De stillen op het land

n.a.v. Peter Ester, De stillen op het land. Kleine sociologie van de Amish in Amerika, Kampen 1996

Rustgevende uniformiteit
Het landschap heeft iets onwerkelijks. Het onderscheidt zich duidelijk van het doorsnee Amerikaanse platteland. Nagenoeg alle boerderijen zijn wit geschilderd en geven daarmee het gebied een rustgevende uniformiteit. Het meest opmerkelijke is echter dat alle boeren op identieke en zeer sobere wijze gekleed en gekapt zijn. De vervolgingen in de 16e eeuw noopten vele dopers tot een teruggetrokken leven op het platteland, waardoor zij bekend stonden als ‘die Stillen im Lande’. In de 18e en 19e eeuw emigreerden velen vanuit Duitsland en Zwitserland naar Amerika. De eerste groepen Amish arriveerden in 1737 in Philadelphia. Nu zijn er ongeveer 150.000 zielen en 850 kerkdistricten, verdeeld over 23 staten in Amerika en één provincie in Canada (Ontario). De meeste Amish bevinden zich in Pennsylvania, Ohio en Indiana. Er is sprake van een snelle bevolkingsgroei: tussen 1970 en 1990 is de Amish-gemeenschap meer dan verdubbeld.

Contrast
Er wordt bewust gekozen voor eenvoud en zelfbeperking, een levensopvatting die scherp contrasteert met het consumentisme dat zo kenmerkend is voor de omringende Amerikaanse samenleving. Ze volgen niet meer dan acht jaar onderwijs. Ze sluiten geen verzekeringen, want ze hebben een eigen systeem van onderlinge dienstverlening. Ze hebben geen opsmuk, zoals ringen, oorbellen, horloges en parfums. Rechtszaken aanspannen is verboden. Afwijkingen van kledingvoorschriften worden niet getolereerd. De Amish kennen niet of nauwelijks overkoepelende organen. De Amish zijn permanent verwikkeld in een proces van culturele grensbewaking, onderhandeling en compromisvorming.

Gefascineerd
Lancaster County (Pennsylvania) trekt zo’n vijf miljoen bezoekers per jaar. Het is op slechts vier uur rijden van New York. ‘Vroeger werden we beschouwd als een wat achterlijk, ongeschoold volk, nu wordt onze wijze van leven alom opgehemeld en als voorbeeld gesteld’. En inderdaad, Amerikanen zijn gefascineerd door de Amish. Ze treffen hier een cultuur waarin misdaad, geweld, drugs, ontspoorde gezinnen, zelfmoord, televisieverslaving, sportfanatisme, ongebreidelde consumptie, technologische fixatie, carrièredrang, eenzaamheid en cultivering van het individu nagenoeg afwezig zijn.

Het anabaptisme begon onder Zwingli
Onder de reformator Zwingli was een groep ‘jonge radicalen’, die de kinderdoop op een gegeven moment als onbijbels gingen beschouwen. Ze wilden dus een ‘radicalere’ reformatie dan Zwingli. Het anabaptisme was geboren. De stadsraad van Zürich verordende niet lang daarna dat alle kinderen binnen acht dagen na hun geboorte gedoopt moesten worden, en dat ouders die hier niet aan voldeden, geëxcommuniceerd zouden worden. Deze en andere vervolgingen hebben echter niet verhinderd dat de doperse beweging zich snel verspreidde, eerst over Duits sprekend Zwitserland en later over Zuid-Duitsland, de Elzas, Tirol en de Bohemen. Binnen een paar jaar tijd werden enige honderden nieuwe gemeenten gesticht.

Nederlandse dopers
Een dergelijke snelle, ongecontroleerde groei maakte het noodzakelijk de basisdoctrines te articuleren om een zekere homogeniteit vast te houden. De dopers zagen de vroege apostolische kerk als lichtend voorbeeld. De kinderdoop is ‘de grootste gruwel van de paus’. Men predikt geweldloosheid. Rond 1530 bereikte de doperse beweging ook Noord-Duitsland en Nederland. Met Melchior Hoffmann kreeg de doperse beweging een sterk eschatologische kleur. Ironisch genoeg grepen juist deze dopers naar het zwaard om een doperse kerkstaat te vestigen: Jan Matthijsz en Jan van Leiden waren leiders van het drama van Münster (1534-1535).

Menno Simons
Menno Simons (1496-1561) had zoveel invloed dat wederdopers in Noord-Europa bekend werden onder de naam ‘menisten of ‘mennonieten’. Hij leidde een zwervend bestaan, omdat er op zijn hoofd een flinke premie stond. Met name zijn opvattingen over de ban zijn belangrijk. Hij was zeer bezorgd over de zuiverheid van de gemeente, de bruid van Christus. Het onkruid moest gewied worden. Maar moesten echtgenoten, waarvan de één in de ban was gedaan, ook elkaar mijden? Duitse en Zwitserse dopers spraken hun verontrusting uit over de harde vormen van mijding zoals die door de Hollandse dopers werden gepraktiseerd. In 1632 kwamen Vlaamse en Friese dopers in Dordrecht bijen om de Dordrechtse geloofsbelijdenis, bestaande uit 18 artikelen, op te stellen. De Amish houden deze artikelen nog steeds letterlijk aan en zijn achterin hun gebedenboek opgenomen. Het elfde artikel spreekt zich uit voor de voetwassing van mede-gelovigen.

Jakob Ammann
In de 17e eeuw veranderde de Zwitserse overheid van tactiek met betrekking tot de dopers. Ze werden niet langer direct terechtgesteld, maar beboet, gevangen gezet en gedeporteerd. Onder de velen die Zwitserland ontvluchtten was ook Jakob Ammann (van wie we geboorte- en sterfjaar niet weten en die geen geschriften heeft achtergelaten). Traditionele leerstellingen werden ter discussie gesteld. Ammann voerde in Duitsland een aantal vernieuwingen in. De Zwitserse broeders accordeerden dit evenwel niet. Discussiepunten waren: de frequentie van het avondmaal, voetwassing, tucht en mijding. Vooral het laatste punt was de aanleiding voor een heftige ruzie.

Mijding
Ammann excommuniceerde zijn Zwitserse geloofsgenoten, in totaal plaatste hij meer dan de helft van de kerk onder de ban. Enkele jaren later gaf hij toe dat hij overhaast te werk was gegaan. Daarom plaatsten hij en enkele oudsten zichzelf in de ban, in de hoop dat de Zwitserse broeders dit als een daad van nederigheid zouden opvatten. Maar tot verzoening kwam het niet, want Ammann hield vast aan zijn mijdingsdoctrine. Ongetwijfeld is de halsstarige persoonlijkheid van Jakob Ammann mede debet geweest aan de afscheiding. Gaandeweg verlangde Ammann van zijn volgelingen dat afzondering van de wereld ook tot uiting moest komen in eenvoudige en traditionele kleding wars van moderne invloeden, het laten groeien van de baard en het afscheren van de snor. Dit laatste vanwege het feit dat een snor geassocieerd werd met militaire gewoonten; het niet dragen van een snor was daarmee symbool voor principiële geweldloosheid.

Emigratie
De godsdienstige vervolging van de Amish was in Zwitserland meedogenloos. Het Verdrag van Westfalen (1648), dat het einde van de Dertigjarige Oorlog markeerde, stond de landheren toe hun eigen godsdienst in de regio vast te stellen, waarbij de keuze beperkt was tot katholiek, luthers of hervormd. Andere gezindten werden verdreven. Dit alles liet de Amish maar één keus: emigratie. De eerste lichting Amish-emigranten vestigde zich in Nederland. De meesten verkozen in Nederland te blijven en stichtten eigen gemeenten. Na verloop van jaren zouden de Amish zich evenwel vermengen met de lokale doopsgezinden.

Naar Amerika
In 1737 arriveerde de eerste groep Amish-emigranten in Philadelphia, via Rotterdam en Londen. De beginjaren waren verre van gemakkelijk. Ook was er sprake van blootstelling aan bekeringspogingen door naburige piëtistische groepen en methodistische opwekkingsbewegingen. Vele gezinnen slaagden er niet in hun kinderen te behouden voor ‘het oude geloof’. De Amish hadden geen slaven in dienst. Ze weigerden deelname aan oorlogsactiviteiten.

Geen Amish meer in Europa
De tweede emigratiegolf vond plaats tussen 1816 en 1860. In toenemende mate bleek het problematisch hun eigen tradities te handhaven. De tweede golf emigranten beschouwde zichzelf doorgaans als minder traditioneel dan de Amerikaanse Amish in Pennsylvania. Hoe verging het de Amish die achterbleven in Europa? Kort gezegd: vandaag de dag zijn er geen Amish meer in Europa! Daarmee is het wat trieste boek van de Amish in Europa gesloten.

Behoudenden en vooruitstrevenden
Zoekend en tastend probeerde een goeddeels ongeorganiseerde Amish gemeenschap haar pioniersweg in Amerika te vinden. De Ordnung diende te worden aangescherpt om de nieuwe omstandigheden het hoofd te bieden. Allengs ontwikkelden zich twee kampen: veranderingsgezinden en een groep die zich tegen verdergaande aanpassingen verzette. De Amish hielden zich verre van de Amerikaanse Burgeroorlog (1861-1865), ondanks hun latente sympathie voor de zijde van de ‘Union’. Meningsverschillen tussen de meer conservatieve en de meer ‘liberale’ gemeenten zorgden voor twee afsplitsingen, voordat zich in 1877 de definitieve scheiding der geesten voltrok.

Technologische vernieuwingen
De behoudende groep werd naar verloop van jaren aangeduid als Old Order Amish. De meer liberale groep werd bekend als de Amish Mennonites. Begin 20e eeuw deden landbouwmachines hun intrede die niet langer de handkracht vereisten van meerdere gezinsleden. Ook de telefoon, het elektriciteitsnet en de auto vonden ingang. Sommigen zagen grote voordelen in deze technologische vernieuwingen. Een groep splitste zich af in 1910, en vormde een nieuwe gemeenschap en ongeveer twintig procent van de Old Order Amish in Pennsylvania sloot zich bij deze jonge kerk aan.

Eerste en Tweede Wereldoorlog
Hoewel de Amish dienst weigerden tijdens de Eerste Wereldoorlog, moesten ze zich toch melden in de legerkampen waar ze blootstonden aan grote druk, fysieke en verbale vernederingen en discriminatie. Het Duitse dialect maakte hen ook verdacht. Na de oorlog begon een onderwijscontroverse: de Amish zijn tot op de dag van vandaag toe tegenstanders van deelname aan hoger onderwijs. Wereldse wijsheid wordt afgewezen en de competitiedwang, die kenmerkend is voor het Amerikaanse onderwijssysteem, verhoudt zich niet met waarden als nederigheid (Demut) en zelfbeperking. Tijdens de Tweede Wereldoorlog moesten de dienstweigeraars oorlogsvervangende diensten verrichten, zoals in ziekenhuizen of sociale werkvoorzieningen. Consequent weigerden de Amish om van rantsoenbonnen gebruik te maken, men voorzag in het eigen onderhoud.

Meesters in culturele grensbewaking
In het midden van de jaren zestig vond er een afsplitsing plaats van de New Order Amish. Deze groep was meer ‘bevindelijk’ van aard, men geloofde sterk in spiritualiteit en emotioneel-godsdienstige beleving. Ook omarmde men de bijbeltekst uit Markus 13:13, waarin staat dat ‘wie volharden zal tot het einde, zalig zal worden’. Een dergelijke zekerheid was en is de Old Order Amish vreemd. De Amish zijn meesters in culturele grensbewaking en onderhandeling. ‘Door te besluiten niet modern te willen zijn – door het verwerpen van de vooruitgangsgolf – hebben ze ironisch genoeg juist zeer modern gehandeld’.

Geen dogmatiek
In klassiek godsdienstsociologische termen zouden de Amish omschreven kunnen worden als sekte. Omdat deze term door een aantal onverkwikkelijke gebeurtenissen een zeer negatieve bijklank heeft gekregen geven wij er de voorkeur aan de Amish te omschrijven als een etnisch-religieuze subcultuur. Een systematische theologie hebben ze niet. Ze zijn wars van geïntellectualiseerde theologische reflectie. Het geloof dient aan de daad herkend te worden. Wezenlijk voor de Amish is een letterlijke interpretatie van de Bijbel die geen theologische speelruimte toelaat en daarom ook geen theoretische bezinning behoeft. De mens dient het evangelie in woord en daad nauwgezet te praktiseren, waarbij de Bergrede als leidraad fungeert.

Nederzetting, kerkdistrict en affiliatie
Het ontbreken van een geboekstaafde, systematische Amish-theologie heeft een verrassend eenvoudige verklaring: Gods Woord is ondubbelzinnig en behoeft geen nadere explicatie maar letterlijke navolging. De Amish kennen geen overkoepelende organen. Boven het gezin kennen ze drie sociale eenheden: de nederzetting, het kerkdistrict (20 tot 40 gezinnen) en de affiliatie (correspondentie). Amish geloven niet in predestinatie en het verzekerd zijn van de eeuwige zaligheid. Niettemin mag men uitgaan van een ‘lebendige Hoffnung’. De levensvisie kenmerkt zich door zwaarmoedigheid, gelatenheid en onzekerheid.

Doop
De volwassendoop maakt hen volwaardig lid van de kerk (die Gemee nach geh, de kerk volgen). Als voorbereiding hierop worden de jongeren onderwezen in de achttien artikelen van de Dordrechtse geloofsbelijdenis. De doop zelf wordt door de gehele gemeenschap als een uiterst belangwekkend en zeer emotioneel moment ervaren. Met het afleggen van de doopgelofte wordt een periode afgesloten waarin Amish-jongeren nog zekere vrijheidsgraden werden toegestaan.

Higher churches
De meeste uitgetreden personen melden zich veelal bij de Mennonite Church aan, waar het keurslijf minder strak is en de vrijheid groter. De Amish duiden minder orthodoxe kerken aan als ‘higher churches’ (niet zo nederig als de Amish zelf). Deze kerkverlating wordt minder; dit is te verklaren door het meer soepele beleid van de kerk, het feit dat tal van technologische vernieuwingen inmiddels zijn toegestaan. Toen eens een Engelsman tot de Amish-gemeenschap wilde toetreden, werd hem dit afgeraden omdat het zeker vijf jaar zou kosten om het dialect onder de knie te krijgen om de Bijbel in het Duits te kunnen lezen.

Bisschop, predikant en diaken
De Amish kennen drie kerkelijke (onbetaalde) functies, voorbehouden aan mannen, die men als Diener aanduidt. Allereerst is daar de völliger Diener, de leider van het kerkdistrict die beurtelings de hoofdpreek voor zijn rekening neemt en waar nodig disciplinaire maatregelen treft. Hij werd vanaf de tweede helft van de 19e eeuw ‘bishop’ genoemd. Hiernaast is er de Diener zum Buch, predikanten. Iedere kerkdistrict heeft er twee. Tenslotte is er de Armendiener, de diaken.

Verkiezing van ambtsdragers
De wijze waarop de bishop, de prekers en de diaken worden gekozen is van een wonderschone eenvoud. Één voor één lopen de gedoopte mannelijke en vrouwelijke leden voorbij en fluisteren aan de diaken die in een kamertje zit de naam van een mannelijke kandidaat die hun goedkeuring heeft. Kandidaten die meer dan drie stemmen vergaard hebben worden genomineerd. Al naar gelang het aantal worden er liedbundels op een tafel geplaatst; één ervan bevat een papiertje met daarop een bijbeltekst. De kandidaat die de bundel treft met daarin het papiertje is de uiteindelijke keuze van God. De ceremonie van het kiezen van een nieuwe leider is een zeer indringende gebeurtenis. In veel gevallen gaat het kiezen van nieuwe leiders met onvrede, conflict en spanningen gepaard. In het geval van de wijze waarop de Amish hun leiders kiezen, worden deze evenwel weggenomen door de veronderstelde inbreng van God Zelf. Sociologisch gezien is een dergelijke leiderschapskeuze welhaast geraffineerd te noemen.

Om de week naar de kerk
De Amish kennen een tweewekelijkse kerkzondag. De tussenliggende zondag wordt gebruikt voor familie- en vriendenbezoek. De diensten beginnen vroeg in de ochtend, duren 3,5 uur en worden besloten met een gezamenlijke maaltijd. De huizen zijn zo gebouwd dat ze ongeveer tweehonderd personen kunnen herbergen. De uniformiteit van kleding is een sterke en zichtbare symbolisering van eenheid en gemeenschap. De tijd voor de aanvang van de dienst wordt gebruikt voor het uitwisselen van de laatste nieuwtjes. Dicht opeen gepakt en zwijgend zit men bij elkaar. Plaatsing is gebaseerd op sekse en leeftijd.

Langzaam zingen
De lichaamstaal is uiterst beheerst. De Amish-kerkdiensten zijn extreem sober, er is geen omlijsting door muziekinstrumenten, er wordt niet vanaf een kansel gepreekt. Begonnen wordt met het zingen van een aantal gezangen uit de Ausbund, een 16e-eeuwse bundel. De melodie van de gezangen is mondeling overgeleverd en het tempo is opmerkelijk langzaam (Langsam Weis), waardoor een gezang van slechts enkele coupletten twintig minuten in beslag kan nemen. Hierna is er een korte introductiepreek, gevolgd door een stil gebed in geknielde houding. Daarna wordt er een stuk uit de Bijbel gelezen en begint de hoofdpreek. Die duurt vijf kwartier terwijl we hier te maken hebben met lekenpredikers die uit het hoofd preken zonder aantekeningen.

Wie preekt er vandaag?
Pas kort vóór de hoofdpreek wordt uitgemaakt wie de preek gaat houden! Men beroept zich op Matth. 10:19-20. ‘Gij zult niet bezorgd zijn hoe of wat gij spreken zult; want het zal u in dezelve ure gegeven worden wat gij spreken zult. Want gij zijt niet die spreekt, maar het is de Geest uws Vaders, Die in u spreekt’. Na de hoofdpreek geven de andere voorgangers korte getuigenissen waaruit blijkt dat ze instemmen met deze preek. Gedurende al deze uren hebben de mannen, vrouwen en kinderen vrijwel roerloos stilgezeten en is de dienst daarmee een collectieve oefening in beheersing, bescheidenheid en afwachting. In slaap vallen (in Schlof zfalle) tijdens een dienst geldt als een gebrek aan morele kracht.

Mijding
De discussie rond excommunicatie van dwalende kerkleden is een constante maar pijnlijke factor in de geschiedenis van de Amish. Hun strikte systeem van ge- en verboden en een doeltreffende sociale controle kunnen niet verhinderen dat er gemeenteleden zijn die afwijken van de normen, spelregels en codes. Ook is er een grijs gebied van nieuwigheden waar de kerk zich nog niet over heeft uitgesproken. Het sanctiesysteem kent een oplopende graad van disciplinering. Afhankelijk van de ernst van de begane zonde, stelt de bishop een ‘zittende’ of ‘geknielde’ publieke biecht voor. Het plaatsen in de ban gaat gepaard met sociale mijding.

Preventieve en afschrikwekkende werking
De eerste periode van zes weken geeft het gebannen kerklid tijd om over de ernst van zijn zonden na te denken. Het is een harde les in nederigheid maar ook in vernedering. Zij mogen ter kerke gaan, maar dienen de dienst te verlaten voor de gezamenlijke maaltijd aanvangt. De Amish-man over wie de ban is uitgesproken mag niet met zijn familieleden aan dezelfde tafel eten en mag geen seksuele omgang met zijn vrouw hebben. Er mag geen gebruik worden gemaakt van de diensten van een banneling. Dit alles kan tot zeer pijnlijke situaties leiden. De stille stigmatisering die van ban en mijding uitgaat, is voor velen ondraaglijk en heeft daarom een sterk preventieve en afschrikwekkende werking.

Geen overdaad van woorden
Bij de Amish wordt de individuele persoonlijkheid ingesnoerd. De lichaamstaal is beheerst, men zal zelden opstaan om een bezoeker de hand te schudden, de gesproken taal is bedachtzaam, een overdaad aan woorden wordt als ijdelheid beschouwd. Stiltes in een gesprek worden niet als gênant ervaren. Geïnstitutionaliseerde vleierij is afwezig. De klok loopt een uur achter (de Amish doen doorgaans niet aan zomertijd; dit doen ze bewust en is een treffend voorbeeld van hun afzondering van de wereld).

Rondom de dood
Als er een Amish overlijdt springt de gemeenschap ogenblikkelijk bij om het gezin te ontlasten van de dagelijkse beslommeringen. De overledene wordt in het wit gekleed en wordt in een eenvoudige lijkkist zonder versierselen of handvaten gelegd. Hevige emoties worden niet getoond. De begrafenisdienst vindt plaats in het huis van de dode. De bishop houdt een preek doorspekt met citaten uit het Oude Testament maar met slechts zijdelingse verwijzingen naar de persoon van de overledene. Er wordt tijdens de dienst niet gezongen. De grafstenen bevatten slechts de naam van de overledene en diens geboorte- en sterfjaar. De dood als het meest individuele moment in het menselijke leven, is bij de Amish volledig gedepersonificeerd.

Achternaam en bijnaam
Meer dan zestig procent van de Amish in Pennsylvania heeft één van de volgende vier achternamen: ‘Stoltzfus’, ‘King’, ‘Fisher’ of ‘Beiler’. De geringe variatie aan achternamen komt onder meer door de gewoonte in eigen kring te trouwen. Dit laatste heeft overigens ook een aantal zorgelijke fysieke consequenties: spierziekten, bloederziekten, haarziekten, doofheid, genetische afwijkingen, mongoloïde kinderen en dwergen worden meer dan gemiddeld aangetroffen. De geringe spreiding in achternamen is een nachtmerrie voor iedere postbode. Een gevolg hiervan is dat vele Amish met een bijnaam door het leven moeten.

Geen bejaardentehuizen
De Amish maken geen gebruik van sociale zekerheidsuitkeringen hoewel ze daar wel belasting voor betalen. De Amish ervaren overheidsuitkeringen en commerciële verzekeringen als een rechtstreekse inbreuk op datgene wat kenmerkend voor hun cultuur is: een wijdvertakt systeem van onderlinge dienstverlening. Ouderen worden niet in bejaardentehuizen geplaatst. De Amish zijn verbijsterd over de manier waarop in de buitenwereld met ouderen wordt omgegaan. Er wordt een aparte woning voor hen gebouwd: Grossdaadi Haus. Rond hun 50e gaan de meeste volwassen ‘met pensioen’ waardoor de oudste zoon de boerderij kan overnemen. Ze blijven werkzaam op het boerenbedrijf.

Standaardbiografie
De Amish-cultuur kenmerkt zich door een eenvoudige chronologische standaardbiografie: onderwijs, werk, relatievorming, doopgelofte, kerklidmaatschap, huwelijk en kinderen. Men staat vroeg op en maakt lange dagen. Het hertrouwen van weduwen en weduwnaars – door de Amish zeer aangemoedigd – kan tot opmerkelijk grote gezinnen leiden. Opvallend is de afwezigheid van een deurbel. Het elkaar frequent en onaangekondigd bezoeken is een normaal onderdeel van het sociale leven. Veelvuldig onderling bezoek is een vitale dimensie van de sociale architectuur van de Amish.

Onderwijs
Hun kranten bevatten een op den duur wat langdradige en repeterende opsomming van vaak triviale wedervaardigheden. Voor de Amish evenwel raken deze voorvallen het hart van hun leefwijze. Onderwijs is een instrument om de leerlingen praktische vaardigheden bij te brengen. De gemiddelde Amish-school heeft dertig leerlingen, verdeeld over acht klassen die echter in één klaslokaal bijeen zitten. Bijna negentig procent van de docenten is vrouw. De Amish vinden acht jaar onderwijs voldoende. Dit bracht hen wel meerdere malen in ernstig conflict met de overheid.

Gevaar van intellectualisering
Sinds 1972 hebben de Amish ontheffing van de leerplicht. De Amish financieren hun eigen scholen. Ze moeten ook de verplichte lokale belasting betalen voor plaatselijke openbare scholen. De wanden van Amish-scholen zijn gedecoreerd met veelal sterk moreel geladen spreuken en spreekwoorden. Er wordt veelvuldig gezongen, zowel Duits- als Engelstalige psalmen en gezangen, maar ook meer populaire liedjes. Bijbelleer wordt niet onderwezen, dit is primair een taak van de kerk en van de ouders. Hier schuilt immers het gevaar van ‘intellectualisering’ van de bijbelse boodschap. In de 16e eeuw gold de spreuk: ‘Hoe geleerder, hoe verkeerder’. Seksuele voorlichting is taboe.

Meer vrijheid aan jongeren
Amish-kinderen onderscheiden zich door de volgende persoonlijkheidskenmerken: rustig, loyaal, vriendelijk, verantwoordelijk en gewetensvol. Uit tekeninganalyse blijkt dat niet-Amish kinderen vaker agressieve en competitieve voorstellingen tekenen. Amish-kinderen spreken minder in de ik-vorm en raken minder in een identiteitscrisis. Vermoedelijk is het onderwijs in eigen kring hun sterkste troef als het gaat om culturele grensbewaking. Jongeren worden in de Amish-gemeenschap grotere vrijheidsgraden gegund in de adolescentieperiode. Op zijn zestiende krijgt iedere Amish-jongen een paard en buggy en dit onderstreept zijn nieuw verworven vrijheid. Het paard bindt de Amish aan de natuur en de onmiddellijke omgeving en is symbool van rentmeesterschap, kleinschaligheid en nederigheid. Dat men hieraan vasthoudt vindt dus haar onderbouwing in de basiswaarden van de Amish-cultuur.

Wilde haver zaaien
Het afwijkende gedrag waarmee Amish-jongeren – met name jongens – uiting geven aan hun nieuwe status wordt de periode van wilde Hawwer saehe genoemd, ‘wilde haver zaaien’. Dit wordt door veel kerkleiders met het nodige misprijzen gadegeslagen, maar men beseft dat jongeren in deze fase niet onder de sociale controle van de kerk vallen. Indien deze vormen van grensoverschrijdend gedrag met enige discretie plaatsvinden, worden ze met de mantel der liefde bedekt vanuit de overweging dat een jongere een beeld moet hebben van de wereldse verlokkingen, voordat deze via de doopgelofte vrijwillig worden afgezworen. Voor het grootste deel leidt deze flirt met de wereld hen niet weg van de kerk. Het leidt uiteindelijk tot een versteviging van de bestaande grenzen.

Relatiemarkt
De Amish kennen de zondagse zangavond. Jongeren uit meerdere kerkdistricten komen bijeen in een schuur van een boerderij waar eerder die dag de kerkdienst heeft plaatsgevonden. Men zingt liedjes, die op een snellere wijs worden gezongen dan de gebruikelijke zang tijdens de Amish-kerkdiensten. Hoogtepunt van de avond is als een meisje een jongen toestaat om door hem naar huis te worden gebracht, vaak de voorbode van vaste verkering. De Amish realiseren zich dat in deze periode van relatievorming de sociale controle wat minder moet zijn en jongeren mogelijkheden moeten hebben elkaar te ontmoeten en onder elkaar te zijn.

Vroeg trouwen
Uiteindelijk zullen negen van de tien Amish-jongeren kerkelijk in het huwelijk treden, doorgaans op een leeftijd van voor in de twintig jaar. Het huwelijk markeert het einde van de ‘wilde jaren’, dit wordt onder andere gesymboliseerd door de baard die jonge mannen vanaf dat moment niet meer zullen scheren. De huwelijksceremonie bevestigt niet alleen de relatie tussen twee jongvolwassenen, maar onderstreept ook de collectieve (h)erkenning van de Amish-identiteit.

Amish-vrouwen
De riten, ceremonies en gebruiken zijn onderling verweven en vormen subtiel onderdeel van een ‘spel’ waarin de Amish meesters zijn: culturele grensbewaking. Ze slagen er op intelligente wijze in hun traditionele leefstijl te bewaren. Echtscheiding komt nauwelijks voor. De echtelijke affectieve huishouding is sober, beheerst en weinig romantisch; zelden zal men man en vrouw betrappen op het uitwisselen van liefdevolle blikken of spontane liefdesbetuigingen. In de contacten met de buitenwereld zijn Amish-vrouwen enigszins timide, binnen de context van haar gezin onverwacht sterk en confident.

Geen totale afsluiting
Afzondering van de zondige buitenwereld is een essentieel dogma, maar op tal van manieren zijn de Amish in een web verbonden met de hen omringende Englische samenleving. Totale afsluiting van de buitenwereld is dan ook een mythe. De grens is niet vanzelfsprekend, de legitimiteit en plausibiliteit ervan dient permanent te worden aangegeven. De Amish dienen zich dan ook aanhoudend te bezinnen op mogelijke grensconflicten. Van welke factoren hangen acceptatie en verwerping af? Het onderscheid tussen intrinsieke (inhoudelijke aspecten) en extrinsieke (sociale en politieke context) kenmerken is hierbij dienstig.

Intrinsieke factoren
Tenminste zes intrinsieke factoren worden meegewogen:
Economische baten: een innovatie is meer acceptabel naarmate deze de economische existentie van de Amish-gemeenschap verbetert en minder in de sfeer van plezier en vermaak ligt.
Relatie me culturele en godsdienstige kernwaarden en symbolen: naarmate een verandering haakser staat op de Ordnung en de daarin vervatte religieuze uitgangspunten, riten en symbolen, zal deze eerder worden afgekeurd.
Groepscohesie en individualisme.
Gezinssolidariteit: naarmate een verandering de hechtheid van het gezin doorbreekt, is acceptatie of comprominsvorming onwaarschijnlijk; het werken in een fabriek ondervindt minder goedkeuring dan het hebben van een bedrijfje aan huis. Centrale verwarming betekent decentralisatie van het gezinsleven.
Afhankelijkheid van de buitenwereld: hoe meer een innovatie de band met de niet-Amish-samenleving systematiseert en intensiveert, des te groter is de kans dat deze vernieuwing niet zal worden toegestaan.
Eenmaligheid: een verandering die een eenmalig karakter heeft, zal eerder ingang vinden dan een verandering die een voorbode is van een reeks van vernieuwingen; daarom wil men geen aansluiting op het elektriciteitsnet omdat dit een keur van andere onacceptabele vernieuwingen met zich brengt.

Extrinsieke kenmerken
Ook zijn er vier extrinsieke kenmerken:
Wet- en regelgeving: net als iedere Amerikaanse burger hebben ook de Amish zich aan de wet te houden. De Amish brengen hun onderhandelingsbehendigheid in stelling indien ze geconfronteerd worden met wettelijke bepalingen die indruisen tegen de waarden die zij voor fundamenteel houden.
Functioneren leiderschap: de rol van de kerkleiders is van doorslaggevende betekenis; veel hangt af van de mate waarin de bishop veranderingsgezind is en evenzeer van zijn diplomatieke gaven.
Informele statuspositie van de innovatoren: de snelheid waarmee een vernieuwing geaccepteerd of verworpen wordt hangt ook af van het respect dat de innovator binnen de Amish-gemeenschap geniet.
Tempo en restrictie: indien meer verlichte Amish-groepen zien dat hun conservatieve broeders en zusters in hun richting opschuiven, dan is dit vaak het sein om zelf een extra stapje in progressieve richting te doen.

De onderwijskwestie
Ook de Amish veranderen, maar beheerst en onder eigen regie en voorwaarden. De hevigste confrontaties hebben zich voorgedaan op het terrein van het onderwijs. Inzet was de vraag welke mate de staat deelname aan het hoger onderwijs mag afdwingen. Het betrof vier kwesties: inhoud, locatie, docenten en schooljaren. In de jaren dertig werd in toenemende mate duidelijk dat vanuit financieel oogpunt duizenden ‘one-room’-scholen een te dure voorziening vormden. Een tiental openbare ‘one-room’-scholen werden vervangen door één grote lagere school. De kinderen moesten dan per bus naar school vervoerd worden. Dat wilde de Amish niet. En ook vreesden ze dat nationalistische gevoelens werden aangekweekt. Een nieuwe wet bepaalde ook dat Amish-kinderen minimaal een jaar high school moesten volgen. Zo waren ze minder beschikbaar om een helpende hand op de boerderij te bieden.

De aanhouder wint
De Amish kwamen massaal in stelling. Kerkdistricten kochten de oude ‘one-room’-scholen op die ter veiling waren aangeboden en stichtten hun eigen scholen. In 1949 werd een nieuwe wet van kracht die de leerplichtige leeftijd van 15 naar 16 verschoof. Maar in 1955 kwam er een compromis: de Amish werd toegestaan na voltooiing van het achtste schooljaar, in eigen beheer een aanvullende ‘beroepsopleiding’ van een jaar te verzorgen. Er kwam gaandeweg een einde aan de onderwijskwestie. De tijd was voorbij dat de politie Amish-kinderen ophaalden en dat foto’s van verbijsterde en intens angstige Amish-kinderen die de korenvelden invluchtten de internationale pers haalden. Uiteindelijk kwam er een definitieve regeling in 1972, toen het Hooggerechtshof concludeerde dat de verplichte onderwijsdeelname door de Amish ‘in ernstige mate hun vrijheid van godsdienstige expressie in gevaar zal brengen zo niet zal vernietigen’.

Tegen de verzorgingsstaat
Van meet af aan waren de Amish gekant tegen de uitbouw van de Amerikaanse verzorgingsstaat met haar geformaliseerde verzorgingsarrangementen. Het is niet zo dat de Amish geen belasting willen betalen, men voldoet loyaal de inkomstenbelasting, de onroerend goedbelasting, persoonlijke eigendomsbelasting en de lokale schoolbelasting. Het verzet heeft veeleer te maken met eigen opvattingen over burgerschap en dienstbetoon. Net als bij de onderwijskwestie is hier sprake van een botsing tussen twee verschillende morele ordes, twee verschillende waardensystemen.

Kan een uitzondering gemaakt worden?
De argumenten van politieke zijde om de Amish niet te vrijwaren van sociale zekerheid waren van onderscheiden aard. Allereerst zou door vrijstelling de financiële onderbouwing van het gehele systeem geproblematiseerd worden. Bovendien is het systeem alleen werkzaam indien het verplicht voor de gehele bevolking geldt en dus niet op basis van vrijwilligheid kan opereren. Daarnaast werd gevreesd dat het de deur zou openen voor andere groepen om uitsluiting te bedingen en met name financieel minder draagkrachtige groepen onverzekerd zouden blijven.

Het lukt ze weer
Kern van de zaak was niet dat de Amish geen belasting voor sociale zekerheid wilden betalen, maar dat zij de uitkeringen niet wilden ontvangen (de Amish zullen zich ook neerleggen bij bijvoorbeeld afgesproken beperkingen van de melkquota of van de landbouwproductie, maar willen niet de bijbehorende subsidies in ontvangst nemen). In 1965 kwam een oplossing: ieder individueel kerklid moet hiertoe individueel vrijstelling aanvragen, ondertekend door de lokale bishop en duidelijk maken dat in geval van nood de gemeenschap zal bijspringen. Daarmee was de sociale zekerheidscontroverse echter nog niet ten einde, de Amish bedongen dat de uitsluitingsclausule ook zou gelden voor niet-zelfstandige werknemers. Na een ingetogen maar consequente lobby in Washington werd in 1988 bepaald dat ook Amish-werknemers in dienst van Amish-werkgevers gevrijwaard werden van het betalen van sociale zekerheidspremies. Slechts een klein aantal Amish-werknemers dat in dienst is van niet-Amish Englische werkgevers is verplicht de sociale zekerheidspremie te betalen, hoewel ze geen aanspraak op eventuele uitkeringen zullen maken.

Veiligheidshelmen en Amish-hoeden
Tot op heden maken de Amish geen gebruik van sociale zekerheidsvoorzieningen, medische hulpprogramma’s of landbouwsubsidies. De wel zeer ingeslepen Amerikaanse gewoonte om elkaar bij het geringste misbaar of leed juridisch te vervolgen, heeft een aantal Amish-zakenmensen genoopt een eigen aansprakelijkheidsverzekering in het leven te roepen. Hoge ziekenhuisrekeningen hebben aanleiding gegeven tot de stichting van Church Aid. In de jaren zeventig moesten werknemers in de bouw veiligheidshelmen dragen. Maar toen de minister van arbeid de Amish-hoeden van verschillende kanten bekeek en de stevigheid ervan voelde gaf hij de Amish vrijstelling voor het dragen van veiligheidshelmen.

De auto
Het bezit van een auto door kerkleden is een niet-onderhandelbaar taboe. De auto is voor de Amish een extreme symbolisering van moderniteit en van waarden die zij verwerpen: autonomie, individualisme, ongebondenheid, onderscheiding, sociale ongelijkheid, hedonisme, opschepperij en onbeperktheid. Doordat de auto de ruimte ‘ontgeografiseert’ is deze een bedreiging van het bewust kleinschalige karakter van de Amish-samenleving. De noodzakelijke traagheid visualiseert eenvoud en soberheid als kernindicatoren van ‘gelatenheid’.

Amish taxi
De Amish hebben positieve herinneringen aan te oliecrisis van 1973 toen ze in hun buggies lange rijen van wachtende automobilisten bij het benzinestation passeerden. Het taboe op het bezit van een auto is weliswaar absoluut, maar het gebruik ervan niet. Dit heeft geleid tot het fenomeen van de zogeheten ‘Amish taxi’. Talloze, veelal gepensioneerde Amerikanen verdienen een centje bij door zich te verhuren als taxichauffeur. De ondergrens is dat het bezit van een eigen auto buiten het compromis blijft.

Moderne landbouwmachines
De meeste Amish-boeren in Lancaster County melken hun koeien tot verdriet van menig toerist machinaal in plaats van met de hand. De Amish realiseren zich dat het gebruik van moderne landbouwmachines noodzakelijk is om het hoofd als boer boven water te houden. ‘Alles wat met paarden kan worden getrokken, is toegestaan’. Veel van deze machines worden aangedreven door benzinemotoren, maar altijd voorgetrokken door een span paarden. Hierdoor is een compromis bereikt dat alle partijen tevreden stelt.

De inverter
In 1968 dreigde er een belangrijk conflict omdat melkfabrieken ook van de Amish eisten dat ze hun melk in gekoelde opslagtanks in plaats van in traditionele melkbussen dienden te bewaren en dat voortaan de melk ook op zondag zou worden opgehaald. Maar hoe kun je tanks koelen zonder elektriciteit? Afhankelijk als ze waren van de melkproductie kwam men overeen dat de koeltanks gevoed zouden worden door dieselgeneratoren. De grootste veranderingen komen wellicht door de elektrische ‘inverter’. Dit apparaat maakt het mogelijk ‘thuisgemaakte’ Amish-elektriciteit (12 volt) om te zetten in 110 volt (het voltage dat in Amerika gebruikt wordt). Dit brengt een reeks van nieuwe apparaten in beeld.

Telefoon
De buitentelefoon wordt doorgaans door drie à vier gezinnen gedeeld. Veel toeristen ervaren het zien van deze buitentelefoons als een onbegrijpelijke vorm van hypocrisie en kleinzieligheid. Dit is onterecht. Wat leidt de Amish ertoe om privé-telefoons te verbieden? Ook hier moeten we verwijzen naar de kernwaarden van de Amish. De telefoon ‘dringt’ het gezinsleven binnen en verstoort de harmonie. Essentiële sociale rituelen zoals gebed, werk, onderling samenzijn, en bezoek worden bedreigd door het abrupte en onvoorspelbare karakter van een binnenkomend gesprek. De telefoon doorbreekt ook de stilte en de geest van de ‘gelatenheid’.

Bij bedrijfjes soms toegestaan
De vaak door de Amish gememoriseerde oproep van Jakobus (1:19) dat het goed is om ‘veel te luisteren en weinig te zeggen’, verdraagt zich niet met het dwingende karakter van de telefonische conversatie. Gebeld wordt er alleen als het noodzakelijk is en het zijn altijd uitgaande gesprekken. Het gegeven dat de Amish door de landschaarste in toenemende mate eigen bedrijfjes buiten de landbouw en veeteelt starten, die continue bereikbaarheid voor de klant en leveranciers vereisen, maakt dat veel bishops deze bedrijfjes toestaan een individuele buitentelefoon te hebben.

Toerisme
Jaarlijks bezoeken ruim een half miljoen toeristen Lancaster County. Zij geven hier meer dan vijfhonderd miljoen dollar uit en brengen vier miljoen dollar aan lokale belasting in het laatje. De veeleisende toerist kan kiezen uit een breed arsenaal evenementen, themaparken, ‘guided tours’, warenhuizen, antiekmarkten, souvenirwinkels, bakkerijen, restaurants en hotels die allen een link naar hun ‘vriendelijke Amish-boeren’ leggen. Het is ook mogelijk zich als Amish verkleed te laten fotograferen. Waardoor wordt hun fascinatie met de Amish gevoed? Een gevoel van verloren eigen identiteit en fascinatie met het ongewone.

Nostalgie
Het is een leefwijze die geassocieerd wordt met geborgenheid, veiligheid, overzichtelijkheid, oorspronkelijkheid en gemeenschapszin. Men meent hier iets te herkennen van authenticiteit, een herinnering aan verloren tijden. Het is een nostalgisch verlangen naar de goede oude tijd waarin deugden als hard werken, gastvrijheid en nabuurschap zogenaamd in overvloed aanwezig waren. Toergidsen laten hun baard staan, trekken een zwarte broek aan en zetten een hoed op om zo voor Amish te kunnen doorgaan. De toerist verwacht dat de Amish zich gedragen conform het karikaturale beeld dat men van hen heeft. Men heeft becijferd dat in Lancaster County toeristen omgerekend circa 29.000 dollar per Amish-persoon per jaar besteden. Werden de Amish nog enkele decennia geleden bestempeld als Dumme Deutschen, thans worden ze tot voorbeeld gesteld en met respect behandeld.

Grondprijzen stijgen
Kunnen de Amish de volgende eeuw zonder culturele kleerscheuren doorkomen? De marktverhoudingen wijzigen en de prijzen van landbouwgronden stijgen. Het massaal stichten van kleine, zelfstandige, ambachtelijke bedrijfjes (timmerbedrijven, meubelfabriekjes, werkplaatsen, reparatiebedrijven) zijn een treffend antwoord op de toenemende onmogelijkheid zich als boer te vestigen. In de jaren veertig betaalde een boer tussen de 300 en 400 dollar voor een acre landbouwgrond, in de jaren negentig lag dat al tussen de 7000 en 8000. Voor een Amish-boer zijn dit onoverkomelijk hoge bedragen. De Amish zien dan ook met lede ogen aan hoe vruchtbare landbouwgronden worden opgekocht door projectontwikkelaars.

Landbouw als identiteit
Voor de Amish is het boerenbedrijf meer dan een kostwinning. Het met primitieve middelen bewerken van het land symboliseert voor hen sacrale waarden als soberheid, nederigheid, eenvoud, kleinschaligheid, rentmeesterschap, het leven met de natuur, samenwerking in gezinsverband, afzondering van de wereld en gelatenheid. In Genesis staat dat we de aarde moeten ‘vervullen’ en te werken ‘in het zweet uws aanschijns’.

In zaken gaan
De landbouw schermt de Amish fysiek af van de buitenwereld en de boerderij is bij uitstek de plaats om als gezin te leven. Het leven met de natuur is essentieel voor hun cultuur. Ouders en kinderen wonen, werken en leven gezamenlijk. Meer dan vijftig procent van de Amish-bevolking is jonger dan achttien jaar. Er blijft voor velen maar één alternatief over: de Amish gaan in zaken! Met name houtbewerking is favoriet. De kleinschaligheid van de nieuwe ambachtelijke bedrijfjes verhoudt zich goed met de basiswaarden van de Amish.

Onvermijdelijke modernisering
Modernisering lijkt onvermijdelijk. De vraag is nu of de eerste schreden van de Amish op de weg naar economische modernisering de weg zal vrijmaken voor verdergaande culturele modernisering. Tot voorheen zeer ongebruikelijke, hoewel zeer Amerikaanse begroetingen als ‘how are you today?’ en ‘have a nice day!’ zijn inmiddels ook in het Amish vocabulaire binnengekomen. De wereld als buitenwereld definiëren en behandelen staat op gespannen voet met commerciële belangen. Verhoogde blootstelling aan andere mores, gekoppeld aan vervaging van de grensbewaking, zal ongetwijfeld culturele consequenties hebben voor de Amish-leefwijze.

Ongelijkheid zal toenemen
De markt voor agrarische producten is voor iedere boer gelijk en de productiewijze kent een sterk cyclisch en routinematig karakter. De markt voor nijverheidsproducten is echter van andere aard. Toenemende gradaties in winstgevendheid zal de sociale gelaagdheid en de sociale ongelijkheid doen toenemen. De Amish-gemeenschap zal heterogener, ongelijker en meer individualistisch worden. Toen de Amish-gemeenschap nog goeddeels uit boeren bestond, had men gemeenschappelijke interesses, problemen en gespreksonderwerpen.

Geen grote bedrijven
Het runnen van een bedrijf is een vorm geworden van opwaartse mobiliteit, een verschijnsel dat goeddeels onbekend was onder de Amish. Op grote bedrijven rust een duidelijk taboe. Een gebruikelijke strategie is om dan te splitsen. Veel Amish-ondernemers voorzien hun telefoons van antwoordapparaten of ze geven hun klanten aan op welke uren zij telefonisch bereikbaar zijn. Elektronische kassa’s worden door zwakstroom gevoed. De computer was bij het verschijnen van dit boek (1996) nog verboden.

Kerkleiders liberaler?
Tot voor kort was het gebruikelijk dat kerkleiders primair gerekruteerd werden uit kringen van boeren. Door het afnemend aantal agrariërs worden steeds meer kerkleiders benoemd die behoren tot de nieuwe klasse van entrepreneurs. Men is bang dat zij lakser zullen zijn als het om de naleving van de Ordnungs gaat. Zakenmensen zijn nu eenmaal meer liberaal in hun denken en doen dan boeren. Ook bestaat de vrees dat meisjes niet meer als onderwijzeres willen werken. Nu reeds blijkt dat Amish-meisjes veel meer verdienen in een winkel of bedrijf dan als onderwijzeres.

Verschil ondernemer en agrariër
Succesvol ondernemerschap appelleert aan andere, veelal contraire, kernwaarden als ambitie, innovatie, individualiteit, openstaan voor nieuwe ontwikkelingen, competitie, externe gerichtheid en persoonlijke competentie. De traditionele Amish-boer is naar binnen gericht, houdt zich afzijdig van de wereld en beperkt zich tot zijn onmiddellijke leefomgeving. Zijn producten zijn bestemd voor een anonieme, onzichtbare markt. Zijn werkzaamheden zijn naar hun aard sterk cyclisch en routinematig. Men kan de nieuwe bedrijvigheid zien als een kennelijk aanvaardbaar compromis tussen de onmogelijkheid om nieuwe generaties te laten boeren en de onwenselijkheid in Englische fabrieken te gaan werken.

Sleutelpositie volgende generatie
De vraag is niet of de Amish al dan niet zullen voortbestaan, maar welke culturele transformatieprocessen zich voor zullen doen. De orthodoxe Amish zullen op termijn Lancaster County verlaten en hun bestaan als agrarisch etnisch-religieuze gemeenschap elders voortzetten onder betere randvoorwaarden. De meest verlichte Amish zullen zich door versnelde modernisering vergaand assimileren en uiteindelijk opgaan in de Amerikaanse samenleving. De volgende generatie heeft de sleutel in handen!

Gepubliceerd in december 2008