Dietrich Bonhoeffer

n.a.v. T.G. van der Linden, Dietrich Bonhoeffer. Een inleiding met kernteksten, Kampen 2005

Bonhoeffers leven tot 1933
Inleiding
Bonhoeffer had een hekel aan schipperen; Bonhoeffers theologie was en blijft geleefde, existentiële theologie; Zijn theologie en biografie gaan in hoge mate gelijk op: Zomaar enkele typeringen van Bonhoeffer. Opgegroeid als telg van een aristocratische professorenfamilie in Berlijn, geschoold in de liberale traditie, was hij pastor, dichter, denker, theoloog, burger, vriend, ethicus, romanticus, christen, oecumenicus, briefschrijver en martelaar. Bonhoeffer leefde in een context waarin het er steeds opnieuw op aankwam positie te kiezen. Daarbij stond hij zelf de laatste twaalf jaar van zijn leven, vanaf de machtsovername door Hitler, feitelijk zonder onderbreking bloot aan censuur en tegenwerking. Bonhoeffer verbaasde iedereen door zijn intense belangstelling voor alles. Reeds op 21-jarige leeftijd promoveerde hij. ‘Dankzij zijn dood, als indrukwekkende bevestiging van zijn leven, behoort hij tot de martelaren en kerkvaders van de 20e eeuw.’ We onderscheiden drie fasen in Bonhoeffers leven: theoloog (1927-1933), christen (1934-1939) en tijdgenoot (1940-1945).

Bonhoeffers achtergrond
Bonhoeffer werd geboren op 4 februari 1906 in het Duitse Breslau (onder, dat nu in Polen ligt). Vanaf zijn 6e groeide hij op in Berlijn. Zijn vader was psychiater en hoogleraar aan de universiteitskliniek. Bonhoeffer had drie grote broers en twee oudere zussen boven zich, en was de 6e van 8 kinderen. Voor Bonhoeffer was de hechte familieband en de warme, bedrijvige sfeer in zijn ouderlijke huis van grote betekenis. De Eerste Wereldoorlog kostte aan Duitse zijde bijna 2 miljoen levens. De tijd van zijn opgroeien was er een van crisis en antisemitisme. Drie neven en een eigen broer vielen in de oorlog. Bij Bonhoeffers confirmatie (belijdenis) kreeg hij van zijn moeder de Lutherbijbel van zijn gesneuvelde broer. In het gezin waar Bonhoeffer opgroeide was eigenlijk alleen zijn moeder kerkelijk meelevend.

Studie
De ervaringen tijdens de oorlog deden hem vragen naar de bronnen van het leven. Hier zien we dat biografie en theologie niet te scheiden zijn. De situatie in Duitsland was na de oorlog uitzichtloos (dit is ook af te leiden uit het grote aantal zelfmoorden in deze jaren). Het land verkeerde aan de rand van een burgeroorlog. In 1924 begon hij zijn theologiestudie. Hij maakte een reis naar Rome en kwam daar onder de indruk van de liturgische vieringen. Tijdens zijn studiejaren stortte hij zich op de theologie van Luther. Ook Karl Barth maakte grote indruk op hem (met hem zou hij pas in juli 1931 persoonlijk kennismaken). Ook het kritische spoor van Kierkegaard volgde hij (die eens zei dat men op een preek geen ‘hoera’ maar ‘amen’ behoort te kunnen zeggen). In 1927 rondde hij een dissertatie af met als titel Gemeenschap der heiligen, over de sociale betekenis van de kerk als ‘samenleving’.

Barcelona, New York en Berlijn
Na zijn studie gaat hij een jaar als vicaris werken in Barcelona bij de Duitstalige gemeente. Hier bezocht hij bijvoorbeeld stierengevechten. Terug in Berlijn gaf hij colleges aan de universiteit. In 1930 vertrok hij naar Amerika voor een studieverblijf van een jaar aan het Union Theological Seminary in New York. Hier werd hij bevriend met Reinhold Niebuhr. In Amerika kwam hij in aanraking met ‘civil religion’, liefdadigheidswerk en rassenhaat. Hij kerkte een half jaar lang op de zondagmiddagen bij negro-Amerikaanse kerkgemeenschappen. In 1931 keerde hij terug naar Duitsland en gaf hij les als privaatdocent. Ook was hij studentenpastor aan de Technische Hogeschool en gaf hij catechisatie in een Berlijnse achterstandswijk. Bonhoeffer komt ook in aanraking met de oecumene, die hij een warm hart toedraagt. Tijdens zijn Berlijnse colleges in de winter van 1932 handelt hij over Genesis 1-3; hij wil dit gedeelte lezen met het oog op Christus. Hieruit blijkt zijn oppositie tegen het opkomend nationaal-socialisme. De wereld is van Christus. Zij is door Hem geschapen en behoort niemand anders toe. Door geen nieuwe mystiek van bloed en bodem, natie of volk is de wereld aan Zijn heerschappij te onttrekken.

Bonhoeffer tijdens opkomst Derde Rijk
Het rampjaar 1933
Op 30 januari van het rampjaar 1933 wordt Hitler rijkskanselier. Bonhoeffer neemt vanaf het begin deel aan de oppositie. Twee dagen na Hitlers ambtsaanvaarding houdt hij een radiolezing, waarin hij kritisch op het begrip ‘Führer’ ingaat. De uitzending wordt echter voortijdig afgebroken: de Gestapo dwarsboomde hem. In Duitsland volgden de ontwikkelingen elkaar in snel tempo op: 2 februari: elke samenscholing verboden; 27 februari: Rijksdag brandt af; 22 maart: eerste concentratiekamp gaat open (Dachau); 23 maart: wet aangenomen die het Hitler mogelijk maakte ook buiten de grondwet om te regeren; 1 april: het winkelen in joodse winkels wordt verboden; 8 april: alle joodse burgers in overheidsdienst worden ontslagen; april: de eerste rijksconferentie van de Duitse Christenen vindt plaats; oktober: reeds 600 doden te betreuren en 26.000 mensen opgepakt; ruim 300.000 joodse burgers ontvluchten het land.

Meteen scherp zicht op Hitler
In deze tijd gaf Bonhoeffer colleges in Berlijn. De openingszin luidde: ‘Onderwijs aangaande Christus begint met stilte’. Zijn colleges laten zijn diepe zorg zien over de pretenties van Hitler. Bonhoeffer had als een van de weinigen oog voor het lot van de joden in Duitsland. ‘Alleen wie het voor de joden uitschreeuwt, mag gregoriaans zingen’ zo zei hij een keer. Scherper dan veel mensen in zijn directe omgeving zag hij dat Hitler een wolf in schaapsklederen was (zo deed een foto de ronde, waarop Hitler deemoedig een kerkportaal verlaat: links). Zelfs Martin Niemöller, ‘de persoonlijk gevangene van de Führer’ zag pas heel laat in, wie Hitler werkelijk was.

Opkomen voor de joden
Bonhoeffers opkomen voor de joden wordt wel verklaard vanuit zijn contact met joodse vriendjes uit zijn jeugd en een zwager die joods was, zijn ervaringen in Amerika met de onderdrukking van de zwarte bevolking en zijn grootmoeder, die op 90-jarige leeftijd de SA provoceerde door voor hun ogen een joodse winkel binnen te stappen.

De ‘bruine’ synode
In september 1933 vindt de ‘bruine’ Pruisische generale synode plaats; genoemd naar de bruine uniformen die op deze bijeenkomst domineerden; die steunde de nazi-politiek. Op deze synode werden de eed van trouw aan Hitler en de Ariërparagraaf aanvaard. Deze synode wekte bij velen in binnen- en buitenland een fatale indruk (staatsinmenging in de kerk), waarop het Ministerie van Buitenlandse Zaken op matiging aandrong!

Londen
Toen Bonhoeffer voor een kring van geestverwanten een lezing hield en daar de mogelijkheid van actief politiek verzet openhield (als het niet anders kan, zal men ‘de spaak in het wiel moeten steken’), verlieten sommigen uit protest de zaal. Na deze teleurstellende ervaringen trekt hij zich terug naar Londen, waar hij vanaf oktober 1933 zorg draagt voor Duitse vluchtelingen van het continent. Hij belt bijna dagelijks met het thuisfront, de telefoonrekening rijst de pan uit. Barth, die inmiddels in Bonn doceerde, was hier niet blij mee, hij wilde liever dat hij in Duitsland bleef.

Synode van Barmen
Eind mei 1934 kwam in Barmen de synode plaats van de Belijdende Kerk. Hier werden de Barmen Thesen opgesteld, onder leiding van Barth. Het Heere-zijn van Christus werd hier beleden en alle ideologie daarmee in tegenspraak werd verworpen. Maar toch zweeg de synode over de joden. In augustus vond in Denemarken een belangrijke oecumenische vredesconferentie plaats. Bonhoeffer hield hier een gloedvolle lezing over Christus’ gebod tot vrede. Hij vond dat christenen nooit de wapens op elkaar konden richten.

Seminarie
In 1935 werd Bonhoeffer door de Belijdende Kerk gevraagd om een seminarie op te richten en te gaan leiden. Zo’n instituut was belangrijk voor de organisatie van het kerkelijk verzet. De Belijdende Kerk had namelijk besloten tot een definitieve afsplitsing van de Duitse Christenen en moesten overgaan tot formatie van een eigen kerkstructuur. Bonhoeffer stelde voor zijn studenten onder meer een tijd van persoonlijke ochtendmeditatie in. Ook gold ’s avonds een zwijgplicht en werd er tijd ingeruimd voor verplichte wandelingen en gezamenlijk gebed. In Leven met elkaar richtte Bonhoeffer het leven naar radicaal christelijke maatstaven in; hij geeft praktische aanwijzingen over ‘de dag alleen’, ‘de dag met elkaar’ en de ‘dienst’ die elke christen luisterend, helpend en sprekend is opgelegd.

Navolging
De in september 1935 gehouden synode van de Belijdende Kerk zei alleen iets over de kerkelijke joden en verschoof een uitspraak over de niet-kerkelijke joden naar de toekomst. Dit tot grote teleurstelling van Bonhoeffer. In deze tijd schreef hij het boek Navolging. In dit boek stelt hij dat geloven in Christus niets anders inhoudt dan Hem gehoorzamen. De gelovige gehoorzaamt en de gehoorzame gelooft. Alleen dan is Gods genade geen ‘dumpgoed’. Wat ‘navolging’ en ‘de smalle weg van gehoorzaamheid’ voor Bonhoeffers studenten in Finkenwalde betekende, was maar al te duidelijk; meer dan 80 van de 150 overleefde de oorlog niet!

Belijdende Kerk steeds meer naar de marge
Himmlers noodwet van december 1935 verklaarde alle ongeoorloofde samenkomsten en daarmee de kerkelijke seminaries van de Belijdende Kerk illegaal, onder dreiging van arrestatie en gevangenschap. Er volgde inderdaad een golf van arrestaties, met name na de Olympische Spelen van 1936 in Berlijn. Tijdens de Spelen was het Memorandum uitgelekt waarin de leiding van de Belijdende Kerk Hitler ter verantwoording riep. Korte tijd later werd de kerkelijke geldstroom dichtgedraaid. Hitler liet zijn ware gezicht zien. Eind 1937 zaten niet minder dan 27 van Bonhoeffers studenten in de gevangenis.

Kristallnacht
Na de ‘Kristallnacht’ op 9 november 1938 sloeg Bonhoeffer buiten zichzelf het boek der Psalmen op; in Psalm 74 las hij: ‘Zij hebben Uw heiligdommen in het vuur gezet; ter aarde toe hebben zij de woning Uws Naams ontheiligd. Zij hebben in hun hart gezegd: Laat ze ons te zamen uitplunderen; zij hebben alle Gods vergaderplaatsen in het land verbrand.’ In de marge noteerde hij de datum: ‘9 november’. Het is de enige keer dat hij iets in zijn Bijbel zou schrijven. Hij zei: ‘Als vandaag de synagogen branden, zullen het morgen de kerken zijn.’ De kerk zweeg. Door deze ervaringen nam Bonhoeffer gaandeweg meer afstand van de Belijdende Kerk.

Bonhoeffer tijdens de oorlog
Opnieuw naar New York
Op 1 september 1939 brak met de Duitse inval in Polen de Tweede Wereldoorlog uit. Voor velen, ook voor een aantal oudere Duitse officieren, werd toen pas goed duidelijk welk een ‘dronkeman’ Hitler was. Als Bonhoeffer in maart 1940 zijn illegale werk voor het seminarie definitief moet staken omdat alle studenten gemobiliseerd zijn, keert hij terug naar zijn ouderlijke huis. Hier had hij een eigen zolderkamer. Hier begonnen de gesprekken over de mogelijkheid Hitler aan de kant te schuiven en het bewind door een nieuwe Duitse regering te vervangen. Eerst reisde hij echter nog een keer naar New York; hier mocht hij een jaar lang gaan lesgeven.

Bijna meteen terug naar Duitsland
Maar in New York knaagt het en er is zelfverwijt. Is hij te goeder trouw? Hij voelt zich ongemakkelijk en schuldig. Bovendien heeft hij heimwee. Op 20 juni (als hij nauwelijks in Amerika is) neemt hij het besluit abrupt terug te keren (met letterlijk het laatste schip dat de Atlantische Oceaan nog overstak!). Hij leest Jes. 28:16 ‘Wie gelooft, die zal niet haasten/vluchten’ en 2 Tim. 4:21 ‘Haast u, om voor de winter te komen.’ Hij moet deze moeilijke periode in Duitsland zijn! Alleen dan zal hij na de oorlog ook op een geloofwaardige manier kunnen meewerken aan de wederopbouw. Mensen proberen hem nog van gedachten te doen veranderen, zelfs op het schip. Maar hij gaat,…de dood tegemoet. Op het schip terug naar Duitsland vindt hij troost in Psalm 119, zijn lievelingspsalm. ‘Het is mij goed, dat ik verdrukt ben geweest, opdat ik Uw inzettingen leerde.’

Abwehr en verzet
In augustus 1940 treedt Bonhoeffer in dienst als agent van de Abwehr, terwijl hij tegelijkertijd plaatsneemt in het verzet. Officieel moet hij buitenlandse contacten benutten voor spionagediensten voor het Derde Rijk. In werkelijkheid worden deze contacten benut om de geallieerden in te lichten en te polsen over vredesvoorwaarden bij een omverwerping van de regering van Hitler. Bovendien zou Bonhoeffer zo niet het leger hoeven te dienen. De overgang van een pacifistische houding midden jaren 30 naar zijn deelname aan het politieke verzet is voor veel biografen een belangrijke kwestie. De sfeer bij de Bonhoeffers was pro-Duits, maar anti-Hitler.

Moordplannen op Hitler
De kring van de Berlijnse samenzweerders waartoe Bonhoeffer zou gaan behoren was voor het welslagen van de plannen om Hitler opzij te schuiven aangewezen op een aantal officieren binnen de Wehrmacht. Er circuleerden in de jaren 30 verschillende plannen tegen Hitler. Één daarvan was gepland op het moment dat hij Tsjecho-Slowakije zou binnenvallen. Dit plan werd echter gedwarsboomd door de tragische vredesconferentie van München (‘Peace in our time’ zei de arme Chamberlain toen hij met het vliegtuig in Engeland terugkeerde; ondertussen was een groot deel van Tsjecho-Slowakije aan Hitler cadeau gedaan…). In zijn Ethik gaat Bonhoeffer in op de vraag naar de rechtvaardiging van een ‘tirannenmoord’. Het gebod luidt: gij zult niet doodslaan. Soms is het echter beter (omwille van het leven, dat hetzelfde gebod beschermt) dat de tiran sterft dan een heel volk.

Bonhoeffer tijdens zijn gevangenschap
Verloofd
In januari 1943 verloofde Bonhoeffer zich met Maria von Wedemeyer. Ze zouden elkaar weinig spreken en ontmoeten. De couppoging in Berlijn nam intussen concrete vormen aan. Na alle voorbereidingen vonden in maart 1943 echter twee mislukte aanslagen op Hitler plaats. Een bom die verstopt was in het vliegtuig waarmee Hitler troepen in het oosten bezocht ging niet af. Een zelfmoordactie bij een bezoek van Hitler aan soldaten in Berlijn mislukte doordat het tijdschema op het laatste moment veranderde. Op 5 april 1943 werd Bonhoeffer thuis gearresteerd. Er zou een tijd van 2,5 jaar ononderbroken gevangenschap volgen.

Moeilijk begin
De eerste dagen in de gevangenis van Tegel worstelt hij met de verzoeking tot zelfmoord. De eerste 12 dagen zit hij in een isoleercel, waarin het kermen van de ter dood veroordeelden te horen is. Twee teksten bemoedigen hem: ‘Hoelang nog, Heere?’ (Ps. 13:1) en ‘Mijn tijden zijn in Uw hand’ (Ps. 31:16). Bonhoeffer was zeer gehecht aan de psalmen. Hij ziet dit boek als ‘het gebedenboek van Christus en Zijn gemeente’. In de psalmen wordt ook vóór ons gebeden. Hier put hij moed uit. In de gevangenis heeft Bonhoeffer een gedisciplineerde dagindeling. Hij staat vroeg op en begint de dag met strekoefeningen en meditatie. Grote betekenis hebben ook de Hernhutter dagteksten.

Dankbaarheid en hoop
Door zijn waardige houding wint hij de gunst van zijn medegevangenen en van een aantal bewakers. Na de moeilijke eerste tijd valt Bonhoeffer niet langer ten prooi aan wanhoop, maar is hij dankbaar voor wat het leven hem gebracht heeft. In de eerste maanden hoopt hij op een spoedig proces en op vrijspraak, omdat de werkelijke zaak (zijn aandeel in het politieke verzet) nog niet was ontdekt. Het centrum van Berlijn heeft al de eerste geallieerde bombardementen te verduren gekregen. Bonhoeffer houdt een jaar lang een intensieve correspondentie met Eberhard Bethge; de illegale briefwisseling is mogelijk door een aantal bevriende bewakers. Bethge zou later een biografie over Bonhoeffer schrijven.

Laatste en voorlaatste
Bonhoeffer denkt in deze briefwisseling hardop na over een radicale en noodzakelijke ‘omsmelting’ van de kerk in de tijd na de oorlog. Ook is hij onder de indruk van het Oude Testament, dat hij in gevangenschap verschillende keren doorleest. Hier ziet hij in hoe de roeping tot navolging trouw aan het aardse leven inhoudt. Het Nieuwe Testament biedt geen ‘laatste uitweg’ uit dit leven. Het is geen verlossingsmythe, zoals de opstanding ook niet de ‘oplossing’ voor het probleem van de dood is. Aan de weg van Israël en van Jezus Zelf leest hij af wat het betekent om het ‘voorlaatste’ niet op te geven, voordat het ‘laatste’ van kracht is geworden. Wij geloven in het laatste (Gods rechtvaardiging), maar leven in het voorlaatste (deze werkelijkheid).

Tijd zonder religie en de mondige mens
Met het failliet van de kerk voor ogen denkt Bonhoeffer in de gevangenis ook na over een tijd ‘zonder religie’. De mens is ‘mondig’ geworden en leeft praktisch zonder God in de wereld. Hiermee zal de kerk moeten leren rekenen. Alleen door gebed en het doen van het goede zal zij weer aan geloofwaardigheid kunnen winnen. Bonhoeffer geeft ook in de gevangenis het voorbeeld. Ook nu is hij onbaatzuchtig. Als hem de kans wordt geboden te ontsnappen, ziet hij hier op het laatste moment van af, om de zijnen buiten de gevangenis niet in gevaar te brengen.

Sterk belastend materiaal gevonden: sombere vooruitzichten
Somber zijn de vooruitzichten als Von Stauffenbergs aanslag op Hitler van 20 juli 1944 mislukt. Veel leden van het verzet worden opgepakt. Anderen worden standrechtelijk geëxecuteerd. Nu wordt er sterk belastend materiaal gevonden over Bonhoeffer. Bonhoeffer schrijft in deze weken twee gedichten over Jona en over Mozes’ dood en begrafenis.

Naar het zuiden vanwege de geallieerde opmars
Op 8 oktober 1944 wordt Bonhoeffer overgeplaatst naar de keldergevangenis van de Gestapo in Berlijn, dat onophoudelijk door de geallieerden wordt gebombardeerd. Dit was een zwaar bewaakte gevangeniscomplex. Op 7 februari 1945 wordt Bonhoeffer vanuit Berlijn, zonder dat iemand hierover ingelicht wordt, overgebracht naar het concentratiekamp Buchenwald. Eind maart wordt hij met een gevangenentransport nog verder zuidelijk vervoerd. Op zondag 8 april preekt Bonhoeffer op verzoek van zijn medegevangenen voor de laatste keer, in een schoolgebouw onderweg. De geallieerde opmars is al te horen. De bevrijding is aanstaande. Het einde van de nacht over Europa is nabij…

Hitler’s bevel betekent het einde
Na de dienst wordt Bonhoeffer door twee SS-ers opgehaald. Hitler had, diep onder de grond in zijn Berlijnse bunker, ten prooi aan paranoïde aanvallen en terwijl de Russen al aan de rand van een uitgebrand Berlijn stonden, het persoonlijke besluit genomen alle politieke tegenstanders die bij de poging tot omverwerping betrokken waren, te liquideren. Bonhoeffer: ‘Dit is het einde, voor mij het begin van het leven.’ In de vroege ochtend van maandag 9 april 1945 wordt Bonhoeffer, na een korte nachtelijke SS-rechtszitting in het washok van het concentratiekamp, samen met vijf andere leden van het verzet, door ophanging ter dood gebracht. Na de oorlog bevindt de familie zich nog lange tijd in onzekerheid. Er is sinds januari geen levensteken meer van Dietrich vernomen, maar ook geen bericht van zijn overlijden. Alleen tweelingzus Sabine, in Londen, weet in mei al van Dietrichts dood. Maar alle communicatiekanalen met Duitsland waren verwoest.

Tegengestelde reacties op Bonhoeffer
Controverse jaren 60
Het bij stukjes en beetjes bekend worden van Bonhoeffers werk en leven bracht een heftige controverse rondom zijn werkelijke bedoelingen. Volgens Hanfried Müller wendde Bonhoeffer zich radicaal van de kerk af en zei hij een ‘bourgeois christendom’ vaarwel. De theologie van Bonhoeffer was een theologie van de secularisatie. Bonhoeffer voorzag de ‘dood’ van de ‘metafysische God’ en zette de landing naar het humanisme in. Een tegenreactie kwam van zijn tweelingzus Sabine (boven). Zij meende dat haar broer ‘twee keer vermoord’ was: een keer door de nazi’s en een keer door de ‘god-is-dood’-theologie. De controverse in de jaren 60 werd, naast de tijdgeest en het ontbreken van gegevens, ook ingegeven door het ‘open einde’ van Bonhoeffers geschriften.

Belangstelling van Bonhoeffer door de jaren heen
In de jaren 50 vond zijn radicaal christelijke theologie met name in de Angelsaksische wereld gehoor. In de jaren 60 werd Bonhoeffer vooral populair bij de ‘god-is-dood’-theologie. In de jaren 70 worden er allerlei werkgezelschappen opgericht en wordt het zicht op Bonhoeffer, mede door de biografie van Bethge in 1967 aanzienlijk verdiept. In de jaren 80 is er vooral praktische aandacht voor Bonhoeffer en ook zijn spiritualiteit. In de jaren 90 werd Bonhoeffer vooral in evangelische en reformatorische kringen herontdekt: als radicaal en bevindelijk geloofsgetuige, kerkvader en theoloog.

Hoofdthema’s in Bonhoeffers theologie
– Het begrip ‘religie’
De oorlogservaring maakte hem kritisch op ‘religie’: een vorm van geloven en leven waarin Gods waarheid niet tot zijn recht komt door menselijke traagheid en verblinding. ‘Religie’ zoekt een uitweg uit dit leven, zonder besef van het geschenk en de opdracht ervan. ‘Religie’ is een algemeen godsgeloof, zonder besef van de verandering van de tijden en de mondigheid van de mens. ‘Religie’ past zich bij de heersende orde aan, zonder te beseffen dat deze wel eens tegen waarheid en recht kan ingaan.

– De kerk als gemeenschap
Toen Bonhoeffer in Rome was, kwam hij onder de indruk van de kerk als universele gemeenschap. Deze ervaring slot aan op zijn grote sociale belangstelling. Dit kan ook te maken hebben met de hechte familiekring waaruit hij voortkwam. De kerk als ‘Christus als Gemeinde existierend’. In de gemeente als Zijn lichaam is Christus nu op aarde en onder mensen. Voor Bonhoeffer is er feitelijk geen menselijk leven zonder medemenselijkheid. Feitelijk is de kerk, als Lichaam van Christus, één van de belangrijkste thema’s in zijn geschriften en zijn leven. Van huis uit niet opgevoed met de kerk. Zou Bonhoeffer zijn leven lang zich voor haar gemeenschap inzetten, ook toen het levensgevaarlijk werd. In de kapel van Finkenwalde stond de tekst ‘Één Heere, één geloof, één doop’. In de gevangenis zou hij het leven en de dienst van de gemeente radicaal gaan opvatten als ‘er voor anderen zijn’.

– Navolging
In het boek Navolging (1937) maakte hij onderscheid tussen ‘goedkope en kostbare genade’. Aan de Bergrede leest Bonhoeffer een nieuw, dynamisch kerkbegrip van navolging af, meer dan aan Paulus’ spreken over de kerk. Bonhoeffer verzet zich tegen een ‘duiden’ van de Schrift dat tot niets verplicht. Hij dacht sterk in de lijn van Luther, die ook in heel de Bijbel de ‘viva vox’ (levende stem) van Christus zocht en het ‘was Christum treibet’ (wat ons bij Christus brengt). Bonhoeffer zegt: wat Jezus zegt, willen wij horen. Door alle overwoekeringen zijn wij doof geworden voor Zijn stem. ‘Alleen de gehoorzame gelooft en alleen de gelovige gehoorzaamt’. Alleen wanneer geloof en gehoorzaamheid, rechtvaardiging en heiliging gelijk opgaan, is Gods genade niet goedkoop en geen ‘dumpgoed’. ‘Goedkope genade is de doodsvijand van onze kerken.’ Wij moeten opnieuw leren dat genade kostbaar is. De leer van Luther is door de lutherse orthodoxie op de kop gezet. Bij Luther sluiten genade en navolging elkaar nog in. Wij worden uit de wereld tot Jezus’ navolging geroepen en zullen in de wereld ons kruis leren dragen. Voltaire spotte over het feit dat God van vergeven Zijn beroep heeft gemaakt: ‘Dieu, pardonner çést son métier.’

– Broederschap
Bonhoeffer legt het accent op de gemeenschap van christenen. In Christus is de mondiale kerk een wereldwijde broederschap. Zij geeft in haar gemeenschap het voorbeeld van vrede en verdraagzaamheid onder de volken. Bonhoeffer wilde de afstandelijke sfeer van de universiteit doorbreken door verplichte momenten van ‘christian fellowship’ in te stellen, waarvan hij in de Angelsaksische traditie het voorbeeld gezien en geleerd had. Door de vaste dagorde, momenten van meditatie en gezamenlijke voorbede, verplichte wandelingen en het instellen van zwijgplicht (zo mocht men niet over iemand spreken in diens afwezigheid) probeerde Bonhoeffer het gemeenschapsleven vorm te geven en een eenheid te smeden van het seminarie. Hij wenste vanaf de eerste dag niet als ‘Herr Direktor’ maar als ‘Bruder Bonhoeffer’ aangesproken te worden. Christelijke gemeenschap is geen ideaal, maar goddelijke werkelijkheid. Karl Barth had zijn twijfels bij Bonhoeffers experimenten in het seminarie, vooral rondom de ingestelde biechtpraktijk. Bonhoeffer vond dat men ‘meer met Christus over de broeder, dan met de broeder over Christus’ moest spreken.

– Solidariteit
Ook dit thema begint bij zijn familie. Verder trok hij zich het lot van de zwarte bevolking in Amerika aan. Ook bekommerde hij zich over randjongeren aan wie hij catechisatie gaf. Zijn omgang met zijn studenten, zijn houding in de oecumene en zijn opkomen voor de joden zijn ook bewijzen van zijn solidariteit. De mogelijkheid van ontsnappen liet hij gaan. Bonhoeffer kwam steeds meer tot de conclusie dat de kerk zich meer om haar zelfbehoud dan om het recht van de zwakken en rechtelozen bekommerde. In de kring van het politieke verzet kwam Bonhoeffer juist mensen tegen, die geen christen waren maar wel bereid om hun leven te wagen.

– Verantwoordelijkheid
Dit tegen de achtergrond van de falende houding van het Duitse volk en van de kerk in Duitsland. Bonhoeffer ziet in zijn tijdsanalyse dat de macht van de één de domheid van de ander veronderstelt. Bonhoeffer werkt een ‘mandatenleer’ uit. Mandaten zijn voor hem de goddelijke instellingen in het leven, die terreinen van verantwoordelijkheid afbakenen. Bonhoeffer keert zich tegen een houding van compromis en tegen kortademig fanatisme. Bonhoeffer zegt dat het voorlaatste niet voortijdig mag worden opgegeven.

– Nieuwe ‘aristocratie’
In de oorlogstijd ziet hij de oude, gevestigde aristocratie met haar traditionele privileges falen en ondergaan. Hij spreekt over de geboorte van een nieuwe adellijke houding uit alle lagen van de bevolking. Zij is in tegenstelling tot de ‘oude’ aristocratie niet sociaal door bezit of geboorte bepaald, maar door wat in de oorlog werkelijk van waarde bleek. Vurig hoopte hij dat na de oorlog hun de leiding in handen gegeven zou worden, die in de oorlog het dichtst bij Jezus in Zijn lijden hadden gestaan, niet met de mond maar met de daad.

– Het Oude Testament en het aardse leven
In de gevangenis deed Bonhoeffer een herontdekking van het Oude Testament. In de Duitse kerken bestond in deze tijd nauwelijks aandacht voor het Oude Testament, het was joods-ondermaats. Bonhoeffer zegt dat, alleen wanneer men het leven en de aarde zó liefheeft, dat met haar alles verloren schijnt, men in de opstanding der doden en een nieuwe wereld mag geloven. Wie te snel en te direct nieuwtestamentische wil, is zijns inziens geen christen. De ethische consequenties van Bonhoeffers herontdekking van de eenheid van de Schrift zijn groot. Men mag het voorlaatste niet opgeven vóórdat het laatste is gekomen: het ‘diesseitige’ van het menselijk en christelijk leven. Hij wil niet tot zelfmedelijden vervallen, tot heimwee naar een ‘Jenseits’ (een andere wereld). Hoofdzaak is voor Bonhoeffer (anders dan Calvijn) niet de contemplatie van het eeuwige leven, maar de verantwoordelijkheid en liefde voor dit leven. Het Nieuwe Testament wil géén verlossingsreligie zijn.

– De ‘gatenvuller’
Bonhoeffer is gaan nadenken over de vraag hoe om te gaan met gevoelens van gemis en heimwee. Het is verkeerd te zeggen ‘God vult het gat op’. Daarmee bedoelt hij dat geloof geen redmiddel is om gemis en verdriet te ‘retoucheren’: God vult geen enkel gat op, maar leert ons de echte gemeenschap – onder smarten – bewaren. Echt geluk en echt verdriet (alles wat menselijk is) hebben beide hun plaats in het leven. God wordt ‘beter gediend’ in het volle leven dan aan de rand daarvan, waar het Bonhoeffer beter schijnt te zwijgen. Het is voor de mens niet gegeven voor het lijden weg te vluchten. Een belangrijk bijbelhoofdstuk is Prediker 3, over de tijden die onder de hemel gegeven zijn. Bonhoeffer zelf bidt tijdens bombardementen niet met medegevangenen. In plaats daarvan kijkt hij op zijn horloge en fluistert: ‘Het duurt hooguit nog tien minuten’. Hij wilde niet de angst van zijn lotgenoten gebruiken om te evangeliseren.

– De ‘deus ex machina’
Dit komt van de god in de Griekse tragedies, die als de dramatische handelingen hun hoogtepunt hadden bereikt, plotseling uit het niets, met behulp van mechanische technieken, op het toneel verscheen om ‘de verschijnselen te redden’. Zo’n God is de God van de Bijbel niet. Bonhoeffer wil zowel volledig verzet als volledige overgave. Wij moeten zowel vechten als met Christus waken in Getsemane. Dit is de paradox van het geloof: ten volle lijdzaam en ten volle waakzaam.

– Mondigheid
Met de positieve resultaten van techniek en wetenschap, die de wereld een ander aanzien hebben gegeven, moet de kerk volgens Bonhoeffer meegaan. Ook zij moet ‘seculariseren’ en niet vanuit een traditioneel religieus standpunt van de moderne ontwikkeling een ‘christelijk probleem’ maken. Dat is apologie van het slechtste soort, vindt hij. We moeten leren de wereld in har mondigheid te aanvaarden, in plaats van de moderne mens religieus afhankelijk te maken. Voor Bonhoeffer is de grootste verzoeking van de kerk een volwassen geworden wereld als kind te blijven behandelen. De tijd van de gebedsgenezer is verlopen ten gunste van de huisarts en de apotheek. Scherp ziet hij dat de kerk een hopeloos verouderd instituut zal zijn, wanneer zij in ‘religie’ volhardt en blijft denken in twee werelden. Met het begrip ‘autonomie’ bedoelt Bonhoeffer niet dat de mens nu ook in het middelpunt komt te staan. De Franse Revolutie, door Bonhoeffer bestempeld als de ‘val van Europa’ degradeerde de mens tot subject en maakte hem daarmee dodelijk eenzaam. Dit is niet de mondigheid die hij bedoelt.

– Niet-religieuze interpretatie
De erkenning van de mondigheid van de wereld in de moderne tijd brengt voor Bonhoeffer een hermeneutisch programma met zich mee. De bijbelverhalen moeten op een nieuwe manier worden geïnterpreteerd. Denkend aan de mondigheid van de wereld zegt hij alle kernbegrippen van het Nieuwe Testament opnieuw – a-religieus – te willen interpreteren. De mensen zullen niet meer religieus zijn in de post-constantijnse cultuursituatie. De mensen kunnen naar Bonhoeffers overtuiging, na de verschrikkingen van twee wereldoorlogen en door de voortgang van de wetenschap en techniek, niet meer religieus zijn. De theologische vraag moet dan ook luiden: hoe spreken wij over God zonder religie? Hoe spreken we over God zonder religie, als mensen die geheel en al tot deze wereld behoren? Bonhoeffer wil de bijbelverhalen niet langer individualistisch interpreteren. Volgens hem ‘zijn er nu eenmaal belangrijkere zaken dan het individuele zielenheil.’ In de Bijbel gaat het om de gerechtigheid en het rijk van God op aarde. Het gaat Bonhoeffer over de vraag wie Christus vandaag voor ons is. Zijn theologie wil toch volstrekt a-modieus zijn.

– ‘Arkandisziplin’ (geheimhouding)
De Bijbel is volgens Bonhoeffer gelaagd en gevarieerd. Hij verwijt Karl Barth zijn openbaringspositivisme. We moeten alles opnieuw ‘proeven’ om de openbaring niet te profaniseren in systematieken en christelijke dogmatiek. Bonhoeffer pleit voor een ‘Arkandisziplin’ waarmee de Vroege Kerk haar leven markeerde. Aan deze verborgen, spirituele en catechetische omgang met de heilsgeheimen koppelt Bonhoeffer zijn hermeneutische programma van een nieuwe, niet-religieuze interpretatie van de bijbelse begrippen. Liturgie en theologie roepen elkaar op. De geheimhouding is het punt in de tijd, waar het horizontale en verticale elkaar raken. Vanuit dit arkanum wil Bonhoeffer alle bekende begrippen (geloof, rechtvaardigheid, wedergeboorte, heiliging) nieuw – wereldlijk in plaats van religieus – interpreteren.

– Christus en de mondige wereld
Bij de bestudering van Bonhoeffers werk valt op dat hij eerst alles op de kaart van de kerk en de gehoorzaamheid lijkt te zetten, maar daarna op het leven en de wereld. Bonhoeffer is in de gevangenis echter geen humanist geworden, zoals wel eens gezegd is, al zoekt hij de grenzen ervan op, als theoloog. Bonhoeffer ontdekt in de gevangenis het volle leven. Dit volle leven mag niet religieus worden ingeperkt alsof christelijk leven in de tempering van de hartstocht bestaat. Het gaat Bonhoeffer om een weliswaar autonome, maar niet om een autarkische secularisering en humanisering.

– Macht in onmacht
In Christus ontmoeten wij God in Zijn lijden. Men kan alleen christen zijn en worden door ‘bij Jezus in Zijn lijden’ te zijn (Kierkegaard). Alleen wie zich met Jezus geheel in Gods armen werpt, zal de overmacht in zijn omacht ontdekken.

– Er voor anderen zijn: de kerk
Het heilige in het leven is…het meest nabije. Het richt ons op de ander, zoals Christus er voor anderen was, tot in de dood. Christus kennen is Christus leven, is er ‘als Christus’ voor elkaar en de ander zijn. Zelfbehoud is de doodsteek voor de kerk. Haar enige roeping in de wereld is ‘er voor anderen zijn’. Bonhoeffer zocht zijn heil niet in piëtistische richting. Het piëtisme noemt hij ‘een laatste redmiddel om het evangelisch christendom in een mondige wereld als religie te bewaren.’ Ook dit is voor hem kerk in de zelfverdediging. De vraag is niet, zegt hij tegenover de orthodoxie: Wat moet ik geloven? maar: Wat geloof ik werkelijk, zodat ik er met heel mijn bestaan aan hang? Belijdenis is niet een kwestie van woorden, maar van leven.

– ‘Etsi deus non daretur’
Bonhoeffer stelt nuchter vast dat menselijke relaties het belangrijkst zijn in het leven. Daarin met name laat God Zich door ons dienen. Al het andere staat dicht bij de hoogmoed. Bonhoeffer gebruikt de uitspraak van Hugo de Groot: ‘etsi deus non daretur’ (alsof er geen God bestaat). Wij moeten actief, niet alleen omdat het niet anders kan, ‘leven alsof God niet bestond.’ ‘Voor God en met God leven wij zonder God in de wereld.’

Gepubliceerd in december 2006