Helden van het geloof

n.a.v. A. Lammers, Helden van het geloof. Amerika in de greep van de dominees, Amsterdam 1988

Charles G. Finney
Aan de frontier
Charles Grandison Finney (1792-1875) groeide op aan de uiterste grens van wildernis en beschaving: de frontier (in de staat New York, dat toen nog nauwelijks ontgonnen was). Hij gaf reeds op zijn 16e les. Hij wilde jurist worden en ging studeren. Godsdienst had tot dan toe nauwelijks een rol gespeeld in zijn leven. In de afgelegen streken waar hij met zijn ouders had gewoond, vertoonden predikanten zich zelden en bleven kerkjes noodgebouwen. Hij ging wel eens naar de kerk in Connecticut bij familie, maar die predikant zei een lesje op en preekte plichtmatig van het papier: dat deed hem niets.

Bekering
Tijdens zijn rechtenstudie kwam Finney in aanraking met de mozaïsche wetgeving. Bovendien kreeg hij een vriendin die vurig bad voor zijn bekering. In 1821 kwam een verandering in zijn leven: hij knielde neer op een stille plek met het vaste besluit zijn hart aan God te geven. Toen de volgende dag een cliënt bij hem kwam, zei de jonge advocaat: ‘Ik heb van de Heere Jezus opdracht gekregen Zíjn zaak te bepleiten, de uwe kan ik dus niet aanvaarden.’

Predikant
Na zijn bekering wilde Finney anderen van het Evangelie vertellen. Hij weigerde echter naar het seminarium in Princeton, New Jersey te gaan, omdat hij die (verlichte) invloeden niet wenste te ondergaan. Finney werd er steeds meer van overtuigd dat hem een heel speciale taak was opgelegd. In 1824 werd hij tenslotte tot predikant bevestigd. ‘In de strijd tegen de Satan trok hij alle registers open.’ Hij las zijn preken niet van het papier op; aan die gewoonte onder dominees had hij zich lang geërgerd.

Zijn ogen
Over weinig ogen in de Amerikaanse geschiedenis is zoveel geschreven als over die van Finney. Ze waren zeer licht en zeer blauw en volgens vele getuigen kon hij dwars door iemand heen kijken (een ander in deze categorie was John Calhoun). Finney balde vaak zijn vuisten voor hen die van het rechte pad waren afgedwaald en liet duidelijk weten dat men voor eeuwig zou omkomen als ze zo door gingen.

Rondreizende ‘zoon des donders’
Finney werd een rondreizende evangelist. Hij kreeg talrijke verzoeken om op te treden in gemeenten waar de zittende dominees er maar niet in slaagden de vonk van het geloof op hun leden te laten overspringen. Finney’s prediking deed zelfs atheïsten in God geloven. Zijn stijl van optreden was ‘coarse, vituperous and extremely inflammatory’. Finney bespeelde zijn toehoorders zoals een pleiter dat met leden van een jury placht te doen. Hij was heel didactisch: stap voor stap ging hij de preek door; van punt A naar B, van B naar C. Iedereen kon hem volgen en begrijpen.

Emoties
Finney zegt zelf: ‘God heeft het noodzakelijk geacht de emoties van de mensheid te gebruiken, om geweldige opwinding in haar midden te veroorzaken alvorens haar tot gehoorzaamheid te dwingen.’ Finney introduceerde iets nieuws: lange bidstonden, waarbij zowel mannen als vrouwen voorgingen in gebed. Nieuw was ook het naar voren roepen van hen die hun leven aan God wilden geven. Deze mensen werden geplaatst in de anxious bench, de boetebank waar ze hun zondige eertijds beleden. Ook opzienbarend was dat Finney de gewoonte had degenen die in zijn ogen zondaren waren en toch in de kerk zaten bij hun naam te noemen.

Botsing en verzoening met Beecher
Beecher vond dat Finney de verworvenheden van de beschaving aantastte. Hij vergeleek Boston met het oude Rome, beide bedreigd door barbaren (=Finney) uit het Westen. Bezwaarpunten van Beecher waren bijvoorbeeld dat vrouwen voor gingen in gebed. Beecher bestreed daar Finney, omdat hij hem als een gevaar voor de beschaving achtte. Maar het kwam goed tussen Beecher en Finney. Men verklaarde eensgezind dat opwekkingen het werk van God waren, hetgeen niet wegnam dat ze met behulp van bepaalde middelen door de mens konden worden gestimuleerd. Zo stopte Finney met het verachten van de traditionalisten en aanvaardde Beecher dat Finney op heel eigen wijze nuttig werk voor de kerk verrichtte.

Maatschappelijke actie
Grote steden oefende een grote aantrekkingskracht op Finney uit omdat hij de mening was toegedaan dat zij poelen des verderfs waren en daarom een smet voor de natie waren. Zo ging Finney maatschappelijke actie aan het geloof verbinden. Volgens hem waren de grootste zonden slavernij en slavenhandel. Zwarten werden in zijn diensten toegelaten. Maar Finney betreurde het dat het abolitionisme ging heersen over het evangelisatiewerk. Het geloof diende primair te blijven, al het andere was daaraan ondergeschikt. Finney had één groot doel voor ogen: transformatie van de Verenigde Staten tot een volslagen christelijke republiek.

Zondaren op de hielen zitten
Finney verzette zich tegen de neiging zondaren te bemoedigen en te troosten of begrip voor hen op te brengen. Men diende alle vluchtwegen voor de zondaar af te snijden. Het was de plicht van elke christen om een zondaar, immers wankelend ‘on the very verge of hell’, te redden. Een bekering moest onmiddellijk en volledig zijn. Dus moest een zondaar die zich bedrukt voelde niet worden getroost maar juist steeds meer terneer worden gedrukt en op de huid gezeten. Begrip en medelijden waren ongewenst!

Levensheiliging
De ware christen diende zich voortdurend te bekeren en te betrappen op laksheid en slapte. Een christen moest zich als zodanig gedragen in zijn kleding en in zijn eten en drinken. Dat betekende geen kofie, thee, sterke drank of tabak.

Opwekkingen zijn maakbaar
Opwekking was niet de verantwoordelijkheid van een predikant alleen, maar die van de hele gemeenschap. Slechts door een gezamenlijke inspanning viel zij tot stand te brengen. Finney benadrukte de noodzaak van een vurig, lang en collectief gebed. Bidden was de basis van alles. Daartoe dienden de omstandigheden optimaal te zijn: geen slecht verwarmde kerken of harde banken dus! De liederen die in de kerken werden gezongen, getuigden vaak van vreugde, en vreugde was volgens Finney niet in overeenstemming met de ernst van het gebed. In de hemel kon er genoeg gezongen worden; hier op aarde was echter diepe ernst geboden. De veronderstelling dat opwekkingen wonderen waren waarop men alleen passief kon hopen, wees Finney resoluut van de hand. Geloof was actie, een kwestie van ondernemingslust, initiatief tonen. Revivals konden worden opgeroepen door wetenschappelijke methoden en door grondige kennis van de menselijke psyche.

Spreken in gewone taal
Sommigen kritiseerden Finney omdat hij niet wist waarover hij sprak en omdat hij de tale Kanaäns niet beheerste. Maar Finney beweerde juist: ‘It must be in the language of common life.’ Gebaren gebruikte Finney ook veel. Men moest binnen bepaalde perken blijven maar er evenmin bang voor zijn emoties te tonen en te bespelen. Een predikant moest dus een soort acteur zijn. Later in zijn leven nuanceerde hij deze stellingen enigszins. ‘Ik besef in sommige zaken naar daad en geest gedwaald te hebben.’

Hoogleraar
Finney werd hoogleraar in de theologie (Oberling College in Ohio). Hij moest nu zorgdragen voor de opleiding van de studenten. Ze moesten de Bijbel in de ene hand hebben en de landkaart van de menselijke geest in de andere. Finney: ‘U bent gemaakt om na te denken. God heeft het zo ingericht dat religie denken vereist, diep nadenken.’

Volmaaktheid
Volgens Finney was het de plicht van elke christen om naar volmaaktheid te streven. Hij bemoeide zich met de kleinste details van het leven van de studenten: ze mochten bijvoorbeeld niet op de grond spuwen en niet hun mond aan het tafellaken afvegen. Ook moesten ze slapen bij het open raam en de studie afwisselen met pittige lichamelijke arbeid. Hij schreef een dieet voor dat bestond uit louter heilzame spijzen en dranken. Tijdens conversatie moesten luchtige onderwerpen zoveel mogelijk worden vermeden. Een dienaar van God moest een ernstig en heilig man zijn. Zijn handleiding zou nog lang gebruikt worden!

Overige
Finney vond de dominees van de oude stempel niets: ze waren ‘cold, stupid and dead’. Finney dacht dat de kritiek op hem kwam doordat men jaloers op hem was. Finney distantieerde zich uitdrukkelijk van de predestinatieleer: godsdienst was geen kwestie van uitverkiezing, maar van actie: ‘Religion is something to DO, not something to wait for.’ In feite was Finney een ordeverstoorder. Hiermee was hij deel van de beweging waarvan president Andrew Jackson de woordvoerder en het symbool zou worden. ‘De best opgeleide dominees zijn degenen die de meeste zielen winnen.’ Finney predikte een totale oorlog tegen satan; hij zei: ‘Maar ik zeg u, Hij ziet het wel en van de koers die zij (=christenen) kiezen zal het afhangen of Hij deze natie zal zegenen of verdoemen.’ Finney was de eerste die een How to…-boek schreef.

Dwight L. Moody
Inleiding
Moody (1837-1899) werd geboren in Northfield, Massachusetts. Zijn vader (metselaar) stierf vier jaar na zijn geboorte. Moody’s moeder hertrouwde nooit. Één van zijn broers liep weg. Daarom kwam het thema van de verloren zoon vaak terug in Moody’s preken. Moody stak de handen al vroeg uit de mouwen en dit ging ten koste van zijn scholing. Zo kreeg hij spellen nooit onder de knie.

Boston, bekering
Op zijn 18e ging hij zijn geluk beproeven in het nabijgelegen Boston. Hier sloot hij zich aan bij de Young Men’s Christian Association (YMCA). Op zondag ging hij naar de congregationalistische kerk, maar dit boeide hem niet zo. Een belangrijke moment was 21 april 1855: zijn leraar op de zondagsschool legde zijn hand op z’n schouder en vertelde hem van Gods liefde voor de mens en de liefde die Hij van de mens verwachtte. Moody bekeerde zich ter plekke.

Nog niet genoeg kennis
Het kerkelijk examen dat hij daarop aflegde om volwaardig lid van de gemeente te worden verliep niet zo succesvol. Hij wist geen antwoord op de simpelste vragen. Het was een vernederende ervaring. Hij moest volgend jaar maar terugkomen. Nu besloot hij vast de Bijbel van voor tot achter te kennen. Hij stond voortaan met de Bijbel op en ging ermee naar bed.

Chicago, zondige stad
Ondertussen verhuisde hij naar Chicago, de wonderstad van het Westen. Hij schrijft dat hier iedereen haast schijnt te hebben. Hij ging in een schoenenwinkel werken. Met zijn spaargeld begon Moody te speculeren in grond en aandelen; de Amerikaanse Droom scheen voor hem uit te komen. Hij werd voorzitter van het Committe to Visit Sick Members of the Association and Strangers. Hij ging, rijdend op een pony, de sloppen en stegen van Chicago langs waar hij zijn goede werken verrichte. Hij leerde een heel ander Chicago kennen dan dat van de geslaagde zakenlieden. Er werd gedronken en gevloekt, er was prostitutie, de dag des Heeren werd ontheiligd. Moody werd door de katholieke Ieren uitgejouwd en met stenen bekogeld.

Voor arme sloebers
Moody’s stelregel was: ‘Trek er op uit en preek voor arme sloebers’. In 1859 zette hij een eigen zondagsschool op. Tot laat in de avond zwierf hij over straat op zoek naar armen die dringend behoefte aan de Bijbel hadden. Als lokaas had hij lekkernijen, missionary sugar, op zak, en als dat niet werkte gaf hij ouders kleren en voedsel in ruil voor de belofte hun kinderen naar zijn school te sturen. Op strategische punten deelde Moody godsdienstige tractaten uit of brak hij spontaan in gebed uit. In sommige kringen werd hij ‘Crazy Moody’ genoemd. Zijn bekeringsdrift was onstuitbaar. Op straat placht hij passanten aan te klampen met de vraag: Bent u een christen? Hij verkocht het geloof zoals hij vroeger schoenen had verkocht.

Huisbezoeken, eigen kerk
Moody legde maar liefst tweehonderd huisbezoeken in één dag af! Overal waar hij kwam gaf hij hulp, bad hij voor hen en nodigde de kinderen uit voor de zondagsschool. Moody stond vaak bij vermogende lieden op de stoep om geld te vragen voor zijn organisatie en dat lukte goed. Hij stichtte een eigen kerk, preekte zonder opleiding. De nadruk kwam steeds meer te liggen op de grenzeloze liefde van God in plaats van oordeelsprediking.

In Engeland
In 1871 werd Moody naar eigen getuigenis opnieuw vervuld met de Heilige Geest: een nieuwe geestesdoop. God had hem een grote opdracht gegeven: de hele wereld moest tot Christus worden gebracht, te beginnen bij het Angelsaksische. Hij ging voor twee jaar naar Engeland om het geloofsleven daar te bestuderen. Daar baarde hij meteen opzien: zijn retoriek en stijl, de liederen die tijdens zijn bijeenkomsten ten gehore werden gebracht (als voorzanger trad op Ira Sankey, rechts en onder). ‘We hebben zowel nieuw hymnen nodig als oude. Ik bemerk dat een gemeente flink ontwaakt door nu en dan een nieuwe hymne aan te heffen, en als we de mensen niet wakker krijgen door preken, laten we ze het evangelie dan zingend bijbrengen.’ Moody week af van wat men in Engeland gewend was. Vooral de slotbijeenkomst te Londen in 1875 was een ware triomf. Deze opwekkingsbijeenkomst heeft Abraham Kuyper ook bezocht. Allard Pierson had er ook van gehoord en vroeg zich verbijsterd af hoe enig mens de verveling kon doorstaan van dag in dag uit, jaar in jaar uit, zo eentonig te zijn en niets anders te doen dan tegenover al de zedelijke ellende van de wereld het Come to Christ aan te heffen.

Beroemd
Uit Engeland weergekomen werden Moody en Sankey als helden onthaald in Amerika; ze hadden immers het Britse Rijk op de knieën gedwongen. In één klap waren ze beroemd. Overal smeekte men om de komst van het beroemde koppel, dat wil zeggen, om een revival in de eigen gemeente. Moody, uitnemend organisator als hij was, stelde een zorgvuldig schema op.

Bijbel als vlot
Moody presenteerde de Bijbel als een houvast, een vlot waarop men zich drijvende kon houden (deze beeldspraak gebruikte Moody vaker). Voornaamste doelwit van zijn preken waren degenen die het geloof nog nooit hadden aanvaard, de unconverted mass in de grote steden. Toch blijkt dat de meerderheid van zijn gehoor al christen was.

Steun van elite
Op het podium stonden veel stoelen waar de elite op plaatsnam om te laten zien dat ze ingenomen waren met zijn boodschap. De associatie met de Farizeeërs is duidelijk… Ze bewonderden Moody veelal vanwege zijn ‘self-help’-instelling. ‘God heeft bevolen dat de mens zijn brood in het zweet des aanschijns verdienen, en niet op de zak van anderen zal teren.’ En een geruchtmakende uitspraak: ‘Whenever you find a man who follows Christ that man you will find a successful one.’

Wederkomst, Bijbel, wetenschap
Moody raakte ervan overtuigd dat Christus spoedig zou terugkomen; daarom ‘ben ik drie keer zo hard gaan werken. Ik beschouw deze wereld als een zinkend schip. God heeft me een reddingsboot gegeven en gezegd: “Moody, red wie je kunt.”’ De Bijbel was het enige boek dat hij raadpleegde: ‘Ik heb maar één stelregel inzake boeken. Ik lees er geen een, tenzij het me helpt hét Boek te begrijpen.’ Over de wetenschap zegt Moody dat ze alleen nuttig is als ze het geloofsijver versterkt. Daarom wordt Moody door sommigen gezien als een vertegenwoordiger van de anti-intellectuele traditie.

Tijdsbeeld
In de tijd dat Moody optrad, kwamen er zeer veel immigranten Amerika binnen en werd de onbekeerde massa in de steden steeds omvangrijker en dreigender. Amerika veranderde in een complexe pluriforme maatschappij waarin heftige botsingen onvermijdelijk waren.

Chicago Bible Institute
In de jaren 80 richtte Moody een Bijbelinstituut op in Chicago, om jonge energieke mannen het evangelisatievak te leren. Anders dan op de traditionele theologische scholen zou hier de praktijk centraal staan. ‘Never mind the Greek and the Hebrew. Give them plain English and Good Scripture. It is the sword of the Lord that cuts deep.’ In 1888 werd het Chicago Bible Institute geopend. Moody trok zich steeds verder terug uit het openbare leven en keerde terug naar zijn wortels; hij betrok samen met zijn gezin, dat vier kinderen telde, een gerieflijke boerderij in zijn geboorteplaats. Hij leidde een bestaan als hereboer. Moody was een hartstochtelijk paardenliefhebber. Zijn liefhebberij inspireerde hem ertoe leerlingen van het Bijbelinstituut met door paarden getrokken Gospel Wagons naar het wijde land achter de grote stad te sturen om Bijbels, godsdienstige traktaten en preken aan de man te brengen.

Overige
Moody werkte op de gevoelens van mensen. Zijn devies was: ‘Als mensen in de kerk in slaap vallen, moet je hen wakker schudden en als de ene methode niet helpt, probeer dan een andere.’ Luiheid was volgens Moody de grootste vijand van de mens. De rampzalige brand in 1871 schreef Moody toe aan de vele zonden die in Chicago werden bedreven; het was een straf van God. Chicago werd in adembenemend tempo weer opgebouwd. Van ingrijpende sociale hervormingen moest Moody weinig hebben. Materiële zorgen kende Moody niet; bijna overal zagen kapitaalkrachtige zakenlieden er op toe dat hij een forse beloning voor zijn inspanningen kreeg. Moody werd steeds dikker; hij moest tenslotte schoenen zonder veters aanschaffen. Na Moody’s overlijden ging het Bijbelinstituut heten: Moody Bible Institute.

Billy Sunday
Blokhut, sportman
William Ashley Sunday (1862-1935) werd geboren in een blokhut in Iowa. Zijn vader was metselaar en kwam om in de Burgeroorlog. Op zijn 15e koos Sunday voor zelfstandigheid. Hij pakte van alles aan om de kost te verdienen. Hij begon ook baseball te spelen; kenmerkend was zijn snelheid. Tussen 1883 en 1891 kreeg Sunday als sportman landelijke bekendheid.

Wedergeboorte
Zijn wedergeboorte vond plaats in 1886. Hij hoorde een evangelist in de straten van Chicago. Het zingen van de oude gospelsongs – dezelfde die zijn moeder in zijn prille jeugd in de log-cabin gewoon was te zingen, deden tere snaren in zijn hart trillen. Sunday hield op met drinken, vloeken en gokken. Bovendien weigerde hij voortaan zijn sport op zondag te beoefenen.

Opwekkingsprediker
Inzake theologie was hij autodidact, zoals in praktisch alles. Hij trouwde met een presbyteriaanse vrouw. Sunday trad in dienst bij J. Wilbur Chapman, op dat moment een van Amerika’s bekendste revivalists. Deze leerde Sunday de kneepjes van het vak. Al spoedig stopte hij en moest Sunday het overnemen. Zijn werkterrein bleef voorlopig beperkt tot het Midden-Westen. Eerst verscheen hij in kleine gehuchten en later in grote steden. Hij werd een begaafd spreker. Als devies had hij 2Tim. 2:15 ‘Benaarstig u, om uzelf voor God beproefd voor te stellen, een arbeider, die niet beschaamd wordt, die het Woord der waarheid recht snijdt.’

Eenvoudig
Sunday was eenvoudig van geest en bleef dit. Zijn gebrek aan intellectuele diepgang compenseerde hij door de kracht van de overtuiging. Het kerkelijk examen verliep moeizaam. Hij liet de meeste vragen passeren met de opmerking: ‘Dat is te diep voor mij’ of ‘Daar weet ik werkelijk geen antwoord op’. Sunday zei eens: ‘Ik ben afgestudeerd aan de Universiteit van de Armoede’. In 1912 werd hem zelfs een eredoctoraat verleend, waardoor hij zich Dr. Sunday mocht gaan noemen!

Campagnes
Sunday verlegde zijn werkterrein naar de grote steden van het Oosten en Westen. Het beleg dat hij om die steden sloeg duurde vaak weken achtereen. Sunday bleek een voortreffelijk organisator te zijn. Geschat is dat onder zijn bediening een half miljoen Amerikanen tot bekering kwamen.

Houten gebouwen
In het begin van zijn loopbaan maakte Sunday gebruik van tenten, maar dit was in de winter veel te koud. Daarom besloot hij houten gebouwen neer te zetten (waar de brandweer niet blij mee was). Hier konden vaak tienduizenden mensen in. Voor alle optredens moesten zorgvuldige kosten en baten analyses worden gemaakt, moesten sponsors worden gevonden en de kerken ter plekke onder druk gezet om hun steentje bij te dragen. Het platform waarop Sunday stond was twee tot drie meter hoog. Als je Sunday alleen hoorde en niet zag, miste je de helft van het spektakel! Hij schroomde niet soms zijn boord af te doen, zijn jasje uit te trekken en zijn hemdsmouwen op te rollen.

God’s own country
Amerika was volgens Sunday een bevoorrecht land. Zo zei hij: ‘We are citizens of the greatest government on earth and we will admit it!’ Vaak zong met na een preek van hem uit volle borst The Battle Hymn of the Republic. Ook zwaaide Sunday regelmatig met de Amerikaanse vlag als hij in het vuur van zijn betoog was. In feite waren religie en vaderlandsliefde bij hem ondeelbaar. De zuiverheid van de natie liep volgens Sunday voortdurend gevaar. In het bijzonder was de evolutieleer (en met hem dachten vele anderen dat) een vloek. Zo zegt hij: ‘Als het Woord van God zus zegt en de wetenschap zo, kan de wetenschap ophoepelen.’ Wie de waarheid van de Schrift aanvocht, behoorde te worden verketterd. Zijn preken werden niet zelden onderbroken door stormachtig geklap en gejuich.

Tegen alcohol en saloon
Amerika’s vijanden waren talrijk maar de twee grootste waren volgens Sunday toch wel alcohol en de saloon. Drank noemde hij de wortel van alle kwaad. Bovendien beheersten vreemde indringers (immigranten) de drankindustrie. Arbeiders besteedden een groot deel van hun loon aan drank en meenden daardoor te weinig te verdienen. Vanaf 1920 kwam er het drankverbod, de drooglegging.

Kapitalist
Sunday genoot de sympathie van talrijke vooraanstaande zakenlieden. Sunday’s revivals leken een uitstekende bliksemafleiding voor sociale spanningen te zijn. Daarom hoeft het niet te verbazen dat kritiek op hem vooral uit linkse hoek kwam. Men zag hem als hypocriet, die niet Gods instrument was, maar dat van het kapitalisme. Sunday zag voorspoed als een teken van Gods welbehagen. Wie arm was had dat voornamelijk aan zichzelf te wijten.

Zorgvuldige voorbereiding
Sunday’s staf bestond uit twintig man. Zelfs een masseur was in dienst. Sunday’s lichaam had het zwaar te verduren, vooral zijn stembanden, omdat er nog geen microfoons en luidsprekers waren. Sunday was een soort artiest voor veel mensen, een spectaculair iemand die erin slaagde de sleur van het dagelijkse leven te doorbreken. De steden waarin hij kwam waren dan ook in rep en roer. De kranten stonden er dan vol van. Een revival was al lang geen spontane gebeurtenis meer, alles werd zorgvuldig geregisseerd. Sunday liet zich alleen daar uitnodigen waar alle evangelicale gemeenten achter zijn komst stonden. Deze gemeenten moesten ook een borgsom betalen om een houten gebouw van te bouwen. Het bouwen van deze gebouwen kostte telkens een klein vermogen. Met name in de steden liepen de kerken leeg; Sunday kon hier misschien verandering in brengen. Immigranten die kwamen hadden in overgrote meerderheid een ander geloof (meestal rooms-katholiek), terwijl de oude Amerikanen hun geloof dikwijls verwaarloosden. Vaak waren het mensen die al lid van een kerk waren die bij een bijeenkomst van Sunday tot bekering kwamen.

Miljonair
Sunday behoorde in 1915 tot de tien bekendste Amerikanen. Politici verdrongen zich om hem heen en lieten zich graag met hem fotograferen. Sunday maakte van godsdienst een bedrijf. Hij kleedde zich als een zakenman en gedroeg zich als een zakenman. Zijn organisatie liep gesmeerd. Rond deze tijd werd hij ook miljonair! Sunday was een blijmoedig man. Ook ging hij nog wel eens een potje honkballen. Het was moeilijk hem een kwaad hart toe te dragen.

Optimisme
De inhoud van zijn preken ontleende hij meestal aan diepere geesten dan de zijne maar hij gaf er een heel eigen draai aan. Hij doorspekte zijn preken met humor en tal van anekdoten. Sunday was optimistisch ingesteld. Iedereen had zijn lot in eigen hand. Wie niet tot de uitverkorenen behoorde had dat aan zichzelf te wijten. Hij waarschuwde onbekeerden met de hel.

Het geloof uit de goede oude tijd
Amerika was in Sunday’s dagen in velerlei opzicht een onrustbarend land dat van dag tot dag scheen te veranderen. Sunday bood houvast, hij verwees naar de ‘good old days’ en naar het geloof dat toen uitkomst had geboden en zou blijven bieden. Niet het nieuwe, maar het vertrouwde bracht hij naar voren. Alleen zijn techniek was nieuw. Ook werd er geklapt en gejuicht tijdens zijn preken; dit gebeurde niet eerder. Van halleluja-geroep hield hij niet zo, en mensen die al te emotioneel werden maande hij tot kalmte. Zijn ‘tabernakels’ werden dan ook nooit een heksenketel; vrijwilligers wezen onrustige mensen terecht. Een belangrijk deel van zijn revivals vormde de koorzang. ‘Als je in de hemel komt, zul je ontdekken dat niet allen daarheen zijn gepreekt. Ze zijn er naar toe gezongen.’ Koren van tweeduizend mannen en vrouwen waren geen uitzondering.

Mening van een Nederlander
Sunday werd ook in Europa bekend. In 1916 verscheen er bij uitgeverij J.H. Kok te Kampen het boekje Billy Sunday. Een beeld van het tegenwoordige Amerikaansche godsdienstige leven. De gereformeerde auteur, J. van Lonkhuyzen, zegt: ‘O, het is zoo jammer, dat zulk een man met zijn invloed en blijkbaar goede intentie niet beter onderlegd is in de waarheid. Dat kan men zoo gedurig bemerken.’ Verder had hij als kritiek dat de mens centraal stond in zijn preken en dat het hem allereerst ging om het geluk van het individu. Het eindoordeel over Sunday’s prediking luidt: ‘Zij zet het christendom in den toon van het losse, oneerbiedige, oppervlakkige, op gevoelsopwinding uit zijnde Amerikaansche volksleven. Het christendom moet verheffen. In alles. Hier wordt het in veel verlaagd.’

Oorzaken teruggang
Na de Eerste Wereldoorlog verbleekte Sunday’s ster. Dit had verschillende oorzaken:
– De jaren 20 betekende een opleving van het liberale christendom. Men wilde perse met de tijd meegaan, en revivalisme was uit de tijd. Niet weinig droeg daar het ‘apenproces’ aan bij (strijd tussen schepping en evolutie).
– Dat Sunday rijk was geworden van zijn preekarbeid, bracht velen ertoe dat ook te proberen.
– Sunday’s twee belangrijke thema’s, drank en saloon, werden aangepakt (of hem uit handen genomen); de droogleggingswet legde dit aan banden: het 18e amendement op de grondwet. Ook kwamen er anti-immigratewetten. Zo bleef er voor Sunday niets anders over dan zich weer uitsluitend te richten op geloofskwesties.
– Sunday hield vast aan de letterlijke interpretatie van de Bijbel. Tijdens de jaren 20 werd de wetenschap heilig verklaard. Godsdienst zou nog slechts hinderlijk zijn. Alleen in het Zuiden bleek men nog naar Sunday te horen. Daar, in de bible belt kreeg hij de mensen nog op de banken met zijn old-time religion.

Twee Billy’s
Sunday werd ook wel overvallen door buien van diepe neerslachtigheid. Zijn kinderen gingen niet zijn wegen. Zelf hield hij wel het rechte pad. Hij preekte steeds meer tegen het verval van zeden en zijn preken begonnen de optimistische toon te verliezen. De natie zou naar zijn mening gestraft worden en verdiende dit ook. In 1933 werd het drankverbod opgeheven. Sunday overleed in 1935. Met hem leek het revivalisme dood en begraven te zijn. Leek…, want er stond een nieuwe Billy op: Billy Graham!

Gepubliceerd in oktober 2006