Franklin Delano Roosevelt

n.a.v. A. Lammers, Franklin Delano Roosevelt. Koning van Amerika. Een biografie, Amsterdam 1992

Afkomst en opkomst
Hyde Park
Franklin Delano Roosevelt werd geboren op 30 januari 1882 in het plaatsje Hyde Park, dichtbij New York City. ‘Delano’ is de achternaam van zijn moeder, Sara Delano. Zijn geboorte had zijn moeder bijna het leven gekost; hij zou enig kind blijven. De Roosevelts en Delano’s behoorden tot de sociale elite, met diepe wortels in het Amerikaanse verleden en ze gingen dikwijls naar Europa. Toen vader Roosevelt last van zijn hart kreeg ging hij op doktersadvies kuren in Bad Nauheim in het Taunusgebergte van Duitsland.

Episcopaals
Ze waren episcopaals en rasechte Victorianen, onkreukbaar en onwrikbaar in hun waarden. In 1896 stuurden ze hem naar een kostschool, geënt op de Engelse public schools. De rector aldaar was voorstander van een gespierd christendom. De jongens werden gehard voor het leven door een straf regime. Ze moesten zich ’s ochtends wassen met ijskoud water, leerden Grieks en Latijn en deden ’s middags aan sport.

Anderen helpen
Zijn moeder hield hem steeds voor aan de medemens te denken, vooral aan arme mensen. Door anderen te helpen helpen we onszelf, zo zei ze. In deze telefoonarme tijd werd van hem verwacht dat hij elke week twee keer zou terugschrijven. Hij gehoorzaamde, want hij was een plichtsgetrouwe jongen. Het leren lukte redelijk, met de sport ging het minder. Hij was te tenger om in football uit te blinken. Hij zong in het koor en in de kerk hoorde hij dat hij zich later nuttig zou moeten maken, het land te dienen in openbare functies. De politiek was volgens zijn rector te zeer bepaald door schurken en dat zou zo blijven zolang nette mensen zich afzijdig hielden.

Harvard
In 1901 sterft zijn vader op 72-jarige leeftijd (moeder Roosevelt was heel wat jonger dan hem). Nu stond Franklin in de volle aandacht van zijn moeder, hij was het midden van haar universum. Ze overlaadde hem met liefde en verwachtte hetzelfde terug. Iedere dag hoopte ze op post van hem. De diplomatie gaven waarover FDR later bleek te beschikken, ontwikkelde hij in de relatie met zijn moeder. Zeker, hij was op haar gesteld, maar moederliefde kan ook verstikkend zijn. Meter voor meter moest hij zijn zelfstandigheid op haar bevechten.

Minderwaardigheidscomplex?
Franklin ging studeren op Harvard. Een intellectueel diepzeeduiker zou hij niet worden. Buiten de collegezaal was hij actiever. Eigenlijk was sociale vaardigheid zijn hoofdvak. Hij wierp zich in het clubleven. Tegenslag was dat hij niet werd toegelaten tot de deftigste Harvard-Club. Wellicht kreeg hij hierdoor een minderwaardigheidscomplex. Roosevelt gaf zijn gevoelens nooit prijs, aan niemand, ook niet aan zijn vrouw.

Familiegeschiedenis
Hij was op Harvard een feestnummer. In een werkstuk geschiedenis, getiteld ‘The Roosevelts from New Amsterdam’ beweerde hij over zijn voorouders dat zij zich hadden onderscheiden door hun democratische gezindheid. Steeds waren ze bereid geweest de handen uit de mouwen te steken. Franklin zou zijn afkomst niet verloochenen. Hij werd een verwoed verzamelaar van boeken – mooie uitgaven en eerste drukken. Wat hij kocht las hij zelden. Hij zweeg in alle talen over boeken die hij verslonden had of over muziek die hem ontroerde. Ze vereisten stilzitten en soms afzondering, terwijl hij juist beweging en actie zocht, contact met mensen.

Moraliserend
Hij werd hoofdredacteur van de universiteitskrant. Hierin had hij zoveel plezier dat hij een jaar extra op de universiteit bleef. In zijn redactionele artikelen sprak Franklin zijn medestudenten even moraliserend toe als zijn moeder hem in haar brieven. ‘De enige manier om deze verantwoordelijkheid te dragen is door immer actief te zijn’, zo schrijft hij ergens.

Familie van Theodore
Franklin was een verre verwant van Theodore Roosevelt. Ze stamden alle twee af van Claes Maertenszoon van Rosenvelt, die ergens in het midden van de 17e eeuw Zeeland voor de Nieuwe Wereld verruilde. Hun verwantschap ging dus wel heel ver terug. Theodore was Franklins verre, verre achterneef (in het Amerikaans: zijn fith cousin). Maar beide families hadden steeds contact met elkaar gehouden.


Theodore als hervormer
In deze kringen was een actieve loopbaan in de politiek eigenlijk taboe. Sinds het optreden van president Andrew Jackson in de jaren dertig van de 19e eeuw was de politiek al te democratisch geworden, iets voor volk dat in een blokhut was geboren of voor kroegbazen en Ieren. Maar de jonge Theodore voelde zich ertoe aangetrokken. Hij bleek al jong een onstuimige hervormer. Van bosses die de grote steden met hun partijmachines beheersten moest hij niets hebben. Hij zei te staan voor recht en simpele morele regels, die hem thuis waren geleerd.

Krachtpatser
Theodore was bereid hard te werken en trok zijn al te nette kleren spoedig uit. In de oorlog met Spanje (1897) toonde hij moed en werd hij een held in zijn vaderland. Hij ontwikkelde zich tot krachtpatser, die als hij spreekbeurten moest houden zijn tanden liet zien, de vuisten balde en de Amerikanen voorhield dat een grootse toekomst in het verschiet lag. In het Wilde Westen had hij op beren en veedieven gejaagd, op Cuba op Spanjolen. Hij schreef tal van boeken en artikelen, die getuigden van zijn grote belezenheid en historische belangstelling. Hij was een kruising tussen man-van-de-daad, intellectueel en politicus.

Teddybeer
Hij werd gouverneur van de staat New York en daarna vice-president onder McKinley. Toen die werd doodgeschoten werd hij president van de Verenigde Staten van Amerika (1901). In het Witte Huis bleef T.R. (‘Teddy’ Roosevelt; naar hem is de teddybeer vernoemd, hij hield namelijk van berenjacht) de Amerikanen verbazen: hij bokste, bemiddelde in de Russisch-Japanse oorlog (wat hem de Nobelprijs voor de vrede opleverde), hij steunde een opstand van Panama tegen Colombia, want door Panama moest een kanaal komen. Aan het begin van de 20e eeuw wilden rechtgeaarde Amerikaanse jongens allemaal op Teddy lijken, Franklin ook. T.R. was een polticus maar moreel hoogstaand. Hoewel Franklins vader Democraat was, stemde hij op de Republikein Theodore.

Huwelijk
Franklin trouwde met Eleanor Roosevelt, de dochter van Theodore’s jongere broer Elliott. FDR’s moeder was verbijsterd en zou alles in het werk stellen om Franklin tot andere gedachten te brengen. Eleanor en Franklin waren kinderen die, volgens haar, niet wisten wat ze deden. Franklin was 21 jaar, Eleanor 18. Franklin had weer al zijn tact nodig om haar te apaiseren en zijn voornemen met Eleanor te trouwen geen verraad aan mama te laten lijken. Franklins besluit om te trouwen hield natuurlijk verband met moeders eindeloze bemoeizucht.

Eleanor
Franklin had een mateloze bewondering voor T.R., en door Eleanor aan zich te binden zou hij een direct toegangskaartje tot het Witte Huis krijgen. Ze was natuurlijk een meisje van stand, haar ouders waren al vroeg overleden. Toen ze vijftien was werd ze naar een kostschool in Engeland gestuurd, daar zou ze opbloeien en ontdekken dat ze een helder verstand had. Ze raakte geïnteresseerd in het maatschappelijk werk. FDR vertelde haar dat hij in zijn leven grote dingen wilde doen. Zij zou hem daarbij kunnen helpen, zei hij. Waarom ik? vroeg ze. Het was haar innerlijke schoonheid. Eleanor ging niet graag op de foto. Franklin begon in 1904 aan de studie rechten op Columbia University in New York City. In 1905 zou Theodore voor de tweede maal zijn ambtseed afleggen. Franklin en Eleanor trouwden op 17 maart van dat jaar. Als getuige van Eleanor trad haar oom op, de president van Amerika. Franklin mocht voortaan Uncle Ted tegen hem zeggen.

Wonend naast moeder
Franklin maakte de studie niet af – het stond hem tegen. Hij ging in 1907 aan de slag bij een gerenommeerde advocatenfirma ergens op Wall Street. Ze leefden in redelijke welstand. In 1906 werd een eerste kindje geboren. Zijn moeder kocht een nieuw huis voor hen, midden in de stad. Het had één nadeel: pal ernaast had zijn moeder voor zichzelf een huis laten neerzetten. Er waren gescheiden voordeuren, maar binnen kon men zonder problemen van het ene naar het andere pand komen. Franklin kon nog steeds niet buiten haar, dacht zij. Maar waar Franklin de vaardigheid had, zijn moeder op enige afstand te houden, werd Eleanor volkomen door haar bestuurd.

Geen geduld en concentratievermogen
FDR verveelde zich stierlijk in de advocatuur. Hij voelde zich een bediende die wel heel nietszeggende zaakjes kreeg op te knappen. Om een goed jurist te worden moet men geduld en concentratievermogen hebben en dat had hij niet. Franklin deed aan liefdadigheid en was in tal van verenigingen lid. Uncle Ted spoorde de jonge generatie onophoudelijk aan de politiek in te gaan, opdat het morele gehalte van het openbare leven in Amerika omhoog zou gaan.

Politiek actief
Roosevelt wilde best wel politiek actief worden. Dat werd hij: voor het parlement van de staat New York, dat in Albany zitting hield. Franklin bleef Democraat, omdat hij dacht dat zijn kansen door groter waren dan bij de Republikeinen. Je inspannen tot je er haast bij neerviel: dat was Theodore’s opvatting. T.R. gaf hem zijn zegen, al zei hij het te betreuren dat hij zich niet bij de Grand Old Party aansloot.

My friends
De politiek was heel wat opwindender dan te suffen achter een bureau! Een begenadigd spreker was hij nog niet. Hij begon zich de gewoonte eigen te maken de kiezers ‘My friends’ te noemen. FDR was een man met een goed voorkomen. De kiezers bleken hier niet ongevoelig voor te zijn. In één van zijn toespraken zei hij God dankbaar te zijn dat hij in de Hudsonvallei was geboren en getogen, de mooiste plek op aarde. Oom Theodore hield zich volgens belofte afzijdig van de strijd. Bij het tellen van de stemmen bleek dat Franklin nipt gewonnen had.

Meteen in de belangstelling
Wie in de politiek debuteert houdt zich meestal een tijdje schuil onder de beschermende vleugels van meer ervaren parlementariërs. Dat was niks voor FDR, die al lang genoeg betutteld was. Hij wilde aandacht en zou die ook onmiddellijk krijgen. Hij bond de strijd aan tegen achterkamertjespolitiek. Door pal te staan voor principes die hem thuis en op school waren bijgebracht, haalde hij ruimschoots de publiciteit. Mede door zijn toedoen werd er een amendement op de grondwet van kracht, dat bepaalde dat federale senatoren in het vervolg niet langer getrapt maar direct zouden worden gekozen.

Good government
FDR kleedde zich met zorg en sprak geaffecteerder dan men van beroepspolitici gewend was. Hij rende voortdurend van commissie naar commissie, praatte gehaast met collega’s, trok zijn gezicht in een ernstige plooi, lachte zelden en had de gewoonte zijn hoofd naar achteren te houden. Hij hamerde te pas en te onpas op ‘good government’. Een duidelijk programma had hij verder niet. Hij was in de eerste plaats een praktisch politicus.

Conservation movement
T.R. had een politiek gevolgd dat de conservation movement heette. Beheer en behoud van de natuur was één van de kernpunten van zijn programma. De tijd van achteloosheid was voorgoed voorbij. De overheid moest regulerend gaan optreden. Ontbossing en erosie vormden een bedreiging voor de natie, te weinigen beseften dat. Theodore gaf aan na zijn vertrek uit het Witte Huis niet meer politiek te zullen bedrijven, maar toch bleek hij de verleiding niet meer te kunnen weerstaan, nadat hij in conflict kwam met zijn opvolger William Howard Taft. De verdeeldheid die zo ontstond gaf de Democraten moed om eindelijk het presidentschap weer te veroveren.

Woodrow Wilson
Franklin herkende zich in Woodrow Wilson, gouverneur van New Jersey en voormalig president van Princeton University. Wilson stond voor dezelfde verlichte beginselen die hij in Albany verdedigde. ‘Clean government’ was ook het devies van Wilson en de corrupte bosses waren ook zijn vijanden. De Democratische heren die het voor het zeggen hadden zagen weinig heil in de eventuele kandidatuur van een amateur-politicus als Wilson. Franklin stond achter hem en schreeuwde op de Conventie zijn keel schor om hem gekozen te krijgen. En Wilson lukte het presidentskandidaat voor de Democraten te worden (1912).

Ziekte
T.R. was uit de Conventie van de GOP weggelopen en had vervolgens de kandidatuur van de Progressieve Partij aanvaard. Wilson werd de lachende derde en versloeg T.R. en Taft. Zonder Theodore Roosevelt zou Wilson zeker niet gekozen zijn! Na Grover Cleveland in 1897 was Wilson weer de eerste Democratische president. Alles dreigde voor FDR persoonlijk mis te gaan toen hij in september van dat jaar toen hij geveld werd door tyfeuze koorts, die hem noodzaakte wekenlang het bed te houden. Nog mager en bleek door zijn ziekte ging Franklin terug naar Albany om aan zijn tweede termijn te beginnen (want hij werd wederom verkozen).

Onderminister
Onderminister van marine
Maar Franklin werd benoemd tot onderminister van marine. De Navy was Franklins grote hobby. Toch was het een verrassing dat hij gevraagd werd; de minster in kwestie kende hem nauwelijks maar vond het wel interessant iemand met zo’n naam naast zich te hebben. De geschiedenis herhaalde zich: T.R. had ook deze post bekleed voordat hij president werd. In Washington voelde FDR zich meteen op zijn plaats. Uit Hyde Park kwam een vermaning van een trotse moeder: ‘Zet geen te kleine handtekening, die wordt anders zo kriebelig en onleesbaar.’ Een krachtige signatuur zou FDR’s handelsmerk worden.

Wilhelmina bij FDR
FDR onderhield zich ongedwongen met zijn hoge gasten. Vorsten en vooral het protocol om hen heen vond hij vermakelijk. Hij sprak hen, zoals hij met iedereen deed, onmiddellijk bij de voornaam aan (alleen een geduchte majesteit als Wilhelmina, die in de Tweede Wereldoorlog de Roosevelts bezocht, werd enigszins formeler tegemoet getreden). Overal waar Franklin kwam werd hij aan zijn beroemde naamgenoot herinnerd. FDR was overal een graag geziene gast en spoedde zich van de ene receptie naar de andere. Vrouw en kinderen zagen hem vaker niet dan wel. Hij genoot van zijn functie en verwachtte tot grote daden te worden geroepen nadat in 1914 de oorlog in Europa was uitgebroken.

Graag naar de oorlog
Hij wilde zich naar het Europese front begeven, net als T.R. zich in de Spaans-Amerikaanse oorlog van 1898 had onderscheiden. Maar hij kreeg geen toestemming dienst te nemen. Wel ging hij als vertegenwoordiger van de Amerikaanse regering er naar toe en deelde hij de maaltijd met Amerikaanse soldaten en begaf zich diep in de gevarenzone. Als president zou hij later beweren, oorlog te haten – in 1918 zag hij er hoofdzakelijk de opwindende kanten van.

Overlijden T.R.
Door zijn overladen programma moest hij wederom een paar weken het bed houden: een dubbele longontsteking. Veel contact had hij niet met de president. Meer dan een kort onderhoud kon er niet af. Wilson vond de jongeman te opdringerig en te weinig diepgang hebben. Hij liet het daarom bij beleefdheden. Theodore ging Wilson een lafaard noemen, te bang om mee te vechten aan de kant van de Geallieerden. Zijn scheldkanonnades werden steeds onbeheerster. Hij stierf op 6 januari 1919, op pas zestigjarige leeftijd, opgebrand en geknakt door de dood van zijn zoon in de Eerste Wereldoorlog.

Liefdesaffaire
Zolang de grote T.R. nog had geleefd, overschaduwde hij Franklin, maar nu kreeg deze de ruimte verder te groeien. Een andere gebeurtenis had Roosevelts leven bijna een heel onverwachte wending gegeven. Toen FDR in 1918 met longontsteking ziek lag, sorteerde Eleanor de post. Bij het opruimen stuitte ze op een stapeltje liefdesbrieven van een Lucy Mercer. Dat was de privé-secretaresse van haar man. Eleanor stond erom bekend dat ze niet van het uitgaansleven hield. Ze tobde veel, voelde zich veruit de mindere van haar man, kreeg achter elkaar kinderen, zat onder de plak van haar schoonmoeder. Ze had ook kritiek op de levensstijl van haar man, die praktisch nooit thuis was en zich met zijn vrolijke vrienden opperbest scheen te vermaken.

Geen scheiding
Naar wat volgde kan men slechts gissen. Eleanor zou Franklin tot een bekentenis hebben gedwongen en hem vervolgens zijn ‘vrijheid’ hebben gegund. Als hij zou willen scheiden, mocht dat van haar. Maar de Victoriaanse Sara Delano, zijn moeder, verfoeide scheidingen en waarschuwde haar zoon elke financiële steun te zullen stopzetten, mocht hij zijn vrouw verlaten. Bovendien was Lucy rooms-katholiek: een huwelijk met een gescheiden man met vijf kinderen zou in haar kring zeker op verzet stuiten. En een gescheiden man kon waarschijnlijk nooit president worden. Lucy verdween (voorlopig) uit Franklins leven. Maar wat we wel weten is dat zij erbij was toen hij overleed. Hiervan zou Eleanor pas later horen en ze was er diep geschokt door. Al deze feiten kwamen pas echt naar buiten na de onthullingen over John F. Kennedy’s maîtresses. Toen durfde men ook vrijer over FDR’s liefdesleven te schrijven.

Gehard?
Tot volledige vergeving was Eleanor nooit bereid. Ze verbond er de conclusie aan, voortaan haar eigen leven te moeten leiden. Wellicht heeft deze gebeurtenis ook Roosevelts rijpingsproces verhaast. Tot dan toe zou hij tamelijk verwend en verwaand zijn geweest, zou hij het bestaan als één groot feest hebben ervaren. De breuk met Lucy hardde en vernieuwde hem. Waar alle biografen eigenlijk mee worstelen is de vraag hoe en wanneer de vaak blufferige en oppervlakkige jonge Roosevelt zou veranderen in de grote president van later jaren. Dat de affaire-Lucy een verklaring is, lijkt onaannemelijk. Lucy was waarschijnlijk niet de enige ‘andere vrouw’ in zijn leven.

Running mate
Voor de verkiezingen van 1920 werd Roosevelt gekozen tot kandidaat vice-president naast James Cox. Hij was toen 38 jaar oud. Het ambt van vice-president stond toen in gering aanzien. Waar het verkiezingspad voor de meesten een lijdensweg is liep hij er fluitend overheen. Hoe meer mensen hij ontmoette, des te beter. Een duidelijke lijn viel in zijn uitlatingen niet te bespeuren. Hij paste zich aan zijn omgeving aan. Het werd een smadelijke nederlaag. Republikein Harding haalde 16 miljoen stemmen, Cox slechts 9. In Huis en Senaat kreeg de GOP eveneens een overweldigend meerderheid. Het had de Democraten niets geholpen dat vrouwen in 1920 voor het eerst aan nationale verkiezingen mochten meedoen. Hun gedrag week niet of nauwelijks af van dat van hun wederhelften. Harding was in menig opzicht Wilsons tegenvoeter. De wijsheden die hij de wereld inslingerde leken regelrecht afkomstig van de scheurkalender. Plannen om de wereld te verbeteren zei hij niet te hebben. Het enige dat hij beloofde was Normalcy, dat moest genoeg zijn.

Ambteloos burger
Verslagen kandidaten voor het vice-presidentschap verdwijnen doorgaans regelrecht in het grote Amerikaanse vergeetboek. Wat moest FDR nu verder met zijn leven als ambteloos burger? Geldzorgen kende hij niet, maar hij bleef van zijn moeder afhankelijk voor de extra’s die het bestaan veraangenamen. Hij werkte wat voor een verzekeringsmaatschappij en advocatenpraktijk. Hij hield genoeg tijd over om zich uitbundig te vermaken. Sommigen vonden dat Roosevelt zich wel erg vrolijk gedroeg, te vaak lachte, te nadrukkelijk Prince Charming was.

Polio
Kinderverlamming
In augustus 1921 was FDR zwaar vermoeid, vatte kou en voelde zich niet goed. Toen hij op de 11e wakker werd, bleek hij zijn benen niet meer te kunnen bewegen. Heel zijn lichaam deed pijn en hij had hoge koorts. Hij bleek besmet met het poliovirus, op dat moment een grote epidemie in New York. Hij had kinderverlamming, de gevreesde epidemische ziekte die elk jaar duizenden slachtoffers maakte en waartegen geen enkele remedie bestond. Volledig herstel behoorde tot de mogelijkheden. Roosevelt bleef moed en opgewektheid vertonen, zelfs toen hij van doktoren kreeg te horen dat zij te optimistisch waren geweest.

Jarenlange revalidatie
Hem was een drama overkomen. Roosevelt, op wie als geen ander het woord dashing van toepassing was, die geen minuut kon stilzitten, altijd actief, altijd in beweging was, lag eerst maanden in bed en kwam vervolgens in de rolstoel terecht. Hij liet zich beugels aanmeten, leerde erop te staan en zich met behulp van krukken enigszins voort te bewegen. Zeven jaar zou alles in het teken van zijn revalidatie staan. Zijn leven scheen omvergeblazen. FDR sleet zijn dagen door het doen van oefeningen. Op handen en voeten kroop hij de trap op. Hij hoopte ten slotte het wondermiddel te ontdekken dat hem weer aan gezonde benen zou helpen. Zijn herstel vorderde langzaam, veel langzamer dan aanvankelijk gedacht. Vanaf zijn middel zou hij hulpbehoevend blijven, verlamd. Hij moest in en uit bed worden geholpen, in en uit zijn kleren.

Ten goede?
Om zijn verveling te verdrijven knutselde hij met modelboten, werkte aan zijn postzegelverzameling of inventariseerde zijn bibliotheek. Een biograaf zegt: ‘Wanneer de Voorzienigheid uit deze mens, die door zijn energie en heldere kijk toch al boven de anderen uitstak, een leider der Natie had willen vormen, zou zij niets beters hebben kunnen vinden, dan hem enige tijd aan zijn bed en kamer te ketenen, om hem alsnog de gelegenheid te geven, zich bepaalde theoretisch-fundamentele kennis eigen te maken, die het verbrokkelde leven voordien hem niet had bijgebracht.’

Geen lezer
Inderdaad vond er reflectie en verdieping plaats. Maar literatuur en filosofie boeiden hem weinig, de schone kunsten waren niet aan hem besteed. Net als Uncle Ted wilde hij schrijven en plannen had hij te over, maar hij verloor al snel de inspiratie. Een geschiedenis van de Verenigde Staten waar hij aan begon kwam niet verder kan veertien bladzijden. Politieke en economische geschriften las hij ook niet.

Uiterlijke verandering
Eerst verscheen FDR als de jonge god die in Washington als onderminister had gefungeerd, ‘smal van schouders en van gezicht, steeds vluchtig, haastig, met snelle onrustige bewegingen, als iemand die op nieuwe prikkels wacht, met een voortdurend heen en weer bewegend hoofd, veel te jongensachtig voor een man in het eind van de dertig jaar’. Maar plotseling zien we nu een heel andere Roosevelt, ‘nu zat een massieve kop op de atletische schouders, alles was in de breedte uitgegroeid, de blik stevig en doordringend, de kin wilskrachtig, de mond, hoewel lachend, vast omlijnd’.

Leren lopen
Warm Springs, Georgia zou tussen 1924 en 1928 zijn tweede thuis worden. Hij zwom hier veel. Zijn mobiliteit verhoogde hij door een T-Ford te laten vervaardigen die met de hand kon worden bediend. Hij toerde er lustig mee rond, overal stoppend om een praatje te maken en handen te schudden, alsof hij opnieuw op verkiezingspad was. Hij bleef ervan overtuigd dat hij eens weer de oude zou worden. Polio leek in eerste instantie een onoverwinnelijke handicap. Maar FDR vocht terug. Het stimuleerde hem tot inspanningen die door anderen niet werden opgebracht en vergrootte zijn geestelijke weerbaarheid. Hij wilde na het Witte Huis te hebben veroverd de grote economische crisis bestrijden: geen idee was te wild, geen plan te vergezocht om niet te proberen.

De jaren twintig
Als president zou hij vaak smalen op de dwaze jaren twintig toen materieel gewin het enige scheen dat Amerikanen belang inboezemde, maar zelf nam hij in dit decennium even goed deel aan de dans rond het gouden kalf. Als fantasievol zakenman bedacht hij allerlei projecten om het grote geld te maken. Amerika werd in de jaren twintig verscheur door immateriële conflicten, door tegenstellingen tussen protestanten en rooms-katholieken, tussen voor- en tegenstanders van het drankverbod. De Ku Klux Klan leefde weer op, er kwamen anti-immigratiewetten.

Weer in het openbaar
Op de Conventie van 1924 vertoonde Roosevelt zich voor het eerst sinds jaren weer aan zijn partijgenoten. Hij bereidde zijn optreden zorgvuldig voor, hij wilde – steunend op de arm van zijn zoon, aan de andere op een kruk, beide benen in de beugels – zelf het podium kunnen oplopen. Het werd een heldhaftige prestatie. Hij had zijn doel bereikt: zich ontrukken aan de dreigende vergetelheid en zijn partijgenoten laten zien dat hij er nog was en nog iets kon. FDR wierp zich op als middelaar tussen de verschillende facties van de partij, facties waarvan hij de gevoeligheden beter dan wie ook zou begrijpen.

Tegen het krasse materialisme
Door de Republikeinse regeringen was Amerika in een soort coma geraakt. Vooruitgang moest het parool van de Democraten blijven. Grote presidenten als Lincoln hadden zich onderscheiden door een ‘sympathetic understanding of the human heart’, door hun interesse in de medemens. Slechts met zo’n president zou Amerika zich uit het krasse materialisme kunnen werken waar het door de GOP was ingeduwd, aldus Roosevelt.

Gouverneur en president
Gouverneurschap
In 1928 werd Roosevelt gevraagd voor het gouverneurschap van de staat New York. Hij liet zich ompraten. Iedereen wist dat hij invalide was, hij had zelf zijn gezondheid als argument aangevoerd om uit de race te blijven, maar toch probeerde hij het. Journalisten vroeg hij zo weinig mogelijk over zijn invaliditeit te schrijven. Het was vervelend om als bijna veertigjarige te worden getroffen door een ziekte die kinderverlamming heette. Hij besefte kwetsbaar te zijn als invalide kandidaat. Men had zo gauw de neiging te veronderstellen dat gehandicapten ook geestelijk niet helemaal in orde waren.

Handicap verborgen proberen te houden
Hij probeerde daarom zijn handicap tegenover de buitenwereld zoveel mogelijk verborgen te houden of zich hooguit te laten zien als een herstelde poliopatiënt. ‘No pictures of me getting out of the machine, boys’, riep hij fotografen toe die op de gevoelige plaats wilden vastleggen hoe hij zich moeizaam uit zijn auto hees. Men respecteerde die wens en toen noch later zouden foto’s verschijnen waarop hij al te zichtbaar met zijn handicap worstelt. Roosevelt redeneerde verder dat het beste bewijs van zijn herstel een intensieve verkiezingstournee zou zijn. Hij moest zich zoveel mogelijk laten zien. Nu deed FDR niets liever dan campagne voeren. Over zijn invaliditeit hield hij zijn mond; zwijgen was de beste tactiek. Vaak moest hij via een brandtrap naar boven gedragen worden.

Landjonker
Liefdevolle gebaren richting bedrijfsleven maakte hij zelden. ‘I was born and raised on an up-State farm. I am living there now’ (dit klopt natuurlijk niet helemaal). Hij zei de leegloop van het platteland te betreuren, de steden raakten overvol, met alle problemen daarmee verbonden. Hij wilde deze migratie een halt toeroepen en omkeren, de verstedelijking tegengaan. Hij bleef een landjonker. Zorg voor de zwakken in de samenleving (noblesse oblige – adeldom verplicht), hervorming van het gevangeniswezen maar ook een krachtiger aanpak van de misdaad stond in zijn programma.

Geen twijfel aan eigen kunnen
FDR bleek op het nippertje te zijn gekozen. Op slag veranderde zijn leven nu. In plaats van doelloos rondzwemmen in Warm Springs stond hij op het punt gouverneur te worden, en op de plaats te zitten die ooit Uncle Ted had bekleed. ‘Als je wekenlang op bed hebt moeten proberen je tenen een beetje te bewegen, is daarna al het andere geen kunst meer’, zei hij eens. Twijfel aan eigen kunnen was Roosevelt volkomen vreemd. Franklin hield van verrassingen – de grootste was misschien wel zijn eigen metamorfose van geluksvogel in poliopatiënt in potentiële presidentskandidaat.

Op naar de presidentsverkiezingen
Een Amerikaan die president wil worden, begint met het te ontkennen. In 1930 werd FDR met overweldigende meerderheid als gouverneur van New York herkozen. Over twee jaar waren de presidentsverkiezingen. Amerika was in een crisis beland. Hij begon zich een kleine betrouwbare staf om zich heen te vormen. Miljonair Joseph P. Kennedy was één van zijn donors. Binnen de Democratische Partij probeerde hij alle facties te vriend te houden, onder andere door de keuze voor of tegen afschaffing van het 18e amendement (de drooglegging) aan de afzonderlijke staten over te laten. De ‘kurkdroge’ Democraten uit het zuiden en westen waren onmisbaar. Wilson was Roosevelts grote voorbeeld als progressief. Sommigen vonden FDR halfslachtig: hij zou het van twee walletjes eten tot kunst hebben verheven.

Dilemma
Was hij wel fit genoeg om president te worden? Veel is gespeculeerd over de vraag of Roosevelts karakter door zijn ziekte veranderde. Door zijn strijd tegen de polio zou hij een ander mens zijn geworden. Anderen hebben die bewering afgezwakt, en waarschijnlijk terecht. Roosevelt stond ook met betrekking tot zijn handicap voor een dilemma. Aan de ene kant wilde hij dat er zo weinig mogelijk aandacht aan zou worden geschonken, maar aan de andere kant werd toch al spoedig duidelijk dat de moed waarmee hij tegen zijn kwaal had gevochten, velen aansprak. ‘A democracy cannot follow a leader unless he is dramatized’.

Luisteren
In 1932 werd hij inderdaad benoemd tot presidentskandidaat. Hij verbrak de traditie om pas weken na de Conventie de Acceptance Address te houden. Hij wilde dat ter plekke doen. Roosevelt hield niet van vliegen, aan boord komen was al een probleem, maar hij vloog meteen van Albany naar Chicago zodra duidelijk werd dat hij het geworden was. FDR gaf niet alleen blijk van leiderschap door symbolische gebaren, ook door woorden, door voortdurend uitleg te geven. Van nature praatte hij graag en veel, schrijven was echter niet zijn sterkste kant. Economie evenmin, hij vond het vak te saai en te technisch om zich erin te verdiepen. Luisteren daarentegen kon hij als de beste.

Knappe koppen
Reeds als gouverneur had hij een beroep gedaan op knappe koppen uit de academische wereld, en met het stijgen van zijn kansen op het presidentschap zou hij steeds vaker bij hen aankloppen voor advies en ideeën. Wanneer ze in staat waren ingewikkelde vraagstukken helder uit te leggen, mochten ze van Roosevelt blijven. Intellectuelen in dienst van de macht: in 1932 keek men er nog van op. De Republikeinen hadden steeds geloofd dat zakenlieden de wijsheid in pacht hadden – een academicus was toch wel heel iets anders.

Tegenstrijdig menu
FDR koos, niet zelden achteloos, uit de gerechten die hem werden voorgezet en de koks uit de academische keuken waren dikwijls verbijsterd over het menu dat hij zou samenstellen – er stonden spijzen op die elkaar beslist niet verdroegen. Roosevelt koos van alles wat. Vooruitgang was het wachtwoord. ‘Onze partij moet een vooruitstrevende inslag hebben, plannen durven maken, getuigen van een verlichte visie op de wereld en het welzijn van de grote massa bevorderen.’

Happy days are here again
De crisis in de landbouw diende met voorrang te worden bestreden, want zolang de helft van de bevolking in armoede leefde, zou van economisch herstel geen sprake zijn. Hij wees op gedeelde belangen en op onderlinge solidariteit. Een eerlijker verdeling van het nationaal inkomen was geboden. Hij zou zich hiervoor inspannen en besloot zijn rede met de woorden: ‘I pledge you, I pledge myself, to a new deal for the American people’. Nauwelijks was hij uitgesproken, of de gedelegeerden werden getrakteerd op ‘Happy Days Are Here Again’, een overbekend lied dat uit volle borst werd meegezongen. Ze zou de herkenningsmelodie van zijn campagne worden.

Trickle-down
In 1932 was er weinig reden tot feestvreugde. De depressie had rampzalige vormen aangenomen. Bijna een kwart van de beroepsbevolking had geen werk meer. Voor progressief-denkende Republikeinen, die Theodore Roosevelt herinnerden, was wat Hoover had te bieden, te star, te strak en te dogmatisch. Ze herkenden zich veel meer in de tweede Roosevelt die tenminste experimenten scheen aan te durven en de federale overheid ook ten dienste wenste te stellen van de zwakken in de samenleving. Hoover zwoer bij de ‘trickle-down’ theorie: versterk de bovenlaag en uiteindelijk zal iedereen ervan profiteren.

Campagnetrein
FDR bepleitte ‘ordelijke verandering’, een compromis tussen conservatief en liberaal. Jack Garner werd zijn running mate. Roosevelt reisde met een speciale campagnetrein van kust tot kust. Treinen hadden FDR’s voorliefde. Ze moesten rustig rijden, met het oog op zijn handicap en omdat hij het landschap in zich op wilde nemen. Hij ging prat op zijn gedetailleerde geografische kennis, over elke plaats en uithoek van het land had hij zijn gevolg wel iets wetenswaardigs te melden. De Roosevelt-boemel stopte in kleine gehuchten en grote steden.

Hoover hield niet van campagnevoeren
Roosevelts tegenstander Hoover schreef zijn meeste speeches zelf. Tot laat in de nacht ploeterde hij voort. Ze waren saai, gespeend van enige humor of zelfspot, overladen met statistieken waaruit volgens hem bleek dat het weer goed ging met de economie. Hoover leek Amerika te beschouwen als één grote kamer van koophandel. De campagne putte hem uit, op ’t laatst kon hij nog nauwelijks op zijn benen staan. Men hield een stoel gereed voor het geval hij achter de microfoon mocht neerzijgen. Handen schudden of joviaal op schouders staan: hij had er een grondige hekel aan. Roosevelt en Hoover hadden slechts één ding gemeen: de buitenlandse politiek roerde geen van beiden direct aan. Bij de kiezers viel er toch geen eer mee te behalen. Het buitenland kon de Amerikanen begin jaren dertig worden gestolen.

Vier maanden gebeurde er niets
Roosevelt won de verkiezingen, met bijna 23 miljoen stemmen tegenover nog geen 16 miljoen. In beide huizen van het Congres wonnen de Democraten net zo overtuigend. Na twaalf magere jaren mochten de Democraten eindelijk weer van de macht proeven. FDR kreeg nog even respijt, want volgens de toen gelende regels zou de wisseling van de wacht pas in maart van het volgende jaar plaatsvinden. Het was een bijzonder ongelukkige situatie omdat de crisis almaar erger werd en krachtig ingrijpen noodzakelijk maakte. Hoover zat nog even in het Witte Huis maar had geen werkelijke macht meer. Het gevolg van dit vier maanden durende ‘gat’ was dat de machtswisseling voortaan op 20 januari om twaalf uur ’s middags precies moest geschieden.

Mislukte moordaanslag
Hoover zou later zeggen dat hij in zijn gesprekken met zijn opvolger het gevoel had gehad alsof hij een ‘goed-bedoelende maar heel onwetende jongeman’ voorlichting had moeten geven. De scepsis over Roosevelts kwaliteiten bleek hardnekkig. Begin 1933 probeerde Giuseppe Zangara, een geboren Italiaan, een moordaanslag op Roosevelt te plegen – uit wrok voor de maatschappij als geheel. Alsof hij niet net aan de dood was ontsnapt vertrok Roosevelt geen spier en gaf hij opdracht de gewonden naar het ziekenhuis te brengen. Zangara kwam op de elektrische stoel (6 maart), terwijl FDR op 4 maart geïnstalleerd werd als 32e president van de Verenigde Staten.

Action, and action now!
In de ochtend woonde hij een dienst bij in de episcopaalse kerk van Washington, waarin Gods zegen werd afgesmeekt. De rit van het Witte Huis naar het Capitool samen met Hoover was allesbehalve vrolijk. Hoover hulde zich in stilzwijgen en pruilde toen Roosevelt probeerde de conversatie op gang te brengen. FDR legde de presidentiële eed af op de statenbijbel die al generaties in het bezit van de familie was. Hij greep zich aan het spreekgestoelte vast en begon aan zijn inaugurele rede. De toon ervan was diep serieus, zijn inmiddels befaamde of beruchte glimlach liet hij niet één keer zien. ‘Het enige dat we te vrezen hebben, is de vrees’, zo zou een vaak geciteerde zin worden. ‘This nations asks for action, and action now’. Materieel gewin als enige richtsnoer is verwerpelijk, hulp aan de naaste te lang veronachtzaamd, het algemeen belang uit egoïsme vergeten. Een nieuwe ethiek moet het economische herstel schragen.

The only thing we have to fear is fear itself. (…) We face arduous days that lie before us in the warm courage of national unity; with the clear consciousness of seeking old and precious moral values. (…) In this dedication of a nation we humbly ask the blessing of God. May He protect each and every one of us! May He guide me in the days to come!

Inzamelingsactie voor een zwembad
Hoover had Washington onmiddellijk verlaten. Tijdens FDR’s installatierede had hij nog bedenkelijker gekeken dan gewoonlijk. Enkele weken na de inauguratie begon een krant een opmerkelijke inzamelingsactie: voor een zwembad in het Witte Huis, omdat zwemmen voor de nieuwe president de enige vorm van recreatie was. Het zwembad kwam er, en voortaan zou Roosevelt er elke dag, omstreeks vijf uur ’s middags, zijn baantjes trekken. Het initiatief was opmerkelijk omdat het Amerikaanse publiek in het verdere verloop van Roosevelts presidentschap niet of nauwelijks op zijn handicap attent werd gemaakt.

Stilzwijgende afspraak
‘De natie wenste deze man, met al zijn bijzondere kwaliteiten, als leider. Daarom werd een stilzwijgende afspraak gemaakt: het bestaan van FDR’s handicap zou door iedereen worden ontkend. Oval Office en woonvertrekken werden gemakkelijk toegankelijk gemaakt voor de simpele rolstoel waar FDR zich in voortbewoog. Overal werden verhogingen aangebracht. Wanneer hij buiten het Witte Huis was werd het worstelen met zijn handicap afgeschermd voor nieuwsgierige blikken. Fotograven hadden als erecode Roosevelt niet te fotograferen op momenten dat hij zich met krukken liet zien of hij onderuit gleed en ten val kwam. De enkeling die zich hier niet aan hield viel in ongenade.

Vitaalste kant
De pers als geheel koesterde bewondering, zelfs genegenheid voor Roosevelt. Slechts weinig Amerikanen realiseerden zich op den duur een invalide als president te hebben. Zelfs cartoonisten maakten geen gebruik van zijn handicap, dat was not done. Roosevelt liet zich ook steeds van zijn vitaalste kant zien. Maar een ooggetuige zag ook de andere kant: ‘Twee jonge sterke mannen dragen hem tussen zich in. (…) Terwijl hij (…) wordt gedragen, groet niemand, iedereen doet als bij stilzwijgende overeenkomst of hij er nog niet is. Pas op het ogenblik dat hij in zijn fauteuil is neergezet, is hij aanwezig’. Dit toneel kregen slechts weinigen te zien.

New Deal en populariteit
Parate kennis
Roosevelt hield van journalisten. De deuren van het Witte Huis gingen voor hen open. Twee keer per week hield hij een persconferentie. Vragen hoefden niet van tevoren schriftelijk worden ingediend. Hij vertrouwde op zijn parate kennis over regeringszaken. Niet alles wat hij zei mocht direct worden geciteerd. Het leek bijna te mooi om waar te zijn. Hoover had de pers diep gewantrouwd – in de laatste maanden van zijn bewind had hij geen verslaggever meer willen zien.

Persconferentie als college
Na een paar weken sprak hij iedereen met de voornaam aan. Het werd een vertrouwd beeld: gezeten achter zijn bureau, steeds bereid te lachen, waren zijn persconferenties niet zelden een soort colleges, want de maatregelen die de nieuwe regering nam waren talrijk en ingewikkeld. Pas na verloop van tijd bekoelde de relatie enigszins en liet Roosevelt merken dat hij ook geërgerd kon zijn. Hij was een verwoed krantenlezer. Hij kon – uiteraard – niet tegen kritiek. Ook hij had een dunne huid.

Kiespijn
Om zijn beleid te verkopen wendde hij al zijn natuurlijke charme aan. Buitenlandse journalisten waren verbaasd over de manier waarop een president met de pers omging, in Europa liepen op dat moment bullebakken in de politiek rond. Zelfs zijn kiespijn kwam aan de orde. ‘Welke tand was het?’ ‘De derde van onderen aan bakboord’ was het antwoord. ‘Aldus een brokje conversatie met één der machtigste staatshoofden ter wereld!’ Lastige vragen ontweek FDR gewiekst. Hij won altijd, maar dat kwam natuurlijk omdat hij de spelregels zelf had bepaald.

New Deal maakt Roosevelt niet populair
Toch verloor Roosevelt de greep op de pers. De maatregelen in het kader van de New Deal werden steeds controversiëler omdat hij nieuwe belastingen hief, vakbonden bestaansrecht gaf en het zakenleven niet spaarde. In 1936 zei hij dat vijfentachtig procent van de pers tegen hem gekant was. Hij speelde de rol van David tegen de goliaths van de krantenwereld met verve. Het maakte hem voor de gewone Amerikanen nog heldhaftiger dan hij al was. De kritiek die op zijn beleid werd uitgeoefend deed hem ertoe besluiten zich te bedienen van een ander medium dan de pers: de radio. Roosevelt werd een radiopresident om de macht van de schrijvende pers te breken.

Fireside chats
Met zijn warme en tamelijk geaffecteerde stem hield hij zijn ‘fireside chats’, waarbij hij leek te improviseren, maar in werkelijkheid ging er een lange zorgvuldige voorbereiding aan vooraf. Ingewikkelde zaken werden zo helder en begrijpelijk mogelijk geformuleerd, moeilijke woorden waren taboe. De chats mochten niet langer dan heen half uur duren. FDR was wel zenuwachtig vóór zijn optredens. Zijn handen trilden en hij rookte stevig. Om te voorkomen dat hij door de microfoon sliste – hij had een spleetje tussen de ondertanden – schroefde hij vlak voor de uitzending begon een stifttand in. Als het moment daar was, viel alle spanning van Roosevelt af. Zijn losse toon leek spontaan, hij sprak langzaam en duidelijk, nam af en toe een slokje water en begon onveranderlijk met My friends, wat zijn vijanden op de zenuwen werkte. Miljoenen stemden ’s avonds hun radio op Roosevelt af, de pater familias in Washington.

Gebral van dictators in Europa
Door zijn optreden schiep hij een directe band met de kiezers, over de hoofden van het Congres en de pers heen. Gemiddeld zestig tot tachtig procent van de bevolking luisterde ernaar. Een juiste dosering was geboden. De fireside chats bleven daarom bijzondere gebeurtenissen. Zijn gebruik van de radio bewees voor de Amerikanen bovendien hoe groot het verschil tussen Amerika en Europa was. Uit Europa hoorde men steeds vaker het gebral van dictators komen en van hysterische menigten die hen toejuichten, later het wapengekletter.

Columnisten
Het Amerika van vóór en na de New Deal was verschillend. In het spraakgebruik waren nieuwe termen, zoals sociale verantwoordelijkheid, opgedoken. In tegenstelling tot het vorige decennium verontschuldigde men zich eerder voor rijkdom dan ermee te koop te lopen. Volgens iemand kwam de New Deal tegemoet aan het rusteloze in de Amerikaanse geest, aan de bereidheid tot het nemen van risico’s, aan de wens om alles ten minste éénmaal te hebben geprobeerd. De jaren dertig waren een gouden tijd voor de columnisten. Columnisten vond Roosevelt zowat het kwalijkste dat de Amerikaanse journalistiek had voortgebracht. Om feiten maalden zij niet. Met één ervan kwam Roosevelt in conflict: Walter Lippmann. Hij opperde dat Roosevelt zich in de vingers zou snijden omdat hij te gauw verveeld was en altijd met iets ‘groots’, iets stoutmoedigs wilde bezig zijn. De president was naar zijn mening zo verzot op het spelelement in de politiek dat hij onophoudelijk verrassingen beraamde. In FDR’s eigen partij vonden sommigen net zo goed, dat hij te hard van stapel liep met de socialisering van de Amerikaanse maatschappij.

Toch populair bij het gewone volk
Roosevelt was een rode deugniet, die vermogende zakenlieden hun status en belastingparadijs ontnomen had. Democraten liepen over naar de GOP. Het einde van het korte bewind van FDR leek nabij. Maar bij de gewone kiezers bleef hij bewondering wekken en hij prees zich gelukkig met zijn vijanden. Bovendien wist hij zich in 1936 gesteund door de grote vakbonden, waarvan het ledental fors omhooggegaan was. FDR filosofeerde dikwijls over het nieuwe evenwicht dat hij in de Amerikaanse maatschappij wilde scheppen. Een krachtige overheid zou samen met de arbeidersbeweging Big Business dwingen tot beter gedrag.

Beter dan vier jaar geleden
Op de vraag: Heeft u het beter dan vier jaar geleden? zouden de kiezers naar zijn vaste overtuiging met een volmondig ja antwoorden. Hoover probeerde in een eindeloze reeks artikelen en spreekbeurten de man die hem onttroond had te ontmaskeren. Op de Republikeinse Conventie in 1936 sprak hij: ‘Als er nog punten zijn van het in Europa oprukkende collectivisme die de New Deal niet heeft overgenomen, dan is het uit vergeetachtigheid geweest’. De New Deal was een gif, had de natie verlamd, vrijheden beknot, tradities zonder nadenken overboord gezet. Amerika was Amerika niet langer.

Het Rode Huis
Alfred Landon werd FDR’s opponent bij de verkiezingen van 1936. Men zong hem toe op de wijze van ‘Oh, Susanna’: ‘Landon, oh Landon / will lead to victory / with the dear old Constitution / and it’s good enough for me’. Roosevelt hoefde zich echter geen zorgen te maken. Al tekende Landon het vreselijke lot dat Amerika te wachten stond bij een tweede termijn van Roosevelt: het Witte Huis zou veranderen in het Kremlin aan de Potomac. Het zou voortaan het ‘Rode Huis’ heten.

Hervormen om te behouden
Roosevelt weerlegde de Republikeinse kritiek. Als we niet zouden hebben gehandeld en gebleven waren op de oude Republikeinse voet, dan was er een situatie ontstaan die gemakkelijk de zo gevreesde revolutie had kunnen veroorzaken: werkloosheid, honger en ellende: de toenmalige Republikeinse regering had stelselmatig de andere kant op gekeken en niets van belang ondernomen. Verstandige mensen begrepen dat men moest hervormen om te behouden en FDR sprak: ‘I am that kind of conservative because I am that kind of liberal’.

Bestrijding van de crisis
Landon was zo nietszeggend dat Roosevelt zijn naam in geen van zijn speeches noemde. Je liet als zittend president blijken het in feite beneden je stand te achten tot het niveau van je tegenstander af te dalen. FDR herinnerde zijn kiezers aan al hetgeen zijn regering had gepresteerd ter bestrijding van de crisis. Dankzij de New Deal geloofden de Amerikanen weer in de toekomst, dankzij de regering was de samenleving er humaner op geworden en was de wanhoop verdreven. Misschien had Amerika iets verloren van zijn vroegere zorgeloze uitgelatenheid – er was meer gewonnen, gewonnen aan zekerheid en vertrouwen. Als geen andere politicus van zijn tijd wist hij de massa te bespelen. Zijn Acceptance Address sprak hij uit in een honkelstadion in Philadelphia voor honderdduizend man, met aan het eind het massaal meegezongen ‘Auld Lang Syne’, dat op verzoek van Roosevelt werd gebisseerd (herhaald).

FDR en de zwarten
Opmerkelijk in 1936 was de tendens onder zwarte kiezers om over te lopen naar de Democraten. De reden was simpel: de New Deal bood kansarmen en werklozen de kans op een baan door steunprojecten. In 1936 deed voor het eerst een zwarte dominee het openingsgebed op de Conventie. Tegelijk klaagden zwarte leiders erover dat de regering-Roosevelt te weinig deed voor de strijd om gelijkheid. FDR was voorzichtig om zijn zuidelijke Democraten niet te verliezen. Nooit eerder was een First Lady zo actief als Eleanor. Ze bestookte de president onophoudelijk met vermaningen over zijn voorzichtige beleid ten opzichte van wat zwarte protestorganisaties wilden, en nam zo tegelijk de onvrede wat weg. Roosevelt verving Lincoln als held, getuige liedjes als deze:

Roosevelt! You’re my man!
When the time come
I ain’t got a cent,
You buy my groceries
And pay my rent.
Mr. Roosevelt, you’re my man!

Conflict met Hooggerechtshof
Er was een groot conflict aan de gang tussen FDR en het Hooggerechtshof. Roosevelt werd algemeen beschouwd als het zondagskind van de Amerikaanse politiek. Op beslissende momenten zou het fortuin hem steeds hebben toegelachen. Helemaal onwaar is dat niet, maar inzake het Hooggerechtshof liet het geluk hem in zijn eerste termijn in de steek. De kans om tot benoeming van nieuwe leden over te gaan kreeg hij niet; er deden zich geen vacatures voor.

Uitbreiding?
De meerderheid gaf blijk ernstig bezwaar tegen zijn hervormingsprogramma te hebben. Het Hooggerechtshof keurde overheidsingrijpen in de sociaal-economische sector slechts in uitzonderlijke gevallen goed. Eerst was er wel enig begrip voor de noodsituatie, maar vanaf 1935 veranderde dat. FDR’s programma’s werden zo ondermijnd. Hij moest naar oplossingen zoeken. Hij zou omzichtig moeten manoeuvreren in zijn machtsstrijd met de rechters, want in de ogen van veel Amerikanen was het een instituut dat respect verdiende. Zou hij kiezen voor uitbreiding van het Hooggerechtshof?

Ik haat oorlog
Wat betreft de buitenlandse politiek (het werd steeds onrustiger) had het Congres onder druk van de publieke opinie in 1935 en erna een reeks neutraliteitswetten doorgevoerd. Daarom liet Roosevelt buitenlandse kwesties onbesproken. ‘Ik haat oorlog’, zo zei hij. Maar hij gaf wel aan dat er gevaar dreigt ook in de oorlog betrokken te raken. Binnenlandse aangelegenheden stemden hem minder somber dan buitenlandse. Wie vrede beloofde, kon op applaus rekenen. FDR legde zich neer bij de stemming in het land en berustte voorlopig in het feit dat niet hij maar het Congres de lijnen in de buitenlandse politiek uitzette.

Monsterverbond
Landon werd weggemaaid bij de verkiezingen: hij kreeg nog geen 17 miljoen stemmen, Roosevelt ruim 27 miljoen. Ook Senaat en Huis werden overwegend Democratisch. Onder aanvoering van ‘volkstribuun’ Roosevelt hadden de armen gewonnen van de rijken. Steuntrekkers, vakbondsleden, etnische minderheden, progressieven, intellectuelen, zwarten: ze hielpen FDR aan een historische overwinning. Het leek wel een monsterverbond: behoudende blanke zuiderlingen, liberalen en zwarten uit de grote steden. In zijn Second Inaugural Address zei hij: ‘I shall do my utmost…seeking Divine guidance’.

Derde termijn en oorlog
Presidentsarchief
Amerikaanse presidenten hebben vrijwel zonder uitzondering een levendige en begrijpelijke belangstelling voor hun plaats in de geschiedenis. Bij al wat ze doen beseffen ze dat het nageslacht over hun schouders meekijkt. Roosevelt stond aan de wieg van het moderne Amerika en claimde terecht het vaderschap. Dat historici volop over hem zouden schrijven, stond voor hem vast. In 1938 besloot hij hen daarbij een handje te helpen. Hij liet op zijn buiten in Hyde Park een archiefgebouw neerzetten waar al het materiaal dat met zijn leven en presidentschap verband hield, een plaats zou krijgen. Het zou alleen al honderdduizenden brieven gaan bevatten. Volgens tegenstanders was het een nieuw bewijs van Roosevelts megalomanie: de man wenste blijkbaar al tijdens zijn leven onsterfelijk te worden. Zijn Presidential Library zou navolging krijgen: alle presidenten na hem hebben hetzelfde gedaan.

Dictator?
Roosevelts tweede termijn was veel minder glorierijk dan hij zich had voorgesteld. De vaart was eruit in de regering. Zijn partijgenoten vonden dat hij over de schreef was gegaan in zijn aanpakken van het Hooggerechtshof. Gaf men Roosevelt zijn zin, dan zou dat betekenen dat hij en andere presidenten een Supreme Court konden vormen dat de uitvoerende macht op haar wenken bedienen zou. Hij laadde de verdenking op zich dat hij een dictator wilde worden. De term ‘dictator’ viel in Huis en Senaat regelmatig. Iemand zei echter: ‘He had all the character and energy and skill of the dictators, and he was on our side’.

Lynchen aan banden
Zijn verjongingskuurplan voor het Hooggerechtshof werd door het Capitool (met overweldigende meerderheid van Democraten) verworpen. De zuidelijke Democraten maakten ernstig bezwaar tegen de heel voorzichtige pogingen van het Witte Huis de zwarte bevolking als volwaardige burgers te behandelen. In het bijzonder over het wetsvoorstel om door federaal ingrijpen een eind te maken aan de schandelijke praktijk van het lynchen, ontstond op het Capitool heftig kabaal. Republikeinen en conservatieve, anti-New Deal Democraten konden het uitstekend met elkaar vinden.

Ja, maar-Democraten
FDR was zo ontstemd over dit alles, dat hij niet alle Democraten meer steunde in hun herverkiezing. ‘Ja, maar-Democraten’ hoorden volgens hem in een progressieve partij niet thuis. Maar de buitenlandse politiek vroeg steeds meer aandacht. In Washington verschoven de prioriteiten. Roosevelt drong aan op versterking van de vloot en hogere defensie-uitgaven. Ook moesten de neutraliteitswetten herzien worden. Roosevelt probeerde zijn landgenoten wakker te schudden maar stuitte op dikke muren van weerstand. In ruil voor steun verwachtten Congresleden dat hij verdere uitbreiding van de New Deal zou staken.

Third Term
Het was een door de historie geheiligd beginsel dat presidenten niet langer dan twee termijnen aanbleven, hoewel de grondwet erover zweeg. FDR hield ervan om tradities overboord te zetten en regels naar eigen inzicht te interpreteren. De meeste Amerikanen zagen niets in een derde presidentiële termijn. Maar onder invloed van de onheilspellende gebeurtenissen in het buitenland, begon de weerstand tegen een Third Term af te brokkelen. Roosevelt maakte zijn bedoelingen niet kenbaar. Het was een verboden vraag. Zelfs zijn vrouw liet hij in het ongewisse. Zwijgzaamheid, zich in raadselen hullen, leek de beste tactiek. Er bestond onduidelijkheid over de vraag of de president fysiek nog eens vier jaar Witte Huis zou aankunnen. Hij zag er bijzonder vermoeid uit en maakt een verlepte indruk. Geruchten deden de ronde dat doktoren een derde termijn ontraden en zelfs verboden.

FDR schept zijn eigen onmisbaarheid
De goden van haat en geweld, zoals hij ze betitelde, die in Europa huishielden, bedreigden volgens hem het voortbestaan van heel de westerse beschaving. Om de nationale eenheid te onderstrepen benoemde hij twee Republikeinen tot minister van oorlog en marine. In de Democratische Partij schiep Roosevelt in zekere zin een eigen onmisbaarheid; in de partij dachten velen tot het Witte Huis te zijn geroepen, maar niemand werd uitverkoren: FDR bleef er mooi zitten. Al waren er weinig tradities heiliger dan dat een president niet langer dan acht jaar het hoogste ambt mocht bekleden, hij deed het toch, tenminste als hij herkozen zou worden.

Dutch
Tegenover het nageslacht wenste hij officieel vastgelegd te zien, dat alleen de omstandigheden hem hadden gedwongen opnieuw kandidaat te staan en dat hij geen moment zelf actief naar een derde termijn had gedongen. Het nageslacht weet natuurlijk wel beter. Roosevelt wilde Henry A. Wallace als vice-president naast zich. De keuze van een meer gematigde Democraat zou wellicht verstandiger zijn geweest en uitgelegd als een gebaar van verzoening naar de anti-New Dealers, maar Roosevelt verzoende dit keer niet. ‘He had his Dutch up’, zei men van FDR als hij niet bereid was tot concessies, hetgeen zoveel wilde zeggen als: hij was koppig als het land van zijn voorouders.

Willkie
Tegenstander in 1940 was de Republikein Willkie. Hij was opgegroeid als Democraat en bekeerde zich pas laat in de jaren dertig tot de GOP, met als uitleg: ‘I did not leave my party. My party left me’ (later zou Ronald Reagan zich van hetzelfde argument bedienen). Willkie was een man met een missie. Hij las veel en graag, had een brede belangstelling, liep rond in pakken die nodig gestoomd en geperst moesten worden, had een weerbarstige haardos, en weigerde auto te rijden. In de eerste weken van zijn campagne praatte hij zoveel dat hij zich onder behandeling van een keelarts moest stellen.

Tenzij
In het partijprogramma van de Democraten stond het zwart op wit: we zullen niet deelnemen aan buitenlandse oorlogen, tenzij wij worden aangevallen. In een verkiezingstoespraak zei FDR echter: ‘Your boys are not going to be sent into any foreign wars!’ Hier liet hij het ‘tenzij’ dus weg. Nuance in verkiezingstijd werkt niet. De slotfase van de campagne was een nationaal schandaal. Willkie (zoon van Duitse immigranten) eindigde bij de Democraten als handlanger van Hitler, terwijl Roosevelt volgens de Republikeinen de grootste leugenaar uit de Amerikaanse geschiedenis was.

Four Freedoms
De kiezers trokken massaal naar de stembus. Roosevelt kreeg 27 miljoen stemmen, Willkie vijf miljoen minder. Willkie overwon zijn teleurstelling en verklaarde even later dat er dingen waren gezegd die achteraf betreurd moesten worden. Hij overleed in 1944 op 52-jarige leeftijd. In zijn derde inaugurele rede zei FDR onder andere: ‘We go forward in the service of our country by the will of God’. Even daarvoor, op 6 januari 1941, hield hij zijn ‘Four Freedoms Speech’ in het Congres: freedom of speech and expression, freedom of religion, feedom from want (gebrek) and freedom from fear.

Voorwaats, Christenstrijders!
In augustus 1941 kwamen FDR en Churchill samen aan boord van de Prince of Wales voor de ‘Atlantic Conference’. Op zondagmorgen 10 augustus werd er een kerkdienst gehouden, om de geloofseenheid tussen FDR en Churchill uit te drukken. Gezongen werden ‘Onward, Christian Soldiers’ (ook gezongen op Eisenhowers begrafenis in 1969), ‘O God our Help in Ages Past’ (tevens gezongen op Churchills begrafenis in 1965) en ‘Eternal Father’ (gezongen op de begrafenis van Roosevelt en Kennedy). Het was een indrukwekkend samenzijn. Enkele maanden later zou de helft van de bemanning van dit schip sterven toen het schip zonk.

Onward, Christian soldiers, marching as to war,
With the cross of Jesus going on before.
Christ, the royal Master, leads against the foe;
Forward into battle see His banners go!

O(ur) God, our help in ages past,
Our hope for years to come,
Our shelter form the stormy blast,
And our eternal home.

Eternal Father, strong to save,
Whose arm hath bound the restless wave,
Who biddest the mighty ocean deep
Its own appointed limits keep;
Oh, hear us when we cry to Thee,
For those in peril on the sea!

Oorlogsverklaring
In december 1941 kwam Amerika toch in de oorlog. Roosevelt droeg een rouwband om de arm toen hij het Congres vroeg Pearl Harbor te wreken en de strijd tegen het Japanse keizerrijk te beginnen. De band was geen teken van rouw om de doden die op Hawaii gevallen waren; hij droeg hem al drie maanden. Want in september was ’s werelds beroemdste moeder overleden: Sara Delano. De liefde van Sara voor My Boy Franklin bleef tot op het laatst even onvoorwaardelijk als intens. Haar dood dompelde FDR in stille rouw. Eleanor niet: ‘Het is vreselijk om 36 jaar zo dichtbij iemand te hebben geleefd en toch geen genegenheid te voelen of droefheid om verlies. Maar voor Franklin is het een slag’. Roosevelt zou de rouwband twee jaar om houden.

Vierde termijn
Roosevelt – het hoofd naar achteren als hij lachte, de mond halfopen als hij naar een vraag luisterde – ging de pers steeds meer ontwijken, onder verwijzing naar de nationale veiligheid. Zijn geheimhouding leek overdreven. Hij was soms dagenlang zoek. Hij had de genegenheid voor de pers verloren. Oorlog of niet, in 1944 moesten er weer verkiezingen worden gehouden. Zijn onmisbaar was nog evidenter dan vier jaar eerder. Een wisseling van de wacht in het Witte Huis was ondenkbaar. Om de continuïteit in het overleg van de Grote Drie te verzekeren, lag Roosevelts aanblijven voor de hand.

Gezondheid achteruit
Zelf beweerde FDR opnieuw maar één groot verlangen te hebben, een terugkeer als ambteloos burger naar de rust van zijn buiten aan de Hudson. Hij liet zijn beschikbaarheid voor een vierde termijn in het midden. Zijn gezondheid ging zienderogen achteruit. Eleanor drong op hem aan het bij drie termijnen te laten. Hij was slecht bij de les. Zijn oude geestdrift en vastberadenheid waren weg. Herhaaldelijk was hij geïrriteerd. Er was iets mis met hem. Hij werd almaar magerder, de kleren pasten niet meer goed om zijn lijf, de diepe kringen onder zijn ogen wezen op uitputting. Zijn bloeddruk bleek ook veel te hoog en met zijn hart was het ook niet helemaal in orde.

Running mate?
Voor de buitenwereld werd de schijn opgehouden, dat de president niets mankeerde. Maar foto’s van hem uit 1944 spreken boekdelen. Roosevelts staf deed zijn uiterste best deze uit de krant te houden. Een kroonprins had zich niet aangediend. Dat in de Democratische Partij in 1944 opnieuw strijd om het vice-presidentschap uitbrak, lag voor de hand. De man die naast Roosevelt zou worden benoemd en gekozen, zou hem waarschijnlijk snel opvolgen, al werd dat niet openlijk gezegd. FDR wilde opnieuw Wallace als zijn running mate, maar hij bleek – in zijn verlangen naar een betere wereld – veel positiefs over het communisme te hebben gezegd.

Truman
Wallace zou naïef on-Amerikaans zijn, die tegen elke prijs moest worden weggehouden uit het hoogste ambt. Een radicaal als kandidaat voor het vice-presidentschap zou slecht kunnen vallen. Veel beter was het, te kiezen voor een gematigd figuur met gewoon gezond verstand. FDR had veel talenten, behalve voor het ontslaan van medewerkers. Het slechte nieuws aan Wallace te vertellen dat hij niet meer vice-president zou zijn viel hem zwaar. Hij wrong zich in heel vreemde bochten. De verdienstelijke senator Harry S. Truman uit Missouri leek de beste keuze. FDR beloofde Wallace een kabinetspost welke hij maar zou willen.

Niet lang meer te leven
Truman was het klassieke compromis. Niemand deed dat meer verdriet dan Eleanor Roosevelt, die inmiddels columns was gaan schrijven: ‘My Day’. FDR sprak de Conventie in 1944 niet persoonlijk toe, maar sprak voor de radio. Ik zal niet op de gebruikelijke manier campagne voeren, kondigde hij aan. De oorlog eiste al zijn aandacht op. Wie goed luisterde, kon eigenlijk tot geen andere slotsom komen dan dat hij er slecht aan toe was. Hij sprak op hakkelende, weinig overtuigende manier en op bepaalde momenten leek hij nog nauwelijks uit zijn woorden te komen. Foto’s uit die tijd lieten een vermoeide, uitgemergelde man zien. De president zou niet lang meer te leven hebben.

Laatste jaar en erfenis
Dewey
Tegenstander in 1944 was Thomas Dewey. Hij werkte als een bezetene en van zijn medewerkers verlangde hij hetzelfde. Door zijn geringe lengte leek klein-maar-dapper bij uitstek op hem van toepassing. Hij was een pietje precies. Zijn critici hekelden zijn zorgvuldig bijgeknipt snorretjes: het leek teveel op die van Hitler. Toen Dewey zag moeilijk te kunnen winnen, zette hij een wanhoopsoffensief in: hij begon over FDR’s gezondheid en haalde een oud thema aan: in de New Deal zag hij evenals heel wat andere Republikeinen een duister complot.

Hond Fala
De beschuldigingen die FDR van Dewey’s Republikeinen naar het hoofd kreeg, werden met de dag kleinzieliger. Toen Roosevelt na een bezoek aan MacArthur op Hawaii bemerkte dat zijn hondje Fala niet mee was gekomen, werd er een schip gestuurd om speciaal dat dier te komen halen. En dat in oorlogstijd! De Republikeinen spraken er schande van, het was weer echt zo’n rooseveltiaanse lichtzinnigheid. Roosevelt sprak op z’n best: zijn hond was een Schot, en zijn Schotse bloed was gaan koken toen hij hoorde van die aperte leugens. ‘He has not been the same dog ever since’. ‘Mij en mijn gezin mogen ze aanvallen, van mijn hond blijven ze af!’ Volgens kenners was dit de beste speech die Roosevelt ooit gehouden heeft, de humor en het sarcasme waren dodelijk. Gevoel voor humor was niet Dewey’s sterkste kant.

Tegen het communisme
Dewey begon om zich heen te slaan. Er was geen twijfel meer mogelijk: de rooien hadden Roosevelt in hun macht. Maar FDR had Dewey in een hoek waar hij hem wilde hebben: in de hoek van uiterst rechts. ‘Iedereen weet dat ik dit jaar niet veel zin had om aan de strijd voor het presidentschap mee te doen. Maar ik moet bekennen dat, hoe langer de campagne duurt, hoe liever ik wil winnen. Nooit heb ik een campagne meegemaakt waarin zoveel feiten zijn verdraaid en zoveel leugens verkocht’. Wel zag FDR zich genoodzaakt nadrukkelijker dan ooit elke vorm van communistische steun af te zweren. De Koude Oorlog moest nog beginnen, maar nu al kwam de Amerikaanse politiek in het teken te staan van wat later gemakshalve het McCarthyisme zou gaan heten.

Regenachtige rondrit
Om geruchten te weerspreken dat hij op sterven na dood was, wilde hij zich in volle glorie aan zijn volk vertonen. Zo maakte hij op 21 oktober 1944 een urenlange rondrit door de straten van New York City. Het was koud en regende onophoudelijk, maar de kap van de auto bleef open. Roosevelt kon worden uitgewrongen, hij stopte eenmaal om droge kleren aan te trekken. De volgende dag waren praktisch alle journalisten die hem op zijn rondrit hadden vergezeld verkouden. Alleen FDR was nog volkomen gezond. De president had fysiek een buitengewone prestatie geleverd. De verkiezingen werden met 25 tegenover 22 miljoen stemmen gewonnen.

Excuses na een vloek
Toen Roosevelt vergeefs had geprobeerd de hendel van de stemmachine over te halen, zou hij hebben gevloekt. Voor dominees uit het zuiden was dit bericht aanleiding om scherp bij het Witte Huis te protesteren. FDR zei zich niet meer te kunnen herinneren dat hij had gevloekt, maar hij toonde tegenover de Bible Belt openlijk berouw. De installatie – met dertien kleinkinderen die hem omringden – werd bij uitzondering niet op de trappen van het Capitool maar buiten voor het Witte Huis gehouden. Hij betoogde dat de oorlog binnenkort in vrede zou verkeren, maar waarschuwde voor het verlangen naar volmaaktheid. Vrede was mensenwerk, een paradijs op aarde zou er nooit komen. FDR beleed onwrikbaar zijn vooruitgangsgeloof. Hij zei ook: ‘So we pray to Him now for the vision to see our way clearly (…) to the achievement of His will, to peace on earth’.

De Grote Drie
Een paar weken na de inauguratie maakte hij een lange reis naar Jalta om daar met Stalin en Churchill te onderhandelen. Hij moest zijn laatste krachten aanspreken. Terug in Amerika deed hij zittend verslag voor het Congres. Het was de eerste keer tijdens zijn presidentschap dat hij openlijk erkende gehandicapt te zijn. De kracht om zijn ‘splendid deception’ vol te houden had hij niet langer. Later zouden velen kritiek hebben op de ‘uitverkoop van Amerikaanse belangen’. FDR zou Stalin in alle opzichten zijn zin hebben gegeven. Zijn fysieke aftakeling zou de oorzaak zijn geweest dat hij volledig door Stalin en in mindere mate door Churchill was weggespeeld. Van het kolonialisme moest Roosevelt weinig hebben. Churchills pogingen het Britse imperium in stand te houden, stuitten op verzet van FDR.



Dodelijk vermoeid
In San Francisco vond de oprichtingsvergadering van de Verenigde Naties plaats. ‘Wereldvrede is geen partijpolitiek’, zo zei hij, terugblikkend op 1919 en 1920, toen tegenstellingen tussen Democraten en Republikeinen hadden geleid tot de ondergang van Wilsons nieuwe wereld. Dodelijk vermoeid kwam Roosevelt in maart 1945 aan in Warm Springs. Daar was ook Lucy Mercer. Roosevelt zat in de zon, probeerde aan te sterken, merkte dat zijn eetlust terugkwam, tekende wetten en werd achtervolgd door het nieuws van de oorlog. Churchill zond hem een telegram over de wanhopige voedseltoestand in bezet Nederland. ‘I fear we are in the presence of a tragedy’, liet hij de Amerikaanse president weten. Roosevelt was er al van op de hoogte.

Gerbrandy
Op 10 april zat er een brief van Gerbrandy in zijn postzak waarin hij Roosevelt bedankte voor de ‘snelle hulp aan mijn landgenoten’. Minister van financiën Henry Morgenthau zag FDR in deze dagen: ‘Hij was opeens vreselijk oud geworden en toen ik hem zag, schrok ik ontzettend’. In kwesties van oorlog en vrede was de president nauwelijks geïnteresseerd. Hij verwarde namen en data en zijn handen beefden zo erg dat hij glazen omstootte. Liever praatte hij met Morgenthau over de Hudsonvallei waar ze beiden waren opgegroeid.

Overlijden
Op 12 april, om 13.15 uur bracht FDR zijn hand naar het hoofd, ‘als iemand die een vlieg wegslaat’. Roosevelt raakte buiten bewustzijn. Twee uur later constateerde de dokter dat de president was overleden aan een hersenbloeding. Plotseling leek de natie verweesd. Tot 72 uur na zijn dood maakten de schreeuwerige programma’s van de radio plaats voor gewijde muziek en ernst. De nieuwe president kondigde 14 april af als een dag van ‘prayer and mourning’.

Psalm 23
Eleanor schreef in haar memoires dat Franklin de gedachte aan de dood aanvaardde zoals hij het leven deed: vol kalme gelatenheid jegens een ondoorgrondelijke Voorzienigheid. FDR’s aanwijzingen voor zijn begrafenis – te laat in zijn brandkast gevonden – waren een ‘kist van de uiterste eenvoud’ en géén balseming van het lichaam. Ook waren er meer mensen aanwezig op zijn begrafenis dan hij gewenst had. Psalm 23 was Roosevelts meest geliefde bijbeltekst. Roosevelt werd in de rozentuin van Springwood te rusten gelegd, op de 15e.

The Lord is my shepherd; I shall not want. He maketh me to lie down in green pastures: He leadeth me beside the still waters. He restoreth my soul: He leadeth me in the paths of righteousness for His name’s sake. Yea, though I walk through the valley of the shadow of death, I will fear no evil: for Thou art with me; Thy rod and Thy staff they comfort me. Thou preparest a table before me in the presence of mine enemies: Thou anointest my head with oil; my cup runneth over. Surely goodness and mercy shall follow me all the days of my life: and I will dwell in the house of the Lord for ever.

Continuïteit als wachtwoord
Harry S. Truman vertrouwde journalisten toe dat hij, toen het bericht van Roosevelts dood binnenkwam, het gevoel had of zon en sterren bovenop hem vielen, zo overweldigd was hij door de immense taak die onverwachts op zijn schouders werd gelegd. Truman was een harde werker die, indien nodig, gedecideerd optrad. Geen patriciër zoals FDR maar een doorsnee-Amerikaan uit het middenwesten. Continuïteit was het wachtwoord in Washington. Een machtsvacuüm mocht niet ontstaan, want dat zou rampzalige gevolgen voor de goede afloop van de oorlog kunnen hebben.

Truman niet ingelicht
De overgang van Roosevelt naar Truman verliep moeizaam. FDR had Truman niet ingelicht over gewichtige kwesties. Harry Truman had FDR nauwelijks gezien. Hij kreeg zo nu en dan een vriendelijk woord van de president, meer eigenlijk niet. Tot verdriet van Truman zou The Boss hem negeren en zelfs niet op de hoogte brengen van de atoombom die in Los Alamos tot ontwikkeling werd gebracht. Volgens sommige historici is het uitbreken van de Koude Oorlog deels het gevolg geweest van Roosevelts dood en Trumans onkunde. De beslistheid waarmee Truman optrad was voornamelijk uiterlijke schijn. Men maakte vergelijkingen tussen hen beiden, vergelijkingen die meestal in het nadeel van Truman uitvielen. Dat stemde hem bitter. Hiroshima en Nagasaki werden Roosevelt bespaard, maar vloeiden volgens Truman onvermijdelijk uit diens beleid voort.

Stroom van publicaties
Na zijn dood kwam er een enorme stroom publicaties over FDR op gang, ook een tegenstroom van kritische, zelfs uiterst negatieve geschriften. Zo zou hij bewust op oorlog hebben aangestuurd en had het Witte Huis Japan er opzettelijk toe gebracht Pearl Harbor aan te vallen omdat het alleen zo de Amerikanen tot oorlog kon bekeren. FDR zou (op binnenlands gebied) de bevoegdheden van de uitvoerende macht tot in het absurde hebben uitgebreid. Toen de Republikeinen in 1946 een meerderheid in beide huizen behaalden was één van hun eerste initiatieven het indienen van een amendement op de grondwet dat presidenten verbood langer dan twee termijnen te dienen. Voor Democraten was dit voorstel heiligschennis; ze verzetten zich er dan ook uit alle macht tegen. Roosevelts plaats in de geschiedenis werd daardoor wel uniek, wat bij de indieners van het voorstel uiteraard niet had voorgelegen.

McCarthy
In 1948 gunden de kiezers underdog Truman (Wallace deed mee namens de nieuwe Progressieve Partij en probeerde alle New Dealers aan zich te binden en een aantal zuidelijke Democraten lieten Truman in de steek omdat ze tegen de gelijke burgerrechten voor blank en zwart waren – waar Truman sterk in geloofde) de victorie, ondanks dat Dewey zijn kabinet tijdens de campagne al had samengesteld. In de jaren hierna reageerden de Republikeinen hun frustraties af door figuren als senator Joseph McCarthy de gelegenheid te geven om Democraten van hoog tot laag te beschuldigen van ‘being soft on Communism’.


Eisenhower
Na 1948 werden de omstandigheden steeds abnormaler: China werd communistisch, de Russen beschikten over een eigen atoomwapen. Er was maar één verklaring mogelijk: verraad. Verraad door spionnen, die door de slapheid van Truman en consorten hun gang hadden kunnen gaan. Sterker nog: de wortel van alle kwaad lag in de regering-Roosevelt. Het naar McCarthy genoemde –isme was in feite een uitgestelde fanatieke wraakactie tegen Jalta, tegen de Verenigde Naties, tegen de New Deal en tegen FDR. De greep naar de macht mislukte doordat de gematigde factie van de Republikeinse Partij Eisenhower wist over te halen zich kandidaat te stellen.

JFK
Na twintig jaar Democratisch bewind – van New Deal tot Trumans Fair Deal – vonden de kiezers het welletjes. De nieuwe vader des vaderlands werd Dwight D. Eisenhower. Heel grote veranderingen bracht dit niet; isolationisten en ultraconservatieven kregen geen kans. Het door FDR gebouwde huis bleef overeind, enkele ingrepen daargelaten. Kennedy wilde in de Sixties zijn New Frontier laten zijn zoals de New Deal in de jaren dertig. Roosevelt was FDR, Kennedy moest dus JFK zijn. De ontspannen manier waarop Kennedy de pers te woord stond, wekte herinneringen aan FDR’s glorietijd.

Johnson en Carter
Voor president Lyndon B. Johnson was FDR zijn grote voorbeeld. Hij wenste zijn grote voorganger naar de kroon te steken met zijn The Great Society. Het moest de Verenigde Staten veranderen in een ideale samenleving, zonder armoede. De in Georgia geboren Jimmy Carter begon zijn verkiezingscampagne (1976) in Warm Springs. FDR had hem medemenselijkheid geleerd. Hij wilde net als de fireside chats weer opening van zaken geven na het Watergate-schandaal.

Reagan en FDR
Ronald Reagan was gepokt en gemazeld in de Grote Depressie. Hij had Roosevelt in de jaren dertig op de radio horen spreken en was meteen verkocht. Zijn bewondering voor FDR was minstens zo groot als die van Johnson. Hij had op hem gestemd. Maar Reagan bekeerde zich tot de opvattingen van Barry Goldwater en keerde de Democratische Partij de rug toe. Dat de New Deal het begin was geweest van een verstikkende bureaucratisering van het Amerikaanse leven, ging nu ook Reagan betogen. In 1980 verklaarde Reagan dat FDR net als hij Republikein zou zijn geworden. Op de televisie deed Reagan het net zo goed als Roosevelt ooit op de radio. Reagan overkwam net als Roosevelt een moordaanslag en hij liet zijn speeches ook door een heel legertje tekstschrijvers componeren.


Gepubliceerd in oktober 2008