Moderne wetenschap in de Bijbel

n.a.v. Ben Hobrink, Moderne wetenschap in de Bijbel. De Bijbel is de wetenschap 3500 jaar vooruit, Hoornaar 2005

Bestrijding van epidemieën
Wetenschappelijk verantwoord
Pas in de 20e eeuw zijn we erachter gekomen hoe wetenschappelijk verantwoord alle feiten uit de Bijbel zijn. De Bijbel staat vol met feiten die de mensen in de oudheid absoluut niet konden weten. Bijvoorbeeld de besnijdenis moest op de achtste dag plaatsvinden; we weten nu dat op die dag bloedingen een stuk sneller stoppen dan op enige andere dag van het leven. De ark had de ideale verhoudingen, was de meest stabiele bootmodel; dit weten we nu pas. In de tijd van Mozes stond de anatomische kennis van de Egyptenaren op een hoger peil dan in Nederland in de Gouden Eeuw. Mozes heeft gestudeerd op de beste universiteit van die dagen. Ondanks dit vinden we in de boeken van Mozes niets van het primitieve bijgeloof van de Egyptenaren. Een zeer geleerd professor wordt bijzonder gewaardeerd als hij moeilijke onderwerpen in alledaagse taal aan ons kan uitleggen. Maar als de Bijbel dat probeert, is hij voor veel mensen plotseling onbetrouwbaar geworden!

De Kanaänieten
We kunnen ons nauwelijks voorstellen onder welke primitieve omstandigheden de mensen hebben geleefd in de tijd van Mozes tot de late Middeleeuwen. God gaf Zijn volk Israël een onovertroffen stelsel van maatregelen voor een goede gezondheid. Het land waar de kinderen Israëls naar toe werden geleid, was Kanaän. De gemiddelde leeftijd lag hier toen niet hoger dan 30 jaar. Er waren slechts weinig mensen die echt van ouderdom stierven. Er was een vreselijke onhygiënische situatie en een laag (seksueel) moraal. ‘De erotische aspecten van hun godsdienst zijn gezonken tot extreem lage diepten van sociale ontaarding’. Om de geslachtsdrift tijdens de godsdienstige rituelen aan te wakkeren, droegen de mannen soms vrouwenkleding en andersom. Vandaar dat dit door God streng verboden werd. Ook werden er kinderoffers gebracht. Bij veel volken rondom Israël gold er op het gebied van seksualiteit helemaal geen beperking. De gevolgen van deze levenswijze waren: geslachtsziekten en de pest.

Streng?
De maatregelen die Mozes, in opdracht van God, nam om het volk te beschermen, zijn in onze ogen bijzonder streng. Als je leest dat de onschuldige burgers van Kanaän uitgeroeid moesten worden, lijkt dat wreed en onrechtvaardig. Maar bij nader inzien blijken die burgers helemaal niet zo onschuldig te zijn. Naast al hun zonden van perversiteit en corruptie waren zij het die onschuldige kinderen vermoordden, hun eigen kinderen nog wel!

Geslachtsziekten
Geslachtsziekten kwamen dus veel voor. Gevolgen waren onvruchtbaarheid en blindgeboren baby’s. In dit licht moeten we ook zien dat de Heere Zijn volk vruchtbaar wil laten zijn: waarschijnlijk kwam er veel onvruchtbaarheid voor in de volken rondom Israël door de geslachtsziekten. Rond 1900 was ook 30 procent van alle blindheid het gevolg van een geslachtsziekte. Dit zal wel in de hele geschiedenis zo geweest zijn. De opmerking in Johannes 9 over de blindgeborene of de ouders gezondigd hebben of hij zelf was dus zo gek nog niet. God geeft veel maatregelen om seksuele onreinheid tegen te gaan: afzondering en wassing.

Wassen
Buiten de Israëlieten was er geen ander volk op aarde dat zich regelmatig waste! Veel aandacht geeft de Bijbel aan hoofdhaar, nagels en kleren. En dit zijn nu nét de plekken waar de grootste aantallen bacteriën voorkomen.

Epidemieën in de Middeleeuwen
In de steden was de situatie een stuk slechter dan op het platteland. De mensen wasten zich nooit, deden hun behoefte gewoon op de ongeplaveide straat, miljarden vliegen kwamen daar op af, varkens en honden liepen rond om te eten van de troep, kortom ‘op de vloer lag bier, vet, rotzooi en alles wat vies was’ (Erasmus). Als de troep te erg werd, verlieten de mensen hun dorp en gingen ergens anders wonen, of ze verbrandden de boel en bouwden een nieuw dorp erbovenop. Door de ongezonde omstandigheden waren veel mensen ziekelijk en gingen vroegtijdig dood. Bovendien stierven miljoenen mensen een jammerlijke dood aan plotseling opduikende epidemieën. De twee ergste plagen in die tijd waren de melaatsheid en de pest.

Melaatsheid
De slachtoffers sterven er niet aan, maar hun ledematen en gezicht rotten langzaam weg, waardoor er een afschuwelijke stank van rottend vlees om hen heen hing. In deze tijd komt het nog het meest voor in India, het meest onhygiënische land ter wereld. In de Middeleeuwen had men een dodelijke angst voor de melaatsheid. De Bijbel zegt dat een melaatse in afzondering moet leven. Maar tot ruim 100 jaar terug werd daar bijzonder fel tegen geprotesteerd. Pas toen men, desnoods met geweld, deze patiënten ging afzonderen, nam het aantal drastisch af. In Israël moest de melaatse de bovenlip bedekken en roepen: onrein, onrein! Waarom de bovenlip bedekken? Omdat de afscheiding van de neus en de spuug de ziekte konden overbrengen; nu doen chirurgen dat bij een operatie!

De Zwarte Dood
Er is een verhaal bekend dat men tijdens een beleg van een stad de pestlijders met katapulten over de muur schoten, zodat de pest ook uitbrak bij het vijandelijke kamp! Zo besmettelijk was de pest. Tussen 1348 en 1351 stierf ruim een kwart van de totale Europese bevolking eraan, over de hele wereld waren dat er 60 tot 75 miljoen. Dit was de grootste ramp die de mensheid ooit getroffen heeft. Alleen in de joodse getto in Straatsburg was de situatie anders; Balavignus, de arts, beval de hele wijk schoon te maken en alle afval te verbranden, dit alles volgens de reinigingswetten uit Leviticus; het gevolg was dat onder hen veel minder pest voorkwam. Hierop werd deze arts gevangen genomen en onderworpen aan extreme folteringen; toen bekende hij dat de joden de lucht, de waterputten en de bronnen vergiftigd hadden (onzin natuurlijk). In deze jaren woedden pogroms over heel Europa; in Basel, Frankfurt, Straatsburg en Keulen werd de totale joodse bevolking uitgeroeid; velen vluchtten naar Polen. Een zwarte bladzijde… De eerste arts die een officiële afzondering instelde, was Simon de Covina in Venetië, toen de machtigste stad op aarde. Zeelieden die de stad bezochten, moesten eerst 40 dagen afgezonderd worden: in quarantaine (veertig = quaranta). Veertig dagen is overdreven lang; de Bijbel spreekt over 2 à 3 weken.

Onhygiënische levenswijze
Europa kreeg haar meest verwoestende plagen onder controle, toen men de slachtoffers ging isoleren zoals in de Bijbel staat aangegeven. Toch bleven veel andere belangrijke ziekten de mensheid uitdunnen. Dit kwam door de onvoorstelbaar onhygiënische levenswijze. De straten waren ongeplaveid, de mensen gooiden hun uitwerpselen, urine en afval gewoon op straat. Hadden ze de bijbelse richtlijnen maar aangehouden: buiten de legerplaats gaan met een schopje, een gat graven en daar de uitwerpselen in doen en bedekken.

Hygiëne
Ongewassen handen
Buiten de westerse wereld is het nog steeds onbekend dat een goede hygiëne noodzakelijk is voor een goede gezondheid. Tot aan het eind van de 19e eeuw werd een patiënt gewoon geopereerd zonder enige hygiënische maatregelen. Men stak de ongewassen handen bijvoorbeeld gewoon in de wond. Logisch dat bijna de helft van alle patiënten stierf aan bloedvergiftiging en andere infecties.

Semmelweis en de kraamvrouwen
De Hongaarse dokter Ignaz Semmelweis (1818-1865) vaardigde regels uit dat artsen en studenten na een lijkschouwing eerst hun handen moesten wassen in een schaal met water. Op de kraamafdeling stierven namelijk heel veel vrouwen. Onmiddellijk kwamen er enorme protesten tegen de overlast van dit wassen, wassen en nog eens wassen. Maar het sterftecijfer ging omlaag! Men wilde dit echter niet accepteren. Semmelweis werd ontslagen en men deed de wasbekkens weg en… het sterftecijfer schoot weer omhoog. Semmelweis stierf op 47-jarige leeftijd in een psychiatrische inrichting, want de spanning en de doodstrijd van de stervende moeders achtervolgde hem zwaar en zijn geest brak. Hij heeft tijdens zijn leven nooit erkenning gekregen.

Wat Semmelweis ontdekte, stond al in de Bijbel
Maar 3500 jaar vóór Semmelweis had God dit al bevolen! De Bijbel gebied namelijk de mens die een dode aanraakt 7 dagen in afzondering moet leven. Wat blijkt nu? De incubatietijd van bijna alle bacterieziekten is korter dan 7 dagen. Een besmetting kan dus altijd binnen een week worden ontdekt. 3500 jaar geleden werd bij het verplegend personeel in Israël al minstens eenmaal per week de kleren verwisseld en gewassen, en elke dag de handen gewassen. Zéér vooruitstrevend! Het aanraken van een lijk was vroeger vooral gevaarlijk omdat men zelden van ouderdom stierf, maar meestal aan een besmettelijke ziekte. Het is bekend dat vlooien en luizen zo snel mogelijk een overledene verlaten en overlopen naar een ander, warm lichaam, bijvoorbeeld van de behandelend arts. De Mozaïsche wetten waren een anachronisme (iets wat niet past) in hun tijd. Ze waren hun tijd te ver vooruit om door andere volken gehoorzaamd of begrepen te worden. De Israëlieten waren de enigen die als hele volk belang hechtten aan een goede hygiëne, zoals baden en kleren wassen en bescherming van voedsel- en watervoorraden.

Baden en kleren wassen, bescherming van voedsel- en watervoorraden
Dit niet om er netjes bij te lopen, maar om gezond te blijven! Zeep is niet zozeer belangrijk, maar het regelmatige wassen. Wij kunnen ons nauwelijks voorstellen hoe makkelijk het voedsel in een primitieve maatschappij verrot, beschimmelt, door ratten wordt opgevreten en door kevers ongeschikt wordt gemaakt. In India gaat bijvoorbeeld jaarlijks meer dan een kwart van de graanopbrengst verloren door ratten en muizen! Viel er bij de Israëlieten bijvoorbeeld een dood dier in een vat met eten, dan moest én het eten én het vat vernietigd worden. Dode dieren zijn namelijk een bron van besmettelijke ziekten. Wanneer echter een dood dier in een waterbron viel hoefde niets gedaan te worden behalve de kadaver eruit halen. Want dat water is koud en daarin kunnen ziektekiemen zich niet zo snel vermenigvuldigen. 3500 jaar geleden! Wij weten het nu, maar zij konden het nooit weten. God wel.

Voeding
Moderne voedingsleer
De Mozaïtische voedselwetten zijn totaal anders dan die van de omliggende volken. De regels in Israël blijken verantwoord te zijn volgens de moderne voedingsleer. Ook geeft de Bijbel een logische indeling van alle eetbare dieren. De schrijver moet een bovennatuurlijk inzicht gehad hebben. In principe mogen alle dieren gegeten worden, maar voor je gezondheid is het beter om alleen reine dieren te eten. In de Bijbel staan juist díe hygiëne- en voedselwetten waarvan de primitieve mens niet kon weten waarom ze zo belangrijk waren. Wij weten het nu wel… Er is niemand die ons daartoe dwingt, maar toch eten we bijna uitsluitend koeien, schapen, vogels en vissen, en af en toe een haas of een schelpdier. De grote uitzondering op de regel is het varken, daar komen we nog op.

Voedselvergiftiging
In de tijd van Mozes waren er vreselijk onhygiënische toestanden; iedereen had zijn varkens en ratten (met de bijbehorende vlooien en luizen) om en in het huis lopen. Men woonden en sliep in dezelfde ruimte als de dieren. Een Keuringsdienst van Waren was er niet. In Israël moest men binnen een dag het vlees opeten, anders volgde onherroepelijk een ernstige voedselvergiftiging. In ons Nederland met z’n high-tech voedselindustrie, diepvrieskluizen en superschone huishoudens komen elk jaar toch nog meer dan één miljoen gevallen van voedselinfectie voor. Hoeveel moet het toen zijn geweest!

Twee hoofdredenen
Er zijn twee hoofdredenen waarom het ene diersoort wel en het andere niet gegeten mag worden: (1) Volksgezondheid: het vlees van sommige diersoorten is veel gevaarlijker; het vlees van varkens en ratten bijvoorbeeld kan levensgevaarlijke ziektekiemen bevatten. (2) Biologisch evenwicht: sommige diersoorten zijn bijzonder nuttig voor het evenwicht van de natuur en mogen daarom niet gegeten worden. Bijvoorbeeld roofdieren omdat ze zieke dieren en kadavers eten, of omdat ze plaagdieren bestrijden.

Algemene regels
Belangrijk voor Israël was, dat ze met een paar algemene regels kreeg aangegeven welke dieren wel of niet gegeten mochten worden: herkauwers en die gespleten hoeven hebben. Alleen het vlees van herkauwers (gras en bladeren, geen vlees!) is vrij van de gevaarlijke trichinen (=worpjes). Deze zijn niet met het blote oog te ontdekken. Daarom getuigt deze regel van Gods wijsheid; niemand kon het toen weten, alleen wij met de fijnste microscopen. Het op grote schaal houden van herkauwers is het ook minst belastend voor het milieu.

Het varken
Er zijn uitzonderingen, bijvoorbeeld het varken. Dat zijn alleseters; ze schuimen rond de boerderij of langs de wegen, waar afval en uitwerpselen liggen. Wroetend in de aarde, de mest en de bagger, alles opvretend wat ze tegenkomen: huisvuil, boomwortels, insecten, jonge, zieke en dode dieren, alles wordt verorberd. Ideale omstandigheden dus om dodelijke ziekten op te lopen! En dus is het ongezond om zo’n beest te eten!

Ratten en muizen
Ratten en muizen zijn de meest destructieve gewervelde dieren op aarde; de rat is een oer-ellendige lastpost en plaagdier. Er kan niets ten gunste van haar gezegd worden. Sommige vogelsoorten eten deze beesten; daarom mochten die soorten niet gegeten worden door de Israëlieten: die waren veel te belangrijk voor de bestrijding van plaagdieren!

Vissen
Alleen vissen met vinnen en schubben waren toegestaan om te eten; het blijkt nu dat juist deze vissen niet besmet kunnen zijn met trichinen. De door God toegestane vissen zijn dan ook volgens de moderne voedingsleer nog steeds de veiligste voedselbron uit het water. Mosselen mochten ook niet worden gegeten; deze schelpdieren zijn onmisbaar voor schoon drinkwater: ze filtreren (maken schoon) het water met een snelheid van 40 liter per uur.

Vet
In de oudheid waren de mensen ervan overtuigd dat het vet van dieren gezond is. Het was een teken van voorspoed. Maar de wet van Mozes heeft het consumeren van vet verboden. Het vet mocht voor allerlei doeleinden gebruikt worden, maar niet voor consumptie. Dat dierlijk vet uiterst slechts is voor de gezondheid, behoeft in onze tijd geen betoog! Dit veroorzaakt zwaarlijvigheid, hart- en vaatziekten en kanker. Het is opmerkelijk dat de Israëlieten wél het vet van vissen mochten eten; dat geeft blijk van een onvoorstelbaar diep inzicht in de voedingsleer. Het onderhuidse vet van landdieren is het meest ongezonde voedsel dat er bestaat, maar het vet van vissen is juist het tegenovergestelde! Het is bijzonder goed voor je gezondheid, hoe vetter hoe beter. Daarom komen hart- en vaatziekten zo weinig voor bij de Eskimo’s!

Landbouw en milieu
Landbouw
De Israëlieten hadden in het land Kanaän weinig bouwland tot hun beschikking; die werd nog bewoond door verschillende volken. Om toch zoveel mogelijk opbrengst te krijgen, moesten ze de schaarse landbouwgrond intensief bewerken. In het zevende jaar moest het land met rust worden gelaten: pas nu zien we waarom: braakliggen is een belangrijk middel om de oogst gezond te houden en om de grond niet te doen uitputten. Zo was de opbrengst van het land bij de Israëlieten 4 keer zo hoog als in de Middeleeuwen!

Milieu
Als de Israëlieten een stad belegerden, mochten ze niet het geboomte vernietigen. Dit was een unieke regel, die nergens anders op de wereld voorkwam. Bij de oude Grieken was het bijvoorbeeld de gewoonste zaak van de wereld om eerst alle boomgaarden en akkers bij de stad te vernietigen: de tactiek van de ‘verschroeide aarde’. God verbood dit. Waarom? Boomvruchten, zoals noten en fruit zijn bijzonder belangrijk voor de gezondheid. Vruchtbomen groeiden heel langzaam, het duurde wel tien jaar voordat er weer een flinke boom met vruchten was gegroeid. Daarom moesten de bomen blijven staan. De hele maatschappij van de Israëlieten was trouwens doortrokken van eerbied voor de natuur.

De ark van Noach
Zondvloedverhalen
Er zijn talloze zondvloedverhalen bekend van verschillende volken. Dit mag al een aanwijzing zijn dat de zondvloed heeft plaatsgevonden. Het grote verschil tussen deze verhalen en dat van de Bijbel is, dat laatstgenoemde wetenschappelijk verantwoord is en de andere verhalen niet. De Babyloniërs bijvoorbeeld spraken over een ark in de kubusvorm; nu blijkt dat een kubus het minst zeewaardige schip is dat er bestaat: vreselijk onstabiel, vangt onnodig veel wind, tolt voortdurend in het rond als hij nog niet is omgekieperd. De vloed duurde bij de Babyloniërs twee weken: een onmogelijk korte tijd.

De ark van Noach
De ark van Noach was 150 meter lang, 25 meter breed en 15 meter hoog. De verhouding lengte – breedte was dus 6:1. Dit was in die tijd totaal onbekend voor een vrachtschip. Tot aan de 16e eeuw waren de zeewaardige zeilschepen van Nederland en andere Europese landen ongeveer twee keer zo lang als breed (2:1). De slankste modellen waren hooguit 3:1. Totdat in 1594 een Nederlandse koopman, Pieter Jansz Liorne uit Hoorn zich liet inspireren door de ark en haar verhoudingen nabootste: het werd een overweldigend succes. De schepen zeilden veel makkelijker en sneller. Het heeft de scheepsbouwers dus duizenden jaren gekost om te ontdekken wat de ideale verhoudingen zijn. Volgens de huidige inzichten is de beste verhouding voor een schip dat niet wordt voortgestuwd door motor of zeil 6:1! Ook de diepgang van de volgeladen ark was perfect: Er staat dat de ark 15 el boven de bergen uitkwam, dus we mogen ervan uitgaan dat de ark toen overal vrij kon ronddrijven. Ook de hoogte was 15 el, dat maakt samen 30 el. Dat is precies de veiligste en stabielste diepgang die een boot kan hebben: de ark kon onmogelijk door golven tot zinken gebracht worden. Ook het feit dat de dieren niet losliepen, maar in hokken zaten, droeg bij aan de stabiliteit.

Was de ark groot genoeg?
Er wordt wel eens gezegd: die dieren pasten nooit allemaal in de ark. Zo berekende iemand dat er minstens 2,5 miljoen dieren in de ark moeten hebben gezeten, waaronder 210.000 vogels. Als we de oppervlakte berekenen min de balken en planken komen we uit op ongeveer 42.000 vierkante meter. Dat betekent dat er 133.000 dieren kunnen worden vervoerd ter grootte van een schaap.

Wat moest in de ark?
(1) Dieren die in leven gehouden moesten worden: dus waarvoor het gevaar bestond dat ze zouden verdrinken. (2) Dieren die zich op of boven de aardbodem bewegen: dus zoogdieren, vogels en reptielen.
Dus geen waterdieren, zoals vissen en schelpdieren. Ook geen insecten of amfibieën waarvan de eitjes en larven een watersnood konden overleven. Ook geen dieren die via drijvende planten en bomen de watersnood konden overleven, zoals de meeste insecten en ongewervelde dieren. Van alle diersoorten leeft het overgrote deel in het water en kon dus in eigen kracht de zondvloed overleven. Er waren minder dan 20.000 soorten echte landdieren en vogels die via de ark gered moesten worden.

Moesten alle diersóórten in de ark?
Er staat niet van elk soort, maar van elke groep die een bepaalde ‘aard’ had. Dus slechts basistypen, bijvoorbeeld het basistype ‘hond’ waaruit alle hondachten zijn ontstaan. Biologen onderscheiden 700 families van gewervelde dieren en maximaal 8.000. Omdat mannetje en vrouwtje moesten worden opgenomen in de ark betekent dat dat er minimaal 1400 dieren en maximaal 16.000 dieren in Noachs boot zaten. Als we van die 16.000 uitgaan, zou dat betekenen dat er nog 97 procent ruimte in de ark overbleef voor voedsel- en wateropslag en voor Noach en zijn gezin! Van alle reine dieren zeven paar: dit was een zeer beperkt aantal dieren. Bovendien hoefde Noach alleen dieren uit zijn omgeving te nemen (=vangen, van alle dieren zou één paartje vanzélf naar de ark komen), niet van de hele wereld.

Genoeg ruimte
Dus: de beweringen in de Bijbel over de vorm en de grootte van de ark en over het aantal dieren dat er in gezeten heeft, zijn wetenschappelijk verantwoord. Er was meer dan genoeg ruimte.

Een wereldwijde zondvloed
Grand Canyon
Bij een echte wereldwijde zondvloed moet je op grote delen van de wereld dikke sedimentlagen vinden, niet van een paar meter dik, maar van tientallen tot honderden meters dik. En dat is nu precies wat er op de hele wereld gevonden wordt. Het bekendste voorbeeld is de Grand Canyon, Arizona (VS). Hier liggen aardlagen boven elkaar in perfecte horizontale, ongeschonden lagen van in totaal 1500 meter dik. Er is geen spoor van erosie te zien. De enige verklaring voor zo’n perfecte, ongestoorde gelaagdheid is een snelle afzetting door water, terwijl de totale afmetingen wijzen op een stroom van gigantische omvang. Dit moet in een heel korte periode gevormd zijn. Een rivier kan alleen zulke scherpe, symmetrische meanders maken als de bodem nog zacht is en het water niet te snel stroomt. In harde rotsen kan een rivier niet symmetrisch meanderen én een diepe geul uitslijten.

Nog meer aanwijzingen voor een wereldwijde zondvloed:
75 procent van alle aardlagen op de wereld is door water gevormd. Gemiddeld ligt er op de continenten 1500 meter sediment; dat is 5 keer zoveel als op de zeebodem. Er moet dus een geweldige hoeveelheid water boven de continenten hebben gestaan. Van die sedimenten is ongeveer de helft door zeewater gevormd; er moeten dus tijden zijn geweest dat de continenten volledig door de zee waren overstroomd. Op veel plaatsen liggen aardlagen van tientallen tot honderden meters dik, die sterk zijn gebogen en gevouwen, zonder een spoor van breukvlakken of van afgebroken rotsen, puin of gruis. Zoiets kan alleen als het totale pakket van lagen nog relatief zacht en flexibel was toen het werd gebogen en als het bedekt is geweest met water.

Opvallend
Het is trouwens opvallend dat de moderne geologie steeds meer uitgaat van grote, wereldwijde catastrofes. Zo wordt er bijvoorbeeld beweerd dat er een grote komeet op de aarde is ingeslagen, waardoor alle dinosauriërs zijn uitgestorven. Vóór die tijd werd je uitgelachen als je geloofde dat het aardoppervlak is gevormd door plotselinge, wereldwijde catastrofes. De bevindingen van de moderne geologie komen steeds dichter in de buurt van het zondvloedmodel, behalve de tijdschaal…

300 zondvloedverhalen
De ongeveer 300 zondvloedverhalen die er bestaan wijzen er ook op dat er een wereldomvattende catastrofe heeft plaatsgevonden. En in al die verhalen komen bepaalde elementen terug (algehele vernietiging, ark, uitverkoren overblijfsel, ongehoorzaamheid, één man, dieren, berg). De evolutionistische wetenschap heeft geen goede verklaring voor het bestaan van deze zondvloedverhalen; het past niet in hun theorieën! Zij denken namelijk dat de mensheid vanaf prehistorische tijd overal op aarde verspreid waren en geen contact met elkaar hadden. Twee dingen kunnen we dus concluderen: de zondvloed hééft plaatsgevonden en de zondvloed is wereldomvattend geweest. Huiveringwekkend trouwens die zondvloed! Zo was het ook bedoeld.

Chinese karaktertekens
De oude Chinese karaktertekens laten heel opmerkelijke dingen zien. Er bestaan 214 tekens waaruit alle woorden gevormd kunnen worden. Voorbeelden:

Boot = vaartuig + acht + mond.
Vloed = acht + samen + aarde + water.
Begeren = vrouw + twee bomen.
West = eerste + man + omheining.
Noodzakelijk = eerste + man + omheining + vrouw.

Dit laat dus zien dat er bijbelse elementen in deze taal zitten. De acht slaat steeds op de acht zielen die gered werden in de ark, de twee bomen en de omheining slaan op het paradijs en de vrouw is noodzakelijk voor Adam.

De aarde
Waterkringloop
De Prediker beweert dat de zee niet vol raakt van al de rivieren die naar de zee stromen én dat het water van een rivier terugkeert naar de bron waaruit het is ontsproten. Hoe kon Prediker dit weten? Pas in de 17e eeuw kon men bewijzen dat er een waterkringloop bestaat. Neerslag en verdamping houden elkaar precies in evenwicht. In Job staat dat God de waterdruppels omhoog trekt die de nevel verdichten tot regen, die de wolken doet neerstromen. Amos zegt dat de Heere het water van de zee roept en uitstort over de aarde. Hoe konden ze dat toch weten? Deze beweringen komen namelijk precies overeen met de geologische handboeken van vandaag!

Wolken en wind
Het gewicht van de wolken: de vraag aan Job of hij er iets van begrijpt dat de wolken zweven, is na 4000 nog steeds even actueel. Een kleine pluizige wolk kan wel een miljoen kilo water bevatten, even zwaar als 200 olifanten. Een orkaan bevat 6.000.000.000.000 kilo: hoe is het mogelijk dat het allemaal in de lucht blijft hangen? Daar is nog steeds geen verklaring voor gevonden. In Job staat ook dat God het gewicht van de wind bepaalde en de maat voor het water bestemde. Job schrijft dus over het gewicht van de wind en de maat van het water. Pas in de 17e eeuw werd aangetoond dat lucht inderdaad gewicht heeft: de barometer bepaalt dat gewicht. Dat wind gewicht heeft, blijkt wel uit het feit dat de lucht van een gemiddelde onweerswolk 10.000.000.000.000 kilo zwaar is. Grote stromen kunnen nog 2000 keer zwaarder zijn. Als zo’n storm met windkracht 8 beweegt, dan geeft dat een hoeveelheid energie van 80.000 atoombommen op Hiroshima.

De paden der zee
De grote ontdekker van zeestromen op de wereld werd gedaan door de oceanograaf M.F. Maury (1806-1873). Toen hij ziek was las zijn zoon hem voor uit de Bijbel, en vielen de woorden ‘paden der zee’ uit Psalm 8 hem op. Hij zei: ‘als God zegt dat er paden in de zee zijn, dan zal ik ze vinden als ik weer beter ben.’ Hij veronderstelde dat door interactie van wind en water speciale stromingen zouden ontstaan die een soort ‘paden’ in de zee zouden veroorzaken, waardoor schepen sneller vooruit kunnen komen. Via logboeken van schepen bestudeerde hij de wind en de waterstromen op de oceaan. Op die manier ontdekte hij de verschillende grote zeestromen. De scheepvaart bespaarde enorm veel geld en het aantal ongelukken nam af. De zware en langzame transporten volgen deze routes nog steeds; doordat nu de meeste schepen door motoren worden aangedreven, hoeven ze de zeestromen niet meer te volgen.

Bolvormig
In de Bijbel staat al 3000 jaar dat de aarde rond is en los in de ruimte hangt. Atheïstische denkers willen ons laten geloven dat het christendom de oorzaak is van achterlijkheid op wetenschappelijk gebied. De Bijbel leert niets over een platte aarde. En in de tijd van Colombus geloofde geen enkele ontwikkelde Europeaan meer dat de aarde plat was. Ook de kerkvaders geloofden in de bolvorm. De reden dat de mythe over de platte aarde is ontstaan, komt omdat verlichte denkers na de Renaissance de kerk zo graag als achterlijk en bekrompen wilden afschilderen. Het probleem met Galilei was dat hij leerde dat niet de aarde, maar de zon in het middelpunt van het heelal stond. Zo dachten de meeste rooms-katholieke wetenschappers in die tijd, maar de duidelijkste tegenstand kwam uit seculiere kringen! Het Griekse denken, dat de aarde onbeweeglijk in het heelal stond als centrum waaromheen zon en sterren draaiden was nog gangbaar in deze kring. Toen Galilei de paus ging belachelijk maken, die in de gangbare theorie van Aristoteles bleef geloven, kwamen er problemen. In Galilei zien we niet een overwinning van de wetenschap op het christelijk geloof, maar de overwinning van een wetenschap die de foute denkbeelden van de gangbare wetenschap in het licht durfde te stellen.

Christendom en wetenschap
Het christelijk geloof heeft nooit de wetenschap afgeremd, integendeel: het gaf juist de grootst mogelijke stimulans. Alleen in christelijke landen is systematisch wetenschappelijk onderzoek ontstaan. Andere godsdiensten waren fel gekant tegen het natuurwetenschappelijk onderzoek: de natuur werd als goddelijk beschouwd. Alleen het christelijke geloof ziet de kosmos als een geordend systeem, dat door een rationele God is geschapen en daarom op een rationele manier onderzocht en ontleed kan worden.

Sterrenkunde
Door touwtjes met elkaar verbonden
Twee sterrenbeelden die in de Bijbel genoemd worden, zijn de Orion en de Pleiaden (Zevengesternte). In Job staat ‘kunt u de banden van de Pleiaden binden, of de boeien van de Orion losmaken?’ Bij de Pleiaden wordt gesproken over binden en bij Orion over stukmaken of ontbinden. Is dit woordgebruik toevallig? De sterren van de Orion lijken een mooie groep te vormen, maar in werkelijkheid horen ze niet bij elkaar, maar zijn ze ontbonden. De sterren van de Pleiaden horen wel bij elkaar: ze staat relatief dicht bij elkaar en vliegen als groep door de ruimte. De sterren van de Pleiaden zijn als het ware door touwtjes met elkaar verbonden. Dat is een uniek geval in de sterrenkunde. Het is dus wel treffend dat de Bijbel dit zegt, terwijl het niet met het blote oog is waar te nemen!

Abraham en het aantal sterren
In de loop der geschiedenis zullen heel wat mensen hebben gelachen om die belofte van God: ‘Ik zal uw nageslacht zeer talrijk doen maken, als de sterren des hemels en als het zand aan de oevers der zee’. Het aantal sterren die je met het blote oog kunt zien is belachelijk weinig vergeleken bij Abraham’s nageslacht. Zo telden de Grieken 1080 sterren en Kepler telde er 1005. Later bleek dat onder ideale omstandigheden, over de hele hemelbol er maximaal 9000 sterren te zien zijn: een absurd klein aantal voor veertig eeuwen nakomelingschap. Ook is het raar dat het aantal sterren wordt vergeleken met het aantal zandkorrels aan de zee: 9000 zandkorreltjes is nauwelijks een half theelepeltje! Met onze moderne telescopen zien we echter wat God al wist: een oneindig aantal sterren. In óns melkwegstelsel zijn ongeveer 200 à 300 miljard sterren. Er zijn ongeveer 100 tot 500 melkwegstelsel! Dus vermenigvuldig dat maar eens met elkaar en zie hoeveel sterren er zijn! Maar nu beginnen mensen kritiek te leveren: dat is toch veel te veel? Zoveel nageslacht heeft Abraham toch nooit gehad? Het is ook nooit goed…

Kansberekeningen
In het Oude Testament staan ongeveer 300 profetieën over het leven van Christus, die bijna allemaal zijn uitgekomen of nog moeten uitkomen bij de wederkomst. Een professor in de wiskunde heeft eens uitgerekend hoe groot de kans is dat ze toevallig zouden uitkomen. Hij nam voor dit onderzoek 48 profetieën. En wat blijkt? De kans is een 1 op de 1 met 157 nullen.

Moderne biologie
Vragen aan de evolutietheorie
Hoe kan het dat het oog van een kleine, aan de oppervlakte zwemmende vis in elke oogbol twee lenzen heeft: één om onder water en één om boven water te kijken? Toeval? We ontdekken honderden feiten die totaal in strijd zijn met de evolutietheorie: versteende bomen, primitieve mensen die meer hersens hadden dan wij, dinosaurusbotten op grote hoogte in een massagraf, verschillende tijdperken bij elkaar in één massagraf.

Charles Darwin
Charles Darwin maakte van 1831-1836 zijn beroemde reis om de wereld en deed de Galapagos-eilanden in de Stille Oceaan aan. Daar zag hij dat planten- en diersoorten niet onveranderlijk waren, maar dat er variatie was binnen de soort. Hier kwam hij tot de idee dat elke soort afstamt van een andere, primitievere vorm. Hij veronderstelde dus een complete evolutie van het leven.

Basisgroepen
Deze vooronderstelling is erg voorbarig. Want er blijken onoverkomelijke grenzen te zijn: een roos blijft altijd een roos en een duif wordt beslist geen kraai. God schiep de mens naar hun aard: daar ligt de oplossing. God schiep dus een aantal basisgroepen waarbinnen de planten of dieren aan elkaar verwant zijn en nakomelingen verwekken. Twee diersoorten behoren tot hetzelfde basistype als hun eicellen en zaadcellen elkaar kunnen bevruchten. Zoals een sleutel in een slot. Soms zijn de variëteiten binnen een soort zo ver uit elkaar gegroeid, dat ze niet meer met elkaar paren. Er is dan een aparte ondersoort ontstaan. Als er evolutie zou zijn geweest van het ene basistype naar het andere, dan zouden door toeval niet alleen de herkenningseiwitten moeten zijn veranderd, maar moeten ook de talloze eiwitten in de ei- en zaadcel tegelijkertijd zijn veranderd.

Mutaties
Variatie binnen een basistype is ook mogelijk door het optreden van mutaties. Dat zijn plotselinge erfelijke afwijkingen bij exemplaren van het nageslacht. De afwijkingen worden veroorzaakt, doordat een stukje van het erfelijke materiaal een beetje verandert. Dit erfelijke materiaal wordt ook wel DNA genoemd. Men beweert dat mutaties een belangrijk bewijs leveren voor evolutie. Het tegendeel is echter waar. Want: meer dan 99 procent van de mutaties zijn schadelijk. Dat overblijvende één procent is neutraal en in een zeer zeldzaam geval positief. Maar nooit is er nieuw erfelijk materiaal bijgemaakt. Door mutatie kan een soort zich wel aanpassen aan een veranderende omgeving, maar de nakomelingen zijn nooit hoger ontwikkeld dan het voorgeslacht.

We stuiten op grenzen
Ook bij mutaties stuiten we op onoverkomelijke grenzen: de vorm van een snavel of de kleuren van een veer kunnen wel veranderen, maar dat wil niet zeggen dat je een hele nieuwe snavel kunt laten ontstaan. Kijk eens naar een pauw of paradijsvogel: zijn staart is zo buitengewoon mooi en wiskundig precies gevormd, dat toeval absoluut is uitgesloten! Zijn staart zit hem dusdanig in de weg dat die voor het overleven eerder een nadeel vormt dan een voordeel. Ja maar, zeggen de evolutionisten dan, die staart is nodig om een vrouwtje te lokken en te imponeren. Wel, hoe krijgt dan een gewone huismus het voor elkaar om een vrouwtje te lokken?

Overgangsvormen bestaan niet
Er wordt wel beweerd dat het leven op aarde is begonnen met een eenvoudig, eencellig organisme. Door toevallige mutaties ontwikkelden de nakomelingen zich tot hogere en complexere planten en dieren. Via verschillende stadia ontstond er zo een eenvoudige vis, en later een amfibie, een reptiel, een zoogdier en uiteindelijk de mens. De evolutietheorie staat of valt met het bewijs of organismen familie van elkaar zijn, of er inderdaad primitieve voorouders bestaan, die tussen twee groepen in staan, zogenaamde ‘overgangsvormen’. Tussen de eencelligen en de ongeveer 500-celligen zit trouwens niets. Er is geen overgang van één cel naar ongeveer 500 cellen!

Eiwitten
Eiwitten zijn moleculen waaruit planten en dieren zijn opgebouwd. De bouw van een eiwit zou je kunnen vergelijken met een bladzijde vol tekst. De bladzijde kan 500 of 2000 letters bevatten, maar je hebt nooit meer dan 26 verschillende tekens. Op dezelfde wijze kan een eiwit uit tientallen tot duizenden aminozuren zijn opgebouwd, maar er zijn nooit meer dan 20 verschillende aminozuren. Wat je niet leest in evolutieboeken: het verschil tussen het bacterie en alle ander organismen is even groot wat betreft de inhoud van cytochroom C (eiwit dat nodig is bij ademhaling)! Er is dus niet één soort die kan gelden als een overgangsvorm tussen een bacterie en de meercelligen! Alle zoogdieren zijn even ver verwijderd als alle reptielen. Er is geen overgangsvorm tussen reptielen en zoogdieren te vinden! Primitieve voorouders bestaan dus niet in de natuur, alleen in de gedachten van een evolutionist! Als deze moleculaire bewijzen een eeuw geleden bekend waren geweest, dan zou het idee van evolutie nooit zijn geaccepteerd!

Onherleidbaar complexe structuren
Darwin wist nog niets over de onvoorstelbaar complexe biochemische reacties die in de cellen en lichamen van planten en dieren plaatsvinden. Om die reden kon Darwin makkelijk beweren dat eenvoudige onderdelen via allerlei kleine stappen kunnen uitgroeien tot de meest ingewikkelde organen, zoals het menselijk oog of de hersenen. Hij zei: ‘Als kan aangetoond worden dat er een complex orgaan bestaat dat absoluut niet gevormd had kunnen worden door een groot aantal opeenvolgende kleine veranderingen, dan zou mijn theorie absoluut in elkaar storten’.

De zweephaar
Neem een zweephaar bij een bacterie: hierdoor kunnen bacteriën zich in het water voortbewegen. Deze bacterie moet dus volgens de evolutionist door toeval ‘een haartje’ hebben gekregen. Maar… zelfs een eenvoudige zweephaar van een bacterie zit bijzonder ingewikkeld in elkaar en is onherleidbaar complex! Nog nooit heeft iemand geprobeerd te beschrijven hoe hij zou kunnen zijn geëvolueerd: dat kan eenvoudigweg niet. Het meest verbijsterende is dat de zweephaar geen vaste verbinding heeft met de buitenwand van de cel! De aandrijfas van de zweephaar ligt dus los van de wand, wordt door een motor aangedreven en draait in het rond als de schroef van een schip. Zoiets kan nooit door trapsgewijze verbetering zijn ontstaan. Hij moet meteen vanaf het begin volmaakt zijn gebouwd, anders kan hij niet werken. Er hoeft maar één van de duizenden eiwitten aan de celwand vast te zitten en de zweephaar kan niet meer draaien. De onderdelen kunnen niet stap voor stap gemaakt worden, maar moeten allemaal gelijktijdig aanwezig zijn en in één keer feilloos met elkaar samenwerken.

Theorie van Darwin in elkaar gestort
In levende wezens komen tientallen van zulke onherleidbaar complexe structuren voor. Bijvoorbeeld bladgroenkorrels, bloedstolling, het oog, vogelveren en het kniegewricht. We kunnen inderdaad zeggen dat de theorie van Darwin volkomen in elkaar is gestort. Veel onderzoekers geloven dat in de fossiele wereld wél bewijzen voor evolutie te vinden zijn. Laten we eens kijken.

Geologie
Aapmensen en oerpaardjes
Onze voorouders zouden zich ruim 4 miljoen jaar gelden uit een primitief aapachtig wezen hebben ontwikkeld. Maar wat blijkt? Die aap die ze gevonden hebben is gewoon een uitgestorven apensoort. Grote krantenkoppen worden getoond bij de vondsten van ‘aapmensen’. Enkele maanden later vindt je in diezelfde kranten kleine berichtjes me de mededeling dat men zich bij nader inzien toch heeft vergist, en dat de vondst niet kan gelden als bewijs voor evolutie. Volgens de evolutietheorie heeft het paard zich in 60 miljoen jaar ontwikkeld van een viertenig oerpaardje ter grootte van een hond, tot het moderne ééntenige renpaard. Wat de biologieboekjes verzwijgen, is dat ééntenige en drietenige fossielen in aardlagen zijn ontdekt van dezelfde ouderdom.

Opeens alles, gevonden vis, anti-kennis
Volgens de evolutietheorie kwam in de 4,4 miljard jaar vanaf het begin van de aarde geen leven voor. Maar plotseling vinden wij in de aardlagen van 600 miljoen jaar oud vertegenwoordigers van alle grote groepen uit het dierenrijk! Er werd van een bepaald soort (uitgestorven) vis gedacht dat dat een overgangsvorm zou zijn. Maar… deze vis werd in 1938 levend aangetroffen en wat blijkt? Het is gewoon een echte vis en beslist geen overgangsvorm. De evolutietheorie draagt niet alleen geen kennis over, maar schijnt op een of andere manier anti-kennis over te dragen!

Dinosaurusfossielen, andere bewijzen
Er zijn gigantische dinosaurusfossielen gevonden. Zelfs als zo’n enorm dier op z’n zij ligt, is hij vijf meter hoog. Als de aardlaag millimeter na millimeter zou zijn ontstaan, zou het dier allang zijn weggerot voordat het helemaal was bedekt. Uit de biologie en de geologie blijkt dat evolutie onmogelijk is. Maar er zijn nog tientallen andere feiten waaruit blijkt dat evolutie wetenschappelijk gezien een kaartenhuis is.

Natuurwetten
– De eerste hoofdwet van de thermodynamica
Er kan geen energie geschapen worden of verloren gaan. Hoe kan dan het heelal uit niets zijn ontstaan? Wat zegt u? de Big Bang? Maar waar kwam die oerwolk dan vandaan? Er moet iets zijn dat buiten materie en tijd staat en dat het heelal heeft voortebracht, iets ‘on-stoffelijks’, iets eeuwigs… De bijbelse idee dat het heelal een begin heeft, is uniek in de wereldgeschiedenis en in overeenstemming met de moderne wetenschap. Alle andere godsdiensten (behalve de Islam, want die is grotendeels op de Bijbel gebaseerd) gaan ervan uit dat tijd en materie altijd hebben bestaan. Albert Einstein gaf zich pas in 1922 gewonnen dat het heelal inderdaad een begin heeft. Over zijn halsstarrigheid: ‘dat was de grootste blunder van mijn leven’.

– De tweede hoofdwet van de thermodynamica
Elk systeem dat aan zichzelf wordt overgelaten, vervalt tot wanorde. Alleen door de activiteit van levende organismen kan er orde geschapen worden of gehandhaafd worden. Zonder leven kan er nooit een ingewikkelde en hoge orde ontstaan of worden gehandhaafd. Het leven is dus door iets levends voortgebracht! Al zou het leven op aarde vanzelf zijn ontstaan, dan nog zou het direct uitsterven als er niet tegelijkertijd het vreselijk ingewikkelde chlorofyl was ontstaan (een stof die fotosynthese mogelijk maakt).

– De complexiteit van de cel
Volgens de evolutietheorie is het leven een paar miljard jaar geleden ontstaan in de levenloze chaos van de oerzeeën. Een toevallige botsing van moleculen heeft plaatsgevonden en steeds zo door totdat er een ingewikkelde molecuul ontstond die zichzelf kon voortplanten. Het evolutionisme gaat ervan uit dat, hoe langer iets bestaat, hoe groter de kans is dat het zich vanzelf ontwikkelt tot een hoger niveau. Maar: organisatie maakt een cel pas echt levend. De kans dat één gen, een deeltje van het erfelijke materiaal dat zorgt voor de bouw van één middelmatig groot eiwit, vanzelf ontstaat, is 1 op de 1 met 600 nullen!

– DNA
De volgorde van de aminozuren wordt bepaald door het DNA, het erfelijk materiaal. Dit DNA moet dus een verhaal bevatten, informatie hoe je een cel moet bouwen. Als het DNA geen begrijpelijk verhaal vormt, gebeurt er niets. Geleerden hebben berekend dat het erfelijk materiaal in een cel evenveel informatie bevat als 2.000 boeken van 600 bladzijden! Anders gezegd: die kans is even groot als wanneer je 4 miljard losse lettertjes in de lucht gooit en er vanzelf 2.000 foutloos geschreven dikke boeken ontstaan.

Op het scherpst van de snede, conclusie
Sinds de geleerden weten hoe een cel werkelijk in elkaar zit en dat hij is opgebouwd uit talloze onherleidbaar complexe structuren, mogen we zeggen dat evolutie onmogelijk is en dat creatie het meest aannemelijke alternatief is. ‘De kosmos balanceert op het scherpst van de snede’: als de krachten en een atoomkern één procent meer of minder waren geweest, dan zou er geen leven bestaan. Als de afstand van de aarde tot de zon groter of kleiner zou zijn, zouden we doodvriezen of verbranden. De schrijver: ‘Ik geloof dat de bewijzen tégen de evolutie zo afdoende en overweldigend zijn, dat niemand een echte evolutionist kan zijn op grond van wetenschappelijke feiten, maar alleen op grond van filosofische voorkeur.’

Aanwijzingen voor een jonge aarde
Stenen en ijzeren tijdperk, degeneratie
De nakomelingen van Noach moesten helemaal opnieuw beginnen. Ze moesten van armoede in grotten en tenten wonen en met hun handen werktuigen maken van steen: het stenen tijdperk. Pas toen ze weer ijzererts gevonden hadden, konden ze fijnere gereedschappen maken: het ijzeren tijdperk. De onbekende situatie, het ongure klimaat, de vochtige grotten, het onvoldoende en eenzijdige voedsel maakten dat de mensen onvolgroeid en ziekelijk waren. Er trad een degeneratie van het lichaam op. Dit verschilde uiteraard per streek. Pas toen de mensen zich hadden aangepast, gereedschap maakten, landbouw konden bedrijven en goede huizen bouwen, werd hun gezondheid weer beter.

Talen
Het is opvallend dat in de taalwetenschappen de oude talen niet zijn terug te voeren op één gemeenschappelijke oertaal. Dat zou volgens de evolutietheorie wél zo moeten zijn. Nee, de talen zijn slechts terug te voeren tot een aantal taalgroepen, zoals ook uit de geschiedenis van de torenbouw van Babel blijkt. De oudste taal die wij kunnen reconstrueren, is reeds modern, hoogontwikkeld en compleet. Volgens taalgeleerden zijn daarom de oude talen niet geëvolueerd, maar gedegenereerd tot onze moderne talen!

Datering onbetrouwbaar
Waarschijnlijk is radioactieve datering van rotsen geen betrouwbare manier om de ouderdom van een rots te bepalen! Er is namelijk een afname van de lichtsnelheid van 1500 km/sec tussen 1675 en 1976 gemeten. Dit is een tijdperk van 300 jaar. Dan moet de lichtsnelheid 6.000 jaar geleden minstens 500 miljard keer zo groot zijn geweest als in onze tijd! Steeds meer geleerden geven dit toe. Er is dus iets grondig mis met de Big Bang-theorie! Want als de lichtsnelheid inderdaad groter is geweest dan tegenwoordig, dan zijn ook allerlei atoomprocessen sneller verlopen, bijvoorbeeld het verval van radioactieve stoffen. Het gevolg zou dan zijn dat alle radioactieve ouderdomsbepalingen een veel te hoge ouderdom aanwijzen.

Het Scheppings- en Zondvloedmodel
Vóór de zondvloed
Vóór de zondvloed zat er bijzonder weinig waterdamp in de lucht, waardoor de leefomstandigheden op aarde ideaal waren. Het zorgde voor een gelijkmatig warm klimaat. Op de zuidpool heerste een subtropische klimaat. Door de warmte en vochtigheid groeiden de planten bijzonder goed, temeer omdat er veel meer koolzuurgas (CO2) in de lucht zat dan tegenwoordig. Ook vormde de waterdamp een dikke beschermende laag tegen de vernietigende kosmische stralen en tegen het schadelijke ultraviolette licht van de zon. Het sterke aardmagnetische veld en een dikke ozonlaag zorgden voor een extra bescherming tegen deze schadelijke straling. Door deze drievoudige beschermlaag ontstond er bijna geen radioactieve koolstof, traden er bijna geen schadelijke mutaties op en verliepen de verouderingsprocessen bijzonder langzaam. De organismen werden zeer oud en groeiden beter dan tegenwoordig. Vooral de reptielen werden erg groot, omdat deze dieren hun leven lang blijven doorgroeien. Er ontstonden reusachtige beesten. De angstaanjagende reuzenreptielen leefden vooral in de ‘Krijt’-gebieden, moerassen met hun typische plantengroei en dierenwereld. Deze gebieden worden door evolutionisten ten onrechte aangeduid als tijdperken.

Tijdens de zondvloed, de Continental Drift
Geheel onverwachts kwamen er geweldige natuurrampen over de aarde, misschien dor de inslag van één of meerdere reusachtige kometen. Door het openbreken van de aarde kwam het water dat onder de aarde had gezeten vrij en schoot met een ongelooflijke kracht de lucht in. Daarom loopt over de oceaanbodem een scheur van 65.000 kilometer lang; het grote oercontinent brak in stukken en dreven uit elkaar: de Contintental Drift. Doordat de continenten verschoven, werden de aardlagen omhooggestuwd en ontstonden aan de randen van de continenten de hooggebergten. In het begin dreven de continenten behoorlijk snel uit elkaar. De uiterst kleine beweging die we nu zien (1-15 cm per jaar) is waarschijnlijk de laatste beweging van een duw die tijdens het begin van de zondvloed heeft plaatsgevonden.

Stortregens
De miljoenvoudige vulkaanuitbarstingen veroorzaakten enorme vloedgolven die de kustgebieden teisterden en alle bossen vernietigden. Grote wolken vulkanische as werden de lucht in geslingerd. De stofdeeltjes dienden als condensatie-kernen voor het waterdamp en het begon te stortregenen zoals het nog nooit gestortregend had. De lucht regende volkomen leeg, veertig dagen achter elkaar.

Ontstaan ijsvorming polen
Om verschillende redenen viel het water letterlijk met bakken uit de lucht en zakte de luchtdruk plaatselijk zeer sterk, waardoor de temperatuur tot ver beneden het vriespunt daalde. Warme lucht stroomde van de zijkanten toe en het begon te stormen, steeds harder en op steeds grotere schaal. Door de ongelooflijk snelle afkoeling ontstonden er alles vernietigende hagelstormen, vooral in de poolstreken. De blizzards met bevriezend water uit de hogere luchtlagen raasden over het land en overvielen hele kudde dieren, zoals de mammoeten in Siberië. Duizenden exemplaren zijn ter plekke ingevroren en werden later begraven onder tonnen modder dat over hen werd geworpen door de vloedgolven.

Mammoeten
Veel mammoeten zijn bewaard gebleven, soms nog met het voedsel in hun bek! Ze hadden geen tijd om het door te slikken. Ook het voedsel in hun maag was niet verteerd of verrot. Zelfs hun vlees kon nog door de sledehonden gegeten worden, toen de wetenschappers ruim 100 jaar geleden hun kadavers ontdekten! Dit betekent dat de mammoeten zeer snel moeten zijn ingevroren. Men schat dat langs de noordelijke kustlijn van Siberië op deze manier meer dan 5 miljoen mammoeten begraven liggen. Onderzoek wijst uit dat de temperatuur in de poolstreken plotseling gedaald moet zijn tot -120 graden Celcius.

Steenkool
Machtige vloedgolven woelden de aarde om. Hele bossen werden ontworteld en miljarden bomen dreven als wakhout op het water. Vooral in afgesloten inhammen hoopte het hout zich op en werd door lawines en aardverschuivingen bedolven. Op andere plekken beukten de reusachtige vloedgolven tegen de continenten en wierpen zand en klei op de houtlagen. Met elke nieuwe golf werd nieuw hout aangevoerd dat weer werd begraven onder zware massa’s aarde. Op veel plaatsen in de wereld zijn op die manier tientallen steenkoollagen boven elkaar gevormd, elke keer onderbroken door een laag zand en klei. Door de enorme druk is het hout samengeperst en ontstond er steenkool.

Massagraven
Er zijn massagraven gevonden met duizenden dieren uit verschillende klimaten en tijdperken; deze kunnen alleen zijn ontstaan als er een wereldwijde zondvloed geweest is. Nu is ook het probleem van de evolutionisten opgelost, dat in de onderste aardlaag nooit fossielen worden gevonden en in de volgende lagen plotseling wel. In Californië bijvoorbeeld ligt een school vissen van meer dan één miljard exemplaren bij elkaar, verspreid over een oppervlakte van 10 vierkante kilometer. De angstig gekronkelde houding waarin ze werden gevonden, spreekt van geweld en doodsnood. In België liggen tienduizenden dinosaurusbotten en hele skeletten opgestapeld in een laag van dertig meter dik. In China is op 4.000 meter hoogte zeventig ton aan dinosaurusfossielen gevonden. Op elk continent zijn zulke dinosaurusmassagraven gevonden. De evolutietheorie heeft nooit bevredigende verklaringen kunnen geven voor tientallen van zulke massagraven. Bij Los Angeles bijvoorbeeld liggen tienduizenden soorten planten en dieren uit verschillende klimaten en tijdperken bij elkaar. Zijn deze allemaal op een natuurlijke wijze gestorven en toen netjes bij elkaar gaan liggen?

Alleen bij plotselinge ramp
Alleen wanneer een organisme plotseling is overvallen en van de buitenlucht is afgesloten, kan het een fossiel worden. Amfibieën en reptielen, zoals kikkers, krokodillenen dinosaurussen, leefden vooral in de vochtige kustgebieden. Zij zijn voor het wassende water naar de dichtstbijzijnde heuveltop gevlucht, waar ze uiteindelijk toch verdronken. Hun lichamen verrotten, omdat ze niet plotseling door aardlagen werden afgedekt. De toppen van veel bergen zijn bedekt met planten en dieren uit de zee, schelpen en zeedieren zijn zelfs te vinden op de hoogste toppen van de Himalaya. Door het geweld van de zondvloed is minstens 2/3 van alle planten- en diersoorten omgekomen.

Na de zondvloed
Doordat de continenten uit elkaar dreven, ontstonden er hoge bergen en diepe zeeën. Daardoor zakte het waterniveau en kwam droog land tevoorschijn. De dieren konden uit de ark worden gelaten en verspreidden zich over de hele aarde. Vlak na de zondvloed waren er nog maar weinig exemplaren van elk basistype en vormden ze kleine, geïsoleerde groepjes die leefden onder extreme omstandigheden. Volgens biologen zijn dat ideale omstandigheden om veel variëteiten te laten ontstaan en om snel nieuwe (onder)soorten te vormen binnen het basistype. Na de zondvloed ontstond een relatief koud tijdperk, de ‘ijstijd’. Door het verdampende water werd de lucht koud, denk aan verdamping van zweet waardoor de huid afkoelt, en er stak een sterke wind op die het proces versnelde. De koude lucht raakte verzadigd met het water en het begon in de poolstreken.

Conclusie
Nooit is Darwins evolutietheorie ook maar één keer bevestigd door ook maar één ontdekking of wetenschappelijke vooruitgang sinds 1859. Natuurlijk kan iemand een afwijkend idee hebben over het ontstaan van het leven. Maar als iemand zegt in de evolutie te geloven op grond van wetenschappelijke feiten dan houdt hij zichzelf voor de gek. Nagenoeg alle feiten wijzen in de richting van een Intelligent Ontwerp. Het is jammer dan zoveel wetenschappers zich zo krampachtig verzetten tegen het idee dat er een God bestaat. Wetenschap houdt zich immers bezig met het zoeken naar en het verklaren van echte feiten, ongeacht wat de uitkomst daarvan is. Eerlijk bezien zijn het altijd de anti-evolutionisten geweest die zich strikt aan de feiten hebben gehouden en niet de evolutionisten. De schrijver zegt: ‘als het christelijke geloof op net zo weinig feiten zou zijn gebaseerd als de evolutietheorie, zou ik beslist atheïst worden’.

Gepubliceerd in maart 2006