Ik heb Jezus aangenomen

C.G. Geluk, ‘Ik heb Jezus aangenomen’. Artikelenserie uit De Waarheidsvriend, oktober-december 1986. Met dank aan www.digibron.nl.

Ik heb Jezus aangenomen. Kies nu voor Jezus! Ik heb Jezus in mijn hart toegelaten. Uitspraken waar ons gereformeerde hart onrustig van wordt

Mensen die dit soort uitspraken doen, zitten op een totaal verkeerd spoor, vinden we. Maar veel jongeren voelen zich hiertoe aangetrokken

Hoe gaan we om met onze jongeren die zich in de buurt van de grens reformatorisch-evangelisch ophouden?

Intussen zitten wij wel met het feit dat het Evangelie een appellerende boodschap is en dat de oproep tot geloof en bekering tot ons komt

In de Bijbel worden zelfs woorden en uitdrukkingen gebruikt, die ontzettend veel lijken op evangelische uitspraken…

Kiest u heden. Bekeert u. Komt tot Mij. Zovelen Hem aangenomen hebben… Natuurlijk zijn deze teksten niet arminiaans

Wellicht zeggen we: Het staat er wel, maar we kunnen het niet. God moet t toch doen? Zo kunnen we ons echter niet afmaken vh bijbelse appel

Wat moeten we hiermee aan? Ter verheldering kan het ons helpen om onderscheid te maken tussen verstand, hart en wil ivm dit appel (1/5)

Evangelischen: de mens kan uit vrije wil keuze nemen voor God. Appel op de wil dus. Wij zeggen: de wil is niet vrij, maar gebonden (2/5)

We geloven wel in verandering vd wil: dat is het werk vd Heilige Geest, Die eerst ons verstand verlicht en daardoor ons hart aangrijpt (3/5)

De vrucht daarvan is, dat óók onze wil verandert, wordt omgebogen. Zo maakt de Geest ons gewillig. Zo kiezen we, nemen wij aan (4/5)

Wij beginnen dus niet bij de wil, maar bij het verstand, bij het hart. We spreken niet van een wilsbeslissing, maar geloofsbeslissing (5/5)

Het is voluit gereformeerd om niet alleen oog te hebben voor Gods kant maar ook voor onze kant in het geheel van Gods werk

Geloven, ons bekeren, kiezen, tot Christus komen, aannemen: dit zijn zuiver bijbelse woorden en uitdrukkingen

Wat taalkundig gezien arminiaans klinkt, hoeft theologisch gezien nog niet arminiaans te zijn

Bij evangelische christenen ontbreekt veelal een duidelijke theologie. Zij ‘zitten’ niet zo op de leer als wij

Evangelischen zijn vaak heel missionair en bewogen met verlorenen. Vandaar hun vaak sterke aandrang op mensen

Ieder die een sterk missionair roepingsbesef heeft, loopt de kans van arminianisme beschuldigd te worden

Het probleem is dat wij door het geschil tussen Gomarus en Arminius allergisch geworden zijn voor woorden die bepaalde klank hebben

Uit vrees gebruiken we daarom bepaalde woorden niet meer. Maar is daarmee ook niet een stukje gereformeerde theologie weggeschrapt?

De gereformeerde theologie leert geen lijdelijkheid. En waarlijk gereformeerde prediking kweekt geen passiviteit

In het raam vd belijdenis vd volstrekte soevereiniteit van God is er ruimte voor het appèl, omdat de Heere een appellerend God is

Misschien zijn evangelische christenen op het punt vh werk vd Heilige Geest veel gereformeerder dan veel gereformeerden

Over het algemeen staan wij nogal gauw met een oordeel klaar. Veel kritiek hangt samen met geestelijke onvolwassenheid

Vele vermeende arminianen zijn geen echte arminianen, maar gebruiken een bepaalde taal die zij in hun omgeving horen en overnemen

Bij alle verschillen die wij signaleren, moeten wij er erg in hebben dat we het werk van de Geest niet ontkennen

Tegenover het arminianisme benadrukken wij de verkiezing. Doen wij dat omdat wij weten van de vreugde van de verkiezing?