Martin Niemöller

n.a.v. A.A. Spijkerboer, Een gehoorzame rebel. Martin Niemöller op de kansel en op het podium, Kampen 1996

Eerste Wereldoorlog en naweeën
Bij de marine
Niemöller werd in de pastorie geboren. Hij had op een bepaald moment een discussie met z’n vader; zoon Martin zei dat hij dichter bij een Duitser stond die niet in God geloofde dan bij een Fransman die wel in God geloofde. Niemöller wilde altijd al varen en besloot dan ook bij de marine te gaan, hetgeen zijn vader graag wilde, ‘want daar werd tenminste nog op die jongens gelet.’ In 1916 werd Niemöller tweede officier op een duikboot en in 1918 krijgt hij zelf het bevel over een duikboot. Oorlog voeren was voor hem geen probleem. Dat een goed christen een goed staatsburger én een goed soldaat was had hij uit zijn ouderlijke huis meegekregen en daar twijfelde hij niet aan. Bij het torpederen van schepen kende men wel genade: als het even kon kreeg de bemanning van een tot zinken te brengen schip de gelegenheid in de reddingsboten te gaan.

Tegenstander Republiek van Weimar
Wanneer Duitsland in november 1918 een wapenstilstand met de geallieerden sluit is Niemöller volkomen uit het lood geslagen en razend: de strijdkrachten hebben niet gefaald, ze zijn door het thuisfront in de rug aangevallen! Zijn wereld stort in elkaar. Toen hij zich verzoend had met deze diepe teleurstelling wilde hij werken aan het geestelijk herstel van Duitsland: hij ging theologie studeren. Als student was hij nationalist en tegenstander van de Republiek van Weimar. De bijbelse vakken hadden zijn interesse; voor filosofie kan hij zich niet interesseren. Wel raakt hij onder de indruk van zijn hoogleraar dogmatiek die leerde dat God ‘ordeningen’, zoals het volk, de staat en het gezin, in de schepping heeft ingebouwd. Die ordeningen zijn dus positief te beoordelen en dat sterkt Niemöller in zijn overtuiging dan een open, vanuit het gezin op het volk gericht geloof mogelijk en wenselijk is.

Predikant
In 1924 legde hij examen af en werd hij door zijn vader bevestigd met de tekst uit Fil. 3:12 ‘Niet dat ik het al gekregen heb, of al volmaakt ben; maar ik jaag er naar, of ik het ook grijpen mocht, waartoe ik van Christus Jezus ook gegrepen ben.’ De korte inhoud van de preek was: wie in zijn eigen ogen klaar is, is voor God niet volkomen, maar wie in Gods ogen volkomen is, is voor zichzelf nooit klaar. Niemöller trad aan als directeur van de Innere Mission. Na 7 jaar wordt hij predikant in Dahlem; hij doet intrede met de tekst uit 2 Kor. 4:5-7 ‘Want wij prediken niet onszelf, maar Christus Jezus, de Heere; en onszelf, dat wij uw dienaars zijn om Jezus’ wil. Want God, Die gezegd heeft, dat het licht uit de duisternis zou schijnen, is Degene, Die in onze harten geschenen heeft, om te geven verlichting der kennis der heerlijkheid Gods in het aangezicht van Jezus Christus. Maar wij hebben deze schat in aarden vaten, opdat de uitnemendheid der kracht zij van God, en niet uit ons.’

Roep om een leider
Niemöller hield vaak toespraken voor studenten, politieke groeperingen en oud-officieren. Met die toespraken wilde hij werken aan de geestelijke vernieuwing van zijn volk en bijdragen aan een diep nationaal besef. Opvallend is dat Niemöller op het podium een andere toon aanslaat dan op de kansel. Dit zou zijn leven lang zo blijven. Bij de kansel heeft hij het over het kruis, is de wil van God de maatstaf voor het handelen en loopt alles uit op naastenliefde. Bij de verkiezingen voor de rijksdag had Niemöller sinds 1924 op Hitlers NSDAP gestemd. In Mein Kampf had hij sinds 1930 vaak zitten lezen; hij had geen aanstoot genomen van het antisemitisme, aan de mateloze plannen in de buitenlandse politiek en aan het wazige economische programma, maar Hitlers opvattingen voor een groot deel geaccepteerd. In 1931 bad Niemöller al om een leider, die door God gezonden moest worden om Duitsland te verheffen. ‘Als hij komt, komt hij als een geschenk, een gave van God. Ons roepen om een leider is een schreeuw om barmhartigheid.’

Overige
– Niemöller zag de voortgaande ontkerstening als een gevaar voor niets minder dan het voortbestaan van het Duitse volk.
– Nadat hij Karl Barth’s Römerbrief na een paar hoofdstukken weglegde, zei hij: ‘het is mij niet gegeven in zoveel spiralen te denken.’
– De revolutie van 1918 zag hij als een aanval op de door God gegeven ordeningen van volk, staat en gezin. Hij was voorstander van een hiërarchisch opgebouwde staat, die door een elite geleid zou worden.
– Toen in maart 1920 het bericht kwam dat Kapp in Berlijn een poging deed om de republiek omver te werpen verliet Niemöller onmiddellijk de collegezaal in de hoop dat er een vrijkorps gevormd zou kunnen worden om Kapp te helpen.
– In Tecklenburg, waar Niemöller vandaan kwam, waren veel boeren die bij Joodse geldschieters (veehandelaren en andere) in de schuld stonden. De hele streek was niet principieel maar eerder gevoelsmatig antisemitisch. Daar heeft Niemöller ook wat van meegekregen, gezien sommige uitspraken die hij gedaan heeft.

Hitler aan de macht
Hoop op nationale herleving
Toen Hitler aan de macht kwam, zei Niemöller in een preek: ‘Ons volk maakt een nieuw begin en voor ons volk is het van beslissende betekenis of wij christenen zijn of niet.’ Hij werd gesteund door een radiotoespraak van Hitler: ‘Zo zal de nationale regering het als haar belangrijkste en eerste taak beschouwen de geestelijke eenheid van ons volk weer tot stand te brengen. (…) Ze zal het christendom als basis van onze hele moraal, en het gezin als kiemcel van ons volks- en staatsleven stevig in bescherming nemen.’ Niemöller ziet dus grote kansen voor het christendom nu Hitler aan de macht is! In de tijd van de Republiek van Weimar kon iedereen zijn gang gaan en was het gemakkelijk om afscheid van het christelijke geloof te nemen. Niemöller rept met geen woord over de terreur die de SA in de straten uitoefende. Hij is in gedachten helemaal bezig met het nationale herstel dat hij van Hitler verwachtte.

Schaduwkanten
Toch begint Niemöller ook de schaduwkanten van het Derde Rijk in te zien: hij gaf aan dat het in deze ‘ijzeren, harde tijd, die niet meer vraagt naar de enkeling en die dat misschien ook helemaal niet meer kan’, zaak is met de enkeling bezig te zijn. Het werd hem duidelijk dat het Derde Rijk ook duisternis in het leven van sommige mensen bracht. Hij houdt er nog geen rekening mee dat de kerk in Duitsland vervolgd zou gaan worden; nee, daarvoor wijst hij naar de Sovjet-Unie.

De Deutsche Christen
Inmiddels waren de Deutsche Christen begonnen de Duitse kerk op nationaal-socialistische leest te schoeien (‘Jezus verlost ons van de zonde – Hitler verlost ons van het verdrag van Versailles’). Deze groep wilde gelijkschakeling van de kerk met de staat; de staat moest voor alle landskerken commissarissen met grote volmachten aanstellen en kerkelijke gezagsdragers die zich niet onvoorwaardelijk achter de nationale herleving stelden moesten afgezet worden. Hitler was bang voor onrust in de kerk en was voorzichtig tegenover de Deutsche Christen. Hij benoemde Ludwig Müller tot zijn gemachtigde voor de Evangelische Kerk, om één rijkskerk te vormen.

De ariërparagraaf
Op 23 juli 1933 werden er in de gehele Evangelische/Lutherse kerk verkiezingen gehouden. De Deutche Christen behaalden een grote overwinning. Zij voerden in september de ariërparagraaf in; Niemöller en zijn verwanten komen hiertegen in verzet en groeperen zich rondom een bond van predikanten. De reactie is verheugend: na een week zijn al 2000 van de 15.000 Duitse predikanten lid van deze Pfarrernotbund, vier maanden later zijn het er 7.000. Door allerlei verwikkelingen blijven er uiteindelijk 4700 over. Niemöller deed dit niet uit sympathie voor het Joodse volk, maar uit trouw aan de belijdenis. Dat Joden geen predikant meer zouden kunnen worden (er waren er niet meer dan tientallen), vond hij rechtstreeks tegen de Bijbel ingaan. ‘Wij hebben in de gemeente, of ons dat nu bevalt of niet, de bekeerde Joden te aanvaarden als leden.’

En Christus dan?
In een kerkblad werd het volgende afgedrukt:
Een visioen: Kerkdienst. Het eerste lied is gezongen. De predikant staat achter de avondmaalstafel en begint: ‘Niet-ariërs wordt verzocht de kerk te verlaten.’ Er staat niemand op. ‘Niet-ariërs wordt verzocht onmiddellijk de kerk te verlaten.’ Weer blijft alles stil. ‘Niet-ariërs wordt verzocht onmiddellijk de kerk te verlaten.’ Dan komt Christus van het kruis op de avondmaalstafel af en verlaat de kerk.

Verschil tussen Bonhoeffer en Niemöller
Bonhoeffer (boven) was het niet eens met Niemöller dat predikanten van Joodse huize zich beter maar op de achtergrond konden houden om geen aanstoot te geven: ter wille van de kerk mag van de gemeente verwacht worden dat ze deze ‘aanstoot’ accepteert. Niemöllers verzet tegen de invoering van de ariërparagraaf in de kerk betekende niet dat hij de Joden in staat en maatschappij dezelfde mogelijkheden als alle andere Duitsers gunde. Niemöller stond, zoals de meeste leden van de Pfarrernotbund, nog positief tegenover het nationaal-socialistische regime. Toen Hitler op 14 oktober 1933 verklaarde dat Duitsland de Volkenbond verliet, stuurden Niemöller en anderen hem een telegram om hem te danken ‘voor deze mannelijke daad en de duidelijke woorden waarmee hij voor de eer van Duitsland opkwam’, en ze beloofden Hitler ‘trouwe gehoorzaamheid en gedenken in de voorbede.’

Botsing met Karl Barth
Op 12 november 1933 gebeurde er iets dat alles in een stroomversnelling bracht. De Deutsche Christen hielden in het 20.000 plaatsen tellende Sportpalast in Berlijn (geheel onder) een grote manifestatie. Richard Krause sprak daar onder andere. Volgens hem moest ook het Nieuwe Testament gereinigd worden van alle ‘verdraaide en bijgelovige verhalen’, we moeten af van ‘de hele zondebok en minderwaardigheidstheologie van rabbijn Paulus’ en ‘in de hele loop van de ontwikkeling van de dialectische theologie, van Paulus tot Barth, is van God onze Vader een kruiswoordpuzzel gemaakt.’ Na deze schreeuwerige toespraak gingen veler ogen open. Krause werd geschorst, omdat zijn woorden ‘een niet te aanvaarden aanval op de kern van onze evangelische kerk’ waren. Naar aanleiding van dit gebeuren kwam er ook een botsing tussen Karl Barth (rechtsonder) en Niemöller. Niemöller wilde deze wanvertoning gebruiken om de Deutsche Christen uit elkaar te jagen. Barth beschuldigde Niemöller van kerkpolitiek; hij vond dat er iets principieel theologische aan de hand was. Niemöller kreeg echter de steun van de Pfarrernotbund. Barth schreef dat hij bij de predikantenbond ‘een hele mierenhoop opgewonden predikanten had aangetroffen, allemaal al onder de dictatuur van de duikbootcommandant Niemöller.’

Overige
Rijkspresident Hindenburg had tegen de nieuwe rijksbisschop Müller gezegd: ‘Zorgt u ervoor dat Christus in Duitsland gepreekt wordt!’

Einde van de rust
Op bezoek bij Hitler
Op 25 januari 1934 verscheen een kerkelijke delegatie (van zowel Deutsche Christen als van de Pfarrernotbund), onder wie Niemöller, bij Hitler. Nadat de heren zich aan elkaar hadden voorgesteld gaf Hitler onverwachts het woord aan Goering. Deze trad naar voren, opende een map en las de tekst voor van een telefoongesprek dat Niemöller vlak voor zijn vertrek naar de rijkskanselarij gevoerd had. Hitler beschuldigde hem van ‘achterdeurtjes-politiek’ en dat hij een wig wilde drijven tussen de rijkspresident en hem. Hitler beklaagde zich vervolgens bitter over de kerk: van alle kanten werd hem het leven moeilijk gemaakt, bijvoorbeeld door Niemöller. Hitler verklaarde ieder moment zich bewust te zijn dat iemand hem zou kunnen doodschieten. Uiteindelijk zei Hitler: ‘De zorg voor het Derde Rijk laat u maar aan mij over, en zorgt u voor de kerk!’ Nog op dezelfde avond deden ambtenaren van de Gestapo huiszoeking, namen alle papieren van de Pfarrernotbund mee, arresteerden Niemöller en lieten hem weer vrij op voorwaarde dat hij zich op gezette tijden bij de politie zou melden.

Alleen een kerkelijke strijd?
Niemöller ging wel door met zijn toespraken, maar werd tegengewerkt door de SA en door de Deutsche Christen. Een Londense krant kwam dan wel met de kop ‘Predikant trotseert Hitler’, Niemöller maakte duidelijk dat zijn strijd een louter kerkelijke strijd was. Intussen was een beweging ontstaan in alle landskerken die het nationaal-socialistische heidendom uit de kerk wilde houden; hier en daar kwamen vrije synodes bijeen, zo ook de Barmen Synode. De Gestapo had deze synode laten doorgaan, in de hoop dat er verdeeldheid zou ontstaan.

Kanselboodschap maart 1935
De Belijdende Kerk in Pruisen stelde een kanselboodschap op met als beginwoorden: ‘Wij zien ons volk bedreigd door een dodelijk gevaar. Dat gevaar bestaat in en nieuwe religie…’ Op 17 maart 1935 zou deze boodschap moeten worden voorgelezen. Echter, op de 16e kregen alle predikanten van de Belijdende Kerk in Pruisen bezoek van de Gestapo; of ze een verklaring wilden ondertekenen dat ze de boodschap niet zouden lezen. 750 predikanten konden dit niet en werden gearresteerd. Er ontstond natuurlijk grote beroering in de gemeenten. Enkele dagen later werden ze weer vrijgelaten. Het ministerie van Buitenlandse Zaken had op matiging aangedrongen, in verband met de buitenlandse opinie! Op 24 maart wordt de boodschap alsnog voorgelezen door 1500 predikanten. Maar in de landskerken van Sachsen en Hessen-Nassau worden 40 predikanten naar een concentratiekamp gebracht omdat zij dit deden. De regering zocht naar wegen om de Belijdende Kerk langzaam te verstikken, zonder dat het buitenland er aanstoot aan zou nemen.

Memorandum van juni 1936
Op 4 juni 1936 ging er een memorandum naar de rijkskanselarij, onder andere ondertekend door Niemöller. Hierin maken ze hun bezorgdheid bekend over de aanvallen op het christendom in het openbare leven. Ook wordt uiteengezet hoe de kerk door de staat in haar wezen wordt aangetast. De staat wil de ‘kerk geestelijk overwinnen, organisatorisch laten wegkwijnen en politiek onmachtig houden.’ De jeugdorganisaties van de kerk zijn in de Hitlerjugend opgenomen, jongens en meisjes die in de arbeidsdienst zitten wordt kerkbezoek onmogelijk gemaakt, het godsdienstonderwijs op de scholen wordt verwaarloosd, verhalen uit het oud-Germaanse heidendom worden verteld. Lang staat men stil bij het verval van de zedelijkheid en daarbij denkt het aan de onwaarachtigheid die het hele openbare leven doortrekt. Het memorandum besluit met de zin: ‘Wij moeten er tegenover de Führer en rijkskanselier onze bezorgdheid over uitspreken dat hij vaak vereerd wordt in een vorm die alleen God toekomt.’

Overige
– Hitler had plezier over de manier waarop hij erin geslaagd was de leidinggevende figuren van de Duitse Evangelische Kerk te intimideren: ‘Goering had wijdbeens gestaan (…) Alleen bij het horen van de naam Niemöller placht hij een woedeaanval te krijgen.’
– Op 30 juni 1934 liet Hitler de top van de SA vermoorden.
– In de zomer van 1934 schreef Niemöller het boek Vom U-boot zur Kanzel. Dit boek werd een groot succes. Pas in september 1940 werd het door Goebbels verboden; toen waren er al 90.000 exemplaren verkocht. Vele jaren na de oorlog vroeg iemand aan Niemöller iets voorin het boek te schrijven. Hij schreef: ‘Niet ter navolging aanbevolen.’
– Goering liet zich wel eens laagdunkend uit over Müller. Dit wist Niemöller, en daarom zocht hij contact met hem, teneinde iemand anders als rijksbisschop te krijgen. Maar Goering (links) zei: ‘Jullie moeten zelf maar uitzoeken welk kweker van idioten jullie wilden hebben!’
– In het voorjaar van 1935 voerde Hitler algemene dienstplicht in.
– Hitler had er zijn afkeuring over uitgesproken dat zijn afbeelding op evangelische avondmaalstafels werd geplaatst.
– Bonhoeffers naam is nooit geplaatst op de lijst van de Belijdende Kerk voor wie voorbede gevraagd werd. Niemöller wel.

Persoonlijk gevangene van de Führer
Laatste preken in Dahlem
Niemöller en zijn vrouw kregen in totaal 6 kinderen. Vaak las Niemöller ’s zaterdagavonds de preek, die hij de volgende dag zou houden, aan zijn vrouw voor. Het werd moeilijk in Dahlem. De laatste 28 preken die hij daar hield zijn van ontzagwekkende ernst. Soms zit de Gestapo in de kerk. In een preek over Ps. 92:8 ‘Dat de goddelozen groeien als het kruid, en al de werkers der ongerechtigheid bloeien, opdat zij tot in der eeuwigheid verdelgd worden’ past hij de vijanden zonder pardon toe op de vijanden van de Belijdende Kerk. Op 1 juli 1937 wordt Niemöller door de Gestapo meegenomen voor ‘een kort verhoor’. Het was niet de eerste keer, maar deze keer komt hij niet terug: hij zou bijna 8 jaar in gevangenschap blijven. De kinderen waren lid van de Hitlerjungend, maar toen een agent van de politie aan een van zijn zoons, toen Niemöller in de gevangenis zat, vroeg waarom zijn vader gevangen zat, zei hij: ‘Omdat hij het zuivere evangelie verkondigd heeft.’

Naar Saschenhausen
Tijdens een vergadering van de Belijdende Kerk in juni 1937 werden alle deelnemers gearresteerd, behalve Niemöller. Zijn tijdgenoten trokken daaruit de conclusie dat Hitler Niemöller persoonlijk volgde en dat hij de beslissing gaf of, en zo ja wanneer Niemöller aangepakt moest worden aan zich gehouden had. Nadat hij op 1 juli opgepakt werd en op 2 juli voor de rechter stond, werd hem een vonnis opgelegd die vrijwel vrijspraak betekende. Toen Hitler dit hoorde, werd hij woedend en zei: ‘Dan is die man mijn persoonlijke gevangene’. Noch diezelfde dag werd Niemöller naar het concentratiekamp Sachsenhausen gebracht.

Afgewezen door de marine
In zijn gevangenschap heeft Niemöller altijd voldoende te eten gehad, kon hij boeken lezen, beperkt post ontvangen en brieven schrijven. Hij is nooit gemarteld of ook maar geslagen. Hij werd wel streng geïsoleerd gehouden: hij mocht geen enkele medegevangene zien of spreken. Toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak, schreef Niemöller een brief aan de marine om zich aan te melden als vrijwilliger. Toen Bonhoeffer dit hoorde was hij blij, want hij had gehoord dat Hitler bij het uitbreken van de oorlog alle politieke gevangenen wilde ombrengen. Helaas voor Niemöller werd zijn verzoek afgewezen.

Neerslachtigheid en bijna rooms-katholiek
In de zomer van 1940 bereikt Niemöller een dieptepunt in zijn neerslachtigheid en bij de jaarwisseling vat hij het plan op om rooms-katholiek te worden. De Gestapo had hier lucht van gekregen en bracht dit naar buiten. Dit zou namelijk een harde klap voor de toch al zwaar aangeslagen Belijdende Kerk betekenen. In juli 1941 wordt Niemöller overgeplaatst naar Dachau, samen met drie rooms-katholieke geestelijken. In gesprekken met hen komt hij er wel achter dat het rooms-katholicisme niets voor hem is.

Sterfgevallen in gezin
In 1943 krijgt Niemöller de mogelijkheid per dag twee uur te wandelen in het park van het kamp. Het voelde alsof hij weer met zijn duikboot boven water kwam en het luik opendeed. Maar het concentratiekamp was afschuwelijk. Voor zijn raam stond een galg waaraan mensen werden opgehangen. Mevrouw Niemöller verhuisde naar een plaatste dichtbij Dachau, zodat ze hem regelmatig kan opzoeken. Ondertussen sterft een dochter op 16-jarige leeftijd en zijn drie zoons aan het front. Zijn oudste zoon Hans Joachim sneuvelde op 28 februari 1945. Niemöller krijgt toestemming een keer per maand een dienst te houden. Dit kreeg een andere prominente gevangene voor elkaar: Dr. J.J.C. van Dijk (links), oud-minister van defensie van Nederland en lid van de Gereformeerde Kerken.

Vrij
Op 8 april 1945 hoort Niemöller voor het eerst kanongebulder en weet hij dat het front dichterbij komt. Echter, neerslachtigheid treft hem meer dan eens. Toen zijn vrouw een keer op bezoek kwam en vertelde dat een oud-catechisant gesneuveld was, riep hij opstandig: ‘Wie leeft er eigenlijk nog?’ Op 25 april wordt Niemöller met andere prominenten in vrachtwagens geladen en de tocht gaat, onder bewaking van de SS, naar de Alpen. Ze komen uiteindelijk aan in Italië, waar ze niet lang daarna vrij zijn. Daar was wel het Duitse leger voor nodig, die de SS wegjoegen. (Het Duitse leger stond sceptisch tegenover de SS, zeker tegenover die afdelingen van de SS die concentratiekampen bewaakten.) Op 3 mei verschijnen de Amerikanen: ze worden in afgedragen uniformen van het Amerikaanse leger gestoken en naar Napels gebracht.

Na de oorlog
Onjuist beeld rechtgezet
Uit vele landen werd meegeleefd met Niemöller. Vooral in de Angelsaksische wereld stond hij in hoog aanzien. Tijdens de Tweede Wereldoorlog produceerde Hollywood een op hem geïnspireerde film: Pastor Hall. Het beeld dat in de publieke opinie van de westelijke wereld van Niemöller was ontstaan was dat van de onverschrokken tegenstander van Hitler. Dat beeld heeft hij in één interview aan stukken geslagen. Hij had namelijk helemaal geen politiek verzet geboden, alleen maar kerkelijk. De reacties logen er niet om. ‘De legende over Niemöller is groter dan de man zelf.’ Hij werd na dit interview een controversiële figuur en zou dat altijd blijven.

Holocaust
De koude rillingen liepen Niemöller over de rug toen hij hoorde van de holocaust. Van juli 1937 tot mei 1945 had hij een alibi, maar van 1933 tot 1937 niet: ‘Adam, waar zijt gij?’ Veel van wat Niemöller na de Tweede Wereldoorlog heeft gezegd en gedaan is te begrijpen vanuit zijn besef dat hij ten tijde van het nationaal-socialisme tekort geschoten was. Barth stuurde een hartelijke brief naar Niemöller met de uitnodiging naar Zwitserland te komen om daar rust te nemen.

Werkzaamheden na de oorlog
Niemöller heeft na de oorlog zijn werk als predikant in Dahlem niet hervat. Eerst had Niemöller nog moeite om zich weer in het kerkelijke leven te mengen. In 1946 voelde Niemöller zich niet op zijn plaats in de nieuwe Evangelische Kerk in Duitsland: wat heeft hij er eigenlijk nog te zoeken? In 1947 wordt hij echter aangewezen tot president van de landskerk van Hessen-Nassau. In deze hoedanigheid praatte hij grondig met predikanten die fout waren geweest in de oorlog; als ze inzagen dat ze ernaast hadden gezeten, werd er een streep door hun verleden gezet. In 1964 wordt hij één van de 5 voorzitter van de Wereldraad van Kerken. Niemöller ging de hele wereld rondreizen, overal preken en toespraken houden.

Strijd voor de vrede
Niemöller komt na de komst van waterstofbommen, die alle leven op aarde kunnen uitroeien, tot de conclusie dat God Zijn tegenstanders niet met geweld, maar met zelfopoffering en liefde overwint en dat het voor mensen die in Hem geloven niet anders is. Een strijd voor de vrede begint. Na een toespraak in Kassel in 1959 diende de Duitse minister van defensie een aanklacht in tegen Niemöller omdat hij het West-Duitse leger beledigd had. In datzelfde jaar verscheen er een brochure Niemöller – belijder, politicus of demagoog? waarin gehakt van Niemöller werd gemaakt.

Vriendschap met Schweitzer
In de loop van de jaren 60 ontwikkelde zich een echte vriendschap tussen Niemöller en Albert Schweitzer. Ze wisten zich beiden geroepen de mensheid te waarschuwen tegen de kernbewapening. Schweitzer (die menigmaal per schip naar Afrika voer, zei tegen Niemöller: ‘Als het je gelukt was me te torpederen had je een medestander minder gehad.’ Bij zijn overlijden memoreerde Niemöller Schweiter als ‘de eersteling die een nieuw tijdperk inluidt, het tijdperk van geleefd christelijk geloof.’

Niemöllers heengaan
Niemöllers laatste preek ging over 1 Kor. 16:14 ‘Dat al uw dingen in de liefde geschieden.’ Dat was op 27 juni 1981. Hij stierf op dinsdag 6 maart 1984, tot het laatst toe helder van geest.

Overige
– De winter van 1945-46 was voor het Duitse volk verschrikkelijk: alle grote steden lagen in puin, het voedsel was gerantsoeneerd en een Duitser kreeg 2/5 van wat een mens nodig heeft om gezond te blijven.
– Na de oorlog begonnen de geallieerden aan de Entnazifizierung: alle Duitsers kregen formulieren toegezonden waarop ze vragen over hun houding ten tijde van Hitler moesten beantwoorden. Op grond hiervan werd gekeken welke mogelijkheden ze in het nieuwe Duitsland konden krijgen. Niemöller is het hier niet mee eens, gezien de willekeurigheid. Hij vond dat in de eerste plaats de Belijdende Kerk schuld moest belijden omdat ze het volk niet gewaarschuwd had tegen het nationaal-socialisme.
– In 1949 riepen de geallieerden de Bondsrepubliek in leven. (kort daarop riepen de Russen in Oost-Duitsland de Duitse Democratische Republiek in leven). In augustus werden de eerste verkiezingen voor de bondsdag gehouden. Niemöller ging niet naar de stembus want hij was het oneens met de verdeling van Duitsland. De bezettende mogendheden hadden de Duitsers niet gevraagd of ze deze deling wel wilden, vond hij. De New York Herald Tribune opent op 14 december 1949 met de kop ‘Niemöller for United Reich, even if it’s red’.
– Bij een bezoek van Niemöller aan Moskou werd hij fel aangevallen. Ds. J.J. Buskes nam het voor hem op.
– In 1960 is Adenauer bondskanselier en deze man is voor Niemöller de personificatie van alles wat er in de Bondsrepubliek mis is.
– Hoe stond Niemöller tegenover het zionisme? Hij heeft er nooit iets over gezegd, maar het vermoeden rijst dat hij dit alles gezien heeft als Joods nationalisme, en dus als iets onmogelijks.
– Op 7 augustus 1961 vloog Niemöller met zijn auto uit de bocht en reed tegen een boom. Zijn vrouw was op slag dood. Hij zelf bleef een halve dag bewusteloos, maar hield er slechts een hersenschudding aan over. In 1971 hertrouwde Niemöller.
– De jaren 70 zijn de jaren van de ‘god-is-dood’-theologie geweest. Niemöller was daar verbaasd over: ‘Wie in Jezus gelooft die is met een dode Jezus niet echt geholpen, die Jezus luistert niet meer en die spreekt ook niet meer.’
– In 1974, bij de herdenking van de synode van Barmen van 1934, zei Niemöller dat ouderen, voor wie de synode van grote betekenis geweest was, zich wel eens bezorgd afvroegen hoe het er in 1974 met de verkondiging in de kerk voorstond.
– De laatste tientallen jaren van zijn leven zei Niemöller telkens dat zijn tijd vraagt: Hoe krijg ik een genadige naaste?

Gepubliceerd in december 2006