John Wesley

n.a.v. O. Norel, John Wesley. De vader van het methodisme, Den Haag 1936

Tijdsbeeld
Met het kerkelijk en geestelijk leven in Engeland was het in de 18e eeuw heel erg droevig gesteld. ‘De puriteinen waren begraven en de methodisten waren nog niet geboren.’ Toen Montesquieu eens een reis door Engeland maakte, kwam hij tot de ontdekking dat er in Engeland geen godsdienst was. ‘Als iemand daar van godsdienst waagt te spreken, begint ieder te lachen.’ Het was het deïsme dat hoogtij vierde. De sociale wantoestanden, vooral in de mijndistricten, waren ten hemel schreiend. Vanaf de kansels werd gewaarschuwd en aangespoord tot matigheid en allerlei deugden, maar opnieuw werd ervaren dat men de ondeugd niet overwinnen kan met deugdzaamheid te prediken. John Wesley zegt over de predikanten in zijn tijd: ‘Ze lazen geen enkel boek en zeker niet de Bijbel.’

Brandhout uit het vuur
John Wesley werd in een pastorie in Epworth, Lincolnshire, op 17 juni 1703 geboren. Ook voor Wesley gold het, wat voor veel grote mannen gold: hij had een moeder van grote betekenis. Toen boze gemeenteleden de pastorie in brand staken (9 februari 1709), werd John ternauwernood uit het brandende huis gered doordat toegeschoten mannen bij elkaar op de schouders gingen staan en zodoende John uit het raam konden halen, waarna het dak snel instortte: ‘Een brandhout uit het vuur gerukt’.

Vroomheid en heiligheid in Oxford
In 1720 ging Wesley studeren in Oxford. Twee boeken deden veel met hem: De Navolging van Christus van Thomas à Kempis en Heilig leven en sterven van Jermie Taylor. Al bij eerstgenoemd boek stoot de predestinatieleer hem af. Later zou dit grote gevolgen hebben. Van à Kempis leerde hij ook dat de ware godsdienst zetel heeft in het hart. Vroomheid en heiligheid worden sleutelwoorden. Drie trekken zijn er in zijn geestelijke leven in deze periode van zijn leven: ritualisme (een soort van biecht en elke week avondmaal vieren), ascetisme (de wijze waarop hij omgaat met tijd en geld, uiterst sober leven, ’s morgens om 4 uur opstaan, in de verdeling en het ‘uitkopen’ van de tijd was hij uiterst nauwgezet) en mysticisme.

Holy Club
De groep waar hij deel van uitmaakte, heette de ‘Holy Club’ (samen met broer Charles en George Whitefield). Het was bedoeld als spotnaam. Als ze naar hun wekelijkse avondmaal gingen, werden ze vaak door een menigte joelende en plagende studenten omringd. In deze tijd werd ook de naam ‘methodisten’ voor hen gebruikt, waarmee men het methodische in heel hun leefwijze en hun vroomheid aanduidde.


John, Charles en hun ouders

Storm op zee
In 1732 was er een kolonie in Amerika gevestigd, Georgia genoemd, naar de toenmalige koning George. Wesley kreeg het verzoek van iemand daar om predikant in de hoofdstad Savannah te worden. Zo ging hij heen, met de uitgesproken bedoeling eigen geloofsversterking en meerdere heiligmaking te zoeken. Charles ging met hem mee. Aan boord van het schip waren ook 26 Moravische broeders. Aan boord zette Wesley het strenge leven zo mogelijk nog verscherpt voort. Op zondag 25 januari 1736 woedde er een geweldige storm. Er stegen luide kreten van schrik en angst aan alle kanten op, maar onder de Hernhutters was er niet een die zich verschrikt of angstig toonde; ze gingen rustig door met het zingen van een lied, dat zij hadden aangeheven. Dit maakte op Wesley een onuitwisbare indruk. Zelf was hij op dat kritieke moment niet vrij van doodsvrees geweest. Wesley besefte dat hij nog helemaal niet zo’n goed christen was.

Gedesillusioneerd weggevlucht
Nog geen twee jaar heeft hij in Amerika gewerkt. Het bekeren van Indianen ging niet zo gemakkelijk. Ook kwam hij in de problemen omdat hij alleen wilde dopen door onderdompeling. Hier kwam nog een ongelukkige liefdesgeschiedenis bij. Wesley is letterlijk weggevlucht uit Savannah. ‘Hoe zou ik, waar ik zelf nog onbekeerd was, anderen hebben kunnen bekeren?’ Zo verliet hij neerslachtig Amerika. Vier punten somt hij voor zichzelf op: ongeloof, hoogmoed, ongestadigheid, lichtzinnigheid/weelderigheid van geest.

Worstelingen over de echtheid van zijn geloof
‘Ik ben in Amerika geweest om de Indianen te bekeren; maar ach, wie zal mijzelf bekeren?’ zo vraagt Wesley zich af. Later meent hij dat dit een te radicale voorstelling gaf en dat hij te besliste uitspraken had gedaan. Bij de uitdrukking dat hij nog niet bekeerd was, plaatst hij later de noot: ‘Ik ben daar niet zeker van (…) Ik had toch het geloof van een knecht en niet van een zoon.’

Advies en bekering
Wesley krijgt in deze moeilijke tijd het advies: ‘Predik het geloof in de verwachting dat gij het zult ontvangen, dan zult gij het straks prediken, omdat gij het ontvangen hebt.’ Wesley noemt als moment van zijn bekering 24 mei 1738, om 20.45 uur, toen hij Luthers voorrede op de brief aan de Romeinen las.


…Als een vuurbrand uit het vuur gerukt…

Wesley’s vriend Whitefield
Whitefield was feller dan wie ook in de heiligmaking, maar kwam er ook eerder achter dat ons streven niet volmaakt is en kwam daarom, eerder dan Wesley, tot de rechtvaardigmaking door het geloof in Christus. Whitefield werd steeds meer aanhanger van de predestinatieleer, iets waar Wesley zich steeds meer van ging afzetten. Whitefield was een machtig orator. Zijn welsprekendheid was groot, wat ook blijkt uit het volgende fragment:

‘Hij beschrijft in zijn preek een opkomende storm; hij tekent het in zijn woorden, hoe de lucht betrekt en al zwarter en dreigender wordt; een vervaarlijke wind steekt op, de golven gaan al hoger en hoger: de masten kraken, het zeil scheurt. “Wat moet men beginnen?” zo roept hij uit met angst in zijn stem. “Zet de boot dan toch uit,” schreeuwt ineens een zeeman, die onder zijn gehoor was en die door zijn levendige uitbeelding zóó geheel was gepakt, dat hij als het ware de storm doorleefde.’

Verschijnselen Great Awakening
Wesley noemt verschijnselen van de Great Awakening soms een openbaring van de boze, die nog eens zijn macht wilde openbaren, vóór hij een ziel moest loslaten. Maar soms spreekt hij ook over deze verschijnselen als logisch gevolg van de geestelijke schok, die in het lichamelijke merkbaar wordt.

Organisatie
Whitefield was een geboren spreker, Wesley een geboren organisator. Van de Herrnhutters nam hij veel over op organisatorisch gebied; van hen nam hij de groepsindeling over en van hen leerde hij de regels kennen. De groepsindeling gebruikte men als onderlinge controle op leer en leven; de leden hadden society-tickets: lidmaatschapskaarten die elk kwartaal vernieuwd moesten worden. De methodisten kregen super-intendenten, die in de volksmond ‘bisschop’ werden genoemd.


John Wesley

Dubbele scheiding
Er kwam een dubbele scheiding in het leven van Wesley: van de Herrnhutters en van Whitefield. Wesley kreeg te maken met een zekere Molther uit de kring van de Herrnhutters, die quietistische ideeën erop nahield: de rechtvaardiging was door het geloof alleen, en daaruit trok hij de conclusie dat de mens dan ook niets meer te doen had. Hij moest zich maar rustig houden en afwachten; genademiddelen, bidden, bijbellezen: het hoeft allemaal niet. Wesley trok fel van leer tegen deze leer. Wesley sprak op een conferentie in 1770 op de volgende manier over geloof en werken: niets zou zo onjuist zijn als dat de mens niets kon doen om gerechtvaardigd te worden. Wie Gods genade wil vinden, moet het kwade nalaten en het goede doen. Wij worden gered, wel niet door de verdienste van de goede werken, maar door de werken als een voorwaarde.

De beroemde anekdote van Whitefield over Wesley
Toen een aanhanger van Whitefield vroeg of hij Wesley nog in de hemel zou zien, zei Whitefield: ‘Ik denk van niet, want hij zal wel zó dicht bij Gods troon staan en wij zó ver af, dat we hem wel niet zullen kunnen onderscheiden.’

Nadruk op de werken der wet
Het dragen van goud en kostbaarheden was in het methodisme verboden, alsmede het voeren van liefdeloze en nutteloze gesprekken. Ook was verboden: vermaken die niet genoten kunnen worden in de Naam van Christus, zingen van liederen en lezen van boeken die niet stichten. Al deze regels waren goed, maar ook gevaarlijk. Wesley vond het anti-nomianisme de grote pest van het christendom; nu dreigde hij naar de andere kant uit te schieten… Wesley ging ook praten over een zekere graad van volmaaktheid.

Kritische kanttekening
Als we aan de gang gaan met de methode van Wesley om zonden te overwinnen moet óf heel oppervlakkig worden óf wanhopig worden. We moeten namelijk de zonden op een rij voor ons stellen en ze één voor één overwinnen. Dit leidt tot oppervlakkigheid wanneer we menen dat het gelukt en dat wanhoop als we merken dat het niet lukt. Berouw is volgens Wesley het voorportaal van de godsdienst, het geloof is de deur en de heiligheid is de godsdienst zelf. Hiermee versmalt Wesley het geloof tot alleen de heiligmaking.


John Wesley

Uitspraken van Wesley
– ‘Begin niet de studie van enig werk, als gij niet met het voorafgaande klaar zijt.’
– ‘Always in haste, but never in a hurry.’
– ‘Gaat weinig en voorzichtig om met de vrouwen, vooral met de jonge.’
– ‘Hangt niet de grote meneer uit.’
– ‘Schaamt u voor niets, behalve voor de zonde: noch voor het halen van hout, noch voor het putten van water, noch voor het poetsen van schoenen voor u zelf en voor anderen.’

Overige
– Wesley werd een echte arminiaan. Hij verdedigde Arminius tegenover de Dordtse Synode 1618/19 en noemde zijn tijdschrift zelfs The Arminian Magazine.
– Toen Charles Wesley’s dochter de pokken kreeg, dankte hij vurig omdat nu de verleiding van de schoonheid zijn kind was gespaard.
– Wesley heeft het nooit bedoeld om de band met de Engelse staatskerk te verbreken, toch gebeurde het; de beweging van de methodisten vormde een eigen kerkverband.
– Wesley bewonderde de netheid van Amsterdam en sprak van ‘de mooiste stad, die ik ooit heb gezien.’ Bij het bezoek aan Nederland ondervond hij minder vijandschap dan in Engeland: ‘…Zodat ik geloof, dat de eer van lachen om heilige dingen speciaal aan de Engelse actie toekomt.’
– Bij de methodisten kreeg de leek een grote plaats; ook hij mocht de schrift uitleggen.
– Er werd gezegd, als reactie op de verbondstheologie: ‘Het methodisme kent geen bondelingen, maar slechts vondelingen.’ In dit individualisme vinden we de kracht én de zwakheid van het methodisme.
– Wesley kende een ongelukkig huwelijksleven. Zij was een grote last voor hem. Zij ging dan ook bij hem weg, en hoorde pas van haar dood toen zij al begraven was.
– Wesley is letterlijk tot zijn stervensuur blijven zingen. Hij begon elke dag met ‘singing en prayer’. In de zekerheid van het geloof ging hij 2 maart 1791 heen. Hij had gedwaald in zijn leven, maar was toch een echt kind van God.
– Het is waarschijnlijk aan het methodisme te danken dat de Franse Revolutie niet naar Engeland oversloeg; ver buiten Frankrijk deed zij haar invloed gelden, maar in Engeland vond ze geen bodem.

Gepubliceerd in december 2006