De geschiedenis van het Midden-Oosten

n.a.v. Jan van Oudheusden, De geschiedenis van het Midden-Oosten in een notendop, Amsterdam 2005

Constantinopel wordt Istanbul
Sinds het Romeinse Rijk had de wereld niet meer zo’n groot rijk gezien als het Ottomaanse Rijk in 1600. De verovering van Constantinopel in 1453, de verbindende schakel tussen oost en west, gaf een geweldige prestige. De stad werd Istanbul genoemd en werd nieuwe hoofdstad. In 1600 was nog maar 32 procent van deze stad christelijk. Christenen en Joden kenden in het Ottomaanse Rijk een betrekkelijk ruime mate van vrijheid. De kruistochten waren afgelopen; het was nu tijd voor een nieuwe jihad in Europa. Hongarije, Slovenië en Kroatië werden veroverd, men belegerde Wenen drie jaar lang (vanaf 1683). Het Safavidenrijk in Iran was een grote vijand van het Ottomaanse Rijk. Ze hebben altijd in zekere mate hun zelfstandigheid kunnen behouden. De strijd om het bezit van Irak werd gewonnen door de Turken. In 1534 namen ze Bagdad in. In dezelfde tijd werden Syrië, Egypte en een deel van Saoedi-Arabië veroverd. Ze wisten de heilige steden Mekka en Medina in te nemen. Ook de eilanden Rhodos, Cyprus en Kreta kwamen in Turkse handen. Heel Noord-Afrika tot aan de grenzen van Marokko maakte deel uit van het rijk, en dat zou zo blijven tot in de 19e eeuw.

Na successen stilstand
Tot 1600 kozen de Turken hun opvolgers uit een select groepje prinsen uit het huis Osman. Werd jij uitgekozen, dan was het eerste wat je deed al je broers doden. Na 1600 kwam een einde aan deze praktijk. Het sultanaat ging over op de oudste zoon. Veelbelovende jongelieden werden aan het gezag van hun ouders onttrokken in werden in speciale scholen opgeleid en werden de belangrijkste mannen in het rijk na de sultan. Hun leven lang echter behielden ze de status van slaaf van de sultan, maar zij baadden in weelde. Het was Rusland die voor de eerste barsten in het Rijk zorgde; tsaar Peter de Grote wist de noordkust van de Zwarte Zee en het schiereiland de Krim te veroveren. Ook mochten Russische schepen vrij door de Bosporus en Dardanellen varen. Na 1800 drongen ze ook door in de Kaukasus. Het Ottomaanse Rijk raakte in stilstand. Ze reisden niet naar het Westen om nieuwe ideeën op te doen. Terwijl daar een vloedgolf van nieuwe denkbeelden en uitvindingen zijn intrede deed, kwam er in de moslimwereld een eind aan onafhankelijk, empirisch onderzoek. De Europeanen, ooit de leerlingen van de beroemde moslimwetenschappers, waren nu de leraren geworden. De sultan ging intussen door in een exorbitante hofhouding; op sommige momenten waren er meer dan driehonderd koks nodig voor de maaltijden.

Nationalisme
In 1798 verschijnt Napoleon plotsklaps in Egypte. Zonder veel moeite weten de Fransen deze provincie te veroveren. De expeditie was tegen Engeland gericht, dat zo van het Aziatische deel van zijn imperium kon worden afgesneden. Het probleem, dat het Rijk een lappendeken vormde van etnische groeperingen, kwam in de 19e eeuw goed aan het licht; het nationalisme zorgde voor veel onrust. Griekenland werd in 1830 zelfstandig. Het landje telde nog maar 800.000 inwoners, terwijl er niet minder dan 2,4 miljoen Grieken onder Ottomaanse heerschappij bleven. Uit angst dat meer landen dit voorbeeld gingen volgen, gaf de regering aan christenen gelijke rechten. Echter, de kracht van het nationalisme was te groot. Op de Balkan bijvoorbeeld. Ondertussen brachten de legerkosten het land in een bankroet. Na een oorlog tegen Rusland in 1877-1878 gingen Roemenië, Bulgarije, Servië, Montenegro, Bosnië-Herzegovina en Cyprus verloren. In 1912-1913 slaagde Griekenland erin Thracië en Macedonië te veroveren.

Westers imperialisme
Ook Noord-Afrika ging verloren door het moderne imperialisme. In 1869 vond de opening van het Suezkanaal plaats. Dit kanaal betekende een enorme toename van het strategische belang van de hele regio. Engeland wist de aandelen van het Suezkanaalmaatschappij te kopen, waardoor de Britse vlag kwam te wapperen langs het kanaal. Men moest nog wel een revolte de kop indrukken. Daarom was er een bezettingsperiode tot 1956. Groot-Brittannië veroverde ook Cyprus, Soedan en enkele steunpunten aan de Rode Zee en de Perzische Golf zoals Bahrein, Maskate en Koeweit. Stuk voor stuk waren het steunpunten voor de Britse schepen aan en naar India. Zo nestelde wereldmacht nummer één zich stevig in het Midden-Oosten. Frankrijk plantte zijn vlag in Maghreb, Algerije, Tunesië, Marokko en steunde christelijke minderheden in Syrië en Libanon. Italië bezette Libië. Heel Noord-Afrika was buiten de macht van Istanbul komen te liggen. Omstreeks 1880 werd het Rijk ‘de zieke man van Europa’ genoemd; ze waren politiek en economisch vrijwel in handen gevallen van Europese mogendheden.

Turkficatie en arabisme
Velen in het Ottomaanse Rijk wilden verandering. Dat kwam dan ook, in de vorm van ‘turkificatie’. Men wilde modernisering van de staat, een parlementaire democratie. Maar in plaats daarvan kwam er een militaire dictatuur. Ze onderdrukten nationalistische groepen als Albanezen en Armeniërs, die in actie kwamen tegen wat zij ervoeren als een harde politiek van turkificatie. De Arabieren vormden de grootste etnische groepering binnen het Rijk. Er ontwaakte een Arabische zelfbewustzijn, ‘arabisme’. Westerse mogendheden vonden dit een goed middel om het Ottomaanse Rijk van binnenuit te verzwakken.

Eerste Wereldoorlog; Armeense genocide
De Eerste Wereldoorlog, de ‘moedercatastrofe’ was voor het Midden-Oosten een breukvlak. Het Westen nam het gebied onder beheer, er kwamen nieuwe staten, het belang van olie werd evident en Palestina werd een nationaal tehuis voor Joden. Het Ottomaanse Rijk koos de zijde van Duitsland in de oorlog. Zo kwam het tegenover Rusland, Engeland en Frankrijk te staan. De verwachtingen waren hooggespannen. Eindelijk konden ze af van die westerlingen in de regio. Maar het pakte anders uit. In 1915 leden de Turken zware verliezen. Kort daarop namen de machthebbers wraak op de Armeniërs, een etnische minderheid die zij wantrouwden als mogelijke helpers van de Russen. Men deporteerde ze naar de Syrische woestijn. Het was een dodenmars. Het gaf sein voor massaslachtingen. Tussen de 600.000 en 1.000.000 Armeniërs vonden de dood, en in latere jaren nog eens honderdduizenden. Tot op de dag van vandaag interpreteert Turkije deze genocide anders.

Begin moeilijkheden rondom Palestina
In 1918 ontmoetten Britse en Arabische troepen elkaar en werden ze juichend onthaald door het Arabische volk, die ze zagen als de bevrijders van het Turkse juk. Maar de Britten hadden eigen plannen met het Midden-Oosten. De Fransen weer andere plannen. Het gebied was te rijk aan olievoorraden en lag te strategisch om het aan de Arabieren cadeau te doen. Bovendien moesten de christelijke minderheden beschermd worden. Er werd een geheime afspraak gemaakt: Frankrijk zou een invloedsfeer krijgen in Syrië en Libanon, en Engeland een landverbinding tussen de Middellandse Zee en de Perzische Golf, ongeveer het gebied van Palestina tot en met Irak. Omstreeks dezelfde tijd stelde Groot-Brittannië de Arabieren nog voor een ander voldongen feit: de Balfourverklaring. Die ging over een Joods nationaal tehuis in Palestina. Deze brief zou vijf oorlogen, tienduizenden doden, een miljoen vluchtelingen en spanningen tussen de supermachten ten gevolge hebben! De brief bevatte een tegenstrijdigheid: enerzijds een belofte van een stichting van een Joods nationaal tehuis, anderzijds de belofte dat de rechten van de niet-Joodse gemeenschappen moesten bewaard blijven.

Zionisme
De Engelse premier Balfour kwam tegemoet aan de wensen van de zionistische beweging in de 19e eeuw. Vanwege de pogroms en andere uitbarstingen van Jodenhaat in Europa werd dit gedaan. Veel Joden verkasten al naar Amerika vanwege de vervolgingen. De eersten die naar Palestina kwamen, kwamen in 1882. De zionistische beweging was toen nog ongecoördineerd. Theodor Herzl uit Wenen was een voorman. Bij elk paasfeest spreken Joden de wens uit ‘Volgend jaar in Jeruzalem’. Voor hem werd het werkelijkheid. Hij ontwierp de vlag: een gebedsdoek met een blauwe davidsster en koos het volkslied: het Hatikwa.

Zolang in het hart van binnen
Een Joodse ziel levendig is
En naar het oosten vooruit
Het oog naar Zion kijkt
Is onze hoop nog niet verloren
De hoop die al tweeduizend jaren leeft
Een vrij volk te zijn in ons land
Het land van Zion en Jeruzalem

Herzl sprak over Palestina als ‘een land zonder volk voor een volk zonder land’: een fataal misverstand! Een andere zionist was Chaim Weizmann. Het leek nog even goed te gaan toen Weizmann een Joods-Arabische samenwerking overeenkwam met een Arabische vorst. Echter, toen kwam 1920…

Mandaatgebieden
De Franse premier Clemenceau wilde niets weten van Britse beloften aan Arabieren. Zo kwamen Engeland en Frankrijk in 1920 overeen dat het principe van zelfbeschikkingsrecht van de Arabieren, dat wil zeggen, een zelfstandige Arabische staat in het gebied van Palestina, weggewuifd werd. De Amerikaanse president Woodrow Wilson had hier nog zo op gehamerd. De gebieden die onderling verdeeld werden, kregen de status van ‘mandaatgebieden’. Dat is een volmacht om een bepaald gebied te beheren. De Volkenbond gaf die volmacht. De Arabieren moesten opgevoed worden tot zelfbeschikking. Een typisch staaltje van 19e-eeuws imperialisme dus. Om de Arabieren nog enigszins tegemoet te komen werd Joodse immigratie naar Transjordanië verboden.

Egypte, Saoedi-Arabië, Griekenland en de Koerden
In 1922 werd Egypte onafhankelijk na een bloedige volksopstand die de Britten onderdrukten. De Britten behielden eer het beheer over het Suezkanaal. De Britten lieten Saoedi-Arabië ontglippen, niet wetend hoeveel olie daar onder de grond zat… In 1932 werd dit nieuwe land uitgeroepen. Later werd berekend dat de olievoorraden onder deze grond een kwart vormden van de totale wereldvoorraad van ‘het zwarte goud’! Egypte werd een islamitisch land met de sharia. Turkije veranderde ingrijpend. Na de Eerste Wereldoorlog was er weinig meer van over. In 1922 werden 1,5 miljoen Grieken uitgewisseld tegen 400.000 Turken die nog in Griekenland woonden, met onnoemelijk veel menselijk leed als gevolg. Na een eeuw van strijd waren de volken definitief gescheiden. Een intense vijandschap bleef, onder meer over de status van het eiland Cyprus, waar zowel Grieken als Turken woonden. De Koerden in Oost-Turkije bleven over als grootste etnische minderheid (20 procent van de bevolking). Er zijn momenteel in het Midden-Oosten zo’n 20 miljoen Koerden, verspreid over Turkije, Syrië, Irak en Iran. Zij zijn het grootste volk ter wereld zonder staat.

Turkije en Iran moderniseren
In 1923 werd de Republiek Turkijke uitgeroepen met Ankara als nieuwe hoofdstad. Modernisering was sleutelwoord, Europa diende als voorbeeld. De islam werd als hinderpaal voor vooruitgang gezien; het kalifaat werd daarop opgeheven, er kwam scheiding tussen godsdienst en staat, veel moskeeën werden gesloten, islamitisch onderwijs vervangen door seculier onderwijs, het Latijnse schrift verving het Arabische schrift, de Koran werd in het Turks vertaald. Het dragen van de westerse hoed voor mannen werd aangemoedigd, vrouwenkiesrecht werd ingevoerd, de sluier werd net niet verboden maar wel ontraden, de westerse klok werd overgenomen, de zondag werd de rustdag! Een groot deel van de bevolking stond echter gereserveerd tegenover deze van boven opgelegde hervormingen. De geestelijken waren fel tegen. De man die dit allemaal deed was Kemal, of ‘vader der Turken’: Atatürk. Hij stierf in 1938 op 57-jarige leeftijd. Ook Iran moderniseerde. De sluier werd hier zelfs verboden en de hoed voor de man verplicht. In 1935 werd de naam van het land veranderd van Perzië naar Iran. De Engelsen wilden echter niet geheel weggaan uit dit land; de Anglo-Iranian Oil Company bleef als een autonoom ‘staatje in de staat’ een ‘wingewest’. Toen de Iraniërs in de Tweede Wereldoorlog pro-Duits werden veranderde dit.

Palestina wordt steeds meer bevolkt door Joden
In Palestina ging alles intussen door. Joodse immigranten veranderden veel dorre en moerassige streken in gezonde, vruchtbare landbouwgronden. Zij leefden vaak in kibboetzim (een op het socialisme gebaseerde dorpsgemeenschap met gemeenschappelijk eigendom). De Joden, meestal stadsmensen, werden boeren! Rond 1920 bestond de bevolking van Palestina nog voor bijna 90 procent uit Arabieren. In 1922 waren er 800.000 Arabieren en 84.000 Joden, in 1931 860.000/174.000, in 1944 1.179.000/554.000. Aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog bestond Palestina dus voor 32 procent uit Joden. De Arabieren in Palestina zagen hoe Irak en Syrië de weg gingen van onafhankelijkheid. Dit stimuleerde hun nationalistische agitatie. Steeds vaker kwam het tot incidenten. De Britten hadden moeite het in de hand te houden; ze probeerden de Joodse immigratie af te remmen. Na 1933 kwamen er juist meer Joden naar Palestina vanwege de ontwikkelingen in Duitsland. Geleerden, medici, juristen en ingenieurs kwamen. Zij konden niet uitwijken naar Amerika of Canada waar strenge immigratiewetten van kracht waren. De Joodse gemeenschap verdubbelde tussen 1933 en 1936. Een onderzoekscommissie concludeerde dat assimmilatie uitgesloten was. Men stelde een verdeling van Palestina voor: een Arabische en Zionistische staat. Eerstgenoemden wezen het resoluut van de hand. In 1939 hakte Engeland de knoop door: binnen tien jaar moest er zelfbestuur zijn in Palestina. De Joodse immigratie werd nu echter flink beperkt (het zogenaamde ‘Witboek’). Dit was een grote tegenslag voor de zionisten. Hun positie werd accuut bedreigd; vluchtelingen uit Europa verloren een toevluchtsoord! De Britten wilden de Arabieren te vriend houden vanwege de olie die in de oorlog van vitaal belang zou zijn.

De staat Israël uitgeroepen
Vanuit de gedachte ‘de vijand van mijn vijand is mijn vriend’ stonden de Arabische leiders achter Duitsland. Ben Goerion zei: ‘Wij zullen vechten met Groot-Brittannië alsof er geen Witboek bestond en tegen het Witboek alsof er geen oorlog bestond.’ Joodse soldaten deden in de oorlog gevechtservaring op. De Haganah legde geheime wapenarsenalen aan. De morele schok was groot toen in 1945 de concentratie- en vernietigingskampen open gingen. De Britten kondigden aan per 15 mei 1948 het mandaat over Palestina neer te leggen. Op 29 november 1947 sprak de Algemene Vergadering van de VN zich met 33 stemmen voor, 13 tegen en 10 onthoudingen uit voor een verdeling van Palestina in een Arabische en een Joodse staat. De Joodse staat bedroeg iets meer dan de helft van het grondgebied. Op 14 mei riep David Ben Goerion in Tel Aviv de Joodse staat Israël uit. De Arabische landen hadden een organisatie opgericht, de Arabische Liga. De proclamatie van de staat Israël was voor hun het sein tot aanval (Egypte, Syrië, Libanon, Transjordanië en Irak). De aanval was slecht voorbereid. De 35.000 Haganahstrijders vochten daarentegen met de moed der wanhoop. Israël wist de Negev-woestijn te veroveren, heel Galilea en West-Jeruzalem. Na 6.000 doden aan Israëlitische kant kwam er begin 1949 een wapenstilstand. De Gazastrook kam onder Egyptisch bestuur. De Westoever onder Transjordanië. De oorlog had een vluchtelingenstroom van 750.000 Arabische Palestijnen teweeggebracht. Er bleven slechts 160.000 Arabieren binnen de grenzen wonen. De meeste vluchtelingen kwamen in kampen op de Westoever en Gazastrook terecht. Op den duur werden deze kampen broeinesten van frustratie en radicalisering. Geen enkel Arabisch land erkende Israël.

Eerste jaren nieuwe staat
De Haganah transformeerde zich tot het Israëlische leger. De Knesset werd gekozen met algemeen mannen- en vrouwenkiesreht. Israël werd een uniek land in de regio: krachtig, modern, democratisch. De Wet op de Terugkeer (1950) bepaalde dat elke Jood waar ook ter wereld het recht had naar Israël te immigreren, waarbij onmiddellijk het staatsburgerschap werd verleend. Het Hebreeuws werd nieuw leven ingeblazen. Voor de opvang van de Joodse immigranten werden leegstaande Arabische dorpen en woonwijken gebruikt, wat de terugkeer van vluchtelingen onmogelijk maakte. Rond 1950 bestond bijna 1/3 van de Joodse bevolking uit overlevenden van de holocaust. Na veel discussie accepteerde men een West-Duits aanbod tot financiële schadevergoeding, de ‘Wiedergutmachung’ (1952). Het proces tegen Adolf Eichmann (1961) liet de noodzaak van een Joodse staat zien, alsmede het Yad Vashem-museum. Twee soorten Joden waren er: sefardim (uit Noord-Afrika) en asjkenazim (uit Europa). Laatstgenoemden stonden een minder harde lijn voor inzake de Palestijnen. Israël werd een tot de tanden gewapende natie, met een leger dat naar verhouding de grootste ter wereld was. Het leek een belegerd fort, temidden van vijandige buurlanden. Dienstplicht kwam er voor 3 jaar (2 jaar voor een vrouw). De geheime dienst, de Mossad, was een belangrijk element.

Suezcrisis en veranderingen
Na de nederlaag heerste er verslagenheid in de Arabische wereld. Egypte was de Arabische staat met de meeste inwoners. In 1952 werd het een republiek na een staatsgreep. Er kwam een Israëlvijandige leider: Nasser. Ook werd afgegeven op de westerse cultuur. Vanaf 1955 leverde de Sovjet-Unie wapens aan Egypte (en Syrië). Tussen 1949 en 1956 telde Israël 12.000 Arabische aanslagen en aanvallen, met ruim 1300 doden. Nasser wakkerde de agressie aan, Israël nam Egyptische installaties in Gaza onder vuur. De spanning nam steeds meer toe. Toen Nasser in 1956 het Suezkanaal wilde nationaliseren, kwamen de Fransen en Britten in actie. Het werd een mislukking. Amerika was hier woedend over. Nasser werd de held. Eden, premier van Engeland, werd de doodgraver van het wereldrijk dat Engeland was. Amerika nam de rol definitief over. Nasser droomde intussen van een groot Arabisch rijk. In Syrië en Irak kwamen Baath-partijen aan de macht (‘wederopleving’). Zo greep deze partij in 1968 de macht in Irak, met in de schaduw de jonge Saddam Hoessein. Het enige bindende element in de Arabische wereld bleek de haat tegen Israël. Van eenheid onderling kwam niets terecht.

De Zesdaagse Oorlog
In 1967 riepen de Arabische landen op om ‘de Joden de zee in te drijven’. Israël wachtte niet af, maar viel zelf aan. De Golanhoogte werd veroverd, het schiereiland Sinaï, de Gazastrook, de Westerlijke Jordaanoever en Oost-Jeruzalem ook. De Klaagmuur kwam in Joodse handen! Ook kwamen nu ongeveer 1,5 miljoen Palestijnen binnen de grenzen te wonen! 300.000 Palestijnen vluchtten, alsmede 80.000 Syriërs van de Golan. De VN eiste terugtrekking. Het principe ‘land voor vrede’ werd uitgangspunt. De Arabische landen waren hier echter helemaal niet gevoelig voor en legden drie nee’s op tafel: geen onderhandelingen, geen vrede en geen erkenning. Israël kreeg een overmatig zelfvertrouwen. Een generaal als Ariel Sharon werd een held. Duizend Israëlische doden waren er te betreuren. Radicalisering trad op in de Arabische landen.

De PLO
De vluchtelingenkampen verkeerden in erbarmelijke staat. De Arabische landen gaven de Palestijnse vluchtelingen nauwelijks kans te integreren in hun samenlevingen. Op initiatief van de Arabische Liga werd de PLO opgericht (Palestinian Liberation Organization). Men wilde vernietiging van Israël. Ideaal was een seculiere staat waarin moslims, joden en christenen zouden samenleven. Arafat, de leider, studeerde elektrotechniek. Hij was springstoffenexpert. Eerst was hij leider van El-Fatah, maar die fuseerde met de PLO. De PLO hield zich bezig met trainen van guerrillastrijders en bouw van scholen. Geleidelijk aan werd zij door velen gezien als de regering in ballingschap. De reeks van aanslagen begin jaren 70 was een epidemie over Israël (met als dieptepunt de Olympische Spelen te München 1972, waar Joodse sporters werden vermoord). In 1970 schopte Jordanië de PLO het land uit. Men ging nu bivakkeren in Libanon.

Jom Kippoeroorlog
Egypte en Syrië vielen Israël op haar heiligste dag onverwacht aan (Jom Kippoer, Grote Verzoendag, 6 oktober 1973). Veel soldaten waren met verlof. Groot was de paniek in Israël. Maar via een groots opgezette Amerikaanse luchtbrug werden de noodzakelijke tanks en andere wapens ingevlogen. Sharon werd weer een held. Hij bereikte bijna Damascus. Maar om de Koude Oorlog tussen Amerika en Rusland niet verder aan te wakkeren, werden de vechtende partijen tot bedaren gemaand. 2500 doden vielen er in Israël. Tijdens deze oorlog stelden de Arabieren een olieboycot in tegen alle landen die Israël steunden; het bleek een machtig wapen! Nederland werd onder andere slachtoffer. Voor Amerika was dit de reden om zich actiever met de regio te gaan bemoeien. Israël werd internationaal steeds meer het zwarte schaap. Arafat mocht met zijn pistool op zak in 1974 triomfantelijk een toespraak houden op de VN. In 1975 nam de vergadering een resolutie aan die het zionisme als vorm van racisme zag: een ongehoord schandaal.

Likoed, Camp David, Libanonoorlog
Tot 1977 bleef de gematigd-linkse Arbeidspartij onafgebroken aan de macht. Hiertegenover stond de rechts Likoedpartij, dat veel stemmen trok van de sefardim. Zij stonden een harde lijn voor tegenover de Arabieren. In 1977 brachten de verkiezingen een aardverschuiving; Likoed won, Menachim Begin werd premier; hij propageerde de Groot-Israëlgedachte. Hij liet nieuwe Joodse nederzettingen gaan bouwen op de Westoever en de Gazastrook. De vrede met de Arabieren leek verder weg dan ooit. Maar in 1978 kwam er iets onverwachts. Egypte wilde af van de geldverslindende oorlogstoestand van al 30 jaar. De Amerikaanse president Jimmy Carter wist Sadat en Begin bij elkaar te brengen: de Camp David-akkoorden. Het land werd hierop uit de Arabische Liga gezet. Sadat moest zijn verzoeningspolitiek met de dood bekopen. Van 1975 tot 1982 woedde in Libanon een burgeroorlog, doordat de komst van duizenden PLO-strijders het evenwicht verstoorden. In 1982 deed Israël een inval in Libanon om dat Palestijnse terroristen uit het land te verdrijven, dit na veel beschietingen en terreurdaden in het noorden van Israël. Deze operatie heette ‘Vrede voor Galilea’. Arafat moest uitwijken naar Tunesië. Er kwam in Libanon een nieuwe groep naar voren: Hezbollah (‘mannen van God’), die bewapend werden door Iran.

Revolutie in Iran
In 1979 vond in Iran een omwenteling plaats. De pro-westerse regering werd omvergeworpen. Een bonte oppositie van linkse studenten, orthodoxe islamieten, sjiitische geestelijken en ayathollah Khomeiny (in ballingschap) wezen de westerse koers af. In 1979 vluchtte de regering en kwam Khomeiny terug. Er kwam een streng-islamitische theocratie. De islamitische republiek werd uitgeroepen. De sharia werd ingevoerd, Zware lijfstraffen kwamen er, bioscopen, alcohol en prostitutie werden verboden. Er kwam een strenge zedenpolitie. Omdat Amerika de gevluchte vorst, de sjah, weigerde uit te leveren, gijzelde men de Amerikaanse ambassade in Teheran. Die actie duurde 444 dagen, een vernedering voor Amerika. Onder invloed van Iran veranderde Turkije ook; er waren veel problemen in dit land, explosieve bevolkingsgroei, economische stagnatie, massale migratie naar Europa vanaf 1960. Islamscholen werden weer gelegaliseerd, vrouwen gingen weer gesluierd. Ook in Egypte wonnen de moslimfundamentalisten terrein.

Eerste intifada
Van 1987-1993 vond de eerste intifada plaats onder de Palestijnen. Het was een protest tegen de nederzettingenpolitiek. Israël wist niet goed hier mee om te gaan. Er genadeloos op los slaan viel niet in goede aarde bij de rest van de wereld. Hamas dreigde een concurrent van de PLO te worden. Arafat kwam in actie. Nu kon hij de wereldopinie naar zijn hand zetten. Zijn terreurorganisatie werd omgevormd tot politieke beweging. In 1988 verklaarde Arafat dat hij de staat Israël wel wilde erkennen, mits er een tweestatenoplossing kwam. Israël weigerde.

Oorlog in Afghanistan
Vanaf 1979 brak in Afghanistan oorlog uit. De Sovjet-Unie deed een inval om de communistische regering te beschermen. Het Westen steunde de fundamentalistische moslims, die de jihad voerden tegen het communisme. Zo sponsorde het Westen een tijdje de jihad. Meer dan 3 miljoen mensen kwamen in deze oorlog om, 6 miljoen vluchtten naar buurlanden. In 1989 trokken de Russen zich terug. Afghanistan viel uiteen, totdat in de jaren 1994-1996 de Talibanbeweging, oorspronkelijk gevormd uit islamitische studenten, zich van het land meester maakte.

Irak onder Saddam Hoessein
Met Irak ging het goed. Door de inkomsten uit de olie konden grote projecten opgezet worden zoals onderwijsprogramma’s, bouw van scholen, wegen en ziekenhuizen. Saddam Hoessein oogste bewondering van het Westen voor zijn organisatietalent. Er was werk in overvloed door investeringen in de zware industrie, ziekenzorg en hoger onderwijs werden gratis toegankelijk. Vrouwen kregen toegang tot opleidingen en banen. Tegelijk groeide het afgrijzen door de harde manier waarop Saddam alle oppositie aanpakte, met name de Koerden in het noorden. Een kwart miljoen Koerden werden gedeporteerd uit Bagdad naar het zuiden. Vanaf 1979 had Saddam alle macht in handen. Als jonge Baath-activist had hij enkele jaren door moeten brengen in ballingschap en gevangenschap. Hij was een wreed dicator die genoegen schepte in vervolging, marteling en executies van politieke tegenstanders. Dit contrasteerde scherp met de gelijkheidsideologie van zijn partij. Saddams grootheidswaanzin kende geen grenzen. Hij beweerde een rechtstreekse afstammeling van Mohammed te zijn. De grap ging rond dat Irak 28 miljoen inwoners telde: 14 miljoen mensen en 14 miljoen Saddambeelden. De klaarblijkelijke chaos in Iran verleidde Saddam in 1980 tot een grootscheepse aanval op het buurland. Hij wilde zo ook de eeuwenoude rivaliteit tussen Arabieren en Perzen in zijn voordeel te beslechten. Bovendien zouden de miljoenen sjiitische onderdanen in Irak een bondgenoot verliezen in het sjiitische Iran. Het werd een uitzichtloze oorlog. In 1981 schoot de Israëlische luchtmacht plotseling een Iraakse kernreactor kapot; kennelijk had Saddam en nucleair programma in het geheim. Tegenover het materiële overwicht van Irak bracht Iran een bijzonder wapen in de strijd: het plaatste honderdduizenden kindsoldaten vooraan in de linies. Irak op zijn beurt ondernam bombardementen met gifgas en andere chemische wapens. De landen schoten elkaars olie-installaties in brand. Pas in 1988 kwam er een einde aan de oorlog Bijna een miljoen mensen kwamen om het leven.

Golfoorlog
Aan de vooravond van Iraks inval in Koeweit was het leger de op drie na grootste ter wereld. Vooral een arsenaal scudraketten en dodelijke chemische en biologische wapens waren gevaarlijk. Het olierijke Koeweit weigerde Irak de oorlogsschulden kwijt te schelden, die Irak geleend had in de oorlog tegen Iran. Ook hanteerde Koeweit een lage olieprijs, waarvan het Westen (met Israël) profiteren zou. Saddam viel het weerloze landje binnen. De Amerikaanse president George Bush (Sr.) stelde Saddam voor als een tweede Hitler. Bush slaagde erin een coalitie te smeden van meer dan 20 landen. Amerika wist bijna een miljoen soldaten op de been te brengen: Desert Shield. De oorlog begon met zware luchtaanvallen op Bagdad (Desert Storm). Irak antwoordde door zowel Israël als Saoedi-Arabië onder vuur te nemen. Scudraketten troffen Israël. De Israeli’s zetten gasmakers op, herinneringen aan de holocaust kwamen boven. Amerika wist Israël ervan te weerhouden vergeldingsmaatregelen te treffen. De bedoeling van Irak, medestanders te vinden onder vijanden van Israël, was mislukt. De Amerikaanse invasie was een groot succes. Alleen lieten ze de mogelijkheid Saddam persoonlijk uit te schakelen ombenut. Saddam moest wapeninspecteurs gaan toelaten van de UNSCOM. Ook kwamen er economische sancties van de VN. In 1996 kwam het oil for food-programma: olie in ruil voor voedsel en medicijnen. Toen Saddam in 1998 de wapeninspecteurs het land uitzette, reageerde Amerika en Engeland met een reeks bombardementen: Desert Fox.

Politieke verschuivingen in Israël
In 1992 kwam in Israël de Arbeidspartij weer aan de macht. Rabin werd premier. Hij stuurde aan op vrede. In 1993 werd in Washington een akkoord gesloten, na geheime besprekingen in Oslo, waarbij Israël de PLO erkende en omgekeerd: de Oslo-akkoorden. Toen Arafat en Rabin elkaar de hand schudden onder het oog van Clinton, was de sensatie compleet. Ze kregen later de Nobelprijs voor de vrede. De PLO schrapte de vernietiging van Israël uit haar handvest. De euforie was van korte duur. Er waren inmiddels 200.000 Joodse kolonisten in Gaza en Westoever. Zij wilden hun nederzettingen niet opgeven. De status van Jeruzalem was ook een probleem. De PLO vond een Palestijnse staat zonder Jeruzalem als hoofdstad onbespreekbaar. Rabin werd in 1995 doodgeschoten door een Joodse extremist. Hamas werd steeds populairder onder de Palestijnen: zij deden gratis voedseluitdelingen, gaven onderwijs aan de armen en voerden controle over moskeeën. Ze wisten veel Palestijnen achter zich te krijgen in hun doel om aanslagen te plegen op Israëlische burgers. Arafat lukte het niet dit geweld te beteugelen. De onveilige gevoelens vertaalden zich in de verkiezingen van 1996: Peres werd naar huis gestuurd, Likoed kwam met Benjamin Netanyahu aan de macht. Hij trad veel harder op en stond de nederzettingen toe. Echter het geweld bleef. Ehud Barak werd namens de Arbeidspartij in 1999 premier; hij liet de bouw van nederzettingen ook toe. In 2000 leek er een mogelijkheid op vrede, toen Clinton hem en Arafat had uitgenodigd in zijn buitenverblijf Camp David. Arafat liet een unieke kans liggen en de vrede was verkeken.

Tweede intifada en 11 september
De tweede intifida werd uitgelokt door oppositieleider Sharon, die een provocerend bezoek bracht aan de Al-Aqsa-moskee op de Tempelberg in Jeruzalem. Twee jaar later waren er alweer 600 Israëli’s gedood door terreur. In 2001 verlor Barak de verkiezingen van Sharon (Likoed). Velen gaven de zwakke Arbeidspartij de schuld van het geweld. De harde lijn won; bezette gebieden werden afgesloten, woningen en infrastructuur vernietigd en de kantoren van Arafat in Ramallah kwamen onder vuur te liggen en werden met de grond gelijk gemaakt. Op 11 september 2001 vonden de aanslagen plaats op New York en Washington (15 van de 19 terroristen waren afkomstig uit Saoedi-Arabië). Hierop werd Afghanistan door Amerika aangevallen. President George W. Bush (Jr.) kwam met de term ‘de as van het kwaad’ met ‘schurkenstaten’ als Irak, Iran en Noord-Korea. Osama Bin Ladens netwerk Al Qaida (‘de basis’), zat achter de aanslagen op Amerikaanse doelen. In 1998 waren dat de Amerikaanse ambassades in Kenia en Tanzania (224 doden) en in 2000 het Amerikaanse marineschip USS Cole. De Taliban in Afghanistan, die de Al Qaida-strijders onderdag gaf, dwong mannen vijf keer per dag te bidden, verbood muziek, films en alcohol. Vrouwen mochten niet meer buitenshuis werken en moesten een burqa dragen. Vitaal voor de Amerikaanse aanval op Afghanistan was de steun van Pakistan. Door de aanslagen van 9/11 werd de band tussen Israël en Amerika versterkt; wat Amerika nu meemaakte ondervond Israël al jarenlang.

Routekaart naar vrede en tweede Irakoorlog
In 2003 kwamen Amerika, Rusland de EU en de VN met een vredesplan getiteld: Routekaart naar vrede. De nieuwe Palestijnse premier Abbas bracht hoop. Sharon deed vriend en vijand versteld staan door illegale nederzettingen te ontruimen. De routekaart schoot op een essentieel punt tekort: hij kon geen garanties geven voor een levensvatbare Palestijnse staat. Tegelijk werd gewerkt aan de ‘veiligheidsmuur’ om te verhinderen dat Palestijnse terroristen in Israëlisch gebied konden infiltreren. Sharon verklaarde dat men besloten had Arafat te verwijderen, omdat hij niet in staat was geweest het terrorisme te stoppen. Arafat stierf in november 2004. In 2003 viel Amerika Irak binnen om het regime van Saddam Hoessein omver te werpen. In eerste instantie was de oorlog een groot succes, maar er brak anarchie uit. Saddam bleek, ondanks of dankzij zijn harde bewind, de bevolkingsgroepen bijeen te houden, iets wat in de nieuwe situatie niet lukte. Tot op de dag van vandaag is het erg onrustig in Irak.

Gepubliceerd in mei 2007