Gereformeerden overzee

n.a.v. Agnes Amelink, Gereformeerden overzee. Protestants-christelijke landverhuizers in Noord-Amerika, Amsterdam 2006

Korte terugblik: vòòr de Tweede Wereldoorlog
Emigratie 19e eeuw
Het aantal afgescheidenen in Nederland steeg voortdurend: in 1849 telde de afgescheiden kerk al 40.000 leden, in 1869 al 100.000. In 1849 vertegenwoordigden de afgescheidenen niet meer dan 1 procent van de Nederlandse bevolking, terwijl ze liefst 65 procent van het totale aantal emigranten naar de VS uitmaakten. Tussen 1846 en 1849 vestigden zich 5650 afgescheidenen in de VS. Halverwege de 19e eeuw zakte de emigratie weer in tot omstreeks 1880: een nieuwe landbouwcrisis deed miljoenen uit West-Europa de oversteek naar Amerika maken, onder wie tienduizenden Nederlanders.

A.C. van Raalte en H.P. Scholte
A.C. van Raalte heeft altijd de Afscheiding betreurd en bleef eenheid zoeken met de rechtzinnigen in de Ned.Herv.Kerk. In Amerika was hij een bevlogen projectontwikkelaar. Wat de kerk betreft hoefde Van Raalte niet bij het nulpunt te beginnen: hij sloot zich aan bij de al vanaf de 17e eeuw bestaande Nederlandse kerk aan de Oostkust. Deze Dutch Reformed Church stond de emigranten met raad en daad bij. In Michigan ligt de bakermat van de gereformeerde kerken in Noord-Amerika. H.P. Scholte’s emigratie is van veel minder betekenis geweest dan die van Van Raalte. Hij had zich in Nederland grondig voorbereid op de mogelijkheden in Amerika. Hij was een echte ondernemer, maar ook een eenling en ‘onbesuisd’. Hij sloot zich niet aan bij een kerk en kwam in een isolement terecht.

Vrijmetselarijkwestie
Aanvankelijk leek de True Dutch Reformed Church (1857, later genoemd de Christian Reformed Church) geen lang leven beschoren te zijn. Maar het tij keerde toen rond 1880 een groot conflict de RCA deed scheuren. Het voornaamste punt was de amerikanisering van de kerk aan de oostkust (in 1867 ontdeed men zich van de aanduiding ‘Dutch’). Vrijmetselarij werd geaccepteerd, hetgeen voor veel emigranten onaanvaardbaar was. (‘…Naar mijn oordeel is vrijmetselarij een gruwelijke duivelsche afgodische vereeniging. (…) Jezus zeide: in het verborgene heb ik niets gesproken.’) Vanaf deze scheuring adviseerden de afgescheiden kerken in Nederland de nieuwe emigranten te kiezen voor de CRC. Zo groeide de CRC van 12.000 leden in 1880 naar 47.000 in 1900. Hoewel Van Raalte tegen vrijmetslarij was, dreef hij deze zaak niet op de spits. Van Raalte’s kerk in Holland, Michigan sloot zich in 1880 aan bij de CRC (toen leefde Van Raalte niet meer).

De CRC
In 1895 was de CRC voor het eerst groter dan de Westelijke vleugel van de RCA: 47.000 tegenover 46.000 leden. In vrijwel alle Nederlandse plaatsen in het Midden-Westen verrees een CRC-kerk. De eerste generatie CRC’ers meenden dat de trouw aan de leer alleen gegarandeerd was als ze vasthielden aan de eigen taal. Een bezorgde ouderling zei eens aan het begin van de 20e eeuw: ‘Als er in het Engels wordt gepreekt, staat de duivel op de kansel.’ (Van deze gedachte is bij de naoorlogse immigratiegolf geen spoor meer te bekennen.) In Chicago werden in de jaren 1920/30 nog volop kerkdiensten in het Nederlands gehouden. Het neocalvinisme van Abraham Kuyper kreeg niet de overhand in de CRC. Tot diep in de 20e eeuw bleef de CRC een kerk met een piëtistische, wereldmijdende inslag. Naar het voorbeeld van Kuypers Vrije Universiteit werd de theologische school in Grand Rapids in 1894 verbreed tot een college waar ook studenten terecht konden die geen dominee wilden worden. Kuypers leerstuk van de gemene gratie was omstreden. Dit resulteerde in 1924 in de afzetting van Herman Hoeksema, een fel bestrijder van de gemene gratie, uit de CRC. De toen ontstane Protestant Reformed Church bestaat nog altijd en telt zo’n 6.000 leden.

Eigen identiteit
Vanuit hun eigen piëtistische levensovertuiging beschouwden de gereformeerden de Amerikaanse mentaliteit als oppervlakkig, individualistisch en altijd bezig met de materialistische vraag ‘Wat levert het op?’ Men was remonstrants of methodistisch. Dat waren scheldwoorden. De Amerikaanse gereformeerden bewaakten de scheidslijnen tussen kerk en wereld door strak de hand te houden aan de eigen zeden en gewoontes: Trouwen in eigen kring, strikte zondagsheiliging, niet dansen, niet kaarten, niet gokken, geen theater- en cafébezoek. De meesten schaarden zich van harte achter de beweging die in het begin van de 20e eeuw met succes ijverde voor de drooglegging, hoewel Kuypers visie was dat de staat zich niet met de persoonlijke levenssfeer moest bemoeien.

Eerste Wereldoorlog
Een belangrijk breekpunt was de Eerste Wereldoorlog. Een deel van de gereformeerden, grofweg samengevat als de RCA en het piëtistische, afgescheiden deel van de CRC, kozen de patriottische kant. De nieuwere (kuyperiaanse!) immigranten met hun sterkt nadruk op ‘antithese’ stelden kritische vragen en wilden de oorlog zeker niet sanctioneren door vlaggen in hun kerken toe te laten. Aanhangers hiervan werden gevonden in de staf van Calvin College. Niet iedereen was het daar mee eens: ‘De professoren die hierin vooropgaan moeten tegen de muur worden gezet. Er is voor hen geen plaats in dit land van de vrijheid.’ Één van de eisen was dat Nederlandstalige preken tevoren vertaald en ter goedkeuring moesten voorgelegd worden aan de gouverneur! De synode van de CRC in 1918 gaf blijk van steun aan de regering: de vergaderzaal was behangen met Amerikaanse vlaggen en er werd een telegram verzonden naar president Wilson. Het uitgangspunt van de CRC was dat het beste van het Nederlandse erfgoed gecombineerd moest worden met het beste van Amerika, om een eigentijds superieur Amerikaans calvinisme te krijgen.

Reis en aankomst
Het emigratievirus
Het was een virus, een hype. Familie, collega’s, iedereen had het erover. De eerste tien jaar na de oorlog vertrok 5 procent van alle Nederlanders. Canada en Australië, maar ook Nieuw-Zeeland, Zuid-Afrika en de Verenigde Staten, waren de voornaamste bestemmingen. Hieronder was een onevenredig groot deel gereformeerden. De Nederlandse immigranten werden beschouwd als ideale nieuwkomers, die goed pasten bij de dominante protestantse en Anglicaanse cultuur. De emigratiegolf van midden 20e eeuw is niet los te zien van de ontreddering na de Tweede Wereldoorlog. Nederland raakte haar kolonie Indië kwijt, er was een reële kans voor een nieuw conflict. Historicus Puchinger schreef zelfs dat het goed was dat er aan de andere kant van de oceaan gereformeerden zaten zodat de Nederlanders daarheen konden vluchten als er een kernoorlog zou komen. Bureaucratie en belastingdruk was ook een reden om te emigreren: ‘…het stuit mij altijd opnieuw ontzettend tegen de borst om als een hondje aan het touwtje van Den Haag te lopen. (…) Het invullen van formulieren, staten, bonnen plakken. (…)’

Boer en gezond
Canada had vooral behoefte aan boeren en wilde dus weten wat de ervaring van de immigranten daarin was. Ook al beperkte hun boerenervaring zich tot het bijhouden van de eigen voortuin, men wilde toch boer worden. Canada stelde eisen aan immigranten; zo moesten ze medisch gecontroleerd worden; Canada wilde geen mensen met mankementen. Daarom kon een gezin dat al helemaal voorbereid was op het laatste moment nog alles afblazen als één van de kinderen een hartruis had! Aanvankelijk lokt het emigratieavontuur vooral individuele jongeren: soldaten uit Indië, boerenzonen zonder uitzicht, maar ook voormalige verzetsmensen. Emigratie werd als afscheid voor het leven gezien. Familierelaties waren het vaakst de reden om te vertrekken. Ook was er een vader die wilde voorkomen dat zijn zonen zouden emigreerden en dus zelf met zijn gezin emigreerde.

Liefdesrelatie Canada en Nederland
De verhouding tussen Canada en Nederland was een soort liefdesrelatie. Canada had Nederland bevrijd (meer dan 1 miljoen Canadezen dienden in de oorlog van wie er 42.000 omkwamen) en onderdak geboden aan prinses Juliana. Canadese soldaten trouwden met Nederlandse meisjes. Onmiddellijk na de oorlog vertrokken bijna 2000 Nederlandse oorlogsbruiden naar Canada, met ook nog eens ruim 400 kinderen. Niet zelden fungeerden zij als wegbereiders. In het groot gaven de Amerikanen de Marshallhulp aan Europa. In het klein stuurden voormalige Nederlanders hulp aan hun verwanten. Die stuurden pakketten met levensmiddelen en kleding.

Godsdienstige reden?
Een interessante vraag is of en in hoeverre er godsdienstige overwegingen meespelen in de besluitvorming om overzee te gaan. De historicus Ganzevoort zegt dat men pas achteraf naar rechtvaardiging van hun emigratiedaad gingen zoeken en dat rechtzinnige calvinisten het daarbij het makkelijkst hadden. Die konden naar boven wijzen. Sommigen zagen emigratie als zending: ‘Dat is een schone taak. Nederland is een land dat door God in geestelijk opzicht rijk is gezegend. (…) Deze rijkdom die God geeft, legt verplichtingen op, ook tegenover andere landen en volken.’

De reis
Het huisraad kon gedeeltelijk mee; het werd in een (zelfgemaakte) kist geladen, die later voor andere doeleinden werd gebruikt, soms als schuurtje. Het afscheid in de haven was voor velen de ingrijpendste episode van hun leven. Zodra het schip los was van de kade, klonk uit de luidsprekers het Wilhelmus. Dit tafereel herhaalde zich als een paar uur later de kustlijn van Nederland langzaam uit het zicht verdween. Aan boord was het niet prettig; zeeziekte was een ramp. Huilende baby’s en zieke kleuters en moeders die zelfs te beroerd waren om hun kinderen te verschonen en te troosten. ‘…We moesten rennen naar de reling, waar we onze hersens eruit braakten – zo ziek, dat we zelfs niet meer konden bidden.’ Wie geen last van zeeziekte had kon behoorlijk genieten van de reis. Een goed advies luidde: ‘Stel je niet te veel voor van de boottocht. Neem vooral een goeie dosis doorzettingsvermogen mee. Een plezierreis is het nu eenmaal niet.’ Eenmaal aangekomen, wachtten vertegenwoordigers van de Christian Reformed Church ‘hun’ mensen op om hen welkom te heten en wegwijs te maken. Als men naar de provincie Alberta ging, moest men nog een dag lang in de trein zitten.

Kerkdiensten aan boord
Geestelijken aan boord waren heel normaal. Zij verzorgden op zondag de kerkdiensten (‘…Het verrassende van zulk een dienst is dat er psalmen worden gezongen zonder boek en toch weer zo dat je voelde: dit is geen onbekend gezang voor de meesten’), spraken ’s morgens een stichtelijk woord dat via een omroepinstallatie op de heel boot te horen was en ze leidden dagelijks goed bezochte dagsluitingen. Ook werd er een koor geformeerd die liederen zong voor zieke reizigers.

Canada of de VS
In de 19e eeuw zijn er 128.000 Nederlanders naar Amerika geëmigreerd. De belangstelling van de Nederlanders ging vooral uit naar de Verenigde Staten. Canada kwam pas in beeld toen de geschikte landerijen in de meest westelijke Amerikaanse staten vergeven waren. Velen zagen emigratie naar Canada vooral als een mogelijkheid om alsnog in de VS terecht te komen, waar de levensstandaard hoger lag. Sinds 1872 konden immigranten in Canada gratis een stuk land krijgen, op voorwaarde dat ze het in cultuur zouden brengen en er een onderkomen op zouden bouwen (de Free Land Homestead Act). De spoorwegmaatschappijen speelden een belangrijke rol bij de rekrutering van nieuwe inwoners voor de onontgonnen gebieden.

Christelijke Emigratie Centrale
Bij de emigratie van gereformeerden uit Nederland heeft de Christelijke (lees: Gereformeerde) Emigratie Centrale een nauwelijks te overschatten rol gespeeld. Zij probeerden de aspirant-emigranten te beschermen tegen de praktijken van foute bemiddelaars. Geheel conform Abraham Kuyper zagen gereformeerden de emigratie in het kader van de cultuuropdracht die de christen in de wereld heeft. Ook kon zo de gereformeerde kerk in de wereld versterkt worden. Als men voet aan wal zette, werden de gereformeerde immigranten verwelkomd door de fieldman, een veldwerker in dienst van de Immigratiecommissie van de CRC. Men kwam zo in veilige handen. Ook wachtte vaak een dominee de nieuwe immigranten op; wat een ideale situatie voor zo’n immigrant! De opbouw van het kerkelijk leven, dat was voor velen het belangrijkste. De kerk was hun leven.

Meteen handen uit de mouwen
Een paar dagen wennen was er overigens niet bij; daags na aankomst worden de kinderen naar school gestuurd en beginnen vader en oudere kinderen bij de boer. Het was heel gewoon dat grote gezinnen er ook nog kostgangers bij namen; die droegen zo nog een kleinigheid bij aan het gezinsinkomen. ‘De eerste zomer herinner ik me als uit een idylle. Waar we woonden was fruit in overvloed. Mandenvol perziken, pruimen, appels, kersen, druiven. Echt het land van melk en honing. Kikkers vangen, met z’n allen achter in een pick-uptruck naar de Niagarawatervallen. En dat vanuit de ruïne van Rotterdam Delfshavan.’ Met de aankomst van de eigen spullen heeft de emigratie iets definitiefs gekregen. De aanblik van het vertrouwde interieur in de nieuwe omgeving versterkte het besef dat er geen weg terug was.

Verandering op allerlei gebied
De Nederlanders werkten niet op zondag. Veel van hun bazen konden niet begrijpen dat hele gezinnen op zondagmorgen in hun nette kleren in de huiskamer zitten. Als de boer in de buurt van de huizen komt, hoorde hij psalmen zingen. Rare jongens, die Hollanders. De overschakeling voor de boeren was toch wel groot. Ze waren gewend diep te spitten in de Hollandse klei, maar dat moesten ze afleren op de droge vlakten, waar je zuinig moet zijn op het schaarse vocht in de grond. Nederlandse boeren ergerden zich over de nonchalante manier waarop de Canadezen hun landbouwgereedschap rustig buiten lieten roesten, de verveloze schuren en de rommel.

Eerste doel: een auto
De begintijd was zwaar. ‘Die niet werkt zal ook niet eten’. De meeste Hollanders slagen erin om door hard werken snel aan de betrekkelijke misère van de begintijd te ontkomen. Vrijwel zonder uitzondering is het eerste doel dat ze zich stellen een auto. Het was voor de Nederlandse immigrant raar te zien dat in Canada iedereen een auto had. In Nederland was dat nog een luxe voor de kleine bovenlaag, maar in Noord-Amerika, met z’n enorme afstanden, kun je niet zonder. Allemaal hebben ze zich onderweg in de trein vergaapt aan de volle parkeerterreinen.

Overige
– ‘Als meisje droegen wij in Nederland altijd strikken in ons haar. Die hebben we zodra we op zee waren overboord gegooid.’
– De kinderen kregen nieuwe namen: Marietje werd Mary, Jansje werd Jane en Albi werd Alyce.
– Een eerste indruk van een Canadese boerderij: ‘Overal kleine houten huisjes, met een heleboel kleine hokjes erbij gebouwd. Gewoonlijk maar zoo slordig neergezet.’
– Sommige immigranten stuurden foto’s naar huis, waarop ze gefotografeerd stonden tussen – naar later bleek – andermans vee.
– Emigratie werd niet van overheidswege afgeremd, zoals in andere Europese landen.
– De Nederlandse bisschoppen raadden emigratie af; hun schaapjes zouden daar in den vreemde namelijk niet kunnen biechten en dus geen communie ontvangen.
– Vanwege de zeer beperkte mogelijkheid om geld uit te voeren adviseerde men zo veel mogelijk spullen mee te nemen. Sommigen smokkelden biljetten mee door ze in de schoenen te verstoppen of in de blaasgalg van een harmonium.
– In Canada werden de emigranten aangeraden niet te roken in de buurt van een kerk; dit werd namelijk beschouwd als oneerbiedig; iemand die dit deed maakte geen ernst met zijn godsdienst. Zo waren er nog tal van gewoonten die aan- of afgeleerd moesten worden.
– In Canada was het niet vreemd als vrouwen en meisjes die meehielpen op de boerderij in overalls lopen.
– ‘Als men denkt in luilekkerland aan te komen, ben je hopeloos mis.’
– In het begin was de enige onderbreking op het harde werken de zondag(se kerkgang).
– De meeste immigranten begrepen van het Engels helemaal niets. Moeilijk voor te stellen voor mensen van de 21e eeuw, die in de media het Engels overvloedig tegenkomt.
– Na kerktijd werden de nieuwtjes uitgewisseld. De kerkgang was het hoogtepunt van de week; ze zaten allemaal in hetzelfde schuitje en konden hier op verhaal komen. Ook de kinderen, die in grote getale aanwezig waren, voelden zich in de kerk thuis onder hun landgenoten.
– Minne werd Michael. Echter, toen hij theologie ging studeren gaf een professor hem de naam Marvin, want een mens mag niet naar een engel heten, zo vond hij.

De immigrantenvrouw
De vrouw als homemaker
Het woord dat in Noord-Amerika in de jaren 1950 nog vaak gebruikt werd voor huisvrouw was homemaker. Dit komt van homemaking, wat zoveel betekent als ‘huiselijkheid scheppen’ of ‘het gezellig maken’. Het terrein van de vrouw was binnenshuis. Daar zat ze, ver weg van alles wat verwant en vertrouwd was. Juist deze vrouwen hadden de sleutel voor een geslaagd emigratieavontuur in handen. Heimwee was een veelvoorkomend probleem. Van de eindeloze heuvels en de lange rechte wegen werden ze gek. Het is een terugkerende verzuchting: ‘Vraag niet hoe moeilijk vooral mijn moeder het heeft gehad.’ Ze waren meer dan hun man en kinderen vreemdelingen in een vreemd land. Hoezeer de emigratie voor hun kinderen later ook een zegening is gebleken, zij hebben hun leven opgeofferd in de hoop op een beter leven voor komende generaties.

Positie vrouwen
De beweging voor gelijkberechting van vrouwen begin 20e eeuw vond weinig weerklank bij Nederlandse vrouwen in het Amerikaanse Midden-Westen. Een uitzondering was ds. Joh. Groen. ‘Het huisgezin! Wonderbaarlijke schepping Gods!’ Hij had geen bezwaar tegen het meebeslissen van de vrouwen over de inrichting van het gezinsleven. Alleenstaande vrouwen waren volgens hem gelijk aan mannen. Abraham Kuyper noemde de positie van de vrouw een ‘erepositie’. Als het in de gezinnen goed ging, zou dat de vitaliteit van de hele samenleving ten goede komen. Nederlanders verbaasden zich over de slonzige manier waarop de Canadese vrouwen hun huishouden deden. De gereformeerde vrouwen dragen ’s zondags kleren in gedekte kleuren. Hierdoor zijn ze goed herkenbaar als groep. Vrouwen dragen op de boerderij net als mannen overalls, en ook elders hebben vrouwen vaker een broek aan dan in de jaren 1940/50 in Holland gewoon is. Ook was het opmerkelijk dat vrouwen volwaardig deelnamen aan vergaderingen. ‘Als man kun je in Holland op een vergadering het spiedend oog van de vrouw nog wel eens ontvluchten, maar hier in Canada gaat dat niet.’

Tekort aan vrouwen
Een van de problemen waarmee de immigrantengemeenschap de eerste jaren te maken heeft is een tekort aan huwbare meisjes. Oudere ongetrouwde vrouwen waren in de Nieuwe Wereld van de 19e eeuw een betrekkelijk zeldzaam verschijnsel. De schaarste leidde tot een levendig internationale huwelijksmarkt. De Christelijke Emigratie Centrale riep meisjes in de huwbare leeftijd expliciet op om de Hollandse gelederen te gaan versterken.

Kerk en school
De kerk heeft prioriteit
De noodzaak van een eigen kerk staat voor ieder als een paal boven water. Eerst moest men nog wel eens kerken in een bioscoop (die ’s zondag toch niet open was) of een danszaal. Door de aanhoudende toestroom van immigranten werden er grote kerken gebouwd. In 1945 telde de CRC (Christian Reformed Church) in Canada niet meer dan 14 kleine gemeenten, met in totaal 2300 leden. Rond 1965 waren er al 170 gemeenten. Meer dan een kwart van de gereformeerde Noord-Amerikanen zat nu in Canada. Een kind over een nieuwgebouwde kerk: ‘Het is vlak achter ons. (…) Als ze zondags zingen kunnen wij het in de keuken horen als het raam open staat. Fijn hè!’

Predikanten moesten uit Nederland komen
Voor predikanten was het moeilijk; ze raakten verzeild in twisten tussen Friezen en Zeeuwen, Groningers en Hollanders, die elkaar over en weer nauwelijks vertrouwden en verschillend talen spraken die voor de ander onverstaanbaar waren. Er waren hervormden, christelijk gereformeerden, vrijgemaakten. Omdat er in Canada een tekort was, moesten uit Nederland predikanten komen.

Invloed van Abraham Kuyper
‘Our world belongs to God! Every square inch’, zo staat er op een school geschreven. Dit is de geest van Abraham Kuyper, die anno 2006 nog springlevend is. Kuyper had namelijk gezegd: ‘En geen duimbreed is er op heel het erf van ons menselijk leven, waarvan de Christus, die áller Souverein is, niet roept: “Mijn!”’ Het woord ‘kuyperiaan’ is bijna een synoniem voor ‘gereformeerde Canadezen’ geworden, ter onderscheiding van de ‘gereformeerde Amerikanen’. Die hebben als nazaten van de afgescheidenen de neiging zich vooral op het persoonlijk zielenheil te richten en zich voor de wereld af te sluiten. De naoorlogse immigranten waren er van overtuigd dat je vanuit het Evangelie gehouden bent je kritisch op te stellen tegenover de omringende cultuur.

Howard Evan Runner
Een bekende hoogeraar was Howard Evan Runner, leerling van de VU-filosofen Dooyeweerd en Vollenhoven: de radicaliteit van Kuypers wereldvisie raakt bij hem een gevoelige snaar. De christen is geroepen om zich op alle terreinen van het leven in te zetten via eigen christelijke organisaties. ‘Het hele leven is religie.’ Hij benadrukte dat de samenleving niet alleen dominees nodig heeft, maar ook bezielde leidslieden in andere disciplines. Of: ‘Ik ben geroepen om boer te zijn – daarmee doe ik net zo goed Gods werk.’ Om de Canadese samenleving te hervormen is actie in eigen christelijke instellingen geboden. Je kunt als christen niet meedoen in de Conservatieve Partij. Het was zijn overtuiging dat je alleen vanuit een geheel christelijke organisatie politiek kon bedrijven. De leerlingen van Runner kwamen al gauw terecht op sleutelposities in het gereformeerde leven van Canada. De Amerikaanse gereformeerden wantrouwden deze vrijgevochten Canadese neocalvinisten met hun zelfstandige, niet-kerkgebonden organisaties.

Christelijke scholen
Moesten er christelijke scholen komen of waren de bestaande scholen christelijk genoeg? President Ulysses S. Grant zei in 1876 over de staatsschool: ‘…Vrij van atheïstische, heidense of sektarische invloeden. Houd de kerk en de staat voor altijd gescheiden.’ Op de algemene scholen werden de bijbelse verhalen verteld en de dag werd altijd met gebed geopend. Tussen 1945 en 1965 groeide het aantal christelijke scholen in Canada van 2 tot 56; helemaal gefinancierd door de ouders. Anno 2006 overkoepelt de Christian Schools International 500 scholen met 105.000 leerlingen. In de Eerste Wereldoorlog werden de scholen van de Dutch nog wel eens verward met Deutch waardoor er soms openlijke vijandigheid was. In Grand Rapids, Michigan is het Calvin College. ‘Calvin’ is een begrip voor calvinistisch Noord-Amerika. Andere bekende colleges zijn: Hope College in Holland, Michigan, Trinity Christian College in Chicago, Illinois en Dordt College in Sioux Centre, Iowa. Canada kent: The King’s University College in Edmonton, Alberta en Redeemer University College in Ancaster, Ontario.

Vrijgemaakten
De gereformeerden die toen zo massaal warmliepen voor emigratie hadden net een ingrijpende kerkscheuring achter de rug. Rond 1950 waren bij de toen ontstane Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) 91.000 leden aangesloten, tegenover 670.000 ‘gewone’ gereformeerden. Sommigen van hen gingen onmiddellijk op in de CRC, dankbaar dat ze de perikelen in Nederland van zich af konden schudden, maar anderen voelden zich juist geroepen om de strijd om de waarheid ook in hun nieuwe vaderland voort te zetten. De CRC wilde zich niet duidelijk uitspreken over het conflict in de zusterkerken in Nederland. Toen professor Klaas Schilder in 1947 een bezoek bracht aan de VS, mocht hij niet in de CRC preken. De Canadian Reformed Church van Lethbridge-Coaldale was de eerste vrijgemaakte kerk in Canada: 16 april 1950. Vandaag telt de kerk zo’n 16.000 leden, verspreid over 50 gemeenten.

Christelijk gereformeerden
Ook kwamen er christelijk gereformeerden naar Canada. Wie is ingevoerd in de kwestie die christelijk gereformeerden en ‘gewone’ gereformeerden scheiden, zal ervan smullen; voor niet-ingewijden blijft het abracadabra. Wordt niet alleen gepredikt ‘uit genade zijt gij zalig geworden door het geloof’, maar ook ‘en dat niet uit u, het is Gods gave’? De Free Reformed Churches of North America ontstond en telt vandaag 18 kerken in Canada en 3 in Amerika; samen 4200 leden.

Materialisme
Kerken en scholen werden prestigeobjecten. Kerkleden doneerden tegen elkaar op om te laten zien wie het meest geslaagd was. Het materialisme was overweldigend, alles draaide om geld. Er was ondertussen heel wat welstand. Een belangrijke bijbeltekst was Maleachi 3:10.

‘Brengt al de tienden in het schathuis, opdat er spijze zij in Mijn huis; en beproeft Mij nu daarin, zegt de HEERE der heirscharen, of Ik u dan niet opendoen zal de vensteren des hemels, en u zegen afgieten, zodat er geen schuren genoeg wezen zullen.’

Overige
– De Nederlandse kerken hadden een intensief verenigingsleven, inclusief een voetbalclub.
– In 1954 werd de 100.000e Nederlandse emigrant in Canada verwelkomd.
– Meeste kans van slagen hadden de hoekige karakters die van aanpakken wisten.
– Kerkenraden werden bemand door mannen die in Nederland nooit tot dit ambt geroepen zouden worden.
– De vrijgemaakten in Canada hadden, net als in Nederland, hun eigen psalmberijming.
– Er waren in een gemeente twee ouderlingen die elkaar niet konden luchten of zien: De Vries en Prins. Toen de dominee een keer onwel werd en Prins hem naar buiten hielp, gaf De Vries een psalm op om te zingen: Vest op prinsen geen betrouwen.
– Het christelijk onderwijs is duur. De tijd is nu voorbij dat ouders zich van alles ontzegden om hun kinderen op christelijke scholen te kunnen doen. Gevolg is dat de christelijke scholen een elitaire aangelegenheid worden, en dat heeft gevolgen voor de kerk: wie zijn kinderen naar de openbare school doet, is minder in tel en kunnen soms zelfs niet in de kerkenraad komen.
– Er zijn tegenwoordig CRC’s van Koreanen, Vietnamezen en Indianen.
– In 1992 had de CRC nog 316.000 leden, tegenwoordig zijn het er 273.000.
– Met kerst moet nog steeds het ‘Ere zij God’ gezongen worden.
– Leesdiensten putten nog wel eens uit Menigerlei Genade, een bekende gereformeerde prekenserie uit Nederland.

De Engelse taal
Op het sterfbed toch nog Nederlands
Het is aandoenlijk om te bedenken dat de calvinistische pioniers die zulke grote plannen voor Canada hadden, hun vergezichten vaak ontvouwden in gebroken Engels. Slechts 50 procent kon zich bij aankomst enigszins verstaanbaar maken. ‘Leer de taal! Leer de taal! Leer de taal!’ Als een refrein komt het terug in de lectuur over emigratie: de noodzaak om zich te kunnen redden in het Engels. Velen konden een bepaald werk niet doen omdat ze de taal niet kenden. In 1911 vond er een memorabele doopdienst plaats. ‘Belooft u…’ zei de dominee. ‘Ja ik, in de taal des lands’ sprak vader Jan. Een ongehoorde actie op zo’n plechtig moment. Deze man wilde niets meer van het Nederlands weten. Alles moest in het Engels. Op zijn sterfbed echter zong hij opeens met duidelijke stem:

Een stroom van ongerechtigheden
Had d’ overhand op mij,
Maar ons weerspannig overtreden
Verzoent en zuivert Gij.

Anekdotes over het verkeerd gebruik van Engels
Hier volgen enkele anekdotes. Een man tegen de tandarts: ‘My wife has pain in her back’. Iemand vroeg: ‘How old are you?’ Waarop hij het antwoord krijgt: ‘I am dirty and my wife is dirty too.’ Een predikant wilde eens preken n.a.v. de bede ‘Geef ons heden ons dagelijks brood’. Hij wilde het gaan hebben over ‘Het brandende-broodvraagstuk’, door hem vertaald met Burning Bread Question. ‘Wat is dat?’ vroeg een collega, ‘Toast?’ Het volk Israël dat door de dessert trok in plaats van door de desert. Ontwijfelbaar is in het Engels indubitable. Een dominee struikelde hier vijf keer over ‘als een paard dat stond te hinniken.’ Op een keer begon een ouderling zijn gebed met ‘Us Himmelse Heit’ (Fries voor ‘onze hemelse Vader’). Hoewel hij zich meteen herstelde, werd hij onmiddellijk geroepen dat hij uit het ambt moest worden gezet. Niet alleen deze immigranten maakten fouten, ook premier De Geer die zijn Britse ambtsgenoot in 1940 begroette met ‘Goodbye, Mr. Churchill’.

Anekotes over het verkeerd gebruik van Nederlands
Toen het Engels eenmaal onder de knie was, sprak men verkeerd Néderlands: ‘Ik lijk te drijven voor de kerk en mijn vrouw achter de kerk’ (=Ik rijd liever naar de kerk en mijn vrouw rijdt terug). ‘Dat woord heeft twee meningen’ (=betekenissen). Een catechisant zei eens ‘Hè?’ tegen de dominee. Die werd heel kwaad en zei: ‘Ken je niet zeggen “Wat mot je”? Daarop zei de catechisant ‘Wat mot je’, niet wetend dat dit in het Nederlands beledigend was. ‘Eruit, eruit!’, blafte de dominee.

Overige
– Aan de mengtalen Yankee Dutch en Jersey Dutch zijn hele studies gewijd. Het mooie was dat de taal van de toen al 300 jaar oude Statenvertaling er nog in doorklonk.
– Opmerkelijk zijn de vertaalde klassiekers uit de protestants-christelijke jeugdlectuur: Anne de Vries met Journey through the Night, K. Norel met Stand By, Boys!, Piet Prins met The Shadow Series.
– In 1923 vond een hilarische gebeurtenis plaats. Een ouderling moest preeklezen. De consistoriekamer moest via een trap beklommen worden. Iemand was het niet met hem eens dat hij een Engelse preek las. Daarom gaf hij hem zo’n duw dat hij van de trap viel. De ouderling was helemaal van streek en een ander moest de preek gaan lezen. Om in het vervolg geen ruzie meer te krijgen werden er vier diensten gehouden: twee in het Nederlands en twee in het Engels.

Veranderingen binnen de CRC
Kuyperianen zorgen voor onrust
Een deel van de CRC heeft grote moeite met de kuyperianen. In de omgeving van Toronto komt het rond 1970 tot een uitbarsting. Het is in een periode vol onrust: rassenrellen, oorlog in Vietnam. Scholen en universiteiten worden brandhaarden; er is polarisatie tussen links en rechts. Dit alles laat de gereformeerde wereld niet ongemoeid. Bert Witvoet, diepgaand beïnvloed door Runner, komt in conflict met zijn predikant, die niet wil dat hij, docent Nederlands, wereldse literatuur met zijn leerlingen bespreekt. Naarmate het Canadese element in de CRC meer invloed krijgt, en de kuyperianen met hun dadendrang de overhand krijgen, wordt de kloof wijder en dieper. De Amerikanen zijn bang dat door alle inzet voor christelijke organisaties de persoonlijke levensheiliging in de verdrukking komt. Ze zien in alle maatschappelijke betrokkenheid een bedreiging van de rechtzinnigheid.

Twijfels bij de rechtzinnigheid van Calvin College
Calvin College, het intellectuele centrum van de kerk, komt ook onder vuur te liggen. Elke keer is de vraag: zijn ze daar in Grand Rapids nog wel gereformeerd genoeg? De studenten laten hun haar groeien en sluiten zich aan bij de wereldwijde revolte van eind jaren 60. Ze demonstreren tegen de oorlog in Vietnam, zoals ze in 1963 openlijk hun afkeuring hebben laten blijken van de apartheid in Zuid-Afrika. Het studentenblad drijft de spot met heel wat heilige huisjes. Een deel van de staf van de theologieopleiding probeert meer ruimte te krijgen voor discussie, allemaal heel voorzichtig, maar genoeg om conservatieve krachten in het geweer te brengen. Hier komen ook twee politieke stromingen tegenover elkaar te staan: maatschappijkritiek (kuyperianen) of niet? Steeds wordt weer gewaarschuwd: ‘Pas maar op, straks gaat het hier net als met de gereformeerden in Nederland.’ Critici van de CRC verwijten de docenten aan Calvin Seminary dat ze niet openlijk stelling nemen tegen de denkbeelden die vanaf de Vrije Universiteit te Amsterdam worden verbreid. In 1972 komt de synode met een rapport dat ruimte bied voor een iets minder letterlijke interpretatie van de Bijbel. Felle artikelen verschijnen hiertegen. De tijd is rijp voor een afscheiding. Maar het zal nog 20 jaar duren voordat dat zover is.

Verstoorde relatie GKN en CRC
In de hoogtijdagen van de naoorlogse emigratie waren de banden tussen de Gereformeerde Kerken in Nederland (GKN) en de CRC nog hecht, maar de verhoudingen verslechterden in de decennia die volgden. Het kerkelijk leven werd overzee goed gevolgd. De dochter (CRC) zag het met lede ogen aan, waarschuwde de moeder (GKN) een en andermaal, om uiteindelijk de relatie te verbreken. In 1968 kwam H.M. Kuitert naar Amerika. Hij sprak daar over het bijbelboek Genesis, over schepping en evolutie. De theologen vinden zijn verhaal wel goed, maar de gemeenteleden juist niet. Kuitert had in 1967 verklaard dat het verhaal van de zondeval en de sprekende slang niet letterlijk moest worden genomen. De GKN raakte los van haar verleden. Taboes als dansen en bioscoopbezoek sneuvelden en de zondagsheiliging werd minder streng. De vrouw kwam in het ambt en ongehuwd samenwonen en homoseksualiteit werden geaccepteerd. Het gangbare beeld in Nederland was intussen dat de geloofsgenoten in Noord-Amerika een jaar of dertig achterlopen. Men beschouwt vooral de Amerikanen als conservatieve gelovigen.

Ontstaan United Reformed Churches
Als twee afgevaardigden in 1984 namens de GKN naar Amerika gaan om begrip te kweken oor hun visie op schriftgezag en homoseksualiteit, heeft dat een averechts effect. Nu zijn de behoudende krachten er des te stelliger van overtuigd dat de GKN dwaalt en dat het een schande is dat de CRC niet totaal met ze breekt. De CRC heeft in 1983 verklaard dat er geen basis meer is om met de GKN samen avondmaal te vieren; verder heeft ze de betrekkingen gehandhaafd. Een predikant zegt: ‘Why does your Dutch blood not biol?’ Waarom kookt uw Hollandse bloed niet? De bom barst als de CRC-synode van 1995 uitspreekt dat vrouwen voortaan ook predikant kunnen worden. Men verenigde zich onder de naam United Reformed Churches of North America. Ze tellen nu 20.000 leden, verspreid over 96 gemeenten. Men heeft een traditionele vormgeving van de eredienst. De middagdiensten worden even goed bezocht als de ochtenddiensten. Hoedjes zie je er niet, maar spijkerbroeken evenmin.

CRC verbreekt banden met GKN
Terwijl de CRC van binnenuit onder vuur lagen, heeft ze niet opgehouden om de GKN te vermanen. In 1996 worden de lijnen helemaal doorgeknipt. Dit n.a.v. een toespraak van de Nederlandse synodevoorzitter in 1995. Hij citeerde bij die gelegenheid de woorden uit Galaten, waar staat dat er geen onderscheid in Christus is tussen Jood of Griek, slaaf of vrije, mannelijk of vrouwelijk. ‘En ook niet tussen homo of hetero’ vulde hij aan. Dit bevestigde de ergste vermoedens van veel overgebleven rechtzinnigen binnen de CRC. De man probeerde de schade nog te herstellen, maar dat was te laat. De banden werden geheel doorgesneden. Bijna tien jaar later hielden de Gereformeerde Kerken in Nederland op te bestaan. Een triest verhaal… Wat ooit zo mooi begonnen was eindigt in niets. Aangrijpende geschiedenis!

Overige
– In die tijd is het zo dat als iemand tot ouderling benoemd wordt en hij bedankt, hij vermaand wordt. Het ouderlingschap is immers de hoogst denkbare roeping, die dus niet kan worden geweigerd.
– Als Kuitert Canada bezoekt valt het hem op dat vrijwel alles wat de gereformeerde Canadees verdient, wordt uitgegeven aan een pas begonnen christelijke organisatie. Geen gereformeerd gezin zal volgens hem rijk worden; zijn geld gaat naar het goede doel.
– Kuitert stond in 1968 ook stil bij de risico’s van de gereformeerde rijkdom die hij zag in Amerika. ‘De welstand is zo onvoorstelbaar groot. (…) ‘Een van de redenen dat zij zo gemakkelijk tot kerkscheuring overgaan. Ze kunnen het zich immers permitteren.’
– In 1966 spreekt de CRC-synode uit dat bioscoopbezoek toelaatbaar is, mits met de juiste christelijke levenshouding.
– In Amerika was een gezegde in omloop: ‘Één Hollander een theoloog, twee Hollanders een kerk, drie Hollanders een schisma.’

Slot
Evangelicale invloed
De kruisbestuiving van het Nederlandse neocalvinisme met het Noord-Amerikaanse evangelicale christendom is een opvallende ontwikkeling van de laatste jaren. Op de oude gereformeerde colleges rukken baptisten en pinkstergelovigen op. De meerderheid van de kerkleden voelt zich thuis bij de evangelicale cultuur die het geestelijk leven van behoudend Noord-Amerika kenmerkt. Anders dan hun 19e-eeuwse voorgangers hadden de naoorlogse immigranten niet meer dan één generatie nodig om te assimileren. Binnen de CRC is er een worship war aan de gang. Men wil de zondagse samenkomsten toegankelijker maken en meer aangepast aan de eisen van de tijd. Moderne media en populaire muziek rukken op ten koste van de preek en het orgel. Pessimisten wijzen erop dat de CRC het zo lang volgehouden heeft doordat ze haar kracht zocht in het isolement. Nu ze dit niet meer koestert, zou haar teloorgang onafwendbaar zijn.

Melting pot, maar het liefst blank en protestant
In de VS gold het ideaal van de melting pot, een samenleving waarin door versmelting van volken een nieuw type, de Amerikaan, zou ontstaan. Niet-blanken en niet-protestanten waren in die smeltkroes ongewenste elementen. Zowel de VS als Canada zijn steeds selectief geweest in wie ze toelieten. Blanke Noord-Europeanen hadden de voorkeur. Toen zich na de Eerste Wereldoorlog drommen uit Zuid- en Oost-Europa meldden, besloot de Amerikaanse overheid tot een quotumpolitiek. Canada en de VS hebben beide onwelwillend gestaan tegenover de komst van grote groepen Aziaten – met name Chinezen en Japanners. Als blanke protestantse Europeanen behoorden de Nederlanders helemaal tot de doelgroep van de Canadese immigratiepolitiek. Ze waren dus op voorhand kansrijk. De meerderheid van de immigranten in Noord-Amerika was gericht op de VS, ook als men woonde in Canada.

Verdeeldheid
De kerkscheuringen verziekte de sfeer in dorpsgemeenschappen grondig. ‘Het was een hel op aarde’. Vandaag de dag zijn de scherpte kantjes eraf: ‘De tijd heeft zijn werk gedaan.’ Drie kerken in één dorp is op zichzelf niets bijzonders, ook in Canada niet, maar drie gereformeerde kerken! ‘We hebben een slechte naam. Ik schaam me er gewoon voor.’

Emigratie-ervaring
De geschiedenis van de GKN die in 2004 zijn opgegaan in de PKN, is wel samengevat als een verhaal van opgaan, blinken en verzinken. Het activistische karakter leidde tot een veruiterlijking van het geloofsleven. Toen sinds de jaren 1960 de betekenis van de organisaties afnam, bleek dat ook het geloof waarmee ze ooit opgebouwd waren weinig meer voorstelde. De emigratie-ervaring heeft duizenden ‘kleine luyden’ uit Nederland teruggeworpen op de essentie van hun geloof. De enige zekerheid die ze hadden, was hun geloof in God. Daarom was de ontwikkeling van de CRC anders dan die van de GKN.

125 kerken in Holland, Michigan
De stad Holland, Michigan telt tegenwoordig 35.000 inwoners (de metropool 112.000). Ik heb nagezocht hoeveel kerken deze plaats vandaag telt:

Advent Christian, Adventist, Apostolic, Assemblies of God (2), Baha’l, Baptist (8), Baptist Bible Fellowship, Baptist Fundamental (2), Baptist Independent (4), Baptist Reformed, Baptist Southern Baptist Convention, Baptist Sovereign Grace, Catholic (3), Christian (3), Christian Reformed (27), Church of Christ (3), Church of God, Church of Cleveland Tennessee, Church of Nazarene, Community, Community of Christ, Episcopal, Evangelical, Full Gospel, Independent, Jehovah’s Witness, Lutheran (5), Lutheran Missouri Synod (2), Lutheran Wisconsin Synod, Methodist United, Non Denominational (10), Pentecostal Church of God, Presbyterian, Presbyterian Church in America (PCA), Presbyterian Orthodox, Protestant Reformed (2), Reformed (7), Reformed In America (19), Salvation Army, Seventh Day Adventist, Vineyard en Wesleyan

Bush over Abraham Kuyper
In 2005 bezocht president George W. Bush Calvin College in Grand Rapids, Michigan. In zijn toespraak zei hij onder andere:

‘The immigrants who founded Calvin College came to America for the freedom to worship, and they built this great school on the sturdy ground of liberty. They saw in the American “experiment” the world’s best hope for freedom – and they weren’t the only ones excited by what they saw. (…) No one understood this better than another 19th century visitor to America whose name is well known to Calvin College: Abraham Kuyper. Kuyper was a Dutchman who would be elected his nation’s prime minister, and he knew all about the importance of associations because he founded so many of them – including two newspapers, a political party, and a university. Kuyper contrasted the humanizing influence of independent social institutions with the “mechanical character of government”. And in a famous speech right here in Grand Rapids, he urged Dutch immigrants to resist the temptation to retreat behind their own walls – he told them to go out into their adopted America and make a true difference as true Christian citizens.’

Gepubliceerd in december 2006