Jonathan Edwards en zijn tijd

n.a.v. W. van Vlastuin, De Geest van opwekking. Een onderzoek naar de leer van de Heilige Geest in de opwekkingstheologie van Jonathan Edwards (1703-1758), Heerenveen 2001

Ontwikkeling puritanisme in Nieuw-Engeland
In 1606 en 1608 komen groepen puriteinen naar Nederland. Ze blijven hier maar kort, want het geestelijke klimaat is voor hen te vrij. Ze verlangen er bovendien naar om Christus’ Naam elders in de wereld bekend te maken. Zo rijpt de gedachte om in de Nieuwe Wereld een theocratie te vestigen naar Israëlisch en Schots model. Het was de bedoeling naar de reeds aanwezige kolonie Virginia te zeilen, maar men raakte uit koers en kwam 700 kilometer noordelijker aan op Cape Cod. Daar stichtte men de kolonie (New) Plymouth.

Vloed aan nieuwe immigranten
In 1625 komt in Engeland Karel I aan de macht. Met aartsbisschop Laud voert hij een schrikbewind tegen de puriteinen, die daarop in grote getale naar Amerika komen. Men sticht een zelfstandige kolonie (Massachusetts) met Boston als hoofdstad. John Winthrop was gouverneur, John Cotton leidinggevend predikant. Vooral in de jaren 1629-1640 is het aantal immigranten enorm. In 1636 ontstaat Connecticut onder leiding van Thomas Hooker, in datzelfde jaar Rhode Island, terwijl New Haven in 1638 volgt. In 1679 splitst een deel zich af van Massachusetts: New Hampshire. Harvard College wordt in 1638 gesticht.

Niet voor allen godsdienstvrijheid
De Pilgrim Fathers behoorden tot de meest radicale separatistische vleugel van het puritanisme. Er was een nauwe band tussen kerk en staat in Nieuw-Engeland. Alleen belijdende leden hadden burgerlijk stemrecht. Via belastinggelden wordt de kerk bekostigd. In tegenstelling tot de Engelse broeders zijn de Amerikaanse congregationalisten niet tolerant. Dit leidt tot de vorming van de nieuwe kolonie Rhode Island. Hier heerst voor het eerst volledige godsdienstvrijheid, voor bijvoorbeeld baptisten en quakers.

Het theocratische ideaal
John Winthrop sprak van A City upon a Hill. Cotton Mather sprak over The People of the Design. Er waren tegenstrijdige idealen: de zuiverheid van de kerk vraagt om beperking van het lidmaatschap, terwijl het verlangen naar een gekerstende samenleving om breedheid vraagt. Het theocratische ideaal bleek bovendien niet opgewassen tegen de welvaart. Thomas Shepard vermelde dat jongeren in de kerk slechts oog hadden voor het andere geslacht.

Pleidooien voor reformatie
Er vallen nu pleidooien waar te nemen voor geestelijke en morele reformatie. Increase Mather stelde dat vroeger er nauwelijks een preek werd gehouden zonder vrucht, thans zijn er volgens hem nauwelijks preken waardoor zondaren worden wedergeboren. Zijn zoon Cotton Mather stelde dat wereldgelijkvormigheid de wortel van alle kwalen was.

Onwetendheid
De Reforming Synod van 1679/1680 spoorde aan tot covenant renewal. Op een dag van vasten en bidden zouden de leden een verklaring van trouw aan Gods Woord moeten ondertekenen. Dit bracht verbetering, maar het verval werd niet gekeerd. Solomon Stoddard merkt op dat grote menigten verloren gaan, omdat ze er geen besef van hebben wat een waar christen is.

Die goede oude tijd
De handel kreeg een grote plaats, naast het agrarische bedrijf. Dit versterkte het conflict met de eerste generatie emigranten. Hun wereld veranderde snel. De mythe van verval werd gecreëerd. Vroeger, toen was alles beter! De good old times. We kunnen concluderen dat de tweede en derde generatie op een lager geestelijk peil stond dan de eerste generatie. Onder andere kunnen we dit afmeten aan het aantal verkochte boeken (bibliometrie).

Verwatering in de leer
Er was verwatering van de leer. Het arminianisme was een concrete vijand waartegen gestreden moest worden. In Nieuw-Engeland hing nog wel iedere voorganger formeel de beginselen van de gereformeerde leer aan. Zo kon in 1726 Cotton Mather nog schrijven dat er in Boston geen remonstrantse dominee was. Maar het verval bestond niet uit het ontkenning van dogma’s, maar in onverschilligheid tegenover de calvinistische dogma’s. De ijver voor de calvinistische genadeleer nam sterk af.

Dieptepunt
Velen zijn wel orthodox, maar men neemt de eigen leer niet ernstig. Men huldigt soms in het geheim arminiaanse principes. Al deze dingen maken duidelijk dat het puriteins calvinisme aan kracht heeft ingeboet. Edwards spreekt in de jaren 1740 niet alleen over arminianisme, maar ook over arianisme, socianisme en deïsme. In de tijd van Edwards aantreden als predikant zit waarschijnlijk het christendom in Amerika op een theologisch-geestelijk dieptepunt.

Beleving als maatstaf
De separatistische Pilgrim Fathers streefden ernaar om de zichtbare en de onzichtbare kerk zoveel mogelijk te laten samenvallen. De toelating tot de sacramenten zagen ze als instrument daarvoor. Het belijdenis van het geloof afleggen werd steeds strikter. Vanaf 1633 raakte zelfs de gewoonte in zwang om een verklaring van iemands persoonlijke beleving te vragen als voorwaarde voor toelating. Men legde zo alle nadruk op het geestelijk karakter van het genadeverbond. Een praktisch probleem was wat de norm moest zijn.

Kinderdoop vereist gelovige ouders, gevolg: veel ongedoopten
Nu komt wel de vraag op: wat is de waarde van de kinderdoop nog? Het blijkt dat de praktijk van de kinderdoop enerzijds en de praktijk van een strikt lidmaatschap anderzijds grote spanningen geven. De meeste gemeenten bedienden de doop niet als de ouders geen verslag van Gods werk in hun hart konden geven, met als resultaat dat het ledental na één generatie drastisch slonk en er veel ongedoopten waren.

Halfway Covenant als oplossing
In 1662 komt er op synodaal niveau een omkeer. Men besluit dat ouders die geen openbaar zondig leven leiden, het verbond kunnen onderschrijven, zonder dat zij aan het avondmaal deelnemen. Zij mogen ook niet stemmen. Dit owning of the Covenant geeft hen echter wel het recht om hun kinderen ten doop te houden. Deze constructie wordt de Halfway Covenant genoemd, omdat men ergens halverwege het verbond is!

Kerkopvatting grondig gewijzigd
De kerkopvatting is dus grondig gewijzigd: de kerk is niet meer louter vergadering van gelovigen, maar ook moeder van gelovigen. Men kan lid zijn van de kerk, zonder volledig tot het genadeverbond te behoren. De gemeente is niet meer Gods volk en Zijn verbondsgemeente. Rondom het avondmaal bewaart men de zuivere kerk, terwijl men rondom de doop een brede kerk praktiseert. De ontwikkelingen gaan echter door; als men op grond van een respectvol leven wel de doop kan laten verrichten, waarom dan ook niet het avondmaal?

Stoddard: onbekeerden aan het avondmaal
In 1677 pleit Stoddard voor avondmaal dat openstaat voor degenen die geen verslag hebben gegeven van hun bekering, maar die geen ergerlijk leven leiden. Het avondmaal kan zo een middel tot bekering zijn. Rond de eeuwwisseling blijkt Stoddards voorstel in de Amerikaanse kolonies algemene praktijk te zijn. Het bizarre hiervan is dat men praktiseert wat voor de voorouders reden was uit Engeland te emigreren. Men voert in wat men zelf ooit bestreed. Als visible sanctity genoeg is om aan het avondmaal deel te nemen, blijkt hieruit hoever het heiligheidsbegrip is uitgehold. Echter, het Halfway Covenant-systeem is op zichzelf geen oorzaak of gevolg van geestelijk verval.

Opwekking als reactie op exponent?
In hoeverre zijn deze ontwikkelingen te verklaren door de invloed van de Verlichting? Sommigen zeggen dat opwekking mede een antwoord is op de secularisatie. De Verlichting ging gepaard met deïsme, arminianisme, rationalisme, materialisme en antropocentrisme. J.W. Schulte Nordholt beweert dat de puriteinse opwekking geen reactie op, maar een exponent is van de Verlichting! De mening is er ook dat de Europese kerk door het moderne denken is geschud, maar de Amerikaanse religie eruit geboren is.

De Verlichting in Engeland
In Amerika uit de Verlichting zich niet in een grove kritiek op het christelijk geloof. Ongemerkt vind in Amerika de verandering plaats van dat men het gezag niet langer fundeert in de openbaring, maar in de (christelijke) natuur en de (christelijke) rede. In het moederland Engeland ging men het calvinisme zien als antinomianisme, de triniteit achtte men irrationeel, de prediking werd mensvriendelijker, de emotie werd onderdrukt.

De Verlichting in Amerika
In 1701 werd Yale gesticht wegens verkeerde theologische en geestelijke ontwikkelingen in Harvard. In Amerika is echter sprake van gematigd verlichtingsdenken. Het redelijk verlichtingsdenken van Newton en Locke is zelfs bij Jonathan Edwards terug te vinden. Evenals deze wetenschappers geloofde Edwards dat in de natuur de goedheid van Gods orde is. Men leefde in een tijd van vooruitgang, ontwikkeling en welvaart. Een nieuw fenomeen komt op: de krant. Men neemt ook kennis van de klassieke schrijvers en men behoorde op de hoogte te zijn van de Franse literatuur. Het puritanisme verloor de greep op het Amerikaanse leven. Het geestelijk klimaat verandert, men huivert al snel voor radicaliteit. Tolerantie is modewoord. Een anti-dogmatische opstelling is kenmerk. De volle kracht van deze intellectuele ontwikkeling zal echter pas blijken na de Great Awakening, als men uitdrukkelijk calvinistische leerstellingen gaat ontkennen.

Opwekkingen in Engeland
Opwekking was in de Angelsaksische wereld geen onbekend fenomeen. In de Schotse kerkgeschiedenis zien we er voorbeelden van. Heel bekend is de bekering van 500 mensen onder een preek van John Livingstone in Kirk of Shotts in 1630. In feite is heel het optreden van de puriteinen in Engeland een getuigenis van de mogelijkheid van opwekking. Onder William Gouge komen duizenden tot bekering, ook onder John Rogers in Dedham en Richard Baxter in Kiddermaster komen opwekkingen vooor. Andere namen zijn Robert Rollock, Robert Bruce, John Welch, Robert Boyd en David Dickson. Vanaf 1626 begint er ook een krachtige opwekking in Ierland.

Oproepen tot bekering, anders is het land verloren
Aanvankelijk lijkt in Nieuw-Engeland een opwekking geen voet aan de grond te krijgen. De prediking kenmerkt zich door aanklachten, oproepen van reformatie en door schildering van de godsvrucht van de eerste generatie. Er gebeuren verschillende dingen die de opwekking voorbereidden: de droogte van 1662, de King Philip’s War van 1675/1676 met de Indianen, de geweldige branden in 1676 en 1679, de schipbreuken en pestepidemieën: men ziet in dit alles Gods twist met Zijn verbondsvolk. Predikanten brengen op oudtestamentische wijze de plicht tot bekering onder de aandacht: de jeremiads. Als Nieuw-Engeland zich niet tot God keert, zal God niet tot Nieuw-Engeland terugkeren.

Accent van reformatie naar opwekking
Aan het einde van de 17e eeuw verandert het accent van reformatie naar opwekking. In plaats dat reformatie de voorwaarde is voor herleving, ziet men het als een vrucht van opwekking. Het klimaat van de prediking verandert aanzienlijk. Was de prediking aanvankelijk ‘theocratisch-wettisch’, nu is de toonzetting meer evangelisatorisch. Men ziet nu meer op Gods mogelijkheden.

Gevolgen van Glorious Revolution in Engeland
In 1684 herroept de Engelse overheid het koloniaal handvest. De Amerikaanse provincies verliezen hun zelfstandigheid. Er wordt een gouverneur benoemd. Alles wat in de voorgaande tientallen jaren is opgebouwd is in één klap weggevaagd. Echter, niet lang hierna vindt in Engeland de Glorious Revolution plaats en verdwijnt dit weer. Men kon nu op gunstige voorwaarden een nieuw verdrag sluiten, hoewel dit verdrag de kracht van de theocratie ondermijnde. Het stemrecht, voorheen gebaseerd op lidmaatschap van de kerk, is nu gebaseerd op belastingbijdrage. De congregationalisten behouden hun vrijheid, maar de Engelse tolerantie moet ook in de kolonies komen, zodat baptisten, rooms-katholieken en anglicanen niets meer in de weg kan worden gelegd. De regering is geseculariseerd. Men moet de hoop op herstel van de volkskerk opgeven.

Theodorus Frelinghuysen als eerste opwekkingsprediker
Het gebed om de Heilige Geest nam toe, veel geestelijke leiders richtten zich op de beloften voor een heerlijke staat van de kerk op aarde. Men verwacht het millennium (bloeitijd voor de kerk) niet van een zuivere kerk, maar men verwacht van het millennium het herstel van de kerk. In 1712 ontstaat een transatlantische gebedsgroep. In 1726 stelt Cotton Mather maandelijkse gebedsdagen voor. De opwekkingen onder Nederlandse emigranten in de midden-kolonie New York door de onderscheidende prediking van Theodorus Frelinghuysen bevorderden de belangstelling voor een herleving.

Opwekkingen in allerlei plaatsen
Stoddard deelt het verlangen naar opwekking. Hij benadrukt de prediking van Gods oordeel. Niets is volgens hem zo gevaarlijk als een onbekeerde voorganger. Hij wil de vernieuwing van de kerk niet bereiken door nadruk te leggen op het collectieve, maar op het persoonlijke. Onmiskenbaar heeft Stoddard de weg gebaand naar de Great Awakening. In zijn gemeente Northampton maakte hij opwekkingen mee in 1679, 1683, 1696, 1712 en 1718. Cotton Mather maakte opwekkingen mee, de vader van Jonathan Edwards, Timothy, maakte ook opwekkingen mee in zijn standplaats East Windsor. Verder vonden er in de periode 1710-1733 vele opwekkingen plaats in verschillende plaatsen.

Aardbeving
Het zijn deze plaatselijke oplevingen die het verlangen naar een bredere doorwerking van Gods Geest voeden. Zo zou een reformatie van volkszonden plaatsvinden, het nationale verbond worden hersteld, Gods oordelen over Nieuw-Engeland worden ingetrokken, zondaren worden gered en wellicht het millennium beginnen. In 1727 vindt er een enorme aardbeving plaats. Wekenlang blijven schokken voelbaar. Deze tijd volhardt men in bidden en vasten. Dit voorbeeld van een aardbeving kan de indruk wekken dat opwekking verbonden is met natuurrampen, sociale veranderingen en rampspoeden. Het is veelzeggend dat de prediking van John Wesley vooral onder de arme leden van de maatschappij ingang vindt, terwijl de opwekkingen in Schotland worden voorafgegaan door gebrekkige oogsten en lage graanprijzen.

Concluderend
Vanuit de oorspronkelijke puriteinse idealen was opwekking nodig. In de ziel van kerkelijk Nieuw-Engeland is een fijngevoeligheid voor de geestelijke situatie gebleven. Het theologisch-geestelijke klimaat van die dagen, het verlichtingsdenken, verzette zich tegen opwekking. De vervulling van randvoorwaarden is voor opwekking nodig, maar niet genoeg om tot opwekking te komen.

Het voorgeslacht van Jonathan Edwards
Overgrootvader Richard Edwards emigreerde in 1635 naar Amerika. Diens kleinzoon Timothy krijgt gelegenheid te gaan studeren. Hij wordt predikant. Dit is de vader van Jonathan. Hij trouwt met Esther Stoddard; haar vader was onbetwist kerkelijk leider van Massachusetts op dat moment. Haar moeder is van de Mather-familie, die tientallen jaren een onuitwisbaar stempel op de kolonies van Nieuw-Engeland hebben gedrukt. Als één van de weinige vrouwen heeft Esther gestudeerd. Op 5 oktober 1703 wordt Jonathan als vijfde kind en eerste zoon geboren. Hij zou opgroeien te midden van tien lange zussen.

Ernstige jeugd
Jonathan Edwards groeit op in een natuurlijke omgeving, te midden van uitgestrekte landerijen, eindeloze bossen, een rustgevende rivier en onveilige moerassen. Het robuuste houten kerkgebouw staat centraal in de nederzetting. Het dorp waarin hij opgroeide was zeer geïsoleerd. Het leven is kwetsbaar. Er is respect voor het heilige. De tijden van opwekking zijn in Edwards’ ziel gegrift. Als jonge jongen bouwt hij met zijn vrienden een hut in het moeras om samen te bidden. Langzaam verdwijnt echter deze ernst. Het was geen echte bekering.

Studie
Tijdens de opwekkingen komen op maandag soms wel dertig mensen bij de pastorie om de vragen van de ziel te bespreken. Jonathan gaat studeren aan Yale College in New Haven. Latijn, Grieks, Hebreeuws, rekenkunde, algebra, aardrijkskunde, retorica, natuurkunde, astronomie en vooral logica kreeg hij gedoceerd. Als knapste van de klas mocht hij bij het afscheid de gebruikelijke afscheidspreek (in het Latijn) houden. Sommigen beweren dat Edwards beter wetenschapper had kunnen worden dan gemeentepredikant. Dit omdat hij zich solistisch en ontactisch gedraagt.

Wedergeboorte
In het laatste jaar van zijn studie werd hij ziek. Dit bracht grote ernst met zich mee. In mei of juni 1721 kan hij zeggen dat hij wedergeboren werd. De nieuwe gerichtheid concentreert zich op Christus. De heerlijkheid en schoonheid van Hem vervullen zijn hart. Hij herkent ook Gods openbaring in de schepping. Gods wijsheid en liefde ziet hij in de zon en de maan, de bomen en het gras, de donder en de bliksem. Hij aanvaardt Gods soevereiniteit. Eerst vond het de leer van Gods verkiezing en verwerping verschrikkelijk. Later wordt het een heerlijke overtuiging. Edwards heeft een diep verlangen naar een heilig leven.

Interesses
Voorheen schreef hij over natuurkundige en filosofische onderwerpen. Hij houdt deze belangstelling en aanvaardt het moderne wereldbeeld. Hij blijft nadenken over bloedcirculatie, elasticiteit, lichtbuiging en ijs. Maar nu komen ook theologisch thema’s om de hoek kijken: heiligheid en typologie bijvoorbeeld. Ook apocalyptische onderwerpen hebben zijn hart. Hij leest de kranten om de voortgang van Gods rijk te traceren.

Sombere levensvisie door ziektes?
Edwards schrijft in zijn dagboek over zijn geestelijke groei en dorheid. Alles registreert hij. In 1723 wordt hij studiementor te New Haven. De vele beslommeringen zetten hier zijn geestelijke leven echter onder druk. Hij wordt ernstig ziek, drie maanden lang. Zijn gezondheid is nu voor altijd geknakt. Elk jaar is hij weer ziek. Of hieruit zijn sombere levensvisie is te verklaren, is de vraag.

Predikant in Northampton
In 1727 wordt Edwards predikant in Northampton, waar hij de hoogbejaarde Stoddard, zijn schoonvader, opvolgt. Aanvankelijk als hulpprediker eenmaal per zondag, later als volledig predikant. Northampton telt tweehonderd gezinnen. Er is een ruwhouten kerk, om de stad liggen oude versterkingen tegen Indianen en wilde dieren, berghellingen en schapenweiden, alsmede grote bossen. De stad is alleen bereikbaar over smalle bospaadjes die alleen toegankelijk zijn voor paarden. De aanwezigheid van een rivier maakt de nederzetting onafhankelijk.

Allerlei werkzaamheden
Zaterdagavond zes uur begint de strikte handhaving van de sabbat. Twee groepen staan tegenover elkaar: aristocraten en burgers. Edwards treedt in het huwelijk met de 17-jarige predikantsdochter Sarah Pierrepont van New Haven. Ze is knap van uiterlijk maar vooral vol van godsvrucht. Haar echtgenoot is niet altijd makkelijk voor haar; hij gunt zich bijvoorbeeld geen tijd voor de maaltijd. Edwards kan niet al zijn tijd in zijn geestelijke taak bezig zijn. Ook moet hij in zijn dagelijks levensonderhoud voorzien. Dit doet hij door zijn eigen hout te hakken en een eigen weiland te verzorgen. Ook trekt hij tanden, totdat er in 1736 een arts in het dorp komt! Edwards brengt gemiddeld 13 uur per dag in zijn studeerkamer door. Zijn geest is altijd actief om de grote thema’s van de theologie te doordenken. Als hij voor zijn ontspanning wandelt of paardrijdt, heeft hij altijd pen en papier bij zich.

Opwekkingen
In het najaar van 1733 begint zijn boodschap door te werken. Stelde hij voorheen allerlei thema’s uit het christelijk leven aan de orde, nu concentreert zijn prediking zich op wedergeboorte en bekering. Er vindt een opwekking plaats. Het kerkgebouw wordt te klein. Het galerij stort in. Een nieuwe kerk wordt gebouwd. Het jaar 1740 staat bekend als het begin van de Great Awakening. Met uitlopers zal deze beweging tot 1745 in stand blijven. Het gezin lijdt een ingrijpend verlies. Een dochter, die zendeling David Brainerd had verpleegd, sterft op 17-jarige leeftijd. Vijf dagen na de begrafenis preekt Edwards over Job 14:2

‘(De mens, van een vrouw geboren, is kort van dagen en zat van onrust.) Hij komt voor als een bloem en wordt afgesneden, ook vlucht hij als een schaduw en bestaat niet.’

Tuchtzaak: gemeente tegen zich
In de loop van de tijd is echter in de gemeente een kentering merkbaar in de houding ten aanzien van haar voorganger. Het begint in 1744 met een tuchtkwestie: jongens uit de gemeente laten een boek met instructies voor vroedvrouwen rondgaan. Edwards stelt een onderzoek hiernaar in en maakt de zaak publiek. De vraag komt: kan een predikant zich met deze privé-zaken bemoeien? Edwards mist draagvlak in zijn gemeente. Terwijl hij internationaal reputatie wint, verliest hij het lokaal.

Oppositie neemt toe
Van 1744-1749 doet niemand belijdenis. De spanning loopt op. Daarbij komt de oorlog tegen de Fransen en aanvallen van Indianen. Edwards werkt onverstoorbaar verder aan zijn Religious Affections. Er komt een geschilpunt bij: Edwards neemt afstand van de kerk- en sacramentsvisie van Stoddard. Edwards onderschat echter de moeilijkheid om een bestaande praktijk terug te draaien. Terwijl hij zelf jarenlang met dit probleem heeft geworsteld, gunt hij de gemeente deze tijd niet. De kritiek op hem neemt steeds meer toe. Er komt een comité die zich over deze zaak gaat buigen. Ondertussen wordt het avondmaal enkele maanden niet bediend. Opvallend genoeg blijkt uit Edwards’ preken in deze tijd niets van de grote spanningen.

Weg uit Northampton
Men besluit dat de band tussen Edwards en de gemeente zou worden ontbonden. Met grote kalmte ontvangt hij de uitslag. Hij is erop voorbereid. Op 2 juli 1750 houdt hij zijn afscheidspreek. Hij profileert zich niet als een martelaar voor de goede zaak, hij verwijt zijn gemeente geen ontrouw, maar zegt dat predikanten en gemeenten elkaar voor Gods troon zullen ontmoeten.

Zending onder Indianen
Edwards bleef nog bijna een jaar in Northampton wonen. Uit Schotland ontvangt hij geld en beroepen. Zijn vrienden hopen dat hij een tweede gemeente gaat stichten in Northampton. Maar dit doet hij niet. Hij wordt zendeling in Stockbridge onder Indianen (1751-1758). Het is een kleine gemeente en zijn zendingsliefde kan hij hier kwijt. Er 12 twaalf blanke en 250 Indiaanse gezinnen. Edwards is pessimistisch over de Indianen. Hij vind hun taal barbaars en probeert hen beschaafd Engels bij te brengen.

Veel boeken geschreven
Zijn inzicht voor de zending is indrukwekkend voor die tijd. Hij ziet de noodzaak ervan in dat de zendeling en de doelgroep aan elkaars cultuur moeten wennen en dat men het beste met de kinderen kan beginnen. Ook verdiept Edwards zich in deze tijd in de avondmaalskwestie. Zijn visie zou uiteindelijk onder Amerikaanse protestanten de overhand krijgen. Veel bekende geschriften schrijft hij hier: The Freedom of the Will, The Great Christian Doctrine of Original Sin, The Nature of True Virtue en God’s Last End in Creation. Dan komt de roep om in Princeton rector te worden. Dit is een rehabilitatie. Hij vertrekt eerst alleen. Omdat er de pokkenepidemie heerst, laat hij zich inenten. De inenting is echter te veel voor zijn zwakke gestel. Zijn einde nadert. Zijn laatste woorden waren ‘Trust in God, and you need not fear’. Op 22 maart 1758 sterft hij zo. Twee dochters zijn dan bij hem. Zijn vrouw bereikt hem niet op tijd. Ook een dochter en zijn vrouw sterven spoedig.

Invloed na zijn leven
Als Edwards gestorven zou zijn temidden van de grote opwekkingen, zouden de kranten vol hebben gestaan. Nu niet. Zijn erkenning is pas na zijn leven gekomen. Door zijn geschriften heeft hij veel invloed uitgeoefend: hij was de grondlegger van de Amerikaanse theologie. Zijn geschriften hebben veel betekenis gehad in andere opwekkingen (McCheyne, Spurgeon en Lloyd-Jones hebben bijvoorbeeld veel aan zijn pennenvruchten gehad). Dankzij zijn geschriften kwam er een zendingsexplosie in de 19e eeuw. Edwards’ doorwerking is blijvend; alleen al het feit dat er tot 1980 zo’n 1800 studies aan hem zijn gewijd zegt genoeg.

Gepubliceerd in juni 2007

Advertenties