God en geweld in het Oude Testament

n.a.v. H.G.L. Peels, God en geweld in het Oude Testament, Apeldoorn 2007

De Bijbel een bloedig boek
In Hosea 13:14 staan ontstellende woorden: ‘Mijn oog kent geen medelijden’ (Statenvertaling: ‘Berouw zal van Mijn ogen verborgen zijn’). Iemand heeft eens berekend dat het Oude Testament 600 tekstgedeelten bevat over een moord, 100 teksten waarin God opdracht geeft te doden en 1000 passages die spreken over Gods toorn, straf en oorlogsvoering. Het is niet overtrokken om de Bijbel te typeren als één van de bloedigste boeken uit de wereldliteratuur. Het grootste gedeelte is gewijd aan de geschiedenis van een volk dat met geweld uit de macht van een geweldenaar wordt verlost, met grof geweld een eigen land verovert, na eeuwen van politiek en religieus geweld ondergaat in verwoesting en ballingschap. Het is niet verwonderlijk dat het woord hamas (dat iedereen tegenwoordig kent!) geregeld in het Oude Testament voorkomt (betekenis: geweld).

Een struikelblok?
Als we bij Verdun stilstaan, waar 90 jaar geleden de grote slag plaatsvond, een scharnierpunt in de wereldgeschiedenis, en de balans opmaken: 750.000 slachtoffers op een terrein van enkele vierkante kilometers, dan schieten onze woorden tekort. Sindsdien lijken wij moderne mensen steeds gevoeliger te zijn voor geweld, we hebben er een diepe afkeer van gekregen. Ons moderne denk- en leefklimaat zorgt ervoor dat we een ‘zachte God’ willen hebben, zonder voor ons onaangename trekjes. Vroeger had men totaal geen moeite met het geweld in de Bijbel, tegenwoordig wel: na de bloedigste eeuw uit de wereldgeschiedenis! Toch krijgen we er juist in deze tijd mee te maken, in de vorm van religieus geweld op grond van de Koran (11 september 2001). Het is daarom belangrijk het verschil tussen Bijbel en Koran aan te tonen.

Geweld is realiteit, daarom zwijgt de Bijbel niet
Mogen we eigenlijk niet in zekere zin eigenlijk blij zijn dat er in de Bijbel ook over geweld gesproken wordt? Stel je voor dat dit doodgezwegen was, terwijl het toch evident is dat geweld altijd en overal aanwezig is. Het Oude Testament bewijst hiermee dat het ingaat op de realiteit van het leven. Geweld is een alledaagse werkelijkheid, toen en nu. Soms stuit het ons tegen de borst: de schanddaad te Gibea, de bruidschat die David aan Saul overhandigt. Is het Oude Testament de bron van alle ellende? De drie monotheïstische godsdiensten beroepen zich erop, en geen van die kunnen hun eigen geweld ontkennen. In Duitsland werd een debat gevoerd, waarin men zei dat het polytheïsme veel toleranter is. Het exclusieve waarheidsbegrip van het monotheïsme zou dan voor al het geweld gezorgd hebben.

Geweld in alle toonaarden
Geen enkel levensterrein is uitgesloten van geweld: geweld in huwelijk en gezin: Kaïn en Abel; geweld tussen individuen: schanddaad Gibea, huis van David; geweld in de maatschappij: geen recht/gerechtigheid, wezen, weduwen en vreemdelingen, Naboth; geweld tussen volkeren: Israël in Kanaän; geweld tegen dieren: de offers, een stroom van bloed; natuurgeweld: de zondvloed; religieus geweld: Pinehas (Ikabod, 24.000 mannen sneuvelen op één dag), Elia op de karmel tegen Baälpriesters, Agag die door Samuël in stukken wordt gehouwen.

Bijbels-theologische reflectie
Opvallend genoeg hebben sommige theologische en bijbelse lexica en encyclopedieën helemaal geen lemma ‘geweld’. En waar het wel voorkomt, wordt er niet over de Bijbel gesproken. Maar vandaag is het ondenkbaar geworden hierover te zwijgen. Een kentering kwam in de jaren 80 (René Girard). Steeds meer zijn zich sindsdien met dit thema gaan bezighouden. Er zijn zeven modellen om het geweldsprobleem op te lossen:
– De allegorische uitleg: Vroege Kerk, Marcion.
– De antithetische uitleg: heel het Oude Testament tegen het Nieuwe uitspelen.
– De dialectische uitleg: lutherse context; het Oude Testament loopt vast, schiet te kort, want het Oude Testament is pre-christelijk.
– De psychologiserende uitleg: lezen in kader van de tijd; dan blijkt dat Israël er nog redelijk goed afkomt in die wrede, immorele en gewelddadige wereld.
– De metaforiserende uitleg: het heeft allemaal niet werkelijk plaatsgevonden, het is slechts een theologische constructie
– De evolutionistische uitleg: uit de 19e eeuw; vanuit primitieve oorsprongen komend, groeien echter Israëls geloof en ethiek naar een meer ontwikkeld, hoger stadium; geweldpleging steeds meer naar de achtergrond.
– De eclectische uitleg: in het Oude Testament zijn twee lijnen van geweld, waarvan de tweede lijn de overhand krijgt (Christus).

Tussenstand
In het Oude Testament zijn bepaalde ontwikkelingen en verschuivingen ten aanzien van het geweldthema te zien. De vraag naar de aard van de literatuur is relevant. Veel standpunten zijn onbevredigend, ja soms verwerpelijk. Elke benadering die bij voorbaat het Oude en Nieuwe Testament tegen elkaar uitspeelt is onbetrouwbaar. Het Oude Testament spreekt in essentie de taal van de liefde. Het Nieuwe zet zich nooit af van het Oude Testament. Ook voor de jonge christelijke kerk (waar pacifisme populair was) was het Oude Testament gezaghebbend. Een tweesporenbeleid in het Oude Testament is niet hard te maken. Juist tussen de latere profetische teksten die zoveel over geweld spreken, staat deze tekst:

‘En zij zullen hun zwaarden slaan tot spaden, en hun spiesen tot sikkelen; het ene volk zal tegen het andere volk geen zwaard opheffen, en zij zullen geen oorlog meer leren’ (Jes. 2:4b). De Nieuwe Vertaling van 1951 heeft: ‘Zij zullen hun zwaarden omsmeden tot ploegijzers en hun speren tot snoeimessen. Geen volk zal nog het zwaard trekken tegen een ander volk, geen mens zal meer weten wat oorlog is’.

Anti-geweldteksten in het Oude Testament
Zonder twijfel is het Oude Testament ten diepste een wereld van vrede en recht, waarin de mens met zijn God en zijn medemens zonder geweld en in rust leeft. Vijf elementen die van belang zijn:

– Het Oude Testament ontmaskert het geweld: bij de broedermoord komt het woordje ‘zonde’ voor het eerst ter sprake; geweld en zonde gaan kennelijk gelijk op. ‘Ben ik mijn broeders hoeder?’ is een zeer ongepaste uispraak voor die tijd; wij in onze rijtjeshuizen kunnen ons dat misschien moeilijk meer voorstellen. Christus zegt: ‘Allen die naar het zwaard grijpen, zullen door het zwaard omkomen’.

– Het Oude Testament begrenst het geweld: niet alle geweld is per definitie verkeerd; de zondvloed is Gods antwoord op een verdorven wereld, ‘de aarde was vol geweldenarij’; aan het geweld van farao stelt God ook paal en perk door de Schelfzee. Geweld moet soms toegepast worden om nog erger geweld te voorkomen (hadden ze dat in München 1938 maar beseft!). Zo deed de wereld niets om Saddam Hoessein te stoppen; Amerika greep wel in. Ook in de wetgeving wordt aan geweldpleging grenzen gesteld: de gewraakte bepaling ‘ook om oog, tand om tand’ behelst in feite een beschermende maatregel: sléchts een oog om een oog, en niet meer; de weg naar eerlijk en billijk recht wordt hier gewezen, en de oeverloze vergeldingsdwang zoals Lamech in Gen. 4:23, die om een wond een man doodsloeg en om een buil een jongeling, wordt radicaal afgewezen!

Ook de oorlogswetten (Deut. 20) perken geweld in: eerst vrede aanbieden, niet de hele bevolking doden (alleen de mannen), de fruitbomen laten staan (want het duurt tientallen jaren voordat een fruitboom op z’n best is)! Die een vrouw getrouwd hebben mogen eerst van hun vrouw genieten, en hoeven dus niet in het leger. Die een wijngaard hebben geplant hebben ook vrijstelling, want dat moet goed verzorgd worden. Vreesachtigen worden ook weggestuurd. Kortom, het Oude Testament ademt de gedachte dat oorlog niet alles is, er zijn belangrijkere dingen in het leven. Een moeilijke en pijnlijke vraag bij dit alles is of Israël vandaag de dag nog deze oude oorlogswetten respecteert. Denk tenslotte ook aan de asielwetgeving, die de onverbiddelijke bloedwraak juridisch kanaliseert (de vrijsteden).

– Het Oude Testament ontmoedigt het geweld: de weg van geweld moet eerder vermeden dan bewandeld worden. God blijkt zelfs oog voor vee te hebben (Jona), de Jozefsgeschiedenis eindigt met verzoening en genade, hoewel de broers de doodstraf verdiend hadden, de soldaten van Aram mogen ongedeerd naar huis, David doodt Saul niet als het kan. In mening oorlogssituatie klinkt het: ‘Gij zult stil zijn, de HEERE zal voor u strijden’. Jesaja predikt bekering en rust, stilheid en vertrouwen als weg van verlossing, in plaats van geweld van paarden.

– Het Oude Testament kritiseert het geweld: in het boek Richteren wordt gezegd dat ‘ieder deed wat goed was in eigen oog’. Het is frappant hoe de koningen van Israël en Juda door hun geweld door de profeten fel bekritiseerd worden. Nathan tegen David: ‘Gíj zijt die man’, waardoor David de tempel niet mag bouwen (ongekend in de wereld van toen, een dergelijke kritiek). In de umwelt wordt geweld rondom verheerlijkt, zo niet in het Oude Testament.

– Het Oude Testament overstijgt het geweld: Elia vond God niet in de stormwind, aardbeving of vuur, maar in het suizen van een zachte koelte. Zacharia zegt: ‘Niet door kracht, noch door geweld, maar door Mijn Geest zal het geschieden’. Het Oude Testament predikt niet een oproep tot geweldadige verovering van de wereld, maar dat de wet zal uitgaan uit Sion, en het Woord van de HEERE uit Jeruzalem en dat de volken dan zullen komen, schuilend bij het recht van God. Jesaja tekent ons een vrederijk. God is een toevlucht en sterkte, temidden van woedende volken en wankelende koningen. Het is de HEERE Die oorlogen doet ophouden, de boog verbreekt, de lans stukslaat, de strijdwagens met vuur verbrandt (Ps. 46).

Een leesbril met twee glazen: de directe context (Psalm 139)
Laat de tekst uitspreken! Dit vraagt geduld en oefening. Goedkope kritiek is wel succesvol, maar niet eerlijk. Als voorbeeld hierbij Ps. 139. Bij de begrafenis van prins Bernhard sloeg ds. Carel ter Linden het laatste gedeelte van deze psalm over; typerend voor wat velen doen. Wat moeten we dan met deze passage?

‘O God! dat Gij de goddeloze ombracht! en gij, mannen des bloeds, wijkt van mij! Die van U schandelijk spreken, en Uw vijanden ijdel verheffen. Zou ik niet haten, HEERE! die U haten? en verdriet hebben in degenen, die tegen U opstaan? Ik haat hen met volkomen haat, tot vijanden zijn zij mij. Doorgrond mij, o God! en ken mijn hart; beproef mij, en ken mijn gedachten. En zie, of bij mij een schadelijke weg zij; en leid mij op de eeuwige weg’ (Ps. 139:19-24).

Aan Gods kant gaan staan
Toch is deze oproep tot haat heel anders dan bij de islamitische jihad. Deze bijbelse haat bestaat in een restloze overgave aan God en een hartgrondige afkeer van de wereld van het kwade, de mannen van geweld. Deze haat is niet strijdig met essentiële elementen van het bijbelse ethos, als de oproep tot naastenliefde. Het is een soort confessio via negativa. ‘Haat’ heeft bij ons een uitsluitend negatieve klank, maar in de Bijbel heeft het een wat andere betekenis; denk aan wat Christus zegt: ‘Indien iemand tot Mij komt en niet haat zijn vader, en moeder, en vrouw, en kinderen, en broeders, en zusters, ja, ook zelfs zijn eigen leven, die kan Mijn discipel niet zijn.’ Met zijn haat tegen Gods vijanden haakt de dichter aan bij Gods eigen afkeer van en verbondsvloek over de goddelozen. Door volledig aan Gods zijde te gaan staan, kiest hij voor de wereld van zegen en goedheid, waarheid en recht. Deze dichter neemt het recht niet in eigen hand, maar legt met zijn bede alles in Gods hand.

Jefta’s dochter écht geofferd!
Een ander voorbeeld: Jefta’s offer (mensenoffer, Richt. 11). Wat Jefta doet druist tegen Gods wetten in. Vier dagen per jaar betreurden de vrouwen dan ook ‘haar maagdom’. Een vrouw die ongehuwd blijft, is niets in Israël: geen kinderen. Het kan niet anders zijn dan een letterlijk offer (Luther zegt dat ook). In de 11e eeuw kwam voor het eerst een alternatieve uitleg op. Een rabbi deed dit, omdat in die tijd de beschuldiging opkwam dat het Jodendom een bloedige religie was. Ook (aan christelijke zijde) het ideaal van kloosterlingen kwam om de hoek kijken: de dochter van Jefta als een soort non die haar dagen in een klooster moet verslijten.

Boodschap van dit gedeelte
Gruwelijk dus, waarom grijpt God niet in? Er zijn opvallende trekken in deze perikoop. Vanwaar het gebrek aan historische interesse in dit gedeelte? Waarom wordt de dialoog tussen vader en dochter zo merkwaardig beknopt gehouden, met allerlei open einden, terwijl de treurnis van het meisje zoveel accent ontvangt? Waarom kan Jefta niet terug, zoals hij meent? Kende hij de Wet niet, of slecht? Waarom grijpt het volk niet in, zoals bij Saul en Jonathan (een analoge situatie!)? Hoe komt het dat de bijbelschrijver het hele verhaal zo strak geserreerd neerschrijft, als het ware met afgewend gelaat? Voeg al die vragen samen, en je constateert: wat een heidendom, wat een goddeloos zijspoor in deze geschiedenis! Zo past dit verhaal precies in de ‘theologie’ van het boek Richteren, dat ons van grote rechters ook steeds de donkere keerzijde toont. Het is een impliciete prediking van de verwachting van de koning die van Godswege de chaos zal overwinnen. Het geweld waarmee Jefta (een richter) aan zijn eigen toekomst een einde maakt, illustreert het ‘scheitern’ van de verlossing aan menselijke zijde, en wordt ipso facto negatief gewaardeerd.

Een leesbril met twee glazen: de breedste context
We moeten niet alleen de directe context, maar ook het totaalverhaal van de Bijbel meenemen in ons lezen van geweldsteksten. De Bijbel tekent ons een heilsgeschiedenis, de bijzonder plaats van Israël daarin. Volken rondom Israël proberen het te vernietigen. Israël had een theocratisch bestel, God was Koning. Het Nieuwe Testament brengt een fundamentele wijziging: het Koninkrijk Gods krijgt definitief gestalte, ondanks het dreigende mislukken in het Oude Testament. Het is er reeds, maar ook nog niet.

Het beeld van God
In het Oude Testament is er geen geweld om het geweld. Geweld is in dienst van het recht. A.A. van Ruler ziet dit ook goed: het gericht heeft tot doel om het kwade weg te doen, de aarde wordt door de grote wraak schoongeveegd van alle onrecht en geweld. Er zijn daarom in de Bijbel geen feestelijkere woorden dan de wraak, de vergelding en de toorn van God: er liggen hier alleen positieve dingen, namelijk God wil een bewoonbare aarde! Waar het op aan komt is de grondlijn van de Bijbel te verstaan, en dat kan een kind nog. ‘Een ogenblik duurt Zijn toorn, een leven lang Zijn welbehagen’. het toorngeweld is Gods opus alienum (vreemde werk, term van Luther afkomstig). Gods oordeelsprediking is een lokroep tot omkeer, een uitgestoken hand.


Gepubliceerd in juni 2007