Professor Wisse

n.a.v. H. van der Ham, Professor Wisse. Aspecten van leven en werk, Kampen 1993

Afkomst en studie
Gerard Wisse werd in 1873 te Middelburg geboren in een afgescheiden gezin. Zijn vader had een kruidenierswinkel. Wisse was al jong biddend werkzaam met de doopbelofte, op een plekje op zolder. Op 12-jarige leeftijd begreep hij al wat het Avondmaal was. Op zijn twaalfde stond hij achter de toonbank van de winkel. Als het werk klaar was, na tienen, dan studeerde hij nog kerkgeschiedenis of las hij werken van oudvaders. Wisse verstond de taal, die het volk van God sprak, de ‘tale Kanaäns’. Al jong wilde hij dominee worden. Maar hij kon onmogelijk gaan studeren, dat konden zijn ouders nooit betalen. Wel vond hij tijd om evangelisatie te doen, in de achterbuurten van Middelburg. Toen werd een wonderlijke weg geopend: een rijke vrouw wilde zijn studie betalen. Zo werd hij in 1892 ingeschreven in Kampen. Hij volgde hier college’s bij onder andere L. Lindeboom en H. Bavinck. Het ging allemaal vlot en zijn eerste preek in 1898 ging over de Emmausgangers. Datzelfde jaar trouwt hij met Maria Elizabeth Oosten. Daarna deed hij intrede in de gereformeerde kerk te Gouda. In 1899 werd een zoon geboren: Johannes Gerhardus. In 1902 een tweede zoon, maar hij overleed nog datzelfde jaar.

De Boerenoorlog
Al snel verscheen zijn eerste boek, getiteld: Het Tolstoyïsme en de leer van het niet-wederstaan. Wisse was altijd heel betrokken met de wereldgebeurtenissen. Zo liet hij in de tijd van de Boerenoorlog zingen:

Het briesend paard moet eind’lijk sneven
Hoe snel het draav’ in ’t oorlogsveld…

Als thema koos hij ‘Hizkia’s gebed’, waarna hij in plaats van Hizkia Transvaal nam en de puntverdeling als volgt formuleerde:

1. Transvaals hooge benauwing
2. Transvaals eenige steun
3. Transvaals verlossing (‘dit vragenderwijs’)

De slotzang was ‘Krugers psalm’:

Zalig hij, die in dit leven
Jakobs God ter hulpe heeft…

Debat met Domela Nieuwenhuis en Troelstra
Wisse was bij de tijd. Hij heeft in de loop der jaren vele tijdpreken en tijdredes gehouden. Hij zag het wereldgebeuren bij het licht van Gods Woord. In 1900 nam hij een beroep aan naar Amsterdam-Overtoom. De eerste tien jaar van zijn predikantschap was hij ook actief op politiek en sociaal terrein. Hij sprak voor het Christelijk onderwijs, voor Patrimonium en vaak voor de Antirevolutionaire Partij. Hij voerde talloze debatten, onder andere met Domela Nieuwenhuis en Troelstra. Wisse had ook relaties met ‘den ouden Bram’ Kuyper. Viel er een avond te debatteren en kon Kuyper niet, dan stuurde hij soms een telegram naar Wisse met de tekst: ‘Ga daar heen en knap de zaak op’.

Problemen in Leiden
In 1903 ging Wisse naar zijn derde gemeente: Leiden. Hier ging Wisse colleges lopen bij professor Bolland. Hier begon Wisse zich te beijveren voor vereniging van de drie plaatselijke gereformeerde kerken (A, B en C). Hij schreef een brochure die er niet om loog. In De Heraut werd hij ervoor geprezen. Gewapend met enige oude schrijvers beklom hij de preekstoel. Tot grote ergernis van velen riep hij, aan de hand van Justus Vermeer, Van der Kemp en vader Brakel, op tot vereniging. Wisse’s optreden wekte beroering, er vertrokken leden. In 1904 werd er zelfs een Christelijke Gereformeerde Kerk geïnstitueerd. Wisse moest zeggen: ‘Het verdroot mij zeer, dat zeker de helft der gemeente mij verliet. Dat verdroot mij daarom zo zielsdiep, omdat mijn hart, eerlijk zij het beleden, het meest hing aan dat volk dat heenging’. Hij was naar eigen zeggen toen ‘nog te overmoedig, niet evenwichtig genoeg’. In 1906 ging hij naar Driebergen.

Driebergen
In Driebergen zou de later bekende ds. E. du Marchie van Voorthuysen onder zijn gehoor zitten. Die zegt dat hij in zijn jeugd onder Wisse’s prediking ‘diepe indrukken heeft gehad’. Regelmatig hield Wisse een grote redevoering in hotel ‘De Prins van Oranje’. De zaal was dan geheel gevuld met mensen uit alle rangen en standen die ‘den begaafden redenaar met alle aandacht volgden’. Hij sprak over verschillende onderwerpen, onder andere:

– De openbare school in ons volksleven
– De Christen en de politiek
– De levensmoeheid onzer eeuw
– De vrouw in het licht der Christelijke wereldbeschouwing
– Christus en het kind
– Boeddha of Christus

Student Klaas Schilder in Kampen
In Driebergen kwam zijn geestelijk leven tot verdieping. ‘…Maakte de Heere mij bekend aan wat ik nog miste’. Toen in 1909 prinses Juliana geboren werd, luidde Wisse zelf de klok. In 1909 vertrok Wisse naar Kampen. Wisse liet een ontdekkend accent horen en er ontstond een geestelijke opwekking. Wisse stond voor een trouw huisbezoek. Dat is en blijft ‘het cement voor de gemeente’. ‘Bij goede tijdsverdeeling kan een mensch heel wat werk verrichten.’ Wisse evangeliseerde hier onder kermisgasten. Hij richtte in Kampen ook de Vereeniging voor Christelijke Wijsbegeerte op. Veel studenten bezochten de cursus. Deze werden gehouden in de consistorie van de Burgwalkerk. Één van de trouwste cursisten was student Klaas Schilder. Wisse merkte van hem op dat in deze ‘wel wat al te snel opbruischenden, begaafden jongeling goede beloften verborgen lagen’. In 1912 nam hij afscheid van Kampen. Klaas Schilder legde in maart 1911 belijdenis des geloofs bij Wisse af. Eenmaal predikant, leverde hij bij tijden scherpe kritiek op Wisse. Over Schilder magistrale werk Christus in Zijn lijden merkte Wisse op dat het soms ‘wel eens te’ was. Ergens anders zegt hij: ‘Wat een rijk talent (…) Schilder, erken God voor de U geschonken gaven; en vermors uw talent niet met kerkelijk geharrewar.’ Wisse zou Schilder nog overleven.

De Eerste Wereldoorlog breekt uit
Bodegraven was zijn nieuwe gemeente. Het beschikte over een fraai kerkgebouw met drie galerijen. Wisse had er wel slag van, om een collecte aan te bevelen. ‘Ik heb goed nieuws voor u: dat bedrag is er al, maar het moet alleen nog even uit uw portemonnee naar de collectezak verhuizen. Aan u het woord, en de daad!’ Op 1 augustus 1914 brak de Eerste Wereldoorlog uit. Wisse preekte over Micha 6:9 (‘Hoort de roede, en Wie ze besteld heeft’). In de mobilisatietijd zaten er tienduizend soldaten aan de Rijn. Wisse bezocht ze, sprak hen toe en werd geestelijk verzorger van deze militairen. In 1916 ging hij voor de tweede maal naar Driebergen, waar spanningen waren ontstaan na zijn vertrek. Toen de Eerste Wereldoorlog ten einde was, hield Wisse een tijdpreek over Daniel 2:21a (‘Want Hij verandert de tijden en stonden; Hij zet de koningen af…’). Ook hield hij in deze tijd een tijdrede over De Europeesche crisis, gezien in het licht der profetie. Ook sprak hij in Den Haag over de toestand van Europa. ‘Een ware menschenzee woonde deze samenkomst bij, onder ademlooze stilte werd de rede aangehoord, het was een aangrijpende avond.’

Wisse’s hobby: vissen
In Driebergen wees Wisse op het gevaar van verbondsautomatisme. Hij riep op tot zelfonderzoek en bekering. Het viel niet altijd in goede aarde. Zo werd hij herhaaldelijk beschuldigd van ongereformeerde en ziekelijke opvattingen. Wisse was een liefhebber van vissen. Hij deed dit meestal in de vroege morgenuren om te voorkomen dat mensen zouden zeggen: Daar zit hij alweer te vissen, heeft hij niets anders te doen? Op een keer zei een vrouw: ‘Professor Wisse, u moet mensen vissen’. Wisse antwoordde: ‘Ja vrouw dat weet ik, maar deze hier bijten beter’.

Weg uit de Gereformeerde Kerken
Wisse voelde zich in de loop van de jaren steeds minder thuis in de Gereformeerde Kerken. Hij vond dat er onvoldoende ruimte was voor een bevindelijke prediking. En hij had altijd al bezwaren gehad tegen de leer van de veronderstelde wedergeboorte. Wisse worstelde, biddend, met de vraag of hij wel langer in de Gereformeerde Kerken mocht blijven. Hoewel hij er financieel nu op achteruit zou gaan, bedankte hij in november 1920 als lid van de Gereformeerde Kerken. De kerkenraad gaf toestemming nog een afscheidspreek te houden, als hij maar geen propaganda zou maken. De tekstwoorden waren uit Ps. 4:7 (‘Velen zeggen: Wie zal ons het goede doen zien? Verhef Gij over ons het licht Uws aanschijns, o Heere!’). Hij nam afscheid van zijn gemeente zonder bitterheid, maar met beslistheid. Velen namen het Wisse niet in dank af, getuige de vele beledigende en lasterlijke stukken in kerkbodes en andere bladen. J. Waterink merkte op: ‘We verliezen een begaafd spreker. Een karakter verliezen we in het heengaan van Ds. Wisse niet’.

Aansluiting bij de Christelijke Gereformeerde Kerken
Wisse zocht en vond aansluiting bij de Christelijke Gereformeerde Kerken. Hij kreeg al meteen een beroep van Arnhem. In Driebergen ontstond ondertussen toch wel een Christelijke Gereformeerde Kerk, maar dat was buiten Wisse om. Tijdens de bevestigingsdienst in Arnhem moet Van der Schuit, de bevestiger, gezegd hebben: ‘Het lijkt wel alsof tegenwoordig de kinderen wederomgeboren de wieg uitrollen.’ Bij de intrededienst maakte Wissen nog maar eens duidelijk dat hij ‘allen die hem onteerd hadden of belasterd, in zijn hart vergeving had geschonken’. In 1923 stond Wisse 25 jaar in het ambt. Hij kreeg onder andere een gelukwens van dr. J.G. Geelkerken: ‘Het smart mij, dat wij niet meer in één kerkgemeenschap arbeiden; het verblijdt me, dat we één koning dienen.’

De droefheid naar God
In 1924 begint Wisse een artikelenserie in De Wekker over het bevindelijke leven. Later zijn deze bijdragen uitgegeven onder de titel De droefheid naar God. In 1925 ging Wisse naar Utrecht. Maar al snel werd hij benoemd tot lector aan de Theologische School, om daar ‘onderwijs te geven in de nieuwere wijsbegeerte en godsdienstige stroomingen’. In 1926 moest Wisse van de preekstoel aflezen ‘dat vrouwen en meisjes in welgevoegelijke kleeding zich bij de Godsdienstoefeneningen’ zich moesten vertonen. Wisse krijgt in 1927 een verzoek om voor de radio te spreken, maar hij besloot na breedvoerig beraad hier niet op in te gaan. De vraag was: Is radio geoorloofd?

Docent in Apeldoorn
Wisse heeft in de loop der tijd een groot aantal artikelen geschreven in De Standaard, De Bazuin, De Wekker, Luctor et Emergo, De Vriend der Waarheid en De Banier. In 1928 werd hij benoemd tot docent aan de Theologische School van Apeldoorn, dus vertrok hij uit Utrecht. Hij zou de ambtelijke vakken als homiletiek, catechetiek, liturgiek en poimeniek gaan geven. Zijn inaugurele rede ging over Het apologetische element in de bediening des Woords. ‘Wat ook verandert of zich wijzigt, de weg waarin, de manier waarop God een zondaar zaligt niet (…) Ik zou haast zeggen heilig conservatisme (…) Er is in onze donkere dagen nog een overblijfsel, ook in ons vaderland, dat vraagt naar de aloude beproefde waarheid (…) De zondaar op het diepst te vernederen, en God op het hoogst te verheerlijken, dit blijve onze taak.’

Verhouding met Kersten
In 1932 maakt de bekende ds. A.M. Berkoff nogal onrust door zijn leer van het duizendjarig rijk. Wisse stelde hier de rede tegenover Nog heerlijker dingen dan het duizendjarig Rijk. In 1933 maakt Wisse een reis naar Indië om daar hun zoon op te zoeken. Hij houdt godsdienstoefeningen aan boord. De recensies van ds. G.H. Kersten op Wisse’s boeken zijn opvallend positief. Omgekeerd schreef Wisse waarderend over Kersten. Bij Kerstens dogmatiek merkt Wisse op: ‘Kersten tracht (merendeels bereikt) al zijn stellingen op de Heilige Schrift te grondvesten.’

Waarschuwing ten de nazi’s
Wisse waarschuwde reeds in 1935 ernstig tegen fascisme en nationaal-socialisme. Duidelijk wees hij op het goddeloze van de ‘Hitlerbeweging’. Hij schreef diverse artikelen als Niet het Hakenkruis, maar het Christuskruis. Wat in Duitsland plaatsvond, vond hij nog gevaarlijker dan hetgeen in Rusland plaatsvond. In zijn colleges legde hij bijzondere aandacht op de juiste Christus-prediking. Met name De drie ambten van Christus is een belangwekkend geschrift hierover. In 1936 werd Wisse, om gezondheidsredenen, van zijn taak als hoogleraar ontheven. De studenten gaf hij de raad: ‘Sta naar een geheiligde kennis der geestelijke dingen’.

Tegen de theologie van Karl Barth
In 1936 ging hij naar Amsterdam-Oost. Hij woonde de kerkenraadsvergaderingen doorgaans niet bij. Hij woonde tot 1940 nog in Driebergen. Hij legde ook geen huisbezoeken af, behalve op zaterdagmiddag, als hij op ziekenbezoek ging. Hij werd erop attent gemaakt dat hij niet op zondag per auto naar Amsterdam mocht komen. Op een zondag in november 1938 werd een gebedsdienst gehouden voor de vervolgde Joden in Duitsland. Wisse begon de Duits/Zwitserse theoloog Karl Barth als een groot gevaar voor de kerken te zien. Van der Schuit sprak al van het serum Barthianum, het Barthiaanse gif. Wisse zei: ‘Goeddeels een reactie op de rationalistische beschouwingen. Barth draaft door.’ In De Standaard schreef Wisse een stuk tegen Barth toen die het calvinisme met haar uitverkiezingsleer had aangevallen. In Amsterdam waren er ook een aantal ‘meelevenden’, waardoor de kerk goed vol zat. De voorbereidingsdiensten voor het Heilig Avondmaal werden van te voren niet aangekondigd, want anders zouden veel mensen niet komen.

Tegen de Jodenvervolging
Wisse preekte graag in een volle kerk. De consistorie van de kerk van Amsterdam-Oost bood uitzicht op de brug. Je kon de mensen zien aankomen. Wisse had de gewoonte om uit het raam te kijken of de kerk al vol liep. Eenmaal op de kansel wist hij de laatkomers altijd nog wel een plekje aan te wijzen. Moesten er mensen staan, dan kondigde hij tijdens de dienst een ruil aan. In 1939 nam Wisse een beroep uit Middelburg aan, zijn geboorteplaats. Maar er was geen behoorlijk huis voor hem te vinden, dus bleef hij in Amsterdam. Hij sprak in oktober 1939 in Rotterdam nog over De hedendaagsche Jodenvervolging in de huidige Wereldspanning. ‘…En daarom kiezen wij in dit conflict de partij van den Jood.’ Enkele weken later hield hij een tijdrede over De ondergang komt! In het voorjaar van 1940 vestigde Wisse zich in Amsterdam. De oorlog brak uit. Er kwamen verduisteringsmaatregelen. De kerkdiensten waren voortaan van tien uur tot half twaalf en van drie uur tot half vijf.

Troost-in-nood-avonden
In 1941 ging hij dan eindelijk naar Middelburg. De kleine gemeente aldaar had de oude Gasthuiskerk (de middeleeuwse St. Barbarakapel) aangekocht. Het was oorlogstijd. De kerk was de plaats van ontmoeting en was voor velen een vast punt in het leven in de oorlogsjaren. Er kwam ook wel eens vissersvolk uit Arnemuiden met hun ‘draaiend psalmgezang’. Maart 1943 werd Wisse 70 jaar oud. Hij hield in deze tijd, in verband met de oorlog, ‘troost-in-nood-avonden’. Per 1946 ontving Wisse eervol emeritaat en ging hij in Doorn wonen, in het rusthuis Bethanië. In 1947 kreeg hij een hartinfarct. Hij herstelde weer en kon weer preken. Hij hield weer tijdreders, zoals De atoombom en de komende wereldbrand. Hij hield van volle kerken. Op het moment dat de kerkenraad of het comité de kerkruimte binnenging, keek hij even door de spleet van de deur en kwam dan wel eens tot de conclusie: ‘Broeders, er loopt nog veel volks, laten we even wachten.’ De ene rede droeg al markanter titel dan de andere, bijvoorbeeld:

– De eeuw van het Kind der eeuwen
– Een nacht in het logement der duivelen
– De vallei des doods en het land der Toekomst
– Is de zaak van God bankroet?
– De weg naar God terug, eer het wereldonweer losbreekt

Tegen radio en televisie
Wisse waarschuwde voor verwereldlijking en voor ‘de genotscultuur: in elke straat een muziektent, in elk huis dag en nacht een radio’. Hij had een innerlijke afkeer van televisie, dat was namelijk ‘geestelijke volksvergiftiging’ en ‘merendeels de kijkkast van de Satan’. ‘Een paar jaar geleden werd per televisie vertoond in Amerika in één week: 4 inbraken, 10 diefstallen, 2 vergiftigingen, 2 zelfmoorden, 2 ontsnappingen uit de gevangenis en 91 moorden. Als er (neem het aan) nog eens iets goeds te bekijken valt, wat zal er dan van dat goede nog achterblijven? En wat blijft er over van zogenaamde censuur, die moet geschieden door mensen die zelf van alles vergoelijken?’

Levensavond
Wisse kende ook ds. R. Kok uit Veenendaal, hij ging er zelfs een keer naar de kerk. Wisse heeft door spreekbeurten, stukjes in kerkelijke bladen en door brieven veel bekendheid aan het werk van de Spaanse Evangelische Zending gegeven. Naar aanleiding van de watersnoodramp in 1953 schreef hij Gods sprake uit den stormvloed, waarvan hij ook een exemplaar aanbood aan de koningin. In 1953 verschenen ook zijn Memoires. Ds. J.H. Velema schreef in een recensie: ‘Een Wissiaans boek met Wissiaanse inhoud.’ Was Wisse in zijn jonge jaren actief voor de ARP, in later jaren was hij lid van de SGP. Het stoorde hem dat er mijlen in de omtrek nergens iets van de SGP te bemerken was: geen aanplakbiljetten, geen strooibiljetten. ‘Dit is een onverantwoordelijke houding en zoiets dient niet meer en nergens te gebeuren’, aldus Wisse. In 1957 overkwam Wisse een auto-ongeval. Hij kon na enkele weken weer preken. Op 7 november preekte hij in de Koninginnekerk te Rotterdam voor meer dan 2000 mensen een tijdrede over de Russische kunstmaan de Spoetnik. Dat was het eerste ruimtevaartuig. Zulke gelegenheden greep hij aan. Zondag 17 november preekt Wisse nog over Jes. 6:5-8 ( ‘…Wee mij, want ik verga! Dewijl ik een man van onreine lippen ben…’ ). De dinsdagmiddag daarop, 19 november, stierf hij aan een hartverlamming, net toen hij de post wilde bekijken. ‘Het hout van de preekstoel is mijn beste medicijn’, zo zei Wisse vaak. Wisse was een bijzonder begaafd mens met een brede interesse. Tijdsomstandigheden en gebeurtenissen bezag hij in het licht van Gods Woord. Wisse had ook veel aandacht voor het persoonlijke bevindelijke geloofsleven.

Gepubliceerd in augustus 2007

Advertenties