Geestelijke depressiviteit

n.a.v. D. Martyn Lloyd-Jones, Oorzaken en genezing van geestelijke depressiviteit, Utrecht 2001

1. Algemene beschouwing
Aangevallen door onrust
“Wat buigt gij u neder, o mijn ziel, en zijt onrustig in mij? Hoop op God…”, zo zegt Ps. 42:6. Opvallend is het hoe vaak over ‘geestelijke depressiviteit’ in de Heilige Schrift gesproken wordt; we moeten daaruit wel de conclusie trekken dat het een veel voorkomend iets is. Reeds vanaf het begin schijnt Gods volk erdoor aangevallen te zijn. Onze gesteldheid komt niet zomaar uit de lucht vallen. Er zijn veel redenen voor. Het is een feit dat veel christenen de indruk geven zich ongelukkig te voelen. Ze zijn neergebogen, hun ziel is “onrustig in hen”. Aan de ene kant laat de Bijbel zien aan welke principes we ons vast moeten houden, en aan de andere kant heeft God in Zijn grote genade in diezelfde Bijbel ook voorbeelden gegeven om ons duidelijk te maken hoe de principes in de praktijk gestalte dienen te krijgen.

Wat gaat daar nu van uit?
Het is een droevig iets dat veel christenen het grootste deel van hun leven in deze wereld zo doorbrengen. Het zijn wel christenen, maar ze missen zoveel. In zekere zin is een neerslachtig christen iets tegenstrijdigs. Maar al te vaak worden we als christenen voor zwartkijkers uitgemaakt. “Wat gaat daar nu van uit?” zegt men dan. Vaak worden we dan vergeleken met de mensen van de wereld die enthousiast kunnen zijn in de dingen waarin zij geloven. Die schreeuwen het tenminste uit bij voetbalwedstrijden, die zijn vol van de film die ze gezien hebben. Dit is ongetwijfeld één van de belangrijkste oorzaken dat niet meer mensen belangstelling hebben voor het christelijk geloof. Het is onze plicht daar verandering in te brengen.

Temperament
We moeten zo leven dat ze gedwongen worden te zeggen: was ik ook maar zo. Ps. 42:12 spreekt over de verlossing mijns aangezichts. Ik raak die ongelukkige, bezorgde, sombere, introverte blik kwijt en ik ga er kalm en beheerst en evenwichtig uitzien. Dit betekent niet dat we altijd met een gemaakte glimlacht moeten rondlopen. “U moet niets doen, het gaat vanzelf”. In de eerste plaats moeten we hier denken aan het temperament van iemand. Er zijn verschillende soorten mensen. Temperament en karakter spelen geen rol wanneer het gaat over het verkrijgen van de zaligheid, maar is wel van belang bij de beleving van het geloof. Niets is gevaarlijker dan aan te nemen dat alle christenen in alle opzichten gelijk zijn. Dat zijn ze niet en dat is de bedoeling ook niet.

Extrovert en introvert
In grote lijnen kunnen we de mensen in twee groepen verdelen, extroverten en introverten. De ene groep kijkt altijd naar binnen, de andere altijd naar buiten. Het is van zeer groot belang dat we beseffen tot één van die twee groepen te behoren en tevens dat die ene groep meer last heeft van geestelijke depressiviteit dan de andere groep. Een bepaald type mensen staat vooral bloot aan het gevaar van geestelijke depressiviteit. Veel mensen die in de kerkgeschiedenis een belangrijke rol gespeeld hebben, behoren tot dit type. Extroverte mensen zijn vaak oppervlakkiger.

Verschil tussen introspectie en zelfonderzoek
De introverte mens zit maar te tobben en dankt altijd maar van had ik dit, of had ik dat maar gedaan. Wat is het verschil tussen introspectie en zelfonderzoek? Wanneer zelfonderzoek het voornaamste doel van ons leven wordt, overschrijden we de schreef. Als we altijd maar met een bezorgd gezicht rondlopen en zeggen: ik heb het toch zo moeilijk, dan betekent dit dat we teveel op onszelf gericht zijn. De Bijbel waarschuwt ons om voorzichtig te zijn met onze zwakke en onze sterke zijde en karaktereigenschappen. Het is dus duidelijk dat sommigen meer kans lopen om aan geestelijke depressiviteit te gaan lijden dan anderen. Dan horen we weliswaar tot het gezelschap van Jeremia, Johannes de Doper, Paulus, Luther en vele anderen. Een groot gezelschap weliswaar, maar het brengt wel met zich mee dat men onderworpen is aan dit soort beproevingen.

Lichamelijke gesteldheid
Een tweede belangrijke oorzaak van geestelijke depressiviteit heeft te maken met de lichamelijke gesteldheid. Misschien denken sommigen wel dat de lichamelijke gesteldheid niet meer van belang is als iemand christen is geworden. Mar dat is een gevaarlijke gedachte. Lichamelijke gebreken werken depressiviteit soms in de hand. Spurgeon bijvoorbeeld heeft veel geleden aan geestelijke depressiviteit in de acute vorm. Het is een bekend feit dat dit soms met jicht verband houdt en Spurgeon had dit. Het is onmogelijk om het lichamelijke en het geestelijke te scheiden, want we vormen een eenheid van lichaam, ziel en geest.

Zichzelf aanspreken
Als volgende oorzaak van geestelijke depressiviteit is te noemen de duivel, de grote tegenstander. De uiteindelijke oorzaak van alle geestelijke depressiviteit is het ongeloof. Wat kunnen we zeggen over de behandeling ervan? Zijn daar ook algemene richtlijnen voor te geven? De psalmist verzette zich tegen zijn zelfmedelijden en gaat zich zelf aanspreken, hij zegt: “Wat buigt gij u neder, o mijn ziel, en zijt onrustig in mij?” Hij gaat met zichzelf een gesprek voeren. Maar we moeten toch oppassen voor introspectie? Waarom krijgen we nu te horen dat we onszelf moeten gaan aanspreken?

Houd er mee op!
Het verschil zit daarin dat we onszelf moeten gaan aanspreken en niet onszelf toestaan te spreken tegen ons. De grote moeilijkheid bij geestelijke depressiviteit is dat we teveel tegen ons laten praten, in plaats dat we onszelf gaan aanspreken. Hetzelfde geldt ook als we ons ongelukkig voelen. Het belangrijkste geheim voor een gezond geestelijk leven is te weten hoe zichzelf aan te pakken. We moeten onszelf verwijten maken, onszelf veroordelen, onszelf aansporen en tegen onszelf zeggen: “Hoop op God”, in plaats van verder te modderen. Wat buigt gij u neder, o mijn ziel, en wat zijt gij onrustig in mij? Houd er mee op! Hoop op God!

2. Het vaste fundament
De leer niet onder de knie
Het is van groot belang dat er in de wereld van vandaag, waarin zoveel narigheid en onzekerheid bestaat, mensen zijn die bij anderen de indruk wekken dat de oplossing te vinden is in hun overtuiging. Een groot aantal mensen komt nooit verder in hun geloofsleven omdat ze de eerste beginselen niet onder de knie hebben. Een groot aantal mensen verkeert in deze ongelukkige situatie. Het leven als christen is voor hen een probleem, waar ze geen oplossing voor kunnen vinden. Ze richten alle aandacht op de heiligmaking, maar met de rechtvaardiging zijn ze nog niet eens klaar gekomen. Theologisch gezien is het een belangwekkende vraag of dit soort mensen christenen zijn. “Ik ben geneigd deze vraag bevestigend te beantwoorden”.

Geen fase overslaan
Het is noodzakelijk dat we juist inzicht hebben in bepaalde zaken, willen we komen tot een gelukkig leven als christen. En het eerste aspect daarvan is de overtuiging van zonde. Dit is de regel waarop geen uitzonderingen voorkomen. Voordat u de ware christelijke blijdschap kunt smaken, moet u eerst ellende gekend hebben. De moeilijkheid bij een ongelukkig christen is dat hij nog nooit zijn ellende heeft leren zien; hij is nooit overtuigd geraakt van zijn zonde. Hij heeft een fase overgeslagen. Helaas wordt dit vandaag zo vaak vergeten. Maar de Heilige Schrift kent een bepaalde orde en aan deze orde kunnen we niet voorbijgaan. Uiteindelijk is dit het enige dat een mens tot Christus brengt: de diepe overtuiging van de eigen zondigheid. We lopen vast indien we niet waarlijk overtuigd zijn van onze zonden. En vooral geldt dit van mensen die in een christelijke omgeving zijn opgevoed.

Je nood voelen
Als we van onze zondigheid overtuigd willen worden dan is het eerste wat we doen moeten, niet langer aan bepaalde concrete zonden denken. Bij John Wesley begon het toen hij tijdens een storm midden op de Atlantische Oceaan zag hoe Moravische broeders zich gedroegen. Deze mensen schenen even gelukkig te zijn tijdens de storm en het noodweer als wanneer de zon scheen. Wesley voelde dat hij bang was om te sterven en hij merkte dat deze mensen God beter kenden dan hij. Zo begon hij zijn nood te voelen en dat is altijd het begin van de overtuiging van zonde. Als we onszelf willen leren kennen als zondaars, dan moeten we onszelf niet met anderen gaan vergelijken, maar we moeten ons gaan spiegelen in Gods wet.

Eerst zondekennis, dan vreugde smaken
Overtuiging van de eigen zondigheid komt op de eerste plaats. “Als u die overtuiging niet kent en als u zich nooit verdoemelijk voor God hebt leren kennen, rust dan niet voordat u die zekerheid deelachtig wordt en bij ondervinding hebt leren kennen, want u zult nooit ware vreugde smaken als u niet eerst deze overtuiging van zonde hebt ingezien en u zult nooit van uw depressiviteit bevrijd worden als u op dat punt niet tot klaarheid bent gekomen”.

3. Ik zie de mensen als bomen wandelen
Herontdekking
Als alle christenen zouden zijn zoals in het Nieuwe Testament van hen verwacht wordt, dan zou het probleem van evangelisatie eenvoudigweg niet bestaan. De protestantse Reformatie bracht vrede en blijdschap op een wijze, die ze niet meer gekend had sinds de eerste eeuwen en dit was toe te schrijven aan het feit dat de rechtvaardigmaking door het geloof alleen door haar herontdekt werd.

Blijven steken
In Markus 8 staat de gebeurtenis van de blinde te Bethsaïda, die door de Heere Jezus werd ziende gemaakt, maar niet meteen helemaal: eerst zag hij de mensen als bomen wandelen. Deze gebeurtenis heeft ongetwijfeld een diepere betekenis. We kunnen zeggen dat alle wonderen die Jezus verrichtte meer dan alleen maar gebeurtenissen waren. In zekere zin waren het ook gelijkenissen. Veel mensen maken hetzelfde mee als deze man. Veel mensen blijven steken in het eerste gedeelte van het totale genezingsproces, net als dat aanvankelijk bij deze man het geval was. Ze zien nog niet helder, ze zijn nog in de war. Ze zien de mensen als bomen wandelen. Wat betekent dat?

De wil verdeeld
In de eerste plaats hadden ze van bepaalde wezenlijke zaken nog geen begrip. Het tweede dat ze niet duidelijk zien is dat hun hart er niet voor de volle honderd procent bij is. Ten derde geldt dat de wil van deze mensen verdeeld is. Ze zien niet in waarom iemand die zich christen noemt, bepaalde dingen na moet laten en andere dingen moet gaan doen. Ze beschouwen dat als een zekere bekrompenheid. Maar toch hebben ze hun oude leven vaarwel gezegd en zijn ze het in grote trekken eens geworden met de christelijke leer.

Vaag
Dezelfde werkwijze die de Heere toepaste bij de genezing van de blinde man, past Hij soms ook toe bij de bekering. Er zijn mensen die vanaf het begin alles duidelijk zien, maar anderen moeten verschillende stadia doorlopen. Mensen houden vaak niet van zekerheid en duidelijkheid. De aangename vorm van godsdienst is die welke onzeker en vaag is, en omringd is met veel franje en ritueel. Dat de rooms-katholieke kerk zoveel mensen aantrekt, hoeft ons niet te verbazen. Hoe vager de godsdienst, des te aangenamer.

4. Geest, hart en wil
Onevenwichtige christenen
Een karakteristieke eigenschap van de satan is zijn listigheid. Wij trekken vanaf het ogenblik dat we christen werden de speciale belangstelling van de duivel. Paulus zegt dat een christen stond onder de macht van de satan, maar dat daar verandering in is gekomen. Ze worden vanuit het hart gehoorzaam aan het voorbeeld der leer tot hetwelk ze overgegeven waren (Rom. 6:17). De gehele mens is erbij betrokken, zijn geest, zijn hart en zijn wil. Wanneer deze drie delen niet bij elkaar gehouden kunnen worden, is geestelijke depressiviteit het gevolg. Vaak is de schuld van deze onevenwichtigheid een dominee of evangelist. Onevenwichtige christenen worden vaak gemaakt door dominees of evangelisten die zelf onevenwichtig zijn in hun leer.

Alleen in de emoties geraakt
Geestelijke depressiviteit in het leven van een christen is vaak te wijten aan het onvermogen om de grootheid van het Evangelie te bevatten. Hoe velen denken niet dat het in het christelijke geloof alleen gaat om de vergeving van zonden. Het Evangelie wil niet alleen ons hele leven omspannen, ook de gehele mens dient betrokken te worden op het Evangelie. De mens is een wonderlijk wezen, hij heeft een geest, een hart en een wil. Sommige mensen zijn tijdens een massabijeenkomst naar voren gekomen of hebben hun hand opgestoken. Zij waren alleen in hun emoties geraakt. Maar ze komen vroeg of laat in moeilijkheden.

Geen directe aanval op iemands hart doen
Christus stierf opdat wij evenwichtige christenen zouden worden en niet om ongebalanceerde mensen te maken van ons. Als de juiste verhoudingen verdwijnen, dan ontstaan er moeilijkheden, want God heeft de mens als een drie-eenheid geschapen. Hij heeft ons gemaakt met drie krachten binnen in ons: de geest, het hart en de wil. Het moet ons nooit direct om het hart gaan. Dat geldt zowel in de persoonlijke benadering van anderen als ook in de prediking van het Woord. Het hart mag slechts via het verstand beïnvloed worden, eerst komt de geest, dan het hart en dan de wil. We hebben niet het recht om een directe aanval te doen op het hart van iemand. “Ik heb mensen gekend die een goddeloos leven leidden, maar die zichzelf troostten met het feit dat ze nog konden huilen en emotioneel geraakt konden worden in godsdienstige bijeenkomsten. Zij hebben daaruit de conclusie getrokken dat ze zo slecht nog niet waren. Maar ze bedriegen zichzelf”.

De gehele persoonlijkheid
Maar laat niemand daaruit voor zichzelf de conclusie trekken dat het dan ook eindigt met het verstand. Het begint er wel, maar het eindigt er niet, het gaat verder. Het raakt het hart en tenslotte geeft de wil toe. De mens wordt gehoorzaam, niet omdat hij moet, maar met zijn gehele hart. Het leven van een christen is een volkomen leven, waarin de gehele persoonlijkheid betrokken is.

5. Die ene zonde
Niet altijd gelukkig
De ervaring leert dat christenen vaak om de één of andere reden in moeilijkheden verkeren. Sommigen denken dat mensen na hun bekering altijd gelukkig zullen zijn. Maar dat is onhoudbaar. In de nieuwtestamentische brieven blijkt al dat reeds in die tijd christenen zich ongelukkig voelden: sommigen verlangden terug naar het leven waar ze uit verlost waren, anderen werden vervolgd. “Het gehele Nieuwe Testament leert ons dat er een strijd des geloofs bestaat en als u het nog nooit moeilijk gehad hebt op geestelijk gebied, is dat bepaald geen goed teken. Het betekent dat er iets fundamenteels fout zit”.

Het eertijds
Een veel voorkomende aanvechting is het eertijds. Dat is een werk van de duivel, maar ook kan het zijn dat men de bijbelse leer aangaande de rechtvaardiging niet voldoende kent. Dit is één van de weinige keren dat een christen moet ophouden met bidden. Door te bidden worden namelijk alle gedachten op dat bepaalde punt gefixeerd. Het is beter om niet langer hier om te bidden. Maar men moet liever zijn verstand gaan gebruiken.

Genade overvloeiende
Veel mensen denken dat we de zonden in bepaalde categorieën kunnen delen; sommige zonden zijn vergeeflijk, andere onvergeeflijk. Iemand die steeds met een bepaalde zonde bezig is gelooft in feite de Schrift niet. Zijn wezenlijke probleem is ongeloof; het Woord van God kan hij niet geloven. Ze weten genoeg om zalig te worden, maar ze zijn depressief omdat ze de volle inhoud niet begrijpen. Als we naar ons verleden kijken moeten we niet zeggen: ik heb te zwaar gezondigd, maar zien dat Gods genade overvloedig is geweest. Als we naar ons verleden kijken en we worden daar terneergeslagen van, dan betekent dat, dat we naar de duivel luisteren.

6. Had ik maar…
Machtige tegenstander
Tegenwoordig stelt men belang in alles wat aantrekkelijk is. Daarom wordt er zoveel geadverteerd en men gelooft maar al te graag in wat aangeboden wordt als iets dat een mens gelukkig kan maken. Wat lijken we vaak ongelukkig, wat zijn we vaak down; het lijkt wel of iemand die christen wordt, ongelukkiger wordt dan vroeger! De oorzaak daarvan is dat we te maken hebben met zo’n machtige tegenstander. Zodra we christen worden, worden we onderworpen aan de listige en sterke aanvallen van de duivel.

Listigheid van de duivel
“Zijn gedachten zijn ons niet onbekend”, zegt Paulus, maar het is jammer dat zovelen zo onbekend zijn met zijn listen dat ze niet eens in hem geloven! Als we objectief zouden kijken naar wat hij met ons doet, dan zouden we verbaasd staan over onze dwaasheid. Het lijkt allemaal zo duidelijk en helder, maar steeds lopen we weer in dezelfde val. Dat komt door de listigheid van de duivel. We moeten zijn werkwijze bestuderen en de Schrift opslaan en zien wat zij te zeggen heeft over geestelijke depressiviteit.

Tijd verkwanseld
Veel mensen zijn ongelukkig vanwege het feit dat ze zoveel tijd verkwanseld hebben, zoveel jaren verspild hebben en dat het zolang geduurd heeft voordat ze christen werden. De fout die ze maken is dat ze er zo ongelukkig om zijn. Niemand die zijn leven overziet zoals hij het op dat moment geleid heeft, zal beweren dat hij het niet beter had kunnen doen. Het leven van een christen loopt over het scherp van de snede. We slaan o zo gemakkelijk door naar de ene of naar de andere kant. En dat geldt hier ook: een gerechtvaardigde spijt ligt heel dicht bij een verkeerde neerslachtigheid.

Gezonde verstand gebruiken
Sommige mensen denken dat je als christen je gezonde verstand niet mag gebruiken. Ze denken dan dat we alles op een geestelijke manier moeten gaan doen. Maar dat is zeer onschriftuurlijk. Een christen hoeft nooit onder te doen voor een ongelovige, hij staat altijd boven hem. Er zijn veel mensen die dit maar moeilijk vinden en die bijvoorbeeld steeds maar blijven bidden om een bepaald iets, in plaats van dat ze iets doen wat helemaal voor de hand ligt als ze hun gezonde verstand gebruiken zouden.

Probeer het dan goed te maken
Laten we daarom als regel vasthouden dat we ons nooit maar één seconde in de put laten brengen door iets dat toch niet te veranderen is. Dat is een verspilling van energie. En verder moeten we bedenken dat door steeds in het verleden bezig te zijn, er alleen maar fouten bijkomen. We moeten het verleden nooit als rem laten fungeren op het heden. Laat de doden hun doden begraven. Het is zonder meer verwerpelijk om het verleden zo’n invloed te laten hebben, dat het heden hierdoor een mislukking wordt. En toch komt dit veelvuldig voor. Als we het werkelijk zo erg vinden dat we zoveel tijd in het verleden hebben verspild, dan is het enige dat we daaraan kunnen doen te proberen dat nu weer goed te maken.

Overvloediger gearbeid na een ontijdige geboorte
Als u gebukt gaat onder het verleden, dan moet u zichzelf aanpakken, gewoon met behulp van het gezonde verstand. Dat deed Paulus ook. Hij zegt: “Ten laatste van allen is Hij ook van mij als van een ontijdig geborene gezien”. Hij zegt eigenlijk: ik heb heel wat tijd verspild, veel anderen zijn me voorgegaan. Maar daar houdt het niet op, hij vervolgt: “Maar ik heb overvloediger gearbeid dan zij allen; doch niet ik, maar de genade Gods die met mij is”.

Ziekelijk en zondig bezig zijn met zichzelf
“Doch door de genade Gods ben ik, dat ik ben”. Wat doet het er toe wat ik was? Ik ben die ik ben. Daar valt de nadruk op. We moeten er niet altijd over denken wat we waren, een christen moet er meer bij stilstaan wat hij nu is. Het is dwaas om steeds maar stil te blijven staan bij het droevige feit dat we niet eerder binnen waren. Op deze manier laten we ons van de zaken waar we nu blijdschap uit zouden kunnen putten, beroven. Dat men tot geestelijke neerslachtigheid komt, is in dit geval te wijten aan het feit dat men ziekelijk en zondig bezig is met zichzelf. We moeten hier hardhandig optreden.

Het is enkel genade
“Ze zijn nog steeds met zichzelf te oordelen in plaats dat ze het oordeel aan God overlaten. Ze pijnigen en mismaken als het waren zichzelf en ze blijven zichzelf maar veroordelen. Ze lijken heel nederig en verslagen van geest, maar het is allemaal namaak, het is allemaal zelfmedelijden”. Het gaat om Gods genade en niets anders. God bekijkt de dingen anders dan wij; Hij rekent anders dan wij. Het is enkel genade. Wat is het Evangelie toch een heerlijk Evangelie. In de wereld heeft iedereen het over de jeugd. Maar in Gods Koninkrijk gelden andere regels. Daar geldt aan de ene kant: zaai uw zaad in de morgenstond, maar evengoed is waar: en trek uw hand des avonds niet af.

7. Angst voor de toekomst
Komt veel voor
God zag al wat Hij gemaakt had en ziet, het was zeer goed. Hij schepte er een behagen in, het was volmaakt. En uit afgunst en jaloezie besloot de duivel dat volmaakte werk te vernielen en te bederven en hij concentreerde zich daarbij vooral op het kroonjuweel van de schepping, de mens. We hebben reeds gezien dat de duivel ons probeert depressief te krijgen door ons steeds maar terug te laten denken aan het verleden. Maar als dat niet lukt dan verandert hij zijn werkwijze en doet hij ons steeds maar naar de toekomst zien. Angst voor de toekomst: dit komt erg veel voor. Er zijn mensen die zodra ze gerustgesteld zijn wat het verleden betreft onmiddellijk over de toekomst gaan praten. Het gevolg is dat ze in het heden niet dan ongelukkig zijn.

Misvatting
Een mens is heel fijn uitgebalanceerd. In wezen hebben we allemaal dezelfde algemene eigenschappen, maar de onderlinge verhoudingen daarvan verschillen hemelsbreed van persoon tot persoon en daarom is het temperament van iedereen anders. Het is heel belangrijk om dat in het oog te houden. Iemand zegt misschien dat als we christen geworden zijn, al die verschillen verdwijnen. Maar dat is een grote misvatting.

Tussen bezorgdheid en overbezorgdheid
Sommigen beseffen goed dat christen-zijn betekent het navolgen van Christus. Maar het gevolg daarvan is dat ze neerslachtig worden, want ze hebben evenzeer een indruk van hun kleinheid. Ze zijn eigenlijk bang om te mislukken. Ze zijn bang de zaak van Christus afbreuk te doen. We moeten proberen uit te maken waar de grens ligt tussen een verantwoorde bezorgdheid en een verlammende overbezorgdheid. Nadenken over de toekomst is goed, maar beheerst worden door de toekomst is verkeerd. Een gedicht zegt:

Een mens lijdt dikwijls het meest
Door het lijden dat hij vreest
Doch dat nooit op zal dagen
Zo heeft hij meer te dragen
Dan God te dragen geeft

Geen geest van vreesachtigheid…
Maak u geen zorgen voor de dag van morgen. En: elke dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad. Dat is wat het gezonde verstand zegt. “God heeft ons niet gegeven een geest der vreesachtigheid”. God heeft ons allemaal een bepaald temperament gegeven. Elk temperament is verschillend en dat is een geschenk van God. Maar voor een christen mag het nooit zo zijn, dat hij zich door z’n temperament laat beheersen. De Heilige Geest moet ons beheersen.

…Maar van kracht, liefde en gematigdheid
“God heeft ons niet gegeven een geest der vreesachtigheid, maar der kracht…” We kennen onze eigen zwakheid. Maar er is kracht voor handen, kracht voor zwakkelingen. Het volgende wat hij noemt is liefde. Dat is buitengewoon interessant. Waarom geeft Paulus deze plaats aan de liefde? Wat bedoelt hij daarmee? Het is een schitterend staaltje van psychologisch inzicht. Want wat is eigenlijk de grondoorzaak van de geest der vreesachtigheid? Dat is eigenliefde, bezorgdheid voor zichzelf. En tenslotte een geest der gematigdheid: zelfbeheersing en evenwichtigheid.

Wek de gave Gods op
“Wek de gave Gods op; praat tegen uzelf, breng uzelf te binnen wat onomstotelijk vaststaat. Laat de toekomst niet over u heersen en u in haar greep houden. Bedenk wie en wat u bent en wat de Geest binnen in u doet. En als u dat gedaan hebt, dan bent u in staat verder te gaan, dan hoeft u nergens bang voor te zijn, dan kunt u midden in het leven staan, klaar voor de toekomst, met slechts één verlangen en dat is om Hem te verheerlijken, Die alles aan u wegschonk”.

8. Gevoelens
Emoties buiten onze wil om
Één van de meest voorkomende oorzaken van geestelijke depressiviteit is misschien wel het hele terrein van gevoelens en hun rol in het christelijke leven. De mens is zo geschapen dat de gevoelens een belangrijke plaats innemen in zijn persoonlijkheid. Het is een ontzettend uitgebreid onderwerp. Timotheüs was van nature een zenuwachtig iemand, maar ook was hij iemand die gauw depressief was; dit gaat vaak samen in één en dezelfde persoon. We kunnen gevoelens niet dwingen, we kunnen ze niet bij onszelf opwekken. Emoties voltrekken zich buiten onze wil om. Hoe we ons best ook doen, we kunnen ze niet opwekken.

Slecht humeur
Er is niets zo veranderlijk als onze gevoelens. We zijn wisselvallige schepselen. Niet alleen het temperament maar ook de lichamelijke omstandigheden zijn hierop van invloed. De mens in de oudheid dacht dat de gevoelens in bepaalde lichaamsdelen gelokaliseerd waren en in zekere zin hadden ze gelijk. Misschien waren we gisteren blij en gelukkig en gingen we naar bed met de gedachte dat de volgende morgen weer en fijne dag zou aanbreken, maar als we dan ‘s ochtends wakker worden, dan merken we dat we depressief zijn en een slecht humeur hebben. Plotseling, eigenlijk zonder enige oorzaak zijn we zo geworden.

Net te snel conclusies trekken
Onze gevoelens wisselen dus, en we moeten er daarom voor oppassen dat ze niet over ons gaan heersen. Velen zeggen dan: ik ben nu eenmaal zo. Maar ons antwoord daarop is: dat moet zo niet zijn! Dat wil niet zeggen dat ze hun temperament moeten gaan veranderen, maar wel dat ze het moeten gaan beheersen. Het is een gevaar om te denken dat men helemaal geen christen is, omdat men bepaalde ervaringen of bepaalde gevoelens niet kent. Gevoelens moeten er zijn in het christelijk geloof, maar alleen uit het feit dat iemand bepaalde gevoelens niet ervaren heeft, mag men niet concluderen dat hij geen christen is.

Volksaard
Niet alleen het temperament maar ook de volksaard speelt in dit verband een rol. Sommigen denken dat het voor een christen verkeerd is om gelukkig te zijn. In één van zijn preken over “Het kind des lichts wandelende in de duisternis en het kind der duisternis wandelende in het licht” schrijft Philpot dat het ware kind des Heeren bezwaard en bedrukt door deze wereld gaat. “In het algemeen kan ik Philpot erg waarderen, maar naar mijn idee gaat de godzalige prediker in deze preek te ver”.

Zonde als oorzaak
“Als u op dit ogenblik neerslachtig bent, dan moet u zich onderzoeken en nagaan of er ook iets is in uw leven waardoor u geen blijdschap kent. Als u Gods wetten overtreedt en Zijn geboden verwerpt, dan kunt u niet gelukkig zijn. Als u denkt dat u christen kunt zijn en intussen uw eigen wil kunt blijven doen, dan kan het niet anders of u zult ongelukkig worden. Of als u er een boezemzonde op na houdt en u voelt dat de Heilige Geest uw geweten daarvoor veroordeelt, maar u wilt er niet vanaf, dan zult u nooit gelukkig worden. Zolang u de zonde koestert zult u niet van uw probleem afkomen”.

Let er niet teveel op
Als dit niet de oorzaak was, dan moeten we zeggen: let niet teveel op je gevoelens. Ga ze vooral niet centraal stellen. Gevoelens mogen nooit de eerste plaats innemen. We zullen nooit zien dat de Heere goed is als we het niet eerst gesmaakt hebben: smaakt en ziet (Ps. 34:9). Dat wordt steeds in de Bijbel benadrukt. Gevoelens moeten uit iets voortkomen. Zelfonderzoek is van groot belang. Zo voorkomen we dat we er alleen met ons verstand bij betrokken zouden zijn. Maar we moeten er niet te veel nadruk op leggen. Zoals Thomas Shepard, die voortdurend in de put zat omdat hij zo vreselijk benauwd was voor valse gevoelens; het gevolg was dat hij diep ongelukkig werd.

In ons geheugen prenten
Er is een hemelsbreed verschil tussen verblijd zijn en zich gelukkig voelen. Geluk is iets binnen in ons, maar verblijd zijn is “in de Heere”. Hoe kunnen we ons humeur de baas worden als dat over ons gaat heersen en ons in de put brengt? Paulus zegt tegen Timotheüs: wek de gave op (2 Tim. 1:6), blijf niet zo droefgeestig en neergebogen! We moeten onszelf gaan toespreken. We moeten bepaalde dingen goed in ons geheugen geprent hebben. We moeten bijvoorbeeld goed weten wie we zijn en hoe we zijn. We moeten tegen onszelf zeggen: ik weiger nog langer beheerst te worden door mijn humeur, daar bedank ik voor, ik wil het niet langer. En door dit te doen, wekken we de gave op.

Toch verdergaan
Philpot had gelijk, het kind des lichts wandelt soms in de duisternis. Maar hij blijft toch wandelen; hij gaat niet bij de pakken neerzitten. En ook al ziet hij het gezicht van de Heere niet, hij weet dat Hij er is en daarom gaat hij verder. Als we werkelijk de ware vreugde willen leren kennen, dan is de gulden regel deze: zalig zijn die hongeren naar de gerechtigheid. Er staat niet: …naar geluk. We moeten niet uitzien naar ontroerende ervaringen, maar naar gerechtigheid. Ik wil wel gelukkig zijn, maar nog liever wil ik rechtvaardig zijn, ik wil heilig zijn. Ik wil mijn Heere gelijkvormig zijn. “Als u depressief bent, blijf dan niet bij de pakken neerzitten en sta er niet bij stil hoe beroerd u er aan toe bent, maar ga direct en rechtstreeks naar Hem, zoek Zijn aangezicht. Doe net als het kind dat zich ongelukkig voelt omdat iemand zijn speelgoed heeft afgepakt; het rent naar zijn vader of moeder toe”.

9. De arbeiders in de wijngaard
Als de voorlopige moeilijkheden voorbij zijn
De moeilijkheden die we nu gaan bespreken zijn die, welke ontstaan kunnen als de ‘voorlopige’ moeilijkheden voorbij zijn. De Heilige Schrift zegt duidelijk dat er in elk facet van het leven als christen bepaalde gevaren dreigen. We hebben namelijk een sterke tegenstander en daarnaast hebben we nog te strijden met onze oude natuur. Deze twee samen zorgen er wel voor dat er van een probleemloos leven (zoals sommigen denken) geen sprake kan zijn.

Zie, wij hebben alles verlaten
De aanleiding van de gelijkenis van de arbeiders in de wijngaard (Matth. 20) is de vraag van Petrus: “Zie, wij hebben alles verlaten en zijn U gevolgd, wat zal ons dan geworden?” Hier zit een zondige ondertoon in. Vele eersten zullen de laatsten zijn en vele laatsten de eersten. De hoofdzaak is dus dat het in het leven van een christen enkel om de genade gaat; genade van het begin tot het eind. Het probleem bij deze mensen is dat ze op de juiste manier begonnen zijn en dat de moeilijkheden pas later kwamen. “Gij liept wel; wie heeft u verhinderd de waarheid niet gehoorzaam te zijn?” zo zegt Paulus in Gal. 5:7.

Noodlottige houding
De arbeiders die al de hele dag werkten spreken een oordeel uit over hun eigen werk: de last des daags en de hitte gedragen. Dat hadden ze goed bijgehouden. De Heere Jezus keurt die houding sterk af. Die houding is noodlottig in Gods Koninkrijk. In de vraag van Petrus zit opgesloten de begeerte naar winst en voordeel. Waar deze houding heerst ontstaan vroeg of laat moeilijkheden. Als we beginnen te murmureren is geluk en blijdschap weg. We zijn vergeten dat alles uit genade is.

Leren waar het in Gods Koninkrijk om gaat
We kunnen als christenen door de duivel verzocht worden met de gedachte dat God onrechtvaardig is. Wat is ons ‘zelf’ toch een akelig en ellendig iets. De enige therapie is dat we gaan leren waar het in Gods Koninkrijk om gaat. We hebben zo vaak de neiging de zaligheid te beperken tot de vergeving van onze zonden, maar daarbij vergeten wet dat ze betrekking heeft op alles in ons leven.

Geen automatisme, alles genade
Als we een euro in een automaat stoppen, dan komt er automatisch iets uit, dan krijgen we wat we hebben willen. Maar zo is het niet als we een hele nacht om een opwekking bidden. “Er zijn heel wat gebedsbijeenkomsten geweest voor een opwekking, terwijl die opwekking toch niet gekomen is, en ik durf te zeggen: Goddank dat die niet gekomen is. Want wat zouden er voor toestanden ontstaan als we zelf konden beslissen wat er gebeuren moet?” Het is genade van begin tot eind.

10. Waar is uw geloof?
Het wezen van het geloof niet begrijpen
Het gaat hier om de aard en het wezen des geloofs. Veel christenen verkeren in moeilijkheden omdat ze nooit het wezen van het geloof begrepen hebben. Misschien zegt iemand: maar als ze het wezen van het geloof nooit verstaan hebben, hoe kunt u ze dan christenen noemen? Het antwoord daarop is dat iemand christen wordt door de gave des geloofs. Deze gave ontvangen we van God door de Heilige Geest. Daardoor gaan we geloven in de Heere Jezus Christus en worden we de zaligheid deelachtig. Maar dat betekent nog niet dat we het wezen des geloofs volkomen begrepen hebben.

Verschil in gave en wandel des geloofs
De geschiedenis van de storm op het meer (Luk. 8) laat ons zien dat er een belangrijk verschil bestaat tussen de gave des geloofs en de wandel des geloofs. “Ik weet niet of dat ook voor anderen geldt, maar ik ben de discipelen altijd maar dankbaar. Ik ben hen dankbaar voor elke fout die ze maken en voor elke flater die ze slaan, want ik zie mijzelf in hen”. Dit is de eerste les die we op onszelf moeten toepassen. Het is verkeerd en zondig voor een christen om in zo’n gesteldheid te verkeren (kleingeloof).

Zelfbeheersing
Hoe de omstandigheden ook mogen zijn, een christen moet nooit ten einde raad zijn, een christen moet nooit zijn zelfbeheersing verliezen. “Ik zou als stelling willen poneren dat een christen nooit zijn zelfbeheersing dient te verliezen, dat hij nooit bevreesd dient te zijn en nooit in een panieksituatie mag verkeren, hoe de omstandigheden ook mogen zijn”. Het tweede wat we uit deze geschiedenis kunnen leren is dat het daarom zo erg is om bevreesd en wanhopig te reageren omdat het getuigt van een gebrek aan vertrouwen en geloof in de Heere.

De beproeving des geloofs
In de Schrift wordt veel over de beproeving des geloofs gesproken. Ons geloof zal beproefd worden, dat moet voor ons vaststaan. Kennen we allemaal niet iets van die teleurstelling en beproeving? Hebben we allen niet soms het gevoel dat God niet meer voor ons zorgt? Waarom gaat het bij mij altijd verkeerd en bij een ander goed? Waarom heeft die man altijd voorspoed en ik alleen maar pech? Waarom doet God daar niets aan? Wat lopen veel christenen met zulke vragen rond. Dit zijn dezelfde vragen als de discipelen hadden in het schip, dat op het punt stond te zinken.

Kome wat er komt
Dat God al deze dingen toelaat en dan ook nog vaak onbekommerd lijkt, vormt op zichzelf grote geloofsbeproeving. Jakobus zegt ervan dat we het voor grote vreugde moeten achten als dit ons overkomt. We praten tegenwoordig hier niet zoveel meer over maar in de 17e en 18e eeuw was dit een bekend onderwerp. De volgende vraag die we ons stellen is deze: wat is het wezen of de aard van het geloof? Geloof is niet alleen maar een kwestie van gevoel. Het is geen magisch iets. In plaats van dat zij de situatie beheersten, lieten ze zich door de situatie beheersen. Geloof betekent weigeren in paniek te raken. Geloof betekent: niet in paniek raken, kome wat er komt. Geloof is onder de duim gehouden ongeloof. Wat we altijd moeten bedenken is dat ons geloof een activiteit is, iets dat in de praktijk gebracht moet worden.

11. Maar ziende de golven
Er hoeft niets te gebeuren, of…
De discipelen bezaten wel geloof, maar ze pasten het niet toe in de actuele situatie, zo zien we ook in Matth. 14, waar Petrus op het water wandelde maar zonk. Petrus begint zo goed, zo heerlijk. Dan komt hij in moeilijkheden en daarop volgt het droevige slot: Petrus, die eerst vol geloof schijnt te zijn, is tenslotte een ellendige mislukkeling die het uitschreeuwt van wanhoop. En wat is dat vlug gebeurd! Er gebeurde niets nieuws en toch raakte Petrus in moeilijkheden en begon hij zich ongelukkig te voelen. Dat is een belangrijk punt.

Groot geloof als tegengif
Dit zouden we de Petrus-geest kunnen noemen: ongestadig, de ene keer diep in de put, de andere keer hoog in de wolken. Hoe is deze neiging tot extremen te verklaren? Uit het temperament. Petrus is nog steeds de impulsief reagerende man van vroeger. Hoe kunnen we dat dan voorkomen? Het beste tegengif is een groot geloof. Tegen een klein geloof zijn de twijfels opgewassen, en een groot geloof kunnen ze niet de baas. In deze tijd (in 1965, maar nu evengoed) zijn veel mensen voor hun gevoelens van geluk veel te veel afhankelijk van het bezoeken van vergaderingen en bijeenkomsten.

12. De geest der dienstbaarheid
Geloof dient toegepast te worden
De apostel wil in Rom. 8:15-17 de christenen in Rome vrijwaren voor een geest van neerslachtigheid en zwaarmoedigheid. De geest van moedeloosheid bedreigt ons in het christelijke leven. Het was voor de Romeinen moeilijk om het nieuwe leven in de praktijk te brengen in een wereld die er zich tegen verzette en er zelfs vijandig tegenover stond. In dit verband steekt een geest van zwaarmoedigheid en moedeloosheid vaak de kop op. De duivel probeert ons te ontmoedigen. Waar gaat het in wezen om bij zulke mensen? Dat zij niet voldoende weten wat er voor een christen mogelijk is. We hebben reeds gezien dat het geloof een activiteit is. Veel mensen vergeten dat en raken daardoor in de moeilijkheden omdat ze niet beseffen dat hun geloof ook toegepast dient te worden. Dit lijkt heel logisch, maar één van de gevolgen van de zonde is dat dit veelal niet ingezien wordt.

Dienstbaarheid en vreesachtigheid gaan samen
Het christelijke leven wordt door sommigen gezien als een grote taak die zij op zich moeten nemen en waarvoor ze alle mogelijke dingen in het werk moeten stellen. Heiligmaking wordt voor hen de grote opdracht. Een schoolvoorbeeld is het monnikwezen. Paulus noemt dit de geest der dienstbaarheid. Ook tegenwoordig nog bestaat dit gevaar om nieuwe wetten op te leggen. Deze geest der dienstbaarheid gaat altijd gepaard met een geest van vreesachtigheid. God wordt gezien als een soort slavendrijver, als iemand die hen voortdurend in de gaten houdt om te zien of Hij geen gebreken en fouten in hen kan ontdekken.

Overweldigende indruk van inblijvende zonde
Het gevaar van tegenwoordig is dat we alles te gemakkelijk opvatten. In de vorige eeuwen kwam deze neiging om steeds maar te klagen over zichzelf en nooit eens blij te kunnen zijn, veel meer voor. Soms ging men daarin te ver; er werd wel eens gezegd dat iemand die blij was, niet bekeerd kon zijn. Dat is de geest der vreesachtigheid, die veroorzaakt en onderhouden wordt door een overweldigende indruk van inblijvende zonde. Paulus zegt: u hoeft niet te leven in die geest van dienstbaarheid. “Maar gij hebt ontvangen de Geest der aanneming tot kinderen, door Welke wij roepen: Abba, Vader!” Veel mensen moeten minder bidden en meer nadenken. Bidden is belangrijk, maar nadenken is zeker ook belangrijk. Bidden kan ook een soort ontsnappingspoging worden, een wanhoopskreet van hopeloze mensen. We moeten altijd met ons verstand bidden.

13. Dwaalleringen
Openlijke ontkenning en toevoeging
In zekere zin is de gehele kerkgeschiedenis samen te vatten als de geschiedenis van ketterijen en de strijd die de kerk daartegen gevoerd heeft en van de uitreddingen die de kerk gekend heeft uit deze aanvallen van de boze. Een dwaalleer kan zich op vele manieren manifesteren; in hoofdzaak zijn er echter twee groepen te onderscheiden: openlijke ontkenning en – veel gevaarlijker – dat er meer nodig is dan we geleerd en geloofd hebben.

Welke was dan uw gelukachting?
We leven in een tijd dat men hier niet van houdt; we hebben allemaal de neiging om te zeggen: wat doet het er toe? En niet alleen buiten, maar ook binnen de kerk treffen we deze houding aan. Ook dwaalleringen kunnen mensen heel gelukkig maken. Geloof in dwaalleer leidt er altijd toe dat we onze vroegere ervaringen moeten gaan verloochenen. In Gal. 4:15 zegt Paulus: “Welke was dan uw gelukachting?” Daarmee bedoelt hij: uitzinnige Galaten, wilt u nu werkelijk zeggen dat hetgeen u ervaren hebt toen u voor het eerst mijn Evangelie hoorde verkondigen, helemaal waardeloos is geworden en geen betekenis meer voor u heeft?

1900 jaar lang gedwaald?
Het lijkt wel of sommigen de waarheid in pacht hebben en of de kerk 1900 jaar lang vertoefd heeft in een doolhof van onwetendheid en duisternis. Is het niet verschrikkelijk om zoiets te beweren? Dit alles is opgesloten in de tekst: welke was dan uw gelukachting? Laat er geen misverstand over bestaan: het past ons niet te roemen in iets, ook niet in onze orthodoxie, want ook daar kunnen we een afgod van maken. Roemen kunnen we alleen in de drie-enige God.

14. Vertragen in goed doen
Geen kamergeleerde
De apostel Paulus was geen kamergeleerde, maar hij was evangelist, die rondtrok van de ene plaats naar de andere. Zo is het te begrijpen dat alle mogelijke vormen van geestelijke depressiviteit in zijn brieven ter sprake komen. In Gal. 6:9 hebben we te maken met mensen die op de smalle weg verkeren en die de goede richting uitgaan. Het enige probleem dat ze die weg met slappe handen en gebogen hoofden gaan. “Doch laat ons goeddoende, niet vertragen; want te zijner tijd zullen wij maaien zo wij niet verslappen”.

Middelbare leeftijd
Iedereen krijgt ermee te maken, met name mensen van middelbare leeftijd. Tegenwoordig wordt er veel meer aandacht besteed aan jonge mensen en ook aan oude mensen, “maar het is mijn overtuiging dat de moeilijkste periode in het leven de middelbare leeftijd is”. Zowel tijdens de jeugd als op de oude dag kan veel gecompenseerd worden, maar in de daartussen liggende periode ontbreekt deze mogelijkheid.

Na de eerste liefde
Voor ervaringen op geestelijk gebied kan dit ook gelden. Na de tijd van de eerste liefde: aan de eerste ervaringen is een eind gekomen en er schijnt niets nieuws meer te gebeuren. Steeds als het nieuwtje, het opwindende van iets wat we vroeger niet kenden, er af is, en er een soort routine optreedt in het leven, komt deze beproeving om de hoek kijken, dat we gaan vertragen in goed te doen. Dan raken we in een toestand, waarin alle vooruitgang en ontwikkeling stil lijkt te liggen en we komen in een soort windstilte terecht.

Niet berusten
We moeten in zo’n situatie niet luisteren naar de stemmen van andere mensen, maar vooral stemmen van binnen in ons niet. Het is de grote verzoeking om te zeggen: ik ben moe, ik kan niet meer, het wordt me te veel. “Maar ik zeg u: luister niet naar hen! Ga door, geef het niet op, wat er ook gebeurt!” Dit is echter nog niet eens de grootste verleiding. De grootste verleiding is misschien wel berusting. Het grote gevaar is, dat we de moed verliezen en de hoop opgeven. Dat we nog wel verder gaan, maar als hopeloze mensen, die de hoop op iets beters verloren hebben.

Geen oppeppers
Het gevaar bestaat dat we gaan zeggen: ik ben het nu eenmaal kwijt en terugkijken zal ik het ook wel nooit meer, maar ik ga wel verder zonder dat, uit louter plichtsbesef moet ik wel doorgaan. Dat is berusten of een stoïcijnse levenshouding aannemen. En dat is het grootste gevaar van alle. Een ander gevaar is dat we de toevlucht nemen tot kunstmatige middelen (oppeppers). Het probleem van alcoholisme, verdovende middelen en drugs komen om de hoek kijken.

Vernieuwing in de kerk
“Ik heb kerkmensen gezien die hun geestelijke traagheid op dezelfde manier wilden oplossen. Ze wekken geheel kunstmatig bepaalde enthousiaste gevoelens op of gaan nieuwe methodes toepassen. Ze voeren aan dat ze zich er boven moeten verheffen en daarom zijn ze voor vernieuwing. Dat is soms al af te lezen van de buitenkant van de kerken. Bepaalde kerken komen altijd met iets nieuws om maar aantrekkelijk te zijn. Zulke kerken leven van de oppeppers. De dominee of iemand heeft misschien gezegd: we leven te veel in de sleur, het is maar een saaie vertoning bij ons. Wat zullen we daaraan doen? Laten we dit of dat eens proberen. Dan komt er misschien meer belangstelling voor de kerk en nieuw leven in de brouwerij. Als we deze houding gaan aannemen op kerkelijk of geestelijk gebied, dan lijken we erg veel op de man die een drankje neemt om zichzelf er boven op te helpen”. Het verschrikkelijke en misleidende ervan is dat men er alleen maar meer uitgeput van raakt.

Motief
Wat kunnen we doen als we vertragen in goed doen? In de eerste plaats dienen we onszelf te gaan onderzoeken. We moeten zeggen: hoe komt et eigenlijk dat ik zo ben? De volgende vraag die we ons zelf gaan stellen is nog veel moeilijker te beantwoorden. Dat is namelijk de vraag: waarom heb ik dit werk eigenlijk gedaan? Wat was mijn motief ervoor? “Ik ken mensen, die het vreselijk druk hebben met allerlei goed werk, alleen omdat ze het zo opwindend vinden. Er zijn mensen die alleen maar gelukkig zijn als ze wat onder handen hebben”.

Drijven op eigen activiteiten
Ons eigen ik is binnengeslopen en dat is een verschrikkelijke baas. Als we bezig zijn met de bedoeling onszelf te behagen, dan is het gevolg daarvan altijd dat we vermoeid raken en dat we gaan vertragen in goed doen. Daarom is het zo belangrijk dat we ons afvragen wat het motief van ons werken en bezig zijn is. Één van de grootste gevaren in het geestelijk leven is, dat we gaan drijven op onze eigen activiteiten. “Dan heb ik gezien in het leven van mensen, die zich jaren lang hadden laten drijven op hun bezig zijn en op hun eigen activiteiten. Dat ging goed totdat ze oud of ziek werden en ze niet meer konden doen wat ze altijd gewend waren; het gevolg was dat ze depressief werden. Ze wisten niet meer wat ze met zichzelf aanmoesten, want ze hadden altijd geleefd op hun eigen activiteiten. In onze westerse cultuur komt dit veel voor”.

Trappen in het geestelijke leven
Hoe functioneren we als christen? In de eerste plaats is nodig dat we weten dat er fasen zijn in het christelijke geloof. We lezen in het Nieuwe Testament over zuigelingen die opwassen en toenemen. Johannes schrijft zijn eerste brief aan kinderen, aan jongelingen en vaders. Dat is een bijbels gegeven. Het leven van een christen blijft niet altijd op hetzelfde niveau. Maar ze beseffen niet dat dit een gevolg is van het feit dat ze ouder worden. Omdat ze niet meer dezelfde zijn als vroeger, denken velen dat ze helemaal op het verkeerde spoor zitten. We moeten echter goed beseffen dat er trappen zijn in het geestelijke leven. Alleen al deze wetenschap kan soms het hele probleem oplossen.

Ons leven in eeuwigheidslicht
O, zeggen we, altijd hetzelfde, week in, week uit. Als we zo over het leven denken, dan gaan we vertragen. “Als u denkt dat christen-zijn een saaie bezigheid is, dan beledigt u God. Voor velen betekent christen-zijn niet meer dan het vermijden van het kwaad dat anderen doen. Maar dan hebben we een moeilijk leven. Het leven van een christen is geen zware taak. Integendeel, alleen het christelijke leven is rechtvaardig en heilig; zuiver en goed. De beste raad is om op onze schreden terug te keren en stil te blijven staan bij de poort waardoor we binnengekomen zijn. Voelt u zich vermoeid, wordt alles teveel voor u? Bezie uw leven dan eens in het licht van de eeuwigheid”. Het leven op deze wereld is slechts een voorbereiding op de eeuwigheid. Als we ons leven in groter verband gaan bezien, namelijk in eeuwigheidslicht, dan wordt alles anders.

15. Discipline
Verachteren
Als de geloofswaarheden niet goed begrepen worden, dan gaat dit altijd gepaard aan een verachteren in het leven, zowel wat betreft de heiligmaking als wat het vruchten dragen voor anderen betreft. Je kunt niet zeggen dat ze geen christen zijn, maar in hun leven komt het nauwelijks tot uiting. Nee, ze zijn onvruchtbaar en ledig, er gaat niets van hen uit. En zelf voelen ze dat ook wel, hun leven komt niet tot ontplooiing; ze zijn depressief, ongelukkig en vol twijfel. Hoe kan men hiertoe geraken? Sommige christenen zijn zo geworden, maar hoe komt dat? Er is maar één oorzaak van al deze verschijnselen en dat is een gebrek aan discipline.

Verkeerd idee over het geloof
Ze hadden een verkeerd idee over het geloof. In 2 Petr. 1:5 staat: “En gij, tot hetzelve ook alle naarstigheid toebrengende, voegt bij uw geloof…”, en dan somt hij alle zaken op die bij het geloof gevoegd dienen te worden. Ze dachten dat zolang ze maar geloof hadden, alles vanzelf terecht kwam en dat het enige wat je als christen te doen hebt, is de waarheid te geloven. “Ik zou dit willen bestempelen als een magisch idee over het geloof”. Mensen die zo’n geloof hebben, beseffen niet dat het geloof aangevuld moet worden met deugd, kennis, matigheid, lijdzaamheid, godzaligheid, broederlijke liefde en liefde jegens allen. Voor hen bestaat er slechts één ding en dat is wachten op de Heere, en zolang je dat doet, hoef je verder niets te ondernemen. Mensen die deze gedachte hebben komen vroeg of laat in moeilijkheden.

Geen tijd meer
Een andere oorzaak van deze toestand is ongetwijfeld luiheid en een gebrek aan naarstigheid. We ervaren aan den lijve dat zodra het aankomt op dingen van eeuwigheidswaarde we niet meer dezelfde energie of ijver hebben als wanneer het gaat om ons werk of iets anders waar we belangstelling voor hebben. Het is een niet te ontkennen feit dat de meesten van ons een leven leiden zonder discipline. En het is waarschijnlijk nog nooit zo moeilijk geweest voor een christen om een gedisciplineerd leven te leiden als het in deze tijd is. Dat begint ‘s ochtends al met de krant en zo gaat het de gehele dag door. Er zijn nog een heleboel andere voorbeelden van te geven: radio, televisie (en nu ook internet, email, mobiele telefoon), vergaderingen en problemen hier en daar. Daarom krijgen we tegenwoordig bijna niets anders te horen dan: ik weet niet hoe het komt, maar aan bijbellezen en stille tijd kom ik niet toe.

Je uiterste best doen
“Het enige wat ik daarop te zeggen heb is dat dit komt door een gebrek aan discipline”. Als we tijd voor andere dingen hebben, dan moeten we ook tijd vrij kunnen maken om aandacht te besteden aan onze ziel. Dat is zuiver een kwestie van discipline. Alle naarstigheid toebrengende, zegt Petrus. Een andere vertaling zou kunnen zijn: doet uw uiterste best. Dat is de therapie die de apostel voorschrijft: discipline en naarstigheid. Het is zeer aan te raden om de levensbeschrijvingen te lezen van Gods kinderen die een grote plaats hebben ingenomen in de geschiedenis van de kerk. Één van de meest opvallende dingen daarin is de discipline en de regelmaat die door hen betracht werd.

Eerst de Bijbel, dan de krant
Het gevaar in orthodoxe kringen is dat we zo bang zijn om te veel waarde te hechten aan de werken, dat we er te weinig aandacht aan schenken. Er wordt soms gezegd: o, als ik die blijdschap toch eens kende, ik zou er de gehele wereld voor over hebben, om die deelachtig te worden. Maar te vrezen is dat men er nog nooit waarlijk naar gezocht heeft. Als we werkelijk geloven dat de Bijbel belangrijker is dan de krant, dan moeten we dat ook in de praktijk brengen en moeten we eerst de Bijbel ter hand nemen voordat we de krant pakken.

Toevoegen bij je geloof
Veel mensen zijn ongelukkig en neerslachtig alleen vanwege het feit dat ze geen baas zijn over hun eigen leven. We moeten daar zelf wat aan gaan doen. We moeten ons geloof aanvullen: “Voegt bij uw geloof…” Het Griekse woord dat hier gebruikt wordt, heeft te maken met de opvoering van een toneelstuk. Het slaat op het toevoegen van een koor of orkest aan een toneelstuk, zodat het één geheel wordt. Door dat te doen wordt de voorstelling volmaakt. Dat betekent het woord ‘toevoegen’. Men legt er zodoende de laatste hand aan.

Opgaan in sport
Voegt bij uw geloof deugd. Hiermee wordt energie, kracht bedoeld. U moet zich vermannen, zegt de apostel. Als we een christen gaan vergelijken met iemand die belangstelling heeft voor sport en spel en alles wat daarmee te maken heeft, dan valt meteen het verschil op. Laatstgenoemde leeft helemaal voor de sport, hij is daar helemaal vol van; al zijn energie stopt hij erin. En kijk dan eens naar een christen, wat is die dan traag en ongeïnteresseerd. We zeggen dat we christen zijn, maar hebben we ooit deugd bij ons geloof gevoegd? We moeten ook kennis toevoegen aan ons geloof. Dat betekent: begrip, inzicht. Met geloven zijn we nog niet klaar. We zijn dan wel christen geworden, maar wat het christelijke leven inhoudt, dat moeten we nog leren. Het nauwgezet lezen van de Bijbel is daarvoor van wezenlijk belang. Zonder hard te werken leert men het vak nooit.

Beseffen wie we zijn
Het volgende dat genoemd wordt is matigheid of zelfbeheersing. Dit heeft betrekking op alle grote en kleine dingen in het leven. Zelfs het eten en drinken valt daar onder. Dan komt lijdzaamheid: een geduldig verdragen en door te gaan ook al worden we van alle kanten ontmoedigd. Vervolgens godzaligheid: we moeten ons uiterste best doen om onze verhouding met God goed te laten zijn. En tenslotte broederlijke liefde en liefde jegens allen. Petrus bedoelt te zeggen: beseft u wel wie u bent? U vindt mij misschien erg wettisch en dat ik u een moeilijke opdracht geef, maar weet u wel dat u de goddelijke natuur deelachtig bent geworden?

Roeping en verkiezing vastmaken
“Daarom, broeders, benaarstigt u te meer, om uw roeping en verkiezing vast te maken; want dat doende zult gij nimmermeer struikelen” (2 Petr. 1:10). Struikelen kan ons zo moedeloos maken. Als we struikelen, gaan we ons ongelukkig voelen, we raken depressief en we gaan aan alles twijfelen. Het beste is daarom om niet te struikelen. Dat doende, zult gij nimmermeer struikelen. Daar zijn we niet passief onder, we moeten ons daartoe benaarstigen.

16. Beproevingen
Tegelijk verheugd en bedroefd
Een christen, zoals die in het Nieuwe Testament beschreven wordt, schijnt altijd door deze twee polen gekenmerkt te worden; hij is tegelijk verheugd en bedroefd. Sommigen hebben een oppervlakkig idee over wat het betekent christen te zijn en danken dat als men eenmaal christen geworden is, alle problemen van de baan zijn. Dit soort leven zonder problemen beleven de sekten en het wordt ook beloofd door de moderne psychologie. Maar de Schrift is eerlijk en daar moeten we dankbaar voor zijn.

Juiste balans
Bedroefd zijn betekent dat iets ons pijn doet, dat we zorgen hebben. Het betekent niet alleen maar dat we bepaalde dingen ondergaan, maar ook dat dit ondergaan ons pijn doet. Maar Petrus zegt dat voor deze mensen geldt, dat ze verheugd zijn en tegelijkertijd bedroefd (1 Petr. 1:6-7). Het verbazingwekkende van een christen is dat hij deze uitersten tegelijk ervaart; het paradoxale leven van een christen. Waar ligt dan de moeilijkheid? De moeilijkheid is daarin gelegen dat we de juiste balans niet houden en dat we geneigd zijn de bedroefdheid de boventoon te laten vieren en dat we ons hierdoor in de put laten brengen.

De wereld haat Christus en de christen
Een christen is niet ongevoelig voor alles wat er om hem heen gebeurt. Hij moet zich niet verheven gaan voelen boven natuurlijke gevoelens. Waarom is een christen bedroefd en verdrietig? Vanwege de menigerlei verzoekingen/beproevingen. Het Griekse woord voor menigerlei werd ook gebruikt om Gods genade mee te omschrijven. Het betekent ‘veelkleurig’. Een christen moet in deze wereld meemaken dat anderen kwalijk van hen spreken, louter en alleen omdat hij christen is. Omdat hij een nieuw mens is, omdat hij wedergeboren is, is hij gedoemd verkeerd begrepen te worden. Het is een onwrikbare wet in de Schrift dat allen die godzalig willen leven vervolgd zullen worden. Diep in haar hart haat de wereld Christus en ze haat de christen, omdat zij veroordeeld wordt door het heilige leven dat Hij leeft en dat zij leven. De wereldling houdt daar niet van, want hij wordt erdoor in zijn rust gestoord.

Zo het nodig is
Niets is moeilijker te verdragen dan door anderen verkeerd begrepen te worden. Wat kan het moeilijk zijn om als enige christen te zijn in een gezin. Petrus zegt dat we moeten begrijpen waarom we dit meemaken. “Soms denk ik wel eens dat de hele kunst om als christen te leven hierin bestaat dat men zichzelf vragen gaat stellen”. Wat we moeten doen, is ontdekken waarom deze dingen gebeuren, ontdekken wat er achter zit. En de apostel zegt daarom: “In welke gij u verheugd, nu een weinig tijds (zo het nodig is) bedroefd zijnde door menigerlei verzoekingen”. Zo het nodig is. Het heeft een bepaalde bedoeling. Dit alles gebeurt niet zomaar, toevallig. Dit is een wezenlijk verschil tussen een christen en een niet-christen: de eerstgenoemde weet zich in een bijzondere verhouding tot God en deze omstandigheden kent de niet-christen niet. Voor een christen geldt: mijn leven heeft een bepaald doel en plan.

Kostelijker dan goud
Die de Heere liefheeft, kastijdt Hij. Dat Hij ons als Zijn kinderen kastijdt is voor ons bestwil. Als we buiten Zijn gezin staan, hebben we hier geen weet van. Het is de bijbelse regel dat als God een speciale taak voor iemand heeft, Hij hem eerst op de proef stelt. God zendt ons soms, in Zijn barmhartigheid en liefde, kleine beproevingen om ons voor te bereiden op grote. Een ander belangrijk punt is het kostbare karakter van het geloof. “Opdat de beproeving uws geloofs, die veel kostelijker is dan van het goud, hetwelk vergaat en door het vuur beproefd wordt, bevonden worde te zijn tot lof en eer en heerlijkheid in de openbaring van Jezus Christus”. Goud is slechts tijdelijk, maar het geloof is eeuwigdurend.

Het vertrouwenselement
Ons geloof moet gezuiverd worden. Er zijn gradaties in het geloof. Wat wij aanvankelijk voor geloof hielden, blijkt later een mengsel te zijn van geloof en vlees. Naarmate we aan dit zuiveringsproces onderworpen worden, wordt dit duidelijker. Als er verdrukking of beproeving komt, schieten we tekort. Waarom? Opdat zou blijken dat het vertrouwenselement in ons geloof nog tot ontwikkeling moet komen. Door ons te beproeven wil God ons leren Hem steeds meer te vertrouwen.

Niet bij de pakken neerzitten
Maar het is slechts voor een tijd. Wanneer beproevingen komen en we bedroefd zijn, dan moeten we ook denken aan de dingen waarin we ons verheugen. Denk hierover na, en zeg dan: ja, deze dingen overkomen me, deze beproevingen moet ik meemaken. Maar ik ga niet bij de pakken neerzitten en klagen; nee, ik zeg: ik weet dat God goed is, dat Christus voor mij gestorven is, ik weet dat ik God toebehoor. Laten we ons daarom onderwerpen aan God, laten we er tevreden mee zijn om in Zijn handen te zijn en laten we tot Hem zeggen: geef ons wat U goeddunkt, wij willen alleen doen, wat U welbehaaglijk zij.

17. Kastijding
Heiligmaking bevorderen
Een zeer veel voorkomende oorzaak van geestelijke depressiviteit is dat men niet beseft dat God van verschillende methoden gebruik kan maken om onze heiligmaking te bewerken. Het gaat God niet in de eerste plaats om ons geluk, maar om onze heiligheid. Omdat we dit niet weten, struikelen we vaak. We zijn als kinderen die denken dat onze hemelse Vader boos is op ons. Het gevolg is neerslachtigheid. God bevordert soms de heiligmaking in Zijn kinderen door hen te kastijden.

Tegenslagen om wat te leren
In zekere zin zou hij zich dus het ongelukkigst moeten voelen die van dit alles in het geheel geen weet heeft. Als God met ons bezig is, dan moeten we niet boos worden, maar dan moeten we dankbaar zijn voor dit proces. Kastijden betekent het opleiden en opvoeden van een kind. Vaak wordt het met bestraffing verward. Kastijding is niet alleen correctie maar ook opvoeding. Het uiteindelijke doel is het opleiden van een kind zodat het volwassen kan worden. God maakt vaak gebruik van bepaalde tegenslagen om ons wat te leren.

Niet vanzelf
Er zijn dus bepaalde gevaren die ons in dit leven op aarde omringen en daar dienen we voor bewaard te worden; het gevaar van trotsheid, zelfgenoegzaamheid en zelfingenomenheid; het gevaar af te dwalen en de wereld gelijkvormig te worden, zonder het zelf te beseffen. Aan de andere kant zien we ook dat God ons kastijdt opdat de vruchten des Geestes meer tot wasdom zouden komen. Niets is bevorderlijker voor het aankweken van nederigheid dan gekastijd te worden. Als we denken dat heiligmaking zo ongeveer vanzelf plaatsvindt, terwijl wij geheel lijdelijk daaronder verkeren, dan hebben we niets begrepen van wat hij ons wil leren.

18. In Gods leerschool
Het ontbreken van gevoel
We leven in een tijd waarin de mensen bang zijn werkelijke gevoelens te hebben. Het leven is zeer sentimenteel, maar er is een levensgroot verschil tussen sentimentaliteit en werkelijk gevoel. Het leven wordt door een bepaalde hardheid gekenmerkt. We proberen altijd onze zenuwen te stalen en we denken dat het ouderwets is om gevoelens te hebben. Niets is zo gevaarlijk voor de ziel als het aankweken van deze onpersoonlijke houding ten opzichte van het leven, die tegenwoordig zoveel voorkomt. Dit is ook de reden dat veel mensen geen hechte band meer voelen met hun man of vrouw, of zelfs met hun eigen gezin.

Oefening in de gymzaal
Alleen zij zullen baat vinden in dit gedeelte: “…Die door dezelve geoefend zijn”. Alleen zij zullen baat vinden bij de behandeling, zegt Hebr. 12, zij die zich aan Gods behandeling onderwerpen. Als u het van u afschudt zal de behandeling u niet baten. Wij worden in een gymnasium geplaatst. Dit is een prachtige vergelijking. Men zegt dat de wortel van dit woord gymnasium een woord is dat betekent uitgekleed te worden. Dus het beeld dat hier gebruikt wordt is dat we naar een gymnasium (gymnastiekzaal) worden gebracht en dat we ons daar moeten uitkleden.

Luisteren naar de Instructeur
Waarom uitkleden? Om twee redenen. In de eerste plaats natuurlijk zodat we de oefeningen kunnen doen zonder gehinderd te worden door onze kleren. Laat ons afleggen alle last en de zonde, die ons lichtelijk omringt. Maar er is nog een andere reden. We gaan niet op ons eigen houtje naar het gymnasium om te oefenen. De Instructeur brengt ons daar en kijkt naar ons en slaat ons gade. Hij kijkt naar ons om te zien of onze lichamelijke gestalte wel uitgebalanceerd en symmetrisch is. De Grieken stelden daar groot belang in. De Instructeur kan zo zien of misschien een bepaalde spiergroep een kleine extra oefening nodig heeft of dat de houding gecorrigeerd dient te worden.

Trage handen en slappe knieën
“Daarom richt weder op de trage handen, en de slappe knieën; en maakt rechte paden voor uw voeten, opdat hetgeen kreupel is niet verdraaid worde, maar dat het veelmeer genezen worde”, zo gaat Hebr. 12 verder. Hier is het beeld van iemand die aan een gewrichtsziekte lijdt. De mens is ziekelijk, heeft kennelijk last van zijn gewrichten. Hierin zit dus een prachtig beeld van wat we fysiotherapie noemen. Alles wat we moeten doen is ons onderwerpen aan de Instructeur en precies doen wat Hij zegt.

Er beter van worden
Dit is de manier waarop een christen dient te reageren wanneer hem iets overkomt: wat is er met mij gebeurd? Waarom is dit? Ben ik op de één of andere wijze afgedwaald? Ps. 119 zegt dat het goed voor hem was om verdrukt te zijn geweest, want hij was er beter van geworden, hij dwaalde. Hebr. 12 moedigt ons aan om niet langer onze pijnlijke gewrichten te ontzien. Beweging is er op een gegeven ogenblik het beste voor. Maar als het pad niet glad en recht is, kan het zieke gewricht uit de kom schieten, dus daarom: “Maakt rechte paden voor uw voeten”.

Geen passieve houding
Wat betekent dit nu geestelijk? Het betekent dat we, wanneer we alles gedaan hebben, wat we tot dusverre besproken hebben, tegen onszelf zeggen: ja, ik ben afgedwaald en ik moet weer terug naar het rechte en smalle pad. Dus stellen we ons de weg van heiligmaking opnieuw voor, we komen terug op Gods heirbaan, we gaan opnieuw beseffen dat kastijding nodig is, we gaan bepaalde dingen nalaten, we maken een recht pad voor onze voeten. En als we weer op de weg van heiligmaking lopen, dan zullen we zien dat onze slappe knieën weer kracht krijgen en ons gehele lichaam weer nieuwe energie krijgt. Hebr. 12 vervolgt: “Jaagt de vrede na met allen, en de heiligmaking, zonder welke niemand de Heere zien zal”. Er staat niet “Volgt de vrede na”, nee we moeten het najagen. “Ik kan niet begrijpen hoe iemand die de Schriften lees, het idee kan krijgen en koesteren dat een passieve houding ten opzichte van de heiligmaking voldoende is”.

19. De vrede Gods
Weest in geen ding bezorgd
Omdat Paulus zo vurig verlangt dat de kerkleden zich voortdurend in de Heere zouden verblijden, staat hij stil bij bepaalde krachten en factoren die bij tijd en wijle de christenen beroven van die vreugde. In Fil. 4:6-7 zegt hij: “Weest in geen ding bezorgd maar laat uw begeerten in alles door bidden en smeken met dankzegging bekend worden bij God. En de vrede Gods, die alle verstand te boven gaat, zal uw harten en uw zinnen bewaren in Christus Jezus”. Hij neemt dus een andere factor onder de loupe, dat we ons laten beheersen door de omstandigheden.

Hart en zinnen
Bezorgd zijn betekent met zorgen bezet zijn, verontrust zijn, gespannen zijn, de neiging hebben om over dingen te piekeren. In de Bijbel wordt nergens geleerd dat we niet bezorgd mogen zijn in die zin dat we geen bepaalde voorzieningen mogen treffen of dat we ons gezonde verstand niet zouden mogen gebruiken. Luiheid wordt nergens aangemoedigd in de Bijbel. Paulus zegt dat ziekelijke bezorgdheid en tobberij te wijten is aan de werkzaamheid van ons hart en van de zinnen. Dit is een diepzinnige psychologische raad, en het is van groot belang deze vast te houden. Eigenlijk zegt Paulus hier dat we veel dingen in en buiten ons leven onder controle kunnen houden, maar onze harten en zinnen niet. Deze overbezorgdheid valt in zekere zin buiten uw controle, het gaat om iets, dat u overkomt ondanks u zelf en zonder dat u het wilt.

Slachtoffer van eigen gedachten
Het hart is niet alleen de plaats waar onze emoties hun centrum hebben maar ons hele innerlijk, de kern van iemands persoonlijkheid. Zinnen zouden we ook met gedachten kunnen vertalen. Zo gaat het zo vaak. Ons hart en onze zinnen voeren het bewind; we worden het slachtoffer van onze eigen gedachten. Paulus zegt dan ook niet dat de christenen maar op moeten houden met tobben; dat is juist wat ze niet kunnen. Konden ze dat maar, dan was het hele probleem opgelost. De Bijbel zegt daarom hier ook niet: wees maar niet bezorgd, het komt wel goed. Dat zegt de psychologie wel heden ten dage en veel mensen denken dat het werkt.

Geen psychologie
Psychologie is één van de grootste gevaren voor het christelijke geloof, vooral omdat ze zo listig werkt. Soms denken mensen dat ze ondersteund worden in hun moeilijkheden door het christelijke geloof, terwijl ze in feite alleen maar op de been worden gehouden door één of ander psychologisch mechanisme. In een echte crisissituatie vallen ze door de mand, omdat dit psychologische steuntje het dan af laat weten. Laat uw begeerten bekend worden bij God. Dat is het antwoord. En we dienen met dankzegging tot Hem te naderen. Er mag in ons hart geen twijfel bestaan aangaande Gods goedheid.

Boven de omstandigheden
Laat al uw begeerten bekend worden bij God, al de zaken die u bezighouden. En wat dan? Dan zal God ze allemaal oplossen? Maar dat zegt Paulus niet. Hij noemt ze niet eens meer, hij zegt er verder niets over. “Dit is voor mij één van de meest opwindende dingen in het leven als christen. Het heerlijke van het Evangelie is dat het zich bezighoudt met ons en niet met onze omstandigheden. De uiteindelijke overwinning van het Evangelie blijkt daaruit dat we boven de omstandigheden komen te staan”.

20. Ik heb geleerd vergenoegd te zijn
Onafhankelijk van de omstandigheden
“Ik heb geleerd vergenoegd te zijn in hetgeen ik ben” (Fil. 4:11). Paulus wil zich als een heer gedragen. Een groot dogma behandelt hij soms in één of twee verzen, maar als het erom gaat de Filippenzen te bedanken voor hun vriendelijkheid en hun gaven, dan heeft hij daar tien verzen voor nodig. In alles wat iemand doet, wordt het duidelijk of hij christen is of niet. De apostel wil hier laten zien hoeveel hij zijn vrienden verschuldigd is, maar tegelijk dat hij de Heere nog meer verschuldigd is. Hij is vergenoegd, zegt hij. Dat wil zeggen: onafhankelijk zijn van de omstandigheden, in zichzelf genoeg hebben. Dus er staat: ik heb geleerd in wat voor omstandigheden ik ook verkeer, genoeg te hebben in mezelf.

Godzaligheid met vergenoeging
De godzaligheid is een groot gewin met vergenoeging, zo zegt Paulus tegen de jonge Timotheüs (1 Tim. 6:6). Het eerste wat we moeten leren is om onafhankelijk te zijn van de omstandigheden. Godzaligheid met vergenoeging. Dit gevoel van onafhankelijkheid, van vergenoegd te zijn van de dingen die ons overkomen, dienen we ons allemaal eigen te maken. De bijbelse leer is niet dat we onverschillig moeten zijn onder de uitwendige omstandigheden. De apostel zegt dat de omstandigheden ons niet mogen overheersen, ze mogen niet de baas over ons zijn. Onze blijdschap of droefheid moet daar niet van afhangen.

Als we alleen zijn
We kunnen teveel op iets gaan steunen, zelfs op christelijke bijeenkomsten en een christelijke omgeving. Mensen die erg betrokken waren bij de kerk en steunden op een gevoel van saamhorigheid en vervolgens gaan verhuizen, willen nog wel eens van de kerk afhaken. Iemand heeft eens heel juist opgemerkt dat godsdienst is wat men met zijn eigen eenzaamheid doet. Wij zijn in ons diepste wezen zoals we zijn als we alleen zijn. “Het is voor mij in zekere zin gemakkelijker vanuit een preekstoel te preken dan alleen in mijn studeerkamer te zitten”. En het is voor de meeste mensen waarschijnlijk makkelijker om de nabijheid van de Heere te ervaren als ze samen met andere christenen zijn dan wanneer ze alleen zijn. “Ik heb geleerd”, zegt Paulus. Hij was niet altijd zo geweest.

Redenatie
Paulus had geleerd vergenoegd te zijn door logisch te redeneren. Hij zal als volgt geredeneerd hebben:
1. De omstandigheden veranderen altijd, daarom mag ik nooit afhankelijk zijn van die omstandigheden.
2. Belangrijker dan wat dan ook in deze wereld is de vraag hoe het staat met mijn ziel en mijn persoonlijke verhouding tot God.
3. God zorgt als een Vader voor mij en buiten Zijn wil om geschiedt niets.
4. Gods wil en weg zijn grote verborgenheden, maar ik weet één ding en dat is dat Hij alles ten goede voor mij beschikt of keert.
5. In alles wat er in dit leven gebeurt, treedt iets van Gods liefde en goedheid aan de dag. Het is zaak daarop te letten en voorbereid te zijn op verrassingen en zegeningen, want Zijn wegen zijn anders dan de onze.
6. Uitwendige omstandigheden en gebeurtenissen staan nooit op zichzelf, maar hebben altijd de bevordering van mijn heiligmaking tot doel.
7. Hoe de omstandigheden ook op dit moment zijn, ze gaan voorbij en ze kunnen niets afdoen aan de vreugde en heerlijkheid die mij te wachten staat.

21. Ik vermag alle dingen
Grootspraak?
“En ik ben grotelijks verblijd geweest in de Heere, dat gij nu eenmaal verwakkerd zijt om aan mij te gedenken; waaraan gij ook gedacht hebt, maar gij hebt de gelegenheid niet gehad. Niet dat ik dit zeg vanwege gebrek; want ik heb geleerd vergenoegd te zijn in hetgeen ik ben. En ik weet vernederd te worden, ik weet ook overvloed te hebben; alleszins en in alles ben ik onderwezen, beide verzadigd te zijn en honger te lijden, beide overvloed te hebben en gebrek te lijden. Ik vermag alle dingen door Christus, Die mij kracht geeft” (Fil. 4:10-13). Dit gedeelte uit het postscriptum van deze brief mogen we beslist niet ongelezen laten. Ik vermag alle dingen: is dit grootspraak?

Een dynamo
Paulus is niet de één of ander oosterse mysticus geworden, zoals de Indische Fakirs, die zo’n geestelijke kracht ontwikkeld hebben dat ze hun lichaam volledig kunnen beheersen. Stoïcisme is ten diepste pessimisme. Het komt erop neer dat onze wereld hopeloos is, dat er niets goed aan is en dat het daarom de enige strategie is om dit leven zo goed mogelijk door te kunnen komen met zo min mogelijk kleerscheuren. Het leven van een christen is een kracht, een activiteit. Steeds weer hebben we de neiging om dit te vergeten en beschouwen we het christelijke geloof als een wereld- of levensbeschouwing. De kracht van Christus is als een dynamo waar alle energie en kracht uit voortkomt. Hierin vermag ik alles, zegt Paulus.

Met z’n tweeën
We moeten de juiste verhouding tussen het ‘ik’ en de ‘Hem’ niet uit het oog verliezen. De oosterse godsdiensten benadrukken het ‘ik’ teveel. Deze leer is slechts toegankelijk voor mensen met een sterke wilskracht en die bovendien voldoende tijd hebben om die wilskracht te versterken. Ik vermag alle dingen door Christus, Die mij kracht geeft. We zijn met z’n tweeën; ik ben niet alleen, Christus is niet alleen, maar ik en Christus, Christus en mij, we zijn met z’n tweeën.

Basisregels
Militairen hebben een strategie die ze de strategie van de indirecte benadering noemen. Dit houdt in dat men niet rechtstreeks op zijn doel afgaat. Zo zijn er een heleboel mensen die hun leven lang zoeken naar gezondheid, maar de basisregels vergeten: ze eten teveel of doen te weinig aan lichaamsbeweging. Gezondheid is het resultaat van een goede levenswijze; te koop is zij niet. Menig dominee zucht: o, mocht ik eens kracht ontvangen bij de woordverkondiging. Dat is wel goed, maar daar mag het niet bij blijven. Hij zal pas kracht ontvangen als hij de preek zorgvuldig voorbereidt; hij moet het Woord van God bestuderen, het ontleden, erover mediteren, hij moet er zijn uiterste best voor doen. En dan heeft hij de meeste zegen te verwachten op de verkondiging.

In Christus blijven
Willen we de kracht van Christus ontvangen in ons leven, dan moeten we naast het gebed bepaalde basisregels in acht nemen. Dat houdt in dat we tijd met Hem doorbrengen, dingen die schadelijk zijn mijden. Anders zal ons bidden tevergeefs zijn. Velen denken dat in Christus blijven een passief iets is, maar het betekent: doen wat Hij zegt en bidden zonder ophouden. In Christus blijven is een geweldige activiteit.

Geestelijke bloedtransfusie
En, zegt de apostel, als u dat doet, dan zal de God des vredes met u zijn; dan zal Hij u Zijn kracht toedienen. Het is een soort geestelijke bloedtransfusie bij een patiënt die veel bloed is kwijtgeraakt is slap en snakt naar adem. Dat is dus het recept. We moeten in ons gebed niet tot het uiterste worstelen om die kracht. We moeten als christen leven. We moeten bidden en mediteren; we moeten tijd met Hem doorbrengen en we moeten Hem eerbiedig vragen Zich aan ons te openbaren. En de rest moeten we aan Hem overlaten.

Gepubliceerd in november 2008