Vijftig jaar onder theologen

n.a.v. E.P. Meijering, Vijftig jaar onder theologen. Hoe het veranderde en gelijk bleef, Zoetermeer 2002

De jaren vijftig
Gezag van de Schrift en het semitisch denken
De gereformeerde hoogleraar Berkouwer gaf aan nog steeds pal achter het beginsel te staan dat de Bijbel het onfeilbare Woord van God is, maar de op zichzelf ook rechtzinnige hervormde hoogleraar in het Oude Testament Vriezen maakte duidelijk dat dit echt niet langer kon worden vastgehouden. In deze jaren kwam ook het semitisch denken op: dat hield in dat je de toekomst belangrijker vindt dan het verleden, dus het Koninkrijk van God belangrijker dan kwesties als de uitverkiezing. Op gezag van Bonhoeffer gold ook dat je God eigenlijk niet almachtig moest noemen. Het ging om het kruis waaraan God Zijn weerloze liefde betoont.

Miskotte op bezoek bij Barth
Miskotte was een volgeling van Karl Barth. Diens bezoeken aan Barth waren vaak vermoeiend: als ze ’s avonds met elkaar gepraat hadden, kon Miskotte ’s nachts vaak niet slapen, omdat hij bleef doorpiekeren over wat Barth had gezegd. ‘Barth heeft ongelijk’, dacht Miskotte dan bij zichzelf. Als hij de volgende ochtend aan Barth het resultaat van zijn urenlange gepeins meedeelde, had Barth onmiddellijk het antwoord paraat, waardoor alle bezwaren uit de weg werden geruimd.

Van Niftrik was niet links
De sociale voorzieningen gingen Van Niftrik veel te ver. Op het punt van de bewapening betoonde hij zich een voorstander van het bezit van atoomwapens, op pragmatische gronden: ze zijn er al, en de mensen weten hoe je ze moet maken. In die situatie moet je geen eenzijdige stappen doen die het evenwicht verstoren. Het gaat erom dat we een atoomoorlog voorkomen. PvdA-politicus C.J. Patijn verdedigt dit standpunt met een beroep op de Amerikaanse theoloog Reinhold Niebuhr, die zegt dat de tollenaar die in een bepaalde situatie met onvolmaakte middelen nog iets goeds tot stand wil brengen, te preferenen is boven de Farizeeër, die met zijn volmaakte idealen niets bereikt.

De Beroerder Israëls
Van Niftrik had een grote hekel aan gereformeerden, terwijl hij christelijk-gereformeerden wel mocht. Dat kwam, omdat in de jaren dat hij predikant in Rijnsburg was, de christelijk-gereformeerden hem keurig met ‘dominee’ aanspraken, terwijl de gereformeerden ostentatief ‘meneer’ tegen hem zeiden. Van Niftrik was orthodox, maar hield ervan om regelmatig provocerende ketterijen te poneren. Hij steunde zowel in zijn orthodoxie als in zijn ketterijen op Karl Barth, die hij als de kerkvader van de 20e eeuw beschouwde en op één lijn plaatste met de hervormers. Van Niftrik schreef over hem een boek met als titel De Beroerder Israëls.

Geef mijn portie maar aan fikkie
In 1959 wordt de rust en vrede in de kerk verstoord door een rookbom, gegooid door de Leidse hoogleraar in de kerkelijke sociologie P. Smits, de opvolger van Banning. Op Goede Vrijdag plaatst hij als hoofdredacteur van het blad Kerk en Wereld een meditatie onder de titel ‘Waarvoor stierf Jezus?’ Paulus zou volgens hem een theologische constructie hebben gebouwd dat Jezus voor de zonden van de mensen was gestorven. Smits zegt hieraan geen geloof te hechten; evenals Vestdijk wil hij instaan voor zijn eigen fouten. ‘Zo kunnen wij alles te zamen eigenlijk nog slechts glimlachen om dat hele betoog van Paulus in Romeinen 5. Existentieel hebben wij er geen deel meer aan’. Aan het einde van zijn artikel zegt hij: ‘En geef dan wat Paulus betreft mijn portie maar aan fikkie’.

Via een achterdeur
Buskes regaeert verontwaardigt in het blad In de Waagschaal. Hij constateert dat Smits de theologie beoefent op de wijze van een kermisganger in een schiettent en eist dat de hervormde synode haar afkeuring uitspreekt. In de kerkorde van 1951 staat immers dat de kerk weert wat haar belijden weerspreekt. Via een achterdeur werden Smits tenslotte zijn rechten als predikant ontnomen. Bij gesprekken tussen hem en een commissie – die hij als een inquisitie zag – kwam hij op een gegeven moment niet meer opdagen. De synode ontam hem zijn rechten wegens onheus gedrag, niet vanwege zijn artikel.

Gebed om regen
De zomer van 1959 was uitzonderlijk droog. Smits las in een kanselboodschap (gebed om regen) die uitging van de hervormde synode het afsmeken van de goden in heidense religies en sprak er zijn afkeuring over uit dat binnen het geheel van de kosmos waarin zich voortdurend natuurrampen voordoen, een kerkje in een landje de stommiteit kon uithalen om om regen te bidden. De leidinggevende theologen in de kerk zwegen. Graafland zei: ‘Ik kan het niet met mijn geweten in overeenstemming brengen om samen met professor Smits in dezelfde kerk te zitten’.

Overige
Vrij Nederland en De Groene Amsterdammer beleden progressiviteit zonder enige binding aan het christendom, De Haagse Post verkondigde een conservatieve politiek zonder affiniteit met het positief christelijke perspectief dat in de christelijke partijen was te vinden.
– In de kwestie Nieuw-Guinea zegt de CHU geen eeuwige beginselen te huldigen, maar dat ze in iedere situatie naar het gebod van de levende God wil luisteren, dat verschillend kan worden verstaan en ook nog wel eens met de veranderde situaties mee verandert.
– De ‘richtingen’ werden na de oorlog ‘modaliteiten’ genoemd.
– Van Niftrik dacht dat de vrijzinnigheid vanzelf zou uitsterven en dat ze dus niet door tuchtprocedures moest worden aangepakt.
– In gereformeerde kringen werd de VU vaak nog als te werelds te gezien. ‘Opa zei altijd: “Naar Kampen, jongens!”’

De jaren zestig
Universiteiten
In Leiden was de hopeloos verouderde linkse vrijzinnigheid nog steeds dominant. Leiden was historisch-kritisch, Utrecht orthodox, Groningen te ver uit de buurt en Amsterdam leek een beetje oppervlakkig modieus. ‘In Amsterdam ga je studeren, als je ervan houdt om romannetjes te lezen en je daarnaast ook wel een beetje voor theologie interesseert, in Utrecht als je zo gauw mogelijk dominee wil worden’. Het modernisme was allerminst verouderd, het was steeds die machtige stroming waartegen Barth en Brunner stormliepen.

Barth: Religion ist Unglaube
Binnen de orthodoxie werd Barth als een ketter gewantrouwd, die hetzelfde zei, maar heel iets anders bedoelde. Sommige Leidse docenten hadden eerder het idee dat hier iemand aan het woord was die weliswaar wist wat er in de moderne wereld te koop was, maar vooral de christelijke traditie wilde beschermen en handhaven, en die bovenal een hekel had aan liberale theologie. Barth kwam met de stelling ‘Religion ist Unglaube’. Barth maakte soms de indruk hyper-orthodox te zijn, terwijl hij in werkelijkheid veel nieuwe inzichten biedt.

Vrijzinnigen na de oorlog
Sinds de Tweede Wereldoorlog voelt een vrij groot aantal vrijzinnigen zich binnen de Ned.Herv.Kerk in het defensief gedrongen en heeft het idee dat men in de kerk hoogstens nog als een achterhoede wordt getolereerd, die spoedig zal uitsterven en die duidelijk maakt hoe het niet moet. De angst leeft dat de vrijzinnigheid haar tijd wel heeft gehad. De hervormde synode zegt allerlei vriendelijke dingen over de Dordtse Leerregels, onder andere dat die blijk gaven van een pastorale bewogenheid.

Brunner ophangen
Menig student las de dogmatiek van Barth met rode oortjes van opwinding. Hier werd de oude waarheid, vooral de reformatorische waarheid beleden en geformuleerd zonder dat de resultaten van het wetenschappelijk onderzoek werden ontkend. Barth heeft de protestantse scholastici uit de 16e en 17e eeuw in ere hersteld. Als op een bijeenkomst van de NCSV de naam van Emil Brunner valt, explodeert de zaal van woede: ‘Brunner?! Die hadden ze op moeten hangen! Om in 1934 een boek te schrijven, waarin hij betoogt dat God ook buiten Christus om kenbaar is!’

Kuitert
In 1962 verscheen Kuiterts proefschrift De mensvormigheid Gods. ‘Dit is gedurfde theologie’, aldus Berkhof. Deze zin uit het boek is kenmerkend: ‘…Daarmee is (uiteraard) het mededelingskarakter van de Heilige Schrift niet ontkend…’ De gereformeerde wereld is in beweging. Tot nu toe kon je het als gereformeerde niet maken om positief op Barth te reageren. Berkhouwer had in zijn grote boek over Barth afwijkingen gesignaleerd en op een hoffelijke maar besliste manier bestreden.

Gereformeerden en Barth
Het bijzondere van Berkouwers boek over Barth was dat hier een gereformeerde de moeite had genomen hem gedetailleerd te bestuderen en hem niet op grond van globale verdachtmakingen terzijde schoof. Kuitert nam belangrijke gedachten van Barth over. Velen verwachtten dat de gereformeerden wellicht over niet al te lange tijd bij de barthiaanse middenorthodoxie kunnen worden ingedeeld. Iemand bekritiseert Barths dogmatiek: ‘Zij is een geweldig bouwwerk…zonder deur. Je kunt er omheen lopen. Je kunt de architectuur bewonderen en je afvragen, waarom op de muur met grote letters Nein! geschreven staat waar je een deur verwacht’.

Tillich
De naam van Tillich werd steeds vaker genoemd. Hij stelt alle vragen van de theologie aan de orde, beschouwt geen enkele als achterhaald. Hij baseert zich op de freudiaanse dieptepsychologie. Neurotische afwijkingen horen bij het menszijn en Gods openbaring in Christus geeft antwoorden op de problemen die dit voor de mens oplevert Gods openbaring corrigeert de menselijke voorstellingen, maar vervult ook het diepste menselijke verlangen. Tillich was in Amerika gezaghebbend, waarschijnlijk mede, omdat iedere Amerikaanse intellectueel die zichzelf respecteert, in analyse is. In Nederland lag dit anders. Men dacht hier meer antithetisch.

Boek schrijven voor eigen plezier
Het boek De realiteit van het geloof van Kuitert verschijnt. Kuitert beoefent theologie duidelijk met veel plezier. Op de prikkelende, kwajongensachtige manier, die kenmerkend voor hem zou worden, verklaart hij in het Woord vooraf dat hij zijn boek niet heeft geschreven ‘na herhaalde aandrang’ van liefst ‘verschillende kanten’- de bekende retorische rechtvaardiging van menig theologisch boek – maar gewoon voor zijn eigen plezier. In dit boek gaat Kuitert in op ‘de antimetafysische tendens in de huidige theologische ontwikkeling’.

Preek moet maatschappelijk relevant zijn
Veel jonge theologen behoren tot de jeugdige protestbeweging tegen de bestaande maatschappij. In Leiden spreken theologische studenten met elkaar af om naar kerkdiensten toe te gaan en, als er geen actuele politieke kwestie in de preek aan de orde is gesteld, tegen het einde van de dienst op te staan en te vragen wat de maatschappelijke relevantie van deze dienst was.

Sölle
Invloedrijk is de Duitse theologie Dorothee Sölle. Haar boek Stellvertretung trekt overal de aandacht. Haar theologische kennis van zaken lijkt niet erg groot, maar haar sterk intuïtieve en gevoelsmatige manier van theologiseren spreekt velen aan. God is dood, maar op een bij haar eigen manier. God is, evenals de mens op weg naar zijn bestemming. Van die bestemming is Christus de voorloper. Christus is de plaatsbekleder, omdat Hij nu al doet wat wij moeten doen. Uiteindelijk zullen we zijn taak overnemen. In de geschiedenis is God niet almachtig, maar machteloos zodat Hij onze hulp nodig heeft.

Wat bedoelt Sölle?
‘Toen de tijd vervuld was, had God lang genoeg iets voor ons gedaan. Hij zette zichzelf op het spel en maakte zich van ons afhankelijk. Nu is het tijd om iets voor God te doen’, aldus Sölle. Christus speelt in de wereld de rol van God, en die rol moeten wij overnemen. De opstanding van Christus betekent dat wij die rol van Christus nú inderdaad willen overnemen. Maar wat bedoelt Sölle eigenlijk met dat vroeger God iets voor ons gedaan heeft en wij het nu voor Hem moeten doen, of dat we vroeger hebben gedacht dat God bepaalde dingen deed en dat we nu beseffen dat we het zelf moeten doen? Een antwoord krijgen we niet. Buskes en Kuitert hebben ook kritiek op Sölle’s theologie. Ze erkennen dat die heeft kunnen ontstaan, omdat de orthodoxie teveel gepraat en te weinig gedaan heeft.

Protestbewegingen
De Vietnamoorlog was in Amerika voor de studenten een zaak van leven of dood, aangezien de dienstplicht dreigde. Onder de Europese jeugd heerste een fel anti-Amerikaanse stemming. Binnen de kerken kiest men over de hele wereld de zijde van de protestbewegingen. De theologie van de revolutie is in opkomst. Bij de gezagsdragers krijgen de theologen daardoor geen goede naam. De Wereldraad van Kerken werd niet langer serieus genomen omdat het was overgenomen door ideologische marxisten.

NCRV verschuift
Binnen de kerken vond er een verschuiving van de fronten plaats. De NCRV, het bolwerk van de orthodoxie in de ether, waarvan het programmablad jarenlang verluchtigd was met de pasfoto’s van ochtend- en avondwijdingen verzorgende rechtzinnige dominees – voor veel kinderen een soort gezelschapsspel om te raden of de predikant hervormd of gereformeerd was – ging om en werd heel ruim en open christelijk. Een programma had als herkenningsmelodie het oude vrijzinnige lied ‘God roept ons, broeders, tot de daad!’ De EO werd opgericht. De Vrijzinnige Protestantse Radio Omroep (VPRO) wordt door deze ontwikkelingen overbodig. De nieuwe VPRO streeft spoedig de socialistische VARA voorbij in progressiviteit en radicaliteit.

PPR
Steeds minder katholieken vinden het nodig om op gezag van de pastoor op de KVP te stemmen. De PPR werd opgericht door progressieve katholieken en gereformeerden, en stond veel meer in de gunst van de geestelijkheid. Grote delen van de Gereformeerde Kerken, van de rooms-katholieke kerk en de middenorthodoxie in de Ned.Herv.Kerk zeggen en bepleiten nu wat de vrijzinnigheid al sinds honderd jaar heeft gezegd en bepleit. Dit lijkt een overwinning voor de vrijzinnigheid.

Moltmann
Moltmann komt in 1964 met Theologie der Hoffnung. Zijn gerichtheid op de toekomst is eenzijdig, maar had Barth in zijn dogmatiek al niet laten zien dat de christelijke theologie in verschillende situaties altijd op een eenzijdige manier had geaccentueerd dat God ‘vorzeitlich’, ‘überseitzlich’ of ‘nachzeitlich’ is? Dat laatste poneert Moltmann eenzijdig, maar op hoog niveau.

Harvey Cox
Sommige theologen aan de uiterste linkerkant geven ook blijk van enigszins cynisch ‘realisme’. Harvey Cox vertelde dat er in 1968 druk op hem was uitgeoefend om zich achter presidentskandidaat Humphrey te stellen, maar dat had hij geweigerd. ‘Het anticommunisme van iemand als Humphry is ideologisch, dat van Nixon is opportunistisch. Nixon zal het met de communisten op een akkoordje gooien, als hem dat opportuun lijkt’, lichtte hij zijn opstelling toe. Hij zou wat Nixon betreft gelijk krijgen.

Voetbal boven alles?
Kerken organiseren gespreksavonden waarop maatschappelijke problemen aan de orde worden gesteld. Mar als er een belangrijke voetbalwedstrijd op tv werd uitgezonden ging het niet door. De mensen vinden andere zaken blijkbaar belangrijker. Sociaalpsychologen wijzen op het verband tussen het kijken naar voetbal en het beleven en uitleven van agressie. Is deze agressie een belangrijker element in de mensen dan de agressie waarmee men de status quo te lijf wil gaan? Kennedy had geprobeerd de agressiviteit vruchtbaar te maken voor maatschappelijke vernieuwing: ‘Let’s make war on poverty!’ Maar veel mensen prefereerden de oorlog in de voetbalstadia. De beelden die de tv van de gedragingen van het publiek uitzond logen er niet om. Uit die jaren dateren de hoge hekken die rond de velden zijn opgetrokken.

Ergeren aan de EO
Op het einde van de jaren zestig is er veel veranderd in kerkelijk Nederland. De katholieke en de gereformeerde kerken zijn verregaand geseculariseerd, en het midden van de Ned.Herv.Kerk is naar de vrijzinnigheid opgeschoven. Maar de kerken worden leger. Anderzijds is er ook weer weinig veranderd. Er is nog steeds een orthodoxie die zich beroept op Schrift en belijdenis en die kan bogen op volle kerken. De EO heeft de C-status en is maar weinig uren per week in de ether. Dat heeft wel het voordeel dat men in de hele beschikbare tijd zijn eigen specifieke boodschap kan uitdragen. Velen kijken daar geërgerd of geamuseerd naar, maar ook veel mensen zien daarin een veilige haven.

Overige
– ‘Wat daar in de kerkgeschiedenis van doctor Berkhof over de remonstranten en de Dordtse Synode wordt gezegd, daarin is toch wel iedere objectiviteit zoekgeraakt’. Berkhof kwam in 1960 naar Leiden.
– Szczesney schreef Die Zukunft des Unglaubens en betoogde dat het christendom zijn einde bijna had bereikt en dat de toekomst aan het ongeloof was. Smits zei tegen hem dat christendom voor hem betekende dat men zijn naaste moest liefhebben als zichzelf, waarop Szczesney antwoordde: ‘Uw christendom heeft toekomst, maar het is geen christendom’.
– De Civitas Studiosorum in Fundamento Reformato (CSFR) werd nog door niemand buiten die kringen serieus genomen.
– Tillich bleek regelmatig verhoudingen met studentes te hebben gehad, en hij bleek pornografische lectuur te lezen.
– Sinds het midden van de jaren zestig zwenkt Van Niftrik steeds meer naar rechts.
– Op vergaderingen van plaatselijke afdelingen van de PvdA kwam vaak sterke drank op tafel. Besluiten die na tien uur ’s avonds waren genomen, zijn pas geldig als ze als eerste punt van de agenda op de volgende vergadering zijn bekrachtigd. Hier openbaarde zich een verschil tussen de jonge en oude generatie sociaal-democraten. De oude garde was altijd erg preuts geweest.
– VU-hoogleraar Waterink schreef Aan moeders hand tot Jezus. Hij was als feestredenaar gevraagd bij de Christelijke Korfbalbond (een probaat middel om huwelijken in eigen kring te bevorderen, want korfbal is een gemengde sport). Hij sprak daar: ‘Wij moeten doorgaan met korfballen totdat Jezus weerkomt, opdat wij hem dan soepel en lenig tegemoet treden!’ Hij bedoelde dit niet spottend, maar serieus.
Het Parool werd na de Tweede Wereldoorlog een uitgesproken anti-communistische krant.
– Sommige dominees doen plichtsgetrouw elke zondag een verwijzing in hun preek naar het jaar 2000 en naar alles wat er voordien op deze wereld nog moet veranderen.
– Opmerkelijk is dat in deze tijd van gerichtheid op de toekomst een populaire song van de Beatles was: ‘Yesterday, all my troubles seemed sof ar away…, that’s why I believe in yesterday’.
– Het moet twijfelachtig worden genoemd of de gereformeerden nog wel tot de orthodoxie kunnen worden gerekend. De synode van 1967 besluit de beslissingen in 1926 tegen Geelkerken te herroepen. Zullen ze nog verder opschuiven?

De jaren zeventig
Ter Schegget: actuele prediking
G.H. ter Schegget streeft op radicale manier naar vrede en gerechtigheid en geeft er een theologische rechtvaardiging aan. Hij werkt graag met het begrip ‘ontfatalisering’, en daarmee bedoelt hij dat het geloof in de God van Israël ons bevrijdt van de gedachte dat alles moet blijven zoals het is, omdat het zo door God is gewild. Geloof betekent geloof in Gods revolutie. Zijn boeken hebben grote invloed. De actuele prediking, waarbij de krant naast de Bijbel wordt gelegd, doet haar intrede. Sommigen gaan de kleine stappen afwijzen als gevaarlijke lapmiddelen die het bestaande systeem in stand houden.

Europese Egoïstische Gemeenschap
Van Ruler vestigt er de aandacht op dat zeer linkse christenen in één opzicht lijken op de uiterst rechtsen, tot wie sommigen van hen trouwens hadden behoord, zodat hun ommezwaai maar klein is geweest: men klaagt en klaagt en klaagt, of over de maatschappelijke toestand of over de zonde. In 1970 werd de bevrijding voor de 25e keer gevierd. In progressief kerkelijke kringen was dit een aanleiding om te laten zien welke gedeelten van de wereld nog steeds op bevrijding van de onderdrukking door het Westen wachten. De EEG wordt genoemd de ‘Europese Egoïstische Gemeenschap’.

Het Getuigenis
De reactie van rechts bleef niet uit. Een aantal hoogleraren in de theologie publiceert in oktober 1971 een Getuigenis. Het is opmerkelijk wie er hun instemming mee hebben betuigd: het zijn confessionelen, gereformeerde bonders, maar ook theologen uit de oude ethische richting die altijd wars zijn geweest van dogmatische scherpslijperij. De vroeger linkse confessioneel en barthiaan Van Niftrik behoort met de veel rechtsere confessioneel Van Itterzon en de erg naar rechts opgeschoven W. Aalders tot de opstellers. Ethische theologen als Bakhuizen van den Brink, Van Unnik en Vriezen betuigen er ook hun instemming mee.

Van Niftrik
Van Niftrik had zich in 1966 nog gekeerd tegen de grote protestbijeenkomst van de conservatieve Duitse christenen onder het motto ‘Geen ander evangelie’ (waarschijnlijk omdat Barth er ook tegen was). Ook had hij in boeken als De hemel (1968) en Waar zijn onze doden? (1970) duidelijk gemaakt dat zijn accenten anders lagen dan vroeger. Zin keuze was duidelijk. Het was in de tijd van de grote onrust onder studenten in Amsterdam, die zou uitlopen op de bezetting van het Maagdenhuis in mei 1969. Het was tijd voor hem om openlijk kleur te bekennen. Van Niftrik verklaart uitdrukkelijk liever in zee te gaan met een fundamentalistisch opgevatte Bijbel dan met een ontmythologiseerde, omdat in het eerste geval de boodschap wordt bewaard.

Tegen links
Het Getuigenis richt zich tegen zowel politiek links als theologisch links. Men wijt de achteruitgang van de kerken aan de politieke prediking. Rechtvaardiging moet voorafgaan aan heiligen, verzoening bestaat in het door Christus gebrachte offer, dat is wat anders dan de verzoening tussen volkeren, vleeswording, kruis en opstanding zijn onwrikbare, objectieve fundamenten. Het heil van God wordt niet door de menselijke historie gerealiseerd, maar is een wonder van Zijn genade. De zonde is allereerste een persoonlijke aangelegenheid en daarna pas een collectieve.

Buskes keert zich ertegen
Van Niftrik geeft op televisie een toelichting. Hij keert zich tegen de gewoonte om op de kansel met stelligheid te zeggen welke politieke stappen er moeten worden gezet. Volgens hem mag men daar alleen met stelligheid zeggen: ‘Christus is voor jouw zonden gestorven’. Pijnlijk voor de opstellers van het Getuigenis is dat Buskes zich met grote felheid tegen hen keert. Hij vraagt zich bijvoorbeeld af sinds wanneer volle kerken een bewijs voor de waarheid van de verkondiging zijn (hij had zelf over gebrek aan kerkgangers nooit te klagen).

In de ark, in de kark
Buskes had al gereageerd op de vernieuwingsbeweging in de theologie met zijn boek God en mens als Concurrenten. Hij gaf daarin aan dat hij God en mens niet als concurrenten wil zien in de zin dat wat de één doet ten koste moet gaan van de ander, maar als bondgenoten, waarbij God het initiatief neemt. Twee studentenpredikanten reageren onder de gekscherende titel In de ark, in de kark op het Getuigenis. De opstellers worden ervan beschuldigd zich terug te trekken uit het wereldgebeuren.

Daar hebben we geen tijd voor
Secretaris van de Gereformeerde Bond J. van der Graaf komt op televisie ook uitleg geven over het Getuigenis. Zijn tegenstander zegt: ‘De eerlijkheid gebiedt te erkennen dat wij voor die problematiek, die u daar aan de orde stelt (dat God in Christus aan de zondaar Zijn gerechtigheid schenkt), geen tijd hebben.’ Berkhof raakt enigszins in een isolement. Hij heeft sinds het midden van de jaren zestig afstand genomen van de klassieke dogmata van de kerk. At heeft hem ter rechterzijde vrienden gekost. Maar hij maakt zich op theologische gronden sterk voor de staat Israël, wat ter linkerzijde en in het midden van de kerk bepaald niet door iedereen wordt gedeeld. De tijden waarin het hele Nederlandse volk oorlogen tussen Israël en de Arabieren als voetbalwedstrijden volgde, waarin Israël als het Nederlands elftal werd toegejuicht, zijn voorbij.

Politieke polarisatie 1971
De politieke polarisatie wordt bij de verkiezingen van 1971 formeel voltrokken met de presentatie van een progressief schaduwkabinet. Men wacht nu niet meer de uitslag af om vervolgens te kijken welke coalitie mogelijk zijn. De kiezer wordt dus voor blok gezet. Het alternatief kan alleen maar een kabinet van confessionelen en liberalen zijn. De progressieven sluiten na de verkiezingen, wat de uitslag ook moge zijn, een coalitie met andere partijen uit. Op persoonlijke titel geven theologen vóór de verkiezingen stemadvies. De VVD was begonnen confessionelen aan te trekken die het niet eens waren met de linkse koers van hun partijen. Zoals verwacht behaalt het schaduwkabinet geen meerderheid, maar de oude coalitie van confessionelen en liberalen evenmin. Nu moest men een coalitie met de nieuwe en, naar spoedig bleek, onberekenbare partij DS’70 sluiten.

Kabinet-Den Uyl
In 1973 trad het kabinet-Den Uyl aan. Het kabinet van confessionelen, liberalen en DS’70 had maar een jaar geregeerd. Het kabinet-Den Uyl was een in meerderheid progressief kabinet met een minderheid van katholieke en antirevolutionaire ministers, dat na een lange en moeizame formatie tot stand was gekomen. ‘Nog nooit zo’n links kabinet met zoveel socialisten’, meldde Het Vrije Volk triomfantelijk. Links Nederland was niet alleen op de hand van Brandt in Duitsland, maar in haast nog sterkere mate van de Democratische kandidaat McGovern in Amerika, vooral wegens diens opstelling in de kwestie-Vietnam. De Republikein Nixon gold als de belichaming van alles wat niet moet.

Overlijden Van Niftrik
Eind 1972 sterft Van Niftrik plotseling. Kort daarvoor had Berkhof nog tegen hem gezegd dat hij niet zo tegen hem mocht polemiseren. Daarop had hij een brief van Van Niftrik gekregen waarin stond: ‘Jij wordt steeds linkser en ik steeds rechtser. We blijven even goede vrienden’. Berkhof zegt na het overlijden van Van Niftrik: ‘Toch beschouw ik me niet zonder meer als een theologische bondgenoot van Van Niftrik’. Helemaal op het einde van het leven was Van Niftrik geworden wat hij als buitenbeentje in confessioneel orthodoxe kringen nu juist nooit wilde zijn: een partijman met voorspelbare standpunten.

Schillebeeckx
Twee theologen hebben een bijzondere invloed in theologisch Nederland: de rooms-katholieke Schillebeeckx en de hervormde Berkhof. Schillebeeckx wint door zijn beminnelijke gezicht en door de besliste, maar sympathieke manier waarop hij zich in geleerde boeken verzet tegen het kerkelijk leergezag de harten van velen. De manier waarop hij door de kerkelijke overheid wordt bejegend, maakt hem in de ogen van velen tot martelaar, maar hij speelt die rol niet. Menigeen heeft ook grote moeite zijn onheldere boeken te lezen. Hij introduceert in Nederland een nieuw soort theologie, de narratieve theologie. Hij zegt dat omdat de kerken zo lang voor rechts hebben gekozen, dat nu ook wel eens eenzijdig links mag worden gedaan.

Berkhofs Christelijk Geloof
Berkhof had zich in een geleidelijke ontwikkeling verwijderd van zijn orthodoxe verleden. In de zomer van 1973 verschijnt het dikste boek dat hij ooit heeft geschreven: Christelijk Geloof. Tot dan toe had Berkhof zich altijd in vrij dunne boekjes tot zijn lezers gericht. Zijn stijl was zo helder dat men nooit moeite had zijn gedachtegang te volgen. De notie van de almacht vervangt hij door die van Gods weerloze overmacht. De notie van de onveranderlijkheid wordt vervangen door die van Gods veranderbare trouw. Als onze partner in de geschiedenis wil God met ons mee veranderen. De vernieuwing van de wereld is een centraal thema in die tijd. De mens is het doel van God, niet de structuren.

Niet meer orthodox
Berkhofs geloofsleer leek een mijlpaal in de Nederlandse theologiegeschiedenis. Hier constateert een gezaghebbend theoloog, die er niet van kon worden verdacht met modieuze tendensen mee te gaan, dat het klassieke dogma inderdaad een op zijn minst zeer inadequate verwoording was van het bijbelse spreken over god en Christus. Bovendien had in zijn geloofsleer de vernieuwing van de wereld wel niet die plaats gegeven die maatschappijkritische theologen ervoor opeisten, maar hij liet die wel veel zwaarder wegen dan tot dan toe in de theologie gebruikelijk was. In zijn in 1953 verschenen boekje Christus en de Machten had Berkhof nog gezegd dat hij zich van harte tot de orthodoxie rekende. Dat zou hij nu zo niet meer zeggen.

Zonder geloof vaart niemand wel
Een jaar na Berkhofs Christelijk Geloof verschijnt een dun boekje van Kuitert dat vele drukken zou beleven: Zonder geloof vaart niemand wel. Kuitert behoort sinds enkele jaren samen met nieuwtestamenticus Baarda en dogmaticus Wiersinga tot de drie grote ‘ketters’ in de Gereformeerde Kerken. Kuitert zegt: ‘Het is een kwestie van wetenschappelijke eerlijkheid om de historiciteit van Adam te laten vallen, maar in de opstanding van Christus blijven we geloven’. Men vindt de overwinning op de dood kennelijk belangrijker dan de oorsprong van de dood. Kuitert verklaart met grote nadruk dat ook het christendom godsdienst is, wat Barth en zijn volgelingen ontkennen.

Niets nieuws ten opzichte van de vrijzinnigheid
Geloof definieert hij als een basisvertrouwen van de mens, zonder hetwelk hij gewoon niet kan leven. Deze definitie biedt niets nieuws ten opzichte van de vrijzinnigheid. Kuitert wil verstaanbare antwoorden geven op de centrale levensvragen. ‘Als er geen laatste gericht bestond, zou het uitgevonden moeten worden om enkele rekeningen te vereffenen die nog zijn blijven openstaan’. Eerder al had Kuitert zich kritisch uitgelaten over een verlangen naar een eeuwig leven. De veranderingen hebben zich in de Gereformeerde Kerken erg snel voltrokken.

Wat Miskotte niet bedoeld heeft
Miskottes stelling in zijn boek Als de goden zwijgen dat het Oude Testament een tegoed heeft boven het Nieuwe is de vanzelfsprekende vooronderstelling van veel predikanten in hun prediking geworden, vooral in de bemoeienis met de politiek. Nauw samen met de gerichtheid op de politiek hangt voor velen een verwerping van de notie van een hemel of een eeuwig leven. Daarvan is volgens hen in het Oude Testament geen sprake. Er geldt als vuistregel dat politiek linkse theologen ‘joods’ denken. Dit alles was door Miskotte wellicht niet bedoeld.

Messias
Jezus wordt steeds vaker aangeduid als de messias, waarbij die titel vooral politieke implicaties heeft, of ook wel veel populairder als ‘messiaanse bendeleider’, ‘messiaanse belhamel’ of gewoonweg ‘revolutionair’. Het woord liefde is verregaand door het woord gerechtigheid vervangen. Velen zijn zich gaan ergeren aan de autoritaire God van de christelijke traditie, in wiens hand de mensen niet meer dan marionetten zijn. Het hoogste niveau waarop de maatschappijkritische theologie wordt beoefend lijkt dat van Moltmann te zijn. Zijn boek De gekruisigde God legt nadruk op het lijden van God, waarin God ons wil betrekken, zodat God niet alleen met ons meelijdt, maar wij ook met God. Dit sluit aan bij het levensgevoel van veel predikanten in die jaren.

Val kabinet
Het kabinet-Den Uyl heeft een aantal maanden geregeerd, als de Arabieren eind 1973 de oliekraan voor Nederland dichtdraaien. Soberheid wordt nu als deugd in ere hersteld, vooral ook in de kerken die een nieuwe levensstijl bepleiten, waarin we niet meer ten koste van anderen op de wereld en ten koste van het milieu onbeperkt consumeren. Velen hebben het gevoel dat de hoogtijdagen van links in Europa geteld zijn. In 1977 valt het kabinet en de PvdA behaalt bij de daarop volgende verkiezingen een grote overwinning met maar liefst tien zetels winst. Er is wel een complicatie: de tien zetels zijn bij de kleine linkse partijen gehaald, zodat de machtsverhoudingen tussen rechts en links niet zijn gewijzigd.

Kruisraketten
In 1977 treedt het centrumrechtse kabinet Van Agt/Wiegel aan. In 1979 neemt de NAVO een besluit dat gedurende een klein decennium zijn repercussies in kerkelijk Nederland zal hebben, en waardoor de kerken verscheurd zullen worden. De Sovjet-Unie heeft in de tweede helft van de jaren zeventig raketten geplaatst waarmee ze West-Europa kan bedriegen. De NAVO besluit om als antwoord hierop Amerikaanse ‘kruisraketten’ in West-Europa te plaatsen. Het plan komt van de West-Duitse bondskanselier Helmut Schmidt, gesteund door Labourpremier Callaghan van Engeland. Dat het politici van een linkse signatuur zijn die dit plan lanceren en steunen, maakt op links in kerkelijk Nederland geen enkele indruk.

IKV
A.A. Spijkerboer, opvolger van Van Niftrik als kroniekschrijver in Kerk en Theologie, adviseert op een gegeven moment het IKV om de profetenmantel aan de kapstok te hangen en de kerk zakelijk voor te lichten over de problemen die om een oplossing vragen. Als oppositieleider Den Uyl op een grote kerkelijke bijeenkomst óók kritiek uit op de atoompolitiek van de Sovjet-Unie wordt hij door een groot gedeelte van de zaal uitgefloten. Moeten de kerken zich niet afvragen wat voor bondgenoten ze op een gegeven moment hebben?

Te veel veranderingen voor een mensenleven
KRO-journalist Ad Langebent merkt eind jaren zeventig op dat zich in de afgelopen vijftien jaar meer veranderingen in kerkelijk Nederland hebben voltrokken dan misschien wel goed is voor een mensenleven. Opmerkelijk is dat de in politiek opzicht onverdacht linkse theoloog Buskes zich op een gegeven moment tegen de actualistische prediking keert. Hij noemt het gewoon dwaasheid om te zeggen dat actuele onderwerpen in het centrum van de prediking moeten staan. Over deze zaken kan men pas iets zinvols zeggen als men de innerlijke omgang met God aan de orde heeft gesteld, maar ook dan moet men het zijdelings doen, in een enkele opmerking, die dan ook raak is. Maar woorden als die van Buskes maken weinig indruk.

Luns
De oude tegenstelling katholiek tegenover protestants zou worden vervangen door een nieuwe tegenstelling, namelijk orthodox protestants en orthodox katholiek tegenover vrijzinnig protestants en vrijzinnig katholiek. De bekende rooms-katholieke politicus Luns had trouwens al tien jaar eerder opgemerkt dat het Nederlandse katholicisme op hem de indruk maakte van een vorm van protestantisme!

Overige
– De ARP ziet zichzelf als de meest linkse partij in het confessionele kamp.
– Tot ergernis van oud-premier Drees organiseren linkse PvdA-politici demonstraties waaraan ook communisten meedoen. Dit is één van de redenen waarom hij in 1971 bedankt voor zijn oude partij.
– Volgens Drees moet men, als men christen is, dat zijn op de manier van de SGP, al het andere is in zijn ogen een slap aftreksel.
– De TROS begint nu ook te groeien, als tegenwicht tegen politiek links in de ether.
– Volgens iemand lijken de EO en IKON in één opzicht op elkaar: ze hebben allebei een boodschap die erin geramd moet worden.
– De bedankjes om politieke redenen begonnen binnen te komen, meestal van rechtse mensen, soms ook wel van mensen die de kerk nog niet links genoeg vonden.
– In 1970, een kleine twee jaar na Barths dood, verscheen een aan zijn dogmatiek toegevoegd deel waarin behalve registers ook extracten uit zijn dogmatieken waren opgenomen, die een hulp moesten bieden bij het maken van preken. Maar in al die extracten was niets over socialisme te vinden.
– De Engelse theoloog Inge zei: ‘Wie met de geest des tijds getrouwd is, die wordt gauw weduwe’.
– ‘Het boekje van Jezus is echt niet zoveel minder dan het boekje van Mao, maar het wordt alleen iets minder gebruikt’. Menig Nederlander noemt zich in die jaren maoïst.
– De synodaal gereformeerden gaan weliswaar wat betreft absolute aantal leden nog vooruit, maar blijven achter bij de groei van de bevolking en gaan dus procentueel achteruit.
– In de jaren zeventig bleek het niet meer mogelijk om bij Trouw weekopeningen te houden.

De jaren tachtig
Joop Atoom
Al in de jaren zeventig had men de laatste week van de maand september tot de vredesweek uitgeroepen. In de erediensten van die week werden collectes voor het IKV gehouden. Den Uyls opstelling leverde hem in de kringen links van de PvdA de bijnaam ‘Joop Atoom’ op en dreigde de PvdA in een hoogst onaantrekkelijke tweefrontenoorlog te doen belanden. Oud-minister van Buitenlandse Zaken Max van der Stoel waarschuwde dat zijn partij zich niet door de vredesbeweging moest laten gijzelen. Kerkelijke gemeenten organiseerden uitwisselingen met gemeenten in Oost-Duitsland. de IKV wilde een massabeweging zijn. Ze wist honderdduizenden mensen op de been te brengen en was wat dat betreft de meest succesvolle van alle vredesbewegingen in West-Europa. ‘Hollanditis’ noemde men het.

Mitterand in de Tweede Kamer
In Duitsland en Engeland verdwenen de linkse partijen uit de regering. De (socialistische!) Franse president Mitterand hield een toespraak in de Tweede Kamer met als boodschap dat de kruisraketten wél moesten worden geplaatst. Den Uyl zag zich genoodzaakt om te verklaren dat het standpunt van Mitterand ‘volstrekt verwerpelijk’ was. Hij kon zich binnen de Nederlandse verhoudingen op dat moment geen andere opstelling veroorloven.

Verrassende verkiezingswinst CDA
Zoals de VVD op het einde van de jaren vijftig met een anti-socialistische leuze had getracht een groot aantal confessionele kiezers naar zich toe te trekken, zo probeerde de PvdA nu hetzelfde met een campagne tegen de kruisraketten. Binnen de CDA-fractie was een vrij substantiële minderheid die tegen plaatsing was. Het CDA behaalde bij de verkiezingen na het besluit tot plaatsing van de kruisraketten een overwinning van bijna dezelfde omvang als de PvdA in 1977. Het kwam voor velen als een verrassing.

Volkspetitionnement
Aan de grote demonstratie in 1983 namen veel theologische docenten en studenten deel. Voor menig predikant moet het een probleem zijn geweest om aan zijn gemeente te verklaren waarom hij wel of niet deelnam. Bij het daarop volgende volkspetitionnement tegen de kruisraketten hebben ruim 3,5 miljoen mensen getekend, een aantal dat eigenlijk helemaal niet indrukwekkend was. De regering hoefde daar alleen maar de conclusie uit te trekken dat het de oppositie gelukt was om alle mensen, die van plan waren op de oppositie te stemmen, te overreden ook te tekenen.

Lubbers
Premier Lubbers nam het petitionnement in ontvangst. Hij wordt door een groot gedeelte van de zaal uitgejouwd, maar gaat onverstoorbaar met zijn toespraak door. Een betere reclame had hij zich niet kunnen wensen. In de ogen van veel Nederlanders is hij de held van de dag. Van Mierlo staat er ontredderd bij, hij ziet de electorale gevolgen kennelijk al aankomen. Freek de Jonge, die zich in een geestig tv-spotje voor het petitionnement had ingezet, zegt in de daarop volgende oudejaarsavond-conference openhartig: ‘Het aantal handtekeningen is een beetje tegengevallen, mensen’.

Een levende keten
Er gaan binnen de kerken stemmen op om na het besluit tot plaatsing door het parlement een actie van burgerlijke ongehoorzaamheid te beginnen. Maar de PvdA wil hier niet aan meedoen: ‘Ik ben het niet eens met het beginsel om alleen een besluit van het parlement dat mij aanstaat te accepteren’, zegt de woordvoerder van Defensie. Een harde kern van de vredesbeweging gaat op de zaterdag vóór Pinksteren naar Woensdrecht, waar de kruisraketten zouden worden geplaatst en willen een levende keten rond het terrein vormen. Maar er komen te weinig mensen om die keten werkelijk sluitend te maken.

Politiek is niet alles
Nog vóór de ontknoping van het drama rond de kruisraketten barst er een theologische bom in kerkelijk Nederland. Kuitert schrijft een boek dat de ene druk na de andere zou gaan beleven: Alles is politiek, maar politiek is niet alles. Van Niftrik noemde Kuitert ooit een omgekeerde Groen van Prinsterer omdat hij overal waar revolutie was geloof aan het werk zag. Kuitert had eerder deelgenomen aan demonstraties tegen de oorlog in Vietnam. Maar dit alles was voor hem voorbij. De vanzelfsprekendheid waarmee men een linkse keuze in politieke vraagstukken eiste heeft Kuitert geïrriteerd. omdat de oude dwingelandij in de kerken van dogmatisch naar ethisch gebied is verschoven. Hij maakte de indruk van uitgesproken links gematigd links te zijn geworden.

Religie van doeners
Kuitert had reeds gewaarschuwd dat het politieke spreken van kerken en predikanten de indruk zou kunnen wekken dat een VVD’er geen christen is. Er was op grond van dit alles al getwijfeld aan Kuiterts progressieve gezindheid. In het boek Alles is politiek, maar politiek is niet alles legt hij zijn kaarten helemaal op tafel. Hij keert zich tegen een situatie in de kerken waarin de christelijke godsdienst tot een religie van doeners dreigt te worden. Hij voert een pleidooi voor iets dat na de Tweede Wereldoorlog alleen nog met een ondertoon van afschuw in de mond werd genomen: de twee-rijken-leer. Een verwisseling of vermenging van die twee rijken leidt, aldus Kuitert, tot een vervorming van het geloof en tot slechte politiek. Kuitert sluit niet ieder politiek spreken van de kerken uit. Dat moet geschieden in noodsituaties.

Kuitert tegenover Sölle
De linkse pers reageert furieus op Kuiterts boek. Ter rechterzijde denken sommigen dat Kuitert in hun gelederen is teruggekeerd. Aan de rechterkant vallen de vriendelijke woorden over Kuitert op. Maar ‘wie op grond hiervan denkt dat Kuitert weer orthodox is, die is naïef’. De IKON organiseert een debat tussen Kuitert en Sölle over dit boek. Kuitert geeft direct te kennen dat zijn boek tegen de Christenen voor het Socialisme is gericht, waar Sölle zich overigens mee had geïdentificeerd. Hij keert zich in het boek behalve tegen Barth en Moltmann ook expliciet tegen Sölle, die hij van hovaardigheid beticht. Op één punt zijn ze het met elkaar eens: Gorbatsjov is te prefereren boven Reagan.

Berkhof ook bezorgd
Berkhof blijkt van Kuiterts optreden en boek onder de indruk. Hij noemt het boek zelfs profetisch. Ook hij maakt zich zorgen over de vermoralisering van het geloof, waarin de geloofsbasis voor het handelen erg stiefmoederlijk wordt behandeld. Hij doet in die jaren de opmerkelijke uitspraak: ‘Ik denk wel eens dat God twee ijzers in het vuur heeft, een conservatief en een progressief’. Hij is kennelijk bezorgd dat, als er alleen maar een progressief ijzer zou zijn, dit spoedig zou kunnen betekenen dat er helemaal geen ijzer meer is in Gods vuur.

Ter Schegget gematigder
Kuitert wekte irritatie met zijn constatering dat het christendom hun pretentie dat geloof betekent opkomen voor de armen en onderdrukten op deze wereld helemaal niet waar maken, want ze wonen over het algemeen in mooie huizen en hebben auto’s voor hun deur staan. Kuitert vreest een nieuwe vorm van ketterjagerij, met nu niet het dogma, maar de ethiek en de moraal als inzet. Ter Schegget is intussen gematigder dan twintig jaar geleden. In het begin van de jaren tachtig is hij in Leiden tot hoogleraar benoemd. Daaraan was een lange strijd voorafgegaan. Hij hield een inaugurele oratie over ‘Het gebed als hart van de ethiek’. Berkhof merkte na afloop op: ‘Ik heb bij dit bevindelijke verhaal ook op de gezichten van sommige Bonders in de zaal gelet. Die leken stomverbaasd!’

K. Strijd
Sommige theologen doen inderdaad onverholen aan ethische ketterjagerij. De hervormde kerkelijke hoogleraar K. Strijd bijvoorbeeld, die tegen de benoeming van W.E. Verdonk is die in een proefschrift uit 1977 de stelling had geponeerd dat de kerk zich niet mag laten verleiden tot de gedachte van de klassenstrijd. Strijd was in 1958 gepromoveerd op Anselmus van Canterbury. Hij wilde wel eens weten hoe het zat met de verhouding van evangelie en oorlog, evangelie en doodstraf en de verhouding van gerechtigheid en barmhartigheid, recht en liefde. Is de strengheid van God bij de verzoening een aanwijzing dat het strenge middel van oorlogsvoering en doodstraf niet in alle gevallen afwijsbaar hoeft te zijn?

Drammerige theologie
Hij komt daarin tot de conclusie dat er van een strengheid van God zoals in de verzoening geen sprake is, maar hij bespreekt de politieke consequenties daarvan niet. Na zijn benoeming tot hoogleraar in Amsterdam houdt hij zich niet langer met Anselmus, maar met Marx bezig. Omstreden was dat hij ten opzichte van NSB’ers ‘bevrijdende strengheid’ bepleitte omdat sommigen vanuit idealistische motieven hadden gehandeld. Maar later heeft hij kennelijk grote moeite om bij medechristenen, die politiek anders kozen dan hij, loutere motieven te veronderstellen. ‘Ik begin steeds minder van hem te begrijpen’, verzucht zijn oude pacifistische strijdmakker Heering. Berkhof is het ‘drammerige’ in de theologie beu.

Kruisraketten hoeven niet meer
De uitslag van de verkiezingen in 1986 betekende het einde van de politieke polarisatie in Nederland. De internationale politiek brengt uitkomst. De wapenwedloop waartoe de Verenigde Staten onder Reagan de Sovjet-Unie had gedwongen, had Amerika met een torenhoge staatsschuld opgezadeld, maar de Sovjet-Unie failliet gemaakt. De plaatsing van kruisraketten hoefde niet meer.

We were all wrong
The Economist verklaart in een hoofdartikel ‘Peace in our time’ – een duidelijke zinspeling op de foutieve voorspelling van Chamberlain in 1938 – dat we de ontspanning niet hebben te danken aan de ‘zogenaamde vredesbeweging’, maar aan het beid van de regeringen van het Westen. Van Mierlo verklaart het uit het massale protest vanuit de bevolking tegen het besluit tot plaatsing van kruisraketten, omdat daaruit bleek dat de regeringen in het Westen geen agressieve bedoelingen konden hebben. Een Labourpoliticus die als student enige tijd communist was geweest, constateert na de val van de Muur: ‘We were all wrong’.

Berkhof als bruggenbouwer
In 1981 nam Berkhof afscheid als kerkelijk hoogleraar in Leiden. Maar hij blijft publiceren: Zweihundert Jahre Theologie, waarin hij een opmerkelijk welwillende beschrijving van de theologie sinds de Verlichting biedt. Hieruit blijkt opnieuw de zwenking die hij in de theologische vormgeving van zijn geloof heeft gemaakt. In zijn boek over de kerkgeschiedenis had hij zich over de theologie na de Verlichting zeer negatief geuit. Zijn neiging om vooral bruggenbouwer te zijn komt ook in dit boek tot uitdrukking.

A. van de Beek
Berkhof wordt opgevolgd door A. van de Beek. Berkhof had zich voor die benoeming sterk gemaakt, heel goed wetend dat zijn opvolger theologisch rechts van hem stond. Van de Beek is niet actualistisch en pakt de oude vragen weer op. Hij schrijft Waarom? Over lijden, schuld en God. Eindelijk weer eens geen boek over Nicaragua, maar over echte dingen.

Van Gennep
F.O. van Gennep deed in 1980 afstand van de theologie van de revolutie. Dat was in die jaren in kerkelijk Nedlerand bezonnen en gematigde taal. Maar hij zei ook niet in de opstanding te geloven, met onder andere het argument dat in dat geval God ook in Auschwitz had moeten ingrijpen. Aangezien hij kerkelijk hoogleraar was, lag het voor de hand dat dit een kwestie werd. Op vergaderingen lichte hij zijn standpunt toe, volgens hem gebeurde dat in ‘grote zalen vol boze mannen’. Er is een vrij luidruchtige ‘theologie na Auschwitz’, die met een beroep op de Holocaust de hele christelijke theologie wil veranderen, en iedereen die daar niet mee instemt van antisemitisme verdenkt.

De terugkeer van de verloren Vader
Van Gennep schreef in 1989 De terugkeer van de verloren Vader, waarin hij laat zien hoe men zich in de Verlichting heeft afgewend van de autoritaire goddelijke Vader, die de menselijke vrijheid beknot. Maar hij laat ook zien hoe een andere ‘vader’ met een soortgelijke autoriteit daarvoor in de plaats komt in de ideologiën van liberalisme, socialisme, anarchisme en feminisme. Dat hij dat laatste ook noemt, was moedig, want de feministische theologie roerde zich vanaf de jaren zeventig opvallend.

Geen opstanding
Van Gennep bepleit verder de terugkeer van de verloren Vader, de Vader uit de joods-christelijke traditie, die geen autoritaire Vader is, die onze vrijheid beknopt, maar die ons juist wil bevrijden door in Christus te tonen dat Hij met en in ons wil lijden, en daarmee laat zien dat de macht van het onrecht niet het laatste woord heeft. Hij ziet de opstanding van Christus (evenals de andere bijbelse wonderen) niet als reële, met de zintuigen waar te nemen gebeurtenissen, maar als gelijkenissen van hoe God met ons mensen wil zijn. God regeert niet door af ten toe in te grijpen, maar God regeert met Zijn geboden en beloften.

De ideologieën hebben hun tijd gehad
In een tijd waarin het tot iedereen begon door te dringen dat de grote ideologieën, die zich tegen het christendom hadden gekeerd, hun tijd hadden gehad, én dat het christendom zijn macht had verloren, maakte het zeker indruk dat een als progressief te boek staand theoloog een klassiek thema uit de christelijke theologie weer tot leven wilde brengen. In 1990 stierf Van Gennep plotseling. Hij kon de voldoening van het brede respons dat zijn boek oproep maar gedurende zeer korte tijd meebeleven.

Afkalving
De afkalving van de kerken zet in de jaren tachtig door. Het aantal bedankjes in verband met de opstelling van de kerken rond de kruisraketten valt wel mee, maar een vrij groot aantal mensen is op non-actief gegaan. De kleine kerken ter linkerzijde zoals de remonstranten en doopsgezinden zijn in ruim tien jaar bijna gehalveerd. De synodaal gereformeerden beginnen nu ook wat het absolute aantal betreft te zakken.

‘Vrijzinnigheid houdt drie generaties vol’
Kardinaal Simonis maakt in verband met de achteruitgang van de katholieke kerk op een gegeven moment van de nood een deugd. Het bezoek van de paus aan Nederland in 1985 trekt weinig aandacht en wekt zeker geen enthousiasme in de Nederlandse kerkprovincie. Uit een enquête wordt duidelijk dat de paus voor maar 25 procent van de katholieken welkom is. Simonis: ‘Van al die mensen die u daar heeft ondervraagd is vijftig procent alleen nog in naam katholiek. Die mag u dus eigenlijk niet meetellen, en als u dat inderdaad niet gedaan had, dan zou zijn gebleken dat de paus dan toch in ieder geval bij vijftig procent welkom is’. Simonis doet nog een andere opmerkelijke uitspraak: ‘Vrijzinnigheid in de kerk leidt tot niets, die houdt het hoogstens drie generaties lang vol’.

Val van de Muur, korte euforie
In 1989 valt de Muur in Berlijn en is de koude oorlog definitief afgelopen. De euforie hierover maakt al gauw plaats voor een nieuwe zorg. Wat zal er gebeuren als terroristische regimes de beschikking krijgen over kernwapens en aan geen verdragen en bondgenootschappen zijn gebonden? Boden de oude blokken wat dat betreft niet tenminste enige berekenbaarheid en dus veiligheid?

Lange 19e eeuw, korte 20e eeuw
De 19e eeuw had als tijdperk 125 jaar geduurd, namelijk van het uitbreken van de Franse Revolutie in 1789 tot het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog in 1914. De 20e eeuw zou het als tijdperk dan met 75 jaar moeten doen, namelijk van 1914 tot 1989. De werkelijk belangrijke veranderingen op kerkelijk en theologische gebied hebben zich, althans in Nederland, in de laatste vijfentwintig jaar van dat tijdperk voltrokken.

Communisten vergeleken met de nazi’s
Na het verdwijnen van het ijzeren gordijn bleek dat de ellende aan de andere kant veel groter was dan was verwacht. De Westerse propaganda bleek de zaken zeker niet erger te hebben voorgesteld dan het in werkelijkheid bleek te zijn. Stalin en Mao waren massamoordenaars en daarin verschilden ze dus niet van de nazi’s. De nazi’s waren irrationele avonturiers. De communisten waren rationalisten en realisten. Dat maakte hen aan de onderhandelingstafel berekenbaar. Daarom was het stalinistische communisme voor de mensheid als geheel een minder ernstige bedreiging dan het nazidom.

Links heeft zich vergist
Iemand als Sölle vond Reagan, Thatcher en Kohl onverantwoordelijke mensen. Moskou gaf tijdens de koude oorlog de voorkeur aan rechtse boven linkse regeringen in het Westen, omdat de verdragen die ze met hen sloten geramd zaten. De linkse partijen gebruikten ze mooi om rechtse regeringen onder druk te zetten. De extreem linkse theologen hebben zich dus tot het einde toe vergist.

Overige
– Het initiatief tegen de neutronenbom is waarschijnlijk in communistische kringen geboren en via kritische christenen overgewaaid naar de kerken.
– Als de hervormde synode een verklaring uitgeeft dat ze zich volledig achter het IKV-standpunt plaatst, zegt men dat het kader van de PvdA grotendeels gevormd wordt door hervormden.
– Reinhold Niebuhr, die een linkse maar ook realistische visie op de sociale vraagstukken had was als zodanig ook adviseur van president Roosevelt geweest.

De jaren negentig
De Socialistiese Partij
Na de val van de Muur was er even sprake van ‘het gelijk van rechts’ in kerkelijk Nederland. Aan de uiterste linkerkant waar men de DDR als een teken van het Koninkrijk van God op deze wereld had gezien, stond men met zijn mond vol tanden. Maar het aantal mensen dat blijk had gegeven van sympathieën voor bijvoorbeeld de DDR was niet groot. De Christenen voor het Socialisme waren in Nederland altijd een kleine sekte gebleven. Ze waren wel erg luidruchtig. Jarenlang presenteerde de kleine en zeer principiële Socialistische Partij zich als de ‘Socialistiese Partij’ (let op de spelling). Maar met de verandering van spelling werd ook het programma gemoderniseerd en de marxististische leer van de klassenstrijd geschrapt.

IKV pleit bombardement
De PvdA sloot in 1990 een coalitie met het CDA, waarbij de PvdA de kleinere partner was. De tijd dat men alleen aan een regering wilde deelnemen als de verkiezingsuitslag tenminste een progressief meerderheidskabinet mogelijk maakte en men met een dergelijke aankondiging vooraf zo’n uitslag wilde afdwingen, was voorbij. De vredesbeweging moet het nu definitief zonder de massa doen. Na de inval van het Irak van Saddam Hoessein in Koeweit dreigt de Veiligheidsraad van de VN met een militair ingrijpen, met Amerika als hoofdrol. Er komt geen protestdemonstratie. Bij de crisis op de Balkan pleit de secretaris van de IKV Faber tot veler verbazing voor bombarderen van Servië door de NAVO.

Paars
In 1994 treed het ‘paarse kabinet’ aan. Aan de voorman van de linkervleugel van de PvdA Jan Pronk wordt bij het aantreden van het paarse kabinet gevraagd hoe hij nu ineens met de liberalen in één regering kan gaan zitten nadat hij hen jarenlang heeft verketterd. Zijn antwoord laat aan duidelijkheid niets te wensen over: ‘Ach, dat is dat Haagse theater waar ook ik met plezier aan mee heb gedaan!’ De christen-democraten zitten nu in de oppositie na zeventig jaar onafgebroken aan de regering te hebben deelgenomen. Dat ze niet eerder hun machtspositie waren kwijtgeraakt, hadden ze aan de vredesbeweging en de polarisatiestrategie van de PvdA te danken.

CDA leefde boven zijn stand
Het betekende dat in 1986 allen die bang waren voor ‘het rode gevaar’ hun toevlucht zochten bij de competente zittende premier Lubbers. Daardoor had het CDA in de jaren tachtig boven zijn stand geleefd. Toen het CDA vier jaar samen met de PvdA had geregeerd en de solide sociaal-democratische minister van Financiën en vice-premier Kok had bewezen dat er geen enkele reden bestond om bang te zijn voor links, liep de aanhang van het CDA dramatisch terug. Het CDA staat op veel punten over het algemeen tussen PvdA en VVD in, de compromissen die de twee partijen met elkaar moesten sluiten, staan dus wel heel dicht bij de opvattingen van het CDA, en dan valt er zeker principieel weinig te bekritiseren. De oppositie van het CDA richt zich dan ook primair tegen beleidsvoornemens op het immateriële vlak, met name euthanasie en abortus.

De Kruijf
Moet men nu als kerken kleur bekennen ten aanzien van abortus? Dat zou de verscheurdheid, die men net te boven is gekomen, weer kunnen herleven. Tot irritatie van een deel van de kerkleden keuren de grote kerken inderdaad op een gegeven moment de wetgeving inzake euthanasie af. In 1994 schrijft De Kruijf Waakzaam en nuchter. Christenen moeten volgens hem over de actuele ethische vraagstukken zowel vanuit hun eigen ethiek als vanuit de minimale consensus van alle democraten nadenken en op grond daarvan hun beslissingen nemen. Hij stelt zich op tussen Kuitert, die eigenlijk een speciale christelijke ethiek ontkent, en Ter Schegget, die alleen vanuit de specifiek christelijke ethiek argumenteert.

Aaantjes’ kritiek
Bij een discussie met W. Aantjes verklaart deze dat De Kruijf micro-ethische kwesties kennelijk zwaarder laat wegen dan macro-ethische. Hij voorspelt dat Klein Rechts en grote delen van het CDA daarbij zullen staan te juichen, maar hij zelf betreurt dit. Iemand anders bekritiseert De Kruijf omdat hij niets zegt over belangrijke sociaal-economische vraagstukken. Het zijn de laatste stuiptrekkingen van de oude generatie.

Het algemeen betwijfeld christelijk geloof
Kuitert trekt in het begin van de jaren negentig opnieuw in brede kring de aandacht met een boek: Het algemeen betwijfeld christelijk geloof. Een herziening. Hij neemt de traditie onder de loep en gaat na wat hiervan in de moderne tijd nog wel en wat niet langer houdbaar is. Wat in zijn ogen niet houdbaar is, dat schrapt hij, maar hij komt met klem op voor wat hij beschouwt als behorend tot het wezen van het christelijk geloof. Hij past hier eigenlijk de methode van de reductie toe, door het wezenlijke te beveiligen door de onnodige franje of de onnodige ballast te verwijderen.

Er blijft nog iets staan bij Kuitert
Kuitert laat voor een modern theoloog die hij wil zijn opmerkelijk veel staan: hij is van mening dat God op zijn minst persoonachtig moet zijn, en kiest daarmee voor een theïstisch godsbegrip. God is de Schepper en Onderhouder aller dingen. De zure appel van het christendom is iets waar we doorheen moeten: de verzoening tussen God en de mensen wordt door de zoendood van Christus – niet als godmens maar wel als ‘zondebok’ – tot stand gebracht. Na de dood wenkt ons Gods eeuwige vriendschap. In een laatste oordeel worden nog openstaande rekeningen vereffend; mensen die dat verdiend hebben worden gestraft voordat zij in de eeuwige dood verdwijnen. Met nadruk stelt Kuitert dat Jezus niet alleen bruikbaar moet zijn, maar ook nodig.

Kuitert verwerpt veel
Het was begrijpelijk dat vrijzinnigen erg vreemd tegen dit alles aankeken. Enerzijds vonden ze dat Kuitert aak met hun kalf ploegde, en anderzijds dat Kuitert toch niet één der hunnen was geworden. Maar Kuitert verwierp leerstellingen als de drie-eenheid, de twee naturen van Christus en de opstanding, en dat bezorgde hem bij orthodoxen de naam van een ketter. Sommigen noemen Kuitert een ‘neo-conservatief’, ook gezien zijn politieke standpunt.

Kuitert verwerpt nog meer
Enkele jaren later verscheen zijn boek Zeker weten. Voor wie geen grond meer onder de voeten voelt. Hier wordt zijn kritiek op het traditionele christelijke geloof radicaler. Maar hij bepleit nog steeds het theïsme. De drie grote godsdiensten moeten deze persoonachtige God met elkaar delen. Tegen het einde van de jaren negentig verschijnt een christologie van Kuitert: Jezus. Nalatenschap van het christendom. Hij zegt hierin dat Jezus niet over zichzelf heeft gedacht zoals de kerk over hem is gaan spreken. Maar Kuitert blijft bij zijn standpunt dat voor de christen de verzoening met God via het offer van Christus geschiedt, en God is voor hem nog steeds persoonachtig. Hij bezigt het historische argument dat Jezus als een jood zich tegen iedere vergoddelijking van een mens zou hebben gekeerd.

Berkhof overlijdt
In 1995 overlijdt Berkhof. De laatste vijf jaar van zijn leven kon hij niet meer publiceren en was zijn denkvermogen sterk achteruitgegaan, op een gegeven moment haast verdwenen, vandaar dat men van de theoloog Berkhof al eerder afscheid had moeten nemen. Hij was niet de grootste Nederlandse theoloog van de 20e eeuw (Noordmans wellicht). Wel was hij één van de meest invloedrijke. Op zijn sobere rouwkaart stond de Bijbeltekst: ‘In Uw hand beveel ik mijn geest’.

Van der Beek publiceert boek na boek
Van de Beek publiceert Wonderen en wonderverhalen. Als gepromoveerd bioloog (daarom is zijn bijnaam ‘bramen Bram’) komt hij met de vlotte stelling dat ‘wonderen niet kunnen’ op een wetenschappelijke vooronderstelling berust, die door de natuurwetenschappers niet wordt gehanteerd. Als wonderen – natuurwetenschappelijk gezien – ‘best kunnen’, dan betreft het dus helemaal geen wonderen. Vijf jaar later verschijnt het lijvige boek Schepping. De wereld als voorspel van de eeuwigheid. Twee jaar daarna komt Van de Beek met Jezus Kurios. De christologie als hart van de theologie. Hij laat zien dat de oudste geschriften in het Nieuwe Testament een hoge christologie bieden en hij citeert opvallend veel Griekse kerkvaders.

Er blijft weinig meer staan bij Kuitert
Kuiterts voorlopig laatste boek verschijnt in 1999: Over religie. Aan de liefhebbers onder haar beoefenaars. Zijn gewoonte getrouw om de lezers direct in het begin van zijn boek over zijn bedoelingen in te lichten, deelt hij in het Woord vooraf mee dat hij afrekent met de voorstelling van God als een persoon, als een wezen dat voor zichzelf en op zichzelf bestaat en inzetbaar is op wens of gebed. Nu verzet hij zich tegen een historische verklaarbare voorstelling van God en vervangt hij die door een ‘zich aangesproken voelen’, vooral in de ontmoetingen met de behoeftige naaste, daarin wordt God openbaar.

Het gaat nu heel hard bij Kuitert
Kuitert blijkt ook op een ander punt van gedachten te zijn veranderd: de notie van een eeuwig leven bij God. De hoop op de eeuwige vriendschap met God als de Schepper is nu bij Kuitert vervangen door iets anders: ‘Alles zal er nog net zo zijn als ik dood ben, de lente komt weer, de rivier stroomt nog, de straat waardoor ik loop staat opnieuw in bloei: een grote troost’. Met andere woorden: het leven gaat door. Rond zijn 75e is het ineens heel hard gegaan met Kuitert en heeft hij die ontwikkeling doorgemaakt die velen als twintigers hebben beleefd.

Pannenberg
W. Pannenberg, politiek zeer rechts, biedt een totaal andere aanpak van de theologie dan Barth. Terwijl bij Barth God en de wereld elkaar eigenlijk alleen raken in de verkondiging van het evangelie van Jezus Christus, een verkondiging die aan alle menselijke religiositeit een einde moet maken, wil Pannenberg die verkondiging weer helemaal inbedden in de geschiedenis van de religies en de filosofie. God komt in de geschiedenis tot ons, maar dan mag niet alleen de verkondiging omtrent het leven van Jezus van Nazareth voor het geloof relevant zijn, maar moet de hele geschiedenis sporen van God vertonen. Hij spreekt van een doorgaande schepping in plaats van voorzienigheid. Hij gaat uitvoerig in op de feitelijkheid van de opstanding.

Overige
– De Raad van Kerken waarbij kerken met een totaal lidmaatschap van tegen de zes miljoen mensen zijn aangesloten heeft de grootste moeite om zestienduizend mensen bij elkaar te brengen, en de door de EO georganiseerde jongerendagen en familiedagen trekken makkelijk tienduizenden mensen.
– ‘Bij de barthianen doen ze aan nog strengere leertucht dan in de Gereformeerde Bond’ (A. van de Beek).
– Kuitert houdt niet van de uitdrukking ‘de joods-christelijke traditie’, na eeuwen van christelijk wangedrag moeten we de joden met rust laten.
– Adriaanse constateert dat eerst het geloof in het onfeilbare gezag van de Schrift kwam te vervallen, daarna Gods providentiële leiding in de geschiedenis en het persoonlijke leven, daarna het leven na de dood, daarna het trouwe kerkelijke leven.
– In Leiden ziet men in dat voor het voortbestaan van de theologische faculteit het belangrijk is dat ook studenten uit de rechterzijde van de kerk worden getrokken. Wim Verboom en Gijs van den Brink worden tot docenten benoemt, predikanten die tot de Gereformeerde Bond behoren.
– Kuitert verdedigde euthanasie door te zeggen dat dit leven niet het enige is.
– In de rooms-katholieke kerk zet de achteruitgang door. Die procent beaamt nog maar de traditionele leerstellingen van hun kerk. Simonis was te optimistisch in zijn voorspelling dat de vrijzinnigheid het hoogstens drie generaties volhield. De achteruitgang blijkt veel sneller te zijn gegaan.
– De kerken in Nederland verliezen gezamenlijk één gemeente per week, en dat is dan een gemeente van enkele duizenden leden.
– De achteruitgang is misschien te verklaren uit het feit dat de christelijke scholen het hebben laten afweten.
– Veel is veranderd aan het einde van de jaren negentig, en anderzijds er ook veel hetzelfde gebleven in de wereld en in de kerken. Één ding is er in ieder geval ten goede veranderd: velen kunnen nu relativeren. En in tegenstelling tot bijvoorbeeld de NCSV bestaat de CSFR nog steeds.

Gepubliceerd in juli 2008

Advertenties