Het volk dat in duisternis wandelt

n.a.v. J.W. Schulte Nordholt, Het volk dat in duisternis wandelt. De geschiedenis van de negers in Amerika, Arnhem 1968

De slavenhandel
Kerstening?
Het was eigenlijk de grootste volksverhuizing in de wereldgeschiedenis. De Portugezen begonnen, snel gevolgd door de Spanjaarden. Ook Nederland had een groot aandeel in de slavenhandel. Maar Engeland was nummer één op dit gebied: de slavenhandel was ook één der eerste oorzaken van Engelands grote groei. Het argument van kerstening was in (Nieuw-)Engeland zeer populair. In Newport was een ouderling die iedere keer als hij hoorde van de aankomst van een slavenschip, een openlijk dankgebed opzond. De slavenhandel heeft de onderlinge oorlogen in Afrika enorm gestimuleerd; we mogen niet uit het oog verliezen dat Afrikanen immens wreed kunnen zijn. In 1451 ruilden de Arabieren zo’n vijftien negers voor één paard, later werd een neger verkocht voor een geweer.

Als haring in de ton
Er waren beschermende voorschriften voor de slaven. Maar desondanks zaten ze in de schepen ‘als haring in een ton’. Er zijn getuigenissen van de vrolijkheid en onverschilligheid van de negers onderweg, maar ook van hongerstakingen, pogingen tot zelfmoord en opstanden, slaven die overboord sprongen, hun tong inslikten. Het is moeilijk na te gaan hoeveel slachtoffers de oversteek van de slaven gekost heeft. De schattingen lopen uiteen van 1/6 tot 5/6. Het aantal overgebrachte slaven was als volgt. 16e eeuw: 900.000. 17e eeuw: 2.750.000. 18e eeuw: 7.000.000. 19e eeuw: 4.000.000.

Te veel is ook niet goed
Meestal liep de slavenhandel via een Afrikaanse vorst. De slavenhandel moest wel rechtmatig gebeuren. Zo werden twee slaven uit het puriteinse Massachusetts teruggestuurd omdat die door kooplieden waren meegenomen na een overval op een dorp. Nog erger was het dat deze misdaad op de zondag gebeurd was. Ver vóór de Civil War schreef iemand uit South Carolina al: ‘Het grote aantal negers de laatste tijd binnengebracht in deze kolonie, kan onze veiligheid in gevaar brengen’. Het Zuiden zou later het Noorden beschuldigen van het feit dat zij de slaven gehaald hebben.

De slavernij in de koloniën
Economisch noodzakelijk
Pas in 1661 werd in Virginia de slavernij wettelijk vastgesteld, toen langzamerhand de economische ontwikkeling het instituut der levenslange knechtschap mogelijk, ja noodzakelijk maakte. Als een neger zich bekeerde tot het christendom, bleef hij slaaf: ‘Baptism does not alter the condition of the person as to his bondage or freedom’. In Georgia was de slavernij eerst geheel verboden, maar werd in 1749 toegestaan, zij het met de voorwaarde dat de slaven niet mochten werken op zondag en hun het vloeken afgeleerd moest worden. In Nieuw-Amsterdam waren de negers zeer vrij, en bewogen ze zich ongehinderd onder de overige inwoners. In Pennsylvania, een kolonie van de Quakers, werd de slavernij binnen de perken gehouden.

Vrees voor onrust
In de meeste staten werd een uitvoerige slaven-code opgesteld, want de vrees voor onrust was zeer algemeen. Slaven werden aan de plantages verbonden, zij konden ze meestal niet dan met een pas van hun meester verlaten. Samenscholing was verboden, evenals bezit van vee en vuurwapens; ook mochten ze niet handeldrijven. Op diverse misdaden stond de doodstraf. Sommige staten kenden het verbod op lezen en schrijven en Georgia verbood het maken van ongewoon lawaai zoals het slaan op trommels en blazen op trompetten. In Nieuw-Engeland, het puriteinse deel van Amerika, was er een extra bepaling tegen het werken op zondag en tegen ‘game, sport play or recreation’ op die dag.

Misdadige slaven
Slaven waren vaak misdadig. Maar is het vreemd dat de ongelukkige slaven tot allerlei misdaden kwamen? Er bestaat een roerende schuldbekentenis van een slaaf, die als reden voor zijn misdrijven opgaf, dat hij ‘so unhappy’ was in zijn slavernij. Opstanden zijn er vele geweest. Wij spreken over een gebied van immense grote omvang, dus contact door onderling verkeer was uiterst moeilijk door het dikwijls zo ruige landschap. Daarom was de behandeling van slaven per plaats verschillend.

Verbijsterende ervaring
Het moet voor de negers een verbijsterende ervaring geweest zijn, de ontmoeting met de blanke meesters, met al hun macht en heerszucht, maar ook hun godsdienst van liefde en toewijding. Ze hebben het ongetwijfeld vaak niet uit elkaar kunnen houden, en wij kunnen dat nog niet.

Evangelisatie onder slaven
Welke motieven waren er tot de actieve evangelisatie onder de slaven? Eigenbelang ligt voor de hand: de negers zijn slecht omdat ze telkens opstanden maken en het christendom zal hun leren berusten. Religie moest vergeestelijking en berusting, onderdanigheid en gehoorzaamheid betekenen. Maar men wist ook drommels goed dat het christendom bevrijding betekende. Een plantersvrouw vroeg eens aan een missionaris: ‘Is het mogelijk dat er onder mijn slaven zijn die in de hemel komen en moet ik ze daar ontmoeten?’ Maar het was natuurlijk niet alleen eigenbelang; zo was de Bostonse puritein Cotton Mather ijverig in het onderrichten van de slaven; hij hield elke zondagavond bijeenkomsten met slaven om hen te leren lezen en zingen en hij ontwierp tien geboden speciaal voor slaven (onder andere: ‘Ik moet geduldig en tevreden zijn met de toestand die God over me beschikt heeft’).

De Quakers
Het is moeilijk na te gaan welke groep christenen voor het eerst tegen de slavernij heeft geprotesteerd. De Quakers, of Society of Friends, eisen die eer, zeker niet ten onrechte, voor zich op. Maar ook uit puriteinse kringen stamt protest: rechter Samuel Sewall schreef in 1700 vanuit Boston een fel protest tegen slavernij in een brochure getiteld The Selling of Joseph. In Pennsylvania, een echte Quaker-staat, kwam er in 1711 een verbod op de invoer van slaven, in 1776 een verbod op slavernij. John Wesley en zijn beweging van de methodisten worden ook genoemd als invloedrijk met betrekking tot de afschaffing van slavernij.

Het ideaal van de vrijheid
Amerika’s inconsequentie
In de Onafhankelijkheidsoorlog kwam het inconsequente van de slavernij naar voren: men hief luid de leuze der vrijheid aan en verzette zich tegen de Engelse onderdrukking, maar men ontzegde diezelfde vrijheid aan de slaven! De negers zelf voelden dit ook wel aan en richtten zich in deze tijd tot de autoriteiten met het verzoek om vrijheid. In 1780 protesteerde een groep negers tegen precies datgene waar het de kolonisten om ging in de oorlog met Engeland: taxation without presentation.

Declaration of Independence
Duidelijk komt de dubbele positie van de Amerikanen in de vrijheidsoorlog naar voren in het opstellen van de Onafhankelijkheidsverklaring door Thomas Jefferson: op een kamer in Philadelphia schreef hij in 1776 in een paar dagen het glorieuze stuk over de rechten van de mens. Jefferson noemt de slavernij hierin één van de grieven tegen Engeland! Maar de afvaardiging van het Zuiden wist deze passage buiten de tekst te houden.

Negers in de Onafhankelijkheidsoorlog
De Engelsen stookten de negers tegen Amerika op; in 1775 riepen de Engelsen op dat de negers, die over zouden lopen naar hun, vrijheid zouden krijgen. Hierop lieten de Amerikanen ook negers toe in het leger, wat eerst niet zo was. In totaal hebben hierin 5000 negers gevochten. Het eerste slachtoffer van de oorlog was trouwens ook een neger: tijdens de ‘Boston Massacre’ op de avond van 5 maart 1770.

Revolutie niet genoeg doorgewerkt?
Historici hebben er op gewezen dat de Amerikaanse revolutie niet door heeft gezet, dat de vrijheid die bevochten werd, er één was voor de handelsbelangen van bepaalde groepen. De slaven profiteerden er in elk geval niet van. Wel werd in het nieuwe Noord-Westelijke territorium de slavernij verboden, maar mét de bepaling dat slaven daarheen gevlucht, teruggebracht moesten worden naar hun wettige meesters.

Slaven en paarden
Er was ook een grote strijd rondom de vertegenwoordiging van de negers. Iemand uit het Noorden zei: ‘Waarom zouden de slaven van South Carolina vertegenwoordigd zijn en de paarden van Massachusetts niet?’ De Zuidelijken daarentegen wilden hun slaven compleet meegeteld zien. Er kwam een vreemd compromis, waar het Noorden zeker niet blij mee kon zijn: de slaven zouden voor 3/5 worden meegeteld. Vanaf nu zou dus het zuiden een onevenredig en onredelijk grote vertegenwoordiging hebben in het congres!

King Cotton
Er was even sprake van dat het slavernij-systeem niet meer lonend was, maar toen kwam de opkomst van een nieuwe macht: King Cotton. Hierdoor werd een gunstige ontwikkeling gestuit en in haar tegendeel veranderd; de slavernij was opeens weer lonend!

Blanken verleren het werken
Een helder geluid kwam er van George Mason; hij pleitte voor een direct verbod op slavernij, omdat hij de slavernij een groot gevaar noemde, omdat zij de blanken de werklust ontnam, omdat de immigratie uit Europa hierdoor zou verminderen en omdat God deze tyrannie wel streng moest straffen en nationale rampen zenden. Anderen vreesden grote opstanden van negers omdat zij in steeds grotere getale aanwezig waren, veel meer dan dat er blanken waren. Petities van Quakers hield de slavernij-zaak levend in het Congres en dwong de parijen zich telkens weer duidelijk uit te spreken. Zuidelijke afgevaardigden gingen daarom beargumenteren op bijbelse en constitutionele gronden dat slavernij een uitstekend systeem was.

Keerpunt, maar het wordt erger
Hoewel 1808 een keerpunt was omdat de import van slaven werd stopgezet (een vrucht van de Amerikaanse Revolutie!), moest de ergste periode nog komen. De slavenjagers werden steeds wreder en stoutmoediger. Men leest over epidemieën, het overboord werpen van hele (neger-)ladingen en slachtingen aan de Afrikaanse kust. Meer dan 2,5 miljoen van deze slaven kwamen terecht in Zuid-Amerika.

Jeffersons moeite met slavernij
Jefferson liet nog meer van zich horen. Tijdens zijn presidentsschap werd de slavenimport verboden. Hij zegt dat met de slavernij ‘onze kinderen worden opgevoed, zodat ze tyrannen worden, net als hun vaders; de moraal wordt vernietigd, de werklust gedood, de vrijheid, die Gods gave is, geschonden.’ Jefferson, die tegelijk zelf ook planter was met grote investering in slaven; hij kan zijn slaven niet vrijlaten, want dat zou hem ruïneren! Patrick Henry, ook één van de Founding Fathers, zegt zoiets dergelijks: ‘Ik moet slaven hebben, maar dat is een dwangpositie.’ Eigenlijk zijn het dus (zo lijkt het) de méésters, die, zowel ethisch als economisch verontrust, in omstandigheden verkeren die moeilijker is dan die van hun slaven. Dat is tenminste de sarcastische uitleg van iemand.

Vrije negers in het Noorden
Omstreeks 1800 was er een golf van ethisch idealisme. Niet in het Zuiden, maar in het Noorden had de Revolutie werkelijk ingrijpende gevolgen voor de slavernij. Het Noorden werd het land van de kleine boeren, van de immigranten uit Europa; stuk voor stuk schaften de staten daar de slavernij af. Zo ontstond er ook een groep vrije negers. Daarmee krijgt de geschiedenis van naamloos lijden en verlorenheid langzamerhand een gezicht, uit de donkere massa treden gestalten naar voren, leidslieden voor hun volk.

Negers stichten eigen kerken
De kerken vochten om de zielen van de slaven, maar overal werden zij naar de achterste banken en galerijen verwezen. In het Noorden stichtten de negers eigen kerken, vooral baptistisch en methodistisch. Hoe bitter ook de ervaringen met de blanke aanhangers van de christelijke religie mochten zijn, de religie zelf was toen al en werd steeds meer een onmisbaar middel tot bewustwording van de negers! Er ontstond een cultuur van geestelijke liederen, de spirituals.

Het zuidelijke paradijs
Mythe en werkelijkheid
De populaire voorstelling van het Zuiden als één groot paradijs waar de grote plantershuizen met hun statige witte zuilen oplichten tussen het groen, waar zingende negers door de katoenvelden gaan, die hele idylle is wel voorgoed naar het rijk der fabelen verwezen. Het is moeilijk om een goed gezicht te krijgen op wat het Zuiden nu werkelijk was. In de volksmond heet het Zuiden ‘Dixieland’. Het is een geweldig groot gebied, geografisch allerminst een eenheid. De frontiergeest is de oorzaak van het Zuidelijke individualisme en de alom heersende gewelddadigheid, denk aan het ‘lynchen’! Pas begin 19e eeuw is het Zuiden verder gecultiveerd.

Het Ierland van Amerika
Omdat het land zo groot was en tegelijk de arbeidskrachten weinig, ontstond er de trek naar het Westen. Jefferson zei al: ‘Wij kunnen goedkoper een nieuw stuk land kopen dan een oud stuk bemesten.’ Zo wordt de planter een ‘land-killer’. Het Zuiden was dan ook in de jaren voor de Civil War een toneel van verwaarlozing en verval, van vernietiging vaak. Het Zuiden werd daarom ook wel het Ierland van Amerika genoemd. Het land werd op onverantwoordelijke wijze opgebruikt, uitgeput en achtergelaten. ‘Een toneel van verlatenheid dat alle beschrijving tart (…) Een eindeloze wildernis van verbruikte, half weggespoelde, kale oude velden.’ Hoe anders was het Noorden! Iemand zei: ‘De slavernij, die de blanken lui maakt, de immigratie belemmert, het land uitput, die is de grote schuldige.’ Slavernij wordt zo gezien als een economisch zeer nadelig systeem.

King Cotton
De hele tegenstelling Noord-Zuid bestaat al ver vóór de Civil War. Op de achtergrond staat de partijtegenstelling Jefferson-Hamilton: de kleine zelfstandige boer tegenover de aristocratie. Toch had het Noorden de industrie en de handel in handen. Het Noorden leefde voor een goed deel van het Zuiden, zodat New York zich bijna onzijdig in de Civil War had gehouden om het katoen van het Zuiden niet te ontberen. ‘Katoen zou (in het Zuiden) koning kunnen zijn, als Handel (dat in handen van het Noorden was) koningin kon worden gemaakt; maar zoals het nu staat, vormen zij verschillende dynastieën.’ Een belangrijke uitvinding was de ‘cotton gin’ door Eli Whitney in 1793. Gevolg was een duizelingwekkende toename van de productie. Deze uitvinding betekende de herleving van de slavernij, het verflauwen van de idealistische ethica der revolutie, het opkomen van het Cotton Kingdom. Dit klinkt allemaal indrukwekkend, maar er waren schaduwzijden: de afhankelijkheid van de Noordelijke handel en industrie en de ontzettende destructie van de eigen bodem. De katoen vroeg om plantage-arbeid en dat sloot de blanken automatisch uit. Zo groeide er een agrarische gemeenschap die totaal eenzijdig was.

Voordelen/verdediging slavernij
1. ‘Zij (de slavernij) heeft meer dan drie miljoen kinderen van Cham verheven tot een peil boven hun zwarte broeders dat elke vergelijking in de geschiedenis tart (…) Het geluk van de neger die door zijn aanraking met het Westen op een zoveel hoger peil van beschaving is gekomen.’
2. Slavernij was economisch gezien een voortreffelijke instelling: het betekende een voortdurend goed voorziene arbeidsmarkt, goedkope werkkrachten, die zich gestadig uitbreidden, geen arbeidsconflicten als in de industrie in het Noorden, geen pauperisme, kortom een ideale werkgemeenschap.
3. ‘Niet gelijkheid, maar verschil tussen de mensen maakt een maatschappij een levend geheel. De vrijheid is alleen mogelijk op de basis van de ongelijkheid (…) De geschiedenis bewijst het, Egypte, Athene en Rome zijn groot geworden door de slavernij.’
4. ‘Alle gelijkheid is uit den boze. Slavery, marriage en religion zijn de zuilen waarop de maatschappij rust. De hele wereld zal terugkeren tot slavernij of ondergaan in oorlogen.’
5. Een boek, getiteld Cannibals All, or Slaves without Master (!) beweert dat arbeiders in het Noorden het veel slechter hebben dan slaven in het Zuiden. De arbeiders zijn slaven zonder de rechten van een slaaf. Dat kan alleen maar eindigen in communisme; abolitionisten zijn niets anders dan vermomde communisten, die ijveren voor ‘free love, free lands, free women and free churches’. De gelukkige toestand van de slaven en de ellende van de industrie-arbeiders wordt dus steeds benadrukt.
6. De Noordelingen, ‘heidenen’, verstoren het geluk van het Zuiden. ‘Het zijn athëisten, socialisten, communisten en republikeinen, Jacobijnen aan de ene kant, en de vrienden van orde en geregelde vrijheid aan de andere. In een woord, de wereld is het slagveld, christendom en atheïsme zijn de strijdenden en het gaat om de vooruitgang van de mensheid.’
7. ‘Onze slaven zijn de gelukkigste drie miljoen menselijke wezens waarop de zon schijnt. In hun Eden komt Satan binnen in de vermomming van een abolitionist.’
8. Slavernij is in de Bijbel verordineerd: de wet van Mozes, de brief aan Filemon, negers als afstammelingen van Cham, de vervloekte zoon van Noach, die houthakkers en waterputters behoren te blijven, de slang in het paradijs was eigenlijk een neger.
9. Men kon de neger eenvoudigweg niet als een werkelijk mens zien: ‘God heeft Zijn schepselen alle hun plaats aangewezen, een ezel is geen mens, en een mens geen ezel. En een ezel moet blijven wat hij is, hoe hij ook balkt. Van dezelfde grote Macht hebben onze donkere vrienden (…) hun plaats ook gekregen. Helaas, mijn arme zwarte broeder, jij, net als je harige vriend, zult tevergeefs moeten balken.’
10. De biologische verdediging van de slavernij: negers hebben donkerder bloed, een dikkere schedel, zijn inferieur, moeten op hun plaats gehouden worden.

Nadelen slavernij
– Hoeveel geld werd er niet geïnvesteerd in de slavernij, bevroren kapitaal!
– Het onderhoud was tamelijk hoog: kinderen en ouden moesten mede onderhouden worden; ziekten konden enorme schade toebrengen. Een planter uit Kentucky zei: ‘Ik heb mijn slaven moeten onderhouden, niet zij mij.’
– De slaven waren niet de kudde werkers uit de Zuidelijke romans; zij waren geen enthousiaste werkers. Een persoon die geen bezit kan verwerven kan geen ander belang hebben dan zo veel mogelijk te eten en zo weinig mogelijk te werken.
– De arbeidsethos onder de blanken was zo goed als nihil. Dit was de grote vloek van de slavernij: dat ze werken met de handen verachtelijk vonden. De zonen van planters werden ook lui.
– Gezien de nadelen werd geopperd om alle slaven weer terug te brengen naar Afrika.

Aristocraten
Slechts een gering aantal blanken bezat slaven. In 1860 hadden 385.000 blanken slaven in dienst, op een bevolking van 8.000.000. Daarvan waren er 9/10 die minder dan 20 slaven hadden. Heel weinigen hadden tussen de 20 en 200 slaven. De planters hadden een aristocratische levensstijl. Zij waren een soort adel. Ze stonden aan het hoofd van de gemeenschap en de politiek. Het waren ‘mannen die willen leven zonder te werken, die willen verbruiken zonder te produceren, en die alle officiële ambten willen bekleden, zonder ook maar voor één ervan geschikt te zijn.’ Hoe zag een ochtend eruit: ‘’s Morgens wordt de bel geluid voor gebed en ontbijt. Na het eten van de wafels en de honingkoeken, begeven de dames zich naar de salon en brengen hun tijd door als dochters en vrouwen van landedellieden, met gitaarspelen, schaken, met badminton of muziek kopiëren of het schrijven van verzen in albums. Sommigen gingen naaien en een van hen leest dan hardop voor. Daarna gaan ze wandelen of paardrijden of een ritje maken met de koets. De jongemannen prefereren de hertenjacht, vissen of vogels schieten.’ Nergens is zoveel romantiek om heen geweven als om de ‘Southern lady’, die wit en schoon was. Er waren planters die voor het zwaarste en ongezondste werk liever Ieren huurden dan hun eigen slaven te gebruiken. Jefferson Davis liet onder zijn slaven een soort van zelfbestuur ontwikkelen waardoor hij een van de meest succesvolle farmers van het Zuiden werd.

De Zuidelijke cultuur
Één trek van het planterskarakter mogen we beslist niet vergeten, en dat is hun gewelddadigheid. De hele luidruchtige dapperheid en heldenverering van het Zuiden, duelleren, lynchen: zij hebben in het Zuiden veel langer bestaan dan waar ook elders. De grenzeloze verveling op het grote, stille land moet hebben bijgedragen aan het romantiseren van de werkelijkheid. Één van de interessantste hoofdstukken uit de cultuur van het Zuiden is de verdediging van eigen instellingen, vooral van de slavernij, die men met fanatieke ijver ter hand nam. Zo kwam men in een uitzonderingspositie te verkeren, vasthoudend aan een arbeidssysteem dat vrijwel overal in de Westerse wereld was afgeschaft en fel werd veroordeeld. Dit leidde tot een overgevoeligheid en prikkelbaarheid die aanleiding gaf tot de wonderlijkste overdrijving. Het Zuiden verwerd tot een onverdraaglijke gemeenschap die geen afwijkende meningen kon verdragen; op de hoofden van bekende abolitionisten werden door verschillende staten prijzen gezet. ‘In de schone feestzaal waarin men meende zich te bewegen, was de slavernij een teken aan de wand.’

Het juk van de slavernij
Steeds meer wetgeving
De negerbevolking breidde zich zeer snel uit. Vrijwel geheel woonden de negers in het Zuiden. De snelle toename komt vooral door het hoge geboortecijfer. De wetgeving werd steeds strenger. Zo mocht een slaaf niet meer van de plantage af zonder pas, mochten ze niets bezitten, kopen of verkopen, hun getuigenis was ongeldig. Op het doden van een slaaf stond slechts een geldboete, als het maar ‘per ongeluk’ gebeurd was! Maar gevangenisstraf of doodstraf voor negers was niet aantrekkelijk, want dan waren ze een arbeidskracht kwijt. Het ergste van alle verboden was het verbod om hen te laten lezen en schrijven. Met moedwil heeft men de negers op een zo dierlijk mogelijk niveau gehouden.

Het leven van een slaaf
Werken op het land was voor vrouwen even hard als voor mannen. Berucht waren de suikerplantages in Louisiana, waar werkelijk de negers doodgewerkt werden. Bij sommige plantages was er de mogelijkheid zich op den duur vrij te kopen. Sommigen mochten een tuintje bewerken of kleine dieren houden. Een dag zag er als volgt uit: om zes uur ’s morgens beginnen met werken, om negen uur een uur rusten voor het ontbijt; daarna tot twee uur werken, waarna men ’s zomers de hele middag sliep; ’s avonds doorwerken waarna ze tot diep in de nacht hun tijd doorbrachten met ‘chatting, merry-making, preaching and psalm-singing.’ Maar dit laatste behoorde tot de uitzonderingen: gemiddeld was het werk zwaar en de toezicht streng en wreed. In het algemeen woonden de slaven in rijen hutten een eindje weg van het herenhuis. De meester stelde een opzichter aan voor de slaven. Deze man was het die vrees en beven bracht bij de slaven, terwijl de meester op zijn beurt vaak ontevreden over de opziener was. Met zijn zweep onder de arm ging de opzichter over de velden. Slaven haatten hem vaak dodelijk, zelfs gebeurde het regelmatig dat zo’n opzichter vermoord werd.

Hoe blanken tegen negers aankeken
Wreedheid is inherent aan de slavernij. De uitspraak ‘Het kan mij net zo weinig schelen om een neger te doden als een hond’ was misschien een uitzondering, maar het hele systeem van slavernij móést leiden tot onmenselijkheid. Voor de blanke meesters betekende de goedwilligheid of slaafse onderworpenheid van hun negers meteen, dat ze ook niet anders wilden. Een predikant uit Alabama zei: ‘Hij is van alle rassen de zachtste en vriendelijkste. De man het meest onderdanig, de vrouw het meest aanhankelijk.’ Iemand anders zei: ‘Ze zijn vrolijke kinderen, die niet voor zich zelf zorgen kunnen en daarom blij zijn met de veiligheid die de meesters hun geven. Zij zitten het liefst te luieren en muziek maken is de gave die God hun speciaal gegeven heeft.’ Men kan lezen van de roerende zorg die sommige planters, en vooral hun vrouwen, aan de slaven besteedden in geval van ziekte.

Slavenmarkt
Één van de allerzwartste en rotste plekken van de Zuidelijke maatschappij was het lynchen. Een ander gruwelijk hoofdstuk is de handel geweest, de openbare koop en verkoop van de ongelukkige slaven. De trek naar het Zuid-Westen bracht met zich mee de voortdurende vraag om slaven voor de nieuwe plantages daar, terwijl in de oude staten als Virginia en Maryland een groot overschot ontstond. In grote groepen werden de slaven naar het Zuiden gebracht, per boot langs de Atlantische kust of de Mississippi af, vaak ook in stoeten te voet. De verkoop zelf was het ergste van alles. Er zijn vrijwel geen toeschouwers geweest die dat zonder verwensingen of vloeken kon beschrijven. Scheiding van families kwam vaak voor. Het ondervragen, onderzoeken, bestasten van de op het blok opgestelde slachtoffers moet weerzinwekkend zijn geweest. De kopers gingen rond met ‘de kennersblik van paardenhandelaars’. Sommige abolitionisten kochten slaven om ze vrij te laten in het Noorden.

Breeding als money making business
Een andere schandvlek van het systeem van de slavernij was het ‘breeding.’ Eigenlijk moet je dit vertalen met ‘fokken, het proberen de slavinnen zoveel mogelijk kinderen te laten krijgen.’ Dit moest uiteraard uit een slavenhuwelijk gebeuren. Maar toch heeft de vermenging tussen blanken en zwarten een enorme omvang gehad. In de stad New Orleans ontstond een soort schaduwmaatschappij: vele blanken hadden er een maîtresse en het was zelfs de gewoonte voor een dergelijke vrouw een appartement te huren.

Godsdienst overgenomen
Het vreemdste wonder misschien van de hele geschiedenis van de negers in Amerika is dat deze mensen, die zoveel verdragen moesten, de godsdienst over hebben genomen van hun meesters. Maar de discrepantie tussen leer en leven van de nieuwe religie der blanken moet toch op hen minstens een vreemde indruk gemaakt hebben. Maar wat men de slaven als christendom voorhield is toch in onze ogen een bedenkelijk geheel van passend gemaakte gedachten; berusting met uitzicht op het hiernamaals is de kern ervan. Het liefst preekt men over teksten als: ‘Geef de keizer wat des keizers is’, of: ‘Wel gedaan, gij goede en getrouwe dienstknecht’. Fouten tegenover de meester begaan zijn zonden tegen God zelf. God heeft immers de meesters aangesteld. De negers gingen niet altijd mee naar de kerk; de prediker kwam dan op de plantage voor hen apart preken.

Zullen wij slaven vrij zijn in de hemel?
Er is een voorval bekend van een slaaf die naar de voorste rij van de slavenbanken kwam en de predikant onderbrak in zijn preek. Hij zei: ‘Zullen wij slaven vrij zijn in de hemel?’ Meestal zaten de negers onder het gehoor van blanke dominees, slechts in de steden vond men onder de vrije negers zelfstandige kerken. Zodra ze echter de kans kregen stichtten ze eigen kerken. De extatische eredienst van de negers was voorwerp van veel kritiek. Uit de tonelen die zich daar afspeelden leidde men graag af dat zij een soort wilden waren, die op heel wat lager plan staan dan de blanken. Maar er waren ook negerkerken met een deftige samenkomst en een degelijke preek met drie punten. Treffend is de vroomheid van de negers; het had een sterk beeldend en visionair karakter. Negers die van hun bekering vertelden, konden dat alleen doen in wonderlijk mythische verbeeldingen. De spirituals zijn beroemd geworden; zeker hebben de hymns van de methodisten ze beïnvloed.

Vlucht en opstand
De straffen op weglopen van slaven waren zeer hevig. Men joeg de slaven na met ‘nigger-dogs’, speciaal getrainde bloedhonden. Nog na de Civil War behoorden verhalen over achtervolgen van negers tot de beste anekdoten van de goede oude tijd. Een veel toegepaste straf was het brandmerken. Vaak verborgen de ontvluchte negers zich in de moerassen of de bergen en enkelen wisten het daar jaren te rekken. Een bekende slavenopstand was die onder leiding van Nat Turner, die als een bende die steeds groeide langs de plantages trok om slaven te bevrijden en meesters te vermoorden. Echter, het mislukte toen in een bepaald landhuis de negers zich bedronken en Turner ze niet meer meekregen. Op dit gebeuren kwam er strengere wetgeving en ging het Zuiden op een politiestaat lijken!

De hulp van het Noorden
Het Noorden was ook niet alles
Was het Zuiden het land van duisternis en slavernij, men moet zich niet daar tegenover het Noorden gelukkig voorstellen als een ideale gemeenschap, waar de negers vrij en gelukkig konden leven en zijn wie ze maar wilden. Verre van dat! In het vrije Noorden, waar men zo met de opheffing van de slavernij dweept, werden de vrije negers als paria’s behandeld, en met zekere verachting aangezien. Men beschouwt de zwarten als een mensenras dat op een veel lagere trap staat, overal hebben de negers afzonderlijke kerken, scholen, ziekenhuizen, en zij worden in afzonderlijke gevangenissen opgesloten. Zelfs in New York zijn er veel bussen waar geen kleurling in toegelaten wordt. Er was dus een absolute segregatie en achterstelling in alle opzichten. Alleen in Massachusetts, New Hampshire en Maine hadden negers een gelijk kiesrecht.

Het Missouri-compromis
De slavernijkwestie was ook een politieke kwestie. Ook hier, zoals eigenlijk het geval is met de hele Amerikaanse geschiedenis, werd de ontwikkeling bepaald door de trek naar het Westen. De grote vraag was: als de territoria tot staten worden, moesten zij dan de slavernij toelaten? En zo niet (want natuurlijk weigerden de kleine zelfstandigen uit het Noorden een dergelijke concurrentie te aanvaarden!) hoe kon het evenwicht tussen Noord en Zuid dan bewaard blijven? In 1819 waren er elf vrije en elf slavenstaten. Toen kwam de eerste botsing: Missouri vroeg om toelating. Hier kwam het befaamde compromis ‘breedtegraad 36/30’ tot stand. Jefferson spreekt vanuit zijn eenzame verblijf op zijn oude dag van een ‘fire bell in the night’, die wel eens de ‘knell of the Union’ zou kunnen worden. Iemand anders zei: ‘We have kindled a fire which all the waters of the Ocean cannot put out, which seas of blood can only extinguish.’ Met het Missouri-compromis was de titelpagina voor een groot tragisch boekwerk geschreven. Henry Clay noemde de slavernij ‘the darkest spot in the map of our country’ en ‘a wrong, a grievous wrong to the slave’, maar hielp ijverig ontvluchte slaven terug te halen.

The Fourth of July
Een negerleider zei: ‘Wat is jullie vierde juli voor de Amerikaanse slaaf? Ik antwoord: een dag die hem onthult, meer dan alle andere dagen van het jaar, de grove onrechtvaardigheid en wreedheid, waarvan hij steeds het slachtoffer is. Voor hem is jullie viering een vertoning, de vrijheid waarop jullie pochen een goddeloze losbandigheid, jullie nationale grootheid opgeblazen ijdelheid, jullie juichtonen zijn leeg en harteloos, jullie aanklachten tegen de tirannen brutale onbeschaamdheid, jullie geschreeuw van vrijheid en gelijkheid lege bespotting, jullie gebeden en gezangen, jullie preken en dankstonden met al jullie religieuze parade en plechtigheid zijn voor hem bombast, bedrog, voorwendsel, goddeloosheid en huichelarij – een dunne sluier, die misdaden moet bedekken welke een natie van wilden zouden onteren. Er is geen volk op aarde schuldig aan gruwelijker en bloediger praktijken dan het volk van de Verenigde Staten, nu op dit moment.’ Men keek verschillend tegen de Amerikaanse Constitutie aan; sommigen vonden dat een verwerpelijk document, dat de slavernij sanctioneerde, voor anderen was het een humaan ontwerp, dat mogelijkheden bood voor de toekomst.

Het abolitionisme
De beweging van het abolitionisme is uitgegroeid tot een volksbeweging van nationale omvang. In het Zuiden verminderden de abolitionisten juist, hoewel die er eerder wel veel waren. Het Zuidelijke abolitionisme was hervorming en een beroep op de meester, het Noordelijke abolitionisme was revolutie en beroep op de slaaf. Wil men het abolitionisme begrijpen, dan moet men dit in breder verband zien: in de 19e eeuw waren er meerdere thema’s, zoals emancipatie van de vrouw, bestrijding van alcohol en soms tabak, maar het belangrijkste was de slavernij. Zijn de mensen die er zich voor inzetten, onpraktische idealisten, of erger nog, gevaarlijke fanatici, die de normale ontwikkeling alleen maar verstoren? Om in de beginjaren abolitionist te zijn, had je veel moed nodig. Een man als Beecher, vader van twee beroemde kinderen, hoewel hij abolitionist was, wilde van radicalisme niets weten. De activiteit door de abolitionisten ontwikkeld, was, gezien hun betrekkelijk geringe aantal, indrukwekkend. Een stroom van boeken, pamfletten en periodieken vormen het literaire deel van hun werk. Alle grote schrijvers in Amerika steunden de abolitionisten op een of andere wijze. In het Congres in Washington werd besloten de (vele) post van de abolitionisten te negeren.

De Underground Railroad
Er was ook de ‘Underground Railroad’, een geheime organisatie die zich bezig hield met het helpen ontvluchten van slaven van het Noorden. De methode van Hugo de Groot werd ook toegepast. Een neger had nadrukkelijk op zijn kist vermeld: ‘Deze zijde boven’, maar had een eind ondersteboven gezeten, wat hem bijna zijn leven kostte! Verreweg het meest bekende geval van ontvluchting is die van slavin Eliza uit Kentucky, die over het gebroken ijs van de Ohio-rivier ontwkwam en door Harriet Beecher Stowe is vereeuwigd in haar boek. Ook ontkwam een keer een negervrouw, die een krant voor haar hield, terwijl ze zeer bang was dat ze de krant achterstevoren hield; ze kon namelijk niet lezen! Slechts weinigen bleven in Amerika; de meesten gingen naar Canada. Na de oorlog keerden velen naar Amerika terug.

Het huis tegen zichzelf verdeeld
Het grote driemanschap
Het Zuiden en het Noorden verwijderden steeds verder van elkaar en beide delen van het land hadden hun stellingen ingenomen. Het grote driemanschap, soms vrienden, soms vijanden, dat decennia lang de Amerikaanse politiek beheerste, Daniel Webster uit New Hampshire, Henry Clay uit Kentucky en John Calhoun uit South Carolina mocht er nog lange tijd in slagen de vrede te bewaren tussen Noord en Zuid, zou zelfs in 1850 nog eenmaal een compromis weten te bewerkstelligen, op den duur scheen het conflict toch onvermijdelijk. In 1852 stierven zowel Webster als Clay. Er leek een geniale oplossing te komen: squatter-sovereignty, dat wil zeggen: laten de bewoners van de nieuwe staten-in-wording het zelf beslissen. Maar hierdoor kwamen er kleine volksverhuizingen om een meerderheid te creëren. Dit was dus niet de oplossing.

Het Noorden ook schuldig
Er waren ook negers in het Noorden die het gebied van Nieuw-Engeland beschuldigde de slavernij in stand te houden: ‘Eigenbelang en geldzucht houden de slavernij in stand. De handel van Nieuw-Engeland bloeit immers door het Zuiden. In de naam van de Drie-eenheid van het geld is de slaaf gedoopt; de handelskerk van Nieuw-Engeland zei: Uw naam is slaaf. Ik doop u in de naam van de gouden adelaar en de zilveren dollar en de koperen cent.’

De negerhut van oom Tom
In 1852 verscheen Uncle Tom’s Cabin van Harriet Beecher Stowe. Het is nog altijd moeilijk na te gaan waaraan dit boek zijn wereldsucces dankt. Slechts één keer had de schrijfster een plantage gezien. Wat het boek mooi maakte was haar echte menselijkheid en de sterk sentimentele wijze van schrijven. Het Vaticaan plaatste dit boek trouwens op de Index: een verboden boek dus! Een jaar later schreef ze A Key to Uncle Tom’s Cabin, waarin ze van alle hoofdpersonen vermeldde de, zover aanwezige, reële achtergronden. Het curieuze feit doet zich voor dat de held van dit boek, dat zoveel voor de vrijheid der negers betekend heeft, toch en juist door hen het voorbeeld is geworden van een geestesgesteldheid die zij diep verachtten.

Op de bres voor de slaven
John Brown uit Kansas, een boerenman uit een streng puriteinse familie, begon in mei 1856 met zijn acties. Hij vermoorde toen vijf planters. In 1858 kwam hij terug, gevlucht na de moordpartij bij Pottawatomie, bevrijdde hij in Missouri elf negers en bracht ze naar Canada. De naam van John Brown is mythisch geworden in Amerika. In het Noorden als held vereerd, in het Zuiden verguist. Daarom: een trefpunt van tegengestelde hartstochten. Hij was een man die in de lijn van zijn vaderen stond: rechtlijnig, streng, met een onbuigzame wil en felle activiteit. Afkomstig uit een oud boerengeslacht in Nieuw-Engeland van streng calvinistische stempel. Zijn plan was niet minder dan een bevrijding op eigen houtje van de slaven in het hele Zuiden.

John Brown als Simson
Aan zijn leven kwam een einde toen hij op de morgen van 2 december 1859 werd opgehangen, kort na elf uur. In het Noorden luidden overal de doodsklokken, in het Zuiden juichte men. Maar John Brown werd een martelaar, iets waar sommige Zuiderlingen voor gewaarschuwd hadden. Zijn laatste actie was het bezetten van een plantage, maar troepen onder leiding van de later zo beroemd geworden Robert E. Lee namen hen na een kortdurende bezetting gevangen, waarbij twee zoons van Brown ter dood kwamen. Brown zei bij zijn ondervraging: ‘Ge kunt over mij makkelijk beschikken, maar dit probleem moet nog worden opgelost – het negerprobleem – het einde daarvan is nog niet gekomen.’ In zijn dood versloeg hij meer vijanden dan tijdens heel zijn leven. De zuilen van de Unie had deze Simson geschud en weldra zou het hele gebouw instorten.

Rechtszaak van een slaaf
In 1857 barstte een nieuwe bom. Een slaaf uit Missouri, Dred Scott, begon een rechtszaak tegen zijn meester omdat hij door zijn meester was meegenomen naar het Noorden en daar lange tijd gewoond had. Daarom zou hij vrij moeten zijn. Maar de rechter besliste in het voordeel van zijn meester; bovendien werd de slaaf het recht ontzegd om überhaupt een rechtszaak te beginnen. Het Zuiden kreeg door deze uitspraak meer bravour dan ooit. Daar kwam nog bij de oorlog met Mexico, waardoor Texas, een enorm gebied, als nieuwe staat werd toegevoegd. Ook Cuba en Nicaragua waren in beeld in het Amerikaanse imperialisme, maar dit zou in de 20e eeuw alsnog in de Amerikaanse invloedssfeer komen te vallen.

Een advocaat uit Springfield
Het Zuiden mocht op kleinere punten verschillen, als het er op aankwam, was men het eens en vormde een gesloten blok. In het Noorden was men echter verdeeld. De president, die tot de Democraten behoorde, stond volkomen onder invloed van het Zuiden. De Republikeinen begrepen dat in radicalisme hun kracht lag, en waardoor ze de presidentsverkiezingen konden winnen. Daarom werd Abraham Lincoln, een vrij onbekende advocaat uit Springfield, Illinois, genomineerd. Lincoln werd bekend door de openbare debatten met Stephen Douglas, bij de strijd om het senatorschap in 1858 (Lincoln verloor). Bij de aanvaarding van zijn kandidaatschap voor het presidentsschap sprak Lincoln de beroemde woorden uit: ‘Een huis dat tegen zichzelf verdeeld is, kan geen stand houden.’ Hij wilde beslist niet de gelijkheid van negers en blanken voorstaan, maar de slavernij was een kwaad.

Chaos in het Congres
De woorden conflict, afscheiding en oorlog waren al gemeengoed geworden. In het Congres was het een ware chaos, twee maanden had men er begin 1859 voor nodig alleen al om een voorzitter te kiezen. Gewapend verschenen de geachte afgevaardigden in de vergadering! ‘De enigen die niet een revolver en een mes hebben, zijn zij die twee revolvers hebben.’ Eindeloze debatten over de slavernij leidden tot niets. De Democratisch Conventie kwam samen in het Zuiden, maar een deel in het Noorden. Zo kon Lincoln, met veel minder stemmen dan beide Democratische kandidaten bij elkaar, de verkiezingen winnen. De eerste Republikeinse president was gekozen. Wie Lincoln werkelijk was, niemand dit het wist. Van de abolitionisten had hij zich steeds scherp gedistantieerd en niet van de slavernij, maar de eenheid van de Unie was het punt waarom het hem ging.

Snelle afloop oorlog?
Lincoln deed een beroep op alle landgenoten: ‘Wij zijn geen vijanden, maar vrienden.’ Zijn beroep was tevergeefs: al in december 1860 had South Carolina zich afscheiden van de Unie, in februari 1861 werd plechtig een verbond van ‘Geconfedereerde Staten’ gesloten, dat als eerst president de senator van Mississippi, Jefferson Davis, inhuldigde. De regering in Washington, tot maart 1861 nog steeds in handen van Buchanan, was machteloos en radeloos, of zoals iemand anders zei: Buchanan bad wel veel, maar deed niets. Vol vertrouwen, ja vol enthousiasme stortte het Zuiden zich in de oorlog. ‘In twee slagen is de oorlog over en wordt onze onafhankelijkheid erkend,’ zo zei men in het Zuiden. ‘Voor de vierde juli moet Jefferson Davis zijn opgehangen in Washington,’ zo zei men in het Noorden. Dat in de zee van bloed en tranen die zou volgen, vier jaar lang, er een rechtvaardige zaak in het geding was en een groot doel voor ogen, zou vooral na de oorlog duidelijk worden.

De oorlog tussen Noord en Zuid
Lincoln: langzaam maar zeker
In het Zuiden noemde men deze oorlog niet ‘Burgeroorlog’, maar ‘Oorlog tussen de staten.’ Lincoln is als grote held de boeken in gegaan, maar er doet zich hier een ingewikkeld historisch probleem voor: men kan over Lincoln eigenlijk alles beweren, er is altijd wel een of ander bewijs voor de vinden. Daarom is hij zo’n mythe geworden. In 1847 nog hielp Lincoln als advocaat een slavenhaler zijn ontvluchte slavin en haar kinderen terug te krijgen. Pas in 1855 zegt hij: ‘Ik beken dat het mij tegen de borst stuit de arme schepselen opgejaagd te zien en gevangen en teruggebracht naar hun zweepslagen en onbetaalde arbeid (…) Ik ben tegen de uitbreiding van de slavernij.’ Lincolns ontwikkeling verliep langzaam, maar zeker.

Voorzichtigheid of geen inzicht?
Lincoln moest voorzichtig zijn, want als de grensstaten Delaware, Maryland, Kentucky en Missouri ook voor het Zuiden zouden kiezen, zou de oorlog verloren zijn. Een mengsel van morele overtuiging, natuurlijke voorzichtigheid en praktische motieven bepaalde de houding van de president. Hij haalde nog wel eens de woede van de abolitionisten op de hals door zijn commandant te beletten slaven op eigen gezag te bevrijden. Karl Marx over Lincoln: ‘Misschien is hij oprecht – niemand kan het schelen of een schildpad oprecht is of niet, hij heeft geen inzicht, een geen vooruitziende blik en geen kracht om te beslissen. Ik zal u zeggen wat hij is. Hij is een eerste klas tweede klas man.’

Het beroep op Gods wil
Lincoln ging zijn eigen weg. Van alle kanten werd de hevigste aandrang op hem uitgeoefend: brieven, delegaties, kranten. Een ieder beriep zich op Gods wil. Daarop zei Lincoln: ‘Ik hoop dat het niet oneerbiedig van me is om te zeggen dat, indien het aannemelijk is dat God Zijn wil aan anderen zou openbaren, over een kwestie zo met zijn taak verbonden, het verondersteld mag worden dat Hij het beter direct aan mij kan bekend maken.’

Lincoln verandert
Van plotselinge, algehele emancipatie, zonder vergoeding voor de eigenaars wilde Lincoln dus voorlopig niet weten. Zijn afkeer van het radicalisme van de abolitionisten en zijn opvoeding in de politieke sfeer van Henry Clay verklaren dit. Lincolns pleiten voor een geleidelijke emancipatie die in 1900 pas geëindigd moest zijn, en waarbij de eigenaars schadeloos gesteld zouden worden door de regering, werd weggefloten. Ook het overbrengen van de slaven naar andere landen bleek geen oplossing. In het voorjaar van 1862 nam het Congres het besluit de slavernij in de hoofdstad af te schaffen, mét vergoeding voor de eigenaars. In de zomer werd slavernij verboden in alle territoria, de gebieden waar nog geen staten gevormd waren en er werd een wet aangenomen waarbij de slaven die uit het Zuiden in de linies van het Noordelijke leger terechtkwamen vrij werden verklaard. Zodra troepen van het Noorden ergens in de buurt van plantages kwamen, stroomden de plantages leeg. Het leger van Sherman werd op zijn tocht door Georgia gevolgd door een steeds toenemende stroom van vluchtelingen. Lincoln begon ondertussen zelf ook te veranderen: ‘…Totdat ik voelde dat wij aan het eind van onze mogelijkheden waren gekomen en dat wij onze tactiek moesten veranderen of het spel verliezen. Dus besloot ik de emancipatie-politiek te aanvaarden.’

Emancipatiewet in de la
De abolitionisten werden ongeduldig: wanneer zal Lincoln zich uitspreken? Een journalist schreef: ‘Herinnert u zich dat oude theologische boek met als inhoud: Hoofdstuk één: Hel; Hoofdstuk twee: Hel, vervolg? Nu, dat geeft zo ongeveer de toon aan waarop men tegen Old Abe moet spreken.’ Al had Lincoln zijn ontwerp voor de bevrijding van de slaven al in zijn al in zijn la had liggen, verklapte hij nog niets, zodat niet de abolitionisten het zouden uitbuiten. Lincolns beroemde woorden zijn: ‘Mijn hoogste doel is de Unie te redden, en niet de slavernij te bewaren of te vernietigen. Als ik de Unie kon redden, zonder één slaaf te bevrijden, dan zou ik het doen – als ik haar kon redden door alle slaven te bevrijden, dan zou ik het doen – en als ik het kon doen door sommigen te bevrijden en anderen niet, dan zou ik ook dat doen.’

Geen gouden tijdperk
Na de onbesliste slag bij Antietam was het dan zover: midden september 1862 bracht Lincoln zijn proclamatie ter tafel. Het Zuiden kreeg tot 1 januari 1863 de tijd. De bevrijding gold niet voor de grensstaten. Zoals bij geen enkele bevrijdingsdag begint er een gouden tijdperk; de vrijheid komt, vreemd, onzeker en groots, maar de dagen daarna komen met nieuwe problemen en oude teleurstellingen. ‘Het vooruitzicht dat horden van zwarten het Noorden overstromen en voor half loon werken.’ In New York barstte na een recrutering een oproer uit: negers werden het mikpunt van woede van het volk; als dieren werden ze opgejaagd en gelyncht. Zeker 500 kwamen om het leven! Bij vrijwel geen oorlogshandeling in het hele Zuiden had er een zo grote slachting plaats als hier in het Noorden.

Negers in het leger
Vrijheid betekende voor de negers nu ook: meedoen in het leger. Meer dan 186.000 namen dienst, waarvan er 38.000 stierven. Wel kregen ze een lager soldij! Ook hadden ze natuurlijk niet dezelfde rechten als krijgsgevangenen! Soms werden ze door het Zuiden verkocht tot slaaf. Er was ook een geval bekend waar een negersoldaat zijn eigen meester gevangennam.

Schuldgevoelens in het Zuiden
In het Zuiden kwam ook langzamerhand een soort emancipatie van de neger. In het begin was daar nog geen sprake van. Toen sprak men nog van de slavernij als de hoeksteen waarop de nieuwe Confederatie gebouwd was, en ‘Deze steen, die door de eerste bouwlieden verworpen was, is nu de voornaamste hoeksteen geworden in ons nieuwe gebouw.’ Het was wel een vereiste dat de negers rustig bleven, nu de meeste toezicht ontbrak (want veel blanken waren in het leger gegaan). Langzamerhand dwongen de oorlogshandelingen het Zuiden tot een radicale koerswijziging, om nog iets te redden. Schuldgevoelens over de slavernij begonnen een rol te spelen, nu de nood op het hoogst was. Een predikant schreef dat Gods oordelen over het Zuiden komen omdat ze moeders van kinderen hebben gescheiden, huwelijken ontbonden, het onderwijs aan slaven verhinderden. Het systeem moet hervormd worden en ‘raise it up to the Bible standard’, willen ze door God geholpen worden in de oorlog. Zo kwamen er negerafdelingen in het leger, voor het eerst in Richmond. Maar deze stad werd nog geen week later ingenomen door het Noorden; de negers hadden dus nog niet hoeven te vechten.

Lincolns herverkiezing
In 1863 begon Lincoln gedachten te vormen over hoe het Zuiden er uit moest gaan zien na de oorlog. Hij wilde genade voor de opstandelingen; zij waren leden van het ene gezin gebleven in zijn ogen. Lincoln zelf kwam in steeds hartelijkere verhouding tot de negers te staan, verschillende van hun leiders ontving hij bijzonder gastvrij. Lincoln bewoog dus in een richting die hij zelf in 1860 nog niet vermoed zou hebben. In 1864, toen de president twijfelde aan zijn herverkiezing en vreesde dat hij een compromis zou moeten sluiten met het Zuiden, vond Shermans mars door Georgia plaats, wat een groot succes werd en de herverkiezing van Lincoln opleverde.

Einde oorlog en dood Lincoln
Op 9 april 1865 vond de capitulatie plaats van het Zuiden in het plaatsje Appomattox. Toen Lincoln een bezoek bracht aan het overwonnen Richmond, werd hij zo overweldigd door de dankbewijzen van de zwarte bevolking, dat hij hen vroeg om niet hem, maar God te danken. Kort voor zijn dood droomde Lincoln van een snikkende menigte samengekomen in het Witte Huis rondom zijn kist. Vrijdagochtend 14 april, op Goede Vrijdag, lostte John Wilkes Booth het noodlottige schot dat de volgende morgen vroeg een einde maakte aan het leven van Abraham Lincoln. Het was een schok: er was eenvoudig niemand die op zo meesterlijke en waardige wijze het werk kon voortzetten. Zelfs in het Zuiden gingen de wijsten begrijpen dat zij in Lincoln niet een vijand verloren hadden. Voor de negers werd hij een soort heilige. Hij zou de enige man zijn geweest die een wijze en aanvaardbare oplossing voor het Zuiden kon bedenken. Nu gingen wraakgevoelens van het Noorden tegenover het Zuiden de overhand krijgen, het tegendeel van wat de moordenaar had gezegd: dat het Zuiden het Noorden wilde wreken.

De Reconstructie
Tegenvallende vrijheid
Vier miljoen mensen waren plotseling vrij. Lincoln was dood, maar de vrijheid betekende niet het paradijs, dat men verwacht had. Het einde van de slavernij bracht geweldige problemen met zich mee. De vrijgeworden negers, nimmer tot vrijheid opgevoed, zwierven achter de Noordelijke legers aan, werkten niet meer, veranderden hun namen. De weg vooruit was een lange weg van tranen en teleurstellingen. Niets is ontroerender dan de verhalen te lezen van ex-slaven over deze tijd. De vrijheid was tegengevallen. ‘We soon found out that freedom could make folks proud but it didn’t make them rich.’

Andrew Johnson
Wat moest er nu met het Zuiden gebeuren? Voor de radicale Republikeinen was het duidelijk, dat het Zuiden door zijn opstand de Unie had gebroken, en dus moest behandeld worden als overwonnen gebied, zo streng mogelijk. Lincoln wilde de opstandelingen pardon geven, met uitzondering van een zeer kleine groep leiders, als ze een loyaliteitsverklaring wilden afleggen. Als Lincoln nog had geleefd, was het zo gegaan. Maar na zijn dood veranderde alles. Andrew Johnson was Lincoln opgevolgd. Deze sobere man had juist op de dag van zijn inauguratie teveel gedronken. Dit is hem zijn leven lang aangerekend. Hij was een man van het volk, een Jefferson-aanhanger. Daarom was hij, hoewel man van het Zuiden, zo’n felle bestrijder geweest van de planters-aristocratie, en even fel keerde hij zich nu tegen de Noordelijke radicalen met hun industriële achtergrond en Hamilton-principes. Echter maakte hij daarbij door zijn grofheid, zijn ondoordachte redevoeringen, zijn besluiteloosheid en plotselinge koppigheid ernstige fouten.

Nieuwe regeringen in het Zuiden
Op 29 mei kwam hij met een amnestie voor het Zuiden. Nu konden overal in het Zuiden nieuwe regeringen gekozen worden. Op Mississippi na tekenden alle staten het 13e amendement, dat inhield afschaffing van slavernij. Maar nu kwamen ze met andere wetten om de positie van de vrije slaven te regelen, die wel bedenkelijk veel op de vroegere situatie van onvrijheid leken. Toen het tot ongeregeldheden kwam, greep het Congres krachtig in. Het Zuiden was kennelijk nog niet rijp voor zelfbestuur. De voorlopige regeringen maakten in 1865 in naïeve kortzichtigheid de bepalingen waarmee ze de negers hoopten te beheersen, maar die alleen hun eigen val verhaastten. ‘De neger is vrij, of we het willen of niet, dat feit moeten we ons nu en voorgoed realiseren. Maar zijn vrijheid geeft hem nog geen burgerrechten, verleent hem nog geen politieke en sociale gelijkheid met het blanke ras.’

Houd de neger op zijn plaats
De Black Codes: negers kunnen gedwongen worden uitgehuurd aan hun vroegere meester. Ze mogen niet rondzwerven, hebben vergunningen nodig om te preken, handel te drijven en wapens te dragen. Ze moesten op tijd opstaan, zich rustig en ordelijk gedragen, weer naar huis gaan op een redelijk uur en eerbiedig en beschaafd optreden. Het eeuwige motto van het Zuiden: houd de neger op zijn plaats. Er vonden lynchpartijen plaats, massale botsingen tussen beide rassen, de zogenaamde race-riot. Volgens velen waren de negers niet geschikt om vrij te zijn: ‘Als wij ze niet beschermen, gaan ze onder, de plotselinge bevrijding is een ramp geweest.’ Omdat ze de neger als een wezen tussen mens en dier beschouwden, was de proclamatie van Lincoln een misdaad. Dit alles was inderdaad weinig minder dan een herstel van de slavernij. Was het te verbazen dat men in het Noorden de verzoening voorlopig wantrouwde?

Het Zuiden onder militair bewind
Nu begon de strijd tussen president en Congres (dat een grote Republikeinse meerderheid had). Het Congres stelde een nieuw amendement voor, het 14e, dat de gelijke rechten van alle burgers vastlegde. Op 2 maart 1867 kwamen ze met de Reconstructiewet, die alle voorlopige staatsbesturen in het Zuiden ongeldig verklaarde en een militair bewind instelde, verdeeld over vijf districten. De arme Andrew Johnson kon niet anders doen dan de radicale politiek uitvoeren. De bezetting van het Zuiden begon. Zelfs kwam het zover dat hij werd aangeklaagd wegens ambtsverzaking. De stemming om Johnson uit zijn ambt te zetten haalde het op één stem na niet. Generaal Ulysses S. Grant werd in 1868 president, hij was de voorman van de radicalen. Hij zette het 15e amendement door, dat de negers stemrecht gaf (1869). Zo bleef het een tijdlang. Echter, na verloop van tijd werden in het Zuiden de staten weer in genade aangenomen. In 1877 ontruimde de nieuwe president Hayes de laatste drie staten.

Zwarte periode voor de blanken
De invoering van de Reconstructie-wetten betekende voor de negers stemrecht en instelling van regeringen, waarin negers een belangrijk aandeel hadden. Doordat blanken niet mochten of wilden meedoen aan de verkiezingen, kregen de negers en de met hen verbonden Carpetbaggers (Noordelijken die nu in het Zuiden een politieke rol gingen spelen) en Scalawags (Zuidelijken die met de nieuwe koers meegingen) overal de macht. Voor de blanken was dit een trauma: zijn vijanden en ex-slaven gingen hem regeren, dat moest wel de ondergang van zijn hele wereldbeeld betekenen. De Reconstructie-maatregelen zijn niet aangenaam voor de blanken geweest, maar men moet ook niet overdrijven. Het beeld van de Reconstructie als de ene grote zwarte bladzij in het geschiedenisboek van het Zuiden is eenzijdig.

Niet meer dan stemvee
Overal was corruptie, elke stem was te koop. Hierin kunnen we zien dat het systeem van de slavernij demoraliserend heeft gewerkt. ‘Het stemrecht kon even goed aan de apen uit Zuid-Amerika gegeven worden als aan de plantage-negers van Mississippi en Louisana.’ Andere Zuidelijken meenden echter dat juist de imbeciliteit van de neger hem geschikt maakte voor het stemrecht. Een goed controleerbaar stemvee was welkom. De radicale Republikeinen stuurden de negers met drommen tegelijk naar de bussen, het biljet in de hand voor zich uit. Het kon dan ook heet toegaan op zo’n verkiezingsdag. De negers, die in de diverse wetgevende vergaderingen gekozen werden, waren in elk geval lang niet altijd de domme, omkoopbare, brutale schreeuwers die sommige schrijvers zo kleurrijk weten te tekenen.

Rumoerige vergaderingen
Een Noorderling kon ook negatief zijn: ‘De neger is een nabootser tot het uiterste (…) Hij heeft altijd zin om zijn bekwaamheid te tonen.’ De vergaderingen schijnen een onbeschrijflijk verward gedruis en rumoer te zijn geweest: meerdere sprekers tegelijk aan het woord, met de heftige en levendige gebaren eigen aan de Afrikaanse natuur, soms tegenover elkaar staand met gebalde en zwaaiende vuist. Er waren ook voortreffelijke negers in de politiek, bijvoorbeeld Hiram R. Revels, methodistenpredikant uit Mississippi, die in het Senaat in Washington – bittere pil voor de Zuidelijken – de zetel van Jefferson Davis bezette! In het Huis van Afgevaardigden in Washington zaten tussen 1870 en 1901 twintig negers.

Hulp hard nodig
Het Freedmen’s Bureau heeft ontzettend veel goed werk gedaan, het grenst aan het ongelooflijke. Allereerst directe hulp en medische verzorging: in 1868 waren er al 45 hospitalen, voedsel en kleding werd uitgereikt, speciale rechtbanken om negers te beschermen tegen de blanke partijdigheid, het toezicht op de arbeidscontracten en de omstandigheden waaronder de ex-slaven moesten werken. Het sterftecijfer van de negers sprong omhoog: men leefde in oude wankele huizen, kleine hutten zonder lucht en krotten. De varkens zouden het nog beter hebben. Met een zekere voldoening constateerden de blanken dit alles: ‘De slavernij is nu afgeschaft, maar binnen de honderd jaar zal de neger zelf afgeschaft zijn.’

Nieuw soort slavernij
Heel soms slaagden negers erin zelf grond te verwerven, maar de meesten bleven in een ondergeschikte positie. Ze werden dikwijls ‘share-croppers’, dat wil zeggen: ze pachtten niet alleen de grond, maar de eigenaar voorzag hun ook van gereedschap; een klein deel van de oogst mochten ze houden. Het was een nieuw soort slavernij maar er waren niet veel andere mogelijkheden. Zo keerden langzamerhand overal de oude geordende toestanden weer terug. De Zuidelijke haat ten opzichte van het Noorden ging zo ver dat een Noordelijke juf, die naar het Zuiden was gekomen om negers te helpen, genoodzaakt werd niet meer naar de kerk te gaan gezien de grofheid waarmee ze werd behandeld.

Bloei christendom
Niet langer hoefden negers op de achterste banken of op het galerij plaatsnemen, maar stichtten ze eigen kerken: de Colored Baptists en de African Methodist Episcopalians. Velen kwamen nu pas tot het christelijke geloof; enorme doopplechtigheden werden er gehouden. Een dopeling riep: ‘Freed from slavery! Freed from sin! Bless God and general Grant!’ Toen een blanke een vieze hut bezocht van een oude negerin, vroeg hij of ze daar helemaal alleen was, en zij antwoordde eenvoudigweg: ‘Me and Jesus.’ Verschillende van de vooraanstaande mannen bij de negers zouden als dominee beginnen.

Terreur!
De Ku Klux Klan werd opgericht. Als negers goed geld verdienden en een goede boerderij hadden kwam de Ku Klux Klan en vermoordde hen. De regering bouwde scholen, de Ku Klux Klan verbrandde ze. Ze gingen naar gevangenissen en haalden de kleurlingen eruit en sloegen ze de hersens in en braken ze de nek en gooiden ze in een rivier. Vooral nachtelijke invallen. In North Carolina kwamen de Ku Klux Klan de hut van een neger binnen met zijn doodskist al bij zich en hij kreeg alleen nog de gelegenheid afscheid van zijn vrouw te nemen. Dit was de DUBBELE MORAAL IN HET ZUIDEN. Het geweld won tenslotte. De negers werden in de steek gelaten. Met alle middelen van terreur werden de negers verjaagd van de stembussen. In 1877, na het aantreden van president Hayes, werden de laatste bezette staten ontruimd.

Het nieuwe oude Zuiden
Let alone politicy
President Hayes verklaarde dat ‘the let alone policy’ het beste zou zijn m.b.t. het Zuiden. Alle Zuidelijken werden en bloc Democraat. ‘The Solid South’, het ene Zuiden, saamhorigheid. Met een nogal opzettelijke nostalgie begon men nu het verleden te vergulden, de tijd van de grote plantages, waar vrede en beschaving heersten, waar de gelukkige ‘darkies’ de hele dag zongen. Zo begon de merkwaardige en hardnekkige legende van de ‘ante-Bellum South.’ In romantische contrastwerking kon men tegen de goede oude tijd laten afsteken de ellende van heden ten dage, nu de negers vrij zijn en niet meer willen werken. De plotselinge vrijheid van de negers en hun invloed tijdens de Reconstructie vergelijkt een dichter uit Georgia met de bedreiging van Nederland door het water: ‘O Holland, Georgia roept tot u, geteisterd door een vreselijk getij, met zwarte golven huilend aan alle kanten.’

Oh Holland, Georgia cries to thee
Scourged by a more than bitter tide
With the black billows howling wide

Geestelijke sfeer in het Zuiden benauwend
Het Darwinisme leek een bijzonder geschikte leer om haarfijn uit de doeken te doen dat de negers niet mee kunnen in de ‘struggle for life.’ De neger is lui, losbandig, ijdel dom, hij heeft een ‘bestial instinct’, is extra ‘sexual’ en zeer misdadig. Wie het met dit alles niet eens was in het Democratische Zuiden, liep gevaar minstens zijn betrekking te verliezen. De beste mensen lopen dan ook weg uit het Zuiden, de geestelijke sfeer is er te benauwend. ‘Als men studeert wordt men voor onpraktisch uitgescholden en verdacht’, zo zei de jonge Woodrow Wilson! Het grote probleem was dat men de negers na de oorlog wel allerlei politieke rechten gaf, maar geen mogelijkheden had geschonken om economisch op eigen benen te staan.

Stemrecht ontzegd
Het populisme kwam ook op: deze organisaties namen negers als gelijken op. Dit was voor het Zuiden ongekend. De Democraten namen de zwaarstwegende programmapunten van de populisten over om geen verkiezingsnederlaag te lijden. De populisten werden ook neergezet als ‘nigger-lovers’ en verloren zo de verkiezingen. Het liep uit op een gezamenlijke actie van alle blanken tegen de negers: omstreeks 1900 was in vrijwel alle Zuidelijke staten de negers het kiesrecht ontnomen en streng gescheiden van blanken. Het resultaat was frustratie en agressie. Er kwam de zogenaamde poll-tax: alleen als men twee dollar betaalde kon men stemmen. Ook was er de understanding-clause: men moest de grondwet kunnen lezen en uitleggen. Er moesten dus examens worden afgelegd. De beperkingen waren indrukwekkend: in de meeste zuidelijke staten daalde het aantal kiezers met 60 tot 80 procent. Niet alleen negers, maar ook veel blanken werden getroffen door de maatregelen. Zo ontwikkelde zich in het land van Jefferson dus de democratie. Voor de negers was niets meer te hopen in het Zuiden.

Segregatie
De manier om een neger te controleren is hem met de zweep te geven als hij niet gehoorzaamt, en een andere manier is hem nooit meer loon te betalen dan precies nodig is voor zijn voedsel en kleding. Jim Crow is het onverklaarde oude woord, dat in Amerika gebruikt werd voor de scheiding der rassen. Immers, sociale vermenging was een stap naar de gemengde huwelijken. Het Noorden liet de negers in de steek. In 1883 sprak het Hooggerechtshof in Washington uit dat het 14e amendement niet geldig was (=gelijke rechten voor alle burgers). Het werk van de Reconstructie werd daarmee ongedaan gemaakt en het Zuiden kon de oogst binnenhalen. Alles werd gescheiden: segregatie. Een totale verzuiling, waarbij de onze in Nederland nog onschuldig aandoet, greep om zich heen. Het Hooggerechtshof beaamde alles. Scheiding was wettig, zolang beide rassen gelijke faciliteiten kregen. Separate but equal.

Wreed en geweldadig
Wreder en gruwelijker dan dit alles, was wat de neger te ondergaan had van de blanken door het beruchte ‘convict-lease-system’ en door het nog veel meer berucht geworden lynchen. Hieruit blijkt hoezeer de wreedheid nog een algemeen facet was van de Zuidelijke samenleving. In deze primitieve geladenheid betekende het leven van de enkeling nog zo weinig en was anderzijds de dood nog zozeer een element van populaire ontroering. De gevangenissen zaten vol met negers. Ongetwijfeld was er onder een volk, dat in lange jaren van slavernij nooit het verschil tussen mijn en dijn had geleerd, dikwijls een tekort aan moraal. Overal waren speciale wetten op vergrijpen die vooral onder de negers voorkwamen. Het ‘convict-lease-system’: gevangenissen leverden nu eenmaal goedkope arbeidskrachten. De planters en directeuren van mijnen en spoorwegen kregen arbeidsvee. De strenge wetten werden door dezelfde heren gemaakt die de gevangenen huurden of minstens door hun vrienden.

Lynchen
Een ander verschijnsel was het lynchen. Het is moeilijk om over dit verschrikkelijke verschijnsel te schrijven. Het is zo onterend, barbaars primitief en huiveringwekkend. De algemeenheid waarmee het voorkwam, was misschien nog wel het ergste van alles. Per jaar gemiddeld 187,5 in het laatste decennium van de 19e eeuw en het eerste decennium van de 20e eeuw gemiddeld 92,5. Verminken, de ogen uitsteken, de vingers afsnijden, langzaam verbranden. En dat ongestraft. Het argument was steeds: negers randen blanke vrouwen aan. Er waren ook andere redenen: moord, diefstal, belediging van blanken, niet betalen van schulden, als getuige optreden tegen blanken, welvaart hebben. Hier lijkt sprake van een poging om de eigen schuld af te wentelen: de grote schuld van het aanranden van negervrouwen door blanken! Want de enorme menging van negers en blanken is werkelijk niet het gevolg van de enkele gevallen van omgang tussen negers en blanke vrouwen, maar van het eindeloze misbruik dat eeuwen lang de planters in het Zuiden hebben gemaakt van hun weerloze slavinnen.

Hopelozer dan ooit
Er wordt wel verband gelegd tussen de dodelijke saaiheid op het Zuidelijke platteland en het lynchen. Het kwam namelijk het meest voor in kleine dorpen, die geen amusementsgelegenheden hadden. In de steden was er een ander verschijnsel: de ‘race-riots’, de complete veldslagen tussen negers en blanken. Zo was de slavernij voorbij en het lot van de neger scheen hopelozer dan ooit. De blanken hadden alle gerechtshoven, alle wapens, alle honden, alle spoorwegen, alle telegraafdraden, alle kranten, al het geld, en bijna al het land. Naar de steden ontsnapten vele negers aan het einde van de 19e eeuw. De opkomende industrie kon hen goed gebruiken. Maar ook daar bleven ze op de laagste trap staan. ‘De neger is ongeschikt voor fabriekswerk. Hij valt in slaap bij het geluid van de machines en is niet in staat om iedere morgen op tijd op het werk te komen.’ Overal was het hetzelfde tafereel: in politiek en sociaal leven, in landbouw en industrie verkeerde de neger in een toestand van volmaakte onmondigheid. Noord en Zuid verzoenden zich, maar de neger werd de dupe. Kapitaal en arbeid werkten samen aan de fantastische ontwikkeling van de Verenigde Staten tot een wereldmacht, maar de neger werd de dupe.

Kerk heel belangrijk
De kern van alle organisatie bleef ook in deze jaren de kerk. Nergens ontwikkelde de neger een sterker eigen bewustzijn dan in de sinds de oorlog haast overal zelfstandig geworden kerken. De grote meerderheid behoorde bij de baptisten en methodisten. Onder de neger-elite waren er presbyteriaanse en episcopale kerken. Ook ontstonden er allerlei curieuze sekten. De beroemde evangelist Moody, die in het Zuiden heeft geëvangeliseerd, durfde geen enkel woord van protest tegen het onrecht de neger aangedaan te spreken. In 1901 verdween de laatste neger uit het Congres in Washinton, om pas na 25 jaar een opvolger te krijgen. Voorlopig was inderdaad de neger onmondig gemaakt, maar zijn stille aanwezigheid bleef een opgericht teken in het grote Amerika.

Overige
– George Washington uitte in verschillende brieven zijn afkeer van het systeem der slavernij.
– Er bestonden vóór de oorlog ook vrije negers, die zelfs plantages hadden met slaven en al!
– Het leren lezen was de slaven verboden, maar toch gebeurde dat in het diepste geheim. Van hun kant hadden de blanken het nog niet zo gek bekeken, als zij meenden dat kennis macht kon betekenen.
– Er waren er die het als oplossing zagen om alle negers onder te brengen in Afrika. Liberia is echter een experiment gebleken.
– Veel negers dachten, toen ze vrij waren, dat ze niets meer hoefden te doen, want hun meesters deden toch ook immers niets?
– De abolitionisten hadden felle en radicale ideeën over de bevrijding van de slaven, maar de consequenties overzagen ze niet goed.
– Het grondverschil tussen Noord en Zuid kwam openbaar: in het Noorden werd arbeid een eer geacht; in het Zuiden als vernedering beschouwd.
– Aan het eind van de jaren 1870 vond de eerste massale migratie van negers naar het Midden-Westen plaats. Een groot succes wordt het niet.
– In 1900 waren er 15.528 negerpredikanten in Amerika.

Gepubliceerd in juli 2006

Advertenties