De hemel stond in brand

n.a.v. Stephan Borgdorff en Christian Habbe (red.), De hemel stond in brand. De geallieerde bombardementen op nazi-Duitsland, Utrecht 2004

Land in puin
Pas na zestig jaar is dit onderwerp weer bespreekbaar geworden. Gezien de schuld van de nazi’s aan de oorlog was deze terughoudendheid zeker op zijn plaats. Dit neemt niet weg dat het leed voor de bevolking in de Duitse steden ontzettend was. Duitsland lag in puin aan het einde van de oorlog. Het begrip ‘ineenstorting’ klopte in alle opzichten. Het begrip ‘oorlogsmisdaden’, zoals dat in Neurenberg werd geformuleerd, gold uiteraard voor de overwonnenen. Maar de vraag is nu: waren de geallieerde bombardementen geen oorlogsmisdaad? Misschien een betere vraag is: waren de bombardementen gerechtvaardigd? Volkenrechtelijk gezien was dat zeker niet het geval. Het Haagse landoorlogreglement van 1907 besloot dat alleen militaire doelen mochten worden aangevallen, geen civiele. Naast het Haagse landoorlogreglement van 1907 was er het Briand-Kellog-verdrag van 1929 (waarin ‘de oorlog als oplossing voor internationale geschillen’ wordt veroordeeld), de Conventie van Genève (1949) en tenslotte het Handvest van de Verenigde Naties.

Luchtbombardementen als tweede front
De geallieerden bombardeerden de Duitse steden met de gedachte de bevolking te demoraliseren. Britten bombardeerden opzettelijk woongebieden, en in het bijzonder binnensteden. Met het oog op deze strategie werden steden naar brandbaarheid ingedeeld. De Amerikanen wilden vooral de industrie treffen. Maar doordat fabrieken moeilijk te raken waren en piloten zich vaak amper konden oriënteren, werden daarbij heel wat bommentapijten gelegd met een enorme collaterale schade. De luchtoorlog was gemeten aan de eigen doelstellingen geen succes. In strijd met het volkenrecht én zo goed als zonder succes. Na de Duitse inval in de Sovjet-Unie waren de luchtbombardementen tevens een alternatief voor het door Stalin geëiste tweede front, waar de Britten de militaire middelen nog niet voor hadden.

De Duitsers waren de eersten
Niet de geallieerden, maar de Duitsers waren de eersten die woongebieden bestookten. Ze bombardeerden stelselmatig Britse steden, waarbij 40.000 doden vielen. De logica van de vergelding werd nu gevolgd. De bijbeltekst ‘Wie het zwaard trekt, zal door het zwaard omkomen’ werd gebruikt als verdediging. De nazi’s waren begonnen met de ‘totale oorlog’, een oorlog waarin het onderscheid tussen militaire en civiele doelen al bij voorbaat was opgeheven. Bisschop Bell protesteerde nog wel in het Hogerhuis, maar hij vond geen gehoor. De Britten noemden de Duitsers ‘Hunnen’ of barbaren. De bombardementen op de Duitse steden waren bedoeld als volksopvoeding, het Duitse volk moest haar oorlogszuchtigheid afleren. Een centrale vraag is: in hoeverre mag een misdadig systeem met zijn eigen middelen worden bestreden?

De ‘rechtvaardige oorlog’ van Augustinus en Hugo de Groot
De leer van de ‘rechtvaardige oorlog’ gaat terug op Cicero en Augustinus. Oorlog voeren is dan gerechtvaardigd als het om een rechtmatige zaak ging die onder geen rechtbank viel. Oorlog mocht alleen als er sprake was van een evidente inbreuk van het recht. De aangerichte schade mocht niet groter zijn dan het onrecht dat tot de gewapende strijd heeft geleid. Als beide partijen in hun recht menen te staan, komt er een nieuw probleem: een onverzoenlijkheid, zoals in de godsdienstoorlogen. Hugo de Groot, een Nederlandse rechtgeleerde, introduceerde het volkenrecht. Jud ad bellum: iedere soeverein had het recht oorlog te voeren. Jus in bello: men dient zich wel aan bepaalde regels te houden. Zo’n oorlog moest plaatsvinden als een duel (kabinetsoorlog) tussen legers. Dit begon met een formele oorlogsverklaring en eindigde met een vredesverdrag. De bevolking mocht er zo weinig mogelijk van merken.


Kant en de ‘totale oorlog’
De Franse Revolutie bracht hierin verandering. Waar het volk soeverein was, werden oorlogen niet langer door vorsten maar door volkeren of naties gevoerd. De dienstplicht kwam op en daarmee het massaleger. Met de opkomst van het nationalisme keerde het fanatisme terug in de oorlog, de angel die Hugo de Groot eruit had willen halen. De Duitse filosoof Kant ontwierp het concept van de ‘eeuwige vrede’, die door een ‘volksareopagus’ van republikeinse staten moest worden gehandhaafd. ‘Op het culturele vlak dus waarop de mensheid nog staat, is de oorlog een onontbeerlijk middel om dat niveau te verhogen’. Deze lofzang op de oorlog gaf ruimte aan het idee van de latere ‘totale oorlog’. De theorie van de ‘totale oorlog’ erkent geen enkele rem: de natuurtoestand van allen tegen allen wordt niet langer als een kwaad beschouwd, maar als de realiteit, die alleen zwakkelingen niet onder ogen durven te zien.

Operatie Gommora
Hitler liet de Engelse stad Coventry ‘conventreren’, als tegenzet liet Churchill Hamburg ‘hamburgiseren’. Bij de geallieerde bombardementen kwamen ruim 600.000 mensen dood, onder wie bijna 80.000 kinderen. Hamburg was de op één na grootste stad van Duitsland. Operatie Gommora werd een vuurstorm van apocalyptische omvang. Een vuurstorm heeft eenzelfde uitwerking als een atoombom. Meer dan 40.000 mensen vonden een vaak gruwelijke dood. Zelfs het water brandde. ‘In die nacht werd ik pacifist’, zo vertelde een piloot later. Boven de tot as veranderde stad torende nog de toren van de afgebrande Nikolaikirche uit. Vele Duitse steden werden gebombardeerd. Vrijwel alle steden met meer dan vijftigduizend inwoners en ook nog 850 kleinere plaatsen werden in deze jaren met brand- en brisantbommen (berustend op explosiewerking, luchtdruk en scherven) bestookt. Het doel van de geallieerden was: moral bombing. Het volk moest zo wanhopig gemaakt worden, dat ze tegen Hitler in opstand zou komen. De burgerslachtoffers werden dus niet op de koop toegenomen, maar hun dood werd doelbewust nagestreefd. De vraag is natuurlijk: mag een oorlog tegen terreur ook met terreuraanvallen worden gevoerd? Gandhi zou later zeggen: ‘In Dresden en Hirosjima hebben ze Hitler met Hitler overwonnen’.


Lang gezwegen
Hamburg is de grootste vernietigingsoperatie uit de geschiedenis. Heinrich Böll schreef in zijn roman Der Engel schwieg, die pas in 1992 werd gepubliceerd (na ruim veertig jaar in de la te hebben gelegen!), waarin hij een schokkend realistisch verhaal geeft. Lijken verschrompelden in de vuurstormen van ruim duizend graden tot de omvang van een soldatenbrood, zuigelingen werden door het gloeiend hete bluswater levend gekookt, kinderen brachten hun tot as verbrande ouders in een emmer naar het kerkhof. Lang is er gezwegen over de bombardementen. Verdringing heeft dit nog versterkt: over traumatische ervaringen kan niet verteld worden. Ook was er het gevoel bij de Duitsers dat de bombardementen een deel van de schuld aan de holocaust hadden ingelost. Vrijwel niemand durfde zich af te vragen of de bombardementen wel militair noodzakelijk en ethische verantwoordelijk waren geweest. Het gedenken van de slachtoffers van de luchtoorlog werd lang als schandelijk beschouwd. Wie het wel herdachten, waren neonazi’s, die hun ‘treurmarsen’ hielden.

Duitsland overbombed
Churchills uitvoerder ‘bommen-Harris’ werd na de oorlog in tegenstelling tot andere hoge generaals niet tot Lord benoemd. Toen Britse soldaten de Duitse steden zagen schrokken ze. Duitsland was overbombed. De fysieke vernietiging van Duitsland vervulde de bezettingstroepen met toenemende ontzetting. Tijdens de Spaanse Burgeroorlog hadden Duitse bommenwerpers in 1937 Guernica verwoest, een gruweldaad die Picasso tot zijn beroemde muurschildering inspireerde. Daarna waren Warschau, Rotterdam en ook Engelse steden aan de beurt. Niet alleen Londen, maar ook kathedraalstad Coventry (568 burgerslachtoffers) werd verwoest. Iedere Duitse luchtaanval deed de roep om vergelding toenemen. De premier met het V-teken en de dikke sigaar, die de belofte van redding en wraak uitstraalde, werd steeds populairder. Menig baby die onder de hagel van bommen was geboren, kregen de naam Winston. De Duitsers waanden zich in dit stadium van de oorlog nog onkwetsbaar. Göring blufte toen hij zei: ‘Ze mogen me Meier noemen als er ooit een vijandelijk vliegtuig Duits territorium bereikt’. Het wás geheel onverwachts dat de Britse luchtmacht (de RAF) de moderne Duitse luchtafweer lam zou leggen.

Stalin glimlachte
Churchill liet onder het kopje Bomber Command de ervaren gevechtspiloot Harris een plan maken. Deze had al ervaring, zoals in Soedan, Afghanistan en Irak, waar hij volksopstanden vanuit de lucht had neergeslagen in de koloniale oorlogen. Churchill, die destijds minister van Bewapening en Koloniale Zaken was, was ‘diep geschokt’ door dit soort gruweldaden tegen vrouwen en kinderen’. Hij wilde geen rapporten meer over dergelijke operaties ontvangen. Tegenover de pers en het parlement hield Churchill vol dat er in Duitsland uitsluitend en alleen militaire doelwitten werden aangevallen. Maar hij had een geheim memorandum. En toen hij in 1942 in Moskou sprak met Stalin, zei hij dat de RAF ‘bijna elk huis in vrijwel elke Duitse stad’ met de grond zou gelijkmaken’. Staling ‘glimlachte en zie dat het niet slecht zou zijn’. In 1940 had Churchill al gezegd: ‘We zullen van Duitsland een woestenij maken, ja een woestenij’. In augustus 1940 waren ze nog niet zo succesvol. Toen vielen vijftig Britse bommenwerpers Berlijn aan. Het enige dat werd geraakt was een houten tuinhuisje, waarbij twee Berlijners gewond raakten.

Vuurproef voor alle Duitse steden
Keulen werd in 1942 zwaar getroffen. Harris liet de luchtfoto’s van de rokende puinhopen netjes in een blauw album plakken en aan Stalin overhandigen. Alle Duitse steden, zo waarschuwde Churchill, zouden aan een ‘vuurproef’ worden onderworpen. Ook al had Churchill aanvallen van schuldgevoel, hij liet zich niet meer van deze strategie afbrengen. Protesten vanuit de kerk waren aan dovemansoren gericht, zoals van de bisschop van Chichester, George Bell. Waar de Britten ’s nachts hun dodelijke werk uitvoerden, vlogen de Amerikanen overdag en voerden bij voorkeur op fabrieken precisiebombardementen uit. Maar al snel ging men over tot het onklaar maken van het spoorwegnet, waardoor de aanvallen minder gericht waren. Ook Amerika ging nu radargestuurde bommentapijten over grotere gebieden leggen. Na de invasie volgden de tactische bombardementen ter ondersteuning van de grondtroepen.

Het Ruhrgebied werd als Pompeji
‘Het feit dat Duitsland eenvoudigweg overal wordt getroffen, zal van vader op zoon en dan op kleinzoon worden doorgegeven. En dat zal tenminste de komende generaties ervan weerhouden weer tot oorlogen aan te zetten.’ De barokstad Würzburg werd voor 89 procent platgebombardeerd. Hoewel ze zo goed als verslagen was, bleef de Duitse oorlogsmachine maar door te gaan. Gedurende de laatste oorlogsmaanden werden de historische stadcentra platgegooid van onder andere Freiburg, Neurenberg, Mainz, Maagdenburg, Worms, Trier en Potsdam. Pas eind maart nam Churchill voorzichtig afstand van zijn vliegende terroristen. ‘Anders zullen we binnenkort een volledig geruïneerd land in handen krijgen’. In Dresden, Hamburg, Kassel en een tiental andere steden was inmiddels een techniek toegepast met een destructieve kracht die alleen door nucleaire bommen wordt overtroffen. Er werd ontdekt dat lichte brandstaven (die oorspronkelijk werden uitgeworpen om het doelwit te belichten) veel meer schade konden aanrichten dan de zware luchtmijnen. Vooral het Ruhrgebied was doelwit. De ‘Slag om de Roer’ leverde foto’s op van uitgebrande steden die een journalist deed denken aan een luchtopname van Pompeji.

Hamburg
In Hamburg schakelde de Britten de Duitse radar uit door miljoenen zilverpapiertjes uit te gooien. In de havenstad werd bewezen dat een vuurstorm die meer schade aanricht dan welke natuurramp ook, op kunstmatige wijze kan worden ontketend, en wel door een geraffineerde combinatie van meerdere wapens: luchtmijnen, die drukgolven veroorzaken waardoor de daken van de huizen worden geblazen, brandstaven en fosforbommen die in de open huizen vielen, brisant- en fragmentatiebommen die deels van een tijdsontsteker waren voorzien, waardoor waterleidingen werden vernietigd, kraters in straten geslagen en brandweerploegen werden uitgeschakeld. Deze techniek bracht gigantische zuilen hete lucht teweeg, die als orkaanachtige stormen duizenden tonnen zuurstof aanzogen. Mensen hadden geen kans om te ontvluchten. Het tragische is wel dat zowel nazi’s als tegenstanders van Hitler de dood in werden gejaagd.

Nauwkeurige voorbereiding
In de woestijn van Utah werd een kopie van Berlijnse huurkazernes gemaakt en op brandbaarheid getest. Drie generaties chemische en biologische wapens van de Amerikaanse strijdkrachten zijn hier getest. Het hele gebied geldt als strikt geheim en was tijdens de Koude Oorlog onderwerp van vele legenden. Alles werd nagebouwd tot in de details. Dakconstructies waren cruciaal voor het succes van de brandbommen. Er werden zelfs Duitse stoffen aangeschaft om de gordijnen zo echt mogelijk te hebben. Minstens drie keer werd zo’n Duits complex weer volledig herbouwd. Er werd zelfs een ‘vleermuisbom’ bedacht, die uit honderden levend, met minuscule brandbare deeltjes geprepareerde vleermuizen bestond. De oefeningen in Utah leerden dat het in Belijn nauwelijks te verwachten was dat de vlammen zouden overslaan van het ene gebouw naar het andere. De bouwkwaliteit was er hoog en de blokken beter van elkaar gescheiden. Deze constatering zou juist blijken te zijn. Arthur Harris liet 19 Duitse steden indelen naar brandbaarheid. Frankfurt en Kiel kwamen onder aan de lijst door de vele stenen gebouwen, Bremen (‘oud stadscentrum, brandt goed’) en Freiburg (‘houten huizen, smalle straten’) stonden bovenaan de lijst.

De Keulse dom
Het meest ideaal was nog wel Lübeck, waarvan het centrum een doolhof van straatjes was. Als een soort test werd deze stad in lichte laaie gezet, met ruim 3000 doden als gevolg. Op palmzondag 1942 werd deze Hanzestad aangevallen. Een paar dagen na het bombardement spreekt Thomas Mann uit Californië zijn landgenoten toe via de radio. De schrijver van De Buddenbrooks betreurt weliswaar dat zijn geboortestad zo beschadigd is, maar hij vroeg zich af of Duitsland denkt dat ze nooit voor haar wandaden zou hoeven te betalen. Het volgende doelwit was Keulen: Operatie Millennium overtreft de stoutste verwachtingen; nog nooit zijn er duizend bommenwerpers tegelijk in de lucht geweest. Keulen is in één nacht onherkenbaar veranderd. De beroemde dom staat er nog. 459 mensen kwamen om. Er is een anekdote bekend dat zegt dat een Amerikaanse piloot beweerde dat men de dom spaarde omdat het toch wel zonde zou zijn als zo’n eeuwenhoud bouwwerk verloren zou gaan. Een Engelse piloot beweerde echter dat de dom gespaard werd omdat het zo’n goed oriëntatiepunt was.

Operatie Thunderclap
Dit succes doet Churchill besluiten de bombardementen op andere steden voort te zetten. De stad die veruit het meest getroffen werd, was Berlijn, hoewel de verwoestingen relatief minder groot waren. De ‘Slag om Berlijn’, Operatie Thunderclap, duurde van november 1943 tot maart 1944. Tienduizend mensen kwamen om het leven en een kwart van het centrum lag in puin. Het lukte echter niet een vuurstorm te ontketenen. Roosevelt stemde in met het plan om Berlijn te verwoesten: ‘We moeten hard tegen Duitsland optreden, en ik bedoel dan de Duitsers, niet alleen de nazi’s. We moeten het Duitse volk hetzij castreren, het zij een andere behandeling geven zodat het geen nakomelingen meer kan verwekken, die dan steeds weer hetzelfde doen als in het verleden’.


De gevolgen van de totale oorlog
In Dresden leidden de bombardementen, in tegenstelling tot Berlijn, wel tot een vuurstorm. Hier vielen zeer veel slachtoffers. Er werden brandstapels opgericht omdat de doden niet meer begraven konden worden, zo veel als dat er waren. Volgens de criteria van de processen van Neurenberg had ook Churchill wegens oorlogsmisdaden moeten hangen, aldus een Duitse journalist. Dresden werd platgegooid terwijl Duitsland al verslagen was: onnodig dus. De scènes van de vuurzee deden denken aan het bijbelse Armageddon. Lijken waren alleen nog te herkennen aan de in de ring ingegraveerde naam. Velen kwamen vast te zitten in het kokende asfalt. In zulke nachten begrepen veel burgers wat Goebbels had bedoeld toen hij op 18 februari 1943 in het Berlijnse Sportpalast zei: ‘Wilt u een totale oorlog? Wilt u hem, zonodig, totaler en radicaler dan wij ons dat vandaag zelfs maar kunnen voorstellen?’ ‘Jaaaa!’ klonk het vervolgens met donderend lawaai. Van Dresden werd gezegd dat de hemel zo vuurrood werd en het zo licht was dat je ver buiten de stad een krant had kunnen lezen. Na de oorlog werd Dresden een socialistische stad met kale, veel te grote pleinen en veel te brede straten, met erlangs de fantasieloze systeembouw.

Woonwijken als doelwit
Vooral arbeidersbuurten, waar het fascisme nooit populair was geweest, was doelwit van de bombardementen. Daar zag men een kans dat deze in opstand tegen Hitler zouden komen. Dit bleek echter niet te gebeuren. Hoe kon dit? Bombardementen leiden niet tot rebellie, maar tot áfstomping. Mensen denken in zo’n situatie niet meer aan opstand, maar alleen nog aan het pure overleven. De luchtoorlog bleek ook niet geschikt voor het lamleggen van de productie van oorlogsmaterieel. De schade aan fabrieken werd in veel gevallen binnen een paar weken weer hersteld. De industrie bleek wonderbaarlijk goed tegen de bombardementen opgewassen. De luchtvervuiling boven de industriegebieden zorgde voor een dichte walm, waardoor het zelfs overdag of in een heldere nacht moeilijk was het doelwit te vinden. ‘We waren woedend als we na een luchtaanval vanuit de kelders de in puin liggende straten opkwamen en zagen dat de fabrieken waarin tanks en geschut gebouwd werden, niet beschadigd waren.’ Toen Churchill de luchtfoto’s van geruïneerde steden bekeek, zie hij eens: ‘Wat zijn we toch voor beesten, is dit nu echt nodig?’ Hij zei dat uiteraard pas heel laat, maar Hitler zou zoiets nooit gezegd hebben. Het vreselijke is, dat in een totale oorlog beide partijen de gedragsregels opzijschuiven.

Raadsels
Één van de nog steeds onopgeloste raadsels uit de Tweede Wereldoorlog is de vraag waarom de geallieerden zo lang hebben gewacht de meest kwetsbare plek aan te vallen: de olieraffinaderijen die de benzine leverden voor de in Rusland vechtende tanks. Een verklaring is dat de olie-industrie deels opgebouwd was met kapitaal van Britse en Amerikaanse ondernemingen. Een andere verklaring is dat de westerse geallieerden er belang bij hadden dat de Duitse tanks aan het oostfront genoeg brandstof hadden om de Russen zo lang mogelijk op te houden, in elk geval totdat de Brits-Amerikaanse invasietroepen ver genoeg waren opgerukt om een groot deel van het naoorlogse Europa voor communistische invloed te bewaren. Een andere onbeantwoorde vraag is waarom er geen enkele Amerikaanse bom is gevallen op de spoorlijnen waarlangs de treinen naar Auschwitz reden.

Auschwitz bleef gespaard
De aanval op Auschwitz was wel voorbereid, maar is nooit uitgevoerd. Op een voorbereidingsluchtfoto staan de woorden ‘Gaskamers II & III’ aangegeven. Niet de gaskamers, maar de fabrieken een paar kilometers verderop werden bestookt. De Israëlische premier Benjamin Netanjahu zei in april 1998 toen hij Auschwitz bezocht: ‘Ze hadden alleen maar de spoorlijnen hoeven te bombarderen’. De geallieerden wisten in 1942 al dat de Joden er stelselmatig werden uitgemoord. Maar dit feit ging vaak de voorstellingsvermogens van de ontvangers te boven. Ze konden het gewoon niet geloven. Er zijn verschillende redenen waarom Auschwitz niet is gebombardeerd. De vernietiging van Auschwitz zou de oorlog niet bekorten. Er was ook een praktische reden: de Britten konden enkel nachtelijke bombardmenten uitvoeren, en konden niet gericht een gaskamer of crematorium uitschakelen. Zo bleef Auschwitz in werking tot in november 1944 Himmler opdracht gaf de gaskamers te ontmantelen. Roosevelt dacht: ‘Het enige wat de nazi’s zullen doen, is het concentratiekamp naar een stukje verderop verplaatsen’. Churchill had wel een order gegeven: ‘Haal alles uit de luchtmacht wat erin zit’, tegen de Britse minister van Buitenlandse Zaken Anthony Eden, toen Chaim Weizmann bij hem beklag had gedaan. Deze order verzandde echter tussen buitenlandse zaken en het ministerie van luchtvaart. Ondanks alle (praktische) problemen van een bombardement op Auschwitz moet onze slotconclusie zijn: ‘Toch had het moeten gebeuren, als morele boodschap’.

Biologische en chemische wapens
Pas na de oorlog werd bekend dat Churchill de inzet van biologische en chemische wapens tegen Duitsland had overwogen. Churchill nam in het voorjaar van 1944 een drastisch besluit: inzet van gifgas. In een memorandum, één van de meest huiveringwekkende teksten die de oorlogspremier uit de pen vloeiden, zegt hij onder andere: ‘Het is dwaas dit thema vanuit de morele aspecten te bekijken, daar iedereen het in de laatste oorlog heeft gebruik, zonder dat de moralisten of de kerk ook maar enig protest lieten horen. (…) Het is simpelweg een kwestie van mode, die hier net zo snel verandert als die tussen lange en korte vrouwenkleding. (…) We kunnen de steden aan de Roer en tal van andere steden in Duitsland zodanig overladen dat een groot deel van de bevolking duurzame medische zorg nodig heeft. (…) Ik wil dat in de tussentijd verstandige lieden grondig en koelbloedig over de zaak nadenken en niet die psalmenzingende, ongeüniformeerde kniesoren die je de hele tijd voor de voeten lopen.’ De strijdkrachten raadden het gebruik van mosterdgas en andere chemische wapens af omdat ze bang waren dat de Duitsers met dezelfde wapens zouden antwoorden. Miltuur- of antraxbommen dan? De militairen lieten Churchill weten dat de kans dan bestaat dat vijftig procent van de bevolking dan sterft. Ook zouden de dodelijke antraxsporen de eigen grondtroepen in gevaar brengen als die Duitsland zouden binnenmarcheren. De situatie verbeterde echter steeds meer. De B- en C-wapens bleven daarom in depot. Het A-wapen evenwel, ‘tube alloy’, werd in de zomer van 1945 op Hirosjima en Nagasaki gegooid, met meer dan 300.000 doden als gevolg.

Houden aan de normen, maar niet aan alle
In 1938 reeds gaf rijksmaarschalk Göring opdracht tot het ontwerpen van een vliegtuig dat New York zou kunnen bombarderen. In 1941 drong Hitler aan op spoed achter dit project. Hij wilde namelijk dat ‘met terreuraanvallen op Amerikaanse miljoenensteden en joden een lesje kan worden geleerd’. In 1940 had Hitler ook al gefantaseerd over de mogelijkheid heel Londen in de as te leggen. De geallieerden hebben zich altijd aan bepaalde normen gehouden. Zo hebben de Britse en Amerikaanse troepen bij hun opmars over het algemeen geen krijgsgevangenen gedood, hoe moeilijk de situatie ook was. Tijdens onder andere het Ardennenoffensief van eind 1944 deden de Duitsers dat wel. Alles wijst erop dat in de gebombardeerde steden het saamhorigheidsgevoel juist toenam door de gemeenschappelijke haat tegen de luchtpiraten en hun terreuraanvallen. In vergelijking met alleen al wat de Duitsers in Rusland hebben aangericht, is het aantal Duitse slachtoffers ondanks alles niet zo extreem hoog geweest.


Pamfletten
Met de bommenwerpers kwamen ook de pamfletten. De Britten lieten in 1942 daarin weten: ‘Wij bombarderen Duitsland grondig. Waarom wij dat doen? Niet uit wraakzucht – hoewel we Warschau, Rotterdam, Belgrado, Londen, Plymouth en Coventry niet vergeten. Wij bombarderen Duitsland, de ene stad na de andere, steeds zwaarder opdat jullie de oorlog niet kunnen voortzetten’. De Duitsers gooiden boodschappen uit met de tekst: ‘De Royal Air Force spleegde een grove inbreuk op het internationale oorlogsrecht door opzettelijk Duitse vrouwen en kinderen te vermoorden. (…) De Duitse Luftwaffe zal van nu af aan terugslaan. Als de burgerbevolking van Groot-Brittannië lijdt door deze intensivering van de luchtoorlog, betreuren wij dat.’

Het drama van Guernica
Duitsland was al vóór de oorlog met dit onderwerp bezig. In 1933 werd al geconstateerd dat het terroriseren van vijandelijke hoofdsteden tot instorting van het moraal zal leiden. Niet iedereen was het daarmee eens. Sommigen vreesden dat Duitsland door zijn centrale ligging op het continent al snel doelwit van vergeldingsaanvallen zou worden. Engeland dacht vanaf 1924 al na over deze methode in een eventuele nieuwe oorlog. Over het Spaanse plaatsje Guernica kwam de eerste luchtterreur. Enkele honderden mensen kwamen daarbij om het leven. Een Duitse commandant zei: ‘Fantastische gewoon…’ Ze legden niet alleen de stad in de as, maar vervolgden ook met geweersalvo’s de vrouwen en kinderen die in panische angst op de vlucht waren geslagen en van wie talrijken de dood vonden. Deze stad was al eeuwen een nationaal heiligdom voor de Basken: onder een eeuwenoude eik hadden Spaanse koningen er de rechten van het Baskische volk gegarandeerd. De Spaanse Burgeroorlog werd zo een oefening voor de Duitsers. De eenvoud van de Spaanse huizen kwam echter slecht uit. De Duitsers waren vooral erop gebrand om vuurstormen te ontketenen, en niet de verwoesting van huizen alleen. Een ander huiveringwekkend bombardement was Warschau. De Poolse hoofdstad werd drie dagen achtereen zwaar gebombardeerd. 20.000 doden waren het gevolg.

Nederland houdt nog stand
Na de inval in Nederland trok het Nederlandse leger zich vrij snel terug uit het oostelijke deel van het land om des te koppiger tegenstand te bieden in de Vesting Holland, een gebied dat omsloten werd door waterwegen en de Noordzee. De geplande ‘Blitzfeldzug’ leek in gevaar te komen. Hitler en zijn generaals vreesden dat Britse troepen in de Vesting Holland zouden landen en zich daar nestelen. Nu volgde een fatale reeks orders en tegenorders, waardoor operaties van de Luftwaffe en onderhandelingen door officieren te velde tegelijkertijd maar tegenstrijdig verliepen. Nederland had de witte vlag gehesen na de dreiging van de verwoesting van Rotterdam. De avond daarvoor was de luchtaanval al gepland voor drie uur ’s middags. Nu begonnen de tijdschema’s door elkaar heen te lopen. Om kwart over twee telegrafeerde generaal Schmidt aan het luchtcommando: ‘Aanval wegen onderhandelingen uitgesteld’. Maar de bommenwerpers waren al onderweg…

Rotterdam
Vijf voor drie werden de voorwaarden voor de capitulatie overhandigd. Tien minuten later vielen de eerste bommen. Er was echter nog één mogelijkheid ingebouwd om de aanval op het laatste moment af te blazen. De troepen op de grond moesten dan rode lichtkogels afschieten. Op de brug over de Maas schoten de Duitsers het ene na het andere lichtpatroon de lucht in. Wegens nevel en de rook van een brandend schip kon de commandant van de eerste formatie de signalen niet zien. Zij wierpen hun bommen af. Een tweede eenheid boog af. Het gevolg was vernietigend. De hoofdwaterleiding was door een voltreffer gesprongen, zodat er niet kon worden geblust. 900 doden vielen er. Britse piloten spraken over ‘de verschrikkelijke hel van Rotterdam’. In de wijde omtrek was de horizon rood gekleurd en waren de rookpluimen te zien.



Foto: Yorick Groen

Göring wilde de Engelse bevolking murw maken
Had het bombardement voorkomen kunnen worden? Göring had immers op het moment dat de bommen vielen gesommeerd dat de aanval in ieder geval die avond nog uit te voeren, hoever de onderhandelingen ook gevorderd waren. Meer nog dan Warschau werd Rotterdam een symbool van de Duitse terreuraanvallen. Dat kwam mede door het enorme dodental, 30.000, dat aanvankelijk in de Britse media werd genoemd. Na de grote overwinningen in het Westen was de Luftwaffe een tijdlang Hitlers belangrijkste wapen. Een invasie, Operatie Zeeleeuw gedoopt, leek de Duitse generale staf evenwel nog te riskant. Daarom kwam er een ‘verscherpte luchtoorlog’. De zware aanvallen moesten het hele land ‘murw maken’, zoals Göring beval. Als vergelding van de bombardementen op Londen viel de RAF Berlijn aan, waarbij zo goed als niets werd getroffen. Hitler was desondanks woedend. In Londen vielen 14.000 slachtoffers tot december 1940. Daarna werd Coventry bestookt, omdat daar ‘de gevolgen voor de industrie nog bijzonder worden versterkt doordat de arbeiders vlak bij het werk wonen’. In deze plaats hadden alle bekende Britse vliegtuigproducenten fabrieken, de meeste fabrieken waren in de binnenstad gevestigd.

De kathedraal lijdt mee
De grote slag tegen de Britse vliegtuigindustrie kon volgens de Luftwaffe het beste plaatsvinden bij volle maan, waardoor de codenaam Mondscheinsonate werd bedacht, met een gevoel voor de Duitse klassieken (Beethoven). Vanaf de Franse Kanaalkust vlogen de vliegtuigen naar Coventry. Alleen de toren van de 600-jaar oude kathedraal bleef nog overeind staan. ‘De stad brandde de hele nacht, en de kathedraal brandde mee, een teken van de eeuwige waarheid dat als mensen lijden, God met hen lijdt’. De Duitsers hadden het dus op de fabrieken gemunt. Maar het hele centrum brandde af. De hoofdstraten waren de volgende morgen helemaal niet meer te onderscheiden. Er vielen 550 doden. Voor het eerst moesten Engelsen massagraven hanteren om de doden te begraven. Hitler riep de wraak van de Britten over Duitsland af met dit bombardement. Ruim een maan na de ramp van Coventry sprak de deken van de verwoeste kathedraal verzoenende woorden tijdens het wereldwijd uitgezonden kerstnachtprogramma Round the Empire van de BBC. ‘We zouden de wereld graag het volgende willen zeggen. Met Christus, die vandaag weer in ons hart werd geboren, probeerden wij, hoe moeilijk dat misschien ook is, alle wraakgevoelens uit te bannen’.

Toeristensteden gebombardeerd
Begin april 1941 werd Belgrado gebombardeerd, met 2200 dodelijke slachtoffers. In 1942 volgden de Engelse steden Bath, Exeter en Canterburry, allemaal toeristensteden. In 1944 werden de eerste V1’s en V2’s op Britse steden afgevuurd. In totaal kwamen 66.400 Britten om het leven, van wie bijna 9000 door de zogenaamde wonderwapens. Het bombardement van Stalingrad, waar later het Duitse 6e leger onder leiding van Friedrich Paulus door de Russen in de pan werd gehakt, vielen 40.000 doden. Tot dusver was die stad vredig geweest, en was er niets van de oorlog te merken geweest.

Stuwdammen verwoest
Er waren drie zwaartepunten: het Ruhrgebied, de grote steden in Midden-Duitsland en de hoofdstad Berlijn. Steden als Dortmund, Duisburg, Düsseldorf, Gelsenkirchen en Essen werden bestookt in de eerste helft van 1943. Zonder dat de geallieerden het in de gaten hadden, hebben de Duitsers een deel van de fabrieken allang naar oostelijker gelegen gebieden verplaatst, waar de bommenwerpers vooralsnog niet kunnen komen. De aanval op stuwdammen in de Möhne en de Eder was een vliegtechnisch huzarenstukje, en tegelijk heel gevaarlijk. Er werd vooraf geoefend met zonnebrillen en blauw gekleurde cabineraapjes om de duisternis te simuleren. De gigantisch vloedgolf die het gevolg was liet zo’n 1200 mensen verdrinken. Toen het water zakte, hingen er in de boomtoppen meubels, piano’s, kadavers en bemodderde lijken. Bijzonder tragisch was dat er onder de slachtoffers ook 800 waren uit een kamp voor buitenlandse dwangarbeiders; ze zaten tussen het prikkeldraad als ratten in de val.


Het inferno van Hamburg
Het inferno dat eind juli in Hamburg losbarste, overtreft alles wat de Duitse burgerbevolking tot dan toe heeft meegemaakt. ‘Kinderen doolden rond en riepen om hun verbrande ouders’. Hamburg werd een vuurstorm zoals de wereld nog nooit gezien had. In één nacht vielen al tienduizenden doden. ‘Midden in die duisternis zag ik heel even de zon. Hij zag eruit als een sinaasappel. Daaruit maakte ik op dat het dag was geworden’. Verschillende omstandigheden veroorzaakten dit afschuwelijke schouwspel. Het was in die julidagen bijzonder heet en droog geweest. Zelfs ’s nachts blijft de temperatuur boven de dertig graden. Hoog boven de stad liggen koude luchtmassa’s. Er ontstond een sterke schoorsteenachtige zuiging waardoor het vuur tot een storm werd aangejaagd. Het codewoord voor deze operatie was Gomorra. Het had niet beter kunnen zijn. In Genesis 19 regent het zwavel en vuur uit de hemel op Sodom en Gomorra.

Berlijn als tweede Carthago
Berlijn was een volgend doel. Berlijn had voor de Britten dezelfde opwindende klank als Londen voor de Duitsers. Een miljoen mensen verlieten de stad, waaronder veel kinderen, die naar het platteland werden gebracht. Goebbels is onder de indruk van de bombardementen: ‘Alles staat in lichtelaaie. Een werkelijk hels kabaal komt op ons neer (…) Je hart draait ervan om’. Eind maart 1944 worden de luchtaanvallen op aandrang van Eisenhower gestaakt. Die heeft de vliegtuigen hard nodig voor de voorbereiding van de invasie, die op D-Day, 6 juni 1944, zal beginnen. In totaal werden er 363 missies op Berlijn uitgevoerd. 50.000 burgers laten het leven. Als een Amerikaan over Berlijn vliegt, zegt hij: ‘Dat is een tweede Carthago!’ In Duitsland werden in de eindfase van de oorlog ook vijftienjarigen ingezet. Zo wanhopig stond Duitsland ervoor. ‘De dienst duurde slechts een jaar, maar hij houdt ons ons hele leven bezig’. Ze moesten assisteren bij de luchtaanvallen. Ledematen bijelkaar rapen bijvoorbeeld. Ze kregen zo eelt op hun ziel. Er kwam een soort hardheid over hen dat van halve kinderen oude mannen maakte.

Dresden: zinloos
Hét symbool van de zinloze destructie vanuit de lucht wordt vlak voor de Duitse nederlaag een andere stad, te weten Dresden. Het luchtafweergeschut is allang naar het oostfront geplaatst; Dresden is volkomen weerloos. Het Florenze aan de Elbe zou worden weggevaagd. Eerst wordt de hoofdstad van Hessen, Darmstadt, gebombardeerd, met 15.000 doden. In Dresden zijn de gruwelijkste beelden te zien. De vuurstorm wordt zelfs de vluchtenden fataal, door de zuigkracht. Een onvoorstelbaar bloedbad ontstaat als de massa’s de stad uitvluchten en de jagers de mensen bestoken. ‘Nooit had ik geloofd dat de dood de mens in zoveel gedaanten tegemoet kon treden’, zo zegt een ooggetuige. Waarschijnlijk lieten rond de 40.000 mensen het leven. Massagraven werden gegraven en duizenden worden tegelijk op de Altmarkt verbrand. De ruïne van de Frauenkirche vormt nu het waarschuwende gedenkteken van de stad. Na de Wende begon men pas met de herbouw, die in 2005 af kwam.

Tragische fout, zoals zoveel werden gemaakt
In militair opzicht had de vernietiging van Dresden geen enkele zin. De westerse geallieerden wilden alleen nog maar een demonstratie geven van hun totale macht. Er lijkt in de slotfase van de oorlog een vernietigingsroes te heersen. Chemnitz, Würzburg, Hildesheim, Nordhausen, Pforzheim en Potsdam werden nog vlak voor de opgave in de as gelegd. In totaal heft de luchtoorlog 450.000 doden gekost, mogelijk 600.000. De laatste doden vielen door een tragische fout op 3 mei 1945. Twee vrachtschepen, waarin Duitse soldaten zouden zitten, werden tot zinken gebracht. Het waren echter gevangenen uit de concentratiekampen van de nazi’s. 6900 mensen vonden de verdrinkingsdood.

Wij hebben gezondigd…
Schwinemünde, de Pommerse havenstad aan de Oostzee, was ook een doelwit. Predikant Hans-Werner Ohse zocht zoals iedere morgen een passende bijbeltekst. Hij koos kort voordat de bombardementen begonnen een gedeelte uit Klaagliederen: ‘Wij hebben gezondigd en zijn weerspannig geweest, daarom hebt Gij ons terecht niet gespaard’. De predikant weet nog niet hoe profetisch de woorden zijn. Na de aanval waren bergingsploegen dagenlang bezig de ledematen bij elkaar te zamelen, waaronder een geheel opengereten moeder met een baby naast haar, nog vast aan haar navelstreng. In de bange ogenblikken van de luchtaanvallen gingen zelfs overtuigde nazi’s hardop bidden. Deze aanval werd door de Amerikaanse luchtmacht op verzoek van de Russen uitgevoerd om ‘tactische redenen’, zo werd na de oorlog bekend. Toch sloeg het nergens op. De 23.000 slachtoffers (en dat is nog maar een schatting) was een hoge prijs. De naam Swinemünde stierf. De overwinnaars wezen de stad toe aan Polen en kreeg een andere naam. De begraafplaats ligt echter ten westen van de grens, en is één van de grootste oorlogsbegraafplaatsen van Duitsland. Onder verwijzing naar de ‘schelle stem’ van Joseph Goebbels zegt een getuige: ‘De totale oorlog sloeg op vreselijke wijze op onszelf terug’.

De eeuwigheid begonnen
Alfred Döblin, schrijver van Berlin Alexanderplatz, keerde uit Los Angeles terug naar zijn vaderland, als één van de eersten na de oorlog. Toen hij de mooie steden van weleer in puin zag liggen, vertrok hij naar Parijs en keerde niet meer terug naar Duitsland. ‘Zelfs de ergste pessimist kon zich toen niet indenken wat nu realiteit is geworden.’ Het land was volledig verwoest. Ruïnes, puinhopen en braakliggende terreinen zouden het beeld van Duitsland tien jaar lang bepalen. Voor massa’s kinderen die na de oorlog opgroeiden was die ravage zo normaal dat ze ‘dachten dat grote steden nu eenmaal zo waren’. Na de oorlog zijn er veel boeken geschreven over de afschuwelijke taferelen tijdens de luchtbombardementen. Zo luidt er één: ‘Rechts brandt het, links brandt het. Van alle kanten daalt het vuur neer. De tijd staat stil. De eeuwigheid is begonnen.’ Er werden wrange grappen gemaakt, zoals deze: ‘Roosevelt en Hitler, zeggen ze, hebben voor de rest van de oorlog afgesproken dat de één de vliegtuigen en de ander het luchtruim beschikbaar stelt’. In de jaren negentig, na de val van de muur, was een nieuwe terugblik op het verleden mogelijk geworden, en dringend geboden.

Saamhorigheid versterkt
De geallieerden voerden de luchtoorlog vanuit het idee dat ze de Duitse bevolking zo tot verzet tegen Hitler konden aanzetten. Die redenering ging niet op. Door de bombardementen kwam er een overlevingsdrift op, individuen waren tot enorme fysieke prestaties in staat en er ontstond een ongekende solidariteit en hulpvaardigheid. Toen Hitlers belofte van vergelding en wraak uitbleef, geloofde niemand er meer in. De indruk drong zich op dat Duitsland de oorlog niet meer kon winnen. De luchtoorlog werd voor steeds meer mensen een zware psychische belasting. Het blinde vertrouwen in de nazi-kopstukken nam duidelijk af. De Hitler-groet kwam steeds minder voor, ook de partij-insignes verdwenen. Er kwam een boosheid over het falen van de militaire leiding. De propagandistische boodschap dat Washington, Londen en Moskou allemaal werktuigen van het internationale jodendom waren, bleek zich tegen zichzelf te keren. De bombardementen werden nu door menigeen als vergelding voor de moord op de joden gezien. De geallieerde pamfletten werden beslist door de bevolking gelezen. De partijfunctionarissen waren niet spontaan op het idee gekomen zich met hulpverlening te gaan bezighouden. Het initiatief kwam van Goebbels. Door de grote inzet van de werknemers lukte het meestal de productie in vrij korte tijd weer op gang te brengen. Albert Speer kon tot begin 1944 nog een substantiële groei van productiecijfers melden. De hele structuur viel stap voor stap in elkaar door de bombardementen, maar niet meteen. Het systematisch bombarderen van de grote steden in Duitsland heeft geen beslissende invloed gehad op het verloop van de oorlog. De bombardementen droegen niet bij tot de aantasting van het moreel, maar juist tot de versterking (in elk geval tijdelijk) van de cohesie van het regime.

Harris aan de kant
Menig Brit kan 60 jaar na de oorlog nog steeds niet onbevangen naar de Duitsers kijken. Aan anti-Duitse sentimenten was geen gebrek. Churchill was een havik tot op het bot. Maar te zeggen dat deze nationale held ‘Winnie’ ruim een half miljoen weerloze Duitse burgers de dood in liet bombarderen, is onjuist. Churchill vroeg zichzelf af toen hij de foto’s van de gebombardeerde gebieden zag: ‘Zijn we soms beesten? Gaan we niet te ver?’ Begin 1940 had zijn voorganger Chamberlain luchtaanvallen op Duitsland nog afgewezen. ‘Hoever anderen ook mogen gaan, de regering van Zijn Majesteit zal nooit vanuit puur terrorisme (…) aanvallen.’ In februari 1942 kwam het in het Lagerhuis tot een debat. Sommigen vonden de bombardementen niet alleen zinloos, maar ook geldverspilling. Pas na de verwoesting van Dresden in februari 1945, die grote deining in de Amerikaanse pers veroorzaakte, achtte Churchill het verstandig afstand te nemen van de luchtoorlog tegen Duitse steden en de fanatieke uitvoerder daarvan, Arthur Harris. De premier vroeg zich toen af of het moment nu niet gekomen was om deze manier van oorlogsvoeren te heroverwegen, ‘anders zullen zij een overmatig verwoest land in handen krijgen’.

De Britse obsessie met de oorlog
De Britse politici realiseerden zich steeds ten volle dat het volkenrecht door hun geschonden werd. Nog steeds bestaat er een onbehagen over de luchtoorlog die onder andere aan 75.000 kinderen het leven heeft gekost. Engelsen houden zich nog steeds welhaast obsessief met de Tweede Wereldoorlog en Hitler bezig. Hun eigen rol in de strijd tegen Hitler overdreven ze niet zelden. Het duurde bijvoorbeeld lang voordat doordrong hoeveel inspanningen en offers het Russische leger zich had moeten getroosten. In Britse kranten en vooral op de sportpagina’s wemelt het nog steeds van Duitse oorlogstermen (voetbal is immers oorlog?).

Massamoordenaar achter zijn bureau?
Arthur Harris was zijn leven lang een omstreden figuur. Toen hij op een dag in de oorlog door de politie werd aangehouden omdat hij veel te hard reed, zei de agent tegen hem: ‘Meneer, u had wel iemand dood kunnen rijden’. Harris volstond met het antwoord: ‘Jonge man, ik breng iedere nacht duizenden mensen om het leven’! Dat hij als enige hoge Britse militair uit de Tweede Wereldoorlog tot op heden werkelijk omstreden is, komt met name door de verwoesting van Dresden. Harris had geen hobby’s, las nooit een boek, hield niet van muziek, maar leefde helemaal voor zijn werk. Hij was niet sympathiek. Hij was ontactvol en het kon hem weinig schelen wat anderen van hem dachten.


Harris de slager
‘Butcher’, slager, zo werd hij door zijn medewerkers genoemd. Hij gaf alles voor zijn werk en de strijd tegen Hitler. In drie jaar tijd nam hij slechts twee keer een weekend vrijaf. Er zijn ironische anekdotes bekend over Harris. Zo bromde Churchill eens tegen Harris: ‘Ik heb genoeg van die aanvallen op Keulen’. Harris snauwde terug: ‘De Keulenaren ook’. ‘Bommen-Harris’ werd gedreven door het verlangen te bewijzen dat de luchtmacht het belangrijkste onderdeel van de strijdkrachten was. Het keerpunt van zijn carrière kwam met het bombardement op Dresden, dat hij tot zijn dood in 1984 als militair noodzakelijk zou rechtvaardigen. Hij was de enige prominente militair die na de oorlog niet tot Lord werd benoemd en dus ook geen zetel in het Hogerhuis kreeg. Harris vertrok naar Zuid-Afrika en werd daar directeur van een lijnbootmaatschappij. Sinds 1992 staat voor de kerk van de Royal Air Force in het centrum van Londen een hoog bronzen beeld van Harris. Sommige Duitse politici protesteerden hiertegen. Queen Mum onthulde het beeld feestelijk. Zij noemde haar leven lang de Duitsers graag ‘Hunnen’…

Het relaas van de werper van de atoombommen
De kernwapens die in Japan werden ingezet, werd jarenlang strikt geheim gehouden. Zelfs de bemanningsleden wisten niets van de missie. Paul Tibbets, de generaal van de eenheid die de bommen moest afwerpen, wist alleen dat men op het onverwachts ergens moest toeslaan. Het bleek dat het zicht in augustus het beste zou zijn. Het ‘Manhattan Project’ hield ook talrijke testvluchten waarbij dummy’s werden afgeworpen. De bommen op Hirosjima en Nagasaki werden door hem Little Boy en Fat Man genoemd, naar twee leiders van dit project, waarvan de één dik was en de ander slank. Het vliegtuig kreeg de naam ‘Enola Gay’, naar de voornamen van zijn moeder. Vele oefeningen gingen aan hét moment vooraf. De bom moest ruim vijfhonderd meter boven de aardoppervlakte exploderen, want dat was de doorsnee van de vuurbal, en de vuurbal richtte meer schade aan dan de kracht van de explosie. De aarde begon te branden, de vuurbal zoog de lucht uit de hele omgeving op. De ongelooflijk snelle luchtstroom veroorzaakte de vuurstorm. Op de dag van de vlucht vlogen ze zo’n 12.000 meter hoogte, terwijl Japans afweergeschut beneden of voorbij explodeerde. Na een vlucht van twaalf uur werd de bom van bijna tienduizend pond op Hirosjima gegooid. Toen de bom explodeerde waren ze al ruim zes kilometer verder. Tibbets kijkt met de woorden van William Sherman terug: ‘De oorlog is de hel. Oorlog is waanzin, en ik zou graag willen dat hij wordt afgeschaft, maar dat gebeurt niet’.

Hoe een vlucht in z’n werk ging
Ondanks de felle luchtafweer konden de geallieerden Duitsland in puin schieten. Engelse piloten hadden zaagjes in hun schoenveters verborgen om de tralies van de krijgsgevangenschap te kunnen trotseren. Hoe ging dat nu, die luchtaanval? Eerst vloog onopgemerkt een vliegtuig een rondje boven de donkere stad dat de windsnelheid doorseinde zodat de doelgegevens konden worden bijgesteld. Dan begon de ‘Master Bomber’ zijn waarnemingslussen te trekken en kregen de verkenningstoestellen orders de markeringsbommen te zetten. Daarna kwam de eigenlijke groep pas in actie. De bommenwerpers formeerden zich in vakken. Vervolgens werd binnen enkele minuten honderden tonnen aan bommen afgeworpen. Overdag schitterden hoog in de lucht de machines van de Amerikaanse luchtvloot in de zon: honderden kleine zilveren kruisjes. ’s Nachts waren de toestellen van de RAF nauwelijks te zien, maar dat maakte het dreunen van duizenden zware vliegtuigmotoren des te angstaanjagender. Dag en nacht kreeg de Duitse bevolking nu ‘het volle gewicht van de moderne oorlog met al zijn verschrikkingen en lijden’ over zich heen.

Clusterbom
Alle neergeschoten toestellen werden in een mum van tijd vervangen door de op volle toeren draaiende militaire industrie. Alleen al in 1943 gingen er 1800 Britse bommenwerpers verloren. De crews voelden zich dan ook als een sitting duck. De geallieerde invasie in Frankrijk maakte een abrupt einde aan het succes van de nachtjagers. De westerse geallieerden zetten boven Europa in totaal zo’n dertigduizend vliegtuigen in, die met anderhalf miljoen missies bijna drie miljoen ton bommen afwierpen. De wetenschap dat ze ‘tegen een gewetenloze vijand vochten’ maakte het gemakkelijker. Toch konden de Duitsers nog in 1944 het onvoorstelbare aantal van 40.000 vliegtuigen bouwen, ondanks alle verwoestingen. Als je de naakte cijfers leest over de omvang van de aanvallen zoals die in de eindfase van de oorlog heel normaal waren, dan huiver je nog steeds. Een nieuw type bom was de ‘clusterbom’. Deze bom bevatte tot 250 kleine brandbommen. In maart 1945 vielen er bij een aanval op Tokio op één dag een kleine 90.000 doden! Het gebrek aan trefzekerheid was gedurende de hele oorlog het hoofdprobleem van de geallieerden. Een aanzienlijk deel van de bommen explodeerde niet.


Hinken tussen twee gedachten
Amerikaanse luchtmachtgeneraals verzetten zich om humanitaire redenen tegen het nachtelijke platbombarderen van hele steden door de Britten. Maar de Amerikaanse precisiebombardementen waren ook niet altijd even doelgericht. Amerikaanse operaties waren lang niet altijd succesvol. Zware verliezen kwamen dikwijls voor. De Luftwaffe, eens zo oppermachtig, was zo ver heen dat ze om benzine te besparen de hoogtechnologische jets vaak met de hand naar de startbaan duwden, of zelfs lieten ze koeien voor de toestellen spannen! 16 maart 1945 zag Albert Speer dat het einde definitief was. De geallieerden beheersten nu het luchtruim volledig. Toen een Amerikaanse piloot vanuit de cockpit een blik op Berlijn wierp, kreeg hij de indruk alsof ‘ze er een hark doorheen getrokken hadden’. Een landgenoot van hem werd geslingerd tussen twee gedachten: tussen het gebod ‘Gij zult niet doden’ en de psalm ‘Heere, hoe lang nog zullen de goddelozen pralen?’

Angst bij vliegeniers
De vele doden die onder piloten en bemanningsleden vielen, beangstigden de manschappen. Met honderden tegelijk moesten gevechtsvliegers wegens psychische klachten worden behandeld. De Britse en Amerikaanse luchtmacht verloren elk zo’n 80.000 manschappen. Bij de RAF was het één op de drie! Nadat ze dertig missies hadden gevlogen, kregen ze hun eerste verlof. De kans dat vliegeniers hun eerste dertig missies overleefden, was zeer gering! De piloten werden vooraf getest op mentale kracht en zelfbeheersing. De hele bemanning moest stalen zenuwen hebben. In de kantines van de RAF werd niet over gesneuvelde collega’s gesproken. Er werd stevig gedronken, hetgeen door de leiding wijselijk werd toegestaan. Ze hadden allemaal last van stress. Het uitvallen van het boordintercom was een reden die door de ‘bibberaars’ dikwijls werd aangevoerd. Maar niet alleen bange piloten besloten terug te keren. Sommigen spraken dat van tevoren al af met elkaar. Menig piloot die zijn naam zag staan op de lijst van degenen die die nacht een missie moesten vliegen, had het gevoel alsof hij ‘een dreun in zijn maag kreeg’. Vaak gingen ze met knikkende knieën de donkere nacht in.

Gebrek aan ruggengraat
Crews die hun missies met angst en beven tegemoet zagen, verzonnen allerlei trucs om ervan af te komen. Een uitweg bood de regel dat ze na 200 vlieguren met verlof mochten. Om aan die uren te komen, werd de terugvlucht niet zelden onnodig uitgerekt. Met als gevolg dat de regel veranderde: voortaan kreeg de bemanning van de bommenwerpers pas na dertig missies recht op verlof. Een andere truc was een deel van de bommen in de Noordzee te gooien om de zware bommenwerpers wendbaarder te maken. Ook werden er vaker noodlandingen in de neutrale landen Zwitserland en Zweden gemaakt. Even ongeloofwaardig waren de vele meldingen dat men vanwege een defect of een luchtzieke navigator voortijdig naar de basis terug moest. ‘Als een boemerang vliegen’, heette deze praktijk. In hun papieren werd ‘LMF’ (‘lack of moral fibre’, ofwel gebrek aan ruggengraat) gestempeld. Machines werden niet zelden geraakt en er vielen daarbij gewonden en doden aan boord.

Spionnen op de puinhopen: overheidsapparaat blijft overeind
De laatste aanval wordt uitgevoerd op 2 maart 1945. Het toch al zwaar getroffen Keulen werd één van de grootste puinhopen in de wereldgeschiedenis. ‘Kathedraal staat. Keulen levenloos’, zo kopte de New York Times. Duizenden Keulenaren leefden al maandenlang in kelders en ondergrondse bunkers die via tunnels met elkaar verbonden waren. Hitlers veiligheidsapparaat moest constateren in deze laatste oorlogsmaanden dat de bevolking niet langer in de pas liep. Jeugdcriminaliteit en jeugdbendes ontstonden. Het protest van jongeren uitte zich ook op cultureel vlak. De jongeren hoorden liever jazzmuziek en zij speelden negerliederen. Ook lieten jongeren met hun haardracht zien dat ze niets van het nazi-dom moesten hebben. De bombardementen brachten ook aan het licht dat er ondanks de zware repressie van de voorafgaande tien jaar nog steeds miljoenen waren die het regime niet toejuichten. De Gestapo verloor het overzicht over het puinlandschap. Toch werd er een heel leger spionnen ingezet om van dag tot dag bij te houden hoe de stemming en houding van het Duitse volk zich ontwikkelde. In de verwarring van de oorlog sijpelde er veel meer informatie door dan de propaganda lief was. Optimistische berichten over het oostfront werden allang niet meer geloofd. De grote woorden over de eindzege van de nazi-top werden steeds vaker met spot en hoon ontvangen. Diefstal en plundering werd met de doodstraf gestraft. Na de oorlog konden deze onmenselijke rechters (die hierin betrokken waren) dankzij een uitspraak van het Bundesgerichtshof hun carrière ongebroken voortzetten.


Terreur bereikte meer dan propaganda: saamhorigheid
Alle verhalen van getuigen leren dat de geallieerden met hun terreur meer bereikten dan de leugenachtige nazi-propaganda. De Duitsers werden door de bombardementen tot een lotsgemeenschap aaneengesmeed. De strijd om te overleven gaf de slachtoffers een enorme kracht. De hongersnood in de steden bleef beperkt doordat velen naar het platteland werden geëvacueerd. Iedereen die niet werkte werd beleefd verzocht te vertrekken. Het Duitse ambtenarenapparaat functioneerde tot op het laatst. Na de luchtaanvallen werden er formulieren uitgereikt voor het opgeven van doden. Sommige mensen ontwikkelden in hun wanhoop een galgenhumor die zelfs enige troost bood. ‘Toen mijn vrouw weer een beetje was bijgekomen, sprak ze de heugeniswaardige woorden: “Nu hoeven we ons nergens meer zorgen over te maken, want we hebben immers niks meer.”’ De hele Duitse bevolking was ingekaderd in een netwerk van bewakers, instellingen en partijorganisaties, die weinig ruimte lieten voor persoonlijke initiatieven. Pas toen de macht van het nazi-apparaat verbrokkelde door bommen en honger, jagers en oprukkende geallieerde troepen kregen moeders, buren en vrienden weer meer verantwoordelijkheid.

13,5 kubieke meter puin per Duitser
De Führer, anders niet bepaald een christen, dankte God dat Hij Duitsland terzijde mocht staan in zijn strijd tegen een wereld vol vijanden en beloofde: ‘Duits volk, wees volkomen gerust, wat er ook mag gebeuren, wij zullen het de baas worden. Aan het einde wacht de overwinning!’ Hitler treurde zelf niet over de gevolgen van de bombardementen. Tegen Albert Speer zei hij in 1944: ‘Voor onze bouwplannen had u alleen al in Berlijn tachtigduizend huizen moeten afbreken. Helaas hebben de Engelsen dit werk niet precies volgens uw plan uitgevoerd. Maar niettemin is er een begin gemaakt!’ Joseph Goebbels toonde zich in die hoedanigheden wél begaan met de slachtoffers. Hij bezocht platgebombardeerde steden. Goebbels zette zich in voor de sluiting van dure restaurants als teken van solidariteit. In Berlijn waren in de oorlog ruwweg 550.000 van de 1,7 miljoen woningen verwoest. In Keulen lag 75 procent in puin. Per hoofd van de bevolking telde Duitsland een hoeveelheid van ‘vast puin’ van 13,5 kubieke meter. Nog twee jaar na de oorlog stonden er in West-Duitsland alleen al 3,4 miljoen geëvacueerden geregistreerd.

Zwarte handel
In 1940 al had Hitler in het geheim geboden de steden klaar te maken voor bombardementen. Er waren echter niet genoeg bunkers. Vandaar dat er voor de bunkers plaatskaartjes werden uitgegeven. De explosieve opruimingsdienst had de handen vol aan het onschadelijk maken van blindgangers – een levensgevaarlijk werk. Eerst werden er voor dit werk krijgs- en concentratiekampgevangen ingezet. Maar het leger was daar aanvankelijk tegen. Zij zagen dit werk namelijk als een ‘eredienst aan het vaderland’, wat een taak was die onwaardig was voor gevangenen. In de verwarring van de bombardementen konden in Berlijn zo’n 1500 Joden overleven. Bijzonder gevreesd bij het verzet waren de Joodse (!) spionnen van de Gestapo. Dankzij de zwarte markt kon de bevolking zich in de naoorlogse jaren in leven houden. Er was geen kruid tegen de illegale handel gewassen, vooral nadat in 1942 het vleesrantsoen drastisch was verlaagd.

Jongens en meisjes gedrild
De nazi’s brachten tienduizenden kinderen voor de luchtaanvallen in veiligheid in kampen waar de nieuwe mens gevormd moest worden. Hitler had zelf gezegd: ‘Mijn pedagogiek is hard. Het zwakke moet eruit gehamerd worden. (…) Sterk en mooi wil ik mijn jeugd. Ik wil een atletische jeugd. Ik wil geen intellectuele opvoeding. Met weten richt ik de jeugd te gronde’. De jongens werden tot kleine soldaten gedrild; de meisjes werden voorbereid op het Duitse moederschap. Discipline, kameraadschap, eer, hardheid en flinkheid in het algemeen, dat waren de eigenschappen die van een Duitse jongen werden verwacht. Onder het darwinistische motto ‘de sterkste wint’ werden zij tegen elkaar opgejut. Voor sommigen fantastische leuk,voor degenen die niet zo sterk en sportief waren een nachtmerrie.

Verwoeste steden niet als vloek, maar als zegen!
De nazi-architecten kwam de luchtoorlog goed uit. De bommen verwoestten talloze oude gebouwen die de stadsvernieuwing van de Führer in de weg stonden. De nationaal-socialistische planners kwamen na 1945 opnieuw aan de macht en konden bij de wederopbouw van het verwoeste land de ideeën van Hitler uitvoeren! Hitler zei in een lugubere monoloog tegen Goebbels: ‘De vijandelijke luchtaanvallen zijn erg, in het bijzonder voor onze middeleeuwse steden, maar ze hebben in zoverre toch ook iets goeds dat ze deze steden voor het moderne verkeer ontsluiten. (…) De meeste industriesteden zijn slecht gepland, en bedompt en miserabel gebouwd.’ Menig architect sprak over een ‘unieke kans in de geschiedenis’. Zo zegt iemand: ‘Over verreweg de meeste verwoeste gebouwen in Hamburg laten wij geen traan.’ Met het aantreden van Hitler in 1933 was de vernietiging van de historisch gegroeide structuur van de Duitse steden in feite voorbestemd.

Germania, de wereldhoofdstad
Hitler was politicus tegen wil en dank geworden, verkondigde hij keer op keer. Zijn eigenlijke roeping was die van architect. Als hij maquettes en plannen bekeek, was hij altijd opmerkelijk ontspannen. In 1937 werden plannen ontwikkeld in de wet op de herinrichting van de Duitse steden. Een aantal steden was geselecteerd voor een ingrijpende vernieuwing en kolossale bouwwerken zouden ‘zoals de kathedralen van weleer verrijzen voor de komende eeuwen’. Albert Speer mocht het nieuwe Berlijn ontwerpen, Germania, in neoclassicistische stijl. Zo was de Grosse Halle, die 180.000 Volksgenossen moest herbergen, gepland als het grootste gebouw ter wereld. Verder ontwierp Speer een noord-zuidas van 38 kilometer lang die midden in de stad een oost-westas van vijftig kilometer zou kruisen. Die kruising vormde weer het middelpunt van een uitgebreid wegennet, inclusief ruim honderd meter brede avenues voor de parades van partij en Wehrmacht. In Hitlers ogen waren de brede verkeerswegen door de steden van even groot belang als de imposante bouwwerken. In zijn toekomstfantasieën speelde de motorisering een grote rol (alle Duitse gezinnen zouden in de toekomst een ‘volkswagen’ bezitten). Hitler wilde in de steden ruimte scheppen voor miljoenen auto’s. Zijn voorspellingen kwamen uit!

Industrialisatie slecht geweest voor de steden
De minachting voor de historische binnensteden die tijdens de luchtaanvallen aan het licht zou treden, was al volop te zien vóór de oorlog. De ontwerpers toonden geen enkel respect: voor hun plannen waren enorme braakliggende terreinen nodig, die alleen door navenante afbraak konden ontstaan. Volgens Speers ambtenaren werd het werk van de slopershamer vereenvoudigd door de bommenwerpers, die ‘waardevolk voorwerk voor de nieuwbouw doen’. Hoezeer de nazi’s de steden ook wilden moderniseren, ze beschouwden de grote stad tevens als het product van een door de industrialisatie veroorzaakte scheefgroei. Steden zouden ‘schadelijk voor het Volkstum’ en biologische ziektehaarden’ zijn. De ‘gezonde’ levensstijl in provinciesteden en op het platteland moest naar de grote steden worden overgeheveld.

Tikkende tijdbommen onder de steden
Veel bommen, ‘duivelseieren’ zijn nog niet tot ontploffing gekomen (12 procent). Een groot deel zit nog steeds in de grond – in moerassen, onder weilanden en voormalige industrieterreinen, maar ook diep in de grond van die binnensteden die tussen 1942 en 1945 in gigantische puinlandschappen veranderden. Nu zestig jaar later kan er in geen enkele grote Duitse stad onbezorgd gegraven worden! Het gemeentebestuur van Berlijn, de meest bestookte stad, gaat uit van 3000 nog steeds tikkende tijdbommen. Van alle blindgangers zijn de bommen met een chemische tijdontsteker het gevaarlijkst. Vandaar dat het moeilijk is dergelijke bommen naar een speciale springplaats te vervoeren. Na de oorlog werd zoveel mogelijk opgeruimd. ‘Er waren ook leemgebieden waar de bommen vier meter diep zaten en dan moest je in het donker werken. Je zat al in het graf.’ In Hamburg trekt de gemeente jaarlijks zeven miljoen euro uit voor het opruimen van bommen. Duitsland krijgt hierbij hulp van Engeland. Die schonken Duitsland 2,5 miljoen luchtfoto’s van gebombardeerde gebieden.


Gepubliceerd in november 2007