De preek

n.a.v. R. Bijlsma, De preek, Kampen 1977

Inleiding
De gehele kerkgeschiedenis is wel beschreven als geschiedenis van de uitlegging van de Schrift. In de kerkgeschiedenis wordt weerspiegeld hoe er is gepreekt. Het bijbels profetisme is de wortel en het oerbeeld van de christelijke prediking. De oudtestamentische profeten brachten Gods Woord als eersten. Naast de profeten treden de apostelen op. Niet om ze te vervangen, maar om hun profetie door te geven in toepassing op Jezus Christus. In één voortgaand proces kwam eerst de canonisatie van het Oude Testament tot stand en daarna die van het Nieuwe Testament.

Vroege Kerk
Eerst is er sprake van rondtrekkende predikers, ‘profeten’ genoemd. Maar spoedig zijn het de eigen leiders van de plaatselijke gemeenten, die de prediking moeten verzorgen. Een omstandigheid, waar wij als moderne mensen vaak geen rekening mee houden, is het ontbreken van de complete Bijbel in de gemeenten. In de synagogen had men wel de boekrollen van het Oude Testament, maar de brieven van Paulus en de evangeliën moesten de christelijke gemeenten van elkaar lenen of overschrijven. En dat bleef bij gedeelten. Het bleef een gedeeltelijke Bijbel, die men gebruikte. En tot de uitvinding van de boekdrukkunst is daar wezenlijk geen verandering in gekomen.

Augustinus (5e eeuw) vond dat men gerust preken van anderen kon voordragen. Origines (3e eeuw, Alexandrië) had de gewoonte de zin en bedoeling van de bijbeltekst op te sporen langs verschillende wegen: letterlijk, ethisch en allegorisch. Deze methode van uitlegging heeft eeuwenlang goeddeels de prediking beheerst. In de 4e en 5e eeuw wordt steeds meer gebruik gemaakt van de Griekse retorica. Bij Chrysostomus (4e eeuw) komt dit sterk naar voren. De voorganger moet zich oefenen in welsprekendheid. Men krijgt de indruk dat de bijeenkomst van de gemeente soms meer leek op een volksvergadering. Door luide bijvalsbetuigingen of afkeuringen liet men merken, hoe men over de rede dacht. De kerk is dan inmiddels een dominerende meerderheid geworden, met alle gevolgen daarvan ook voor de preek. De regels voor de preek, die door Augustinus zijn opgesteld, zijn tot in de late Middeleeuwen van invloed geweest:

– De Bijbel is de enige bron;
– Nodig is oefening in welsprekendheid;
– Het belangrijkste is oefening in de Schrift;
– Het doel van de preek is om de mensen op boeiende wijze met de Bijbel bekend te maken tot verheffing en verbetering van hun leven;
– Het minder belangrijke moet op eenvoudige wijze worden gezegd, het belangrijke moet meer nadruk krijgen en het belangrijkste in verheven stijl;
– Augustinus wees ook op het belang van een godvruchtig leven van de prediker.

Middeleeuwen
Het probleem van de presbyters wordt nijpend. Geschoolde geestelijken waren er weinig. Het overschrijven van bijbelgedeelten, vooral door monniken in kloosters, kon de behoefte van de vele gemeenten niet bijhouden. Men moest het doen met gedeelten uit de Bijbel, de zogenaamde perikopen, die in de zondagse eredienst werden gelezen. Vaak werd er niet meer gepreekt. Het belangrijkste vond bij het altaar plaats. Verder werden bundeltjes met preken van kerkvaders overgeschreven en voorgelezen.

Zo gebeurde het dat een vast bijbelgedeelte ieder jaar op dezelfde zondag terugkeerde. Een zondag werd herkenbaar aan een psalm, die aan het begin van de dienst werd gelezen. De perikopen zijn dus uit de situatie geboren. Iedere streek had aanvankelijk een eigen perikopensysteem. De perikopen waren zo goed als allemaal uit het Nieuwe Testament. Het is de verdienste van Karel de Grote (en zijn theologisch adviseur Alcuïnus, 8e eeuw) dat er meer eenheid kwam. Hij wilde, dat er regelmatig werd gepreekt; dit gebeurde nog maar zelden. Hij liet bepalen dat preken van de kerkvaders in de landstaal vertaald en voor het volk gehouden moesten worden.

Vanaf 1100 komt er een opbloei in de prediking. De kruistochten hebben hiertoe meegewerkt. Uit de Bijbel moest worden aangetoond dat God die kruistochten wilde. Verder werd het verzet tegen de uiterlijkheden in de middeleeuwse kerk steeds sterker. De mystiek kwam op. Het innerlijke leven kreeg grote aandacht. Er traden ook kerkleraars op, die de leer van de kerk weer gingen bestuderen en ontvouwen: Thomas van Aquino en Bonaventura (13e eeuw). De prediking moest nu mede dienen tot verbreiding en verduidelijking van de leer. Er ontstonden ook speciale predikorden: de Franciscanen en Dominicanen. Allerlei hulpmiddelen kwamen in zwang:

– Verzamelingen van preken van kerkvaders, de zogenaamde ‘postillen’ (post illa betekent: hetgeen na die woorden, namelijk van de bijbeltekst, komt, dus de preek);
– Kleine handboekjes over allerlei onderwerpen (de ‘summae’, summa betekent: hoofdzaak);
– Boekjes met voorbeelden uit het leven van heiligen;
– Verhaaltjes om de hoorders te boeien. Bekend zijn de ‘paassproken’ over de slimme duivel, die door de opgestane Jezus in de maling genomen wordt. De kerkgangers reageerden hierop met luid gejuich (het ‘paaslachen’ genoemd)’.

In de periode tot de Reformatie kunnen we drie soorten van prediking onderscheiden: de volksprediking in de platte volkstaal door Franciscanen, zoals pater Johannes Brugman in Nederland (15e eeuw, bekend van ‘praten als Brugman’). De mystieke prediking, die vooral bevorderd is door Bernard van Clairvaux, meester Eckehart, Van Ruusbroec en Tauler. In Nederland de ‘Broeders van het Gewone Leven’, zoals Thomas à Kempis. De scholastieke prediking, vooral bij Dominicanen en ook Erasmus. Als de Reformatie aanbreekt breekt er een radicale vernieuwing in het preken zich baan.

Reformatie
Met de Reformatie werd de prediking weer het centrale gebeuren in de kerkdienst. In iedere gemeente kon de Bijbel in gedrukte vorm ter hand genomen worden (boekdrukkunst). Voor Luther was het een grondregel van de kerk, dat zij in de prediking het in de Bijbel gegeven spreken van God present moet maken voor de mensen. Niet zozeer de Bijbel als boek, maar de Bijbel als Woord plaatst hij in het middelpunt. Dit boek moet gepredikt worden. Zijn preken zijn op-de-man-af, beeldend, onuitputtelijk aan variatie en in de taal van het volk. Luther heeft geen handboek voor de preek geschreven. Dat liet hij aan Melanchthon over. Luther preekte gewoonlijk over de perikopen van het rooms-katholieke misboek uit die tijd. Maar daarnaast hield hij ook serie-preken over gehele bijbelboeken en ter onderrichting van de gelovigen catechismuspreken.

Ook Zwingli beschouwde de preek als het beslissende gebeuren in de kerk. Zijn preken hebben ook een directe vorm. Hij schafte de perikopendwang af. Met vervolgstoffen ging hij de Bijbel door. Een leer van de prediking gaf hij niet, zo ook Calvijn niet. Calvijn steekt ook de loftrompet over de preek. Hij heeft het steeds over de glorie van de prediking. Zijn gedachtenontwikkeling is soms wat monotoon. En de opbouw is veel strakker dan bij Luther. Calvijn maakt zich los van het systeem van de vastgestelde perikopen. Preken is spreken-namens-God. Een mannetje uit het stof mag spreker van Godswege zijn.

Er tekenden zich twee lijnen af in visie op de prediking. De éne is Luthers rechterhand Melanchthon en de andere de meer naar Calvijn neigende Zuid-Nederlanders Hyperius. Beiden schreven een boek over de preek, de retorische en de schriftverklarende opvatting. Bij Melanchthon werd de preek een leerrede en moet een bepaald onderwerp behandeld worden. Bij Hyperius staat niet de leer, maar de uitlegging centraal. De prediking moet het gemoed raken, het verstandelijke van de retorische preek wordt hier dus afgewezen.

Naar beiden kanten verzandt de methode in de loop van de tijd in een uitpluizende scholastiek. De tekst dient dan tot steun van leersystemen. Bij de lutherse scholastiek wordt het: eerst woord voor woord verklaren en dan een mooie preek opbouwen. Bij de gereformeerde scholastiek wordt het: eerst woord voor woord verklaren en dan de diepere zin zoeken. Het resultaat was in beide gevallen verstarrend. De schematiek gaat overheersen. Men krijgt thematische leerredes, concordantiepreken (waarin een bepaald trefwoord in de hele Bijbel wordt nagegaan), preken over één woordje en 145 preken over één onderwerp (Smytegelt).
Door de Reformatie is ook de roomse theologie zich nader gaan bezinnen op de prediking. Er was een roomse theoloog, Laurentius a Villavicentio, die na de dood van Hyperius diens boek over de leer van de preek in 1565 onder zijn eigen naam liet verschijnen, zelfs met ongeveer dezelfde titel!

Na de Reformatie
Na de Reformatie verliep de verdere ontwikkeling in een golfbeweging. Eerst het Piëtisme, de persoonlijke vroomheid, berouw en bekering, de geestelijke staat van de mens, het verschil tussen bekeerden en onbekeerden, de bekommerden, de onderscheidenlijke prediking. Bekende namen hierbij zijn Spener, Saldenus en Lampe. De Verlichting begon al gauw de piëtistische stroom te keren. De rede van de mens werd de maatstaf van alle dingen. Men bouwde een indrukwekkend denksysteem op, waarin de natuur en God in elkaars verlengde kwamen te liggen. De preek werd onder deze invloeden een logisch betoog tot verklaring van natuur en wereld. Wat niet verstandelijk kon worden uitgelegd, werd als absurd en dus als onwaar buiten de deur gezet. God, deugd en onsterfelijkheid werden de trefwoorden in de prediking.

In Engeland ging de kerkelijke ontwikkeling een eigen weg. Perkins noemde de preek een profetische bezigheid. Maar men ging in de Kerk van Engeland door met de oude gewoonte van preken te lezen uit een prekenboek. Met de praktijk van de preek was het slecht gesteld in de Anglicaanse Kerk. Geheel anders lag het bij de non-conformistische kerken in Engeland, waar veel aandacht aan de prediking werd besteed (John Bunyan!). Schotland was de bakermat van de ‘Engelse methode’: een preekwijze die niet uitging van de woord-voor-woord-verklaring, maar meer synthetisch was: de bewoordingen van de tekst werden kort en bondig uitgelegd, dan werd er een hoofdgedachte uit afgeleid, die nader werd uitgewerkt in toepassing op de gemeente. Een stelregel daarbij was dat het exegetisch voorwerk niet op de kansel werd gebracht. In een later stadium ontstond hieruit een manier van thema-preken. Een reactie daarop kwam van de kant van de methodistisch prediking.
Het methodisme streefde naar een heilige gemeenschap van ware gelovigen. De prediking richtte zich op het bekeren van mensen tot geloof en op de weg waarlangs men in het geloof tot meer heiligheid kan komen. Door het naleven van strenge regels moest men leren sterven aan zichzelf en leven voor God. De preken werden gekenmerkt door het ontvouwen van deze weg van het heil en de vurige aansporing om zich hierin voortdurend te oefenen.
In Engeland was de verering van de rede niet zo merkbaar als elders. De fase van het rationalisme is hier overgeslagen en de kerkelijke verkondiging heeft de overgang naar de 19e eeuw gemaakt zonder de scherpe wending van de Verlichting, die kenmerkend was voor het Europese denken in de 18e eeuw.

19e eeuw
Schleiermacher wilde boven het Piëtisme en de Verlichting uitkomen en ze beiden in één theologie opnemen. Hij verenigt in zich een diepe vroomheid en een scherpzinnige denkwijze, maar ook een groot gevoel voor welsprekendheid en een kritische benadering van de werkelijkheid. Elke preek moet een architectonisch opgebouwd werkstuk zijn, waarin kunstzinnig taalgebruik en schriftuurlijke verkondiging met elkaar wedijveren. Drie aspecten hierbij: het schriftuurlijke (vooral nieuwtestamentisch), het stichtelijke (het vrome zelfbewustzijn van de afzonderlijke kerkganger wordt gebouwd en gesterkt, romantische trek) en het nationale (het welzijn en de geestelijke opbouw van het gehele volk op het oog hebben).
De invloed van Schleiermacher is groot. Krummacher komt uit zijn school, maar zette zich van hem af. Maar hij zegt dat de prediker moet putten uit drie boeken: de Bijbel, het eigen hart en het eigen volk. En dat is ten voeten uit Schleiermacher!

Intussen werd de lijn van het rationalisme doorgetrokken in de liberale prediking (in Nederland ‘modernistisch’ genoemd). In deze preken bleef de menselijke rede de norm, waarbij de bijbelse gegevens werden aangepast. Een tegenstroom tegen zowel Schleiermacher als de liberale prediking kwam van de kant van Kohlbrugge. Hij plaatste het heilswerk van Christus in het centrum en wilde de vroomheid van de gelovige volstrekt daarheen richten: op Golgotha ben ik bekeerd! Met name Calvijn wordt weer ontdekt. Zo ook bij Kuyper, Hoedemaker en Hendrik de Cock. De preek moest weer worden de ambtelijke bediening van het Woord van God in de vergaderde gemeente van Christus. Zelfs Kuyper kwam niet helemaal los van Schleiermacher door de wedergeboorte van de mens en de vroomheid van de waarlijk wedergeborene tot kern van de theologie en speciaal ook van de preek te maken.

20e eeuw
De theologie van het Woord Gods van Karl Barth moest wel betekenis hebben voor de prediking. Hij wil het modernisme overwinnen door recht te doen aan de letter van de Bijbel zonder tot letterknechterij te vervallen. De verworvenheden van het literair-historisch onderzoek werden benut. Het vrome zelfbewustzijn van de gelovige als doel van de preek vervangt hij door de noodzaak, dat de mens in zijn situatie wordt bereikt. Er zijn drie concentrische cirkels: de binnenste en eigenlijkste is het spreken van God door de eerste getuigen: het geopenbaarde Woord. Daaromheen concentreert zich het schriftelijk bewaarde getuigenis daarvan in de Bijbel: het geschreven Woord. Dit moet verkondigd worden: het gepredikte Woord. De preek ligt dus met de Bijbel en de openbaring op één lijn!
Rudolf Bultmann wil de bijbelse verkondiging ontdoen van de mythologiserende inkleding. Hij wil van de moderne mens uit, de Bijbel verstaan. Hierin lijkt hij op Barth. De vraagstelling is in beide gevallen dezelfde: hoe wordt de mens op zijn eigen plaats en in zijn eigen leven bereikt met het evangelie van de Bijbel?

Naar twee kanten kan de onkerkelijkheid worden bevorderd: er blijven mensen uit de kerk, omdat ze daar steeds horen van dingen, die zij ook al dagelijks in de krant lezen; zij missen het andere en eigene van het spreken van God. Maar er blijven ook mensen uit de kerk, omdat zij met hun specifieke levenskwesties niet aan hun trekken komen; zij hebben er genoeg van met Bijbelwaarheden te worden aangesproken. Trefwoorden hierbij zijn verticale en horizontale prediking.

Gepubliceerd in mei 2008

Advertenties