Een vreemdelinge in een vreemd land

n.a.v. Leonora R. Scholte, Een vreemdelinge in een vreemd land, Goes 1960

Inleiding
Denk eens in hoe het was toen Scholte en zijn groep in Iowa aankwamen: een eenzame, bijna onbewoonbare staat met zijn wuivende prairiegras, overvloedig wild en de nachten verontrust door huilende wolven, terwijl men overdag de Indianen zag rondzwerven, jagend op wild, om in de nacht hun kamp nabij de rivieren weer te betrekken.

Op een middag in augustus 1847 kwam een koets tot stilstand in Pella, een door Scholte gekocht grondgebied. In de koets zat een gezin van 5 personen: Hendrik Pieter (al snel: Henry Peter), 41 jaar oud, zijn jonge vrouw en drie kleine dochtertjes. Scholte, gekleed in een kort fluwelen jasje, korte broek, zijden kousen en lage schoenen met zilveren gespen. Zijn vrouw gekleed in de nieuwste mode uit Parijs.

Mevrouw Scholte, die alleen een luxueus leven gewend was, vroeg vertwijfeld af toen ze daar aankwamen: ‘O, dominie! Waar is Pella?’ Waarop Scholte antwoordt: ‘Kind, we zullen heel gauw een prachtig Pella gaan bouwen.’

Jeugd
Scholte werd op 25 september 1805 in Amsterdam geboren. Zijn ouders behoorden tot de Hersteld-Lutherse gemeente. In die hoedanigheid kenden ze Kohlbrugge ook goed. De jonge Scholte wordt als volgt getekend: ‘Vlug van begrip, helder van verstand met grote geestesgaven, zeer vatbaar voor indrukken, eerlijk, driftig, doorzettend, welgemaakt, innemend van voorkomen, geboren redenaar en gemakkelijk in de omgang met allerlei mensen.’ Hij ging letteren studeren. Ondertussen kwam hij in contact met Kohlbrugge, Da Costa, Bilderdijk en andere Reveilfiguren. Binnen korte tijd overleed zijn vader, moeder en broer. Nu was Scholte, 22 jaar oud, een serieuze en rijke jongeman, geheel vrij om zijn leven in te richten zoals hij dat wenste. Hij verkocht de fabriek van zijn vader en ging in 1829 theologie studeren in Leiden. Zijn maaltijden gebruikte hij in een historische herberg, waar hij allerlei studententypen ontmoette, debatterend over ernstige en gewichtige onderwerpen. Één van de onderwerpen dat het meest ter tafel kwam bij de theologische studenten, was de vraag of er mogelijkheid was kerk en staat te scheiden.

Toen de oorlog tegen België uitbrak, vertrok Scholte samen met zijn vrienden Brummelkamp en Van Velzen naar het strijdveld, hoewel hij vanwege zijn rijkdom zich er vanaf had kunnen kopen. Hierover schreef Da Costa een gedicht. De oorlog was van korte duur. De theologische studenten richtten een club op, die zij de ‘Scholte Club’ noemden. Ze discussieerden bijvoorbeeld over de vraag of het goed was dat de staat de kerk regeerde. In die tijd was alle kerkbezit eigendom van de Kroon. Scholte, een rijke jonge man, stond ook in de bres voor het recht der armen.

Predikant
Scholte trouwde in 1832 met Sara Maria Brandt uit Amsterdam. Hij werd in datzelfde jaar predikant in Doeveren, Gansoijen en Genderen. Scholte was een geliefd predikant en preekte uit het hoofd; hij weigerde gezangen te laten zingen en ook de beruchte avondmaalsvragen liet hij achterwege. Problemen kwamen er toen hij een reis maakte naar Ulrum, waar Hendrik de Cock was afgezet. Scholte was er de man niet naar alle kerkelijke instanties te doorworstelen en de kerk van binnen te reformeren. Hij nam met zijn gemeente onmiddellijk na zijn schorsing het besluit tot afscheiding. Als polemist was Scholte misschien wel de puntigste van al zijn geestverwanten. Door alles wat hij meemaakte, raakte hij ervan overtuigd dat elke kerk recht op vrijheid had.

Scholte: ‘We zijn wanhopig. Ik heb al zoveel maal boete moeten betalen en telkens weer ben ik gevangen gezet. We gaan er nu over denken om te zamen als kolonie ergens heen te gaan, waar we vrij zullen zijn om te preken en waar de armen boven deze armoede kunnen uitkomen en waar zij de kans krijgen om een eigen huis te bezitten, als ze slechts daarvoor willen werken.’ De mogelijkheden werden bekeken: Zuid-Amerika viel af vanwege de regering der rooms-katholieken, Oost-Indië viel af omdat de regering hen geen vrijheid van godsdienst en onderwijs kon beloven (vriend ds. O.G. Heldring had Scholte hier nog mee geholpen). De plannen tot emigratie hadden ook een andere reden: de bekrompenheid in de afgescheiden kring.

Crisis der jeugd
In de afgescheiden kerken ging niet alles zoals het zou moeten. Er kwam broedertwist. Zo werd Scholte zelfs geschorst en afgezet door de synode (van Amsterdam, 1840) die geleid werd door zijn oude vrienden. Toen op de synode een hooglopende woordentwist kwam, riep Ledeboer opeens uit: ‘Almachtige God, bekeer ons! Amen!’ Het probleem was dat Scholte het kerkverband zag als iets onnodigs en daarom als iets gevaarlijks voor de gemeente. Hij was een independentist. Dit werkte ook door in Amerika: daar wilde hij zich ook nergens bij aansluiten. Daarom bleef er niets van zijn gemeente over na zijn dood. Hij verkoos het liefst ouderlingen voor hun leven, en liet hen ook rustige preken. Maar Scholte kwam alleen te staan.

Op de volgende synode vinden we Scholte gewoon weer terug als lid! Geen van de geschorsten erkende de schorsing (zo ook J.A. Wormser, die na jarenlange strijd terugkeerde tot de Ned.Herv.Kerk). Scholte werd geschorst door de afgescheiden synode enkel en alleen om de kerkorde. Niet omdat hij iets tegen Gods Woord had gedaan. Dit krenkte hem. Scholte was independentist en had geen oog voor de grote waarde van het kerkverband. Daarom is er ook zo bitter weinig van kerkopbouw bij hem terecht gekomen. Zijn ‘Christelijke Kerk’ in Pella was en bleef een eenling.

Plannen tot emigratie
In mei 1946 repte Scholte voor het eerst over emigratie. In augustus van dat jaar werd de ‘Christelijke Vereeniging tot bevordering der Landverhuizing’ opgericht. Niet alleen kerkelijke moeiten speelden een rol, ook de armoede in Nederland als gevolg van de oorlog met België, de aardappelziekte, de bittere werkloosheid en de geldschaarste was een reden om te emigreren.

Er werd veel gespot met deze ‘landverhuizers’. Zo werden er spotgedichten en spotprenten gemaakt. Één van de spotprenten (‘Eene Kermisprent, waarop wordt voorgesteld het droevig relaas der miserien op eene reis van geestelijke landverhuizers naar Nieuw Luilekkerland’) spreekt over de toekomst wanneer men in Nederland collecte moet houden voor de ‘landverhuizers’ in Amerika. Nu, dit is niet uitgekomen; wel andersom! De Amerikanen hebben Nederland moeten bevrijden van de Duitsers in de Tweede Wereldoorlog!

Temidden van alle plannen stierf de vrouw van Scholte onverwachts. Scholte hertrouwde met de jonge Mareah Krantz uit Maastricht, opgegroeid in grote welvaart en zelfs twee jaar in Parijs een vrolijk leventje gehad. Ze kon heel goed zingen en was heel knap. Scholte’s prediking had grote invloed op haar en ze verliet haar wereldse levensstijl. Toen vroeg Scholte haar ten huwelijk. Het werd een huwelijk uit liefde. Slechts 2 van de 9 kinderen die ze heeft gekregen overleefden haar!

Vertrek Scholte
Scholte had de meeste van zijn bezittingen verkocht en zijn bibliotheek in kisten verpakt. Scholte bezat nu dus veel klinkende guldens. Men had 4 schepen geregeld. Scholte zelf besloot met zijn gezin eerst naar Engeland te gaan, waar hij een grotere boot zou nemen, die in kortere tijd de oceaan overstak. Zo zou hij eerder in Amerika aankomen en zoveel mogelijk voorzieningen treffen voor zijn groep kolonisten. Scholte’s vrouw Mareah had veel van zeeziekte te lijden, maar de oceaanreis verliep goed.

Vertrek van de anderen
Ook de andere afgescheiden landverhuizers scheepten in. Nog maar net was het land uit zicht of de vrouwen begonnen het schip schoon te maken: ze schrobden vloeren, zeemden ramen. Nooit was een boot zo schoon de oceaan overgestoken. Het scheepsvolk wist niet hoe ze het had met deze passagiers. Zij kwamen zo onder de indruk van het gedrag van deze nette, godsdienstige mensen, dat ze vaak kwamen luisteren als er gebeden of over de Bijbel gesproken werd.

Er gebeurden ook erge dingen: een moeder die twee dochtertjes zag sterven en die in zee moesten worden begraven…wat een intens verdriet!

Aankomst
In april 1847 kwam Scholte aan in Boston, en wat een ontvangst! Waar hij in Nederland in de gevangenis gegooid werd, werd hij hier als koning ontvangen. Hij ging van daar naar Albany, waar dr. Wijckhoff zijn kerkgebouw ter beschikking stelde, evenals vele gemeenten in de staat New York deden.

Blij met hun komst
Scholte was zeer verheugd toen hij merkte dat nergens sterke drank werd aangeboden of verkocht. Overal werd hij verzocht voor te gaan. Ook Mareah was geliefd: ze kon zo goed zingen. Zo gebeurde het dat, waar Scholte werd gevraagd te komen preken, ze erbij vroegen of z’n vrouw mee zou gaan. Scholte: ‘Gedurende ons verblijf in Albany vergeleken de kranten de komst van de Hollanders met die van de vrome Pelgrims uit vroeger tijd. Het verbijsterde mij te lezen op hoe grote waarde men ons achtte. De kranten schreven, dat wij een zegen voor het land waren, doordat wij het Evangelie verder westwaarts brachten. Ik ging een keer naar de Senaat, die juist bijeen was in Albany. Een van de Senatoren herkende mij en direct werd ik gevraagd tussen hen te komen zitten. Ik dacht, hoe groot is het verschil tussen hier en mijn eigen geliefde vaderland. Daar werd ik in de gevangenis gebracht en werd ik veracht. En hier noemt men mij een goede gave van onze God, gezonden voor het welzijn van het land.’

Aankomst van de anderen
In Baltimore kwamen de andere landverhuizers aan, na een wekenlange zeiltocht. Vijf dagen werden allen en alles geïnspecteerd en mochten dus de boot niet af, tot grote verontwaardiging van de kapitein van één van de boten, die zei: ‘Al wat ze gedurende de hele reis gedaan hebben is bidden en schrobben! Ze hadden eenvoudig geen tijd om ziek te zijn.’ De Hollanders waren verbaasd zoveel hoge gebouwen te zien. Ook de vele negers en de slavernij sloegen ze met verbazing gade.

Niet naar Michigan
In Albany kreeg Scholte een brief van Van Raalte met de aandrang zich in Michigan te vestigen. Maar Scholte zag daar niet veel heil in. Hij meende dat die streek te heuvelachtig en te dicht bebost was. Hij gaf de voorkeur aan de uitgestrekte prairies van Iowa. De Hollanders waren nu eenmaal gewend aan het vlakke land. Scholte vond de natuurschoon van de rijke, beboste heuvels van Michigan niet belangrijk. Iowa was in die tijd net tot de Unie toegelaten en daarom richtte Scholte zich doelbewust op deze staat.

Per trein en boot
Men begon nu het land verder binnen te trekken. Eerst per trein, waarbij ze zich alles behalve op hun gemak voelden vanwege de heuvels en bergen die de trein moest trotseren. Al gauw moest men overstappen op kanaalboten. Deze boten waren klein en erg vuil en bovendien zo vol passagiers dat men niet kon liggen slapen. Dit kon alleen als het schip aanlegde. Twee weken duurde deze vermoeiende reis. Toen men de Ohio-rivier bereikt had, wisten ze beslag te leggen op een boot waarop de condities veel beter waren, zodat de rest van de vaart tot St. Louis een pleziertocht werd.

De kranten van St. Louis hadden hun komst al gemeld en daarbij niet vergeten te schrijven dat de Hollanders ‘schatten’ meebrachten. De burgemeester kwam de nieuwkomers begroeten. Ze mochten gebruik maken van een groot gebouw. Helaas voor de Hollanders wisten ze nu dat ze rijk waren en de prijzen stegen dan ook. Er deden geruchten de ronde dat de Hollanders gouden staven bezaten. Het zondige amusementsleven van Amerika’s westelijke steden was en bleef de kolonisten vreemd. Het allerergste vonden ze de gewoonte van de vrouwen, genoeglijk bij hun deur een pijp te roken.

Pella
Scholte en zijn gezin verbleven in een luxe hotel. Scholte was steeds bezig met Pella, de door hem zo genoemde plaats waar ze zouden komen te wonen. Nog steeds waren er daar duizenden acres land te koop voor slechts één en een kwart dollar (1 acre is 4400 vierkante meter). Uiteindelijk kocht Scholte 18.000 acres land. Scholte en de zijnen haalden papier te voorschijn en binnen korte tijd was de plattegrond van de nieuw te bouwen stad Pella gereed. Pella was de plaats nabij Jeruzalem waar de eerste christenen heen vluchtten voordat Jeruzalem door de Romeinen met de grond werd gelijkgemaakt.

Naamgeving straten
De naamgeving van de straten was zo gebeurd: Columbusstraat, Washingtonstraat, Franklinstraat, Libertystraat, Unionstraat, Independencestraat en Vredestraat: genoemd naar grote mannen en hoge idealen. De brede hoofdstraten, de ‘avenues’, kregen de namen: Entrance, Inquiry, Perseverance, Reformation, Gratitude, Experience, Patience, Confidence, Expectation en Accomplishment.

Dorpsgewijze
Toen de kolonisten nog in St. Louis vertoefden, werden zij bezocht door een commissie van een stad uit Illinois, waar kortgeleden de Mormonen waren verdreven. De Hollanders werd aangeboden de gehele stad te kopen. Maar dit aanbod werd afgeslagen, want men wilde het ideaal verwezenlijken: ‘dorpsgewijze’ te gaan wonen!

Laatste meters
Er deed zich ook een beschamende gebeurtenis voor; toen ze in het plaatsje Keokuk waren, bedronk één van de kolonisten zich, viel en brak een been. Men trachtte hem het zondige van zijn gedrag te doen inzien, maar hij wilde niet toegeven, dat hij zich misgaan had. Daarom liet men hem in Keokuk achter. In Keokuk schaften de meeste kolonisten een vervoersmiddel voor de laatste mijlen van de tocht. De één kocht een paard en een kar, de ander kocht een span ossen om de bezittingen te vervoeren. Scholte huurde een koets. Het was geen gemakkelijke tocht. In de prairie werd hun weg vaak doorkruist door riviertjes en beekjes zonder bruggen. Gelukkig was het prachtig weer op deze tocht.

In Pella
Tegen de avond van de vijfde dag na Keokuk kwamen ze bij een kleine blokhut. Vlak daarbij stond en paal. Daarop stond geschreven: PELLA. ‘Maar dominie, waar is Pella?’ vroeg Mareah. ‘O kind, wij gaan een prachtig Pella bouwen!’ zei Scholte tegen zijn vrouw. Maar Mareah was er dagenlang kapot van. Was dit nu waar ze moest gaan wonen, zij die een luxueus leventje gewend was? Scholte werd voor het feit gesteld dat zijn vrouw absoluut ongeschikt was voor het pioniersleven. Scholte begreep dat hij nu altijd klaar moest zijn om haar te helpen. Aan de ene kant de blijdschap van Scholte eindelijk zijn levensdroom in vervulling te zien gaan, en anderzijds zijn huilende vrouw, die weer naar Nederland terugwil: wat een tegenstelling komt hier openbaar!

Vóór zijn vertrek uit St. Louis had Scholte aan enige Amerikanen opdracht gegeven voorlopig vijftig blokhuizen te bouwen. Toen de kolonisten aankwamen stond er nog geen enkel blokhuis. Gelukkig lag er wel het hout voor gereed, zodat de kolonisten zelf aan de slag konden.

Plaggenhutten, barre winter, Gold Rush
Vele kolonisten moesten beginnen met in een soort plaggenhutten te gaan wonen, holen in de grond uitgegraven met een strooien dak. Daarom werd Pella wel genoemd ‘Straw-town’ (strooienstad). Arm hadden ze het echter niet. De tweede winter vroor het een week lang 20 graden en lag er gedurende de hele winter een meter sneeuw. Men kwam dus voor toestanden te staan, die men in Nederland nooit gekend had. Toen in 1849 de gouddelvers naar Californië langskwamen, de ‘fourty-nines’, kwam er meer welvaart. Weken achtereen passeerden lange stoeten prairiewagens en andere voertuigen het dorp, omdat dit aan de hoofdroute naar het Westen was gelegen. Een enorme economische impuls voor Pella dus! De reizigers naar het Westen waren zo stellig ervan overtuigd dat ze goud zouden vinden dat op geen prijzen beknibbeld werd. Men betaalde een dollar voor alles, hetzij maïs of graan, hetzij eieren of aardappelen. Zo kregen de Hollanders geld in handen en zij haastten zich daarmee de gemaakte schulden af te betalen, want het was onder hen een heilige plicht een gemaakte schuld snel af te betalen.

Voorspoed
Het nieuws van de voorspoedige ontwikkeling van Pella, de uitnemende kwaliteit van het land en de vooruitgang in bezit van velen, drong door in Holland. Dit had tot gevolg, dat families uit de gegoede stand en van ontwikkeling er ook over gingen denken om naar de Nieuwe Wereld te komen, omdat daar voor hun kinderen een betere toekomst was weggelegd. De kolonie groeide: nieuwe ondernemingen werden op touw gezet. Pella begon geschiedenis te maken!

Nieuw huis voor Scholte
In april 1848 kwam het grote, nieuwe huis van de familie Scholte gereed. Het uitpakken van de kisten bracht echter teleurstellingen met zich mee: zo was het Delftse servies een ruïne van gebroken borden en schalen. Hiermee werd een schervenpad in de tuin aangelegd! Wonder boven wonder waren de boeken geheel ongeschonden overgekomen. Scholte liet een grote tuin aanleggen; er was immers genoeg ruimte. Er werden honderden bomen geplant en een hele wijngaard aangelegd. Ook veel paden en bloembedden.

Kerkelijk leven
In diezelfde tijd werd ook gebouwd aan de kerk. Vijf maanden na aankomst was die klaar. Het koste Scholte geen moeite de kerkdienst twee uur te laten duren. De vrouwen lieten onder de dienst in hun stoelenrij zilveren doosjes langs gaan, waarin pepermunten zaten, of men liet een ander zilverdoosje rondgaan, dat een sponsje, gedrenkt in eau de cologne bevatte. Dit was bedoeld als verweermiddel tegen slaperigheid. Het gold als onbeleefd indien men de pepermunt weigerde, of geen snufje van de eau de cologne nam. De mannen hadden een ander middel tegen slaperigheid. Zij gingen eenvoudig staan, net zo lang tot de slaap geweken was. Het gebeurde wel, dat op een moment meer dan tien mannen tegelijk stonden onder de preek. Men zong in de kerk alleen psalmen, begeleid door een voorzanger. De kerk had een flinke toren, waar met grote zwarte letters opstond: ‘In Deo Spes Nostra et Refugium’ (in God is onze hoop en toevlucht).

Hollandse gewoonten
Als iemand was overleden, kwam een man, een ‘aanzegger’ in actie. Hij deed zijn beste zwarte pak aan, hoed op en trok witte handschoenen aan. Van huis tot huis klopte hij op de deur, deelde op plechtige toon me dat die en die was overleden op de leeftijd van zoveel jaar. Hij ging nergens naar binnen. Direct na het overlijden werd de doodsklok zes keer geslagen. Na de rouwdienst, als de stoet op weg ging naar het kerkhof, liet diezelfde doodsklok de leeftijd van de overledene weten.

Inzinking en opwekking
In het geestelijk leven kwam eerst een inzinking. Scholte zag dat het godsdienstig leven ‘in den dagelijkschen wandel niet openbaar wordt’, al is de kerkgang nog goed. Maar er kwam al spoedig een soort opwekking: de doorwerking van Gods genade werd kenbaar.

Alleskunner
Het gaat mis tussen Scholte en zijn gemeente. Het volgende maakt dit duidelijk. Scholte hield zich met veel dingen bezig: Alles wat maar met de stad Pella te maken had, droeg hij een warm hart toe. Zo was hij herenboer, eigenaar van zaagmolens, steengroeven en kalkovens, landagent, bankier, notaris, advocaat, uitgever en eigenaar en redacteur van een weekblad/krant: ‘De Pella Gazette’. Hij schreef alle hoofdartikelen en besliste in de krant de vraagstukken voor stad en land. Ook werd hij schoolopziener en postmeester. Hij bezat ook een agentuur voor een levensverzekeringsmaatschappij, waar niet iedereen het mee eens was, omdat er velen tegen verzekeringen waren. Maar Scholte zette het toelaatbare van verzekeringen uiteen in zijn blad.

Mareah, Scholte’s vrouw
Scholte preekte elke zondag twee keer. In de week bestudeerde hij de wetten, schreef brochures over geestelijke zaken en gaf hoofdartikelen voor het weekblad. Met heel zijn hart volgde hij het leven in de stad en gaf ook zijn aandacht aan de politiek. Hij betoonde zich in alles de geboren pionier. Hoe anders was het leven van zijn vrouw Mareah! Zij leidde een onbekommerd leventje en liet zich weinig buitenshuis zien. Ze volgde elke nieuwe mode, zoals de hoepelrokken (zij had de meest omvangrijke van heel Pella). Ze kreeg altijd haar ontbijt aan bed en daarna was ze tot het middaguur bezig om zo mooi mogelijk voor de dag te komen. Men kon niet begrijpen dat ze zo mooi kon zijn zonder make-up te gebruiken.

Echter…er kwam een delegatie ouderlingen op bezoek. Na veel kuchen en keel schrapen zeiden ze: ‘Wij menen dat het niet juist is dat een bedienaar van het Goddelijk woord zulk een smaakvol geklede en mooie vrouw heeft als Mrs. Scholte is.’ Scholte glimlachte en zei: ‘Broeders, ik ben werkelijk diep bewogen door de zorgen getoond over het wel en wee van de ziel van uw dominee. Maar nu moet ge me alstublieft ook verder helpen met uw raad. Wat moet ik nu met mijn vrouw doen? Zal ik haar vergiftigen of haar verdrinken?’ Zwijgend gingen de mannenbroeders weg…

In die dagen was veler mening, dat het leven van godsdienstige mensen saai behoorde te zijn. Zo dacht Mareah er niet over. Zij genoot van de preken van haar man en het was haar grootste vreugde als hij zegen oogstte.

Theologische Hogeschool van de Baptisten
Groot was de vreugde van Scholte toen de Baptisten Pella uitkozen om daar een Theologische Hogeschool te stichten. Het afwijzen van andere gelovigen lag niet in zijn lijn. Daarom sympathiseerde hij met de Hogeschool en gaf zijn volle medewerking daaraan. Ook hielp hij de Hogeschool door de kwade tijden heen. Hij werd eerste voorzitter van het bestuur!

Twee kwesties
De problemen met zijn gemeente vonden hun climax in de kwestie rondom de koopsom van de landerijen die Scholte uit eigen middelen had betaald. Scholte’s goede bedoelingen werden niet gezien en uiteindelijk werd hij tijdelijk gecensureerd. Het wantrouwen bleef. In 1854 brak er een nieuwe twist uit rondom de nieuwe kerkbouw, die Scholte op een rustigere plek wilde neerzetten dan in het centrum.

Aansluiten?
Bovendien wilden sommigen dat hun gemeente zich aansloot bij de Dutch Reformed Church. Maar Scholte had al zoveel ellende meegemaakt in het kerkelijk leven, dat hij geheel vrij wenste te blijven. Na veel gebed en verdriet besloot hij te blijven als hij nu was. Dit bracht hem veel droefheid, want velen van degenen die hij uit het oude vaderland naar Pella had geleid en die jaren trouwe kerkleden waren geweest, verlieten nu zijn gemeente.

Scholte maakte de kerk tot de zaak van één mens en zo’n beweging houdt zelden stand. Als de leider sterft, worden de volgelingen verstrooid.


Scholte-kerkje
Veel gemeenteleden bleven Scholte trouw toen hij in een schuur begon te prediken. Hij zal wel nooit vermoed hebben dat dit hem in Amerika ook zou overkomen. In 1855 liet Scholte uit eigen middelen een nieuwe kerk bouwen, waarin hij tot zijn dood bleef preken.

Scholte’s kerkopvattingen werden ook duidelijk: elke rustdag hield men avondmaal, alleen ’s middags preekte Scholte (zeer lang) met lange toepassingen. ’s Morgens gingen ouderlingen voor. Scholte legde sterke nadruk op het ambt aller gelovigen. Opvallend is dat er geen catechisatie was. Ook christelijke scholen werden niet opgericht; het bleef bij de publieke scholen, waar hij wel opziener over werd. Ook hield Scholte zich niet bezig met zending. Hij klaagde aan het einde van zijn leven over het weinige kerkbezoek: ‘Zijn mijn preken dan zoveel minder dan vroeger?’ Het was pijnlijk voor hem dat hij in de diensten menig bekend gezicht ging missen.

Politiek
Scholte ging zich ook met de politiek bezighouden! In die dagen waren er net als nu twee grote politieke partijen in Amerika: Democraten en Republikeinen. Eerst was Scholte independent, maar later werd hij vurig democraat. Ook schijnt hij tegen de afschaffing van de slavernij geweest te zijn. Maar later is hij helemaal veranderd en werd een beste vriend van de toenmalige president Abraham Lincoln, die tegenwoordig door historici wordt gezien als beste Amerikaanse president ooit. Over Scholte’s politieke bezigheden werd een gedicht gemaakt:

Heeft Ds. H.P. Scholte den preekstoel verlaten
Om over democraten te praten?
In plaats van zielen voor Jezus te winnen
Den tijd aan slavernij te verspillen?

Uncle Tom’s Cabin
In de dagen vóór de Burgeroorlog, toen de verhalen de ronde deden over een mogelijke oorlog, verscheen ‘De Negerhut van Oom Tom’ als vervolgverhaal in een maandelijks tijdschrift (de Scholte’s lazen veel tijdschriften), vaak hardop voorgelezen in huize Scholte. Scholte zelf publiceerde heel wat artikelen over de slavernij en die werden gebundeld en als boek uitgegeven. Dit werk trok grote belangstelling in heel de wijde omtrek. Mede hierdoor werd Scholte ook bekend in politieke kringen.

Republikein
De verhouding met zijn gemeente werd erger toen hij Republikein werd. Deze verandering vond plaats in de zomer van 1859, toen hij afgevaardigd werd naar de Democratische conventie van Iowa in Des Moines. Op diezelfde tijd waren de Republikeinen daar ook bijeen en enkele Republikeinen nodigden Scholte uit bij hun te komen (Scholte was inmiddels een bekend persoon geworden). Van die tijd af werd Scholte Republikein. Als zodanig nam hij als afgevaardigde ook deel aan de nationale conventie van de Republikeinen in 1860 die Abraham Lincoln kandidaat stelde voor het presidentschap. Als blijk van waardering voor de bewezen diensten werd Scholte later door Lincoln voorgesteld als gezant van de Verenigde Staten in Oostenrijk!

Lincoln
Eerst was Scholte niet van plan op Lincoln te stemmen, maar toen hij veel over hem gehoord had, kwam hij tot de overtuiging dat hij de juiste man voor het presidentschap zou zijn. Toen begon hij de andere afgevaardigden te bewerken ook op Lincoln te gaan stemmen. En Lincoln werd uiteindelijk kandidaat gesteld. Scholte ontmoette Lincoln ook persoonlijk. Lincoln nodigde hem uit naar Washington te komen als hij gekozen zou worden. Dit deed Scholte dan ook, op het moment dat het land zich op het randje van de oorlog bevond.

Burgeroorlog
Toen Fort Sumter onder vuur werd genomen door het Zuiden, brak de oorlog uit. Jonge mannen gaven zich op als vrijwilliger. Zo ook velen uit Pella: ze hadden Amerika lief gekregen. Scholte beloofde al deze mannen bij terugkomst een perceel bouwgrond waarop een huis kon worden gezet.

‘Harper’s Weekly’ bracht elke week het leven op het oorlogsveld in beeld bij de Scholte’s in huis. Als er weer eens een nieuw oorlogsliedje was gepubliceerd, werd dit door Mareah gezongen. Scholte maakte heel wat reizen naar St. Louis, waar de soldaten gekampeerd waren, om te zien hoe er voor hen gezorgd werd en zich te belasten met hun soldij. En er waren veel andere dingen die hij voor hen deed.

Na 4 jaar was de oorlog eindelijk voorbij en Lincoln was herkozen. Op een dag in april 1865 vloog als een bliksemstraal het schokkende bericht Pella binnen: ‘Lincoln is vermoord!’ Toen Scholte dit hoorde viel hij flauw. Op de donderdag daarna hield hij een rouwdienst in zijn kerk naar aanleiding van Lincolns overlijden.

Gezant in Oostenrijk?
Aan het eind van de oorlog kreeg Scholte een brief van president Lincoln: of hij gezant voor Amerika in Oostenrijk zou willen worden. Maar in diezelfde tijd werd er in de Senaat een wet aangenomen die verbood dat iemand die niet op Amerikaanse bodem was geboren gezant zou kunnen worden. Dit gaf Scholte een gevoel van opluchting, maar Mareah was teleurgesteld: zij zag wel wat in zo’n luxueus leven.

Goed bericht uit Nederland
Er kwam een predikant uit Nederland bij Scholte op bezoek met een boodschap van de koning: ‘De Koning erkent, zeer tot zijn leedwezen, dat gij en uw kolonie in uw eigen vaderland door mijn voorgangers slecht behandeld zijt geworden. Maar nu schrijf ik u, dat ge moet terugkeren.’ Van dat laatste was natuurlijk geen sprake. Maar tot het laatst toe heeft Scholte zijn vaderland liefgehad.

Sterven
In de zomer van 1868 werd hij ziek en op de warme namiddag van 25 augustus stierf hij, 21 jaar na zijn komst in de Pella. Bij zijn heengaan zong hij: ‘Gelooft zij God met diepst ontzag…’ Zijn lijfspreuk was ‘In Deo Spes Nostra et Refugium’ (in God is onze hoop en toevlucht). Scholte werd 62 jaar.

Hoe verging het Scholte’s vrouw?
Mareah hertrouwde met Robert Beard, zij 49 en hij 24! De oude gemeente was verstrooid. Daarom sloot zij zich aan bij de Darbisten, waarvan haar tweede man lid was. Ook haar twee zoons volgden dit voorbeeld. In 1892, nadat ze 20 jaar getrouwd was met Robert Beard, stierf ze. Bij haar sterven zei ze: ‘Ik sterf als een vreemdelinge in een vreemd land’. Ze werd 70 jaar oud.

Overige
– Scholte onderhield correspondentie met onder andere Groen van Prinsterer.
– Scholte dacht dat hij in de nieuwe wereld een nieuw Nederland kon stichten en zij alles op Nederlandse voet konden blijven voortzetten, zoals de prediking in het Nederlands.
– De emigranten waren over het algemeen niet arm; toen ze alles verkocht hadden en naar Amerika vertrokken, waren ze behoorlijk rijk.
– Ook ds. A.C. van Raalte maakte plannen naar Amerika te emigreren. Echter, hij en Scholte zouden naar verschillende delen vertrekken, en ook in Amerika zouden ze met elkaar overhoop komen te liggen.
– J.A. Wormser schreef aan Groen van Prinsterer: ‘Men schat het aantal personen dat besloten heeft naar Amerika over te steken op 6000. Onze positie in Amsterdam zal met nieuwe moeilijkheden vermeerderd worden.’
– De relatie met de Indianen was goed; zo vroeg een Indianenvrouw met veel gebaren aan een pioniersvrouw, die voor haar man een overhemd zat te naaien, of zij net zo’n mooie overhemd voor háár man wilde naaien. Als een Indianenvrouw op een blank kind paste, raakte ze het niet aan, want dat was immers het kind van een blanke!
– Het geloofsleven van de kolonisten was karakteristiek: dagelijks, telkens na elke maaltijd lazen ze uit de Bijbel en dankten God, ook in de dagen dat elke minuut kostbaar was voor het werk.
– Scholte hield zich ook bezig met de vragen rondom de wederkomst van Christus.
– Scholte zou nooit berouw krijgen over de Afscheiding van 1834.

Gepubliceerd in november 2006