John Bunyan

n.a.v. H. van ’t Veld, De pelgrimsstaf is in mijn hand. John Bunyan (1628-1688). Een biografie, Utrecht 2004

Het zondenpak verloren bij het kruis
Lang van gestalte, stevig gebouwd, een blozend gezicht, sprankelende ogen, droeg naar een oude Engelse gewoonte een snor en zijn haar was rossig, in zijn ouderdom grijs gespikkeld. Zo wordt John Bunyan beschreven. Bunyan wordt in november 1628 in Harrowden geboren, vlakbij Elstow en Bedford. In het nabijgelegen Stevington, een buitenplaats, werd bij de kerstening een groot stenen kruis opgericht, waarbij op de zondagen gepreekt werd, toen er nog geen kerk of kapel was. Dit nog steeds bestaande kruis kan model hebben gestaan voor het kruis waarbij Christen zijn zondenpak verliest in Bunyans Christenreis.

Een priester doodgeslagen
De naam Bunyan duidt op Franse, aristocratische afkomst en gaat terug op Normandisch-Frans ‘buignon’. Vlekkeloos was het voorgeslacht niet: in 1219 werd ene Ralph Bungnon opgehangen, omdat hij een priester had doodgeslagen. Toen koning Hendrik VIII in 1539 alle kloosters ophief, betrokken vier nonnen een woning in Bedford, en over deze dames zijn verschillende verhalen, die ook Bunyan zal hebben meegekregen. Mogelijk hebben ze model gestaan voor de ongehuwde dames Discretion, Prudence, Piety en Charity in House Beautiful in Bunyans Christenreis.

Standen Engeland 17e eeuw
In de 17e eeuw is de Engelse bevolking die ruim vier miljoen zielen telde, verdeeld over een viertal sociale geledingen. Bovenaan staat de ‘nobility’ (adel). Men draagt de titel van ‘Duke’ of ‘Earl’ (hertog, graaf) en voor de doopnaam schrijft men ‘Lord’. Daaronder staan de ‘gentry’ (aanzienlijken), die ‘Baronet’, ‘Knight’ of ‘Squire’ (baron, ridder, landjonker) heten en de aanduiding ‘Sir’ gebruiken. Een derde groep zijn de ‘yeomen’ (herenboeren). Daarna komt ‘the common people’ (het gewone volk), die zelden lezen of schrijven kunnen. Bunyan zou later in zijn leven steeds weer benadrukken dat hij van heel lage afkomst is. Dit is ten dele onterecht, want zijn verre voorouders zijn vrije burgers geweest, pachters van grond en mogelijk ook grondbezitters (behorend bij de derde stand).

Sport en spel op zondag
Koning Jacobus sanctioneerde in 1618 The Declaration of Sports, hoewel hij wist dat de puriteinen daar bezwaren tegen hadden. In dit stuk werd gepaste pret en vertier op de zondagmiddag aanbevolen. Anders zou men de tijd doorbrengen in kroegen. Toegestaan werden bierdrinken, dansen, boogschieten en polsstokspringen op de dorpsweide; ook in bepaalde seizoenen meifeesten en gekostumeerde volksdansen. De puriteinen waren wars van enig fysieke recreatie op de rustdag en wilden op de zondag behalve kerkgang ook meditatie, zowel persoonlijk als in huiselijke kring. Richard Baxter klaagt bijvoorbeeld dat hij door het zondagse vertier vroeger in zijn jeugdjaren op de zondagmiddag bij het bezig zijn met de Bijbel verstoord werd.

De maatregelen van Laud
William Laud wil verbetering en uniformiteit van het kerkelijk leven. De staatskerk moet verplicht gesteld worden om opstand tegen te gaan. Kerkgangers mochten geen aantekeningen van de preek maken en die op privé-bijeenkomsten voorlezen. Er mag ’s zondags slechts één keer gepreekt worden, ’s morgens. Als er een tweede dienst is, dan moet die het karakter van een soort catechisatie hebben. Vrije gebeden kunnen riskant zijn, dus alleen het Book of Common Prayer mag gebruikt worden. Het optreden van Laud veroorzaakt een snelle groei van separatistische gemeenten, vooral in en om Londen. Radicale tendensen worden ook zichtbaar.

Even op school
Terwijl de kinderen van heel arme mensen in die tijd nooit een school van binnen zien, gaat Bunyan naar school. Hoe lang en waar is niet bekend. Verondersteld wordt dat Bunyans vader Thomas hem van school haalde, om hem voor moreel verval te behoeden. Waarschijnlijk heeft Bunyan vooral lezen en schrijven geleerd op school. Bunyan hield van avonturenverhalen, waar dappere hoofdfiguren zich altijd weer op het nippertje uit netelige posities weten te bevrijden. Later zou hij veel theologische en kerkhistorische literatuur lezen. De taal van een academisch dispuut zal hij later heel goed weten te beheersen.

Opgegroeid voor galg en rad
Tijd en gelegenheid voor een gedegen opvoeding ontbreken. Onduidelijk is, hoeveel Thomas zich van zoonliefs gedrag heeft aangetrokken. Heeft hij geprobeerd hem het vloeken en zweren af te leren? Bunyan groeit in elk geval op als een echte volksjongen, die in het genot van een sterk lichaam er onvoorzichtig op los leeft, op de zondagmiddag graag allerlei sporten beoefent, vloekt ‘als een ketellapper’, droomt van de duivel en zich in een zucht om haantje de voorste te zijn in allerlei avonturen stort. Veel van zijn vrije tijd brengt hij door rond het stenen marktkruis op de ‘Green’ (weide die dient als dorpsplein), waar de Moot Hall staat. De jaarmarkten in zijn woonplaats zouden later model staan voor ‘Vanity Fair’ (ijdelheidskermis). Grote indruk zullen deze jaarmarkten op hem gemaakt hebben, van heinde en verre kwam men erop af. Bunyan is nog lang verzot op volksspelen, vooral op de zondagen ‘vrolijkte ik mijzelf daarmee op’.

Zwarte tinten
Bunyan tekent later zijn jeugd in wel erg zwarte tinten. Er zijn echter heel wat grove zonden die hij niet noemt en waaraan hij zich dus niet schuldig gemaakt lijkt te hebben, zoals dronkenschap of onkuisheid. Bunyan lijdt als jongen al aan verschrikkelijke nachtmerries, die hij als een straf ziet voor zijn dagelijkse zonden. Terwijl tijdgenoten als Richard Baxter en George Fox laten merken hoeveel ze wat hun godsdienstige opvoeding betreft aan hun vader en moeder te danken hebben gehad, legt Bunyan er alle nadruk op, dat ‘de Heere Zijn genadige bekeringswerk aan mijn ziel volvoerde’.

Soldaat
Bunyans moeder stierf jong. Het haastig hertrouwen van zijn vader heeft bij sommigen de indruk gewekt dat Bunyan vanaf toen ook God, de hemelse Vader is gaan haten. In elk geval hebben deze gebeurtenissen zijn depressieve gevoelens versterkt. Op 16-jarige leeftijd gaat Bunyan in militaire dienst, bij het parlementsleger. De omstandigheden waren zo primitief dat er twee soldaten in zijn garnizoen zijn die samen maar één broek hebben: als de een uit bed is, moet de ander er noodzakelijk in blijven. Bunyan heeft in deze tijd waarschijnlijk de soldatenbijbel gelezen, waarin bijbelgedeelten uit het Oude Testament verzameld zijn, die tonen hoe een soldaat zich vóór, in en na de strijd voor God moet gedragen in de ellendige oorlogstijd. Ook was er een boekje getiteld The Souldier’s Catechism. Aan het einde van zijn legertijd verdronk Bunyan bijna.

Twee vrome boekjes
Bunyan trouwt eind 1647 met Mary. Over de plaats van herkomst van de bruid noch over de plaats waar het huwelijks werd voltrokken is iets bekends. Ze gaan wonen in Elstow, en aan de overkant van de weg ligt een diepe, nooit droogstaande put, waar het gezinnetje zolang men er woont, zijn water haalt. Deze put kan Bunyan voor ogen hebben gestaan, als hij in 1688 aan het eind van zijn leven zijn verhandeling The Water of Life schrijft. Het jonge echtpaar was zo arm, dat ze samen slechts één bord en één lepel hadden. Als enige bruidsschat brengt Mary twee stichtelijke boekjes mee, beide bestsellers: Arthur Dents The Plaine Man’s Pathway to Heaven en Lewis Bayly’s The Practise of Pietie. Samen lezen de jonggetrouwden in de vrome boekjes.

Eerste indrukken
Bunyans vrouw, zoveel vromer dan hij, raakt over haar vader niet uitgepraat. Bunyan zelf wordt door Mary’s geloof, haar verhaal over haar godvruchtige vader en door de boeken van Bayly en Dent op het verkeerde been van de werkheiligheid gezet. Hij gaat voortaan twee keer per zondag naar de kerk in Elstow. Op een zondag in de herfst van 1648 wordt Bunyan tijdens de morgendienst diep geraakt door een preek van Christopher Hall. De predikant fulmineerde tegen de ontheiliging van de sabbat onder andere door middel van spel. Bunyan denkt dat de preek speciaal voor hem gemaakt is. Heel schuldbewust keert hij naar huis terug. Na het eten doet hij echter al weer volop mee aan het ‘cat’ (pinkel)-spel, totdat hij plotseling bij volle bewustzijn (en niet in een soort visioen) Jezus op zich neer voelt kijken en een stem uit de hemel hoort: ‘Wil jij je zonden loslaten en naar de hemel gaan, of je zonden vasthouden en naar de hel gaan?’ Daar hij de overtuiging toegedaan is, dat zijn zonden te groot zijn om vergeven te kunnen worden, besluit hij ter plekke, dat hij er dan net zo goed mee door kan gaan.

Half
Bunyan wordt door een vrouw op straat op z’n nummer gezet, als ze hem voor de voeten werpt dat hij de allergrootste zweerder en vloeker is. De hele jeugd van de plaats dreigt volgens haar in het verderf te worden gestort, als ze bij Bunyan in de buurt komen. Beschaamd is Bunyan. Hij probeert voortaan te spreken en zijn woorden kracht bij te zetten zonder te zweren en te vloeken. Hij geeft het klokluiden op, dat onder andere mensen oproept tot de zondagssport, al blijft hij nog wel toekijken als anderen het doen. Alleen van dansen kan hij nog geen afstand doen; het zal nog een jaar duren, voordat hij zover is.

Vrije gemeente
Innerlijk blijft Bunyan gekweld door aanvechtingen en twijfel, mogelijk ook gevoed door steeds weerkerende depressies. Eind 1650 hoort Bunyan op één van zijn tochten als ketellapper in Bedford een stel vrouwen praten over ‘de dingen van God’: wedergeboorte, het werk van God aan hun harten, hun kennis van ellende, de beloften van God, de liefde van Jezus en de bezoekingen van satan. Steeds opnieuw zoekt Bunyan voortaan hun gezelschap. Van hen hoort hij ook over de kerkelijke gemeente waartoe ze behoren. In Bedford is namelijk een onafhankelijke gemeente ontstaan. Ze kiezen tot hun geestelijk leider de uit Kent afkomstige John Gifford, die mogelijk medicijnen heeft gestudeerd, tijdens de burgeroorlog als officier in het koninklijke leger heeft gediend, en na een losbandig leven tot bekering kwam.

Verschillende opvattingen binnen de gemeente
Het precieze karakter van Giffords gemeente is moeilijk te omschrijven. In elk geval is het een vrije gemeente, waarin men staat voor vrijheid van geweten en ervan overtuigd is dat vrije genade alleen door vrije mensen genoten kan worden. Cromwell had de oude regel afgeschaft dat men elke zondag naar de eigen parochiekerk moest gaan. Daarom kwamen er ook diverse kerkgangers uit omliggende plaatsen. Binnen de gemeente zijn verschillende opvattingen; er wordt gezegd: ‘…Hoewel zij niet in alle uiterlijke zaken met ons in mening overeenkwamen’. Naar Romeinen 14:2,3 vindt men dat men elkaars zwakheden moet verdragen en met de mantel der liefde moet bedekken. Kinderdoop of volwassendoop hoort hier ook bij. Groot is de ‘Meeting’ in Bedford niet: hoogstens 40 leden op een inwonertal van 2000, ongeveer 200 kerkgangers. Bunyan vordert langzaam in het geloof. Bang is hij soms dat met de vrome ‘armen’ van Bedford het aantal uitverkorenen reeds vol is. Maar de tekst ‘En nog is er plaats’ bemoedigt hem.

Het licht breekt bij Bunyan door
In 1653 verliest Giffords gemeente haar vrije karakter, als het stadsbestuur hem benoemt tot predikant in de anglicaanse kerk. Tot 1660 zal men nu deel uitmaken van de nationale kerk met puriteinse trekken. Wellicht moet Gifford ook zijn pastorale zorg uitstrekken tot de anglicanen in zijn parochie. In datzelfde jaar maakte Bunyans grote ongerustheid plaats voor verlangen naar de zekerheid van de gelovigen in zijn gemeente. ‘Toen zat ik (…) onder de prediking van de godzalige ds. Gifford, wiens onderricht door Gods genade veel bijdroeg aan mijn evenwichtigheid.’ Tegen het einde van 1654 openbaart de Heere Zich vollediger en in grotere genade aan Bunyan. Er is vrede door het bloed van het kruis.

Rust en verzoeking
Bunyan verhuist begin 1655 met zijn vrouw en toen twee kinderen naar Bedford. Hij sluit zich nu definitief aan bij Giffords gemeente in deze plaats en wordt waarschijnlijk (over)gedoopt, maar Bunyan heeft zich er nooit over uitgelaten. Hierna breekt er even een rustige periode aan, waarin Christus hem zeer nabij is. In deze tijd krijgt Bunyan een oud exemplaar van Luthers commentaar op de brief aan de Galaten in handen. Dit boek kwalificeert hij later als ‘het best geschikt voor een gewond geweten’. Enkele maanden later begint echte alweer een nieuwe verzoeking, nu om Christus te verkopen en Hem vaarwel te zeggen. Dit zou 2,5 jaar duren.

Bunyan (s)preekt voor het eerst
John Gifford sterft in 1655. In een afscheidsbrief geeft hij nog enkele aanbevelingen: ‘Offer je zitplaats niet op voor rijken; blijf, als je niet gehandicapt bent, niet zitten tijdens het gebed; vermijd als je hardop bidt tijdens de dienst alle zelfingenomenheid en verval niet in herhalingen.’ Bunyans geestelijke crisis verhevigt in 1656: hij voelt zich persoonlijk verantwoordelijk voor het vergoten bloed van Christus, die hij als een Judas heeft verraden. Soms wisselen stemmingen van wanhoop en hoop, elk gebaseerd op bijbelteksten, elkaar wel twintig maal per dag af. Ondanks deze innerlijke strijd spreekt Bunyan voor het eerst ‘een woord van vermaning’ in een besloten samenkomst van de vrije gemeente (en dus niet in het brede kader van de parochie).

Tegen de Quakers
Één van de eerste dwaalleringen waartegen Bunyan gaat strijden, zijn de Quakers (aangezien ze nog lang niet de latere stillen op het land zijn, verstoren ze dikwijls de kerkdiensten van anderen). Bunyan publiceert op 28-jarige leeftijd zijn eerste geschrift: Some Gospel-truths Opened. Bunyan bestrijdt vrij summier de leer van de Quakers aangaande het ‘innerlijk licht’, maar dit geschrift is vooral een uiteenzetting van christelijke dogma’s. Zijn redeneertrant is vurig en twistziek, zoals het geval is met veel andere pamfletten en geschriften in deze jaren. Bunyan heeft ook met Quakers in het openbaar gedebatteerd. Qua taalgebruik neemt Bunyan geen blad voor de mond.

Aanstelling tot lekenprediker
Nog steeds gaat Bunyan gebukt onder zijn zondelast. Spoedig biedt nauwgezette exegese, waarbij hij een tekst als het ware in vele stukken breekt, de uiteindelijke uitkomst: Mijn – genade – is u – genoeg. Nu krijgt ook zijn prediking een ander accent. Hij krijgt in 1657 een vaste aanstelling als lekenprediker. Vooral het evangelisatorische element boeit hem. Hij houdt zijn hoorders voor hoe groot hun zonden zijn en hoezeer zij Christus nodig hebben. De sociale klasse waartoe hij nu behoort, is die van de zogenaamde ‘mechanic preachers’ (handwerkslieden-predikers), die de universitaire theologische scholing zoals die voorkomt bij anglicanen en presbyterianen niet nodig achten. 1658 is een bewogen jaar: Bunyans vrouw sterft, hem achterlatend met vier kinderen, waarvan de oudste acht is.

Preekstijl
Bunyan schrijft zijn preken niet volledig uit, maar maakt wel uitvoerige aantekeningen. De preekvoorbereiding kost tijd en heeft tot gevolg dat zijn pastorale werk er soms bij inschiet. In 1658 publiceert Bunyan, vlak voor het overlijden van Oliver Cromwell, A Few Sighs from Hell. The Groans of a damned Soul. Zoals in al zijn preken volgt Bunyan het patroon, dat al door de puritein William Perkins in 1592 is aangegeven in zijn Arte of Propheceing. Na de vermelding en de lezing van de tekst, wordt deze eerst geëxegetiseerd vanuit de Schrift zelf, vervolgens worden er enige nuttige, leerstellige punten uit afgeleid en besloten wordt steeds met een toepassing van deze leerstukken in een eenvoudig en duidelijk taalgebruik op de praktijk van het leven en weerlegging van mogelijke tegenwerpingen in evenzoveel antwoorden. De preek wordt onderverdeeld in hoofdstukken en onderverdeeld in paragrafen. Alles wordt aangewend om voor de toehoorders en lezers zo duidelijk en begrijpelijk mogelijk te zijn: opsommingen worden door middel van nummers aangeduid; monologen en dialogen worden afgewisseld, beelden en vergelijkingen worden uit het dagelijkse leven genomen. De preek duurt ongeveer een uur.

Hoorders in meerderheid niet gelovig
Omdat Bunyan weet hoe de sociaal-economische omstandigheden in elkaar zitten, schrijft hij over The Plaine Man’s Pathway, over rijken en armen waarbij de eersten een slechte toekomst te wachten staat. Heel plastisch tekent Bunyan de eeuwige kwellingen van de rijken in de hel. In 1659 publiceert Bunyan The Doctrine of the Law and Grace Unfolded. In een preek over 1 Tim. 4:16 merkt Bunyan op te weten dat de meeste van zijn toehoorders niet geloven. Sommigen ergerden zich aan deze opmerking. Paulus noemt toch de mensen aan wei hij zijn brieven schrijft ‘heiligen’ en ‘geliefden Gods’?

Gevangengezet
In 1659 hertrouwt Bunyan met Elizabeth, van wie ook verder weinig bekend is. Intussen gebeurt er veel op politiek gebied. Bunyan mag daardoor niet meer preken (hij is immers lekenpredikant en leken mochten bij wet niet langer preken). Maar hij doet het toch. Dit wordt het begin van zijn eerste gevangenschap. Hij komt in een streekgevangenis terecht, en niet in de veel kleinere gevangenis op een brug, een bajes voor maximaal acht veroordeelde boeven, zoals vaak is verondersteld om Bunyans lijden maar zo groot mogelijk af te schilderen. Bunyan ervaart Gods troost in de gevangenis. Erger is het voor zijn gezin. Zijn hoogzwangere vrouw schrikt zo van Bunyans gevangenneming, dat haar kindje dood wordt geboren.

Twee boeken in de gevangenis
Toch kan Bunyan af en toe de gevangenis uit om de herderloze gemeente bij te springen. Dankzij de milde cipier kan hij in het begin van zijn gevangenschap af en toe de gevangenis verlaten; soms kan hij ’s avonds zelfs preken. Maar dit duurt niet lang; de cipier wordt met ontslag bedreigd en Bunyans vrijheid wordt aanzienlijk ingeperkt. Waarschijnlijk is de gevangenis overvol. Ook vele Quakers zitten vast. Bunyan heeft twee boeken meegenomen naar de gevangenis: zijn Bijbel en een nog dikkere martelarenboek van John Foxe (The Book of Martyrs, dat in de 16e en 17e eeuw in de meeste Engelse gezinnen op de boekenplank stond).

Bidden is geen oplezen
Hoewel Bunyan soms de tijd ertoe ontbreekt, is schrijven voor hem een welkom middel, om de lange dagen vol eenzaamheid en eentonigheid binnen de gevangenismuren te korten. Via de verkoop van zijn geschriften kan hij mede in het levensonderhoud van hemzelf als van zijn gezin voorzien. Hij schrijft ook poëtische boeken, zoals Profitable Meditation, Fitted to Mans Different Condition. In a Conerence between Christ and a Sinner. Voor zijn medegevangenen treedt Bunyan vaak als herder en leraar op. In 1661 schrijft hij I will Pray with the Spirit, and I will pray with Understanding. In deze uitgewerkte preek verdedigt hij zijn standpunt om niet de gebeden uit het Book of Common Prayer na te spreken. Een christen dient een vrij gebed te bidden.

Het jaar 1666 staat voor de deur…
Op 24 augustus 1662, Sint Bartholomeüsdag, moeten 1500 tot 1800 predikanten de Anglicaanse kerk verlaten: 20 procent. Daarvan belandt één achtste in de gevangenis. De tijd van de puriteinse hervormingsbeweging binnen de Anglicaanse kerk is voorgoed voorbij. Wanneer de pest in Londen heerst, vluchten vele Anglicaanse predikanten; non-conformisten beklimmen moedig de kansels en verlenen pastorale zorg! Bunyans volgende geschrift is Prison Meditations Dedicated to the Heart of Suffering Saints and Reigning Sinners. Daarna komt ook uit: One Thing is Needful or Serious Meditations Upon the Four Last Things. Bunyan gaat ook publiceren op het terrein van de apocalyptiek: in 1665 verschijnt The Holy City or The New Jerusalem. Het jaartal 1666 werd met huivering tegemoet gezien. Hierna schrijft Bunyan ook nog The Resurrection of the Dead, and Eternal Judgement. De gerichtscènes die hij weergeeft, zijn duidelijke voorlopers voor latere beschrijvingen in de Christenreis.

Vindingrijkheid bij non-conformisten
In 1666 verschijnt Grace Abounding to the Chief of Sinners, dat voornamelijk de periode 1650-1656 uit zijn leven bestrijkt. Wat de vorm betreft, vertoont het bekeringsverhaal een hechte, psychologische structuur. Het valt op dat Bunyans verslag van zijn bekeringsproces grotendeels handelt over zijn gevoelens van wanhoop. Kort na het verschijnen legt een brand vier vijfde van Londen plat. Hoe gaan de non-conformisten met de strenge verboden om? De gemeente wordt in kleine groepen verdeeld. Preken worden zaterdagavond vermenigvuldigd en rondgestuurd en voorgelezen. Als er een verklikker komt, gaat men onmiddellijk psalmen zingen (kenmerk van de Anglicanen), ook gaan ze verkleed als boerenarbeiders en bij de bijeenkomsten zet men vaak gedekte tafels klaar, die een feestmaal suggereren.

De Christenreis komt eraan
Van 1666 tot 1672 verschijnen er geen publicaties van Bunyan. Waarschijnlijk was zijn cel overvol, wat schrijven onmogelijk maakte. Ook het pastoraat in de gemeente vraagt aandacht. Hij mag kennelijk nog steeds af en toe er op uitgaan. Als hij van sommigen hoort dat het niet goed gaat met de gemeente, dat er sommigen op het verkeerde pad raken, gaat Bunyan op een geheel andere manier schrijven: de Christenreis wordt geboren. Al in 1660 had hij de weg der heiligen beschreven als een wedloop (The Heavenly Foot-man). Berichten dat vele gemeenteleden, bang voor vervolging en onwillig boetes te betalen, het rennen in de wedloop niet volhouden en afhaken, moeten Bunyan al tijdens zijn eerste jaren in de gevangenis bereikt hebben. Op een bepaald moment moet bij Bunyan het beeld van een snelle loop over een gladde sintelbaan in een stadion verdrongen zijn door over elkaar heen tuimelende beelden van een reis door moeilijk begaanbaar terrrein, een pelgrimstocht. In 1677/78 wordt The Pilgrim’s Progress persklaar gemaakt. Nieuw is in tweeërlei opzicht de vorm die Bunyan kiest: zowel droom als allegorie. Uit veiligheidsoverwegingen kan hij voor een droom hebben gekozen, want tegen de inhoud van een droom kan geen bezwaar worden gemaakt. Bunyan heeft bij het schrijven van dit boek duidelijk de wankelmoedige deelnemers aan de cross-country uit zijn gemeente voor ogen. Van hen wil hij reizigers naar de hemelstad maken.

Christian ontvlucht City of Destruction, wordt door Evangelist naar de Wicket-gate verwezen, gaat door de Slough of Despond (het Moeras Twijfel) en wordt door Interpreter nader onderwezen. Hij verliest zijn zondenpak bij het kruis, bereikt over de Hill Dificulty Palace Beautiful, waar vanaf hij een glimp kan opvangen van Immanuels Land. In wapenrusting strijdt hij tegen Apollyon, gaat door de vallei van de Shadow of Death, haalt Faithfull in, die sterft op de brandstapel op Vanity Fair (IJdelheidskermis). Met zijn nieuwe reisgezel Hopefull trekt hij via Doubting Castle van Giant Despair naar de Delectable Mountains. Verder moeten ze oppassen voor de Inchanted Ground. Opeens is het verhaal afgelopen: ‘So I awoke from my dream’.

De lastdrager
Misschien hangt deze onderbreking samen met de tijdelijke grotere vrijheid die hij in 1668 en 1669 geniet. Wanneer hij het boek voltooid is niet duidelijk. ‘Progress’ houdt meer in dan ‘reis’: het is vooral ‘vordering, voortgang, innerlijke groei’. Op de plaatjes die velerlei in de Christenreis voorkomen, zien we Christen met een rugzakje op zijn rug, waarbij we niet meteen het beeld krijgen dat dit een last is. Wat bedoelde Bunyan dan wel? Volgens James Neil, een kenner van het land Palestina, had Bunyan waarschijnlijk heel iets anders voor ogen met de last van Christen dan op de plaatjes te zien zijn. Waarschijnlijk heeft Bunyan de bijbelse lastdrager op het oog gehad, omdat veel kenmerken van deze persoon slaan op Christen die zijn last moet dragen: het was zeer zwaar, hij ‘wankelde ten dode’ en alleen een ander kon hem van de last bevrijden.

De gereedschappen van de ketellapper
De oosterse lastdrager kon een geweldige last opgelegd krijgen. Ze vervoerden allerlei soorten vracht, zoals de bagage van een reiziger. Dat deden ze omdat de straten te nauw waren voor karren. Het enige werktuig dat ze hierbij hadden was een touw. Het gewicht dat ze konden dragen is verbazingwekkend. Dikwijls reikte de vracht ver over zijn hoofd; viel hij, dan brak zijn nek onvermijdelijk. Hij was niet in staat zijn last af te leggen zonder hulp van een ander. Er was geen zwaarder werk dan dit, maar je had wel altijd werk. De lichaamskracht en volhardingsvermogen van lastdragers waren ongelooflijk goed ontwikkeld. In de Bijbel vinden we deze lastdrager meermalen terug: de Farizeeën en de schriftgeleerden legden het volk lasten op die te zwaar waren om te dragen (Matth. 23:4 en Luk. 11:46). ‘Mijn ongerechtigheden gaan over mijn hoofd; als een zware last zijn ze mij te zwaar geworden’ (Ps. 38:5). ‘Ik alleen kan al dit volk niet dragen; want het is mij te zwaar!’ (Num. 11:14). Profeten gebruikten meermalen het woord ‘last’ om oordelen mee aan te kondigen (‘…de last van…’, bijvoorbeeld Jes. 13:1). Hoe mooi deze beschrijving van James Neil ook is, de juiste uitleg is anders: Bunyan was ketellaper en vervoerde als zodanig zware gereedschappen, als hij van huis tot huis ging. Dit was erg vermoeiend. Dit is de last die Bunyan bedoelde.

Tot oudste benoemd
Bunyan zet in de gevangenis samen met zijn medegevangenen een netwerk van voorgangers op, om beter georganiseerd te zijn, wanneer men weer vrij komt, om mogelijke vervolgingen in de toekomst te kunnen weerstaan. De wetten worden nog strenger en verklikkers worden nog meer beloond. Echter, veel overheidspersonen stuit deze maatregelen tegen de borst. Dit blijkt uit de boetes die hun in het vooruitzicht worden gesteld als ze niet goed optreden tegen de non-conformisten. In 1671 roept de gemeente van Bunyan hem tot het pastorale ambt van oudste, hoewel hij nog gevangen zit. Bunyan betreedt in 1672 opnieuw de paden van de polemiek en doet het nog feller dan voorheen: A Defence of the Doctrine of Justification by Fiath in Jesus Christ.

Eindelijk vrijheid!
In 1672 krijgen de non-conformisten eindelijk vrijheid, hoewel koning Karel II dit vooral doet ten behoeve van de rooms-katholieken. Bunyans gemeente gaat zo snel mogelijk een ontmoetingsplaats bouwen. Uiteindelijk krijgen ruim 1600 voormalige voorgangers de vrijheid, waaronder 210 baptisten. Bunyan komt in Londen in contact met vier belangrijke non-conformisten: Cokayne, Griffith, Palmer en Owen. Hen zal hij, als hij in 1682 The Holy War schrijft, op het oog hebben als de vier kapiteins Boanerges, Conviction, Judgement en Execution, die de goede, mooie stad Mensenziel uit de macht van Diabolus trachten te bevrijden.

Complimenten van John Owen
John Owen is onder de indruk van Bunyans preken. Toen Karel II hem vroeg, waarom hij als geleerd man zich onder het gehoor van een eenvoudige ketellapper schaart, antwoordt Owen dat hij graag van zijn geleerdheid afstand zou doen, als hij net zo goed zou kunnen preken als Bunyan. In 1672 verschijnt van Bunyan A Confession of my Faith and a Reason of my Practice or With who, and who not, I can hold Churchfellowschip or the Communion of Saints. Hij voert een pleidooi voor een kerk die alleen uit zichtbare heiligen bestaat. In 1672 laat Bunyan zijn geboren zoon Joseph bij de Anglicaanse kerk dopen. Zou zijn vrouw, hoezeer zij ook tegen de vervolging van haar man heeft geprotesteerd, nooit met de Anglicaanse kerk hebben gebroken? In 1673 verschijnt Differences in Judgement About Water-Baptism, No Bar to Communion. Duidelijk stelt Bunyan dat hij de doop niet veracht, maar wel verdraagzaamheid wil betonen jegens een broeder in het geloof, bij wie het licht om zich te laten dopen nog ontbreekt. De doop mag nooit een scheidsmuur tussen de ene rechtvaardige en de andere zijn.

De onvruchtbare vijgeboom
Toen in de jaren vijftig de gemeente van Bedford hem vroeg ‘een woord van vermaning’ te spreken, heeft Bunyan spoedig zijn preektalent ontdekt. Niet langer bestaat zijn publiek nu uit het eenvoudige volk; het omvat nu ook vele vooraanstaanden en geletterden. Hij werkt ook preken uit, zoals The Barren Fig-Tree or The Doom & Downfall of the Fruitless Professor (=belijder). Bunyan, met zijn voorliefde voor muziek – hij laat bijvoorbeeld Christen liederen zingen – heeft zijn gemeente niet tot zingen van psalmen of liederen tijdens de eredienst weten te krijgen. Anglicanen en presbyterianen zongen wel. Gezien het analfabetisme werden de psalmen vaak regel voor regel voorgezegd. In 1675 verschijnt Light for Them That Sit in Darkness or A Discourse of Jesus Christ. Ook ziet een kleine chatechismus het licht: Instruction for the Ignorant. Vrij uniek is het, dat Bunyan niet de traditionele indeling van uitleg van het Apostolicum, de Tien Geboden, het Onze Vader, Doop en Avondmaal volgt, maar hoofdstukjes wijdt aan onderwerpen als schuldbekentenis, geloof, gebed en zelfverloochening.

Weer gevangenschap
De vrijheid duurt niet lang. In 1675 worden alle vergunningen weer ingetrokken. Hoewel hij in 1676 nog The Straite Gate or Great Difficulty of Going to Heaven uitgeeft, wordt hij in december van dat jaar gearresteerd en opnieuw in de streekgevangenis opgesloten. Hier schrijft hij Come & Welcome to Jesus Christ, naar aanleiding van de Joh. 6:37. De mogelijkheid is niet uitgesloten dat Bunyan pas in déze gevangenisperiode The Pilgrim’s Progress voltooit. ‘En ik sliep en droomde opnieuw’, zo staat er immers.

Christian en Hopefull dalen nu de Mountains af en voeren gesprekken met Ignorance, Little-Faith, Flatterer (Vleier), Atheist en Temporary. Voordat ze in Celestial City komen moet de doodsrivier nog overgestoken worden.

Christenreis uitgegeven
Bunyan wordt vrijgelaten nadat twee personen zich borg stellen voor zijn goede gedrag in de toekomst. Hij ging naar Londen om daar The Pilgrim’s Progress te laten drukken. Hij zegt hierover: ‘Sommigen zeiden: John, druk het; anderen zeiden, dat niet. Sommigen zeiden, Het kan goed doen; anderen zeiden nee. Ten slotte dacht ik, Omdat jullie zo verdeeld zijn, zal ik het drukken en zo was de zaak beslist.’ In 1678 komt er nog een tweede, iets uitgebreide druk, waarin Wordly-Wiseman (Wereldwijs) een plaats krijgt en in 1679 een derde, vrijwel definitieve druk, waarin By-ends (Bijzaak) uitvoeriger getekend wordt. Het boek staat in de traditie van de ridderroman, 15e en 16e-eeuwse pelgrimreizen en uitbeeldingen van de brede en de smalle weg. Kenmerkend is de levensechtheid. Zo heeft kasteel Houghton House model gestaan voor het Paleis Liefelijkheid.

Leven en dood van meneer Schurk
Voor Bunyan lijken er nu betere tijden aan te breken, waarin er tijd zal zijn voor het schrijven van uitvoeriger geschriften. In 1679 verschijnt A Treatise of the Fear of God. In 1680 The Life and Death of Mr. Badman. Hier wordt een mens op reis naar de verdoemenis uitgebeeld. Badman (Schurk) leeft er tot groot verdriet van zijn ouders op los. Dit zou een beeld kunnen zijn van Bunyans eigen jeugd. Hij trouwt echter met een non-conformistisch buurmeisje. Hij wordt een succesvol zakenman, maar verrijkt zichzelf en behandeld zijn klanten bedrieglijk. Hij valt op een avond dronken van zijn paard, zijn diep teleurgestelde vrouw sterft en hij hertrouwt met een vloekende en zwerende vrouw. Uiteindelijk sterft hij ongelukkig.

De Heilige Oorlog
Bunyan ontleend zijn beelden aan de pastorale praktijk. Neem bijvoorbeeld zijn zoon Thomas: hij gaat op het verkeerde pad. Misschien wil hij met het beeld van Badman, die vrome ouders had die voor hem bidden en hem christelijk opvoeden, laten zien dat de schuld niet bij de ouders hoeft te liggen als hun kinderen verloren gaan. In 1682 verschijnt Bunyans tweede grote allegorie: The Holy War. In plaats van de gemakkelijk herkenbare personen uit de Christenreis wordt de lezer nu geconfronteerd met de drie-enige God in Hun onderlinge overleg, Hun beraadslagingen en Hun handelen. Nu gaat het niet om een weg van dood naar leven of van leven naar dood, maar om de heilsgeschiedenis van schepping, via zondeval, verzoening en afvalligheid naar het uiteindelijke herstel van alle dingen. De context speelt hier ook een woordje mee. Met Diabolus ten tijde van diens koningschap over de stad Mensenziel zinspeelt Bunyan ook op koning Karel II ten tijde van de uitsluitingstijd. De bloeddorstige dienaren van Diabolus staan model voor de strijdlustige Tories die de non-conformisten willen verslaan.

Christinnreis
In 1682 schrijft Bunyan Of Antichrist and His Ruine. Uitgeven durft hij niet, het zal postuum verschijnen! In 1683 verschijnen A Case of Conscience Resolved (over de rol van de vrouwen in de eredienst, tegen de Quakers gericht) en A Holy Life, The Beauty of Christianity. Verder verschijnt Seasonable Counsel: Or Advice of Sufferers. In 1684 komt uit The Pilgrim’s Progress, The Second Part. Dit is dus de Christinnereis: christinne en haar kinderen zijn hier de hoofdpersonen.

Ze wordt vergezeld door haar jonge buurvrouw Mercie, de grijsaard Honest, de eenzame Fearing, de oprechte maar zwakke Feeblemind (Kleinmoedig), Ready-to-hault (Gereed-tot-Hinken), Despondencie (Wankelmoedig) en diens dochter Much-afraid, Valiant-for-truth (Dapper-voor-de-Waarheid) en Great-heart.

Overlijden
In 1685 schrijft Bunyan A Discourse upon the Pharisee and the Publicane (=tollenaar) en Questions about the Nature and Perpetuity of the Seventh-day Sabbath (waarin hij stelt dat de viering van de sabbat niet opgelegd is vóór de wetgeving op de Sinaï). In zijn laatste levensjaar, 1688, publiceert Bunyan vijf geschriften, waaronder Good News for the Vilest of Men, or, a Help for Despairing Souls, The Water of Life, Solomon’s Temple Spiritualized en The Acceptable Sacrifice or the Excellency of a Broken Heart. Bunyan sterft nadat hij na een tocht door de stromende regen doornat en doodvermoeid in Londen bij een vriend aankomt. Hij sterft aan longontsteking op zaterdag 31 augustus 1688. Bunyans lichaam wordt in een bestaande graftombe van een vriend begraven, omdat een reis naar Bedford te lang en kostbaar zou zijn. Op 5 november 1688 landde Willem III in Engeland. Hij liet na zijn overlijden de blinde Mary, Elizabeth, John en Thomas van zijn eerste vrouw achter en Sarah en Joseph (15 jaar oud) van zijn tweede vrouw. Bunyan heeft niets verdiend aan zijn (ongeveer 60) geschriften; de winst is naar de drukkers gegaan. Na Bunyans dood zijn er drukkers geweest die boeken op naam van de goed verkopende initialen J.B. uitgaven, zoals een boek van James Barwoord en John Blare.

Gepubliceerd in november 2007

Advertenties