Martyn Lloyd-Jones

n.a.v. Christopher Catherwood, Martyn Lloyd-Jones. Herinneringen aan mijn grootvader, Kampen 1997

Vanwaar zijn dubbele naam?
David Martyn Lloyd-Jones werd op 20 december 1899 in Cardiff geboren. Zijn vader had oorspronkelijk alleen de naam Jones, maar bij zijn huwelijk liet hij zijn laatste voornaam daaraan toevoegen om zich, zo te zeggen, te onderscheiden van de andere mensen met de naam Jones. Als kind werd Martyn Lloyd-Jones David genoemd, zijn eerste voornaam. Pas later werd hij Martyn genoemd; dan werd het D. Martyn Lloyd-Jones. ‘D’ staat dus niet voor ‘dr.’ of zoiets (hoewel hij dat wel was). In huize Lloyd-Jones werd veel over politiek gesproken; ze behoorden tot de Liberals. Op sportgebied was Martyn Lloyd-Jones nooit een uitblinker, maar hij keek tot het eind van zijn leven graag naar sportwedstrijden. In 1909 kwam er een einde aan zijn rustige tijd. Er brak brand uit in de winkel en de negen jaar oude Martyn Lloyd-Jones overleefde dit alleen maar door uit een raam op de bovenste verdieping gegooid te worden.

Tegen de kostschool
Martyn Lloyd-Jones bleef zijn leven lang tegenstander van de vreemde gewoonte van de Engelse middenklasse om hun kinderen vaak al op jonge leeftijd naar een kostschool te sturen. Toen hij later de leider van de evangelicale beweging in Engeland werd, waren velen van de meest belangrijke evangelicale leiders gevormd door wat de Engelsen vreemd genoeg ‘het openbare kostschoolsysteem’ noemen. Volgens Martyn Lloyd-Jones leverde dit een oppervlakkig soort mensen op, die niet in staat waren om op een normale manier met hun gevoelens om te gaan, want het ‘uithangen van de flinke jongen’ vereiste dat alle gevoelens onderdrukt moesten worden.

Plaats voor emotie
Martyn Lloyd-Jones voelde zich meer verwant met de Amerikanen en mensen uit de derde wereld, die ten aanzien van emoties een gezonder standpunt innemen. Het had ook tot gevolg dat hij niet zo gauw onder de indruk was van de emoties die bij de charismatische vernieuwingsbeweging te voorschijn kwam. Hij hield er een evenwichtig standpunt op na en hij liet nooit toe dat gevoelens waarmee hij te maken kreeg, volledig de overhand kregen. Hij was ook van mening dat het kostschoolsysteem de gezinnen uit elkaar rukte en dat kinderen van hun ouders werden vervreemd op een leeftijd die voor hun vorming juist zo belangrijk was. Het idee dat de Heere iemand kinderen zou geven om ze op een jonge leeftijd weg te sturen, was voor hem onbegrijpelijk.

Liefde voor geschiedenis
Martyn Lloyd-Jones hield veel van geschiedenis. Zijn leven lang bleef hij een hartstochtelijke belangstelling voor kerkgeschiedenis houden. We kunnen veel van de geschiedenis leren, ook het leven van individuele christenen kan ons veel leren; zij worstelden met dezelfde problemen als wij. Martyn Lloyd-Jones las niet uitsluitend kerkgeschiedenis – ook politieke geschiedenis fascineerde hem en hij las veel over Lloyd-George, en de geschiedenis van de eerste helft van de 20e eeuw, de tijd waarin hij was opgegroeid.

Combinatie van calvinisme en methodisme
In zijn geboortestreek gingen calvinisme en methodisme hand in hand. Het geheim van het historisch calvinistisch methodisme in Wales was, dat de predikers het beste van beide opvattingen combineerden. Ze hadden het vuur, de ijver en de hartstocht van de grote 18e-eeuwse opwekking van de methodisten. Maar ze hadden ook het heldere inzicht en de overtuigende logica van de theologie van Calvijn. Martyn Lloyd-Jones definieerde later prediking als ‘vurige logica’, of ‘welsprekende redelijkheid’, of theologie die geleerd wordt door iemand die geestelijk in vuur en vlam staat. Voor de huidige theologie geldt dat ze vaak wel juist maar tegelijk levenloos is, vurig maar nietszeggend.

Weinig verwachtingen van de politiek
Martyn Lloyd-Jones ging in zijn jeugd vaak luisteren op de publieke tribune van het Lagerhuis. Het was een tijd waarin het sociale evangelie hoogtij vierde. Veel predikanten hadden het alleen over politiek. Men dacht de wereld nog ten goede te kunnen veranderen. De Eerste Wereldoorlog boorde deze verwachtingen de grond in en de Tweede Wereldoorlog vernietigde het volkomen. Het gevolg was dat Martyn Lloyd-Jones zijn leven lang een wantrouwen bleef houden tegen welke regering dan ook, om zaken ten goede te veranderen. Maar zijn vader hield vast aan de liberale theologie, iets dat zijn zoon later veel verdriet veroorzaakte. Toen een halve eeuw later iemand aan hem vroeg of zijn vader christen was geweest, moest Martyn Lloyd-Jones het antwoord schuldig blijven.

Medicijnen gestudeerd, predikant geworden
Op zeker moment kreeg Martyn Lloyd-Jones belangstelling voor medicijnen studeren en dokter worden. Hij haalde de medische (doctors)graad van de universiteit van Londen, dat was voor hem het hoogst haalbare. Later heeft hij eredoctoraten en zelfs een onderscheiding van de koningin van de hand gewezen. In zijn predikantschap bleef zijn medische achtergrond aanwezig. Iemand kwam naar hem toe en zei: “Doctor, ik voel me geestelijk erg in de put’. Tot zijn verrassing zei Martyn Lloyd-Jones: “O ja? Wanneer ben je voor het laatst op vakantie geweest?’ Martyn Lloyd-Jones bleef zijn leven lang interesse voor de geneeskunst houden en las vakbladen. Martyn Lloyd-Jones had grote aandacht voor het detail, dat komt ook door zijn opleiding.

Huwelijk
Alles ging Martyn Lloyd-Jones voor de wind, hij was een voortreffelijk student. Martyn Lloyd-Jones was echter nog niet helemaal gelukkig. Het leven was hem te vergankelijk en op de een of andere manier leeg. Hij begon een andere roeping te voelen, de ‘jachthond van de hemel’ zat achter hem aan. Psychologen zeggen wel eens dat meerdere belangrijke veranderingen in het leven beter niet gelijktijdig kunnen plaatsvinden: veranderen van baan, verhuizen en gaan trouwen. Martyn Lloyd-Jones deed ze in 1927 alle drie. Bethan Phillips, bijna twee jaar ouder dan Martyn Lloyd-Jones, werd zijn vrouw. Zij was afgestudeerd aan dezelfde universiteit. Toen Martyn Lloyd-Jones trouwde was hij een christen, maar zijn vrouw niet. Maar het kwam eenvoudig niet bij hem op dat de vrouw die hij zojuist getrouwd had wel eens geen (waar) christen, zoals hijzelf, zou kunnen zijn. Bij het luisteren naar de preken van haar man besefte ze dat ze, ondanks het feit dat ze alles wist, dit in haar eigen leven miste.

Bekering
Want Martyn Lloyd-Jones had God gevonden. Hij kreeg geestelijke honger. In Wales werd nog een echte boodschap gebracht. Daar werd hij wedergeboren. Hij kon geen datum noemen. In 1926 werd Martyn Lloyd-Jones predikant in Bethlehem Forward Movement Mission Church in Sandfields, Aberavon. Wat? Maar zijn theologische opleiding dan? Die heeft hij nooit gehad! Vele jaren later schreef hij in Preaching and Preachers dat mensen nooit de preekstoel moesten opgaan uit beroepsmatige overwegingen. Dat moesten zij alleen maar doen als ze niet in staat waren om iets anders te doen en als ze daartoe door God waren geroepen. Als iemand natuurlijke talenten had, zoals bijvoorbeeld een goede voordracht, een helder verstand (een academische opleiding was volgens hem niet per se noodzakelijk) en boven alles een goed karakter, was dat natuurlijk wel mooi meegenomen. Predikers, zo zei hij, worden geboren, niet gemaakt.

Hij bleef medicus
Martyn Lloyd-Jones zag in zijn jeugd predikanten die een preek konden houden die academisch gezien helemaal verantwoord was, maar die over de hoofden van de meeste gemeenteleden heenging. Theologisch gezien waren hun preken dikwijls misleidend en pastoraal gezien waren ze maar al te vaak rampzalig. Voor Martyn Lloyd-Jones was een predikant geen opgeleide deskundige. Martyn Lloyd-Jones had een diagnostisch vermogen, dat hij zich door zijn studie van de medicijnen had eigen gemaakt, dat hem tot de prediker maakte die hij was. Zijn analytische geest stelde hem in staat om tot de kern van het probleem door te dringen. Doctor bleef Martyn Lloyd-Jones. Tijdens zijn predikantschap zouden nog altijd mensen aan de pastorie komen voor medische problemen.

Opwekking in zijn eerste gemeente
In Aberavon was er veel geestelijke blindheid. Maar hier zag Martyn Lloyd-Jones wat achteraf gezien alleen maar een opwekking genoemd kan worden, plaatsvinden. Martyn Lloyd-Jones dacht in dezelfde lijn als J.I. Packer, die in zijn Evangelism and the Sovereignty of God heeft aangetoond dat de beste evangelisten mensen zijn die juist sterk geloven in Gods soevereiniteit, hoe paradoxaal dat ook mag klinken. Martyn Lloyd-Jones schafte veel sociale functies van de kerk af, die ongetwijfeld ook in het leven waren geroepen om mensen ertoe te krijgen naar de kerk te komen. De sportgroep ging eruit, de dramagroep en de ontspanningsvereniging werden opgeheven. Martyn Lloyd-Jones was er van overtuigd dat de arbeidersklasse net zo goed in staat was om naar een preek te luisteren als wie dan ook. Er was geen enkele reden om een preek te vereenvoudigen.

Medische aanpak
Daar hij zelf uit Wales afkomstig was, wist hij hoe gemakkelijk zijn medelandgenoten zich door hun emoties konden laten meevoeren. Veel predikanten maakten hier natuurlijk gebruik van, maar dat had echter hoogst zelden een blijvend geestelijk resultaat. Omdat hij ook dokter was, begreep hij dat de ‘medische aanpak’ de beste was. Hij behandelde zijn hoorders als patiënten, en dat betekende dat hij niet in eerste instantie op hun gevoel werkte, maar dat hij hen op hun verstand aansprak. Hun geest moest geraakt worden. Zijn boodschap luidde dat het christelijk geloof ‘zeer relevant was en buitengewoon indringend’. Een bekende Amerikaanse predikant, John MacArthur, werd sterk beïnvloed door de bediening van Martyn Lloyd-Jones. Van allerlei gewoonten die belangrijk waren trok Martyn Lloyd-Jones zich niets aan. Zo maakte hij op de preekstoel nooit een grapje of leuke anekdote, hoewel dit gebruikelijk was in Engeland.

Preek niet makkelijker maken
Het kerkbezoek nam in zijn eerste gemeente spoedig toe. Iedere woensdag kwam de hele gemeente bijeen om met elkaar over het leven van alledag te spreken, terwijl iedere zaterdag de mannen bijeenkwamen voor een meer theologische Bijbelstudie. Martyn Lloyd-Jones was ervan overtuigd dat de arbeidende bevolking net zo goed in staat was om met elkaar over de Bijbel te spreken dan mensen met een goede opleiding. Hij beweerde zelfs dikwijls dat de mensen in zijn gemeente, hoe ongeschoold en ongeletterd ze ook waren, de grote leerstellingen dikwijls beter begrepen dan menig theologisch hoogleraar.

Beginnende reputatie
Zijn kenmerkende prediking had onvermijdelijk tot gevolg dat zijn reputatie groeide. In het door het sociale evangelie en de vrijzinnige theologie beheerste Wales werd zijn terugkeer tot de verklarende en op de Bijbel gefundeerde prediking al spoedig opgemerkt. Hij preekte met name dat de mens een zondaar was en dat hij behoefte aan een Heiland had. Dat was natuurlijk zeer vernederend, maar het trof doel en het raakte degenen die zijn niet toegeeflijke boodschap hoorden. In het derde jaar dat hij predikant was, kwamen er zeventig mensen tot bekering en in het vierde jaar 128 mensen.

Het negatieve tegengaan
In 1932 werd hem gevraagd in Toronto (Canada) te komen preken. Hij kwam hier in aanraking met een evangelicaal die het altijd met mensen oneens was en daarom was hij volgens Martyn Lloyd-Jones te negatief. “U kunt vrijzinnigen wel bestrijden, maar denk ook eens aan uw eigen ziel”, zo zei hij tegen hem. In plaats van deze besliste en strijdlustige benadering gaf Martyn Lloyd-Jones er de voorkeur aan om “het evangelie op een positieve manier te prediken en mensen te winnen”. Martyn Lloyd-Jones wilde nooit in het openbaar agressief of hardvochtig overkomen, hoezeer hij over iets voor zichzelf overtuigd mocht zijn.


IFES
Van alle werkzaamheden die Martyn Lloyd-Jones in zijn leven ondernam, heeft geen enkele zo’n wereldwijde invloed gehad als onder studenten. Zijn werk in de International Fellowship of Evangelical Students (IFES) veranderde de geschiedenis van de evangelicale beweging en de invloed daarvan is nog steeds merkbaar. Het wordt gezien als één van de belangrijkste christelijke organisaties van dit moment. Er zijn honderdduizenden leden, verspreid over vrijwel alle landen. Er mogen alleen Bijbelgetrouwe studenten in de leiding benoemd worden. Martyn Lloyd-Jones was ten aanzien van de leerstellingen heel strikt. In dit opzicht lijkt hij op de Noorse christelijke leider O. Hallesby. Een sterke nadruk op leerstellingen en op het gezag van de Schrift was gedurende haar hele bestaan kenmerkend voor de IFES. Martyn Lloyd-Jones zou tot zijn dood zitting houden in het bestuur van de IFES en regelmatig spreken op hun conferenties, ondanks zijn afwijkende mening over het lidmaatschap van vrijzinnige kerken.

Midden in de wereld
In de dertiger jaren vormden evangelicale studenten meestal een minderheid, overschaduwd door de zeer vrijzinnige christelijke studentenverenigingen. Dit was natuurlijk een gevaar. Er moest een beweging komen die een stevige basis van bijbels gefundeerd geloof had. In die tijd was het ook zo dat christenjongeren die iets anders dan iets nuttigs gingen studeren, zoals Engels, met argwaan werden bekeken. Ook moeten we ons maar verre houden van verkeerde boeken, zo was de opinie van evangelicale christenen. Francis Schaeffer en ook Martyn Lloyd-Jones hebben echter laten zien dat, willen we de wereld om ons heen begrijpen, minstens kennis moeten hebben genomen van wat deze mensen te zeggen hebben.

Naar Londen
Door het grote werk dat God door Martyn Lloyd-Jones heen verrichtte, verspreidde zijn roem zich in Wales steeds verder. De wereldlijke pers beschreef hem nu als de grootste prediker van Wales sinds de opwekking in 1904. Toen hij in Philadelphia (Amerika) eens preekte, werd hem gevraagd daar predikant te worden, maar Martyn Lloyd-Jones zag zijn roeping nog in Engeland. Hij werd beroepen door de grootste op zichzelf staande kerk van Londen: de Westminster Chapel. Hier zou Martyn Lloyd-Jones bijna dertig jaar predikant blijven. De Chapel overleefde de oorlog; vlakbij viel een bom waardoor Martyn Lloyd-Jones onder het stof en de brokstukken die van het plafond vielen bedekt werd. Kenmerkend voor hem was, dat hij niet alleen kalm bleef, maar dat hij na een paar minuten gezwegen te hebben – het lawaai was oorverdovend geweest – verder ging met zijn gebed!


Verklarende prediking
Veel geweldige predikers verloren hun enthousiasme en invloed als ze naar Londen kwamen, maar zo niet bij Martyn Lloyd-Jones. In 1947 werd de morgendienst op zondag bezocht door 1500 mensen en de avonddienst door 2000. De mensen kwamen natuurlijk voor de prediking. Toen Martyn Lloyd-Jones er iets langer stond was één van de eerste dingen die hij deed het koor opheffen. Hij definieerde prediking als “theologie die door een man verwoord wordt die in vuur en vlam staat”. Alle prediking moest ‘verklarend’ zijn. Een prekenserie over een bepaald onderwerp was volgens hem uit den boze. J.I. Packer typeerde Martyn Lloyd-Jones als een predikant die op “een plateau van buitengewone hoogte” stond.

Ouderwets
Op de zondagavond lag de nadruk op de noodzakelijkheid van de behoudenis, was het dus een soort evangelisatiedienst. ‘s Morgens lag de nadruk meer op het onderwijs aan christenen. Voor Martyn Lloyd-Jones was de gangbare opvatting dat mensen, die in een tijdperk leefden van massacommunicatie, niet meer in staat zouden zijn om logisch en zorgvuldig na te denken, een belachelijke gedachte. Er kwamen geen grappen op de preekstoel. Zijn sombere, lange, zwarte toga verhoogde zijn ernst nog meer. “Hij had iets ouderwets over zich: hij droeg linnen boorden, driedelige kostuums en hoge schoenen in het publiek”. Hij droeg al deze kleren ook op het strand. Terwijl andere vaders in een zwembroek liepen en met hun kinderen speelden, droeg hij niet alleen zijn driedelige pak, maar ook zijn hoed en was hij verdiept in de werken van de puriteinen.

Geen oproep om naar voren te komen
Martyn Lloyd-Jones leidde de kerkdienst zoals diensten honderd jaar geleden geleid werden. “Op de preekstoel was hij een leeuw, heftig uitgangspunten stellend, streng en ernstig, in zijn beste tijd in staat om te grommen en te brullen als zijn argumenten dat vereisten. Informeel was hij echter een zeer ontspannen mens, voortreffelijk gezelschap, geestig en in hoge mate gevat”, aldus Packer. Hij schoof ook een andere veel voorkomende gewoonte aan de kant. Hoewel er in de Chapel veel mensen tot bekering kwamen, deed hij nooit een oproep om naar voren te komen en een beslissing voor Jezus te nemen. Hij wilde geen enkele druk op zijn hoorders uitoefenen. Het druiste in tegen de soevereine macht van God. Ook had hij niet zoveel aandacht voor muziek zoals in andere kerken wel gebeurde. Hij had er grote hekel aan op koren te moeten wachten die maar niet op wilden houden met zingen, waardoor hij minder tijd kreeg om te preken.

Een hele zondag in de kerk
Iets wat de Westminster Chapel uniek maakte was de ongebruikelijke samenstelling van de gemeente. Werkelijk ieder soort mens was er te vinden. Men kwam vaak van ver. Ook kwamen er veel buitenlanders. Omdat veel gemeenteleden veraf woonden, kwamen ze naar hem toe in plaats van de pastor naar hen. Martyn Lloyd-Jones was na de dienst altijd beschikbaar in de consistoriekamer. Op den duur werd er een keuken in gebruik genomen zodat mensen tussen de twee diensten konden overbleven. Zo waren er gemeenteleden die de hele zondag in de kerk doorbrachten. ‘s Middags waren er gespreksgroepen en catechisatielessen. Vlak voor de avonddienst was er een gebedssamenkomst. Na de avonddienst was er koffie of tee in de hal en daarna vertrokken de mensen na een dag van tien uur in de Chapel te zijn geweest.

Geen puriteinse ‘sabbatsviering’
De Chapel was dus geen plaatselijke kerk. Dat gaf ook wel kritiek. Maar het sociale contact was er zeker niet minder om. Toen Martyn Lloyd-Jones in 1968 met emeritaat ging, en zijn ‘schapen’ zich aansloten bij dichterbijzijnde kerken, namen ze bagage mee die die gemeenten ten goede kwam. Martyn Lloyd-Jones ging op zondagmiddag soms met zijn kleinkinderen naar musea of andere culturele plaatsen. Door dat alles werd de zondag voor hen een feest. Hoewel er geen direct geestelijk voordeel zit in het bezoeken van een schilderijtentoonstelling droeg het er toch aan bij dat de kleinkinderen de zondag een fijne dag vonden. “Hoeveel jonge mensen komen nooit meer naar de kerk omdat ze de zondag een vreselijk saaie dag vinden”, aldus een kleinkind van hem.

Predikantenconferenties
Martyn Lloyd-Jones had nog een andere levenstaak: andere, vooral jongere, predikanten vormen. Het begon als een groep predikanten, die elkaar eens per maand ‘s middags op een informele manier in Westminster Chapel ontmoette. Tegen 1954 was deze bijeenkomst aanzienlijk gegroeid, met een gemiddelde opkomst van 200 predikanten per maand en tegen 1960 was dat aantal verdubbeld. De vergaderingen werden belegd om de predikanten de gelegenheid te geven alle dogmatische problemen in hun eigen kerk aan de orde te stellen. Dit betekende natuurlijk dat alle gesprekken op zeer vertrouwelijke basis gevoerd werden. Zo kregen velen in de loop van de jaren een zeer bijzondere band met hem. Verschillende predikanten dachten dat zij persoonlijk de beste band met Martyn Lloyd-Jones hadden…

Onwrikbaar
Tijdens de discussies was Martyn Lloyd-Jones soms humoristisch, in bepaalde gevallen zelfs sarcastisch, maar hij werd nooit beledigend. Hij daagde je echter uit. Op het ene punt was hij ontwijkend en uiterst vaag, en het volgende moment was hij autoritair en onwrikbaar op een bepaald punt, terwijl hij soms – tot verbijstering van sommigen – ook weer erg openhartig was over een andere zaak. Na 1966 zouden de bijeenkomsten niet meer toegankelijk zijn voor alle predikanten. Die lid waren van (deels) vrijzinnige kerkverbanden waren niet meer welkom; dit was een geweldig verlies voor deze predikanten, waaronder J.I. Packer, die lid was van de Anglicaanse Kerk. Afscheiding was een weg tot eenheid, aldus Martyn Lloyd-Jones. Ironisch is dat de meest invloedrijke voorvechters van het puritanisme in de tweede helft van de 20e eeuw vaak anglicanen waren.

Puriteinenconferenties
Een andere soort bijeenkomsten was de Westminster Conferentie, waar het onderwerp van behandeling steevast het puriteinse gedachtegoed was. Martyn Lloyd-Jones organiseerde dit onder andere samen met J.I. Packer en zat deze bijeenkomsten zelf voor. Martyn Lloyd-Jones hield van deze conferenties. Een andere manier waarop hij de opvattingen van de puriteinen weer tot leven bracht, was door de oprichting van de ‘Banner of Truth’, een uitgeverij die ten dele werd opgericht om de klassieke werken van de puriteinen weer opnieuw uit te geven.

Martyn Lloyd-Jones een pinkstergelovige?
Er is verwarring over Martyn Lloyd-Jones’ positie ten opzichte van de Heilige Geest. Sommigen dachten in zijn uitspraken charismatische opvattingen te kunnen aanwijzen. Het ging bijvoorbeeld over wat hij zei over de doop met de Heilige Geest. Hij geloofde dat dit als ervaring losstaat van de bekering, hoewel die gebeurtenissen wel heel dicht bij elkaar kunnen liggen. Hij geloofde dat iedere christen bij zijn bekering de Heilige Geest had ontvangen, maar wat hij met de doop met de Heilige Geest bedoelde was wat anders dan wat pinksterlingen zeggen. Martyn Lloyd-Jones deed zijn uitspraken in de context dat veel mensen die vasthielden aan de rechtzinnige leer er niet uit leefden.

Vanwege de dorheid in de kerk
Martyn Lloyd-Jones kreeg in toenemende mate de overtuiging dat er een zekere dorheid in de kerk was binnengeslopen, ook in het deel waartoe hij zelf behoorde. De doop met de Heilige Geest was nodig. Dat was voor hem geen theorie. “Volgens mij is dit nu juist datgene waaraan we in onze huidige tijd boven alles behoefte hebben”. Het was volgens Martyn Lloyd-Jones mogelijk wedergeboren te zijn zonder met de Heilige Geest gedoopt te zijn. Hij omschreef de doop met de Heilige Geest als “de hoogste ervaring die een christen hier in deze wereld kan meemaken”. Geestelijke gaven bestaan dus wel degelijk, maar de gedachte dat die zo maar geclaimd konden worden, of dat bepaalde gaven verwacht mochten worden, was niet in overeenstemming met de Schrift. De logica van het calvinisme moest volgens Martyn Lloyd-Jones samengaan met het vuur van de charismatische beweging.

Termen uit de Schrift
Volgens Martyn Lloyd-Jones was het feit dat Warfield en ook Calvijn niet geloofden in het blijven voortbestaan van de geestelijke gaven een nieuwe vorm van dispensationalisme. Martyn Lloyd-Jones gebruikte soms dezelfde woorden als pinksterlingen, maar bedoelde er heel wat anders mee. De verzegeling van de Geest bijvoorbeeld houdt voor hem in de kracht om te getuigen en om het goede nieuws van Jezus Christus te verbreiden en niet om daarmee ongebruikelijke dingen te doen. Hij gebruikte de termen niet omdat anderen dat ook deden, maar omdat hij ze in de Schrift vond, en daar ging het om!

Mensen bewust maken van Gods heerlijkheid
Een gevolg van Martyn Lloyd Jones’ uitspraken over deze gevoelige thema’s was dat vele charismatischen zich onder zijn prediking schaarden en reformatorisch werden. Hoewel hij in het openbaar Engels sprak, was de voertaal thuis Welsh. Martyn Lloyd-Jones gebruikte zijn leven lang de King James-vertaling, maar zijn prediking was altijd in eigentijdse taal. Het ging niet om de taal die de puriteinen gebruiken, maar om de levensveranderende en levensvernieuwende boodschap. Dat mensen zich sterk bewust worden van Gods heerlijkheid – dat was één van de grote kenmerken van zijn prediking.


Standpunt over de kerk
Tegen 1966 had Martyn Lloyd-Jones zich een standpunt gevormd over de kerk. Hoewel dit standpunt niet wezenlijk afweek van hoe hij hier eerder over dacht, trad er wel een accentverschil op. Wat hij reeds lang als belangrijk had beschouwd, werd nu het punt waar alles om draaide en gedurende de rest van zijn leven besteedde hij hier steeds groter aandacht aan. Hij was van nature een vredelievend persoon, maar ondanks dat voelde hij zich verplicht zich controversieel op te stellen ten aanzien van de oecumenische beweging. Martyn Lloyd-Jones kwam op het standpunt dat bijbelgetrouwe christenen zich moesten afscheiden van kerken waar vrijzinnigheid getolereerd werd. Het ging hierbij niet om zaken als de doop of het duizendjarig rijk, maar om ‘absoluut wezenlijke’ zaken. De Westminster Chapel was tot dusver lid van de meer vrijzinnige Congregational Union.

Francis Schaeffer
Hij had hier al eens serieus over gesproken met iemand als Francis Schaeffer. Die had zich al eerder teruggetrokken uit een kerk van vrijzinnige opvattingen. Hij zou het later volkomen eens zijn met Martyn Lloyd-Jones’ opvattingen. Schaeffer somt gevaren op voor hen die bij een kerkgenootschap blijven die vrijzinnig geworden is. Zulke mensen zullen de lijn die ze niet willen overschrijden steeds weer verleggen. De zaak waardoor ze hun kerkgenootschap zouden verlaten, wordt steeds erger, maar nog vaker wordt dat punt nooit bereikt! In tegenstelling daarmee kunnen degenen die zich wel afscheiden erg hard, liefdeloos en veroordelend worden ten aanzien van degenen die achterblijven.

Dilemma
Martyn Lloyd-Jones wilde niet meer de discussies als deze: “Ben je een bijbelgetrouw christen?” “Ja!”. “Maar je bisschop is van mening dat al die bijbelgetrouwe christenen niet goed wijs zijn en dat ze het evangelie verdraaien en één van jullie professoren heeft de maagdelijke geboorte ontkend”. “Ja, dat is zo, maar de basis van het geloof van mijn kerkgenootschap (de Negenendertig Artikelen) bevestigt zowel de waarheid van de verzoening als die van de maagdelijke geboorte”. Er waren velen die het probleem oplosten door aan dit probleem voorbij te gaan. Dat stak Martyn Lloyd-Jones. Voor hem was het een echt dilemma. In oktober 1966 kwam het tot een climax.

Climax
Het was de nationale vergadering van de Evangelische Alliantie. Martyn Lloyd-Jones werd gevraagd de vergadering toe te spreken. Hij greep de vergadering aan om hen deelgenoot te maken van zijn zienswijze over de kerk. Het zou een historische avond worden. Was Martyn Lloyd-Jones uit op verdeeldheid? Nee, juist op eenheid, want hij vond dat de huidige situatie verdeeldheid bracht onder Gods volk. Alleen als ze zich aaneen zouden sluiten konden evangelicalen verwachten dat de Heilige Geest een opwekking zou bewerkstelligen. Toen Martyn Lloyd-Jones zijn woorden had gesproken op de vergadering, werd de sfeer nog meer geladen door de opmerkingen van de voorzitter van de vergadering, John Stott.

John Stott
Er voltrok zich een drama. Stott dankte Martyn Lloyd-Jones voor zijn toespraak en vervolgens maakte hij duidelijk zenuwachtig en weinig op zijn gemak enkele opmerkingen als een reactie daarop. Zijn opmerkingen kwamen harder aan dan hij bedoeld had. “Ik geloof dat wat dr. Lloyd-Jones heeft gezegd in strijd is met wat de geschiedenis ons leert. (…) Het is ook in strijd met de Schrift. Ik hoop dat niemand overhaast zal handelen. (…) We zijn allen bezorgd over dezelfde essentiële onderwerpen en het gaat ons allen om de eer van God.” Later bood John Stott zijn verontschuldigingen aan voor het feit dat hij onbedoeld zo’n stemming had geschapen. De twee mannen bleven vrienden van elkaar, ondanks dit voorval.

Wie had gelijk?
Het was niet zijn bedoeling een evangelicaal kerkgenootschap te stichten, want hij wist dat dit een onmogelijkheid zou zijn. Organiseren was hem bovendien helemaal vreemd. Hij heeft hier geen moment aan gedacht. Wat hem voor ogen stond was een los verband. Hij dacht aan een federatie, waarin de diverse onderscheidingen zouden blijven bestaan, maar waarvan de leden allen bijbelgetrouw zouden zijn. J.I. Packer bleef in de Anglicaanse Kerk. Dit onderwerp bracht dus een tragische verwijdering tussen beide mannen tot stand. Packer schrijft: “Wie van ons had gelijk? De geschiedenis zal daarover oordelen en daaraan laat ik de zaak over.” Packer begreep Martyn Lloyd-Jones als geen ander. Opwekking! Dat was het grootste verlangen van Martyn Lloyd-Jones. Hij had geen belangstelling voor commissies en structuren.

Gaat uit van haar, Mijn volk!
Wat bevreemdend is, is dat Martyn Lloyd-Jones zelf nooit zijn eigen kerkgenootschap heeft verlaten. Of het bewust of bij toeval niet is gebeurd, weten we niet, het is wel een feit. Martyn Lloyd-Jones maakte zich zorgen over de toenemende invloed van de oecumenische beweging. Het was naar zijn opvatting onmogelijk dat een bijbelgetrouw christen “een kerkelijk juk aanging met anderen die de meest wezenlijke zaken van het christelijke geloof ontkenden”. Er kon voor evangelicalen slechts één ding mogelijk zijn: “Gaat uit van haar, Mijn volk!” Toch moeten we ons misschien wel afvragen of Martyn Lloyd-Jones zelf een beetje kerkistisch geworden was. Het gebeurde eens dat Martyn Lloyd-Jones achterin een andere kerk zat en dat de predikant plotseling aankondigde dat hij ergens anders over zou gaan preken. Deze man had zijn preek voor een groot deel aan Martyn Lloyd-Jones ontleend en zag het niet meer zitten ‘m te houden nu Martyn Lloyd-Jones zelf onder zijn gehoor zat. Er waren er heel wat die Martyn Lloyd-Jones imiteerden, soms hoorde hij zijn eigen preek bijna woordelijk hetzelfde.

Einde aan vriendschap met Packer
Aan de oude vriendschap tussen Martyn Lloyd-Jones en Packer kwam een einde. Opvallend genoeg bleef Packer wel goed contact onderhouden met familieleden van Martyn Lloyd-Jones. Packer heeft het Martyn Lloyd-Jones nooit kwalijk genomen. Deze scheiding was zeer nadelig voor de evangelicalen binnen de Kerk van Engeland. En de volgelingen van Martyn Lloyd-Jones weigerden in toenemende mate nog iets met anglicanen te maken te hebben, en werden daardoor roomser dan de paus. Ze verloren de verbondenheid met hun mede-evangelicalen, die er ondanks alles toch wel was. Door zich eenzijdig op te stellen bracht Martyn Lloyd-Jones tussen evangelicalen onderling een scheiding en veroorzaakte hij dus alsnog een scheuring die hij zo graag had willen voorkomen.

Opwekking
Helaas deed hij niet zijn uiterste best om de meer agressieve en mogelijk heethoofdige ijveraars uit zijn eigen kamp wat in te tomen. Met zijn liefde voor de geschiedenis en zijn encyclopedische kennis van de 17e eeuw is het verbazingwekkend dat hij, uit de ervaringen in het verleden, niet voorzag wat er met zijn volgelingen zou kunnen gebeuren. We kunnen het beste de woorden van zijn grote held Oliver Cromwell naspreken, die tot de Schotten sprak: “Broeders, ik beveel u in Christus’ ontferming aan en overweegt bij uzelf of u misleid bent”. Wat Martyn Lloyd-Jones boven alles begeerde te zien was een opwekking. Volgens hem kon er alleen maar sprake zijn van een opwekking als de kerk weer zuiver is. Maar is het juist niet een opwekking die de kerk zuivert?

Preken bewerken voor uitgave
Martyn Lloyd-Jones werd uitgenodigd naar de Westminster Universiteit in Philadelphia te komen om een aantal lezingen te houden over de prediking. Dat deed hij en hij publiceerde dit later als Preaching and Preachers. In deze lezingen beschreef hij prediking als ‘vurige logica’, misschien wel de beste definitie die ooit over bijbelse prediking gegeven is. Hij ging zich met zijn manuscripten bezighouden. Al zijn preken in de Chapel vanaf de Tweede Wereldoorlog waren uitgeschreven. Hij kon nu beginnen met het uitgeven van deze preken. Dat was zijn belangrijkste werk na zijn emeritaat. De belangrijkste prekenseries die tijdens zijn leven verschenen waren die over Romeinen en Efeziërs. Typerend was dat hij ze niet in chronologische volgorde uitgaf, maar in volgorde van belangrijkheid. Één van de meest gekochte boeken was Life in the Spirit over de brief aan de Efeziërs. Hierin laat hij onder meer zien hoe we kinderen moeten opvoeden en bemoedigen.

Martyn Lloyd-Jones in familiekring
– Toen een kleinzoon van hem beïnvloed raakte door oosterse mystiek, trad Martyn Lloyd-Jones niet hardvochtig op en verbood hij het hem niet om ooit nog zulke geschriften te lezen, maar hij vroeg zich af waarom hij hier zo door werd aangetrokken. Hij ging er een boek over lezen en besprak dat met zijn kleinkind.
– Toen een kleindochter, een groot bewonderaar van een beroemde rugbyspeler, haar favoriet wilde gaan zien spelen op een zondag, veroorzaakte dat heel wat ruzie in de familie. Tot grote verbazing van de familie vond Martyn Lloyd-Jones het goed dat ze er heen zou gaan (in plaats van de naar de kerk dus). Hij redeneerde dat ze vanzelf volwassen zou worden en dan op haar eigen tijd, onder Gods voorzienigheid, aan geestelijke dingen toe zou komen. Bovendien was het verkeerd om iemand die nog geen christen was te binden aan allerlei strakke regels voor de zondag, zo vond hij. De opvoeding in een zeer christelijk gezin kon soms een belemmering zijn om tot bekering te komen. Het viel op de bewuste dag erg tegen voor zijn kleinkind, want het regende en de rugbyspeler kwam niet opdagen. Ze had haar lesje geleerd.
– Martyn Lloyd-Jones was eigenlijk een verlegen mens. Het was zeker geen man voor een gezellig praatje. Hij had een grondige hekel aan gebabbel en sociale praatjes en hij voelde zich in zo’n omgeving weinig op z’n gemak. Hij hield veel meer van een diepgaande theologische discussie.
– Hoewel hij de vriendelijkheid zelve was – in zijn pastorale gesprekken in de consistoriekamer of in zijn studeerkamer was er geen sympathieker mens denkbaar – was hij verlegen en alleen in zijn familiekring en bij een paar zeer goede vrienden voelde hij zich volkomen op zijn gemak.
– Het gedeelte waar hij in zijn studeerkamer mee bezig was nam hij altijd mee naar de maaltijden. Niet zelden ging over dat onderwerp de discussie aan tafel. Van discussies over politiek hield hij ook. Politiek boeide hem in hoge mate. Hij hield ervan om politieke debatten op de televisie te volgen.
– Martyn Lloyd-Jones leerde zijn kleinkinderen dat het gebed altijd moest beginnen met lofprijzing en dat een gebed geen vragenlijstje was.

Overlijden
In 1969 was Martyn Lloyd-Jones al ernstig ziek geworden, ongeneeslijk ziek. Hij moest toen met emeritaat gaan. Maar hij kon nog wel jaren leven. Hij zag zijn einde aankomen begin 1981. Hij zegde de krant op, want die wilde hij niet meer ontvangen zo vlak voor zijn dood. Hij zei tegen zijn familie: “Bidt niet voor genezing. Probeer mij niet af te houden van de heerlijkheid.” Hij stierf op 1 maart 1981 in zijn slaap. Op zijn grafsteen in Wales staat: “Want ik heb niet voorgenomen iets te weten onder u, dan Jezus Christus, en Dien gekruisigd”. Eens zei iemand tegen Martyn Lloyd-Jones: “Volgens uw vrienden heeft u een groot gevoel voor humor, maar dat gebruikt u zelden op de preekstoel. Martyn Lloyd-Jones antwoordde: “Ik vind het erg moeilijk om op de preekstoel grappig te zijn. Op de preekstoel voel ik mij altijd in die vreselijke positie tussen God en zielen staan die naar de hel zouden kunnen gaan. Die positie is te ontzagwekkend om grapjes te maken.”


Gepubliceerd in juli 2008