Eichmann

n.a.v. David Cesarani, Eichmann. De definitieve biografie, Antwerpen 2005

Inleiding
Nooit van gehoord…
Adolf Eichmann is een icoon van de 20e eeuw. De veelgebruikte officiële foto van de glimlachende, op een filmster lijkende jonge SS-officier staat naast het even bekende beeld van Eichmann bij het proces in Jeruzalem in 1961. De dader werd door zijn vroegere slachtoffers berecht. Zijn vroegere prooi was zo fatsoenlijk hem de kans te geven zijn verhaal te doen en daarmee vertegenwoordigde ze de menselijke waardigheid die Eichmann met voeten trad. Samen met Hitler, Himmler en Heydrich is hij het gezicht van de door de nazi’s gepleegde massamoorden. Nadat het Derde Rijk was gevallen was Eichmann echter vrijwel onbekend bij de geallieerden. Simon Wiesenthal had ook nooit van hem gehoord. In 1950 zag hij kans Europa te ontvluchten en in Argentinië een nieuw leven op te bouwen. Eichmanns carrière was die van een Duitse beambte die volledig in zijn werk opging zonder daar iets voor terug te krijgen. Aan het einde van de jaren 50 was Eichmann halfvergeten. Toen hij in Buenos Aires gezien werd, moest Israël naarstig op zoek naar informatie over zijn persoon. De sensatie die na zijn arrestatie in mei 1960 losbarstte was ongekend. Tientallen boeken verschenen er in korte tijd. Men portretteerde hem als ‘buitenbeentje’ en een mislukkeling. Biografen ontdekten allerlei kronkels, perversiteiten en sadistische wreedheden in Eichmanns karakter. Ze droegen het populaire beeld uit van nazi-misdadigers als gecorrumpeerde criminelen die voortkwam uit de psychologische theorieën over fascisme en nazisme. Er ontstond een gemythologiseerd beeld van Eichmann.

Verschillende interpretaties
De aanklager in Jeruzalem, Gideon Hausner, beschuldigde Eichmann dat hij ‘de verantwoordelijke voor de uitroeiing van het Joodse volk’ was. Eichmann was in wezen een bureaucraat, die ‘het bloederige werk vanachter zijn bureau deed’. Hij was een ‘satanische persoonlijkheid’. Eichmann vond dat hij een passieloze organisator was, een radertje in een enorm mechanisme. Hij was niet gedreven door ideologie, was niet bijzonder antisemitisch, en zijn ijver was slechts gericht op het dienen van een totalitair regime. Eichmann was verschrikkelijk en beangstigend normaal. Van 1965 tot 1985 werd de holocaust gezien als het hoogtepunt van moderne bureaucratie, in plaats van een terugval tot barbarisme. Het nazistische Duitsland werd gekarakteriseerd als een supergecentraliseerde moderne en hiërarchische staat waarin macht en autoriteit van boven naar beneden vloeiden en beambten het lot van miljoen bepaalden. Tegenwoordig wordt algemeen aangenomen dat Hitler niet vanaf de Tweede Wereldoorlog plannen had voor een voor heel Europa geldende ‘Endlösung (oplossing) van het Joodse vraagstuk’. Niet eerder dan begin of midden 1942 kreeg de massamoord vaste vorm. Nazi-Duitsland was een staat die angstwekkend efficiënte overheidsinstellingen combineerde met een slecht functionerende overheid.

Van emigratie naar deportatie
Eichmann kreeg zijn opvoeding in Duitsland en vervolgens in Oostenrijk. Zijn ouders waren vooraanstaande leden van de kleine protestantse gemeenschap in Linz, Oostenrijk. Dat Eichmann maatschappelijk en politiek gevormd was binnen een protestants Duits-nationalistisch recht milieu en zich bij een rechtse burgerbeweging aansloot, was allesbehalve ongewoon. Hij werd pas lid van de NSDAP na haar electorale doorbraak. Eichmann werkte voor Joden, had tot 1933 Joodse sociale contacten en had via zijn stiefmoeder familiebanden met Weense Joden. Het is dus onwaarschijnlijk dat hij zich uit haat jegens de Joden bij de SS aansloot. Eichmann werd uiteindelijk emigratiedeskundige. Hij reisde in 1937 naar het Midden-Oosten om de mogelijkheid van Joodse emigratie te onderzoeken. In deze fase van zijn leven combineerde hij een relatief welwillende kijk op het zionisme met een traditioneel antisemitisch wereldbeeld. In maart 1938, na de Duitse annexatie van Oostenrijk, kreeg Eichmann een aanstelling op het Weense hoofdkwartier van de SD, waar hij verantwoordelijk was voor een dramatische versnelling van de Joodse emigratie. Zijn meerderen in Berlijn waren vol lof over hem en zijn methoden werden later overgenomen als model voor andere gebieden. Tussen december 1939 en maart 1941 kreeg Eichmann een leidende rol in de onmenselijke verdrijving van meer dan 500.000 Polen en Joden. Het was deze ervaring die hem veranderde van een deskundige in vrijwillige en gedwongen emigratie in een deskundige in massale deportatie.

Eichmann zag het (eerst met afschuw) met eigen ogen
Eichmann ontwierp plannen om vier miljoen Europese Joden naar Madagaskar te deporteren. Dit was een in alle opzichten wreed plan, dat tot een massale sterfte onder de gedeporteerden zou hebben geleid. Eichmann zag zichzelf in die tijd zeker niet als een Jodenmoordenaar. Hij werkte het hele jaar 1940 samen met zionistische groeperingen en Joodse mensensmokkelaars die heimelijk Joden naar Palestina zonden. Toen Hitler besloot het territorium van de Sovjet-Unie binnen te vallen, richtten alle ogen zich op de lege vlakten van Siberië. De mobiele moordeenheden van de SS, bekend als de Einsatzgruppen, executeerden massaal Russische Joden. Eichmann was zelf getuige bij één van die slachtingen en meende dat het onmogelijk was op deze wijze grote aantallen Joden te elimineren. Er werden gaswagens in bedrijf gezet, wat Eichmann met eigen ogen zag. Eichmann was vol afschuw over wat hij op de executieplaatsen had gezien. Deze cruciale fase in zijn leven en carrière veronderstelt dat Eichmann, zoals zo veel daders, geen ‘geboren moordenaar’ was. Eichmann moest nog leren wat het betekende om een génocidaire te zijn en er vervolgens kiezen er één te worden.

Wannsee-conferentie als keerpunt
Er is een mythe dat Eichmann gedachteloos bevelen opvolgde. In 1960 werd het Derde Rijk gezien als een totalitaire staat onder het juk van een dictator met absolute macht. Pas in de jaren 70 kwam men erachter dat nazi-Duitsland niet zozeer een totalitaire monoliet was, maar een wirwar van rivaliserende partij- en staatsinstellingen waarover Hitler op een grillige manier de leiding had. Stanley Milgram stelde vast dat normale mensen op bevel van gezagsdragers tot alles in staat zijn. Tijdens de Wannsee-conferentie in januari 1942 werd besloten van alle plaatselijke uitroeiingen één monsterlijke onderneming te maken en werd aangekondigd dat Europa van oost tot west op Joden zou worden ‘uitgekamd’. Eichmann hielp de conferentie organiseren en maakte de notulen. Eichmann slaagde erin het transport van miljoenen mensen naar de dodenkampen te organiseren. Hij had zijn hoofdkwartier op het adres Kurfürstenstrasse 116 in het chique westelijke deel van het centrum van Berlijn. Niets in Eichmanns carrière was zo schokkend en had zo’n macaber karakter als de gebeurtenissen in Hongarije in 1944. 437.000 van de 750.000 Joden werden naar Auschwitz-Birkenau gedeporteerd, waarvan driekwart direct werd vermoord. De Hongaarse episode is het hoogtepunt van Eichmanns weerzinwekkende verrichtingen.

Eichmann koos, na aarzeling, bewust voor genocide
Terwijl het Derde Rijk rondom hem ten onder ging, werd hij van zijn macht beroofd en zelfs door zijn voormalige kameraden als een paria behandeld. Eichmann ontsnapte aan de ondergang en dook onder. In 1950 wist hij Argentinië te bereiken. De Argentijnse regering onder Juan Perón en het Vaticaan werkten mee aan de ‘rattenroute’ naar Zuid-Amerika, waardoor nazi-oorlogsmisdadigers een veilig heenkomen vonden. Eichmann genoot bijna een decennium een probleemloos leven in Argentinië. Noch de Joden, noch de Israëliërs hebben Eichmann gevonden. Het was een Duitser, Fritz Bauer, die in 1957 Eichmann op het spoor kwam. Zijn eigen volksgenoten, Duitsers dus, waren verantwoordelijk voor zijn ontdekking. De Mossad kwam hem alleen maar ‘ophalen’. Ben-Goerion gaf opdracht tot de gevangenneming van Eichmann met de bedoeling het proces te gebruiken om de wereld te onderrichten over het Joodse lijden en de bestaansgrond van de staat Israël. Veel van de grootste misvattingen over Eichmann zijn voortgekomen uit zijn proces. Alle rechters waren in Duitsland geboren Joden. Er zijn meer speelfilms en documentaires gemaakt over ‘de man in de glazen cel’ dan welke andere nazi ook. Hoe graag we Eichmann ook als een psychopathisch, van ons afwijkend mens willen zien, hij was het niet. Steeds weer waren er autoritaire mannen die zich met hem bemoeiden en hem in een bepaalde richting duwden: zijn vader, Mildenstein, Heydrich en Müller. Eichmann was niet krankzinnig, noch was hij een robotachtige uitvoerder van bevelen. Hij werd opgeleid voor genocide en koos ervoor hetgeen hij had geleerd in de praktijk te brengen.

Kindertijd, jeugd en carrière (1906-1933)
Afkomst
‘Ik wil alleen maar zeggen dat ik thuis geen haat jegens Joden koesterde, de opvoeding door mijn vader en moeder was streng christelijk’, zo zei Eichmann in 1960. Hij had ook een Joods vriendje waar hij veel mee speelde als klein jongetje. Het was een tijd lang gangbaar om Eichmann af te schilderen als een monster waarvan de misdadige aard in zijn prille jeugd wortel had geschoten. Volgens deze mening trok het fascisme een bepaald type mens aan dat leed aan onderdrukte seksualiteit en gevoelens van onvermogen. Er bestond zoiets als ‘de nazi-persoonlijkheid’. Eichmann zou dus een afwijkende persoonlijkheid moeten hebben. Eichmann werd op 19 maart 1906 geboren in Solingen, een industriestad in het Rijnland. Hij had een normale kindertijd (ook al is er een mythe ontstaan dat dit niet zo was). Zijn vader, Adolf Karl, was boekhouder. In 1913 verhuisde het gezin naar Linz (Oostenrijk). Adolf Karl was een schoolvoorbeeld van de opkomende beroepsoefenaar uit de middenklasse in de Duitssprekende landen die zich op zoek naar een verbetering van de maatschappelijke positie gemakkelijk tussen het Duitse en Oostenrijkse keizerrijk bewoog. De Eichmanns waren overtuigde protestanten, terwijl Linz een katholieke stad was van zo’n 100.000 inwoners. In 1916 overleed moeder Maria. Adolf Karl was ouderling in de Evangelische Kerk, en het was tijdens een kerkdienst dat hij zijn tweede vrouw ontmoette. Eichmanns stiefmoeder was een toegewijde protestant. Ze was een ‘ijverige en zeer gewetensvolle’ vrouw, die het gezin streng bestuurde. Elke ochtend las zijn stiefmoeder uit de Bijbel voor waarbij ze de kerkelijke kalender volgde. Eichmann nam aan deze activiteiten deel, maar had meer aandacht voor de passages over oorlogen en veldslagen dan voor de theologische of ethische inhoud.

Succesvolle en gewone jongeman
De jonge Eichmann was niet bijzonder eenzaam of ongeliefd, zoals wel beweerd wordt. Hij was een voortreffelijke violist, deed aan schermen en volgde vechtsportlessen. Hij werd toegelaten tot het Genootschap van Christelijke Jongemannen en ging elke zondag, na met het gezin de kerk te hebben bezocht, naar de bijeenkomst. Eichmann behaalde slechte schoolresultaten. Hij volgde een vakschool: de Hogeschool voor Elektrotechniek, Werktuigbouwkunde en Bouwkunde. Zijn vader had als ondernemer veel veerkracht: hij verloor twee keer zijn vermogen, maar kwam er altijd bovenop. Eichmann junior werkte een aantal maanden in de mijnbouw, daarna hielp zijn vader hem aan een baan als rondreizend vertegenwoordiger voor de Vacuum Oil Company. Hij leerde hier de kunst van leveranties plannen: de producten op het juiste moment en in de juiste hoeveelheid van leverancier naar klant brengen. Eichmann was altijd zeer punctueel waar het de bureaucratische aspecten van werk betrof. Ook genoot hij een bloeiend uitgaansleven. Hij was zeker niet de eenzame, onbeholpen buitenstaander. Hij sprak zelf van een ‘geweldige, onbekommerde jeugd’. Als geoefend ruiter bracht hij uren op het platteland door.

Waarom werd hij lid van de NSDAP?
In 1930, op z’n 24e, verloofde Eichmann zich. Hun relatie zou ondenkbaar geweest zijn als Eichmann een werkeloze zwerver zou zijn of zijn vader een straatarme verschoppeling, zoals de mythes wil beweren. Eichmann kreeg een promotie van zijn geliefde Mühlviertel naar het drukke Salzburg. Dus toen hij zich bij de nazi-partij aansloot was dat niet omdat hij ‘over straat zwierf’. Eichmann ging er prat op dat hij zich zelfs kon permitteren zijn SS-uniform op maat te laten maken. ‘Ik was één van de weinigen die werk hadden en goed inkomen’. Er bestaat geen enkel verband tussen de plotselinge beëindiging van zijn werk bij de Vaccum Oil Compagny en zijn aansluiting bij het rechts politiek activisme. Het kwam doordat er door de economische crisis bezuinigd moest worden op het personeel, en het was de gewoonte om ongehuwd personeel eerst af te laten vloeien. Velen hebben zich afgevraagd waarom Eichmann nationaal-socialist (nazi) werd. ‘Thuis werd nooit over politiek gesproken’. De Eichmanns waren calvinisten, onderdeel van een kleine geloofsgemeenschap die in Oostenrijk in de minderheid was. Oostenrijkse protestanten identificeerden zich met Duitsland. Ergens in de jaren 30 volgde vader Eichmann zijn zoon in de nazi-partij. Er bestond een dynamische interactie tussen vader en zoon. Eichmann groeide op in een protestants, Duits-Oostenrijks nationalistisch milieu waarin sociale banden, zakelijke deals en rechtse politiek probleemloos verstrengeld waren.

Volk, Heimat, Bloed en Bodem
Eichmann had het platteland lief en idealiseerde het landleven. Duitse nationalisten lokaliseerden het ware karakter en het biologisch reservoir van het Duitse Volk onder de boerenbevolking en kende het ‘Duitse landschap’ een mystieke betekenis toe. Bloed en bodem waren onlosmakelijk verbonden. Het ging om een zuiver Duits Volk en een onverdorven Heimat, vaderland. Eichmann probeerde zich later te beschermen tegen de beschuldiging dat hij altijd al een nazi was geweest. Het is een vergissing te denken dat iemand om een fanatieke nazi te worden zo geboren moest zijn of zelfs grootgebracht. Onder het vernederende verdrag van Versailles had Oostenrijk grote delen van het land verloren en driekwart van zijn Duitssprekende bevolking leefde als minderheid in de landen die op het geruïneerde rijk waren veroverd. In 1929 kwam het werkloosheidscijfer in Oostenrijk op 12 procent. Het was op dat moment dat Eichmann zich bij de nazi’s aansloot. Wel zegt hij: ‘In onze kringen was het gebruikelijk te zeggen dat de NSDAP uit idioten en nietsnutten bestond’. Toen zijn verloofde een colonne bruinhemden zag noemde zij hen ‘idioten’. Eichmann antwoordde: ‘Deze idioten kennen orde en discipline en ze marcheren goed’. Niet lang daarna werd de verloving verbroken…

Eichmann wordt nazi
Eichmann raakte steeds meer onder de indruk van de nazi’s. De Völkische Beobachter, in München door Alfred Rosenberg uitgegeven, was één van de belangrijkste kranten van de Duitse nazi’s. Goebbels leverde regelmatig zijn bijdragen. Inmiddels beheersten de nazi’s onder aanvoering van de SA het straatbeeld. Op 1 april 1932 werd Eichmann ingeschreven als lid van de NSDAP, na aandringen van Ernst Kaltenbrunner. Eichmann ontkende later dat hij ooit antisemiet was geweest. Hij bleef volhouden dat hij lid was geworden omdat hij tegen het verdrag van Versailles was en de Duitse eer en plaats in de wereld wilde herstellen. Oostenrijk kende een lange traditie van anti-Joodse politieke partijen en een volkscultuur die verzadigd was van negatieve Joodse stereotypen. Eichmann was echter geen echte Oostenrijker, dus gaat dit niet voor hem op. Hij zag hooguit het Jodendom als Fremdkörper binnen het Duitse organisme. Anti-Joodse programma’s waren gemeengoed. Iemand hoefde geen fanatieke, racistische antisemiet te zijn om zich bij de nazi’s aan te sluiten. Verschillende redenen waren er om nazi te worden: de vernedering van Versailles, de dreiging van het communisme, de politieke instabiliteit en slechte economie, het genieten van kameraadschap, het mogen marcheren en het mogen dragen van een schitterend uniform. Op het moment dat Eichmann werd ontslagen (door een Joodse directeur!), gebruikten de nazi’s in Oostenrijk veel geweld. Door de onderdrukking van de Oostenrijkse nazi’s keerde Eichmann terug naar Duitsland.

Van de SS naar de SD (1933-1938)
Lid van de SS
Toen Eichmann naar Duitsland vertrok, bevond hij zich in een grote stroom van Oostenrijkse nazi’s, SA’ers en SS’ers die ervan overtuigd waren dat ze met hulp van Hitler, die nog maar net aan de macht was, spoedig weer naar huis konden. Eichmann meldde zich begin augustus bij het opleidingscentrum van de SS. Het was een zware opleiding, waarvan straatgevechtstechnieken een onderdeel vormden. In feite onderging hij een zware fysieke training en militaire opleiding met het oog op het komende treffen in Oostenrijk. Het waren bijzonder zware oefeningen, maar hij hield vol. ‘Op die manier trok ik de aandacht en ik werd bevorderd’. Hij werd SS-Scharführer, het equivalent van sergeant. Nu kwamen Eichmanns antisemitische, heetgebakerde en prikkelbare kanten naar voren. Hitler was voorzichtig als het om Oostenrijk ging. Mussolini beschouwde dit land als de achtertuin van Italië en maakte zich zorgen om de bemoeienis van de nazi’s met Oostenrijk.

Aansluiting bij de SD
Eichmann sloot zich aan bij de Sicherheitsdienst (SD) omdat ‘ik wil daar zijn waar acties is’. Onbedoeld zou deze organisatie later de drijvende kracht achter het Joodse beleid in Duitsland worden. De carrière van Eichmann binnen de SD en de onvoorspelbare, onzekere groei van de SD binnen de organisatorische jungle van het Derde Rijk illustreren de bijna toevallige aard waarmee personen, beleid en invloed samenkwamen. De SD was aanvankelijk zeer klein en beschikte over weinig middelen. De Joden waren onder de vijanden van de partij die in de gaten moesten worden gehouden, maar de SD had wat het Joodse vraagstuk betrof geen breder beleid, noch had het de opdracht er één te ontwikkelen. Het Joodse beleid ontstond tussen 1933 en 1936 bij toeval uit een matrix van krachten. Radicalen in de SA en de partij, zoals Julius Streicher, die Der Stürmer, een fel antisemitische krant, uitgaf, en Goebbels, riepen op tot geweld tegen de Joden en eisten hun onmiddellijke, volledige uitsluiting uit het openbare leven. Deze ongecoördineerde anti-Joodse activiteiten veroorzaakten ongerustheid binnen de regering. Hitler was kanselier, maar de meerderheid binnen zijn regering bestond uit niet tot de nazi’s behorende conservatieven wier opvattingen men nog niet kon negeren. Wel bekrachtigde Hitler de eerste anti-Joodse wetten, hoewel er talloze uitzonderingen waren, zoals Joden die in de oorlog van 1914-1918 in de loopgraven hadden gevochten of hun zonen voor het vaderland hadden geofferd, iets wat later voor veel problemen zou zorgen.

Nog niets te maken met anti-Joodse wetten
In 1933 en 1934 ontstond er een substantiële Joodse exodus uit Duitsland, maar de emigratie nam af zodra de situatie zich leek te stabiliseren. Een probleem waren de honderdduizenden Mischlinge, mensen van gemengd ras. De nazi-minister van Binnenlandse Zaken, Wilhelm Frick, kwam met nieuwe rassenwetten. Op dit moment speelden noch Himmler, noch Heydrich noch één van hun ondergeschikten zoals Eichmann een rol bij de formulering van de anti-Joodse wetten. Eind 1934 telde de SD 850 medewerkers. Eichmann maakte binnen deze organisatie snelle promotie. Wel bleef hij vaak maandenlang onbetaald. Andere inlichtendiensten deden het echter beter dan de SD; die werden door de staat ondersteund. Vooral de ‘dreiging’ van de vrijmetselaars was een hot item bij de SD in deze jaren. De Joden waren ook vijanden, alsmede de bolsjewisten. Eichmann begon geleidelijk aan serieus over Joden en judaïsme te lezen. Vijftien mensen hielden zich fulltime bezig met de vrijmetselarij, tegen slechts twee mensen die het Jodenvraagstuk bestudeerden.

Huwelijk, kerkelijk bevestigd
Eichmann was sinds 1931 verloofd met Veronika (Vera) Liebl, met wie hij wilde trouwen. Zij was praktiserend rooms-katholiek. Trouwen voor een SS’er ging niet zomaar. Hij moest bewijzen dat hij en zijn vrouw sinds meerdere geslachten tot het arische ras behoorden. Het was ook gebruikelijk dat SS’ers de kerk de rug toekeerden en religieuze ceremonies vermeden. Eichmann had gedurende zijn werk voor de SD over religie gelezen en had zich de antiklerikale, atheïstische ethiek eigen gemaakt, maar Vera stond op een kerkelijk huwelijk. Dat gebeurde dan ook, op 21 maart 1935 in Passau. Zijn kameraden lachten hem hiervoor uit. Een jaar later werd hun eerste zoon geboren, Klaus. Binnen het huwelijk groeide inmiddels de spanning. Vera weigerde zich bij de partij aan te sluiten en hield afstand van de politiek. Eichmann zei later dat ‘de plaats van mijn vrouw aan het fornuis en in de kinderkamer was en dat dit voor haar volstond’. Terwijl Eichmanns carrière steeds sneller verliep en hij meer en meer bij het nazibeleid werd betrokken, liet hij Vera achter zich, politiek, geestelijk en tenslotte ook geografisch.

Joden als vijand van het Duitse volk
De SD was geen organisatie van losers. Het was een organisatie met veel jonge medewerkers die geen ‘mislukkelingen’ of ‘gedachteloze robots’ waren. Wel waren ze intelligent, zelfverzekerd, energiek en kwamen ze uit de middelste en hoogste lagen van de Duitse bevolking. De meesten waren opgegroeid in de schaduw van de Eerste Wereldoorlog en hadden de rampzalige gevolgen daarvan ondervonden. Deze jongeren uit de bourgeoisie ontwikkelden een voor hun generatie kenmerkende levensstijl die gevoelloos, hard en objectief was, geworteld in het allesomvattende ideologische systeem van radicaal volksnationalisme. Voor hen vormden de Duitsers objectief gezien een superieur ras, maar een ras dat door veel vijanden werd bedreigd. In de objectieve strijd voor de raciaal-nationale belangen was er geen plaats voor individuele menselijke rechten of gevoelens. In hun wereldbeeld waren de Joden vijanden van het volk en de staat, maar ze voelden geen persoonlijke wrok tegen welke Jood dan ook.

Eichmann stort zich volop op de Joodse zaak
Eichmann kreeg de opdracht een samenvatting te maken van de geschiedenis, de structuur en de activiteiten van de zionistische beweging. Hij kwam op Departement II/112 te werken. Eichmann was blij af te zijn van het ‘mechanische’ werk van kaarten ordenen en zegelringen van de vrijmetselarij labelen en vond dit werk fascinerend. Tegen zijn ontvoerders dikte hij het aan door te zeggen dat de romantische kant van Herzl hem aansprak. Eichmann deed zijn werk zo goed dat het werd verspreid als brochure voor de andere departementen van de SD en de Allgemeine-SS. In 1936 onderging de SD een ingrijpende reorganisatie, Eichmann overleefde die. Eichmann wilde nu ook de Joodse talen gaan leren. Het Jiddisch was gebaseerd op het Duits en enkele Slavische en Hebreeuwse elementen. Hij realiseerde zich na een jaar ploeteren dat hij serieuze begeleiding nodig had. Hij wilde een rabbijn inhuren, maar dit verzoek werd met hoongelach afgewezen.

Niet meer alleen bureauwerk
Eichmann was overtuigd van een wereldwijde Joodse samenzwering. De Joodse kwestie was voor de nazi’s niet alleen een politieke of religieuze, maar ook een raciale kwestie. Zodoende was er geen mogelijkheid voor een compromis. ‘De oplossing van de Joodse kwestie kan slechts liggen in een volledige ontjoding van Duitsland’. Ze werden aangemoedigd te vertrekken naar landen die geen bedreiging voor de Duitse economische belangen vormden, zoals Zuid-Amerika, Afrika, het Midden-Oosten en Azië. In 1937 reisde Eichmann naar Opper-Silezië om plannen voor anti-Joodse wetten op te stellen. Eichmann was nu niet langer beperkt tot theoretiseren achter een bureau: hij onderzocht het beleid en nam deel aan de uitvoering, zoals aan de arrestatie van plaatselijke Joodse leiders en de onderdrukking van maatschappelijke organisaties. Eichmann maakte ook een rondreis door het Midden-Oosten (waarvan hij de terugreis de meeste tijd in de ziekenboeg verbleef). De reis hielp Eichmann aan zijn naam als specialist waar het de Joden en de Joodse emigratie betrof.

Opnieuw een promotie
De Joden werden in drie groepen onderverdeeld: de orthodoxen, de voorstanders van assimilatie en de nationalisten. De Haganah speelde een hoofdrol in deze analyse van de zionistische beweging. Hij omschreef haar correct als een inlichtingendienst en defensiemacht, maar schreef haar een verbazingwekkende macht toe. Hij beweerde dat de Haganah over zware wapens en zelfs vliegtuigen beschikte. Als erkenning voor zijn inzet en prestaties werd Eichmann in 1938 tot Untersturmführer, tweede luitenant, bevorderd. Hiermee verwierf hij een serieuze status en respect. Voor de SD brak een nieuwe tijd aan die voor Eichmann nieuwe perspectieven met zich meebracht.

Emigratiedeskundige (1938-1941)
Terug naar Oostenrijk
Iemand zei: ‘Toen verscheen Eichmann, als een jonge god: hij zag er in die tijd goed uit, lang, gekleed in het zwart, een imposante verschijning.’ Hitler stond in 1938 op het punt een nazi-regime in Wenen te installeren. Op 12 maart overschreed het Duitse leger de grens en gingen de Oostenrijkse nazi’s massaal de straat op om hen te begroeten. Oostenrijkse SA’ers en SS’ers plunderden ongestraft de Joodse winkels. De Joden werden uit de ene na de andere beroepsgroep verdreven. Honderden Oostenrijkse Joden pleegden zelfmoord terwijl terreur en wanhoop door de gemeenschap raasden. Hoewel Eichmann popelde bij de gedachte weer ‘naar huis’ te gaan, maakte hij geen deel uit van de eerste golf SD’ers die naar Wenen werden gestuurd. Uiteindelijk ging hij toch. De meeste studies over Eichmanns carrière beschouwden de periode van zijn verblijf in Wenen als zijn doorbraak. Men ging dit moment zien als het moment dat Eichmanns carrière als massamoordenaar begon. Maar het waren de Joodse leiders die met het idee kwamen van een gecentraliseerd emigratiebureau, en ook zij leverden het personeel om het werk te verrichten. Het was het eerste voorbeeld van een Joodse Raad die onder de controle van de nazi’s werkte, een vorm van coöperatie die akelig veel op collaboratie lijkt. Het beeld kon nu ontstaan dat Eichmann een overtuigd zionist was die niets liever wilde dan de Joden helpen ontsnappen uit een gevaarlijke situatie.

Begin als emigratiedeskundige
Met weinig meer dan een bureau tot zijn beschikking werd Eichmann verondersteld toezicht te houden op bijna 200.000 Oostenrijkse Joden. Hij ontwierp een systeem van gedwongen emigratie. Toen een Joodse gesprekspartner iets zei wat Eichmann niet beviel sloeg hij hem in zijn gezicht: een eerste vorm van fysiek geweld. Eichmann kwam met een lijst van vooraanstaande Joden die gearresteerd moesten worden. Eichmann deed mee aan een grote razzia op het hoofdkantoor van de Joodse gemeenschap in Wenen. In Oostenrijk werden 40.000 door Joden bewoonde appartementen in beslag genomen. De regering in Berlijn was niet blij met deze ‘wilde acties’. Joden probeerden het land uit te vluchten. Ze hadden geen leider, daarom was er chaos en angst. Eichmann bedacht dat, om de emigratie vlot en op grote schaal te laten verlopen, bepaalde Joodse organisaties moest worden toegestaan te functioneren. Ook liet hij een Joodse krant toe, zij het met de boodschap dat de enige toekomst in Palestina of elders lag en niet in Oostenrijk. Van de Zentralstelle für jüdische Auswanderung, het Centraal Departement voor Joodse Emigratie, werd beweerd dat het Eichmanns grootste uitvinding was van het prototype voor de latere omgang met de Joodse bevolkingsgroepen. Joden moesten voor ze mochten vertrekken enorme rekeningen, gemeente- en staatsbelastingen en boetes betalen. Ze raakten eraan gewend urenlang op rancuneuze belastingambtenaren te moeten wachten, terwijl de betalingsbewijzen pas weken later kwamen. Aangezien de emigratiepapieren een beperkte geldigheidsduur hadden, waren ze dikwijls niet meer geldig als aan alle andere formaliteiten voor het vertrek was voldaan. De ongelukkige emigrant moest dan zijn aanvraag weer van voren af aan indienen. Eichmann stond een keten van bureaus en kantoren in één enkel gebouw voor ogen, zodat de aanvragen op een continue, logische en snelle wijze konden worden behandeld. Het zou dus een lopende bandwerk moeten worden.

Eindelijk echte macht
Emigratie was een kostbare aangelegenheid voor een Jood, die al zijn belastingen moest betalen en zijn schulden moest voldoen voor hij het land wettelijk kon verlaten. Maar de meesten waren zo goed als verstoken van financiële middelen. Eichmann regelde dat de tegoeden van de Joodse gemeenschap en individuele Joden, die allemaal bevroren waren, ter beschikking van de Zentralstelle kwamen. Op die manier konden de ‘welgestelde Joden’ betalen voor de emigratie van de arme Joden van wie de nazi’s zo graag af wilden. Het was allemaal schaamteloze oplichterij, maar Eichmann maakte duidelijk dat het alternatief voor emigratie het concentratiekamp was. Het systeem had dus alleen ‘zin’ tegen de achtergrond van niet-aflatende discriminatie en terreur. De emigratie was gedwongen en niet vrijwillig en stond in dienst van de nazi-ideologie, niet van de Joden. Het interesseerde Eichmann en zijn hulpjes totaal niet waar de Joden naartoe gingen en ook niet hoe ze er kwamen, zolang ze Oostenrijk maar verlieten. Het veiligheidsapparaat kreeg volledige controle over de Joden, toegang tot hun rijkdommen en een grootschalige uitbreiding van de bevoegdheden van het departement. De resultaten waren indrukwekkend: aan het eind van september 1938 waren er 50.000 Joden geëmigreerd, van wie er 38.000 door de Zentralstelle. Zijn meerderen waren zeer tevreden over dit ‘Weense model’. Eichmanns ster rees. Zijn werk bracht Eichmann in vervoering. Voor de eerste keer in zijn carrière had Eichmann echte macht. Hij had een uitvoerende autoriteit binnen het veiligheidsapparaat en een dictatoriale controle over de ongelukkige Joden. Niettemin zat het Eichmann dwars dat hij ondanks zijn grotere macht en verantwoordelijkheid nog steeds niet meer dan een Untersturmführer, een tweede luitenant, van de SS was.

Kristallnacht
Succes wordt beloond. In juli werd Eichmann bevorderd tot Obersturmführer (eerste luitenant) en verbonden aan de SD-Oberabschnitt Donau. Nu zijn bevordering was verzekerd, zag hij geheel af van zijn aanspraak op overplaatsing en liet hij zijn gezin naar Wenen overkomen. Hij bracht hen onder in een groot appartement. Zijn tweede zoon, Horst, werd in januari 1940 in Wenen geboren. Gedurende de zomer van 1938 werd het tempo van de anti-Joodse propaganda verder opgeschroefd en kwam het in Berlijn tot willekeurig geweld tegen de Joden. Hermon Göring verhoogde de druk op de overgebleven Joodse bedrijven met het doel de Joden uiteindelijk geheel uit de economie te verdrijven. In september 1938 dwong Duitsland de Tsjechoslowaakse regering het grensgebied dat als Sudetenland bekendstond aan het Derde Rijk af te staan. Er werden meer dan 25.000 Tsjechen uit het geannexeerde gebied verbannen. In twee dagen werden 16.000 Poolse Joden naar de Duitse-Poolse grens verdreven en Polen in gedreven. Maar de Poolse autoriteiten wilden ze niet toelaten en brachten ze onder in een ijzig en erbarmelijk vluchtelingenkamp aan de grens. In de nacht van 9 op 10 november staken eenheden van SA’ers in burgerkleding meer dan 190 synagogen in brand, vernielden zo’n 7500 Joodse winkels, arresteerden 20.000 Joden en vermoorden er meer dan 90. Heydrich was niet op de hoogte van de voorbereidingen van de pogrom, maar toen hij over de relletjes hoorde, gaf hij de politie en de brandweer opdracht niet in te grijpen, behalve als het om ‘arisch’ bezit ging. In Wenen werden 42 synagogen in de as gelegd en ook plunderden SS’ers het kantoor van de Joodse gemeenschap en de gebouwen van de zionistische organisaties. Eichmann betreurde deze onderbreking van zijn werk. Dit had ‘zeer ernstige gevolgen voor het emigratiebeleid’. Maar hij huilde krodillentranen. Göring vond het vervelend dat de pogrom het Duitse imago in het buitenland had verpest. Ook had het de economie verstoord. Ondertussen stond de Duitse Joden een enorme boete te wachten als ‘compensatie’ voor de door een Jood uitgevoerde moordaanslag op Ernst vom Rath (wat de aanleiding van de Kristalnacht was) en om de kosten te dekken van de schade die de pogroms had aangericht: de omgekeerde wereld!

Veranderende houding van Eichmann
Vanwege de terreur maakten de Joden vaart met emigratie. Toen Eichmann in mei 1939 Wenen verliet waren er 100.000 Joden uit Oostenrijk geëmigreerd. Uiteindelijk kwam het aantal uit op bijna 130.000. In november werd de emigratie stopgezet. Nu was er geen ontkomen meer aan. Eichmann hield ervan dit getal te citeren, om aan te tonen hoeveel Joden hij ‘gered’ heeft. Documenten en getuigenverklaringen uit die tijd suggereren dat Eichmanns houding en gedrag ten opzichte van de Joden een belangrijke verandering ondergingen. Zijn houding was arroganter geworden. Zijn honger naar promotie en macht vond voedsel in de dynamiek van de SD en het nazi-regime. Zijn gesprekken met Joodse vertegenwoordigers ging met verbale en fysiek geweld vergezeld; zo kwam Löwenherz regelmatig ‘gebroken en verslagen’ van zijn bezoeken aan Eichmann terug. Heinrich Grüber, een predikant, vertelde in Jeruzalem dat ‘de indruk die ik van hem had was die van een man die daar zat als een blok ijs, of een blok marmer, en alles wat je deed om hem te bereiken ketste op hem af’. Eichmann stelde hem de vraag: ‘Waarom geef je zoveel om de Joden? Niemand zal je voor je moeite bedanken.’ Toch was Eichmann niet zo onaangedaan als zijn voorkomen deed vermoeden. In de periode 1938-1939 voelde Eichmann geen enkele behoefte de Joden te vernietigen. Hij was toen ‘gewoon iemand die door Joodse aangelegenheden was geobsedeerd’, maar we zien nog niet de toekomstige vernietiger in hem.

Tsjechoslowakije en Polen worden ook emigratiegebied
Naar het schijnt had Eichmann in een paar maanden veel meer Joden uit Oostenrijk verwijderd dan men uit Duitsland had weten te verjagen. Waar was Eichmanns kantoor? In het Rothschild-paleis. De grote zaal was afgeladen vol met bange en wanhopige Joden, de bureaus waaraan bezit, vermogen en rechten werden ingeruild voor vodjes papier met als enige waarde dat de eigenaar daarmee Oostenrijk kon verlaten. Het was geen transportband, maar een deportatieband: hoogopgeleiden, huizenbezitters, gezinnen, allemaal kwamen ze beroofd en verslagen naar buiten, hun vroegere leven aan gruzelementen. Tsjechoslowakije werd nu ook door Duitsland bezet. Eichmann ging erheen om ook hier een emigratiebureau op te zetten. Steeds minder landen waren bereid Joodse vluchtelingen op te nemen. Het gevolg was dat het Praagse kantoor de grootste moeite had de door Eichmann geëiste quota te halen. Eichmann zelf greep naar steeds ongebruikelijkere methoden om zijn reputatie als verdrijver van Joden uit het Derde Rijk eer aan te doen. Één van de belangrijkste bestemmingen voor emigratie was Palestina, maar de Britse regering kondigde in mei 1939 af dat vanaf nu er niet meer dan 15.000 Joden per jaar mochten emigreren. Als antwoord daarop begon Praag tot illegale immigratie, in samenwerking met de Mossad. Op 1 september 1939 ging ook Polen eraan. Na een paar weken was het gedaan en werd Polen het slagveld voor de verschillende facties binnen de nationaal-socialistische staat en partij. In de tijd voor de invasie hadden de verschillende takken van de SS hevig met elkaar geconcurreerd, om niet te spreken van het leger, de inlichtingendienst van het leger, de ministeries en partijafdelingen.

Hitlers veel te ambitieuze plan
Eichmann verliet Praag en ging naar Berlijn. Vera bleef achter. Gedurende de zomer van 1939 werden er duizenden Joden gedeporteerd naar een onbetekenend plaatsje, Nisko. Polen kon als alternatief voor Palestina dienen om Joden te herhuisvesten. Ze zouden daar een eigen kolonie kunnen krijgen. Maar dit visionaire plan haalde het niet. Eichmann bezocht meermalen Nisko. Hij sprak daar de Joden toe en zei: ‘De Führer heeft de Joden een nieuw thuisland beloofd…’ Hitler kwam met andere plannen: alle Volksduitsers, etnische Duitsers, die zich her en der in de oostelijke landen bevonden, ‘naar het Rijk terug te brengen’ (heim ins Reich). Dit was een plan van niet te bevatten proporties. Er moesten 300.000 Joden uit het Oude Rijk worden weggehaald en 500.000 etnische Duitsers binnengebracht. En om dit te verwezenlijken moesten er ook nog een vele malen groter aantal Joden én Polen uit Polen verdwijnen omdat dit land als Lebensraum moest dienen. Maar nog geen week na de lancering van dit plan liet Hitler het varen. Het zou tot na de oorlog moeten wachten. Het Nisko-plan mislukte ook. In Berlijn betrok Eichmann zijn nieuwe kantoor aan de Kurfüstenstrasse 115-116, die werd aangeduid als IVD 4 (sectie of departement 4 van de RSHA, de Reichssicherheitshauptamt, de belangrijkste veiligheidsdienst van het Rijk). Hij was verantwoordelijk voor ‘emigratie en evacuatie’. Binnen een paar dagen had hij een plan bedacht om 600.000 Joden uit het Gouvernement-Generaal (de bezette gebieden die in 1939-1945 niet door Duitsland waren geannexeerd) te deporteren. Joden tussen de 18 en 60 jaar zouden aan het werk worden gezet in ‘arbeiderskorpsen’. Het was een faraonische onderneming.

Deportatie van Polen en Joden omwille van de Lebensraum
Eichmann moest vechten voor elke trein, maar kon bij de Reichsbahn geen enkele aanspraak maken op een hogere plaats in de hiërarchie van treingebruikers. Het leger had bezwaar gemaakt tegen het gebruik van treinen voor het vervoer van Joden en Polen. Het veiligheidsapparaat werkte niet samen met de civiele regering. Hoewel Eichmann later beweerde dat hij zich zorgen maakte over de zware belasting door de ongelukkige mensen in de overvolle treinwagons als gevolg van uitstel en routeverleggingen, is daarvoor geen bewijs uit die tijd. Hij uitte nooit twijfel over de legitimiteit honderdduizenden Poolse burgers te onteigenen en te deporteren en toonde zich uitgesproken harteloos over het enorme menselijke leed. De richtlijnen voor de gedwongen herhuisvestig van Polen waren vrijwel identiek aan de richtlijnen voor de Joden. Net als de Joden werd hun een paar uur van tevoren opgedragen hun huizen en boerderijen te verlaten en ze mochten slechts ‘de hoogst nodige kleding en uitrusting’ en een kleine hoeveelheid contant geld meenemen. Ze moesten alle waardevolle huisraad en hun bankrekeningen en aandelen achterlaten. Om deze rijkdommen te vergaren werden speciale rekeningen geopend. Ze werden met legertrucks en onder politiebewaking naar het dichtstbijzijnde station vervoerd en vervolgens in goederen- en veewagons gedreven. De treinreis duurde soms wel drie dagen, en dat in wagons zonder fatsoenlijk sanitair, water of eten.

Het Madagaskar-plan
Hoewel de gruweldaden die in Polen werden begaan nog zouden worden overtroffen door de massamoorden en systematische uitroeiing van de Joden, mogen de onwettigheid en wreedheid van wat daar in 1939-1940 gebeurde niet over het hoofd worden gezien. Wat Eichmann op het IVD 4 deed was ‘een soort leerlingschap: de overgang van zijn oude taak mensen aan te moedigen te emigreren en zijn toekomstige taak hen te deporteren’. Op 10 mei 1940 begon Hitler zijn offensief in het westen en op 22 juni, na een klassieke ‘Blitzkrieg-campagne’, gaf Frankrijk zich over. De val van Frankrijk opende ongekende perspectieven. Frankrijk had namelijk een kolonie, Madagaskar, en dit kon gebruikt worden als emigratieplek voor de Oost-Europese Joden. Ondertussen werden de Oost-Europese Joden zogenaamd ‘in gijzeling gehouden’, om er zeker van te zijn dat Amerikaanse Joden ervan zouden afzien de Verenigde Staten tot een oorlog met het Derde Rijk te bewegen. Franz Rademacher, die het Joods bureau van het ministerie van Buitenlandse Zaken leidde, stelde voor niet alleen de Oost-Europese, maar ook de West-Europese Joden in het Madagaskar-plan op te nemen. Himmler en Heydrich waren overrompeld. Eichmann begon het uit te werken. Dagelijks zouden er twee schepen uit Europa vertrekken, met aan boord elk 1500 Joden. Iedere Jood mocht slechts twee kilo bagage meenemen, maar exclusief gereedschappen voor de uitoefening van hun beroep. De opbrengst van de onteigening zou de emigratie bekostigen. De Joodse kolonie zou worden bestuurd als politiestaat van de SS. Dit plan was echter onuitvoerbaar zolang Engeland (die de wateren beheerste) nog niet verslagen was. Omdat Engeland niet ten onder kon worden gebracht, werd het plan niets.

Het Russische gebied om Joden te dumpen
Eichmann beweerde later leugenachtig dat hij er alles aan had gedaan de Joden een nieuw tehuis te geven en dat alles wat er op volgde, toen de emigratie ophield, niet zijn schuld was. Het genocidale idee, waar Eichmann dus zo’n hoge pet over op had, om in minder dan twee jaar tijd vier miljoen Europese Joden te ontheemden door hen naar een primitief eiland zonder infrastructuur en bestaansmogelijkheid te sturen, was een misdadig plan. Ondanks de oorlog ging de emigratie mondjesmaat nog door. De Britten werkten tegen wat betreft de emigratie naar Palestina. Dit werd dus niets. De tekenen wijzen erop dat de gedachten van Eichmann en zijn staf nu uitgingen naar de verovering van Rusland en de ontsluiting van uitgestrekte gebieden om ongewenste bevolkingsgroepen te dumpen. Rusland zou beslissend zijn voor de ‘definitieve oplossing (Endlösung) van het Joodse vraagstuk. De medewerking van Alfred Rosenberg, die was aangewezen als minister voor het nog te veroveren gebied in Rusland, was hiervoor van uiterst belang. De urgentie van een ‘oplossing’ werd onderstreept door de rampzalige omstandigheden in de getto’s in Polen. De plannen voor een ‘zuivering’ van de geannexeerde gebieden waren mislukt. Aan het eind van de lente van 1941 besloten in sommige steden de gemeentebesturen de verantwoordelijken voor de economie, en zelfs de veiligheidsmensen het ergste te voorkomen door de Joden weer toe te staan te werken zodat ze eten, brandstof en medicamenten konden kopen terwijl ze tegelijkertijd bruikbare goederen voor de Duitse oorlogsinspanningen leverden. Maar Eichmann stelde: ‘Er moest iets gebeuren’.

Fysieke vernietiging (1941-1942)
Operatie Barbarossa
Aan het einde van de zomer van 1941 nam Eichmanns carrière een onverwachte wending. Dankzij de impasse in het anti-Joodse beleid van de nazi’s werd de emigratiedeskundige een deskundige op het gebied van massamoord en genocide. De oorzaak was dat het Joodse beleid van het Derde Rijk plotseling in een slop was geraakt. Joodse emigratie, vrijwillig of gedwongen, was nu praktisch onmogelijk. Als een tijdelijke maatregel werden de Joden opgesloten in overbevolkte getto’s waar hongerdood en ziekten zich vermenigvuldigden. Hitler beslissing om een oorlog tegen de Sovjet-Unie te beginnen (Operatie Barbarossa) leek een uitweg voor een zelfgeschapen dilemma. Hitler zag het als een kruistocht tegen het Joods bolsjewisme. Zijn ondergeschikten zagen in Rusland uitgestrekte gebieden waarheen alle Europese Joden konden worden verbannen. Eichmanns opdracht veranderde van ‘Evacuatie en Emigratie’ in ‘Joodse Aangelegenheden en Evacuatie’. Eichmann hield zich nu bezig met het inroosteren van de treinen in Polen. Op 22 juni 1941 viel Duitsland Rusland aan. Dit was geen gewone oorlog. Het was volgens Hitler een ‘ideologische vernietigingsoorlog’. De Sovjet-Unie was zowel het thuisland van het bolsjewisme als het internationale Jodendom. De SS kreeg bijzondere (gruwelijke) taken toegewezen. Ze werden ingezet voor een massamoord op grote schaal, en Eichmann was hiervan goed op de hoogte.

Görings volmacht
Voor Eichmann was Operatie Barbarossa zowel een meevaller als een kans. Rolf-Heinz Höppner liet Eichmann weten dat er een groot voedseltekort voor de deur lag: het zou onmogelijk worden de Joden in de getto’s te voeden. ‘Er moet serieus worden overwogen, of niet de meest humane oplossing is door een snelle actie de Joden die niet meer kunnen werken om te brengen. Dit zou beslist aangenamer zijn dan ze laten doodhongeren.’ Gezonde Joodse vrouwen zouden samen met de mannen worden terechtgesteld, maar wel gesteriliseerd ‘zodat het Joodse vraagstuk in de volgende generatie zou zijn opgelost’. In de periode 1939-1940 werden al vergassingstechnieken toegepast op duizenden fysiek en geestelijk gehandicapten in de sanatoria en krankzinnigengestichten in Duitsland en de geannexeerde gebieden. Hier dacht Höppner misschien aan. Hoe dan ook, deze brief aan Eichmann wijst erop dat in de kringen van de SS de biologische vernietiging van de Joden nu werd gezien als een uitvoerbaar alternatief voor of aanvulling op deportatie. Eind juli kreeg Heydrich van Göring de opdracht ‘noodzakelijke voorbereidingen te treffen in verband met de organisatorische, praktische en financiële aspecten van een allesomvattende oplossing van het Joodse vraagstuk’. De beloning die Eichmann had gekregen voor de systematische, gedwongen emigratie, werd nu de springplank voor een dramatischer uitbreiding van zijn macht. Deze brief vergrootte de reikwijdte van Heydrichs bevoegdheid. Het was een volmacht. Dit betekende ook een vergroting van bevoegdheid voor Heydrichs ondergeschikten zoals Eichmann.

Belangrijk keerpunt in het beleid
Er werden geen visa meer verstrekt aan Joden die wilden emigreren. Maar hoe zou de Endlösung er uit moeten zien? Eichmann vroeg met een plan te komen om Heydrichs massale volksverhuizing uit te voeren. Ondertussen vond er een verdere radicalisering van het klimaat plaats. Er kwamen strengere maatregelen voor nog in Duitsland wonende Joden: het verplicht dragen van de Jodenster. Half september 1941 gaf Hitler Himmler onverwacht de opdracht te zorgen voor de verwijdering van de Joden uit Duitsland, Oostenrijk en het Protectoraat (Tsjechoslowakije). Dit was een belangrijke verandering van het beleid, omdat Hitler daarvóór had geaarzeld over het lot van de Duitse Joden. De deportatie van Joodse veteranen zou bijvoorbeeld slecht kunnen zijn voor de publieke opinie. De Joden waren bovendien belangrijk als gijzelaars om zich het goede gedrag van de machtige Amerikaanse Joden te verzekeren. Gesteund door een decreet van Hitler zag Eichmann kans de deportatie van 20.000 Joden en 5000 zigeuners uit het Rijk naar het getto van Lódz in de Warthegau te organiseren. Dit werd geen succes. Toch werd Eichmann in deze tijd bevorderd tot Obersturmbannführer (luitenant-kolonel). Dit zou de hoogste rang in zijn carrière zijn. Eichmann werd steeds belangrijker voor Heydrich, vanwege zijn organisatiebekwaamheid. Op 10 oktober 1941 zette Heydrich de deportatiemachine in een hogere versnelling. Eichmann bezocht begin 1942 Auschwitz en Treblinka. Deze uitstapjes waren nodig omdat Heydrich hem half september had verteld dat Hitler de fysieke vernietiging van de Joden had bevolen.

Eichmann ontzet zich over het zien van de fysieke vernietiging
Eichmann reisde ook naar Lublin en werd naar een bos gebracht waar hij een paar hutten zag die luchtdicht waren afgesloten voor het gebruik van gas. Een politiecommandant legde hem uit dat de motor van een Russische onderzeeër werd gebruikt om de koolmonoxide in de gaskamers te pompen. Ook werden er gasvrachtwagens gebruikt. Hij zag hoe de Joden zich in een gebouw moesten uitkleden en in een grote verhuiswagen werden verzegeld en wegreed. Tegen de tijd dat ze in nabijgelegen bossen kwamen waren de Joden gestikt en vergiftigd. ‘Al die tijd dat hij daar stond durfde ik er niet in te kijken. Ik kon het niet. Onmogelijk! Wat ik zag en hoorde was genoeg. Het gegil en…ik was helemaal overstuur.’ Hij zag ook dat de lijken werden uitgeladen en er iemand de monden opentrok om gouden tanden eruit te trekken. ‘Toen lieten mijn benen het afweten en verloor ik het bewustzijn’, aldus Eichmann. Hij ging naar het hoofdkwartier van de Gestapo, beschreef wat hij gezien had en protesteerde tegen zijn collega’s dat ‘die mannen gek zouden worden of in sadisten veranderen’. In Minsk zag Eichmann hoe de Joden in een kuil werden doodgeschoten. Hier zou hij in een staat van shock zijn weggereden om te ontdekken dat overal al Joden massaal werden afgeslacht. Eichmann zei later tegen zijn ondervrager dat Heydrichs mededeling dat de Führer tot fysieke vernietiging opdracht had gegeven hem ontzet had. Terug in Berlijn vertelde Eichmann aan Müller wat hij ervan dacht: ‘Dit is geen oplossing voor het Joodse vraagstuk’. Maar volgens Eichmann bleef Müller onbewogen. Toen Eichmann Auschwitz kwam bekijken, maakte de kampcommandant, Rudolf Höss, zich vrolijk over Eichmanns ongemak bij wat hij zag.

Eichmann heeft nog z’n twijfels
Eichmann werd dus aan het eind van de zomer of in het begin van de herfst 1941 op de hoogte gebracht van het besluit tot genocide. Höss zou later verklaren dat Eichmann een gas probeerde te vinden dat voldoende in voorraad was en waarvoor geen bijzondere installaties nodig waren. Deze uitspraak was zeer belastend voor Eichmann, die Höss uitmaakte daarop voor ‘aartsleugenaar’. Het is van groot belang voor het historisch onderzoek wat Eichmann in deze maanden heeft gedaan, wat hij bezocht heeft en met wie hij heeft gesproken. Het is echter zeer gecompliceerd en we hebben er geen betrouwbaar beeld van. Hoewel het besluit tot genocide was genomen, waren deze slachtpartijen nog slechts plaatselijke initiatieven. Pas bij de Wannsee-conferentie raakte Eichmann verstrikt in een grootschalig genocideplan, dat zich uitstrekte van het Kanaal tot de Weichsel. Eichmann geeft uitdrukking aan zijn ongemak bij de omslag van het beleid naar fysieke vernietiging en hij vermeldt zijn aanvankelijke, persoonlijke wanhoop. Eichmann weigerde bijvoorbeeld door een kijkgat te kijken om te zien wat er in de gaskamers gebeurde. ‘Ik ging bijna van mijn stokje’. ‘Ik kon het niet aanzien’. ‘Natuurlijk, ik had gestreefd naar een oplossing van het Joodse vraagstuk, maar niet op deze manier’. ‘Ik was zeer geschokt door wat ik toen zag’. Eichmann tegen Müller: ‘Dit kan zo niet doorgaan, zoiets kun je niet maken’. ‘We kunnen het Joodse vraagstuk niet oplossen door een kogel te jagen door het hoofd van een vrouw die zich niet kan verdedigen en die haar kind naar ons ophoudt’. Eichmann beweerde later dat zijn loyaliteit, nadat hij de gevolgen van het nieuwe beleid had gezien, tijdelijk aan het wankelen was gebracht. Het is dus geloofwaardig om te constateren dat Eichmann in deze fase nog zijn twijfels had bij het genocideplan.

In de aanloop naar de Wannsee-conferentie
Was Eichmann de initiatiefnemer van de Wannsee-conferentie, zoals zijn openbaar aanklager in Jeruzalem beweerde? Sinds de jaren 80 hebben historici de betekenis van deze conferentie verkleind. Ze hebben meer nadruk gelegd op het regionale beleid van massamoord dat al in werking was vóór de conferentie werd bijeengeroepen en het tijdsinterval dat daarop volgde. Eichmanns rol is in deze mening te hoog ingeschat. In juli en augustus 1941 maakte Himmler een rondreis langs de hoofdkwartieren van de Einsatzgruppen en gaf hij opdracht vrouwen, kinderen, ouderen en zieken niet langer te ontzien bij de moordpartijen. Eind 1941 waren er zo in de Baltische landen (Wit-Rusland, Polen en Oekraïne) meer dan een half miljoen Joden vermoord. Eichmann was hierbij niet betrokken, maar was er wel van op de hoogte. Een berucht incident in september 1941 wordt wel aangevoerd om Eichmanns misdadige inslag te bewijzen. Het ging over 8000 in Servië geïnterneerde Joden. ‘Eichmann stelde executie voor’. Frank had in Berlijn een ontmoeting met Hitler en daaruit bleek dat men nog gedurende de oorlog van de Joden af moest zien te komen. Maar wat moet er dan met de Joden gebeuren? ‘Liquideert u ze maar zelf’, zo was het antwoord. Eichmann was overal van op de hoogte, maar het enige wat hij hoefde te doen was de Joden van de getto’s naar de vernietigingskampen te deporteren. Een plan voor een massale deportatie voor heel Europa (zoals op de Wannsee-conferentie werd besloten) was eerder een voortzetting van de grootse huisvestingsplannen dan het startschot voor een allesomvattende genocide.

20 januari 1942: desastreus voor de Joden
Het was Himmler die vreesde dat het vermoorden van Duitse Joden, onder wie veteranen, tot een vergelijkbare beroering zou leiden als bij de ‘euthanasie-operatie’. Daarom wilde hij een interministeriële conferentie beleggen. De eenvoudigste, meest doorslaggevende manier waarop Heydrich zich kon verzekeren van een vlot verloop van de deportaties, was het bevestigen van zijn absolute zeggenschap over het lot van de Joden in het Rijk en het oosten, en de andere belanghebbende partijen door intimidatie zover te krijgen dat ze de lijn van de RSHA zouden volgen. Dit waren de belangrijkste redenen voor de bijeenkomsten die voor 8 december in Wannsee, een keurige buitenwijk van Berlijn, was gepland. Als gevolg van Amerika’s intrede in de oorlog werd de conferentie uitgesteld tot 20 januari 1942. Op deze conferentie werd duidelijk dat het Joodse volk de Endlösung niet zou mogen overleven. De beelden die bij die dag horen zijn iconografisch geworden: de elegante villa aan het meer in een besneeuwd landschap, keurig geüniformeerde SS’ers, de vergadertafel vol papieren. Omdat Eichmann zelf het document opstelde, is hij onuitwisbaar verbonden met die dag en alles wat daaruit voortkwam. De ontmoeting begon rond het middaguur. Aanwezig waren Martin Luther (staatssecretaris Buitenlandse Zaken), Alfred Meyer, Stuckart, Josef Bühler, Karl Schöngarth, Rudolf Lange, Gerhard Klopjfer, Wilhelm Kritzinger, Otto Hofmann, Erich Neumann, Roland Freisler, Heinrich Müller en natuurlijk Heydrich. Eichmann notuleerde.

Plannen worden gesmeed, Eichmanns betrokkenheid
Er werd een mogelijk alternatief opgesteld: emigratie zou door ‘evacuatie’ naar het oosten worden vervangen. Elf miljoen Joden uit Europa zouden naar het oosten worden gedeporteerd en ingezet worden bij de aanleg van wegen. De meesten zouden sterven en de overlevenden, de sterksten onder hen, zouden worden geëlimineerd om een herleving van het Jodendom te voorkomen. Joden ouder dan 65 jaar, medaillehouders, en gewonde veteranen uit de Eerste Wereldoorlog, zouden naar een onlangs opgericht ‘getto voor ouderen’ in Theresienstadt worden gestuurd. Een gevoelige zaak was het vraagstuk rondom de Joden in gemengde huwelijken. Elke aanval op deze groep zou op grote weerstand kunnen stuiten. Heydrich ontwierp de categorieën Jood, halfjood en kwartjood. Het werd nu allemaal heel verwarrend. Een ander stelde voor om alle Mischlingen te steriliseren. Er moest ook wetgeving komen die scheiding bij gemengde huwelijken verplicht stelde. Er was ook een aanwezige die zei te hopen dat de Joden in de wapenindustrie gevrijwaard zouden worden van de Endlösung. De vergadering werd na anderhalf uur gesloten. Eichmann bleef achter om de notulen uit te werken. Niet alles mocht woordelijk worden opgeschreven; Eichmann moest van Heydrich de notulen opschonen! ‘Bepaalde onomwonden verwoordingen en uitdrukkingen moesten door mij op bureaucratische wijze worden vertaald.’ Later zou Eichmann zijn betrokkenheid bij de Wannsee-conferentie zo klein mogelijk proberen te laten zijn. ‘Ik voelde het soort tevredenheid dat Pilatus gehad moet hebben, omdat ik me geheel vrij van schuld achtte. ‘De pausen hadden hun orders gegeven; het was aan mij te gehoorzamen, en dat is wat ik de daaropvolgende jaren in gedachten heb gehouden’.

Eichmann niet beleidsmaker, maar wel uitvoerder
Eichmann mag dan later een geharde moordenaar zijn geworden en dusdanig ontmenselijkt dat hij kon genieten van zijn barbaarse onderneming, maar alles wijst erop dat dit nog niet het geval was ten tijde van de Wannsee-conferentie. Eichmann voelde zich er nog ongemakkelijk bij. Aanvankelijk protesteerde hij ook bij het vooruitzicht van geïndustrialiseerde massamoord door vergassing. Höss bevestigde dat zelfs ‘Eichmann, die zelf ongetwijfeld gehard genoeg was, geen behoefte had met mij van plaats te ruilen’. De beslissing om tot fysieke vernietiging van de Joodse bevolking over te gaan was een potentiële ramp voor hem en zijn dienst. Ze betekende een einde aan een beleid. In plaats daarvan paste hij zich wél aan aan een beleid dat niet van zijn hand was. Eichmann was dus in zeker opzicht een ondergeschikte en geen beleidsmaker. In zoverre heeft Eichmann dus gelijk als hij beweerd dat hij slechts bevelen opvolgde. Eichmann was opgelucht dat de Wannsee-conferentie hem van een rol in deze nieuwe fase van het Joodse beleid had verzekerd. Zijn werk als ‘emigratiedeskundige’ viel weg, maar hij kreeg een sleutelrol in de uitvoering van het nieuwe beleid. De twijfels werden overwonnen door de voldoening dat hij nog steeds nodig was. De energie waarmee hij zich op z’n nieuwe taak richtte, laat het beste zien of en hoe snel hij zijn onbehaaglijkheid en resterende scrupules wist te overwinnen.

Organisator van de genocide (1942-1944)
Transportfunctionaris
Na de Wannsee-conferentie werd Eichmann algemeen directeur van de grootste enkelvoudige genocide uit de geschiedenis. Een bewijs hiervoor is dat Heydrich een schrijven naar hooggeplaatste collega’s deed uitgaan met de mededeling dat men in alle gevallen dat het de Endlösung betrof, contact moest opnemen met Eichmann. Zijn aanklager in Jeruzalem probeerde hem verantwoordelijk te stellen voor elk detail van de vervolging, massamoord en genocide op de Joden en wilde hem als officieel uitvoerder van het vernietigingsplan zien, die heerste over de getto’s en vernietigingskampen. Zijn in naam bescheiden status als hoofd van een ondergeschikte dienst kwam dan niet overeen met zijn machtige positie. Eichmann probeerde zijn rol later te bagatelliseren. Zozeer zelfs dat het in de ogen van zijn aanklager belachelijk leek. Een ondervrager vroeg op een gegeven moment vol ergernis: ‘U wilt het doen voorkomen alsof u niet meer dan een transportfunctionaris was?’ Eichmann: ‘Dat was in de regel ook zo.’ Eichmann en zijn departement mogen zich dan in het middelpunt van de massamoord hebben bevonden, de draagwijdte van Eichmanns rol is sterk overdreven.

Maar weinig treinen tot hun beschikking
Eichmann gebruikte oranje inkt voor officiële documenten. Eichmann was geen beleidsmaker, zijn functie was operationeel. Zijn rol liet zien dat hij het beleid kon beïnvloeden, maar binnen zekere grenzen. Hij kon meepraten, maar de feitelijke opdrachten kon hij niet aanvechten. Vooral het onderwerp van de oorlogsveteranen en de gemengde huwelijken bleef Eichmann achtervolgen. Zulke plannen zouden niet goed vallen bij de Duitse katholieken en het Vaticaan. Ook moest men oppassen met Joden met een andere nationaliteit. Men wilde geen buitenlandse interventie uitlokken. Eichmann loog niet toen hij zei dat hij de bestemming van de deportatietreinen niet bepaalde. De Joden werden naar kampen gestuurd waar arbeidsinzet nodig was of waar het vernietigingsapparaat nog ruimte had hen te vermoorden. Eichmann kon van geen van beide op de hoogte zijn geweest. In tegenstelling tot de mythe dat de nazi’s de schaarse transportmiddelen die hun ter beschikking stonden voor de genocide inzetten, waren de 2000 treinen die in 1941-1942 door de RSHA werden ingezet voor het transport van de Joden naar getto’s en kampen een druppel in de oceaan. Op een doorsnee dag reden er zo’n 30.000 treinen van de Reichsbahn.

Uitroeiing door arbeid en Eichmanns leiderscapaciteiten
Midden 1942 bereikte het tekort aan arbeiders in het Rijk een extreme hoogte. Men kwam nu tot een ongemakkelijk compromis om de Joden met een concept van ‘uitroeiing door arbeid’ te behandelen. Een bizarre anti-Joodse maatregel was dat men alvorens de Joden in de gaskamers om te brengen, hen kaal schoor, zodat het haar gebruikt kon worden door kappers. Eichmann zei later: ‘Ik bevond me altijd in het brandpunt, in het centrum van alles wat met Joodse aangelegenheden te maken had’. Hoe zag hij mogelijkheid deze enorme hoeveelheid werk te verrichten? Hij was een buitengewoon goed ambtenaar met zeer veel ervaring en een gezond verstand. Een sleutel tot Eichmanns doeltreffendheid was zijn gave het juiste personeel te kiezen en zijn vermogen te delegeren. Günther, een hoge medewerker van Eichmann, hield de statistieken van de genocide bij. De voortgang werd weergegeven door een lange grafiek die één van de muren van zijn bureau besloeg. Op dezelfde wijze als bedrijfsleiders de verkoopcijfers of productie bijhouden! Eichmann zei eens tegen zijn medewerkers: ‘We zitten allemaal in hetzelfde schuitje en niemand stapt van boord’. Als Eichmann nieuwe mensen in dienst nam, wees hij ze onbeschaamd op hun medeplichtigheid.

Eichmann populair
In de periode 1942-1943 bezocht Eichmann minstens elf keer Frankrijk, Nederland en België, en ook andere landen, maar niet zo vaak als bovengenoemden. Ook bezocht hij Theresienstadt regelmatig. Omdat hij niet van vliegen hield, reisde hij met de auto. Zo nu en dan deed hij ook Praag aan om zijn gezin te bezoeken. Vera, zijn vrouw, zou later zeggen: ‘Wij spraken nooit over zijn werk’. In maart 1942 werd hun derde zoon, Helmut, geboren. Eerst reed hij ieder weekend naar huis, maar na verloop van tijd werd dat één keer per maand. De rest van de tijd woonde hij in Berlijn. Eichmann ging hier meer en meer om met een Oostenrijkse, voor wie hij zelfs een huis kocht. Eichmann hield veel van Duitse volksliederen en speelde viool. Ook speelde hij met zijn secretaresses tafeltennis. De jonge vrouwen die op zijn kantoor werkten waren gek op hem. Ze vonden hem allemaal een knap en ‘vrolijk’ type. Eichmanns relatie met zijn directe meerdere, Müller, was nauw en ontspannen. Hij belde hem dagelijks. Müller ‘was heel precies, heel bemoeizuchtig, heel intolerant, en hij zorgde ervoor dat hij alles in zijn hand hield’. Deze beschrijving van een almachtige en alwetende meerdere kwam bij Eichmanns verdediging goed van pas. Nadat Müller een zaak had overwogen en tot een besluit was gekomen, was Eichmann vrij die naar eigen goeddunken toe te passen.

Theresienstadt
Het lijkt in strijd met het gezonde verstand, maar Eichmann besteedde veel tijd en energie aan het verfijnen van de bepaling wie wel of wie niet onder de Endlösung viel. Eichmann kon niet zonder meer opdracht geven alle Joden in een bepaald district op te pakken. Joden met staatsburgerschap van bepaalde landen waren gevrijwaard van anti-Joodse maatregelen en deportatie. Ook bleek het in sommige bezette landen riskant om tot het christendom bekeerde Joden aan te pakken. Tienduizenden levens werden gespaard omdat de kerk de deportatie van bekeerlingen bestreed. Daar stond tegenover dat ze nauwelijks iets deed om de Joden te redden! Aanvankelijk werden Joden die onder de gevoelige categorie vielen naar Theresienstadt gezonden onder het voorwendsel dat het een bejaardengetto was. Maar vandaar konden ze ongezien en zonder protest naar het oosten worden gezonden. In Theresienstadt, het ‘getto voor de ouden van dagen’, waren zoveel gedeporteerden dermate zwak en oud dat 16.000 binnen een jaar een ‘natuurlijke dood’ stierven. Eichmann zag dat Theresienstadt de mogelijkheid bood de ongerustheid van de Duitse Joden en de wereld over de ‘evacuaties’ weg te nemen. Hij zag hoe het getto kon dienen om de Endlösung geheim te houden.

Tussenstation naar vernietigingskamp
De bewering dat de Joden naar het oosten werden gestuurd om te werken kon niet overeind blijven als er bejaarden en invaliden bij de transporten waren gevoegd. Maar als ze naar het ‘bejaardengetto’ werden gestuurd kon de maskerade tot in lengte van dagen standhouden. Men kon met Theresienstadt ‘het gezicht voor de wereld redden’. Maar nu werd het getto geplaagd door afgrijselijke overbevolking, ondervoeding en ziekten. De ‘evacuaties’ vanuit Duitsland naar Theresienstadt gingen gepaard met het soort verbijsterend cynische truc dat het handelsmerk van Eichmanns departement begon te worden. Ze kregen te horen dat ze in ruil voor de woning die ze in het Rijk achterlieten accommodatie in het ‘bejaardengetto’ kregen. Deze truc stelde het Rijk in staat hun eigendom ‘legaal’ over te nemen. Eichmann wist precies wat er zich afspeelde, omdat hij de stad geregeld bezocht. Eichmanns tactiek van misleiding in combinatie met de predilectie van de Rode-Kruisvertegenwoordigers maakte dat Theresienstadt geen alarmbellen aan het rinkelen bracht. Het duurde vervolgens niet lang of ook de bewoners van Theresienstadt werden naar Auschwitz-Birkenau gedeporteerd. In totaal stierven meer dan 33.000 Joden daar of werden in de nabijgelegen Gestapogevangenis geëxecuteerd. Meer dan 88.000 werden naar de vernietigingskampen gedeporteerd over een spoorlijn die ze zelf moesten aanleggen.

Europa van west tot oost uitkammen
Eichmann werkte hard voor de organisatie van de deportaties om ‘Europa van west tot oost uit te kammen’. In de bezette landen werden ‘deskundigen in Joodse zaken’ aangesteld uit Eichmanns gelederen. In mei/juni 1942 kwam Heydrich door een moordaanslag om het leven. Begin zomer 1942 vond er een radicalisering plaats in het beleid. Nu begon de barbaarse ontvolking van de Gouvernement-Generaal (bezette gebieden die niet waren geannexeerd). Ook begon een tweede fase van massa-executies in het oosten van Polen en Rusland. Vanaf dit moment was de planningsfase van een heel Europa omvattende genocide, de vernietiging van alle Joden, overgegaan op voorbereiding en volledige uitvoering. Eichmann en IVB 4 bevonden zich in het epicentrum van deze genocide. De Italianen die niets van een Endlösung wilden weten, lagen welbewust dwars. Daar weigerde men gewoonweg de bevelen op te volgen om Joden op te pakken. Uit Frankrijk werden in totaal 68.000 Joden gedeporteerd, een kwart van alle Joden.

Nederland het land met het hoogste percentage gedode Joden
Dit percentage werd overtroffen door Nederland, waar 107.000 van alle 140.000 Joden werden vermoord. Waarom dit verschil? Frankrijk bestond uit twee administratieve eenheden: een deel onder militair bestuur bezet en een ‘vrije zone’, onder het bestuur van de Vichy-regering. Nederland was daarentegen een geopolitieke eenheid onder direct Duits bestuur. De Joodse bevolking was grotendeels in een paar steden geconcentreerd. Er waren geen bergen of bossen om het verzet onderdak te bieden. Daarbij bevrijdden de geallieerden heel Nederland pas aan het eind van de oorlog, waarmee de nazi’s en hun collaborateurs nog de nodige maanden geboden werden om elke nog ondergedoken Jood op te sporen, te deporteren en te vermoorden (zoals Anne Frank en haar gezinsleden). De omstandigheden waren op Nederlandse bodem zo gunstig voor de vernietiging van de Joodse bevolking dat Eichmanns rol vrijwel immaterieel was. In Nederland leidde een competentiestrijd om quota’s te halen in combinatie met de geografische en demografische gesteldheid van het land tot verschrikkelijke gevolgen. In de lente van 1942 werd de gele ster ingevoerd. De deportaties uit Nederland verliepen zo goed dat Eichmann zich kon verheugen dat ze in de lente van 1943 nog doorgingen, terwijl ze in Frankrijk en Belgie al waren stopgezet. Tussen maart en juli 1943 brachten nog 19 treinen meer dan 32.000 Nederlandse Joden naar Sobibor, waar ze onmiddellijk werden omgebracht.

Eichmanns meedogenloosheid
Eichmann was niet degene die tot genocide aanzette, maar de opdrachten kwamen van Hitler, Himmler en Heydrich. Eichmann werkte te midden van een wirwar van diensten die hij eerder coördineerde dan leidde. Toch oefende hij nog altijd een bijzonder verderfelijke invloed uit. Keer op keer intervenieerde hij om het soort en het aantal Joden dat van deportatie was gevrijwaard te beperken, ook al waren ze onmisbaar voor de economie. Toen Eichmann terecht moest staan werkte zijn meedogenloosheid zwaar in zijn nadeel. Bij een annuleren van een trein werd hij bijvoorbeeld woest. Ook Thessaloniki was een berucht incident. Hier woonde een Joodse gemeenschap van zo’n 53.000 sefardische Joden, zowel rijke handelaren als havenarbeiders. Men wierp zich met ongekende wreedheid op de Joden daar. Ze werden in een getto opgesloten. In een paar maanden tijd werden er 46.000 Joden naar Auschwitz-Birkenau gedeporteerd. Ze beriepen zich op hun Spaanse afkomst om aan deportatie te ontkomen. Maar Eichmann deed er alles aan om dit te voorkomen.

Slowakije en Roemenië
Het eerste Oost-Europese land waarop Eichmann zich richtte was Slowakije. Het land werd bestuurd als een katholieke dictatuur onder een priester. 70.000 van de 88.000 Joden werden hier vermoord. Toen het Rode Leger naar de Slowaakse grens oprukte, werden de slachtoffers haastig naar het monster Auschwitz-Birkenau gevoerd. Het verloop van de Endlösung in Frankrijk, Nederland, Italië en Slowakije illustreert het complexe krachtenveld dat Eichmann en IVB 4 moesten doorkruisen. Eichmanns vermogen anti-Joodse maatregelen veilig te stellen, de Joden op deportatie voor te bereiden en ze uit te voeren stond of viel met de Duitse diplomatieke en militaire macht. Eichmanns eigen ideologische overtuiging maakte hem blind voor de paradox dat mensen die de Joden net zo haatten als hij, maar om andere redenen, misschien niet inzagen waarom ze allemaal vermoord moesten worden. Roemenië is een voorbeeld van deze contradictie. In 1939 had dit land een internationale reputatie van fel antisemitisme. Ongeveer 135.000 Joden werden vanuit de oostelijke provincies naar Transdnestrië verdreven, een kale strook nieuw gewonnen land tussen de rivieren Dnjestr en Boeg. In de primitieve kampen daar stierven zo’n 90.000 Joden. Maar de Roemenen werden voor Eichmann een bron van ergernis. De politici namen steekpenningen van Joden aan, en hun ijver voor de Endlösung bekoelde met het voelen van de kille wind van de nederlaag op hun stoep. De Joodse gemeenschap in het oude koninkrijk Roemenië greep de gelegenheid aan om bij de corrupte regering concessies los te krijgen. Er stierven uiteindelijk 250.000 Joden in Roemenië, maar 292.000 Roemenen ontsnapten aan Eichmanns machinerie.

Bureaumoordenaar, maar dat niet alleen
Eichmann had de beschikking over een auto, een chauffeur en onbeperkt gebruik van brandstof. Hij reed voortdurend tussen Berlijn, Wenen en Praag. Dankzij deze uitstapjes zag Eichmann alles wat nodig was voor de opleiding tot génocidaire. Daarna kon hij geen geruststellende illusies over de gevolgen van zijn ‘papierwerk’ hebben gehad. Hij was ook geen robot die slechts met routinewerk te maken had. De vuiligheid die genocide is drong voortdurend door tot de stille vertrekken in de Kurfürstenstrasse. Hoewel het directe contact met Joden vanaf 1941 afnam en de meeste interacties op papier plaatsvonden, bleef Eichmann de Joodse vertegenwoordigers van de in Berlijn, Wenen en Praag gevestigde ‘emigratiekantoren’ ontmoeten. Hoewel Eichmann een ‘bureaumoordenaar’ geweest is, was hij niettemin nooit geïsoleerd van de lichamelijke en bloedige consequenties van zijn bezigheden voor mensen van vlees en bloed. Begin november 1942 kreeg Eichmann ongewoon verzoek van Hitlers arts. Hij wilde dat Eichmann een nazistische onderzoeker menselijke skeletten leverde, in het bijzonder ‘de schedels van Joods-bolsjewistische commissarissen’. In 1943 werd opdracht gegeven door Himmler dat lijken uit vroegere massagraven van Joden in Polen en Rusland moesten worden vernietigd om het bewijs van de massaslachtingen teniet te doen. Het was een satanische onderneming.

Eichmann en Auschwitz
In Israël probeerde Eichmann aan te tonen dat hij niet persoonlijk bij de massamoord was betrokken en in het bijzonder niet in Auschwitz. Maar de feiten spreken dit tegen: de aanschaf van Zyklon B-gas liep bijvoorbeeld via IVB 4. De secretaresses twijfelden niet over de bestemming. Eichmann bezocht Auschwitz meerdere keren. Daar ontmoette hij bijvoorbeeld zijn vroegere Joodse partner bij illegale immigratie Bernhard Storfer, die achter het prikkeldraad een woordenwisseling met Eichmann had. ‘Ach, mijn beste Storfer, ik kan u echt niet helpen. Wat heeft u toch pech gehad!’ Eichmann stelde voor dat Storfer lichte werkzaamheden kon verrichten. ‘Hij was dolblij, we schudden handen, ze gaven hem zijn bezem en hij ging op zijn bank zitten. Dat maakte me heel gelukkig’, aldus Eichmann. Niet lang na hun afscheid werd Storfer geëxecuteerd…

Eichmanns veranderende houding
Eichmanns benadering van de vraag naar Joodse schedels en zijn antwoord op Storfers smeekbede wijzen op een man die gewend was geraakt aan verschrikking en niet in staat tot normale gevoelens van medemenselijkheid. Het blijkt dat Eichmann in de loop van 1942 alle twijfel en scrupules over genocide geheel overboord had gegooid. Hij was nu onverbiddelijk toegewijd aan het vernietigen van de ‘Joodse vijand’. Zijn taalgebruik tegen en over Joden verruwde merkbaar. Al zijn kennis over de Joden was er nu op gericht hun vernietiging zeker te stellen. Wij vragen ons af: hoezo waren de Joden de ‘vijand’ van het Rijk? Eichmann bevond zich in de greep van een dodelijke waanvoorstelling. Rudolf Höss geeft ons een verontrustend portret over Eichmann rond 1942-1943. ‘Hij liet zien dat hij totaal geobsedeerd was door het idee iedere Jood waarop hij zijn hand kon leggen uit te roeien. Deze uitroeiing moesten we zonder mededogen en koelbloedig voltooien. Voor elk compromis, zelfs het kleinste, zouden we later moeten boeten.’ Höss zei dat Eichmann ervan overtuigd was dat ‘als hij erin zou slagen de biologische basis van het Jodendom in het oosten te vernietigen, het Jodendom in zijn geheel deze slag niet meer te boven zou komen.’ Maar waarschijnlijk maakte Höss Eichmann zwart om zijn eigen zogenaamde gewetenswroeging geloofwaardiger te maken, maar deze verklaring wordt door andere bronnen wel bevestigd. Toen Wisliceny uitriep: ‘Mag God voorkomen dat onze vijanden ooit iets vergelijkbaars met de Duitsers zullen doen’, vroeg Eichmann hem niet ‘sentimenteel’ te worden.

Holocaust als een multinationaal bedrijf
Eichmanns houding tegenover de Joden had de vorm van kille onmenselijkheid aangenomen. Dit was niet de normale gezindheid van een strijder tegenover zijn vijand. Een soldaat is in staat tot medeleven met zijn vijand. Maar Eichmann vervolgde een kosmische vijand, een fantasie. Vanaf midden 1941 had hij niet veel contact meer met Joden. In zijn ogen was het geen menselijke vijand; het ging om een virus, een bacterie in menselijke vorm. Eichmann had geen enkele gevoel voor Joden. Eichmann ging met genocide om op de manier waarop de manager van een multinationaal bedrijf de productie en distributie van een product aanpakt. Dossers, grafieken en cijfers waren van belang omdat hij dagelijks bij Müller en Himmler over de voortgang moest rapporteren. En dan moest er ook nog rekening worden gehouden met de public relations. In mei 1942 schreef Eichmann een boek met als titel De Endlösung van het Joodse vraagstuk. Het was bedoeld om de statistische gegevens over de Jodentransporten tot op dat moment beschikbaar te maken. ‘Maar er is nooit een exemplaar van het boek verschenen omdat het werd verboden’, zo verklaarde Eichmann in Jeruzalem bitter. Himmler hield in deze tijd een toespraak waarin hij de ‘vernietiging van het Joodse volk’ beschreef als een ‘roemrijke bladzijde uit onze geschiedenis, een bladzijde die nooit kan en zal worden geschreven’. Begin 1943 rapporteerde Richard Korherr, een beroepsstatisticus, aan Hitler hoeveel Joden er exact waren vermoord. Het moest op een speciale schrijfmachine met groot lettertype uitgetypt worden voor Hitler, die bijziende was. Eichmann schatte het aantal toen op 4,5 à 5 miljoen.

In epicentrum van vernietigingsgolf (1944-1945)
Hongarije
Eichmanns werkterrein was nu Hongarije. Begin 1944 waren er 725.000 Joden in dit land. Daarbij kwamen ook nog eens 100.000 gekerstende Joden. Toen het Hongaarse regime begon te heulen met de geallieerden, overschreden de Duitse troepen de grenzen. Begin 1944 bevond Duitsland zich in een strategisch defensief, maar de nazi-leiding dacht nog steeds dat de oorlog gewonnen kon worden. Hitler meende de Amerikaanse en Britse invasie in Noord-Europa op de stranden wel makkelijk te kunnen verslaan. Daarna zouden alle troepen zich samentrekken om tegen het Rode Leger te strijden. Zo zou Duitsland alsnog zegevieren. Hongarije beschikte over begerenswaardige voorraden voedsel, brandstof en grondstoffen, en de Duitsers wilden de economie zoveel mogelijk uitpersen ter willen van hun oorlogsinspanning. De Joden boden de mogelijkheid voor een grootschalige plundering. Ook konden hun fabrieken in beslag worden genomen en konden ze dienen als dwangarbeiders, die hard nodig waren. Nu de deportaties uit het westen tot stilstand waren gekomen, zette Eichmann zijn zinnen op Hongarije. Eichmann betrok na de Duitse invasie op 19 maart een prachtig huis in Boedapest, onteigend van een Jood. Hier leefde hij een grote luxe. Eichmann vertelde later de waarheid dat het beleid over de Hongaarse Joden al voor zijn komst was bepaald. De Joden zouden uitgekleed en uitgebuit worden en daarna worden vernietigd om biologische regeneratie te voorkomen. De samenwerking van Hongaren was noodzakelijk, omdat Eichmann zelf niet voldoende manschappen had om de deportaties te leiden zonder gevaar van opstand.

De Hongaren werken volledig mee
De Hongaarse regering die er na de Duitse bezetting was neergezet, reageerde met zoveel enthousiasme op Eichmanns moordplannen dat verder overleg niet nodig was. Het lot van de Joden was bezegeld. Er kwam een reeks anti-Joodse maatregelen. De Joden van het land zouden naar de steden worden gedreven, waarbij men van het oosten naar het westen zou werken. Hun bezittingen zouden worden afgepakt en de getto’s zouden worden ingericht in oude fabrieken langs de spoorlijn. Vandaar zouden ze gedeporteerd worden. Het vormen van de getto’s begon met de karakteristieke kwaadaardigheid op de eerste dag van het Joodse paasfeest. Na een paar maanden genoten alleen de 160.000 Joden in de hoofdstad nog enige vorm van vrijheid. Eichmann loog later schaamteloos toen hij tegenover zijn ondervrager verklaarde dat ‘mijn bezigheden in Hongarije, zeer bescheiden van aard waren’. Door de Joden in de hoofdstad tot het laatst te bewaren, verminderden de Duitsers de kans op Joods verzet. De Joden van Boedapest hadden uitstekende relaties en waren goedgeorganiseerd. De basis van de genocide in Hongarije was de bereidwilligheid van de Hongaren om zich van hun Joodse landgenoten te ontdoen. Eichmann zei later: ‘Hongarije was het enige land waar we niet snel genoeg te werk konden gaan’. Mannen, vrouwen en kinderen werden in veewagens gepropt. Men bracht drie dagen door in deze wagens zonder eten, water of sanitaire voorzieningen. Slechts een kwart van elk transport werd voor arbeid geselecteerd, de rest werd binnen een paar uur na aankomst vermoord. In juli waren er al bijna 440.000 Joden naar Auschwitz-Birkenau gedeporteerd.

Het plan van Joel Brand
Op 25 april kwam Eichmann in contact met Joel Brand, een in Hongarije geboren Jood die lid was van een onofficiële groep die het Hulp- en Reddingscomité (HRC) was genaamd. Eichmann, schitterend gekleed in zijn SS-uniform, stond voor zijn bureau en blafte hem op een gegeven moment af: ‘Jij, weet je wel wie ik ben? Ik heb de leiding over de Aktion! In Europa, Polen, Tsjechoslowakije en Oostenrijk zijn we klaar, nu is Hongarije aan de beurt.’ Hier kwam het tot een deal: Eichmann stond toe dat een miljoen Joden naar Palestina konden emigreren als Brand zou zorgen voor goederen en materieel voor het Rijk: ‘Goederen in ruil voor bloed’. In feite was dit een onmogelijke operatie. Eichmann was bereid de installaties in Auschwitz op te blazen en tien procent van één miljoen Joden te redden. Brand greep zijn kans. Na hun gesprekken zouden ze elkaar weer zien in de rechtszaal in Jeruzalem. Wat er na de gesprekken gebeurde was een tragedie. Eichmann nam het plan helemaal niet serieus. Brand vertrok richting Istanbul om zich voor te bereiden, een ondraaglijke opdracht, het lot van één miljoen mensen waren nu in zijn hand. Engeland werkte niet mee met Brand. In Palestina aangekomen werd hij door de Britten vastgezet.

Duitsland aan verliezende hand, Eichmanns fanatisme
Franklin Delano Roosevelt was er snel bij om de Duitse bezetting van Hongarije en de dreiging van deportaties te veroordelen. Het Vaticaan wist in mei wat er zich in Auschwitz-Birkenau afspeelde dankzij de verslagen van vluchtelingen die Slowakije bereikten en stuurde een pauselijke delegatie om deze informatie te controleren. Op 6 juni landden de geallieerden in Normandië en het was duidelijk dat de Wehrmacht niet in staat zou zijn ze terug in zee te drijven. Op 22 juni begon het Russische leger een offensief in Wit-Rusland waarbij een volledig Duits leger in de pan werd gehakt en de weg naar Warschau open kwam te liggen. Duitslands militaire lot was bezegeld. Een zwaar bombardement van de Amerikanen op Boedapest op 2 juni onderstreepte de benaderde positie van de As-mogendheden en de dreiging van vergelding. Drie dagen later werden de treinen stopgezet. Eichmann was woedend over het bevel de deportaties te stoppen. Hij drong er bij Hitler aan persoonlijk in te grijpen. Deze tegenslag maakte Eichmann woedend en hij zon op wraak. Een getuige: ‘Er kwam een bevel dat iedereen zich op de binnenplaats moest verzamelen, waarna de SS’ers begonnen hen met veel geweld in vrachtwagens te gooien. Er waren mensen bij die op krukken liepen en een invalide in een rolstoel en een paar zieken; maar hun werd verteld dat ze al die dingen achter konden laten omdat ze ze toch niet meer nodig zouden hebben’. Zonder iets aan te trekken van de soevereiniteit van Hongarije gebeurde dit. Het was een vertoning van persoonlijke ijver, initiatief en fanatisme van Eichmann.

Van binnenuit door en door rot
De verwarrende sfeer werd verhoogd door de mislukte moordaanslag op Hitler de volgende dag (20 juli). Eichmanns gedrag wijst erop dat hij nu werd verteerd door de drang om te voltooien waaraan hij was begonnen. Eichmann wilde een nieuw besluit van Hitler zelf vragen. Dit was een verbazingwekkende mate van arrogantie. Feit was dat zijn werk in Hongarije erop zat en hij vroeg om overplaatsing. Hij voelde zich overbodig. Eichmann begon tekenen van een totale geestelijke inzinking te vertonen. Hij was niet langer de ascetische, volhardende ondergeschikte met een onverwoestbare arbeidsmoraal. Hij begon veel taken te delegeren en kreeg daardoor veel vrije tijd. Hij had in Boedapest een zeer druk privé-leven dat veel tijd in beslag nam. Hongarije was een paradijs in vergelijking met Duitsland. Op de zwarte markt was van alles te koop en er waren weinig bombardementen. Hij woonde zelfs even op een kasteel. De maanden in Boedapest schapen een beeld van Eichmann als een verdorven en losbandig mens; hij moedigde aan tot partnerruil onder SS-officieren. ‘Hij had nauwelijks last van seksuele remmingen’. Eichmann had in Hongarije twee buitenechtelijke verhoudingen. Eichmann hield zich ook bezig met een amfibievoertuig, waarop hij over bergen en door dalen scheurde. Benzine was er voor hem genoeg. Ook rookte en dronk hij stevig in deze tijd. Er vond een degeneratie plaats van zijn karakter. Een voortdurende interactie met het vernietigingsapparaat had hem vertrouwd gemaakt met massamoord. Eichmann had het gevoel dat hij zich ‘in het epicentrum van de vernietigingsgolf’ bevond. Met de vernietiging van Berlijn ‘verloor de dood voor mij zijn verschrikking’. Rond 1944 was Eichmann van binnenuit door en door rot.

Bang voor de dood
Voor het eerst kreeg Eichmann nu een opdracht die hem in de buurt van het front bracht. En voor het eerst deed hij geen poging eronderuit te komen. Bij zijn vertrek had hij allerlei fantasieën over een glorieus einde op het slagveld. Het leek alsof hij de dood zocht. Na zijn avontuur aan het front ging hij naar Berlijn, waar hij officieel werd ontbonden. Hij kreeg de opdracht in Hongarije te blijven om het één en ander in de gaten te houden. Ondertussen liet hij nog Joden te voet van Boedapest naar Wenen lopen, een tocht van ruim 200 kilometer. Müller beweerde: ‘Hadden we vijf Eichmannen gehad, dan zouden we de oorlog zonder meer gewonnen hebben.’ Eichmanns gedrag in de laatste oorlogsmaanden stuitten zijn collega’s tegen de borst. Höss moest hem erop wijzen dat de Joden niet langer zouden worden gedood. Aan het einde van de oorlog blijkt dat Eichmann toch wilde overleven. Hij was bang dat de geallieerden hem, gezien zijn rol bij de uitroeiing van de Joden, als één van de grootste oorlogsmisdadigers beschouwden. Eichmann had, om een aanslag zoals die op Heydrich te voorkomen, in zijn auto een kleine wapenvoorraad liggen en zijn woonverblijf werd voortdurend bewaakt. Hij was doodsbang, bloednerveus en schreeuwde. Hij lachte niet meer en keek nors. Op kerstavond 1944 moest hij Boedapest verlaten, terwijl de Russen af en aan schoten. Ternauwernood wist hij er levend uit te komen.

Lachend in het graf springen
In Berlijn aangekomen was er niets van zijn kantoor over. Door de SS’ers werd hij als een paria behandeld. Daar zag hij SS’ers die bezig waren hun identiteit te veranderen om aan straf na de oorlog te ontkomen. Eichmann regelde dat de incriminerende dossiers van IVB 4 voor verbranding naar Theresienstadt moesten worden gebracht. Het kostte meerdere dagen om de dossiers te vervoeren. Het verbergen van de bewijzen voor de Endlösung kreeg nu voorrang. Eichmann zou ook in deze dagen opdracht hebben gegeven bij het naderen van het Rode Leger alle Joden dood te schieten. In Theresienstadt werden de slachtoffers inmiddels verbrand, omdat er zoveel waren dat begraven niet meer mogelijk was, én de waterstand stond daarvoor te hoog. Eichmann schoof dit bezwaar terzijde. Het gevolg was dat de doden die in de laatste oorlogsweken werden begraven, gauw in het nabijgelegen moeras kwamen bovendrijven. Deze lijken werden een metafoor. Eichmanns pogingen om het Rode Kruis te misleiden lukten niet: de waarheid kwam onherroepelijk aan de oppervlakte. Bij zijn ‘afscheidsrede’ die hij rond die tijd voor zijn medewerkers hield zei hij dat de wetenschap dat hij vijf miljoen Joden op zijn geweten had hem zoveel voldoening gaf dat hij lachend in zijn graf zou springen. Eichmann werd de kans in Berlijn een heroïsche dood te sterven ontzegd. Hij week uit naar de bergen van Tirol. Hier zag Eichmann zijn gezin weer. Nu begon ook hij zijn identiteit te verbergen: ‘Ik verdween dusdanig dat ik niet iedereen vertelde wie ik was’.

Vlucht en gevangenschap (1945-1960)
Van Bart tot Eckmann
Op 8 mei 1945 stortte Eichmanns wereld ineen. Vera had in Oostenrijk onderdak gevonden in een wijk waar veel vrouwen van SS-officieren werden ondergebracht. Eichmann had niet zoals de SS’ers zijn zakken met geld, goud en juwelen gevuld en had niets dan een aktekas vol parelgerst en een halve zak meel als afscheidsgeschenk. En gipscapsules, één voor elk kind en één voor zijn vrouw en hij zei tegen haar: ‘Als de Russen komen moet je die doorbijten, als de Amerikanen of Britten komen, heb je ze niet nodig’. Gedurende de daaropvolgende maanden hielp Vera de sporen van haar man uitwissen. Voor Eichmann bevestigde de komst van Amerikaanse pantservoertuigen de hopeloosheid van de situatie. Eichmann ging op weg naar Duitsland. Later beweerde hij dat ‘de wil tot leven weg was’, maar zijn gedrag vertelt een ander verhaal. Eichmann verkleedde zich in een uniform van de Luftwaffe en ging verder als korporaal Bart(h). Maar er was een probleem: ieder lid van de Waffen-SS had zijn bloedgroep aan de binnenkant van zijn linkerarm getatoeëerd. Zijn poging om deze met behulp van een brandende sigaret uit te wissen was bijzonder pijnlijk en had geen succes. Dus liet hij de aangenomen identiteit weer vallen en heette nu SS Oberscharführer (sergeant) Bart. Toen hij zag dat de officieren van dwangarbeid waren vrijgesteld, werd hij opeens SS Untersturmführer. Ook zijn naam veranderde hij: Otto Eckmann. Hij koos een achternaam die op de zijne leek voor het geval een vroegere kameraad hem zou herkennen en ‘Eichmann’ zou uitroepen.

Van Eckmann naar Henninger: houthakker en kippenfokker
Eichmann zat van mei 1945 tot januari 1946 vast. De angst groeide om ontmaskerd te worden. Hij wist dat het slechts een kwestie van tijd was, want de werkelijkheid van de Endlösung drong steeds meer door in de wereld. Hij overwoog zelfmoord, maar zijn mening veranderde toen hij dacht aan zijn gezin. Maar hij wist dat hij niet passief kon blijven. Op 3 januari 1946 getuigde Dieter Wisliceny als getuige à decharge voor Kaltenbrunner en hij gaf het gerechtshof tekst en uitleg over Eichmann. Nu besloot hij te ontsnappen. Dankzij de erecode onder de SS-officieren beloofden ze hem te helpen. Op 5 februari lukte het hem te ontsnappen, na een nieuwe identiteit, valse papieren en burgerkleding te hebben ontvangen. Hij ging naar het zuiden van Duitsland. Zijn naam was nu Otto Henninger. Eerst verbleef hij zes weken bij een vrouw met SS-sympathieën, maar Eichmann trok nu naar het noorden, waar het veiliger was. Hij kwam in Eversen, nabij Bremen, waar hij bij de boswachter in dienst werd genomen. Twee jaar werkte hij nu tevreden als houthakker! Hij genoot van de gemakkelijke omgang met de frontveteranen en het harde werk in de stille bossen. Toen het bedrijf waarvoor hij werkte failliet ging, pachtte hij een stuk weideland waar hij meer dan een jaar kippen fokte. Eichmann werd daar getypeerd als een rustige en efficiënte man, die veel werk van zijn kippen maakte en aardig wat verdiende. Hij ging niet naar de kerk, maar was wel lid van de gemeenschap. Hij hielp mensen met formulieren invullen, waar hij goed in was.

Vlucht naar Argentinië als Ricardo Klement
Hij was zo slim in de Britse zone van Duitsland te gaan wonen, want hier was relatief weinig toezicht en de Britten voelden weinig voor processen tegen oorlogsmisdadigers en hadden rond 1949 geheel hiervan afgezien. Bij de processen van Neurenberg in 1946 legde Rudolf Höss een getuigenisverklaring af, waarbij hij Eichmann bij het functioneren van Auschwitz-Birkenau betrok. Voor het publiek was Eichmann nog een relatief onbekende, maar er kwam opeens een krantenbericht dat iemand ‘Eckmann’ in verband bracht met ‘Eichmann’. Er vond hierop een aanval op het huis van zijn vrouw plaats op instigatie van nazi-jager Simon Wiesenthal. Zoals duizenden voortvluchtige nazi’s ging Eichmann nu de inmiddels beruchte ‘rattenroute’, die van Duitsland via Italië naar Argentinië leidde, volgen. Argentinie was een conservatief katholiek land met een pro-fascistische dictator, Juan Perón, die in zijn jeugd een militaire opleiding genoot in Italië en deel had uitgemaakt van Mussolini’s leger. In 1943 greep hij de macht in Argentinië. Hoewel hij in 1944 gedwongen werd de banden met nazi-Duitsland te verbreken bleef hij pro-nazi. Het Vaticaan sloot in 1946 een overeenkomst met Argentinië om voortvluchtige anticommunistische fascisten, nazi’s en hun collaborateurs Europa uit te helpen. Zo gaf een franciscaner monnik in Duitsland Eichmann een vluchtelingenpaspoort op naam van Ricardo Klement en een visum voor Argentinië. De emigratiedeskundige werd emigrant, de man die ooit illegale emigratie onderdrukte werd een illegale emigrant. Aan boord naar Argentinië had hij gezelschap van twee andere SS’ers, waarvan er één later een succesvol zakenman zou worden, terwijl Eichmann van de sociale ladder afgleed. Eichmann gaf bij de douane het beroep ‘technicus’ op.

Een nieuw leven, maar de nazi-jagers zitten niet stil
In Argentinië vond hij een tijdelijke baan in een metaalverwerkingsbedrijf. Daarna ging hij naar het noorden en betrok een woning in een klein bergdorp om bij een bouwondernemer in dienst te gaan. Hij kwam stil en eenzaam over. Hij stond vroeg op, werkte ijverig, maar ging weinig met zijn collega’s om. Eichmann hield van het nieuwe leven. Hij reed paard en genoot van het schitterende landschap. Hij was gelukkig in de bergen, zoals die in Oostenrijk ook waren. Eichmann vond het tijd worden dat zijn gezin ook overkwam. Dit was natuurlijk riskant, maar de belangstelling voor hem verflauwde. In die vijf jaar na het einde van de oorlog waren de herinnering aan de uitroeiing van de Joden en de houding ten opzichte van nazi-oorlogsmisdadigers van grote verontwaardiging in onverschilligheid veranderd. Er waren wel nazi-jagers: Simon Wiesenthal (in 1908 in Polen geboren) had in 1945 al een lijst van alle SS’ers die hij had ontmoet en had een fanatieke vastbeslotenheid hen voor het gerecht te brengen. Amerikanen betaalden hem. Hij doorgrondde Eichmanns betekenis pas na het lezen van de documenten van Neurenberg. Probleem was dat ze geen foto van Eichmann hadden. Vera had natuurlijk ook geen foto’s. Hoe moest dat nu? Wel, iemand werd naar een buitenechtelijke vriendin van Eichmann gestuurd. Deze wist haar voor zich te winnen en al snel kwamen fotoalbums op tafel. En jawel, daar stond ook een foto van Eichmann in. Binnen een uur had de politie het album in beslag genomen en werden er kopieën van de foto verspreid.

Wiesenthal zit achter Eichmann aan
Het spoor hield echter op. De volgende doorbraak was te danken aan een foutje in Vera’s verhullingspoging. Eind 1947 verklaarde ze haar man bij de arrondissementsrechtbank dood. Wiesenthal kwam erachter en vond deze actie juist een bewijs dat hij niet dood kon zijn. Het is wel eigenaardig dat er geen belletje ging rinkelen toen Vera een visum via de Argentijnse ambassade aanvroeg en geruisloos uit Oostenrijk verdween. Van Israëls kant was er ook weinig belangstelling. De staat werd in 1948 opgericht, en alle energie staken ze in de opbouw van de nieuwe staat, temidden van allemaal vijanden. Bovendien wilden ze de wandaden van de nazi’s vergeten. Eichmann verdween ook naar de achtergrond door de Koude Oorlog in Europa. Wiesenthal vocht echter door. Van een lid van een club voor postzegelverzamelaars hoorde Wiesenthal dat Eichmann in Argentinië was gezien. Eichmann kon een aantal jaren in relatieve rust in Argentinië, nu samen met z’n gezin, leven. Het schijnt dat de kinderen hun vader niet herkend hadden toen ze aanmeerden in Buenos Aires. Eichmann was behoorlijk verouderd en hij droeg een bril; ook was zijn haargrens teruggeweken. Zoon Klaus vertelde later dat ze een strenge vader hadden.

Verschillende baantjes
Eichmann ging nu in Buenos Aires wonen, waar hij een textielwinkel opende, maar dit mislukte. Hierna beheerde hij een boerenbedrijf zo’n 60 kilometer van de hoofdstad vandaan. Daarna kreeg hij een baantje als magazijnbediende voor Orbisgastoestellen, een bedrijf van een oud-nazi. Uiteindelijk werd hij lasser en monteur bij de Mercedes-Benzfabriek. Hiervoor moest hij dagelijks twee uur met de bus heen en weer reizen. De reis zou Eichmanns ondergang worden. Jarenlang verliep het leven rustig en probleemloos. In 1953 werd zelfs nog een zoon geboren. Eichmann sprak niet met zijn kinderen over politiek en verbood ze er buitenshuis over te spreken. Eichmann piekerde vaak over zijn verleden en las het ene na het andere boek over het Derde Rijk. Uit zijn aantekeningen in die boeken is af te leiden dat hij een hardnekkige nazi was gebleven. Op de laaste bladzijde van een boek schreef hij zijn motto: het komt allemaal neer op plicht en het opvolgen van bevelen.

Willem Sasssen: een fatale vriendschap
Eichmann kwam in Buenos Aires in contact met Willem Sassen, een Nederlandse nazi. Hij wist spectaculair uit de gevangenis te ontsnappen toen hij in de gevangenis bij kerst de hoofdrol vervulde bij een toneelvoorstelling, waarbij hij echt vluchtte, hetgeen niemand door had. Onder de schuilnaam Jacobus Jansen was hij in Argentinië terecht gekomen. Hij werd redacteur van een nieuwsbrief voor de in Argentinië wonende nazi’s (Der Weg). Eichmann stond op dat moment op de rand van armoede. Eichmann ontmoette Sassen regelmatig in een café in de hoofdstad waar nazi’s gewoon waren heen te gaan. Dit zou een fatale vriendschap worden. Sassen stelde midden jaren 50 voor om een volledig verslag van de Endlösung te geven. Het zou de ‘waarheid’ vanuit het nazi-standpunt vertellen en hun aardig wat geld opleveren. De bedoeling was Eichmanns herinneringen op band op te nemen. Eichmann en Sassen hadden echter zo hun eigen bedoelingen. Eichmann werd gedreven door ijdelheid. Hij was vooral gebrand om de zwaar belastende, door Wisliceny in het leven geroepen versie te weerleggen. Maar waar Sassen het aantal naar de vernietigingskamp gedeporteerde Joden omlaag wilde brengen, wilde Eichmann maar al te graag over zijn succes opscheppen.

Een belangrijk transcript
De wijn die op deze bijeenkomsten (bij Sassen thuis) werd geschonken maakte Eichmanns tong losser dan goed voor hem was. Eichmann toonde geen berouw tijdens de gesprekken. Hij weigerde ‘te erkennen dat we iets verkeerds deden’. Eichmann was wel verdrietig, maar dan om het feit dat hij gefaald had om de Endlösung te voltooien. Na vijf maanden praten en 67 banden, waarvan Sassen later een typoscript van 695 pagina’s zou maken, was het klaar. Eichmann was niet blij met het resultaat. Delen van het transcript die hij kon beamen ondertekende hij. Één van de redenen waarom Eichmann meedeed aan dit project was dat er geld aan te verdienen was, en dat had hij nodig, nu hij in armoede leefde. In 1958 bouwde Eichmann een nieuw huis, ver van nieuwsgierige buren af en met vrij uitzicht. Eichmann liep elke ochtend en avond tussen zijn huis en de bushalte. ’s Avonds kwam hij in het pikkedonker aan, en moest hij nog 300 meter naar huis lopen. Het was een volmaakte plek voor een ontvoering…

De jacht naar Eichmann langzaam heropend
Zoon Klaus kreeg verkering met een jonge vrouw wier vader halfjoods was. De verkering raakte uit toen het gesprek over de holocaust ging. Een jaar later las haar vader, die een fervente anti-nazi was, de naam Eichmann in een krantenartikel en zag dat dit Ricardo Klement was. Hij kwam in contact met de gerechtelijke autoriteiten in Frankfurt, waar Fritz Bauer de zaak opnam. Deze nam contact op met Israël, dat eerst niet zo veel belang hechtte in de jacht op Eichmann. Men wist niet eens wie hij was. Toch ging de geheime dienst, de Mossad, aan het werk met deze zaak. Toen één poolshoogte kwam nemen in de Argentijnse hoofdstad, kon hij niet geloven dat een prominente oud-SS’er in zo’n wijk kon wonen als Eichmann nu woonde. Er werd meer dan een jaar niets ondernomen. In 1959 en 1960 stierven Eichmanns moeder en vader. In de advertentie had schoondochter Vera opeens weer de naam Eichmann aangenomen, terwijl ze onder haar meisjesnaam een paspoort had aangevraagd. Voor Wiesenthal opnieuw een bewijs dat Eichmann in leven was.

Zvi Aharoni al verkenner
Inmiddels hoorde de premier van Israël, David Ben-Goerion, ook van deze zaak. Zijn toestemming was namelijk nodig om veel kostbare middelen aan de inlichtingendienst te ontrekken voor deze zaak. Golda Meir was toen minister van Buitenlandse Zaken. Een verzoek om uitlevering werd nooit serieus overwogen. Zvi Aharoni werd aangewezen om de eerste verkenning te gaan doen. Hij was in Berlijn geboren en was een deskundig onderzoeker en ondervrager. Vijf dagen hield hij het huis van Eichmann in de gaten en maakte hij foto’s. Ook ging hij met plaatselijke helpers naar het huis om met een verborgen camera betere foto’s te maken, maar dit project werd bijna een mislukking. Om Eichmann zelf op de foto te krijgen, moest Aharoni nog meer risico’s nemen. Op een zekere dag reed hij met zijn jeep dichtbij het huis van Eichmann een greppel in. Toch wilde hij uit alle macht een close-upfoto van Eichmann maken. Dit lukte uiteindelijk en hij liet de foto ontwikkelen bij de dichtstbijzijnde fotohandel. Hier ging het weer bijna mis toen de foto te lang op zich liet wachten en Aharoni in de winkel boos werd. Gelukkig werden ze niet wantrouwig. Dit mag geluk heten, gezien de vele nazi’s die in de stad rondliepen. Aharoni vertrok de volgende dag uit Argentinië.

Voorbereidingen voor de ontvoering
Toen Aharoni verslag deed bij Isser Harel, hoofd van de geheime dienst, zei deze: ‘In dat geval komen we hem ophalen’. Rafi Eitan, een ervaren geheim agent, werd aangesteld een speciale eenheid aan te voeren en samen te stellen. Er ging een technicus mee, een vervalser voor de papieren, een arts die Eichmann moest verdoven, een vrouwelijke agent die moest koken en de indruk moest geven dat het een normaal gezin betrof. De relaties tussen Israël en Argentinië waren goed, ondanks de 80.000 leden tellende Duitse nazi-gemeenschap in de hoofdstad. Vijf jaar eerder was Perón uit zijn ambt verdreven, maar zijn volgelingen vormden nog een macht van betekenis. Het was een riskante missie. Ben-Goerion ging akkoord. De eerste twee dagen hielden de leden van de eenheid Eichmanns huis in de gaten en stelden vast dat hij er een betrouwbare routine op na hield. Het team nam geen risico’s: voor elk detail van de operatie werd een vervanging geregeld: een extra huis, een extra auto en een extra agent. Het resultaat was een enorm en schijnbaar eindeloos verbruik van tijd, geld en energie. De timing was goed: het was net de viering van de Argentijnse onafhankelijkheid. Er zou een splinternieuw El Al-vliegtuig vliegen met Israëlische diplomaten. De eenheid kon rekenen op maximale medewerking van deze vliegmaatschappij. Alleen de Argentijnse douane vormde nu nog een moeilijkheid.

Hét moment
Het vliegtuig zou op 19 mei vertrekken. Zo kwamen ze overeen om de ontvoering op woensdag 11 mei 1960 te plannen. Die avond namen de leden van de eenheid hun plaats om het huis van Eichmann in. De auto stond zo geparkeerd dat de koplampen in de ogen van Eichmann zouden schijnen als die van de bushalte naar huis liep. De taak van Peter Malkin was om Eichmann zo te grijpen dat hij geen gif kon innemen of om hulp roepen. Het duurde lang voordat de bus kwam. Op het moment dat ze het wilden opgeven, kwam de bus waaruit hun prooi stapte. Malkin naderde Eichmann steeds dichter, totdat hij voor hem stond en zei: ‘Un momentito, seàxb1or’, en toen Eichmann een stap terugdeed om de man die zijn weg blokkeerde te ontlopen, stortte hij zich op hem. Maar omdat hij probeerde Eichmanns hand tegen te houden, kon hij hem niet op de afgesproken manier vastpakken. In plaats daarvan greep Malkin hem nogal onhandig zodat beide mannen hun evenwicht verloren en in de greppel langs de weg vielen. Ze vielen zo dat Malkin onder Eichmann lag, met één hand over zijn mond terwijl de andere zijn armen in bedwang probeerde te houden. Al die tijd ‘brulde en schreeuwde’ Eichmann en ‘gaf deze een doordringende gil. Het was de oerkreet van een dier in het nauw’. Uiteindelijk kregen ze Eichmann in de auto. Eichmann zei: ‘Ik heb mijn lot al geaccepteerd’.

Het eerste verhoor
Onder protest verwijderde de meegereisde arts zijn kunstgebit voor het geval er holle ruimtes met cyanidecapsules in zaten. Het eerste verhoor begon. Wat er in deze fase gebeurde kon enorme juridische gevolgen hebben. Aharoni wist welke vragen hij moest stellen. Hij moest hierbij zijn emoties bedwingen. Toen hij Eichmanns armzalige ondergoed zag besefte hij dat Eichmann allesbehalve een luxeleventje had geleid. Hij was een arme, ziekelijke en vermoeide zielepoot. Eichmann was zeer aangeslagen. Bij het verhoor ging het er om dat Eichmann zelf zijn identiteit bevestigde. Dit lukte. Vanaf dat moment ontwikkelde Aharoni een samenwerkingsverband met zijn gevangene. ‘Hij weigerde nooit te antwoorden. Hij verhief nooit zijn stem’. Na drie dagen gevangenschap en verhoor werd Eichmann gevraagd of hij wilde verklaren dat hij bereid was in Israël te worden berecht. Die verklaring hadden de Israëliërs vanwege juridische redenen nodig. Eichmann wilde eerst alleen in Argentinië of Duitsland berecht worden, maar geleidelijk aan kregen de ontvoerders hem klein en bond hij in. Er werd een verklaring opgesteld, die van groot belang zou zijn voor de legitimiteit van het proces.

Onderdanig voor zijn nieuwe meesters
Eichmann verklaarde een officier te zijn geweest die slechts bevelen opvolgde. Hij deed niet meer dan de deportaties organiseren en er toezicht op te houden. Hij zei geen moordenaar te zijn, en droeg de Joden geen kwaad hart toe. Malkin, die hem ’s avonds en ’s nachts bewaakte, beweerde dat hij in de loop van de nachtelijke gesprekken een nauwe band met de gevangene kreeg. Eichmann was het gehoorzame kind dat graag wilde behagen, maar was ook slim. Verbazingwekkend vond Malkin ‘een totaal ontbreken van gevoel voor humor en een nog verbazingwekkender geestelijke verstarring’. In het Derde Rijk had Eichmann slechts een nieuw thuis voor de Joden willen vinden; het één en ander was uit de hand gelopen… Eichmann probeerde ook in wat gebroken Hebreeuws te praten om in hun gunst te geraken. Het effect was tegengesteld. ‘Hij gedroeg zich als een angstige, onderdanige slaaf die niets ander wilde dan zijn nieuwe meesters behagen’. ‘Eichmann beefde steeds als er iets onverwachts gebeurde’. De eerste keer dat ze hem voor zijn dagelijkse lichaamsbeweging naar de binnenplaats brachten, was hij doodsbang, kennelijk omdat hij dacht dat ze hem naar buiten brachten om hem te executeren. Toen Eichmann terugdacht aan zijn ontvoering zei hij: ‘Het gebeurde allemaal op een sportieve manier, de uitvoering was uitstekend en de planning voorbeeldig’. Dit was uiteraard vleierij. Zijn persoonlijkheid zaaide verwarring en verdeeldheid onder zijn ontvoerders. Ze vonden het steeds moeilijker de zielige, aan bed geketende man met het historische en mythische monster te rijmen.

De vlucht naar Israël
Tenslotte kwam de dag van de vlucht. Eichmann huilde om het lot van zijn gezin toen hij hoorde dat ze zouden vertrekken. ‘Ik heb geen cent voor ze achtergelaten. Hoe moet het verder met mijn vrouw en zonen?’ De arts verdoofde Eichmann zo dat hij, met hulp, wel kon lopen, maar niet kon praten. Zijn bewakers droegen hem min of meer in het vliegtuig met de smoes dat hij nog dronken was. Eichmann had al die tijd zijn ogen open, en de naald die voor de injectie was gebruikt stak nog in zijn arm zodat de arts het verdovingsmiddel zo nodig kon aanvullen. Alles verliep probleemloos. Na dertien uur vliegen moest er bijgetankt worden in Dakar. De douanemedewerkers zagen een man die in verdoofde toestand lag te pitten in de eersteklasafdeling.

Voeten aan de grond in de Joodse natie
Het duurde een paar uur voor de familie van Eichmann begreep dat er iets mis was. Ze schakelden de politie natuurlijk niet in. De leider van de perónistische jongeren stelde voor om de Israëlische ambassadeur te gijzelen of de ambassade op te blazen. Bij plannen bleef het. Officieel onderzoek in Argentinië begon pas toen de Israëliërs bekend hadden gemaakt Eichmann in handen te hebben. Vanaf het moment dat Eichmann in Israël arriveerde werd er een gigantische veiligheidsoperatie op touw gezet. Op de luchthaven van Lydda taxiede het vliegtuig naar een afgelegen hoek, vanwaar hij werd overgebracht naar een tijdelijke gevangenis, met ‘Kamp Iyar’ als codenaam, een politiebureau in het noorden van Israël. Als teken van respect aan Duitsland, die een groot aandeel in de arrestatie had gehad, bracht men eerst Fritz Bauer op de hoogte. Ben-Goerion sprak op 23 mei 1960 de Knesset toe en verklaarde, hoewel het al gonsde van geruchten, dat één van de grootste nazi-misdadigers was opgepakt, te weten Adolf Eichmann. De sfeer was zwaar van historisch besef. Volgens sommige verslagen was er een geschokte stilte die slechts door ademstoten en kreetjes werd verbroken.

Verhoor
Ben-Goerion
Eichmann kreeg binnen een paar uur na zijn aankomst een cel van drie bij vier meter, waar hij negen maanden zou verblijven. Hij was onder voortdurende bewaking. Zijn bereidheid te praten, ja zijn luidruchtigheid, verbaasde de Israëliërs. Maar Eichmanns schijnbare openhartigheid verborg een kluwen van leugens, halve waarheden en ontwijkingen dat nog steeds niet te ontwarren is. De ontvoering liep uit op een kleine internationale crisis. Argentinië was niet te spreken over de inbreuk op haar soevereiniteit op het moment dat het land 150 jaar onafhankelijkheid vierde. De VN bemiddelde. Ondertussen was er sprake van een reeks anti-Joodse aanvallen in Argentinië. Als gevolg hiervan drongen verschillende Joodse leiders wereldwijd erop aan af te zien van een proces. Van alle kanten kwamen meningen. Ben-Goerion, de premier, zag in dat het proces belangrijk was ‘zodat de jongere generatie die in Israël opgroeide en werd gevormd, en die slechts een vaag idee had van de onvoorstelbare wreedheden die waren begaan, zou horen wat zich werkelijk heeft voorgedaan’. ‘We zullen niets winnen, maar we zullen onze historische plicht vervullen.’ Terwijl de rechercheurs alles deden om materiaal voor het proces te verzamelen en dagelijks in de verhoorruimte hun gevecht met Eichmann hielden, werkte Ben-Goerion aan de politieke betekenis van het proces. Ben-Goerion hoopte dat het proces de noodzaak van een Joodse staat zou aantonen.

Veiligheidsmaatregelen
De rechter die was opgeroepen voor de zaak, Emanuel Yedid Halevi, was zo opgewonden dat hij Eichmann per ongeluk onder de verkeerde wet aanklaagde. Eichmann was opgelucht met het proces. Hij wist nu dat hij niet direct zou worden geëxecuteerd. Toen hij als voorbereiding op zijn tocht naar de kamers van de rechter werd geblinddoekt en geketend, stond hij te trillen op zijn benen en riep hij uit: ‘Ik heb u nog niet alles verteld’, bang als hij was geëxecuteerd te worden. Kamp Iyar was een gevangenis met één gevangene. De beveiliging was zo groot, dat er zelfs afweergeschut was om helikopters te kunnen weerstaan. Er werden zorgvuldige maatregelen genomen om te voorkomen dat Eichmann zelfmoord zou plegen. Zijn eigen bril was vervangen door een speciaal vervaardigd exemplaar met plastic glazen en hij mocht hem alleen maar op in aanwezigheid van de bewaking. In zijn witgekalkte cel stonden een ledikant, een tafel en een stoel. Verder was er naast de cel een douche en toilet. Een bewaker hield dag en nacht toezicht, en voor de deur stond een tweede bewaker om te voorkomen dat de bewaker in de cel met Eichmann zou praten of hem zou aanvallen. Een derde agent stond in de gang bij Eichmanns cel om de tweede bewaker in het oog te houden en de toegang te controleren. Alle bewakers waren gescreend om mensen uit te sluiten die door de nazi-vervolging familie hadden verloren, en geen van hen sprak Duits. In Eichmanns cel brandde voortdurend licht. Het werd hem zelfs niet toegestaan om als hij ging slapen een deken over zijn hoofd te trekken. Twee keer per dag kwam een arts om hem te controleren.

De verhoren door de politie
Het was een armzalig bestaan, maar Eichmann paste zich makkelijk aan. Elke dag maakte hij zijn cel, het toilet en de douche schoon. De bewakers noteerden dat hij, als hij ging slapen of zijn cel moest verlaten, zijn slippers nauwgezet naast elkaar en op dezelfde plek bij zijn bed zette! Na enige tijd werd hem toegestaan boeken te bestellen en documenten door te lezen. De twee man sterke verdediging had zoveel werk dat ze het onderzoek deels aan Eichmann moest overlaten! Hij eindigde werd zo zijn eigen juridisch assistent en op zijn tafel lagen stapels geschiedenisboeken. Het Israëlische onderzoek was in handen van een bijzondere politie-eenheid, onder leiding van de in Polen geboren Avraham ‘Rami’ Zellinger. De verhoren werden gedaan door Avner Less, in Berlijn geboren en in 1938 naar Palestina geëmigreerd. Hij won het vertrouwen van Eichmann en kreeg hierdoor veel meer van hem los dan hem lief was. Vóór zijn verhoor ging Eichmann altijd in houding staan, hoewel hem steeds gezegd werd dat deze formaliteit overbodig was. Eichmann zei: ‘Ik heb veel respect voor de procedure en de Israëlische politie’. Er werden 275 uur bandopnamen gemaakt, een transcript van 3564 pagina’s. Daarbij kwamen Eichmanns memoires, 127 pagina’s.

Onvermogen om enormiteit van zijn misdaden in te zien
Wat er gebeurde was onvoorzien en verassend. De politie had gevreesd dat Eichmann alles zou ontkennen of beweren dat hij zich niets meer herinnerde. In plaats daarvan begon hij zijn levensverhaal te vertellen. Waarom deze bereidheid tot spreken? In het begin leek hij te geloven dat hij in leven zou blijven zolang hij bleef praten. Eichmann was steeds ‘één brok zenuwen’. Zijn gezicht vertrok voortdurend en zijn handen trilden. Hij probeerde op een meelijwekkende manier in de gunst van de ondervrager te komen door hem met ‘Hauptmann’ aan te spreken. De verhoorder voelde een mengeling van medelijden en afschuw. Eichmann: ‘Ik ben bereid zonder voorbehoud alles te vertellen wat ik van de gebeurtenissen weet. Mentaal ben ik allang voorbereid op een dergelijke algehele verklaring, al wist ik niet welke plaats het lot ervoor uitgekozen had’. ‘Hoewel ik geen bloed aan mijn handen heb, zal ik ongetwijfeld voor medeplichtigheid aan moord worden veroordeeld’. ‘Ik vraag niet om clementie, omdat ik daar geen recht op heb. In feite ben ik bereid om, als het een nog grotere boetedoening zou lijken, in het openbaar te verhangen als afschrikwekkend voorbeeld voor antisemieten in de hele wereld’. Eichmann kreeg tijdens het verhoor steeds meer zelfvertrouwen. Hij was ‘sardonisch, zo niet agressief’. De ondervrager werd stilaan razend op Eichmann toen deze een totaal onvermogen aan de dag legde om de enormiteit van zijn misdaden in te zien of ook maar enig berouw te tonen.

Onbeduidend radertje?
‘Dat is verschrikkelijk’, zo zei Eichmann eens. Dit taalgebruik maakte deel uit van het pantser dat hij om zijn verleden had opgetrokken. Zijn Duits was moeilijk, echt de taal van de bureaucraat, met voorliefde voor eindeloos gecompliceerde zinnen waar hij zo nu en dan zelf in bleef steken. Eichmann gebruikte zinsconstructies van een Byzantijnse complexiteit en maakte ze onbegrijpelijk door tot in het oneindige gedetailleerde administratieve structuren te beschrijven, die dermate gecompliceerd en wijdvertakt waren, dat hijzelf slechts een onbeduidend radertje in dit ingewikkelde mechaniek leek. Steeds als hij met belastende feiten werd geconfronteerd, greep hij terug op uitvluchten of botte ontkenning. Als hij wel toegaf, had hij slechts bevelen opgevolgd. Het verkrijgen van rechtskundig advies stelde Israël voor grote problemen. Aanvankelijk wilde men aan hem een Israëlische verdediger toewijzen, maar algauw realiseerde men zich dat dit niet geloofwaardig zou zijn. De Mossad lichtte de ene na de andere sollicitant door. Ze werden allemaal afwezen. Tenslotte kwam men uit bij Robert Servatius. Hij hield er uitgesproken ‘conservatief-nationalistische’ ideeën op na hoewel hij nooit nationaal-socialist was geweest. Na de oorlog vestigde hij een reputatie als advocaat van gevangengenomen nazi’s. Hij verdedigde bijvoorbeeld zonder succes Fritz Sauckel in Neurenberg. De wet moest worden aangepast om een buitenlander toe te staan voor een Israëlische rechtbank te pleiten. Israël vroeg West-Duitsland hem te betalen, maar die weigerde dat. Servatius was een man met een Pruisisch kapsel, een blozend gezicht en een omvangrijk postuur. Hij logeerde in het King David Hotel. Eichmann was blij dat er nu een lang proces zou komen waarin hij zijn gelijk kon gaan bewijzen. Zijn verdedigers echter maakten zich geen illusies.

De verdediging en de aanklager breiden zich voor
Servatius wilde getuigen oproepen die voor Eichmann konden pleiten, maar hier doemde een probleem op: voormalige leden van de NSDAP, de SD of de SS konden niet op Israëlisch grondgebied komen, want dan zouden ze gearresteerd moeten worden. Dit kon dus niet doorgaan. Servatius werd voortdurend afgeluisterd door de Mossad. Het zou voor de verdedigers vrijwel onmogelijk zijn bij het proces met een verrassing te komen. De Israëliërs hadden grote problemen: niemand beschikte over gedetailleerde kennis over de holocaust. De teamleden moesten hun kennis bijspijkeren met de weinige geschiedenisboeken die hun ter beschikking stonden. Hausner zou later zeggen: ‘Het onderzoek leek dikwijls op het leggen van een gigantische puzzel’. Jad-wa-Sjeem, het nationale herdenkingscentrum, museum en archief, werd hun grootste archief. Openbaar aanklager Hausner vond het onvoldoende Eichmann op grond van belastende documenten schuldig te verklaren: ‘Ik wist dat we overtuigender moesten zijn; we hadden een levendig verslag van een reusachtige, menselijke en nationale, catastrofe nodig.’ Er waren 110 overlevenden geselecteerd die zouden getuigen over de impact van de nazi-maatregelen in bijna elk getroffen land. Daarbij moest Hausner wel oppassen voor overlevenden die onbetrouwbaar of psychisch labiel waren. In Oost-Europa lag het epicentrum van de Endlösung, maar Eichmann leek daar weinig te hebben achtergelaten. De tenlastelegging bevatte vijftien punten.

De rechtszaal
Ben-Goerions wens was het om er een wereldwijd evenement van te maken. Er zouden honderden vertegenwoordigers van de internationale media aanwezig moeten zijn. Jeruzalem beschikte echter niet over zo’n groot gerechtsgebouw. Daarom viel het oog op Beit Ha’am, het ‘huis van het volk’, een cultureel centrum dat zich ergens in het westen van Jeruzalem in de laatste bouwfase bevond. De bijna voltooide gehoorzaal werd aangepast. Er kwam een beklaagdenbank met kogelvrij glas. Dit stelde de rechters in de gelegenheid de beklaagde direct te zien, maar voorkwam een aanslag uit het publieke deel van de zaal. Voor de media was veel aandacht. Alles werd gedaan om massaal de pers te trekken. Het proces kwam live op televisie. Drie camera’s hingen er, waarvan één die Eichmann permanent in beeld hield. Het contract ging naar een Amerikaanse maatschappij, omdat Israël nog geen tv-maatschappij had. Er kwamen 750 plaatsen in de zaal. Op de openingsdag waren er 450 journalisten, 45 diplomaten en 50 hooggeplaatste personen, alsmede 30 plaatsen voor toeristen en 165 voor Israëlische burgers. De pers liet het al gauw afweten en er waren maar weinig jongeren. Het waren vooral overlevenden van de holocaust, immigranten uit Europa die er zaten. De keuze van de rechters viel op de president van de arrondissementsrechtbank van Jeruzalem, Benjamin Halevi, die zelf ook rechter werd. Hij zou Eichmann met de duivel vergelijken. Moshe Landau, in Duitsland geboren, werd president. De derde rechter was de eveneens in Duitsland geboren Yitzhak Raveh.

Eichmann als ieders buurman
Er waren grote verwachtingen over het proces, dat begon op 11 april 1961. Eichmann werd gekleed in een zwart pak, een wit overhemd en een lichtblauwe stropdas die hem ter beschikking waren gesteld. Eichmann was verkouden, en bleef deze historische dag snotteren en zijn neus met een zakdoek afvegen. ‘Toen hij zwijgend de rechtzaal betrad, hield men hoorbaar de adem in’. Wat opviel, was Eichmanns onopvallende verschijning. ‘Zijn houding van Gestapoleider was verdwenen; er was geen blijk van zijn duivelse macht.’ ‘De grootste verrassing was de gewoonheid van de man, “meneer Doorsnee”, midden vijftig, met een wijkende haargrens en grijs haar bij zijn slapen, dat zo te zien pas was geknipt, een bril met hoornen montuur op een krachtige neus, een kleine mond met dunne lippen, en de bleke huid van zijn zorgvuldig geschoren wangen was gerimpeld van zorgen en ouderdom’. Menigeen had gehoopt dat er ‘een monster zou binnenstormen’. In plaats daarvan stonden ze oog in oog met ‘ieders buurman’. Hausner zei: ‘Ik had bijna naar zijn hoektanden en klauwen gezocht’. Simon Wiesenthal had dit alles voorzien. Hij wilde dat men hem zou hijsen in een SS-uniform. Dit was natuurlijk onacceptabel. Eichmanns gewoonten waren betekenisvol. Bij aankomst haalde hij zijn zakdoek tevoorschijn en stofte hij het blad van zijn tafel af. Daarna ordende hij zijn papieren, boeken en pennen tot het naar zijn zin was. Hij leek volkomen afgesneden van zijn gehoor en toonde bijna nooit gevoelens. Dit maakte deel uit van zijn verdedigingsstrategie: om elke schijn van een gewelddadig temperament te vermijden of een rechtvaardiging van het beeld dat hij zich met hartstocht op zijn werk stortte te voorkomen. Eichmann was op het bezetene af netjes en geordend. Bij elke inbreuk op de ordening van zijn voorkeur toonde hij zich geërgerd.

Proces
Hausner begint met zijn aanklacht
De rechtszaak had een valse start. Nadat Servatius de geldigheid van het tribunaal in twijfel had getrokken, begon openbaar aanklager Hausner met een weerlegging die 2,5 dag duurde. Hausner deed alsof hij de hele wereld als gehoor had. Één voor één verliet het publiek de zaal, totdat er maar weinig journalisten meer overbleven. Toen het echt begon probeerde Hausner een dramatische opening te bedenken. Die vond hij door te beweren te spreken namens zes miljoen aanklagers aan het adres van één dader. Hij nam de namen Hitler en Eichmann samen en beschreef de verdachte als een nieuw type moordenaar, dat zijn misdaden van achter zijn bureau pleegde. Hausner zag Eichmann als hebbend een unieke positie. Hij kon zijn meerderen passeren en had directe toegang tot Himmler. Hausner benadrukte dat Eichmann nooit berouw had getoond en de onjuistheid van zijn daden niet in wilde zien. Hij maakte Eichmann als de drijvende kracht achter de Wannsee-conferentie. Problematisch was dat Hausner Eichmann als de motor en niet als de spil van de genocide had gemaakt. Hierna volgde de tenlastelegging van Hausner, dat 56 dagen zou duren, met een ochtend- en middagzitting, behalve op vrijdagmiddag, zaterdag en zondag. Hausner bracht ook artikelen in die door Willem Sassen waren geschreven en zeer belastend voor Eichmann waren. Toen Hausner een meeslepend verslag gaf van het Joodse leven vóór de nazi-catastrofe leek Eichmann in vervoering door wat hij hoorde. Servatius en Eichmann zouden op een pijnlijke manier ontdekken dat de rechtbank bereid was zeer tolerant te zijn bij het ontvankelijk verklaren van bewijsmateriaal, waaronder het verhoor van Wisliceny.

Servatius verweert zich
Servatius verdedigde Eichmann tegen al deze beschuldigingen. Hij bestreed niet alle misdaden van de nazi’s, maar hij wilde zijn cliënt loskoppelen van de eindeloze kroniek. Opvallend was dat in het dagboek van Hans Frank (29 delen) de naam Eichmann niet één keer voorkwam. In Neurenberg hadden Göring, Ribbentrop, Kaltenbrunner en Frank allemaal belastende verklaringen over Eichmann afgelegd. Je kan Eichmann niet kwalijk nemen dat zijn vroegere collega’s hem wanhopig maakten. Zeker is dat er onderling weinig te merken was van resterende eer en kameraadschap. Höss wees Eichmann aan als verantwoordelijke voor de aanvoer van Joden, de instructies voor hun behandeling, en het vastleggen van de totale aantallen voor deportatie en uitroeiing. Was het niet zo dat de verdachten bij het Neurenberger tribunaal samenspanden om de schuld op Eichmann af te schuiven? De enige niet-Joodse getuige à charge was Heinrich Grüber, evangelisch predikant in een voorstad van Berlijn. Hij was door Jad-wa-Sjeem geëerd met de titel Rechtvaardige onder de Volkeren. Zijn getuigenverklaring maakte diepe indruk, maar Servatius wist dat hij een niet-Joodse getuige stevig kon aanpakken en deed dit ook. Was de Evangelische Kerk niet pro-nazi en anti-Joods geweest? Tijdens de rechtszaak bleven alleen de taaiste journalisten zitten. Het was niet ongewoon dat een journalist of toehoorder met open mond lag te slapen. Zelfs Harry Mulisch hield het een tijdje voor gezien en ging naar Berlijn om de plaatsen te bekijken waar Eichmann actief was geweest.

Hongarije, holocaustfilm en het bewijsmateriaal van Sassen
De zittingen over Hongarije beantwoordden ieders hoop en angst. Joodse leiders hadden toentertijd samengewerkt met Eichmann in zijn beleid. (Joodse) mensen uit de zaal begonnen beschuldigingen naar het hoofd van (Joodse) getuigen te slingeren en de zitting werd één keer geschorst. Ondanks alle dramatische getuigenverklaringen slaagde Hausner er niet in een direct verband tussen Eichmann en de kampen aan te tonen. Op 6 juni werd een film over de holocaust bekeken. De zaal moest worden verduisterd, maar de spot bleef gedurende de hele voorstelling op Eichmann gericht. Hij keek met belangstelling naar de film. Hij werd woedend toen na de voorstelling een fotograaf een foto van hem nam. Bijna aan het einde van het proces kwam Hausner met zijn grootste troef: de banden van Willem Sassen. Hausner vroeg of deze banden als bewijs mochten dienen. Dit was een heikele kwestie. Servatius wist dat deze interviews desastreuze gevolgen voor de verdediging konden hebben en hij deed zijn best ze uit de rechtszaal te houden, wat gedeeltelijk lukte. Eichmann beweerde dronken te zijn geweest dus de boude uitspraken waren niet echt. De rechters besloten alleen die pagina’s toe te laten die door Eichmann waren ondertekend, inclusief Eichmanns aantekeningen. In totaal kwam het neer op 790 pagina’s.

Eichmann helpt Servatius soms
Servatius probeerde Eichmanns aandeel in de vervolging en uitroeiing van de Joden te bagatelliseren, aan te tonen dat Eichmann nooit blijk had gegeven van initiatief of ijver en dat Eichmann niet veel meer was dan iemand die bevelen ontving en doorgaf. De staat (het Derde Rijk), niet de man (Eichmann), was schuldig aan de betreffende misdaden. Servatius was soms slordig; zo moest Eichmann zijn verdediger regelmatig te hulp schieten door hem de juiste documenten aan te reiken, want hij had zijn papieren wel in orde. Terwijl Servatius stamelde, werd Eichmanns stem scherper. ‘Dat kille snauwen, dat was het ruwe stemgeluid dat veel van de getuigen zich herinnerden’. Eichmann was niet in staat een vraag met ‘ja’ of ‘nee’ te beantwoorden. Soms sprak hij zulke lange zinnen uit dat de rechters met stomheid geslagen waren. Na een zin van 72 regels werd Eichmann terechtgewezen. Servatius bleef volhouden dat Eichmann juist door de emigratie Joden wilde redden. Toen Eichmann verklaarde: ‘Mijn enige streven was grond onder hun voeten te krijgen’, ging er een zucht van ongeloof en verontwaardiging door de zaal.

Geen eed op de Bijbel
Toen het tijd werd voor het eerste getuigenverhoor, leek Eichmann nerveus en onwel te zijn. Getrouw aan de principes die hij bij de SS had opgedaan, weigerde hij de eed op de Bijbel af te leggen, maar hij koos ervoor ‘de eed op God af te leggen, want ik ben niet gebonden aan enige belijdende geloofsrichting, maar ik geloof in God’. Hausner vertelde nog over een incident dat in Argentinië had plaatsgevonden toen Eichmann zijn vrouw Vera op het lezen van de Bijbel betrapte. Hij werd razend en rukte de Bijbel uit de handen van zijn vrouw. Eichmann legde uitvoerig, met grafieken, uit hoe de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van het Joodse beleid over de diverse departementen verspreid was. Het resultaat was een bijna ondoordringbaar verhaal. Eichmann ontkende voorafgaand aan de Wannsee-conferentie iets te weten over het voorstel tot systematische massamoord. En na Wannsee ‘voelde ik zoiets als de voldoening die Pilatus moet hebben gehad, omdat ik me geheel vrij van schuld voelde. De leiders van het Rijk in die tijd hadden zich op de Wannsee-conferentie uitgesproken, de “pausen” hadden bevolen, het was nu aan mij om te gehoorzamen, en dat is wat ik de daaropvolgende jaren in gedachten heb gehouden’. Hausner beschuldigde Eichmann ook van een moord op een Joodse jongen in de tuin van zijn villa. Hij ontkende. ‘Ik heb nog nooit iemand gedood’. Dat was ‘iets wat ik niet kende’. Toen Servatius hem vroeg of hij wist dat sommige mensen voor wie hij de deportatie regelde vermoord zouden worden, zei hij: ‘Dat moet ik naar waarheid toegeven. (…) Als het staatsgezag goed is, is de ondergeschikte gelukkig. Ik was niet gelukkig, omdat het staatshoofd in die tijd verordonneerde de Joden uit te roeien’.

Hoogtepunt: het kruisverhoor
Waarom vluchtte Eichmann dan naar Argentinië? Hij vertrouwde er niet op dat hij een eerlijk proces zou krijgen. Eichmann maakte vervolgens een afsluitende opmerking: ‘Ik heb spijt en hekel de uitroeiing van de Joden die de Duitse leiders in die tijd verordonneerden. Zelf zag ik echter geen kans mijn lot te ontlopen. Ik was niet meer dan een werktuig in de handen van grotere krachten en grotere machten, van een onverbiddelijk noodlot. Toen begon op 7 juli het langverwachte kruisverhoor van Hausner, het hoogtepunt uit zijn carrière. De manier waarop hij dit deed riep vragen op. Hij wilde bewijzen dat Eichmann systematisch loog, en wilde hem geleidelijk afbreken, al had hij hem ook met een zware aanval met één klap kunnen verpletteren. Maar Eichmann was goed voorbereid. Eichmann was behoorlijk aangeslagen door de hevige aanvallen van Hausner. De rechters grepen regelmatig in om Hausner wat in te tomen. Eichmanns gezicht vertrok vaak en hij slikte nerveus. Maar Eichmann bleek een moeilijk te kraken noot te zijn. De aanklager stelde soms intimiderende en zinloze vragen. Eichmann wist zijn aanklager tot staan te brengen door zijn schaamteloze leugens, omhaal van woorden en selectieve erkenning van de waarheid. Eichmann sprak graag over een duizelingwekkende hoeveelheid details.

De Sassenbanden als zwaar belastend
Één keer verloor Eichmann zijn zelfbeheersing, en dat was in verband met de banden van Sassen. Steeds als Sassen tijdens het proces aan bod kwam, toonde Eichmann zich ‘betrapt’. Aan het eind van het kruisverhoor kwamen de banden van Sassen weer ter sprake en toen brak Eichmanns verzet; hij weigerde er verder op te antwoorden; het was een dramatisch moment. De banden van Sassen waren echter wel degelijk onbetrouwbaar bewijsmateriaal. Eichmann vond dit alles des te meer frustrerend omdat hij niet werd geloofd als hij wél de waarheid sprak. Het proces kwam in deze dagen op het niveau van een schertsvertoning. Hausner kreeg van Eichmann los dat hij vond dat Göring en andere nazi-leiders terecht waren veroordeeld in Neurenberg, want ‘zij waren de mensen die bevelen gaven’. Eichmann ontkende een antisemiet te zijn en ontkende zijn auteurschap van een anti-Joods artikel, wat hoon van het publiek teweeg bracht en een berisping van de rechtbank. Hij beschouwde de Joden als ‘tegenstanders’, niet als mensen die uitgeroeid moesten worden. Hausner wist Eichmanns bewering dat hij een cryptozionist zou zijn goed onderuit te halen. Documenten waaronder hij zijn handtekening gezet had waarin Joodse emigratie naar Palestina werd afgewezen waren bewijs tegen zijn vermeende zionisme, maar Eichmann probeerde deze aanval te pareren op een doortrapte wijze. Ook ging Eichmann nu verklaringen bij het politieverhoor te herroepen.

Hausners verdere aanval
Eichmann bleef ontkennen dat hij iets te maken had met de technische kant van de holocaust. Hausner merkte sarcastisch op: ‘Verwacht u nu echt dat iemand u gelooft als u blijft volhouden dat u slechts informatie doorgaf, dat u niet meer was dan een boodschappenjongen?’ Eichmann probeerde uit volle macht te vermijden Höss een misdadiger te noemen, omdat hij wist dat men dit vroeger of later op hemzelf zou toepassen. Eichmann deed nog een opmerkelijke uitspraak: ‘Ik moet verklaren dat ik dit als moord beschouw, deze uitroeiing van de Joden is de allerverschrikkelijkste misdaad uit de geschiedenis van de mensheid’. Eichmann had tegen Sassen gezegd dat hij ‘absoluut nergens spijt van had’. Spijt was iets voor kinderen. Hausner sloot de kruisverhoren goed af en Eichmann vocht nog een wanhopig achterhoedegevecht. Wel maakte Hausner veel fouten. Op een gegeven moment begon hij in herhaling te vallen, maar, zou hij later verklaren, deze herhalingen dienden een ander doel: hij hoopte de kruisverhoren te kunnen rekken om zijn assistenten tijd te geven de banden van Sassen te bemachtigen. Hausner was ook niet altijd op de hoogte van de feiten en soms moesten de rechters ingrijpen om hem niet in verlegenheid te brengen.

Verhoor van de rechters
Servatius moest na het kruisverhoor de schade proberen te herstellen. Daarna waren de rechters aan de beurt om Eichmann te verhoren. Dit was een voorbeeldig verhoor. Eichmann zag tegen ze op als welopgevoede Duitsers en ze hielden hun verhoor zelfs in het Duits. Toen hem voor de voeten werd geworpen dat hij toch lachend zijn graf in zou gaan met de wetenschap vijf miljoen Joden te hebben vermoord, moest hij toegeven dat dit een waarheidsgetrouwe weergave was van hoe hij in 1945 dacht. Deze bekentenis werd niet overtroffen. De rechters vroegen hem of meedogenloosheid als deugd werd beschouwd. Ook dat moest Eichmann toegeven. Eichmann voegde eraan toe dat de mensen gedurende de nazi-periode in een ‘door de staat gelegitimeerde criminaliteit’ leefden. Eichmann deed een belangrijke onthulling tijdens dit verhoor: hij had van stiefmoeders kant Joodse relaties, die hij geholpen had om Duitsland te verlaten. Híer kon Eichmann dus wél ingrijpen, waar hij dat elders, onder het mom van ‘gehoorzaamheid’ niet deed. Dit was een zwakke plek voor Eichmanns verdediging. Eichmann hield vol dat overplaatsing voor mensen als hij niet mogelijk was. Eichmann was eindelijk bereid de feiten toe te geven, behalve de bewijsstukken van Sassen. Naar aanleiding van de Wannsee-conferentie verklaarde Eichmann niet echt geïnteresseerd te zijn geweest in ideologische aangelegenheden.

De slotredes van Hausner en Servatius
Hausner bracht in zijn slotrede het begrip ‘samenzwering’ in zijn betoog, om te bewijzen dat Eichmann even schuldig was aan de misdaden in zijn hoedanigheid van medeplichtige als de hoofddader. De zaak werd zo wel heel ingewikkeld gemaakt. Hausner begon beide Adolfs (Hitler en Eichmann) naast elkaar te zetten. Hausner baande zich moeizaam door zijn gezwolen reeks beschuldigingen. Eichmanns tentakels reikten tot in de concentratiekampen, waar hij het direct of indirect voor het zeggen had. Wat Eichmann in Hongarije deed, was ‘een uiterst extreme opstelling, extremer dan die van de demon Hilter zelf’. Hier moordde Eichmann met zijn eigen handen. Hausners retoriek werd steeds bombastischer, en toen hij op het punt stond de bijbelse profeet Joël te citeren, onderbraken de rechters hem. Hausners moment van roem eindigde in een vernederende climax. Het contrast met Servatius kon nauwelijks groter. Hij hield een beknopt en helder betoog. Hij maakte zich vrolijk over Hausner omdat die Eichmanns verantwoordelijkheid zo had opgeschroefd dat hij Hitler en ieder ander in het Rijk had vrijgesproken. Servatius verdedigde Eichmann door te beweren dat de militaire codes van Engeland, Amerika en Israël evenmin ongehoorzaamheid toestaan. In Duitsland kwam gehoorzaamheid op zelfverdediging neer. Waarom Eichmann eruit pikken, zo vroeg Servatius zich af, terwijl zovelen genocide en massamoord pleegden, zoals de bombardementen op Dresden en Hiroshima? Servatius eindigde met de opmerking dat het Joodse idee van een ‘heilig jaar’ de rechtbank tot leidraad zou moeten zijn en dat er ‘zoiets als vergiffenis is en moet zijn’.

De dag van de uitspraak
Op 14 augustus gingen de rechters uiteen om hun oordeel te overwegen. Pas op 11 december volgde de uitspraak. Eichmann kwam ondertussen zijn belofte na een boek te schrijven als een waarschuwing voor toekomstige generaties. Op de dag van de uitspraak was de hemel boven Jeruzalem helder en het was aangenaam fris, heel anders dan de broeierige omstandigheden waaronder de rechtbank voor het laatst zitting had gehouden. De pers was weer eens massaal aanwezig. Toen Eichmann de glazen cel werd binnengeleid was de sfeer in de rechtszaal om te snijden. Het was doodstil. De rechters hadden een 211 pagina’s beslaande uitspraak opgesteld, die ze omstebeurt zouden oplezen in 15 uur tijd. Als een gebaar van menselijkheid werd besloten Eichmann al aan het begin de uitspraak te laten weten. Hem werd verzocht op te staan. Landau verklaarde hem schuldig aan misdaden tegen de Joodse bevolking, schuldig aan oorlogsmisdaden, en schuldig aan lidmaatschap van een vijandige organisatie. Eichmanns gezicht toonde zijn schrik en gevoelens. Hij trilde ongecontroleerd. Nadat hij weer mocht zitten bleef hij nog twintig minuten onrustig bewegen en grimassen. Hij had deze uitspraak niet verwacht.

Doodstraf geëist
De hele dag toonde Eichmann niet meer dan een opperste concentratie. Zo nu en dan maakte hij koortsachtig aantekeningen, maar verder bleef hij onbewogen. Toen de uitspraak haar einde naderde kwamen er steeds meer uitingen van bezorgdheid op zijn gezicht. Het ‘ongecontroleerde vertrekken van zijn gezicht verried zijn groeiende nervositeit’. De rechtbank overwoog of er verzachtende omstandigheden waren. Die waren er niet. Eichmann ergerde zich zichtbaar aan de uitspraak. De hoop die hij ten aanzien van de rechtbank had gekoesterd was vervlogen. Maar het zou nog erger worden, want hij wist dat de openbaar aanklager de volgende dag de zwaarste straf zou eisen. Hausner wees erop dat hij geen berouw had getoond en daarom geen recht had op medelijden. De doodstraf werd geëist. Servatius beweerde dat het beter zou zijn de veroordeling aan God over te laten. Eichmann mocht ook nog één keer de rechtbank toespreken. Hij sprak op een afgemeten, zelfs uitdagende toon. Hij zag zichzelf als slachtoffer. Hij eindigde met de verzekering dat hij altijd geprobeerd had moreel juist te leven, maar ‘ik werd door de staat verhinderd volgens mijn principes te leven. Ik moest de eenheid van ethiek inruilen voor verschillende vormen van moraal. Ik moest me voegen naar een omkering van waarden, die de staat voorschreef.’ ‘Ik wil het Joodse volk nu persoonlijk om vergeving vragen en ik wil toegeven dat ik vervuld ben van schaamte over het kwaad dat de Joden is aangedaan en de daden die hun zijn aangedaan’. ‘Ik ben niet het monster waar men mij voor houdt. Ik ben het slachtoffer van een verkeerde beoordeling’.

Executie (1962)
Reacties op doodstraf en geestelijke bijstand
De volgende dag werd het vonnis uitgesproken. Eichmann stond in de houding, als versteend. Hij was duidelijk zeer aangeslagen. Hij had tien dagen om in beroep te gaan. Eenmaal weer in de gevangenis gaven de gevangenbewaarders hem een sigaret en een kop thee. Ook de wereld reageerde op de veroordeling tot de dood. Vera vond het ‘belachelijk’. Eichmann ontving brieven van overtuigde christenen die verteerd werden door schaamte en verdriet en hem vroegen openlijk boete te doen. Veel mensen wilden Eichmann vergast zien. West-Duitsland was niet van plan om uitlevering te vragen. Verschillende historici vroegen of ze Eichmann mochten uithoren, maar ze kregen geen toestemming. De Canadese predikant William Hull, die de Zion Christian Mission in Jeruzalem leidde, wees de autoriteiten erop dat Eichmann in naam een christen was en recht had op geestelijke bijstand. Servatius zei dat Eichmann daar echter geen behoefte aan had. Hij wilde liever een jezuïet. Eichmann veranderde echter van gedachten. Het eerste bezoek was 11 april 1962. Hull nam zijn Duitssprekende vrouw mee als tolk. Twaalf keer zou hij Eichmann gaan bezoeken. Eichmann sprak door een microfoon, want de glazenwand scheidde hun. Aanvankelijk was Eichmann vijandig. ‘Ik ken God, ik heb nooit het contact met Hem verloren’, zo zei hij. Toen Hull aan de bijbelles begon, riep Eichmann: ‘Ik wil het Oude Testament niet lezen: het zijn allemaal Joodse verhalen en fabeltjes.’ Ook zei Eichmann: ‘Ik geloof niet in de hel. Er is geen hel’. Op 12 april liet Eichmann weten geen verder bezoek meer te willen hebben, maar Hull ging door. Hij vond het verspilling van de tijd van de predikant. De directeur van de gevangenis liet Hull weten dat Eichmanns bloeddruk na het eerste bezoek duidelijk was gestegen.

Wat geloofde Eichmann eigenlijk?
Eichmann liet weten teleurgesteld te zijn geweest in de kerk en zocht steun bij de filosofie om zijn behoefte aan ‘spirituele waarheid’ te bevredigen en las de Griekse filosofen, Kant en Nietzsche. Hij bestudeerde ook het boeddhisme. Tenslotte vond hij God in de natuur. Pantheïsme was veel bevredigender dan welk deontologisch systeem ook. Voor Eichmann was de mens onbelangrijk en het was absurd dat God Zijn Zoon voor mensen zou opofferen. Als de christelijke God zo almachtig was, waarom waren er dan zoveel verschillende religies en ongelovigen. Eichmann gaf blijk van een diepe zelfverachting. Hij had een fatalistische trek en had het gevoel machteloos te zijn en onderworpen aan machten die hem te boven gingen. ‘Mijn idee van God is zo groot dat ik niet kan geloven dat Gods Zoon de enige weg zou zijn; dat we slechts door Zijn zoon tot God kunnen komen en dat dat de enige weg zou zijn.’ Eichmann ontwierp een soort pantheïsme, zonder morele dwang. Eichmanns God-in-de-natuur was zo machtig dat alles was voorbestemd en het individu zonder vrije wil of verantwoordelijkheid was. Paradoxaal genoeg onthief zijn almachtige goddelijkheid de mens van morele remmingen. Eichmann zag de schepping zoals hij de Wannsee-conferentie zag: als Eichmanns goden hadden gesproken en hun koers was uitgezet, was hij vrij te gehoorzamen, en wel zonder gewetensbezwaar.

Geen greintje berouw of schuldbesef
Hulls theologische discussies werden tijdelijk overschaduwd door de onthulling in de Israëlische pers dat Eichmann ‘een priester’ ontving. De Hebreeuwse kranten waren razend dat hem een zorg werd verleend die hij zijn slachtoffers had ontzegd. Hull slaagde er niet in een bekentenis aan Eichmann te ontlokken. Eichmann weigerde ook koppig het principe van de verlossing of de barmhartigheid van Christus te erkennen. ‘Ik heb niet gezondigd. Ik heb niets voor God te verbergen. Ik heb het niet gedaan. Ik heb niets verkeerds gedaan. Ik heb geen enkel berouw’. Toen Eichmann zei van zijn broer gehoord te hebben dat het hoger beroep veel kans van slagen had, en Hull hem waarschuwde dat dit niet waarschijnlijk was, was Eichmann aangeslagen. Zijn bezorgdheid groeide door een intensivering van het medisch onderzoek. Op 20 mei was Hulls theologische materiaal uitgeput. Hij had bijbellezing geprobeerd, discussie en gebed, maar Eichmann werd steeds stoutmoediger. Hij daagde Hull zelfs uit hem uit door hem eraan te herinneren dat de clerici in de oorlog de moordenaars van alle kanten hadden gezegend.

De doodstraf blijft staan
Eichmann ontving ook nog zijn vrouw, nadat ze toestemming had gekregen Israël binnen te komen. Ze reisde in het grootste geheim. Ze moest aan de andere kant van de scheidingswand blijven zitten en kon alleen door de microfoon met hem praten. De glaswand verhinderde elk fysiek contact. Eichmann gaf Vera een paar aanbevelingen voor de opvoeding van hun jongste zoon Ricardo. Hij raadde haar aan hem te laten dopen en naar een katholieke school te sturen. Bij toeval was de dag voor de uitspraak van het hoger beroep gereserveerd op 29 mei, het Joodse purimfeest, wanneer de Joden hun redding van een moorddadige samenzwering in Perzië vieren. De uitspraak in hoger beroep was in feite nog zwaarder dan de eerdere uitspraak. Eichmann werd beschreven als een leidende figuur in de nazi-hiërarchie met bijna onbegrensde macht. Zijn gezicht werd strak, hij keek recht voor zich uit. Hij werd rood van woede toen hij werd uitgemaakt voor een moorddadig persoon die hij altijd ontkend had te zijn. De volgende dag verliet Servatius Israël voorgoed. Eichmann diende onmiddellijk een verzoek om gratie in bij de president van Israël, Yitzhak Ben-Zvi.

De laatste 24 uur
Eichmann kreeg over de hele wereld pleitbezorgers, van vaak onwaarschijnlijke hoek. Martin Buber en anderen vonden dat het een verkeerd beeld van verzoening zou geven om het leven van één man als vergelding voor het verlies van zes miljoen mensen te nemen. Het protest schokte Ben-Goerion. Hij liet zijn kabinet in spoedzitting bijeenkomen om de doodstraf te bekrachtigen. Er was echter nog één obstakel. Israël kende geen doodstraf voor een andere misdaad, en beschikte nog niet over de voorzieningen om een executie te voltrekken. Daarom werden op 29 en 30 mei een gat in een vloer gemaakt, een galg opgericht en een valluik aangebracht en het werkte. Om acht uur ’s ochtends werd Eichmann verteld dat de president zijn verzoek om gratie had afgewezen en dat het vonnis om middernacht zou worden voltrokken. Hij nam het nieuws kalm op. Hij vroeg een fles wijn en begon zijn afscheidsbrief te schrijven. William Hull mocht hem bijstaan. Hij vond de gevangene in een kille, hooghartige geestesgesteldheid. ‘Ik bereid me voor op mijn lot en heb geen tijd om uw lot of uw ideeën te bespreken’. Eichmann spotte met de suggestie dat miljoenen mensen voor zijn ziel baden en hij nog steeds kans had berouw te tonen. Toen Hull naar Hans Franks gevangenisbiecht verwees, hoonde Eichmann: ‘Hij toonde berouw, maar hij was schuldig. Hij was een generaal, hij gaf bevelen en opdrachten. Hij moest wel berouw tonen, maar ik ben onschuldig.’ ‘Ik ben bereid te sterven’.

Galgenmaal
De gevangenis werd die avond door tientallen politieagenten en militairen omsingeld. Deze verdedigingsmacht moest een eventuele poging hem op het allerlaatste moment te bevrijden voorkomen. Hull trof Eichmann laat op de laatste avond in een vreemde toestand aan. Eichmann had zijn galgenmaal gegeten en een fles wijn gedronken. Hij was een beetje aangeschoten. Hij gaf Hull een paar brieven voor zijn gezin. De geïmproviseerde executiekamer was met Eichmanns cellencomplex verbonden door een opening die ruw door een scheidingsmuur was gehakt. Vlak voor middernacht kreeg Eichmann handboeien om en werd hij aan de enkels geketend. Op zijn verzoek kreeg hij een paar minuten om in stilte te bidden. Eichmann liep onzeker vanwege de alcohol en de ketenen. Onderweg begon zijn neus te druipen en vroeg hij één van de gevangenbewaarders hem schoon te vegen.

Executie
Vier journalisten, twee Israeliërs, twee van het internationale gezelschap en William Hull waren getuigen van de executie. Ze zagen hoe het executieteam het met rubber beklede touw in een dubbele lus over Eichmanns hoofd legde. Eichmann werd een kap aangeboden, maar hij weigerde. Twee beulen namen plaats. Slechts één van de knoppen zou het luik openen en niemand wist welke. Eichmann werd gevraagd nog iets te zeggen: ‘Lang leve Duitsland, lang leve Argentinië, lang leve Oostenrijk. Dit zijn de drie landen waarmee ik de meeste binding heb en die ik nooit zal vergeten. Ik groet mijn vrouw, mijn gezin en mijn vrienden. Ik ben er klaar voor. We zullen elkaar gauw weer zien, dat is ieders lot. Ik sterf in de overtuiging dat God bestaat’. Dit waren zijn laatste woorden. Met een klik opende het valluik, Eichmann viel drie meter omlaag en het touw trilde. Het bleef stil en de stilte werd slechts onderbroken door het heen en weer slaan van het touw en het geluid van druppels toen Eichmanns lichaamsappen langs zijn benen op de vloer onder hem drupten. Eichmann stierf moedig en met zo veel waardigheid als ophangen toestaan.

Crematie
Eichmann werd gecremeerd, zoals zijn uitdrukkelijke wens was. Hoewel het reglement dit niet toeliet, en het geen Joodse gewoonte was, werd er een amendement voor het gevangenisreglement opgesteld zodat het toch kon doorgaan, en dat kwam goed uit. Men bouwde in het grootste geheim in een sinaasappelboomgaard aan de kust een eenvoudig crematorium voor een eenmalige klus. Op elke kruispunt op de weg naar de kust stonden gewapende agenten. De hele operatie liep nog in het honderd toen Eichmanns lichaam van de vork afrolde en op de grond viel. Uiteindelijk lukte het wel. Het was één uur in de ochtend. In de vroege ochtendkilte werd Eichmanns as uit de afkoelende oven werd gehaald en in een metalen emmer werd gestort. Een politiewagen vervoerde de as naar de haven van Jaffa, waar ze aan boord van een motorboot van de Israëlische marine gingen. Het bootje tufte naar de internationale wateren en zette tegen vier uur de motor uit. In het vage licht van de naderende dag werd de as van Adolf Eichmann over de Middellandse Zee uitgestrooid.

Na Eichmann
In het centrum van de belangstelling
Voor het eerst in de geschiedenis stond wat er met de Europese Joden gebeurd was in het centrum van de belangstelling. Het lijdt geen twijfel dat het Eichmann-proces de bewustwording van de catastrofe enorm vergrootte. Hannah Arendts boek De banaliteit van het kwaad (1963) was een beschrijving van zijn persoon die het latere beeld van Eichmann schiep. Dit boek stond aan de wieg van de ‘holocauststudies’, een onverwacht en indirect gevolg van het proces. De belangrijkste kranten uit bijna elk ontwikkeld land stuurde hun sterverslaggevers naar Jeruzalem. Het verslaan van het proces zou de reputatie helpen vestigen van meerdere jonge Europese schrijvers, onder wie Harry Mulisch. Ook Telford Taylor (aanklager in Neurenberg) en Elie Wiesel (Jiddisch verslaggever) waren aanwezig. Ben-Goerions voorstelling kwam uit. Hoewel de oorlog nog maar kort geleden was, leek het lang geleden en sprak men er niet meer over. Er kwamen snel vele hapklare biografieën op de markt. Op de dagen die aan het proces vooraf gingen stond het verhaal op de voorpagina van elke krant van betekenis.

Koude Oorlog
Vanaf het begin werd Eichmann gezien als een stereotiep voorbeeld van de gezichtsloze bureaucraat. ‘Hij is zeker niet het beste visuele symbool van de holocaust waarmee hij wordt geassocieerd’. Elie Wiesel vond Eichmann zo gewoontjes: ‘Het ergerde me Eichmann als menselijk wezen te zien. Ik zou er de voorkeur aan hebben gegeven dat hij er moordzuchtig zou hebben uitgezien’. Eichmanns gedrag en misdaden werden automatisch in verband gebracht met de Koude Oorlog en de angst voor nucleaire wapens. In Amerika verdween het proces tijdelijk van de voorpagina’s toen op 17 april 1961 door Amerika gesteunde anticommunistische bannelingen Cuba probeerden binnen te vallen, hetgeen mislukte. Ook vond er in deze tijd de crisis rond de Berlijnse Muur plaats. Ook moest het proces concurreren met de Russische lancering van de Spoetnik, de eerste ruimtesatelliet. Voor een groot aantal verslaggevers en redacteuren was het een uitgemaakte zaak en er was nog maar weinig dat men hoefde te weten van de verdachte of zijn misdaden. Telford Taylor kwalificeerde het proces als een ‘noodzakelijke aanvulling op het Neurenberger tribunaal (aangezien de Joden in Neurenberg niet vertegenwoordigd waren)’.

Bewustzijn
Er ontstond in Israël een nieuw nationaal bewustzijn. Er werd wel over de holocaust gesproken, maar niet veel. De Knesset had in 1949 een wet aangenomen na een fel debat om Joodse collaborateurs te kunnen vervolgen (de wet waaronder Eichmann werd aangeklaagd) en in 1952 was het land verscheurd door de vraag of het al dan niet herstelbetalingen van Duitsland moest accepteren. In 1953 besloot men tot oprichting van Jad-wa-Sjeem, het nationale herdenkingsinstituut met daarin een herdenkingsmonument, een museum en een archief. Tegelijk werd besloten een nationale herdenkingsdag te houden, Yom HaShoah. Maar Israël had het moeilijk. Er waren mensen die afkerig waren over hun persoonlijke ervaringen te spreken. Maar door de stroom van getuigen in het proces kwam er meer openheid om te spreken over persoonlijk leed, verlies, lijden en verzet. De impact op de jeugd was groot. Pas nu ging de jongere generatie gedwongen dit vreselijke hoofdstuk van de Joodse geschiedenis onder ogen zien. In totaal bezochten meer dan 83.000 Israëlische burgers het proces.

Er werden dingen besproken die niet bespreekbaar zijn
De Duitse Kanselier Konrad Adenauer deed zijn uiterste best voormalige nazi’s in de nieuwe Bondsrepubliek in te passen en zag liever geritualiseerde verklaringen en grote gebaren, zoals herstelbetalingen, dan minitueus onderzoek naar het verleden. Het gevolg dat voormalige nazi’s hoge posten gingen bekleden en er vele moordenaars ongestraft rondliepen. West-Duitsland zond meer journalisten dan welk land ook. Er kwamen nu veel boeken uit: memoires van overlevenden, studies van allerlei aard. Maar de hoeveelheid publicaties was gering vergeleken met de vloedgolf in de jaren 80 en 90. Jad-wa-Sjeem kreeg steeds meer informatie van overlevenden die hun persoonlijke verhaal vastlegden op geluidsband of video en het verhaal aanboden. De manier waarop het proces gevoerd werd was niet de beste manier om een complex verhaal te vertellen. ‘Er werden dingen besproken die niet bespreekbaar zijn’. De beelden van Eichmann die rustig in zijn glazen cel zat en sprak zonder in woede uit te barsten versterkten het idee van zijn gewoonheid. Één van de ergste vertekeningen van het Eichmann-procdes was dat het de wereld de rechtszaalidentiteit toonde die Eichmann in de loop der jaren juist voor deze rechtszaalsituatie had geschapen. Het proces bleek een platform te zijn voor Eichmann om zijn verhaal te vertellen en om begrepen te worden. Protesten dat het proces om een geval van ‘overwinnaarsrechtspraak’ ging en de toepassing van een wet met terugwerkende kracht, werden verworpen. Eichmann was de eerste (en tevens laatste) ooggetuige van de Wannsee-conferentie.

De mening van Hanna Arendt
Hanna Arendt beschreef Eichmann als de klassieke bureaumoordenaar die automatisch en gedachteloos de dood van miljoenen organiseerde als hoogtepunt van een onpersoonlijk en klinisch vernietigingsproces, de personificatie van de ‘banaliteit van het kwaad’ en een in alle opzichten eigentijds mens. ‘Hij realiseerde zich, om het alledaags te formuleren, gewoonweg nooit waar hij mee bezig was. Eichmanns misdaden waren niet het gevolg van ‘een boosaardige inborst’, maar van ‘pure gedachteloosheid’. Dat was de ‘banaliteit van het kwaad’. Eichmann was volgens haar dus niet het ‘morele monster’, maar een slaapverwekkend, saai en onbetekenend mannetje, een klein radertje in de doodsmechaniek dat de Joden zo effectief de gaskamers had ingejaagd. Vooral het totalitarisme, dat in die tijd vooral sloeg op de Sovjet-Unie, was een punt waar het om draaide. Zoals met één druk op de knop een atoomwapen in werking worden gesteld, met velen honderdduizenden slachtoffers, zo was ook Eichmann een ambtenaar die vele mensen in dienst van de totalitaire staat de dood had ingejaagd. Arendts veralgemenisering van Eichmann was bruikbaar binnen de context van de Koude Oorlog, om hem met het sovjet-totalitarisme te associëren.

Tenslotte
Eichmanns grootste handicap was zijn onvermogen het standpunt van de ander in te zien. Eichmann was geen gek, psychologen verklaarden hem ‘normaal’. Hij zou onder alle andere omstandigheid als normaal mens doorgaan. Hij was betrouwbaar en plichtsgetrouw en buitengewoon kameraadschappelijk. Hij was een typische ondergeschikte beambte, een liefhebber van orde. Verwarrend is dat Wisliceny Eichmann nooit heeft afgeschilderd als een door de wol geverfde Jodenhater. Toch liet Eichmann ook ‘niets zien van menselijke gevoelens voor deze mensen. Hij was niet immoreel, hij was amoreel en ijs- en ijskoud in zijn houding’. Eichmann koos antisemitisme als carrière, hij was niet persoonlijk antisemitisch. Tegen Sassen zou hij zeggen: ‘Om eerlijk tegen je te zijn, als we ze allemaal hadden vermoord, alle dertien miljoen, zou ik gelukkig zijn en zeggen: mooi, we hebben een vijand vernietigd’. Toen Eichmann bij de Sicherheitsdienst kwam werken, zal hij waarschijnlijk nooit geweten hebben dat het een bijzondere inlichtingendienst van de SS was en dat het een krachtcentrale van anti-Joods beleid zou worden. Zijn enige ethische criteria waren het welzijn van het arische volk, het welzijn van de partij en de belangen van de Duitse staat. In Wenen zei Eichmann: ‘Ik heb de Joden in mijn broekzak’. Eichmanns emigratieplannen waren in alle opzichten barbaars. Toen Eichmann getuige was van genocide, toen hij massa-executies en vergassing met eigen ogen zag, was ‘Eichmanns beslissende moment. Daar en op dat moment heeft hij zijn menselijkheid overboord gegooid en is hij een willig instrument van de staat geworden’. Tijdens het proces bepleitte Eichmann dat hij om overplaatsing had gevraagd, maar dit werd afgewezen. Eichmann was zich er in die tijd van bewust dat de massamoord op de Joden een wettelijke en morele misdaad was, vandaar zijn behoefte aan het vinden van een ‘dekmantel’. Wat Eichmann deed werd mogelijk gemaakt door de ontmenselijking van de Joden, de interpretatie van het Joodse volk als een abstracte, raciaal-biologische bedreiging en een politieke vijand, en de afbraak van hetgeen ons verbiedt te doden. William Hull zei: ‘Hij is een middelmatige, heel gewone man; dat is het raadselachtige aan hem. Hoe kon zo’n gewone man bewust zulke gruweldaden plegen?’

Gepubliceerd in augustus 2007