De reis die de wereld veranderde

n.a.v. Christopher Hilton, Mayflower. De reis die de wereld veranderde, Zutphen 2005

Separisten
Engelse puriteinen die eind 16e, begin 17e eeuw inzagen dat het onmogelijk werd om de Anglicaanse Kerk van binnenuit te veranderen, scheidden zich af van de staatskerk. John Browne was daar het radicaalst in. Hij was een geestdriftige man die wel iets van een menselijke vulkaan had. Hij werd een vooraanstaand separist en stond een volledige breuk met de Anglicaanse Kerk voor. De afscheiding van de nationale kerk gaf aanleiding tot een vraag: hoe lang zouden ze nog in Engeland kunnen blijven? We moeten ons bedenken dat in die tijd kerkbezoek (aan de staatskerk wel te verstaan) verplicht was.

Vertrekken was onvermijdelijk
Afgescheiden puriteinen gingen diensten houden bij iemand thuis, maar de kans dat ze verraden werden was groot. Daarom besloten ze gezamenlijk om naar Holland te gaan, waar ze hadden gehoord dat er vrijheid van godsdienst voor iedereen was. Maar de poging om naar het buitenland te gaan leverde direct gevaar op, want zonder officiële toestemming was zo’n onderneming illegaal. Wettelijk moest iedereen dus een vergunning hebben om te vertrekken. Ook moesten ze nu hun huizen en meeste bezittingen achterlaten. Permanent weggaan was een diepgaande en verbazingwekkende beslissing.

Het leven was zwaar
Velen dachten dat het een bijna wanhopig avontuur was, een onacceptabele toestand, en een lot dat erger was dan de dood – vooral aangezien ze niet thuis waren in de handel of het transport (waarvan de Nederlandse steden leven) maar alleen gewend waren aan een gewoon plattelandsleven. Maar ze waren bereid ervoor te sterven, en velen zouden dat ook doen. De reis zou zwaar zijn, maar het leven wás zwaar. Ze lijken niet het soort mensen dat aan zichzelf twijfelde, en God zou hen beschermen. Ze waren er zeker van dat Hij hen nooit zou verlaten – dus ze gingen.

Waarom Nederland?
Na veel mislukte pogingen lukte het op de een of andere manier een ieder toch om in Holland aan te komen. Hier kwam de groep ‘met veel plezier’ weer samen. Waarom gingen ze naar Nederland? Dat was een logische keuze. Engeland had nauwere betrekkingen met Nederland dan met enig ander land. Elizabeth noemde de Nederlanders in 1585 de ‘oudste en meest bekende buren’. En er woonde al een grote Engelse gemeenschap in Nederland.

John Smyth
Één van de puriteinse immigranten was de predikant John Smyth. Maar hij was vanaf het begin ruzie-achtig. Hij vond dat de separisten in de openbare dienst geen gebruik mochten maken van Engelse bijbelvertalingen. God kon geen Engels hebben gesproken. Hij zette zijn eigen kerk op in een bakkerij en ‘preekte direct uit het oorspronkelijke Grieks en Hebreeuws, en zijn preken duurden vaak uren. Hij verbood alle sprekers enige geschreven of gedrukte hulp te gebruiken, of enige vertaling van de Bijbel’. Hij bande alle muziek uit, zelfs het zingen van psalmen, en ‘weigerde zuigelingen te dopen’.

Discussie over de doop
Smyth kondigde aan dat geen enkele separist kon worden gezien als christen, omdat ze als zuigelingen waren gedoopt. Voortbordurend op die logica moest alles worden afgebroken en moest er opnieuw worden begonnen door elk lid opnieuw in het christelijk geloof te dopen. De logica strookte echter niet helemaal, want als niemand van hen nu als gedoopt werd beschouwd, hoe konden ze dan opnieuw beginnen? Een ongedoopte persoon kon natuurlijk moeilijk anderen dopen. Smyth loste dit op door zichzelf te dopen, zodat hij vervolgens de anderen kon dopen. Dit veroorzaakte een schokgolf.

Naar Leiden
Naar Amsterdam uitgeweken puriteinen onder leiding van John Robinson besloten na hoogoplopende spanningen de stad te verlaten. Ze besloten verder te reizen naar de stad Leiden, zo’n veertig kilometer naar het zuiden. Leiden was toen de tweede stad van Nederland. Het stadje had een huiselijke, fijne sfeer, ondanks een bevolking van ongeveer 35.000 mensen. Een Franse geschiedschrijver beschreef Leiden als ‘één van de grootste, aantrekkelijkste en meest charmante steden ter wereld’ en roemde de extreme ordelijkheid van de stenen waarmee de straten geplaveid waren. Leiden werd doorkruist door grachten, aangezien twee armen van de Rijn erdoor stroomden.

Bloeiende gemeente
De groep zou hier niet gemakkelijk de kost kunnen verdienen. William Brewster, Robinsons assistent, werd leraar Engels voor universiteitsstudenten, maar anderen hadden het veel zwaarder. Enkelen vonden werk in de textielindustrie. Het was een soort eenvoudig handwerk dat een man die was opgegroeid op het platteland van Engeland kon doen. De groep puriteinen trouwde voornamelijk onderling of met landgenoten. De groep in Leiden groeide uit tot een grote gemeente. Als er geschillen ontstonden werden deze vroegtijdig in de kiem gesmoord. Ze hadden drie diensten per week, één op donderdagavond en twee op zondag, wanneer de formele dienst duurde van acht uur ’s morgens tot in de middag. De minder formele dienst werd ’s middags gehouden met lekenpredikers en vooraf geselecteerde mannelijke leden die voorlazen uit de Bijbelteksten die waren uitgezocht door de pastor.

Aan de zijde der contra-remonstranten
Robinson had zich inmiddels aangemeld als student theologie aan de universiteit in Leiden en koos in het conflict tussen Arminius en Gomarus de zijde van de calvinisten. De arminianen vreesden hem meer dan enig ander aan de universiteit, want hij was een scherpzinnig en vakkundig redenaar, die veel discussieerde met de remonstranten. De groep in Leiden bestond inmiddels uit driehonderd personen en was nog steeds homogeen. Het leek erop dat ze erin waren geslaagd zich af te scheiden van de invloeden rondom, maar dat was maar schijn.

De gevaren van de stad
In elke soort liberale cultuur wordt de grote stad een opeenvolging van vensters op de wereld, gonzend van immigranten en met de beelden en geuren van verre landen. Als het ook nog een haven is, is het een altijd openstaande deur naar de wereld. Maar wat voor invloed zal die wereldsheid op hen gehad hebben, en op hun kinderen? De kinderen werden een steeds grotere zorg. Velen werden meegezogen in ‘de grote losbandigheid’ van de Nederlandse jeugd en de ‘vele verleidingen’. De gevaren in Nederland waren al gedemonstreerd door Smyth, die zijn gemeente wilde laten samengaan met een groep in Amsterdam die de mennonieten (doopsgezinden) werden genoemd. Enkele leden van Smyths gemeente waren hier niet gelukkig over en keerden terug naar Engeland en stichtten daar de eerste baptistenkerk.

Ook Leiden geen blijvende stad
Leiden was een moeilijke plaats gebleken om de kost te verdienen. Ze ondergingen de ontberingen stoïcijns. Ze werden vroegtijdig oud door hun ontberingen, ‘onophoudelijk werken en andere zorgen’. De groep liep het risico om over slechts een paar jaar uiteen te vallen of onder het gewicht van hun lasten te zinken. Vele dagen van strikt gebed en zelfkastijding werden zowel in het openbaar als privé in acht genomen. Uiteindelijk besloot een meerderheid dat ze Holland moesten verlaten. Er werd eerste gesproken over Guyana in Zuid-Amerika. Maar dat gebied lag in de Spaanse invloedssfeer en was daarom te gevaarlijk. Er gingen stemmen op voor Virginia, waar al Engelsen waren (in 1607 was Jamestown gesticht).

Gevaren, maar toch
Emigratie naar een land 4800 kilometer verderop zorgde wel voor vele angsten en twijfels. De gevaren van een lange zeereis waren duidelijk. De verandering van lucht, voedsel en drinkwater zou hen infecteren met zware misselijkheid en ernstige ziekten. En Amerika zou ruw en potentieel dodelijk zijn. Iedereen die de reis overleefde, zou moeten leven met de constante aanwezigheid van de indianen. Ondanks dit alles besloot men het toch te wagen.

Zelfbestuur gevraagd
Amerika zou geen land worden om te plunderen, zoals de Romeinen in hun rijk. Wat je ook zou krijgen, je zou ervoor moeten werken. Het was voor de Virginia Company steeds een probleem om mensen te vinden die bereid waren om naar Noord-Amerika te gaan. Nu bleek eindelijk een grote groep bereid. De groep puriteinen deden een voorstel, waarin ze vroegen om rechten op land in Amerika en een grote mate van zelfbestuur. ‘Ten laatste wensen wij aan alle superieuren de hun toekomende eer te bewijzen, de eenheid van de Geest met allen die GOD vrezen te bewaren, vrede te hebben met alle mensen en met wat in ons ligt, en waarin wij door niemand wensen te worden geïnstrueerd’.

Naar de Hudson
Nu hoorde men ook dat er meer noordelijke delen van Amerika voor kolonisatie waren vrijgegeven, geheel gescheiden van Virginia, ‘New-England’ genoemd. Het idee was nu om naar de Hudson-rivier te zeilen in twee schepen, de Mayflower en de Speedwell. Dat laatste schip zou na de overtocht gebruikt worden als werkschip. Wie gingen er mee? De ouden en zieken niet. Het werd een hartverscheurend afscheid. Vriend van vriend, gezinslid van gezinslid. De gezinnen deden wat zij vonden dat het beste voor hen was. Het is het waard dit op te merken, want het moet een zeldzaamheid zijn geweest dat individuen beschikkingsrecht kregen en hun beslissingen werden gerespecteerd, als zoiets al bestond onder de gewone mensen in de vroeg-zeventiende eeuw. Velen hadden gemengde gevoelens om Leiden te verlaten. Ze hadden tien jaar lang in de stad gewoond.

Afscheid
Op 20 juli 1620 verzamelde de groep uit Leiden zich in het huis van Robinson, die zelf nog niet mee zou gaan, maar later zou volgen (hij overleed echter voor hij de oversteek kon maken). De afscheidspreek ging over Ezra 8:21. ‘Toen riep ik aldaar een vasten uit aan de rivier Ahava, opdat wij ons verootmoedigden voor het aangezicht van onze God, om van Hem te verzoeken een rechte weg, voor ons, en voor onze kinderen, en voor al onze have’. Een verslag van deze bijeenkomst vermeldt: ‘We laafden ons na onze tranen met het zingen van psalmen, en maakten vreugdevolle melodie in onze harten zowel als met onze stemmen, aangezien velen in onze gemeente zeer vakkundig in de muziek zijn; en het was inderdaad de zoetste melodie die mijn oren ooit hadden gehoord’.

De Mayflower
Southampton was gekozen als verzamel- en vertrekpunt om pragmatische redenen. Het was geschikt voor de oceaanreis omdat de handelslieden en zeelieden daar ervaring hadden met de overtocht naar Amerika. Ook was Southampton relatief rustig wat koninklijke officiers betreft. Een geliefde bezigheid in die stad was kijken naar schepen die komen en gingen in de haven. Op 5 augustus vertrokken de puriteinen, als pelgrims naar het Beloofde Land. Er gingen ook enkele tientallen vreemdelingen (niet-puriteinen) mee. De Mayflower was een indrukwekkend schip, met drie masten en zes zeilen, 130 meter lang. De Speedwell redde het niet. Het schip bleek niet zeewaardig genoeg en de Pilgrim Fathers moesten meerdere keren terug naar de haven, wat nogal vertraging opleverde.

Oceanus
Op het moment dat de meeste schepen de havens invoeren om pas na de winter weer de volle zee op te gaan, vertrok de Mayflower pas definitief. Het had nu 104 passagiers aan boord, waaronder drie zwangere vrouwen (twee kinderen zijn later aan boord geboren, één kreeg de naam Oceanus). De bemanning bestond uit zo’n 30 man. Zeeziekte was er ook: ‘Ik voer de handelingen van een levende man uit, maar ik ben meer als een dode’. Er stierf maar één passagier, drie dagen voordat ze land in zicht kregen.

Spottende zeelieden
Een zeeman, ‘een trotse en zeer heidense jongeman’, hekelde de passagiers en vervloekte hen elke dag, zeggende dat hij ‘hoopte te kunnen helpen de helft van hen overboord te gooien’. Deze man werd halverwege de reis ziek en stierf. Hij was de eerste die op zee werd begraven. Een bemanningslid, die ‘vloekte en tierde vaak tegen de passagiers, maar toen hij zwak werd hadden ze mededogen met hem en hielpen ze hem’. Hij was doordoor zo geroerd dat hij zei dat hij dit niet verdiende na de manier waarop hij hen had behandeld. ‘O, jullie, nu begrijp ik het, jullie tonen inderdaad jullie liefde als christenen tegenover elkaar, maar wij laten elkaar liggen en sterven als honden’.

Cape Cod
Bij zonsopgang kregen ze land in zicht. Ze namen aan dat het land Cape Cod was. Het was 9 november 1620 en ze hadden 65 dagen op zee doorgebracht. Het was een mooi land met bossen die helemaal tot aan zee liepen. Dit lag ver van hun oorspronkelijke bestemming, de Hudson. Maar na verwoede pogingen lukte het niet goed naar het zuiden te varen en men besloot hier maar te blijven en ter plekke de kolonie te stichten. Omdat ze geen wettelijke basis hadden om zich hier te vestigen ontwierpen zij het Mayflower Compact:

‘In de naam van God, amen (…) verenigen wij ons hierbij plechtig en eensgezind in aanwezigheid van God, en van elkaar, in een maatschappelijk politieke organisatie, voor de betere besturing, het behoud en de bevordering van de genoemde doeleinden; om daaruit rechtmatige, en voor alle burgers geledende wetten en ordonnantiën aan te nemen en uit te vaardigen, welke dienstig geacht worden voor het welzijn van de gehele kolonie: waaraan wij allen beloven ons te onderwepren en eraan te gehoorzamen’.

Vrijwillige bindende overeenkomst
Ze wisten dat ze alleen waren. Het was een onbekend land. Mogelijk verstopten zich hordes brute indianen tussen de bomen. Daarom was een vrijwillige bindende overeenkomst wel noodzakelijk. Ze moesten wel samenwerken. Aan de ene kant stond de gedisciplineerde groep uit Leiden, allang gewend aan de hiërarchie van hun kerk die hun leven betekenis en structuur gaf, en aan de andere kant een willekeurige groep van per definitie niet gedisciplineerde maar ambitieuze individuen. Iedereen wist dat anarchie voor hen allen dodelijk kon zijn.

Op de knieën
De mate van unanimiteit is opvallend. De onbedoelde consequenties van het Compact, dat diende als matrix, zouden verstrekkend zijn. John Carver werd als gouverneur voor een jaar aangesteld. Hij was de eerste koloniale gouverneur in de Nieuwe Wereld die door de kolonisten zelf waren aangesteld in een vrije verkiezing. Om aan land te komen moest men met een sloep een uur varen. Toen ze ondieper water bereikten moesten de mannen uit de boot klimmen en enkele steenworpen naar het land waden. Daar aangekomen ‘vielen ze op hun knielen en dankten God in de hemel, Die hen over die enorme, woeste oceaan had gebracht en hen had gered van alle gevaren en ellende daarvan, zodat ze weer voet konden zetten op de stevige en stabiele aarde, hun eigen element’.

Diefstal?
Het waden door het ijskoude water zorgde voor verkoudheid. Men zag elke dag walvissen in de buurt spelen. Ook zagen ze voor het eerst indianen, die ze achterna gingen maar niet vonden. Het was de eerste van vele ontmoetingen in wat een vreemde relatie zou worden. De kolonisten gingen op zoek naar een rivier, want bijna elke Europese stad was immers aan een rivier gebouwd. Onderweg kwamen ze op het strand indiaanse graven tegen met complete maïsmanden. Wat moesten ze doen? Ze waren achtergelaten als geschenken voor de doden. Zou het diefstal zijn om ze mee te nemen? Ze besloten een deel mee te nemen en de rest weer te begraven.

Eerste indiaanse aanval
De zoektocht naar indianen had twee motieven: bescherming (als de indianen vijandig waren en de kolonisten wisten waar ze woonden, konden ze bij hen uit de buurt blijven) en eigenbelang (de indianen hadden talloze generaties onder deze omstandigheden overleefd en de kolonisten konden van hen leren). De plek waar de indianen voor het eerst aanvielen (zonder dat er gewonden vielen) werd The First Encounter genoemd. Vanuit het oogpunt van de indianen was er een invasie aan de gang van mensen met duivelse wapens. Deze mensen in hun vreemde kostuums brachten onvermijdelijk de reputatie met zich mee van degenen die hen waren voorgegaan; de ontvoerders, de uitbuiters, de slavenhandelaars. De indianen keken argwanend naar alles wat er gebeurde. Het was hun duidelijk dat deze nieuwkomers niet slechts vissers of handelaars waren, want er waren vrouwen en kinderen bij.

Op zoek naar een natuurlijke haven
De kolonisten waren intussen nog steeds op zoek naar een goede haven, want de Mayflower lag nog steeds ver van de kust (twee kilometer). Op hun zoektocht begon het te sneeuwen en de regenen. De wind stak op, de zee werd woest, de scharnieren van het roer van hun bootje braken. Ze konden niet meer sturen. Het stond op het punt levensgevaarlijk te worden. Ze lieten de sloep op zandige grond varen. Het leek een eindeloze kwelling. Maar ze wisten niet dat ze veilig waren voor de indianen omdat ze zich op een eiland bevonden. Ze wisten niet dat aan de overkant van de baai – daar, in de duisternis – een vredige en gastvrije beek zijn glooiende koers naar de zee volgde. Ze wisten niet dat ze thuis waren gekomen.

Plymouth
De volgende dag ontdekten de kolonisten dat ze op een eiland waren. Ze vernoemden het naar John Clark, de eerste matroos van de Mayflower, die volgens zeggen de eerste man aan land was geweest. Ze peilden de baai en ontdekten dat die voor schepen toegankelijk was. De plek had al een naam, Plymouth. Ze lieten dat zo. Ze keerden terug naar de Mayflower met het goede nieuws, al hoorde Bradford dat zijn jonge vrouw overboord was gevallen en verdronken. In zijn gedetailleerde verslag van het hele avontuur maakt Bradford geen gewag van de dood van zijn vrouw.

Optimisme
De eerste die aan wal stapte, stapte over een steen, die vervolgens Plymouth Rock werd genoemd. Het land zag er goed uit en er leken twee eilanden in de baai te liggen, begroeid met ‘eiken, dennenbomen, walnoten, beuken, sassafras, wijnranken’ en enkele bomen die ze niet kenden. Hun optimisme nam toe. Er was een overdaad aan gevogelte, en ze dachten dat er in het zomerseizoen ook meer dan genoeg vis zou zijn. Er was al een stuk vrijgemaakt land dat duidelijk vruchtbaar was omdat de indianen het drie of vier jaar eerder hadden beplant met maïs. De beek was daar, die zoveel drinkwater leverde als ze nodig hadden en die groot genoeg was om niet alleen hun sloep in aan te meren, maar ook andere boten die ze nog zouden bouwen.

Waar zijn de indianen?
Naast het werk aan het eerste huis werden vele mannen aan het werk gezet om het platform voor de kanonnen te bouwen. Veiligheid was zowel individueel als collectief van groot belang. De kolonisten hielden er op elk moment rekening mee dat de indianen, die er meester in waren zich op dit terrein te verbergen, van plan waren hen uit te moorden. Er zouden twee rijen huizen worden gebouwd aan weerszijden van een straat. Die middag maten ze de grond op en plaatsten ze paaltjes.

Elk gezin een eigen huis
Omdat het hout moest worden gedragen, wilden ze liefst zo min mogelijk huizen bouwen, tenminste voorlopig. Vrijgezelle mannen werden toegewezen aan gezinnen ‘zoals zij goed vonden’. Dit bracht het totale aantal gezinnen terug tot negentien. Grotere gezinnen kregen grotere stukjes grond, op basis van een halve paal breed bij drie palen lang per persoon. Er werd afgesproken dat iedere man zijn eigen huis zou bouwen, in de veronderstelling dat er daardoor meer haast zou worden gemaakt dan tijdens een gezamenlijke bouw.

Waar moet het voedsel vandaan komen?
Weer zagen ze indianen, maar ze vertrokken weer voordat iemand kon proberen met hen te praten. De kolonisten hadden om door deze helse winter te komen misschien geen andere keus dan terug te vallen op de kennis en vaardigheden van de indianen. Ze zouden misschien kunnen handelen met de indianen om wat voedsel en andere proviand te krijgen. De komende maanden konden ze zelf niets verbouwen, en eventuele herbevoorrading zou van 4800 kilometer afstand moeten komen. En dat kon niet eens beginnen totdat de Mayflower de oceaan was overgestoken naar Engeland. Voor die tijd zou niemand weten waar ze waren. Ze hádden namelijk ergens bij de rivier de Hudson moeten zijn.

Tegenslag op tegenslag
Ongeveer de helft van de kolonisten overleed in de eerste winter. Van de iets meer dan honderd personen bleven er nauwelijks vijftig over. Op een bepaald moment waren er nog maar zes of zeven gezonde mannen. In documenten uit die tijd lezen we hier maar heel beknopt over. De nadruk lag op God – en op hoop. Omdat het essentieel was om hun werkelijke toestand – hoe zwak de kolonie was – voor de indianen verborgen te houden, werden de doden ’s nachts begraven. De heuvel lag zo ver van de kolonie als de levenden de lijken konden dragen. Ze werden in anonieme graven gelegd om te verhullen hoeveel er waren overleden. Mogelijk lieten de kolonisten in hun wanhoop zelfs de zieke mannen tegen de bomen leunen, met hun musketten op standaards voor zich.

Wampanoag-indianen
Twintig jaar eerder bestond de groep Wampanoag-indianen uit ongeveer twaalfduizend personen. Deze winter waren er nog maar tweeduizend over op het vasteland en drieduizend op de eilanden. Wel tien dorpen waren ontvolkt en lagen er verlaten bij. De indianen waren gestorven door ziekten die (eerder) waren meegebracht door Europeanen. De kolonisten hadden juist de plaats van het nu verlaten Wampanoag-dorp Patuxtet uitgekozen. Later werd door de indianen toegegeven dat toen de Engelsen in deze streek aankwamen, de indianen hun tovenaars inschakelden, om hen te vervloeken en hun demonen op hen los te laten, hen schipbreuk te laten lijden, hen af te leiden, hen te vergiftigen of hen op enige andere wijze te gronde te richten.

Eerste contact met een indiaan
Maar uiteindelijk gaven de duivels toe dat ze niet konden voorkomen dat deze mensen de eigenaren en meesters van dit land zouden worden. Op 7 maar werd er gezaaid, en dat moet een moment van hoop geweest zijn. En eindelijk kwam er contact met indianen. Een indiaan beende naar de Plantage toe en liep naar binnen. Hij sprak tegen hen in het Engels: ‘Welkom!’ Hij legde uit dat hij de taal had geleerd, al was het gebrekkig, van een Engelsman. De kolonisten ondervroegen hem langdurig. De hele middag spraken ze met hem en gaven hem eten. Ze zagen hem graag vertrekken maar hij bleef. Dit maakte hen ongemakkelijk.

Vredesverdrag
Het kwam tot een vredesverdrag met de indianen. Het gaf hun zekerheid in een tijd waarin ze niet in staat zouden zijn geweest de positie van de indianen te bedreigen, maar in feite was het verdrag billijk. Er was ook het punt in opgenomen dat ‘als iemand onrechtvaardig tegen hen ten strijde trekt, zullen wij hem helpen; als iemand tegen ons ten strijde trekt, zal hij ons helpen’. Hoofdman Massasoit ‘trilde van angst’, niemand wist waarom. Ondanks het verdesverdrag namen de kolonisten wat voor hen verstandige voorzorgsmaatregelen moesten hebben geleken. Ze hielden die nacht goed de wacht, al diende er zich geen enkel gevaar aan. Ze dachten wel dat de indianen het gemeend hadden, want telkens als er kolonisten ver van de kolonie waren hadden de indianen hen makkelijk iets kunnen aandoen.

William Bradford
Er was ook sprake van politiek tussen de indianenstammen. De Wampanoag waren in oorlog met de Narragansett in het zuiden. Een clausule in het verdrag (een wederzijds defensiepact) versterkte Massasoits positie. De indianen legden in de loop van de tijd uit hoe ze indiaanse maïs moesten planten, verzorgen en onderhouden en hoe ze vis moesten vangen. Met name ene Squanto werd onmisbaar. In april stierf Carver. Bradford werd gekozen als opvolger. De jongere generatie nam de leiding over. De Plantage kreeg vorm. Het moet hebben geleken alsof ze echt een toekomst hadden; dat, hier op een heuvel met uitzicht op de oceaan, de bouw van hun hemel op aarde was begonnen.

Eerste Thanksgiving
Na de eerste zomer verzamelden ze de kleine oogst, maakten hun huizen klaar voor de winter, en waren ze allen hersteld in gezondheid en kracht en ze hadden alles in overvloed. Er waren elf huizen klaar, en in oktober zei Bradford dat er die dagen van dankzegging voor de oogst zouden worden gehouden. De wilde kalkoenen zouden deel uitmaken van de maaltijden. Bradford stuurde vier mannen op vogeljacht, zodat ‘we op meer bijzondere wijze samen vreugde kunnen beleven’. Ze vingen genoeg op één dag om de kolonie een week van voedsel te voorzien. Massasoit werd uitgenodigd en kwam met negentig stamleden aan, die onmiddellijk op pad gingen en vijf herten schoten. De kolonisten en indianen vierden drie dagen lang feest. Het was de eerste Thanksgiving!

Elke vierde dinsdag in november
Thanksgiving was oorspronkelijk een Nederlandse viering die werd overgenomen door de kolonisten uit Leiden. De Nederlanders vierden het om God te danken dat hij de Spanjaarden op afstand had gehouden. In de Verenigde Staten vierde men Thanksgiving voor het eerst in 1777, maar men stopte er in de vroeg-negentiende eeuw mee. Abraham Lincoln herstelde het gebruik in 1863 en Roosevelt legde in 1941 de feestdag vast op de vierde dinsdag in november.

Geen kerst
Op Eerste Kerstdag riep Bradford iedereen aan het werk, maar de meeste nieuwkomers zeiden dat dat tegen hun geweten in ging. Bradford zei dat als ze er een gewetenszaak van maken, hij dat zou accepteren, ‘tot ze beter geïnformeerd waren’. Toen de werkenden ’s middags terugkeerden vonden ze de weigeraars ‘op straat, openlijk aan het spelen, sommigen aan het paalwerpen en sommigen speelden krukbal en zulke sporten’. Dus ging Bradford naar hen toen en nam hun gerei af. Hij zei dat het tegen zijn geweten inging als zij speelden terwijl anderen werkten. Als ze hier een geloofszaak van wilden maken, moesten ze maar in hun huizen blijven. Er mocht niet worden gespeeld of pret gemaakt op straat.

Nieuw bloed nodig
In 1622 was een houten omheinig om de Plantage klaar en was elk huis door een hek gescheiden van de hoofdstraat. Daardoor had elk gezin een stukje land om zelf te bebouwen. De kolonie bleef kwetsbaar, omsingeld en onveilig. Er was een probleem: juist de starheid van hun overtuigingen maakte hen zowel geïsoleerd als onaantrekkelijk voor dat soort nieuw bloed dat ze nodig hadden (namelijk nieuwe immigranten): ze waren niet met voldoende mensen om zelfredzaam te zijn.

Optreden tegen een indianenstam
Toen er nieuws kwam uit Jamestown dat daar een slachting was geweest waar indianen vierhonderd mensen vermoordden, moet dit wel diepe invloed gehad hebben op Plymouth. Toen Massasoit vertelde dat de stam van de Massachusetts van plan was de nederzetting van de Pilgrim Fathers te vernietigen ging men op pad en toen ze het opperhoofd gevonden hadden vermoordde Myles Standish – een uit Holland afkomstige soldaat die de verantwoording van de verdediging van de kolonie op zich nam – hem met zijn eigen mes, de anderen werden opgehangen. Het hoofd van de leider werd op een staak naast het fort gezet. Er zouden een generatie lang geen problemen meer zijn met de indianen.

Officieel eigenaar
In 1623 kon een goede balans worden opgemaakt: de kolonie bestond uit 180 personen, de plek lijkt heilzaam want in de afgelopen drie jaar is er niet één van de eerste planters gestorven. De kleine kolonie, nog steeds wankel, had een eigen leven en karakter opgebouwd en verwijderde zich iedere dag verder van Engeland. In 1627 had de kolonie een kudde vee van zeventien stuks. In dat jaar werd de bevolking van de Plantage officieel eigenaar van dat stukje land.

Aanwas
Toen de bevolking groeide, begonnen ze te verhuizen en kleine dorpen te stichten. Er kwamen ook meer migranten (onder andere uit Scrooby en Boston, waar de Pilgrim Fathers ook vandaan kwamen), vooral van niet-afgescheiden puriteinen uit Engeland. Naast Plymouth werd Boston een belangrijke stad. Het had een haven en zou snel het machtscentrum van de Nieuwe Wereld worden. John Winthrop, die is beschreven als ‘de eerste grote Amerikaan’, bouwde ‘de meest opmerkelijke van de Engelse kolonies en vestigde een werkelijk nieuwe samenleving in de Nieuwe Wereld’. Tussen 1629 en 1640 regeerde koning Charles zonder parlement in wat bekendstond als de Tirannie van Elf Jaren, en in die tijd zijn er misschien wel 20.000 puriteinen naar de baai van Massachusetts gevlucht.

Plymouth begint te verzwakken
Wat van belang was, was dat de nieuwkomers goederen lijken te hebben meegenomen die niet werden gemaakt in de Nieuwe Wereld, en dat de kolonie welvarend genoeg was om hen zonder problemen te verwelkomen. Met de arme grond en de moeilijke bereidbaarheid – voor schepen die moesten worden geladen en uitgeladen – kon Plymouth nooit concurreren met Boston. Erger nog, terwijl de dorpen rondom tot leven kwamen, begon Plymouth te verzwakken.

Moeder verlaten door haar kinderen
De Engelsen stichtten Maryland in 1635, en drie jaar later waren er Zweden in Delaware Bay, op wat de Nederlanders beweerden dat hun grondgebied was. Roger Williams stond absolute scheiding van kerk en staat voor, maar dit was zelfs voor Bradford te veel en werd verbannen. Hij stichtte vervolgens Rhode Island. De Plantage raakte zo verlaten dat de kerk serieus overwoog elders naartoe te verhuizen, maar dat gebeurde toch niet. ‘En zo was deze arme kerk achtergebleven als een moeder, oud geworden en verlaten door haar kinderen (niet in liefde maar in hun lichamelijke aanwezigheid).

Ze wisten dat ze pelgrims waren
Waarom worden ze Pilgrim Fathers genoemd? Wellicht door een uitspraak van Bradford. In zijn boek over de kolonie zegt hij dat ‘ze wisten dat ze pelgrims waren’. De Pilgrim Fathers noemden zichzelf niet zo. Ze gebruikten andere namen: Heiligen, Vreemdelingen, Oude Planters of Voorvaderen. De term Pilgrim Fathers is pas veel later gebruikt, en is een mythe geworden.

Van allegaartje tot machtige natie
Fundamenteel staat dezelfde boodschap op het Vrijheidsbeeld verder naar het zuiden, waar de Mayflower eigenlijk naartoe had moeten gaan: ‘Send me your huddled masses, yearning to be free’. Het allegaartje dat door de ene samenleving wordt uitgestoten, kan iets machtigs vormen wanneer ze worden vrijgelaten. Overal in de brieven van de kolonisten en in preken en toespraken in de zeventiende eeuw en later wordt melding gemaakt van de enorme, angstaanjagende wildernis. Zo noemden ze Amerika.

Decadentie
De Pilgrim Fathers dachten er niet aan een nieuwe natie te stichten. Ze waren Engelsen die buiten bereik van Engeland woonden, dat was alles. En toch moeten ze het gevoel hebben gehad dat God hen daar had gebracht, hen daar zou zegenen en hen nooit zou verlaten. De generaties na 1620 bouwden hun stad op de plaats waar de Plantage was, en nu is er niets van over, behalve in de straatnamen en de algehele contouren van het hellende land. Tegenwoordig zijn er souvenirwinkels. Er is een replica van de Mayflower nagebouwd. Tegenwoordig is Provincetown een chique plek met seksuele vrijheid. Je ziet er mannen in het openbaar elkaars hand vasthouden. Schokkend! De wegen zijn smal en licht chaotisch. Het lijkt op een Engels stadje aan de deftige zuidkust. Op een heuvel staat het Pilgrim Monument.

Gepubliceerd in augustus 2008

Advertenties