Frankrijk in oorlog

n.a.v. H.L. Wesseling, Frankrijk in oorlog, 1870-1962, Amsterdam 2006

Frans-Duitse oorlog
Inleiding
De vele duizenden steden en dorpen die Frankrijk rijk is, hebben allen een plein met een kerk. Daarnaast of tegenover de mairie. Die nabuurschap of stadhuis en café is heel begrijpelijk, want in dit land, waar de burgemeester wordt gekozen, is de caféhouder vaak tevens de maire. Ook vindt men op elk plein een monument voor de gevallen: Morts pour la patrie. Dit allemaal voor de Eerste Wereldoorlog. Maar vóór deze oorlog was er een ander oorlog tussen Frankrijk en Duitsland geweest: de Frans-Duitse in 1870 en 1871. Hier ging heel wat aan vooraf. De strijd tussen Bourbon en Habsburg bereikte in de 17e eeuw een climax: de Dertigjarige oorlog. Het was een strijd tussen het katholieke Frankrijk en de Duitse proestanten tegen het Habsburgse rijk. Bij de Vrede van Westfalen van 1648 was Habsburgs macht gebroken. Frankrijk werd onder Lodewijk XIV (1643-1715) een moderne eenheidsstaat. Na de Franse Revolutie en het avontuur van Napoleon bleef Frankrijk het machtigste land op het Europese continent, maar Engeland was het machtigste mand ter wereld geworden. Duitsland bleef verdeeld. Dit veranderde in de oorlog van 1870, toen Duitsland een keizerrijk werd en Frankrijk een republiek. De hegemonie van Frankrijk was voorbij, die van Duitsland begonnen. De gevolgen van de oorlog waren groot: Frankrijk werd een republiek. De koning van Pruisen werd utiegeroepen tot Duits keizer en de Pruisische minister-president werd kanselier van het nieuwe keizerrijk (Bismarck). Frankrijk moest Elzas en een deel van Lotharingen afstaan. Hier liggen de wortels voor de wraak, de Revanche. De nieuwe supermacht Duitsland moest worden ingepast in het Europese statenstelsel, maar hoe?

Napoleon III
De derde zoon van Lodewijk Napoleon probeerde de macht in Frankrijk over te nemen, maar dat lukte steeds niet. Na één van zijn staatsgrepen werd hij zelfs gevangengenomen, maar hij ontsnapte doordat hij zijn snor en baard afschoor, een zwarte pruik opzette en metselaarskleding aandeed en het kasteel uitliep, met een plank uit zijn boekenkast op zijn schouder. De Februarierevolutie van 1848 bracht hem definitief aan de macht. Hij werd de eerste president van de republiek. Toen hij in 1851 herkozen wilde worden, maar de grondwet dat tegenhield, pleegde hij een staatsgreep om alle macht te pakken. Het Tweede Republiek werd Tweede Keizerrijk. Onder hem vond de Krimoorlog plaats, intervenieerde hij in Italië voor de nationalisten aldaar en liet Mexico-City innemen, profiterend van de Amerikaanse Burgeroorlog, waardoor de Monroe-doctrine niet uitgevoerd kon worden. Dit laatste zou echter slecht aflopen. De Amerikanen stelden na hun oorlog een ultimatum. Maximiliaan van Oostenrijk, door Napoleon III op de Mexicaanse troon gezet, bleef eenzaam achter en werd in 1867 gefusilleerd. Nog ernstiger dan dit verlies was de opkomst van Pruisen.


Zo zit het Franse politieke systeem in elkaar

Duitse eenheid
Een Duitse eenheid was een droom van de Duitse liberale nationalisten, met als voorbeeld Italië. De eenheid zou er komen, zij het niet door een massale en spontane volksbeweging, maar door de Realpolitik van de machthebbers van de leidende staten. Bismarck (1815-1898) was een man met indrukwekkend statuur en een robuuste constitutie. Zijn werkkracht was grenzenloos. Hij at te veel, dronk te veel en werkte te veel. Hij had zijn leven lang maag- en galklachten. Hij wilde de Duitse eenheid bewerkstelligen door ‘ijzer en bloed’, waardoor hij ook wel ‘de ijzeren kanselier’ is genoemd. De overwinning van Pruisen op Oostenrijk maakte Pruisen tot meester over de Dutise staten. Toen in 1870 de Spaanse troonopvolging geregeld moest worden, werd het oorlog. In het spelletje die er hierom gespeeld werd voelden de Fransen zich beledigd en verklaarden de oorlog. De ‘belediging’ kon alleen gewroken worden door een vernedering van de Pruisische koning, zo vonden ze. Bismarck was uit op een conflict.

Langdurige vrede onderbroken
De oorlog kwam totaal onverwacht. ‘Nooit eerder is de vrede in Europa zekerder geweest dan nu’, zo verklaarde de Franse premier in 1870. Twee weken later brak de oorlog uit. De Franse eer was in het geding. Ze voelde zich bedreigd door de manier waarop Bismarck was opgetreden om een Hohenzollern op de Spaanse troon te krijgen. Toen er internationale druk werd uitgeoefend, werd de kandidatuur ingetrokken, maar voor de oorlogspartij in Frankrijk was terugtrekking niet genoeg. De Franse ambassadeur kreeg de opdracht de Pruisische koning te sommeren tot het afleggen van een zeer vergaande verklaring. Hierachter hing een andere zaak schuil: de vraag naar de machtsverhoudingen in Europa. De werkelijke verklaring van de oorlog was dat de macht van Pruisen zo sterk was gegroeid dat de Franse regering meende een oorlog nodig te hebben om dit proces te stoppen.

Aan elkaar gewaagd
Het Franse stelsel van dienstplicht was vrij uitzonderlijk in Europa, omdat in landen doorgaans ofwel alleen een vrijwilligersleger, ofwel algemene dienstplicht bestond. In Frankrijk werden getrouwde mannen en priester namelijk vrijgesteld. Ook kon men door geld een vervanger regelen: het remplaçantenstelsel. Er vochten ook overzeese troepen mee, die door de Duitsers met grote verbazing bekeken werden. De Duitse soldaten trokken aan de kroesharen van de gesneuvelden om te zien of ze wel echte waren. De krachtsverhouding tussen Frankrijk en Duitsland waren ongeveer gelijk. Het verschil zat in strategie, tactiek en moreel.

Begin van de oorlog
Toen de oorlog begon, trokken massa’s juichend de straat op, riepen: ‘Vive la guerre’ en leerden hun papegaaien ‘à Berlin’ roepen. De Duitser zag de oorlog als een gerechtvaardigd en noodzakelijk conflict en zongen niet alleen vaderlandsliederen, maar ook protestantse gezangen. Iemand sprak van ‘het nobele, geduldige, diepe, godsdienstige en solide Duitsland’. In de meeste landen ging de sympathie uit naar de Duitsers, die als underdog werden beschouwd. De mogendheden bleven neutraal. Er kwamen grote troepenmachten op de been, zoals die er alleen geweest waren in de dagen van de Perzische keizer Xerxes. De spoorwegen brachten de troepen naar het front. De Franse mobilisatie verliep chaotisch. Een soldaat moest soms honderden kilometer omreizen voordat hij zijn uitrusting had. Aan beide zijden waren meer dan een miljoen mannen op de been. De verwachting was dat de Fransen zouden aanvallen, maar dat gebeurde niet. Napoleon III was snel gezien op het slagveld. Hij droeg het commando over met de woorden: ‘Ik lijd te veel, ik kan niet meer, laat mij met rust’. Hij leed ondraaglijke pijn aan een steen in zijn blaas, was vrijwel incontinent en kon nauwelijks een paard bestijgen.

Van Sedan naar Parijs
Sedan werd de grootste nederlaag van de oorlog. Het was een kleine vestingstad aan de Maas. De pers was erbij om verslag uit te brengen. De Pruisische koning was geroerd door de moed van de Franse cavaleristen, hij zei in het Frans: ‘Ah! Les braves gens!’ De rol van de artillerie was beslissend. De witte vlag werd al snel gehezen. Frankrijk had verloren. Nog dezelfde avond zongen de Duitse soldaten in hun bivakken bij de kampvuren: ‘Nun danket alle Gott’. Napoleon III begaf zich op 3 september in ballingschap. Het keizerrijk was gevallen. Parijs werd weer het nieuwe centrum van de macht. Men riep de republiek uit. Léon Gambetta was de nieuwe sterke man. De Duitse troepen trokken intussen met de leus ‘Nach Paris’ op naar de Franse hoofdstad. Er schijnt van Sedan tot Parijs één ononderbroken rij kapotte wijnflessen te hebben gelegen, stille getuigen van de drank- en plunderzucht van de Duitse soldaten. Op 20 september werd Parijs omsingeld. Er kwamen vredesonderhandelingen. Frankrijk moest Straatsburg en de hele Elzas afstaan plus Metz en een deel van Lotharingen. Op het horen van deze eisen, barstte de minister van buitenlandse zaken in tranen uit en riep: ‘U wilt Frankrijk vernietigen!’ De oorlog ging dus door.

Het beleg om Parijs
Drank was er genoeg in Parijs. Zelfs toen de laatste rat door de uitgehongerde Parijzenaren was opgegeten, was er nog voldoende wijn. De Parijse stadswallen bedroegen samen een afstand van 80 kilometer. In de wijde omgeving werden bruggen, wegen en spoorwegen onklaar gemaakt en boerderijen ontmanteld en verbrand om de Duitsers voedsel en brandstoffen te ontzeggen. Er waren royale voedselvoorraden in de stad aanwezig. Er graasden 250.000 schapen en 40.000 ossen. Ook in de parken en plantsoenen graasde het vee, maar aan melkkoeien was niet gedacht, tot groot onheil voor de zuigelingen. Groente en fruit werden aangevoerd uit de nabije omgeving, evenals wild uit de bossen rond de stad. Echter, de toestroom van mensen naar Parijs bemoeilijkte de situatie.

Bombardement
Het enige transportmiddel dat tussen de regering en de hoofdstad beschikbaar was, was een luchtballon. Er werden wilde plannen ontwikkeld voor bestuurbare luchtschepen, aan te drijven door stoom, raketten, duiven of adelaars. Ook was er een plan om 1000 koeien per luchtballon naar Parijs te brengen, één koe per ballon. Deze plannen zijn niet gerealiseerd. en groot aantal Duitse vorsten, politici en militairen hadden zich inmiddels verzameld in Versailles, waar de koning zijn hoofdkwartier had gevestigd. Op 27 oktober gaven de Fransen te Metz zich over: 160.000 krijgsgevangenen werden er buitgemaakt. Bismarck besloot Parijs te gaan bombarderen. Dat begon op 5 januari 1871. Vanaf de heuvels rondom de stad werd zelfs het hart van de stad bereikt. De spanningen binnen Parijs zelf leidde bijna tot een burgeroorlog: typisch Frans!

Overgave
De voedselsituatie werd steeds nijpender. Paardenvlees werd gegeten, honden- en kattenvlees, ratten en tenslotte kwam ook de dierentuin op tafel. Midden januari was de situatie uitzichtloos. Op de 27e werd een wapenstilstand bereikt. In de tussentijd zouden er verkiezingen plaatsvinden, die moest beslissen over oorlog of vrede. Uiteindelijk werd het vrede. Het was voor de Duitsers net op tijd, die een enorm leger voor de poorten van Parijs moest onderhouden (800.000 man). In de Spiegelzaal van het paleis van Versailles werd op 18 januari 1871 de koning van Pruisen door de Duitse vorsten tot Duits keizer uitgeroepen. De Fransen moesten uiteindelijk Elzas en een deel van Lotharingen, inclusief Metz, afstaan. Ze behielden Belfort, dat van strategisch belang was. Twee departementen werden door dit alles verloren en in totaal 1,6 miljoen inwoners werden Duits. Frankrijk moest een oorlogsheffing betalen van vijf miljard franc. Met het Verdrag van Frankfurt was de Frans-Duitse Oorlog voorbij, maar een nieuwe oorlog volgde, een Franse burgeroorlog.

Burgeroorlog
Op 1 maart 1871 vond de triomftocht van de Duitse legers in Parijs plaats. De Parijzenaren maakten de straten waar de Duitse laarzen hadden getreden schoon met een speciaal schoonmaakmiddel teneinde deze heilige Franse grond te zuiveren van Duitse smetten. De hoofdstad kwam na de Duitse aftocht in handen van links. De nieuwe regering van Adolphe Thiers vluchtte, toen bleek dat de revolutionaire en roerige soldaten van de Nationale Garde, die hun wapens hadden mogen behouden, geen vertrouwen in hem hadden. De gemeenteraad van Parijs werd omgedoopt tot ‘Commune van Parijs’. Parijs werd opnieuw beschoten, maar nu door eigen landgenoten. Duitsland liet Franse krijgsgevangen los om deel te kunnen nemen aan deze nieuwe oorlog. Op de eerste pinksterdag werd de strijd gestaakt. Als vergelding werden 147 gevangen communards naar Père-Lachaise gevoerd en daar tegen de muur gezet en geëxecuteerd. De plaats is bekend gebleven als de Mur des Fédérés. Er worden nog steeds op 1 mei bloemen bij gelegd. De opstand had 20.000 à 25.000 slachtoffers geëist, meer dan enige veldslag uit de oorlog! De verwoestingen waren groot. In Engeland startte iemand een reisbureau met reizen ‘om de ruïnes van Parijs te bezichtigen’. Op de plaats waar de Communeopstand was uitgebroken, verrees een reusachtige witte basiliek, de Sacré-Coeur (onder).

Na de oorlog
Napoleon III verbleef als krijgsgevangene in Wilhelmshöhe. Nadat de vredesakkoorden waren getekend, was hij weer vrij man. In Frankrijk was hij niet welkom. Hij vond opnieuw onderdak in Engeland. Zijn zoon Impérial vond de dood in het Britse leger en daarmee kwam een einde aan de dynastieke ambities van de Bonapartes. In totaal waren er 139.000 doden aan Franse kant, tegenover ongeveer 66.000 aan Duitse zijde. De Duitse eenheid kwam tot stand. Het grondgebied was aanzienlijk uitgebreid. Het werd het machtigste land van Europa. Belangrijke Franse industrie- en mijnbouwgebieden waren voortaan in Duitse handen. De Duitse overwinning was de overwinning van planning en discipline, superieure organisatie en logistiek. De oorlog gaf aanleiding tot verschillende beschouwingen over het Duitse volk. De afschuwelijke karakters van de Pruisen werden geschilderd. Ze waren eigenlijk geen echte Duitsers, zo zei men. Ze stamden af van een primitief pre-arisch, Slavo-Fins ras, dat bestond uit mensen die nooit een belediging vergaten en daarom altijd uit waren op wraak. Een grote les voor Frankrijk was dat ze het peil op het gebied van wetenschap en techniek moest verhogen en het politieke stelsel moest herzien.

Eerste Wereldloorlog
Inleiding
De Eerste Wereldoorlog was de verschrikkelijkste oorlog uit de Europese geschiedenis. Hoewel de Tweede meer mensenlevens eiste, waren dat vooral burgerslachtoffers én vooral uit Oost-Europa. De Eerste Wereldoorlog wordt wel de ‘Urkatastrophe’ genoemd. Ruim 8 miljoen soldaten vonden de dood, vier keizerrijken kwamen ten val (het Duitse, Oostenrijkse, Russische en Osmaanse) en het leidde tot de opkomst van de communistische, fascistische en nationaal-socialistische dictaturen (Rusland, Italië en Duitsland). De oorlog was in de eerste plaats een oorlog tussen Frankrijk en Duitsland. De oorlog werd op Frans grondgebied uitgevochten. De oorlog was wat voor Engeland de Tweede Wereldoorlog zou zijn, hun finest hour. Meer dan vier jaar lang hield het land stand tegen de Duitse aanvallen. Verdun werd het symbool van de Franse onverzettelijkheid. Hoe was het mogelijk dat dit land tot deze inspanningen in staat was? We moeten eerst de voorgeschiedenis bekijken, de periode tussen 1870 en 1914.

Een politiek verdeeld en verscheurd land
De politieke tegenstellingen liepen altijd langs de lijn links-rechts, begrippen die ontstaan zijn in de Franse Revolutie. Frankrijk was een verscheurd en diep verdeeld land. In 1870 verdeelde de vraag of Frankrijk een republiek of een monarchie zou worden het land. In 1875, en definitief in 1879, werd Frankrijk een republiek. Hierna gingen andere kwesties het land beheersen: school en godsdienst. De republikeinen (liberalen) wilden de invloed van de kerk op het onderwijs terugdringen. De katholieke ordes en congregaties werden verdreven en mochten geen onderwijs meer geven. Socialisten en anarchisten keerden zich tegen het in Frankrijk zo sterke nationalisme.

Patriottisme
De nederlaag van 1870 was een grote schok geweest. De patriottische opvoeding van de Franse jeugd werd daarna een belangrijk thema. De verering van helden en heroïsme was een gevolg hiervan. Het patriottisme kwam ook tot uiting in de straatnamen. Meer dan 10 procent van de Parijse straatnamen verwees naar militaire successen en heldendaden. Één van de grote thema’s van het nationalisme was de gedachte aan de Revanche en de herovering van de verloren provincie, Elzas en Lotharingen. De terugkeer in de Franse moederschoot zou op vreedzame wijze moeten geschieden. Geen oorlog, maar ook geen afstand was het devies.


De geallieerde landen zijn blauw gekleurd

De Dreyfus-affaire
Het leger werd in plaats van symbool van nationale eenheid inzet van partijpolitieke twisten. Het scherpst kwam dit naar voren in de Dreyfus-affarie, de grootste morele en politieke crisis uit de geschiedenis van de Derde Republiek. Het ging over een van spionage verdachte Joodse kapitein uit de Elzas. Het liep uit op een symbolische strijd van individualisme tegen anti-individualisme, rechtszekerheid tegen nationaal belang. Deze affaire maakte het leger definitief tot de vijand van de linkse politici. Het antigodsdienstige beleid bleef doorgaan.

Diplomatie
Er zijn altijd twee scholen geweest in de Franse buitenlandse politiek: de continentale en de koloniale. Frankrijk vond zich diplomatiek sterk staan door het Russische bondgenootschap. De Russische Alliantie, schering en inslag van Bismarcks diplomatieke weefsel, werd door de Kaiser losgelaten. Frankrijk zag zijn kans schoon. In 1894 kwam er een Frans-Russische Alliantie. Duitsland was nu eingekreist. Frankrijk had zich bovendien in 1902 ook de neutraliteit van Italië verworven. Veel belangrijker nog was de Entente Cordiale, het Brits-Franse bondgenootschap.

Legerwet
Een heet hangijzer was de dienstplicht en de daaraan gekoppelde legerwetten. In 1913 werd uiteindelijk vastgesteld dat er een driejarige dienstplicht kwam. Door de Duitse oorlogsvoorbereidingen en de Franse angst voor een attaque brusquée, een plotselinge Duitse inval, was dit een belangrijk punt. Frankrijk telde veel reservisten, maar die zouden bij zo’n snelle oorlog veel te laat komen. De Fransen dachten al vanaf eind 19e eeuw na over een mogelijke oorlog. De Duitsers hadden een legerwet die uitging van een oorlog op twee fronten tegelijk.

Oorlog
De verkiezingen van 1914 leverde een linkse zege op. Op 28 juni werden de Oostenrijkse troonopvolger en zijn vrouw neergeschoten in Sarajevo door een jonge nationalist. Bosnië was een door Oostenrijk geannexeerd gebied. Deze moordaanslag trok in eerste instantie weinig aandacht, zeker niet in Frankrijk. Maar de Oostenrijkse regering kon dit niet ongemerkt laten voorbijgaan. Er moest dus ‘iets’ gebeuren. Na drieënhalve week bedenken stelden ze Servië voor een ultimatum. Het werd oorlog, de zoveelste Balkanoorlog. Rusland en Duitsland kwamen hierop ook in actie. De Duitse regering reageerde met een ultimatum aan Rusland om met de oorlogsvoorbereidingen zou stoppen. Frankrijk besloot nu ook tot algehele mobilisatie. Duitsland verklaarde om 19.00 uur van 1 augustus, de oorlog aan Rusland. Op 3 augustus ook aan Frankrijk. De dag daarna verklaarde Engeland de oorlog aan Duitsland: de Wereldoorlog was een feit.

Oorzaak van de oorlog
Er is geen maand in de wereldgeschiedenis die grondiger bestudeerd is als juli 1914. Er zijn twee hoofdinterpretaties: de schuld- en de toevalsopvatting. De schuldopvatting zegt dat iemand of iets de schuld droeg aan de oorlog, dat deze door iemand of iets gewild of veroorzaakt werd, of althans enig belang diende, kortom ‘zin’ had. De toevalstheorie zegt dat de oorlog een zinloze en doelloze gebeurtenis was, die niemand heeft gewild, maar die allen overkwam, een tragische vergissing, een speling van het lot. Lloyd George zei: ‘We all stumbled the war’. We zien staatslieden die op de tast hun weg zoeken in een crisissituatie en daarbij terugvallen op instinctieve reacties en traditionele reflexen. Het beeld van zingende soldaten, met bloemen aan de geweren, is van 1914 bekend gebleven. Een frische, fröhliche Krieg dachten sommigen, een korte oorlog. De essentie blijft: de macht van de één en de perceptie daarvan door de ander – daarin ligt de oorzaak voor de oorlog.

Voorbereidingen
De Duitse bevolking was in 1914 aanzienlijk groter dan de Franse (ongeveer 50 procent). Duitsland had als nadeel dat het een deel van zijn legers moest gereedhouden voor de oorlog in Rusland. De mobilisatie bracht het totaal op 3.780.000 man, tegenover 4.370.000 voor Duitsland. In Frankrijk heerste een chaos: ongetrainde soldaten, gebrek aan uniformen en zelfs aan wapens. De Franse koloniën leverden een deel van de Franse soldaten. Hoewel in 1912 de dienstplicht in Afrika werd ingevoerd, kon dat ook weer niet te ingrijpend zijn, want dit zou de kolonie ontdoen van de mensen die nodig waren voor de productie van voedsel en andere goederen die voor de oorlogsvoering van belang waren. De inzet van gekleurde groepen, die werden aangeduid als ‘aapmensen’, ‘menselijke beesten’ of ‘zwarte heyena’s’, werd in Duitsland als een teken van barbarij gezien. Ze vonden dat de Fransen ‘woeste horden uit Azië en Afrika’ naar Europa haalden.

De politieke instabiliteit in Frankrijk
De Eerste Wereldoorlog zou vooral een artillerieoorlog worden. De Fransen hadden een overwicht aan cavalerie, maar dat was al in 1870 een verouderd wapen gebleken. De cavalerie zou geen rol van betekenis spelen. Artillerie en infanterie, daar ging het om. De Franse soldaten droegen in 1914 nog hun traditionele rode broeken. Die werden vervangen door een minder opzichtige kleur: in 1915 door een kleur ‘le blue horizon’. In Rusland was de situatie even simpel als in Duitsland: de keizer was de baas. In Engeland en Frankrijk was dat anders, met dit verschil dat in Engeland de parlementaire steun veel stabieler was. In Frankrijk was de ministeriële instabiliteit legendarisch. Raymond Poincaré werd een symbool van Frankrijks onverzettelijkheid, zoals zijn grote tegenstander Clemenceau dat ook zou worden. In Frankrijk werd de president voor zeven jaar gekozen, maar de kabinetten zaten nauwelijks zeven maanden. Ook in de oorlog ging het geruzie gewoon door en wisselden verschillende kabinetten elkaar af.

Plannen
Frankrijk had generaal Joffre als opperbevelhebber. Hij mocht onder het eten nooit gestoord worden, zijn eetlust was legendarisch. Hij lunchte stip om 12.00 uur, dineerde om 19.00 uur, ging direct naar bed en genoot een voortreffelijke nachtrust. Hij las nooit iets, had geen verstand van strategie en liet graag alles over aan zijn staf. Het verloop van de campagne in 1914 werd bepaald door de Duitse oorlogsplannen. Dat betekent niet dat Frankrijk geen oorlogsplan had. De kwestie was op welk front men de militaire macht zou concentreren: west of oost? Het antwoord op die vraag hing weer af van de vraag of op één van de beide fronten een snelle overwinning kon worden gehaald, en zo ja, op welk van de twee. Duitsland controleerde sinds 1870 de beide oevers van de Rijn en bezat ook de forten van Metz en Straatsburg, maar het zou toch relatief eenvoudig voor de Fransen zijn een Duitse opmars op dit smalle front te stoppen. Het plan van Alfred van Schlieffen was stoutmoedig: Duitsland moest via het noorden Frankrijk invallen. De hoofdmacht van de Duitse legers moest via België, Nederland en Luxemburg het kwetsbare, vlakke en onbeschermde noorden van Frankrijk binnenvallen. Enkele bezwaren kleefden hier wel aan vast: een schending van de neutraliteit van drie landen zou het aantal vijanden van Duitsland met drie uitbreiden.

Frankrijk is vredelievend, Duitsland agressief
Aanvankelijk hadden de Fransen gekozen voor een defensieve strategie. Zij hadden hun forten in het oosten versterkt en nieuwe gebouwd: Verdun, Nancy, Tou, Epinal, Belfort. Frankrijk voelde zich gerustgesteld en kon niet geloven dat Duitsland een inval in België durfde te riskeren. Men hield daarom vast aan het oude oorlogsplan, dat van een massale aanval op de Frans-Duitse grens. Aan het begin van de oorlog kwam er een l’union sacrée: een heilige eenheid. De politieke tegenstellingen waren even verleden tijd. Dit was de grootste verrassing van 1914. Er kwam een nationalistische herleving, en een nieuw zelfvertrouwen. De oorlog bood ook de kans op Revanche en herwinning van de verloren provincies. Frankrijk, zo was het algemene gevoelen in dit land, was een vredelievend land dat de oorlog niet had gezocht. Duitsland was de agressor. Frankrijk voerde dus een rechtvaardige oorlog ter bescherming van vaderland en recht. De mobilisatie werd niet zozeer met vreugde als wel met gelatenheid en vastberadenheid aanvaard. Men was er niet blij mee en het kwam ongelegen, zeker in de augustusmaand, waarin, in het agrarische land dat Frankrijk toen nog was, de grote werkzaamheden voor de oogst voor de deur stonden. De verwachting was echter dat de oorlog kort zou duren, een kwestie van een paar weken. De oorlog was immers ook kort geweest in 1870 (en in 1940 zou ze ook kort gaan duren). Ook in 1914 had het weinig gescheeld of de Duitsers hadden met hun bliksemoffensief de overwinning behaald. De Slag aan de Marne zou hun offensief echter tot stilstand brengen en daarmee veranderde de oorlog van karakter. Het werd een uitputtingsslag.

Snelle Duitse opmars
De Duitse aanval in het westen begon op 2 augustus met de bezetting van Luxemburg. Op 4 augustus werd België binnengevallen. De aanval die Frankrijk inzette was volledig zinloos en had geen enkel effect, het kostte wel een ongekend aantal mensenlevens. In de eerste maanden van de oorlog verloren de Fransen 2000 soldaten per dag, het hoogste aantal van de oorlog. De Duitsers waren in hoog tempo opgerukt, soms 60 kilometer per dag te voet. Ze stonden een maand na het begin van de oorlog over een breed front aan de Marne. Hun westelijk opgestelde troepen waren nog slechts zo’n 40 kilometer verwijderd van Parijs. De Duitse opmars was een ongelooflijk succes. De Duitse legerleiding had besloten voorlopig Parijs links te laten liggen. Daar werd zelfs de Eiffeltoren gereedgemaakt voor vernietiging om de radiodienst niet in Duitse handen te laten vallen.

Het wonder van de Marne
De Duitse opmars die zo onstuitbaar leek, zou worden gestopt in de Slag aan de Marne. Maar deze slag was noch een grote overwinning, noch een grote nederlaag. Waar het om ging, was dat de grote en snelle Duitse opmars tot staan was gebracht. Hiermee was het Duitse oorlogsplan, dat gebaseerd was op een snelle overwinning, mislukt. Het moreel van de Franse troepen was in deze slag hoog. Op 8 september gaf Foch zijn legendarische, maar wellicht nooit verzonden boodschap af: ‘Mijn centrum stort in, mijn rechtervleugel wordt teurggedreven, de situatie is uitstekend. Ik val aan.’ Het leger rekwireerde alle Parijse taxi’s om nieuwe soldaten naar het front te sturen. In de nacht van 7 op 8 november werden op deze manier 4000 mannen vervoerd. Dit avontuur behoort tot de grootste verhalen van de oorlog. De slag is bekend gebleven als ‘het wonder van de Marne’; er is daarom soms naar een religieuze of mystieke verklaring gezocht.

De loopgravenoorlog
Vrijwel heel België kwam in Duitse handen. De Blitzkrieg maakte plaats voor een Sitzkrieg. Loopgraven, elkaar bestoken op gezette tijden en talloze zinloze aanvallen waarbij weer veel soldaten omkwamen. Veel deskundigen hadden vóór de oorlog geschreven over hoe de toekomstige oorlog zou verlopen. Een veelvoorkomend thema was de vaste overtuiging dat de oorlog kort zou zijn. Alleen Ivan Bloch voorspelde een langdurige conflict. Hij zei in 1897: ‘In de volgende oorlog zal iedereen in loopgraven zitten. Het zal een grote loopgravenoorlog worden waarin de spade voor de soldaat even onmisbaar zal zijn als het geweer.’ Bloch zou volledig gelijk krijgen. De Duitsers gingen eind 1914 in het defensief en besteedden het jaar 1915 om zich in te graven. Zo ontstond een lijn van 500 kilometer lengte.

Het leven in de loopgraven
De loopgraven waren een gecompliceerd systeem. De eerste loopgraven waren heel eenvoudig, maar ze werden geleidelijk uitgebreid tot een stelsel met verbindingswegen en schuilplaatsen. Het Franse front bestond uit verschillende lijnen. De Duitse loopgraven waren beter dan de Franse. Tussen de beide fronten lag het niemandsland, een verlaten en afgebrand terrein, met granaatrechters, scherven en lijken. Het was nooit meer dan een kilometer diep en soms, in heuvelachtige gebieden, slechts 15 tot 20 meter. Er waren grote verschillen in de loopgraven. Iemand in de eerste frontlinie liep veel meer gevaar dan iemand bij een commandocentrum. Er was ook de regel acht dagen rust na vijftien dagen in de loopgraven. Er vond ook ‘loopgravenjournalistiek’ plaats. Militairen aan het front begonnen met het vervaardigen van eigen nieuwsorganen. Dit was goed voor het moreel en werd daarom toegelaten door de legerleiding. Maar de grote thema’s van de oorlogspropaganda – het recht, de beschaving, vrede, veiligheid en vaderland – komen niet aan de orde. Grote woorden als moed, vaderlandsliefde en offerbereidheid lees je er ook niet. Het frequentste thema is regen en modder. Niets was tegen de regen bestand. De regen doordrenkte alles. De regen was zozeer de gemeenschappelijke vijand van Fransen en Duitsers dat er zelfs ‘regenwapenstilstanden’ waren tijdens welke de soldaten tijdelijk uit de ondergestroomde loopgraven konden komen zonder te worden beschoten. Door de regen stortten de wanden van de loopgraven in. ‘De hel, dat is de modder’. Ratten en luizen waren andere plagen. Soms konden soldaten zich meer dan twee weken niet wassen en een maand niet scheren. ’s Avonds kregen ze hun voedselrantsoenen voor de volgende dag: 600 gram brood, 300 gram vlees in blik, een halve liter wijn en 15 gram tabak. De soldaat droeg een zware bepakking: dekens, reservelaarzen, een spade, voedsel, wijn, 200 patronen en een gasmasker, alles tezamen bijna 40 kilo. De psychische soldatenkwaal die voorkwam was le cafard. Het was een soort melancholie, een mengelmoes van spijt, heimwee, verlies, verlatenheid en angst voor de dood. Het invallen van de duisternis was het moment waarop de cafard het hevigst toesloeg.

Verdun
In 1915 ondernamen de Fransen en Engelsen grote offensieven. In 1916 besloten de Duitsers tot een totale vernietiging van het Franse leger. Verdun werd een lieu de mémoire, een plaats waarin de herinnering zich heeft vastgehecht. Verdun werd het symbool van de Frans-Duitse vijandschap, maar sinds 22 september 1984 is Verdun ook de plaats waar de beroemde handdruk van kanselier Kohl en president Mitterand heeft plaatsgevonden. De Duitse verliezen waren bijna even groot als de Franse: ongeveer 330.000 Duitse doden tegenover 380.000 Franse. Het was het resultaat van een bewuste strategie, die erop gericht was de vijand te laten doodbloeden (weissblouten). De operatie kreeg van Duitse zijde de naam Gericht. De prijs die de Fransen nooit zouden willen opgeven was volgens Falkenhayn, de Duitse generaal die deze tactiek bedacht, Verdun. De stad was na het verlies van Metz en Straatsburg in 1870 een belangrijk onderdeel van de Franse verdedigingslinie geworden. Er was een uitgebreid stelsel van vestingwerken in cirkels om de stad aangelegd, maar die waren na de Duitse inval ontmanteld. Dit oude type forten waren namelijk niet bestand tegen het geweld van de nieuwe reusachtige kanonnen. Het fort Douaumont was het visitekaartje van de Franse vestingbouw en het sterkste fort ter wereld. Het was van grote psychologische betekenis.

Douaumont
Het belangrijkste doel van de Duitsers was de Fransen te verdrijven uit de forten, versterkingen en loopgraven tussen de Duitse linies en de stad. Één van de belangrijkste verdedigingslinies lag tien kilometer ten noorden van Verdun. De aanval moest een verrassing blijven. Douaumont werd een verhaal van hoe een eenvoudige sergeant in zijn eentje en min of meer per ongeluk Frankrijks machtigste fort innam. Het zwakke punt van Douaumont was dat het vrijwel onbemand was. De 24-jarige sergeant Kunze kon tot zijn verbazing met alle geluk in het fort komen en kwam een ongewapende en verbijsterde Franse soldaat tegen, maakte deze krijgsgevangen en deze leidde hem naar de officiersmess, waar een uitstekende maaltijd en enkele goede flessen wijn op tafel stonden. Het zou de Duitsers echter uiteindelijk meer kosten dan het hun opbracht. Op 8 mei 1916 vond er een noodlottig ongeval plaats. Brandend vloeistof bereikte een magazijn met explosieven. De explosie was enorm. Wie niet dood was vluchtte, maar werd doodgeschoten door eigen Duitse troepen die hun zwarteblakende landgenoten aanzagen voor zwarte Franse soldaten. Er kwamen hierbij zoveel Duitsers om, dat de commandant niet wist wat hij met de lijken moest. Hij beval ze aan de kant te schuiven en er een muur voor te laten metselen. Daar liggen ze nu nog.

Een hel
Het was heel goed mogelijk geweest Verdun op te geven en terug te vallen op beter verdedigbare posities. Het ging echter niet om de militaire, maar om de psychologische betekenis van Verdun. Generaal Pétain (linksboven) werd de grote man. Verdun werd een hel. Het was niet de bloedigste slag, want de Slag aan de Somme duurde korter en eiste meer mensenlevens. Het is echter hét symbool van verwoesting en dood geworden. Er waren vooral veel vermisten: ze waren verpulverd, ondergestort en verdwenen. Door de eindeloze beschietingen door zware artillerie werd de slag zeer landurig. Het duurde bijna een jaar voordat de Fransen hun vroegere posities hadden heroverd. Veel troepen werden blootgesteld aan de verschrikkingen van Verdun, maar niet al te lang, acht dagen, en in beginsel slechts één keer. Verdun was vooral een artillerieslag. In totaal zijn ongeveer 60 miljoen granaten afgevuurd, 200.000 per dag. De slag speelde zich af op enkele tientallen vierkante kilometers grondgebied. Voor hun aanval op een dorpje schoten de Duitsers op één dag een miljoen granaten af. Het dodencijfer was zeer hoog: gemiddeld één dode per minuut, dag en nacht, gedurende tien maanden. Vechten bij Verdun was een bijzondere vorm van oorlogsvoering. Het waren vaak kleine groepjes, rond een enkele officier. Soldaten leefden te midden van de lijken van hun kameraden. Het werd een heus maanlandschap: bomen en huizen stonden er niet meer. Als de artillerie zweeg, begon de infanterieaanval en werd het een gevecht van man tegen man. Niet met bajonetten, zoals de legende wil, maar met geweren. Voor deze hele, immense bevoorrading was slechts één toegangsweg beschikbaar. Langs deze route trokken elke dag, 24 uur lang, 6000 tot 8000 vrachtwagens, auto’s en bussen: ‘La Voie Sacrée’. Het Duitse offensief stopte toen het verlies te groot werd om door te gaan.

De Slag aan de Somme en Chemin des Dames
Het geallieerde offensief aan de Somme bgon op 1 juli 1916 toen Verdun nog in volle gang was. Het werd in de eerste plaats een Britse zaak. Zij verloren op de eerste dag 60.000 man, meer dan ooit in enige eerdere of latere veldslag. De slag liep vast in regen en modder. De Britten verloren ruim 400.000 man (doden en gewonden), de Fransen 200.000 en de Duitsers 450.000. Één van de grootste drama’s van de oorlog voor Frankrijk was het offensief bij de Chemin des Dames. Dit leidde tot een grote morele crisis in het Franse leger en de muiterijen van 1917. Het offensief was namelijk een compleet fiasco. De verliezen waren geringer dan de grote veldslagen, maar het gevoel te zijn opgeofferd aan zinloze offensieven alleen om de zucht naar roem en succes van de generaals te bevredigen was zo sterk dat het verzet van de soldaten het volgende jaar tot uiting kwam in de grote muiterijen.

Vredespogingen niet mogelijk
1917 was het vierde jaar van de oorlog en de vraag begon zich op te dringen hoe de politici ooit een einde zouden kunnen maken aan het avontuur waaraan zij in 1914 zo lichtvaardig waren begonnen. Er zijn vredes- en bemiddelingspogingen geweest. De paus en de socialistische beweging hebben dit geprobeerd. Al deze pogingen waren tot mislukking gedoemd, omdat de oorlog slechts kon worden beëindigd door een duidelijke overwinning of een definitieve nederlaag. De kans op een duidelijke overwinning was voor Duitsland verkeken na de Slag aan de Marne. Een groot deel van het Franse grondgebied bleef door de Duitse legers bezet. Na de grote Franse verliezen was iedere weg naar vrede anders dan via een overwinning ondenkbaar. De Duitsers waren in het voordeel toen Rusland in 1917 instortte en uit de oorlog was gegaan. Het leek dat de Duitse overwinning nu nabij was.

Muiterijen aan Franse kant
Het probleem voor Duitsland was dat de verdedigende partij in het voordeel was in deze loopgravenoorlog. De Duitsers toonden weinig verbeeldingskracht, hun ideeën kwamen nooit verder dan het geijkte patroon: massale artilleriebeschietingen gevolgd door even massale infanterieaanvallen. Het idee, het onschuldige slachtoffer te zijn van brutale agressie, bleef de Fransen tot het einde toe inspireren. Dat wil niet zeggen dat er nooit verzet tegen de oorlog is geweest. Er waren altijd wel verschijnselen van ondisciplinair gedrag, maar in 1917 werd het anders: dat werd het jaar van de grote muiterijen. Het aantal doodvonnissen wegens desertie lag in de hele oorlog op maar liefst 30.000 tot 40.000.

Het thuisfront
De Eerste Wereldoorlog was een toale oorlog; de inzet van het hele volk was nodig. De oorlogsvoering werd in hoge mate een industriële zaak. Er was behoeft aan kanonnen, geweren, tanks, vliegtuigen, munitie, granaten, transportmiddelen, auto’s, branstof, chemicaliën, laarzen, helmen, uniformen, voedsel – kortom, aan alles. Kolen en ijzererts waren grotendeels in Duitse handen. In de oorlogsindustrie werkten in het laatste oorlogsjaar 400.000 vrouwen, ongeveer een kwart van het totale arbeiders in die industrie. Dit leidde tot vrouwenemancipatie. Echter, pas heel laat, in 1945, zou ook in Frankrijk het vrouwenkiesrecht komen. Vrouwen gingen ook steeds meer dienen in militaire hulpfuncties. Het grote probleem in augustus 1914 was het binnenhalen van de oogst. Dit lukte door een spontane solidaritetisbeweging. Iedereen die niet gemobiliseerd was, deed mee. De landbouwprijzen stegen, wat voordelig was voor de boeren.

Huwelijkse zaken
Een groot probleem waren de huwelijken. Huwelijk per procuratie werd mogelijk gemaakt. Daardoor kon een vrouw in het huwelijk treden met een man die achteraf al enkele weken dood bleek te zijn. Het grote aantal doden onder de mannelijke bevolking verstoorde het evenwicht tussen de seksen, zodat in ernst werd gediscusieerd over de mogelijkheid van de invoering van polygamie. De oorlog leidde tot problemen met de seksuele moraal. De verpleegsters leerden in de ziekenhuizen ‘de geheimen’ van het andere geslacht kennen en werden zo seksueel bewuster. De prostitutie bloeide als nooit tevoren. Wat ook een probleem was, was ‘het kind van de vijand’. Wat te doen met een vrouw die door de vijand was verkracht? De regering koos ervoor om de kinderen meteen na de geboorte over te dragen aan de autoriteiten, die het met een vals geboortelijst bij pleegouders onderbracht.

Het laatste oorlogsjaar
In het voorjaar van 1918 begonnen de Duitsers een groot slotoffensief. Toen dit mislukte was het nu tijd voor een grootscheeps geallieerd offensief, en daarvoor moest men niet bij Pétain zijn, die was te pessimistisch en defaitistisch. Ferdinand Foch zou dit gaan leiden. Toen Rusland zich teruggetrokken had uit de oorlog, maar ook Amerika de oorlog aan Duitsland verklaarde, waren de krachtsverhoudingen weer hersteld, ja zelfs in het voordeel van de geallieerden. Amerika bracht 3,5 miljoen soldaten onder de wapenen. Meer nog dan Foch of Pétain werd Clemenceau gezien als de vader van de overwinning, ‘Père la Victoire’. Zijn bekendste bijnaam was ‘le Tigre’. Hij was medicus die voor politiek en literatuur koos. Hij was atheïst en antiklerikaal. Hij werd minister in 1906 en zelfs korte tijd later premier, tot 1909. In 1917 werd hij premier én minister van oorlog. Hij was 76 jaar oud toen hij aan de macht kwam. Hij stond ’s morgens tussen vijf en zes uur op en besteedde na zijn ochtendgymnastiek de eerste uren van de dag aan het lezen van rapporten.

Overwinning
Op 8 augustus begon het grote geallieerde offensief. De Duitse legers stortten eind september in. Men vroeg op 5 oktober een wapenstilstand. Hoe is het te verklaren dat Frankrijk deze oorlog won – althans, niet verloor? De mislukking van Duitsland lag in Marne. Dat de Fransen zo lang volhielden, komt door de politiek en het leger. De reden waarom de oorlog werd voortgezet tot het bittere einde was dat er geen alternatief was. Dat de Franse militairen de strijd hebben volgehouden was een dubbeltje op z’n kant. De Franse bevolking heeft de oorlog geaccepteerd en de strijd vier jaar lang volgehouden. De eenheid van de union sacrée hield stand. Daarbij kwam dat de lasten voor het volk niet echt zwaar waren. Voedsel was er vrijwel altijd genoeg. De omstandigheden van de mensen waren niet al te beroerd. De overwinning is uiteindelijk te danken aan de reddende komst van Amerika. Dit bondgenootschap maakte het verlies van de Russische bondgenoot na de Oktoberrevolutie van 1917 meer dan goed. Op 11 november 1918 was de oorlog voorbij. De demobilisatie verliep in twee fasen, omdat het anders een chaos zou worden.

De balans
De Fransen wonnen de oorlog en kregen bij de Vrede van Versailles daarvoor hun belonging. Duitsland werd ontwapend en verloor zijn koloniën, die voor het grootste deel aan Frankrijk en Engeland werden toebedeeld. Het moest een gigantische oorlogsschatting betalen (‘herstelbetalingen’) en – het allerbelangrijkste – Elzas-Lotharingen kwam weer bij Frankrijk. Frankrijk had relatief het hoogste aantal slachtoffers te betreuren. Het totale aantal doden en vermisten bedroeg ongeveer 1,3 miljoen, het aantal gewonden 4,2 miljoen. De middenklasse werd het zwaarst getroffen. De infanterie was het dodelijkst. Het grootste aantal doden vielen er in de eerste oorlogsmaanden. 19 procent overleed aan zijn verwondingen, 13 procent aan ziekten en 17 procent viel onder de rubriek ‘vermist’.

De onbekende soldaat
De 11e november, wapenstilstandsdag, is de nationale gedenkdag geworden, maar dat is niet zonder moeilijkheden gegaan. Het graf van de onbekende soldaat bij de Arc de Triomphe was een idee dat uit Engeland kwam, waar een onbekende Tommy was begraven naast de koningen en helden in Westminster Abbey. De eeuwige vlam kwam pas in 1923. Één op de drie soldaten was getrouwd en had gemiddeld twee jonge kinderen. Het aantal rechthebbenden op pensioenen (gewonden en weduwen) bedroeg in 1933 al 700.000. Weduwen die hertrouwden hoefden daar niet meer aanspraak op te maken. Echter, slechts één op de drie hertrouwde!

Oorlogsmonumenten
Er verrezen overal in Frankrijk monumenten en oorlogskerkhoven. Van velen zijn de lichamen nooit teruggevonden. Hun lichamelijke overschotten, schedels en botten, zijn ondergebracht in de reusachtige ossuaires. In alle Franse gemeenten (meer dan 36.000) zijn monuments aux morts opgericht. De doden uit de jaren 1940-1945 zijn daar later aan toegevoegd. De monumenten waren vaak versierd met symbolische voorstellingen, zoals de Gallische haan die de Duitse adelaar verminkt, de pelikaan die zijn kinderen voedt met zijn eigen bloed, leeuwen, trouwe honden, en nog meer. De monumenten staan soms op kerkhoven, maar meestal op een centrale plaats en in de meeste dorpen is dat de place de la Mairie of de place de l’Église. In een land als Frankrijk, waar de strijd tussen kerk en staat juist in de jaren vóór 1914 zo heftig waren geweest, was dit onderscheid van grote betekenis. Dat alle oorlogsgraven de vorm van een kruis hadden, moeten de vele antiklerikale Fransen vreemd gevonden hebben. Op de monumenten staan de namen meestal op alfabetische volgorde opgesteld. Rangen spelen geen rol, in de dood zijn allen gelijk. In 1921 bood een Duitse beeldhouwer zijn diensten aan, wat tot woedende reacties leidde.

Geen blijvende vrede
Er was al in de oorlog sprake van slagveldtoerisme. Na de oorlog werd het een populaire recreatiemogelijkheid. Oud-soldaten deden hier nauwelijks aan mee. Voor hen was de herinnering te zwaar. De beroemdste roman uit de Eerste Wereldoorlog is van Erich Maria Krämer, met pseudoniem Remarque: Im Westen nichts Neues (1929). De overwinning bracht niet wat de Fransen hoopten: een blijvende vrede. Na de oorlog stonden de vaders van de overwinning, Clemenceau en Foch, tegenover elkaar. De laatste wilde het Duitse rijk ontbinden. De eerste besefte dat dat niet realistisch was. Amerika trok zich direct na de oorlog terug uit Europa en werd zelfs geen lid van de Volkenbond.

Tweede Wereldoorlog
Inleiding
‘Thank God for the French army’, zo zei Winston Churchill. Toen Duitsland op 3 september 1939 Polen binnenviel, begon de oorlog. Wat erop volgde, was een anticlimax, want er gebeurde tot 10 mei 1940 helemaal niets. Ruim een maand na de Blitzkrieg begon, was het 22 juni toen Frankrijk overgaf. Het was de verpletterendste nerderlaag uit de Franse geschiedenis. Ruim 1,5 miljoen soldaten gingen in Duits krijgsgevangenschap. De overgrote meerderheid zat daar in 1945 nog. Een groot deel van Frankrijk werd bezet, een kleiner deel bleef in naam onafhankelijk onder een eigen regering, maar collaboreerde met de Duitsers. Één generaal koos een andere weg: Charles de Gaulle riep zich in Londen tot leider van de Vrije Fransen uit. Hij werd hiervoor door de Franse militaire rechtbank wegens hoogverraad ter dood veroordeeld!

Schijnveiligheid
Na 1918 volgden het ene na het andere, vaak linkse kabinet elkaar op. De ministeriële instabiliteit was en bleef. Er kwamen ook fascistische bewegingen op. Een mislukte staatsgreep was een signaal voor de linkse partijen om te gaan samenwerken. De diplomatie kwam voor grote problemen te staan door wat Hitler allemaal deed. Het Verdrag van Versailles gaf aan Frankrijk een vrijwel totale veiligheid. Maar Hitler accepteerde het verdrag niet meer. De Conferentie van München was ‘verraad’. Chamberlain wordt vaak als hoofdschuldige gezien, maar hij had zonder de instemming van de Franse premier Daladier niets kunnen doen. Foch had in 1919 al gezegd: ‘Dit is geen vrede, maar een wapenstilstand voor twintig jaar’. Zijn voorspelling was exact uitgekomen. Tussen september 1939 en mei 1940 ligt ‘the phoney war’, of ‘la drôle de guerre’.

Maginotlinie
De oorlog was een gevolg van de agressie van het Derde Rijk. Iedereen die het wilde weten, kon het in Mein Kampf lezen. Maar de leiders van de democratieën waren verblind geweest en de mensen hadden het niet willen weten. Sommigen zagen Hitler als gewone politicus, die deed wat alle politic doen: de belangen van zijn land behartigen. Hitler was in dit opzicht een gewone politicus. Edouard Daladier was sinds april 1938 premier van Frankrijk. Hij was dik en vadsig, had steeds een vettige haarlok voor zijn voorhoofd liggen en altijd en sigaret in de mond. Zijn bijnaam was ‘de stier uit Vaucluse’. Hij was immens populair. In maart 1940 werd Paul Reynaud premier. Hij was net als Churchill in de jaren dertig een roepende in de woestijn. Hij had echter geen politieke achterban en had daarom geen macht. Als lering uit de voorgaande oorlogen werd de Maginotlinie gebouwd, genoemd naar de toenmalige minister van oorlog. Het was een groot fortenstelsel. De gedachte was dat door deze versterkingen slechts een relatief klein deel van het leger nodig was om de oostgrens te verdedigen, zodat er meer troepen elders beschikbaar kwamen. Gezien het Duitse numerieke overwicht van groot belang. Er waren zelfs ondergrondse spoorlijnen, legerkwartieren, hospitalen, voedselvoorraden en munitie onder de grond. De linie liep vanaf Basel langs de grens tot Luxemburg. Het noorden en noordoosten van Frankrijk bleven dus onbeschermd. Maar een Frans-Belgisch bondgenootschap moest dat oplossen. Het geloof in de ondoordringbaarheid van de Ardennen was onwrikbaar.

Duitsland tegenover Frankrijk
De Fransen bedachten ook een oorlogsplan. Dat zou op Belgisch of Nederlands grondgebied moeten plaatsvinden. Dienstplicht was in Frankrijk teruggebracht tot één jaar, een politiek compromis. Als gevolg van de Eerste Wereldoorlog en de daling van het geboortecijfer kon Frankrijk in 1940 beduidend minder soldaten mobiliseren. Het Franse leger in 1940 was oud. In 1939 had Frankrijk 2,6 miljoen mannen tussen de 20 en 30, Duitsland 6,5 miljoen. Het ging in deze oorlog niet meer om het aantal manschappen. De beslissende factor was de bewapening: tanks, artillerie, vliegtuigen. De Fransen en Duitsers hielden elkaar in evenwicht wat betreft de tanks, maar Frankrijk zette ze helemaal verkeerd in, waardoor de ‘koningin van het slagveld’ de Fransen niets opleverde.

Onder de voet gelopen
De Duitsers waren na een snelle aanval op Nederland en België al snel de ‘ondoordringbare Ardennen’ doorgebroken. Sedan was van grote symbolieke betekenis. Eenmaal de Maas over konden de Duitsers oprukken en de Franse legermacht in tweeën snijden. Volgens generaal Beaufre berichtte hij aan zijn staf dat het front was gebroken bij Sedan, viel daarna neer in een leunstoel en liet zijn tranen de vrije loop. De Duitsers namen wel risico’s. Ze hadden zulke enorme afstanden afgelegd dat men ver verwijders was geraakt van de achterhoede. Churchill maakte de vergelijking met een schildpad die zijn kop te ver uit zijn schild had gestoken. Maar de Fransen bleken niet tot een tegenaanval in staat. Toen de Belgische koning op 27 mei bevel gaf tot capitulatie zaten de Engelse en Franse troepen als ratten in de val. Ze begonnen nu met de evacuatie van hun troepen via Duinkerken. In totaal werden 338.226 soldaten geëvacueerd. De evacuatie was alleen mogelijk geweest omdat Hitler tot gevechtspauze had besloten. Hitler zag in de Vlamingen potentiële bondgenoten en wilde daarom de oorlog niet op Vlaamse, maar op Franse grond uitvechten.

De Franse exodus
Vluchtelingen zijn er altijd in een oorlog. In 1914 waren er zo’n 600.000 Belgen op de vlucht geslagen, alsmede 400.000 Fransen. De vluchtelingenstroom van 1940 was van een andere orde. Het zouden 2 miljoen Nederlanders en Belgen en 8 miljoen Fransen geweest zijn. Er is zelfs een verhaal dat een Nederlandse boer met zijn koeien was aangetroffen in Parijs. Hele steden liepen in België en Noord-Frankrijk leeg. De steden in het zuiden zwollen op als sponzen. Tweederde van de bevolking van Parijs verliet de stad. Vooral de betere wijken liepen leeg. De totale instorting van de Franse legers was voor velen onbegrijpelijk. De vluchtelingenstroom blokkeerde de wegen die nodig waren voor de troepenbewegingen. Mussoloni verklaarde de oorlog op 10 juni, en had daarmee, in Churchills woorden, als een hyena het slagveld van Zuid-Frankrijk betreden. Iemand zei spottend van Mussoloni: ‘Ik kwam toen ik zag dat hij (Hitler) overwon.’

Churchills unieke voorstel
De regering vluchtte naar het onbekende plaatsje Cangé. Veel minister dachten dat het Candé was, een bekendere plaats, en kwamen daarom te laat voor de vergadering. Churchill vloog op 13 juni over, maar premier Reynaud hield hem angstvallig buiten de kabinetsvergaderingen, zodat hij de verdeeldheid daarvan niet zou zien. Op de dag dat de Duitsers Verdun innamen, verhuisde de regering naar Bordeaux. De Gaulle (rechts) belde op 16 juni vanuit Londen met een zeer bijzonder voorstel: Churchills aanbod van een Frans-Britse Unie, met een gezamenlijke regering en een dubbele nationaliteit voor alle burgers. Frankrijk weigerde en Reynaud nam ontslag. Pétain werd de nieuwe premier.

Wrijvingen tussen Engeland en Frankrijk
Het aanvragen van de wapenstilstand was een verraad aan Engeland, want ze hadden afgesproken niet eenzijdig de strijd te staken. Voor deze gelegenheid was dezelfde treinwagon gehaald waarin Foch in 1918 de Duitse capitulatie had aanvaard. De voorwaarden waren op voorstel van Hitler relatief gematigd. Mussoloni wilde de Frans-Italiaanse grens verleggen naar de Rhône, maar daar kwam niets van. Opvallend was dat Frankrijk een leger mocht houden. Churchill zag in de Franse vloot een potentiële bedreiging en besloot daarom deze uit te schakelen, tot woede van Frankrijk. Het was 125 jaar geleden dat de Engelse vloot op de Franse had geschoten. Er vielen 1300 doden aan Franse kant. Er kwam nog net geen oorlogsverklaring aan Engeland. Het meest opmerkelijke aan het wapenstilstandsverdrag was dat een deel van het land onbezet zou blijven en een eigen Franse regering zou krijgen. Men mocht zelfs in Parijs zetelen, maar deed dat in Vichy. De door Duitsland bezette gebieden omvatten tweederde van de bevolking.

De Vichy-regering
De Slag om Frankrijk kostte de Duitsers ruim 150.000 man (waarvan 110.000 gewonden). Het was dus een geringe prijs voor een zeer grote victorie. Frankrijk telde 90.000 doden. De Franse troepen gaven zich massaal over. Bijna twee miljoen krijgsgevangen werden er gemaakt. Vichy-Frankrijk heeft bestaan tot 1944, toen de geallieerde invasie plaatsvond. Vichy was gekozen omdat het een badplaats was met veel grote hotels, die gebruikt konden worden als regeringskantoren. Men dacht dat Engeland snel zou opgeven, de vrede zou worden gesloten en de regering kon terugkeren naar Parijs. Voordat het winter werd, zou men weer terug zijn in Parijs en dus was verwarming van de kantoren niet nodig. Pétain leidde de regering. Over de aard van het aristocratische regime van Vichy lopen de meningen uiteen: was het fascistisch of alleen ultraconservatief? Veel rechtse politici die collaboreerden met Vichy hadden afkeer van de republiek en democratie, van kosmopolitisme en kapitalisme, en vooral voor socialisme en communisme. De rol van de godsdienst en de kerk moest worden vergroot. Het gezin moet in ere worden hersteld, geboorten moesten worden bevorderd, echtscheiding tegengegaan. Geen wonder dat de kerk het regime steunde.

Jodenvervolging
Het pijnlijkste aspect van Vichy’s collaboratie was haar bijdrage aan de Jodenvervolging. Er kwamen al snel diverse wetten en decreten die de Joden de toegang tot beroepen en ambten beperkten. In totaal zijn er 67.000 Joden weggevoerd, waarvan nog geen 3 procent het overleefde. Men werd voorafgaand aan Auschwitz in een wielrenstadion in Drancy bijeengedreven. Joodse schrijvers werden niet meer uitgegeven, maar Satre aanvaardde de Duitse censuur en bleef publiceren. Op 8 november 1942 begonnen de geallieerde landingen in Noord-Afrika. Drie dagen later trokken de Duitse legers Fichy-Frankrijk binnen. Daarmee kwam de facto een einde aan het Frankrijk van Pétain.

De Vrije Fransen
Tegelijk hiermee begon de opkomst van het Frankrijk van De Gaulle. Op 25 augustus 1944 trok hij uiteindelijk Parijs binnen en werd hij hoofd van de Voorlopige Regering. Afgezien van Napoleon Bonaparta is Charles de Gaulle de bekendste en belangrijkste generaal uit de Franse geschiedenis. De Vrije Fransen waren aanvankelijk slechts een handjevol zeelieden, militairen en naar Engeland overgekomen vrijwilligers. Geleidelijk kwamen er meer, onder wie enkele hoge militairen, veel hoger in rang zelfs dan De Gaulle zelf. De weg naar internationale erkenning was lang en moeizaam. Churchill wilde De Gaulle wel steunen, maar Roosevelt zag daar niets in en Churchill zou nooit voor De Gaulle kiezen tegen Roosevelts zin. De situatie veranderde na de landingen van de geallieerde legers in Algerije en Marokko.

Bevrijding
De bevrijding van Frankrijk was geen zaak van de Fransen, maar van Engelsen, Amerikanen en Canadezen. Op 10 juni moordden de SS’ers nog de gehele bevolking van Oradour, inclusief 240 vrouwen en kinderen uit en lieten de stad als een rokende puinhoop achter. Er vonden na de bevrijding spontane strafacties plaats: waarschijnlijk ongeveer 9000 standrechtelijke executies. Pétain werd ter dood veroordeeld, maar het vonnis werd niet op deze 89-jarige man uitgevoerd. Hij stierf in gevangenschap in 1951, 95 jaar oud. In het klimaat van wederopbouw en nationale verzoening en met de Koude Oorlog op de achtergrond paste geen langdurige wrok. Zoals De Gaulle zei: ‘Frankrijk heeft al zijn zonen en dochters nodig.’ De Vijfde Republiek (die na de Derde, Vichy en de Vierde kwam) had weinig behoefte de sombere oorlogsjaren naar voren te halen. De levensstandaard in Vichy-Frankrijk was niet beter, maar slechter dan in de rest van West-Europa (en dat voor zo’n agrarisch land!). Frankrijk leverde Duitsland meer arbeiders dan enig ander land. Alleen wat Jodenvervolging betreft kwam Frankrijk er beter vanaf.

De verschillende mythen
De Eerste Wereldoorlog was voor Frankrijk een dramatische, de Tweede Wereldoorlog een traumatische gebeurtenis. Er zijn verschillende mythen over deze tijd: de gaullistische, de communistische en de Vichy-istische.
– De gaullistische mythe wilde dat Vichy nooit had bestaan. Frankrijk verloor de slag, maar vocht door, onder leiding van De Gaulle in Londen in de ondergrondse. De Republiek hoefde niet opnieuw uitgeroepen te worden, want zij had nooit opgehouden te bestaan. Deze mythe hield geen rekening met het feit dat de overgrote meerderheid van de Fransen niet de muitende brigadegeneraal De Gaulle maar maarschalk Pétain als hun legitieme leider had beschouwd.
– De communistische mythe wilde dat het verzet het monopolie was geweest van de Communistische Partij, die, anders dan de kapitalistische en reactionaire verzetslieden, als enige werkelijk heroïsch verzet hadden geleverd. Deze mythe hield geen rekening met het feit dat de communisten luisterden naar Moskou, de oorlog eerst hadden afgewezen als een zaak van kapitalisten tegen elkaar, het Molotov-Ribbentrob-pact hadden toegejuicht en pas na de Duitse inval in de Sovjet-Unie in verzet waren gekomen.
– De Vichy-mythe was gebaseerd op de theorie van het zwaard en het schild. De Gaulle, het strijdende Frankrijk, zou het zwaard zijn geweest, Pétain het schild dat de Fransen voor nog erger had behoed.

Gepubliceerd in augustus 2007