De Nederlandse gereformeerde gezindte over Lloyd-Jones

Met dank aan www.digibron.nl. Het zijn losse citaten uit de boekbesprekingen en artikelen. Sommige zinnen verwijzen dus naar de context die ik niet heb meegenomen. Houd daar rekening mee.

Boekbespreking ‘De Bergrede’ door ds. P. van Ruitenburg in RD 15-9-1990
Is Martyn Lloyd-Jones een man die ons iets te zeggen heeft? Hoe is zijn ligging? Is hij zuiver?

Hij laat de volle Raad Gods spreken. Ik heb met genoegen gelezen hoe hij in het eerste deel van ‘De Bergrede’ spreekt over de armen van geest.

Ik acht zulke taal reformatorisch, schriftuurlijk. Ik ben wat voorzichtig met zijn sympathie voor de broers Charles en John Wesley en voor George Whitefield, die de grondleggers waren van het methodisme. Van hen kwamen vooral de eersten in bedenkelijk vaarwater. Ik kan ook niet goed begrijpen dat hij John Darby met zo veel instemming aanhaalt. Maar ik kan niet zeggen dat hij in hun ontsporingen meegaat. Integendeel.

We moeten onze volkomen hulpeloosheid erkennen en inzien dat, als er niemand komt of ons vastpakt, of iets met ons doet, we volledig verloren zijn. Die taal spreekt me aan.

Soms had ik ook wel vragen bij dit levendig geschreven boek. Als hij schrijft dat de christen iemand is die weet dat hem alles vergeven is en weet dat hij door de gerechtigheid van Jezus Christus bewaard wordt, huiver ik toch wat.

In zulke passages lijkt hij alleen oog te hebben voor de verzekerde christen, die na veel oefeningen weet van zijn aandeel in Christus. Maar er zijn toch ook vele tobbers, die door genade wel eens buiten zichzelf mogen zien op een Ander, maar nog zo weinig met Hem bekend zijn.

Maar vaak ervaar ik het als wat te hoogdravend. Gods kinderen komen te gepolijst naar voren.

Bij zo’n stukje bekruipt mij enig onbehagen. Soms vind ik het boek innemend en val ik het van harte bij en dan ineens verlies ik het contact en blijf ik vragen houden.

Hij spaart de mens niet, is ontdekkend en onderwijzend. Ik vind het een voorrecht dat er een boek verschenen is dat zo duidelijk tegen het moderne levensgevoel is gekeerd.

U voelt echter dat het niet gemakkelijk is om de schrijver te plaatsen. Persoonlijk zou ik liever wat minder spreken over de christen, en liever het woordje ‘ware’ invoegen. Ik had graag wat meer geweten van de bekommerde christen en de vraag leeft of volgens deze dominee er dan geen twijfel is bij de verzekerden van hun staat. Maar anderzijds vond ik veel herkenning. Ik wil dit 320 bladzijden tellende boek aanbevelen, maar laten we dan ook goed lezen wat er gekend moet worden en laten we ons niet te snel meevoeren door het ‘wij’ en ‘ons’, waarmee de schrijver alleen Gods kinderen bedoelt!

Ingezonden brief door drs. P. Buitelaar in RD 24-9-1990
Met stijgende verbazing heb ik de recensie van ds. P. van Ruitenburg gelezen. Enerzijds prijst hij de auteur, omdat hij de volle Raad Gods laat spreken, reformatorisch en schriftuurlijk schrijft, maar anderzijds ervaart hij de inhoud als wat te hoogdravend en blijft hij vragen houden met betrekking tot de zekerheid en de bekommerden. En hij eindigt min of meer, met de conclusie: Het is een mooi boek maar ik hoop niet dat juist die mensen met deze leer aan de haal gaan die geen oog hebben voor de bekommerden.

Het gaat om de vraag wat Gods Woord (en de belijdenis) zegt over deze zaken. Uitdrukkingen zoals de bekommerde kerk hebben weliswaar een lang leven achter de rug, maar dat betekent nog niet dat zij schriftuurlijk zijn of schriftuurlijk worden ingevuld.

Het is volstrekt begrijpelijk dat Lloyd-Jones iemand christen noemt die weet dat hem alles vergeven is. Men vergelijke Zondag 12, vraag en antwoord 32 met Zondag 7 van de Heidelberger.

Ingezonden brief door M. Burggraaf in RD 24-9-1990
Met verbazing en ook enige ergernis las ik het artikel over ds. D. M. Lloyd-Jones.

Een volgend citaat uit het artikel: “U voelt echter dat het niet gemakkelijk is om de schrijver te plaatsen. Persoonlijk zou ik liever wat minder spreken over de christenen en liever het woordje ‘ware’ invoegen”. Met deze benadering zou ook het bijbelse spraakgebruik en de taal van de belijdenis aan een herrijking toe zijn.

Boekbespreking ‘Wordt niet dronken in wijn’ door ds. H. Paul in De Saambinder 28-2-1991
Het doel van de schrijver is om de oude waarheid op een aansprekende wijze in deze tijd te vertolken en te laten funktioneren. Daar is hij m.i. in geslaagd.

Bekend is dat Dr. Lloyd-Jones in de ochtendpreken vooral aan de evangelieprediking aandacht schonk, maar in de middagprediking aan het praktische gemeenteleven. Dit houdt dus in dat in deze preken slechts een facet van zijn prediking aan de orde wordt gesteld. Wie dus geestelijk voedsel zoekt voor de persoonlijke verhouding tot de Heere zal in dit boek teleurgesteld zijn.

Wie echter de toepassing van Gods Woord in allerlei levenssituaties zoekt te vinden, late het niet ongelezen.

Artikel van dr. P. de Vries in RD 5-4-1991
In de geschriften van Lloyd-Jones komen de verlorenheid van de mens, de verzoening met God door Christus en de noodzaak van wedergeboorte en bekering zeer duidelijk naar voren.

Het appellerende en het onderscheidende element zijn niet zo sterk aanwezig.

Naar zijn overtuiging mocht een verschillende kijk op de leer van de verkiezing geen kerkscheidende factor zijn. Hij wenste arminianen en calvinisten in één kerkverband te verenigen.

Wat we in ieder geval van Lloyd-Jones kunnen leren, is dat het Evangelie zonder compromis gebracht moet worden.

Artikel van dr. P. de Vries in RD 12-4-1991
Lloyd-Jones wil de ernst van de kerkelijke verdeeldheid niet ontkennen, maar ontkent tegelijk dat hier de kern van het probleem ligt. De kerk moet zich naar zijn oordeel allereerst bekeren van haar ongehoorzaamheid en dan pas van haar innerlijke verdeeldheid.

Lloyd-Jones heeft uitvoerig aandacht geschonken aan het werk van de Heilige Geest en de zekerheid des geloofs. Duidelijk blijkt hier de invloed van de puriteinen op Lloyd-Jones. Persoonlijk kan ik deze analyse hartelijk bijvallen. Tegelijkertijd moet ik eerlijk stellen dat de uitwerking ervan door Lloyd-Jones bij mij een aantal vragen oproept. Meer dan eens wekt hij de indruk dat het geloof in de beloften een zaak is die volledig buiten de ervaring omgaat.

Lloyd-Jones ziet mensen als zwakgelovigen van wie ik vrees dat zij niet meer hebben dan een historisch geloof.

Toch blijft staan dat hij soms over het geloof spreekt op een wijze die niet zonder bedenkingen is. Dat verklaart trouwens mede dat hij zeer nadrukkelijk gesteld heeft dat de zekerheid door middel van het getuigenis van de Heilige Geest een plus is op de zekerheid uit de beloften en de kenmerken van genade. Het geloof zonder ervaring ziet hij wel als een waar, maar tegelijkertijd als een onvolkomen geloof.

Met een beroep op de passages uit het boek Handelingen waarin over de doop met de Heilige Geest gesproken wordt, probeerde Lloyd-Jones de zekerheid uit het getuigenis van de Heilige Geest als een aparte ervaring te onderbouwen. Dit is exegetisch zeer aanvechtbaar. Bovendien maakte hij hiermee openingen naar de charismatische beweging.

Hij achtte het mogelijk dat ook nu nog gaven als gebedsgenezing en tongentaai aan de kerk gegeven zouden worden. Wel stelde hij dat hij zelf nooit met een geval van tongentaal of gebedsgenezing geconfronteerd was dat hij op één lijn durfde te stellen met de verschijnselen uit de tijd van de apostelen.

Onder anderen zijn kleinzoon Christopher Catherwood probeert zijn grootvader zo veel mogelijk als een geestverwant van de charismatische beweging te constateren. Dat laatste is onterecht.

Zijn onheldere visie op de tweede helft van Romeinen 7 verklaart het feit dat hij aan de strijd en aanvechtingen van een christen maar weinig aandacht pleegt te geven.

In zijn tekening van het geestelijke leven haalt hij niet de diepgang van de reformatoren en de puriteinen.

Boekbespreking ‘Wordt niet dronken in wijn’ door A. Karels in Daniël 7-6-1991
Gelukkig is deze onbekende prediker en schrijver uit de onbekendheid gehaald. Niet voor wat hem zelf betreft, maar de bijbelse boodschap die hij doorgeeft.

In een bij de tijdse vorm heeft hij een serie bijbellezingen gehouden over de brief van de apostel Paulus aan de Efeziërs in de jaren 1954 tot 1962. In totaal 230 preken!

Veel citaten zou ik willen doorgeven. Helaas, de ruimte laat dit niet toe.

Wie dit boek aanschaft, raakt onder de indruk van de eerlijke, bijbelse en pastorale benadering van bovengenoemde probleemvelden door de schrijver. Je hoeft het vanzelfsprekend niet met alles eens te zijn. De vertaler wijst hier onder andere bij zijn inleiding óók op. Toch benadruk ik graag het positieve dat op mij afkwam bij het doorlezen van deze paperback: één en al ‘practical religion!’ Van harte aanbevolen.

Artikel door J. Segers in Daniël 14-2-1992
Met een wat hesige stem kondigde hij zonder meer zijn tekst aan: “Maar God”. Slechts twee woorden. Hij had drie punten.

Vanzelfsprekend lopen de beoordelingen van zijn uitgegeven werken uiteen. Dr. Lloyd-Jones was een mens. hij had zijn beperkingen en tekorten als ieder ander. De geestelijke worsteling krijgt bij hem wat minder aandacht. Maar hij heeft door Gods genade een helder geluid laten horen, dat de Heere bijzonder heeft gezegend en hopelijk nog zegenen zal.

Boekbespreking ‘Opwekking, vroeger en nu’ door ds. C. Harinck in RD 2-8-1993
Vooral in reformatorische kring worden zijn boeken gelezen. Hij blijkt de reformatorisch denkende mens aan te spreken. De affiniteit van de werken van Lloyd-Jones met de reformatorische kring is een gevolg van een putten uit dezelfde bron. Lloyd-Jones is heilig overtuigd van de waarheid van Gods Woord en is sterk beïnvloed door de Puriteinen. Dit geeft een stuk herkenning. Aan de andere zijde kende Lloyd-Jones zijn tijd. Hij begreep welke geesten en krachten er losgekomen waren in het post-christelijke tijdperk van Europa.

Lloyd-Jones stelt eerst de diagnose van de zieke en vervallen kerk. Wat kan hij dat scherp onder woorden brengen!

Hij heeft het ook over ontspoorde rechtzinnigheid. In dit verband doet hij opmerkingen waarover wij in onze reformatorische kring wel eens zouden moeten nadenken. “Het is natuurlijk waar dat een niet-rechtzinnige preek uiteindelijk waardeloos is. We moeten echter niet vergeten dat er een verschil is tussen rechtzinnige prediking en preken over rechtzinnigheid”.

Ook de bevinding wordt door Lloyd-Jones niet vergeten. Hij durft zelfs te zeggen: “Maar als u nog nooit iets gevoeld hebt, als u nog nooit enige ervaring hebt gehad, dan zeg ik u, dat dit geen geloof is. Het is een verstandelijk toestemmen en een verstandelijk geloof. De hele Bijbel leert ons immers over ervaringen en omgang met God”.

Ik denk dat de bijbelse doop en vervulling door de Heilige Geest ook een enigszins achtergebleven gebied is in reformatorische kring.

De nieuwe bedeling heeft deze zegeningen van de Heilige Geest met zich meegebracht. Tegen zulk spreken over de Geestesdoop en Geestesvervulling moeten we ons niet verzetten. Integendeel, om deze uitstorting van Gods Geest moeten we terecht voor de kerk en voor onszelf bidden.

Haamstede-lezing van drs. Joz. A. de Koeijer in RD 3-9-1993
Het zal ons niet onbekend zijn dat er juist de laatste tijd stemmen opgaan die ons willen doen geloven dat Lloyd-Jones niet altijd zuiver op de graad was. Naar verluidt verschuilen zich charismatische addertjes onder het calvinistische gras. De sluwste en de slinkste zijn die adders die bij welhaast iedere Nederlandse gereformeerde theoloog bekend zijn, namelijk zijn uitleg van Romeinen 7:14 en zijn visie op de verzegeling of de doop met de Heilige Geest.

Men suggereert dat ‘the Doctor’ op één lijn te stellen is met degenen die na hun wedergeboorte gevrijwaard zijn van zonde en ongerechtigheid. De groeiers in de hoogte, die smalend schouderschokken over een prediking waarin de voortgaande ontdekking beklemtoond wordt.

Zijn uitleg van het boek Handelingen, met name de uitstorting van de Heilige Geest op het Pinksterfeest, is mijns inziens duidelijk geforceerd. Het heilsfeitelijke eenmalige karakt ervan Pinksteren wordt door hem geheel ontkend.

Peter Masters, de huidige predikant van Spurgeon’s Metropolitan Tabernacle, heeft deze materie in ‘Sword and Trowel’ terecht kritisch, maar eerlijk besproken. Het gaat mij echter te ver om uit angst voor de ‘charismatic cult’ bijna alle werken van Lloyd-Jones van de boeken tafel te weren.

Als Lloyd-Jones in 1981 overlijdt, komen de aan kust liggende kapers te voorschijn. Gretig wordt beslag gelegd op de vele in omloop zijnde tapes en in het bijzonder worden zeer selectief de thema’s over dit aangelegen punt beluisterd en breedvoerig opgevoerd als bewijs voor Lloyd-Jones’ charismatische inslag.

Boekbespreking ‘Witter dan sneeuw’ door H. Verhelst in Criterium 1-4-1995
Het boekje is het best te typeren door te citeren over het wezen van deze Psalm 51: “Ik zou U er nog eens op willen wijzen, dat ik niet slechts Uw aandacht vraag voor deze Psalm, omdat het de klassieke exegese is voor het gehele leerstuk van de bekering, maar omdat deze Psalm ons ook op duidelijke en indringende manier wijst op enkele stappen en stadia, die ieder mens beslist moet doormaken, wil hij een ware christen worden.”

Zoals hier aangegeven is, tracht de predikant verschillende facetten van de bekeringsweg te belichten naar aanleiding van Ps. 51. Dat hij dit in een andere stijl doet dan onder ons gebruikelijk is, komt doordat het kerkelijk leven in Engeland anders is ingericht dan in Nederland.

Boekbespreking ‘Het Koninkrijk der hemelen’ en ‘In God verbonden’ door ds. P. Mulder in De Saambinder 15-6-1995
Op zijn eigen wijze, met klem en autoriteit laat hij het gezag van dit Woord klinken.

In een heldere schrijftrant waarschuwt hij tegen vele invloeden van de geest van de tijd. Het gaat niet om wat de (moderne) mens wil, maar om wat God wil.

Hij wijst er ook met nadruk op dat het mogelijk is dat iemand niet ver van het Koninkrijk is en toch er wezenlijk buiten blijft.

Toch vond ik het antwoord op de vraag “Kunnen we dan helemaal niets doen?” teleurstellend.

Als de menselijke verantwoordelijkheid sterk benadrukt wordt, kan het ‘moeten’ van de mens wel eens erg veel nadruk krijgen. Het spreken over de dingen van bekering en geloven kan dan haast wat menselijk overkomen.

Veel waardevols wordt ons in deze boeken geboden. Het zijn uiteraard vertalingen vanuit het Engels. Of het daaraan ligt, weet ik niet, maar in elk geval vind ik een uitdrukking zoals onderaan pag. 72 in het boek over het Koninkrijk oneerbiedig.

Lloyd-Jones stond in zijn eigen traditie en cultuur. De sporen daarvan zijn uiteraard merkbaar. Wij zouden bepaalde zaken wat anders benaderen; soms ook bepaalde accenten nadrukkelijker leggen.

Veel goeds wordt ons aangereikt tot beter verstaan van de Heilige Schrift in het huidige tijdsgewricht. Het zijn waardevolle boeken ter lezing en ter overdenking.

Boekbespreking ‘Onuitsprekelijke vreugde’ door dr. M.J. Paul in RD 23-8-1995
De auteur wijkt met deze stellingname wel af van Calvijn, maar kan zich beroepen op veel theologen uit de tijd van Nadere Reformatie en Puritanisme, bijvoorbeeld Thomas Goodwin, John Owen en Jonathan Edwards.

Persoonlijk heb ik hier en daar wel mijn vragen, vooral bij zijn uitleg van Johannes 20. Maar het lijkt me dat zijn opvatting van het boek Handelingen terecht is: de gave van de Heilige Geest is niet iets dat voorbehouden is aan de begintijd van de kerk.

Boekbespreking van ‘Eeuwige redding’ door L. Vogelaar in Criterium 1-6-1996
Er wordt door hem veel opgemerkt dat tot nadenken kan stemmen. In een eigen stijl (bijv. Zijn plan) wijst hij op de onveranderlijke Raad van God.

Na het noemen van de verkiezing spreekt Lloyd-Jones helaas toch weer heel algemeen over de Zaligmaker (der wereld).

Toch spreekt hij wel over de noodzaak van de overtuiging van zonde en de toepassing van Gods Woord door de Heilige Geest. Later zegt hij echter weer, dat de directe weg naar vrede en geluk inhoudt, dat u nooit met uzelf begint en u op uzelf concentreert. We zouden in plaats daarvan onze blik moeten richten op het objectieve, het verheven heilsplan. Maar zo gaat het toch in het leven van een mens die door God bearbeid wordt, niet!

Eigenlijk borduurt de schrijver steeds op dit stramien verder. Hij zegt dat we (heel in het algemeen) moeten geloven dat de Heere Jezus ons verlost heeft en als we dat maar geloven, is het goed.

Het eeuwige leven wordt niet eerst verkregen na onze gehoorzaamheid als een voorwaarde. Dat is remonstrants.

Wel wijst hij er terecht op dat de Heere zonder dat aan het heilig recht is voldaan, de zonde niet kan vergeven. Waarom het dan ook nodig was dat de Heere Jezus tot zonde is gemaakt en geleden heeft voor Zijn uitverkorenen.

Kortom: Afgezien van vele juiste opmerkingen komt het allemaal gevaarlijk dicht in de buurt van de leer van de veronderstelde wedergeboorte. Ondanks het waarschuwen tegen Schriftkritiek en modernisme kunnen we het toch niet aanbevelen.

Boekbespreking ‘Romeinen’ door ds. M.J. van Gelder in De Saambinder 25-7-1996
De predikaties volgen nauwkeurg de tekst. Zij ademen de geest van de Reformatie en staan in de gereformeerde traditie. Het taalgebruik is deftig en tegelijk zeer eenvoudig. In zijn preken ‘separeert’ hij tussen waar geloof en inbeelding. Tegelijkertijd spreekt hij zijn hoorders aan als broeders en zusters. Dat kan verwarrend zijn. Ik denk dat wij in het algemeen wat dieper op de geestelijke bevinding proberen in te gaan dan ik in deze preken aantref.

Zeer lezenswaardig.

Boekbespreking ‘Zijn verborgen omgang vinden’ door ds. T.C. Guijt in RD 24-9-1996
Kostelijke lectuur. Voedsel voor het geestelijk leven. Meditaties die up to date zijn en tegelijk diep ingaan op de verborgen omgang tussen de Heere en Zijn volk.

Boekbespreking ‘Veilig in de wereld’ door ds. Joz. A. de Koeijer in RD 6-5-1997
Uitgave van the Doctor’s nalatenschap in boekvorm is zeker aan te moedigen. De inhoud is het alleszins waard. Er kleeft echter ook een bezwaar aan. Immers, nooit heeft Lloyd-Jones zijn preken gemaakt en gehouden met het doel ze uit te geven. Dat is goed te merken in het boek ‘Veilig in de wereld’.

Bij tijden valt de opmerking te beluisteren dat Lloyd-Jones’ preken te weinig onderscheidelijk zouden zijn. Hij zou te spaarzamelijk separeren tussen ongelovigen en Gods kinderen. Het valt niet te ontkennen dat hij inclusief preekte. Met grote regelmaat spreekt hij over “wij” en “ons”. We dienen echter te bedenken dat Lloyd-Jones door zijn preekmethode in zekere zin de separatie reeds aanbracht. Nadrukkelijk en met opzet maakte hij onderscheid tussen de morgen- en de avonddienst. Tijdens de morgendienst preekte hij in het bijzonder voor degenen die zich het eigendom van Christus wisten. Hij leidde Gods volk in de bodemloze diepten van het verlossingswewk van God Drie-enig. Gods kinderen werden vertroost en vermaand. Toerusting en verdieping waren de kernwoorden. In de avonddienst richtte hij zich meer tot de buitenstaanders, de zoekende zielen, ‘the seekers’ en degenen die nog onverzoend leefden.

Bij lezing van ‘Veilig in de wereld’ hebben we deze preekmethode in ogenschouw te nemen en dienen we te beseffen dat juist deze preken ‘s morgens werden gehouden.

Na een morgendienst in Toronto schudde een oudere dame Lloyd-Jones de hand. Hoewel deze vrouw alom geroemd en geprezen werd als een goede christin, had ze de gewoonte slechts ‘s morgens de dienst te bezoeken. Ze zei: “Ik heb begrepen dat u ‘s avonds voornamelijk voor de ongelovigen preekt. Is dat zo?” Nadat Lloyd-Jones haar vraag bevestigend had beantwoord, was haar reactie: “Nadat ik u vanmorgen heb horen preken, heb ik besloten om dan ook vanavond maar te komen…”

Boekbespreking ‘Het hart van het Evangelie’ door L. Vogelaar in Criterium 1-8-1997
Hij vraagt om u onmiddellijk over te geven aan de Heere Jezus: “Ga tot Hem, in plaats van u steeds weer te vermoeien om het oneindige en eeuwigdurende geheimenis van God te overbruggen of te bevatten.” Het is duidelijk dat hier gemist wordt dat een mens alleen maar tot Hem gaat als hij door genade is afgebracht van al zijn eigengerechtigheid en als een gans ellendige de toevlucht neemt tot Hem. Boston bijv. toont aan hoeveel slagen wel nodig zijn, voordat een mens zo ver mag ko men. Het beeld van de mens die een reddingsband krijgt toegeworpen en die wegwerpt, doet geen recht aan de doodsstaat van de mens.

De schrijver draait het precies om. “Door te geloven in Zijn dood voor mij en mijn zonden aan het kruis, ga ik Hem kennen.” Zo steeds weer: wij moeten geloven, aanvaarden enz. en dan worden of zijn we een christen.

De auteur spreekt heel in het algemeen van “de gave die Hij u vrijwillig geeft”. Het is droevig en onbegrijpelijk dat de schrijver zulke dingen heeft beweerd, want daarnaast zegt hij toch wel dat een mens van zonde geoordeeld en overtuigd moet worden.

Wie hier mis gaat, is uiteindelijk toch helemaal mis. Dit ondanks de mooie dingen die hij ook zegt, bijv. over de ergernis van het kruis. “Spreek niet van ‘het bloed’ en ik zal naar uw kerk komen.” Niet aanbevolen.

Boekbespreking ‘Het evangelie volgens het Oude Testament’ door dr. M.J. Paul in RD 9-10-1997
Dr. Lloyd-Jones zag zichzelf allereerst als een evangelist. Daarom stelde hij: “Ik ijver er vurig voor en dring erop aan dat er in elke kerk iedere week een evangelisatiedienst gehouden wordt”.

Lloyd-Jones maakte opvallend vaak gebruik van het Oude Testament om de ongelovigen te bereiken. Hij deed dat, omdat hij zag hoe dit bijbelgedeelte veronachtzaamd werd en nagenoeg verdwenen was als een krachtige invloed in het hedendaagse christendom.

Het Oude Testament geeft veel illustraties die laten zien hoe de mens van nature is.
Daarbij valt het op dat hij veel tijd besteedt aan de situatie waarin de hoorder verkeert en de verlossing door Christus wel steeds aangeeft, maar niet erg uitwerkt. Daar zijn de zondagmorgenpreken voor!

Voor velen zal dit te direct zijn. Waar is het werk van de Heilige Geest? Waar is de doorleving van zonde en schuld?

Over het algemeen kan ik mij goed vinden in de boodschap die Lloyd-Jones brengt, maar meer dan eens heb ik wel moeite met de manier waarop hij de teksten toepast. Hij beschouwt de oudtestamentische geschiedenissen vaak als voorbeelden van algemene principes en gaat dan verder met die algemene boodschap. Waarom besteedt hij niet meer aandacht aan de specifieke boodschap van de gekozen teksten?

Boekbespreking ‘Het hart van het Evangelie’ door ds. C. Harinck in RD 1-11-1997
Wij hebben in Lloyd-Jones ongetwijfeld te maken met een man die een boodschap had voor de moderne mens. Hij wist de bijbelse boodschap dicht bij de mondige, kritische en materieel ingestelde mens van onze tijd te brengen. Ik denk dat dit een van de sterkste kanten van zijn werk is geweest.

Toch komt in het algemeen te weinig naar voren dat deze verlichting van het verstand en de vernieuwing van het hart een werk van God de Heilige Geest is. Het komt natuurlijk ook wel door het andere taalgebruik, maar de beantwoording van de vraag hoe een mens aan die wedergeboorte komt, vind ik toch wat vreemd en oppervlakkig.

Tegelijk wil ik u echter aanraden zijn boeken niet kritiekloos te lezen. Bij al het goede wat Lloyd-Jones biedt, missen wij toch te veel de reformatorische klanken van de kennis van ellende, verlossing en dankbaarheid.

Boekbespreking ‘Het evangelie volgens het Oude Testament’ door ds. H. Paul in De Saambinder 14-5-1998
Dr. Lloyd-Jones is chirurg geweest, dat is te merken. Hij stelt een scherpe diagnose: de verloren mens. Hij wijst de juiste therapie aan: het bloed van Christus reinigt van alle zonden. Maar in de toediening van het medicijn is hij erg radicaal: Zie op Christus, Die aan het kruis stierf. Besef wat er heeft plaats gevonden, wat het betekent dat Hij daar uw zonden in Zijn eigen lichaam droeg, dat uw zonden in Hem gestraft werden dat God uw ongerechtigheid op Hem heeft gelegd en dat Hij ze daar heeft vergeven. Dat is alles. U hoeft niet anders te doen dan uw zonden te belijden, u te bekeren, alles te belijden en dan eenvoudig te geloven dat Christus de Zoon van God, voor u en uw zonden gestorven is, en als u dat doet, zult u onmiddellijk verlost zijn. Aldus Lloyd-Jones.

Deze woorden wekken toch wel de indruk dat hij de patiënt meer vermogens toekent dan deze ter inname van het medicijn bezit. Jeremia’s woord: “Heere, bekeer me, dan zal ik bekeerd zijn”, klinkt er niet in door. Wat niet wegneemt dat de eis tot bekering en geloof blijft.

Wanneer men deze zaken in het oog houdt is er verder veel goeds te lezen in dit boek.

Boekbespreking van ‘God de Heilige Geest’ door ds. P.D.J. Buijs in RD 8-9-1999
Wie met het werk van Lloyd-Jones enigszins op de hoogte is, wordt opnieuw getroffen door de wijze waarop de stof behandeld wordt. Niet op een afstandelijke manier, maar warm- betrokken, vervuld van het verlangen geestelijke leiding te geven. Dat gebeurt in dit boek, met als basis de uitspraken van de Heilige Schrift. Uitgebreid gaat ‘the doctor’ in op de toe-eigening van het heil – bij uitstek het werk van de Heilige Geest.

Prachtige dingen worden gezegd over de aanneming tot kinderen, een element dat in onze traditie misschien wel eens wat onderbelicht is gebleven.

Heb ik dan geen vragen en opmerkingen? Die heb ik wel en (in geestelijke verbondenheid!) ik zou er een zevental willen formuleren.

Artikel door ds. W. Visscher in RD 29-9-1999
We zien in de werken van Lloyd-Jones soms een zeker optimisme ten aanzien van de wedergeboren mens.

Artikel door ds. W. van Vlastuin in RD 9-12-1999
Hoewel deze prediker niet het laatste woord heeft, heeft hij voor mij nog altijd zeggingskracht.

Artikel door ds. P.D.J. Buijs in RD 9-12-1999
Kortom: ook al heb ik kritiek op onderdelen, Lloyd-Jones is voor mij een gids zowel voor mijn persoonlijk geestelijk leven als met het oog op de ambtelijke dienst. En het geheim van zijn zeggingskracht? Zoals het ook van de puriteinen wel gezegd is: ze hadden geen bloed, maar ‘bibline’ in hun aderen!

Artikel door ds. P. van Ruitenberg in RD 9-12-1999
Dr. D. Martin Lloyd-Jones is een man met inzicht en een gave om dingen eenvoudig onder woorden te brengen. Daarbij heeft hij een vriendelijke manier van zeggen en zijn boeken ademen de geest van een oprecht man. Lloyd-Jones is niet een van de predikers die veronderstellen dat het met al de hoorders geestelijk wel goed zit.

Toch ben ik vaak op mijn hoede. Lloyd-Jones kan (terecht) scherp uitvallen naar hen die in dode lijdelijkheid voortleven, terwijl zijn reactie op de gevaren in pinksterkringen en de evangelische hoek uitermate mild zijn. Had hij te goede contacten met familie en vrienden in die kring om de zwakke plekken aan te wijzen?

Lloyd-Jones had sympathie voor hen die in tongentaal spreken en ook zijn zienswijze op de doop met de Heilige Geest kan ik niet delen, al schijnt hij anderzijds soms niet ver af te zijn van wat John Owen noemt de vrijspraak in de hof van het geweten.

De auteur is naar mijn idee ook wel erg blij als iemand persoonlijk is geraakt door het Woord van God, en daar ook naar wil leven. Zo blij, dat kritische vragen ten aanzien van de oprechtheid van het geloof nauwelijks worden gesteld. Ik mis de eerlijkheid van de puriteinen en onze Nederlandse oudvaders die veel uitvoeriger hebben gesproken over wat een geloof oprecht maakt. Niet dat Lloyd-Jones dit totaal laat liggen, maar schijnbekeringen zijn mijns inziens vaak subtieler dan hij ze beschrijft.

Deze vaagheid over wat het verschil is tussen een ware en een schijnbekering zou wel eens de oorzaak kunnen zijn waardoor zijn boeken wereldwijd in zo’n heel brede kring worden gelezen en de ene na de andere druk beleven. Ik kan dat helaas niet zien als een teken van een geweldige opwekking, maar van het niet doordringen tot de kern.

Boekbespreking ‘God de Vader, God de Zoon’ en ‘De laatste dingen’ door ds. P. van der Kraan in RD 12-4-2000
Inzake de heilige doop liggen de standpunten van Lloyd-Jones en de gereformeerde geloofsleer het verst uiteen. In antwoord op de “beslissende vraag” waartoe de doop dient, horen wij dat het geweldige van de doop hierin bestaat dat God daardoor “verzegelt wat er eerder met mij is gebeurd is”: de wedergeboorte en het ontvangen van de Heilige Geest.

Omdat Lloyd-Jones de doop niet ziet als teken en zegel van Gods verbond, waarin God de Eerste is, verwerpt hij de kinderdoop.

Een ander verschil betreft de visie van de schrijver op (de toekomst van) Israël. ‘Geheel Israël’ is voor Lloyd-Jones het totaal van Joden die de eeuwen door gered zijn door het geloof in Jezus. Niet het volk (we laten in het midden hoe ver dat reikt), maar alleen individuele Joden worden gered. In het denken van Lloyd-Jones is er voor Israël als volk geen plaats in het heilswerk van God.

Als het verbond niet de dragende grond is van het handelen van God eindigen we in subjectivisme zodat er voor Israël als volk geen plaats is.

Boekbespreking ‘God de Vader, God de Zoon’ en ‘De laatste dingen’ door ds. P. Mulder in De Saambinder 3-1-2002
Hij acht het te oppervlakkig te zeggen: “Ik geloof in Jezus”. De leer der Schrift moet wezenlijk gekend en de dwalingen moeten weerlegd worden. Lloyd-Jones levert daartoe fundamenteel werk.

Afwijkende gedachten heeft hij over de kerkregering en de kinderdoop

De eigen opvattingen van Lloyd-Jones zijn bijbelgetrouw, hij houdt zelf vast aan de scheppingsdagen als gewone dagen. Wel iaat hij op een enkel punt enige ruimte voor “vrome, trouwe christenen die anders denken”.

Het deed mij weldadig aan, temidden van zoveel wat je over deze onderwerpen leest en hoort, een gewoon bijbelse uitleg te lezen.

Onder ons is terecht altijd nog gezaghebbend de Gereformeerde Dogmatiek zoals ds G.H. Kersten deze voor de gemeenten heeft toegelicht. Wij allen, en zeker ook onze studerende jongeren, doen er goed aan zich daarin te verdiepen. Lloyd-Jones zegt terecht dat we de leer moeten kennen. Vervolgens kan het lezen van deze werken van Lloyd- Jones, mede gelet op de actuele vragen van vandaag, van goede waarde zijn.

Boekbespreking ‘Geestelijke groei’ door ds. C. Blenk in RD 28-1-2009
“Geloof is niet passief, het is heel actief.” Wij moeten niet wachten op ervaringen, maar wandelen in het geloof. Niet wie gevoelt, maar wie gelooft wordt behouden.

De vraag kan worden gesteld waarom Lloyd-Jones eigenlijk in het Nederlands wordt vertaald en in de gereformeerde gezindte uitgegeven. Wij moeten deze non-conformist niet annexeren, maar hij kan onze Nederlandse patstellingen wel doorbreken.

Lloyd-Jones verfoeide oppervlakkigheid. Spreekt hij daarom zo vaak over ‘moeten’? Zelfs “Het woord van Christus wone rijkelijk in u” heet bij hem een bevel: het móét. Hij maakt dus van de aanvoegende wijs een gebiedende wijs.

Boekbespreking ‘Ouders en kinderen’ door H.A. van Zetten in De Saambinder 23-9-2010
De bekende predikant van de Westminster Chapel in Londen, dr. Martyn Lloyd-Jones (1899-1981), is vaak aangeduid als een calvinistische methodist en behoorde tot de reformatorische vleugel binnen de evangelicale beweging in Groot-Brittannië.

Lloyd-Jones stelt zich vooral tegen het moderne christendom, dat het onbijbelse liberale denken volgt door liever te spreken van vrede, geluk, genot, gemak en tolerantie, dan van recht, waarheid, gerechtigheid, rechtvaardigheid. Hij verwijt moderne christenen dat ze helemaal meegaan met het liberale vrijheidsdenken dat kinderen aan zichzelf overlaat in zogenaamde zelfontplooiing (uiteindelijk: normloosheid).

Steeds weer wijst Lloyd-Jones op de grote verantwoordelijkheid van de ouders om een levend voorbeeld te zijn waarin de liefde tot de ziel van het kind geproefd wordt. In het verlengde hiervan benadrukt hij de waarde van goed onderwijs op grond van Gods Woord. Hoewel sommige uitspraken als het ware uitnodigen tot een nadere gedachtewisseling en het stellen van vervolgvragen, biedt dr. Lloyd-Jones in dit praktische boekje een nuchtere en gezonde visie op opvoeding, onderwijs, gezag en gehoorzaamheid.