A. Kuyper in de Tweede Kamer

A. Kuyper in de Tweede Kamer

A. Kuyper in de Tweede Kamer

Advertenties

In 1874 werd Abraham Kuyper gekozen tot lid van de Tweede Kamer. Hij mocht echter geen predikant blijven, want de grondwet schreef voor dat geestelijken geen zitting mogen nemen. Maar daar wist Kuyper wel wat op: ‘Nu ja, maar ik blijf natuurlijk hier wonen; word tot ouderling gekozen en ben dan toch kerkraadslid.’ Binnen een maand was hij al ouderling.

In Den Haag werd Kuyper ‘door weinigen toegesproken, door velen gemeden’. Kuyper was niet erg thuis in dit wereldje. Hij leed bitter aan slapeloosheid. Tot diep in de nacht werkte hij, het hoofd met koude kompressen gedekt, om de hersens koel te houden. Onder de liberalen werden weddingschappen aangegaan wie in volle Kamerzitting de grofste belediging hem naar het hoofd durfde te slingeren. Toen Kuyper met de Bijbel in zijn hand het ‘wee u’ van Jakobus de rijken toeriep, steeg de verbittering zo hoog, dat Kappeyne van de Coppello de tirannieke woorden uitsprak: ‘Dan moet de minderheid maar onderdrukt worden.’ Kuyper kwam tegen dit liberaal despotisme vurig in verzet.

Kuyper citeerde in 1875 dit lied:

Dare to be a straight-out man
Dare to stand alone
Dare to have a purpose firm
Dare to make it known.

‘Durf te zijn een man van karakter, alleen te staan, een vastberaden plan te hebben, ermee voor de dag te komen’, zo luidt de vertaling.