De Nederlandse gereformeerde gezindte over Lloyd-Jones

Met dank aan www.digibron.nl en www.delpher.nl. Het zijn losse citaten uit de boekbesprekingen en artikelen. Sommige zinnen verwijzen dus naar de context die ik niet heb meegenomen. Houd daar rekening mee.

Boekbespreking ‘Vrees niet, geloof alleen’ door S.C. Bax in RD 27-10-1984
Het is een boeiend en beslist niet moeilijk boekje dat door iedereen begrepen kan worden. Zonder ook maar een enkele beperking kan het aanbevolen worden. Eigenlijk moet ook iedereen van zoiets kennisnemen.

Artikel over de SGP-Europarlementariër ir. L. van der Waal in ND 29-12-1984
Van der Waal vertelt in het Europese Parlement toch nog enkele andere bijbelgetrouwe christenen te hebben ontmoet. Hij noemt twee leden van de fractie waar de Engelse conservatieven in zitten. (…) De ander is een evangelical uit de Anglicaanse kerk, sir Fred Catherwood, vice-voorzitter van de fractie waarvan de Engelse conservatieven deel uitmaken. Hij is een schoonzoon van de bekende Londense predikant dr. Martin Lloyd Jones en wat wil nu het geval? Van der Waal, die voor zijn oude baan wel eens in Londen kwam, ging dan meestal bij Lloyd Jones naar de kerk en was daar ook wel eens thuis geweest. Zodoende kende hij mevrouw Catherwood nog wel een beetje en toen zij eens samen met haar man in Straatsburg was, bleek dat genoegen nog wederzijds te zijn. Ook in Europees verband is de wereld soms klein.

Boekbespreking ‘Vrees niet, geloof alleen’ door drs. G. Hagens jr. in ND 27-8-1985
Aan de hand van (de uitleg van) enige passages uit Habakuk worden de ‘tijdsvragen’ behandeld. Zo is een instructief boekje ontstaan, dat de lezer ook zeker verder brengt. Anderzijds moet ook worden gezegd dat het boek Habakuk helaas niet tot z’n recht komt. De behandeling ervan is te fragmentarisch; omdat de auteur veel te snel van Habakuk overspringt op z’n eigen tijd, wordt het geheel ook wat moralistisch.

Bij het doortrekken van de lijnen binnen de heilshistorie stelt het boekje teleur. Alleen bij de behandeling van Hab. 3 worden de lijnen doorgetrokken; maar omdat hier de exegese faalt, kunnen ze niet echt overtuigen.

Kortom: dit boekje draagt een goede, bemoedigende boodschap uit. Maar als hulpmiddel tot een beter verstaan van de boodschap van het boek Habakuk schiet het helaas te kort.

Artikel in Gereformeerd Weekblad 11-4-1986
Dr. D. Martyn Lloyd Jones, de inmiddels overleden bekende predikant van de Westminster Chapel in Londen, geeft in zijn preken over Efeze 6:10-20 onder de titel “The Christian Soldier” enkele behartenswaardige voorbeelden. Ik geef wat hij schrijft hier enigszins vrij weer.

Wanneer een christen, zegt hij, zich begeeft in het gebed of tracht te bidden, dan schiet de duivel uit alle richtingen de vurige pijlen op de bidder af. Zodra men zich in het gebed wil concentreren op God, vervult hij ons onmiddellijk met allerlei gedachten, die ons van het gebed of van de aanbidding aftrekken en werpt ons duivelse gedachten in het hart.

Je krant, zegt hij, kun je heel geconcentreerd lezen, maar zodra je je bijbel oppakt en wilt beginnen te lezen, ondervind je dat je je onmogelijk kunt concentreren.

Artikelenserie door ds. Joz. A. de Koeijer in De Waarheidsvriend februari 1987
Zijn schoonzoon Sir Fred Catherwood schrijft over Lloyd-Jones’ bekering: “Doordat hij het Woord gestaag lezend overdacht, werd zijn geest gegrepen door het evangelie van Christus. Hij werd overweldigd door haar onweerstaanbare kracht en haar evenwichtige logica, zoals men onder de indruk kan komen van die grootse zichzelf stuttende booggewelven in een grote kathedraal”.

Dat de diensten in Westminster Chapel welgevulde voedseltroggen waren, blijkt uit de woorden van een student die toegeeft: “Ik heb meer theologie geleerd in de kerkbank van Westminster Chapel dan in de collegebank van mijn school”.

Artikelen door G. van den Brink in Opbouw augustus/september 1987
Wat bewoog Martyn tot deze zeer ongewone stap? Dat blijkt duidelijk uit zijn emotionele vraag: “Kon ik de mensen blijven genezen naar het lichaam, terwijl ik moest aanzien dat hun zielen voor eeuwig verloren gingen?” Voeg daarbij die andere uitroep: “O wat wordt er slecht gepreekt in ons land en in onze kerken!”

Het was Martyns diepe overtuiging dat de dominees, de goeden niet te na gesproken, de schuld droegen aan de leegloop van de kerk: ze hadden de waarheid van de Schriften losgelaten, de boodschap van de reformatie: en stichtelijkheid ervoor in de plaats gebracht. En wetenschapsverering en Bijbelkritiek.

Veel opzien baarde het dat de jonge evangelist weigerde te stappen in enige organisatie voor welzijnswerk, terwijl de nood van de mijnwerkers , en hun gezinnen hemel schreiend was. “Het Woord moet het doen”, zei hij tot zijn verbaasde vrienden van de geheelonthouders vereniging. En het Woord deed het: dronkaards, beruchte dorpstypen en heel beschaafde christenen kwamen tot berouw en bekering. De kleine gemeente beleefde een explosieve groei.

Hij was een bruggenbouwer tussen calvinisme en methodisme. Men kent de problematiek van vandaag: Soms verlaten sympathieke christenen onze kerken. Hun klacht: wat we horen is erg knap, maar ons hart blijft zo koud. We hunkeren naar de warmte van de evangeliegemeente.

Tegelijk voltrekt zich een tegenbeweging: evangelie-christenen voegen zich bij ons: Hun motief: we kregen zo weinig voor ons hoofd! Zo weinig inzicht in de Schriften. Het was altijd hetzelfde. We begonnen te verkommeren.

Bij de confrontatie met deze problemen volgde hij de strak wetenschappelijke methode waarvan hij de doeltreffendheid had leren kennen bij het diagnostiseren: eerst bepaal je wat absoluut waar is; daarna wat beslist niet waar is; dan toets je de tussenliggende mogelijkheden aan a) en b). Je komt dan in de buurt van het goede antwoord.

Als Lloyd-Jones stootte op nieuwe vragen, vroeg hij zich eerst af: Ben ik deze visie ooit tegengekomen bij mijn lezing van de Heilige Schrift of bij de Reformatoren? Zo neen, strijdt dit nieuwe tegen de Schrift of Reformatie? Bij onzekerheid stond bij Lloyd-Jones het licht op rood.

Ik denk dan aan de vele banden met preken van Lloyd-Jones over de Romeinenbrief en de Efezersbrief. Altijd weer treft de diepe eerbied voor de Schrift, de knappe analyse, de glasheldere uiteenzettingen. Ook als men een andere exegese zou kiezen blijft de conclusie: zo moet het! Zo sterk en krachtig, zodat ieder erkent: dit is geen mensen woord; het is waarlijk Gods Woord! Het wil toch wat zeggen dat Westminster Chapel met meer dan 2000 zitplaatsen altijd stampvol zat als “de doctor” preekte. En dat gedurende. 25 jaar! En in een tijd van afval! Hij preekte, al maar bladerend in de Schrift en voorlezend wat er stond, soms vier of vijf teksten na elkaar.

In zijn methode was hij sterk analytisch. Ik zou bijna zeggen: chirurgisch. Eerst zette hij de scalpel diep in de tekst. Hij sneed er de kern uit los en legde het hart ervan bloot. Daarna legde hij (als bij de 2e helft van een operatie) elk onderdeeltje weer netjes op zijn plaats. De tekst was nu voor gebruik gereed. De tekst werd nu zelf scalpel.

Hij dreef die diep in het menselijke en kerkelijke hart. En legde de zonde of zwakheid bloot die met de tekst correspondeerde. De aan zijn kwaal ontdekte zondaar wist zich “doorsneden in het hart” en werd vanuit zijn verlorenheid en schuld geleid tot Jezus Christus. En tot wederom-geboorte. In dit verband merk ik nog op dat kennisname van het preekwerk van “de doctor” mij bijzonder vruchtbaar lijkt voor de discussie met de Christelijke Gereformeerde broeders én zusters.

Dr John Stott geeft in zijn laatste boek (The Cross of Christ) een uiterst belangrijk detail, dat niet voorkomt in de genoemde biografie. Toen Lloyd-Jones gepreekt had in een buurgemeente, zei de oude plaatselijke dominee: “Martyn, het was heerlijk, maar het kruis van Christus staat nog niet centraal in je preken”. Hij beval de jonge dokter twee boeken ter lezing aan. Die sloot zich daarmee op in zijn studeerkamer. Hij liet een paar maaltijden voorbijgaan. Tot zijn vrouw, dodelijk ongerust, opbelde om een dokter. Toen Lloyd-Jones eindelijk de studeerkamer verliet zei hij: “Nu heb ik de kern van de boodschap gevonden”.

P.S. Helaas zijn de werken van Lloyd-Jones alleen toegankelijk voor wie het Engels beheerst.

Boekbespreking ‘Geestelijke depressiviteit’ in Bewaar het Pand 26-5-1988
We krijgen de indruk dat het boek goed, maar wel vrij vertaald is.

“We hebben het recht zo te zijn.” Zo lezen we op bladzijde 31. In het Engels staat er: “He made man in such a way that that was to be the position, that man might dweil in communion with God and enjoy God and walk with God. You and I are meant to be like that, and if we are not like that, it is sin. That is the essence of sin. We have no right not to be like that. That is sin of the deepest and worst type.” O.i. bedoelt de schrijver juist het tegendeel te zeggen van wat de vertaling zegt.

Artikel door ds. K. ten Klooster in Terdege 8-6-1988
Op grond van zijn opvattingen over geest, hart en wil, mag volgens Lloyd Jones het hart slechts via het verstand beïnvloed worden. Hij veroordeelt het als een predikant op het gevoel van zijn hoorders werkt. Gebeurt dat in de praktijk niet te veel?

Boekbespreking ‘Geestelijke depressiviteit’ door ds. D. Rietdijk in Daniël 1-7-1988
Wijlen ds. W.C. Lamain van Grand Rapids schreef van Lloyd-Jones in een voorwoord: “Ik ben bij de lezing van dit boek (J.A. Alexander: Alle begrip te boven) getroffen door het woord van de ontslapen dr. M. Lloyd-Jones, die in het boek een kort, maar waardig voorwoord heeft geschreven. Wij hebben van die doctor in de theologie verschillende geschriften die getuigen van de vreze Gods. maar ook van een geheiligde kennis van de weg der zaligheid.”

Graag wil ik de woorden die hierboven geschreven zijn van toepassing verklaren op dit boek. Op pastorale wijze zoekt de schrijver in een 21-tal korte hoofdstukken aan de hand van een tekst de oorzaken van geestelijke depressiviteit op te sporen en het geneesmiddel aan te tonen. Ontdekkend en leidend gaal de schrijver zijn weg. Veel onderwijs wordt er in gegeven. Moderne dwalingen komen aan de orde, zodat we zeker niet kunnen zeggen dat het verouderd is. Integendeel, we wensen het in de handen van velen. Het is geen boek om het zo maar door te lezen. Het vraagt aandacht, meditatie, verwerking van de stof. Maar zo kan het zegen afwerpen onder de zegenende handen van de Heere. Van harte aanbevolen!

Boekbespreking ‘Geestelijke depressiviteit’ in IRS Magazine 1-9-1988
Het is een heldere uiteenzetting van deze bekwame arts, die later predikant werd; een stukje uitstekende bijbelse psychologie, die velen tot steun zal zijn.

Dr. Lloyd besteedt een heel hoofdstuk aan het vaste fundament van ons geloof: de rechtvaardigmaking uit het geloof en door genade alleen. Volgens hem zijn er velen die nooit een goed inzicht daarin hebben gehad. En dan krijgt de duivel alle kans om verwarring te stichten.

Wel moet ik eraan toevoegen dat de vertaling zeer slecht en slordig is. Dat is jammer, maar dat hoeft geen reden te zijn om u dit boek niet aan te schaffen.

Boekbespreking ‘Geestelijke depressiviteit’ door ds. A. Elshout in DRS Magazine 1-10-1988
Dit praktische boek, dat in Engeland reeds in negen drukken verschenen is, is voor duizenden die de Engelse taal beheersen tot onderwijs en bemoediging geweest. De verschijning van dit boek in het Nederlands acht ik van zeer groot belang te zijn. Wat ik enige tijd geleden in de Engelse uitgave gelezen had, verwekte in mij het blijvend verlangen, dat het ook eens in het Nederlands zou verschijnen. Ik ben er de anonieme (mij bekende) vertaler en de uitgever dankbaar voor, dat zij dit boek binnen het bereik brachten van het Nederlandse lezerspubliek.

Boekbespreking ‘Geestelijke depressiviteit’ van ds. A. Elshout in De Saambinder maart/april 1989
Dit practische boek, dat in Engeland reeds in negen drukken verschenen is en voor duizenden christenen tot bemoediging en onderwijs is geweest, ja tot een blijvende zegen, is nu ook in onze taal te lezen. Wij kunnen de Heere daarvoor niet dankbaar genoeg zijn.

Onlangs heeft ds. Moerkerken in De Saambinder uiting gegeven aan zijn diepe bezorgdheid betreffende het gevaar van de onkunde. Onkunde aangaande de Heilige Schrift, de geloofsleer en de kerkgeschiedenis is een steeds groter wordende bedreiging voor het welzijn van de gemeenten. Op dat gevaar heeft ds. Moerkerken terecht gewezen. Lloyd-Jones ziet, behalve de in dat artikel gesignaleerde gevaren, in die onkunde ook een belangrijke oorzaak van geestelijke depressiviteit. Hoe onkundiger iemand is, hoe gemakkelijker prooi die persoon zal zijn voor de vorst der duisternis met zijn aanvechtingen, bestrijdingen en verleidingen.

Wanneer de psychiater dr. van Scheyen schrijft, dat naar zijn mening één der oorzaken van psychische en geestelijke nood bij mensen van onze gemeenten gelegen is in het feit, dat men de belijdenisgeschriften niet goed verstaat, dan moet ons dat toch wel wat te zeggen hebben!

Artikel in De Waarheidsvriend 9-11-1989
Of, om het nog eens met Martijn Lloyd Jones te zeggen: “Uiteindelijk is de geschiedenis van vandaag slechts van belang als zij verband houdt met de geschiedenis van de Christelijke Kerk”.

Artikel door A. de Reuver in Theologia Reformata 1-1-1990
Het komt er dus op aan, de opdracht door te geven, eenvoudig, maar met de volle inzet. Martin Lloyd Jones, die zo’n inspirerende studie heeft gewijd aan de prediking, spreekt in dit verband van de urgentie, de drang, de toewijding die de prediker zal bezielen, en daarbij van de diepe afhankelijkheid die hem levenslang zal kenmerken. De opdracht is immers van een weergaloos gewicht!

“U bent niet louter bezig met het verstrekken van informatie, u bent bezig met zielen, u bent bezig met pelgrims op weg naar de eeuwigheid. Niets kan ooit zo urgent zijn als dit”. Hij vertelt dan van de opwekkingsprediker William Chalmers Bums, die op een gegeven moment zijn hand op de schouders van een ambtsbroeder legde en zei: “Brother, we must hurry!” En hij voegt er aan toe: “Als de prediker dit besef van urgentie niet oproept, dat hij daar staat tussen God en mensen, sprekend tussen tijd en eeuwigheid, ligt het niet op zijn weg om op de kansel te staan. Daar is geen plaats voor kalme, koele, wetenschappelijke abstractie en objectiviteit in deze dingen. Dat mag mogelijkerwijs gepast zijn voor een filosoof, maar het is ondenkbaar voor een prediker, vanwege heel de situatie waarbij hij is betrokken”. De last is ons opgelegd!

Boekbespreking ‘De Bergrede 1’ in Theologia Reformata 1-1-1990
Er staan heel zinnige dingen over het christelijke leven in deze bundel preken, volop aktueel ook voor onze tijd. Het valt me wel op, dat de schrijver sterk uitgaat van de antithese. Voor mijn besef wel eens wat te sterk. Ook treedt de christen met zijn heilig leven onbedoeld wel eens wat te veel naar voren. Een christen is en blijft echter alleen heilig in en door Christus. Wat bedoelt de auteur als hij zegt dat de individuele christen wél, maar de Kerk niét mag spreken als het om politieke, maatschappelijke onderwerpen gaat?.

Zo zijn er wel meer kanttekeningen te maken. Ze hebben veelszins te maken met de onontkoombare spanning tussen het wél in de wereld, maar niet van de wereld zijn. Neem en lees.

Boekbespreking ‘De Bergrede 1’ door J. van der Graaf in De Waarheidsvriend 12-4-1990
Wie Lloyd Jones kent zal dit boek niet willen missen. Wie hem nog niet kent schaffe zich dit boek aan. Een diepte-investering voor het geestelijk leven.

Verslag in RD 19-7-1990
Er is iets fundamenteel mis met de kerk als onbekeerden zich er gaan thuisvoelen, zo citeerde drs. P. de Vries (Opheusden) gisteren, tijdens de jaarlijkse bijeenkomst van de ring Oldebroek van de Bond van hervormd-gereformeerde mannenverenigingen, dr. Martyn Lloyd-Jones.

Boekbespreking ‘De Bergrede 1’ door W. van ’t Spijker in De Wekker 17-8-1990
De uitlegging gebeurt op de wijze van de prediking. Exegetische verhandelingen zal men er niet in aantreffen. Wel het resultaat van zorgvuldige, Schriftgetrouwe exegese, toebereid voor een groot gehoor. Want dat trok deze begenadigde prediker.

De dertig preken zijn recht op de man af. Van harte aanbevolen.

Boekbespreking ‘De Bergrede 1’ in Bewaar het Pand 30-8-1990
We vinden in dit werk een diepgaande verklaring van de z.g. Bergrede van de Heere Jezus.

De lezers kunnen dan zelf oordelen. We verwachten dat ze het met ons eens zullen zijn dat deze prediker ook in onze dagen nog een boodschap heeft. We willen het boek van harte aanbevelen.

Boekbespreking ‘De Bergrede’ door ds. P. van Ruitenburg in RD 15-9-1990
Is Martyn Lloyd-Jones een man die ons iets te zeggen heeft? Hoe is zijn ligging? Is hij zuiver?

Hij laat de volle Raad Gods spreken. Ik heb met genoegen gelezen hoe hij in het eerste deel van ‘De Bergrede’ spreekt over de armen van geest.

Ik acht zulke taal reformatorisch, schriftuurlijk. Ik ben wat voorzichtig met zijn sympathie voor de broers Charles en John Wesley en voor George Whitefield, die de grondleggers waren van het methodisme. Van hen kwamen vooral de eersten in bedenkelijk vaarwater. Ik kan ook niet goed begrijpen dat hij John Darby met zo veel instemming aanhaalt. Maar ik kan niet zeggen dat hij in hun ontsporingen meegaat. Integendeel.

We moeten onze volkomen hulpeloosheid erkennen en inzien dat, als er niemand komt of ons vastpakt, of iets met ons doet, we volledig verloren zijn. Die taal spreekt me aan.

Soms had ik ook wel vragen bij dit levendig geschreven boek. Als hij schrijft dat de christen iemand is die weet dat hem alles vergeven is en weet dat hij door de gerechtigheid van Jezus Christus bewaard wordt, huiver ik toch wat.

In zulke passages lijkt hij alleen oog te hebben voor de verzekerde christen, die na veel oefeningen weet van zijn aandeel in Christus. Maar er zijn toch ook vele tobbers, die door genade wel eens buiten zichzelf mogen zien op een Ander, maar nog zo weinig met Hem bekend zijn.

Maar vaak ervaar ik het als wat te hoogdravend. Gods kinderen komen te gepolijst naar voren.

Bij zo’n stukje bekruipt mij enig onbehagen. Soms vind ik het boek innemend en val ik het van harte bij en dan ineens verlies ik het contact en blijf ik vragen houden.

Hij spaart de mens niet, is ontdekkend en onderwijzend. Ik vind het een voorrecht dat er een boek verschenen is dat zo duidelijk tegen het moderne levensgevoel is gekeerd.

U voelt echter dat het niet gemakkelijk is om de schrijver te plaatsen. Persoonlijk zou ik liever wat minder spreken over de christen, en liever het woordje ‘ware’ invoegen. Ik had graag wat meer geweten van de bekommerde christen en de vraag leeft of volgens deze dominee er dan geen twijfel is bij de verzekerden van hun staat. Maar anderzijds vond ik veel herkenning. Ik wil dit 320 bladzijden tellende boek aanbevelen, maar laten we dan ook goed lezen wat er gekend moet worden en laten we ons niet te snel meevoeren door het ‘wij’ en ‘ons’, waarmee de schrijver alleen Gods kinderen bedoelt!

Ingezonden brief door drs. P. Buitelaar in RD 24-9-1990
Met stijgende verbazing heb ik de recensie van ds. P. van Ruitenburg gelezen. Enerzijds prijst hij de auteur, omdat hij de volle Raad Gods laat spreken, reformatorisch en schriftuurlijk schrijft, maar anderzijds ervaart hij de inhoud als wat te hoogdravend en blijft hij vragen houden met betrekking tot de zekerheid en de bekommerden. En hij eindigt min of meer, met de conclusie: Het is een mooi boek maar ik hoop niet dat juist die mensen met deze leer aan de haal gaan die geen oog hebben voor de bekommerden.

Het gaat om de vraag wat Gods Woord (en de belijdenis) zegt over deze zaken. Uitdrukkingen zoals de bekommerde kerk hebben weliswaar een lang leven achter de rug, maar dat betekent nog niet dat zij schriftuurlijk zijn of schriftuurlijk worden ingevuld.

Het is volstrekt begrijpelijk dat Lloyd-Jones iemand christen noemt die weet dat hem alles vergeven is. Men vergelijke Zondag 12, vraag en antwoord 32 met Zondag 7 van de Heidelberger.

Ingezonden brief door M. Burggraaf in RD 24-9-1990
Met verbazing en ook enige ergernis las ik het artikel over ds. D. M. Lloyd-Jones.

Een volgend citaat uit het artikel: “U voelt echter dat het niet gemakkelijk is om de schrijver te plaatsen. Persoonlijk zou ik liever wat minder spreken over de christenen en liever het woordje ‘ware’ invoegen”. Met deze benadering zou ook het bijbelse spraakgebruik en de taal van de belijdenis aan een herrijking toe zijn.

Interview met ds. A. Baars in Terdege 24-10-1990
“Dr. Martyn Lloyd-Jones heeft eens gezegd: Er is iets wat nog veel erger is dan de kerkelijke verdeeldheid en dat is de doodheid van de kerken. Hij heeft daar een wat schokkend beeld voor gebruikt. Toch doen we er goed aan dat op ons te laten inwerken. Je kunt wel proberen een aantal lijken in één graf te werpen, zo zei hij, maar daarmee worden ze nog niet levend. Wat we nodig hebben is levendmaking, een opwekking die er alleen kan komen in de weg van verootmoediging en gebed. Die woorden zijn mij uit het hart gegrepen.”

Boekbespreking ‘Wordt niet dronken in wijn’ in Bewaar het Pand 8-11-1990
De ondertitel luidt: Het werk van de Heilige Geest in het huwelijk, gezin en werk.

We hebben in het algemeen dit boek met instemming gelezen: We betreuren het wel, dat de uitgever niet begonnen is met de uitgave van het eerste deel. In de eerste hoofdstukken van deze brief liggen de grondslagen voor het tweede deel en dat blijft nu te veel op de achtergrond.

Dr. Lloyd Jones maakt in de situatie waarin we ons bevinden geen bezwaar tegen onnodige zondagsarbeid. Ook niet tegen staken. Zou een en ander dan kunnen voortkomen uit de Geest van Christus

Dr. Lloyd Jones was een begaafde prediker, die het evangelie op een eigen wijze wist te brengen. Uit het bovenstaande blijkt wel, dat we ook zijn werk moeten toetsen aan Gods Woord. Het bevat veel goeds. We hopen dat ook de andere delen in onze taal zullen verschijnen.

Boekbespreking ‘De Bergrede deel 1’ door P.J. van Kampen in Opbouw 21-12-1990
Een van de bekendste en meest geliefde Bijbeluitleggers in Groot-Brittannië was dr. Martyn Lloyd Jones.

Dat dit redelijk prijzige, maar zeer netjes uitgevoerde werk nu ook in het Nederlands is verschenen is zonder meer verheugend!

Een vrij snelle vergelijking – steekproefsgewijs – van de vertaling en het Engelse origineel geeft mij wel wat opmerkingen; het geheel zou ietsje ‘losser’ vertaald kunnen zijn.

Ook al citeerde Martyn Lloyd Jones zelf de King James Version van 1609, toch geeft zijn taal een wat meer ‘eigentijdse’ indruk dan deze Nederlandse editie, die de Statenvertaling gebruikt. Dat vind ik een beetje jammer, maar zeker geen doorslaggevend argument tegen aanschaf.

Die licht ‘ouderwetse’ indruk van de Nederlandstalige editie wordt versterkt door een (op zich interessante) biografische inleiding, van de hand van de Hervormde predikant De Koeijer. De titel ‘D.M. Lloyd-Jones de praktizijn’ belooft al wat van het ‘bevindelijke taalgebruik’, dat hierin naar voren komt. Zoals gezegd, dat hoeft van mij niet echt, maar ik heb er ook geen bezwaar tegen.

De Bergrede I wordt spoedig, naar ik hoop, gevolgd door deel II, dat op voorhand al wordt aangeprezen! Ik heb zelf van het hele werk al veel profijt gehad.

Boekbespreking ‘Wordt niet dronken in wijn’ door drs. H.J. Siegers in ND 24-1-1991
Het werk van ds. D.M. Lloyd-Jones staat enigszins in de belangstelling, ook in Nederland. In enkele boeken die ik kortgeleden las, werd zijn werk met instemming aangehaald. En nu heb ik zelf een boek van hem gelezen. En ik ben niet teleurgesteld.

Het ‘beruchte’ woord onderdanig legt hij erg treffend uit. Het houdt niet in dat de vrouw passief moet zijn en zich moet stilhouden, maar dat zij niet onafhankelijk van haar man wil zijn. De auteur komt tot de stelling dat wanneer een vrouw niet bereid is om onderdanig aan haar man te zijn, ze niet het recht heeft om te trouwen.

De kern van het boek is dat het werk van de Heilige Geest voor huwelijk, arbeid en gezin, wordt uitgelegd. Dat er heel veel over één vers geschreven kan worden blijkt wel uit het feit dat vers 18 een bespreking krijgt van 49 bladzijden. Door de breedvoerigheid van de auteur is het boek wel eens wat ‘herhaalderig’. Zijn Engelse achtergrond komt uit in het schetsen van typisch Engelse situaties (victoriaans tijdperk, Cromwell, Wesley). Maar als de lezer dit voor lief neemt, heeft hij aan dit boek een goede schriftuitleg.

Boekbespreking ‘Wordt niet dronken in wijn’ door ds. H. Paul in De Saambinder 28-2-1991
Het doel van de schrijver is om de oude waarheid op een aansprekende wijze in deze tijd te vertolken en te laten funktioneren. Daar is hij m.i. in geslaagd.

Bekend is dat Dr. Lloyd-Jones in de ochtendpreken vooral aan de evangelieprediking aandacht schonk, maar in de middagprediking aan het praktische gemeenteleven. Dit houdt dus in dat in deze preken slechts een facet van zijn prediking aan de orde wordt gesteld. Wie dus geestelijk voedsel zoekt voor de persoonlijke verhouding tot de Heere zal in dit boek teleurgesteld zijn.

Wie echter de toepassing van Gods Woord in allerlei levenssituaties zoekt te vinden, late het niet ongelezen.

Boekbespreking ‘De bergrede’ door dr. H.R. van de Kamp in ND 28-3-1991
Vele van zijn preken zijn door de jaren heen in boeken vastgelegd. Zo ook deze preken over de bergrede. Ze worden gekenmerkt door een goede aandacht voor de uitleg van de tekst en tegelijk door een aanspraak recht op het hart van de hoorders. De preken zijn praktisch-pastoraal van inslag. Wel moet gezegd worden dat ze niet vrij zijn van een zekere wijdlopigheid. Het doorwerken van hele bijbelboeken is een voortzetten van de lijn van Calvijn, die dat de beste manier achtte om de hoorders met de leer van de bijbel vertrouwd te maken. Het streven van Martyn Lloyd-Jones was ook een herleving van de reformatorische en puriteinse erfenis. Vandaar zijn hameren in deze preken op het christelijk leven in de praktijk.

Boekbespreking ‘De Bergrede deel 2’ door W.H. Velema in Ambtelijk Contact 1-4-1991
Bijna zou ik zeggen: de prediker is hier nog meer op dreef dan in het eerste deel. Van veel bladzijden heb ik genoten, al kon de stijl wat beknopter zijn. Deze preken zijn te typeren als praktisch, gericht op de godsvrucht en doortrokken van eerbied voor het Woord. De vertaler heeft er een in het Nederlands goed leesbaar boek van gemaakt. Een boek om te lezen en te herlezen. Pastoraal uitgelegd (in de ondertitel) wordt door de inhoud bewaarheid.

Artikel van dr. P. de Vries in RD 5-4-1991
In de geschriften van Lloyd-Jones komen de verlorenheid van de mens, de verzoening met God door Christus en de noodzaak van wedergeboorte en bekering zeer duidelijk naar voren.

Het appellerende en het onderscheidende element zijn niet zo sterk aanwezig.

Naar zijn overtuiging mocht een verschillende kijk op de leer van de verkiezing geen kerkscheidende factor zijn. Hij wenste arminianen en calvinisten in één kerkverband te verenigen.

Wat we in ieder geval van Lloyd-Jones kunnen leren, is dat het Evangelie zonder compromis gebracht moet worden.

Artikel van dr. P. de Vries in RD 12-4-1991
Lloyd-Jones wil de ernst van de kerkelijke verdeeldheid niet ontkennen, maar ontkent tegelijk dat hier de kern van het probleem ligt. De kerk moet zich naar zijn oordeel allereerst bekeren van haar ongehoorzaamheid en dan pas van haar innerlijke verdeeldheid.

Lloyd-Jones heeft uitvoerig aandacht geschonken aan het werk van de Heilige Geest en de zekerheid des geloofs. Duidelijk blijkt hier de invloed van de puriteinen op Lloyd-Jones. Persoonlijk kan ik deze analyse hartelijk bijvallen. Tegelijkertijd moet ik eerlijk stellen dat de uitwerking ervan door Lloyd-Jones bij mij een aantal vragen oproept. Meer dan eens wekt hij de indruk dat het geloof in de beloften een zaak is die volledig buiten de ervaring omgaat.

Lloyd-Jones ziet mensen als zwakgelovigen van wie ik vrees dat zij niet meer hebben dan een historisch geloof.

Toch blijft staan dat hij soms over het geloof spreekt op een wijze die niet zonder bedenkingen is. Dat verklaart trouwens mede dat hij zeer nadrukkelijk gesteld heeft dat de zekerheid door middel van het getuigenis van de Heilige Geest een plus is op de zekerheid uit de beloften en de kenmerken van genade. Het geloof zonder ervaring ziet hij wel als een waar, maar tegelijkertijd als een onvolkomen geloof.

Met een beroep op de passages uit het boek Handelingen waarin over de doop met de Heilige Geest gesproken wordt, probeerde Lloyd-Jones de zekerheid uit het getuigenis van de Heilige Geest als een aparte ervaring te onderbouwen. Dit is exegetisch zeer aanvechtbaar. Bovendien maakte hij hiermee openingen naar de charismatische beweging.

Hij achtte het mogelijk dat ook nu nog gaven als gebedsgenezing en tongentaai aan de kerk gegeven zouden worden. Wel stelde hij dat hij zelf nooit met een geval van tongentaal of gebedsgenezing geconfronteerd was dat hij op één lijn durfde te stellen met de verschijnselen uit de tijd van de apostelen.

Onder anderen zijn kleinzoon Christopher Catherwood probeert zijn grootvader zo veel mogelijk als een geestverwant van de charismatische beweging te constateren. Dat laatste is onterecht.

Zijn onheldere visie op de tweede helft van Romeinen 7 verklaart het feit dat hij aan de strijd en aanvechtingen van een christen maar weinig aandacht pleegt te geven.

In zijn tekening van het geestelijke leven haalt hij niet de diepgang van de reformatoren en de puriteinen.

Boekbespreking ‘De Bergrede deel 2’ in Bewaar het Pand 2-5-1991
Na de verschijning van het eerste deel hebben we daar uitgebreid aandacht aan besteed, ook door het overnemen van enkele gedeelten in afzonderlijke artikelen. In verband daarmee menen we nu te kunnen volstaan met een warme aanbeveling. Het ging er deze prediker om geen andere fundament te leggen dan hetgeen gelegd is, hetwelk is Jezus Christus.

Boekbespreking ‘Wordt niet dronken in wijn’ door A. Karels in Daniël 7-6-1991
Gelukkig is deze onbekende prediker en schrijver uit de onbekendheid gehaald. Niet voor wat hem zelf betreft, maar de bijbelse boodschap die hij doorgeeft.

In een bij de tijdse vorm heeft hij een serie bijbellezingen gehouden over de brief van de apostel Paulus aan de Efeziërs in de jaren 1954 tot 1962. In totaal 230 preken!

Veel citaten zou ik willen doorgeven. Helaas, de ruimte laat dit niet toe.

Wie dit boek aanschaft, raakt onder de indruk van de eerlijke, bijbelse en pastorale benadering van bovengenoemde probleemvelden door de schrijver. Je hoeft het vanzelfsprekend niet met alles eens te zijn. De vertaler wijst hier onder andere bij zijn inleiding óók op. Toch benadruk ik graag het positieve dat op mij afkwam bij het doorlezen van deze paperback: één en al ‘practical religion!’ Van harte aanbevolen.

Artikel door ds. K. ten Klooster in Gereformeerd Weekblad 26-6-1991
Wat is het oogmerk van evangelisatie? De bekende Londense predikant Lloyd Jones (1899-1981) merkt ergens op dat er een aantal grondbeginselen in het oog moeten worden gehouden.

Het zal in de eerste plaats in het uitdragen van het Evangelie moeten gaan om de eer en de glorie van de drieënige God. Het gaat dus niet allereerst om de zaligheid van zondaren, maar om de eer van God.

Vervolgens moeten we ons bewust zijn van het feit dat het eigenlijke werk gedaan wordt door God de Heilige Geest. Die alleen kan mensen overtuigen. Niet wij, maar Hij doet dat.

In de derde plaats is het enige middel wat de Heilige Geest gebruikt het Woord.

In de vierde plaats zal er in het evangeliseren zijn de innerlijke aandrang en ijver voor de eer en glorie van God en een liefde tot en diepe bewogenheid met de zielen van mensen.

Verder wijst Lloyd Jones nog op een drietal constante gevaren. Het gevaar van dwaling en ketterij (dat kan toeslaan zelfs onder de meest oprechten). Het gevaar van een valse ijver en het gevaar van het gebruik maken van onschriftuurlijke methoden.

Interview in Terdege 29-1-1992
Een prediker die onuitwisbare indruk maakte op M. Dankers was de bekende calvinist dr. Martyn Lloyd Jones. “Drie keer heb ik hem meegemaakt op de Westminster Conference. M’n broers en ik hebben nog met ‘m staan praten. Het charisma dat die man had is onbeschrijflijk. De conferentie duurde twee dagen.

Elke dag werden drie lezingen gehouden. Aan het eind van de tweede dag was Lloyd Jones aan de beurt. Voor je gevoel begon het dan pas echt. Al die lui lazen hun referaat voor, maar Lloyd Jones deed het uit z’n hoofd. Weergaloos, zowel inhoudelijk als qua stijl.” In veel opzichten deed deze internationaal bekende predikant van de Westminster Chapel hem denken aan Spurgeon. Met hem had hij als kind al kennis gemaakt.

“Wat ik in Hardinxveld bij ds. Van der Poel hoorde, las ik bij Spurgeon. Dat was een ontdekking.”

“De boeken van Spurgeon circuleerden aan het begin van de eeuw in bevindelijke kring. Men las ze toen vrij onbevangen. Dat is veranderderd nadat ds. Kersten een kanttekening maakte bij Spurgeon, zoals hij dat ook bij Kohlbrugge deed. Het gezag van Kersten was zo groot, dat hij maar één keer hoefde te zeggen dat je toch voorzichtig moest zijn met een bepaalde persoon, en het was gebeurd. Zo ging Kohlbrugge aan de kant en zo ging ook Spurgeon aan de kant. De enige die niet aan de kant ging was Philpot. Daar kon zelfs Kersten niet onderuit.”

Artikel door J. Segers in Daniël 14-2-1992
Nog zie ik hem samen met de plaatselijke predikant het preekplatform betreden. Een kleine, bescheiden man. met zijn overjas aan. die pas uitging toen hem de gelegenheid werd gegeven om zijn preek te houden. Met een wat hesige stem kondigde hij zonder meer zijn tekst aan: Efeze 2:4 “Maar God”. Slechts twee woorden.

Heel rustig, diep ernstig en daardoor zo aangrijpend, werd de hoop zichtbaar gemaakt tegenover het hopeloze van onze verloren en schuldige toestand. Er is uitkomst, bij God vandaan! Het blijft voor mij onvergetelijk.

Vanzelfsprekend lopen de beoordelingen van zijn uitgegeven werken uiteen. Dr. Lloyd-Jones was een mens. hij had zijn beperkingen en tekorten als ieder ander. De geestelijke worsteling krijgt bij hem wat minder aandacht. Maar hij heeft door Gods genade een helder geluid laten horen, dat de Heere bijzonder heeft gezegend en hopelijk nog zegenen zal.

Verslag in RD 26-6-1992
Gods werk gaat volgens Lloyd Jones ook door als er géén opwekking bezig is. Maar de verzekerdheid des geloofs en de verzegeling met de Heilige Geest zijn volgens Lloyd Jones zaken die tijdens een opwekking “normaal” zijn. En is deze geloofszekerheid bij ons niet meer uitzondering dan regel?

Dit vroeg de hervormde predikant A. Beens gisteravond de 700 bezoekers die waren gekomen naar de kerkhistorische lezing in de dorpskerk te Lunteren.

Ds. Beens ging tijdens zijn lezing in op het leven en werk van de “twintigste-eeuwse puritein” dr. David Martyn Lloyd Jones. Hij stelde dat de prediker weliswaar geen oudvader is, maar “wie zich in zijn werken verdiept, ziet zeker iets oudvaderlijks in hem”.

De prediker wiens invloed zich “vandaag nog tot in alle uithoeken van de wereld” uitstrekt, overleed in 1981. “Zijn prediking was ernstig, diep-bevindelijk, tijdbetrokken, maar ook voor alle tijden. Hij heeft namelijk tallozen in de schuld gepreekt en tot Christus geleid”, zo betoogde ds. Beens.

Boekbespreking in De Wekker 28-8-1992
Ook in onze kerken wordt van zijn commentaren en preken een stevig gebruik gemaakt. Men tast niet gauw mis, wanneer men zijn uitleg zoekt. In deze uit de bronnen puttende biografie leert men de man zelf kennen. God leidt mensen. Het wordt hier heel duidelijk en het bevestigt slechts de boodschap die Lloyd Jones bracht, omdat hij haar zelf beleefde. Voor wie het Engels geen bezwaar is behoort dit tot de beste lectuur.

Boekbespreking ‘Geloofsbeproeving’ en ‘Geestelijke groei’ door dr. M.J. Arntzen in ND 26-11-1992
Lloyd Jones schrijft heel bijbels en ook bemoedigend.

De nadruk wordt dan niet zozeer gelegd op allerlei wat we doen of laten moeten, maar op de innige gemeenschap die we met Christus hebben door de Heilige Geest.

Het huidig oecumenisch streven wordt op goede, bijbelse gronden afgewezen.

Hier en daar is wel een kritisch vraagje te stellen. In de studie over Psalm 73 wordt gesteld, dat een zondige gedachte die bij ons opkomt, nog geen zonde zou wezen. Zonde wordt het pas, als je eraan toegeeft. “Je kunt een kraai niet beletten dat hij over je hoofd vliegt, maar wel dat hij in je haar een nest bouwt.” De verzoeking zou van buitenaf, van de duivel komen. Maar komt deze verzoeking ook niet uit ons eigen boze hart? En dan is het toch ook zonde. Maar dit zijn bijkomstigheden. Van harte bevelen wij deze mooie boeken ter lezing aan.

Artikel van ds. A. Beens in Terdege 13-1-1993
Kenmerkend voor Lloyd Jones is dat hij het uitsluitend van de prediking verwacht. Hij adviseert het houten podium voor het kerkelijk toneelgezelschap in de kachel op te stoken. Dan is het nog ergens goed voor…

Hij brengt een dan weinig gehoorde boodschap. Persoonlijk, diep in haar ernst, haar gezag, haar eeuwigheidskarakter. Maar ook breed, actueel, tijdgericht, veelkleurig. Soms ook wel wat breedsprakig, dat moet gezegd. Om woorden zat Lloyd Jones niet verlegen. Maar voor talloos velen wordt zijn prediking tot eeuwige zegen. En omdat hij zakenlui, militairen, studenten en verpleegsters uit alle continenten onder zijn gehoor heeft, neemt de wind de zaden van het Woord mee en strooit ze uit op de wereldwijde akker.

In de samenkomsten op vrijdagavond ploegt Lloyd Jones door hele bijbelboeken heen. Ruim achthonderd mensen zijn dan aanwezig om te horen hoe hij de schatten van het Woord uitstalt.

In 1968 gaat Lloyd-Jones met emeritaat, nadat hij is hersteld van een zeer ernstige operatie vanwege kanker. Het wordt hem gegeven om nog dertien jaar de kerken door heel Engeland, Schotland en Wales te dienen. In 1980 keert de ziekte terug. Toch preekt hij op 2 mei nog in Glasgow, sterk verzwakt, maar in zijn oude geestkracht.

Hij behandelt de tweede Psalm. De preek is een majesteitelijk getuigenis van de heiligheid en de heerlijkheid van God. We luisteren een ogenblik mee. “Gelooft u nog in de heiligheid en heerlijkheid Gods? Er zijn lieden in Engeland, evangelicals, die denken dat de moderne mens amusement, vermaak nodig heeft. Er is een manie gaande van zingen, drama en mime. Men zegt dat de mensen geen preken meer kunnen verdragen. Geef hun zingen. Leer ze dansen. Ik zeg u in de naam van God: het is een geweld aandoen van de Schrift. De kerk is er niet om mensen te amuseren en te onderhouden. Ze is er om mensen op te roepen ‘wijs te zijn’, ‘verstandig te handelen’. Om ze te onderwijzen. Mensen sterven door gebrek aan kennis. We zijn hier niet om populair te zijn, maar om de naakte waarheid te verkondigen: dient de Heere met vreze, verheugt u met beving.”

Boekbespreking ‘Geloofsbeproeving’ door P.J. van Kampen in Opbouw 15-1-1993
Ergens in de jaren ‘60 werd bij Het Zendingshuis in Zeist een voortreffelijk boek van Martin Lloyd Jones uitgegeven onder de titel Meerder dan ons Hart. Ds. Glashouwer schreef er destijds het voorwoord bij. Ik heb het al tientallen jaren in de kast staan en het soms met profijt geraadpleegd.
Onlangs is bij de Groot Goudriaan een herdruk van dit boek verschenen. Dat is fijn, want het boek was lange tijd niet verkrijgbaar.

Interessant is dat in de ‘nieuwe’ versie de tekst van Psalm 73 in de Oude Vertaling is opgenomen, terwijl in de editie van zo’n 25 jaar geleden het al wel de NBG-vertaling was. Dat is een ander signaal dan je bij een herdruk zou verwachten! Ik kan dat verschijnsel alleen uitleggen als een teken dat men verwacht dat de lezerskring van dit boek bij de meer ‘bevindelijke gelovigen’ moet worden gezocht. Op zich zou het me spijten, als dat een juiste taxatie bleek! Het is zeker ook voor mensen uit de minder-bevindelijke kring een heel nuttig boek, dat ik graag in ieders aandacht en daarmee in ieders boekenkast aanbeveel.

Dr. Martin Lloyd Jones is, een aantal jaren na zijn dood, nog steeds iemand wiens stem wordt gehoord. Het is verheugend te merken dat van zijn vele werken er de laatste jaren diverse in ons land zijn uitgebracht. De eerbiedwaardige prediker van de Westminster Chapel in Londen hoort m.i. zeker tot de in de kerkgeschiedenis soms voorkomende begenadigde predikers, die met grote fijngevoeligheid en kracht de inhoud van Gods Woord aan hun tijdgenoten kunnen overbrengen. De eerste zin van ds. Glashouwers voorwoord, in de eerdere editie, bevestig ik dus: “Dit boek is een goudmijn.”

Boekbespreking ‘Geestelijke groei’ door prof. dr. W.H. Velema in ND 11-3-1993
Er is veel vraag naar literatuur op het gebied van geestelijk leven. Geestelijke groei, geestelijke oefeningen, om maar enkele typeringen te gebruiken. Veel van dergelijke lectuur komt voort uit kringen die behoren tot of verwant zijn met de Pinkstergroepen of de charismatische beweging. Dr. Lloyd-Jones behoort niet tot die kringen. Hij is in de ouderwetse zin van het woord een ‘evangelical’. Dat betekent dat hij de reformatorische traditie voortzet in een ‘evangelical’ toonzetting. Dit boek is daarvan een fraai getuigenis.

Lloyd-Jones behandelt vooral de heiliging. Hij gaat er op in, praktisch naar de binnenkant en concreet naar de buitenkant van ons leven. Hij komt op dit onderwerp ook in andere hoofdstukken terug. Op blz. 52 lezen we: “U kunt niet rechtvaardig gemaakt worden, zonder dat het proces van heiligmaking al begonnen is.” Calvijn spreekt over een tweevoudige genade (duplex gratia). Ze horen bij elkaar, rechtvaardiging en heiliging. Dat de rechtvaardiging dan geschiedt, waar de heiligmaking al begonnen is, lijkt mij verder te gaan dan wat we als reformatorische christenen belijden en dan wat Calvijn voor ogen stond. Het kan zijn dat de vertaling ongelukkig is uitgevallen. Ik heb de oorspronkelijke tekst niet tot mijn beschikking.

Ten aanzien van de eenheid waarom Christus bidt, valt het kerkelijke aspect helemaal weg. Ik ben het met de schrijver eens, dat die kerkelijke eenheid niet de eerst-bedoelde is. De geestelijke eenheid waarover hij schrijft staat voorop. Toch mag men zich daartoe niet beperken.

Prachtig vind ik dat de schrijver erop wijst dat we niet moeten blijven staan bij de gaven van de Geest. Het moet om de Geest Zelf te doen zijn. Hij legt er de nadruk op, dat het werk van de Geest in ons minstens zo veel aandacht verdient als de gaven van de Geest. De samenhang tussen het werk van de Geest en van Christus wordt op een reformatorisch wijze besproken.

Hij is soms wat breedsprakig. Hij herhaalt zichzelf wel eens. Voor dit onderwerp wil ik dat niet als een teveel aanrekenen. Er is een weldadige, spirituele sfeer bij de behandeling van vragen die met het geloof en de groei in het geloof samenhangen.

Artikel in RD 26-3-1993
Het kan verkeren. Dr. Martin Lloyd Jones geeft open en eerlijk zijn visie op de doop met de Heilige Geest ten beste. Zijn opvolger, dr. R. T. Kendall, heeft inmiddels vriendschapsbanden aangeknoopt met Paul Cain, een pinkster-orakel in surplus. Voor wie het nog niet wist: dr. Peter Masters, de huidige voorganger in Spurgeons Tabernacle, heeft dit nieuws onlangs uitvoerig uit de doeken gedaan in het blad “Sword and Trowel”.

Ds. K. van Berghem uit het Zeeuwse Middelburg is er niet gerust op. “Waarom”, zo zegt hij, “heeft iedereen het in positieve zin over Lloyd Jones en waarom heeft niemand op dit punt kritiek?” Te goed weet de predikant waartoe Lloyd Jones’ visie op de Heilige Geest kan leiden. In Amerika ondervond hij aan den lijve hoe gemeenten werden “omgeturnd”.

“Dat is nogal een beschuldiging”, zeggen twee Lloyd-Joneskenners in de gereformeerde gezindte, ds. A. Beens uit Urk en ds. Joz. A. de Koeijer uit Baarn.

Ds. Van Berghem: “Momenteel worden in Westminster Chapel allerlei grenzen uitgewist en principes prijsgegeven. Velen weten niet meer waaraan ze zich moeten houden. Die geweldige verwarring zal nooit de bedoeling van Lloyd Jones zijn geweest. Hij heeft de huidige ontwikkelingen stellig niet voorzien”.

Ds. W. van Vlastuin las zich in de afgelopen jaren uitvoerig in deze problematiek in. Hij maakt er geen geheim van moeite te hebben met een deel van het gedachtengoed van nu wijlen Lloyd Jones. “Ik kan zijn geschriften zeer waarderen. Hij spreekt fris en uit het hart. Hij spreekt ook met gezag. Op een eenvoudige en indringende manier stelt hij de waarheid van Gods Woord aan de orde. Dat neemt niet weg dat hij in sommige dingen niet helder is”.

De grote waarde van de Engelse prediker ligt volgens ds. Van Vlastuin in zijn boodschap van zonde en genade.

Waardering verdient naar zijn mening ook het feit dat Lloyd Jones de geschriften van de puriteinen weer onder de aandacht bracht van het volk. Verder was het Lloyd Jones die het thema opwekking weer aan de orde stelde. Ook over dit initiatief is ds. Van Vlastuin positief. Moeite heeft hij echter met zijn visie op de doop met de Heilige Geest. In zijn nieuwe boek “Wordt vervuld”, dat volgende maand in Utrecht verschijnt, gaat hij uitvoerig op dit thema in.

“Theologisch formuleert Lloyd Jones hier hoogst ongelukkig”, zo zegt hij. “In zijn boek ‘Joy Unspeakable’ stelt hij meermalen dat de wedergeboorte van de zondaar niet bevindelijk is, maar verstandelijk. Een rationele beslissing dus. De doop met de Geest daarentegen zou wel bevindelijk beleefd worden. Ik vrees dat hier een verkeerde opvatting over de wedergeboorte naar voren komt. Een opvatting die bovendien gevaarlijk is”.

“De bedoeling van Lloyd Jones is ongetwijfeld goed”, zo meent ds. Van Vlastuin. “Er is een opwas in de genade en in de kennis van Christus. Maar dat hij uiteindelijk uitkomt bij twee stadia in het leven des geloofs is mijn inziens onbijbels.”

De visie van Lloyd Jones heeft ook gevolgen voor zijn bijbeluitleg. Hoofdstukken als Romeinen 7 past hij niet meer toe op het leven van de christen. Hij ziet dit als een verslag van de strijd van een ontwaakte zondaar. Het gaat hier naar zijn mening over een zondaar die onbekeerd is.

Het vierde bezwaar dat de predikant inbrengt, is dat Lloyd Jones te weinig oog heeft voor het eenmalig heilshistorisch karakter van het bijbelboek Handelingen. “Handelingen is niet het boek van de leer, maar een boek van Gods geschiedenis.”

Verslag in RD 5-4-1993
De Heilige Geest overtuigt van het kindschap Gods door merktekenen, maar soms ook door een onmiddellijk getuigenis vanuit het Woord. Martyn Lloyd Jones verhaalt van zo’n onmiddellijk getuigenis in zijn leven, maar ook Calvijn en Comrie spreken ervan. De Heilige Geest kan door middel van het Woord zo krachtig tot onze zielen spreken, dat alle twijfel weggenomen wordt, Gods liefde uitgestort en Zijn ontferming ervaren wordt. Whitefield zegt dat het onmiddellijk getuigenis van de Geest beter is dan duizend andere getuigenissen. De Erskines noemen het een dubbele omhelzing en Lloyd Jones noemt het de doop door de Geest.

Dat onder andere zei ds. C. Harinck uit Oostkapelle zaterdag in de aula van de Rotterdamse Guido de Brés, tijdens de jaarvergadering van de Jeugdbond van de Gereformeerde Gemeenten (JBGG).

Boekbespreking ‘Toon mij nu Uw heerlijkheid’ door G. van den Brink in Opbouw 9-4-1993
Uitgegeven onder de titel: REVIVAL, can we make it happen?: Opwekking: kunnen wij die maken? Deze preken zijn nu in een Nederlandse vertaling uitgegeven onder de titel: TOON MIJ NU UW HEERLIJKHEID, met als ondertitel: Over de noodzaak van opwekking. Het is jammer dat deze ondertitel niet is bewaard gebleven. Die haakt immers messcherp in op het tweede doel van de prediker.

Zijn eerste doel is de gemeente te dringen tot gebed om een nieuwe opwekking (een nieuwe openbaring van Gods heerlijkheid). Maar Lloyd Jones’ tweede belang is te laten zien, dat wij mensen zo’n revival niet kunnen maken. Telkens maant hij zijn hoorders het oor niet te lenen aan de ideeën van de Amerikaan Finney.

Preek-technisch zijn Lloyd Jones’ preken over het Oude Testament dikwijls niet zo interessant. Er zit vaak weinig exegese achter. Hij maakt vrijmoedig gebruik van de kapstokmethode.

Een dikke ‘brochure’ over de zonden en hardnekkigheden van de kerk wordt hoofdstuk na hoofdstuk geparkeerd onder de kapstok van één tekst. Zo preekt hij zes keer over Gen. 26:17 en 18. Maar wie de moeite neemt deze ‘brochure’ door te nemen wordt getroffen door de bijna chirurgisch-scherpe analyse van de zondenood van de christenheid van vandaag. Daar ligt de kracht van Lloyd Jones en daarom is zijn werk voor ons naar mijn mening waardevol.

Pas in dat deel las ik enkele preken (over Jes. 62-64) waarvan ik dacht: op die manier wil ik ook zelf graag eens een preek maken over deze tekst. Dat kan heel gemakkelijk.

Lloyd Jones is zo apart en onze situatie is zo anders, dat een eigen verwerking geen probleem vormt. Voor ons, vrijgemaakten van na 1944, is een vergelijking met de zgn. doorgaande reformatie van belang. Wat de één teveel heeft, heeft de ander te weinig. Wij vrijgemaakt gereformeerden hadden een teveel aan organisatie. Ietwat gechargeerd: alles wat buiten de G-organisaties lag, was voor ons buiten kennis. Lloyd Jones wijst als het om wederkeer gaat elke organisatie af. Het gaat om de diepe kennis van verlorenheid en schuld en om Gods genadige komen tot ons. Die voltrekken zich alleen door Het Woord.

Dat Woord drijft tot boete, berouwen bekering. Bij dat laatste denkt Lloyd Jones vooral aan zedelijke omkeer en verlossing van drankverslaving, ontucht, onbarmhartigheid e.d. De diepte-dimensie van berouwen de bekering tot barmhartigheid hebben in onze kringen soms pijnlijk ontbroken.

Lezing ds. Joz. A. de Koeijer in De Waarheidsvriend april-mei 1993
Binnen de totaliteit van de boodschap (“message”), die de prediking omvat, brengt Lloyd-Jones een tweedeling aan die hij omschrijft door de begrippen “kerygma” en “didache”. Zij geven het Engelse woordenpaar “preaching and teaching” weer.

Het kerygma bepaalt “evangelistic preaching”. Het behelst de gehele heilsboodschap. Het volle heil wordt geproklameerd en uitgezegd.

“Deze vorm van prediking is voor alles een proclamatie van het wezen Gods… Waarachtige evangelieprediking, begint bij God en bij de bekendmaking van Zijn wezen, macht en heerlijkheid”.

“Dit alles heeft ten doel dat mensen overtuigd worden van hun zonde en gebracht worden tot berouw en bekering, opdat zij vervolgens geleid worden tot het geloof in de Heere Jezus als de ene en enige Zaligmaker”.

Het tweede aspekt dat Lloyd-Jones binnen de Boodschap van hoge komaf onderscheidt, is de didache. Dat is “de opbouw, de stichting, de toerusting der heiligen”. Toerustingswerk in de gestalte van de prediking. Ook hierin brengt hij een tweedeling aan. Hij spreekt over:
– “the experimental aspect”. In onze taal overgezet: het bevindelijke element.
– “the instructional aspect”. Het lerende, onderwijzende, instruktieve element.

“Elke predikant zou, als het ware, tenminste drie typen prediker in zich moeten hebben”. Konkreet betekende dit gegeven voor Lloyd-Jones dat hij deze verschillende vormen van verkondiging ook daadwerkelijk scheidde. Meestentijds zondagsmorgens hield hij de zgn. “bevindelijke” preken. Daarin ging hij in op de levensvragen, de noden en zieleraadsels van de gelovigen, de gangen en wegen van Gods Kerk. Daarin openbaarde hij zich als “the physician of souls”, de heelmeester der zielen.

De avonddiensten hadden een meer evangelisatorisch karakter. Ze waren appellerend, oproepend tot geloof en bekering. Zij waren bijzonder gericht op de onbekeerden, de ongelovigen, de nog-niet-gelovigen. Daarin profileerde hij zich als “de evangelist”.

In de door-de-weekse-diensten hield hij de “instructional” preken, die vooral een onderwijzend, Schriftverklarend, verbredend en verdiepend karakter hadden. Dan toonde hij zich als “de leraar”.

Lloyd-Jones waarschuwt voor het grote gevaar dat ernst en oprechtheid verward worden met saaiheid, somberheid, naargeestigheid en zwaarheid. Dit acht hij een zeer groot misverstand.

Hijzelf benadrukt dit facet omdat hij, die zelf van harte in de reformatorische traditie staat, menigmaal het verwijt heeft gehoord dat gereformeerde predikanten zo somber en zwaarwichtig zijn. Hij zegt: “Ik acht dit een zeer ernstige zaak; er is iets grondig mis met saaie, stoffige predikanten. Hoe kun je nou toch saai zijn als je over zulke zaken spreekt? Ik durf te stellen dat een ‘saaie prediker’ een innerlijke tegenspraak is.”

Dubbelinterview met ds. A. Beens en ds. M.D. Geuze n.a.v. ‘Toon mij nu Uw heerlijkheid’ in Koers 14-5-1993
“Martyn Lloyd-Jones schrijft in het boek over een dominee die prat gaat op het feit dat iedere zondag zijn kerk vol zit. Maar doordeweeks ziet hij zijn gemeenteleden niet verschijnen op de gebeds¬kring. Wat er op die kring gebeurt, vindt men, is allemaal te zweverig, te weinig spectaculair ook. Zo’n houding is een veeg teken, meent de schrijver. “Iemand die de last echt voelt, wordt naar zo’n samenkomst gedreven. Hij wordt op de knieën gedwongen om Gods aangezicht te zoeken. Iemand die een last op zijn hart heeft, bidt” (pagina 99).

En nu onze situatie. In hoeveel gemeenten is het niet zo dat een kerkeraad eerder uiterst argwanend dan verheugd reageert op een initiatief vanuit de gemeente om samen te komen voor gebed? Kunnen we dan ooit nog wel een geestelijke opwekking verwachten?

Ds. Beens zal de dag prijzen, wanneer wij op dit punt van een zekere kopschuwheid worden genezen. “Misschien gaat dat het beste door het te doen, door samen te komen om te bidden. Niet alleen wanneer onze portemonnee of de wereldvrede bedreigd wordt. Ook voor een waarachtige geestelijke doorbraak en een levend geloof in de gemeente en daarbuiten.”

“Het is verrassend dat hij de Reformatie een opwekking noemt. Die gedachte leeft bij ons helemaal niet.”

Boekbespreking ‘Geestelijke depressiviteit’ in De Waarheidsvriend 17-6-1993
Van de velen die dit boek met blijdschap en dankbaarheid lazen noem ik ds. A. Elshout, zelf ervaringsdeskundige als het gaat om geestelijke depressiviteit, die het besprak in de Saambinder, 1989. Het boek krijgt van hem een plaats na(-aast) de oudvaders.

Geloof betekent: niet in paniek raken, kome wat er komt. Dat is te sterk gezegd. De verhouding tussen geloof en gevoel is in de praktijk van het geloof veel ingewikkelder dan het op papier lijkt.

Boekbespreking ‘Toon mij nu Uw heerlijkheid’ in IRS Magazine 1-7-1993
Reeds eerder zijn een zestal hoeken van zijn hand in het Nederlands vertaald. Stuk voor stuk boeken van naam!

Wie u ook bent; het is bijzonder goed om dit boek te lezen en te overdenken. Biddend te overdenken.

Stuk voor stuk zijn alle hoofdstukken een boeiend relaas en vormen ze samen een prachtig geheel, waaruit we juist in onze dagen zo heel veel kunnen leren.

Een zeer indrukwekkend boek dat iedereen moet lezen!

Boekbespreking ‘Geestelijke groei’ en ‘Geloofsbeproeving’ door ds. P. Mulder in De Saambinder 1-7-1993
Lloyd-Jones spreekt aan; zijn boe¬ken lezen gemakkelijk. Hoewel er in dogmatisch opzicht enkele vragen te stellen zijn, heeft hij zeker een boodschap. Wanneer deze op een rechte wijze ter harte genomen wordt, kunnen we er onze winst mee doen. Er kan, zo komt het mij voor, anderzijds ook op tweeërlei wijze verkeerd omgegaan worden met geschriften waarin eigentijds op de dingen wordt ingegaan. Enerzijds zijn er die er drijverig mee omgaan; zo moest het door iedereen gezegd worden. Anderzijds zijn er die ze alleen maar kritisch lezen constaterend dat ze zich in bepaalde uitdrukkingen niet herkennen. Beide benaderingswijzen zijn schadelijk. Wie als die van Berea wil lezen, kan er zeker zijn winst mee doen.

Boekbespreking ‘Toon mij nu Uw heerlijkheid’ in Daniël 2-7-1993
Op een nuchtere manier konstateert de schrijver een aantal manko’s in het – kerkelijk – leven en denken van vandaag. Eenvoudig en helder, maar ook bewogen, zet hij het mes in eigen vlees. Dit kan best pijn doen. omdat bij het “ontleden” niemand gespaard wordt. U. jij en ik niet.

De laatste jaren zijn er een aantal boeken van Lloyd-Jones toegankelijk geworden door de verschijning in onze taal. Met als gevolg vele besprekingen van zijn preken. En van zijn boodschap. Ook kritische kanttekeningen ontbraken en ontbreken niet. Terecht of niet. Ook op deze uitgave kunnen vast wel kritische opmerkingen gemaakt worden. Wie echter dit boek leest, krijgt zoveel waardevols mee. dat ik graag dit boek van harte aanbeveel! Lloyd-Jones onderkent de geest van onze tijd. Hij heeft grote zeggingskracht. Hij brengt een eenvoudige, direkte, bijbelse en heldere boodschap!

Boekbespreking ‘Opwekking, vroeger en nu’ door ds. C. Harinck in RD 2-8-1993
Vooral in reformatorische kring worden zijn boeken gelezen. Hij blijkt de reformatorisch denkende mens aan te spreken. De affiniteit van de werken van Lloyd-Jones met de reformatorische kring is een gevolg van een putten uit dezelfde bron. Lloyd-Jones is heilig overtuigd van de waarheid van Gods Woord en is sterk beïnvloed door de Puriteinen. Dit geeft een stuk herkenning. Aan de andere zijde kende Lloyd-Jones zijn tijd. Hij begreep welke geesten en krachten er losgekomen waren in het post-christelijke tijdperk van Europa.

Lloyd-Jones stelt eerst de diagnose van de zieke en vervallen kerk. Wat kan hij dat scherp onder woorden brengen!

Hij heeft het ook over ontspoorde rechtzinnigheid. In dit verband doet hij opmerkingen waarover wij in onze reformatorische kring wel eens zouden moeten nadenken. “Het is natuurlijk waar dat een niet-rechtzinnige preek uiteindelijk waardeloos is. We moeten echter niet vergeten dat er een verschil is tussen rechtzinnige prediking en preken over rechtzinnigheid”.

Ook de bevinding wordt door Lloyd-Jones niet vergeten. Hij durft zelfs te zeggen: “Maar als u nog nooit iets gevoeld hebt, als u nog nooit enige ervaring hebt gehad, dan zeg ik u, dat dit geen geloof is. Het is een verstandelijk toestemmen en een verstandelijk geloof. De hele Bijbel leert ons immers over ervaringen en omgang met God”.

Ik denk dat de bijbelse doop en vervulling door de Heilige Geest ook een enigszins achtergebleven gebied is in reformatorische kring.

De nieuwe bedeling heeft deze zegeningen van de Heilige Geest met zich meegebracht. Tegen zulk spreken over de Geestesdoop en Geestesvervulling moeten we ons niet verzetten. Integendeel, om deze uitstorting van Gods Geest moeten we terecht voor de kerk en voor onszelf bidden.

Haamstede-lezing van drs. Joz. A. de Koeijer in RD 3-9-1993
Het zal ons niet onbekend zijn dat er juist de laatste tijd stemmen opgaan die ons willen doen geloven dat Lloyd-Jones niet altijd zuiver op de graad was. Naar verluidt verschuilen zich charismatische addertjes onder het calvinistische gras. De sluwste en de slinkste zijn die adders die bij welhaast iedere Nederlandse gereformeerde theoloog bekend zijn, namelijk zijn uitleg van Romeinen 7:14 en zijn visie op de verzegeling of de doop met de Heilige Geest.

Men suggereert dat ‘the Doctor’ op één lijn te stellen is met degenen die na hun wedergeboorte gevrijwaard zijn van zonde en ongerechtigheid. De groeiers in de hoogte, die smalend schouderschokken over een prediking waarin de voortgaande ontdekking beklemtoond wordt.

Zijn uitleg van het boek Handelingen, met name de uitstorting van de Heilige Geest op het Pinksterfeest, is mijns inziens duidelijk geforceerd. Het heilsfeitelijke eenmalige karakt ervan Pinksteren wordt door hem geheel ontkend.

Peter Masters, de huidige predikant van Spurgeon’s Metropolitan Tabernacle, heeft deze materie in ‘Sword and Trowel’ terecht kritisch, maar eerlijk besproken. Het gaat mij echter te ver om uit angst voor de ‘charismatic cult’ bijna alle werken van Lloyd-Jones van de boeken tafel te weren.

Als Lloyd-Jones in 1981 overlijdt, komen de aan kust liggende kapers te voorschijn. Gretig wordt beslag gelegd op de vele in omloop zijnde tapes en in het bijzonder worden zeer selectief de thema’s over dit aangelegen punt beluisterd en breedvoerig opgevoerd als bewijs voor Lloyd-Jones’ charismatische inslag.

Ingezonden brief in RD 17-9-1993
Graag zou ik een ieder die christelijke politiek wil voorstaan en bedrijven rondom de vrouw in de SGP, aanraden te bestuderen het boek van dr. D. M. Lloyd-Jones “Wordt niet dronken in wijn”, vooral hoofdstuk 6 Basisprincipes en hoofdstuk 7 Scheppingsorde. Ook dat we onze mening en ons geweten niet met elkaar moeten verwarren (bladzijde 110).

Artikel in RD 30-11-1993
Een werknemer moet bedenken dat zijn werktijd niet van hem, maar van zijn baas is. Zelfs het spreken over de dingen van Gods Koninkrijk onder ons werk wijst Lloyd-Jones daarom af. Hoe goed ook, als we dit tijdens ons werk doen plegen we zijns inziens diefstal!

Boekbespreking ‘Witter dan sneeuw’ in Daniël 24-12-1993
Een waardevol boekje over Psalm 51. Vanwege de praktische toepassing geschikt voor jongeren.

Boekbespreking ‘Toon mij nu Uw heerlijkheid’ in Theologia Reformata 1-1-1994
Wat de vorm van de preken betreft, viel mij de combinatie op van een rationele en tegelijk appellerende betoogtrant, typisch Engels eigenlijk. Ook nuchterheid en zakelijkheid kenmerken deze preken, maar waar wel een evangelische hartstocht achter schuilgaat. Inhoudelijk werd ik getroffen door een andere combinatie. Enerzijds wil Lloyd-Jones aansluiten bij de orthodoxe leertraditie van de kerk, waardoor zijn prediking tevens het karakter krijgt van een stichtelijk-populaire apologie, met name in confrontatie met allerlei moderne theologische lapmiddelen. Anderzijds heeft hij er oog voor, dat de oude bronnen zijn verstopt geraakt juist door wat er in de orthodoxe traditie is toegevoegd, waardoor het levende water van de Schriften niet meer helder en overvloedig kan stromen.

Dit boek zou door alle predikanten biddend en diep-reflecterend gelezen moeten worden.

Boekbespreking ‘Prediking en predikers’ in RD 3-2-1994
Lloyd Jones is “in”. Kerkbreed, van evangelisch tot reformatorisch, geniet het werk van deze in 1981 overleden predikant van Westminster Chapel belangstelling. Kritiek is doorgaans geen lang leven beschoren, doordat “the doctor” bij velen op een voetstuk staat. Zijn werk mag er overigens zijn. Een aantal van zijn opvattingen is zelfs gemeengoed in de gereformeerde gezindte.

Lloyd Jones had een voorliefde voor het gebruik van de King James-vertaling in de eredienst, verdedigde de prediking als bediening van het Woord, kritiseer de kerkdiensten op radio en tv.

In de visie van Lloyd Jones kenmerkt de preek zich, anders dan een lezing of verhandeling, door het element van de aanval. De luisteraar moet worden aangezet iets met de boodschap te doen. Herhaling en toepassing zijn in de preek daarom een vereiste.

Wie niet als prediker geboren wordt, zal het preken nooit leren. “Een preek-klasje, een student die een preek houdt voor andere studenten en vervolgens wordt gekritiseerd? Ik zou het verbieden. Laat hem de preken lezen van de grote predikers uit het verleden”.

“We moeten ons realiseren dat we in een na-christelijk tijdperk leven. Wat de prediking vandaag het meest in de weg staat, is dat de mensen termen als rechtvaardiging, heiligmaking en heerlijkmaking niet meer verstaan. Maar wanneer begrepen mensen dat wel? Wanneer verstond de ongelovige deze taal? Het antwoord is: Nooit!”

“De kansel komt met zijn eigen boodschap, en dat met gezag. Wat de kerk van vandaag het hardst nodig heeft, is dat dit gezag wordt hersteld”.

Boekbespreking ‘Prediking en predikers’ door A. Kamsteeg in ND 9-4-1994
Het onlangs in het Nederlands vertaalde ‘Prediking en predikers’ heeft ons aangesproken. Nee, niet elke bladzijde evenveel. Maar de vraagtekens die we hier en daar hebben gezet, vallen in het niet bij de vele uitroeptekens. Lloyd Jones inspireert.

Hij zegt het bijzonder fors: “Als u zelf, als predikant, nog steeds onbewogen blijft onder een preek waarin juist over de feiten en bijzonderheden van het sterven van onze gezegende Heere aan het kruis op de heuvel van Golgotha wordt gesproken (…) Dan mag u uw grondslag wel eens goed onderzoeken, of u wel in Christus bent.”

Wie een beetje thuis is in gereformeerd Nederland hoort dat sommige predikanten nogal eens waarschuwen tegen ‘het gevoel’. Dat zal zonder twijfel goed zijn bedoeld: ook je gevoelens moeten onderworpen zijn aan Woord en Geest. Prima! Maar we lazen ergens dat de mens voor 80 procent uit gevoel bestaat, voor 20 procent uit verstand, en dat wij krampachtig proberen met die 20 procent de 80 procent te onderdrukken. Lloyd Jones laat van zo’n instelling geen spaan heel.

Daarop komt Lloyd Jones voortdurend terug: preken is geen college over theologie. “We moeten het Evangelie prediken, niet óver het Evangelie (…) Een preek moet niet verward worden met het houden van een lezing. Een lezing appelleert voornamelijk en bijna uitsluitend aan het verstand; zij moet onderricht geven en feiten vaststellen. Een preek (daarentegen) is niet een doorlopend commentaar op, of alleen maar een verklaring van de betekenis van een vers, passage of alinea (…) U moet steeds bezien hoe u dit bijzondere leerstuk toepast op de mensen die naar u luisteren (…) Als de predikant de indruk geeft dat hij alleen maar advocaat is om een zaak voor te leggen, dan heeft hij volledig gefaald. De predikant is getuige.”

Hij wijst op het gevaar van het helemaal uitschrijven en voorlezen van een preek, waardoor het levendige contact met de gemeente verloren gaat. Hij noemt het “werkelijk belachelijk” om steeds krampachtig vast te houden (‘slaaf te zijn van’) het behandelen van een tekst in drie punten, die niet zelden dan ook nog eens vernuftig samengesteld moeten zijn. Hij zegt dat een dominee eerlijk met zijn tekst moet omgaan; niet een tekst nemen om eigen ideeën te kunnen uitwerken. Maar het allerbelangrijkste voor Lloyd Jones is dat de predikant “de kracht van de Heilige Geest zoekt”.

Verslag in RD 14-4-1994
“Hij verwachtte het van de gewone prediking van het Woord. Hij schreef ook geen dogmatiek, maar heeft niets anders gedaan dan preken en nog eens preken en commentaren schrijven. Hij legde het Woord open. Soms heeft hij exegeses die ik niet mee kan maken. Maar wie ben ik?” Dat zei ds. A. Beens, hervormd predikant op Urk.

In de discussie merkte ds. Beens onder meer op dat Lloyd-Jones in wezen niets anders leert dan Calvijn, maar dat hij wel de klassieke leerstukken van de Reformatie en de Puriteinen tot gelding bracht in het aflopend getij van zijn dagen.

Hij brengt een dan weinig gehoorde boodschap. Voor talloos velen over heel de wereld is hij tot zegen geweest. De mensen werden in de schuld gepreekt en tot Christus geleid, vervuld met de Heilige Geest.

De Londense prediker moest tijdens zijn leven positie kiezen tegen bepaalde opvattingen in evangelische kringen. Hij veroordeelde het zogenoemde “kiezen voor Jezus”. Zondaren kiezen niet voor Christus, maar vluchten naar Christus.

Lloyd-Jones wist heel nadrukkelijk dat de kerk door God kan worden gezegend zonder opwekkingen. Hij zei: Alles buiten een opwekking te veronachtzamen is hetzelfde als zeggen dat het buitengewone werk van de Heilige Geest het enige werk van de Geest is.

Verslag in RD 29-4-1994
Ds. John R. de Witt, predikant van de Reformed Church of America te Grand Rapids, betoogde dat velen in navolging van dr. Martin Lloyd-Jones in serie preken over een bepaald bijbelgedeelte van begin tot eind. Dit kan echter te eenzijdig worden. Niet iedereen heeft de gaven van “The Doctor”. Wie probeert een ander na te apen, valt door de mand. Spurgeon koos voor iedere preek een aparte tekst, aldus ds. De Witt.

Artikel van ds. H.J. Hegger in IRS Magazine 1-6-1994
Ik las in Koers van 21 januari 1994 een vraaggesprek met drs. Joz. de Koeijer, Hervormd predikant in Baarn. Daarin werd hem de vraag gesteld wat hij van het volgende dacht: “Dr. D.M. Lloyd Jones (die een uitgesproken calvinist was) wilde best samenwerken met mensen die wij ‘arminiaan’ zouden noemen.” Drs. d. K. antwoordde daar o.a. op: “De verschillen tussen die twee relativeerde hij door te zeggen: we worden niet zalig door het nauwkeurig begrip van Gods welbehagen. Verschil in begrip vormde voor hem geen barrière om te kunnen samenwerken. Ondertussen noemde hij zichzelf toch een overtuigd calvinist.”

Ik heb dr. Lloyd Jones persoonlijk gekend. Hij behoorde tot het aanbevelingscomité van onze toenmalige Engelse editie. Ik heb ook een keer in een van de zalen van de Westminster Chapel gesproken, waarbij dr. Lloyd Jones de leiding had.

Ook hij maakte dat onderscheid tussen de dwaalleer van Rome die hij verafschuwde, en de dwalende rooms-katholieken die hij liefhad.

Boekbespreking ‘Prediking en predikers’ in De Wekker 29-7-1994
Men zou kunnen zeggen dat dit boek een soort terugblik is van een gezegend mens, een zeer begaafd mens ook.

De man was in zekere zin singulier. Zijn voorkeur ging uit naar de achttiende eeuw, omdat daarin de grote opwekkings-predikers aan het werk zijn geweest. Hun namen komt men regelmatig, met die van talloos vele anderen, in dit boek tegen. Wesley, Whitefield, Edwards, en zij dienen als voorbeeld voor het feit dat God wonderen wil doen door de prediking.

Het is geen homiletiek, waarvan Lloyd Jones (ten onrechte) een afkeer had, omdat het de mensen te veel in een harnas zou zetten.

Het boek is tegentijds, omdat het op geen enkele manier tegemoet komt aan moderniteiten en modeverschijnselen. Het heeft niets van de aan de kerkbank tegemoetkomende vraag: Hoe vindt u dat er gepreekt moet worden.

Drie soorten van preken onderscheidde Lloyd Jones: bevindelijke (voor de zondagmorgen), evangelische (voor de zondagavond) en apologetische (een soort leerdienst van breder strekking).

Wat is er tegen, dat iedere ouderling eens de tijd neemt om dit boek door te nemen? Dan weet hij waarover het gaat in het gesprek dat regelmatig gevoerd zou moeten worden over de prediking.

Boekbespreking ‘Het Koninkrijk der hemelen’ in Bewaar het Pand 8-9-1994
We hebben niet de Engelse tekst bij de hand. Een uitdrukking in de Nederlandse vertaling vier regels voor het einde van blz. 72 vinden we ongepast.

Er wordt gewaarschuwd tegen vaagheid als het gaat om het al of niet zijn in het Koninkrijk der hemelen. Duidelijk wordt gesteld dat er twee mogelijkheden zijn: Of erin of erbuiten. Er wordt ook geschreven over het niet ver zijn van het Koninkrijk Gods. De persoon die dit gold mist ware zelfkennis en ontdekking.

Wie zich wenst te verdiepen in datgene wat samenhangt met het Koninkrijk Gods doet er goed aan van dit boek kennis te nemen.

Boekbespreking ‘De enige Hoop’ in De Waarheidsvriend 5-1-1995
Een fundamenteel, aansprekend bijbels dagboek van de vermaarde prediker van de Westminster Chapel te Londen (1899-1981). Een fraai uitgegeven boek, dat we van harte aanbevelen.

Interview met ds. A.K. Wallet in RD 22-2-1995
“Ik heb alle preken van de gebroeders Erskine. Geweldig mooi. Maar soms denk ik: Ze hadden wel een dun Bijbeltje. Alles draaide in hun verkondiging om de vraag: Hoe kom ik met God verzoend? Dat is absoluut de belangrijkste vraag in een mensenleven.

Maar de Bijbel geeft ook onderwijs over tal van praktische zaken. Dat spreekt mij bijzonder aan in de werken van Lloyd Jones. Wat heeft die man niet allemaal vanaf de kansel bepreekt en besproken? Maar altijd in verband met Christus, de levende wortel. Anders verzand je in moralisme en wetticisme. Je geeft mensen dan misschien wat algemene wijsheden mee, maar de kern waardoor het leven van de heiligmaking glans krijgt ontbreekt.”

Boekbespreking ‘Witter dan sneeuw’ door H. Verhelst in Criterium 1-4-1995
Het boekje is het best te typeren door te citeren over het wezen van deze Psalm 51: “Ik zou U er nog eens op willen wijzen, dat ik niet slechts Uw aandacht vraag voor deze Psalm, omdat het de klassieke exegese is voor het gehele leerstuk van de bekering, maar omdat deze Psalm ons ook op duidelijke en indringende manier wijst op enkele stappen en stadia, die ieder mens beslist moet doormaken, wil hij een ware christen worden.”

Zoals hier aangegeven is, tracht de predikant verschillende facetten van de bekeringsweg te belichten naar aanleiding van Ps. 51. Dat hij dit in een andere stijl doet dan onder ons gebruikelijk is, komt doordat het kerkelijk leven in Engeland anders is ingericht dan in Nederland.

Boekbespreking ‘Het Koninkrijk der hemelen’ en ‘In God verbonden’ door ds. P. Mulder in De Saambinder 15-6-1995
Op zijn eigen wijze, met klem en autoriteit laat hij het gezag van dit Woord klinken.

In een heldere schrijftrant waarschuwt hij tegen vele invloeden van de geest van de tijd. Het gaat niet om wat de (moderne) mens wil, maar om wat God wil.

Hij wijst er ook met nadruk op dat het mogelijk is dat iemand niet ver van het Koninkrijk is en toch er wezenlijk buiten blijft.

Toch vond ik het antwoord op de vraag “Kunnen we dan helemaal niets doen?” teleurstellend.

Als de menselijke verantwoordelijkheid sterk benadrukt wordt, kan het ‘moeten’ van de mens wel eens erg veel nadruk krijgen. Het spreken over de dingen van bekering en geloven kan dan haast wat menselijk overkomen.

Veel waardevols wordt ons in deze boeken geboden. Het zijn uiteraard vertalingen vanuit het Engels. Of het daaraan ligt, weet ik niet, maar in elk geval vind ik een uitdrukking zoals onderaan pag. 72 in het boek over het Koninkrijk oneerbiedig.

Lloyd-Jones stond in zijn eigen traditie en cultuur. De sporen daarvan zijn uiteraard merkbaar. Wij zouden bepaalde zaken wat anders benaderen; soms ook bepaalde accenten nadrukkelijker leggen.

Veel goeds wordt ons aangereikt tot beter verstaan van de Heilige Schrift in het huidige tijdsgewricht. Het zijn waardevolle boeken ter lezing en ter overdenking.

Boekbespreking ‘Eeuwige redding’ in Daniël 30-6-1995
Een zegen dat wij in ons land deze lektuur in alle vrijheid kunnen kopen en mogen lezen. Van harte aanbevolen!

Boekbespreking ‘Onuitsprekelijke vreugde’ door prof. dr. W. van ’t Spijker in De Wekker 11-8-1995
In dit boek geeft de bekende Londense opwekkingsprediker zijn gedachten weer over de verzegeling met de Heilige Geest. Wellicht kan men zeggen, dat hier een trek openbaar komt van het door het methodisme vervormde puritanisme. Lloyd-Jones beschouwt de verzegeling met de Heilige Geest als een bijkomende daad van de Geest, die volgt op het geloof. Wij menen op grammaticale, op theologische en op pastorale gronden deze opvatting te moeten afwijzen. We begrijpen dat op dit punt ook niet iedere volgeling van Lloyd-Jones even gelukkig is met diens gedachten. Maar dit neemt niet weg, dat er ook uit dit boek veel te leren is. Ook nu blijkt immers dat de schrijver een kenner is van wat er in het mensenhart omgaat. En ook in dit geschrift wordt menige opmerking gemaakt die kan helpen bij het verklaren van de weg van het geloof.

Boekbespreking ‘Onuitsprekelijke vreugde’ door dr. M.J. Paul in RD 23-8-1995
De auteur wijkt met deze stellingname wel af van Calvijn, maar kan zich beroepen op veel theologen uit de tijd van Nadere Reformatie en Puritanisme, bijvoorbeeld Thomas Goodwin, John Owen en Jonathan Edwards.

Persoonlijk heb ik hier en daar wel mijn vragen, vooral bij zijn uitleg van Johannes 20. Maar het lijkt me dat zijn opvatting van het boek Handelingen terecht is: de gave van de Heilige Geest is niet iets dat voorbehouden is aan de begintijd van de kerk.

Boekbespreking ‘Onuitsprekelijke vreugde’ door J.H. Maurits in Daniël 5-1-1996
Met grote belangstelling heb ik het boek van dr. Martin Uoyd-jones gelezen. Mijn interesse was gewekt naar aanleiding van een gesprek met enkele jongeren die me vertelden nogal onder de indruk te zijn van dit boek.

Dr. Lloyd-Jones geeft al direkt in hoofdstuk 1 antwoord op deze vragen. Iemand kan een gelovige zijn, de Heilige Geest kan in hem wonen, terwijl hij toch niet met de Heilige Geest gedoopt is. Gedoopt-zijn met de Heilige Geest is bij Lloyd-Jones iets anders dan de wedergeboorte. De wedergeboorte is meer verstandelijk, de doop met de Heilige Geest meer bevindelijk. Het werk van de Heilige Geest in de overtuiging van zonde en verlorenheid komt in het boek nauwelijks naar voren.

Indringend schrijft Lloyd-Jones over de noodzaak van een krachtige doorwerking van de Heilige Geest en over een hartelijke vreugde in God door Christus. Niettemin acht ik het boek verwarrend voor onze jongeren. De opvatting over de wedergeboorte is gevaarlijk en wijkt af van de bijbelse lijn zoals we die vertolkt vinden in de Dordtse Leerregels, hoofdstuk 3/4, artikel 12. Lloyd-Jones maakt de doop met de Heilige Geest iets bijzonders. Christenen die met deze doop gedoopt zijn, zouden boven strijd en aanvechting verheven zijn. Evenmin een bijbelse gedachte. Van dr. M. Lloyd-Jones zijn verschillende goede boeken verschenen. Helaas kan ik dat niet zeggen van dit boek.

Boekbespreking ‘Eeuwige redding’ door ds. M.J. Kater in RD 8-1-1996
De preken in dit boek vormen het eerste deel van een serie preken over Johannes 17, het Hogepriesterlijk gebed. Dr. Lloyd-Jones sprak deze op zondagochtenden uit in de Westminster Chapel gedurende de jaren 1952 en ‘53. In dit deel gaat het met name over de eerste vijf verzen. Volgende delen zullen D.V. in de komende jaren uit het Engels vertaald worden en… dat is de moeite waard!

Hoofdstukken die het waard zijn gelezen en herlezen te worden. Wat dit laatste betreft: dat geldt van veel hoofdstukken. Het is geen boek om eens even door te bladeren, maar om onder de zegen van Gods Geest met vrucht voor eigen hart te lezen. We lezen toch niet om te kunnen zeggen dat we het gelezen hebben?

Ontdekkende preken… en zo ook vertroostend! Vanuit de Drie-enige God gedacht, en is dat niet de vrucht van Gods Geest in het hart? Waarschuwend tegen alle moderne zucht naar ervaring, en alle heilloos activisme. Voor de prijs hoeft u het niet te laten liggen, wat de inhoud betreft doet u zichzelf te kort, wanneer u het laat liggen.

Boekbespreking ‘Het hart van het evangelie’ door W. van ’t Spijker in De Wekker 12-1-1996
Een praktische, op persoonlijke benadering toegespitste, tot keuze oproepende verklaring van Mattheüs 11. Lloyd-Jones is onder ons geen onbekende. Dit boek doet hem kennen, zoals hij is, en het doet de Heiland ontmoeten, zoals wij Hem dienen te kennen.

Boekbespreking ‘Onuitsprekelijke vreugde’ door ds. P. van Ruitenburg in De Saambinder 18-1-1996
De stijl van het boek heb ik niet altijd als gemakkelijk ervaren. Misschien komt dat door de stof die hij behandelt, want het is werkelijk geen eenvoudig onderwerp dat hier ter sprake komt. Daar komt bij dat de auteur verschillende gedeelten uit Gods woord anders uitlegt dan we gewend zijn, zodat je sommige stukken een paar keer moet lezen om zijn gedachtengang te volgen.

Wat de inhoud van de bundel betreft: het is opvallend maar ook begrijpelijk dat we vaak het tekstgedeelte Rom. 8:15, 16 vertolkt vinden. Het is een centraal thema voor Lloyd-Jones dat de Heilige Geest getuigenis kan geven in het hart van Gods kinderen. Hij meent dat het hier gaat over een bijzondere verzegeling van Gods Geest in het hart van sommigen van Zijn kinderen! Velen van de wedergeborenen hebben alleen de gewone en directe werkingen van Gods Geest in het hart.

Als voorbeeld noemt hij o.a. de belevenissen van Andrew Murray uit Zuid Afrika. “Hij leidde een gebedssamenkomst in één van zijn kerken, toen hij plotseling een geluid hoorde, een wat rommelend geluid, net als op de Pinksterdag te Jeruzalem en daar viel plotseling de Geest op hen en er ontstond een opwekking waardoor vele mensen, zowel binnen als buiten de kerk, tot bekering kwamen”.

Hoewel er passages zijn in het boek van Lloyd-Jones die leerzaam zijn, moet ik zeggen dat geen boek van hem mij zo geschokt heeft en zoveel vragen opriep als dit. Hebben niet al Gods kinderen in mindere of meerdere mate het getuigenis van Gods Geest?

Wie zijn die christenen met alleen de indirecte werkingen van Gods Geest? Hebben die nooit gevoelige zekerheid in hun harten en nooit een verrukkelijke blijdschap en vrede die alle verstand te boven gaat?

Ds. J.A. de Koeijer heeft in zijn voorwoord op dit boek Lloyd-Jones verdedigd en ziet overeenkomst met ds. I. Kievit die ook over een bijzondere geestelijke ervaring sprak van Gods kinderen. Ik vraag me echter af of die verbinding terecht is.

Ik denk dat de synode van de Free Presbyterian Church of Scotland er in 1986 goed aan heeft gedaan deze leer over een “tweede zegen” zoals die in dit boek is beschreven ten stelligste af te keuren! De begaafde prediker moge heel wat goed gereformeerde trekken in zijn theologie hebben, hij had nauwe contacten met de pinksterbeweging.

De lezer heeft het al begrepen: met dit boek heb ik grote moeite. Ds. David M. Lloyd-Jones was een gematigd pinksterman zij het met veel gereformeerd gedachtengoed.

Boekbespreking ‘Toon mij nu Uw heerlijkheid’ door ds. R.H. Kieskamp in De Waarheidsvriend 28-3-1996
Het is een goed en een rijk boek, al zijn er op detailpunten best aanmerkingen te maken. De schrijver doet bv. af aan het eenmalige van de uitstorting van de Heilige Geest met Pinksteren. Opwekking is bij hem meer een herhaling van Pinksteren dan een uitvloeisel van Pinksteren. Hij is verder nogal vlot in zijn opvatting dat de Heilige Geest ook direct, los van het Woord, kan werken. Ook is zijn kerkelijk denken niet al te sterk en lijkt hij er nauwelijks aan te tillen wanneer opwekking scheiding tot gevolg zou hebben, al wil hij niet weten van het beginnen van een eigen kerk.

Artikel over J.I. Packer in RD 10-5-1996
“Lloyd-Jones was werkelijk gereformeerd. Een prediker tot in de vingertoppen. Zoals Spurgeon”.

De doctor ging vanaf de herdenking van drie eeuwen puritanisme (van 1662-1962) een andere klemtoon leggen. Hij zag in feite geen alternatief voor een nieuwe puriteinse ontwikkeling in de bestaande kerken. In 1966 bepleitte hij onder predikanten de noodzakelijkheid van afscheiding.

Packer: “Hij kon vanwege een gevoelen van minderwaardigheid bovendien geen gelijken om zich heen hebben. Hij had het als compensatie nodig om in het middelpunt te staan. Ik geloof dat dit de waarheid is. Maar het staat niet in het boek van Murray”.

Het was een van de beste dagen in Lloyd Jones’ leven toen hij het hele werk van Edwards tweedehands in bezit kreeg.

De boeken van de prediker van Westminster Chapel vinden brede acceptatie in gereformeerde kring. Toch zijn er uitzonderingen. Bijvoorbeeld het boek “Joy unspeakable”.

“Hij benadrukte uitsluitend de noodzaak van het van de zaligheid verzekerende werk van de Heilige Geest. Hij bewoog zich daarmee in de lijn van iemand als Thomas Goodwin (…) Lloyd-Jones moest niets hebben van het spreken in tongen als geestelijk criterium en als theologische bijzonderheid.”

Packer weerspreekt overigens dat “Joy unspeakable” een reactie zou zijn op het meer darbistische gevoelen van John Stott, zoals verklaard in “The baptism and fullness of the Holy Spirit”. “Ik geloof dat niet. Stott leert ook dat de doop met de Heilige Geest reeds begint bij de wedergeboorte. Zij waren toch wel enigermate aan elkaar verbonden. Over de verzegeling met de Heilige Geest sprak Stott niet. Hij sprak niet over ervaring, maar over de leer en over ethiek”.

Boekbespreking van ‘Eeuwige redding’ door L. Vogelaar in Criterium 1-6-1996
Er wordt door hem veel opgemerkt dat tot nadenken kan stemmen. In een eigen stijl (bijv. Zijn plan) wijst hij op de onveranderlijke Raad van God.

Na het noemen van de verkiezing spreekt Lloyd-Jones helaas toch weer heel algemeen over de Zaligmaker (der wereld).

Toch spreekt hij wel over de noodzaak van de overtuiging van zonde en de toepassing van Gods Woord door de Heilige Geest. Later zegt hij echter weer, dat de directe weg naar vrede en geluk inhoudt, dat u nooit met uzelf begint en u op uzelf concentreert. We zouden in plaats daarvan onze blik moeten richten op het objectieve, het verheven heilsplan. Maar zo gaat het toch in het leven van een mens die door God bearbeid wordt, niet!

Eigenlijk borduurt de schrijver steeds op dit stramien verder. Hij zegt dat we (heel in het algemeen) moeten geloven dat de Heere Jezus ons verlost heeft en als we dat maar geloven, is het goed.

Het eeuwige leven wordt niet eerst verkregen na onze gehoorzaamheid als een voorwaarde. Dat is remonstrants.

Wel wijst hij er terecht op dat de Heere zonder dat aan het heilig recht is voldaan, de zonde niet kan vergeven. Waarom het dan ook nodig was dat de Heere Jezus tot zonde is gemaakt en geleden heeft voor Zijn uitverkorenen.

Kortom: Afgezien van vele juiste opmerkingen komt het allemaal gevaarlijk dicht in de buurt van de leer van de veronderstelde wedergeboorte. Ondanks het waarschuwen tegen Schriftkritiek en modernisme kunnen we het toch niet aanbevelen.

Boekbespreking ‘Het heilig Evangelie’ door ds. M.J. van Gelder in De Saambinder 25-7-1996
De predikaties volgen nauwkeurg de tekst. Zij ademen de geest van de Reformatie en staan in de gereformeerde traditie. Het taalgebruik is deftig en tegelijk zeer eenvoudig. In zijn preken ‘separeert’ hij tussen waar geloof en inbeelding. Tegelijkertijd spreekt hij zijn hoorders aan als broeders en zusters. Dat kan verwarrend zijn. Ik denk dat wij in het algemeen wat dieper op de geestelijke bevinding proberen in te gaan dan ik in deze preken aantref.

Zeer lezenswaardig.

Boekbespreking ‘Zijn verborgen omgang vinden’ door ds. T.C. Guijt in RD 24-9-1996
Kostelijke lectuur. Voedsel voor het geestelijk leven. Meditaties die up to date zijn en tegelijk diep ingaan op de verborgen omgang tussen de Heere en Zijn volk.

Boekbespreking ‘Onuitsprekelijke vreugde’ in Bewaar het Pand 9-1-1997
Naast de waardevolle dingen in dit boek voel ik mij gedrongen toch enkele kanttekeningen te plaatsen. Lloyd-Jones maakt de wedergeboorte en de doop met de Heilige Geest los van elkaar. Zijn opvatting verschilt wel met die van de pinksterbeweging waar de doop met de Heilige Geest vergezeld gaat van tongentaal. Lloyd-Jones spreekt over een sterke verzegeling waarbij de gelovige overstort wordt met extase en kracht om te dienen. De doop met de Heilige Geest is volgens de auteur een soort extra.

De bijbelse opvatting over de wedergeboorte zoals die wordt verwoord in de Dordtse Leerregels hoofdstuk 3/4, artikel 12 vinden we niet in dit boek terug. Lloyd-Jones maakt van de doop met de Heilige Geest iets bijzonders, een plus. Wie met de Heilige Geest gedoopt is, zou de strijd en aanvechting te boven zijn. Het viel mij op dat in het tekstregister Johannes 16 ontbreekt waar het gaat om het overtuigende werk van de Heilige Geest. Het werk van de Heilige Geest in de overtuiging van zonde en verlorenheid komt onzes inziens in dit boek te weinig aan de orde. We achten het beter dit boek, dat heel wat vragen oproept, niet ter hand te nemen.

Artikel in RD 4-2-1997
De Bijbel vraagt van een christen vergevingsgezindheid. Christus onderwijst Zijn Kerk dat zij de boze niet moet wederstaan en dat zo iemand met haar rechten wil en haar rok wil nemen, ze hem ook de mantel moet laten (Matthéüs 6:39 en 40). Dat vraagt om niets minder dan het sterven van ons eigen ik en onze natuurlijke neiging om voor onze rechten op te komen.

We lezen echter ook hoe Paulus de hoofdmannen van Filippi ter verantwoording roept voor het onrecht hem aangedaan (Handelingen 16:37). De bekende predikant Lloyd-Jones wijst hierbij op het onderscheid dat een christen moet maken tussen zijn persoonlijke belang en het overtreden van de wet. Om een persoonlijke belediging mag een christen zich niet bekommeren, maar als recht, rechtvaardigheid en waarheid in het geding zijn, is hij geroepen wél protest aan te tekenen. Dat geldt ook waar het onrecht betreft dat anderen wordt aangedaan.

Artikel in Terdege 5-2-1997
“We verraden onszelf, we verkondigen op een onbewaakt ogenblik wat we werkelijk zijn!” (Lloyd-Jones).

Boekbespreking ‘Liefde zo wonderbaar’ in Daniël 28-2-1997
De boodschap van Lloyd-Jones is helder. Hij preekt wet en evangelie, zonde en soevereine genade, de totale verlorenheid, hopeloosheid en machteloosheid van de mens, Gods toorn én de verlossing in Jezus Christus. Steeds wijst hij op de rechtvaardiging door het geloof alleen en op de noodzaak van een heilig leven. In al zijn geschriften keert hij zich tegen dode orthodoxie. Pracht en praal wijst hij af. Matigheid en soberheid zijn thema’s die hij regelmatig benadrukt.

In dit boek klinkt verwondering en aanbidding door over wat God in jezus Christus voor een verloren zondaar heeft willen doen. Van harte aanbevolen.

Boekbespreking ‘Liefde zo wonderbaar’ door ds. M.J. Kater in RD 4-4-1997
Een boek dat niet alleen een stevige uitvoering heeft, maar vooral een stevige inhoud. Wat maakt dit boek zo waardevol? Er wordt duidelijk gemaakt wat nu eigenlijk “evangelie” is, het hárt van het Evangelie. De auteur wordt niet moe te wijzen op de drie-enige God, Die Zich daarin openbaart aan zondaren. Wat Hij gedaan heeft én doet. Het voorwerpelijke aspect als fundament, het onderwerpelijke als de uitwerking ervan door de Heilige Geest in een mensenhart.

Werkelijk stichtelijk, in de eigenlijke zin van het woord: opbouwend, door af te breken alle eigengerechtigheid en door te wijzen op wat God doet en wat Hij gedaan heeft.

Lloyd-Jones wordt niet moe om alles, alles aan God toe te schrijven en de zondaar te ontmaskeren in het diepst van zijn bestaan.

Een van de kostelijkste hoofdstukken gaat over de uitdrukking “Door Hem”. “Hoe kan God God blijven – hoe kan Hij Zichzelf trouw zijn en de onveranderlijke Die Hij is, blijven, én ook maar enige bemoeienis hebben met zondige mannen en vrouwen? Hoe kan God Zijn liefde met Zijn heiligheid verenigen?”. Het gaat er dus niet allereerst om hoe wij zalig kunnen wórden, maar hoe Hij zalig kan máken!

Helaas ontbreekt de ruimte om meer weer te geven uit dit kostelijke boek. Gelukkig is het te koop! Het is een goed initiatief van de uitgever geweest ook deze preken voor een breed publiek toegankelijk te maken. Voor als u nog voedsel voor uw hart zoekt…! Hartelijk aanbevolen.

Artikel in RD 19-4-1997
De alom geachte dr. D. M. Lloyd-Jones riep tijdens de openingslezing van de tweede National Assembly of Evangelicals, op 18 en 19 oktober 1966, zijn geestverwanten op zich af te scheiden van de Anglicaanse Kerk. Stott was voorzitter van de vergadering en liet direct weten het niet met Lloyd-Jones eens te zijn.

“Deze breuk heeft diep bij me ingegrepen”, zegt de 76-jarige theoloog. “Lloyd-Jones was als een vader voor me. Toch ben ik er nog altijd van overtuigd dat we onze boodschap binnen de kerk moeten uitdragen. Als anderen in de kerk liberaal willen zijn, is dat hun verantwoordelijkheid. Ik trek wel grenzen, die ik uit het Nieuwe Testament afleid. Als de kerk officieel de vleeswording van Christus zou verwerpen of besluiten homoseksuele relaties goed te keuren, dan zou ik er erg veel moeite mee hebben om te blijven. Ik zou, denk ik, nog een paar jaar blijven om te waarschuwen, maar dan met pijn in mijn hart uit de kerk stappen”.

Boekbespreking ‘Veilig in de wereld’ door ds. Joz. A. de Koeijer in RD 6-5-1997
Uitgave van the Doctor’s nalatenschap in boekvorm is zeker aan te moedigen. De inhoud is het alleszins waard. Er kleeft echter ook een bezwaar aan. Immers, nooit heeft Lloyd-Jones zijn preken gemaakt en gehouden met het doel ze uit te geven. Dat is goed te merken in dit boek.

De oorspronkelijke spreektaal kom je in vrijwel elke zin tegen. Dat maakt het lezen niet altijd even gemakkelijk. Soms is het langdradig en wijdlopig. Dit gebrek wordt in een vertaling, hoe voortreffelijk ook, eerder groter dan kleiner. We zullen het de persoon achter de “viva vox” geenszins euvel duiden. Integendeel, wie de vele herhalingen beschouwt als een functionele onderstreping van de Waarheid die hij in allerlei toonaarden wil bezingen, zal deze veeleer als zinvol en heilzaam ervaren.

Bij tijden valt de opmerking te beluisteren dat Lloyd-Jones’ preken te weinig onderscheidelijk zouden zijn. Hij zou te spaarzamelijk separeren tussen ongelovigen en Gods kinderen. Het valt niet te ontkennen dat hij inclusief preekte. Met grote regelmaat spreekt hij over “wij” en “ons”. We dienen echter te bedenken dat Lloyd-Jones door zijn preekmethode in zekere zin de separatie reeds aanbracht. Nadrukkelijk en met opzet maakte hij onderscheid tussen de morgen- en de avonddienst. Tijdens de morgendienst preekte hij in het bijzonder voor degenen die zich het eigendom van Christus wisten. Hij leidde Gods volk in de bodemloze diepten van het verlossingswewk van God Drie-enig. Gods kinderen werden vertroost en vermaand. Toerusting en verdieping waren de kernwoorden. In de avonddienst richtte hij zich meer tot de buitenstaanders, de zoekende zielen, ‘the seekers’ en degenen die nog onverzoend leefden.

Bij lezing van ‘Veilig in de wereld’ hebben we deze preekmethode in ogenschouw te nemen en dienen we te beseffen dat juist deze preken ‘s morgens werden gehouden.

Na een morgendienst in Toronto schudde een oudere dame Lloyd-Jones de hand. Hoewel deze vrouw alom geroemd en geprezen werd als een goede christin, had ze de gewoonte slechts ‘s morgens de dienst te bezoeken. Ze zei: “Ik heb begrepen dat u ‘s avonds voornamelijk voor de ongelovigen preekt. Is dat zo?” Nadat Lloyd-Jones haar vraag bevestigend had beantwoord, was haar reactie: “Nadat ik u vanmorgen heb horen preken, heb ik besloten om dan ook vanavond maar te komen…”

Boekbespreking ‘Veilig in de wereld’ door prof. dr. W. van ’t Spijker in De Wekker 9-5-1997
De stroom van zijn vertaalde werken houdt aan, een teken van blijvende actualiteit.

Boekbespreking ‘Prediking en predikers’ door ds. P. Mulder in De Saambinder 22-5-1997
Bij het lezen zal bedacht moeten worden dat hij in kerkelijk opzicht in een heel andere situatie verkeerde dan wij. In sommige dingen zullen wij hem dan ook niet kunnen volgen. Ook zal het de lezer opvallen dat zijn “klankkleur” soms anders is dan de onze. Dat neemt niet weg dat Lloyd-Jones zeer behartigenswaardige dingen schrijft. Daarom wil ik dit boek zeker ter lezing aanbevelen.

Lloyd-Jones zegt dat de kerk de plicht heeft een man die zegt een roeping ontvangen te hebben te onderzoeken. Daarbij noemt hij enkele treffende kenmerken van het uitgestoten worden. Met instemming citeert hij Spurgeon die gewoonlijk tegen jonge mannen zei: “Als je iets anders kunt doen, als je buiten het ambt kunt blijven, blijf er dan buiten”. Hij haalt deze uitspraak aan, lettend op het gewicht van het ambt en wijzend op de absolute noodzaak van een roeping Gods tot dit verantwoordelijke werk.

Boekbespreking ‘Liefde zo wonderbaar’ in DRS Magazine 1-7-1997
Ook uit dit werk blijkt dat zijn grote kritiek op het modern evangelische christendom juist is, dat men een te oppervlakkig besef heeft van zonde en genade en dat deze oppervlakkigheid leidt tot gebrek aan verwondering en aanbidding over wat God in Jezus Christus voor een verloren zondaar heeft willen doen.

Interview met ir. L. van der Waal in RD 19-7-1997
“Mijn vriend Sir Fred Catherwood (schoonzoon van de bekende predikant Lloyd-Jones en jarenlang europarlementariër) waardeerde echter de Europese integratie positief als de afbraak van het nationalisme en de creatie van nieuwe mogelijkheden voor het protestantisme in bijvoorbeeld Spanje en Griekenland. En dat is natuurlijk de grote vraag: waarmee wordt de voortgang van het Evangelie het meest gediend? Hoe dit zij, wij zijn ervan overtuigd dat wij in dit opzicht weinig te verwachten hebben van een seculariserend Europa dat sterk door machts- en welvaartsstreven wordt gemotiveerd”.

Boekbespreking ‘Het hart van het Evangelie’ door L. Vogelaar in Criterium 1-8-1997
Hij vraagt om u onmiddellijk over te geven aan de Heere Jezus: “Ga tot Hem, in plaats van u steeds weer te vermoeien om het oneindige en eeuwigdurende geheimenis van God te overbruggen of te bevatten.” Het is duidelijk dat hier gemist wordt dat een mens alleen maar tot Hem gaat als hij door genade is afgebracht van al zijn eigengerechtigheid en als een gans ellendige de toevlucht neemt tot Hem. Boston bijv. toont aan hoeveel slagen wel nodig zijn, voordat een mens zo ver mag ko men. Het beeld van de mens die een reddingsband krijgt toegeworpen en die wegwerpt, doet geen recht aan de doodsstaat van de mens.

De schrijver draait het precies om. “Door te geloven in Zijn dood voor mij en mijn zonden aan het kruis, ga ik Hem kennen.” Zo steeds weer: wij moeten geloven, aanvaarden enz. en dan worden of zijn we een christen.

De auteur spreekt heel in het algemeen van “de gave die Hij u vrijwillig geeft”. Het is droevig en onbegrijpelijk dat de schrijver zulke dingen heeft beweerd, want daarnaast zegt hij toch wel dat een mens van zonde geoordeeld en overtuigd moet worden.

Wie hier mis gaat, is uiteindelijk toch helemaal mis. Dit ondanks de mooie dingen die hij ook zegt, bijv. over de ergernis van het kruis. “Spreek niet van ‘het bloed’ en ik zal naar uw kerk komen.” Niet aanbevolen.

Boekbespreking ‘Het evangelie volgens het Oude Testament’ door dr. M.J. Paul in RD 9-10-1997
Dr. Lloyd-Jones zag zichzelf allereerst als een evangelist. Daarom stelde hij: “Ik ijver er vurig voor en dring erop aan dat er in elke kerk iedere week een evangelisatiedienst gehouden wordt”.

Lloyd-Jones maakte opvallend vaak gebruik van het Oude Testament om de ongelovigen te bereiken. Hij deed dat, omdat hij zag hoe dit bijbelgedeelte veronachtzaamd werd en nagenoeg verdwenen was als een krachtige invloed in het hedendaagse christendom.

Het Oude Testament geeft veel illustraties die laten zien hoe de mens van nature is. Daarbij valt het op dat hij veel tijd besteedt aan de situatie waarin de hoorder verkeert en de verlossing door Christus wel steeds aangeeft, maar niet erg uitwerkt. Daar zijn de zondagmorgenpreken voor!

Voor velen zal dit te direct zijn. Waar is het werk van de Heilige Geest? Waar is de doorleving van zonde en schuld?

Over het algemeen kan ik mij goed vinden in de boodschap die Lloyd-Jones brengt, maar meer dan eens heb ik wel moeite met de manier waarop hij de teksten toepast. Hij beschouwt de oudtestamentische geschiedenissen vaak als voorbeelden van algemene principes en gaat dan verder met die algemene boodschap. Waarom besteedt hij niet meer aandacht aan de specifieke boodschap van de gekozen teksten?

Boekbespreking ‘Liefde zo wonderbaar’ in De Wekker 31-10-1997
Het is verrijkend voor het geloofsleven om met een dergelijk boek bezig te zijn.

Boekbespreking ‘Het evangelie volgens het Oude Testament’ in Bewaar het Pand 4-6-1998
In de preken richt Lloyd-Jones zich met name tot hen die ongelovig zijn, twijfelen of die bewust aan de zonde vasthouden. Zo heeft dit boek van Lloyd-Jones een ander karakter dan zijn andere geschriften, waarin hij zich vooral richt op hen die geloven mogen. Lloyd-Jones achtte het preken uit het Oude Testament van wezenlijk belang in het evangelisatiewerk.

Er zijn best wat vraagtekens te plaatsen bij de inhoud van de preken en wat andere accenten zijn zeker niet onmogelijk.

Toch is er veel wat gewaardeerd mag worden in deze preken. Liefhebbers van de geschriften van Lloyd-Jones zullen het boek zeker ter hand nemen.

Boekbespreking ‘Het hart van het Evangelie’ door ds. C. Harinck in RD 1-11-1997
Wij hebben in Lloyd-Jones ongetwijfeld te maken met een man die een boodschap had voor de moderne mens. Hij wist de bijbelse boodschap dicht bij de mondige, kritische en materieel ingestelde mens van onze tijd te brengen. Ik denk dat dit een van de sterkste kanten van zijn werk is geweest.

Toch komt in het algemeen te weinig naar voren dat deze verlichting van het verstand en de vernieuwing van het hart een werk van God de Heilige Geest is. Het komt natuurlijk ook wel door het andere taalgebruik, maar de beantwoording van de vraag hoe een mens aan die wedergeboorte komt, vind ik toch wat vreemd en oppervlakkig.

Tegelijk wil ik u echter aanraden zijn boeken niet kritiekloos te lezen. Bij al het goede wat Lloyd-Jones biedt, missen wij toch te veel de reformatorische klanken van de kennis van ellende, verlossing en dankbaarheid.

Artikel door W. Smouter in Opbouw 27-12-1997
Het heeft me altijd geïntrigeerd, dat zowel zeer “zware” kringen als blijmoedige evangelicals zich op de puriteinen beroepen. Nu leefden de puriteinen in de 16e en 17e eeuwen dat is toch lang geleden. Maar iemand als Martyn Lloyd Jones staat ook in die traditie en het ergert me soms dat zijn Nederlandse vertalingen in een tale Kanaäns zijn waar ik niets mee kan, terwijl ik de Engelstalige inhoud indrink als helder water.

Boekbespreking ‘Het evangelie volgens het Oude Testament’ door ds. H. Paul in De Saambinder 14-5-1998
Dr. Lloyd-Jones is chirurg geweest, dat is te merken. Hij stelt een scherpe diagnose: de verloren mens. Hij wijst de juiste therapie aan: het bloed van Christus reinigt van alle zonden. Maar in de toediening van het medicijn is hij erg radicaal: Zie op Christus, Die aan het kruis stierf. Besef wat er heeft plaats gevonden, wat het betekent dat Hij daar uw zonden in Zijn eigen lichaam droeg, dat uw zonden in Hem gestraft werden dat God uw ongerechtigheid op Hem heeft gelegd en dat Hij ze daar heeft vergeven. Dat is alles. U hoeft niet anders te doen dan uw zonden te belijden, u te bekeren, alles te belijden en dan eenvoudig te geloven dat Christus de Zoon van God, voor u en uw zonden gestorven is, en als u dat doet, zult u onmiddellijk verlost zijn. Aldus Lloyd-Jones.

Deze woorden wekken toch wel de indruk dat hij de patiënt meer vermogens toekent dan deze ter inname van het medicijn bezit. Jeremia’s woord: “Heere, bekeer me, dan zal ik bekeerd zijn”, klinkt er niet in door. Wat niet wegneemt dat de eis tot bekering en geloof blijft.

Wanneer men deze zaken in het oog houdt is er verder veel goeds te lezen in dit boek.

Boekbespreking ‘Het hart van het Evangelie’ door ds. C. Harinck in De Saambinder 16-7-1998
Martyn Lloyd Jones is onder ons geen onbekende meer. Vele van zijn boeken zijn vertaald in het Nederlands en hebben ook in ons land aftrek gevonden. Wij hebben in Lloyd Jones ongetwijfeld te maken met een man, die een boodschap had voor de moderne mens. Hij wist de bijbelse boodschap dichtbij de mondige, kritische en materialistisch ingestelde mens van onze tijd te brengen. Ik denk, dat dit één van de sterkste kanten van zijn werk is geweest. Hij wist de mens van nu te bereiken en tot nadenken te stemmen. Hij preekte zeker niet over de hoofden heen. Hij wist de aandacht vast te houden, vooral door over de kernvragen van het menselijk bestaan te spreken.

Het bovengenoemde boek legt daar in ieder geval getuigenis van af. Lloyd Jones stelt in dit boek daarin de vraag van Johannes de Doper aan de orde: “Zijt Gij Degene, Die komen zou, of verwachten wij een anderen?” Dit is, volgens hem, het hart van het evangelie. Het Christendom is een relatie met een persoon, namelijk met de Heere Jezus Christus.

Hij leert voluit, dat de geloofsaanvaarding van dit evangelie van Jezus, de Zoon van God, een genade van God is.

Toch komt in het algemeen te weinig naar voren, dat deze verlichting van het verstand en de vernieuwing van het hart een werk van God de Heilige Geest is. Het komt natuurlijk ook wel door het andere taalgebruik, maar de beantwoording van de vraag hoe een mens aan die wedergeboorte komt, vind ik toch wat vreemd en oppervlakkig. Lloyd Jones zegt dan: “Zijn antwoord is, dat wanneer u ongeveinsd, waarachtig en oprecht tot Hem komt. Hij u een nieuwe natuur zal geven. De Heere Jezus biedt ons Zijn eigen natuur aan. U kunt worden als Hem en u zult uzelf niet meer terug kennen”.

Ik wil u aanraden, zijn boeken niet kritiekloos te lezen. Bij al het goede wat Lloyd Jones ons biedt, missen wij toch te veel de reformatorische klanken van de kennis van ellende, verlossing en dankbaarheid.

Boekbespreking ‘Zijn verborgen omgang vinden’ door ds. M.J. van Gelder in De Saambinder 10-9-1998
Dit is een bundel preken uit de Psalmen. 1. De dwaasheid van het ongeloof. Psalm 14 : 1; 2. Dode godsdienst. Psalm 50; 3. De mus en de zwaluw. Psalm 84 : 2-5; 4. Gebaande wegen, Psalm 84 : 6-8; 5. Het beperken van God, Psalm 78 : 41; 6. Gij zijt mijn God en 7. Het staan naar zekerheid. Psalm 63 : 2-4; 8. Gedurig in Zijn tegenwoordigheid. Psalm 16 : 8; 9. Zoek Gods aangezicht. Psalm 27.

Dr. Lloyd-Jones was een zeer begaafd redenaar. Hij heeft velen geboeid in de Westminster kapel in Londen. In dit boekje met preken staan vele ware en rake dingen, waar wij van kunnen leren. Hij put veel uit de Puriteinse schatten, waarschuwt voor een slechts verstandelijke kennis; het gaat om de bevindelijke kennis.

Toch ervaar ik dat bevindelijk element niet in deze preken zoals we dat bijv. tegenkomen bij ds. Philpot of in een heel andere hoek, bij ds. MacCheyne. Ik zou niet graag zien, dat de vele boeken van Lloyd-Jones die intussen vertaald zijn, de onder ons gewaardeerde en geliefde Engelse en Schotse schrijvers gaan vervangen. Dat zou, vrees ik, een verarming zijn.

Het is mij niet altijd duidelijk, wie hij aanspreekt in zijn preken. Bedoelt hij alle aanwezigen? De leden van de kerk? De ware gelovigen? Liever zien wij een “onderscheiden” prediking.

Ingezonden brief in RD 19-11-1998
In 1969 hield dr. M. Lloyd Jones een profetische toespraak voor de Britse Evangelische Raad. Ten aanzien van de oecumenische afval en de roomse infiltratie in de protestantse wereld was hij zich bewust dat het evangelisch christendom dreigde te worden geabsorbeerd en de Reformatie aldus tenietgedaan zou worden. Aan de hand van een schriftuitleg van 1 Korinthe 14:8, bulderde hij naar zijn toehoorders: “Sound the alarm, sound the alarm!”

Interview met A.A. Teeuw in Terdege 23-6-1999
Voelt u zich verbonden met de arts-theoloog Martyn Lloyd Jones?
“Inhoudelijk wel, maar z’n boeken zijn me te breedsprakig. Slaapverwekkend soms. Hij biedt verrassende vergezichten, maar heeft daar wel vier bladzijden voor nodig, terwijl hetzelfde in drie zinnen kan worden gezegd. Daar knap ik op af.”

Boekbespreking van ‘God de Heilige Geest’ door ds. P.D.J. Buijs in RD 8-9-1999
Wie met het werk van Lloyd-Jones enigszins op de hoogte is, wordt opnieuw getroffen door de wijze waarop de stof behandeld wordt. Niet op een afstandelijke manier, maar warm- betrokken, vervuld van het verlangen geestelijke leiding te geven. Dat gebeurt in dit boek, met als basis de uitspraken van de Heilige Schrift. Uitgebreid gaat ‘the doctor’ in op de toe-eigening van het heil – bij uitstek het werk van de Heilige Geest.

Prachtige dingen worden gezegd over de aanneming tot kinderen, een element dat in onze traditie misschien wel eens wat onderbelicht is gebleven.

Heb ik dan geen vragen en opmerkingen? Die heb ik wel en (in geestelijke verbondenheid!) ik zou er een zevental willen formuleren.

Artikel door ds. W. Visscher in RD 29-9-1999
We zien in de werken van Lloyd-Jones soms een zeker optimisme ten aanzien van de wedergeboren mens.

Boekbespreking ‘De laatste dingen’ door ds. H. Veldhuizen in De Waarheidsvriend 4-11-1999
De titel van dit derde deel in de serie Geloofsleer van dr. Lloyd-Jones dekt niet geheel de inhoud. De eerste 85 bladzijden gaan over de kerk, de sacramenten en dood en onsterfelijkheid, bladzijden die overigens de moeite van het lezen waard zijn. Maar daarna volgen even boeiende bladzijden over de wederkomst van Christus, de tekenen der tijden, Gods plan met de joden, de antichrist, Daniël 9 en de zgn. opname van de gemeente. Vanaf blz. 141 volgt een uitgebreide verhandeling over de uitleg van het boek Openbaring.

Overigens deel ik niet alles wat dr. Lloyd-Jones schrijft. Zo heb ik moeite met het feit dat hij heel beslist kiest vóór de doop van volwassenen en tegen de kinderdoop. Met de woorden “en uw kinderen” in Hand. 2:39 worden z.i. geen biologische afstammelingen bedoeld, maar Petrus zou alleen willen zeggen dat Gods belofte er ook is voor de volgende generaties, alle eeuwen door, terwijl “allen die daar verre zijn” erop wijst dat de belofte er niet alleen is voor de joden maar ook voor de heidenen. M.i. wreekt zich hier dat Lloyd-Jones zich in zijn visie op de doop niet laat leiden door het feit dat de doop teken en zegel van Gods verbond is en dat God in dat verbond de Eerste is.

Erg veel moeite heb ik ook met het feit dat Lloyd-Jones geen zicht heeft op de belofte voor en de toekomst van Israël. “Geheel Israël” in Romeinen 11:26 betekent voor hem de volheid van joden die gedurende alle eeuwen door gered worden door het werk van Christus. Israël krijgt bij Lloyd-Jones geen eigen plaats, onderscheiden van de andere volken. Wreekt zich ook hier niet dat hij zich niet laat leiden door de gedachte aan het verbond en de trouw van de God van het verbond, die er ook en in het bijzonder is voor Zijn volk Israël?

Ook dit boek van dr. Lloyd-Jones is een boeiend boek, dat ik, ondanks mijn bezwaren die ik heb, gaarne las.

Verslag in RD 30-11-1999
Ds. H. van den Belt gaf een analyse van de evangelisatiepreken van Lloyd-Jones op zondagavond. “Lloyd-Jones had drie soorten preken”, zei de hervormde predikant uit Oud-Alblas. Hij preekte als herder, als leraar of als evangelist. Volgens Lloyd-Jones moet er ten minste één keer per week een evangelisatiedienst gehouden worden. In zijn evangelisatiepreken ging hij als een arts te werk. Hij begon met de symptomen, stelde daarna de diagnose en eindigde met het medicijn.

Artikel door ds. H. van den Belt in RD 9-12-1999
Toen iemand hem de kritische vraag stelde: “Wanneer heeft u uw laatste evangelisatiecampagne gevoerd?” antwoordde hij: “Ik heb er elke zondag een.” Hij gebruikte voor zijn preken verschillende stijlen. “Elke prediker zou op zijn minste drie vormen van prediking moeten beheersen. Er is een prediking die voornamelijk evangelisch is. Dit moet minstens eenmaal per week zo zijn. Er is ook een vorm van prediking die onderwijs bevat voor de praktijk van het geestelijke leven. Dit deed ik in het algemeen op zondagmorgen. Dan is er de zuivere instructieprediking, die ik zelf op een doordeweekse avond hield.”

Het verrassende is dat hij als “evangelist” meestal een “losse tekst” koos. Daardoor ontstaat er een vertekend beeld van deze prediker als je alleen op zijn gedrukte werk afgaat.

Hij begon in zijn evangelisatiediensten niet met de uitleg van de tekst, maar met de problemen van de moderne mens, de symptomen. Daardoor was zijn exegese overigens niet altijd even sterk. Hoewel hij met de symptomen begon, liet hij zich niet door de veelheid van symptomen afleiden. Hij was er diep van overtuigd dat er maar één probleem was. Door een heldere diagnose wist hij de mensen te overtuigen dat hun verkeerde relatie tot God hun eigenlijke probleem was.

Dat was ook het doel van het evangelisatiewerk. Je moet niet in de eerste plaats het Evangelie uitleggen, maar de mensen ervan overtuigen dat zij dat Evangelie nodig hebben.

Zijn diepe overtuiging van de onmacht van de mens om zichzelf te verlossen, bepaalde ook zijn houding tegenover de massale evangelisatiecampagnes van Billy Graham. Hij heeft de campagnes nooit openlijk bekritiseerd, omdat hij geloofde dat God ook door middel van een arminiaanse boodschap kon werken, maar zelf heeft hij deze acties nooit ondersteund.

Lloyd-Jones vond het verkeerd een direct appèl op de wil of de emoties te doen. God wil het hart bereiken door middel van het verstand. Alleen een diepe overtuiging van de waarheid van Gods Woord kan iemand tot een blijvende overgave aan de boodschap van het Evangelie brengen. “Het is verkeerd directe druk op de wil uit te oefenen. Laat mij dat uitleggen. De mens bestaat uit verstand, gevoel en wil. Je kunt de wil alleen bereiken via het verstand en dan via de emoties.”

Lloyd-Jones illustreert dit met een voorbeeld. In zijn gemeente in Aberavon was een man die zwaar aan de drank verslaafd was. Elke zaterdagavond was hij dronken en elke zondagavond zat hij in de kerk. Eens was hij tijdens een preek erg bewogen. Lloyd-Jones stond gewoontegetrouw bij de deur om iedereen een hand te geven. Hij aarzelde. Zou hij de man persoonlijk aanspreken en bij hem er op aandringen om vanavond een keuze te maken? Hij besloot het niet te doen en gaf de man gewoon een hand. De volgende avond ontmoetten zij elkaar op straat. De man zei: “Weet u, als u mij gisteren gevraagd had om te blijven voor een gesprek, dan had ik het zeker gedaan.” Lloyd-Jones zei: “Dan vraag ik u nu om met mij mee te gaan naar mijn huis.” Hij antwoordde: “O nee, maar als u het gisteren gevraagd had, had ik het vast gedaan.” Waarop Lloyd-Jones concludeerde: “Vriend, als dat wat er gisteren met je gebeurd is nog geen 24 uur stand houdt, dan blijkt daaruit dat je ondanks je bewogenheid van gisteren Christus niet werkelijk nodig hebt.”

Boekbespreking ‘God de Vader, God de Zoon’ en ‘God de Heilige Geest’ door C. d. B. in De Waarheidsvriend 9-12-1999
Ik zou de lezing ervan graag bij iedereen willen aanbevelen.

Lloyd-Jones heeft de gewoonte om af te grenzen naar opvattingen/stromingen die de zijne niet zijn. Tevens is elke lezing doorspekt met citaten uit de Heilige Schrift die hij nauwkeurig zoekt uit te leggen.

In één woord een rijk boek waarin het totale bijbelse getuigenis helder en hartverwarmend doorklinkt. Mijn vrouw en ik lezen er elke avond een gedeelte uit, voordat we gaan slapen en ervaren het als uiterst leerzaam en bemoedigend. We leren daardoor a.h.w. opnieuw de bijbelse woorden te spellen.

Intussen zou ik er graag met Lloyd-Jones voor willen pleiten, dat elke gelovige ernaar staat om tot een doorbraak in zijn geestelijk leven te komen. “U moet op zoek gaan naar die kennis waardoor u zult gaan zingen en God prijzen en samen met andere christenen voor Hem zult leven met een lied in uw hart vanwege Zijn fantastische verlossingwerk. Heeft u al iets geproefd van die hemelse gave?” (blz. 244)

Overigens kan men ook op andere punten van mening verschillen met Lloyd-Jones.
Hier en daar is Lloyd-Jones bepaald wijdlopig. Het zou korter en bondiger kunnen. Volgens het voorwoord van de vertaalster is die wijdlopigheid in de vertaling zoveel mogelijk vermeden, doordat herhalingen in de gesproken teksten (in deze boeken grotendeels van banden overgenomen) zijn geschrapt.

Mij trof een uitspraak in de Inleiding van het boek over de Heilige Geest over de toestand waarin de mens nu verkeert: Op een oude ruïne, een oud kasteel of slot treft men soms een bordje aan met de mededeling: hier woonde ooit die en die. Volgens de oude puriteinen kan men zo’n bordje ook op de mens hangen: “Dit was ooit de verblijfplaats van God”.

Artikel door ds. W. van Vlastuin in RD 9-12-1999
Hoewel deze prediker niet het laatste woord heeft, heeft hij voor mij nog altijd zeggingskracht.

Artikel door ds. P.D.J. Buijs in RD 9-12-1999
Kortom: ook al heb ik kritiek op onderdelen, Lloyd-Jones is voor mij een gids zowel voor mijn persoonlijk geestelijk leven als met het oog op de ambtelijke dienst. En het geheim van zijn zeggingskracht? Zoals het ook van de puriteinen wel gezegd is: ze hadden geen bloed, maar ‘bibline’ in hun aderen!

Artikel door ds. P. van Ruitenberg in RD 9-12-1999
Dr. D. Martin Lloyd-Jones is een man met inzicht en een gave om dingen eenvoudig onder woorden te brengen. Daarbij heeft hij een vriendelijke manier van zeggen en zijn boeken ademen de geest van een oprecht man. Lloyd-Jones is niet een van de predikers die veronderstellen dat het met al de hoorders geestelijk wel goed zit.

Toch ben ik vaak op mijn hoede. Lloyd-Jones kan (terecht) scherp uitvallen naar hen die in dode lijdelijkheid voortleven, terwijl zijn reactie op de gevaren in pinksterkringen en de evangelische hoek uitermate mild zijn. Had hij te goede contacten met familie en vrienden in die kring om de zwakke plekken aan te wijzen?

Lloyd-Jones had sympathie voor hen die in tongentaal spreken en ook zijn zienswijze op de doop met de Heilige Geest kan ik niet delen, al schijnt hij anderzijds soms niet ver af te zijn van wat John Owen noemt de vrijspraak in de hof van het geweten.

De auteur is naar mijn idee ook wel erg blij als iemand persoonlijk is geraakt door het Woord van God, en daar ook naar wil leven. Zo blij, dat kritische vragen ten aanzien van de oprechtheid van het geloof nauwelijks worden gesteld. Ik mis de eerlijkheid van de puriteinen en onze Nederlandse oudvaders die veel uitvoeriger hebben gesproken over wat een geloof oprecht maakt. Niet dat Lloyd-Jones dit totaal laat liggen, maar schijnbekeringen zijn mijns inziens vaak subtieler dan hij ze beschrijft.

Deze vaagheid over wat het verschil is tussen een ware en een schijnbekering zou wel eens de oorzaak kunnen zijn waardoor zijn boeken wereldwijd in zo’n heel brede kring worden gelezen en de ene na de andere druk beleven. Ik kan dat helaas niet zien als een teken van een geweldige opwekking, maar van het niet doordringen tot de kern.

Boekbespreking in RD 13-12-1999
Prof. Floor leidt uit het Nieuwe Testament af dat charismata bestaan, maar dat het grote gevaar aanwezig is dit “kostelijke goed” te misbruiken. Rond tongentaal ziet de auteur nog “heel wat onopgeloste vragen.” Hij citeert J. I. Packer, die stelt dat moderne tongentaal niet hetzelfde is als het bijbelse spreken in tongen, alsmede Lloyd-Jones, die van mening was dat het merendeel, zo niet allen die verklaren dat zij in tongen kunnen spreken, dit meer onder psychologische dan onder geestelijke invloed doen.

Artikel van A. Kamsteeg in Ambtelijk Contact 1-1-2000
Het is opmerkelijk dat oude puriteinen en puriteinen van latere datum – Martyn Lloyd-Jones, Packer, John Piper, Tim Keller – zich keren tegen vrijzinnigheid, maar toch vooral tegen dode orthodoxie of ontspoorde rechtzinnigheid.

Enkele kenmerken van die dode orthodoxie zijn:

  • Veel kennis over God (verstandelijk), maar weinig kennis van God (levende omgang met Hem).
  • Het gebedsleven staat op laag pitje.
  • Geloven in de Waarheid, zonder dat deze je eigen leven verandert.
  • Gebrek aan oprecht berouw over eigen zonde, en dus ook weinig besef van genade.
  • Over de gemeente ligt een warme deken van zelfvoldaanheid.
  • Men is erg kritisch op anderen.
  • Het geloofsleven geeft weinig vreugde.
  • Uitbrekende zonden zijn misschien onder controle, maar er is weinig heiliging van binnenuit.
  • Er heerst matheid, want van de Heilige Geest heeft men geen hoge verwachtingen.
  • Goede werken worden meer gedaan omdat het moet dan omdat men het graag wil.

Boekbespreking ‘God de Vader, God de Zoon’ en ‘De laatste dingen’ door ds. P. van der Kraan in RD 12-4-2000
Inzake de heilige doop liggen de standpunten van Lloyd-Jones en de gereformeerde geloofsleer het verst uiteen. In antwoord op de “beslissende vraag” waartoe de doop dient, horen wij dat het geweldige van de doop hierin bestaat dat God daardoor “verzegelt wat er eerder met mij is gebeurd is”: de wedergeboorte en het ontvangen van de Heilige Geest.

Omdat Lloyd-Jones de doop niet ziet als teken en zegel van Gods verbond, waarin God de Eerste is, verwerpt hij de kinderdoop.

Een ander verschil betreft de visie van de schrijver op (de toekomst van) Israël. ‘Geheel Israël’ is voor Lloyd-Jones het totaal van Joden die de eeuwen door gered zijn door het geloof in Jezus. Niet het volk (we laten in het midden hoe ver dat reikt), maar alleen individuele Joden worden gered. In het denken van Lloyd-Jones is er voor Israël als volk geen plaats in het heilswerk van God.

Als het verbond niet de dragende grond is van het handelen van God eindigen we in subjectivisme zodat er voor Israël als volk geen plaats is.

Artikel in RD 12-8-2000
Op christelijke congressen moeten agnosten en atheïsten het woord niet krijgen, zij moeten een stoel krijgen om naar het Evangelie te luisteren (Lloyd-Jones).

Interview met Iain Murray in RD 13-9-2000
Laten calvinisme en opwekking zich wel combineren?
“Het is juist een prima combinatie! Dr. Lloyd-Jones heeft eens gezegd dat hoe krachtiger het calvinisme is, des te waarschijnlijker het is dat we een opwekking zullen zien. En dat is heel logisch te verklaren. De essentie van het calvinisme is immers dat het de mens op een heel lage positie zet en God groot maakt. Dat is nu net de kern van het bijbelse christendom. Een prediking die de mens vernedert en God eert, is een prediking die de Heilige Geest behaagt. Echt calvinisme is, zoals we weten, vaak gebruikt in een opwekking.”

Boekbespreking in Ambtelijk Contact 1-1-2001
Lloyd-Jones (die leefde van 1899–1981) behoeft inmiddels onder ons nauwelijks aanbeveling meer; zijn boeken zijn de laatste jaren bij velen gewaardeerd geworden wegens hun diep-geestelijk en principieel-betrouwbaar karakter.

Artikel in Terdege 28-3-2001
Cathy Atkinson-Kersten [kleindochter van ds. G.H. Kersten] kerkte bij dr. Lloyd Jones. “Het was het jaar waarin Lloyd Jones de brief aan de Efeziërs bepreekte. Fantastisch, iedere zondag was weer een feestdag. Dr. Lloyd Jones was een bijzondere man, ook in de persoonlijke contacten. Elke zondag stonden buiten de kerk mensen te wachten om met hem na te praten, maar wanneer hij vond dat hij voor jou een halfuur nodig had, liet hij de rest gewoon staan. Hij had wel iets van opa. Spurgeon, opa en dr. Lloyd Jones, die liggen voor mij op één lijn. Dat type mensen wordt maar eens in een generatie geboren.”

Boekbespreking ‘God de Vader, God de Zoon’ en ‘De laatste dingen’ door ds. P. Mulder in De Saambinder 3-1-2002
Hij acht het te oppervlakkig te zeggen: “Ik geloof in Jezus”. De leer der Schrift moet wezenlijk gekend en de dwalingen moeten weerlegd worden. Lloyd-Jones levert daartoe fundamenteel werk.

Afwijkende gedachten heeft hij over de kerkregering en de kinderdoop

De eigen opvattingen van Lloyd-Jones zijn bijbelgetrouw, hij houdt zelf vast aan de scheppingsdagen als gewone dagen. Wel iaat hij op een enkel punt enige ruimte voor “vrome, trouwe christenen die anders denken”.

Het deed mij weldadig aan, temidden van zoveel wat je over deze onderwerpen leest en hoort, een gewoon bijbelse uitleg te lezen.

Onder ons is terecht altijd nog gezaghebbend de Gereformeerde Dogmatiek zoals ds G.H. Kersten deze voor de gemeenten heeft toegelicht. Wij allen, en zeker ook onze studerende jongeren, doen er goed aan zich daarin te verdiepen. Lloyd-Jones zegt terecht dat we de leer moeten kennen. Vervolgens kan het lezen van deze werken van Lloyd- Jones, mede gelet op de actuele vragen van vandaag, van goede waarde zijn.

Boekbespreking ‘God de Heilige Geest’ door ds. M.J. van Gelder in De Saambinder 31-1-2002
In zijn lezingen probeert hij de stof zo eenvoudig uit te leggen, dat de “geletterde” en de “ongeletterde” mens beiden geboeid worden. Men behoeft het uiteraard niet met elk woord, elke zin en elke uitlegging eens te zijn, om desalniettemin te zeggen: wat een leerzame lezingen. De meest moeilijke onderwerpen worden door hem heel helder uitgelegd. De schrijver/spreker neemt u mee in zijn logische en consequente denkwijze en argumenten.

Hij laat Gods Woord op een treffende en soms verrassende wijze spreken. Wie de hoofdstukken over de Persoon en de Godheid van de Heilige Geest gelezen heeft, wil stellig verder lezen.

Laten degenen, die zich stoten aan de prediking over de noodzaak van het ontdekkend en verbrijzelend werk van de wet door de bediening van de Heilige Geest, om plaats te maken voor de Persoon en het werk van Christus, het hoofdstuk over berouw maar eens lezen. Hier zegt nu iemand “buiten onze kring” ons geducht de waarheid!

Een leerzaam boek, waarbij niet alle uitleggingen en opvattingen overgenomen behoeven te worden.

Artikel in Opbouw 29-11-2002
Ik heb zo het vermoeden dat Lloyd-Jones geen groot fan van drama in de kerkdienst was. De boodschap komt immers door het Woord. Nu is Lloyd-Jones een van de weinigen van wie ik dit zonder meer zal aannemen. Hij bracht het Woord namelijk als geen ander. Van saaiheid zou niemand hem in ieder geval kunnen beschuldigen. Deze man genoot van ieder dogma. De ene bijbeltekst was volgens hem nog schitterender dan de ander. Wie onder het gehoor van Lloyd-Jones zat, had geen dramastukje nodig. Probleem is echter dat er maar weinig predikanten zijn die ook maar de helft van zijn enthousiasme en kennis tonen wanneer ze op de preekstoel staan.

Artikel in RD 9-11-2005
De bekende prediker Martin Lloyd-Jones gaf predikanten eens het volgende advies: “Vermors je tijd niet met het lezen van Barth en Brunner. Je zult in hen niets vinden dat je zult helpen bij je preken. Lees Pink.”

Artikel in RD 28-11-2005
Er zijn meer boeken van dr. Martyn Lloyd-Jones in het Portugees vertaald dan in het Nederlands.

Artikel in Theologia Refomata 1-12-2005
M. Lloyd Jones had gelijk toen hij jaren geleden al zei dat in de prediking de elementaire geloofszaken niet in de verdrukking mogen komen. Hij benadrukte daarmee het belang van wat in een klassieke term heet ‘de leer’.

Artikel door ds. M. van Kooten in Oude Paden 1-12-2005
Interessant is het dat David Martyn Lloyd-Jones in zijn boek Prediking en predikers [dit] schreef over de plaats van de preekstoel: “En hoe zit het met de preekstoel? Plaats die in het midden; schuif hem niet ergens naar de kant. De belangrijkste taak van de kerk is de prediking; zij gaat al het andere te boven. Plaats de preekstoel dus in bet midden. Hoe hoog moet zij zijn ? Het is belangrijk dat de hoogte van de preekstoel in verhouding staat tot de hoogte van de kerkbank. Tegenwoordig heeft men de neiging de preekstoel laag te plaatsen; dat komt omdat ontwerpers niet weten wat preken is! Versta me niet verkeerd, maar bouwkundig gezien moet de predikant altijd van boven de kansel tot de gemeente spreken. De preekstoel moet dus altijd op de juiste hoogte staan. Als er een galerij in de kerk is en de ogen van de predikant op de preekstoel min of meer op dezelfde hoogte zijn met de mensen die op de eerste rij van de galerij zitten, dan staat de preekstoel goed. Als zij hoger zitten, dan zal hij wanneer hij ze aankijkt, zijn hoofd achterover moeten houden en dat is slecht voor zijn keel, want die moet ontspannen zijn.”

Artikel in De Waarheidsvriend 9-12-2005
Het was al in 1971 dat dr. D.M. Lloyd- Jones verwoordde dat de kerkbank zich meer en meer liet gelden en de preekstoel de wet ging voorschrijven. Hij signaleerde dat mensen bijbelse begrippen als rechtvaardiging en heiligmaking niet meer verstaan en noemde als gevolg “de grote, moderne rage om nieuwe bijbelvertalingen in vertrouwde, alledaagse taal. (…) De kerkbank heeft het voor het zeggen.”

Artikel in De Waarheidsvriend 23-2-2006
Ds. G. Boer had geen pneumatologie, maar zijn prediking was Geest-doorademd. Daarin doet hij denken aan zijn Britse tijdgenoot Lloyd Jones. De gaven van de Geest waren zijns inziens niet opgehouden, ook de bijzondere niet: tongentaal, profetie, gebedsgenezing. Maar zij gaan niet voorop en kunnen niet afgedwongen worden. En: ook ná Pinksteren blijft in crisistijd de klacht en de klacht der oudtestamentische psalmen.

Artikel van ds. Joz. A. de Koeijer in RD 16-3-2006
De intrigerende vraag is: in hoeverre kan de kerk van vandaag nog met ‘the Doctor’ uit de voeten? Was hij toch meer kind van zijn tijd dan ons lief is? Het valt op dat de naam Lloyd-Jones in 2006 uitleg behoeft. Vijfentwintig jaar geleden kon vrijwel iedere lezer zich nog wel iets bij deze naam voorstellen.

Voor alles wist hij zich gegrepen door het feit dat de mens, hoe tijdelijk en kwetsbaar ook, geschapen is voor de eeuwigheid.

Direct na zijn overlijden wordt het kabinet van Lloyd-Jones’ theologisch oeuvre door menig grage grijper leeg gehaald. De man die van harte en principieel gereformeerd wilde zijn wordt, zonder dat hij zich nog kan verdedigen, aangemerkt als de voortrekker van allen die zich blind staren op bepaalde charismata. Dat hij zich theologisch met de Geestesgaven bezig hield, mag zeker niet ontkend worden. Alsof dat een schande is!

Artikel in Terdege 1-11-2006
Peter Masters volgt de gewoonte van dr. David Martyn Lloyd Jones om de prediking in de morgendienst vooral te richten op hen die reeds tot geloof kwamen. De avonddienst is in het bijzonder bestemd voor hen die nog vreemdeling zijn van genade. In de morgendiensten behandelt hij naar goed calvinistische traditie complete bijbelboeken.

Interview met prof. Egbert Schuurman in RD 21-9-2007
Wat is volgens u de kern van de Bijbelse boodschap?
“Dat alles op aarde voorbijgaat en dat Gods rijk niet van deze wereld is. We moeten het niet zoeken in franje, maar we moeten ons concentreren op het ene nodige. We moeten terug naar de Bron van het christendom: Jezus Christus Zelf. Christenen zijn navolgers van Hem. Laten onze voorgangers dat met kracht preken. Ik heb drie maanden in de kerk gezeten bij Martin Lloyd Jones in Londen. Er gebeurde wat in zijn preken. Hij ontvouwde vergezichten, de hemel ging soms open. Het is mijn zorg dat het er in onze kerken vaak zo voorspelbaar, zo plat aan toe gaat.”

Artikel van ds. M. Goudriaan in Gereformeerd Weekblad 23-11-2007
Niet voor niets is er in de Kerkgeschiedenis veel te doen geweest over de leer van Christus, de christologie. Meerderen hebben aangetoond dat dwalingen op dit punt ingrijpende gevolgen hebben voor het hele christelijke geloof. Er wankelt en valt ontzettend veel wanneer onbijbelse gedachten aangaande de christologie de kerk worden binnengedragen. De bekende Londense predikant Lloyd-Jones merkte eens op: “Dat iedere christen die zegt voor deze dingen geen tijd te hebben niet alleen blijk geeft van grove onwetendheid, maar ook iets zeer gevaarlijks doet”.

Interview in RD 24-12-2007
Hoe zouden we, praktisch gezien, de stilte een plaats kunnen geven in het leven?
Door ruimte te maken voor meditatie en gebed. Jezus zocht de stilte op een berg alleen. Augustinus verwachtte biddend, zonder ophouden, het gelukzalige leven. En Calvijn zegt: “Het is passend dat iedereen zich tot oefening bijzondere uren vaststelt, die niet zonder bidden voorbijgaan.” De Nadere Reformatie stimuleerde een huisvroomheid, denk aan Willem Teellinck en Gisbertus Voetius. Martin Lloyd-Jones was praktisch, hij zei: Doe deze oefeningen overeenkomstig je fysieke gesteldheid ‘s morgens of ‘s avonds, al naargelang je een ochtend- of een avondmens bent. Tegenwoordig spreken we over het houden van de stille tijd.

Interview met Anneke de Man-van Kooten in De Waarheidsvriend 28-12-2007
Veel mensen denken dat arts zijn het einde is, maar Lloyd-Jones zette een punt achter zijn dokterscarrière en werd predikant. Dan ben je met een eeuwigheidperspectief bezig.

Zijn uitspraken gaan vaak echt de dingen van het leven aan. Hij zei bijvoorbeeld: ‘In deze tijd van massacommunicatie zijn er nog steeds dingen die we alleen moeten doen. We worden alleen geboren, we moeten alleen sterven.’ Hij kon dingen vaak in één zin typeren, op een manier waar maar weinig mensen aan toekomen.

Volgens Lloyd-Jones bestaan mensen uit verstand, gevoel en wil. Op de laatste legde hij soms nadruk. ‘Zet jezelf tot iets, doe niet zo slap.’

In Nederland krijgt de wil minder gewicht. We moeten de wil oefenen, zei Lloyd-Jones, om zo een getuigenis voor de wereld te zijn.

Artikel in De Waarheidsvriend 15-5-2008
Dr. Martyn Lloyd-Jones zei reeds (samengevat): ‘Het belangrijkste gebrek van de kerk in onze dagen is dat we niet de rijkdom van het werk van de Heilige Geest kennen, dat we onze armoede normaal vinden en niet beseffen wat bij de Heere te krijgen is.’

Artikel in Zicht 1-7-2008
In de lijn van Calvijn heeft dr. D. Martyn Lloyd-Jones erop gewezen dat de primaire positie van de christen deze is: bijwoner en vreemdeling in deze wereld te zijn. “Onze verhouding tot de wereld wordt bepaald en geregeerd door deze omschrijving. Als christenen zijn we slechts vreemdelingen en pelgrims, reizigers en gasten in deze tijdelijke wereld.”

Boekbespreking ‘Bij Uw altaren’ door Aad Kamsteeg in CV.Koers juli/augustus 2008
“Niets is belangrijker dan…” Deze in de preken en boeken van Martyn Lloyd Jones (1899-1981) steeds herhaalde uitspraak is typerend voor de overmacht waarmee de Britse prediker gegrepen was door de heilige Schrift. Wanneer hij de Bijbel opende, was hij er diep van doordrongen de stem van de levende God te zullen horen. Die overtuiging bracht zowel ernst mee als vreugde.

Tijdens mijn eigen ontdekkingsreis door min of meer recente boeken van Angelsaksische christenen vormde Lloyd Jones een openbaring. Hoe dat kwam? Ik denk vooral door zijn combinatie van sterke Godgerichtheid alles draait tenslotte om Hem – en een bevinding waarbij de hele persoon betrokken is.

Kenmerkend voor Lloyd Jones is dat hij vanuit de tekst van de Schrift toepassingen maakt die opmerkelijk weinig tijdgebonden blijken te zijn.

Artikel in RD 28-8-2008
Dr. Lloyd-Jones waarschuwde ervoor om de Bijbel alleen maar te lezen als een soort theologen- of domineesboek. “Een dienaar des Woords dient de Bijbel allereerst te lezen als voedsel voor zijn eigen hart en leven.”

Artikel van dr. P. de Vries in RD 23-10-2008
Het verschil in kerkelijke opvatting had de samenwerking tussen Lloyd-Jones en Packer nooit in de weg gestaan. Dat werd echter anders toen Packer meewerkte aan een boek, “Growing into Union”. Dit boek was geschreven door een viertal anglicanen. Twee ervan waren “evangelical” en twee behoorden tot de anglokatholieke richting in de Anglicaanse Kerk. De achterliggende gedachte was dat evangelicals en anglokatholieken, al dachten zij verschillend over de verhouding tussen Schrift en traditie, wat betreft de rechtvaardiging door het geloof en de betekenis van de sacramenten toch een gezamenlijk front konden vormen tegen het liberalisme. Ze waren eensgeestes in hun kijk op de Drie-eenheid en op de betekenis van de Persoon van de Heere Jezus Christus. Voor Lloyd-Jones was dit echter onoverkomelijk.

Zowel Lloyd-Jones als Packer wenste, evenals de puriteinen, recht te doen aan het werk van de Heilige Geest. Van beiden moet worden gezegd dat zij weinig kritisch waren ten aanzien van de charismatische beweging. Packer ging er weliswaar theologisch niet in mee, maar was verder wel meegaand. Lloyd-Jones heeft alleen het begin van de opkomst van de charismatische beweging meegemaakt. Aanvankelijk was Lloyd-Jones positief, maar hij werd in toenemende mate kritisch vanwege de geringe aandacht die deze beweging had voor het leerstellige element van het christelijke geloof. “Geringe aandacht voor de leer”, zo stelde hij, “leidt onvermijdelijk tot een mensgerichte prediking.”

Na zijn dood claimden charismatici ten onrechte Lloyd-Jones voor hun standpunten. Zij beriepen zich daarbij op het feit dat Lloyd-Jones leerde dat een hoge mate van geloofszekerheid vaak slechts het deel is van geoefende christenen en dat deze zekerheid verbonden is met de doop met de Heilige Geest als een bijzondere zegen. Het grote verschil met de charismatici was echter dat voor Lloyd-Jones deze zegen een volstrekt soevereine gave van God was en dat hij allereerst de nadruk legde op volle geloofszekerheid en niet op bijzondere gaven.

Blijft staan dat Lloyd-Jones de volle geloofszekerheid en het geloof sterker van elkaar scheidde dan de reformatoren en de puriteinen. Lloyd-Jones kan soms de indruk wekken dat in de eerste fase van het geloofsleven het bevindelijke aspect nauwelijks een rol speelt. Daarover spraken reformatoren en puriteinen anders.

Boekbespreking ‘Geestelijke groei’ door Gertjan de Jong in De Oogst november 2008
Zijn schrijftrant is helder, authentiek. En wat vooral opvalt: hij volgt in alles de Bijbel.

Bij zo’n houding ligt het gevaar van starheid en fanatisme op de loer, maar daar kun je Lloyd-Jones nergens op betrappen. Hij schrijft niet bekrompen, maar vanuit een oprechte passie voor de waarheid. Hij is werkelijk enthousiast over de schatten die hij heeft ontdekt. Alsof hij zijn ontdekkingen over geestelijke groei gewoonweg niet voor zichzelf kon houden en dit boek wel móest schrijven.

Veel aandacht besteedt Lloyd-Jones aan Christus’ gebed om eenheid in Johannes 17. Volgens de schrijver bidt Christus hier niet om kerkfusies, maar om eenheid die gegrond is in heiligmaking. ‘Eenheid is geen zaak van aantallen of grote organisaties of van een mammoetkerk’, aldus Lloyd-Jones.

‘We hebben geen grote kerk nodig, maar een zuivere kerk, een heilige kerk, een ware christelijke kerk.’

Artikel door Erik-Jan Verbruggen in IRS 1-12-2008
Wie de Heere heeft leren kennen, kan daarna toch vreselijk gebukt gaan onder zonden die hij in het verleden heeft begaan. De Engelse prediker D.M. Lloyd-Jones schrijft hierover in zijn boekje “Oorzaken en genezing van geestelijke depressiviteit”. Hij geeft dan een heel merkwaardig advies: stop met bidden. Ik wreef even mijn ogen uit toen ik dat las. Toch staat het er echt. Lloyd-Jones adviseert om te stoppen met bidden om vergeving voor zonden uit het verleden. Let wel: hij schrijft dat aan gelovigen. Aan hen die wéten wat het is om Gods vergeving te ontvangen.

Het heeft een risico in zich om bezig te blijven met bedreven zonden. Omdat ze ons doen terugzien naar het verleden en daarmee verhinderen om in het heden aan de slag te zijn. Hoe meer we met onszelf bezig zijn, hoe minder we zien op de Voleinder des geloofs. Als er iets is wat satan wil, dan is het ons aan handen en voeten binden door steeds in te fluisteren hoe vreselijk bedreven zonden zijn geweest. Nie mand weet beter wat dit is dan Paulus. Hij leidde een leven vol vreselijke zonden. Hij bedreigde, vervolgde en vermoordde Gods kinderen. Hij lasterde de Naam van Jezus. Totdat God hem stilzette. Toch horen we Paulus niet zuchten over zijn bedreven zonden. Integendeel, hij jubelt het uit: “Daarom is mij barmhartigheid geschied, opdat Jezus Christus in mij, die de voornaamste ben, al Zijn lankmoedigheid zou betonen, tot een voorbeeld dergenen, die in Hem geloven zullen ten eeuwigen leven” (1 Tim. 1:16). Paulus zegt als het ware: Kijk eens naar mij. Als zelfs ík Gods vergeving kan ontvangen, dan kan het voor iedereen. Ik ben het levende bewijs van Gods geduld.

Zie eens welk effect dit had op Paulus’ leven. Hij kijkt niet terug, hij wordt er niet door opgehouden. Maar met een jaloersmakend vuur ijvert hij om de Naam van zijn Heere bekend te maken. Dát is het effect dat Gods vergeving heeft: we steken de handen uit de mouwen en doen wat onze hand vindt om te doen. De verloren tijd moet worden goedgemaakt, de schade moet worden ingehaald, de wonden moeten worden geheeld. Het echtpaar dat zo lang in de zonde leefde, mag met een heilige ijver vertellen over zijn Zaligmaker. De man die overspel pleegde, zal met dubbele ijver moeten laten zien dat hij nú trouw wil zijn.

Lloyd-Jones adviseert: vraag geen speciale boodschap van vergeving. Die is reeds geschonken. Maar geloof het Woord van God. Rust in Gods trouw. Geloof de Zaligmaker, Die bekleedt met de klederen van Zijn gerechtigheid. Geloof Hem, Die van Zichzelf zegt in Zijn Woord dat Hij getrouw en rechtvaardig is, dat Hij de zonden vergeeft en ons reinigt van alle ongerechtigheid.

Artikel in Daniël 17-12-2008
Op tweeëntwintig jarige leeftijd bezoekt Packer op zondagavond de diensten in de Westminster Chapel waarin dr. Martyn Lloyd-Jones voorgaat. Hij schrijft daarover: “Ik heb sindsdien nooit zo horen preken. Zo meesterlijk in de uitleg, zo gepassioneerd, zo majesteitelijk in het verkondigen van genade. De doctor werkte naar een climax toe, kalm, nooit opgewonden en gericht op de nodiging. Hij wekte de luisteraars op tot berouw en om te zien op Christus.”

Boekbespreking ‘Geestelijke groei’ door ds. C. Blenk in RD 28-1-2009
“Geloof is niet passief, het is heel actief.” Wij moeten niet wachten op ervaringen, maar wandelen in het geloof. Niet wie gevoelt, maar wie gelooft wordt behouden.

De vraag kan worden gesteld waarom Lloyd-Jones eigenlijk in het Nederlands wordt vertaald en in de gereformeerde gezindte uitgegeven. Wij moeten deze non-conformist niet annexeren, maar hij kan onze Nederlandse patstellingen wel doorbreken.

Lloyd-Jones verfoeide oppervlakkigheid. Spreekt hij daarom zo vaak over ‘moeten’? Zelfs “Het woord van Christus wone rijkelijk in u” heet bij hem een bevel: het móét. Hij maakt dus van de aanvoegende wijs een gebiedende wijs.

Boekbespreking in RD 14-10-2009
In zijn boek, dat vanaf volgende week in de winkel ligt, sluit ds. Uitslag elk hoofdstuk af met enkele gespreksvragen, stellingen en een pakkende uitspraak. Zoals die van de Engelse predikant D. Martyn Lloyd-Jones: “We zijn geneigd de betekenis van wereldsgezindheid tot een aantal bepaalde dingen te beperken en dat zijn altijd de dingen waar we zelf niet schuldig aan zijn.”

Artikel in De Saambinder 11-3-2010
Hij was door de Heere stilgezet onder de prediking van dr. M. Lloyd-Jones in de Westminster Chapel te Londen. Daar kwam hij terecht door zijn broer die hem toeriep: ‘Albert, nu ben ik op een plaats geweest waar God op het hoogst wordt verheerlijkt en de mens op het diepst vernederd’.

Artikel van W.B. Kranendonk in RD 22-5-2010
Spreken over God mag. Dat moet. Debatteren over God mag niet. Dat was het standpunt van dr. Martin Lloyd Jones. Een uitnodiging van de BBC om met andere wetenschappers in discussie te gaan over het Godsbestaan wees hij resoluut af.

“De zogenoemde discussies en dialogen over het geloof op radio en televisie zie ik over het algemeen als louter vermaak. De ongelovige krijgt evenveel tijd als de gelovige en dan is er het steekspel van het debat en scherts en pret. Het programma is zo samengesteld dat het onderwerp niet diep uitgespit kan worden. Ik verklaar dat het onderwerp waarmee we ons bezighouden zo uitermate ernstig, van zo’n groot belang en zo urgent is dat we nooit zullen toestaan dit op zo’n manier te benaderen,” aldus Lloyd Jones.

Artikel in De Waarheidsvriend 1-7-2010
Wanneer hoorden we voor het laatst in de preek over Gods heiligheid? Dr. Martyn Lloyd-Jones legt in zijn uitleg van Mattheüs 7:15 hierbij de vinger. ‘De valse profeet preekt altijd over Gods liefde, maar Zijn rechtvaardigheid, heiligheid en toorn over de zonde komen niet ter sprake. Hij zegt niet dat hij hierin niet gelooft; dat is nu juist de moeilijkheid; hij zegt er helemaal niets over.’

Boekbespreking ‘Ouders en kinderen’ door H.A. van Zetten in De Saambinder 23-9-2010
De bekende predikant van de Westminster Chapel in Londen, dr. Martyn Lloyd-Jones (1899-1981), is vaak aangeduid als een calvinistische methodist en behoorde tot de reformatorische vleugel binnen de evangelicale beweging in Groot-Brittannië.

Lloyd-Jones stelt zich vooral tegen het moderne christendom, dat het onbijbelse liberale denken volgt door liever te spreken van vrede, geluk, genot, gemak en tolerantie, dan van recht, waarheid, gerechtigheid, rechtvaardigheid. Hij verwijt moderne christenen dat ze helemaal meegaan met het liberale vrijheidsdenken dat kinderen aan zichzelf overlaat in zogenaamde zelfontplooiing (uiteindelijk: normloosheid).

Steeds weer wijst Lloyd-Jones op de grote verantwoordelijkheid van de ouders om een levend voorbeeld te zijn waarin de liefde tot de ziel van het kind geproefd wordt. In het verlengde hiervan benadrukt hij de waarde van goed onderwijs op grond van Gods Woord. Hoewel sommige uitspraken als het ware uitnodigen tot een nadere gedachtewisseling en het stellen van vervolgvragen, biedt dr. Lloyd-Jones in dit praktische boekje een nuchtere en gezonde visie op opvoeding, onderwijs, gezag en gehoorzaamheid.

Interview met ds. C.G. Vreugdenhil in Terdege 27-10-2010
Wat is voor u bevindelijke prediking?
“In ieder geval iets anders dan gepredikte ervaringen. Het gaat er juist om dat die ervaringen door de prediking worden opgeroepen. Omdat het Woord werkelijk landt in je leven, waardoor er de ontmoeting met God is. De Heilige God, voor Wie je moet wegzinken vanwege je zonde en onheiligheid. En de genadige God, Die je in Christus wil overweldigen met Zijn liefde. ‘To bring people into the presence of God’, daar gaat het volgens dr. Martyn Lloyd Jones om in de verkondiging.”

Boekbespreking ‘Beproefd geloof’ door G. Roos in De Saambinder 10-2-2011
De boodschap van Psalm 73 is volgens Lloyd Jones “dat we een verzoeking kunnen veranderen in een grote bron van overwinning”. Ik laat die formulering voor wat zij is. De theoloog merkte in dit verband op dat een mens niet schuldig is, indien de duivel hem een verkeerde gedachte inwerpt. Zo sprak ook S. Oomius. Terecht. Toch schreef A. Gray dat er ‘vervloekte overeenstemming’ bestaat in verzoekingen van de duivel en ons bedrieglijk hart.

Artikelen van dr. C. A. van der Sluijs in De Waarheidsvriend februari 2011
Op 20 december 1926 werd hij predikant te Aberavon in Wales in een gemeente van het methodistische type. Een bepaalde vooropleiding was niet vereist en werd door Lloyd-Jones ook niet begeerd. Dit tekende deze traditie, maar tevens de man, die evenals C.H. Spurgeon in de eeuw daarvoor via zelfstudie dan toch maar een brede en sterke ‘grip’ kreeg op de theologie van de Reformatie en van het puritanisme en in zekere zin ook wel op die van zijn eigen tijd. Niet voor niets wist hij zich later sterk geïnspireerd door Spurgeon en werd ook hij na zijn dood, evenals deze, de ‘laatste der puriteinen’ genoemd.

Zijn prediking was niet direct emotioneel, maar recht op de man af, krachtig en bijbels. Hij begon met heel zacht te spreken, cirkelde wat om zijn thema heen als in een verkenningsvlucht, dook dan gaandeweg diep en breed in de onderhavige materie en liet het geheel overkomen als een fascinerend ‘vuurwerk’. Zijn stijl had alles van een scherpe klinische diagnose, waarbij zijn medische discipline geheel in dienst werd genomen van de prediking. Hij bezigde levendige en pakkende taal.

Kunstgrepen of ‘entertainment’ waren voor hem letterlijk uit den boze. Voeg daarbij dat hij weinig gebruik maakte van illustraties en anekdotes. Zijn kracht lag in zijn bijbelgetrouwheid en in een sterke doorleefde betrokkenheid.

Naar de mening van de Doctor was het echte probleem van en met moderne mensen dit, dat ze de bijbelse leer veronachtzaamden. Hij vond dat men al te snel praatte over ‘praktisch zijn’, omdat we nu eenmaal bijbels gezien niet praktisch kunnen zijn als we niet weten waar we het over hebben.

Geïrriteerde mensen, die besloten hadden niet meer terug te komen, werden op den duur toch voor zijn prediking gewonnen.

Zelf had ik het voorrecht de Westminster Conferenties bij te wonen in december van 1975 en 1976. Ik heb toen Lloyd-Jones persoonlijk mogen ontmoeten. En nóg hoor ik hem zeggen: We need to be moved again. (wij moeten weer bewógen worden). Het was een moment waarbij de zaal als het ware elektrisch geladen werd.

Hij nam radicaal afstand van de wereldwijd en ook in Engeland toegejuichte evangelisatiecampagnes van Billy Graham. Een persoonlijke ontmoeting met deze bekende Amerikaanse evangelist in zijn ‘vestry’ (consistorie) in de Westminster Chapel kon er dan net nog mee door, maar meer beslist niet. Ook de plaats van de muziek bij deze campagnes achtte hij in toenemende mate gevaarlijk. Zelfs sprak hij van een demon of singing (zangduivel). Deze moest leiden tot ongewenste psychologische effecten.

Hij meende voor zijn visie op de verzegeling met de Heilige Geest steun te vinden bij de puriteinen, maar liet daarbij Calvijns visie onbesproken. Ongetwijfeld had dit te maken met zijn puriteinse achtergrond en ‘piëtistische’ instelling.

Daarbij komt nog zijn visie op Romeinen 7:14-26 over de ‘tweemens’ bij Paulus. Volgens Lloyd-Jones gaat het hier over Paulus vóór zijn bekering. Dit verraadt een overwoekering van de rechtvaardigingsleer door de wedergeboorteleer. Wel moet erbij worden vermeld dat hij hier later enigermate op teruggekomen is.

Artikel door G. Verweij in De Waarheidsvriend 14-4-2011
Wat mij vooral van de doctor is bijgebleven – naast zijn boeiende preken – is dat hij een Welshman was, hoewel hij de grootste tijd van zijn leven in Engeland heeft doorgebracht. Wij gebruiken het woord Engels nogal gemakkelijk als algemene uitdrukking voor alles wat zich afspeelt op het Britse eiland, behalve Schotland misschien. Lloyd-Jones was vóór alles een man uit Wales, Zijn moedertaal was Gaelic, de Keltische taal die in Wales wordt gesproken. Het Engels was zijn tweede taal, geleerd op school. Lloyd-Jones sprak het Engels dan ook met een duidelijk Keltisch accent, overigens zeer aangenaam om te horen.

Boekbespreking door ds. Joz. A. de Koeijer in RD 28-2-2012
Recent verscheen opnieuw een Nederlandstalige versie, in een modern jasje, hertaald en met een fonkelnieuwe titel: “Waarom landt de Boodschap niet?” Ik betwijfel overigens of de vraag van deze niet-oorspronkelijke titel in de bundel wordt beantwoord. Mijn inziens zoomt de auteur in op andere aspecten die prediking en prediker aangaan.

De breedsprakigheid die “the Doctor” eigen was, blijkt ook in deze hertaalde uitgave niet te zijn wegvertaald. Maar dat kan lijden. Die ”gezwollenheid” verschrompelt enigermate doordat er in deze uitgave overzichtelijke kopjes zijn ingevoegd.

Inhoudelijk blijft deze bundel meer dan veertig jaar na dato een goudmijn waarin ettelijke glanzende goudklompjes voor het oprapen liggen.

Als illustratie vertelt Lloyd-Jones van een predikant die hij ooit over Jeremia hoorde preken. Deze profeet kan de goddelijke Boodschap niet langer voor zich houden, omdat het Woord in zijn binnenste als een vuur brandt. De predikant heeft zijn preek keurig en gedegen voorbereid. Er is exegetisch niets op aan te merken en toch is de teleurstelling groot, want, zo verhaalt de schrijver: “Hij sprak over vuur alsof hij op een ijsberg zat. Hij was een levende – of moet ik soms zeggen ‘dode’? – ontkenning van wat hij zei.”

Boekbespreking door ds. Joz. A. de Koeijer in RD 24-3-2012
Doorgaans is het de dokter die zijn patiënt onderzoekt en de diagnose stelt. In Engaging with Martyn Lloyd-Jones. The life and legacy of the Doctor gebeurt het omgekeerde; The Doctor zélf wordt postuum nagezien op kwalen en mankementen.

Boekbespreking ‘Born of God’ door ds. M. van Reenen in RD 8-9-2012
Iedereen die niet denkt al genoeg te weten, kan vanwege de fundamentele werkwijze van Lloyd-Jones des te meer gefundeerd raken in de gereformeerde leer.

Het boek bespreekt de “state and condition” – in de klassieke woorden: de staat en de stand – van een christen. Anders gezegd: óf wij christen zijn en hóé wij christen zijn.

Wie gewend is aan separerende preken krijgt wellicht soms het gevoel dat Lloyd-Jones al zijn gemeenteleden als ware christenen beschouwt. Dat is een misvatting – al durft hij, per preek gezien, onevenwichtig te zijn.

Sterk aan dit boek is verder dat Lloyd-Jones er blijk van geeft te weten wat er leeft in de wereld. Hij spreekt niet vaag over een “donkere tijd”, maar probeert de duisternis van de wereld te peilen. Duisternis, omdat het voor velen geen verschil zou maken als Jezus uit de wereldgeschiedenis zou zijn weggehaald; omdat de wet van God met de voeten getreden wordt; omdat God en Zijn waarheid gerelativeerd worden. Lloyd-Jones zag in de jaren 60 een aanzet van wat nu heeft doorgezet, en daarom blijft zijn analyse actueel.

De duisternis geldt trouwens niet slechts de wereld, maar ook de kerk. Lloyd-Jones gaat dan vooral in tegen het liberale christendom en het opkomende oppervlakkige evangelicalisme. Ook in onze situatie heeft het boek in die richtingen zeggingskracht, maar eveneens tegenover die vorm van bevindelijkheid waarin de Bijbelse stevigheid en helderheid ontbreekt. Zo wijst Lloyd-Jones ons allen terug naar de kracht van de gereformeerde leer en de noodzaak om daar op geestelijke wijze voluit uit te leven.

Artikel door ds. Joz. A. de Koeijer in De Waarheidsvriend 24-1-2013
Na al die jaren weten we dat wereldwijd velen de genoemde Londense dominee als ‘geestelijk patriarch’ eren en respecteren. De preken, commentaren en lezingen van zijn hand die mettertijd verschijnen, zijn tientallen. Alleen al in de jaren zeventig worden van zijn commentaren op de Efeze- en Romeinenbrief meer dan één miljoen exemplaren verkocht. Zijn boeken verschijnen in veel talen.

Lloyd-Jones’ prediking wordt gekarakteriseerd en gekenmerkt door wat in het Engels heet expository preaching, in sommige homiletische handboeken aangeduid als uitleggende/verklarende prediking. Hierbij denken we aan een voortgaande lezing en uitleg van de Schrift, waarbij gehele bijbelboeken tekst voor tekst worden bestudeerd en toegepast. De preek als expositie. Vergelijk het met de rustige gang door een schilderijenmuseum. Telkens sta je bij al dat uitgestalde, geëxposeerde even stil en let je op grootte en detail. Je laat je verrassen door de grandeur en het minutieuze.

In Groot-Brittannië worden zijn boeken aanvankelijk uitgegeven door de ‘neutrale’ uitgeverij Hodder&Stoughton. Daarna hoofdzakelijk door InterVarsity Press, die voornamelijk (christelijke) studenten als doelgroep heeft. Zijn bijbelstudies daarentegen worden tijdens zijn leven en door zijn toedoen geredigeerd door ‘zijn eigen’ Banner of Truth Trust, een uitgeverij die zich sinds 1957 toelegt op verspreiding van reformatorische en puriteinse theologie. Echter, na zijn overlijden komen zijn werken in handen van de ‘evangelicale’ uitgeverij Crossway.

Na zijn dood wordt hij vooral om zijn pneumatologie bestreden en geprezen. Het is tot op de dag van heden wrang dat hij deze materie niet meer kan ophelderen en dat hij zich dienaangaande niet meer kan verdedigen. In Nederland worden Lloyd-Jones’ werken gepubliceerd door reformatorisch georiënteerde uitgeverijen met als gevolg dat the Doctor juist in deze contreien bekendheid krijgt.

Nog steeds is de (s)preekkamer van the Doctor een heilzame plek. Dogmatisch verstarden en emotioneel verwarden kunnen er terecht.

Artikel door Klaas van der Zwaag in RD 12-4-2013
Hoewel de conferentie gesponsord werd door The Banner of Truth, werd deze naam niet vermeld, om niet de indruk te geven dat er een expliciete organisatie achter zat. Zo was dr. Martyn Lloyd-Jones eerst terughoudend om zijn naam aan de conferentie te verbinden. Hij deelde het verlangen naar een herleving van de prediking van de puriteinen, maar was bang dat ‘Leicester’ alleen calvinistische mensen bij elkaar zou brengen, waardoor de bredere evangelische eenheid waarvoor de Britse theoloog streed, moeilijker te verwezenlijken zou zijn.

Artikel in RD 11-5-2013
Bij veel predikanten staan ze in de boekenkast: de series van de Britse predikant D. Martyn Lloyd-Jones over Romeinen en Efeze. Net als Spurgeon ontsloot Lloyd-Jones de theologische rijkdom van voorgaande eeuwen voor hedendaagse lezers.

Interview met ds. R. van Kooten in RD 26-6-2013
U keert zich tegen de klassieke gereformeerde theocratie en stelt dat de kerk niet is geroepen om door haar boodschap en activiteiten de wereld en de structuren te veranderen, maar om mensen bij Christus te brengen en te houden. Horen we hier de stem van uw promotor prof. dr. Bram van de Beek?

“Ik kan weinig met de gedachte dat we de maatschappij en het volksleven van Nederland helemaal moeten vormgeven naar Gods geboden, zoals dat in het oudtestamentische Israël het geval was. Ik ben wel voor theocratie, maar die komt pas op de nieuwe aarde. Als we nu strijden voor theocratie, dan keren we óf terug naar het Oude Testament óf we grijpen vooruit op het ‘eschaton’.

Ik heb deze visie eigenlijk altijd gehad. Waar vind je de theocratische gedachte in het Nieuwe Testament? Ik vond mijn denken goed verwoord in de uitleg van D. Martyn Lloyd-Jones van Efeze 6. En later kwam ik die ook tegen bij Van de Beek. Ook hij voert hierbij overtuigend het Nieuwe Testament aan.”

Boekbespreking in RD 16-7-2013
Heel wat boeken van Lloyd-Jones zijn inmiddels in het Nederlands vertaald. Een biografie als deze [van Iain H. Murray] ontbreekt echter nog. Het zou mooi zijn als een Nederlandse uitgever deze handschoen zou oppakken.

Artikel door L. van der Tang in De Wachter Sions 5-12-2013
Gij zijt het zout der aarde. Ik ontleen enkele gedachten aan de Engelse prediker Martyn Lloyd-Jones (De bergrede). Allereerst, zout veronderstelt de aanwezigheid van bederf. Alleen dan heeft het een nuttige functie. Wij leven inderdaad in een wereld die aan bederf onderhevig is. Alleen christenen kunnen dat proces in gunstige zin beïnvloeden. Zonder dat wordt deze wereld alleen maar slechter.

Dat impliceert vervolgens dat wij ons niet kunnen en mogen terugtrekken uit de wereld. Immers, dan verliezen wij onze meest essentiële functie, te weten om zoutend zout te zijn!

Zout heeft ook weinig andere functies dan zout te zijn, zoals licht weinig andere functies heeft dan te verlichten. Het wijst ons erop dat christenen uiteindelijk maar één functie hebben: de Naam des Heeren groot te maken, en Hem te dienen, tot heil van hun naasten.

Verder, smakeloos zout is volkomen waardeloos. Het deugt nergens toe dan om buitengeworpen worden. Dat veroordeelt alle naamchristenen. Zij deugen nergens toe.

Maar het veroordeelt ook al Gods kinderen die op grote afstand van God leven en altezeer verwereldlijkt zijn. Ook zij zijn smakeloos zout geworden.

Ten slotte, een weinig zout kan een verbazende uitwerking hebben. Het kan een hele maaltijd smakelijk maken, en kan een samenleving veranderen. De kerkgeschiedenis geeft ons daar talloze voorbeelden van.

Artikel in RD 2-10-2014
De Britse theoloog D. M. Lloyd-Jones schrijft in dit verband: “Christenen moeten zich daarom – en dat is een toetssteen voor de christen – veel meer verbonden voelen met een christen uit een willekeurig land onder de zon, dan met welke niet-christen uit hun eigen land.”

Artikel in RD 28-12-2015
“Ik sla mijn tent iedere avond een dagreis dichter bij de hemel op”, zei de bekende prediker Martyn Lloyd-Jones eens. Het leven is een reis. We zijn onderweg.

Boekbespreking in RD 14-4-2016
Voor Lloyd-Jones draaide alles om Schriftuurlijk denken, en wie Schriftuurlijk dacht, vond hij, was per definitie relevant voor zijn omgeving.

Artikelen door ds. H. Russcher in De Waarheidsvriend januari/februari 2017
Een punt dat minstens zo belangrijk is als de voorbereiding van de prediking, is de voorbereiding van de prediker. De bekende Engelse prediker Martyn Lloyd-Jones wijst daarop in zijn boek Preaching and Preachers.

Het Woord moet door ons heengaan. Lloyd Jones schrijft ergens: ‘Wat we prediken, moet het resultaat zijn van onze eigen gedachten. De prediker is niet bedoeld om slechts een kanaal te zijn waardoor het water stroomt; hij moet als een bron zijn.’

Artikel van Steef Post in RD 9-9-2017
Lloyd Jones wijst er in een preek over de Bergrede fijntjes op dat de Heere Jezus beroemde filosofen en geleerde wetenschappers voorbijliep, tot Hij uitkwam bij een groepje gewone christenen, vissers van beroep, uit een achterstandsgebied, en hen aanwees: “Gij zijt het licht der wereld!” Dat is pas intrigerend!

Artikel over ds. P. den Butter in RD 18-12-2017
“Met Martyn Lloyd-Jones zeg ik: Geloven is ook je mond leren houden. God is God.”

Artikel van Leendert van Wezel in RD 22-1-2018
Uit de zogenoemde boekenbak waarin een collega op het werk boeken te koop aanbiedt, kocht ik “Vrees niet, geloof alleen…” van de Engelse predikant Martyn Lloyd Jones (1899-1981). Lloyd Jones schreef het boek in een naoorlogse wereld, waarin veel christenen worstelden met “het probleem van de geschiedenis”. Na twee wereldoorlogen was voor velen de vraag hoe je die gebeurtenissen in overeenstemming kon brengen met je geloof als christen.

Aan de hand van Habakuk voert Lloyd Jones christenen terug naar een onvoorwaardelijke Godsvertrouwen. Want in Hem alleen ligt het antwoord dat rust geeft: “Want als deze dingen beginnen te geschieden, heft uw hoofden omhoog, omdat uw verlossing nabij is.”

Verwachting! Al lezend zag ik de enorme kloof tussen de door hem geschetste levende toekomstverwachting en de gerichtheid op het hier en nu die ook aan ons, hedendaagse christenen, niet voorbijgaat.

Advertenties