De vrijmetselaars

n.a.v. Tim Wallace-Murphy, De vrijmetselaars. Hun geschiedenis en mystieke verbanden, Kerkdriel 2007

Woord vooraf – Ik ben me ervan bewust dat (de geschiedenis van) de vrijmetselarij een gevoelige materie is, waarover de meningen ver uiteen gaan. Dit artikel is een weergave van bovengenoemd boek. Hiermee is het laatste woord dus nog niet gezegd. Ik ben niet goed genoeg thuis in deze kwestie om een afgewogen oordeel te vormen.

Argwaan
Kerk en staat hebben de vrijmetselarij altijd met grote argwaan bekeken. Ze zouden corrupt zijn en een complot met het wereldjodendom hebben. Toch is de Amerikaanse grondwet, de eenwording van Italië, de bevrijding van Zuid-Amerikaanse staten en de bijdrage aan de Europese cultuur middels Goethe, Mozart en Beethoven ook van de vrijmetselaars. In de 18e eeuw zijn ze ontstaan, hoewel ze wortels hebben die veel verder teruggaan en de gilden van de vrije metselaars in de Middeleeuwen verklaren de naam. De geheimhoudingsplicht van dit genootschap doet haar imago niet goed. De rituelen gaan terug tot een oude westerse esoterische traditie. Vrijmetselars hadden grote invloed op kathedralenbouwers, kerkleraars, wijsgeren, schrijvers (Shakespeare), kunstenaars (Leonardo da Vinci en Michelangelo) en indirect het westerse christendom. Hoewel er geen sprake is van een doorlopende traditie, is er wel een dynamische, zich wijd vertakkende, moeilijk te definiëren en zich voortdurend vernieuwende traditie, die zich meestal aan onze directe waarneming onttrekt en alleen ‘aan zijn vruchten gekend kan worden’.

Oorsprong riten bij de oude Grieken
De opkomst van de Griekse beschaving was een van de spectaculairste ontwikkelingen in de geschiedenis. Grieken verbonden denken met heilige kennis en mystiek inzicht. Men toonde grote eerbied voor ‘Moeder Aarde’, voor planten en dieren en de elementen. Er verscheen een complex pantheon van goden die in de hemelse sferen op de berg Olympus vertoefden, met Zeus als oppergod. De inwijdingsculten en mysteriegodsdiensten die zich ontwikkelden vormden een vruchtbare voedingsbodem waarop filosofie, wetenschap, kunst en architectuur uitstekend zouden gedijen. De mysterieculten ontstonden in de oudheid toen ‘de enkelen’, de leiders, trachtten kennis te vergaren over de onvermijdelijke problemen waarmee ieder wordt geconfronteerd: tegenslagen, pijn en dood. Het oeroude pad van inwijdingen is gegrond op het idee dat je dan beschermd wordt tegen het kwaad.

Alle volgende culturen beïnvloed
Men verwierf in Egypte al gewijde kennis door inwijding. De initiatieriten en ceremoniën van de mysterieculten waren strikt geheim. De heilige kennis (gnosis) werd slechts aan enkelen ontsluierd. De Grieken kenden een staat van ‘enthousiasme’ (afgeleid van enthousiazein, door een god bezeten zijn) om mystieke kennis te verwerven. Pythagoras bracht tien jaar door in Babylon om Mesopoamische mysteriën te bestuderen. Hij stichtte in Griekenland zijn befaamde school voor mystici, waar hij zijn filosofie ontwikkelde. De opkomst van de Griekse beschaving ging gepaard met een overvloed aan kunstuitingen, filosofische denkbeelden en literatuur, die via vele omwegen uiteindelijk vrijwel geheel intact in onze eigen cultuur zouden belanden. De Griekse cultuur zou meer dan 2000 jaar alle volgende culturen beïnvloeden.

Romeinen nemen Griekse cultuur over
Socrates meende dat kennis binnen het bereik van iedereen lag. Zonde kwam volgens hem voort uit gebrek aan kennis. Wie ‘het goede’ wilde nastreven, moest kennis verwerven. Rome nam de hermetische leer van de Grieken gretig over. Rome sloot de kunst, filosofie en religie van de Grieken in zijn hart. De meeste inwijdingsculten hielden geen stand, behalve de Perzische Mithrascltus en de Egyptische Isiscultus. Respect voor ontwikkeling was het vooral. Religie werd de toetssteen voor ieders persoonlijk gedrag. Er brak een nieuw tijdperk van persoonlijk godsdienstig leven aan; anders dan voorheen, toen de godsdienst gemeenschappelijk in staats- en stamverband werd beleefd. De Grieken creëerden een situatie waarin de mens zijn verstand kon gebruiken om religieuze denkbeelden te herscheppen. Deze denkbeelden waren afkomstig uit andere culturen en andere tijden (Babylon, Perzië, Egypte), maar werden aangepast aan de Griekse cultuur.

De 24 hogepriesterlijke families
Het Romeinse rijk had religieuze tolerantie hoog in het vaandel staan, al konden ze weinig respect opbrengen voor de Keltische druïdencultuur en het opkomende christendom. Beide waren haarden van verzet tegen het Romeinse Rijk. Met Constantijn kwam een doorbraak. Hij was een aanhanger van de Mitrascultus van Sol Invictus, maar had een christelijke moeder. En dan: ‘Geconfronteerd met de absolute macht van de nieuwe staatskerk moesten de ebionieten en de afstammelingen van de 24 hogepriesterlijke families zich uit de openbaarheid terugtrekken. Alleen door te veinzen konden ze overleven. In het geheim beleden ze echter de ware inwijdingscultus van Jezus, en verbreidden ze hun gnostische denkbeelden binnen de gemeenschap waarin ze verkeerden. Ze zouden zichzelf aanduiden als “Rex Deus” of kortweg als “de Families”’

De Rex Deus-families
Verschillende Rex Deus-families hadden hun toevlucht gezocht in delen van Europa die ver buiten de grenzen van het uitgestrekte rijk van Karel de Grote lagen. Koningen, hertogen en graven uit Engeland, Frankrijk, Schotland en Duitsland: overal had de Rex Deus-familie haar vertegenwoordigers. Huwelijken werden steeds binnen deze families gesloten zodat ze een besloten groep vormden. Ze bekleedden dus machtsposities in de hele christelijke wereld. Ze breidden hun invloed uit over de hele Europese adel maar ook binnen de organisatie van hun voornaamste tegenstander, de kerk, door bescherming te bieden aan diverse kerken en kathedralen. Bernardus van Clairvaux had zijn machtige positie voor een groot deel te danken aan zijn Rex Deus-connecties. Verder verbreidde hij zijn kennis in zijn functie van geestelijk adviseur van een afdeling van de Compagnonnage, of vrije metselaars, die tevens bekendstonden als de Kinderen van Salomo. Hij was ook verantwoordelijk voor de stichting van een orde van krijgsmonniken: de orde van de ‘Arme Ridders van Christus en de Tempel van Salomo, kortweg: de tempeliers. De patriarch van Jeruzalem verleende de tempeliers hun eerste symbool: het rode kruis met twee dwarsbalken, later het Lotharingse kruis genoemd. Pas later kwam het tempelierskruis in omloop (het tempelierskruis).

De orde van de tempeliers
De tempeliers werden al snel machtig door een stortvloed van schenkingen: landgoederen, kastelen, steden, boerderijen en dorpen in heel christelijk Europa. Nadat de paus de orde officieel erkend had, werden dat er nog veel meer. De tempeliers werden de onafhankelijkste religieuze orde in de christelijke wereld. Spoedig zou de tempeliersorde uitgroeien tot de machtigste orde ter wereld, in financieel en militair opzicht. Het werd de eerste professioneel staande legermacht sinds de val van het Romeinse Rijk. Ze gingen op twee fronten de strijd aan: in het Heilige Land en in Spanje. Bernardus van Clairvaux bezong de deugden van de tempeliers in één van zijn boeken. De Cisterciënzer orde kwam tot bloei. Hij stichtte meer dan 300 nieuwe abdijen. De tempeliersorde en de Cisterciënzer orde werden als twee armen aan één lichaam beschouwd: de contemplatieve kloosterlijke arm en de actieve krijgersarm.

Toppunt van de macht
Op het toppunt van hun macht hadden de tempeliers land over heel de toenmalige christelijke wereld. Ze waren in feite de eerste grote multinational uit de geschiedenis. Zakenconsultanten vandaag zeggen dat zij hun zaken even goed voor elkaar haddden als enkele van de best georganiseerde bedrijven vandaag. Dankzij hun talloze vestingen hadden ze uitstekende uitvalsbases en konden ze hun voornaamste taak uitoefenen: het beschermen van de pelgrimsroutes. Reizen werd veiliger. Ze verleenden ook financiële diensten en werden het machtigste financiële netwerk van de christelijke wereld. Veilig reizen en goederen transporteren was slechts mogelijk als regelmatig gepatrouilleerd werd langs de wegen en handelsroutes. De tempeliers vervulden deze taak goed; daardoor droegen ze in belangrijke mate bij aan het scheppen van een situatie waarin kapitaal kon worden opgebouwd. Ze stonden als onkreukbaar bekend, en werden vaak gevraagd op te treden als gezanten, adviseurs van koningen, pausen en keizers. Een inwijdingsorde waarmee de tempeliers nauw samenwerkten: de middeleeuwse vrije metselaars.

Oorsprong vrijmetselaars
De oorsprong van de vrijmetselarij lag in een soefibeweging die onder de dekmantel van een ambachtsgilde Engeland bereikte in de 10e eeuw. In de 12e eeuw was een breed scala aan gnostische ketterse stromingen in het geheim samengevloeid en ongemerkt maar uiterst krachtig beïnvloedde dit de culturele ontwikkeling in West-Europa. Soefi-invloeden, joods-kabbilistische denkbeelden en hun christelijke afgeleiden smolten samen met de Hebreeuwse gnostische leer. Inwijdingsorden bestonden al lange tijd onder ambachtslieden die werkzaam waren bij de bouw van kerken, kathedralen en kastelen. Deze broederschappen hadden één overtuiging gemeen: ze hielden naast hun ambacht ridderlijke waarden in ere en ze deden hun werk in diepe nederigheid. Het metselaarsambt was naar men veronderstelde van goddelijke oorsprong. Ingewijde metselaars vormden een hiërarchie van drie niveaus: leerling, gezel en meester. Als de leerlingen het gewenste niveau van vakmanschap hadden bereikt, werden ze door de meester gewijd tussen geheime bijeenkomsten.

Van meester op leerling doorgegeven
Het is onduidelijk of de orde van vrije metselaars deel uitmaakte van de tempeliersorde, of dat deze aan hen gelieerd was zonder dat dit op schrift is gesteld, of dat er gewoon veel contacten tussen beide orden waren. Net als de tempeliers waren de vrijmetselaars vrijgesteld van belasting. Door hun financiële activiteiten waren de tempeliers sterk betrokken bij de kathedralenbouw. La langue verte (geheimtaal) was ontstaan omdat het voor de ketterse ingewijden noodzakelijk was de ware aard van hun boodschap te verhullen voor de kerk. Heilige geometrie is volgens hen een goddelijk geïnspireerde kunst die van leermeester op leerling werd doorgegeven, in ononderbroken lijn, vanaf de oudste tijden tot aan de val van Jeruzalem in het jaar 70. Via deze keten van inwijdingen werd de geheime kennis, die de oude Egyptenaren en Israëlieten gebruikten bij de constructie van hun heilige gebouwen, doorgegeven. De kennis van de heilige geometrie was waarschijnlijk verloren gegaan na de verwoesting van de tempel, tot de tempeliers deze kennis achterhaalden tijdens hun opgravingen in de Tempelberg van Jeruzalem, en deze in 1128 meevoerden naar Europa. (Volgens een legende uit bijbelse tijden was ook de ark des verbonds lang voor de Babylonische invasie diep onder de tempel van Jeruzalem begraven). Er is een duidelijk verband aan te wijzen tussen de terugkeer van de tempeliers uit Jeruzalem en de plotselinge opkomst van de gotische bouwkunst die daarop volgde. Sommigen denken dat de spitsboog afkomstig is uit het Heilige Land.

Kathedralen
De bouw van de kathedralen maakte deel uit van een machtig en listig plan, dat het mogelijk maakte kosteloze filosofische en psychologische scholen op te zetten. De kathedralen werden centra voor handel, theater en seculiere denkbeelden. In de kathedralen uit deze tijd ontbreken opvallend genoeg de scène uit het leven van Jezus met de afbeelding van Zijn kruisiging. De verklaring is wellicht dat de tempeliers geloofden dat Jezus niet kwam om de mensen te verlossen, maar om hun Zijn kennis te openbaren. De figuur van Johannes de Doper was zeer belangrijk was voor de tempeliers; in het Thomasevangelie staat dat ‘van alle mensen die uit een vrouw geboren zijn, geen zoveel belangrijker is dan Johannes de Doper’. Talloze kerken zijn gewijd aan Johannes de Doper.

Graallegenden
De tempeliers stonden eeuwenlang bekend als ‘de ridders van de heilige graal’. In de graallegenden worden voorchristelijke tradities voorzien van een christelijk vernislaagje en op vernuftige wijze doorvlochten met de ware leer van Jezus, in gecodeerde vorm. De graal zelf wordt gepresenteerd als een drinkkelk, een beker, een steen die uit de hemel is gevallen, of een magische schaal; deze graal kan de doden tot leven wekken en zwaargewonden en zieken genezing brengen. Wanneer de ware leer van Jezus zal triomferen over dogma’s, corruptie en verdraaiing van de waarheid, de hemel op aarde zal zegevieren. In het Thomasevangelie staat een uitspraak van Jezus: ‘Hij die drinkt uit mijn mond zal worden zoals ik ben, en ik zal hem zijn’. De oude graallegendes zijn niets anders dan in code weergegeven inwijdingsgidsen.

Jezus zou nageslacht hebben
Aan het begin van de 20e eeuw beschouwden geleerden mythen als fraaie verdichtsels zonder meer. Nu is dat echter anders. Men ziet mythen toch als verwijzing naar de waarheid, want ‘de waarheid zelf kan niet in woorden worden gevat’. De term ‘heilige graal’ is volgens velen ontstaan uiteen verkeerde spelling van ‘heilige graduale’. Dit woord verwijst naar de geleidelijke stijgingen en dalingen van het geestelijke pad der inwijding. In de jaren 80 verscheen de eerste massapublicatie waarin duidelijk gesteld werd dat Jezus getrouwd was geweest en nageslacht had. De kerk moest terugvallen op een oude, beproefde methode: er werd een eigen versie van de verhalen gemaakt. Deze officiële, gecensureerde en ‘veilige’ versie van de graallegenden: de ‘vulgaatcyclus’.

Zwarte Madonna
De verering van de Zwarte Madonna kende haar hoogtepunt in de jaren dat de tempeliersorde tot bloei kwam. Dit was de kerk niet altijd welgevallig. Veel geleerden zijn ervan overtuigd dat de Notre Dame-kathedralen niet gewijd waren aan Maria de moeder van Jezus, maar aan Maria Magdalena! De tempeliers voelden en diepe devotie voor Maria Magdalena, die schuilging onder de gedaante van de ‘Zwarte Madonna’. Magdalena was het symbool van goddelijke wijsheid. Naar Nazareense traditie werd ze afgebeeld in zwarte kledij. Het merendeel van degenen die aan de tempeliersorde verbonden waren (veel ridders, alle sergeants, ambachtslieden en medestanders) was ongetwijfeld vroom katholiek, maar de stichters en de echte leiders waren ‘ketters’ en aanhangers van de gnostische leer. Het lidmaatschap van de toplaag was voorbehouden aan leden die tot de Rex Deus-families behoorden.

Vrijdag de dertiende
Er kwam echter plotseling een einde aan de machtige orde, dankzij de inhaligheid van een Franse koning: Filips IV de Schone. Hij had ernstige financiële moeilijkheden. Bij het krieken van de dageraad van vrijdag de dertiende oktober 1307 plunderden Franse soldaten alle bezittingen van de tempeliers in het hele koninkrijk. Ketterij werd ten laste gelegd, maar geldgebrek was de echte oorzaak. Vrijdag de dertiende werd in het vervolg symbool voor angst voor het plotselinge gevaar. Sommige tempeliers werden veroordeeld tot een gruwelijke marteldood. Op 22 maart 1312 werd de pauselijke bul Vox in excelso uitgevaardigd om de orde (‘voor eeuwig’) op te heffen. De legende wil dat de schepen met hun kostbare lading naar Schotland zijn gevaren.

In Schotland duiken ze weer op
Door de opheffing van de tempeliersorde konden de Rex Deus-families hun activiteiten niet langer ontplooien. Maar ze zaten niet bij de pakken neer. Ze bewaarden hun tradities in de vrijmetselaarsbeweging. Verborgen spirituele stromingen zijn samengevloeid en waar ze voor het eerst in openbaarheid kwamen in een vorm die duidelijk een voorloper is van de vrijmetselarij. Dit gebeurde in Schotland. De vrije metselaars stichtten liefdadigheidsinstellingen. De gilden legden ook geld opzij ter ondersteuning van hun minvermogende broeders. In deze tijd vond de transformatie plaats van de vrije metselaarsgilden tot de moderne, filosofisch georiënteerde vrijmetselarij. Een nieuwe broederschap, die geen klassenverschillen zou kennen. Op het vasteland van Europa heeft de vrijmetselarij een duidelijk antiklerikaal en antikatholiek karakter gekregen.

De legende van Hiram Abif
Er zijn bepaalde opvallende overeenkomsten tussen de vrijmetselaars en de tradities van Rex Deus. Zo wordt er in de eed van geheimhouding bij beiden gezegd: ‘Opdat niet mijn keel wordt doorgesneden of mijn tong afgesneden’. Ook de zinsneden ‘Of laat mijn hart uit mijn borst worden uitgerukt of gesneden’ en ‘Of laat mijn ogen uitgerukt worden’ komen bij beide tradities voor. De vrijmetselaarstraditie suggereert dat de beweging haar oorsprong vindt in de tijd van koning Salomo, toen Hiram Abif, architect van de tempel, gedood werd door een klap op zijn hoofd. Hiram zou gestorven zijn vóór de voltooiing van de tempel en bijna duizend jaar later werd de bouw van de bijna voltooide tempel van Herodes stilgelegd uit respect voor de rituele moord op Jakobus, de broer van Jezus. Sommigen denken dat de dood van Hiram Abif een allegorie is voor de moord op Jakobus de Rechtvaardige.

Beginselen vrijmetselaars
Een theorie voor het ontstaan van de mengeling van de vrijmetselaars en tempeliers is de volgende: de tempeliers waren ontkomen aan vervolging door onder te duiken bij een organisatie die niet verdacht was: die van de vrije metselaars. Elke middeleeuwse gilde had zijn eigen ontstaansmythen, tradities en rituelen. De vrijmetselaars vormen een grote verscheidenheid. Ze noemt zichzelf een genootschap dat gebaseerd is op beginselen als broederschap, naastenliefde en waarheids-zin. De leden trachtten een hoog moreel en spiritueel niveau te bereiken aan de hand van allegorieën en rituelen. Het voornaamste doel is m de leden bij te staan in hun streven naar volmaaktheid, zodat ze de maatschappij van dienst kunnen zijn. Bij het onderricht werd gebruik gemaakt van symbolen en gereedschap van de oude metselaars, zoals de winkelhaak, passer, meetlat, hamer en beitel. De vrijmetselarij verbiedt discussies over religie en politiek.

Populariteit in Frankrijk
In Engeland waren de vrijmetselaars stuk voor stuk diepgelovige mensen die niettemin ongelukkig waren met de restricties die de officiële religie het wetenschappelijk onderzoek oplegde. Zij stichtten daarom een genootschap dat geheel gewijd was aan wetenschappelijk onderzoek en waarin godsdienstzaken geen onderwerp van discussie mochten zijn. Andrew Michael Ramsay, een Schotse calvinist die katholiek werd, hield op 21 maart 1737 een belangrijke redevoering. In Parijs. Hij gaf daar aan dat de oorspronkelijke vrijmetselaars geen ongeletterde ambachtslieden waren, maar edellieden die gezworen hadden de tempel van God op aarde te herbouwen in het Heilige Land. De vrijmetselaarsbeweging werd door deze toespraak weer populair. Een orde die van een middeleeuwse ridderorde afstamde, klonk goed in de oren. Frankrijk raakte in de ban van de vrijmetselarij. Ieder die nobele, ridderlijke, romantische of spirituele aspiraties had, voelde zich tot de orde aangetrokken. In 1738 kondigde de paus middels een bul af dat het katholieken verboden was lid te worden van de vrijmetselarij.

Presidenten, premiers en complottheorieën
Hoewel de vrijmetselaars niet over politiek praten, is hun invloed op de politiek enorm geweest. Vaak wordt gezegd dat het merendeel van de Engelse premiers en Amerikaanse presidenten lid waren van de vrijmetselarij. Uit deze generalisatie kwam de gedachte op dat de vrijmetselarijbeweging er op de een of andere manier op uit was de hele wereld in haar macht te krijgen. Opgewonden aanhangers van complottheorieën in heden en verleden stelden zich voor hoe de vrijmetselarij verbonden sloot met politici van alle gezindten, contacten had met Joodse lobby’s en de wereld in haar greep probeerde te krijgen.

Onafhankelijkheid Amerika
In het nieuwe Amerika groeide de vrijmetselarij snel. Ten tijde van de Onafhankelijkheidsoorlog waren er al minstens 100 loges. Benjamin Franklin leverde een substantiële bijdrage aan de verbreiding van de vrijmetselaarsloges in Amerika. Het eerste bouwwerk verrees in 1755: Masonic Hall in Philadelphia. Veel beroemde personen uit de Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog waren vrijmetselaars – evenals velen van hun tegenstanders! George Washington was de bekendste persoon. Er vochten net zoveel vrijmetselaars aan de Engelse zijde en die hebben evengoed grote offers gebracht. Wat vaststaat is dat in het uitwerken van de filosofische ideeën die het fundament vormden voor de nieuw te stichten staat de vrijmetselaars een belangrijke rol speelden. Vrijmetselaars vormden een intellectueel en filosofisch ‘beursplein’ die ideeën uitwisselden en uitwerkten. Handelaars uit de middenstand, leden van de vrije beroepen en aristocraten ontmoetten elkaar in de loge (in de loge waren alle leden gelijk) en bespraken nieuwe filosofische ideeën. Het denkbeeld van een regering die zetelde op de goedkeuring van het volk kwam hier naar voren.

De Amerikaanse grondwet
Een vrijmetselaarsgroepering die zich de ‘Sons of Liberty’ noemden, waren betrokken bij de Boston Tea Party. Op het Continentaal Congres oefenden vrijmetselaars veel invloed uit. Van George Washington tot Gerald Ford zijn er 14 presidenten vrijmetselaars geweest. Belangrijke overtuiging was dat alle mensen gelijk geboren worden en gelijk zijn voor de wet. De ideeën van Montesquieu omtrent de scheiding en het evenwicht van de verschillende machten, werden met enthousiasme begroet. De Amerikaanse grondwet gaf de afzonderlijke staten relatief grote autonomie. De aanhef ‘Wij, het volk’ sloten toch nog twee groepen mensen uit: de slaven en de indianen. In de vrijmetselarij werden officieren voor de loge en de grootloge gekozen door middel van geheime ballotage, voor een duidelijk afgebakende periode. Ditzelfde fenomeen zien we terug in de Amerikaanse grondwet. De Amerikaanse grondwet had op dat moment één voorbeeld: de statuten van de vrijmetselarij. De Amerikaanse grondwet kent acht mechanismen:

De Franse Revolutie
De vrijmetselaar markies de Lafayette maakte een opzet voor de Verklaring van de Rechten van de Mens tijdens de Franse Revolutie. Liberté, égalité en fraternité waren ook denkbeelden van de vrijmetselarij. Toch moeten we zeggen dat er meer vrijmetselaars tegen de revolutie waren. De markies de Lafayette onttrok zich aan de strijd en nam geen deel aan het geweld, aangezien hij een afkeer had van een burgeroorlog. Met de Franse Revolutie werd ook voor het eerst de vrijmetselarij in een kwaad daglicht gesteld: de Franse Revolutie was niets meer en niets minder dan het bloedige gevolg van een complot om kerk en koningshuis omver te werpen.

Franse vrijmetselaars antiklerikaal
In de woelige dagen na de Franse Revolutie ging het slecht met de vrijmetselarij in Frankrijk. De beweging ging bijna ter ziele. De discussie of Napoleon al dan niet vrijmetselaar was, is nog steeds gaande. De Franse tak van de vrijmetselarij drukte in 1877 haar antiklerikale standpunt uit in een wijziging van de statuten, waarin nu iedere verwijzing naar God als Schepper van het heelal verwijderd was. Dit druiste in tegen wat de overige vrijmetselaars zagen als het allerbelangrijkste kenmerk van hun broederschap: namelijk dat iedere vrijmetselaar dient te geloven in een opperwezen, ofwel een Opperbouwmeester van het heelal. De meeste loges van Engeland en Amerika verbraken hun banden met de Franse loges. Wie het fundamentele geloof in de verheven Schepper ontkent of veronachtzaamt, kon niet als ware en oprechte broeder worden beschouwd.

Vrijmetselaars bij de eenwording van Italië: paus boos
Al eeuwenlang hadden de Rex Deus-families in de noordelijke Italiaanse staten gedroomd van een herenigd koninkrijk. Er kwam een revolutie, Garibaldi en Mazzani waren de leiders, beiden vrijmetselaars. Hierdoor verloor de paus zijn wereldlijke macht en bleef achter in een zelfgekozen ballingsoord, het Vaticaan. Omdat de vrijmetselaars zijn ondergang hadden bezegeld, keerde hij zich in woedende encyclieken, bullen en redevoeringen tegen deze beweging. Hij noemde het een ‘duivelse organisatie’ die hem van zijn aardse macht beroofd had. Hij zag de vrijmetselarij als erfgenaam van de tempeliersorde, van oudsher aanhangers van ketterij en gnostische denkbeelden.

Vrouwen lid?
Franse presidenten, Pruisische koningen, Engelse koningen, talloze Engelse aristocraten en Anglicaanse geestelijken, bevrijdingsbewegingen in Zuid-Amerika: de vrijmetselaars oefenden overal invloed uit. Johannes de Doper en Johannes de Evangelist waren de twee beschermheiligen van de vrijmetselarij, zoals eerder voor de tempeliers ook. Na 1720 werden ook Joden toegelaten tot de vrijmetselarij. In de 19e eeuw kwam de vraag op of ook vrouwen lid konden worden. Traditioneel kunnen alleen mannen lid worden. In Engeland is er éénmaal een uitzondering gemaakt: toen bleek dat een vrouw de bijeenkomsten steeds afluisterde en dus de geheimen kende. In Frankrijk werd een loge meteen geschorst toen ze een vrouw als lid hadden opgenomen: het was onbetamelijk. Vanaf 1893 kon het in Frankrijk. In Engeland kan het niet; zij weigert gemengde loges als regulier te erkennen.

Belangrijkste kenmerken
De vrijmetselarij kent drie beginselen: broederliefde, bijstand en waarheid. Ze streeft ernaar mensen van goede wil bijeen te brengen, ongeacht afkomst of opvattingen. In de loop der eeuwen is er voortdurend gediscussieerd over wat nu de echte kenmerken van de vrijmetselarij zijn. Massachusetts kwam in 1918 met een lijst:
– Monotheïsme, het enige dogma van de vrijmetselarij;
– Geloof in onsterfelijkheid, het belangrijkste leerstuk van de vrijmetselarij;
– Het boek der Heilige Wet, een onontbeerlijk deel van de inrichting van de loge;
– De legende van de derde graad (Hiram);
– Geheimhouding;
– De symboliek van de bouwkunst;
– Een vrijmetselaar moet vrijgeboren en volwassen zijn.

Je kunt geen atheïst zijn
Opmerkelijk aan deze lijst is, dat het aanvaardbaar is voor aanhangers van andere religies. Dat de vrijmetselaar vrijgeboren moet zijn, stamt uit de middeleeuwen, toen iemand ofwel vrijgeboren was (van adel, een ridder of geschoold ambachtsman), ofwel gebonden aan het land (een horige, lijfeigene, landarbeider of ongeschoold arbeider). Het loge van Brits Columbia maakte de volgende samenvatting:

‘Een vrijmetselaar is krachtens zijn lidmaatschap verplicht de morele wet te gehoorzamen; en als hij de vrijmetselarij goed begrijpt, is het hem onmogelijk een atheïst of goddeloze libertijn te zijn. Beter dan enig ander mens is hij in staat te begrijpen dat God niet ziet zoals de mens ziet; want de mens kijkt naar de uiterlijke schijn, maar God ziet het hart. Een vrijmetselaar mag dus nimmer tegen de stem van zijn geweten ingaan (…) Zolang hij gelooft in de roemrijke Bouwmeester van hemel en aarde (…) Hartelijke en broederlijke omgang met eenieder die deugdzaam handelt.’

Geheimhouding
Allen die lid willen worden van de vrijmetselarij dienen bepaalde plechtige beloften af te leggen. Hij zweert alle tekenen en wachtwoorden geheim te zullen houden. De wat bloederige formuleringen aangaande de ‘bestraffingen’, erg in trek bij anti-vrijmetselaars, zijn allang komen te vervallen. Overigens waren ze altijd symbolisch en niet letterlijk bedoeld. Men moet ook beloven de vrijmetselarij nooit te gebruiken voor persoonlijk gewin. Er zijn drie graden van inwijding: leerling, gezel en meester. Hier horen dan allerlei symbolische rituelen bij.

Inwijding tot leerling
Bij de inwijding tot leerling wordt het lid geblinddoekt, krijgt muilen aan zijn voeten en wordt ontdaan van alle metalen voorwerpen, zijn linkerbroekspijp wordt opgestroopt tot boven de knie en zijn linkerborst wordt ontbloot; om zijn nek draagt hij een katoenen koord. Zo wordt de kandidaat de loge binnengevoerd. Met de punt van een zwaard tegen zijn borst dient hij enkele eenvoudige vragen te beantwoorden, bijvoorbeeld: bent u bereid u in te zetten voor uw medemens? Vervolgens knielt hij neer; er wordt een gebed uitgesproken waarin de zegen van de Opperbouwmeester van het heelal afgesmeekt wordt. Dan komt de vraag: ‘Na in staat van duisternis te hebben verkeerd, wat is het grootste verlangen in uw hart?’ Antwoord: ‘Licht’. De blinddoek wordt weggehaald en zijn aandacht wordt gevestigd op de drie symbolische ‘lichten’ van de vrijmetselarij: het boek van de Heilige Wet, de winkelhaak en de passer. De leerling moet weer antwoord geven op vragen, zoals: wat is de vrijmetselarij? Een bijzonder stelsel van zedenleer, versluierd door allegorie en verhelderd door symbolen.

Gezel en meester
Om gezel te willen worden, na voldoende kennis en begrip van de vrijmetselarij te hebben opgebouwd, wordt zijn linkerbeen en rechterborst ontbloot, wordt driemaal om de tempel geleid en leert nieuwe wachtwoorden en tekens, allegorisch en symbolisch onderricht. Na de ceremonie is hij gezel. Als hij meester wil worden moet hij opnieuw ondervraagd worden, krijgt hij de legende van Hiram Abif te horen, en vinden er verschillende rituele handelingen plaats. Ook nu weer leert hij bepaalde woorden en handgrepen. Omschrijving van bovenstaande rituelen doet te kort aan de werkelijkheid; symboliek moet ervaren worden. Voortdurende herhaling, allegorisch onderricht en de kracht van symboliek brengen geleidelijk nauwelijks waarneembare veranderingen in het bewustzijn teweeg, waardoor de mens uiteindelijk in staat is zijn gedrag volledig te veranderen.

Tegen discriminatie en voor sociale hulp
Aan rassendiscriminatie werd al snel een einde gemaakt binnen de vrijmetselarij. In een relatief vroeg stadium konden mensen van verschillende huidskleur lid worden. De vrijmetselarij ontwikkelde een stelsel van sociale voorzieningen en liefdadigheidsinstellingen. In Amerika beschikken veel loges over bejaardentehuizen voor oudere leden en hun weduwen.

Samenvattend
Dat de vrijmetselarij een en ander ontleend heeft aan de oude Egyptische inwijdingsculten lijkt zonneklaar uit haar rituelen. Ook is het duidelijk dat ze veel belang hecht aan de symboliek, mythen en allegorieën rondom de bouw van de tempel van Salomo. De vrijmetselarij heeft veel ontleend aan de westerse esoterische traditie en ook heeft de filosofie en mysterieculten van het oude Griekenland haar beïnvloed. Maar hoe kan een relatief modern genootschap gebaseerd zijn op zulke oude bronnen? Het antwoord ligt in de Rex Deus-families, die afstammen van de 24 hogepriesterlijke families van de tempel van Jeruzalem. Deze families hadden een geheel eigen geloofsleer, gebaseerd op de gedachte dat Jezus een goddelijk geïnspireerde leraar was. Het spirituele pad zou hen voeren naar goddelijk geïnspireerde kennis, ofwel gnosis, die de mens nader tot God brengt en hem tevens inspireert tot rechtvaardigheid, liefde en waarheid in de omgang met zijn medemensen. In de stichting van de tempeliersorde (12e eeuw) werden de activiteiten van de Rex Deus-families voor het eerst zichtbaar. Binnen de orde heersten broederschap en absolute gehoorzaamheid. De orde werd in 1314 verboden, en pas drie eeuwen later verscheen de vrijmetselarij. Hoe kan het dan dat het ideeëngoed en de symboliek van de tempeliers alom aanwezig is in de vrijmetselarij?

De Rex Deus-families vormen de verbindende schakel. De tempelierstradities, symbolen en rituelen werden zorgvuldig bewaard door de families uit wier midden de tempeliersorde indertijd was ontstaan, met name in Schotland. De katholieke kerk heeft zich altijd uitermate vijandig opgesteld tegenover de vrijmetselarij: misschien ten gevolge van een persoonlijke grief. Ook vandaag de dag veroordeelt de katholieke kerk de vrijmetselarij nog. Lidmaatschap ervan is verboden. Maar er zijn altijd veel anglicaanse priester in de beweging actief geweest. De vrijmetselarij is niet antichristelijk. Ze is er op gericht dat het leven van de mens hier op aarde een transformatie ondergaat, opdat hij nader tot God komt en zich gaandeweg mogelijk bevrijdt van al te grote afhankelijkheid van de kerk.

Hoewel vrijmetselaars publieke ambten bekleden, doen ze dat niet namens de organisatie. De vrijmetselarij steunt ook geen politieke partijen. Activiteiten van de vrijmetselarij als de totstandkoming van de Amerikaanse grondwet en de Verklaring van de Rechten van de Mens mogen niet beschouwd worden als politieke activiteiten van de vrijmetselarij als instituut. Complottheorieën zijn er genoeg over de vrijmetselaars, zoals deze: de vrijmetselarij zou samen met het wereldjodendom streven naar heerschappij over de hele wereld. Als dit waar zou zijn, zijn ze niet erg succesvol: nog nooit zijn vrijmetselaars of Joden aan de macht gekomen als paus of als president of leider in Afrikaanse, islamitische en voormalige Sovjetrepublieken.

Wat heeft de vrijmetselarij vandaag nog te bieden? ‘Kameraadschap, gezelligheid, een gevoel dat het bestaan zinvol is, ware broederschap op wereldwijde schaal en een gevoel van verbondenheid met logegenoten op een manier die niet in woorden uit te drukken is. Het is een fantastische ervaring (…) De vrijmetselarij is daadwerkelijk in staat goede mensen om te vormen tot nog beter mensen (…) Hebben wij, in deze wereld die bedreigd wordt door fundamentalistisch terrorisme en oorlogen met een religieuze achtergrond, niet een diepgevoeld verlangen naar ware broederschap, tolerantie, rechtvaardigheid en vrede? (…) Vrijmetselaars hebben geleerd de verschillen die de mensheid kunnen verdelen over het hoofd te zien en oog te hebben voor de gemeenschappelijke menselijkheid en spiritualiteit.’

Gepubliceerd in oktober 2007