Kerk- en wereldgeschiedenis van de 20e eeuw

n.a.v. C. Blenk, Kerk- en wereldgeschiedenis van de 20e eeuw, Kampen 1988

Eerste Wereldoorlog
Een heilige oorlog
De kerken konden de oorlog niet voorkomen. Zij stonden machteloos. Sterker nog: ze waren zelf nationaal, of zelfs staatskerk. In Duitsland bracht de oorlog ‘Godsvrede’ tussen links en rechts, dat eerst zo sterk verdeeld was. De theoloog Von Harnack stelde de oorlogsoproep van de keizer op. De Duitse historicus Lenz beschouwde het uitbreken van de oorlog als ‘het augustuswonder’ en publiceerde een boek getiteld ‘Der deutsche Gott’. Hij noemde de oorlog een ‘Not-Krieg’, want Duitsland was omsingeld door vijanden; dus een ‘gerechte Krieg’, ja een ‘heilige Krieg’! Toen men hoorde dat Duitsland de oorlog had verklaard, hief men aan: ‘Nun danket alle Gott’!

Vloekend de dood in
In Frankrijk werden geestelijken niet meer vrijgesteld van militaire dienst. De vaderlandse plicht was voor de rooms-katholieken tevens geloofsstrijd. Toch drongen er pijnlijke vragen zich op: waren Oostenrijk en Hongarije ook niet rooms? En een grote minderheid in Duitsland ook? Theologen zagen in de lijn van Thomas van Aquino de oorlog niet als door God gewild, maar wel door Hem toegelaten. Het aantal gelovige soldaten in de loopgraven vormde een kleine minderheid; de meesten gingen vloekend de dood in.

Kuyper, Sikkel, Bavinck en Visscher
In 1917 kwam een conferentie bijeen van kerken uit neutrale landen, in Uppsala (Zweden). Kerken uit oorlogsvoerende landen waren afwezig. Abraham Kuyper, toen 76 jaar oud, was pro-Duits. Door de Boerenoorlog in Zuid-Afrika waren velen in Nederland anti-Engels. Kuypers leerling, ds. Sikkel, bestreed echter de verheerlijking van het zogenaamde christelijke Duitsland. Herman Bavinck, toen 59 jaar oud, dogmaticus aan de VU, leed onder de gruwel van de oorlog. Hij vroeg zich af of een moderne oorlog nog wel een rechtvaardige oorlog kon zijn. Hij zou het als één van de weinigen in zijn kerkverband opnemen voor de Volkerenbond. Hugo Visscher, oprichter van de Gereformeerde Bond, verdedigde het Duitse militarisme en imperialisme.

Joh. de Heer ziet mogelijkheden
Met de oorlog kwam er een einde aan het modernisme, het vooruitgangsgeloof. De schok van 1914 had ook effect of evangelist Johannes de Heer: ‘De oorlogsberoering scheen mijn energie te doen herleven. De grote spanning onder de mensen gaf zulke grote kansen voor de evangelisatiearbeid. De harten der mensen waren door de tijdsomstandigheden ontvankelijker dan ooit. Ik begon de bijbelse profetieën te onderzoeken.’ De Heer beleefde de oorlog apocalyptisch.

Teloorgang openbare scholen
In Nederland waren de tegenstellingen tussen links en rechts vóór de oorlog zeer scherp. Bij de verkiezingen in 1913 werd de rechtse regering verdreven door een linkse overwinning. Maar er kwam toch geen linkse regering, want de socialisten wilden niet in een burgerlijke regering zitten. Nog vóór de oorlog werden twee brandende kwesties opgelost: de kiesrecht- en onderwijskwestie. Het effect was dat de christelijke scholen in de meerderheid kwamen. Op menig dorp verdween de openbare school. Iemand zei dat de openbare school ‘verkocht’ was voor algemeen kiesrecht.

Karl Barth in de oorlog: Romeinenbrief
Karl Barth kwam er in de oorlog achter dat al zijn leermeesters de oorlogspolitiek van keizer Wilhelm II ondersteunden. Barth kwam door het ‘ethisch falen’ van zijn liberale leermeesters erachter dat het vrijzinnige protestantisme op het beslissende moment niet beter was dan de orthodoxie. Door de oorlog werd de theologie van Schleiermacher ongeloofwaardig. Barth ging de Romeinenbrief lezen, de hele oorlog door. Hij ontdekte: ‘Niet de ware gedachten van de mensen over God, maar de ware gedachten van God over de mensen.’

Een stem uit Afrika
Albert Schweitzer: theoloog, organist, Bach-kenner, geworteld in de Westerse cultuur, maar hij ging als arts naar de rimboe. Bijna iedereen dacht dat hij gek was geworden. Bovendien uitte het Parijse zendingsgenootschap bezwaren over zijn vrijzinnige theologie. Hij zou daarover zwijgen ‘als een karper’ en hij ging. Schweitzer wilde de zonden van de kolonisten goedmaken. In het verre Afrika las hij zelden kranten. Toen hoorde hij ineens: ‘Europa is in oorlog!’ Sleutelwoord voor zijn denken werd: eerbied voor het leven. Hij schreef nu een kritiek op de Westerse cultuur: technisch kende deze wel vooruitgang, maar moreel niet!

Zionisme en puritanisme
Het zionisme was seculier: Herzl noemde in zijn boek geen enkele bijbeltekst. Joden waren eerst tegen dit zionisme. In protestants Engeland hadden christenen veel liefde voor de Joden. Minister Balfour was puriteins opgevoed. Hij had een vrome moeder gehad, die vóór Christus’ wederkomst nog de terugkeer van de Joden verwachtte in het beloofde land. Minister-president Lloyd George was van oorsprong baptist uit Wales.

Niemöller op de U-boot
Martin Niemöller was stuurman van een U-boot tijdens de oorlog. Hij had geen enkele twijfel over het ‘Gott mit uns’. Een eerste spoor van twijfel kwam echter bij een torpederingsplan van een reddingsactie van een Frans schip. Moest het nu wel of niet? Oorlog was toch oorlog?

Wilson: overtuigd christelijk
In 1916 was Woodrow Wilson herkozen als president van Amerika op de leus ‘He kept us out of war’. Hij had als kind de Amerikaanse Burgeroorlog meegemaakt en verfoeide daardoor alle oorlogsgeweld. Wilson was in 1856 in een pastorie geboren. Zijn vader was calvinistisch predikant van Schotse afkomst, later hoogleraar in de theologie. Als jongen van 16 jaar deed Wilson uit persoonlijke overtuiging de geloofskeus. Maar hij werd geen predikant. Hij werd geschiedenisleraar en later hoogleraar staatsinrichting. Volgens hem moest de kerk niet ontaarden in een filantropische instelling, maar de persoonlijke verhouding tot God beklemtonen. Het was de tijd van de social gospel enerzijds en het fundamentalism anderzijds. Wilson voerde morele hervormingen door in het Witte Huis: op diners werd drank verboden, bij recepties op het Witte Huis mocht niet worden gerookt. Tot de Democraten behoorden de strenggelovige protestanten uit het Zuiden. In 1914 stierf Wilson’s vrouw aan tuberculose. Tijdens de vredesonderhandelingen in Versailles 1919 is bekend dat Wilson tijd vrij maakte voor gebed.

De Volkenbond
Amerika deed met de Eerste Wereldoorlog zijn intree op het wereldtoneel onder een overtuigd christelijke president. Wilson’s wens ging in vervulling: er kwam een Volkenbond. Tragisch voor hem was, dat zijn eigen land tenslotte niet meedeed. Wilson stierf in 1924 als een gebroken man. Toen men vroeg waarom hij voorkeur had voor het woord Covenant, zei hij: ‘I am an old presbyterian.’ De kerk miste in de Volkenbond toch de christelijke bezieling van Wilson. Sommige Amerikanen spraken over de Volkenbond als ‘mijlpaal op de weg naar het Koninkrijk Gods’. De Duitse kerken konden echter ‘in de tegenwoordige toestand van de Volkenbond geen enkel godsdienstig element of enige relatie met het Koninkrijk Gods vinden (…) Het lichaam van de Volkenbond heeft een ziel nodig.’

Spengler, Heidegger en Bultmann
Na de oorlog publiceerde de Duitse cultuurhistoricus Oswald Spengler De ondergang van het Avondland. De Westerse cultuur zou net als het Romeinse Rijk eens, opgaan, blinken maar ook verzinken. Hij vertolkte de wanhoopsstemming van na de oorlog, het pessimistische levensgevoel van die tijd. Martin Heidegger brak met het 19e-eeuwse idealisme. Wij zijn in het bestaan geworpen (de existentiefilosofie). Rudolf Bultmann, nieuwtestamenticus, vond dat het Nieuwe Testament moest worden ontdaan van het antieke wereldbeeld. Deze mythen moesten existentieel geïnterpreteerd worden (entmythologisierung). Bultmann waardeerde Barth: het ging immers niet om historische feiten, maar om de boodschap? Tot verbazing van Barth koos Bultmann na 1933 voor de Bekennende Kirche. Dáár lanceerde hij in 1941 zijn entmythologiseringsprogram.

Overige
– Barth had zich in het socialisme verdiept. Hij stimuleerde oprichting van vakbonden. Hij ging bekend staan als ‘de rode dominee’, hetgeen veel polarisatie opriep.
– De oorlog had harde gevolgen voor het oudste christelijke volk, de Armeniërs, die voor de helft werden uitgeroeid door de Turken.
– De nederlaag van Rusland leidde tot een eerste revolutie, die de staatskerk vrij maakte, maar spoedig tot een tweede revolutie, die voor de Russisch-Orthodoxe Kerk bijna fataal is geworden.
– John Mott pleitte in 1919 voor de zending. Tijdens de oorlog was zending vanuit Duitsland onmogelijk geworden. In Versailles werd bij de confiscatie van de Duitse koloniën een uitzondering gemaakt voor de zendingsbezittingen! Zo werd de zending internationaal erkend als een bovennationale grootheid.

Interbellum
DE SOVJET-UNIE – Communistische revolutie in Rusland
De Russisch-Orthodoxe Kerk veroordeelde de aanvallen van de communisten op hun positie. Er kwam een scheiding tussen kerk en staat. Drie belangrijke veranderingen kwamen er: (1) Invoering burgerlijk huwelijk. (2) Afschaffing verplicht godsdienstonderwijs op de scholen. (3) Nationalisatie van kerkelijke eigendommen. Zo kwamen ook de traktementen van de geestelijken in gevaar, te meer daar het collecterecht streng werd beperkt. Tijdens de burgeroorlog beval de regering de verkoop van kerkelijke kleding, juwelen en iconen, vanwege de hongersnood. Voor de protestantse minderheden in Rusland kwam de revolutie aanvankelijk als een bevrijding! Evangelisatie, bijbelverspreiding, bijbelkringen en bijbelscholen kwamen van de grond. Velen zochten in deze jaren van verwarring hun toevlucht bij evangelische christenen en baptisten. De protestanten stelden zich loyaal op tegenover het nieuwe regime. De godsdienstvrijheid zou niet lang duren; tot 1929. Lenin vond de protestanten trouwens minstens zo gevaarlijk als de orthodoxen.

Stalin verlaat de priesteropleiding vanwege Marx
Stalin zou aanvankelijk worden opgeleid tot priester in de orthodoxe kerk. Maar hij werd gegrepen door de boeken van Marx en verliet het seminarie. Om zijn agitatie werd hij vijf maal door de tsaar gedeporteerd naar Siberië. Eenmaal aan de macht begon hij met vijfjarenplannen. De industrialisatie van Rusland viel juist samen met de economische crisis van het kapitalistische Westen.

Christenvervolgingen onder Stalin
De nieuwe grondwet eiste van de kerken registratie. Godsdienstige ‘propaganda’ werd verboden, zoals kindersamenkomsten, bijbel- en gebedskringen en christelijke lectuur. Dit trof vooral de protestanten. De zondag werd afgeschaft! Veel orthodoxe kerken werden gesloten. Godsdienst werd gezien als de ergste vijand van de socialistische vooruitgang. Verschillende golven van vervolgingen kwamen er. Onder Stalin is de totale christenheid in Rusland bijna uitgeroeid.

Bijna de gehele christenheid van de kaart geveegd
Tijdens de volkstelling van 1937 beantwoordde 70 procent de vraag naar het geloof positief. In dat zelfde jaar werden nog 1100 orthodoxe kerken, 115 synagogen, 110 moskeeën, 240 rooms-katholieke en 61 lutherse kerken gesloten. Deze vierde golf van vervolgingen was het ergste en gruwelijkste van allemaal. Vlak voor de Tweede Wereldoorlog zouden er niet meer dan honderd kerken in Rusland zijn overgebleven. Protestantse kerken, tot 1000 gereduceerd, doorstonden desondanks de grote verdrukking. ‘Wie zal overwinnen, Christus of de Communistische Partij?’ zo vroeg een politieman aan een christen. ‘Gij zult overwinnen, maar na al uw overwinningen zal Christus overwinnen!’

HET WESTEN – Oorlog afgeschaft, economische crisis en de Niebuhr’s
In 1928 werd het Briand-Kellog-pact gesloten, waarbij 65 staten de oorlog afschaften. Maar aan het optimisme kwam abrupt een eind door de economische wereldcrisis (1929). Japan begon in 1931 met een agressiepolitiek. De Volkenbond stond machteloos. Mede door de economische crisis kwam in Duitsland Hitler aan de macht. In Amerika brak ook een theologisch crisis uit. Het liberalisme met zijn optimistische mens- en wereldbeschouwing liep stuk op harde feiten. De gebroeders Niebuhr braken met het liberalisme en gingen pleiten voor een ‘paulinisch realisme’, ook wel ‘neo-orthodoxie’ genoemd. Deze periode van illusie bevestigde opnieuw de relevantie van het christelijk geloof.

Gelooft hij werkelijk in God?
In Amerika kwam een ‘red man in the white house’: Franklin D. Roosevelt. Was hij ook christen? ‘Ik ben een christen en een democraat’, zei hij zelf. Het gezin ging ook naar de kerk. Hij zei tegen een Russische vertegenwoordiger: ‘U moet aan Stalin zeggen dat zijn actie tegen de godsdienst verkeerd is. God zal jullie Russen straffen als jullie de kerk blijven vervolgen.’ De Rus was verbijsterd. Buiten vroeg hij aan andere Amerikanen: ‘Gelooft hij werkelijk in God?’ In Nederland kwam Colijn aan de macht. Bij hem geen ‘New Deal’ maar bezuinigingen. In Colijn’s kringen was niet de Bergrede (Roosevelt), maar Romeinen 13 uitgangspunt. Dat werd ook toegepast op de koloniën.

Begin Wereldraad van Kerken
Toen de Volkenbond faalde, kwam de oecumene juist van de grond. Men zette zich in voor ontwapening. Temple en Visser ’t Hooft werden de architecten van de Wereldraad van Kerken. De Nederlander Visser ’t Hoofd was van huis uit remonstrants-vrijzinnig, maar werd bij de NCSV getroffen door een nieuwe nadruk op Bijbel en gebed. Hij ontdekte ook Karl Barth. Vanaf 1938 was de Wereldraad in oprichting. Het zou tot 1948 duren voordat het officieel van de grond kwam. Een veroordeling van het nationaal-socialisme als ‘onchristelijke verblinding’ was niet haalbaar.

Zendingsconferenties
De 19e eeuw was de grote eeuw van de zending. Uit het niet-koloniale Duitsland kwamen de pioniers: piëtisten en hernhutters. Carey ging naar India. Hun motieven waren zuiver geestelijk. Deze zending was zeker geen verlengstuk van het kolonialisme. Hudson Taylor was de ‘apostel van China’. In Afrika was de zending het imperialisme ver vooruit. Vanuit de Evangelische Alliantie kwam men tot meer internationale conferenties, bijvoorbeeld Londen 1888 en New York 1900. Allemaal Angelsaksische landen dus. Op het hoogtepunt van de West-Europese wereldoverheersing werd de eerste zendingsconferentie gehouden: Edinburgh 1910.

‘The evangelisation of the world in this generation’
Evangelicals als Mott hadden de leiding en vormden de meerderheid. Men zag een open deur voor het Evangelie in heel de wereld. Het wachtwoord van deze beweging was: ‘Evangelisering van de wereld in deze generatie!’ Men wilde zo de komst van Christus’ Rijk verhaasten. Bij de opkomst van het social gospel kiest Mott voor een synthese. Edinburgh 1910 had vooral afgevaardigden uit de Angelsaksische wereld, maar daarnaast ook voornamelijk Duitsers. Er waren 180 protestantse zendingsgenootschappen vertegenwoordigd. De anglicanen en lutheranen waren één in hun mening dat alleen over niet-christelijke volken zou worden gesproken. Zo bleef Latijns-Amerika buiten beschouwing; dat werelddeel was al gekerstend, vond men. Vier jaar na de conferentie brak de oorlog uit.

Jeruzalem en het godsdienstenvraagstuk
In 1928 vond een wereldzendingsconferentie plaats in Jeruzalem. De ‘jonge kerken’ waren – anders dan in Edinburgh 1910 – nu zelf vertegenwoordigd. De verhouding tussen het christendom en de niet-christelijke godsdiensten was het belangrijkste thema. Hier kwam de typisch Amerikaanse tegenstelling tussen fundamentalism en modernism tot uiting. In 1932 noemde een rapport het christendom één van de vele religies, die naar elkaar moesten toegroeien tot één wereldreligie. Het schokte veel zendelingen en kerken. De Nederlander Hendrik Kraemer kreeg de opdracht een boek te schrijven over dit onderwerp. John Mott zei tegen hem: ‘Hit ‘em hard!’ (Geef ze van katoen!) In 7 weken tijd gebeurde dit: The christian message in a non-Christian world. Zijn boek was de eerste die de dialectische theologie van Karl Barth vruchtbaar wilde maken voor de zending. Hij verwierp het ‘aanknopingspunt’. Hij ging ook tegen mensen in die Gandhi een ‘ongedoopte christen’ noemden. Sympathie voor de persoon van Christus is nog geen erkennen van Hem als Heere.

Tambaran
In 1938 kwam zo een wereldzendingsconferentie bijeen in Tambaran; meer dan 470 deelnemers uit 69 landen kwamen naar de oostkust van India, naar de stad Madras. In het nabijgelegen dorpje Tambaran vond alles plaats. Hier vond ook een opvallende ontmoeting plaats tussen een Chinees en een Japanner, op dat moment met elkaar in oorlog. Men gaf elkaar de hand en zei: ‘Your cross is my cross’.

AZIË – Christelijk Libanon
Het Arabische nationalisme was tegen zending (Egypte en Arabië). In Libanon kon het echter wel. Hier werkten christenen, moslims en druzen samen. ‘De Libanese christenen speelden de hoofdrol bij de herleving van de Arabische literatuur, wetenschap en nationaal zelfbewustzijn! (…) Zo werd de Renaissance van de Islam geïnspireerd door de Libanese christenen.’ In de Tweede Wereldoorlog zou Libanon onafhankelijk worden, los van Syrië. Libanon werd het enige land in de Arabische wereld met een christelijke meerderheid; het was ook het meest ontwikkelde land.

Gandhi
Toen president Wilson het zelfbeschikkingsrecht der volken lanceerde, meende men in India dat het ook op hen sloeg. Gandhi was de grote man. Hij had in Londen gestudeerd en in Zuid-Afrika uit een blanke trein gezet. Het Oude Testament kon hem niet boeien, maar het Nieuwe wel, vooral de Bergrede. Gandhi keurde ‘bekering’ af als aantasting van iemands geheiligde persoonlijkheid. Met het nationalisme herleefde in Brits-Indië de oude godsdienst, het hindoeïsme.

Zending in China
In 1912 ontwaakte China: er kwam een eind aan de eeuwenoude Mandsjoe-dynastie onder druk van de nationalistische revolutie. Het nieuwe program werd: nationale eenheid, democratie en opheffing van armoede en onrecht. Het land kwam echter in een chaos. In de regeringspartij zaten veel Chinese protestanten, die op zendingsscholen waren gevormd. Kon het protestantisme deze uitdaging aan? De eerste president was een mission-boy. China was na 1900 het troetelkind geworden van de Amerikaanse zending; er ontstonden in de loop van de jaren 13 christelijke universiteiten. De opstand van 1912 betekende een open deur voor het Evangelie. Tempels en beelden werden vernietigd. Confuciaanse indoctrinatie werd verboden. Velen stonden open voor de godsdienst van het Westen, waar immers ook de ontwikkeling vandaan kwam. Naast de zending van de fundamentalists, met alle nadruk op persoonlijke bekering, kreeg ook de social gospel uit Amerika veel invloed.

De drie-zelf-formule en christelijke presidenten
Westerse zendelingen lanceerden de drie-zelf-formule voor de jonge kerken: zelfregering, zelfonderhoud en zelfverbreiding. 1 procent van de bevolking was in 1918 christen. Toen in 1925 de ‘vader des vaderlands’ stierf, kwam een volgende president aan de macht, wederom een christen (methodist). Hij zuiverde de partij van communistische elementen. De communisten trokken zich terug. Ze hadden een radicale oplossing voor het grondprobleem: de landadel liquideren en het land aan de boeren geven. Hun leider was Mao Tse-toeng. Voordat het communisme in China de macht kreeg (1948) heeft het protestantisme zijn kans gehad en…verspeeld?

Tweede Wereldoorlog
DUITSLAND – Hitler aan de macht
Hitler kwam in 1933 in Duitsland aan de macht. Het NSDAP-partijpogram van 1935 beriep zich op het ‘positieve christendom’. Veel protestanten en rooms-katholieken moeten op de partij hebben gestemd. Een Berlijnse predikant had immers gezegd dat Hitler dagelijks de Bijbel las? De theoloog Kittel sprak over Hitler als een ‘gebedsverhoring’.

Barth in oppositie
De Deutsche Christen, die sympathiseerden met Hitler, wilden de invoering van de Ariërparagraaf in de kerk; verwijdering van alle Joden uit de ambten, verwijdering van Joodse elementen uit prediking, liturgie, onderwijs en de Bijbel. Barth kwam in oppositie hiertegen. Hij liet werken van Luther en Calvijn weer uitgeven. Hij ontdekte de gereformeerde dogmatiek. Maar hij ging zijn eigen weg; hij schreef en herschreef een eigen dogmatiek. Is er een aanknopingspunt in de mens? Nee, zie Barth tegen Brunner. Bij Barth is er een christologische concentratie. Hij vond dat de kerk niet duidelijk genoeg ‘nee’ zei tegen de Deutsche Christen met hun algemene openbaring, hun natuurlijke theologie. De Deutsche Christen fundeerden hun politieke keuze theologisch in de algemene openbaring van God in de natuur en in de geschiedenis: staat, land, Germaans ras en leider waren door God gewild. Ze zagen er Gods hand in dat Hitler aan de macht kwam.

Niemöller en Bonhoeffer
Inmiddels was Martin Niemöller ‘Vom U-Boot zur Kanzel’ gekomen. Ook hij ging in oppositie, al stemde hij eerst wel op de NSDAP. Hij had in 1933 nog een huldigingstelegram naar Hitler gestuurd nadat Duitsland uit de Volkenbond stapte. Dietrich Bonhoeffer was jonger dan Barth en Niemöller. Hij was in de Eerste Wereldoorlog nog een kind. Het gezin waaruit hij kwam leefde kerkelijk niet mee. Toch ging hij theologie studeren: om de kerk te ontdekken. Intussen hing 90 procent van de studenten de NSDAP aan. Vóór 1933 vond Bonhoeffer dit nog niet zo erg, maar na de machtsovername van de nazi’s gingen zijn ogen open. Tot 1935 verbleef Bonhoeffer in Londen om een vluchtelingengemeente te dienen. Barth riep hem terug: ‘Het huis van uw kerk staat in brand!’

Pfaffernotbund en Barmen
Op Luthers geboortedag, 13 november 1933, hielden de radicale Deutsche Christen een massale demonstratie in het Berlijnse sportpaleis. Hier eisten ze uivoering van de Ariërparagraaf in de kerk, reiniging van het Oude Testament en invoering van Germaans christendom. Dit ‘schandaal van het sportpaleis’ opende voor velen de ogen voor de ware aard van de Deutsche Christen. De beweging verliep. De Pfarrernotbund met Niemöller groeide tot 7000 leden. Kerkelijk verzet werd geboden op een ‘vrije synode’ te Barmen (1934). De toon van de Barmen Thesen was meer calvinistisch dan luthers: rechtvaardiging én heiliging van alle levensterreinen. De grote lacune was dat er niets werd geschreven over de fundamentele vraag van het Jodendom.

De Bekennende Kirche
De Bekennende Kirche brak in 1934 met de rijkskerk. Zij beschouwde zich voortaan als de enige wettige Evangelische Kirche in Duitsland. Maar nadat Hitler de bisschoppen meer ruimte had gegeven, kwam er niets van deze afscheiding. Nu verlieten Niemöller en Barth de Broederraad van de Belijdende Kerk; deze kerk binnen de kerk bleef innerlijk verdeeld. In 1938 moesten alle predikanten de eed van trouw afleggen aan de Führer. Bijna ieder deed het… De leiding van de Belijdende Kerk ook. Alleen Bonhoeffer zei duidelijk nee.

De paus
In Italië vond een rechtse ideologie voedingsbodem in het rooms-katholieke volk (Mussolini). Bij het Lateraanse Verdrag van 1929 gaf de paus zijn recht op de kerkelijke staat (Midden-Italië) prijs en erkende eindelijk het koninkrijk Italië. Maar de staat erkende de paus wel als soeverein over Vaticaanstad (een deel van Rome). De paus vond het communisme gevaarlijker dan het nationaal-socialisme. In 1933 sloot de rooms-katholieke Von Papen een concordaat met de paus; rooms-katholieken mochten in het leger blijven werken, er bleef vrijheid in bisschopskeus, maar geestelijken mochten zich niet met politiek bemoeien…

Geen profetisch geluid; alleen Barth…
Barth schreef aan een Tsjechische collega: ‘Iedere Tsjechische soldaat die dan strijdt en lijdt zal het ook voor ons doen en ik zeg het heden zonder voorbehoud: hij zal het ook voor de kerk van Jezus Christus doen…’ De SS verklaarde Barth tot landverrader naar aanleiding van deze brief. De leiding van de Belijdende Kerk distantieerde zich van Barth: dieptepunt in de Duitse kerkstrijd. Barth voelde zich alleen. Op de conferentie van München, september 1938, lieten de Engelsen de Tsjechen vallen. De oecumenische beweging zweeg in deze geweldige crisis. Volgens Barth had de oecumenische beweging het profetische ‘wachterambt’ moeten uitoefenen in dit tijdsgewricht: ‘Mensenkind, Ik heb u tot een wachter over het huis van Israël gesteld.’

ENGELAND – Gerbrandy en Churchill
Churchill kwam aan het begin van de oorlog aan de macht in Engeland. Hij voelde dat hij hiertoe voorbestemd en voorbereid was. De opperbevelhebber van de Royal Air Force zei: ‘Ik geloof in God en verder is er radar’. Koning George VI riep een nationale gebedsdag uit tijdens de Battle of Britain. Gerbrandy, Nederlands premier in ballingschap en gereformeerd, zei eens tegen Churchill: ‘U bent alleen maar een instrument in de hand Gods’, waarop Churchill reageerde: ‘Ik ben het niet altijd eens met de decreten van de Almachtige’, waarop Gerbrandy antwoordde: ‘Maar decreteren blijft Hij tóch!’

DENEMARKEN – Kai Munk als een roepende in de woestijn
De Deense predikant Kai Munk sprak in Oslo: ‘Als de leugen blaffend over de aarde gaat, wie moet er dan nee! roepen, als wij het niet zijn?’ Toen de Duitsers het niet-aanvalsverdrag met Denemarken schonden, sprak hij zich in het openbaar uit tegen de bezetters. Hij walgde van de lafheid van volk en kerk. Toen de oorlog kwam vroegen de mensen: ‘Waar is God?’ Munk antwoordde: ‘Nu de satan weer losgebroken is vragen de mensen weer naar God, maar dan als de Eerste Hulp Bij Ongelukken. Maar God vraagt: Waar ben jij?’ Toen hij op nieuwjaarsdag 1944 weigerde de preekstoel op te gaan omdat gemeenteleden vrijwillig voor de Duitsers waren gaan werken, werd hij opgepakt en verderop langs de kant van de weg doodgeschoten, 41 jaar oud.

NEDERLAND – Gravemeyer, Miskotte en protest
Ds. K.H.E. Gravemeyer, synodepreses van de Ned.Herv.Kerk, was een volgeling van Hoedemaker en Kohlbrugge. Direct na de capitulatie van Nederland kwam er een boodschap van zijn hand, een woord van bemoediging, meer niet, maar de kerk, die jaren gezwegen had, sprak weer. In oktober 1940 dienden 6 van de 8 kerken een gezamenlijk protest in bij Seyss Inquart tegen de eerste anti-Joodse maatregelen. K.H. Miskotte zei: ‘Christenen staat naast de Joden samen aan de zijde van de Thora tegen het woedende nieuwe heidendom van de Germaanse geest.’ Er was in Nederland de zogenaamde ‘Lunterse kring’ onder leiding van dr. Koopmans; deze kring van predikanten leefde al vóór de oorlog mee met de Belijdende Kerk in Duitsland. Vóór de oorlog had Barth weinig aanhang in Nederland.

Herderlijk schrijven en kanselboodschap
De Gereformeerde Kerken publiceerden in maart 1941 een herderlijk schrijven, dat de totalitaire staat en het antisemitisme veroordeelde. Er kwam een kanselboodschap, die uiteindelijk niet in de Ned.Herv.Kerk, maar wel in de Gereformeerde Kerken werd voorgelezen. Het herderlijk schrijven van de hervormden bevatte ook een oproep aan de Joden om zich te bekeren, de gereformeerden deden dit niet. De rijkscommissaris deed er alles aan om een kerkstrijd in Nederland te voorkomen. De kerken hadden nog nooit zich zo openlijk en principieel uitgesproken. Er waren wel hervormde predikanten die het weigerden voor te lezen. De gereformeerden waren veel actiever in het verzet. Van de 2000 hervormde predikanten werden er in de oorlog 136 gevangengenomen, van wie er 12 bezweken; ds. D.A. van den Bosch was het eerste slachtoffer. Bij de gereformeerden waren er ruim 800 predikanten, van wie er 196 werden gearresteerd en 20 omkwamen! Van de rooms-katholieken waren er 5000 geestelijken, 400 gearresteerden en 40 omgekomenen.

Hugo Visscher en het Convent van Kerken
De oprichter van de Gereformeerde Bond, Hugo Visscher, pleitte voor een NSB-regering en voor opheffing van de hervormde synode. In lijdelijk-gereformeerde streken preekte men onderwerping aan Babel, men zag de Duitse inval als een oordeel van God over de zonden van Nederland. Toen in juli 1942 de massale Jodendeportaties via Westerbork begonnen, zond het Convent van Kerken een protesttelegram naar Seyss Inquart. De tekst ervan zou in een kanselafkondiging worden gepubliceerd. De hervormde synode bezweek weer onder de druk en liet het niet voorlezen, de rooms-katholieken wel.

Schoolstrijd en J. Overduin
De Duitsers troffen in Nederland tot hun verbazing een schoolsysteem aan, dat voor 2/3 uit christelijke scholen bestond. Een nieuwe schoolstrijd ontbrandde toen de Duitsers het christelijk onderwijs aan banden wilden leggen. De scholen van de Gereformeerde Gemeenten deden niet mee met het schoolverzet. In Arnhem werd ds. J. Overduin, gereformeerd predikant, gearresteerd omdat hij op de preekstoel anti-Duits was geweest. Op de christelijke school aldaar waren pro-Duitse leraren. Gevolg was gelijkschakeling van het onderwijs, zoals de Duitsers dat wilden, maar dit liep uit op een fiasco; in Arnhem weigerden de gereformeerde ouders hun kinderen langer naar zo’n school te doen; zo moest die school gesloten worden. De vijand heeft daarom afgezien van verdere gelijkschakeling (‘Van Arnhem begint de victorie!’). Via Amersfoort is Overduin tenslotte in concentratiekamp Dachau terechtgekomen. Hij schreef na de oorlog het boek Hel en hemel van Dachau.

Hervormden worden één, gereformeerden scheuren
Rechtzinnig (Gravemeyer) en vrijzinnig (Banning) onmoetten elkaar, onder druk van de bezetting. De Ned.Herv.Kerk, de verlamde richtingenkerk, gehavende volkskerk, groeide in de oorlog naar meer eenheid en herstel toe. Tegelijkertijd kwam het in de Gereformeerde Kerken, principiële eenheidskerk, gemotiveerde afscheidingskerk, in 1944 tot een enorme breuk: de Vrijmaking. Klaas Schilder, hoofdpersoon in deze kerkstrijd, had een schrijfverbod van de Duitsers gekregen en dook onder. Van beide kanten werd gevraagd de strijd pas na de oorlog voort te zetten, maar het ging maar door. In juli 1944 gaven de Duitsers Schilder zijn vrijheid terug, om de gereformeerden tegen elkaar uit te spelen! Schilders eerste publieke optreden na zijn onderduikperiode was de voorlezing van de Acte van Vrijmaking of Wederkeer in de Lutherse Kerk te Den Haag (11 augustus 1944).

DE SOVJET-UNIE – Tijden van verkoeling
Stalin had na de Duitse inval de steun van de kerk weer bitter hard nodig. Hij schorste daarom alle antigodsdienstige propaganda. Zo bracht – na zuivering en vervolging – de oorlog verademing voor de kerk. Er kon zelfs weer een priesteropleiding worden gesticht. Antireligieuze bladen verschenen niet meer wegens papiergebrek. De Bond van Goddelozen werd geschorst. Vijftig kloosters en 20.000 kerken gingen weer open!

HET EINDE VAN DE OORLOG NADERT – Aanslagen op Hitler
Al vóór de oorlog is geprobeerd Hitler te vermoorden. Na het keerpunt in de oorlog (El Alamein, Stalingrad) volgden twee nieuwe aanslagen (maart 1943). Bonhoeffer was één van de samenzweerders. Hij werd opgepakt. In de gevangenis schreef Bonhoeffer stukken voor een boek over ethiek en brieven naar zijn geliefden, die later zijn uitgegeven onder de titel Verzet en Overgave. In zijn brieven duikt het thema op van de niet-religieuze interpretatie van de Bijbel, in verband met de mondigheid van de moderne mens. Hij kreeg in de gevangenis steeds meer kritiek op zijn leermeester Karl Barth. God is in de wereld volgens hem machteloos, Hij lijdt mee.

Bonhoeffer één van de velen
Er is een merkwaardige gespletenheid bij Bonhoeffer tussen zijn geloofsleven en zijn theologie. Hij bleef zijn piëtistische liederen zingen tot het eind. Zijn brieven hebben een enorme uitwerking gekregen in de naoorlogse theologie (de God-is-dood-theologie). Met Bonhoeffer zijn tussen 1944 en 1945 ongeveer 5000 verzetsmensen in Duitsland omgebracht. Verschillenden van hen hadden een christelijke levensovertuiging, bijvoorbeeld de leider van de mislukte aanslagen op Hitler, Goerdeler; hij worstelde met de Godsregering.

Overal gebeden
Montgomery zei bij El Alemein tot zijn soldaten, toen de oorlog op een kritiek moment aanbeland was: ‘Het zal een keerpunt in de oorlog zijn. Laat ons allen bidden, dat de Heere, Die machtig is in de strijd, ons de overwinning zal schenken.’ Montgomery, predikantszoon, citeerde de Bijbel op dit historische ogenblik. Er werd op D-Day, 6 juni 1944, ook overal gebeden. Zo werd het Onze Vader gebeden voordat de mannen in de kleine landingsboten gingen. Eisenhower noemde later het slagen van de invasie het duidelijkste ‘Godsbewijs’ in zijn leven. Bij de ondertekening van de capitulatie van Japan op 2 september 1945 zei generaal MacArthur: ‘De volslagen vernietigingskracht van de oorlog wist nu voor de toekomst dit alternatief uit. Als wij thans geen groter en billijker stelsel ontwerpen staat de ondergang voor de deur. Het vraagstuk is in de grond een vraagstuk van theologisch aard.’

OVERIGE – De Jodenvervolging
In Auschwitz speelde een orkest van een honderdtal bewoners om de kreten te overschreeuwen van de kindertransporten. Kinderen werden niet vergast, maar levend verbrand, omdat er een gaskamer buiten werking was. ‘Toen één van de SS-ers wat medelijden had met de kinderen, nam hij het kind, sloeg het met het hoofd tegen een steen, voordat hij het op de stapel brandend hout gooide, zodat het zijn bewustheid verloor. Maar gewoonlijk gooiden ze de kinderen zomaar op de brandstapel.’ Paus Pius XII zweeg over de moord op miljoenen Joden. In de loop van de tijd vroeg de paus wel aan de kloosters in Italië om aan Joden een schuilplaats te bieden. Volgens sommige historici was het zwijgen van de paus terecht, in verband met represaillemaatregelen. In Nederland, zo zeggen ze, waar de kerken het duidelijkst protesteerden hadden de Joden het meest te lijden!

Overige
– Roosevelt had zijn land beloofd uit de oorlog te blijven. De invloedrijke theoloog Reinhold Niebuhr was verontwaardigd over dit kortzichtige pacifisme.
– Het zijn duidelijk de oorlogservaringen geweest, waardoor de kerken het vooroorlogse woord ‘Jodenzending’ hebben laten vallen; als psychologisch kwetsend maar ook als theologisch onjuist: omdat Joden geen heidenen zijn, maar het oude ‘verbondsvolk’.
– 6 van de 10 miljoen Europese Joden kwamen om.
– In Japan was Kagawa een christen die kritisch was tegenover de Japanse agressie. Hij zou na de oorlog de eens vergoddelijkte keizer voorlezen uit het Nieuwe Testament: ‘Wie van u groot wil zijn, moet aller dienaar worden’.

Koude Oorlog
WEST-EUROPA – De Duitse kerk gereorganiseerd
Na de Duitse nederlaag werd de Evangelisch-Lutherse Kerk in Duitsland gereorganiseerd: de Deutsche Christen werden verwijderd, de mannen van de Bekennende Kirche kwamen in de leiding; de gecentraliseerde staatskerk uit de nazi-tijd werd veroordeeld en vervangen door een federatie van landskerken. Niemöller preekte in 1945 op de eerste kerkvergadering over Jer. 14:7-11 ‘…Al getuigen onze ongerechtigheden tegen ons, Heere, doe het om Uws Naams wil…’ Hij sprak over het ontzaglijke leed dat andere landen was aangedaan. Men besloot zich aan te sluiten bij de Wereldraad. Hoewel de kerkleiders de volledige schuld op zich namen, werden er geluiden gehoord dat men niet weer een ‘Versailles’ wilde meemaken; er waren er die de schuld bij een klein aantal kwaaddoeners wilde leggen.

Cullmann’s heilshistorische theologie
Door de Tweede Wereldoorlog gingen de theologen zich voor het eerst verdiepen in de geschiedenis – als theologisch probleem. Zo was er een Cullmann die in 1946 het boek Christus en de Tijd liet verschijnen. Hij rekende hierin af met de existentie-theologie van Bultmann. Volgens Cullmann is de eeuwigheid gewoon het verlengde van de tijd. De geschiedopvatting is lineair. In Christus is het komende Rijk in principe al gekomen. Cullmann vergelijkt het met D-Day, die voorbode was van Victory-day. Zijn theologie is als heilshistorisch te typeren. Cullmann rekende af met de onhistorische existentialistische theologie.

Tillich en de heersende angst
Na de oorlog groeide de invloed van Bultmann. Daarnaast kwam Tillich naar voren. Paul Tillich vond dat theologie antwoord moest geven op de existentiële vragen van de moderne mens: zijn angst voor de dood, zijn vertwijfeling aan de zin van het bestaan, zijn vervreemding van zichzelf en God. Tillich’s invloed was groot in Amerika en Europa. Het was de tijd van de Koude Oorlog, de angst voor een atoomoorlog.

Politieke kaart in Nederland na de oorlog
Gebrandy zei in 1939 na de val van Colijn: ‘Nou motten ze eindelijk eens een paar van die rooie kerels in een nieuw kabinet stoppen.’ Het gebeurde: twee socialisten kwamen in een ‘burgerlijke’ regering: het kabinet-De Geer. Gerbrandy trad zelf ook toe, maar als dissident: zijn partij, de ARP, deed niet mee. De meeste vooroorlogse partijen keerden na de oorlog terug. Sommige onder een andere naam. De liberale en rooms-katholieke partijen noemden zich nu ‘volkspartijen’. De PvdA ontstond. De voorzitter werd een hervormd predikant: dr. W. Banning. Niet de PvdA, met kerkelijke kopstukken als aanhangers, maar de KVP won de eerste verkiezingen. Er kwam een rooms-rood kabinet. Drees leidde deze coalitie tien jaar lang: 1948-1958. Onder hem groeide de PvdA uit tot de grootste partij. Er kwamen sociale verzekeringen ‘van de wieg tot het graf’. Met name de ARP voerde oppositie tegen de Indië-politiek. In 1954 waarschuwden de bisschoppen voor het socialisme. In de loop van de jaren koos maar liefst 60 procent van deze kerk voor de PvdA. De rooms-rode coalitie brak in 1958. De confessionele partijen hadden steeds meer moeite met de groeiende staatsbemoeiing en belastingdruk. Ze gingen nu een coalitie aan met de VVD.

Europese samenwerking
In 1948 werd in Den Haag een groot congres gehouden van Europese federalisten. Ook Churchill was aanwezig. Er moest een soort Verenigde Staten van Europa worden opgebouwd, zo zei Churchill; daarom moesten Frankrijk en Duitsland elkaars partners worden naar zijn mening. In West-Duitsland ging het snel. Hier ontstond een ‘Wirtschaftswunder’. De achterstand werd snel omgebogen in een voorsprong. Maar hierdoor voelde Frankrijk zich bedreigd. Toen kwam Schuman met een plan: de productie van kolen en staal onder supranationaal toezicht brengen. Zo ontstond de eerste voorloper van de Europese Unie. Het begon met Frankrijk, Duitsland, Italië en de Benelux. Een nationalisme herleefde vooral in Frankrijk onder De Gaulle. Hij sprak zijn veto uit over toetreding van Engeland tot het Europese samenwerkingsverband. Frankrijk sloot met Duitsland een vriendschapsverdrag (1963). De Gaulle omhelsde Adenauer! ‘Klein Europa’ zoals het toen nog, slechts 6 lidmaten tellende samenwerkingsverband werd genoemd, was voornamelijk rooms-katholiek. De ontkerstening was inmiddels wel losgebroken.

Oecumene: het begon in Amsterdam
De Koude Oorlog vertraagde de oecumene. Anderzijds droeg de oorlog er juist toe bij: in die bange dagen verdubbelde het aantal aspirant-leden. De oprichtingsvergadering vond plaats in 1948 in Amsterdam. De basis was ‘Jezus Christus als God en Heiland’. De basis wilde niemand uitsluiten, ook niet hen die de drie-eenheid verwerpen. Russische en andere orthodoxe kerken deden niet mee; zij mochten niet van Stalin! Ze wantrouwden de Wereldraad als instrument van Westers imperialisme. Karl Barth hield de hoofdrede. Hij noemde zich een oecumenische bekeerling. Een verklaard tegenstander van de Wereldraad was de ICCC, de International Council of Christian Churches (63 kerken uit 29 landen) onder leiding van McIntyre, behorend tot de fundamentalists in Amerika.

Karl Barth: anticommunisme erger dan communisme
Barth verzette zich niet tegen het communisme zoals hij dat tegen het nationaal-socialisme gedaan had. Brunner verweet hem dat. In een lezing in Bern over De kerk tussen Oost en West verklaarde Barth dat het conflict tussen Oost en West een strijd is om de macht, waartegen wij nee moeten zeggen. We moeten een andere, een derde, een eigen weg gaan als christenen. Deze lezing riep een storm van verontwaardiging op. Barth vond het anticommunisme erger dan het communisme zelf! Barth’s houding werd mede bepaald door zijn teleurstelling over het na-oorlogse Duitsland. Hij had gehoopt op concrete schuldbelijdenis en echte vernieuwing. Maar overal proefde hij de wil tot restauratie van het oude.

Tweede Vaticaanse Concilie: onverwachts en progressief
In het ‘heilige jaar’ 1950 kondigde de paus de hemelvaart van Maria af als dogma voor de kerk: de eerste ex-cathedra-uitspraak sinds 1870, dus onfeilbaar. De Wereldraad pleitte voor godsdienstvrijheid in rooms-katholieke landen, met name in Spanje en Colombia en dat zag men in de rooms-katholieke kerk als een aanval. In 1958 stierf paus Pius XII. Johannes XXIII werd tegen ieder verwachting in de nieuwe paus. Hij besloot onverwacht een tweede Vaticaans Concilie bijeen te roepen. Dat concilie moest volgens hem ‘aggiornamento’ bewerken: aanpassing van de kerk aan het moderne levensgevoel. Ook wilde hij eenheid onder christenen, ook van ‘gescheiden broeders’ en nodigde zelfs honderd waarnemers uit voor het concilie. De meerderheid van de concilievaders bleek progressief: vooral de kardinalen uit West-Europa, die het protestantisme van nabij kenden. Na de eerste vier zittingen stierf Johannes.

Totale klimaatverandering
Zijn opvolger, Paulus VI, ontzag de conservatieve krachten meer. Tijdens de derde zitting (1964) werd van hogerhand gelast de progressieve verklaringen over de Joden en over de godsdienstvrijheid te herzien, wat velen schokte (uiteindelijk heeft het concilie toch het antisemitisme veroordeeld). In de liturgie werd de volkstaal toegestaan en de prediking gestimuleerd. De priester stond bij de mis niet meer met de rug naar de gemeente toe. De leken mochten nu ook van de wijn drinken. Het klimaat in de kerk veranderde totaal. Maar de leer niet! Er kwam dialoog met andere kerken. Vanaf 1968 zou de rooms-katholieke kerk meedoen in de afdeling ‘Faith and Order’ van de Wereldraad. De ban over de oosters-orthodoxen werd opgeheven. Het communisme werd niet veroordeeld (wél het atheïsme) om de dialoog met de landen achter het IJzeren Gordijn niet onmogelijk te maken.

Küng en Schillebeeckx
Sinds het concilie verscheen een internationaal tijdschrift, Concilium, als vrijplaats voor progressieve theologen als Küng en Schillebeeckx. Eerstgenoemde beweerde dat de rechtvaardigingsleer van de protestantse Barth zakelijk overeenstemde met die van zijn kerk. Hij zag de noodzaak in van hervormingen in zijn kerk. Het Nieuwe Testament was volgens hem normatief. Volgens Schillebeeckx waren de jaren zeventig het ‘grote alarm’ over onze welvaart.

Scheuring Oost- en West-Duitse kerk
Toen de Bondsrepubliek Duitsland bij de NAVO kwam, kreeg het land weer een leger. De dienstplicht werd ingevoerd, er kwamen legerpredikanten. Maar de DDR-regering wilde nu niets meer met de ‘Navokerk’ te maken hebben, die met de BRD een verdrag had gesloten over de kwestie van de legerpredikanten. Het Oost-Duitse deel van de kerk distantieerde zich van het verdrag en de breuk was een feit. Gezamenlijk kerkendagen waren vanaf nu niet meer mogelijk. In Oost-Europa moest godsdienst privé-zaak zijn; de kerk mocht niet meer naar buiten treden in de samenleving. De kerk in de DDR behield haar vrije ambtelijke vergaderingen (intern dus), maar ook haar aloude inwendige zending (500 christelijke tehuizen, 52 evangelische ziekenhuizen). Het Russische model inzake kerk en stat was hier dus feitelijk mislukt. Het gewone kerkvolk moest niets hebben van het communisme, maar er zat niets anders op.

Barths’ Open Brief
Karl Barth publiceerde in 1959 een Open Brief. Volgens Barth is het communisme de briesende leeuw uit 1 Petrus 5:8 voorzover hij de gemeente tot praktische goddeloosheid weet te verleiden, maar het Evangelie is voor het Westen net zo pijnlijk als voor het Oosten. Tegenover het totalitarisme van het Oosten staat het verborgen totalitarisme van het Westen: dáár de almachtige partij, propaganda en politiek, hier de net zo almachtige pers, privé-economie, protserie en publieke opinie. Barth raadde de kerk in de DDR aan het nieuwe regime te accepteren zónder haar ideologie en praktijken.

Kerkleiders tegen het conservatisme
Niemöller keerde zich fel tegen de herbewapening van de BRD. De mannen van de vroegere Belijdende Kerk kritiseerden de politiek van de CDU en Adenauer. Barth stond ook in dit kritische kamp. Zijn invloed in het naoorlogse Duitsland was duidelijk verminderd. De invloed van Bultmann was enorm. Barth verweet het Duitse lutheranisme confessioneel romanticisme en politiek conservatisme. De opvolger van Barth in Bonn was Gollwitzer. Eerst moest hij niets hebben van het communisme. Hij schreef: ‘Kunnen christenen communisten zijn? Neen!’ Hij werd echter steeds kritischer tegen het Westerse kapitalisme en tegen Amerika met zijn Vietnamoorlog. Nu, tien jaar later, verklaarde hij: ‘Moeten christenen socialist zijn? Ja!’ Hij verweet het kapitalisme prestatiedwang en uitbuiting. Maar tegenover Sölle zou hij de klassieke plaatsvervanging wel verdedigen.

Scheiding Oost- en West-Berlijn en Ernst Bloch
De massale uittocht naar het Westen, funest voor de DDR, moest ophouden. Vluchten werd onmogelijk gemaakt. Er kwam een muur dwars door Berlijn heen (1961). Samen synode houden tussen Oost- en West-Duitsland was dus ook niet meer mogelijk. In 1968 besloot de regionale synode Oost tot een eigen kerkverband: de Bond van Evangelische Kerken in de DDR. Grondslag werd de Barmen Thesen. De geestelijke verbondenheid met de hele lutherse christenheid in Duitsland werd daarbij uitdrukkelijk uitgesproken. Toen de muur werd gebouwd, vluchtte Ernst Bloch naar het Westen. Zijn boek Das Prinzip Hoffnung was neo-marxistisch. In Amerika schreef hij tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn boek over de hoop. Bloch bestrijdt dat de toekomst door wetten wordt bepaald, zoals het marxisme zegt; de toekomst ligt nog open volgens hem. Hij erkent in de godsdiensten een waarheidselement: de hoop, de droom, de utopie. Hij blijft Jood en atheïst.

Moltmann en Sölle
Jürgen Moltmann las het boek van Bloch en werd erdoor getroffen. Hij, hoogleraar te Wuppertal, leerling van Barth, schreef in 1964 zijn Theologie van de hoop. Evenals de marxist gaat het de christen om de toekomst. De kerk moet veranderen in een exodus-gemeente. God is niet metafysisch, maar de God van de geschiedenis. Het fundament van de hoop is kruis en opstanding van Christus. Moltmann bestreed de restauratietheologie van de CDU. Dorothée Sölle noemde in 1965 niet-gelovigen die naastenliefde betrachten ook Gods medewerkers, op grond van Matth. 25: de ‘latente kerk’. De klassieke plaatsbekleding van Christus verwierp zij; ze stelde daar een eigen ontworpen vorm van plaatsbekleding tegenover. Ze geloofde in de veranderbaarheid van de wereld. ‘Waar het gaat om het scherpen van ons geweten hebben wij veel meer kunnen leren van onze socialistische broeders dan van onze theologische vaders’. Na een echtscheiding zou Sölle wel weer over haar religieuze ervaring gaan schrijven. Tegenover deze dwaalleer ontstond een confessionele tegenbeweging: ‘Kein anderers Evangelium’. De Evangelische Kerk van West-Duitsland herbergde de drie politieke partijen. In de synode zaten vaak ex-ministers van CDU, SPD en FPD.

Ontkerkelijking Oost-Duitsland
In Oost-Duitsland was het percentage onkerkelijkheid van 8 procent in 1952 gestegen naar 50 procent in 1978. De indoctrinatie van de jeugd en officieuze discriminatie van christenjongeren gingen door. Theologen mochten als enigen het land verlaten! In 1979 werd het militaire onderwijs in de DDR ingevoerd. De kerkelijke leiding vroeg dringend hiervan af te zien, maar het hielp niet.

Nieuwe paus een Pool
De nieuwe pauskeuze in 1978 was een grote verrassing. Het was sinds jaren geen Italiaan, maar een Pool: Johannes Paulus II (Karol Józef Wojtyła). Het enthousiasme in Polen kende geen grenzen! Voor het eerst een paus uit het Oostblok! De Poolse katholieken waren traditioneel-rooms. De nieuwe paus wijdde de wereld aan Maria. Maar hij hergaf ook zijn volk het zelfvertrouwen. Er werd een vrije vakbond opgericht in 1980. Deze vakbond werd tot ieders verbazing erkend door de regering. De vakbond ging zich ook met de politiek bemoeien; dat werd noodlottig. Er kwam een meer pro-Russiche regering die de vakbond buiten de wet stelde.

Overige
– Miskotte preekte na de bevrijding in de Nieuwe Kerk in Amsterdam over Ps. 92 ‘Want zie! Uw vijanden, o Heere, zullen vergaan…’
– Franse priesters ontdekten in de oorlog dat Frankrijk voor 2/3 ontkerstend was. Er ontstond de meer oecumenische ‘nieuwe theologie’.

ACHTER HET IJZEREN GORDIJN – Begin Koude Oorlog
Oost-Europa kwam onder Russisch-communistische overheersing – met toestemming van het Westen! Churchill vertrouwde Stalin niet; daarom had een Engels leger Griekenland al bevrijd. Maar Roosevelt wilde Stalin wel vertrouwen: hij wilde vrienden zijn. Vlak voor Jalta beriep hij zich daarbij op de geschiedenis: Amerika en Rusland hadden nooit conflicten gehad; ze waren beide ook van koloniale smetten vrij. Spoedig werd Stalin’s ware aard zichtbaar: er kwam een veiligheidsgordel in Oost-Europa. Al deze landen werden tussen 1947 en 1948 gesovjetiseerd. Toen ook in Griekenland linkse opstanden plaatsvonden voerde Amerika de Truman-doctrine in, een wending in de Amerikaanse politiek: president Truman beloofde alle vrije volken te helpen tegen terreur van een minderheid. Berlijn werd het dieptepunt in het begin van de Koude Oorlog: er moest een luchtbrug komen om West-Berlijn te helpen. De NAVO werd opgericht met het doel dat het communisme ingeperkt moest worden: containment-politiek.

Enkele Oost-Europese landen
– In 1948 vond er een communistische staatsgreep plaats in Tsjecho-Slowakije. Dat was schokkend, want het was een land met een Westerse traditie. Het was een overwegend rooms-katholiek land. Ze verloor op den duur al haar bisschoppen. De protestanten vormden een minderheid van 14 procent. In deze kerk stonden velen eerst positief tegenover het communisme als maatschappelijk systeem.
– Anders dan in Oost-Europa had Oost-Duitsland een protestantse volkskerk. Hier lag immers de bakermat van het protestantisme (Wittenberg). Het deel van Duitsland met alle ‘Lutherplaatsen’ kwam achter het ijzeren gordijn te liggen, hoewel het door Amerikanen werd bevrijd; echter, het werd geruild voor West-Berlijn! De Evangelische Kerk was door de kerkstrijd in de nazi-tijd herleefd en zei nu ook ‘nee’ tegen het communisme. De kerk accepteerde niet een tweedeling van Duitsland.
– Hongarije was voor de meerderheid rooms-katholiek. Die kerk bepaalde dat men geen lid mocht worden van de communistische partij. Heel anders reageerde de gereformeerde of hervormde kerk van Hongarije. Hier werd het communisme het eerst geconfronteerd met het calvinisme! Deze kerk accepteerde de agrarische hervorming en aanvaardde de nederlaag en de Russische bezetting als een gericht van God. Het was Jer. 29 waarmee men zich verdedigde: ‘Zoekt de vrede voor de stad waarheen Ik u in ballingschap heb doen wegvoeren en bidt voor haar tot de Heere, want in haar vrede zal uw vrede gelegen zijn.’
– In Polen kreeg het communisme te maken met de grootste en sterkste rooms-katholieke kerk.

Pact van Warschau
Toen in 1955 de Bondsrepubliek Duitsland werd opgenomen in de NAVO antwoordde de Sovjet-Unie met het Pact van Warschau: een militair verdrag ter beveiliging van de Sovjet-Unie en zijn satellietstaten. De DDR werd hierin ook opgenomen. De verdeling van Duitsland was nu onherroepelijk geworden. Stalin had in 1952 nog een herenigd-neutraal Duitsland voorgesteld.

Destalinisatie, maar niet te vroeg gejuicht…
Stalin was juist van plan de Joden naar Siberië te deporteren, maar stuitte daarbij op zoveel verzet van zijn medewerkers dat hij van woede een hartaanval kreeg en stierf. Na Stalin’s dood in 1953 kwam Oost-Berlijn in opstand. De Russen sloegen de opstand neer. Een massale uittocht naar het Westen was het gevolg. In 10 jaar tijd waren er zo 3 miljoen Berlijners vertrokken. De meeste gevangenen kregen na Stalin’s dood amnestie. Uit de concentratiekampen keerden ook veel christenen terug. Uit de machtsstrijd in het Kremlin kwam de stalinist Chroesjtsjov tenslotte naar voren als winnaar. En juist hij lanceerde zijn destalinisatie-program. Het partijcongres van 1956 sloot hij af met een felle aanklacht tegen de terreur onder Stalin. Zijn hoorders en hij konden hierbij hun emoties niet meer de baas. Hij pleitte ook voor een vreedzame coëxistentie met het Westen. Deze (geheime) rede lekte spoedig uit: eerst in Polen, daarna in Hongarije.

Hongaarse Opstand
In dat laatste land kwam er een sponante massabetoging en eiste men wederopneming van Nagy, die eerder was uitgerangeerd door de stalinisten, in de regering. Dat mocht, maar toen Nagy als minister-president Hongarije neutraal, dus niet langer lid van het Pact van Warschau, verklaarde, kwamen de Russische tanks. De opstand werd neergeslagen. De Westerse volken leefden intens mee, maar stonden machteloos. Welke rol speelde de collaborerende kerk in de revolutie? Sommigen zeggen dat de kerk geen enkele rol speelde, maar anderen beweren dat de kerk de opstand juist heeft aangestookt. De Wereldraad begroette de opstand met vreugde. Het Hongaarse drama doorkruiste echter de oecumene. De juist afgesproken ontmoeting tussen Wereldraad en de Russisch-Orthodoxe Kerk kon voorlopig niet doorgaan. Dit gebeurde pas twee jaar later: in Utrecht.

Wereldraad door Chroesjtsjov monddood gemaakt
In New Delhi 1961 werden de Oosters-orthodoxe kerken van de Sovjet-Unie, Roemenië, Bulgarije en Polen officieel toegelaten als lid. Ondanks de Koude Oorlog stemden ook de meeste Amerikaanse kerken voor. In de basisformule moest wel expliciet de drie-eenheid van God worden opgenomen. Russische afgevaardigden werden zichtbaar geschaduwd. Wat bewoog het Kremlin? Chroesjtsjov wilde de kerken toestemming geven tot deelname om de Wereldraad te beïnvloeden en monddood te maken! In New Delhi waren ook voor het eerst waarnemers van de rooms-katholieke kerk.

Een martelaar van de ondergrondse kerk: Wurmbrandt
Gold Chroesjtsjov’s destalinisatie ook voor de kerken? Het leek erop. De kerken profiteerden van de ‘dooi’. Oecumenische contacten konden worden aangeknoopt. Maar wat gebeurde er intussen achter het IJzeren Gordijn? Pas in de loop van de jaren 60 kwamen hierover berichten binnen in het Westen. Toen de Roemeense predikant Wurmbrandt uit de gevangenis kwam, beschuldigde hij de officiële kerken van het Oostblok zonder meer van collaboratie met de communistische regimes. De ware kerk is volgens hem de ‘ondergrondse kerk’: illegaal, vervolgd, onder het kruis. Hij toonde een Amerikaanse senaatscommissie de sporen van marteling van zijn eigen lichaam. Hij toornde tegen de Wereldraad van Kerken die het houdt met de collaborateurs, en bevestigde de kritiek van de ICCC. Maar het bleek dat deze Wurmbrandt een ex-communist was en in die hoedanigheid misschien wel was gevangen gezet (als verrader!) en zwaar was mishandeld. In ieder geval was het zo dat door hem velen voor het eerst van de vervolgde kerk hoorden. Zijn martelaarschap maakte diepe indruk.

Toch weer godsdienstbeperking
Toen Chroesjtsjov alleenheerser was geworden (1959) begon hij met een nieuw soort vervolging: niet bloedig meer, maar administratief. In plaatselijke kerkbesturen kwamen communisten, die wanbeheer constateerden. Zodoende werden er rond 1960 van de 20.000 Russisch-orthodoxe kerken 9.000 gesloten. Ook veel kloosters en seminaries moesten dicht. Schoolkinderen mochten niet naar de kerk, de doop van jongeren tussen 18 en 30 jaar moest tot een minimum worden beperkt. Blijkbaar was Chroesjtsjov geschrokken van de groei van de kerken sinds zijn destalinisatie. Dát was de bedoeling niet!

Vooral de baptisten moesten het ontgelden
Er kwam nu tweespalt onder de baptisten. Voor een deel was evangelisatie prijsgeven gelijk aan het Evangelie zelf prijsgeven. Hun groep was ook strenger in levensstijl: geen televisie of bezoek aan de schouwburg. Sommigen beklemtoonden de vrije wil van de mens, anderen de vrije genade van God. Het wekt ons verbazing dat een zo machtig land als de Sovjet-Unie tegen zo’n klein groepje gelovigen zo fel en met zoveel hartstocht optrad. Blijkbaar was het voor het Kremlin een principiële zaak: godsdienstvrijheid is vrijheid en dat strijd met het systeem.

Een fout van Chroesjtsjov
Een kostbare fout maakte Chroesjtsjov: Solzjenitsyn, die een boek had geschreven over het kampleven in Stalins tijd, werd gebruikt voor de destalinisatiecampagne van Chroesjtsjov. Deze man werd steeds kritischer; Stalins kampen waren wel leger geworden (van 12 tot 2 miljoen), maar nog niet dicht! Ook riep hij de hoge geestelijkheid te leven als de eerste christenen, die voor de leeuwen werden geworpen, terwijl zíj alleen comfort zouden behoeven te verliezen.

De Praagse lente en Charta ‘77
In Tsjecho-Slowakije begonnen in 1968 schrijvers kritiek te uiten op de onvrijheid in het land. Dubcek wilde een ‘socialisme met een menselijk gezicht’. Voor het eerst verklaarde een communistische partij zich voor vrijheid van meningsuiting. De ‘Praagse lente’ was aangebroken. Echter, in augustus werd het land bezet door troepen van het Warschau-pact. Brezjnev achtte het socialisme in gevaar. De communistische partij besloot in 1976 het ‘normalisatieproces’ af te sluiten; Dubcek-aanhangers zouden niet meer worden gestraft met achteruitzetting. Juist toen verscheen Charta ’77: een protest tegen machtswillekeur en een pleidooi voor vrijheid en recht.

Er zijn slechtere tijden geweest
Op de conferentie van Helsinki 1975, waar Oost, West en neutraal elkaar ontmoetten, accepteerden de Westerse landen de naoorlogse grenzen (een Russische wens), maar werd afgesproken tot een vrijer verkeer van personen en informatie en eerbiediging van de rechten van de mens en zijn vrijheden. Dit was duidelijk een wens van het Westen. De Wereldraad zweeg vanaf Uppsala 1968 over het Oostblok. Op de vergaderingen brengen Westerse kerken wél kritiek op het Westen in, maar Oosterse kerken geen kritiek op het Oosten.

Billy Graham bezoekt het Oostblok
Billy Graham werd vanaf 1977 uitgenodigd door de kerken in Oost-Europese landen. Hij hield evangelisatiecampagnes achter het IJzeren Gordijn. Nu sprak hij ook zijn verontrusting uit over de wapenwedloop. Hij constateerde dat er vrijheid voor het Evangelie in het Oostblok was; hij zweeg over de niet-geregistreerde en dus vervolgde medebaptisten in de Sovjet-Unie. In antwoord op zijn critici zei hij: ‘Predik het Evangelie aan de gehele wereld’, en dus niet alleen aan de kapitalistische wereld. Zijn prediking bleef wel net zo a-politiek als vroeger.

Overige
Men moet bedenken dat de Russische geschiedenis noch Reformatie noch Verlichting heeft gehad!

DE VERENIGDE STATEN – Korea-oorlog: MacArthur en Dulles
Amerika erkende de nieuwe regering van China niet, door de Korea-oorlog. Toen generaal MacArthur Zuid-Korea bevrijdde en ook Noord-Korea bezette, greep China in. De Chinezen rukten snel op en bezetten zelfs Seoul. Toen wilde MacArthur de Chinese toegangswegen bombarderen. Er dreigde een Derde Wereldoorlog (1951). Truman greep in en ontsloeg de generaal. Bijna 10 procent van de Zuid-Koreaanse bevolking was christen. De Amerikaanse zending richtte zich vanaf 1953 op dit land. Hierdoor nam het aantal christenen snel toe. John Foster Dulles, Amerika’s minister van Buitenlandse Zaken onder Eisenhower, was vurig anticommunist (hij pleitte een roll back van het IJzeren Gordijn; de containment ging niet ver genoeg). Hij was predikantszoon en wilde eerst zelf ook predikant worden. Voor Dulles’ puriteinse moraal was voortzetting van de Koude Oorlog heilige plicht. Hij wist de oorlog als goed diplomaat te beëindigen. De Korea-oorlog had 4 miljoen doden gekost.

Truman’s Bergrede-idaal
In 1951 wilde president Truman de leiders van alle kerken ter wereld naar Washington roepen voor een gezamenlijke verklaring over vrede en verzet tegen het communisme. Maar de Wereldraad wilde geen kruistocht. Truman was razend: ‘De kerken konden niet samen verklaren dat hun Verlosser bron is van hun kracht tegen de heerscharen van goddeloosheid en gevaar voor de wereld.’ Truman, zelf een trouw kerkganger (baptist), vond dat Amerika’s politie gebaseerd was op de Bergrede. In deze tijd kwam evangelist Billy Graham op.

Cuba-crisis en Kennedy’s geloof
In 1962 was er de Cuba-crisis. Aanleiding hiervan was de revolutie onder leiding van Fidel Castro in Cuba in 1961. Hij riep de marxistische republiek uit. Een poging van Amerika tot een tegenrevolutie mislukte. Rusland bood Cuba nu wapens aan, wat Castro dankbaar aanvaardde. Rusland had de derde wereld ontdekt! In 1962 ontdekte de Amerikaanse inlichtingendienst dat de Sovjet-Unie bezig was raketbases op Cuba op te richten, van waaruit Amerika van dichtbij nucleair kon worden bedreigd. President Kennedy hield voet bij stuk en samen met Chroesjtsjov kwamen ze eruit. De wereld hield zijn adem in. De Wereldraad van Kerken was tegen Kennedy. Herhaaldelijk had deze uitdrukking gegeven aan zijn bezorgdheid en spijt, als regeringen eenzijdige militaire acties ondernamen tegen andere regeringen. Kennedy was de eerste rooms-katholieke president van Amerika. Hij beleed openbaar zijn geloof in de Heilige Schrift. Zijn lievelingstekst was uit Prediker: ‘Alles heeft zijn bestemde tijd. Een tijd om geboren te worden, een tijd om te sterven. Een tijd van oorlog en een tijd van vrede.’ Door zijn dood kon hij de rede niet meer uitspreken die zo eindigde: ‘Wij zijn wachters op de muren van de wereldvrijheid. Zo de Heere de stad niet bewaakt, tevergeefs waken de wachters’ (Ps. 127).

Vietnamtrauma
In Vietnam doorkruiste de Koude Oorlog de dekolonisatie. Amerika ging Frankrijk stimuleren in de Vietnamoorlog. Terwijl Amerika anders altijd de onafhankelijkheidsstrijd van koloniën steunde, steunde het nu het moederland, wegens communistische dreiging. President Kennedy hielp Zuid-Vietnam, Noord-Vietnam hielp de Viet-Cong, die een guerrilla begon tegen het Nationaal Bevrijdingsfront in Zuid-Vietnam. In 1964 besloot president Johnson Noord-Vietnam te bombarderen; dit riep een storm van protest op. De grote Amerikaanse kranten keerden zich tegen Johnson. De Wereldraad van Kerken ook. In 1968 bracht een onverwachts communistisch offensief een ommekeer teweeg: Johnson staakte de bombardementen, en maakte bekend niet meer herkiesbaar te zijn. Een zeer opmerkelijke stap! Zijn opvolger Nixon kreeg de moeilijke taak Amerika zonder gezichtsverlies uit Vietnam te halen.

Dirty war
Deze ‘dirty war’ had al te veel mensenlevens en dollars gekost: 60.000 Amerikanen en 3.000.000 Vietnamezen kwamen om! Het wereldcommunisme bleek geen gesloten blok: er kwam tweespalt tussen Rusland en China en Nixon verzoende zich met Mao. Vanaf 1970 moedigde de Wereldraad van Kerken jonge Amerikanen aan om dienst te weigeren of te deserteren! In 1973 trok Amerika zich terug. Zuid-Vietnam werd prijsgegeven. In 1975 begon het Noorden zijn laatste aanval. Saigon viel. Intussen grepen ook in Laos en Cambodja de communisten naar de macht. De Wereldraad van Kerken, die voortdurend Amerika had bekritiseerd, zweeg nu bij de communistische agressie… Door het Vietnamtrauma wilden de Amerikanen ‘no more Vietnams’. Vandaar dat het verzet in de communistische landen Cambodja en Laos geen militaire steun van Amerika kregen. Ook in de Afrikaanse landen Mozambique en Ethiopië, die communistisch werden, kwam geen Amerikaanse interventie. President Reagan echter ging wel Afghanistan steunen toen Rusland het land in 1980 aanviel. Het werd een ‘heilige oorlog’, gesteund door de Amerikanen! Zo ook de contra’s in Nicaragua.

Wapenwedloop
In 1949 ontplofte de eerste Russische atoombom. Nu verloor Amerika het onaantastbare gevoel van veiligheid en besloot waterstofbommen te maken: in 1952 werd de eerste H-bom tot ontploffing gebracht. Een jaar later volgde Rusland! Dulles kondigde in 1954 de ‘massale vergelding’ (massive retaliation) af. Doel: afschrikking. Deze strategie werd in 1957 door de hele NAVO overgenomen. In 1957 werden er kernwapens in Europa geplaatst. Toen Frankrijk zich onder De Gaulle onttrok aan de NAVO, kwam er een wijziging in de strategie: ‘aangepast antwoord’ (flexible respons). Doel is nu: conflictbeheersing. Een beperkte atoomoorlog werd nu als mogelijkheid gezien. Doel is: balance of terror. Na de Cuba-crisis besloten beide grootmachten tot een verbod van kernproeven (1963), een non-proliferatie verdrag volgde van vijf kernwapenbezitters (1968/1969). Maar de wapenwedloop ging door.

Vredesbeweging
De synode van de Ned.Herv.Kerk sprak zich in 1962 unaniem uit tegen het gebruik van kernwapens. In 1967 werd het IKV opgericht: ‘Help de kernwapens de wereld uit, om te beginnen in Nederland’. De gereformeerde synode noemde de plaatsing van kruisraketten ‘uit den boze’. De rooms-katholieke bisschoppen konden het niet eens worden over een concrete uitspraak. Onder druk van de vredesbeweging besloot het kabinet van CDA en VVD tot uitstel van plaatsing, als enige NAVO-land. Bijna alle Amerikaanse kerken (de kerkleiding tenminste) stonden achter het verzet tegen de overmachtspolitiek van Reagan.

Einde Koude Oorlog
Gorbatsjov kwam in 1985 aan de macht. Hij was nog jong en keek vriendelijk. Hij sprak Engels en kende het Westen. Hij wilde het vastgeroeste Rusland gaan hervormen. Zelfs Reagan, die de Sovjet-Unie had betiteld als ‘het rijk van het kwaad’ kwam Gorbatsjov tegemoet. Gorbatsjov wilde glasnost (openheid; misstanden werden nu openlijk aan de kaak gesteld in de media) en perestroika (liberalisering, democratisering, hervorming). Maar Rusland bleef een politiestaat met de KGB die nog actief was. Men zegt dat Gorbatsjovs moeder christin is. (Dit boek gaat niet verder dan het jaar 1988; wij weten allemaal wat er een jaar later gebeurd is!)

CHINA – Communistische revolutie in China
In 1949 grepen de Chinese communisten naar de macht. Zo viel midden in de Koude Oorlog het grootste volk ter wereld in communistische handen. Het Westen was opnieuw geschokt. Hoe stond Mao tegenover religie? Als marxist vond hij godsdienst opium van het volk. Zijn regime kondigde wel godsdienstvrijheid af, mits men wilde gehoorzamen en meewerken. De rooms-katholieken werden zwaar vervolgd omdat ze niet wilden breken met Rome. De protestanten reageerden verschillend. De oude tegenstelling tussen modernisten en fundamentalisten kwam openbaar. Ook de zending werd aangepakt. Er waren in 1948 4000 zendelingen of missionarissen in China.

Zending onmogelijk gemaakt
Mao zag Amerikaanse zendelingen (2200) als staatsvijand nummer 1. Velen van hen werden gevangen gezet. Voortaan mochten de kerken alleen nog maar kerkdiensten houden; christelijke scholen, tehuizen voor blinden, doven en stommen, hospitalen, poliklinieken, sanatoria, leprozerieën, weeshuizen, bejaardenhuizen, uitgeverijen, drukkerijen, boekhandels, volksbibliotheken en radiostations werden geannexeerd door de overheid. De Drie-Zelf-Beweging kwam op; deze naam was ontleend aan de beroemde Westerse zendingsformule (zelfbestuur, zelfonderhoud en zelfverbreiding). Maar deze formule werd nu uitgelegd als verbreking van alle banden met buitenlandse kerken en aanpassing van het Evangelie aan de politiek van nieuw China. De fundamentalisten deden niet mee in deze beweging.

Postieve en negatieve plannen
Hoewel Mao in 1949 al aan de macht kwam, begon pas in 1953 het socialisme en in 1958 het communisme. Het nieuwe regime leverde onmiskenbare prestaties: (1) Er kwam voor het eerst effectief centraal gezag, een veel minder corrupt ambtenarenkorps en een gedisciplineerd leger. (2) Aan de inflatie kwam een eind, de munt werd gestabiliseerd. (3) De honger verdween. (4) Gezondheidszorg en onderwijs voor iedereen; analfabetisme grondig aangepakt. (5) Huwelijksdwang en kinderverkoop werden verboden. Tegenover deze winstpunten kwam er een verlies van geestelijke vrijheid: hersenspoeling, volksprocessen tegen grootgrondbezitters, geheime staatspolitie, indoctrinatie van de jeugd en propaganda via communicatiemiddelen.

China uit isolement
China kreeg 24.000 commune’s: eigenlijk ministaatjes. Een enorm prestigeverlies voor Mao was dat er toch weer honger kwam. In 1966 begon de ‘culturele revolutie’: een zuiveringscampagne. Mao werd nu vergoddelijkt en zijn ‘rode boekje’ werd het beslissende woord. Intussen zocht president Nixon contact met China. Zo kwam China in 1972 uit zijn isolement. Mao stierf in 1976. In 1978 ging de deur naar het Westen weer open. Nu kwam er ook nieuws over de Chinese christenen: was er na 30 jaar nog een kerk overgebleven?

Vervolgd, maar toch vermeerderd
De fundamentalists die niet meededen met de Driezelfkerk werden aangepakt. Toch waren er ook evangelicals bij de Driezelfkerk. In 1958, bij de ‘Grote Sprong Voorwaarts’, kreeg de kerk het nog moeilijker. Van de 65 kerken in Peking bleven er maar 4 open. De Culturele Revolutie van 1966 was tegen alle religies gericht: nu moest de Driezelfkerk het ook ontgelden. Men sloot overgebleven kerkgebouwen, verbrandde Bijbels, verbood theologische opleidingen en christelijke organisaties. Wie een Bijbel bezat werd gedood. Vanuit de Filippijnen werd in radio-uitzendingen de Bijbel gelezen op dicteersnelheid. Een jongeman leerde het Nieuwe Testament uit zijn hoofd. Er bleken vele geheime huisgemeenten te bestaan. Bij de heropening van China bleek er een grote vraag naar Bijbels. Maar zending was niet meer gewenst. Er zouden toch – na de ‘grote verdrukking’ – meer christenen zijn dan 30 jaar tevoren!

Dekolonisatie

INDIA – Splitsing van het vroegere land
Gandhi lanceerde een burgerlijke ongehoorzaamheidscampagne. In de oorlog bleven de Indiase troepen wel loyaal tegenover Londen. Men wist Brits-Indië uit Japanse handen te houden. In ruil hiervoor beloofde Londen India onafhankelijkheid. Er werd na de oorlog besloten het land te splitsen in een hindoe- en moslimstaat: India en Pakistan. Een enorme volksverhuizing volgde, begeleid door een groot bloedbad (vanaf 1947). Gandhi was teleurgesteld. Hij maande tot verdraagzaamheid. Maar juist daarom werd hij vermoord door een fanatieke hindoe. Pakistan werd een moslimtheocratie, maar India een democratie; naar inwonertal de grootste democratie ter wereld. Tegenover een christelijk leider zei Gandhi: ‘Ik bid u, help de moslims om een christelijke houding aan te nemen ten opzichte van de hindoes.’ De christelijke invloed was groter dan het percentage christenen in India (3 procent). In India kwam een unieke samensmelting van de presbyteriaanse, congregationalistische, anglicaanse en methodistische kerken. Het bisschopsambt werd erkend, maar niet als wezenlijk beschouwd; de interpretatie daarvan werd vrijgelaten.

INDONESIË – De weg des vredes?
De Jappen hadden in 1942 Nederlands-Indië veroverd. Nu beloofde koningin Wilhelmina voor de Londense radio dat het land, eenmaal weer bevrijd, echt geen kolonie meer zou zijn, maar gelijkwaardig partner van het koninkrijk. Zending werd in de oorlog onmogelijk gemaakt; zendelingen werden gevangengezet, zendingsscholen moesten openbare scholen worden. J.H. Bavinck besefte dat de zending na de oorlog anders zou zijn. Menig christen was trouwens vurig republikein en bewonderaar van Soekarno. De wereld was verontwaardigd over de ‘politiële acties’, die in feite militair waren. Bij de tweede politiële actie, die in de Adventstijd viel, moest zendingsman Verkuyl in Indonesië een kerkdienst leiden voor de radio. Hij preekte over Lukas 1:79 ‘…Om onze voeten te richten op de weg des vredes…’ met als contratekst Romeinen 3:17 ‘…En de weg des vredes kennen zij niet…’ De Nederlandse overheid overwoog de uitzending te laten stopzetten, maar durfde het toch niet aan. In 1950 proclameerde Soekarno de eenheidsstaat. Sumatra, Celebes en de Molukken rebelleerden met eigen tegenregeringen, maar werden verslagen. Veel Ambonnezen, altijd trouw aan Nederland gebleven, voor 90 procent protestant, vreesden de wraak van Soekarno en kwamen naar Nederland, waar ze bleven hopen op een eigen republiek.

Verdere verwikkelingen
In 1950 was West-Nieuw-Guinea bij Nederland gebleven. In 1960 verbrak Indonesië de diplomatieke betrekkingen met Nederland. In 1962 kwamen Nederland met Indonesië overeen Nieuw-Guinea af te staan. De Gereformeerde Gemeenten begonnen pionierswerk in de Baliemvallei. Eerst was het nog ploegen op rotsen, maar daarna volgde een open deur. Uit Nieuw-Guinea, nu West-Irian Jaya geheten, volgde een grote uittocht van zendelingen. Maar in Indonesië zelf ging de deur juist weer open. In 1959 werd de ‘geleide democratie’ ingevoerd: in de praktijk een blanco volmacht voor president Soekarno. In 1965 vond een communistische greep naar de macht plaats, die mislukte. Het gevolg was een heksenjacht, die Soekarno ook de kop kostte.

Zending op Bali?
Nog vóór de oorlog werd was er de vraag: is christelijke zending toelaatbaar op het schone eiland Bali? Dit was een hindoe-eiland, en was een schatkamer van cultuur, oogappel van Westerse wetenschap, kunstminners en toeristen. De Volksraad (door de Nederlandse regering ingesteld om Nederlands-Indië meer inspraak te geven) nam een motie aan die zending en missie verbood.

VIETNAM – Het begin van een drama
In Indo-China duurde de koloniale oorlog van 1946 tot 1954. Toen in het Noorden de republiek werd uitgeroepen, keerden de Fransen in het Zuiden weer terug. Uniek was dat Amerika ditmaal de koloniserende mogendheid steunde. Eisenhower zag Zuid-Oost-Azië als een rij dominostenen, waarvan Vietnam de voorste was. Vietnam zou verdeeld worden in een communistisch Noord- en een niet-communistisch Zuid-Vietnam. Vrije verkiezingen beslisten echter voor vereniging. Democratie of niet, communisme mocht in geen geval veld winnen, dus Amerika ging ertegenin. Het communisme in Noord-Vietnam bracht voor de christenen een grote beproeving. 300.000 christenen vluchtten naar het Zuiden.

AFRIKA – Islamzending!
Toen Azië ontwaakte, was Afrika nog stil. Egypte sloot in 1945 met andere Arabische landen uit het Midden-Oosten de Arabische Liga. De islam begon ook aan ‘zending’. Islamzending was vanuit de Koran onbekend, maar was duidelijk een reactie op de christelijke zending vanuit het Westen. Een multimiljonair uit India liet nu in Oeganda 30 moskeeën bouwen en vele scholen. Elk jaar nam in Afrika nu de islam toe met 2 miljoen, de christelijke kerk met een halve miljoen. Engeland schonk na Egypte ook de buren onafhankelijkheid: Libië in 1952 en Soedan in 1954. De Franse koloniën Algerije en Marokko werden ook onafhankelijk. Zodra De Gaulle aan de macht kwam (1958) maakte hij een bliksemreis langs de Franse koloniën ten zuiden van de Sahara en bood toen ook de zwarte koloniën onafhankelijkheid aan. Hij was ze vóór. In het jaar 1960 werden niet minder dan 15 Franse en Britse koloniën in West-Afrika onafhankelijke staten. De grootste was Nigeria. De onafhankelijkheid van het Belgische Kongo was totaal onvoorbereid: na de soevereiniteitsoverdracht brak een intern conflict uit.

Trans World Radio
De Amerikaanse zendeling Ralph Reed zag eens een karavaanleider die een transistorradio bij zich had; hij kwam hierdoor op het idee om te gaan evangeliseren via de ether. Toen de christelijke zending in Marokko moest verdwijnen en de radiostations werden genationaliseerd, verplaatste hij zich naar Monaco. Daar had Hitler een groot zendgebouw geplaatst om het Midden-Oosten te kunnen bereiken met zijn propaganda. Het geld stroomde binnen uit Amerika. Uit Hitlers zendstations klonken sindsdien evangelische boodschappen in 37 talen: Trans World Radio!

Mission-boys
De eerste president van Ghana was een ‘mission-boy’: hij was katholiek gedoopt. Zijn kabinet bestond geheel uit meelevende protestanten en katholieken. Hij beschouwde zichzelf als ‘verlosser’ waartegen de protestanten weer protesteerden. De ‘verlosser’ zou later worden afgezet onder andere wegens corruptie. In Senegal werd ook een mission-boy minister-president. Augustinus werd populair; die was ook Afrikaan. Men vond diens spiritualiteit typisch Afrikaans: nadruk op de ziel. In 1963 richtten 30 Afrikaanse staten de Organisatie van Afrikaanse eenheid op. Dit gebeurde in de hoofdstad van Ethiopië, het oude christelijke keizerrijk. In 1963 werd Kenya onafhankelijk. In 1964 volgden Tanzania en Noord-Rhodesië (nu Zambia). Ook hier werden mission-boys de nieuwe leiders.

Hoe moest de zending nu verder?
De zending, hoe geestelijk ook, leek een variant van Westers imperialisme, dat nu onmogelijk was geworden. De klassieke tekst ‘Kom over en help ons’ kreeg nieuwe glans: de jonge kerken vragen er nu inderdaad zelf om, en het is ook echt helpen, in de zin van assistentie. De dekolonisatie maakte geen eind aan de zending, maar vroeg om een zuivering van de zendingsmotieven. Naast de zending kwam de noodzaak van ontwikkelingshulp naar voren. De kloof tussen het rijke Westen en de arme landen werd steeds groter. Het ‘werelddiaconaat’ kwam naar voren. Het werelddiaconaat kwam naast de aloude zending, maar was als nieuwkomer moderner, sneller, oecumenischer en breder. In 1962 werd besloten dat rijke landen 0,07 procent zouden geven.

Een christelijke VN-secretaris-generaal
VN-secretaris-generaal Hammarskjöld was een christen. Hij kwam om bij een vliegtuigongeluk tijdens de kwestie-Kongo. Op lange vliegreizen las hij altijd uit Thomas à Kempis’ Navolging van Christus. Hij onderschreef zonder reserve ‘de waarden van het geloof dat men mij eens heeft overgeleverd’. De voormalige scepticus was teruggekeerd tot het lutherse geloof van zijn moeder.

Portugese koloniën
In de meeste rechtse kolonies in zuidelijk Afrika kregen de meest linkse bevrijdingsbewegingen de grootste aanhang. In Angola stonden achter de bevrijdingsbewegingen. In Angola hebben de Portugese machthebbers tientallen predikanten gedood (voornamelijk methodisten) en honderden kerken verwoest. Voor de Afrikaanse Raad van Kerken sprak de president van Zambia: ‘Hoe kunnen mensen zo brutaal zijn om de Bijbel in de ene hand en een geweer in de andere hand te houden?’ Hij barstte in tranen uit; de zaal bleef minutenlang doodstil. In Portugal kwam na een rechts regime het socialisme aan de macht, waardoor hier ook dekolonisatie kwam. In 1975 kregen Angola en Mozambique marxistische regeringen. De protestanten namen het marxisme op de koop toe. Guerrillaleiders zoals Mugabe waren mission-boys. Mugaba was ex-rooms-katholiek, nu marxist. In de guerrilla werden zendelingen gedood. Het Leger des Heils trad daarom uit de Wereldraad van Kerken, en werd alleen waarnemer. Als laatste kolonie bleef Zuid-West-Afrika over (Namibië, eens Duits, sindsdien beheerd door Zuid-Afrika).

De Wereldraad van Kerken en zending
In 1972 kreeg de Wereldraad van Kerken voor het eerst een gekleurde secrataris-generaal: de West-Indier Philip Potter. Hij verpersoonlijkte het ongeduld van niet-Westerse christenen, die de Westerse erfenis van de verdeeldheid kwijt wilden. In Bangkok viel voor het eerst het woord ‘moratorium’, stopzetting van financiële hulp aan de zending. In Bangkok viel de nadruk op de dialoog met niet-christelijke religies en op maatschappelijke en politieke structuurverandering.. Bangkok vertaalde ‘salvation’ (redding) door ‘bevrijding’. Tegenover deze oecumenicals lieten de evangelicals steeds duidelijker hun stem horen: bekende leiders zijn hier Billy Graham en John Stott. Zij waren verontrust dat het zendingsbewustzijn op een ontstellende manier was afgenomen. In 1974 kwam het in Lausanne tot een Evangelische Zendingsconferentie met als thema: ‘Laat heel de aarde zijn stem horen’. Toch wilde Lausanne niet breken met de Wereldraad. John Stott sprak in Nairobi 1975: ‘Gij hoort het geroep der verdrukten, hoort gij ook het geroep der verlorenen?’ De oecumenische zendingsconferentie van Melbourne beklemtoonde onder het thema ‘Uw Koninkrijk kome’ het goede nieuwe voor de armen dat slecht nieuws is voor de armen. In Melbourne werd de Russische inval in Afghanistan niet veroordeeld. De evangelicals hielden in 1980 in Pattaya (Thailand) een zendingsconferentie met als thema: ‘Hoe zullen zij horen?’

Segregatie
ZUID-AFRIKA – De hele wereld tegen
In 1948 kwam de Nationale Partij onder leiding van Dr. D.F. Malan aan de macht. Hij lanceerde het plan van algehele ‘apartheid’. De ‘kleine apartheid’ bestond al (bijvoorbeeld aparte treincoupés). Nu volgde de ‘grote apartheid’. De drie Boerenkerken waren vóór de apartheidspolitiek. Met name de grootste Boerenkerk, de Nederduitse Gereformeerde Kerk (1 miljoen leden) steunde de regering. Maar de Engelstalige kerken (anders dan de Boeren voornamelijk in de steden) waren tegen. Het percentage christenen onder de zwarten was tussen 1911 en 1946 gestegen tot bijna tweederde. De dekolonisatiegolf over heel Afrika verscherpte de toestand in Zuid-Afrika. In 1961 traden de Boerenkerken uit de Wereldraad. De Boerenpredikant Beyers Naudé volgde zijn kerk niet. Hij brak met de Nederduits Gereformeerde Kerk. Hij werd methodist. Bijna de gehele buitenwereld keerde zich sinds 1960 tegen Zuid-Afrika. Het land trad in 1961 ook uit de Britse Gemenebest. Toen het Afrikaans Nationaal Congres (ANC) voor geweld koos, werd het verboden. Een belangrijke criticus werd bisschop Tutu (zwarte anglicaan).

Verkramptes en verlichters
In 1979 kwamen in plaats van de ‘verkramptes’ de ‘verlichters’ aan het roer (Botha en Koornhof in plaats van Vorster). Zij wilden correcties aanbrengen in de apartheidspolitiek. Botha noemde apartheid zelfs achterhaald. De rechtse oppositieleider Treurnicht wilde daar juist wel aan vasthouden. In 1986 werden 34 beperkende bepalingen opgeheven, zo ook de beruchte pasjeswet. In oktober 1986 vergaderde de synode van de NGK onder leiding van prof. Heyns. Ze noemden de theologische rechtvaardiging van de apartheid nu als fout en veroordeelden elke discriminatie. Een nieuwe generatie predikanten was aangetreden. (Verder gaat dit boek niet; we weten hoe in 1994 alles anders werd.)

VERENDIGDE STATEN – Apartheid
Tot 1954 heeft Amerika apartheid gehad (‘segregatie’). Het hooggerechtshof besloot in 1896 dat segregatie geoorloofd was, mits de zwarten gelijke kansen kregen als de blanken (‘separate but equal’). In 1954 deed ditzelfde hof de uitspraak dat segregatie in strijd is met de grondwet, omdat gelijkheid niet gewaarborgd bleek te zijn. Nu gingen de negers over tot actie. In 1955 begon de busboycot in Alabama (Rosa Parks). Martin Luther King (Georgia, 1929) werd in 1951 predikant; hij promoveerde in 1955 over het Godsbegrip bij Tillich en Wieman. ‘In Amerika had de slavernij niet bijna 200 jaar kunnen bestaan, wanneer de kerk haar niet had gesanctioneerd (…) Hoe vaak is de kerk meer een echo geweest dan een stem.’ Als men de zwarten aanraadde niet te protesteren maar liever te bidden, antwoordde King met de tekst: ‘En de Heere zei tot Mozes: Wat roept gij tot Mij? Zeg de kinderen Israëls, dat zij voorttrekken!’

Wat voor predikant was King?
Van Gandhi leerde King de methode van de geweldloosheid. Door Gandhi ging King de bergrede anders lezen. King is ook beïnvloed door de theologen van de social gospel-beweging. De Amerikaanse Raad van Kerken stond van meet af achter de burgerrechtenbeweging. Billy Graham zweeg. Ds. King wilde het fundamentalisme van zijn opvoeding combineren met zijn liberale (vrijzinnige) opleiding. King geloofde in de goedheid van de mens en verwierp het begrip erfzonde. Hij kon ook niet aanvaarden dat Christus werkelijk God was en nam Zijn maagdelijke geboorte niet zo letterlijk als de bergrede.

Kennedy president dankzij de zwarte stem
Kennedy won de verkiezingen in 1960 op het nippertje dankzij zwarte stemmen. De zondag vóór de verkiezingen waren overal bij de zwarte kerken pamfletten uitgedeeld waarin Kennedy zijn steun beloofde. De zwarte stemmen waren doorslaggevend in de meest kritiek staten. Kennedy kwam met de Civil Rights Act. Hij zei: ‘Reeds 100 jaar van uitstel zijn voorbijgegaan sinds president Lincoln de slaven bevrijdde, en toch zijn hun erfgenamen, hun kleinkinderen, niet geheel vrij.’ In augustus 1963 hielden 200.000 negers een vredesmars naar Washington. Op de trappen van het Lincoln-monument hield King een bezielende rede. ‘I have a dream…’ En massaal klonk het zingen ‘We shall overcome…’

Uit de hand gelopen
Het negerprobleem verplaatste zich voor een deel naar de getto’s van de grote steden. Daar is juist een radicalisme ontstaan dat het Zuiden niet kende. Sinds 1940 waren bijna 4 miljoen zwarten uit het Zuiden naar het Noorden getrokken. Juist vanaf 1964 kwam het tot uitbarstingen van geweld in de negerwijken. Zij wilden juist geen integratie. King verloor de greep op de jongere intellectuelen. Wel radicaliseerde hij. Hij hield in 1968 een rede tegen de Amerikaanse inmenging in Vietnam. Hij ging spreken van burgerlijke ongehoorzaamheid. In 1966 ontstond een breuk in de beweging: ‘Black Power’.

Revolutie
LATIJNS-AMERIKA – Cuba en Castro
De dictatuur in Cuba werd in 1958 omvergeworpen door de vrijheidsstrijder Fidel Castro. Resoluut bracht hij alle buitenlandse maatschappijen onder Cubaans beheer. Dit raakte de belangen van Amerika (suiker), die nu een economische boycot tegen Cuba begonnen. Maar Rusland stond klaar om de handel over te nemen. Zo werd Castro marxist: in 1961 riep hij de marxistische republiek uit. Christenen mochten geen lid worden van Castro’s partij. De uittocht uit de rooms-katholieke kerk begon: van 72 procent naar minder dan 1 procent in 1984! Castro’s omwenteling had grote maatschappelijke gevolgen: sloppenwijken verdwenen, basisvoorzieningen werden gratis. Castro’s idealisme maakte diepe indruk in Zuid-Amerika. Rusland vond het maar goed. Kennedy lanceerde een ‘Verbond voor de Vooruitgang’ voor dit continent: bestrijding van armoede en analfabetisme. Cuba mocht koste wat kost geen bruggenhoofd worden voor het communisme!

BRAZILIE – Theologie van de revolutie
Brazilië, het grootste rooms-katholieke land ter wereld, werd in 1964 een militaire dictatuur. Men spreekt van ‘volkskatholicisme’: een vierde deel doet nog aan heidens spiritualisme. Camara, een priester, ontdekte dat in de krottenwijken filantropie niet genoeg was. Hij werd in 1964 bisschop maar woonde niet lang in het bisschoppelijk paleis: hij ging in een eenvoudig huis wonen. Hij begon een beweging voor geweldloze revolutie. Latijns-Amerika was voor het protestantisme eeuwenlang gesloten geweest. Het liberalisme had de weg gebaand voor het protestantisme. Bijbelverspreiding begon (wat de paus een pest noemde). De Wycliffe-bijbelvertalers begonnen in Midden-Amerika. Stichter was een Amerikaanse student, Cameron Townsend, presbyteriaan. Iemand vroeg aan hem: ‘Als uw God zo wijs is, waarom spreekt Hij dan mijn taal niet?’ Na 1948, toen China gesloten werd, gingen pinstergroepen naar Zuid-Amerika. De pinksterbeweging maakte hier grote opgang: het sprak de volksaard blijkbaar veel meer aan dan de historische kerken deden. Het protestantisme bleef een minderheid; in Brazilië de grootste: 5 procent in 1988 (nu al 15 procent!). Shaull was een Amerikaanse presbyteriaan die eerst als predikant in Colombia en later als hoogleraar kerkgeschiedenis in Brazilië had gewerkt. Hij ontwierp een theologie van revolutie. Hij greep terug op de Bijbel: de uittocht van Israël uit Egypte, de politieke Messias. God is per definitie alleen te vinden in de revolutionaire verandering. Niet in de kerk. Deze theologie (van de revolutie) wás een revolutie!

CHILI – Theologie van de bevrijding
In Chili kwam in 1970 een marxist aan de macht, langs democratisch weg: Allende. Maar er ontstond een enorme inflatie. In 1973 heeft een rechtse revolutie hem afgezet. Hij pleegde toen zelfmoord. Tijdens zijn regering verklaarden minder dan 10 procent rooms-katholieke priesters te willen samenwerken met de marxisten: ‘christenen voor het socialisme’. In 1971 publiceerde de rooms-katholieke Gutierrez in Peru zijn ‘theologie van de bevrijding’. Hij bepleitte radicale bevrijding van onderdrukking en uitbuiting. Hij erkende de verwantschap met het marxisme, maar zag drie verschillen: hij wees de klassenstrijd af, had een diepere antropologie en een andere geschiedbeschouwing. Er ontstonden basis-groepen: door priestertekort en wegens behoefte aan sociaal verzet. Vóór de kerkdienst wisselt men maatschappelijke ervaringen uit, na afloop van de dienst beraadslaagt men over een plan-van-actie.

NICARAGUA EN EL SALVADOR – Een bisschop vermoord
In 1979 brak in Nicaragua een linkse revolutie uit. Dit land was een Amerikaans bolwerk geweest: van hieruit had de invasie op Cuba in 1961 plaatsgevonden. In 1960 kwam een progressieve regering aan de macht in El Salvador. Maar hier kwam spoedig een einde aan. De aartsbisschop van dit land, Romero, protesteerde tegen armoede en dictatuur. In zijn preken kwam hij steeds dichter bij de revolutionaire beweging te staan. Hij werd tijdens het lezen van de mis doodgeschoten. Zijn begrafenis liep op het plein voor de kathedraal op een nieuw bloedbad uit.

Israël
De Rotssteen Israëls
Na de oorlog waren de overlevende Joden nóg nergens welkom! Toen begon de illegale immigratie, die aangroeide uit Oost-Europa tot een ware exodus. De botsing met de Arabieren was zo ernstig dat Engeland niet meer wist wat te doen en het conflict voorlegde aan de Verenigde Naties. Er kwam een verdelingsplan. Zelfs Rusland stemde voor. Welke naam moest de staat krijgen? Ben Goerion koos voor ‘Israël’. Moest de Naam van God in de onafhankelijkheidsverklaring? Een oplossing kwam er: ‘Rotssteen Israëls’. Tijdens de onafhankelijkheidsplechtigheid huilde Golda Meir. ‘Waarom huil je, Goldi’, vroeg Ben Goerion na afloop. ‘Om allen die dit niet meer kunnen meemaken.’ Op de dag van de Onafhankelijkheid begon de oorlog met de Arabieren. Niet de afgesproken 56 procent, maar 79 procent van het land kwam zodoende in Joodse handen, omdat de oorlog overtuigend gewonnen werd van een slecht georganiseerd Arabisch leger. Israël werd een democratische staat. Uniek voor het Midden Oosten. Ook de Joden kwamen meestal uit dictaturen. De terreurgroep van de latere premier Begin roeide in 1948 een dorpje bij Jeruzalem uit.

Een volk herleeft
In 1950 werd de wet-op-de-terugkeer van kracht. Bij de operatie vliegend tapijt werden Joden uit Jemen, levend in middeleeuwse toestanden, per vliegtuig overgebracht naar Israël. Israël werd een smeltkroes van vele culturen. Het Hebreeuws werd de officiële taal (Ivriet). Een volk herleefde. In 1947 werden de Dode-Zee-rollen ontdekt. Handschriften werden gevonden die duizend jaar ouder waren dan men tot nog toe had! De Bijbel werd het vaderlandse geschiedenisboek van Israël. De sabbat werd als officiële rustdag ingevoerd. Hoewel er in een stad als Haïfa wel bussen rijden, rijden ze in Jeruzalem op deze rustdag niet. Het pinksterfeest was een echt landbouwfeest, dat als zodanig in de diaspora niet gevierd kon worden, maar nu in het nieuwe land wel. De regering bepaalde erbij dat niet-Joden hun eigen rustdagen mogen houden. Bij de oude feesten was er één bijgekomen: de dag van de Onafhankelijkheid. De vraag was: mocht dat? Had die wat met God te maken? Ultra-orthodoxe Joden erkenden de staat niet. God moest Zelfs het land geven als de Messias komt!

De kerken afwijzend…
De kerken stonden veelal afwijzend tegenover Israël. In Palestina zijn de kerken zelf ook Arabisch: de Grieks-orthodoxe kerk, de Armeense, Syrische en Koptische kerk en ook de rooms-katholieke kerk. De afwijzende houding van Rome zat heel concreet vast op de ‘heilige plaatsen’ en heel principieel in de vervangingstheologie die aangehangen werd: de kerk kwam immers in plaats van Israël? De Wereldraad van Kerken, zojuist opgericht, hield zich afzijdig. Een delegatie daarvan bezocht het Midden-Oosten in 1951 in verband met…het vluchtelingenprobleem.

Puritanisme, Nadere Reformatie, Reveil kenden de verwachting
Martin Buber beweerde dat het Jodendom en christendom twee wijzen van geloven waren: respectievelijk vertrouwen en aannemen dat. In het belijdende geschrift van de Nederlandse theoloog H. Berkhof Fundamenten en Perspectieven werd voor het eerst belijdend gesproken over Israël. Hier wordt ook Isaäc da Costa (van het Reveil) genoemd. Reeds de Nadere Reformatie en het puritanisme kende deze hoop. In de rooms-katholieke kerk kwam het onder paus Johannes XXIII tot een totale heroriëntatie op het Jodendom. Hij bad om vergeving van de schuld jegens de Joden. Het Vaticaan erkende de staat Israël echter nog niet, ook niet toen Golda Meir het Vaticaan bezocht.

Zesdaagse oorlog en haar gevolgen
Bij de Zesdaagse oorlog van 1967 versloeg Israël Egypte totaal en bezette het Suezkanaal. Toen Jordanië viel, veroverde Israël Jeruzalem en de westoever van de Jordaan. Syrië verloor de hoogvlakte van Golan. Alles in zes dagen! Vooral de inname van de oude stad Jeruzalem riep veel emoties los. Israëlische soldaten huilden bij de Klaagmuur. Men zegt wel: sinds 1967 zijn de Israëli’s weer Joden. 19 jaar hadden ze geen toegang gehad tot deze muur. In die tijd had Jordanië de muur verachtelijk behandeld, maar ook 35 van de 36 synagogen in de oude stad verwoest en Joodse begraafplaatsen ontwijd. De moslims vreesden nu wraak: waren de moskeeën op het tempelplein nog veilig? Maar de Israëlische regering stelde alle religieuze leiders gerust: zij zou de heilige plaatsen beschermen, vrije toegang verlenen en intern zelfbestuur geen. De regering haalde Micha 4:5 en Jesaja 56:7 aan om deze wijze van doen te verdedigen: ‘Want alle volken zullen wandelen, elk in de naam van zijn god; maar wij zullen wandelen in de Naam van de HEERE, onze Gods, eeuwig en altoos.’ ‘Die zal Ik ook brengen tot Mijn heilige berg, en Ik zal hen verheugen in Mijn bedehuis; hun brandoffers en hun slachtoffers zullen aangenaam wezen op Mijn altaar; want Mijn huis zal een bedehuis genoemd worden voor alle volken.’

Geloof na Auschwitz
Ter nagedachtenis aan de holocaust werd in Jeruzalem een museum gesticht: Yad Vashem (‘teken en naam’, naar Jes. 56). Voor het gebouw staat een standbeeld van Job, de rechtvaardige lijder. Elie Wiesel schreef over de vraag: ‘Waar was God is Auschwitz?’ Hij vertelt dat daar eens voor aller ogen twee Joodse mannen en een kleine jongen aan drie galgen werden opgehangen. De mannen stierven, maar het derde touw bleef bewegen: de jongen had, omdat hij zo licht was, een lange doodsstrijd. ‘Waar is God nu?’ vroeg iemand achter hem. ‘En een stem in mij zei: Hij hangt daar aan de galg’. Met dit kind was ook God gestorven… Rabbijn Heschel zei: ‘Is de staat Israël Gods nederig antwoord op Auschwitz? Een teken van Gods berouw over ’s mensen misdaad van Auschwitz?’ Rabbi Greenberg zei: ‘Auschwitz was ons Golgotha, de stichting van de staat Israël ons paasfeest.’

Jezus van Nazareth als grote Jood
Zo kwam niet alleen het oude tempelplein, maar ook de Via Dolerosa en de Heilige Grafkerk en de Graftuin in Israëlische handen. Over Jezus van Nazareth is sinds 1948 door Joodse geleerden meer dan ooit geschreven. Ondanks de holocaust in ‘christelijk’ Europa! Terwijl men vroeger bij die naam op de grond spuwde, werd men nu trots op deze grote Jood. De officiële christenheid was allerminst gelukkig met de Joodse bezetting van het oude Jeruzalem. Heel anders reageerden de evangelicals: zij vonden dat de stad van David bij Israël behoorde. Menigeen zag oude profetieën in vervulling gaan.

Evangelicals als steun voor de staat Israël
De Jom Kippoeroorlog van 1973 werd door Israël gewonnen met dank aan Amerika. Opnieuw bleek in de wereldkerk het verschil tussen oecumenicals en evangelicals. Billy Graham belde president Nixon op om te zegen dat de evangelicals achter Israël stonden. De Israëlische ambassadeur in Amerika, Rabin, zocht Graham op en, premier geworden, nodigde hij hem uit voor een bezoek aan Israël. Rabin zei, dat de Amerikaanse evangelicals – na de Amerikaanse Joden – de grootste steun voor Israël vormden. Tegenover Joodse leiders noemde Graham het herstel van Israël een teken van de spoedige wederkomst van Christus. Na de Jom Kippoeroorlog (1974) werd Arafat met applaus begroet op de vergadering van de Verenigde Naties. Deze laatste nam in 1975 zelfs een resolutie aan waarin het zionisme werd veroordeeld als racisme!

Gepubliceerd in april 2007

Advertenties