James I. Packer

n.a.v. Alister McGrath, De laatste der puriteinen. Een biografie van James I. Packer, Zoetermeer 2000

Getekend voor het leven
James Inell (Jim) Packer werd op 22 juli 1926 geboren in de Engelse domstad Gloucester. Tot op de huidige dag verraad de spraak van Packer zijn afkomst uit het westen van Engeland, vanwege zijn kenmerkende brouw-r. Op zijn zevende was hij een schuwe en onzekere schooljongen en het slachtoffer van pesterijen. Op een gegeven moment joeg een andere jongen hem van het schoolplein af, een drukke straat op. Een passerende bestelbus kon hem niet meer ontwijken. Met een smak belandde de jongen op de grond, waarbij hij ernstig hoofdletsel opliep. Hij hield er zijn leven lang een klein gaatje van ongeveer twee centimeter doorsnee rechts in zijn voorhoofd aan over. Het werd een litteken dat voor de rest van zijn leven duidelijk zichtbaar zou blijven. Maar dit bijna fatale ongeluk was ook van beslissende invloed op zijn levensloop.

Eenling en boekenworm
Vanaf toen tot het moment dat hij naar de universiteit ging, moest James een aluminium beschermplaatje over zijn verwonding dragen. Hierdoor kon hij niet meedoen aan sport- en spelactiviteiten. Hij werd steeds meer eenling. Hij werd een echte boekenwurm. Elke schooljongen van zijn leeftijd keek uit naar de tijd dat ze een eigen fiets kregen, maar James wilde een typemachine. Het zou het mooiste en meest gekoesterde bezit van zijn jeugd zijn. In deze tijd was er nog niet echt sprake van werkelijke belangstelling voor godsdienstige zaken. Op z’n 14e deed hij belijdenis van zijn geloof omdat zijn moeder dat zo graag wilde.

Lewis en Dostojveski
De verplichting op school om Brieven uit de hel van C.S. Lewis te lezen, wekte bij hem de aandacht voor deze schrijver. Ook versterkte het zijn groeiende belangstelling voor de vraag rond de waarheid van het christelijk geloof. Hij verdiepte zich in deze tijd ijverig in een exemplaar van de King James-bijbel van zijn oma omdat hij zelf nog geen Bijbel had. Hij las ook romans van de 19e-eeuwse Russische schrijver Dostojevski, wiens christelijke thema’s – verwerkt in zijn boeken – op Packer indruk maakten; het was iets echts, wat hij hier las.

Toch geen christen?
Tijdens zijn schooltijd had hij wel vrienden, maar hij hechtte daar niet zoveel waarde aan. Één vriend, Eric Taylor, schreef hem brieven die Packer van stuk brachten. Hij had het namelijk over het ‘zaligmakend geloof’ en dat bracht hem in verwarring. Taylor meende dat het Packer aan zo’n geloof ontbrak. Aangezien Packer in discussies op school de waarheid van de christelijke geloofsstukken altijd publiekelijk had verdedigd, vroeg hij zich af wat van hem nog meer gevraagd kon worden.

Oorlog
Toen de oorlog aanbrak, hoefde Packer niet in dienst, vanwege zijn hoofdblessure. Oxford, waar hij ging studeren, was rond deze tijd een spookstad. De meeste studenten en medewerkers die gezond van lijf en leden waren dienden inmiddels in het leger. Hele afdelingen en faculteiten waren gesloten. ‘s Nachts dompelden de vanwege de oorlog geldende verduisteringsvoorschriften de hele stad in een duisternis, die zij waarschijnlijk sinds de middeleeuwen niet meer had gekend. Velen sneuvelden in de strijd en keerden dus niet meer terug.

Just as I am
Eind 1944 kwam Packer tot geloof. Hij bezocht een kerkdienst en tijdens de preek drong het op beangstigende wijze plotseling tot hem door dat hij geen christen was. Hij stond erbuiten. Hij moest naar binnen. Hij was nooit binnen geweest. De preek kwam tot een afronding en de predikant bond zijn toehoorders op het hart dat zij zich met hart en ziel tot Jezus zouden uitstrekken en tot Hem gaan. Zoals dit in die tijd gebruikelijk was, werd de dienst besloten met het zingen van het bekende lied ‘Just as I am’ van Charlotte Elliot. Packer kwam tot een persoonlijke overgave aan Christus.

Getuigenis van de Heilige Geest
Aanvankelijk beschouwde Packer de Bijbel als ‘een godsdienstig allegaartje, waarvan men niet meer dan alleen de hoofdlijnen serieus kon nemen. Zes weken na zijn bekering werd hij ervan overtuigd dat de Bijbel het Woord van God was. Er was iets gebeurd waardoor hij zich bewust werd dat het in de Schrift om Gods eigen Woord ging. Dit was wat Calvijn had genoemd ‘het inwendige getuigenis van de Heilige Geest’. Vanaf deze tijd was Packer verbolgen over de Anglicaanse Kerk. Waarom hadden ze hem nooit de volle waarheid van het christelijke geloof verteld? Waarom hadden ze nooit gewezen op de noodzaak van bekering? Hij ging demonstratief bijeenkomsten bezoek van de Darbisten.

Keswickse overwinningsleer
Er kwam ook een einde aan Packers carrière als jazzmuzikant. Maar in zijn geschriften zou hij wel blijk geven van kennis en liefde voor die muziek middels toespelingen. Packer begon Whitefield te lezen. Hij ervoer het als een ‘zalving van God’, een ‘mijlpaal’ op zijn geestelijke reis om diens levensverhaal te bestuderen. In deze tijd was het ook dat het ‘overwinningsleven’ opkwam. De Keswickse heiligingsleer kreeg vat op studenten in Oxford. De sleutel tot het ‘overwinningsleven’ was overgave aan Christus en een volkomen vertrouwen op Zijn macht om Zijn wil in het hart van de gelovige te werken. Packer raakt door deze leer in zware zieleworsteling. Hij twijfelde hierbij niet aan zijn christen-zijn, maar zijn moeite lag in de spanning die hij ervoer tussen een bepaalde visie op het leven van een christen en zijn eigen ervaring van het christenleven. Duidelijk was dat één ervan niet deugde. Maar welke?

Puriteinen
Packer werd bibliothecaris voor de studentenorganisatie waarvan hij lid was en die kreeg in 1944 een collectie van een oude predikant binnen met veel klassieke werken uit de 16e en 17e eeuw. Hij las bijvoorbeeld van John Owen ‘Over de inwonende zonde in gelovigen’ en ‘Over de doding van de vleselijke begeerten van gelovigen’. Dit gaf hem antwoorden op vragen over het ‘overwinningsleven’. In deze tijd was er nauwelijks een puriteins geschrift verkrijgbaar. De herlevende belangstelling voor het puritanisme leidde ertoe dat er vanaf de jaren vijftig weer tal van puriteinse geschriften werden heruitgegeven. Packer had deze ontdekking dus nooit kunnen doen door in de plaatselijke boekhandel rond te snuffelen!

Predikant worden?
Packers cijfers waren volmaakt goed, vaak tienen. Hij werd ook zelden in de gemeenschappelijke ruimte aangetroffen. Hij was steeds maar bezig met lezen, lezen en nog eens lezen. Hij ging over zijn toekomst nadenken. Wilde hij predikant worden? En zo ja, in welke kerk? Bij Packer groeide het besef dat hij bestemd was voor een ambtsbediening in de Anglicaanse Kerk. Hij wist dat hij enige bescheiden onderwijstalenten bezat, maar hij was ook verlegen en dat zou een belemmering kunnen zijn voor de omgang met mensen. In 1946 bracht Packer een hele zondagmiddag door in overdenking en gebed over zijn toekomst. Hij verzamelde zeer nauwgezet op een vel papier alle redenen die hij kon bedenken waarom hij zich wel of niet zou moeten uitstrekken naar het ambt van predikant. Conclusie was dat hij door moest gaan de mogelijkheid van het predikantschap te onderzoeken.

Als een Daniël in de leeuwenkuil
Na de Tweede Wereldoorlog bood de evangelicale beweging in Engeland een desolate blik. Getalsmatig was ze zwak geworden. Academici namen de evangelicalen niet meer serieus. Voor een overtuigd evangelicaal als Packer stond het bekleden van een ambt binnen de Anglicaanse Kerk in deze tijd ongeveer gelijk aan Daniël in de leeuwenkuil. De kerk scheen geen plaats voor evangelicalen te bieden. Het soort evangelicalisme waar Packer toen voor stond werd met fundamentalisme vereenzelvigd en werd alom beschouwd als onvolwassen, simplistisch, irrelevant en bovenmatig dogmatisch.

Eerste ontmoeting met Martyn Lloyd-Jones
Packer ontdekte dat hij goed les kon geven. Op het persoonlijke vlak was hij teruggetrokken zonder veel zelfvertrouwen, maar als docent was hij een meelevende, competente en attente persoon. Het was zijn natuurtalent. Zijn trage en nauwkeurige manier van spreken bleken een ideale eigenschap. Packer bezocht in 1946 een lezing waar Martyn Lloyd-Jones sprak, over het onderwerp ‘Het gezag van de Bijbel’. De spreker maakte op Packer een ‘onverbiddelijke en strenge, doch enorme indruk’. Packer had grote bewondering voor de preekstijl van Martyn Lloyd-Jones en begon zijn eigen stijl te richten naar diens voorbeeld.

Proefschrift over Baxter
Packer was in zijn studiejaren geneigd de vroegchristelijke schrijvers af te doen als op hun best ‘beginnelingen’, enthousiast, maar niet bepaald deskundig of bruikbaar – en op hun slechtst als vijanden, omdat hun leer en hun arbeid had geleid tot het ontstaan van de katholieke kerk. Maar steeds meer zou hij achting krijgen voor deze ‘wijze mannen’, zoals hij ze later zou gaan noemen. Toen Packer daarvoor geld kreeg, begon hij met zijn promotiestudie. Zijn groeiende interesse in de puriteinen brachten hem bij de geschriften van Richard Baxter. De titel van zijn proefschrift zou zijn: The Redemption and Restoration of Man in the Thougth of Richard Baxter.

Puriteinenconferenties
Packer benaderde in 1949 Martyn Lloyd-Jones om ‘Puritan Conferences’ te gaan houden in zijn Westminster Chapel. Lloyd-Jones was meteen enthousiast. De eerste keer kwamen er twintig belangstellenden op af om zeven toespraken te beluisteren, waarvan drie van Packer en één van Lloyd-Jones. Rond het jaar 1960 was dat aantal al boven de honderd uitgekomen. De conferenties werden door Lloyd-Jones voorgezeten, die de discussies in goede banen moest leiden. In 1969 werden de conferenties in deze vorm gestaakt. De evangelicale beweging werd steeds groter, ook door de oprichting van de ‘Banner of Truth Trust’ in 1957. Het was duidelijk dat er een nieuwe beweging was ontstaan. Packer is wel ‘de laatste puritein’ genoemd. Hij was de persoon bij uitstek in de 20e eeuw die zich in het puriteinse gedachtegoed heeft verdiept.

Het leven als voorbereiding op de hemel
Vooral na grondige studie van The Death of Death in the Death of Christ van John Owen raakte Packer steeds meer verwijderd van zijn eerdere opvattingen over de reikwijdte van Christus’ heilswerk. Voorheen had Packer zich bij dit onderwerp georiënteerd op Baxter, die een wat omstreden mening hierover had. Baxters Reformed Pastor vormde zijn visie op de aard van pastorale arbeid. Packer merkt ook het belang op van de visie die de puriteinen hadden op het christenleven, namelijk als ‘de gymzaal en kleedkamer waar we op de hemel worden voorbereid’. Deze klassieke christelijke nadruk op de vergankelijkheid van het leven is in het moderne evangelicalisme voor een groot deel verloren gegaan.

Allerlei soorten christenen
Packer ziet in de puriteinen vooral hun volgroeidheid. Hij ziet om zich heen ‘rusteloze ervaringschristenen’, ‘mensen die ten prooi waren gevallen aan een vorm van wereldgelijkvormigheid, een op de mens gericht, anti-rationeel individualisme, dat het leven van de christen maakt tot een naar sensatie zoekende egotrip’. Ook ziet hij ‘zich verschansende intellectualisten’, die zich presenteren als ‘onwrikbare, op discussie beluste, kritische christenen, voor wie rechtzinnigheid het één en al is’. Hun hoofdzorg is de verdediging van ‘hun eigen opvatting van die waarheid’. Door hun volledige toewijding aan ‘het winnen van de strijd voor geestelijke correctheid’ gaat er vaak ‘weinig warmte van hen uit’. Ten derde noemt Packer ‘ontevreden dissidenten’, mensen die teleurgesteld zijn geraakt in de evangelicale beweging, vooral als gevolg van een ‘naïeve geesteshouding’ of onrealistische verwachtingen’.

Hulppredikant
Van 1952 tot 1954 diende Packer de gemeente van St. John’s, Harborne. Het was waar Packer naar op zoek was: een behoudende evangelicale kerkgemeenschap met opvattingen die hij kon onderschrijven. Toen Packer examen moest doen in de Anglicaanse Kerk merkte een examinator op dat hij een ‘diepe weerzin’ voelde jegens Packers theologie, die volgens hem neerkwam op ‘intellectuele platwalserij’. Packer kreeg al snel kritiek op zijn manier van preken: zijn preken waren te ernstig. De voordracht moest iets vrolijker. Packer besloot daarop doelbewust iets in zijn preken naar voren te laten komen, wat een glimlach zou veroorzaken. Velen hebben beweerd dat de preekstijl van Packer, die helder, systematisch, langzaam en zorgvuldig was, ongeschikt leek voor evangelisatiedoeleinden. Men meende dat zijn gaven veel meer gelegen waren in het met veel zorg toerusten van de bekeerden dan in het bekeringswerk zelf. In 1954 trouwde Packer met Kit Mullet, na veel tijd in zijn gedachten en gebeden aan de vraag wie hij zou moeten trouwen te hebben besteed.

Weer docent
Packer kwam in 1955 in volledige dienst op Tyndale Hall als ‘residend docent’ (docent die op het college ook zijn inwoning had). Hier zou hij tot 1961 les gaan geven. Het was in Bristol, de belangrijkste stad in het westen van Engeland. Het was een knooppunt van het methodisme geweest. Zoals dat op alle anglicaanse theologische colleges het geval was, werd ook hier elke dag begonnen met het ochtendgebed, dat van half acht tot acht uur in de kapel werd uitgesproken. Hierna volgde van acht uur tot half negen stille tijd. Na het ontbijt van half negen, tussen negen uur en één uur ’s middags, werden de colleges gehouden. Tyndale had het sterkste docententeam van het land. Zijn studenten weten nog hoe Packer moeilijke theologische vraagstukken beantwoordde door tien seconden te wachten, en vervolgens zonder haperen een uitermate helder en uitgebreid antwoord te geven, meestal in drie punten onderverdeeld.

‘Fundamentalism’ and the Word of God
In 1958 schreef Packer ‘Fundamentalism’ and the Word of God. Directe aanleiding was bepaalde kritiek op het evangelicalisme. Critici maakten de evangelicale beweging verdacht door er het etiket ‘fundamentalisme’ op te plakken, in de betekenis van ‘a-intellectueel, dogmatisch, bekrompen en onwetenschappelijk’. Billy Graham werd ook zo behandeld. Men was van mening dat geen serieus nadenkend mens evangelicaal kon zijn. Het weerwoord hierop kwam dus van Packer. Het boek werd door de Inter-Varsity Press uitgeven. Dit was een evangelicale uitgever. Tot die tijd werden alle publicaties in harde kaft uitgegeven. Dit boek kwam echter in paperback, en het was een daverend succes, want de prijs was zo veel lager en veel studenten kochten het.

In de lijn van Warfield
Door dit boek werd Packer een bekend en gezaghebbend persoon binnen het evangelicalisme. In hetzelfde jaar werd het bij Eerdmans in Amerika uitgegeven en daar beschouwde men het als een geschrift in de geest van Charles Hodge en Benjamin B. Warfield, theologen van het Princeton Theological Seminary te New Yersey. Packer bond vooral de strijd aan met de opvatting als zouden de evangelicale opvattingen omtrent de Schrift ‘een verharding van vóórkritische en vóórwetenschappelijke visies’ inhouden, een ‘wanhoopspoging om verouderde tradities kunstmatig in stand te houden’.

Evangelism and the Sovereignty of God
In 1961 verscheen Evangelism and the Sovereignty of God. Packers ideeën over predestinatie waren sterk gereformeerd. Als God soeverein was, waar was evangelisatie dan nog voor nodig, zo vroegen sommigen af. Deze kwestie speelde natuurlijk al eeuwen. William Carey kreeg ooit een reactie van iemand die zei: ‘Als het God behaagt de heidenen te bekeren, dan zal Hij dat wel doen buiten uw of mijn hulp om’. De evangelisatiecampagnes van Billy Graham in Londen, Cambridge en elders hadden de belangstelling voor het evangelisatiewerk aanzienlijk doen toenemen. Packer dacht er net zo over als Warfield, die stelde dat agressieve evangelisatiecampagnes uiteindelijk terugvoerden naar het pelagianisme.

Geen altar call, tegen hypercalvinisten
Velen betwijfelden openlijk of een gereformeerd pastor tevens evangelist kon zijn. Packer wees naar de puriteinen, om aan te tonen hoe predikers als Richard Baxter en John Rogers een gereformeerd accent op de goddelijke soevereiniteit in de verkiezing wisten te verenigen met een sterk verantwoordelijkheidsbesef om het evangelie te prediken. Net als Spurgeon meet Packer dat deze twee bijbelse waarheden bij elkaar moeten worden gehouden. ‘Voor onze eindige geest is het uiteraard niet uit te leggen. Het lijkt met elkaar in tegenspraak en onze eerste reactie is te klagen dat het absurd is’. Packer moet toegeven dat er extremisten waren (die hij ‘hypercalvinisten’ noemde) die inderdaad leerden dat het evangelie niet gepredikt of aangeboden zou mogen worden aan de onbekeerden. Packer was kritisch over Charles G. Finney, zoals het naar voren laten komen van nieuwe bekeerlingen, de zogenaamde ‘altar call’. Hier was evangelisatie verworden tot een menselijke prestatie, waarin het vooral gaat om techniek, methodiek en sfeer.

Latimer House
De jaren zestig van de 20e eeuw zouden een periode van opmerkelijke opleving binnen de Britse evangelicale beweging blijken te zijn, zowel binnen de Anglicaanse Kerk als binnen vele andere christelijke organen. Het was tevens de tijd van de grootschalige cultuuromslag. Packer was er diep van doordrongen dat een evangelicale beweging die elk besef van theologische fundering ontbeerde, wel moest verzinken in piëtisme of pelagianisme. Vanaf 1960 zou Packer twee dagen per week gaan werken voor Latimer House in Oxford. David Bebbeginton onderscheidt vier typen binnen de evangelicale beweging sinds 1945: het fundamentalisme, het conservatieve evangelicalisme, evangelicalen met een open vizier en liberaal-evangelicalisten.

Keep Yourself From Idols
Het was nodig voor de tijd dat er een overtuigende evangelicale weerlegging zou komen. Packer schreef een kritiek op de gedachtewereld van John Robinson (God is dood). Hij schreef ‘Keep Yourself From Idols’ en toonde daarin aan dat Robinson het evangelie niet had gemoderniseerd, maar ‘de waarheid van God had veranderd in een leugen’.

Martyn Lloyd-Jones’ kerkvisie
In de Verenigde Staten begon rond de jaren dertig voor steeds meer fundamentalisten afscheiding van de grote kerkgenootschappen tot een geloofsartikel te worden. Dit dreef een enorme wig in de Amerikaanse evangelicale beweging. Sommigen besloten uit de kerk te stappen, maar anderen besloten te blijven in de steeds vrijzinniger kerkverbanden en probeerden deze van binnenuit te hervormen. Evangelicalen begonnen elkaar te bestrijden in plaats van samen de strijd aan te binden tegen de vrijzinnigheid. Francis Schaeffer sprak in dit verband van ‘the great evangelical disaster’. In de jaren zestig ging Martyn Lloyd-Jones zich steeds meer zorgen maken over de theologische vrijzinnigheid van de Wereldraad van Kerken. Omstreeks 1965 was hij tot de overtuiging geraakt dat het een evangelicaal onmogelijk was tot een kerkverband te behoren dat lid was van deze Wereldraad.

Einde aan de vreedzame co-existentie
Lloyd-Jones meende dat de onder redactie van Packer verschenen essaybundel All in Each Place ernstig afbreuk deed aan Packers geloofwaardigheid als evangelicaal. Lloyd-Jones kwam steeds meer in een onvermurwbare houding. De vreedzame co-existentie binnen het evangelicalisme in de verschillende kerken werd zo door Lloyd-Jones gebroken. Lloyd-Jones kwam in openlijk conflict met Billy Graham en weigerde hem nog verdere medewerking. Voor Lloyd-Jones kwam kerkvisie onder de wezenlijke geloofszaken te vallen, waarover niet verschillend gedacht mocht worden. Hij stelde dat allen die pogingen deden om kerkreformatie van binnenuit wilden verwezenlijken, de ernst van de nieuwtestamentische visie op de kerk miskenden.

Toch reformatie van binnenuit
Wat in Amerika in de jaren twintig en dertig gebeurde, vond nu plaats in Engeland: onenigheid tussen evangelicalen onderling. De meeste mensen bleven Lloyd-Jones waarderen en onthielden zich van kritiek op hem, hoewel ze het niet met hem eens waren. Zijn gezag als exegeet bleef onbeschadigd. Hij werd ondertussen steeds meer een roepende in de woestijn, terwijl het evangelicalisme hard op weg was haar positie binnen de traditionele kerken te verstevigen. De langdurige vriendschap tussen Lloyd-Jones en Packer kwam onder druk te staan. Packer achtte de 39 geloofsartikelen van blijvende waarde als theologische fundering en richtingwijzer voor de evangelicale beweging binnen de Anglicaanse Kerk.

Breuk met Lloyd-Jones
In 1970 kwam de breuk met Lloyd-Jones. Packer werd door diens aanhangers steeds meer als persona non grata beschouwd. Het kwam in deze tijd voor dat men elkaar als verrader beschouwde. Packer en andere evangelicalen schreven samen met anglo-katholieken binnen de Anglicaanse Kerk het boek Growing into Union. Lloyd-Jones zag dit boekje als een compromis, voortkomend uit een verslapping van evangelicale overtuiging. Packer werd geschrapt van de spekerslijstjes voor de Puritan Conference, die in 1969 voor het laatst werd gehouden en in 1971 doorging onder de naam Westminster Conference. Packer moest ook uit de redactie van The Evangelical Magazine, een blad waaraan vooral ook vrienden van Lloyd-Jones verbonden waren (vervolgens ging het blad snel te gronde; zonder Packer had het geen aantrekkingskracht meer). Deze publieke afwijzing van Packer door de aanhang van Lloyd-Jones was pijnlijk voor Packer, niet in het minst vanwege het feit dat hij Lloyd-Jones zeer hoogachtte.

Manier van doceren
Packers manier van doceren (inmiddels aan Trinity College, Bristol) was als volgt: bij elk college werd een gestencilde samenvatting uitgedeeld, door Packer zelf nauwgezet op twee blaadjes getypt en vermenigvuldigd op roze kleinfoliopapier. Packers voorkeur ging uit naar het Noord-Amerikaanse onderwijssysteem. Dit was ook een belangrijke reden waarom hij later naar Canada zou verhuizen, want daar hoefde hij niet meer de Engelse stijl te hanteren.

Knowing God
In 1973 schreef Packer Knowing God. In Noord-Amerika had dit boek de grootste impact. Er werden wereldwijd meer dan een miljoen exemplaren verkocht. Waarom was het boek zo’n succes? Het was toch iets anders dan de ‘help-uzelf-benadering’, het vroeg heel wat aan de lezers, het is niet gemakkelijk te lezen. Het was het juiste boek op het juiste moment. John Stott besprak het boek en ondervond dat zijn pogingen om het boek te lezen ‘gehinderd’ werden doordat hij zich keer op keer tot gebed gedrongen voelde door wat Packer schreef. ‘De waarheid die hij behandelt doet het hart ontbranden. Dat gebeurde in elk geval met het mijne, en het spoorde me aan even een stap opzij te doen om te bidden en God te prijzen’. Packer zegt zelf: ‘Waar het vóór alles op aankomt, is dan ook niet het feit, dat ik God ken, maar het veel belangrijkere feit, dat Hij mij kent’. De theologische denklijnen achter Knowing God komen van Calvijn. Packer had een krachtige beeldspraak, verwees vaak naar de Bijbel en liet zien een grondig inzicht in het geestelijk leven te hebben. Het succes van dit boek was voor Packer een volledige verrassing.

The Battle for the Bible
Packer maakte zich sterk voor het gezag van de Bijbel. Hij heeft een grote bijdrage geleverd aan de verdediging van de term ‘onfeilbaar’ en de aanvaarding van het begrip ‘feilloos’ in het Engels evangelicalisme, niet in het minst door erop te wijzen dat, ondanks de negatieve klank, de woorden toch duidden op een positieve bevestiging van de volledige geloofwaardigheid of volledige waarheid en betrouwbaarheid van de Schrift. Hij baande de weg voor een toenemend gebruik van deze begrippen binnen het Engelse evangelicisme. Iemand die misschien iets te ver ging was Harold Lindsell, die The Battle for the Bible schreef en daarin betoogde dat bijbelse feilloosheid in de strikte betekenis van het woord het criterium van de evangelicale identiteit was. Packer gaf ook toe dat de Schrift ‘soms cultureel bepaald is door de gewoonten en conventies van een bepaalde periode, zodat de toepassing van de principes ervan wel eens om een andere benadering zou kunnen vragen’.

In Engeland gerangeerd op een zijspoor
Terwijl de vrijzinnigheid vanaf ongeveer 1977 in een neerwaartse spiraal kwam, leek het evangelicalisme zich in een opwaartse spiraal te bevinden. Packer maakte zich echter zorgen over de jongere generatie evangelicalen, die steeds kritischer werden ten opzichte van de Reformatie. In Engeland kwam hij zo op een zijspoor te staan. Zijn soort puriteinse theologie leek uit de gratie te vallen. Packer was daarover terneergeslagen. Hij vond dat de heersende stroming van het evangelicalisme binnen de Anglicaanse Kerk een richting ingeslagen was die hij een doodlopende weg vond. Ook de toenemende invloed van de charismatische beweging heeft hiermee te maken. Haar sterke nadruk op ervaring leek lijnrecht te staan tegenover Packers benadrukking van het belang te beginnen bij het verstand dat de waarheid probeert te verstaan.

Populair in Amerika
Packer werd daarentegen op handen gedragen in Amerika. Veel wees erop dat zijn toekomst daar lag. En dat gebeurde: van 1979 tot 1996 zou hij gaan les geven aan Regent College, Vancouver (Brits Columbia, Canada). Hier bleef hij na zijn emeritaat wonen. Een bijkomend voordeel voor Packer was dat hij in Canada niet belast zou worden met administratief werk, zoals aan de Engelse universiteiten wel het geval was. Packers moeder was in 1965 gestorven en zijn vader in 1972. Hij had dus geen familieverplichtingen meer in Engeland. Het nieuws van zijn vertrek kwam als een donderslag bij heldere hemel.

Regent College
Door Packers aanwezigheid werd het aanzien van Regent College in Noord-Amerika en daarbuiten aanzienlijk vergroot en was er sprake van een krachtig impuls in het aantrekken van nieuwe studenten. In 1985 telde het college 450 studenten. Packers voornaamste leeropdracht lag op het gebied van de historische en systematische theologie. Vancouver bleek een basis te zijn van waaruit Packer zijn bediening aan de Verenigde Staten kon ontwikkelen. Zonder dat Packer zich ooit in dit land heeft gevestigd heeft hij er een enorme invloed gehad.

Tegen vrouw in het ambt
Belangrijke discussies in de jaren zeventig en tachtig waren de plaats van de Heilige Geest en de bediening van vrouwen. Packer schreef in 1991 in Christianity Today: ‘Laten we ermee ophouden vrouwen presbyter (ouderling) te maken’. Het artikel veroorzaakte opschudding op het Regent, dat in die tijd een groot aantal vrouwelijke studenten had. Ten aanzien van de pinksterbeweging was Packer van mening dat voor niet-charismatische evangelicalen de tijd was gekomen om te erkennen dat er voldoende ‘essentieel evangelicalisme’ in die beweging zat om er een positieve houding tegenover in te gaan nemen, en samen met hen te gaan werken aan zaken van belang. De constructieve maar ook kritische theologie, neergelegd in zijn Keep in Step with the Spirit, kan worden beschouwd als een ‘geschenk bij het volwassen worden’, aangeboden aan de charismatische beweging, niet alleen als blijk van waardering maar ook als richtlijn voor toekomstige bezinning.

Doxologie en theologie
Één van Packers belangrijkste bijdragen aan de ontwikkeling van een moderne evangelicale beweging is zijn aanhoudend pleidooi voor het belang van de traditie. Het viel hem op hoe individualisme en oppervlakkigheid veel van het Amerikaanse evangelicale leven bepaalde en daarom beklemtoonde hij hoe belangrijk het is te leren van de wijsheid van het verleden. In Packers ogen was één van de opvallendste missers van de theologische opleidingen dat zij verzuimden een echte koppeling te maken tussen christelijke theologie en christelijk leven. Een verkeerde theologie heeft rampzalige gevolgen. Packer haalde vaak een citaat van Spurgeon aan: ‘Broeders, als u in uw herderlijk werk geen theologen bent, bent u eigenlijk helemaal niets’. Hij gaf de theologie de voorrangspositie op elk terrein van het leven. Packer gaf blijk van een nauwe band tussen theologie en doxologie door elke dag zijn colleges te beginnen met het volgende lied (op de berijming van Ps. 134):

Praise God, from whom all blessings flow,
Praise Him, all creatures here below.
Praise Him above, ye heavenly host,
Praise Father, Son and Holy Ghost.

De eeuwige straf
In een artikel met de titel ‘Niet alle mensen zullen gered worden’ zegt Packer: ‘In de Schrift lijkt duidelijk dat de overwinning op Golgotha pas aan iemand redding brengt als hij gelooft’. Sommige evangelicalen kwamen met de opvatting van ‘conditionele onsterfelijkheid’ en het ‘tot niets worden’ van niet-gelovigen. Packer hield zich ook bezig met het probleem van de eeuwige straf. Packer hield vast aan de klassieke leer van de straf zonder einde. Het conditionalisme doet te kort aan ‘de ontzagwekkende waardigheid van het feit dat wij gemaakt zijn om voor eeuwig te duren’. Ook deed het ernstig afbreuk aan de motivering tot evangelisatie.

Samenwerking met rooms-katholieken
De verkiezing van Bill Clinton tot president van de Verenigde Staten in 1992 werd door velen gezien als een mogelijk voorteken voor een nieuwe fase van verwereldlijking van het openbare leven, waardoor een samenwerking tussen evangelicalen en rooms-katholieken van essentieel belang werd. Dit was uiteraard een gevoelig thema. Packer kon met de woorden van C.S. Lewis instemmen: ‘Als alles gezegd is over de verdeeldheden van het christendom, blijft er, door Gods barmhartigheid, een enorm gemeenschappelijk terrein over’. Packers medewerking aan het boek Evangelicals and Catholics Together kwam hem wel op verontwaardigde kritieken te staan.

Veranderde scheidslijnen
Voor Packer was duidelijk dat veel katholieken die niet in kunnen stemmen met de leer van de Reformatie over rechtvaardiging en toegerekende gerechtigheid, niettemin de Heere Jezus Christus liefhebben en vertrouwen. Bovendien lag de scheidslijn veel meer tussen orthodox en vrijzinnig, en de rooms-katholieke kerk hield nog onverkort vast aan de klassieke dogma’s. Packer verklaarde wel nadrukkelijk dat hij nooit rooms-katholiek zou kunnen worden. De door Billy Graham gekozen co-operatieve manier van evangeliseren, die alle christelijke kerken van een bepaald gebied bij elkaar brengt, is een duidelijk voorbeeld van het verschijnsel dat ook bij Packer te zien is.

God kennen en anderen Hem leren kennen
De Anglicaanse Kerk van Canada maakte ook een periode van verval door sinds de jaren zestig, door het oprukkende liberalisme. Toch groeide ook het smaldeel van evangelicalen. Ze hadden twee grote scholen: Regent College en Ontario Theological Seminary. Packer ging na zijn 65e door met doceren en stopte pas op z’n 70e. Het verhaal wat we over hem verteld hebben, is dat van een man die zich ten doel stelde God te leren kennen, en anderen te helpen Hem beter te leren kennen. Twee lievelingsteksten had Packer: Prediker 12:13-14 en 1 Korinthe 15:58. ‘Met de echo van deze “tweelingteksten” in mijn oren ga ik mijn weg met blijdschap’.

‘Van alles wat gehoord is, is het einde van de zaak: Vrees God en houd Zijn geboden, want dit betaamt alle mensen. Want God zal ieder werk in het gericht brengen, met al wat verborgen is, hetzij goed of het zij kwaad.’

‘Zo dan, mijn geliefde broeders, zijt standvastig, onbewegelijk, altijd overvloedig zijnde in het werk des Heeren, als die weet, dat uw arbeid niet ijdel is in de Heere.’

Packers stem wordt nog gehoord
We zijn gewend om aan het einde van een biografie een beschrijving te geven van het overlijden van de persoon in kwestie. Nu gaat dat echter niet, Packer leeft nog. Er is veel gebeurd sinds het verschijnen van dit boek (in 1997 onder de titel To know and serve God. A life of James I. Packer) en de dag van vandaag. Regelmatig vonden we zijn naam terug op de kerknieuws pagina van zowel het Reformatorisch Dagblad als het Nederlands Dagblad. Laten we aan de hand van krantenartikelen gaan bekijken hoe Packers stem de laatste tien jaar nog gehoord werd.

7 augustus 2000 (RD): Packer is één van de hoofdsprekers op Amsterdam 2000, een evangelistencongres van Billy Graham. ‘Plaatselijke kerk moet meedoen in wereldwijde taak. Packer geeft Amsterdam 2000 perspectief’, zo luidt de kop. Packer zegt onder andere: ‘Freelance evangelisatie is niet Gods weg. Evangelisten werken namens de kerken en hebben als doel gemeenten te stichten.’ Packer zei voorafgaand op het congres dat hij zich wel bewust is van de verschillen tussen een arminiaanse en een calvinistische benadering, maar hij zegde desondanks toe om te komen spreken.

16 januari 2003 (ND): Packer is boos weggelopen bij de synode van zijn kerkprovincie, het bisdom New Westminster, nadat besloten was dat de kerk homorelaties mocht gaan inzegenen. ‘Waarom ik met anderen wegliep?’ zo vraagt Packer in Christianity Today. ‘Omdat deze beslissing, in zijn context bezien, het evangelie van Christus verloochent, de autoriteit van de Schrift verlaat, de redding van medemensen in gevaar brengt en de kerk verraadt in zijn door God gegeven rol als bastion en bolwerk van de heilige waarheid’. In Packers ogen heiligt de synode zo de zonde. Hij schrijft dat hij zich bij belangrijke beslissingen in zijn loopbaan als theoloog altijd heeft afgevraagd: wat had Paulus gedaan als hij nu in mijn schoenen stond? En over homoseksualiteit is Paulus nu eenmaal duidelijk, aldus Packer. Hij heeft altijd in de Anglicaanse Kerk willen blijven, maar er komt een grens. ‘Als je, door de verkondiging van je boodschap, eruit wordt gegooid, ja, dan wordt je eruit gegooid. En dat zou hier in New Westminster best kunnen gebeuren, omdat wij in dit bisdom bewust een zo groot mogelijke stoorzender proberen te zijn’.

23 januari 2004 (RD): Packer publiceert samen met Thomas C. Oden One Faith. Charting the evangelical consensus. Het is een boek waarin de verschillen binnen de evangelicale wereld onder de loep worden genomen. ‘We maken duidelijk op welke punten er onder evangelicalen een diepe consensus bestaat’. Ze willen met dit boek een aanzet geven tot een nieuwe oecumene, waarin de eer van God centraal staat. ‘We willen bepaalde stereotypes wegnemen’, aldus Packer. ‘De liberale denkwijze gaat ervan uit dat de wereld de wijsheid in pacht heeft en dat wat de kerk zegt gemeten moet worden aan de mode van het moment. (…) (Wij) gaan ervan uit dat je moet beginnen met je standpunt duidelijk te maken, je basis. Voor evangelicalen betekent dit: kennis van de waarheid van God ontvang je uit de Schrift. De Bijbel is de gepaste bron voor wie zekere kennis omtrent God wil verkrijgen’. Packer en Oden erkennen de verscheidenheid binnen het evangelicalisme, maar ondanks dat is er een consensus. Ze willen in hun boek het wijdverbreide beeld dat evangelicalen voortdurend met elkaar en anderen overhoop liggen nuanceren. Op grond van een analyse van evangelicale documenten komen ze tot de conclusie dat er een groot aantal theologische overtuigingen zijn waarover evangelicalen wereldwijd overeenstemmen.

19 mei 2005 (RD): Packer betreurt het dat Maria zo wordt ondergewaardeerd door protestanten (met name anglicanen heeft hij hier voor ogen). De huidige generatie denkt vrijwel niet meer aan Maria, zegt Packer in een interview in Christianity Today. Het Book of Common Prayer heeft het Magnificat, de lofzang van Maria, maar sinds het avondgebed in vrijwel alle anglicaanse kerken steeds minder een realiteit is geworden, denken ze niet meer aan Maria. ‘Ik denk dat we een verlies leiden door geen aandacht te hebben voor Maria’. Packer noemt haar grote voorbeeld van totale devotie en vertrouwen, maar ook omdat ze de moeder is van de Heere Jezus.

20 juli 2007 (RD): ‘Leerstuk verzoening beroert evangelicalen’, zo kopt het RD. Packer heeft zich in het debat over de verzoening gemengd. In een verklaring stelt hij dat ‘de vrijzinnigheid voortdurend evangelicalen wil weglokken van hun erfenis’. De discussies hierover hebben in Engeland al geleid tot een breuk in een grote jongerenconferentie. In 1973 had Packer in een belangrijke redevoering het al krachtig opgenomen voor het klassieke leerstuk van de verzoening door voldoening. Als moderne theologische ontwikkelingen afleiden van een persoonlijk antwoord op Luthers vraag hinderen ze het verstaan van het Evangelie.

10 augustus 2007 (RD): er is een nieuw handboek over het christelijk geloof op komst: Handboek Christelijk Geloof. Het staat onder redactie van Alister McGrath en prof.dr. J. Hoek. Packer is één van de medewerkers aan dit boek.

26 augustus 2007 (RD): ‘Packer botst met de tijdgeest’. Het is een boekbespreking van Gods plannen voor jou. ‘Theologie is een oefening in luisteren. Pas daarna kan er sprake zijn an spreken en het correct toepassing in ons leven van wat in de Bijbel staat’, aldus Packer. Hij gaat dwars tegen de huidige ik-vindcultuur in. Niet de redding van de mens, maar het werk van God die Zijn doelstellingen toont en Zichzelf verheerlijkt in een zondig en ongeorganiseerd universum is het belangrijkste thema volgens Packer. ‘Geloven’ is niet een aan alle mensen geschonken gave, zoals in Noord-Amerika nog wel eens gedacht wordt. Het is een bovennatuurlijke gave. Packer wijst de term ‘christelijk hedonisme’ af. Hij wil een spa dieper gaan dan John Piper. Wel is er plaats voor plezier bij Packer. God schept er behagen in om ons blijdschap te schenken als vrucht van Zijn reddende liefde.

Packer betreurt het dat levensheiliging een zo ondergeschoven thema is. Packer hekelt de ‘bubbelbadreligie’ die is gericht op menselijke ontspanning en ondersteuning. De recensent schrijft ook nog dat Packer in 1996 tijdens een conferentie in Houten zijn liefde voor de puriteinen én Nederlandse theologen van de Nadere Reformatie uitgesproken heeft. ‘Voetius, Witsius en Wilhelmus à Brakel waren in staat om de kracht van de dogmatiek te verbinden met die van het praktische leven met Christus’. De recensent voegt hier aan toe: ‘Dat hij toch ook als spreker optrad tijdens het evangelisatiecongres van Billy Graham te Amsterdam in juli 2000, kan menig gereformeerd mens niet begrijpen’. Maar hij eindigt met: ‘Toch zou ik niet graag in twijfel trekken dat de theoloog de Weg wijst’.

5 februari 2008 (RD): ‘Liberale theologie verspreidt doodsgeur’, zo zegt Packer. Binnen de Anglicaanse Kerk heerst grote onrust over de benoeming van homoseksuele bisschoppen en de inzegening van homorelaties. Packer ziet geen toekomst voor een theologie los van het Evangelie. Packer sprak op een bijeenkomst in Dallas over de crisis binnen zijn kerk. Sinds de benoeming van homoseksueel Gene Robinson tot bisschop van New Hampshire, in 2003, zijn de kerken diep verdeeld. In Vancouver maakte Packer die crisis van dichtbij mee. Packer is kritisch over Rowan Williams, aartsbisschop van Canterbury, die niet goed met deze kwestie omgaat. Hij gaf aan ‘niet te snel maatregelen te willen nemen, eerst moest er meer worden gepraat’. Dat doen liberalen altijd, zegt Packer: ‘Zolang er geen actie wordt ondernomen, winnen ze meer terrein en hebben ze meer tijd om mensen voor hun eigen standpunten te winnen.’

Packer ziet er geen heil in om te breken met de bisschop en vervolgens banden aan te gaan met conservatieve bisschoppen in Afrika. ‘Daarmee treedt de politiek in de kerk, en dat is eerder een fout dan een stap voorwaarts. Het reduceert een waarheidsvraag tot een politieke zaak’. Maar deze oplossing is wel beter dan dat je als kerk gedwongen wordt homorelaties in te zegenen. Hoe de Anglicaanse Kerk in Noord-Amerika er over tien jaar uitziet, durft Packer niet te zeggen. Hij merkt humoristisch op: ‘Ik heb niet de gave van profetie gekregen’. Maar hij weet wel dat, hoewel orthodoxe kerken nu een minderheid zijn, dat zal veranderen, want liberale kerken zullen ook kleiner en kleiner worden en op hun beurt een minderheid vormen.

26 februari 2008 (RD): ‘Kern van crisis is Schriftgezag’. Volgens Packer dient de Anglicaanse Kerk de homoseksuele praxis af te wijzen als zijnde in strijd met de scheppingsorde en het Evangelie. ‘Het hart van de ware pastorale zorg aan homoseksuelen is in vriendschap helpen zich niet aan hun verleiding over te geven. We houden van de zondaar, maar niet van de zonde. Aan deze stellingname moeten we vasthouden, wat de cultuur om ons heen ook zegt en doet’.

3 maart 2008 (RD): de Canadese Anglicaanse Kerk dreigt Packer met uitzetting uit zijn ambt. Een bisschop beschuldigt hem ervan dat Packer niet meer zijn werk kan doen sinds hij zich tweeënhalve week geleden afscheidde van de Anglicaanse Kerk in Canada en zich aansloot bij de anglicaanse kerkprovincie van Southern Cone in Argentinië, die onder toezicht staat van de rechtzinnige aartsbisschop Greg Venables.


22 maart 2008 (ND): het ND komt met een groot interview met Packer. Bijna 82 jaar oud, maakte hij zich vorige maand los van zijn bisdom. De interviewer vraagt: ‘Gelooft u echt dat 1 Korintiërs 6 over homoseksualiteit gaat? Bij “schandknapen” gaat het toch om iets anders dan een homorelatie in liefde en trouw?’ Packer antwoordt: ‘Die denkwijze ken ik; inmiddels is wel aangetoond dat dat een drogreden is. Ik verwijs naar het definitieve boek over dit onderwerp, van Robert Gagnon. Hij heeft de Bijbelteksten over homoseksualiteit uitputtend geanalyseerd, en er staat wat er staat. De Bijbel wijst homoseksuele relaties in welke vorm dan ook af.’ Ook zegt Packer: ‘In onze tijd hebben we leren inzien…, heet het dan. Alsof God zich openbaar in de cultuur, in plaats van in de Schrift’.

Nog een vraag: ‘Nu is deze crisis uitgebroken rondom homoseksualiteit. En niet twintig, dertig jaar geleden, toen er in Amerika en Engeland bisschoppen waren die de opstanding van Christus ontkenden, of het hele evangelie achterhaald verklaarden. Hebt u daar een verklaring voor?’ Packer antwoordt: ‘Daarbij ging het om dogmatische kwesties, waarover op theoretisch niveau gediscussieerd werd. Daarvan kunnen kerkmensen vrij gemakkelijk zeggen: dat laten we aan de geleerden over – wetend dat de orde en structuur van de kerk zelf niet op het spel staat. Maar als een bisdom concrete stappen zet, die het karakter van de kerk veranderen, wordt het anders. Het was nu een praktische zaak geworden, die het kerkelijk leven direct raakte’.

Een derde, en voor ons Nederlanders heel interessante vraag: ‘In de PKN is het zegenen van homorelaties ook mogelijk gemaakt. Toch blijven veel orthodoxe gereformeerden in de kerk. Bijvoorbeeld omdat ze zeggen: de kerk is nu eenmaal een kerk van zondaars en wordt in dit leven nooit volmaakt. Begrijpt u dat?’ Packer antwoordt: ‘Dat begrijp ik heel goed, want in de Anglicaanse Kerk in Canada zijn evangelicalen die precies zo redeneren. Ik zou er zo niet in kunnen staan. Ze zien homoseksualiteit niet als een zaak die de kern van het evangelie raakt – althans niet zo scherp als wij. (…) Ik respecteer dat en ze zijn even oprecht Bijbelgetrouw christen als ik. We zijn het respectvol oneens’.


24 april 2008 (RD): Packer heeft in een brief aan zijn bisschop afstand genomen van diens dreiging Packer en acht andere geestelijken uit hun ambt te zetten. Packer stelt nooit afstand te hebben genomen van de dienst waarin hij ooit is bevestigd. Met ‘grote tegenzin en spijt’ heeft hij echter geconcludeerd niet langer te kunnen in dienen in het bisdom van desbetreffende liberale bisschop. ‘Het bisdom heeft zijn historische, orthodox-anglicaanse leer en praktijk verlaten’.

30 april 2008 (ND): Packer heeft de Anglicaanse Kerk van Canada verlaten. Veel van de anglicaanse bisschoppen zijn ‘aantoonbaar afvallig’ omdat ze de ‘giftige vrijzinnigheid’ aanhangen, aldus Packer. In zijn gemeente in Vancouver heeft Packer een soort erefunctie als hulppredikant. Tal van zusterkerken in de derde wereld hebben de band met de Amerikaanse en Canadese kerk al opgezegd. Een groot deel van hen boycot ook de Lambethconferentie van alle anglicaanse bisschoppen, eind juli in Engeland.

27 juni 2008 (RD): Packer vind dat de leider van de wereldwijde anglicanen, Rowan Williams, moet aftreden. Hij zou te tolerant zijn als het gaat om het toestaan van homoseksuele relaties binnen de kerk. Packer is op dit moment geschorst door zijn kerkprovincie omdat hij zich heeft aangesloten bij een Argentijnse kerkprovincie. Orthodoxe kerkleiders zijn deze week bijeen voor een bijeenkomst in Jeruzalem.

30 juni 2008 (RD): de breuk in de Anglicaanse Kerk lijkt te zijn afgewend. In Jeruzalem werd de ‘Gemeenschap van Belijdende Anglicanen’ in het leven geroepen. 1148 gedelegeerde, waaronder 291 bisschopen (tezamen 35 miljoen Anglicanen wereldwijd vertegenwoordigend) bogen zich over de toekomst van de anglicaanse gemeenschap. De ingestelde Raad van Primaten heeft als taak om de orthodoxe anglicaanse principes te handhaven. De Jeruzalemverklaring benadrukt dat het de intentie is anglicaan te blijven. Ze relativeren de betekenis van Canterbury als hoofdzetel van de Anglicaanse Kerk. Packer neemt aan deze conferentie ook deel.

2 juli 2008 (RD): Dat zelfs een ‘waardige man’ als James Packer vanwege de homokwestie in de Anglicaanse Kerk moest uitwijken naar een Zuid-Amerikaanse kerkprovincie, zegt volgens aartsbisschop Greg Venables genoeg. ‘Packer is geloof ik een jaar ouder dan de paus en een jaar jonger dan koningin Elizabeth. Dat hij deze stap nu nog neemt, bewijst dat het gezag van de Schrift in het geding is’.

2 juli 2008 (RD): Packer neemt afstand van ‘liberale ketterij’. De oprichting van de Gemeenschap van Belijdende Anglicanen is een noodoplossing. ‘Op de lange termijn hoop ik dat het aantal liberale bisschoppen afneemt en dat de kerk in het oude Westen weer orthodoxer wordt’, zegt hij. ‘Maar dat zal niet meer tijdens mijn leven gebeuren’. Waarom Packer niet eerder zo’n drastische stap heeft genomen? ‘Als geestelijken in het verleden ketterse ideeën naar voren brachten, kon ik altijd verwijzen naar de Negenendertig Artikelen en de belijdenis van de kerk. Er is nu echter sprake van een praktische ketterij, een langzaam ingeslopen gebruik dat duidelijk tegen de Schriften ingaat’. Packer: ‘Sommigen bestempelen mij als een fundamentalist – en in de juiste betekenis van het woord ben ik dat ook’.

Gepubliceerd in juli 2008

Advertenties