij Robespierre, Marat en Danton. Nu zal alles beter worden. Maar het gaat hard tegen hard en zo blijft het. De Jacobijnen hebben de macht in handen in de conventie. Met Robespierre als leider rust nu op hen de onvoorstelbaar zware taak Frankrijk zowel tegen de binnenlandse vijanden als daarbuiten te verdedigen. Er komt weer een nieuwe constitutie, algemeen kiesrecht wordt afgekondigd voor iedere man van 21 jaar en ouder. Maar vanwege de gevaarvolle toestand worden er nog geen verkiezingen gehouden. Eerst moet de vrede binnen de landsgrenzen worden hersteld. Het is een geluk voor Frankrijk dat Pruisen, Oostenrijkers en consorten de oorlog met weinig geestdrift voeren.

Alsof het allemaal nog niet erg genoeg is…
Werkstakingen worden verboden. Wie niet voor de Jacobijnen is, is tegen hen. De revolutionaire gerechtshoven werken snel en doeltreffend om elke tegenstander, hoe weinig betekenend ook, weg te ruimen. Frankrijk is nu één groot militair kamp, dat zich opmaakt om slag te leveren tegen de vijanden binnen en buiten de grenzen. Wreedheid, lafheid, verraad en wraakneming vieren hoogtij. Spionnen gaan door de straten. Wie verdacht wordt is verdacht en zal hangen! Voller en voller worden de gevangenissen. Het gerechtshof kan het werk niet meer aan en splitst zich in onderafdelingen. Ook al is Frankrijk nu toneel van terreur en geweld, toch wordt Frankrijk op deze manier gered door de Jacobijnen.

Ook de koningin moet eraan
Marie Antoinette (geboren in Wenen), de weduwe van wat eens de koning van Frankrijk was, wordt ook berecht. Nu heet ze weduwe Capet. Toen ze als 15-jarige naar Frankrijk ging om te trouwen met de koning, had ze aan de grens gezegd: ‘Van nu af versta ik alleen nog Frans’. Zij moest een middel zijn van het Franse koningshuis om samen met Oostenrijk een revancheoorlog tegen Engeland te beginnen. Niets van dat alles. Ze is nu, na 23 jaar, een gebroken vrouw. Van haar vroegere vrolijkheid en geluk is niets overgebleven. De uitslag van het proces tegen haar staat bij voorbaat vast. Verraad aan Frankrijk, dus de doodstraf. Op 16 oktober 1793 komt een einde aan haar leven.

Nog meer geweld
22 Girondijnen horen de doodstraf tegen zich eisen. Hun misdaad? Ze zijn geen Jacobijn. Rondom het schavot jubelt het volk, dat door alle ellende, angst, oorlogsdreiging en opstanden zijn verstand verloren heeft. Frankrijk wordt omkneld door de greep van de terreur. Iedereen die enkel verdacht heet, wordt omgebracht. Wie zal zeggen hoeveel hoofden er in de manden zijn gevallen in deze jaren? Dagelijks drommen mensen samen op de pleinen waar de guillotines staan. Het bevredigt een pervers instinct. ‘Klak!’ Daar rollen de hoofden van oud-ministers, generaals, weerspannige priesters, filosofen, profiteurs: talloze mannen en vrouwen. Voor de guillotine gelden geen vragen naar eer en geweten. Frankrijk bevindt zich in de greep van terreur. De guillotines kunnen het werk niet meer aan. Hele schepen worden volgeladen en in diep water tot zinken gebracht. ‘Leve de Republiek! Dood aan de verraders!’

Waag het niet iets van deze terreur te zeggen!
Een deel van het volk begint het hoofd beschaamd af te wenden, raakt vervuld van walging, maar zwijgt uit angst. De republiek moet over lijken de vrijheid bereiken. Terreur is aan de orde van de dag en Frankrijk tolt als een bezeten dier in het bloed van haar eigen zonen. Maar hoe dan ook: er is nu tenminste een regering. Voor het eerst in vele jaren worden er besluiten genomen en werkelijk uitgevoerd. Redelijker belastingen worden geheven, maar een leger van spionnen en politietroepen gaat speurend zijn weg. Waag het niet de terreur te veroordelen, want dat gaat je hoofd er ook aan!

De Godin van de Rede
Robespierre is nu één van de grote mannen. Hij is voorstander van een republiek van deugd, van een wereld zonder onderdrukking, geeft zich ten volle om zijn idealen te verwezenlijken. Hij schuwt terreur niet, maar is tegen massamoorden. Hij durft echter geen einde aan de terreur van aanklagers Hébert en Chaumette te maken. Hoewel er dus een golf van terreur over het land gaat, is menig maatregel tot heil voor het land. Onderwijs, kunsten en wetenschappen kunnen hun vleugels uitslaan, krankzinnigen en doofstommen valt voor het eerste een menselijker behandeling ten deel. De bisschop van Parijs, Gobel, werpt zijn priestermantel af. Er is slechts één republiek, er is slechts één God: het volk! Het Feest van de Rede wordt gevierd. De Godin van de Rede, Candeille, wordt gadegeslagen. Pastoors met hun jonggetrouwde nonnen dansen mee. Vrijheid! Het juk van de oude normen, oude spelregels, oude formules is afgeworpen. Kerken worden geplunderd. Bevrijd van de biecht en van schuldgevoelens stort men zich ongeremd in de roes van de nieuwe tijd.

Robespierre steeds meer in isolement
Terreur: angst krijgt zijn wurgende greep op alle mensen tot in de hoogste rangen. In de conventie is het rustig: het heilig vuur raakt verdoofd door angst. Een jonge majoor van de artillerie laat in het buitenland zien een uiterst kundig officier te zijn: Napoleon Bonaparte. De verschrikkelijke gebeurtenissen in Frankrijk verbijsteren heel Europa. Terreur, steeds opnieuw splitsingen van partijen, ieder heeft zo langzamerhand een eigen mening, die onverdraaglijk is met een andere mening. Wat moet het worden met Frankrijk? Camille Desmoulins, Danton en anderen keren zich steeds moediger tegen de terreur. Er ontstaan aparte vergaderingen; men raakt verwijderd van elkaar. Hébert, Chaumette staan tegenover Danton en Camille Desmoulins, terwijl Robespierre zich tussen hen in bevindt en zijn positie behoedzaam verbetert. Hébert en de voormannen worden op een kwade dag van hun bed gelicht en gevangengezet. Aanklager Chaumette kan zijn werk gaan doen. Ook de constitutionele bisschop van Parijs, die niet in God, maar in de vrijheid wilde geloven, gaat achter tralies, omdat de revolutie zich puur wil houden en Robespierre gekant is tegen het verbranden van kerken en afschuw voelt voor het atheïsme!

Zo’n beetje alle tegenstanders van Robespierre gaan er aan
Danton en Camille Desmoulins voelen zich winnaars. Ze durven kritiek te geven op de leden van het comité, zelfs op Robespierre. Zij onderschatten het gevaar. Danton wil geen bloed meer zien. Hoewel hij zelf ook een groot aandeel had in de dood van vele van zijn tegenstanders, hij gaat er nu van walgen. Vroeg in een morgen wordt Danton ook van bed gelicht. Met hem worden Camille Desmoulins en anderen opgesloten. Allen komen ze op de plank terecht. 12.000 mannen, vrouwen en kinderen zitten intussen in de gevangenissen. De tribunalen kunnen het niet meer aan. Zelfs in de kring van de Jacobijnen spreekt men hier schande van. Er is echter geen weg meer terug in de republiek, die zichzelf wil zuiveren. De beroemde scheikundige Lavoisier smeekt om veertien dagen uitstel, omdat hij enkele proeven moet afmaken. Baanbrekende ontdekkingen jagen door zijn knappe kop. Hij krijgt zijn uitstel echter niet. ‘Klak!’ Zijn hoofd vol waardevolle scheikundige formules rolt in de mand. Frankrijk dood haar eigen toekomst… De karren, de dodenritten, rijden door de straten, vol met hoofden en lichamen. Herhaaldelijk worden de routes veranderd; het volk raakt verzadigd, krijgt er een afschuw van; keer op keer verhuizen de guillotines omdat zelfs de hardste harten beginnen te breken onder het geklak van het mes. In Parijs mompelen stemmen. Ze laten hun afkeer van het schrikbewind van Robespierre en de zijnen blijken…

Het Feest van het Opperwezen!
De resten van Rousseau worden in het Pantheon bijgezet. Zijn geest waart nog steeds rond. Zijn geschriften hebben menig mensenhoofd vervuld en op hol doen slaan. Intussen blijven mensen zoeken naar de zin van hun bestaan, in dit ‘dodelijk tijdsgewricht’. Er wordt een grote leegte gevoeld. Het katholieke geloof was afgeschaft, maar leefde toch verder in de harten. Robespierre doorgrondde dit. Daarom proclameerde hij: ‘Het Franse volk erkent het bestaan van het Opperwezen en de onsterfelijkheid van de ziel’! Nu komt er het Feest van het Opperwezen. Voor Robespierre een grote dag. Maar alom zijn spottende opmerkingen te horen. In het buitenland spreekt men steeds meer met ontzag over deze man. Hij schepte immers orde uit chaos? En hij gelooft in een Opperwezen en dat mag na alle godloosheid als winstpunt worden gezien Maar Robespierre’s natuurgodsdienst is feitelijk heidendom!

Terreur gaat onverminderd door
De wilde dagen van de revolutie lijken voorbij. Maximiliaan Robespierre: zijn ster is hoog gerezen. Een vrouw denkt dat hij de zoon van God is, die een nieuwe aarde zal voorbereiden. Rondom Robespierre zijn echter mannen die hem wantrouwen, hem verwijten dat hij streeft naar de oppermacht; het zijn de lieden die bevreesd zijn voor hun eigen leven. Een nieuwe wet komt er: het tribunaal mag nu geheel naar willekeur handelen, zelfs zonder bewijzen. De dood moet het huidige gezag grondvesten. Een nieuwe golf van terreur, verdachtmaking en angst komt op over de bestuurders van Frankrijk. Er komt een lijst in zwang waarop namen van tegenstanders staan. Ieder vraagt zich af of hij of zij ook op die lijst staat. Het aantal aangiften van verdachten loopt nog dagelijks op. Mannen geven zelfs hun eigen vrouw aan. De terreur lijkt een probaat middel om aan persoonlijke veten voorgoed een einde te maken. Wil je van je vrouw af? Nou, geef haar dan aan!

De conventie keert zich tegen Robespierre
Ook Robespierre begint voor zijn leven te vrezen! Hij is neerslachtig, bedrukt, houdt zich in afzondering. Op 26 julie houdt hij een emotionele rede voor de conventie: hij kondigt het einde van al het bloedvergieten aan. Een paar personen moeten nog gestraft worden, zoals Cambon, de minister van Financiën. Deze staat boos op. Hij speelt alles of niets: ‘Alvorens onteerd te worden, wil ik me richten tot geheel Frankrijk. Het is tijd, hoog tijd, de waarheid te zeggen: één man alleen houdt de conventie in angst geketend. Die man is Robespierre!’ Het hoge woord is eruit! Bijval, applaus, kreten weerklinken. De wilde tonelen van weleer keren terug. ‘Heb toch de moed de namen te noemen van hen die je beschuldigd!’ wordt geroepen. Robespierre ruimt ontdaan, gegriefd, vernederd het veld. Een deel van de conventie is tegen hem in opstand gekomen. Een aantal leden van de comités hebben zich nu openlijk tegen hem gekeerd. Onrustig Parijs wacht vol spanning af wat de volgende dag zal brengen. Al om 4 uur ’s ochtends begeven Parijzenaars zich op pad om zich een plaats op de tribunes te verzekeren. Een onrustige nacht vol spanning, vol vrees en ijdele hoop, vol geruchten, vol orders en tegenorders glijdt langzaam voorbij. Een nieuwe dag is aangebroken.

De tragische terechtstelling van Robespierre
De droom van Robespierre, een nieuw Frankrijk, ziet hij verzinken. Zal hij zijn eigen ideologie overboord gooien om eigen leven te redden, door de Nationale Garde te laten ingrijpen? Nee. Door zijn weigering toont Robespierre zijn grootheid. De volonté générale, de vrije volkswil, zal ook nu moeten beslissen. In bange afwachting zit hij met zijn vrienden bijeen. Het is één uur in de nacht. Er is geen hoop meer. Ze zitten bijeen: in de steek gelaten, met een stellige dood voor ogen. Hun wereld ligt in duigen. Robespiere heeft een revolver meegenomen. Zijn hand is niet zo vast. De kogel verbrijzeld slechts zijn onderkaak en gaat niet door zijn hoofd. Bloedend stort Robespierre neer. Men snelt toe, legt hem op een tafel. In een voorvertrek van de conventie ligt Maximiliaan Robespierre, 35 jaar oud, op een tafel. Een militaire dokter heeft hem onderzocht, hem de tanden uit de verbrijzelde kaak getrokken en hem verbonden. Robespierre is nu opgekalefaterd om zijn straf te kunnen ondergaan. Hij wordt beledigd, gesard, lijdt vreselijke pijn. Nog diezelfde dag volgt de veroordeling. Nog diezelfde dag rijden tegen zes uur in de middag. Maximiliaan Robespierre lopot op eigen kracht het schavot op. Zijn prachtige, lichtblauwe jas is met bloed besmeurd. Hardhandig rukt de beul hem het verband af. Even gilt hij het uit van de pijn: een climax van pijn na zeventien uur lijden. Het is een walgelijke vertoning, door een opgetogen volk, murw van alle verschrikkingen, juichend aanschouwd. ‘Klak!’ Het bloedende hoofd van Robespierre wordt getoond. ‘Leve de Republiek. Leve de conventie!’ Robespierre, die de verantwoordelijkheid droeg voor talloze wreedheden, voor talloze onnodige terechtstellingen, is niet meer. Hij heeft het raadsel van zijn leven, waarin idealen en praktijk twee gescheiden werelden vormden, meegenomen in zijn graf. Zijn graf lijkt groot genoeg om er alle haat en alle tweedracht, alle terreur in te begraven. Het is de 28e juli 1794. Aan het schrikbewind is een eind gekomen. En wat nog belangrijker is: de revolutie is tot staan gebracht!

Na Robespierre
Er is veel veranderd. De conventie is oppermachtig geworden, de comités boetten aan invloed in, een roes van genade doet de gevangenissen leegstromen. Zelfs adellijke emigranten keerden terug. Robespierre en zijn mannen gingen als bloeddorstige dieren bekend staan. Maar niemand zal onthouden dat zij de revolutie hebben gered; dat zij de republiek hebben verdedigd tegen een oppermachtige vijand. Dankzij de terreur. De Jacobijnen waren tot zwijgen gedoemd, tweederangs volksvertegenwoordigers nemen het over. Kerk en staat werden weer gescheiden, de katholieken wierpen zich op de protestanten. De dood van Robespierre heeft alom verwarring en chaos tot gevolg gehad. Slechts het leger stond nog goed. Op alle fronten behaalden de Fransen dan ook glorieuze overwinningen. Over het ijs wordt Nederland ingenomen. De vrijheidsboom wordt op de Dam in Amsterdam geplant. Geen idealen, maar economische en militaire noodzaak spelen nu bij de Fransen de hoofdrol.

Toch weer koningschap?
Nog steeds is er roep naar brood. Er vallen weer doden. Onrust in Parijs. Zal het volk opnieuw de wapens grijpen? De guillotine treedt opnieuw in werking. De koningsgezinden hebben hoop. Zou de weg open liggen voor de kroonprins? Hij sterft echter. Hij was gevangen in de Temple onder weerzinwekkende omstandigheden. Zodra het nieuws van zijn dood bekend wordt, roept de Comte de Provence zich in Verona uit tot koning Lodewijk XVIII. ‘Leve de koning!’ Er worden verkiezingen gehouden. De meerderheid spreekt zich verbazend genoeg uit voor de nieuwe constitutie en de nieuwe staatsvorm. Maar meteen blijkt dat er is geknoeid met de stemming! Tijdens wilde debatten staat de 26-jarige Napoleon Bonaparte op. Hij is bereid de opstand te dempen. En het lukt. Hij wordt daarop in de conventie luid toegejuicht. Hij wordt benoemd tot generaal voor het binnenland. Frankrijk is een republiek gebleven. De Raad van Vijfhonderd, de Raad van de Ouden en de Directoire van vijf man moeten nu het schip van staat bemannen.

SAMENVATTEND – Terreur tot staatsdoctrine
In 1793 komt er rebellie tegen de republiek en de revolutie. De verplichte rekrutering van soldaten viel niet in goede aarde. De boerenbevolking onderging nog steeds de economische crisis, werkloosheid en prijsstijgingen. De Girondijnen verloren hun invloed mede door het verliezen van de oorlog met Oostenrijk, een oorlog die zij steunden. De Montagnards en de Sansculotten krijgen de macht in de conventie. Er komst een nieuwe grondwet. De gematigden worden geweerd en de radicalen nemen het over. Nu volgt de periode van het schrikbewind. Tegenstanders uit elke hoek worden ter dood gebracht. Onder leiding van Robespierre wordt de terreur met groot succes een staatsdoctrine.

De opkomst van Napoleon
Robespierre wordt op 27 juli 1794 gearresteerd en later terechtgesteld. De rol van de Montagnards is uitgespeeld. De leidende posities worden nu ingenomen door de republikeinse, gegoede burgerij. Een nieuwe grondwet komt er op 17 augustus 1795. De burgerij versterkt haar positie. De nieuwe grondwet installeert het Directoire en komt met een tweekamerstelsel, met 500 afgevaardigden en 250 senatoren. Het nieuwe regime moet afrekenen met zowel royalisten als overgebleven Jacobijnen. Het leger wordt ingezet om rellen en contrarevolutionaire activiteiten te onderdrukken. De macht van de succesvolle generaal Napoleon Bonaparte groeit. Zijn successen maken hem steeds populairder bij het volk, dat ontevreden is over de regering. Met de machtsovername van Napoleon (als consul) in 1799 werd de Franse Revolutie officieel en voorgoed tot staan gezet.

Gepubliceerd in mei 2007