Van Bismarck tot Hitler

n.a.v. Sebastian Haffner, Van Bismarck tot Hitler. Duitsland 1871-1945, Amsterdam 2007

Het Duitse Rijk als oorlogsrijk
De geschiedenis van het Duitse Rijk is kort: ze heeft slechts 74 jaar bestaan. Voor een staat is dit bijzonder kort. Drie keer is het rijk veranderd van karakter: in 1890, 1918 en 1933. We kunnen dus vier periodes onderscheiden. Het Duitse Rijk heeft maar liefst drie oorlogen gevoerd, waarvan twee van enorme omvang. De geschiedenis van het Duitse Rijk is derhalve bijna een oorlogsgeschiedenis en het Duitse Rijk kunnen we een oorlogsrijk noemen. Was Duitsland oorlogszuchtiger dan andere volken? Nee, tot aan de periode-Bismarck zijn zeer weinig oorlogen gevoerd en nauwelijks aanvalsoorlogen. Waaraan is het rijk ten gronde gegaan? Waarom werd het, in strijd met de bedoeling van zijn grondlegger Otto van Bismarck, een op expansie gerichte, agressieve staat?

Schuld aan Pruisen?
Sommigen geven de schuld aan Pruisen. Met de eenwording van Duitsland ontstond er ook een deling: Oostenrijk werd uit Duitsland verstoten. Een politicus uit die tijd zei: ‘De Duitse natie heeft genoeg van principes en doctrines, van literaire grootheid en van theoretische existentie. Wat zij eist is macht, macht, macht!’ Bismarck sprak na 1871 over het Duitse Rijk als over een verzadigde staat. Door de schuld bij Pruisen te legen kan men de schuld van het Duitse Rijk niet verklaren. Integendeel, zolang zijn hegemonie duurde, fungeerde Pruisen in het Duitse Rijk als rem, niet als motor.

Onhandige grootte
Kleine staten en grote mogendheden gedragen zich, wat hun buitenlandse politiek betreft, volgens verschillende wetten. De kleine bijvoorbeeld zoekt aansluiting of neutraliteit. Het Duitse Rijk werd ingesnoerd geboren. Ze werd door andere grote mogendheden omringd: Frankrijk, Engeland, Oostenrijk-Hongarije en het Russische rijk. Het Duitse Rijk was er dus in geografisch opzicht betrekkelijk slecht aan toe. Lenin was van mening dat het imperialisme het laatste stadium van het kapitalisme is. Duitsland had geen vrije gebieden of koloniën. Ook de grootte van het Duitse Rijk was onhandig. Juist omdat Frankrijk, Oostenrijk, Italië en misschien zelfs Rusland zich zwakker voelden dan het Duitse Rijk, hadden deze landen de neiging naar allianties te streven, coalities aan te gaan.

Geen Duitsland
Waarom heeft men eigenlijk de Duitse nationale staat, die in 1871 in Versailles werd gesticht, het ‘Duitse Rijk’ genoemd en niet eenvoudig ‘Duitsland’? Het was minder dan een nationale staat, omdat het veel Duitsers uitsloot en het was meer, omdat het zinspeelde op de Europese, supranationale universaliteitsaanspraak van het middeleeuwse Heilige Roomse Rijk der Duitse Natie. Dit rijk wordt ook wel het Eerste Rijk genoemd (843-1806). Het Tweede Rijk bestond dan uit het keizerrijk van 1871 tot 1918. Het Derde Rijk van 1933 tot 1945. Het lugubere van de geschiedenis van het Duitse Rijk is dat ze bijna vanaf het begin aan zijn eigen vernietiging lijkt te hebben gewerkt.

Pruisen geografisch niet-volledig
Het Duitse Rijk is niet zomaar ontstaan. Het had een tamelijk lange, meer dan 20-jarige wordingsgeschiedenis: van 1848 tot 1871. Pruisen bestond als staat pas sinds 1701 en als Duitse grote mogendheid pas sinds 1815. Voordien oriënteerde Pruisen zich altijd sterk op Polen. Warschau behoorde toentertijd bij Pruisen. In 1815 raakte Pruisen een groot deel van zijn Poolse bezittingen kwijt, en verwierf in plaats daarvan een behoorlijk groot West-Duits aangroeisel, de Rijnprovincie, die overigens territoriaal in het geheel niet aansloot. Zo werd Pruisen een geografisch niet-volledige, onvoltooide staat die wel naar afronding móést streven. Pruisen was rechts en een overwegend feodale landbouwstaat met een ongebroken heerschappij van de adel op het platteland, toegerust met een moderne absolutistische bureaucratie.

De Duitse kwestie is geboren
In 1815 ontstond de Duitse Bond, een zeer losse verzameling van 39 staten en stadstaten, in plaats van het in 1806 ontbonden Heilige Roomse Rijk. Deze bond had van meet af aan het doel de machtsconcentratie van een nationale staat in Midden-Europa te voorkomen. In 1848 vond een revolutie plaats, in 1849 werd de Pruisische koning tot erfelijk Duits keizer verkozen. Frederik Willem IV wees dit echter af. Hij wilde niets met de revolutie te maken hebben. Wat er vóór 1848 niet was geweest, bestond nu opeens: een Duitse kwestie. Bismarck zei in 1863: ‘Niet door redevoeringen en meerderheidsbesluiten worden de grote vraagstukken van onze tijd beslist, maar door zwaard en bloed.’ Het doel stond vast: de uitbreiding van Pruisen en zoveel Duitse eenheid als daarmee verenigbaar was. In 1864 werd gezamenlijk met Oostenrijk een oorlog gevoerd tegen Denemarken om het bezit van Sleeswijk-Holstein. Deze broederoorlog bracht een enorme uitbreiding van Pruisen. Pruisen kreeg voor het eerst een geheel aaneengesloten Duits territorium. Een nieuwe creatie was de Noord-Duitse Bond. Achter deze onschuldige naam ging in werkelijk de eerste Duitse bondsstaat schuil. Pruisen telde na de annexaties van 1866 24 miljoen inwoners, de overige 22 leden van de bond hadden er samen 6 miljoen.

Het smeden van een eenheid als doel
Bismarck zei in 1869: ‘Dat de eenheid van Duitsland door gewelddadige gebeurtenissen tot stand zal komen, lijkt ook mij waarschijnlijk.’ Bismarck had hier echter geen haast mee, maar werd toch verrast door de oorlog die in 1870 begon. Bismarck ging nu te werk als een staatsman. Hij onderhandelde langdurig met de verschillende delen van zijn toekomstige Duitse Rijk. Ze behielden alleen een zekere mate van soevereiniteit en autonomie. Bismarcks bedoeling was duidelijk níet om van Duitsland de leidende en heersende mogendheid in Europa te maken.

Stabiele periode
De 43 jaar tussen 1871 en 1914 vormen de meest stabiele periode van Duitsland. Deze periode valt in twee delen uiteen: de periode-Bismarck tot 1890 en het tijdperk van keizer Wilhelm II, na 1890. In de tijd van Bismarck was de binnenlandse politiek grotendeels niet gelukkig en innerlijk verdeeld, maar de buitenlandse politiek uiterst omzichtig en vredelievend. In de tijd van Wilhelm II was dit precies andersom. Wat betreft stemming en atmosfeer was de periode-Bismarck een ongelukkige tijd. Daarentegen was het tijdperk van Wilhelm II tot diep in de Eerste Wereldoorlog voorspoedig en gelukkig. In plaats van de economische stagnatie en recessie van de vorige periode was er nu een vrijwel aanhoudende hoogconjunctuur. In die slechte periode emigreerden meer dan een miljoen Duitsers naar Amerika.

Nieuwe partijen als vijanden
Bismarck werd geconfronteerd met twee nieuwe partijen: het Centrum en de sociaal-democraten. Bismarck betitelde ze als vijanden van het rijk. Het Centrum was de partij van de Duitse katholieken. Deze partij was niet aan een klasse gebonden: dit was iets nieuws. Een volkspartij, uniek in Europa. Juist dit was voor Bismarck niet prettig. Hij was bang voor een staat binnen de staat. Daarom wilde hij de partij vernietigen, maar dat lukte hem niet. De SPD was in zijn beginfase een revolutionaire partij die voortdurend sprak over de ‘grote chaos’ en openlijk te kennen gaf dat zij een geheel andere maatschappij wilde. Bismarck had een hardgrondige hekel aan revolutie. Zo voerde Bismarck ook tegen de sociaal-democratische SPD een meedogenloze strijd.

Somber over de toekomst
Toch werden ze bij iedere verkiezing sterker. Bismarck probeerde ze op een constructieve manier te bestrijden: het Duitse sociale zekerheidsbeleid was geboren. In 1883 kwam de ziekteverzekering, gevolgd door een ongevallen- en invaliditeitsverzekering. Buiten Duitsland bestond zoiets nérgens. Bismarck was geen politicus van de verzoenende, diplomatiek-soepele soort. Aan het einde van zijn leven, na zijn ontslag, was hij verbitterd. Al in 1871 heeft Bismarck gezegd: ‘Ik heb er meermalen sterk naar verlangd een bom te zijn en te ontploffen, zodat het hele bouwsel in puin zou vallen’. Dit was in Versailles. Misschien had Bismarck door dat Duitsland zijn eigenlijke doel voorbijschoot en op een verkeerde weg was beland.

Profetische woorden
In 1867 had Bismarck nog triomfantelijk gezegd: ‘Laten wij Duitsland, om het zo eens te zeggen, in het zadel helpen! Het zal allicht kunnen rijden’. In 1873 moet hij hierop terugkomen: ‘Dit volk kan niet rijden. (…) Ik zie de toekomst van Duitsland somber in. (…) Dat wij ons in het hart van Europa bevinden en reeds door onze geografische ligging (…) bij voorkeur het doelwit vormen voor coalities van andere mogendheden.’ Tot dan toe was Duitsland een gebied geweest van veel kleine en middelgrote en van twee grote staten (Pruisen en Oostenrijk), die op losse wijze met elkaar verbonden waren en waarvan de omringende landen niets te duchten hadden.

Frankrijk als aartsvijand
Het nieuwe Duitse Rijk had de ‘aartsvijandschap’ met Frankrijk als het ware bij de geboorte meegekregen. Bismarck zei: ‘Met het oog op een duurzame vrede hebben wij een fout begaan door Elzas-Lotharingen van u af te nemen. Want voor ons vormen deze provincies een bron van ellende, een Polen met Frankrijk in de rug’. Duitsland verwachtte een Franse revancheoorlog – en die zou ook komen! Bismarck deed er alles aan om die oorlog te voorkomen, en met dat doel poogde hij te intimideren. Bismarck voerde een actieve vredespolitiek, een politiek die het belang van het Duitse Rijk vereenzelvigde met het voorkomen van oorlog tussen Europese mogendheden. Bismarcks buitenlandse politiek kunnen we in vijf punten samenvatten:

1. Afzien van iedere gebiedsuitbreiding in Europa
2. Onderdrukking van elk expansionistisch streven in Duitsland
3. Permanente ontmoediging ten aanzien van alle verlangens van aansluiting van de ‘niet-bevrijde’ Duitsers
4. Strikte distantie ten opzichte van de overzeese koloniale politiek van de andere Europese mogendheden
5. Indien nodig actief optreden ter voorkoming van oorlogen in Europa

Vredepolitiek
Bismarcks vredepolitiek vond weinig navolging. De ‘wereldpolitieke’ dynamiek van het Duitsland van Wilhelm II, het revisionisme van de Republiek van Weimar en de veroveringspolitiek van Hitler verwekten aanzienlijk meer geestdrift. Bismarck ging echter in de jaren 1884 en 1885 wel over tot ‘sociaal-imperialisme’: vier grote Afrikaanse gebieden, waar al eerder particuliere handelskolonies van Duitse ondernemingen waren gevestigd, werden officieel uitgeroepen tot protectoraten van het Duitse Rijk: Togo, Kameroen, Duits-Oost-Afrika en Duits-Zuidwest-Afrika. Dit was toch wel een ommezwaai inzake de koloniale politiek.

Toch koloniaal
Waarschijnlijk wilde Bismarck door deze politiek zijn eigen positie behouden. Hij zag zichzelf als onvervangbaar. Hij was nooit een dictator, maar altijd een Pruisisch premier en Duits rijkskanselier en kon dus weggestuurd worden. Keizer Wilhem I was stokoud en elk moment dreigde de kroonprins Frederik Willem (die overigens ongeneeslijk ziek werd) het stokje over te nemen; die heulde met Engeland. Om dit tegen te gaan en het de keizer moeilijk te maken hem te ontslaan, had Bismarck een anti-Engelse stemming in het land nodig en dit heeft hij door de koloniale politiek aangewakkerd.

Eerlijke makelaar
Toen Bismarcks positie veilig was gesteld doofde diens belangstelling voor Duitse koloniën snel. Maar de ‘sociaal-imperialistische’ verlangens naar wereldmacht in Duitsland bleven bestaan en kwamen zelfs eerst na Bismarcks vertrek tot volle ontplooiing. Bismarcks beroemde uitdrukking is dat hij zich een ‘eerlijke makelaar’ noemt. Bismarck was een Europees bemiddelaar en vredestichter. ‘Ik zie onze rol als meer bescheiden, meer als die van een eerlijke makelaar die werkelijk zaken wil doen’. Het was een heel voorzichtige manier om aan een uiterst gevaarlijke taak te beginnen. Het zou uiteindelijk fatale gevolgen hebben. Het begon al met de Russisch-Turkse oorlog van 1877-1888: die zorgde ervoor dat de Turken uit het grootste deel van Europa verdwenen. Pruisen was een met Rusland nauw verbonden staat. Oostenrijk en Engeland waren hier niet blij mee.

Niets dan voorspoed in Duitsland
De grote economische kentering en opleving kwam in 1895. De golf van hoogconjunctuur die toen begon, hield vrijwel onverminderd aan tot aan de Eerste Wereldoorlog. Deze economische opleving hing nauw samen met belangrijke vernieuwingen. In de jaren negentig waren er plotseling verschillende belangrijke vernieuwingen tegelijkertijd: algemene elektrificatie, beginnende motorisering en draadloze telefonie. Er kwam een nieuw elan. Binnen de sociaal-democratie ontwikkelde zich een stroming: revisionisme. Ze wilden langzaam ingroeien in de maatschappij, om die op zekere dag te kunnen overnemen.

Binnenlands geluk
Er was ook ontspanning opgetreden in het klimaat van de binnenlandse politiek. De Rijksdag met zijn partijen werd in de binnenlandse politiek steeds belangrijker. Er was sprake van een massaal politiek activeren. Een gezonde, zelfs gelukkige periode brak nu aan, de gelukkigste die het Duitse Rijk in zijn korte bestaan heeft gekend. Een overdreven gevoel van kracht en eenheid kwam toen tot ontwikkeling. Het ging alle maatschappelijke klassen steeds beter. Duitsland was altijd een bescheiden volk geweest, maar nu kwam er een superioriteitsgevoel. Duitsland wilde een wereldmacht worden! Wilhelm II, die een opschepper leek, had in werkelijkheid een gevoelig, nerveus en vredelievend karakter.

Buitenlandse politiek verandert; desastreuze gevolgen
De Duitsers waren in Europa destijds op veel gebieden leidinggevend. Terwijl in Engeland de vooruitgang maar langzaam op gang kwam en in Frankrijk nog langzamer en Rusland nog in de beginfase van de industrialisatie verkeerde, werd Duitsland in technologisch-industrieel opzicht in een onstuimig tempo gemoderniseerd. Dit uitte zich vaak in een pochende, bovenmatig zelfbewuste, arrogante houding. Duitsland veranderde van een agrarische in een industriële staat. Alleen Amerika kon zich met Duitsland meten. Bismarck had gewaarschuwd: ‘Mijn kaart van Afrika ligt in Europa’, waarmee hij zeggen wilde dat Duitsland in Europa voldoende te doen had en in zijn bewegingsvrijheid beperkt was en het land moest afzien van avonturen in andere werelddelen. De Duitse buitenlandse politiek veranderde echter fundamenteel.

Duitsland op koloniale toer
Nu Duitsland ook een koloniale politiek ging voeren kwam het onvermijdelijk aan de stok met Engeland. Een Duitse leider zei dan wel: ‘Wij willen niemand in de schaduw zetten, maar wij willen ook een plaatsje onder de zon’, maar zo onschuldig was dat niet. Wilhelm II kreeg trouwens helemaal niet zoveel overzeese gebieden. In 1898 kregen ze een gebied in een Chinese provincie in handen. Verder wat eilandje in de Zuidzee. Het viel allemaal dus nog behoorlijk tegen. Duitsland begon nu ook een oorlogsvloot op te bouwen. Engeland moest zich wel geprovoceerd voelen. In 1905 brak de oorlog tussen Rusland en Japan uit, die voor Rusland slecht afliep; het land beleefde zijn eerst revolutie en werd als machtsfactor in Europa tijdelijk vrijwel uitgeschakeld.

Duitsland mengt zich in wespennest Balkan
In oktober 1908 probeerde Rusland in overleg met Oostenrijk een politieke manoeuvre uit te voeren die voor de Russen de vrije doorvaart door de Turkse zeestraten mogelijk moest maken. Oostenrijk zou niet protesteren en in ruil daarvoor zou Rusland, wanneer het succes had, Oostenrijk de formele annexatie van Bosnië en Hercegovina gunnen. Oostenrijk liep op de feiten vooruit en annexeerde dit gebied al vast. Het gevolg was hevige spanningen tussen Oostenrijk en Servië, dat toen al door Rusland beschermd werd. Servië dreigde met oorlog. Dit leidde tot de grote Balkancrisis. Hier nu mengde het Duitse Rijk, als trouwe bondgenoot van Oostenrijk en arbiter over dit deel van Europa, zich in het conflict. In de loop van de tijd kwam er een Duits-Oostenrijks bondgenootschap in combinatie met een nieuw bondgenootschap tussen Duitsland en Turkije een soort groot eenheidsgebouw. Het idee werd gesymboliseerd door het grandioze project van een spoorwegverbinding tussen Berlijn en Bagdad.

Blanco cheque
‘Schuld aan de oorlog’ is een begrip dat voor de jaren vóór 1914 volstrekt niet gehanteerd kan worden. Oorlog was destijds een legitiem politiek middel. Sinds 1911 ontstond er een sfeer van oorlogsverwachting in Europa. Duitsland overhandigde aan Oostenrijk op 6 juli 1914 een ‘blanco cheque’. Hoe kon dit? Omdat men dacht dat een Oostenrijkse oorlog tegen Servië wel zou meevallen. Mocht Rusland zich erin mengen, dan wist Duitsland dat de grote groep sociaal-democraten binnen de landsgrenzen aan een oorlog tegen dit tsaristische land zijn goedkeuring zou hechten. Van Engeland had men niets te duchten. Dit land had zich altijd buiten louter Oost-Europese verwikkelingen gehouden.

Het Schlieffen-plan
De Duitse generale staf had een krijgsplan dat, onafhankelijk van waar het politieke centrum lag van de crisis waardoor de oorlog uitbrak, in elk geval begon met een bliksemoorlog tegen Frankrijk, na een opmars door het neutrale België: het beroemd-beruchte Schlieffen-plan. Dit plan trok Engeland natuurlijk van meet af aan naar het vijandelijke kamp. België lag immers regelrecht tegenover de Engelse kust; wie de Belgische kust beheerste, bedreigde Engeland. Het blijft een groot raadsel dat de Duitse leiding hier geen rekening mee gehouden heeft.

Verkeerd geïnterpreteerde boodschap
Wat gebeurde er op 1 augustus? Er was een hectische week van diplomatieke activiteit aan voorafgegaan, waarin Engeland een bemiddelende rol speelde. Uiteindelijk verklaarde Oostenrijk op 28 juli de oorlog aan Servië. De Duitse ambassadeur in Londen maakte een fout door een boodschap van vermeende neutraliteit van Frankrijk, waar Engeland voor zou instaan, verkeerd te begrijpen. Nu dacht men dat men over het westfront zich geen zorgen hoefde te maken. Daarom: ‘Dus rukken we nu eenvoudig met het gehele leger in het oosten op!’ Maar chef van de generale staf Helmuth von Moltke, neef van de Moltke uit de jaren 1866-1870, verzette zich hiertegen. Hij kon aan de troepenbewegingen, die in het westen al begonnen waren, niets meer veranderen. ‘Uw oom zou mij een ander antwoord gegeven hebben’, zo zei de keizer.

Voordeel van de verdediging: tot dan toe uniek
In de Eerste Wereldoorlog werd duidelijk wat tot dan toe niet gold: de verdediging was in het voordeel boven de aanval. Zo kon de oorlog een uitputtingsoorlog worden van een deprimerend karakter. In een dergelijke uitputtingsoorlog ontwikkelde de Engelse blokkade zich tot het beslissende wapen. Dat gebeurde echter niet meteen. Maar in een uitputtingsoorlog werkte de tijd onmiskenbaar in het nadeel van het Duitse Rijk. De Duitsers ontwikkelden dan nog wel de befaamde U-Boot. Maar de Duitse vloot wist de Engelse blokkade niet te doorbreken. De ‘onbeperkte’ duikbootoorlog, waarvan men wonderen verwachtte, mislukte en bracht een nieuwe tegenstander in de oorlog: de Verenigde Staten van Amerika. De U-Boote hebben nauwelijks successen kunnen behalen. Ze waren in feite heel zwak, een nog onderontwikkeld wapen.

Lenin naar Rusland terug
In 1917, het jaar waarin Amerika aan de oorlog ging deelnemen, bezet het nog geen behoorlijk leger en had het amper scheepsruimte genoeg om grote hoeveelheden troepen en materiaal naar Europa over te brengen. Zelfs in 1918 was de Amerikaanse inbreng nog klein. Hun grote optreden was voor 1919 gepland, maar toen was de oorlog al afgelopen. Duitsland heeft Lenin in staat gesteld om naar Rusland te reizen om zo het land intern te verzwakken! Lenin was zo een geheim wapen van Duitsland in de oorlog. Hij verbleef in ballingschap in Zwitersland. Hoe anders was de hele geschiedenis verlopen als dit niet gebeurd was! In Rusland brak revolutie uit in 1917. De Russische Februarirevolutie was zowel een hongerrevolutie in de steden als een opstand van de boeren-soldaten tegen de voortzetting van een oorlog die vreselijke offers aan mensenlevens eiste en alleen maar nederlagen bracht.

Sociaal-democraten ruiken aan de macht
Lenin had echter niet alleen Rusland, maar de wereldrevolutie in gedachten. Duitsland onderschatte Lenin. In Duitsland voltrok zich ten gevolge van de oorlog een belangrijke binnenlandse politieke verandering. De sociaal-democraten deden immers met de oorlog mee, terwijl ze tot 1914 stelselmatig buiten politieke deelname werden gehouden. Ze waren immers een binnenlandse vijand. De Rijksdag, waarin de sociaal-democraten zaten, moest telkens de oorlogsleningen goedkeuren. Zo kwamen ze in het middelpunt van de macht. Er kwam een nieuwe meerderheid in de Rijksdag: sociaal-democraten, links-liberalen en het Centrum.

Het jaar 1918
De keizer geraakte steeds meer in passiviteit. Hij speelde steeds minder een rol in de oorlog. Hoewel de constitutie niet veranderd was, functioneerde het niet meer. De nieuwe basis was niet meer de keizer en de rijkskanselier, maar het oppercommando van de strijdkrachten en de meerderheid in de Rijksdag. Het jaar 1918 was het breekpunt in de geschiedenis van het Duitse Rijk. De gebeurtenissen in dit jaar waren bijzonder tegenstrijdig en volgden elkaar in een korte, samengebalde periode in hoog tempo op. Met het vredesverdrag met Rusland op zak kon men nu in het westen een militair overwicht krijgen.

Opgelegde vrede aan Rusland
Het zag er goed uit voor Duitsland begin 1918. Rusland moest een harde vrede ondertekenen: het verloor aanzienlijke gebieden, zoals de Oostzeelanden, Polen en Oekraïne, die onafhankelijke staten werden. Duitsland had zo een zeer groot gebied in Oost-Europa verworven, waarover het direct of indirect macht kon laten gelden. Iets wat in de Tweede Wereldoorlog belangrijk zou worden, was, dat het heel makkelijk bleek om Rusland te veroveren. Men was bijna net zo ver gekomen als Hitler in de Tweede Wereldoorlog. De overtuiging kon zo postvatten dat Rusland te overwinnen was.

Toch nog verloren
Hoewel Duitsland er goed voor stond, haar bondgenoten allerminst. En dat werd nu een groot probleem. Duitslands bondgenoten stonden op het punt van instorten. Hoewel Duitsland nog aanzienlijke terreinwinst boekte in maart 1918, kon men geen volledige doorbraak forceren, omdat men (de geallieerden) er sneller in slaagde de ontstane gaten te dichten, reserves aan te voeren en de aanval weer op te vangen dan het mogelijk was (voor Duitsland) het offensief opnieuw op te laden, te versnellen en met de aanvoer van verse troepen te versterken. De verdediger beschikte immers in zijn achterland over spoorwegen, waarmee hij reserves van andere fronten kon aanvoeren. Zo werd het Duitse offensief van maart 1918 toch een mislukking. Vanaf half juli wist Duitsland dat ze de oorlog niet meer kon winnen. 8 augustus werd de grote zwarte dag voor het Duitse leger. Engelse, Canadeze en Australische manschappen braken door de Duitse stellingen: het was voorbij voor Duitsland.

Moraal leger laag door denkende mensen
Het moreel bleek ook aangetast te zijn bij de Duitsers. Het leger bestond immers uit denkende mensen. De massalegers van de Eerste Wereldoorlog waren denkende legers. De vroegere beroepslegers waren alleen machines geweest, duchtig gedrild op bevel en gehoorzaamheid. ‘Denken laten we aan de paarden over, die hebben grotere hoofden’. Nee, de legers zaten vol met denkende burgers. Zij moesten het gevoel hebben voor iets te vechten waarvoor het de moeite waard was te vechten.

Wapenstilstand noodzaakte politieke hervorming
Toen het westelijke front dreigde ineen te storten, ging Duitsland in op het vredesaanbod op grond van de veertien punten van de Amerikaanse president Wilson. Dit werd een harde nederlaag: Elzas-Lotharingen moest worden teruggegeven aan Frankrijk en Polen werd gerestaureerd met inbegrip van de Pruisisch-Poolse gebieden en een doorgang tot de open zee (de latere Poolse ‘corridor’). De wapenstilstand moest echter in de binnenlandse politiek onderbouwd worden. Men had dus een parlementair-democratische regering nodig om de Amerikanen de indruk te geven dat een nieuw, democratisch Duitsland de vrede wenste. De grondwet moest gewijzigd worden. Toen de Rijksdag dit hoorde, was men sprakeloos. De mededeling van het verlies was een grote en onverwachte schok. Op dit sombere moment sprongen uitgerekend de sociaal-democraten in de bres.

Een voorlopige regering
De sociaal-democraten waren in grote meerderheid, meer dan andere partijen, bereid verantwoordelijkheid te dragen. Er kwam een sociaal-democratische lijst van eisen. Achteraf gezien was dit een ongelooflijk succes. De eertijds ‘vijanden van het rijk’ namen het bestuur als regerende partij over! Er kwam een regering van sociaal-democraten, linksliberalen en het Centrum onder leiding van prins Max van Baden. Hiermee was de politieke rust echter niet teruggekeerd. De militaire ineenstorting van het westelijke front bleef uit. Sommigen wilden doorvechten. Echter, het thuisfront had geen verwachting meer. Men verloor elk vertrouwen in de leiding die hen in deze situatie gebracht had. Er waren revolutionaire symptomen te bespeuren.

Matrozenmuiterij als begin van de revolutie
Wilson wilde daadwerkelijke democratisering in Duitsland. Daarmee bedoelde hij eigenlijk dat de keizer moest verdwijnen. Ondertussen wilde Ludendorff toch de strijd voortzetten. Dit alles zorgde voor een hernieuwde confrontatie tussen de beide partijen in Duitsland (oktober 1918). In november brak er zo een revolutie uit, die niemand had voorzien. De directe aanleiding was een muiterij van matrozen bij Kiel. Ze weigerden nog een zeeslag met Engeland te voeren. Ze bezetten Kiel en moesten nu wel doorgaan. Zo ging beetje bij beetje heel Duitsland om. In de steden werden soldatenraden en arbeidersraden benoemd. De revolutie bleek niet te stoppen. Ook Berlijn ging eraan. Philipp Scheidemann, na Ebert de tweede man van de sociaal-democraten, riep de Duitse republiek uit.

Goedmoedig en rustig karakter
Wilhelm II week in de nacht van 9 op 10 november in ballingschap uit naar Nederland. Bijna alle andere Duitse vorsten traden hierop af. Een vreemde gang van zaken, want van enige dreiging met geweld was geen sprake geweest! Dit geluidloos verdwijnen van álle Duitse monarchieën, die nota bene kort tevoren nog vanzelfsprekende, gerespecteerde en onbetwiste instituties waren geweest, verliep vaak opvallend gemoedelijk. Zo zei bijvoorbeeld de koning van Saksen tegen de delegatie die zijn aftreden eiste: ‘Nou vooruit, dan knappen jullie je zaakjes verder op’. De meeste Duitse vorsten gaven de voorkeur aan een in de meeste gevallen aangenaam privéleven. Geen van hen is gevangengezet, laat staan terechtgesteld. De Duitse revolutie, als men haar die naam kán geven, was goedmoedig.

De dolkstootlegende
Men koos Matthias Erzberger, een Centrumpoliticus, tot leider van de Duitse delegatie naar de geallieerden. Het is zeer opmerkelijk dat niet een generaal, maar een lid van de burgerregering werd afgevaardigd! De voorwaarden bleken buitengewoon hard te zijn. De wapenstilstand ging in op 11 november (terwijl men nog diep in augustus zeker dacht te zijn van de overwinning). De dolkstootlegende ontstond. Die ging als volgt: ‘Wij stonden op het punt de oorlog te winnen, toen kwamen de slimmeriken aan de macht die altijd al een vrede door vergelijk hadden gewild, toen werd de witte vlag gehesen, toen brak de revolutie uit, en toen werd een wapenstilstand gesloten, waardoor wij buiten gevecht werden gesteld.’

Adolf is boos
De soldaten waren niet meer te houden. Ze trokken spontaan naar huis. Het Duitse leger bestond niet meer. De gebeurtenissen van het roerige jaar 1918 zouden nog grote gevolgen hebben. Onder de boze burgers bevond zich ook een mislukte kunstenaar, een Oostenrijker, die als vrijwilliger in het Duitse leger zijn moed bewezen had: Adolf Hitler.

Weimar en Versailles: twee beladen termen
De in januari 1919 gekozen Nationale Vergadering zetelde in Weimar, niet in het onrustige Berlijn. Het moeilijkste besluit betrof de vraag of het vredesverdrag van Versailles moest worden goedgekeurd. Het was een mokerslag: omvangrijke gebiedsafstanden in het oosten, westen en noorden, bijna algehele ontwapening, reusachtige herstelbetalingen en het verlies van alle koloniën. Duitsland werd behandeld als een beschuldigde over wie een vonnis werd uitgesproken. Toch moest men dit aannemen. Men vreesde dat het rijk uiteen zou vallen bij een geallieerde bezetting. Toch was niet alles negatief wat betreft de toekomst van Duitsland.

Duitsland ook in bepaald opzicht sterker uit de oorlog gekomen
Op (middel)lange termijn stond Duitsland er helemaal niet slecht voor. Het Duitse Rijk was volstrekt niet zwakker dan voor 1914, maar sterker. Duitsland was altijd ingesnoerd tussen vier mogendheden, maar Oostenrijk-Hongarije was geheel verdwenen, en in plaats daarvan waren zwakke staten gekomen; Rusland existeerde thans als Sovjet-Unie buiten het Europese systeem; Polen verwierf aanzienlijke delen van Wit-Rusland en de Oekraïne, waardoor ze een duurzame vijand van Rusland werd – gunstig voor Duitsland. Duitsland was dus eigenlijk positioneel versterkt. En de westelijke mogendheden waren allesbehalve eensgezind: Amerika trok zich terug uit Europese aangelegenheden. Het Verdrag van Versailles werd dus alleen nog gedragen door Engeland en Frankrijk. Duitsland op lange termijn in bedwang houden konden ze niet. De Engelse oorlogsdoelen waren verwezenlijkt; die van Frankrijk echter niet. Duitslands volkslied werd vanaf 1922:

Inflatie bewust niet tegengehouden: bizarre toestanden
De eerste grote sensatie na de oorlog was het Verdrag van Rapallo tussen Duitsland en de Sovjet-Unie in 1922. Het verdrag leidde tot een diep wantrouwen tegen Duitsland, dat nog steeds niet verdwenen is. Tussen 1919 en 1922 voltrok zich een volledige ontwaarding van het gehele Duitse vermogen in geld. Men moest particuliere drukkerijen inschakelen voor het vervaardigen van bankbiljetten. Van 1919 tot 1923 was er wel volledige werkgelegenheid in Duitsland. Niet de arbeiders, maar de sparende middenstand had vooral de lijden; zij verloren alles door de inflatie. Er ontstond een ongekende verbittering. Niets heeft de Duitse burgerij zo rijp voor Hitler gemaakt als de inflatie van 1919 tot 1923. Er bestaan veel beschrijvingen van uiterst bizarre toestanden uit die tijd. Begin 1923 was de prijs van één dollar nog 20.000 mark. In augustus werd de notering in miljoenen uitgedrukt, drie maanden later in miljarden. Eind 1923 was het berdrag dat men voor een dollar moest betalen, opgelopen tot 4,2 biljoen mark: 4.200.000.000.000. Er was in Duitsland vrijwel geen geld meer. Ook de in geld uitbetaalde salarissen werden zo waardeloos. Wat eigenlijk al vier jaar eerder had moeten gebeuren, gebeurde nu: een geldzuivering.

Frankrijk bezet het Ruhrgebied
De Duitse regering liet de inflatie op haar beloop, zodat zij insolvent werd en daardoor de herstelbetalingen kon ontlopen. In 1923 volgde als gevolg hiervan een Franse bezetting van het Ruhrgebied. Frankrijk probeerde vanaf dat moment dit gebied eerst economisch en vervolgens staatkundig van Duitsland te scheiden. Duitsland antwoordde met passief verzet: de productie in het Ruhrgebied werd stilgelegd. In het Pact van Locarno van 1925 beloofde Duitsland definitief af te zien van de herovering van Elzas-Lotharingen. Men ging ook akkoord dat de linker Rijnoever gedemilitariseerd gebied zou blijven. Als gevolg van deze pact ging Frankrijk over tot pure zelfverdediging: in de jaren na Locarno legde men de Maginotlinie aan. De grote rol die Amerika in de Europese economie ging spelen, kwam allereerst Duitsland ten goede. Frankrijk en Engeland hadden oorlogsschulden bij Amerika. Er kwam een soort economische kringloop: Duitsland deed herstelbetalingen aan Engeland en Frankrijk, Engeland en Frankrijk betaalden oorlogsschulden aan Amerika, en om dit alles mogelijk te maken versterkte Amerika kredieten aan Duitsland. Zo betekende de periode van 1924 tot 1929 een fase van wederopbouw, zelfs van een zekere bescheiden welvaart.


Wereldcrisis!
De crisis die in 1929 in Amerika uitbrak was voor Duitsland desastreus: er kwam een abrupt einde aan de Amerikaanse leningen. Duitsland ging nu een actief deflatiebeleid voeren om weer de herstelbetalingen te ontlopen. Maar de politiek van deflatie maakte alles alleen maar dubbel zo erg. De wereldcrisis trof de hele westelijke wereld (behalve Rusland). In 1932 gingen Engeland en Frankrijk ermee akkoord verder van Duitse herstelbetalingen af te zien, na aandringen van president Herbert C. Hoover van Amerika en een akkoord dat in Lausanne werd gesloten. De verpaupering van de jaren 1930 tot 1933 was enorm. Omstreeks 1932 was de Republiek van Weimar een innerlijk uitgeput land, ze was in wezen al ineengezakt. In de Duitse binnenlandse politiek ging de strijd intussen niet meer om haar voortbestaan, maar om haar opvolging.

Politieke instabiliteit
Hoewel de Republiek van Weimar maar 14 jaar heeft bestaan, vallen hierin wel drie periodes in te onderscheiden. Vanaf haar stichting tot 1924 was ze een volledige mislukking. Van 1925 tot 1929 volgde een verrassende consolidatie, de ‘gouden’ jaren twintig. Daarna zette plotseling het verval in: 1930 tot 1933. De eerste periode was er één van vele politieke moorden; het was een chaotische tijd. Dit komt omdat de republiek slechts op drie partijen rustte. En zelfs binnen die partijen was men niet enthousiast over de staatsvorm. De coalitie van weleer verloor in 1920 de meerderheid in het parlement. Er kwamen nu minderheidskabinetten, kunstmatig in elkaar gezette kabinetten met een korte levensduur. De Republiek van Weimar kende geen partijenstelsel met een duidelijk rechts en links blok. Hierdoor ontbrak elke politieke stabiliteit. Bijzonder slecht stond de republiek ervoor op de universiteiten en middelbare scholen.

Hindenburg als bijna-keizer
In deze situatie kwam de Duits-Nationale Volkspartij op, een monarchistisch-rechtse partij, met de oude, beroemde veldmaarschalk Hindenburg, de held van de Eerste Wereldoorlog, als kandidaat. En hij won. De eerste vijf jaar van Hindenburgers presidentschap werden de beste vijf jaar uit de geschiedenis van de Republiek van Weimar. Hindenburg was een uiterst achtenswaardige hoofdfiguur uit het keizerrijk, die in de wereldoorlog al eens bijna de plaatsvervanger van de keizer was geweest. Zo krabbelde Duitsland er weer bovenop. Men was weer trots op de leiding. Toen Hindenburg in 1925 was gekozen, was hij al 77 jaar.

Verklaring opkomst Hitler
Maar hier was een volgend probleem: hoe moest dat nu als Hindenburg kwam te overlijden? Een tweede Hindenburg was er gewoonweg niet. Bij de verkiezingen in september 1930 gebeurde er iets onverwachts. De nationaal-socialisten van Hitler, eens een splinterpartij, werd opeens de op één na grootste partij: 18 procent, 107 zetels. Waardoor waren de nationaal-socialisten plotseling zo sterk geworden? Drie oorzaken:

(1) De economische crisis: verpaupering arbeidersklasse, talloze geruïneerde levens, zes miljoen werklozen. ‘Hitler, onze laatste hoop’, Hitler beloofde als enige het tij te keren.
(2) Het opeens weer sterk toenemende nationalisme: begrippen als ‘dolkstootlegende’ en ‘novembermisdadigers’ deden het goed. Niemand durfde met zulk een overtuiging een beroep te doen op de gevoelens van nationalisme en nationale trots, niemand durfde te beweren dat Duitsland de Eerste Wereldoorlog eigenlijk had moeten winnen, niemand durfde er zo onverbloemd op te zinspelen dat deze verloren overwinning op zekere dag zou worden goedgemaakt als de nationaal-socialisten.
(3) De persoon van Hitler zelf: hij kwam niet afstotend over, integendeel, hij trok aan, sleepte mee, hij was iemand van een veel groter politiek formaat dan alle anderen. Men heeft Hitler ook altijd onderschat. De grootste fout van zijn tegenstanders is geweest te willen doen voorkomen dat hij onbeduidend en belachelijk was. Hitler was een zeer slecht mens, maar was ook een zeer grote persoonlijkheid en had een magische uitstraling.

Von Papens fatale onderschatting
Franz von Papen vormde in juni 1932 een ‘kabinet van baronnen’. Hij proclameerde een geheel nieuwe stijl van kabinetsbeleid en staatsbestuur. Hij ontbond de Rijksdag, waarna bij de nieuwe verkiezingen de nazi’s 37 procent behaalde: de grootste partij in Duitsland. Ook de communisten boekten winst. Wat volgde was uiterst moeilijk: hoe moest er nu nog een regering gevormd geworden? Hitler wilde alle macht voor zichzelf, maar ook zijn inmiddels dertien miljoen kiezers wensten geen herstel van de monarchie. Ze wilden iets nieuws, iets dynamisch. Ze kregen precies wat ze wilden: de dictatuur van Hitler. De nationaal-socialisten slingerden voortdurend tussen links en rechts. Zelfs liepen ze een keer mee met de communisten in een staking! Von Papen beoordeelde Hitler vanuit zijn herenperspectief. Hij deed Hitler royale aanbiedingen, maar Hitler wilde maar één ding: zelf rijkskanselier worden. Von Papen dacht dat hij Hitler wel kon ‘inkaderen’. Zo kwam er een coalitie van nationaal-socialsten met Duits-Nationalen. Von Papen gaf een criticus die hem verbaas en geschokt verweet: ‘Wat, u hebt Hitler aan de macht gebracht?!’, zeer laatdunkend ten antwoord: ‘U vergist zich, wij hebben hem in dienst genomen’. Hoe schromelijk zou hij zich vergissen!

Adembenemende snelheid
Ook zonder Hitler zou er na 1933 waarschijnlijk een soort Führerstaat zijn geweest. En zonder Hitler waarschijnlijk ook een Tweede Wereldoorlog. Niet een moord op miljoenen Joden. Hitler werd op 30 januari 1933 tot rijkskanselier gekozen. Velen geloofden dat het vreemdsoortige kabinet-Hitler-Papen even snel als zijn voorgangers versleten zou raken. Een aangename verrassing was dat dit niet gebeurde. De daaropvolgende vier maanden maakte Hitler zich namelijk geheel meester van de politiek macht, hij bereikte de absolute macht. In de eerste fase werd het politieke toneel ontruimd. De politieke partijen bestonden niet meer. Daaraan was een adembenemend proces voorafgegaan, niet zonder talrijke rechtsschendingen; denk aan de Rijksdagbrand op 27 februari 1933. Een nieuw element in de Duitse politiek was de wettige staatsterreur. De 81 communistische afgevaardigden kwamen in concentratiekampen terecht. Nu kregen de nazi’s toch de absolute meerderheid. Samen met enkele burgerlijke partijen kunnen ze ook grondwetswijzigingen doorvoeren, zoals de afschaffing van de Rijksdag, daar men zo een tweederde meerderheid kregen.

De SA
De bevolking kreeg steeds meer de overtuiging dat men in een grootse tijd leefde. De gelijkschakeling begon. Het leek op wat de Duitse keizer in 1914 had gezegd: ‘Ik ken geen partijen meer, ik ken alleen nog Duitsers.’ Alles wat in Duitsland naast het spectrum van de normale politieke partijen nog bestond aan politieke en ook niet-politieke organisaties, probeerde zichzelf in deze maanden ‘gelijk te schakelen’, dat wil zeggen: nationaal-socialistisch lijken. De tweede fase van de machtsovername was dat het establishment van Hitler niet alleen de partij was, maar meerdere nationaal-socialistische organisaties, waarvan toentertijd de paramilitaire formatie van de partij, de Sturmabteilung (SA) veruit de belangrijkste was. De SA was in die tijd het feitelijke terreurinstrument. De eerste concentratiekampen werden door de SA ingericht en geleid. Ze werd een zelfstandige terreurorganisatie, die niet alleen arrestaties op bevel van hogerhand verrichte, maar ook naar eigen goeddunken en niet zelden op grond van persoonlijke vijandschappen. Hitler was de greep op het terreurregime deels kwijtgeraakt. Naast de SA bestond natuurlijk nog gewoon het leger, de Reichswehr. Er ontstond een conflict tussen die twee dat Hitler in grote verlegenheid bracht. De SA, een massa-organisatie onder leiding van vroegere onderofficieren uit de Eerste Wereldoorlog, wilde nu zelf het nieuwe nationaal-socialistische leger van het nieuwe rijk worden. Nietemin koos Hitler voor de Reichswehr. De SA met haar toeloop van miljoenen geestdriftige, over het algemeen sociaal niet al te hoogstaande leden miste de militaire geest en traditie waarmee de Reichswehr was doordrenkt.

Omwille van Wehrmacht wordt SA-top geliquideerd
Hindenburg was hoogbejaard en trok zich begin 1934 terug, in afwachting van zijn dood, op zijn landgoed Neudeck. Wie zou zijn opvolger zijn? Hitler was vastbesloten dat te worden. Dit was echter niet mogelijk indien de Reichswehr hem bij dit streven niet de voet dwars zou zetten. De Reichswhr eiste dat de rol van de SA zou teruggedrongen worden. Dit bracht Hitler in pijnlijke verlegenheid. Voor dit dilemma zag Hitler maar één oplossing: hij moest de leiding van de SA liquideren. En dat deed hij op 30 juni 1934, de Nacht van de Lange Messen. Dit is een bijzonder stuitend verhaal. Ze werden uitgenodigd voor een vergadering, maar werden zonder proces ‘op staande voet’ geëxecuteerd. De SA was nooit populair geweest. Men nam de verschrikkelijke methoden die Hitler gebruikt had voor lief. Het kabinet keurde deze ‘wettige zelfverdediging van de staat’ goed. Hindenburg overleed op 2 augustus.

Allemaal staten in de staat
Nu brak een periode van stabilisering aan. Tegelijk kwam in deze jaren het economisch wonder van Hitler op gang. Van massale werkloosheid kwam het tot volledige werkgelegenheid. Vanaf in ieder geval eind 1934 had Hitler de overgrote meerderheid van de Duitsers achter zich. Wat voor een soort staat was Duitsland nu? Het was een eenpartijstaat. Maar niet de partij regeerde de staat. Hítler regeerde, onder meer door middel van de partij. Het Derde Rijk was geen partijstaat, maar een Führerstaat. Het was ook geen wezenlijk totalitaire staat. Het bestond uit een groot aantal staten binnen de staat. Er waren ten minste twee staten: een staat gebaseerd op willekeur en heerschappij door terreur en daarnaast de vroegere, vertrouwde ambtenarenstaal, eigenlijk zelfs de rechtsstaat. Een speciale staat in de staat bleef, net als vroeger, de Wehrmacht.

Interne chaos bewust zo gehouden
Dat dergelijke enclaves bestonden, was zeker geen vergissing van Hitler. Na 1933 was Hitler zelf de eigenlijke ‘beweging’. Hij heeft nooit een hecht staatsbestel geconstrueerd, geen grondwet nagelaten. Hij heeft dit bewust nagelaten, juist om alles flexibel te houden. Desalniettemin was het Derde Rijk een interne chaos. Door propaganda en terreur bleef de Führerstaat in stand. Nadat de SA van haar macht was beroofd, stonden de concentratiekampen onder leiding van de tweede door Hitler in het leven geroepen terreurorganisatie, de Schutzstaffel (SS). De SS werd dus de nieuwe SA, en tegelijk iets anders dan de SA. Het was een soort aristocratie binnen de nationaal-socialistische organisaties, en ook qua ras zorgvuldig geselecteerd gezelschap. Groot postuur! Stamboom tot 1800!

De SS als politie
De SA speelde voortaan nog slechts een ondergeschikte rol. De SS werd de politiemacht van het rijk, hetgeen Hitler toestond. De politie, die tijdens de eerste jaren van Hitlers heerschappij nog een aangelegenheid van de deelstaten was geweest, werd nu gecentraliseerd. De SS en de politie smolten samen tot een eenheid. De SS werd zeer sterk uitgebreid. Haar terreurtaken werden overgedragen aan speciaal hiervoor opgeleide eenheden, de SS Totenkopfverbände. Met de terreur was Heinrich Himmler met zijn SS belast. Hij was wat dit betreft de rechterhand van Hitler. Voor de propaganda was Joseph Goebbels aangesteld, een even onmisbare linkerhand. Goebbels heeft nooit de bijna zelfstandige machtspositie onder Hitler gehad als Himmler. Goebbels gaf echter leiding aan één van de belangrijkste ‘staten’ binnen Hitlers staat: de media. De pers, de radio, het toneel, de film, de literatuur: alles kwam onder Goebbels invloed.

Goebbels methoden
Goebbels deed dit echter op een slimme manier. Hij spiegelde via de media een wereld voor waarin alles in orde was, een wereld zonder dat van het Führerregime iets te merken was. Verreweg de meeste films waren opgewekte, onschuldige, technisch en artistiek goed gemaakte amusementsfilms. Het is zeer opmerkelijk dat Goebbels een groot deel van zijn propaganda vervaardigde met bereidwillige medewerking van mensen die zich anti-nazi’s voelden. Ze beseften niet dat ze meehielpen het Duitse volk een valse voorstelling van zaken te geven, namelijk dat het allemaal nog wel meeviel en dat men eigenlijk nog steeds een heel gewoon leven leidde. Goebbels verbood ook de burgerlijke kranten niet. Men kan zelfs niet zeggen dat hij haar nazificeerde. Wel werd er vaak een nationaal-socialistische journalist aan de redacties toegevoegd, als een soort controleur. De pers bleef dus een pluriform karakter houden. Het is een bijna geniaal te noemen vorm van manipulatie van de openbare mening en, nog sterker, van de publieke stemming, zonder dat aan de mensen denkbeelden werden opgedrongen waarvoor zij naar het oordeel van de rijksregering nog niet rijp waren.

Hitlers successen
Hitler boekte drie belangrijke successen. (1) Herstel van de volledige werkgelegenheid. De binnenlandse economie werd streng afgeschermd tegen buitenlands kapitaal. De jaren van 1936 tot 1939 waren jaren van een niet-verwachte economische opleving. (2) De geslaagde bewapening. Er was een miljoenenleger in opbouw. In een dergelijke situatie voert men geen oppositie en accepteert men veel wat iemand eigenlijk tegen de borst stuit. Dat was bijvoorbeeld de invoering van de ariërparagraaf in de Reichswehr in 1935. (3) De buitenlandse politiek. Hij trotseerde de wereld, trad uit de Volkenbond, rukte in 1936 de gedemilitariseerde zone van het Rijnland binnen. Sommige generaals hadden het afgeraden, maar Hitler gokte dat Frankrijk niet zou optreden en hij kreeg gelijk. Hierna kwamen in 1938 de zeer grote successen waarop niemand gerekend had: de Anschluss van Oostenrijk en het Akkoord van München, waardoor het Sudenten-Duitse gebied werd verkregen. ‘Op zoiets hadden we niet eens durven hopen. Hem lukte letterlijk alles. Hij is door God gezonden’, zo luidde de conclusie van iemand.

Communisten en Joden werden vervolgd
Twee bevolkingsgroepen werden meedogenloos vervolgd: communisten en Joden. Men vraagt zich af waar de communisten na 1933 allemaal gebleven zijn. Ze vormden in 1932 nog zes miljoen kiezers! De communistische partij werd als het ware doodverklaard, zonder dat dit met zoveel woorden hoefde te worden meegedeeld. Het succes was volledig: er kwam geen merkbaar communistisch verzet. Als geheel heeft het anticommunisme van Hitler slechts weinig afbreuk gedaan aan zijn populariteit. Met het antisemitisme was het een andere zaak. De Duitse bevolking was hooguit ‘conventioneel’ antisemitisch. Het was oppervlakkig en over het algemeen van onschuldige aard. Men kon onder de Duitse bevolking drie houdingen tegenover de Joden onderscheiden: de eerste aanvaardde de Joodse emancipatie volledig, de tweede maakte onderscheid tussen gedoopte en niet-gedoopte Joden en een derde groep was uitgesproken antisemitisch.

Geen protest
Hitler ging geleidelijk aan het werk. Maatregelen tegen Joden waren krachtig en niet populair. Maar ze werden op de koop toe genomen. Men troostte zich met de gedachte dat de Joden nu wisten waar ze aan toe waren. Als men wél wilde protesteerde, kon dat nauwelijks in het democratisch-politieke leven. Er zijn twee samenzweringen van hoge officieren tegen Hitler geweest: in 1938-1939, met de dreigende oorlog, en in 1943-1944, met de dreigende nederlaag voor ogen. Slechts één ervan is daadwerkelijk tot uitvoering gekomen: 20 juli 1944, uitgevoerd door Claus graaf Schenk von Stauffenberg.

Veel heimwee naar andere tijden
Het grootste deel van de belangrijke Duitse schrijvers was geëmigreerd. Nooit werden er zoveel niet-tijdgeboden idyllische verhalen, jeugdherinneringen en natuurbeschrijving vervaardigd en ook uitgegeven als tijdens het Derde Rijk. Iedere lezer ervan besefte: deze schrijver wil geen nazi zijn. In feite echter werkte hij toch mee doordat hij zijn publiek dat dit soort werk graag las, duidelijk maakte: zoiets bestaat toch ook maar in het Derde Rijk.

Continuïteit?
Paste het Derde Rijk in de historische continuïteit van het Duitse Rijk, of was het een misstap? Zaken als nationale eenheid, eendracht en grandeur waren bijna religieuze doelen, ook al vóór Hitler. Hitlers leus was ‘Du bist nichts, dein Volk ist alles’. Men zou kunnen spreken van een verandering in continuïteit. De heersende klassen van vroeger waren weliswaar verregaand van hun politieke macht beroofd, maar niet van hun maatschappelijke positie. De maatschappij ten tijde van Hitler was een maatschappij van carrièremakers. De grote breuk is de ononderbroken samenhang was Hitlers antisemitisme, de biologische rassenleer, die voordien in Duitsland geen enkele rol had gespeeld. Voor de grote massa van de Duitsers blééf het een bijkomstig punt. De massamoord was geen oorlogshandeling, ook al vond hij tijdens de oorlog plaats.

De bevolking niet te porren voor jodenvervolging
De bevolking deed niet mee met de Reichskristallnacht. Men bagatelliseerde deze schanddaden onwetend met: ‘Als de Führer dit zou weten…’ Hitler liet er na één nacht en één dag een eind aan maken. Het bleek dat het Duitse publiek niet aan de actieve jodenvervolging mee wilde werken. Hieruit trok Hitler een belangrijke consequentie: de Endlösung vond niet in Duitsland plaats, maar vooral in Oost-Polen. In de door Goebbels gemanipuleerde Duitse kranten is nooit geschreven: ‘De joden moeten uitgeroeid worden’, laat staan: ‘De joden worden nu uitgeroeid’. Voor het kranten lezende en naar de radio luisterende publiek in Duitsland bestond er geen holocaust. Of de Duitsers al dan niet hebben geweten van de massamoord op de Joden, is een vraag die slechts per individu beantwoord kan worden. Er lekte natuurlijk erg veel uit. Maar men kón zoiets eenvoudigweg niet geloven.

Hitler hoopte op Engelands neutraliteit
De oorlog die Hitler op 1 september 1939 begon, was niet de oorlog die hij zich altijd al had voorgenomen en had voorbereid. Hitler had uit de Eerste Wereldoorlog twee duidelijke lessen getrokken: de strijd in het oosten tegen Rusland had tot een overwinning geleid, Rusland was zwakker dan gedacht. ‘De voorzienigheid zelf lijkt ons hier een vingerwijzing te willen geven. Het reusachtige rijk in het oosten is rijp voor ineenstorting’, aldus Mein Kampf. Een tweede les was dat Duitsland niet tegen Engeland opkon en dat deze oorlog voorkomen moest worden. Hitler wilde Engelands neutraliteit. Hij zou zelfs graag Engeland als bondgenoot willen hebben. Hitler ging dus geen vloot bouwen, geen wereldpolitiek voeren, maar concentreerde zich volledig op de strijd tegen Rusland, waaraan eventueel een oorlog tegen Frankrijk vooraf zou gaan.

Engeland gaat heel ver in haar concessies
In 1935 sloot Hitler een vlootverdrag met Engeland. Misschien bedoelde Hitler dit wel oprecht. Hij wenste geen oorlog met Engeland. Hitler had minister Joachim von Ribbentrop naar Londen gestuurd met de mededeling: ‘Bezorgt u mij het Engelse bondgenootschap’. Maar Engeland wilde geen bondgenootschap. De Engelsen waren wél bereid enkele belangrijke concessies te doen, mits het rijk Frankrijk ontzag en ook Rusland met rust liet. Engeland was bereid de grote Duitse veroveringsoorlog als het ware af te kopen, maar het weigerde Hitler de ‘vrije hand in het oosten’ te laten, die Ribbentrop uit zijn naam openlijk eiste. Men plaatste er een eigen politieke conceptie tegenover, die onder de naam ‘appeasement’ befaamd zou worden (politiek van verzoening door concessies). Duitsland zou alle Duitstalige gebieden die het in het rijk wilde integreren, mogen verwerven.

Hitler beschouwde München als nederlaag
Dit streven van Engeland kwam niet alleen uit idealistische motieven voort. Engeland was ten zeerste gebaat bij dit vreedzame Europa. In geval van een oorlog in Europa, waarbij Engeland zijn verplichtingen op het vasteland zou moeten nakomen, zou de zwakke positie van het Empire in haar koloniën in alle duidelijkheid aan het licht komen. De Sudetencrisis eindigde oppervlakkig gezien met Hitlers grootste (en bovendien geweldloze) triomf. De conferentie van München zag Hitler merkwaardig genoeg als een nederlaag. Hij had liever, bij wijze van oefening, een korte zegerijke oorlog tegen Tsjechoslowakije gevoerd!

Hitler zoekt het bij Rusland
De Engelse redenatie valt wel te begrijpen. Zij ging ervan uit dat alle landen in Zuidoost-Europa nu met Hitler tot een akkoord zouden proberen te komen en dat Hitler daarvoor zeker wel tien jaar nodig zou hebben. Hitler gunde zich die tijd echter niet. Sinds München koesterde hij een zekere minachting voor de Engelsen. Hitler probeerde Polen aan zijn kant te krijgen in zijn toekomstige oorlog tegen Rusland. Polen weigerde echter. Engeland stelde zich inmiddels achter Polen op. Hitler zegt: ‘Alle maatregelen die ik tref, zijn tegen Rusland gericht; als het Westen te dom en te kortzichtig is om dat te begrijpen, zal ik gedwongen zijn het met de Russen eens te worden, het Westen te verslaan en mij daarna met mijn gebundelde krachten tegen de Sovjet-Unie te richten’. Deze woorden bevatten de sleutel voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog.

Stalin dacht de oorlog te kunnen verhinderen
Waarom verleende de Sovjet-Unie haar medewerking aan deze politiek? Stalin was natuurlijk niet onkundig. Sinds 1936 had Hitler al met verschillende landen ‘Anti-Cominternverdragen’ gesloten (Japan, Italië en enkele kleinere staten), die in werkelijkheid al anti-Russische bondgenootschappen waren. In 1939 meende Stalin in Hitlers aanbod een mogelijkheid te zien deze oorlog te verhinderen. Zo kwam de 23e augustus 1939: Duitsland en de Sovjet-Unie sluiten een niet-aanvalsverdrag.

Oorlogsverklaring aan Amerika als raadselachtig dom besluit
De oorlog tussen Duitsland en de Sovjet-Unie kwam er natuurlijk wel. En uitgerekend op het moment dat het Russische tegenoffensief begon, begin december 1941, verklaarde Duitsland Amerika de oorlog. Waarom? Het is het meest raadselachtige besluit van al Hitlers besluiten. Pas in de zomer van 1944 (!) was Amerika voldoende bewapend, gemobiliseerd en klaar voor de strijd. Waarschijnlijk had Hitler zijn zinnen op Amerika al gezet voordat het mis ging in Rusland. Het waren in een overmoedige bui ontworpen plannen. Hij dacht de winst in Rusland al op zak te hebben.

Blijven geloven in de Endsieg
In 1942 en 1943 heeft Rusland enkele malen een wapenstilstand voorgesteld, maar Hitler is hier nooit op ingegaan. Hitler geloofde tot op het laatste moment in de Endsieg. Hij had al meerdere malen in zijn leven onverwachte wendingen meegemaakt. Een andere verklaring is dat hij een naar misdadig roemzucht zwemende karaktertrek bezat. Er bestáán aanwijzingen dat Hitler deze ramp uiteindelijk bewust gewild heeft. ‘Als het Duitse volk niet eens krachtig en offervaardig genoeg is om zijn leven voor zijn voortbestaan op het spel te zetten, dan moet het maar ten onder gaan en door een andere, sterkere macht worden vernietigd. Ik zal om het Duitse volk geen traan laten.’ In zijn beruchte ‘Nero’-bevelen van 18 en 19 maart 1945 beval Hitler de vernietiging van alle in het rijk nog aanwezige hulpbronnen. Albert Speer heeft dit met redelijk succes gesaboteerd.

Deling van Duitsland
Uiteindelijk was er geen stukje Duits grondgebied meer onbezet. Tijdens de Conferentie van Potsdam besloot men Duitsland voorlopig als een economisch geheel te behandelen en het zelfs een zekere mate van politiek bestuur onder een eigen regering toe te staan; protesten van Franse zijde echter verhinderden dit laatste. Wat gebeurde er in 1949? Er werden twee staten gevormd. De West-Duitse staat nam het initiatief, waarop het Oostelijke deel meteen volgde. Toch wilde men niet echt een nieuwe, West-Duitse staat stichten; zij bleven innerlijk overtuigd van de noodzaak van de restauratie van één algehele Duitse staat. De DDR nam destijds het standpunt in dat de West-Duitse staat ‘verdeeldheid zaaide’.

De deling blijft
In maart 1952 stelde Stalin de drie westelijke mogendheden voor de vorming van de gescheiden staten ongeldig te verklaren. Als prijs hiervoor moesten ze zich verplichten geen bondgenootschappen met Duitsland te sluiten. Het voorstel luidde dus: hereniging in ruil voor neutraliteit. Een neutralisering van Duitsland zou hebben betekend dat de NAVO op het Europese vasteland in feite alleen Frankrijk als steunpunt zou hebben behouden. Het ging dus niet door. In 1955 werd de tweedeling geconsolideerd. Het enige aanknopingspunt was Berlijn, maar na de Berlijnse crisis van 1958 tot 1961 was deze hoop ook vervlogen. In 1972 traden de twee Duitse staten toe tot de Verenigde Naties, nadat de BRD de DDR ging erkennen. Alle landen in Europa hebben met het vroegere Duitse Rijk slechte, ja vaak verschrikkelijke ervaringen opgedaan. En met name in de twee belangrijkste buurlanden, in Frankrijk en in Polen, zullen onmiddellijk alle alarmbellen gaan rinkelen als er zich opnieuw een machtsblok van tachtig miljoen mensen tussen hen zou vormen. Een Italiaanse minister zei nog in 1984: ‘Het zijn er nu twee, en het moeten er maar twee blijven!’ In 1990 zou de hereniging plaatsvinden.

Gepubliceerd in december 2007