Het puritanisme

n.a.v. W. van ’t Spijker, R. Bisschop en W.J. op ’t Hof, Het puritanisme. Geschiedenis, theologie en invloed, Zoetermeer 2001

16e eeuw
De Reformatie van bovenaf opgelegd
John Wyclif (1320-1384) was een voorloper van het puritanisme. Hij bevorderde volksvroomheid door de Lollarden. Aan het begin van de Reformatie was vooral Antwerpen belangrijk; het was zelfs het belangrijkste productiecentrum van Engelstalige protestantse literatuur. Onder Hendrik VIII kwam de Reformatie tot stand. Hij brak de banden met Rome. Hij protesteerde tegen de oppermacht van de paus die hem niet goed uitkwam toen van zijn vrouw wilde scheiden. Aanvankelijk leek de Engelse kerk in evangelische richting te gaan, want Thomas Cramner had veel sympathie met de Zwitserse Reformatie. Toch bleven de dogma’s onder Hendrik onveranderd rooms-katholiek van inhoud. Hendrik onteigende het kloosterbezit. Hiermee kwamen de traditionele vormen van sociale zorg ten einde. De Reformatie in Engeland kwam niet voort uit de gemeenten, maar werd opgelegd door de vorst. De kerk onderwierp zich aan de staat.

Zwingliaanse invloeden
Er ontstond echter een onderstroom die behoefte had aan meer hervormingen, vooral op het Zwitserland van Zwingli georiënteerd. Cranmer wilde dit ook wel, maar hij bleef de koning in alles ter wille. Belangrijke voorstanders van de hervormingspartij waren Thomas Cromwell, Hugh Latimer en Nicolas Ridley. Onder Edward VI (1547-1553) werd het gebruik van het Book of Common Prayer voorgeschreven. De inhoud was een compromis, maar heeft in hervormende zin gewerkt. Het was sterk gestempeld door Zwingli. Kritiekpunten als het patronaatsrecht, waardoor de plaatselijke landheer bepaalde wie predikant werd, bleven bestaan. Continentale theologen waren verantwoordelijk voor de belijdenis van de Anglicaanse Kerk: Petrus Marty Vermigly, Johannes à Lasco en Martin Bucer werden naar Engeland gehaald. Melanchthon wilde niet komen. Calvijn heeft door zijn briefwisselingen ook veel invloed uitgeoefend. John Hooper was één van de vaders van het puritanisme. Hij was gestempeld door Genève en Zürich. Ook John Knox had internationale contacten en heeft gestudeerd in Genève. Ook werd er ruimte geboden aan Nederlandse vluchtelingen, die ook weer betekenis hadden voor het ontstaan van het puritanisme. Een opvallend kenmerk van het puritanisme is dus, dat ze sterk beïnvloed werd vanuit het Europese continent.

Terugslag onder ‘Bloody Mary’
Cranmer, Ridley, Latimer en Hooper belandden met de komst van Maria Tudor (1553-1558) in de gevangenis om hun doodstraf af te wachten. Bucers beenderen werden opgegraven en verbrand. In Frankfurt am Main ontstond een Engelse vluchtelingengemeente. Hier werden fundamentele discussies gevoerd tussen ‘anglicanen’ en ‘puriteinen’. Hier liggen de wortels van zowel de meer presbyteriaans-georiënteerde richting als de independentistisch-congregationalistische stroming. De Engelse kerk kwam weer onder het gezag van de paus. Maar niet voor lang.

Establisment Church onder Elizabeth
Elizabeth (1558-1603) leidde Engeland door de gouden eeuw. Een nieuwe Act of Uniformity (1559) voerde het Book of Common Prayer weer in. Heiligendagen en liturgische gebruiken en gewaden bleven zo bewaard. Bij de terugkeer uit de vluchtelingengemeenten namen de puriteinen allerlei reformatorische ideeën en ervaringen mee, in de hoop die in de praktijk te kunnen brengen. De Convocation van 1562 geeft een samenvatting van de puriteinse idealen: heiligendagen moesten afgeschaft worden, predikanten moeten met hun gezicht naar de gemeente toe staan, het bijgelovige kruis moest bij de doop nagelaten worden, het knielen tijdens het avondmaal moest afgeschaft worden en het gebruik van het orgel moest weggenomen worden. De afwijzing van dit voorstel, met één stem verschil, luidde definitief de minderheidspositie van het puritanisme binnen de Angelicaanse Kerk in. Het was ook zo dat Recusants (‘weigeraars’), rooms-katholieken, verboden werd de anglicaanse diensten te verzuimen, op straffe van een boete.

Steeds meer nadruk op de praxis pietatis
Tijdens de Vestarian Controversy ontstonden de aanduidingen ‘conformisten’ en ‘non-conformisten’. De non-conformisten wilden een purification van de eredienst, van de leer en van het kerkrecht. Vanaf 1565 werden ze puriteinen genoemd. Stephen Neill geeft vier kenmerken van het puritanisme: voorzien in een geschoolde en predikende geestelijkheid, het beperken van de ceremonies tot het allernodigste minimum dat in het licht van de Schrift geoorloofd is, het invoeren van het presbyteriaanse systeem zoals in Genève en het hebben van een staatskerk in de volle betekenis van het woord. Het accent verschoof geleidelijk naar de hervorming van het leven, praxis pietatis, levensheiliging en vroomheid. De ondergang van de Armada in 1588 betekende de redding voor het protestantisme in Engeland en de Nederlanden. De eerste separatistische gemeente werd in 1580 geïnstitueerd door Robert Browne. Zij weken daarna uit naar Middelburg. Separatisten riskeerden ophanging.

De lecturer, Perkins, Tyndale, Amesius en Sibbes
De lecturer had de taak om buiten de officieel voorgeschreven erediensten op vaste tijden te preken in de parochiekerk. Dit was een belangrijk instrument voor het puritanisme om hun idealen onder het kerkvolk te verspreiden. Door de vervolgingen kozen sommige puriteinen voor conformatie aan de rituelen en structuren. Andere puriteinen weigerden dat en gingen de congregationalistische kant op: ze werden gevangengezet en verbannen. William Perkins geldt als de vader van het piëtistisch puritanisme. William Tyndale wordt wel de eerste puritein genoemd. Amesius, die zou gaan lesgeven in Franeker, legde sterkte nadruk op Gods soevereine almacht, naast de aandacht voor de verantwoordelijkheid van de zondaar om zich te bekeren. Het verbond nam in zijn theologie een centrale plaats in. Hij sprak in termen van ‘partijen’ met betrekking tot het verbond en ‘Meester’, ‘dienaar’, ‘Koning’ en ‘onderdaan’. Richard Sibbes vertegenwoordigde een mystiek getint puritanisme. Zijn geschriften hebben een sterk accent op Gods liefde en vaderlijke zorg, een sterk verlangen naar de wederkomst van Christus en aandacht voor het werk van de Heilige Geest.

Reformatie in Schotland van onderaf
Evenals in Engeland hadden de Lollarden ook in Schotland diepe sporen getrokken. De Bijbel in de volkstaal werd hierdoor erg verlangd. Daar voldeed Tyndale in. De eerste hervormingsgezinden in Schotland waren sterk beïnvloed door de lutherse Reformatie. Patrick Hamilton (1503-1528) was de eerste martelaar die het leven liet. Later bestempelde vooral het calvinisme Schotland, met als leider John Knox. Onder Maria Stuart (1542-1567) waren er vervolgingen. In 1557 sloten vijf Lords het First Covenant. In 1560 kwam de eerste General Assembly bijeen, Er waren toen 12 predikanten in heel Schotland. Zeven jaar later zouden dat er al meer dan 250 zijn. Anders dan in Engeland ontstond in Schotland de Reformatie onafhankelijk van een koninklijk besluit of parlementaire wet.

Toch weer een bisschop
Onder Jacobus VI (1567-1625) vond er verdere uitbouw van de Church of Scotland naar het voorbeeld van Genève plaats. In 1572 werd er een basis gelegd voor een nieuw soort van episcopalisme, onbedoeld. Door het predikantentekort had men behoefte aan een ‘superintendent’, maar die werd in de praktijk een bisschop. Met name de adel wilde dit graag. John Knox verzette zich hier hevig tegen. Onder zijn invloed was er in Schotland een traditie van ‘verbondsluiting’ gegroeid. Zo’n covenant kon een persoonlijk karakter hebben. Dan legde iemand zijn geloften aan God, om een nieuw, godzalig leven te gaan leiden, schriftelijk vast. Er waren ook bands of covenants die een lokaal karakter droegen. In 1578 werd het presbyteriaanse stelsel bekrachtigd en werd het bisschopsambt veroordeeld.

17e eeuw
Jacobus koning over Engeland en Schotland: een hard regime
Jacobus VI van Schotland regeerde van 1603 tot 1625 als Jacobus I over Schotland én Engeland. Hij wordt wel genoemd de ‘koning-theoloog’. Voor hem was duidelijk dat kerk, staat en monarchie onlosmakelijk aan elkaar verbonden zijn: no bishop, no king. Jacobus I besloot op voorstel van een puriteinse delegatie, opdracht te geven tot en nieuwe bijbelvertaling. Jacobus zag hierin een middel een einde te maken aan de invloed van de Geneefse vertalingen met hun kanttekeningen tegen de monarchie. De King James Version verving dus de Geneva Bible die Knox in 1560 had uitgegeven. De puriteinen bleven bij hun ideaal van een belijdeniskerk. Jacobus trad zowel tegen de rooms-katholieken als tegen de puriteinse non-conformisten op. Ongeveer 300 predikanten werden onder zijn regime uit hun ambt ontzet, honderden mensen vluchtten. Deze uitstroom markeert min of meer het einde van het puritanisme in georganiseerde vorm binnen de Engelse staatskerk.

Tweede separatie
Een maatregel die krachtig verzet opriep was de invoering van het Book of Sports (1618). De bedoeling was om de puriteinse zondagsheiliging tegen te gaan. Er werden allerlei suggesties gedaan voor sport en spel op de zondagmiddag die de predikant moest oplezen. John Robinson en William Bradford trokken de radicaalste consequentie en braken met de kerk. Daarmee ontstond voor de tweede keer een separatistische puriteinse stroming, die de Engelse staatskerk voorgoed afschreef. Via de Nederlandse Republiek trok een deel van hen in 1620 naar de Nieuwe Wereld. Zij zijn bekend geworden als de Pilgrim Fathers. De separatisten vonden dat alleen bekeerde mensen belijdenis konden doen en dus lid worden van de kerk. De gemeente moest werkelijk ‘gemeenschap der heiligen’ zijn. Van classicale of synodale verbanden en contacten was geen sprake.

Congregationalisten
Congregationalistische predikanten die niet braken met de staatskerk, maar weigerden te voldoen aan Jacobus’ eisen, werden afgezet, maar ze bleven in het geheim preken. Zo ontstonden er naast de officiële kerk in het geheim vrije, zelfstandige gemeenten, de congregations. De Cambridge Brethern was een kring invloedrijke puriteinen rond Richard Sibbes; zij trachtten door middel van goede contacten en beïnvloeding van bestuurders de puriteinse invloed in politieke en universitaire kringen te behouden en uit te breiden. Ze ontwikkelden een strategie voor de hervorming van de kerk. In 1625, nadat een regeringswisseling hen niet bracht wat ze gehoopt hadden, besloten ze tot beïnvloeding van het parlement, de Country. Daarmee gingen de belangen van de puriteinse zaak grotendeels parallel lopen aan die van het parlement.

De artikelen van Perth in Schotland
In 1607 werd de voorlaatste stap gezet om het episcopale stelsel in Schotland in te voeren. Toch bleef de functie van de bisschoppen in hoge mate vergelijkbaar met de voormalige superintendenten. Er vond dus geen herstel van het episcopaat in rooms-katholieke zin plaats, en evenmin was het een kopie van het Engelse stelsel. In 1618 riep Jacobus een vergadering van anti-presbyterianen bijeen in Perth. Deze stelde vijf artikelen op waaraan ook puriteinsgezinde ambtsdragers zich zouden moeten houden: het sacrament knielend ontvangen, thuis bij zieken avondmaal bedienen en dopen, de confirmatie voor jonge kinderen en de invoering van het kerkelijke jaar. Als gevolg van deze artikelen ontstond er voor het eerst een non-conformistische beweging in Schotland.

De Great Migration onder Karel I
Jacobus’ zoon Karel I (1625-1649) zou een grote rol spelen in de ‘romanisering’. De architect daarvan was William Laud, aartsbisschop van Canterbury. Het centrum van de eredienst zag hij in de sacramenten en niet in de prediking. In combinatie met de economische achteruitgang kwam de Great Migration vanaf 1630 op gang, waarbij duizenden congregationalistische puriteinen naar Amerika vertrokken om daar als children of God en visible saints te leven en God in vrijheid te kunnen dienen. Zij zijn de eigenlijke grondleggers van Amerika. Andere theologen vonden troost in de bestudering van het bijbelboek Openbaring, wat hun aanleiding gaf tot gespannen toekomstverwachtingen. De puriteinen werden hevig vervolgd. Conventikels waren broeinesten van non-comformistische opvattingen, haarden van verzet. Er waren nog steeds puriteinen binnen de staatskerk, die zich in hoge mate conformeerden. Vooraanstaand was Lewis Bayly. Het kerkelijke en politieke verzet waren nauw met elkaar verbonden, zoals dat ook in Schotland was.

Hernieuwing National Covenant in Schotland
Onder leiding van Alexander Hamilton en David Dickson werd in 1638 te Edinburgh door vertegenwoordigers van de adel, door predikanten en door mensen uit diverse bevolkingsgroepen het National Covenant, dat in 1581 was ondertekend, hernieuwd. In Glasgow kwam voor het eerst in jaren weer een Great Assembly bijeen, De bisschoppen werden gedaagd, maar weigerden zich te verantwoorden. De synode ging niet uiteen voordat alle maatregelen onder Jacobus en Karel teniet waren gedaan, de bisschoppen waren afgezet en het presbyteriaanse systeem was hersteld. Deze synode markeert het begin van de periode van de Second Reformation. Karel zag dit als een opstand. Hij marcheerde met een leger naar Schotland, waar de Covenanters met de strijdkreet For Christ’s Crown and Covenant zich gereedmaakten. Het kwam niet tot een confrontatie. De eerste Bishops’ War was hiermee geëindigd.

Het parlement grijpt de macht in Engeland
Eind 1640 begonnen de zittingen van het ‘Lange Parlement’, totdat Oliver Cromwell het in 1653 ontbond. Één van de eerste daden van het parlement was de onthoofding van Laud. Ondertussen mochten presbyteriaanse en congregationalistische predikanten voor het parlement preken houden, zoals Thomas Watson en John Owen en vele anderen. De puriteinse stroming in het parlement deed een poging om het leger aan het opperbevel van de koning te onttrekken. De koning wilde zich niet de wet laten voorschrijven. Gevolg was een burgeroorlog. Het parlement zocht nu steun van de Schotten. Dit leidde in 1643 tot de Solemn League and Covenant, waarbij de Schotten hulptroepen toezegden. Rechtvaardiging van het verzet bood Samuel Rutherford met zijn Lex Rex (1644). Daarin behandelde hij de rechtmatigheid en wenselijkheid van de koninklijke macht, en koos hij voor een mengvorm van monarchie, aristocratie en democratie.

De Westminster Assembly
Tussen 1643 en 1649 kwam de Westminster Assembly bijeen. De presbyterianen en congregationalisten konden niet tot overeenstemming over de kerkinrichting komen. Het ging met name over de tucht: strekte die zich wel of niet uit over niet-gelovigen? Het independentistische standpunt werd unaniem afgewezen. Nadat in 1645 het bisschopsambt werd afgeschaft, regelde in 1646 een nieuwe Act of Uniformity de overgang naar het presbyteriale stelsel in de Engelse kerk. Onder het bewind van Cromwell schoten sekten als paddestoelen uit de grond. De puriteinse revolutie werd dus ook gestempeld door de opkomst van allerlei sekten.

Engeland wordt een republiek
De congregationalisten hadden vooral hun machtsbasis in het leger, de presbyterianen in het parlement. Het leger keerde zich echter evenzeer tegen het episcopale en absolutistische Engelse systeem als tegen het presbyteriale stelsel van de Schotten. De koning wist te ontvluchten. Cromwell arresteerde de presbyteriale leden van het parlement die alsnog met de koning tot een vergelijk wilden komen. Van de ruim 200 leden resteerde daarna nog een ‘rompparlement’ van 70 leden, overwegend gelijkgezinden van Cromwell. Karel I werd ter dood veroordeeld wegens tirannie. In 1649 werd hij onthoofd. Engeland werd een republiek, waarin Cromwell de feitelijke macht had.

Verdeeldheid in Schotland na vlucht van de koning
Oliver Cromwell regeerde van 1649 tot 1658. Het Schotse parlement benaderde Karels zoon Karel II om koning te worden, op voorwaarde dat hij de Covenants zou aanvaarden. Deze koning hield het niet lang vol en werd verjaagd door Cromwells legers en hij vluchtte naar Nederland. Er ontstonden nu tegenstellingen binnen de Strict Covenanters om hoe ze moesten omgaan met de Engelse heerschappij die er nu kwam. De Resolutioners (vertegenwoordigers van de orthodoxie) en de Protesters (vertegenwoordigers van het piëtisme) stonden nu tegenover elkaar. Ze hadden namelijk de eed aan de koning afgelegd en niet aan Cromwell.

Cromwells overlijden en de komst van Karel II: de Restauratie
Het ‘rompparlement’ werd vervangen door het Barboneparlement. De leden hiervan werden op grond van hun godsvrucht gekozen door Cromwells legerraad. Cromwell koos principieel voor vrijheid van godsdienst. Dit gold niet voor rooms-katholieken. Tot zijn belangrijkste adviseurs behoorden Thomas Goodwin en John Owen. Owen was aanvankelijk presbyteriaan, maar werd nadien een congregationalist. Na het overlijden van Cromwell en wanbestuur van zijn zoon kwam er de Restauratie onder Karel II. De nieuwe parlementsverkiezingen leverde een Lagerhuis op waarvan de puriteinse kracht was gebroken en uit een anglicaanse meerderheid bestond. De Restauratie was niet alleen een herstel van de Stuartdynastie, maar ook een herstel van de Anglicaanse Kerk met haar episcopale structuur. De tijd waarin de puriteinen een machtsfactor waren was voorbij. Men werd teruggedrongen in de positie van dissenters. Wie zich niet volledig aan de rituelen conformeerde werd uitgesloten van alle openbare ambten.

De Great Ejection en het romaniserende tendensen
Geestelijken moesten de hernieuwde Act of Uniformity ondertekenen en volledig instemmen met de inhoud van het Book of Common Prayer, de Solemn League and Covenant afwijzen en, zover ze niet door een bisschop waren geordend, dat alsnog te doen. Wie weigerde kon vertrekken. Ruim 2000 presbyeriaanse en ongeveer 400 congregationalistische voorgangers moesten op deze Black Bartholomew’s Day (24 augustus 1662) hun gemeenten verlaten. Deze maatregel betekende het definitieve einde van het puritanisme als hervormingsbeweging binnen de Anglicaanse Kerk. In 1664 werd ook nog eens het bijwonen van conventikels verboden en werd het preken door leken aan banden gelegd. John Bunyan moest hierom meer dan twaalf jaar in de gevangenis zitten. Het puritanisme leefde niet voort in de vele dissente groeperingen die er bestonden. Het beleid van Karel II werd in toenemende mate romaniserend van aard. Dit kwam ook tot uiting in zijn bondgenootschap met het rooms-katholieke Frankrijk. Hij vaardigde in 1672 de Declaration of Indulgence uit, want godsdienstvrijheid bood voor zowel rooms-katholieken als non-conformisten.

Hevige verdeeldheid tussen de Schotse Covenanters
Karel II wilde de bisschoppelijke hiërarchie ook in Schotland invoeren. De Covenanters werden nu ook dissenters. Door de Great Ejection werden in Schotland ongeveer 400 predikanten uit hun bediening gezet. Onder hen waren vrijwel alle Protesters. Bijna de helft van de predikanten was afgezet. Ze bleven wel in het geheim voorgaan, terwijl op veel plaatsen de officiële kerkdiensten nauwelijks meer bezocht werden. De Covenanters werden zwaar vervolgd. Soms leidde dit tot gewapend verzet. In 1669 kondigde Karel zijn eerste Indulgence af. Daardoor was het voor vervolgde predikanten onder bepaalde voorwaarden mogelijk om terug te keren naar hun gemeente. Vanaf dat moment kwam er weer verdeeldheid: de Indulged en de Non Indulged. De één nam het voorstel van de koning aan en werd weer predikant, de ander kon dat naar zijn geweten niet doen. Zo ontstonden er ook spanningen tussen broeders van hetzelfde huis. Na een derde Indulgence kwamen de Strict Covenanters in actie en zworen Karel II af als koning.

De Glorious Revolution
Na Karel kwam zijn broer Jacobus II op de Engelse en Schotse troon. Hij was rooms-katholiek. In Schotland staat zijn regeringsperiode bekend als the killing time. Vrijwel alle presbyteriaanse predikanten aanvaardden de Indulgences en preekten weer. Slechts de Strict Covenanters, zoals James Renwick, legden zich er niet bij neer. Jacobus’ laatste Indulgence luidde het einde van de vervolgen in. In Engeland vonden de Whigs en de Tories elkaar en op uitnodiging van het parlement landde stadhouder Willem III, getrouwd met Jacobus’ dochter Maria, op 5 november 1688. De Glorious Revolution voltrok zich zonder veel tegenstand en zonder bloedvergieten. Het rooms-katholieke Ierland steunde Jacobus, uitgezonderd de protestantse minderheid in Ulster. Het leger van Jacobus werd in 1690 door Willem verslagen aan de Boyne. De Toleration Act van 1689 verleende andersdenkenden volledige vrijheid van godsdienst, met uitzondering van de rooms-katholieken. Ondertussen bleken de verschillen tussen presbyterianen en congregationalisten zo gering geworden te zijn, dat men bereid was zich met elkaar te verenigen. De personele unie tussen Engeland en de Nederlandse Republiek was van groot belang voor de verdediging van het protestantisme in Europa. Mee dankzij dit machtsblok kon tegenwicht geboden worden aan de dreigende politieke suprematie van koning Lodewijk XIV van Frankrijk.

Amerika
God scheept Zijn Noachs in
Op het moment dat de eerste puriteinen in het noorden landden, was de Engelse staatskerk al gevestigd in enkele zuidelijke kustgebieden en als Estabished Church al gevestigd in Virginia (sinds 1607). Ook rooms-katholieken, die in het anglicaanse Engeland niet getolereerd werden, vonden in deze streken een nieuw vaderland (Maryland, 1632). Onder de WIC ontstonden ook volksplantingen vanuit Nederland. Zij vormden de Middle Colonies aangezien het in 1664 door de Engelsen werd veroverd. De Nederlanders hadden geen godsdienstige, maar uitsluitend zakelijke motieven. Wel is geprobeerd Jacobus Koelman, die puriteinse geschriften in het Nederlands vertaalde, te beroepen, maar dit ging niet door. Thomas Hooker zei: ‘God begin Zijn Noachs, die geprofeteerd en voorzegd hebben dat de ondergang nabij is, in te schepen; en God maakt ons duidelijk dat New England het toevluchtsoord is voor Zijn Noachs en Zijn Loths, een rots en schuilplaats voor Zijn rechtvaardigen om daar heen te vluchten; en zij die gekweld werden met het zien van het goddeloze leven van de mensen in dit verdorven land, zullen daar veilig zijn.’

Verbondsluiting, zending onder indianen en goedkeuring slavernij
Door middel van een plantation covenant verbond elke nieuwe vestiging zich aan het ideaal dat de kolonie ‘een stad op een berg’ moest zijn. Het gezin vormde het hart van de puriteinse gemeenschap, het gold als een samenleving op microniveau. Vanaf 1636 beschikte Massachusetts al over een eigen academische opleiding, Harvard College te Cambridge. De motor hierachter was Thomas Shepard. In 1701 kreeg het pas concurrentei: Yale College te New Haven. Vanaf het begin werd er zending bedreven onder de indianen. Bij het uitbreken van de King Philip’s War, de grote indianenoorlog die in 1675 begon, waren er 14 indianengemeenschappen in Massachusetts, met samen 1100 leden. Tijdens de oorlog werden vele Praying Indians gedood door blanke kolonisten ofwel door vijandige indiaanse scammen. Het was het einde van het zendingswerk. Slavernij werd niet principieel afgewezen. De eerste Amerikaanse publicatie op dit gebied, The Selling of Joseph van Samuel Sewell uit Boston verscheen in 1700. Hij was zijn tijd daarin vooruit.

Kerkstructuur
De bestuursstructuur voorzag in een voor die tijd vergaande invloed van de inwoners, zonder overigens democratisch te zijn in de moderne zin van het woord. De zichtbare kerk vertegenwoordigde Christus’ koninkrijk op aarde en had dus uitsluitend geestelijk gezag. De overheid is haar ‘voedsterheer en zoogvrouw’. Geheel in de lijn van de opvattingen van Calvijn beschouwden ze de kerk als de ‘ziel’ van de samenleving, zoals de staat het ‘lichaam’ was. De puriteinen kenden vier ambten: de pastor, teacher, ruling elders en deacons. Een congregationalistische structuur dus. Ze beschouwden dit als een bijbels verantwoorde tussenvorm tussen het presbyterianisme en het radicaal independentisme. Maar aangezien de congregationalistische manier om als kerken contact met elkaar te houden in de praktijk ontoereikend bleek, bepaalde het presbyteriale stelsel merkwaardig genoeg tegen het eind van de 17e eeuw feitelijk de kerkelijke structuur.

Verschillende stromingen
In het verlengde van de situatie in Engeland in de jaren 1520 werd een onderscheid gemaakt tussen de Intellectual Fathers en de Spiritual Brethren: er waren dus liggingsverschillen binnen het puritanisme. In Boston vond in 1634 een opwekking plaats. Sindsdien werd het de gewoonte om aspirant-kerkleden niet alleen in het openbaar belijdenis van hun geloof te laten doen, maar ook om hun bekeringsweg te laten vertellen. Op deze wijze streefde men er naar om de gemeenschap der heiligen, de ‘onzichtbare kerk’, zoveel mogelijk te laten samenvallen met de ‘zichtbare kerk’: visible saints. Evenals in Engeland ontstonden er ook een scala van (radicale) sektarische richtingen. Roger Williams (Massachusetts) koesterde sterke separatistische gevoelens en wilde een openlijke verwerping van de Angelicaanse Kerk door de kolonistengemeente. Hij vond dat de Engelse koning ook geen gezag kon doen gelden op dit gebied. Dit waren verstrekkende uitspraken voor die tijd. Ook was het zijn opvatting dat de overheid geen eed mag eisen van een onwedergeborene. Door zijn opvattingen werd hij verbannen. Hij vertrok naar Rhode Island, waar hij Providence (‘voorzienigheid’) stichtte. Hij legde hier de basis van de eerste Amerikaanse baptistenkerk. De kolonie Connecticut werd niet geteisterd door interne scheuringen.

Stijgend zelfbewustzijn van de koloniën
Aanvankelijk bleven de kolonisten de Engelse staatskerk erkennen als een ware, zij het ernstig verminkte kerk. John Cotton gaf een verklaring van Openbaring 13 uit, waarin hij de Anglicaanse Kerk identificeerde met het beest dat opkomt uit de zee. In de kolonies werden eens per maand een vasten- en biddag gehouden. Ze waren er diep van overtuigd dat deze middelen meer gevaar voor de koninklijke zaak opleverde dan de beste wapens. Toen in 1643 de Westminster Assembly werd bijeengeroepen werden ook Amerikaanse puriteinen uitgenodigd. Over het algemeen sympathiseerden zij met de congregationalistische stroming, terwijl in Westminster de presbyterianen domineerden. In dit jaar sloten de puriteinse koloniën van New England in Boston met elkaar een confederatie, United Colonies of New England: Massachusetts, Connecticut, New Haven en New Plymouth werkten daarin samen.

Half-Way Covenant
Alvorens iemand kon worden toegelaten als lid van de kerk, moest eerst onderzocht worden of hij berouw had over zijn zonden en deel had aan Christus. Belijdend lid kon men dus pas worden als men rekenschap kon geven van zijn bekering. De doop was alleen toegestaan aan deze, belijdende, leden. Dit alles leverde veel (praktische) problemen op. Dit dilemma kreeg het Half-Way Covenant als oplossing. Dit hield in dat iemand die zelf wel gedoopt was maar niet toegelaten als lid, het recht kreeg zijn of haar kinderen te laten dopen. Hij of zij kreeg geen toegang tot het Heilig Avondmaal. Met name de presbyteriaaans gezinden verruimden het toelatingscriterium. Was iemand alleen al van onbesproken gedrag, dan mocht hij als lidmaat worden toegelaten en de volle burgerrechten genieten. Hij mocht echter niet aan het avondmaal.

Veranderingen door de Restauratie in Engeland
Na de Restauratie in Engeland (Engeland werd weer een monarchie, Cromwells macht was ten einde) kwam het tot een gewapende confrontatie. De eerste confederale structuur brak nu en een koninklijke commissie kwam de orde en rust herstellen. De Angliaanse Kerk werd steviger gevestigd in de koloniën. De Tweede Engelse Oorlog voorkwam dat New England van aanzien veranderde. Wel moest de kolonie aan de koninklijke eis dat het lidmaatschap van de congregationalistische kerk niet langer als voorwaarde mocht worden gesteld aan inwoners die de status van freeman (volledige burgerrechten) wensten te verkrijgen. Dat luidde het begin van de erosie van het puritanisme als hoeksteen van het koloniale bestuur in. Met de groeiende welvaart namen het morele verval, de wereldsgezindheid, onverschilligheid inzake het geloof en weelderige levensstijl toe, evenals de politieke en kerkelijke verdeeldheid. Het idee van de koloniën als God’s own country kreeg een meer horizontale lading. Het ging gepaard met een verscherping van theologische tegenstellingen en afnemende tolerantie. Tussen 1658 en 1692 werden er Quakers ter dood veroordeeld of verbannen.

Na de Glorious Revolution keerde de oude vrijheid niet terug
Na de Glorious Revolution werden de koloniën weer in hun oude rechten hersteld. De grote mate van zelfbestuur keerde echter niet terug. Er ontstonden twee partijen: de Old Charter Party die niet bereid was de nieuwe verhoudingen te accepteren en de New Charter Party, die dat wel was. Samuel Stoddard, predikant in Northampton ging een stap verder dan het Half-Way Covenant. Hij stelde zich op het standpunt dat onbekeerden met een zuivere levenswandel ook mochten deelnemen aan het Heilig Avondmaal. Alleen God immers kende het hart. Hij droeg een presbyteriale kerkvisie uit en bepleitte wat wa de ‘volkskerkgedachte’ zouden noemen. ‘Elke christelijke natie is een kerk’, zo stelde hij. Het verbond dat God met het Joodse volk maakte, is hetzelfde als wat Hij maakte met de christelijke naties door de kerk en de verkondiging van het Woord.

Gepubliceerd in juli 2007